1. Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Tekst van het document
4.4
Globale planning haalbaarheidsfase Voor het doorlopen van het proces om te komen tot een haalbaar plan voor de ontwikkeling en exploitatie van een groengasinstallatie, zijn de belangrijkste activiteiten in onderstaande planning opgenomen. Deze planning kijkt deels terug (periode januari ’25 tot heden) en deels vooruit (heden tot afronding ROP en doorlopen aanbestedingsprocedure). De planning is indicatief – er kunnen geen rechten aan ontleend worden – en wordt gedurende het proces geactualiseerd. 2025 J 1.
F
2026 M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
J
F
M
A
M
J
Verkenningsfase
1.1.
College
en
raadsbesluit
over scope project (uitgangspunten) 2.
Haalbaarheidsfase
2.1.
Startnotitie
2.2.
Collegebesluit Startnotitie
2.3.
Uitwerken
aanbestedingsstrategie 2.4.
Marktconsultatie
2.5.
Vastleggen
uitkomsten
marktconsultatie 2.6.
Doorlopen aanbesteding
2.7.
Opstellen ROP
3.
RO-fase - procedure
3.1.
Uitwerken
definitief
Ntb
ontwerp
Pagina 24
J
A
S
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
2025 J
F
2026 M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
J
F
M
A
M
J
3.2.
Opstellen Plan MER
Ntb
3.3.
Opstellen Project MER
Ntb
3.4.
Omgevingsplan vaststellen
Ntb
DEEL 2: Uitwerking uitgangspunten 5
Vastgestelde uitgangspunten Dit tweede deel van de startnotie bevat een uitwerking van de uitgangspunten die we voor de haalbaarheidsfase, ontwikkelfase en exploitatiefase van de groengasinstallatie hanteren. Deze uitgangspunten zijn op 6 mei 2025 door de gemeenteraad vastgesteld, waarbij de raad per amendement twee uitgangspunten (tijdelijkheid en toekomstbestendigheid) heeft toegevoegd. De geformuleerde uitgangspunten geven richting aan de gewenste ontwikkeling. Uit de uitgangspunten volgen voorwaarden die we stellen aan de toekomstige concessiehouder. De beschrijving van elk uitgangspunt wordt afgesloten met de wijze waarop hier verder vorm aan gegeven wordt. De voorgenomen voorwaarden toetsen we via een uit te voeren marktconsultatie en is daarmee onderdeel van de haalbaarheidsfase.
5.1
Productievolume Uitgangspunt 1: Grootschalige groengasproductie (potentie voor productie van 20 – 30 miljoen m3 groen gas). Realisatie van een grootschalige groengasinstallatie is een effectieve manier om te voorzien in lokale productie van groen gas. Het volume is groot genoeg om te komen tot de gewenste lokale energiemix en voldoende om beoogde afnemers van groen gas te voorzien als alternatief voor aardgas of elektrificatie. Door grootschalige productie kan een bijdrage worden geleverd aan de klimaatdoelstellingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Grootschalig versus boerderijschaal Voor de productie van biogas en groen gas zijn verschillende schaalniveaus mogelijk (zie onderstaande figuur).
Pagina 25
J
A
S
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Schaalniveaus groen gas opwek
De argumenten voor een grootschalige groengasinstallatie zijn: - Groter productievolume van groen gas - Volume is groot genoeg om effectief in te zetten voor gewenste energiemix - Grotere bijdrage aan CO₂ reductie dan kleinschalig - Flexibiliteit in herkomst van mest, gezien de aanvoer met vrachtwagens - Kansen voor productie van bio grondstoffen door aanvullende installaties - Kosteneffectieve inzet van installaties die overlast beperken, zoals geurfilters - Invoeding in hogedruk gasnet mogelijk Het initiatief van de Provincie en BEON om op zoek te gaan naar locaties voor de productie van groen gas heeft zich nadrukkelijk gericht op het vinden van locaties waar grootschalige vergisters gerealiseerd kunnen worden, als aanvulling op kleinschalige initiatieven in de provincie. Uitgangspunt concessie: De beoogde leveringscapaciteit van de te ontwikkelen groengasinstallatie is tenminste 20.000.000 m3 groen gas per jaar en ten hoogste 30.000.000 m3 groen gas per jaar. Een substantieel deel van het geproduceerde groen gas wordt ingevoed in het net, een deel kan ingezet worden voor andere toepassingen, zoals productie van bio-LNG.
