1. Visie Openbare Ruimte Spoorzone
Tekst van het document
Visie Openbare Ruimte Spoorzone definitief, 28 augustus 2024 1
2
inhoudsopgave DEEL I: VISIE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Waarom een visie openbare ruimte? Het belang van openbare ruimte Openbare ruimte in de Spoorzone Doelstelling Status Samenwerking
7
2. 2.1 2.2 2.3 2,4 2.5 2.6
Identiteit en samenhang Spoorzone: 100 ha voor mens, dier en plant Verankerd in het verleden Verbonden met het landschap Het innovatiedistrict van de regio Negen sferen in de Spoorzone Verbeelding
9
DEEL II: OVERKOEPELENDE THEMA’S 3. 4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Leidende principes
35
7.
Gezondheid
36
DEEL III: SFEREN
7.1 7.2 7.3 7.4
Basisvoorwaarden Spelen Sport en beweging De eetbare stad
29
6. 6.1 6.2 6.3 6.4
30
Biodiversiteit Wat te doen voor een betere biodiversiteit? Doelsoorten als leidraad Het verticale stadslandschap Beplanting
Duurzaamheid en materiaalkeuze Circulaire basisprincipes Hergebruik van verhardingsmaterialen Duurzaamheid en de ‘Zwolse standaard’ Kwaliteit- en investeringsniveau Materialenpalet verhardingen Materialenpalet verlichting Inpassing functionele voorzieningen Inpassing erfafscheidingen
54
10.
Spoorpark, Lurelui, Werkplaatsen
63
11.
Willemsvaart 67
12.
Hanzesingels 71
19
Bodemleven en bodemgebruik 20 Bodemopbouw Grondwater Groen tenzij Onderaan beginnen: bodemleven en groeiplaatsen Ondergrondse infrastructuur
INTERMEZZO: Groene bodemsanering
23
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
24
Klimaatadaptatie Regenwater Droogte Hittestress Wind in de stad Overstromingsrisico
INTERMEZZO: Circulair groen, struikroven
9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8
INTERMEZZO: De Spoorzone als proeftuin
INTERMEZZO: Een buitenruimte voor iedereen
41
13.
Koggepark 75
8. 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8 8.9
44
14.
Engelenpad 79
15.
Stat.carré, Lübeckplein, Distr. Z, Hanzehoven 83
16.
Hanzekwartier 87
17.
Willemskwartier, Hanze-Oost 91
18.
IJsselallee 95
Ontmoeting Veiligheid, comfort en plezier Herbergzaamheid: de menselijke maat Sociale veiligheid, voor iedereen! Comfort, voor alle doelgroepen Progammering van rust en reuring Prikkel de zintuigen Participatie en placemaking De rol van beeldende kunst Aandacht voor het nachtbeeld
INTERMEZZO: Quartier des Spectacles 3
53
1.
7.
Lees de visie en de leidende principes voor de openbare ruimte in de spoorzone. Op welke manier draagt jouw gebied daaraan bij?
2. 3. 4.
Bepaal op welke plek je zit. Welke thema’s en sferen zijn daar leidend? Wat zijn specifieke ontweropgaves?
6.
Houd in een vroeg stadium rekening met de ondergrondse infrastructuur en de bestaande bomen
Begin bij de bodem en het watersysteem en bouw daarop voort met passende beplanting en bomen.
Voor wie maak je de openbare ruimte? Betrek je doelgroep en toekomstige gebruikers. Denk ook aan mensen die afwijken van de ‘standaard reference man’.
Kijk op welke manier je de thematische doelstellingen in het ontwerp voor de openbare ruimte kunt verwerken. Vaak lukt het om in een ontwerp verschillende doelstellingen te verknopen: win-win
5.
Ontwerp gebouwen en openbare ruimte vanaf het begin in samenhang.
stappenplan 4
8.
Check ook het mobiliteitssysteem van de spoorzone als geheel: past alles?
9. 10.
Stem af met andere coalities en gemeente welke functies er in de openbare ruimte komen voor sport, spel, ontmoeting, voedsel etc.
13.
Houd rekening met de eisen die vanuit beheer worden gesteld aan het ontwerp en de detaillering van de openbare ruimte.
11.
Organiseer en faseer je proces volgens de eisen uit het procesdocument van het SNOER.
12. 5
Laat je inspireren door anderen in de Spoorzone die al een stapje verder zijn.
Kom je er niet uit of loop je tegen dillemma’s aan? Ga het gesprek aan met de gemeente en vraag advies aan het Kwaliteitsteam Spoorzone.
I: visie De ontwikkeling van de Spoorzone van Zwolle komt op stoom! Na jaren van plannen wordt sinds 2023 toegewerkt naar de realisatie van de eerste ontwikkelprojecten. Daar hoort ook een geleidelijke transformatie van de openbare ruimte bij. In het Ontwikkelkader zijn daar een aantal richtinggevende uitspraken over gedaan. Nu is het tijd die te concretiseren in toetsbare doelstellingen die de basis vormen voor inrichtingsplannen voor de buitenruimte. In dit eerste deel gaan we daarom kort in op: • Het belang van openbare ruimte en specifiek die in de Spoorzone. • De essentie van de identiteit van de openbare ruimte in het gebied. • De leidende principes die we hanteren als vertrekpunt. • De manier hoe we samenwerken bij het ontwerp van de openbare ruimte.
6
1. Waarom een visie openbare ruimte? 1.1 Het belang van openbare ruimte
1.3 Doelstelling
In Nederland (en wereldwijd) is een afname te zien van biodiversiteit en staan ecosystemen onder druk. Het weer wordt extremer door klimaatverandering en in de westerse wereld is er een toename van eenzaamheid, overgewicht en sociale fragmentatie. De urgentie om deze problemen aan te pakken is groot en complex.
Voorliggende ‘visie openbare ruimte Spoorzone’ heeft tot doel de samenhang, het functioneren en de identiteit van de toekomstige openbare ruimte binnen de Spoorzone te bewaken. Om dit goed te kunnen doen vertalen wij in deze nota de abstracte ambities uit de NvU’s en het Ontwikkelkader naar concrete ontwerpuitgangspunten. Deze zijn concreet en dwingend waar het moet en open en uitnodigend waar het kan. De visie openbare ruimte bevat daarom onderdelen die: • Bindend zijn. Dit zijn de ‘must haves’. Dit zijn de harde kaders waar bij de uitwerking van de visie tot inrichtingsplannen aan moet worden voldaan. We noemen dit ontwerpuitgangspunten. Deze staan in deel I en II van deze visie. • Inspirerend zijn. Dit zijn de ‘nice to haves’. Deze onderdelen zijn bedoeld om alle spelers uit te dagen om net dat stukje verder te gaan. Het gaat daarbij concreet om de voorbeelden die in de intermezzo’s van deel II zijn benoemd en de uitwerking van de sferen in deel III. Doelen moeten integraal worden afgewogen in de uitwerking tot inrichtingsplannen. We leggen binnen de Spoorzone de lat hoog, maar je kunt niet op alle punten een 10 halen. Onderbouwd kan van ontwerpuitgangspunten en eisen afgeweken worden.
In al die opgaves speelt de openbare ruimte van onze steden een belangrijke rol. Dat schept verantwoordelijkheid voor alle partijen die betrokken zijn bij de programmering, inrichting en het beheer ervan maar biedt ook kansen. Kansen om door het slim verknopen van ambities te zorgen voor een leefbare, adaptieve omgeving voor mens en dier. Het vraagt van ons allemaal een fundamenteel andere manier van kijken naar stedelijke ontwikkeling; niet los van, maar als onderdeel van onze natuurlijke systemen. Een robuuste groenblauwe structuur en een uitnodigende, herbergzame en gezonde buitenruimte kunnen daar de dragers voor zijn.
1.2 Openbare ruimte in de Spoorzone De ontwikkeling van de spoorzone begint op stoom te komen. Na afronding van het Ontwikkelkader in 2021 zijn er voor verschillende delen stedenbouwkundige uitwerkingen (NVU’s) gemaakt. De Passerelle slaat binnenkort letterlijk een brug over het spoor en de transformatie rondom de oude NS-werkplaatsen staat op het punt van beginnen. De openbare ruimte vormt binnen de totale gebiedsontwikkeling van de Spoorzone het cement dat al die deelgebieden verbindt. Letterlijk doordat mensen, dieren en planten zich via die openbare ruimte kunnen verplaatsen. Maar ook figuurlijk doordat een samenhangende openbare ruimte bijdraagt aan het laten ontstaan van de gewenste gebiedsidentiteit (zie ontwikkelkader Spoorzone).