5.2
Co-vergisting Uitgangspunt 2: Groengasproductie op basis van co-vergisting van mest en gecertificeerde reststromen. Co-vergisting van mest en andere biomassa levert een veel hoger volume aan groen gas op dan monomestvergisting. Monovergisting is een proces waarbij uitsluitend dierlijke mest wordt vergist om biogas te produceren. Monomestvergisting wordt vaak toegepast op kleinschalige veehouderijbedrijven als onderdeel van hun bedrijfsvoering. Bij covergisting worden naast mest ook andere biomassa stromen vergist, bijvoorbeeld afgekeurde partijen graan of reststoffen van het maalproces van rijst en granen. Minimaal 50% van de input moet bestaan uit dierlijke mest. In wetgeving is vastgelegd welke aanvullende grondstoffen wel of niet ingezet mogen worden. (Zie Bijlage Aa uitvoeringsregeling Meststoffenwet) Alleen gecertificeerde reststromen leveren GvO’s op. Pagina 26
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Het grootschalige (industriële) karakter biedt ruimte om te investeren in aanvullende technieken om vanuit de mest, naast groen gas ook andere producten te winnen. Naast de productie van groen gas, kunnen vanuit de installatie bio-grondstoffen geleverd worden die bijdragen aan een circulaire economie: Koppelkansen - Productie van RENURE Door toevoeging van een stikstofstripper aan de installatie, kunnen mineralen gewonnen worden uit de uitgegiste mest (digestaat). Deze mineralen worden als meststof ingezet en kunnen daarmee kunstmest vervangen. Dit leidt tot een vermindering van het verbruik van aardgas in Nederland omdat voor de productie van kunstmest heel veel aardgas wordt gebruikt. De Europese Commissie heeft aangegeven van plan te zijn om de toelating van RENURE als kunstmestvervanger in Nederland te versnellen, wat ertoe zal kunnen leiden dat er de komende jaren een groeiende behoefte zal zijn aan productielocaties. - Productie van Bio-LNG Door toevoeging van een Bio LNG installatie kan groen gas omgezet worden naar een transportbrandstof (Bio LNG). Dit kan ingezet worden om de benodigde transportbewegingen die nodig zijn voor het aan- en afvoeren van biomassa voor de vergister met duurzaam transport plaats te laten vinden. Dit voorkomt CO₂ uitstoot die plaats zou vinden als vrachtwagens op diesel ingezet zouden worden. -
Vloeibaar maken van CO₂ CO₂ die vrijkomt bij het opwaarderen van biogas naar groen gas kan vloeibaar gemaakt worden voor toepassing elders. Vooral de glastuinbouw en de levensmiddelenindustrie hebben een groeiende vraag naar vloeibaar CO₂. Voor de glastuinbouw vormt de aanvoer van vloeibaar CO₂ een alternatief van CO₂ die vrijkomt bij verbranding van aardgas in een WKK (warmtekrachtkoppeling), wanneer overgestapt wordt op geothermie als duurzame warmtebron.
Uitgangspunt concessie: Bij de aanbesteding gaan wij uit van het realiseren van een groengasinstallatie op basis van co-vergisting, waarbij mest en biomassa worden gebruikt volgens de Bijlage Aa uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Bij de marktconsultatie vragen wij marktpartijen of zij concrete mogelijkheden zien om de genoemde koppelkansen te realiseren. Dit vraagt om visie op de opgave en intensieve samenwerking met derden.
5.3
Aanbesteden van concessie Uitgangspunt 3: Gemeente Zwolle hanteert de systematiek van de aanbesteding van een concessie zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden aan de ‘input’ en ‘output’ van de groengasinstallatie. Met betrekking tot de rolneming van de gemeente in verband met de ontwikkeling van de groengasinstallatie zien wij een aantal opties. Deze opties gaan over het type overeenkomst dat wij nastreven:
Pagina 27
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
a) Grondverkoop(overeenkomst) – Een marktpartij koopt de grond van de gemeente en draagt zelf zorg voor ruimtelijke procedure, ontwikkeling, realisatie en exploitatie. Gemeente kan weinig eisen opleggen bij grondverkoop en heeft geen grip op productie en groen gas. b) Gemeente verstrekt concessieovereenkomst (erfpacht) – Een marktpartij wordt geselecteerd die de gronden in erfpacht afneemt van de gemeente. Deze vorm wordt ook wel een maatschappelijke tender genoemd, waarin naast de ruimtelijke en financiële eisen aan de groengasinstallatie ook aanvullende eisen worden gesteld aan de ontwikkeling van deze installatie. In de contractvorming kan op verschillende manieren gestuurd worden om zeggenschap te houden over de productie en afname van groen gas (bijv. door directe afname, afspraken over de afzetmarkt, of door middel van certificaten met een Garantie van Oorsprong (GVO)). c) Gemeente ontwikkelt zelf – Gemeente gaat zelf risicodragend ontwikkelen, realiseren en exploiteren. Hiervoor moet onderzocht worden welke entiteiten opgericht moeten worden om als overheid een dergelijke ontwikkeling te kunnen en mogen realiseren en exploiteren. Gemeente houdt volledig grip op productie en afname van groen gas. Vooralsnog hanteren wij een aanpak volgens punt b). Dit is gebaseerd op een advies van adviesbureau AT Osborne.
Vanuit deze analyse adviseert AT Osborne om toe te werken naar een concessieopdracht waarbij gemeente Zwolle eigenaar van de gronden blijft en een concessieovereenkomst sluit met een marktpartij voor het ontwikkelen en exploiteren van een groengasinstallatie en daarmee (in een bepaalde mate) zeggenschap houdt over de productie en afname van groen gas. Deze aanpak is ook door onze huisadvocaat Pels Rijcken als goede aanpak bevestigd. Om een marktpartij te selecteren die de concessieopdracht gaat uitvoeren, wordt een aanbestedingsprocedure doorlopen. Hierbij gaat het om een Europese aanbesteding gericht op het sluiten van een concessieovereenkomst. Deze aanbestedingsprocedure is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4.2 van deze startnotitie. Uitgangspunt concessie: Dit uitgangspunt leidt tot het besluit om een aanbestedingsprocedure te doorlopen gericht op het afsluiten van een concessieovereenkomst met een marktpartij. Voor het vastleggen van het gebruik van de percelen waarop de groengasinstallatie kan worden gerealiseerd, sluiten wij een erfpachtovereenkomst die onderdeel is van de aanbestedingsvoorwaarden.