3.
1.4 Status De visie openbare ruimte Spoorzone is onderdeel van de SNOER (Spoorzone Nota van uitgangspunten OpenbarE Ruimte). Het SNOER dient als toetsingskader voor de uitwerking van de NvU’s in Ruimtelijke Ontwikkelplannen (ROP’s) en/of tenders. Het bestaat uit vier verschillende documenten: 1. Visie Openbare Ruimte Spoorzone: voorliggend document. Bevat eisen en ambitie op het niveau van doelstellingen waar inhoudelijk op wordt getoetst. 2. Eisenset: bevat eisen op het niveau van resultaten waar inhoudelijk op wordt getoetst. 7
Matenplan: tekening met o.a. grenzen (demarcatie), structuren en ruimtereserveringen. 4. Procesdocument: omschrijft de afstemming tussen Ontwikkelaar en gemeente Zwolle en wordt vastgesteld na het sluiten van de Anterieure Overeenkomst (AOK). Een nadere toelichting op deze documenten en de relatie met het BLVC-kader is opgenomen in het SNOER Procesdocument. Van de vier documenten wordt alleen de Visie Openbare Ruimte vooraf vastgesteld door de raad als overkoepelend toetsingskader. De overige documenten worden vervolgens voor elk project binnen de kaders van de visie openbare ruimte voor de Spoorzone uitgewerkt als onderdeel van diverse AOK’s.
1.5 Samenwerking De visie openbare ruimte is zowel toetsingskader (deel I en II) als inspiratiebron (deel III). Dat onderscheid is bewust gemaakt omdat we niet alleen de onderlat (‘het zesje’) willen benoemen maar alle partijen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van onze Spoorzone willen prikkelen om minstens voor ‘de acht’ te gaan. De gemeente stelt zich dan ook bewust niet alleen op als toetser van de ondergrens. We nemen samen met het Kwaliteitsteam een coachende en stimulerende rol in om uiteindelijk voor elk deelgebied te komen tot de meest optimale invulling. Daar staat tegenover dat we van alle andere betrokken partijen verwachten dat ze zich ook inspannen om die ambities waar te maken. Plannen worden daarom niet alleen beoordeeld op het toetsingskader (de ondergrens) maar ook bevraagd op welke wijze er invulling is gegeven aan de ambitie om te komen tot dat optimum (‘de acht’). We realiseren ons dat er in die uitwerking soms keuzes gemaakt moeten worden welke ambities waar prevaleren. Ook kan het zijn dat er in de loop der tijd tegenstrijdigheden blijken te zijn tussen de eisenset vanuit het SNOER en de ambities vanuit deze visie. De projectorganisatie Spoorzone (zie procesdocument SNOER) voorziet in een structuur waarin afwegingen en keuzes op projectniveau gemaakt worden.
- Vergroten van de capaciteit van het huidig watersysteem, daken en gevels, tuinen en heten doorspoelen tussen publiek privaat opvan eentoiletten. natuurlijke manier opgelost kan wo tussen publiek en privaat op een natuurlijke manier opgelost kan worden. waardoor zware buien niet leiden tot wateroverlast en Doorsnede 01 - Concept schema parkeren langs spoorlijn, Parkeren in de buik van het gebouw metvoldoende afstand te houden Dit kan door subtiele hoogteverschillen, Dit kan door subtiele hoogteverschillen, voldoende afstand te houden van -schade. Binnen Willemskwartier zuid het gebied is waterbuffering van een entree in de plint COLLECTIEF LANDSCHAP publieke wandelpaden, publieke wandelpaden, een robuuste groenbuffer te voorzien of een duidelijke een robuuste groenbuffer te voorzien of een duid T=100 bui mogelijk. margezone te markeren die bij de woning hoort. margezone te markeren die bij de woning hoort.
7.3ontwerpen Gezonde leefomgeving - robuust groenmoet raamwerk schaduw binnenshuis. De groene toren is een Zwolse prominent en maximaal 55 m hoog. De Voor de Zwolse prominent een hoogbouweffectrapportage gemaakt worden waarin de effecten van het voor de overkapping en de toren zijn op elkaar afgestemd en vormen een geheel. Voor de hoge bebouwing Het nu bijna eheel verharde plangebied wordt omgezet naar een groene leefomgeving. mogelijk wordt gebouw op de omgeving inzichtelijk gemaakt worden zoals bijvoorbeeld wind Waar en schaduwwerking. Op het moet een hoogbouweffectrapportage gemaakt worden waarin de effecten van het gebouwinop de omgeving lagere deel van het gebouw wordt het dak gebruikt als groen dakterras. Dezal bebouwing naast de van hallen vormt de buitenruimte groen gerealiseerd volgens het principe: groen, tenzij. Uiteindelijk minimaal 30% inzichtelijk gemaakt worden, zoals bijvoorbeeld wind en schaduwwerking. aanplangebied de ene zijde een wandgaan aan het plein bij de rode hal,een en aan de andereomgeving zijde de kopgecreëerd van het hallenplein. het grondoppervlak in het groen zijn. Daarbij wordt autoluwe De plint van de groene toren herbergt functies gerelateerd aan het station. De taxi en K&R plek naast de Aan de zijde van het hallenplein kan de bebouwing in de loop van de jaren uitgebreid worden.
De plinten van HANZEwaardoor HABITAT een ongekend groene ruimte gaat ontstaan voor de voetganger en de fietser. Onder meer worden groene toren zijn met een publieke hal verbonden met de stationsentree. Met het oog op de overzichtelijke de bebouwing zijn extra hoog en hebben een goede relatie met de openbare ruimte. de aanwezige groenstructuren in het gebied en in de omgeving sterker aangezet. oriëntatie in het omgevingsdomein van het station moet de hal transparant zijn zodat er vanaf de stationsentree direct zicht is op de taxi en K&R plekken.
Het groene raamwerk bestaat uit twee hoofddragers; het spoorpark en de Hanzesingel. Het spoorpark ontstaat door de groene verbinding vanaf de IJssel via het Engelse Werk door te trekken tot in de Spoorzone. Het nieuwe spoorpark loopt langs het spoor tot aan het station, en omarmt zo het plangebied aan één zijde. Dit park ademt één sfeer uit en verbindt alle ontwikkelingen langs het spoorpark; via Lurelui naar de Werkplaatsen, om vervolgens uit te komen op het groenste stationsplein van Nederland. Het spoorpark staat in het teken van urban sports. Jong en oud kan hier (ongeorganiseerd) sporten en wordt uitgedaagd tot ENGELENPAD & KOGGEPARK bewegen. HANZEDeHABITAT COLLECTIEF LANDSCHAP Hanzesingel, de Oostzeelaan Hanzelaan begrenzen het plangebied aan de andere Dein een hoge Aan de markante hallen van en de de werkplaatsen wordt in District Z, de Werkplaatsen en dezijde. Lurelui Hanzesingel wordt vergroend door het maken van natuurvriendelijke oevers hetgerealiseerd. water. LangsEr enisaan dichtheid nieuwbouw toegevoegd. In de nieuwbouw wordt een mix aan langs functies ruimte het water komt een steigerpad. beleving van het aanwezige het gebiedveel wordt zo optimaal benut.
voor bijzondere functies enDe werken, maar daarnaast wordenwater er in in nieuwbouw woningen gerealiseerd Een nieuw profiel van de Hanzelaan, met groen en eenDestedelijke wadi, het spoorpark groene zodat er een gemengd stedelijk gebied ontstaat. plinten van deverbindt nieuwbouw begeleidenvia dehet openbare de Hanzesingel. enmet hebben open karakter met zichtbare publieke voorzieningen, werkruimtes, bedrijfsruimten en ENGELENPADstationsplein & ruimte KOGGEPARK woningen. De verhouding tussen de verschillende functies verschilt per deelgebied. In de Werkplaatsen is veel Dezeruimte nieuwe groenstructuur zorgt ervoor dat grootste deel van hetInplangebied een groene voor werken, onderwijs, cultuur enhet publieksvoorzieningen. District Z wordt ingezetinrichting op een mix aan krijgt. De robuuste groenstructuur voor samenhang quameer sfeer, en routes in het hele functies in ieder gebouw, en inzorgt de Lurelui ligt de nadruk opidentiteit een stedelijk woongebied. Doorsnede 02 - Concept schema parkeren langs spoorlijn, Parkeergebouw met publieke plint, groengevel plangebied. Naast de groene openbare ruimte worden ook groene collectieve ruimtes gerealiseerd binnen de steigers aan de Hanzesingel en het Engelenpad Willemskwartier oord binnenplein en een geactiveerd dak informele informele inrichting binnenplein bouwvelden.
Deruimtelijk nieuwe bebouwing draagt met groene terrassen,die binnentuinen en groenekunnen daken en gevelsinrichting binnenplein Binnen het raamwerk zijn bouwvelden gesitueerd gefaseerd ontwikkeld worden. ruig groen Spoorpark bij aan groene sfeer van het Dede bouwvelden krijgen eenruimtelijk stedelijkeraamwerk. invulling met een bouwhoogte tussen de 4 en 10 lagen. Aan het stationsplein en langs het Engelenpad komen twee hoogteaccenten van maximaal 70 meter. Op de hal van de Het robuuste groene raamwerk zorgt voor een klimaatadaptieve omgeving met minder verharding en centrale werkplaats wordt een spectaculaire opbouw gerealiseerd als eyecatcher langs het spoor. meer verkoeling in de openbare ruimte. Door veel van hetZWOLLE huidige verharde oppervlak te vergroenen NOTA VAN UITGANGSPUNTEN WILLEMSKWARTIER, wordt er meer water geïnfiltreerd in de bodem. Door het toevoegen van bomen wordt CO2 opgenomen en zuurstof Door het sterk vergroenen de openbare en collectieve ruimtes komt er ruimte 7.3 geproduceerd. Gezonde leefomgeving - robuust groenvan raamwerk voorHet biodiversiteit en natuurinclusiviteit. De stedelijke wadi in naar de Hanzelaan reduceert de wateroverlast bij wordt nu bijna geheel verharde plangebied wordt omgezet een groene leefomgeving. Waar mogelijk piekbuien. Het water wordt vastgehouden de wadi vertraagd afgevoerd de Hanzesingel.
Veel30% van in de buitenruimte groen gerealiseerd in volgens hetenprincipe: groen, tenzij. naar Uiteindelijk zal minimaal ruimte groen betekent ookplangebied een gezonde leefomgeving met veel ruimte bewegen en ontspannen. hetvoor grondoppervlak in het groen gaan zijn. Daarbij wordt eenvoor autoluwe omgeving gecreëerdIn het spoorpark de infiltratiecapaciteit door het maaiveld plaatselijk waardoor wordt een ongekend groene ruimtevergroot gaat ontstaan voor de voetganger en te deverlagen. fietser. Onder meer worden de aanwezige groenstructuren in het gebied en in de omgeving sterker aangezet. ruig groen Spoorpark
Hanzekwartier
Willemskwartier
BITAT
AT
Spoorpark
GOEDKOOP
Hoogteverschil
Voldoende afstand
ZUS [Zones Urbaines Sensibles]
GEZONDHEID
Hanze Habitat 49 / 104
Hanze Habitat
Werkplaatsen, Spoorpark
49 / 104
Spoorpark
Robuuste groenbuffer
Margezone
42 - 118
omgeving, gezonde eetpatronen dankzij urban farming Veel mensen kampen met gezondheidgerelateerde Het groene raamwerk bestaat het spoorpark en de Hanzesingel. Het spoorpark of meer bewegen in het appartementencomplex door klachten. Ook de Covid-19 periode heeft geleerd hoeuit twee hoofddragers; Hoogteverschil Voldoende afstand ontstaat door de groene Voldoende verbinding vanaf de IJssel via het Engelse Werk door te trekken tot in de Spoorzone. Hoogteverschil afstand Robuuste groenbuffer Margezone ruig groen Spoorpark Spoorpark vormgeving en positionering van kwetsbaar de volksgezondheid is en hoe belangrijk groene gevel hub Het nieuwe loopt langs het spoor tot aan het station, en omarmt zo het plangebiedstedelijke aan één plinten aan de Hanzelaan groenespoorpark zone Hanzelaan wadi de trap ten opzichte urban sports in het Spoorpark 38 zijde. Dit park ademt één sfeer uit en verbindt alle ontwikkelingen langs het spoorpark; via Lurelui naar de lift.stationsplein Een groene omgeving vermindert tegelijkertijd een fijne, groene leefomgeving is. Het Werkplaatsen, Willemskwartier Parkeergebouw met publieke plint, groengevel om vervolgens uit te komenvan op het de groenste van Nederland. Het spoorpark staat Referenties Landschap schema parkeren langs Veerallee Doorsnede 03 Collectief - Concept in het teken Hierbij van urban sports.
Jong en oudhittestress kan hier (ongeorganiseerd) sporten en en wordt uitgedaagd tot een geactiveerd dak 30% GOEDKOOP 30% GOEDKOOP en mentale stress. stimuleert gezond gedrag en gezonde keuzes. kan District Z - Stationscarré Lurelui bewegen. 49 De Hanzesingel, Oostzeelaan en de Hanzelaan begrenzen het plangebied aan de andere zijde. De worden gedacht aan wandelen en sporten in eendegroene stedelijke wadi
Hanzesingel wordt vergroend door het maken van natuurvriendelijke oevers langs het water. Langs en aan het water komt een steigerpad. De beleving van het aanwezige water in het gebied wordt zo optimaal benut. Een nieuw profiel van de Hanzelaan, met groen en een stedelijke wadi, verbindt het spoorpark via het groene stationsplein met de Hanzesingel. Deze nieuwe groenstructuur zorgt ervoor dat het grootste deel van het plangebied een groene inrichting
ggepark
Spoorpark
opbouw op de centrale werkplaats
plangebied. Naast de groene openbare ruimte worden ook groene collectieve ruimtes gerealiseerd binnen de bouwvelden. De nieuwe bebouwing draagt met groene terrassen, binnentuinen en groene daken en gevels 49 hallen bij aan de groene sfeer van het ruimtelijk raamwerk.
ruig groen Spoorpark
publiek plein in de centrale werkplaats
plein voor de rode hal
Het robuuste groene raamwerk zorgt voor een klimaatadaptieve omgeving met minder verharding en Hanze-Oost voor de rode hal meerstationsentree verkoelingmet in de openbare ruimte. Door veel van het huidige verharde oppervlak teplein vergroenen overkapping bomen
tuinen van Lurelui
buurtplein
groene en besloten openbare ruimte
buurtplein
wordt er meer water geïnfiltreerd in de bodem. Door het toevoegen van bomen wordt CO2 opgenomen en zuurstof geproduceerd. Door het sterk vergroenen van de openbare en collectieve ruimtes komt er ruimte voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit. De stedelijke wadi in de Hanzelaan reduceert de wateroverlast bij piekbuien. Het water wordt vastgehouden in de wadi en vertraagd afgevoerd naar de Hanzesingel. Veel ruimte voor groen betekent ook een gezonde leefomgeving met veel ruimte voor bewegen en ontspannen. In het spoorpark wordt de infiltratiecapaciteit vergroot door het maaiveld plaatselijk te verlagen.
ateliers
urban sports in het Spoorpark
40% BETAALBAAR huur en koop
Collectief Landschap NOTA VAN UITGANGSPUNTEN WILLEMSKWARTIER, ZWOLLE groene gevel hubReferenties graffiti op hallen
ontmoeting langs de plint hub
tuinen van Lurelui
cultuur in de hallen
38
48
51buurtplein
groene gevel
tuinen van Lurelui
groene luifels
besloten en kleinschalige openbare ruimte Referenties Engelenpad
63Landschap Referenties Collectief
8
Urbaines Sensibles] ZUS [Zones Urbaines Sensibles]
BETAALBAAR uur en koop
59 - 118
Referenties Collectief krijgt.Landschap De robuuste groenstructuur zorgt voor samenhang qua sfeer, identiteit en routes in het hele
Landschap
ALBAAR koop
circulaire woonbebouwing
63 / 104 63Sensibles] / 104 ZUS [Zones Urbaines
Hallenplein met groen op de kop
opbouw op de centrale werkplaats
40 Referenties - 118 Collectief Landschap 49 buurtplein
65 - 118
ontmoeting langs de plint
Referenties Collectief Landschap
Robuus
2. Identiteit en samenhang
Zwolle is een deltastad. Een groene, historische stad omringd door water. Door de snelheid van de klimaatverandering loopt de delta tegen zijn grenzen aan. De kans op overstroming neemt toe, het wordt natter, warmer en droger. De Spoorzone moet verzachten en vergroenen. Voor de Spoorzone is de ligging naast de IJsselvallei een prachtige kans. In de Spoorzone moet je de kwaliteit van de IJsselvallei voelen. Een gebied van 100 hectare voor mens, dier en plant. En dat toont zich niet enkel bij de inrichting van de openbare ruimte maar ook in de architectuur van de gebouwen, oud en nieuw. (uit: Ontwikkelkader Spoorzone, 2020)
2.1 Spoorzone: 100 ha voor mens, dier en plant De Spoorzone vormt de brug tussen twee landschappen. Aan de ene kant de IJssel met haar overweldigende natuur en aan de andere kant het stedelijke landschap; de historische binnenstad. De Spoorzone voegt hier een eigenzinnige mix aan toen van natuur en cultuur, levendigheid en experiment, rust en reuring. Het gebied als innovatiedistrict is gebaat bij ruimte voor experiment, ontmoeting en verrassing. Het gebied als aangename verblijfsplek voor mens en dier vraagt een robuuste groenblauwe structuur. Deze tweeledigheid zien wij niet als een onverenigbare tegenstelling, maar juist als de sleutel voor het definiëren van de identiteit van de openbare ruimte van de Spoorzone.