5.4
Mest uit de regio Uitgangspunt 4: Voorwaarden voor het gebruik van mest uit de regio vastleggen in de aanbesteding. We willen voorkomen dat er mest vanuit heel Nederland of zelfs vanuit het buitenland wordt aangevoerd. Dit is om meerdere redenen van belang. Ten eerste willen we voorkomen dat er onnodig lange transportafstanden worden afgelegd wat zou leiden tot een hoger energieverbruik en een extra toename van drukte op wegen. Ten tweede willen we dat de groengasinstallatie agrariërs uit de regio bedient door het bieden van een afzetmogelijkheid van mest. Pagina 28
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Verder is binnen provincie Overijssel vanuit de veeteelt jaarlijks een grote hoeveelheid mest beschikbaar, die kan worden gebruikt om groen gas te produceren. De provinciale doelstelling is om in 2030 de helft van alle mest in Overijssel te vergisten. Dit wordt op dit moment niet gehaald, momenteel wordt landelijk ongeveer 5% van de totale hoeveelheid mest ingezet om groen gas te produceren, in Overijssel is dit 6%. Dit betekent dat 94% van de mest op dit moment niet vergist wordt. In de provincie Overijssel is sprake van een mestoverschot van ca. 70%. Het gebruik van een groot deel van dit mestoverschot voor vergisting kan dus veel groen gas opleveren. Er is – ook wanneer de veestapel krimpt – genoeg potentie om een grootschalige groengasinstallatie te realiseren, zonder daarmee een ‘lock-in’ te creëren voor de veeteelt waarbij toekomstige groengasproductielocaties de veestapel in stand houden. Ook blijft er daarnaast potentie voor kleinschalige initiatieven in Zwolle en omgeving. Definitie van regio De definitie die we hanteren van regio is: de provincies Overijssel, Gelderland, Drenthe, Friesland en Flevoland. Door het hanteren van deze definitie voorkomen we dat er grootschalig transport plaats vindt vanuit andere delen van Nederland waar een groot mestoverschot is, of vanuit het buitenland, terwijl de regio voldoende groot is om flexibel genoeg te zijn.
Co-producten Voor de te gebruiken co-producten willen we in de concessie niet als voorwaarde opnemen dat het uit de regio afkomstig moet zijn. Wel heeft dit de voorkeur vanwege het beperken van transportafstanden. Reden om hierin meer flexibiliteit te bieden aan de concessiehouder is dat er zich incidenteel kansen voor kunnen doen om de beschikking te krijgen over grote afgekeurde partijen. Uitgangspunt concessie: In de concessie wordt als voorwaarde gesteld dat de mest afkomstig is uit de regio. Daarbij wordt onder regio verstaan: de provincies Overijssel, Gelderland, Drenthe, Friesland en Flevoland. Voor co-producten stellen we deze voorwaarden niet.
5.5
Locatie Hessenpoort Uitgangspunt 5: Locatie nabij bedrijventerrein Hessenpoort, tussen de Bentheimstraat en de spoorlijn Zwolle-Meppel. De ontwikkeling van een groengasinstallatie heeft een relatie met de ontwikkeling van andere energieprojecten op of nabij Hessenpoort. Dit ‘cluster’ aan projecten is een verzameling van energie-gerelateerde ontwikkelingen zoals de uitbreiding van TenneT/ Enexis, realisatie van een waterstofproductiepunt, afstemming ontwikkeling grootschalige energie opwek Tolhuislanden, de smart energy hub Zwolle Noord, ontwikkeling van collectieve laadvoorzieningen en de ontwikkeling van een groengasinstallatie. Met deze diverse projecten wordt er op en nabij Hessenpoort een mix aan energiebronnen gerealiseerd.
Pagina 29
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Beoogde locatie groengasontwikkeling Hessenpoort
Uit eerder locatieonderzoek is gebleken dat in het zuidoosten van het bedrijventerrein Hessenpoort een geschikte locatie beschikbaar is. Hier zijn regionale bedrijven gevestigd die met energie-innovaties aan de gang zijn. In het recente verleden heeft ROVA een GFT-vergister in bedrijf gehad met een biogasleiding tot aan het invoedpunt op het aardgasnet van de Gasunie. Deze leiding is nog aanwezig, maar is niet meer bruikbaar. Het bestaande tracé kan wel weer benut gaan worden voor aantakking op het hoofdgasnet. Ten slotte is de locatie ook geschikt omdat Hessenpoort en de omgeving beschikken over een goede infrastructuur om de vervoersbewegingen van en naar de groengasinstallatie te faciliteren. Het gaat hierbij om grofweg 10.000 vrachtbewegingen per jaar (inkomend en uitgaand samen). Dit is omgerekend ca. 30 per dag. De huidige infrastructuur is hiervoor geschikt. Om te komen tot een Ruimtelijk Ontwikkel Plan, verzamelen we de nodige input voor de onderzoeken. Vervolgens voeren we op deze onderdelen haalbaarheidsonderzoeken uit en analyseren en checken of het voornemen daadwerkelijk haalbaar is. Daarna stellen we een ROP op.
In het kader van het opstellen van een omgevingsplan wordt vervolgens een plan MER opgesteld en voor de omgevingsvergunning een project MER Uitgangspunt concessie: De locatie die is voorzien dient als vertrekpunt voor de ontwikkeling en exploitatie van de groengasinstallatie. Eventuele belemmeringen gerelateerd aan de locatie worden meegegeven in de aanbesteding.
5.6
Duurzaam transport Uitgangspunt 6: Duurzaam transport van mest en restproducten naar en van de groengasinstallatie verplichten. Met de productie van groen gas wordt een bijdrage geleverd aan de energietransitie en het verminderen van klimaatverandering. Een nadeel van grootschalige vergistingsinstallaties is dat er transport plaatsvindt voor het aanvoeren van mest en andere reststromen naar de vergister en voor het afvoeren van droge meststof. De inschatting is dat er bij een productie van 30 miljoen kuub groen gas 10.000 vrachtwagenbewegingen per jaar plaats zullen vinden. Door in de concessie als eis op te Pagina 30
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
nemen dat dit transport fossielvrij moet zijn, voorkomen we de uitstoot van CO₂ door transport. Er zijn verschillende mogelijkheden voor fossielvrij transport: elektrisch, waterstof en BioLNG. Inmiddels zijn van elk van deze categorieën vrachtwagens op de markt beschikbaar voor zwaar transport die grote afstanden kunnen afleggen. De aanschafprijs ligt hoger dan vrachtwagens op diesel, maar de operationele kosten liggen veelal lager, waardoor er sprake is van een acceptabele terugverdientijd. Daarmee stellen we vast dat het haalbaar moet zijn om in de concessie voorwaarden te stellen over fossielvrij transport. Een analyse van de mogelijkheden voor fossielvrij transport is opgenomen in bijlage 3. Intermediair Veel bedrijven met een grootschalige co-vergister werken met een intermediair. De intermediair regelt het transport, houdt een gedetailleerde administratie bij van waar de mest vandaan komt en waar deze naartoe gaat en zorgt ervoor dat het vervoer volgens de geldende wet- en regelgeving verloopt. Wanneer de toekomstige concessiehouder met een intermediair gaat werken wordt de verplichting van fossielvrij transport doorgelegd aan de intermediair. De concessiehouder blijft verantwoordelijk voor het naleven van de concessievoorwaarden.
Gefaseerde ingroei Tijdens het raadsdebat over de uitgangspunten is door meerdere partijen gevraagd of een ingroeiscenario mogelijk is voor fossielvrij transport. Deze vraag is op dit moment nog niet goed te beantwoorden. De overwegingen hierin zijn: Bij productie van bio-LNG op locatie zal de installatie gedimensioneerd moeten worden op de benodigde hoeveelheid bio-LNG die nodig zal zijn; Als de concessiehouder met eigen vrachtwagens gaat rijden zullen deze waarschijnlijk bij aanvang aangeschaft moeten worden. Het is dan logischer dat direct voor fossielvrij transport gekozen wordt; In de nabije toekomst zullen zich nieuwe ontwikkelingen in de markt van elektrische vrachtwagens voordoen, evenals er nieuwe wet- en regelgeving wordt vastgesteld; Als er met een intermediair gewerkt gaat worden is een ingroeimodel denkbaar wanneer gewerkt gaat worden met een bestaande vloot. Echter is het goed denkbaar dat er door een intermediair extra vrachtwagens aangeschaft moeten worden; De aanschafkosten van vrachtwagens op bio-LNG zijn iets duurder, maar de operationele kosten zijn lager waardoor deze eis voor de bedrijfsvoering van de concessiehouder geen nadeel hoeft te zijn. Wanneer eerst op diesel wordt gereden vindt er uitstoot van fossiel CO₂ plaats.
Uitgangspunt concessie: De concessiehouder dient te waarborgen dat gedurende de concessie het transport van mest en andere grondstoffen naar de vergistingsinstallatie en het transport van digestaat en overige eind- en restproducten vanaf de vergister volledig fossielvrij plaatsvindt. Onderzoeksvraag voor marktconsultatie: Welke koppelkansen zien marktpartijen in de nabije omgeving van het project om aanvullend op de groengasinstallatie, te realiseren, of een verbinding mee te leggen (denk aan relatie waterstof productielocatie, energiestation, smart energy hub, etc.? En welke koppelkansen hebben hierbij betrekking op het faciliteren van duurzaam transport?
Pagina 31
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
5.7
Zeggenschap over GvO’s Uitgangspunt 7: Gemeente Zwolle deels zeggenschap te laten verkrijgen over de garanties van oorsprong (GvO’s). Groen gas heeft dezelfde fysieke samenstelling als aardgas en wordt ingevoed in het gasnet, waar het vermengd wordt met het aardgas dat al in het gasnet zit. Iedereen met een gasaansluiting ontvangt daarmee automatisch een mix van aardgas en groen gas. Vanuit de Warmtetransitie is er binnen Zwolle behoefte aan afname van groen gas als duurzaam alternatief voor fossiel aardgas of voor verduurzaming door elektrificatie. Met het realiseren van een groengasinstallatie wordt lokaal groen gas geproduceerd en ingevoed, maar dit zegt nog niks over lokale afname en inzet van het groen gas. Om de (administratieve en financiële) koppeling te maken tussen productie en afname wordt in Europa gewerkt met Garanties van Oorsprong (GvO’s). Consumenten en bedrijven kunnen hun gasverbruik vergroenen door het aantal benodigde GvO's aan te schaffen en te laten afboeken. Door lokale afname van GvO’s borgen we administratief dat het lokaal geproduceerde groen gas in Zwolle wordt ingezet als duurzame bron.
Wat is een Garantie van Oorsprong Een Garantie van Oorsprong (GvO) is een digitaal certificaat dat dient als bewijs dat de betreffende energiedrager een duurzame herkomst heeft. Een GvO staat voor 1 MWh duurzaam opgewekte energie. Het certificaat bevat onder andere informatie over de energiebron, de productie-installatie en de productiedatum en -plaats. Leveranciers kunnen met Garanties van Oorsprong aantonen dat de door hun geleverde energie afkomstig is uit een duurzame bron. VertiCer is in Nederland het loket voor de uitgifte van GvO’s voor duurzame energiedragers: elektriciteit, thermische energie, groen gas en groene waterstof. https://verticer.eu/nl/garanties-van-oorsprong/
Prioritering inzet groen gas In de Zwolse Warmtestrategie is de volgende tekst opgenomen: Vanwege de beperkte beschikbaarheid van groen gas zien wij hybride gemeentebreed niet als een eindoplossing voor de gebouwde omgeving. Uitzonderingen zijn denkbaar voor de binnenstad, waar alternatieven gezien de fysieke omstandigheden niet reëel zijn, en specifieke bedrijven en industriële processen die niet zonder gas kunnen en/of hele hoge temperaturen vragen. Tevens loopt het onderzoek naar de inzet van hybride warmtepompen met groen gas in Berkum naar aanleiding van de bewonersraadpleging. Aanpak Door de groengasinstallatie via een concessie in de markt te zetten, kunnen we voorwaarden stellen aan lokale afname van GvO’s. Dit willen we doen door in de concessievoorwaarden op te nemen dat we als gemeente klanten mogen aanbrengen ter grootte van een vooraf bepaald percentage van de beschikbare GvO’s of door de concessiehouder te verplichten om het geproduceerde groen gas in eerste instantie lokaal aan te bieden. We onderzoeken nog hoe hier juridisch het beste vorm aan gegeven kan worden. Als gemeente zullen we hier financieel niet tussen gaan zitten door de GvO’s eerst aan te kopen; deze worden rechtstreeks aan de afnemer verkocht. Voor industrie en inwoners hanteren we een verschillende aanpak om de GvO’s bij de eindgebruiker te Pagina 32