De Spoorzone wordt een nieuw stuk stad dat samen met de oude binnenstad het nieuwe centrumgebied definieert. En waar het landschap van de IJssel voelbaar en bereikbaar is. Een innovatiedistrict en creatieve broedplaats waarmee Regio Zwolle zich landelijk positioneert. Een woon-werk- en leeromgeving gericht op de toekomst. ONTWIKKELKADER Spoorzone Zwolle
10
JUNI 2020
9
11
Hoofdstuk 1 · ONTWIKKELKADER VOOR DE SPOORZONE
10
2.2 Verankerd in het verleden Bodem en water De basis van de nieuwe identiteit van de Spoorzone ligt in het verleden van het gebied en de vele lagen die de tijd heeft toegevoegd. Dat verhaal begint bij de bodemopbouw. De Spoorzone ligt in een complex gebied van iets verhoogde dekzandruggen in de natte veen- en kleigronden van het stroomgebied van de IJssel en het Zwarte Water. Veel van die verschillen zijn tegen het einde van de vorige eeuw letterlijk uitgevlakt. Maar nog steeds zijn er in de Spoorzone duidelijke gradiënten te vinden tussen hoog en laag, droog en nat, zand en veen. Die bodemkundige verschillen waren tot in de twintigste eeuw de basis voor het grondgebruik. Het gebied ten zuiden van de Westerlaan heette tot ver in de 19de eeuw bijvoorbeeld nog “Landen achter de Hoven”. Vanwege de lage ligging bevonden zich hier uitsluitend weilanden. De stad Zwolle had er veel bezit, maar ook diverse Zwolse burgers en boeren bezaten hier percelen grond. Langs de oude landwegen en in de omgeving van de Luurderschans (bij de Assendorperlure) intensiveerde de bebouwing. Buurtjes met kleine boerderijen en landarbeiderswoningen bepaalden hier samen met de weilanden en akkers tot in de jaren tachtig het beeld. Van een heel andere orde is de Willemsvaart gebouw die in het begin van de negentiende eeuw werd gegraven om de stad met de IJssel te verbinden.
Tussen singel en sluis ontstond een levendig woon- werkgebied dat deels nog intact is. Tuinbouw identiteit Langs de Assendorperlure, die zich in het westelijke deel van de huidige Spoorzone bevond, waren in de 19e en de 20e eeuw vooral kleine tuinbouwbedrijfjes gevestigd. In totaal was er 7 hectare tuinbouwgrond in gebruik. In de tweede helft van de 20e eeuw
ontwikkelde de tuinbouw zich van opengrondteelt naar bloementeelt onder glas. Ook werd een tuincentrum voor de verkoop van allerhande agrarische producten geopend. Rond de eeuwwisseling is Hanzeland ontwikkeld en werd het agrarische verleden van het gebied volledig uitgewist. Industrieel DNA Naast een kwekerijverleden kent de Spoorzone direct langs het Zacht en landschappelijk: het tuinbouw verleden van de spoorzone spoor een rijk industrieel verleden dat nog steeds goed beleefbaar is. De enorme Wärtsilä-hal, de werkplaatsen, de Hoge spoorbrug en een aantal individuele panden langs de Willemsvaart en de Westerlaan laten zien dat stoerheid diep verankerd zit in het DNA van de Spoorzone. Hanzeland anno 1950: Assendorperlure Ontwerpuitgangspunten Juist in een gebied waar de connectie met het verleden relatief zwak is koesteren we de elementen die helpen om die verbinding te versterken. Dat leidt tot de volgende uitgangspunten: • Reageer op de nog aanwezige verschillen in bodem- en 30 waterhuishouding. • Behoud elementen en materialen die verwijzen naar het Stoer en stevig: het industrieel DNA rondom de werkplaatsen van NS Perron038 historische luchtfoto verleden en geef ze een tweede leven. • Gebruik de historie als industrie-, landbouw- en kwekerijgebied als inspiratiebron voor de inrichting van de openbare ruimte. • Koester de bestaande bomen.
Volwassen bomen zijn bepalend voor de beleving van een ‘volwassen’ openbare ruimte en een gevoel van historische continuïteit. Geef ze de ruimte en voorkom dat we weer vijftig jaar moeten wachten tot nieuwe bomen groot zijn geworden.
De link met de IJssel: de Willemsvaart als verbinding tussen singel en sluis
11 Wartsilahallen
2. Levensader voor nieuwe stedelijkheid 2.1 Functie In de stedenbouwkundige visie wordt het Spoorzonegebied zuidzijde bezien als assenkruis met twee ruimtelijke dragers: Engelenpad en Koggepark. Hieruit ontstaan kwadranten met deelgebieden die ieder op een eigen manier worden ontsloten, zo min mogelijk doorkruist door autoverkeer. De functie van het Engelenpad is om in de gebiedsontwikkeling waarde en kwaliteit toe te voegen aan de deelgebieden. Het Engelenpad versterkt de Noord-Zuid-verbinding als een aantrekkelijke wandel- en deels fietsroute door het gebied dat in de nabije toekomst wordt ontwikkeld. Het verbindt afzonderlijke stadsdelen en plekken met elkaar en zorgt voor samenhang. Langs, aan en over het pad speelt het stedelijk leven zich af. Er is reuring, beleving, ontmoeting en ontdekking. Onderweg worden belangrijke knooppunten aangedaan, zoals het station, District Z en de Werkplaatsen, het Hanzeplein en de Windesheim Campus. De gebouwen en functies aan de route ‘maken’ het Engelenpad. Het stedelijk leven vindt plaats tot aan de Campus. Verstilling en ontspanning zoeken de stedelingen in het Engelse Werk en aan de IJssel. Daar moeten we Engelse Werk en de IJsselzone dus ook voor behouden. Als onderlegger voor de gebiedsontwikkeling groeit het Engelenpad en ontwikkelt zich in de loop der tijd. Daar waar kansen zich voordoen, worden ze gepakt.
Niet altijd hoeft het stippellijntje op de kaart te worden gevolgd en na verloop van tijd kan het pad uitwaaieren naar andere delen in de Spoorzone. Sturen en ontwikkelen vanuit enthousiasme, creativiteit én draagvlak is het uitgangspunt. Dat is de meerwaarde van het Engelenpad voor de gebiedsontwikkeling: de kloppende levensader worden voor nieuwe stedelijkheid. Verbindingen tussen binnenstad en IJsselvallei van betekenis op stadsniveau bron: visie Engelenpad (Zwolle 2023). Vl.nr. De Willemsvaart (blauw), het Engelenpad (geel bolletjes) en de Schellerallee (geel)
12
2.3 Verbonden met het landschap De Spoorzone vormt de stapsteen tussen de binnenstad en het landschap van de IJsselvallei. Die verbinding met ‘buiten’ vindt op verschillende schaalniveaus plaats en komt tot uiting in de stedenbouwkundige opzet van het gebied en de inrichting van de openbare ruimte.