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
krijgen. Onderdeel van de marktconsultatie is het vormgeven van de juiste route om dit te realiseren. Uitdaging bij deze aanpak is dat inwoners, bedrijven en organisaties niet verplicht kunnen worden om groen gas af te nemen. De aanwijsbevoegdheid die gemeenten krijgen vanuit de WGIW (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) biedt hierin geen oplossing omdat deze wet bepaalt dat de gaslevering in een bepaald gebied gaat stoppen. Bij gebruik van groen gas moet het gasnet in stand blijven. Afnemers mogen wettelijk zelf bepalen van welk energiebedrijf energie wordt afgenomen en of dit fossiel aardgas of groen gas is. Behoefte aan groen gas in verhouding tot productie Zoals in onderstaande tabel aangegeven is er in de binnenstad sprake van een maximale afname van 4,6 miljoen m3 groen gas. Hierbij is nog geen rekening gehouden met een besparing door isolatie. In de Zwolse Isolatie- & besparingsaanpak is opgenomen dat in de loop van 2025 een nieuwe energiebesparingsdoelstelling voor de periode tot en met 2030 wordt vastgesteld. Voor grootverbruikers in de Zwolse industrie schatten wij de potentiële afname van groen gas op ca. 15.000.000 m3. Dit is een belangrijke inzet om de netcongestie (elektriciteitsafname versus beschikbaarheid capaciteit op het net) in de hand te houden.
Maximale behoefte aan groen gas in miljoen m3 Industrie 1 15 miljoen m3 Binnenstad 4.6 miljoen m3 Totaal: 19,6 m3 Geconstateerd kan worden dat de groengasinstallatie bij een productie van 20 miljoen kuub per jaar kan voorzien in de lokale behoefte aan groen gas voor industrie en binnenstad. Bij een productie van 30 miljoen kuub per jaar is de productie groter dan de verwachtte lokale afzet. Uitgangspunt concessie: De gemeente krijgt het recht om (een deel van) de beschikbare GvO’s lokaal in te zetten. Onderzoeksvraag voor marktconsultatie: Welke mogelijkheden zijn er om GvO’s lokaal in te zetten en welke hebben de voorkeur, gelet op administratieve last en juridische haalbaarheid.
1 Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de bedrijven volledig overgaan op groen gas. We weten niet of dit
reëel is.
Pagina 33
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
5.8
Regionale betrokkenheid agrariërs Uitgangspunt 8: Mogelijkheden voor regionale betrokkenheid van agrariërs onderzoeken (qua toelevering mest en/of qua financiële participatie). Voor windmolens hanteren we in Zwolle beleid ten aanzien van lokaal eigendom. Dit draagt bij aan draagvlak in de directe omgeving en zorgt ervoor dat de omgeving financieel kan meeprofiteren. Niet alleen de lasten, maar ook de lusten. Voor de groengasinstallatie willen we ook een vorm van lokaal eigendom gaan hanteren, of in dit geval regionaal eigendom. Regionaal eigendom Omdat beoogd is om de groengasinstallatie op Hessenpoort te realiseren, verwachten we dat er geen direct omwonenden zijn die overlast zullen ervaren. Daarmee is het vanuit lokaal draagvlak niet noodzakelijk om inwoners te laten participeren in de groengasinstallatie. Wel vinden we het van belang dat agrariërs kunnen participeren, zodat zij niet alleen hun mest aan de groengasinstallatie kunnen verkopen, maar hier ook mede-eigenaar van kunnen worden. Dit versterkt de betrokkenheid van agrariërs in de keten. In de concessie willen we voorwaarden stellen voor het gebruik van mest uit de regio, zie uitgangspunt 4. Daarom zal de groengasinstallatie een regionale functie hebben waarbij agrariërs uit de hele regio toeleverancier kunnen worden van mest.
In plaats van lokaal eigendom is het daarmee logischer om in te zetten op regionaal eigendom. Financiële participatie Er zijn een aantal gesprekken gevoerd om te verkennen of het kansrijk is om het gehele eigendom van de groengasinstallatie als een agrarische coöperatie te organiseren naar voorbeeld van Friesland Campina en Agrifirm. Hier is van afgezien omdat dit erg moeilijk te realiseren is en een lang proces vergt. Ook blijkt het juridisch niet mogelijk, omdat we de groengasinstallatie vanuit een concessie willen gaan aanbesteden en daarom vooraf geen partij kunnen bevoordelen. De meest geschikte manier om vorm te geven aan regionaal eigendom lijkt financiële participatie door aandeelhouderschap of uitgifte van obligaties. Door agrariërs uit de regio de mogelijkheid te geven om aandelen of obligaties te kopen van de groengasinstallatie kunnen zij medefinancier worden en vindt er winstdeling plaats wanneer er winst gemaakt wordt. In geval van aandelen worden agrariërs ook in staat gesteld om tijdens aandeelhoudersvergaderingen mee te praten over de bedrijfsvoering van de installatie. In de concessie willen we opnemen welke waarde/percentage aan aandelen of obligaties regionaal aan agrariërs aangeboden moet worden door de concessiehouder. Hierbij vinden we het van belang dat aandeelhouders geen meerderheidsbelang kunnen verwerven van de groengasinstallatie.
Hiervoor zijn verschillende redenen: - De bedrijfsvoering van een groengasinstallatie is specialistisch werk waarbij het van belang is dat de concessiehouder zelf de regie heeft over het operationele gedeelte - Agrariërs uit de regio zijn ook toeleverancier en hebben daarom ook een financieel belang, voorkomen moet worden dat zij kunnen besluiten hun mest tegen lagere kosten te kunnen verkopen - Een concessiehouder die investeert in de groengasinstallatie zal moeite hebben om financiers te vinden als ze niet zelf besluiten kunnen nemen. Mogelijkheden voor een Ketenaanpak Zoals beschreven in hoofdstuk 3.4 levert de groengasinstallatie (naast een reductie van CO₂ emissies) ook een bijdrage aan het reduceren van stikstof en methaan emissies, maar is de grootste reductie te behalen in de rest van de keten. Maatregelen die de Pagina 34
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
grootste reductie tot gevolg hebben zijn aangepaste stalvloeren en het afvoeren van dagverse mest. Het organiseren van betrokkenheid van toeleverende agrariërs biedt de kans om vanuit de groengasinstallatie een positief effect te hebben op het reduceren van emissies in de gehele keten. Daarom onderzoeken we mogelijkheden waarop de concessiehouder hier een bijdrage aan zou kunnen leveren. Een aantal mogelijkheden om hier vorm aan te geven: - Financiële afdracht aan een verduurzamingsfonds voor (co)financiering van projecten die zich richtten op het reduceren van methaan en stikstof emissies in de stal - Afgestemde logistiek waardoor de mest zo vers mogelijk bij agrariërs wordt opgehaald - Biologisch aanzuren van de mest in de stal om emissies te verlagen en groengasproductie te verhogen Uitgangspunt concessie: De concessiehouder stelt agrariërs uit de regio in staat om via aandelen en/of obligaties minimaal 20% en maximaal 49% van de waarde van de groengasinstallatie in bezit te krijgen. De concessiehouder draagt, op nader te bepalen wijze, bij aan het reduceren van methaan en stikstof emissies in de keten.
5.9
Tijdelijkheid Uitgangspunt 9: Tijdelijkheid van de groengasinstallatie garanderen door een exploitatietermijn te hanteren van max. 25 jaar en dit op te nemen in de aanbestedingsvoorwaarden. Nederland staat voor enkele transities die de toekomstbestendigheid van een grootschalige groengasinstallatie stevig kunnen beïnvloeden. Hierbij gaat het om de transitie van het landelijke gebied en de intensieve veehouderij naar natuurinclusieve kringloop landbouw. Dit zal waarschijnlijk leiden tot een afname van de hoeveelheid mest die beschikbaar is voor vergisting omdat er bij extensivering minder vee gehouden zal worden. Ook is de energietransitie c.q. warmtetransitie een proces dat de nodige veranderingen met zich meebrengt naar de toekomst toe. Dit kan ertoe leiden dat er in de toekomst wellicht betere en duurzamere alternatieven zullen zijn om industrie en binnenstad te voorzien van (proces)warmte dan via groen gas geproduceerd door een groengasinstallatie gebaseerd op co-vergisting van mest en andere biomassa. Daarom is het wenselijk om de looptijd van de te verstrekken concessie te beperken. De looptijd van deze concessie wordt in beginsel beperkt tot 25 jaar.
Deze termijn biedt concessiehouder redelijkerwijs voldoende tijd om de investeringen die hij heeft gemaakt voor de exploitatie van de groengasinstallatie (samen met een rendement op geïnvesteerde vermogen) terug te verdienen. Dit rekening houdend met de investeringen die nodig zijn om de specifieke contractuele doelstellingen en de risico’s die zich kunnen voordoen en opgevangen dienen te worden door de marktpartij. Een technisch/ economische afschrijving van 25 jaar is gebruikelijk om vroegtijdige kapitaal afschrijving te voorkomen. Deze termijn nemen we op in de concessie-eisen. Uitgangspunt concessie: De concessie wordt in beginsel verleend voor max. 25 jaar. De bieding van de marktpartij is gebaseerd op een exploitatietermijn van ten hoogste 25 jaar. Pagina 35
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Pagina 36
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
5.10
Toekomstbestendig Uitgangspunt 10: De groengasinstallatie is aantoonbaar toekomstbestendig op de lange termijn. De mestmarkt is volop in beweging en kent diverse onzekerheden. Op dit moment is het onduidelijk hoe het Rijksbeleid eruit komt te zien ten aanzien van stikstof emissies en het reduceren van de veestapel. Toch is een onderbouwde inschatting nodig van de komende 25 jaar om tot goede besluitvorming te komen over het in de markt zetten van een concessie voor een groengasinstallatie. Wat als de hoeveelheid mest afneemt? En wat als er heel veel vergisters bijkomen? Omvang veestapel en hoeveelheid mest De omvang van de veestapel in Nederland laat een dalende trend zien. Dit wordt vooral veroorzaakt door Europese milieuwetgeving, de landelijke stoppersregeling en hogere kosten voor mestafzet. Ook de hoeveelheid dierlijke mest in Nederland neemt geleidelijk af.