• •
• Stadsschaal: Willemsvaart en Engelenpad De Spoorzone is op de schaal van de stad op twee manieren verknoopt met de binnenstad en de IJsselvallei. De eerste verbinding • vormt de groen-blauwe scheg langs de Willemsvaart. Sinds 1819 vormt de vaart de verbinding tussen stad en rivier en de ruggegraat van een robuust ecologisch, recreatief en cultuurhistorisch netwerk van verbindingen. Het Willemskwartier en de Willemsvaart vormen binnen dat netwerk een cruciale schakel. De tweede verbinding tussen binnenstad en IJsselvallei die op stadsschaal betekenis heeft is het Engelenpad. In tegenstelling tot de rust en ruimte langs de Willemsvaart is het Engelenpad juist het condensatiepunt voor reuring; een intensieve programmering, veel sferen en contrastrijke belevenissen. Juist daarin zijn beide routes complementair.
Streef naar robuustheid en samenhang en voorkom fragmentatie en versnippering. Geef bij de programmering van de gebouwen en openbare ruimte met publiek programma prioriteit aan het ‘laden’ van de verbindende structuren van de Willemsvaart en het Engelenpad. Til de binnenstad het spoor over. Geef het Stationscarré vorm als onderdeel van de binnenstad: gedetailleerd en gecultiveerder dan de rest van de Spoorzone. Til het landschap de IJsselallee over. Sluit qua type en soort beplanting aan op de vegetatie zuidelijk van de IJsselallee zodat de Spoorzone onderdeel wordt van een groter ecologisch netwerk met verschillende gradiënten tussen de natte natuur langs de IJssel en de drogere natuur die zich meer binnenstedelijk kan ontwikkelen.
2.4 Het innovatiedistrict van de regio
De Spoorzone is het bruisende hart van Regio Zwolle en behoort tot de top vijf innovatiedistricten van Nederland. Bijzondere innovaties ontstaan hier en aanstormende talenten komen hier tot bloei. De Spoorzone is uitgegroeid tot een nieuw stuk stad in het hart van Regio Zwolle. Dankzij de unieke plek, direct aan Gebiedsniveau: meekleuren met de omgeving het tweede spoorwegknooppunt van Nederland is de Spoorzone De verbinding met zowel de binnenstad als het landschap beperkt de poort naar de regio en hét kloppende, bruisende economizich niet tot de grotere structuren maar vormt ook een inspirasche, creatieve en kennishart van Regio Zwolle en inmiddels ver tiebron voor de aanliggende ontwikkelgebieden. Op die manier daarbuiten. Vanuit deze strategische en centrale plek wordt de voorkomen we versnippering en bouwen we aan een (beperkt) gehele regio (en Nederland) gevoed met kennis en kunde door palet van robuuste gebiedsidentiteiten. samenwerking met de beste kennis- en onderzoeksinstellingen. Inspiratie is hier tastbaar en voelbaar. Hier wordt samen gewerkt Ontwerpuitgangspunten aan toonaangevende projecten en ontwikkelingen met maat• Geef de verbindende groen-blauwe verbindende structuren schappelijke impact.
de ruimte zodat ze ook daadwerkelijk kunnen functioneren (bron: Ontwikkelplan Spoorzone Zwolle naar een Innovatiedistrict voor en van ecologische en stedenbouwkundige betekenis zijn. Regio Zwolle, maart 2021) 13
De sfeer, inrichting en mogelijkheden van de openbare ruimte bepalen mede het succes van de Spoorzone als innovatiedistrict en stedelijke hotspot. De rauwheid van het gebied straalt ‘mogelijkheden’ uit, kansen om te experimenteren, te beleven en te ontmoeten; essentiële ingrediënten van innovatie. De inrichting van de openbare ruimte moet passen bij het nieuwe karakter van dat innovatiedistrict, waarin cultuur, ondernemerschap en experiment centraal staan. Het moet ook aansluiten bij de mensen die in het gebied gaan wonen; die met een stedelijke leefstijl, gericht op ontmoeting en cultuur en met oog voor ecologie en duurzaamheid. Ontwerpuitgangspunten • Koester de rauwheid en robuustheid van het gebied. Maak er geen aangeharkte tuin van maar realiseer een openbare ruimte waar letterlijk en figuurlijk ruimte is voor groei. • De spoorzone is nooit af. Maak dat zichtbaar in de openbare ruimte en zorg dat zaken eenvoudig kunnen worden aangepast naar nieuwe wensen en ideeën. • De openbare ruimte is de toonzaal van het innovatiedistrict. De makers, het onderwijs, bewoners en gebruikers krijgen daarbij letterlijk en figuurlijk de ruimte. • Placemaking en participatie van de (toekomstige) gebruikers maakt vanaf het begin een essentieel onderdeel uit van elke gebiedsontwikkeling.
2.5 Negen sferen in de Spoorzone Binnen de overkoepelende identiteit van de openbare ruimte van de Spoorzone worden er bewust verschillen ingebouwd. Juist daardoor zijn doorgaande structuren ook als dusdanig herkenbaar en wordt recht gedaan aan de verschillen die er in de stedenbouwkundige opzet van het gebied zijn aangebracht. Tegelijkertijd wordt er bewust ingezet op een beperkt palet aan sferen om versnippering te voorkomen en te zorgen dat er ook echt robuuste ecologische en ruimtelijke structuren kunnen ontstaan. 1. Spoorpark, Lurelui, Werkplaatsen, noordrand District Z Het begrip ‘Spoorpark’ uit het Ontwikkelkader staat voor een sfeer die alle ontwikkelgebieden direct langs het spoor bepaald. Robuust, stoer, eigenwijs, groen en dynamisch. De sfeer wordt gedragen door de combinatie tussen het industrieel DNA van de Spoorzone en het concept van ‘urban rewilding’: een buitenruimte waar natuurlijke processen weer een plek krijgen. De ruimtelijke identiteit van het Spoorpark ligt daarom niet op voorhand vast maar wordt juist gekenmerkt door verandering en dynamiek. Naast de zones aan de zuidzijde van het Spoor kunnen conform het Ontwikkelkader en de Omgevingsvisie ook delen aan de noordzijde van het spoor ‘meekleuren’ met het Spoorpark zoals de zone langs de Deventerstraat.
Deze verdere verknoping met de omgeving als lange termijnontwikkeling zal echter pas vorm krijgen na gesprekken met stakeholders zoals grondeigenaren en bewoners en is daarom geen onderdeel van de uitwerking van deze visie en het toetsingskader voor de Spoorzone. 2. Willemsvaart De Willemsvaart vormt een historische structuurdager van formaat tussen singel en sluis met als toekomstdroom een open verbinding met de IJssel. De lineaire openbare ruimte krijgt door het afwaarderen van de Nieuwe Veerallee een meer menselijke maat. Dat biedt kansen om een lommerrijk, groene parkachtige wereld te realiseren met een grotere interactie tussen water, oevers en nieuwe bebouwing. De rijke historie van het kanaal wordt weer zichtbaar en het gebied kleurt mee met de Singelzone.
3. Koggepark Het Koggepark kan het beste getypeerd worden als een kralensnoer. Het snoer bestaat daarbij uit de doorgaande fietsen wandelroute van west-naar oost. De kralen bestaan uit de sfeergebieden waar het snoer door heen gaat en de bijzondere plekken die het park kent. Het sfeer van het Koggepark verschiet langs de route dan ook steeds van kleur. Het kent een afwisseling van luwere delen en hoogdynamische plekken zoals de omgeving van de Koggetunnel, het Hanzeplein, het Lübeckplein en de verknoping met de oude spoorbrug ter hoogte van Hanze-Oost. 4. Engelenpad De sfeer van het Engelenpad ontstaat door de mix van bijzondere plekken en belevingen die zich langs de route ontvouwen. De overgang van de klassieke (binnen)stad via het nieuwe urbane karakter van de Spoorzone richting het de rivier is voelbaar. Water (‘stromen en klateren’) is een terugkerend element en zorgt ervoor dat het Engelenpad inspireert, verbindt, verzacht en interacteert. 5. Stationscarré / Wester- en Oosterlaan / District Z / Hanzehoven Via de Passerelle en de stationstunnel steekt de sfeer van de binnenstad letterlijk het spoor over. Via twee pleinen en een route wordt het circuit gesloten en ontstaat er zowel een functionele als ruimtelijke samenhang tussen beide zijden van het spoor.