Ontwikkeling veestapel op landbouwbedrijven, 1980-2024 | Compendium voor de Leefomgeving Mestproductie door de veestapel, 1986-2024 | Compendium voor de Leefomgeving Mestoverschot Ondanks de afname van de veestapel en de 2019 3.090.863 hoeveelheid mest is er op dit moment sprake 3.071.860 van een groeiend mestoverschot in Nederland. 2020 Dit wordt met name veroorzaakt door 2021 2.734.859 afschaffing van derogatie. Dit is een 2022 2.727.796 uitzondering van de EU waardoor in Nederland 2023 2.620.070 meer stikstof per hectare mocht worden 2.709.310 uitgereden dan de EU-norm. Door afschaffing 2024 is het overschot in 2024 en 2025 toegenomen. 2025* ca. 3.000.000 In 2026 is de derogatie volledig afgeschaft waardoor ook volgend jaar een toename te verwachten is. * 2025: prognose op basis van sterke stijging (bijna 1 miljoen ton in Q1) Bron: RVO Effect van Rijksbeleid stikstof op veestapel Op dit moment is er nog veel onduidelijk over het Rijksbeleid rond stikstof. Wel is duidelijk dat er een reductie van ammoniak emissies nodig is om aan de Europese Habitatrichtlijn te gaan voldoen en dat dit zal leiden tot een krimp van de veestapel en daarmee de hoeveelheid mest die vergist kan worden. Pagina 37
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
In het zogenaamde ‘startpakket Nederland van slot’ stelt het (demissionaire) kabinet een aantal doelen t.a.v. de landbouw. - Reductie van 43 – 46% emissies in 2035 t.o.v. 2019 - Vrijwillige beëindigingsregeling voor veehouders die willen stoppen - Gebiedsgerichte aanpak op de Veluwe en in de Peel Onduidelijk is wat het effect hiervan is op de omvang van de veestapel. Ook weten we op dit moment niet welke doelen, ambities en aanpak een volgend kabinet zal gaan hanteren. Effect van de bijmengverplichting Invoering van de bijmengverplichting zal ertoe leiden dat het aantal vergisters toe zal nemen. Zoals te lezen in de kamerbrief van voormalig minister Jetten is uitgangspunt voor de bijmengverplichting dat 45% van de beschikbare mest vergist zal gaan worden. De tekst uit de kamerbrief luidt als volgt: “Met het oog op de vereiste opschaling en na afstemming met sectorpartijen kies ik voor een uitgangspunt van 45% van de beschikbare mest. Op basis van dit uitgangspunt wordt 2,4 van de 3,8 Mton CO₂ ketenemissiereductie gerealiseerd uit mest. Met deze inschatting wordt ook invulling gegeven aan de toezegging om uw Kamer te informeren over de potentiële broeikasgasemissiereductie die kan worden gerealiseerd uit mest.
De keuze voor dit uitgangspunt qua hoeveelheid mest maak ik met het oog op de opschaling die mestvergisting in Nederland moet doormaken om van de huidige vijf procent vergisting naar de gestelde doelen te komen. Deze opschaling vereist een grote bouwopgave, inclusief de bijbehorende ontsluiting van mest. Het kabinet onderschrijft de synergiën tussen de opschaling van groen gas en de transitie in de landbouw.” Bron: Kamerbrief aanpassingen bijmengverplichting groen gas | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Huidige omvang mestvergisting Er zijn in Nederland 116 operationele biogasinstallaties die mest vergisten (via mono- coof allesvergisting). Gezamenlijk wordt hierin jaarlijks 3,5 miljoen ton mest vergist. Daarmee werd in 2024 ongeveer 5% van de 73,5 miljoen ton geproduceerde mest in Nederland vergist.
Bron: Platform groen gas Jaarrapport-2023.pdf Beschikbaarheid Co-producten CEDelft heeft in 2020 een studie uitgevoerd naar de beschikbaarheid van lokale biomassa. Hieruit blijkt een grote potentie.
Pagina 38
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Uit de studie komt naar voren dat de totale groengasproductie op basis van economisch beschikbare biomassastromen in Nederland in 2030 uitgaande van vergisting bij sterk ondersteunend Rijksbeleid voor groen gas 1,7 miljard m3 is en bij matig ondersteunend Rijksbeleid 0,7 miljard m3. CE_Delft_190281_Potentieel_lokale_biomassa_en_invoedlocaties_groen gas_DEF.pdf Conclusie: Vast staat dat de veestapel zal krimpen omdat voldaan moet worden aan de Europese Habitatrichtlijn, hierdoor zal de hoeveelheid mest in Nederland afnemen. Hoe groot deze krimp zal zijn en hoe snel dit zal gaan is onzeker. Op dit moment is er sprake van een mestoverschot waardoor niet te verwachten is dat er binnen afzienbare tijd schaarste aan mest zal ontstaan. Van alle mest wordt slechts een klein deel vergist. Via de bijmengverplichting wil het Rijk dit percentage aanzienlijk verhogen, waardoor er een grote vraag zal zijn naar nieuwe vergistingsinstallaties. Daarmee is te verwachten dat de beoogde groengasinstallatie gedurende de concessieperiode van 25 jaar een financieel gezonde bedrijfsvoering moet kunnen hebben en de levering van groen gas aan Zwolle daarmee geborgd is. Tot slot merken we op dat een financieel gezonde bedrijfsvoering het bedrijfsrisico is van de concessiehouder. Wanneer marktpartijen tot een inschrijving komen, dan is daarmee de toekomstbestendigheid naar ons idee voldoende aangetoond.
Immers zullen bedrijven zich niet op de concessie inschrijven als zij ernstige twijfels hebben over de toekomstbestendigheid van de groengasinstallatie. Uiteraard zijn er exploitatierisico’s. Mochten deze gedurende de looptijd van de concessie zich voordoen en leiden tot een faillissement, dan hebben de externe ontwikkelingen het ‘tij gekeerd’ en daarmee is de installatie niet toekomstbestendig gebleken. Uitgangspunt concessie: Met bovenstaande toelichting is voldoende aangetoond dat een ontwikkeling van een groengasinstallatie in de voorgesteld vorm, toekomstbestendig is. Dit leidt niet tot nadere concessie eisen.