Vanuit dit carré zijn er vertakkingen langs de Hanzelaan en richting het Koggepark via het Lübeckplein waar de hoogstedelijke sfeer van het Stationscarré wordt doorgezet. In dit deelgebied liggen ook een aantal gesloten bouwblokken (de Hanzehoven) met daarin grote binnentuinen als groene oases in de luwte. 6. Hanzekwartier Het Hanzekwartier wordt omzoomt door water en heeft als ‘eiland’ een heel eigen identiteit. Het oude kwekerijverleden van de Spoorzone wordt hier weer voelbaar gemaakt door tussen, 14
op en in de gebouwen een tuinenrijk te realiseren in de vorm van een productief, eetbaar stadslandschap. Een ‘KASKO’ vormt een tweede beelddrager die de eigen identiteit onderstreept en zorgt voor een gelaagde overgang tussen gebouwen en openbare ruimte. 7. Willemskwartier en Hanze-Oost De ontwikkelgebieden Willemskwartier en Hanze-Oost hebben een stedenbouwkundige opzet van losse bouwblokken in een parkachtige setting. De sfeer van de openbare ruimte bestaat daardoor uit een meer gecultiveerde vorm van het Spoorpark. Met minder ruimte voor urban rewilding en meer regie op het eindbeeld. In het Willemskwartier wordt de sfeer van het Spoolderbos doorgezet. Bij Hanze-Oost worden de gradiënten tussen droog en nat als basis gebruikt voor een parkachtig binnengebied. 8. Hanzewonen De openbare ruimte binnen het deelgebied Hanzewonen heeft een klassiek beeld met smalle straten, stoepen en een eigen materialenpalet. Op dit moment zijn er geen grote wijzigingen in dit beeld voorzien en wordt dit onderdeel daarom in deze visie niet verder uitgewerkt. Op het moment dat de openbare ruimte wel op grote schaal aangepakt wordt vormen de overkoepelende thema’s uit deel II van deze visie het vertrekpunt. Ook dan ligt het voor de hand dit deelgebied gezien zijn afwijkende stedenbouwkundige opzet een eigen sfeer te geven ten opzichte van de omliggende gebieden. 9.
IJsselallee De IJsselallee vormt tot slot een autonome ruimtelijke structuur die niet zozeer in, maar naast de Spoorzone ligt. De sfeer wordt hier bepaald door de functie als regionale verkeersweg; afgesloten van zijn omgeving met volwassen houtwallen en bomenrijen. De Spoorzone presenteert zich in de tweede lijn met af en toe een verrassend zicht op een van de ‘Zwolse prominenten’, de brug van het Engelenpad en de nieuwe Willemsvaart.
Identiteit spoorzone: negen sferen als basis voor de ruimtelijke uitwerking van de openbare ruimte 15
16
2.6 Verbeelding In de visiekaart op pagina 15 zijn de sferen voor de openbare ruimte in abstractie vastgelegd. Dit vormt het formele toetsingskader voor de uitwerking. Omdat er voor de meeste gebieden ten tijde van het opstellen van de visie openbare ruimte (voorjaar 2024) al een meer gedetailleerde stedenbouwkundige uitwerking is gemaakt is de visiekaart een slag concreter uitgewerkt met de laatste stand van zaken van die stedenbouwkundige uitwerkingen. Daardoor ontstaat een beter beeld van de gewenste samenhang tussen al die deelgebieden en de relatie met routes en de grotere omgeving. Deze verbeelding is daarmee altijd een momentopname en heeft geen status. Versie kaart: maart 2024
ZIe voor een verdere toelichting van de negen sferen en de daarbij horende specifieke ontwerpopgaves deel III: hoofdstuk 10 t/m 19.
17
II: THEMA’S Zwolle koestert haar kwaliteiten en bouwt aan een klimaatadaptieve, gezonde en circulaire samenleving. Grote gebiedsontwikkelingen zoals de Spoorzone bieden kansen om forse stappen in te zetten in die ambitie. In de Omgevingsvisie en het Ontwikkelkader voor de Spoorzone zijn daar de grote lijnen voor uitgezet. In de visie openbare ruimte werken we dat uit in vijf thema’s, die we los van elkaar beschrijven, maar in samenhang beschouwen: 1. Bodem en ondergrond (bodemregeneratie, inpassing kabels en leidingen). 2. Klimaatadaptatie (regenwater, hittestress en droogte). 3. Biodiversiteit (doelsoorten, beplantingsvormen). 4. Gezondheid en welzijn (spelen en bewegen). 5. Ontmoeting en levendigheid (sociale veiligheid, inspiratie, zintuigen, placemaking). 6. Duurzaamheid en circulariteit (kwaliteit, investeringsniveau en typologie materiaalgebruik).
18
3. Overkoepelende ontwerpuitgangspunten In de Omgevingsvisie is de lat gelegd voor het Zwolle van morgen. Omdat de opgaves groot zijn, zijn onze ambities dat ook. In het Ontwikkelkader voor de Spoorzone is daarom ingezet op een openbare ruimte waarin duurzaamheid centraal staat.in de vorm van acht overkoepelende ontwerpuitgangspunten. In deel II worden deze verder uitgewerkt en waar nodig gespecificeerd. 1. Stimuleer natuurlijke processen Stimuleer het herstel van natuurlijke processen zoals de sponswerking van de bodem, herstel bodemleven, natuurlijke verkoeling, passieve energieconcepten op basis van oriëntatie, groen, luchtstroming etc. 2. Groen, tenzij… Kies voor groen, tenzij verharding nodig is om het gebied te laten functioneren. Kies inheemse beplanting met een verwijzing naar het landschap en beheer met oog voor de natuur. 3. Combineer en prioriteer Combineer groene functies waar dat kan en kies ook duidelijk waar dat niet kan. Maak bij de keuze een logische en vruchtbare samenhang met het (gebouwde) programma en de gebruikers in het gebied. 4. Zorg voor al het leven Ontwerp ten voordele van de natuur en doe niet alleen het minimale. Vat de zorgplicht ruim op, door niet alleen te compenseren voor verlies aan habitat of biodiversiteit, maar door toe te voegen en te verbeteren.
5. Koester het water Bouw aan een watercascade; houd water zoveel en zo lang mogelijk vast en onderzoek opslag en hergebruik van regenwater in het gebied. Zet (zichtbare) innovatieve klimaatadaptatie in als een identiteitsbepalend thema in de Spoorzone.
Stimuleer
Groen
natuurlijke processen
tenzij...
6. Industrieel verleden als inspiratie voor de toekomst Maak gebruik van het industriële verleden van het gebied. Laat het experiment in de openbare ruimte toe en regel niet alles dicht. Zet (landschaps)kunst in om de identiteit van het gebied verder vorm te geven. 7. Stimuleer ontmoeting en interactie De openbare ruimte is de plek waar we elkaar ontmoeten. Niet alleen mensen uit onze eigen ‘bubbel’ maar ook personen met een andere levensstijl, leeftijd en gender. Maak een openbare ruimte waar iedereen zich er welkom voelt en die basis legt voor ontmoeting en interactie. 8. Duurzaam materiaalgebruik Kijk met een circulaire blik naar de inrichting van de openbare ruimte. Hanteer circulaire basisprincipes om te bepalen óf en welke materialen je kiest. Weeg levensduur, herbruikbaarheid en CO2-impact mee bij de keuze. We realiseren ons daarmee dat we veel vragen. We weten ook dat niet alles altijd en overal kan en er dus op projectnivaeu soms gekozen zal moeten worden wat op welke plek prioriteit krijgt. Die prioritering leggen we bewust niet op voorhand vast om ons niet op slot te zetten. We willen in kunnen spelen op de kansen en problemen die pas duidelijk worden in het ontwerpproces zelf. Daarom is het gesprek zo belangrijk. Samen met partners kan het beste bepaald worden hoe de balans tussen al die ambities het beste uitpakt. 19
Combineer
Zorg voor
en prioriteer
alle leven
Koester het water
Het verleden als inspiratie
Onmoeting en interactie
Duurzaam materiaalgebruik
4. Bodemleven en bodemgebruik De ondergrond speelt in Zwolle een belangrijke rol bij vraagstukken over duurzame ontwikkeling van de stad. De ondergrond biedt duurzame bronnen voor energiewinning, is de bron voor drinkwaterwinning en biedt ruimte voor ondergrondse infrastructuur. Maar de ondergrond is tegelijkertijd de basis voor natuurontwikkeling en heeft een belangrijke rol in het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering.