Pagina 39
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Bijlagen Bijlage 1: Advies AT Osborne (2021)
Pagina 40
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Bijlage 2: Profielschets groengasinstallatie Deze (indicatieve) profielschets is gebaseerd op de marktgesprekken die gevoerd zijn in de periode 2021 – 2022 tussen marktpartijen en provincie Overijssel/ gemeente Zwolle. Profielschets grote industriële vergister t.b.v. bestemmingsplanwijziging Op een kavel van 3,5 ha groot, eigendom van Zwolle (nu nog bestemming Agrarisch), moet straks de vestiging van een grote industriële vergister mogelijk worden: • Milieucategorie 3.2 of hoger • Ten behoeve van installaties en gebouwen een bouwhoogte te hanteren van ca. 15 meter • Hoog bebouwingspercentage op het perceel • Activiteiten: - Het bouwen van bedrijfshallen en een aantal procestanks; - Productie van biogas uit mest en andere biomassa; - Omzetting biogas naar groen gas en bio-LNG; - Verwerking digestaat naar fracties die als kunstmestvervangers dienen; - Opslag en invoeden groen gas in het openbare net; - Opslag biomassa en digestaat tot max … ton op enig moment; - Capaciteit vergister van minimaal 200.000, het liefst tot 300.000 ton biomassa input per jaar. • Mogelijk andere vormen van energieopwekking, waaronder energieopslag, waterstofproductie, zonPV.
Harde voorwaarden vooraf: • Heeft voldoende expertise en ervaring met groen gas -projecten (blijkend uit referentieprojecten, bij voorkeur in Nederland) • Heeft voldoende financiële draagkracht (verklaring accountant?) • Wil en kan GvO’s leveren aan gemeente Zwolle en andere gemeentes in de regio Bij voorkeur: • Staat open voor ‘lokaal eigenaarschap’ (cofinanciering door lokale overheden en/of lokale bedrijven) • Zo groot mogelijke gasproductie • Ervaring/ netwerk in de reststromen-handel (eventueel eigen reststromen) • Synergie met andere bedrijven op Hessenpoort • Innovatieve nabewerking digestaat tot kunstmestvervangers Voorbeeld Bio Energy Coevorden BV bouwvergunning: • Het betreft hier het bestemmingsplan "Europark, Heege-West" met de bestemming artikel 3 "Bedrijventerrein" • Het vergisten van in totaal 275.000 ton biomassa per jaar om biogas op te wekken • Het bij het vergistingsproces vrijkomende biogas omzetten naar groen gas met aardgaskwaliteit • Het bij het vergistingsproces vrijkomende digestaat om te zetten naar minerale meststoffen.
Pagina 41
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
Bijlage 3: analyse fossielvrij transport Elektrisch: Er zijn steeds meer fabrikanten die elektrische vrachtwagens produceren, ook voor zwaar transport. Deze markt groeit snel en een aantal transportbedrijven is al overgestapt op elektrisch vervoer. Uitdaging bij elektrische vrachtwagens is dat er snellaadstations met grote vermogens nodig zijn om in korte tijd veel te kunnen laden. Op Hessenpoort is een snellaadstation voor vrachtwagens gerealiseerd. Hier zou eventueel gebruik van gemaakt kunnen gaan worden. Ook kunnen we onderzoeken of laden op het terrein van de concessiehouder mogelijk gemaakt kan worden. Dit vraagt om een grotere stroomaansluiting. Zie voor meer informatie: Deze elektrische trucks zijn er | Logistiek Bereikbaar Waterstof: Zware vrachtwagens op waterstof zijn op de markt beschikbaar. Groene waterstof wordt geproduceerd door elektrolyse, waarbij elektriciteit gebruikt wordt om zuiver water te splitsen in waterstof en zuurstof. Uitdaging bij transport met behulp van waterstof is dat er voldoende mogelijkheid moeten zijn om waterstof te tanken, de infrastructuur hiervoor is op veel plaatsen nog niet aanwezig. Op Hessenpoort is H2-GO gevestigd, dit is een waterstofproductielocatie dat zich richt op mobiliteit. De capaciteit is op dit moment niet voldoende.
Zie voor meer informatie: 1000 vrachtwagens - 25 tankstations in 2025 (Hytrucks) Bio-LNG: De derde en meest voor de hand liggende optie is zwaar transport dat rijdt op bio-LNG, ook LBG (liquefied biogas) genoemd. Bio-LNG wordt geproduceerd door het methaangehalte in het groen gas te verhogen en het gas vervolgens af te koelen tot ongeveer -160°C zodat het vloeibaar wordt. Groot voordeel van een keuze voor bio-LNG is dat dit op de locatie van de groengasinstallatie geproduceerd kan worden door een bio-LNG installatie achter de groen gas opwerkingsinstallatie te plaatsen. Vrachtwagens voor zwaar transport op bioLNG zijn voldoende beschikbaar op de markt. In samenstelling is bio-LNG hetzelfde als fossiel LNG waardoor vrachtwagens die al op LNG rijden zonder aanpassingen kunnen overstappen. Een aantal grote transportbedrijven heeft deze overstap al gemaakt. Voordeel van bio-LNG is ook dat er lange afstanden mee gereden kunnen worden zonder tussendoor te hoeven tanken. De aanschafkosten voor vrachtwagens op bio-LNG zijn hoger dan van vrachtwagens op diesel. Daar staat tegenover dat de brandstofkosten van bio-LNG per kilometer lager zijn dan van diesel. Daarmee zijn de zogenaamde Total Cost of Ownership van Pagina 42
Datum Titel
September 2025 Startnotitie Groengasinstallatie Hessenpoort
vrachtwagens op bio-LNG lager dan van dieselvrachtwagens. De inschatting is dat de terugverdientijd daarmee op 4 jaar ligt. Daarmee is de eis voor fossielvrij transport naar onze inschatting goed haalbaar. Dit is hoe alternatieve brandstoffen de TCO beïnvloeden | Volvo Trucks Als gekozen wordt voor bio-LNG, dan zou er eventueel ook voor gekozen kunnen worden om ook bio-LNG te leveren aan anderen, zoals de ROVA of aan een LNG-tankstation in de omgeving. Er moet nader onderzocht worden of hier interesse in is en hoe dit zich verhoudt tot de doelstellingen op gebied van een toename van groen gas op het gasnet.
Afbeelding 1 voorbeeld van bio-LNG installatie
Pagina 43