4.1 Bodemopbouw De spoorzone kent van oudsher een afwisselende bodemopbouw met een doorlopende dekzandrug (grofweg haaks op de Willemsvaart ter hoogte van de Koggetunnel) met ten zuiden en ten noorden daarvan klei-veenbodems. Toponiemen zoals Schellerbroek en Zandwetering verwijzen nog naar de afwisseling tussen iets hoger en lager gelegen delen en de noodzaak om vooral het gebied ten zuiden van de dekzandrug te ontwateren. Met de aanleg van het spoor, het station en de werkplaatsen werd een deel van de Spoorzone al vroeg opgehoogd waardoor de natuurlijke bodemverschillen deels zijn uitgevlakt. Dit proces werd in de jaren negentig voltooid toen de IJsselallee werd aangelegd als verhoogd grondlichaam en vervolgens ook het lager gelegen gebied tussen spoor en IJsselallee werd opgehoogd ten behoeve van de bouw van het kantoren- en woongebied Hanzeland. Binnen de Spoorzone is daardoor nauwelijks meer sprake van een herkenbaar en gedifferentieerde bodemopbouw. Alleen op lokaal niveau zijn er nog hier en daar sporen terug te vinden van de oorspronkelijke overgangen tussen zand en veen, hoog en laag, droog en nat, zoals bijvoorbeeld in het ontwikkelgebied Hanze-Oost.
4.2 Grondwater Het grondwater is een belangrijk onderdeel van het ondergrondsysteem. Zo is het grondwater de belangrijkste bron voor drinkwaterwinning, kan het gebruikt worden voor bodemenergie en is de hoeveelheid en kwaliteit van het grondwater medebepalend voor de kwaliteit van ‘groen’ zoals parken en natuur. Over het algemeen stroomt het grondwater in de omgeving van Zwolle in noordwestelijke richting. Plaatselijk kunnen er echter verschillen ontstaan. Zo heeft bijvoorbeeld de drinkwaterwinning bij het Engelse Werk een grote invloed op de grondwaterstroming in de bovenste bodemlagen.
4.3 Groen tenzij Om te komen tot een duurzame openbare ruimte met ruimte voor natuurontwikkeling is het principe ‘groen tenzij’ essentieel. In de huidige situatie is een groot deel van de spoorzone verhard waardoor natuurlijke processen nauwelijks een plek hebben. In alle openbare ruimte plannen wordt daarom gestreefd naar een zo maximaal mogelijke open bodem met ruimte voor waterinfiltratie en een zelfregenererend bodemleven. In het Spoorpark en omgeving gaan we een stapje verder en vormen de principes van ‘urban rewilding’ het vertrekpunt voor de inrichting van de openbare ruimte (zie hoofdstuk 10).
bij de vorming van mineralen, de samenhang van bodemdeeltjes, de bodemstructuur en daarmee de weerbaarheid van vegetatie tegen ziektes. We gaan in de Spoorzone uit van de huidige bodemopbouw en proberen die op natuurlijke wijze te regenereren. Als voor die regeneratie een ‘kickstart’ nodig is dan wordt gebruik gemaakt van circulaire en natuurlijke manieren van bodemverrijking zoals Bokashi (gefermenteerde compostering) en niet van milieubelastende producten zoals turf(rijke) grond. Om tot die goede bodemkwaliteit en een gezonde groeiplaats te komen wordt voor de aanleg van groeiplaatsen van bomen het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen als richtlijn gebruikt. Zie verder ook de technische eisen op dit punt in het SNOER.
4.4 Onderaan beginnen: bodemleven en groeiplaatsen Een divers bodemleven is een voorwaarde voor een goede bodemkwaliteit en watervasthoudend vermogen. De kwaliteit van de bodem bepaalt het leven bovengronds, is de basis voor gezonde beplanting en alles wat daarmee samenhangt. Voor iedere bodemsoort is dat weer anders. Het bodemleven is onmisbaar
20
De basis voor een duurzame en klimaatbestendige buitenruimte binnen de Spoorzone is het weer activeren en regenereren van het natuurlijke systeem van bodemleven.
Bestaande en nieuwe bomen zijn het grootste kapitaal van de openbare ruimte binnen de Spoorzone. Het realiseren en behouden van een duurzame standplaats is daarom het uitgangspunt voor alle werkzaamheden in de ondergrond rondom bomen. De principes om hun standplaats tijdens werkzaamheden te beschermen zijn niet ingewikkeld maar worden nog te vaak genegeerd. De ‘bomenposter’ geeft de randvoorwaarden duidelijk weer.
4.5 Ondergrondse infrastructuur In de Spoorzone liggen al een heleboel kabels en leidingen; data, gas, elektra, water, riolering en warmtenet. Naast K&L die bedoeld zijn om het gebied te laten functioneren, is de Spoorzone ook doorgangsgebied voor een aantal zwaardere kabels, zoals de 110KV-kabel die van west naar oost door het gebied loopt. Bij de ontwikkeling van de Spoorzone tot stedelijk woongebied en innovatiedistrict, is het nodig om kabels en leidingen bij te leggen. Vanuit de doelstelling en noodzaak om het gebied energieneutraal te maken, is bovendien gekozen voor de aanleg van een open WKO-net, waarop diverse bronnen moeten kunnen aansluiten. Als op traditionele wijze de kabels en leidingen naast elkaar in de grond worden gelegd, heeft dit een forse impact op de mogelijkheden bovengronds. Met name bomen hebben met hun wortelstelsel een negatieve invloed op de aanleg en bereikbaarheid van kabels en leidingen. De eerste reflex is daarom de groeiplekken van bomen in te perken. De ambitie en noodzaak voor het realiseren van een robuuste groenstructuur, vanuit klimaatadaptatie, bevorderen van de biodiversiteit en het welbevinden van mensen, noopt echter tot een zo beperkt mogelijk ruimtebeslag voor ondergrondse infrastructuur.
Uitgangspunt is dan ook dat kabels en leidingen gebundeld worden en dat deze zich qua ligging en breedte aanpassen op de bestaande/gewenste boomstructuren en niet andersom. 21
Thema A: Bodemleven en bodemgebruik
Doelen
Ontwerpuitgangspunten •
Realiseer zoveel mogelijk open bodems met een groene invulling en ruimte voor waterinfiltratie. De spoorzone is ‘groen tenzij’. Bij de aanleg en het beheer van de openbare ruimte wordt het bodemleven hersteld en in stand gehouden .
•
Voor bodemverbetering worden duurzame en natuurvriendelijke toepassingen gebruikt.
Ingrepen in de ondergrond (zoals de aanleg van WKO-systemen verstoren de grondwaterstromen niet. Verhardingen worden tot een minimum beperkt.
•
Water van verhardingen wordt lokaal geinfiltreerd of hergebruikt. Waar nodig wordt het organisch stofgehalte van bodems vergroot.
•
Bij de beplantingskeuze en de wijze van toepassing wordt rekening gehouden met de positieve invloed ervan op de sponswerking van de bodem.
•
Ingrepen in de ondergrond verstoren de waterwinning in het gebied van VItens niet.
•
Veronreinigd grondwater wordt waar mogelijk (deels) op een natuurlijke wijze in het gebied gezuiverd met b.v. een helofytenfilter.
•
Lokale bodemverontreiniging wordt zo mogelijk op natuurlijke wijze verwijderd (fytoremediatie).
•
Ondergrondse infrastructuur wordt maximaal gebundeld. De ruimte voor wortelpakketten van bestaande en toekomstige boomstructuren bepaald de ligging van K&L-stroken. K&L volgen de bomen, niet andersom.
•
Nutsvoorzieningen (trafo’s e.d.) worden niet binnen de groeiruimte van boomwortels geplaatst.
A1: goed bodemleven •
•
A2 : sponswerking bodem versterken •
A3: Een schone bodem
A4: Ruimte voor groeiplaatsen bomen en planten
•
•
22
Groene bodemsanering Vervuiling hoeft niet in alle gevallen door het afgraven van het terrein te worden aangepakt. Bij fytoremediatie gaat het om de inzet van planten om de bodem te zuiveren van giftige stoffen. Het kan gaan om olieresten die zijn gelekt uit oude olietanks bij particulieren, maar ook om koper, nikkel, zink en PAK’S die op voormalige industrieterreinen de grond vervuilen. Al langer was bekend dat boomsoorten als wilgen en populieren vervuiling als het ware ‘opeten’. Niet de bomen zélf, maar de bacteriën die rond de wortels en ín de bomen leven. Uit onderzoek kwam naar voren dat de olieresten volledig worden afgebroken en niet achterblijven in de bomen. Inmiddels is bekend dat planten als varens, vlas, hennep en zonnebloemen voor hun groei behoefte hebben aan metalen als zink, nikkel en koper. Deze planten worden dan ook regelmatig ingezet om de bodembalans te herstellen. De specifieke wisselwerking tussen planten en micro-organismen zoals bacteriën en schimmels verwijderen in symbiose vervuilende stoffen en verbeteren de kwaliteit van hun omgeving. Planten kunnen verontreinigingen vastleggen in de wortels, stengels en bladeren. In sommige gevallen worden verontreinigde delen van de planten geoogst, weggehaald en vernietigd. Planten kunnen bacteriën in de wortels aantrekken waardoor giftige stoffen in de bodem worden verminderd of vastgezet.
Ook zijn er soorten die schadelijke stoffen in de lucht kunnen omzetten naar minder schadelijke gassen die ze vervolgens geleidelijk afgeven. Verder zijn er planten die schadelijke stoffen vastzetten op hun wortels en die vervolgens worden afgebroken door bacteriën. Bijzonder is ook dat bepaalde planten verontreinigd grondwater omhoogtrekken waardoor het niet dieper de aarde in sijpelt. Ten opzichte van traditionele technieken heeft fytoremediatie heel wat voordelen. Aangezien planten de hoofdrol spelen, werkt fytoremediatie grotendeels op zonne-energie. Het heeft verder een minimale onderhoudskost en is bovendien duurzaam omdat de sanering ter plaatse gebeurt en er geen transport vereist is. Dit alles zorgt ervoor dat fytoremediatie een kleine ecologische voetafdruk heeft en bovendien goedkoper is dan de conventionele saneringstechnieken. In vergelijking met conventionele saneringstechnieken heeft de technologie een aanzienlijk positief effect op de biodiversiteit (op het land en in het water). Het extra groen heeft een positief effect op de kwaliteit van de leefomgeving.
intermezzo 23
5. Klimaatadaptatie Omringd door het water van IJssel, Vecht en de Sallandse Weteringen is Zwolle een deltastad. Het bracht de stad voorspoed, maar het maakt ons ook kwetsbaar. Door de snelheid van klimaatverandering met extreme regenval, droogte en hitte zijn nieuwe maatregelen nodig om onze bloeiende en veilige leefomgeving te behouden. Klimaatadaptatie is daarbij tegelijk een unieke kans om als stad te innoveren en samen te werken aan de toekomst op elk schaalniveau: van delta tot dakgoot.
5.1 Regenwater In Zwolle komt het water van vijf kanten: uit de lucht, via het grondwater in de bodem, vanuit de IJssel, Vecht en de Sallandse Weteringen. Die combinatie maakt de stad kwetsbaar. Dit wordt versterkt door klimaatverandering met intensievere en meer zomerse hoosbuien en langere regenperioden in de winter. Het opvangen, vasthouden en afvoeren van regenwater in gebiedsontwikkelingen is gebaseerd op onderstaande drie opbouwende principes: 1. Realiseren van voldoende ‘sponswerking’ door water op wijkniveau te benutten, vast te houden of te vertragen. 2. Realiseren van een groenblauwe structuur waar waterafvoer en berging plaatsvindt en waarmee de kans op hittestress afneemt. 3. Realiseren van noodventielen voor de groenblauwe structuur en overloopgebieden waar water tijdelijk heen kan in extreme situaties. Door deze gebieden aan te wijzen verkleinen we de kans op schade tijdens extreme weersituaties. De basis: voldoende berging Verminderen van de kans op wateroverlast begint met het realiseren van voldoende berging en infiltratie van regenwater. Uiteraard op en in gebouwen maar ook in de openbare ruimte.
De eisen hiervoor zijn vastgelegd in de Hemelwaterverordening (2023) en de eisenset van het SNOER. Vergroten oppervlaktewater (waar het kan) Om water zoveel mogelijk vast te houden in het gebied wordt waar mogelijk de hoeveelheid oppervlaktewater vergroot. Kansen daarvoor zijn onder meer het vervangen van kades door flauwere oevers, het verbreden van de randsloot langs de IJsselallee in het Willemskwartier, wateropvangplekken in het Spoorpark en een bredere waterrand rondom Hanze-oost. Realiseer de nog ontbrekende schakels in het watersysteem Om de weerbaarheid van het Zwolse watersysteem te versterken en de waterkwaliteit in de Spoorzone te verbeteren moeten watergangen onderling worden verbonden en zijn waterverbindingen met de omgeving belangrijk. Te realiseren schakels zijn: • De verbinding van Hanze Oost met de watersingel in de Spoorzone via het Koggepark. • De verbinding tussen de Willemsvaart en de Hanzesingel. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van een bestaande duiker (Ø 1000 mm) onder het spoor. Om deze duiker geschikt te maken voor hemelwaterafvoer moet vuilwaterafvoer vanaf de omgeving werkplaatsen NS ontkoppeld worden van deze duiker. • Doorkoppeling van de Hanzesingels.
De watercirculatie en bergingscapaciteit binnen de Spoorzone is gebaat bij het doorkoppelen van de Hanzesingels met een extra verbinding langs het Univé-kantoor en de Hanzeallee richting het waterplein in het Koggepark. Dit onderdeel vraagt echter eerst een technische en ruimtelijke verkenning om te bepalen of dit kan en voldoende kwaliteit oplevert.
24
Nieuwe waterverbindingen worden in principe als open water uitgevoerd en gecombineerd met oeverzones zodat ook het ecologische netwerk een impuls krijgt. Combinaties met kademuren zijn mogelijk op die plekken waar geen ruimte is. In die gevallen worden de wanden natuurinclusief uitgevoerd zodat ze kansen bieden voor de ontwikkeling van vegetatie en schuilen nestelgelegenheid voor insecten, vlinders en vogels. Maak het systeem zichtbaar In de Spoorzone experimenteren we met zichtbare innovatieve maatregelen voor het vasthouden van regenwater of het realiseren van noodventielen. Een van de gerealiseerde kleinschalige experimenten is de kolk op het Stationsplein. Naast een feitelijke bijdrage helpen dergelijke herkenbare ontwerpoplossingen bij het zichtbaar maken van het belang van aandacht voor opvang van regenwater. Andere oplossingen die in de Spoorzone kunnen worden toegepast zijn de introductie van wadi-systemen en ‘waterpleinen’, openbare ruimtes die net als bijvoorbeeld parkeergarages bij piekbuien gebruikt kunnen worden om Substantiële hoeveelheden regenwater te bufferen. Bescherming drinkwatervoorziening Engelse werk Om de drinkwatervoorziening in het Engelse Werk te beschermen vindt in de Spoorzone onttrekking van verontreinigd grondwater plaats. Onderdeel van dit systeem is het bestaande helofytenfilter in Lurelui Oost en een infiltratiesloot.
Bij herontwikkeling van dit deelgebied moet dit systeem worden uitgebreid. Met een goede situering en vormgeving kan het helofytenfilter tevens een aantrekkelijke en beleefbare verblijfsplek zijn en onderdeel van looproutes door de Spoorzone.
KLIMAATADAPTATIE De grote invloed van de mens op klimaatverandering is inmiddels bekend. In het Willemskwartier is rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. Door groene daken en gevels kan water langer worden vastgehouden en hittestress worden verminderd. Het Willemskwartier biedt ruimte aan intensieve neerslagsbuien en de gepaarde waterdruk. Zet beplanting in de volle grond
5.2 Droogte Klimaatverandering leidt tot langere periodes van droogte. Op die momenten is er weinig tot geen aanvoer van water via Vecht en de Sallandse Weteringen. Het water in Zwolle wordt dan nauwelijks ververst met gevolgen voor de waterkwaliteit. Blauwalg komt de laatste jaren steeds meer voor in de Zwolse watergangen en plassen. Een lage waterstand betekent ook daling van het grondwaterpeil. Ondanks dat de natuur veerkrachtig is moeten we daarom zoveel mogelijk water vasthouden in de stad, ook in de Spoorzone. Vergroot de sponswerking van de bodem Verminderen van droogteschade begint met het vergroten van de sponswerking van het gebied. Hierbij gaat het zowel om bufferen van regenwater in het gebied als vertragen van de afvoer. Dit kan onder andere door een groene inrichting, toepassen van open verharding en bergingsmogelijkheden voor regenwater. Ook het stimuleren van goed bodemleven en bio-regeneratie van het watervasthoudend vermogen van de bodem is een belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking (zie hoofdstuk 4).