CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Sociaal Wijkteam Zwolle. Aangescherpte opdracht

Raad Besluitvormingsronde 13 februari 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Aangescherpte opdracht Sociaal Wijkteam16.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sociaal Wijkteam Zwolle Aangescherpte opdracht

Versie: 18 oktober 2023 Status: definitief

Inhoudsopgave 1

Inleiding en achtergrond .................................................................... 3

5.3

Toegankelijkheid ........................................................................................... 29

2

Het SWT .............................................................................................. 7

5.4

Effectiviteit.................................................................................................... 30

5.5

Efficiëntie ...................................................................................................... 31

5.6

Kwaliteitsborging .......................................................................................... 31

3

4

5

2.1

Ontwikkelingen ............................................................................................... 7

2.2

Doelstellingen ................................................................................................. 8

2.3

Ondersteuningsvragen ................................................................................... 9

2.4

Positionering ................................................................................................... 9

6.1

Interne organisatieonderdelen ..................................................................... 32

Overzicht dienstverlening ................................................................. 11

6.2

Externe organisaties met contractuele relatie ............................................. 33

6.3

Externe organisaties zonder contractuele relatie......................................... 36

6

Samenwerking .................................................................................. 32

3.1

Algemeen ...................................................................................................... 11

3.2

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ............................................. 14

7

Randvoorwaarden ............................................................................ 39

3.3

Jeugdwet ...................................................................................................... 16

8

Externe communicatie ..................................................................... 41

3.4

Participatiewet ............................................................................................. 18

8.1

Website ......................................................................................................... 41

3.5

Leerplichtwet ................................................................................................ 20

8.2

Publicaties ..................................................................................................... 41

3.6

Overige diensten .......................................................................................... 22

8.3

Overige communicatiemiddelen .................................................................. 41

Taken en werkwijze .......................................................................... 23

9

Monitoring en sturing ...................................................................... 42

4.1

Tien leidende principes................................................................................. 23

9.1

Vaste KPI’s .................................................................................................... 42

4.2

Taken ............................................................................................................ 26

9.2

Jaarplannen .................................................................................................. 43

Kwaliteitscriteria ............................................................................... 29

Bijlage 1 – Bronnen .................................................................................. 44

5.1

Wettelijke kaders .......................................................................................... 29

Bijlage 2 – Afkortingen en begrippen ...................................................... 45

5.2

Bereikbaarheid ............................................................................................. 29

Bijlage 3 – Tabel afwegingscriteria .......................................................... 46

2

1 Inleiding en achtergrond Aanleiding Het Sociaal Wijkteam (SWT) is in 2015 gestart met globaal gestelde doelen. In de afgelopen periode heeft het SWT zich ontwikkeld tot een succesvol organisatieonderdeel dat inwoners helpt met uiteenlopende ondersteuningsvragen op de gebieden van de Wmo, jeugdwet, participatiewet en leerplichtwet1. Ondersteuningsvragen van inwoners worden beoordeeld en op de best passende wijze ingevuld. Dit varieert van het verbinden van inwoners aan oplossingen in het voorliggende veld en eigen netwerk, het zelf bieden van hulp, tot de inzet van gespecialiseerd maatwerk. De globaal geformuleerde taakstelling heeft er ook toe geleid dat het SWT hier en daar in lacunes gesprongen is om te voorkomen dat inwoners tussen wal en schip zouden vallen. De vraag daarbij is of het SWT wel de aangewezen partij is om deze taken op te pakken. Er is behoefte aan een duidelijkere afbakening zodat het SWT, maar ook zijn samenwerkingspartners het juiste doen. Hiermee wordt het mogelijk om de organisatie op de meest optimale wijze in te richten zodat de dienstverlening effectiever en efficiënter wordt. Proces Ten behoeve van deze opdrachtbeschrijving is eerst een deskresearch uitgevoerd waarin onderzoeksrapporten en interne documenten zijn geraadpleegd. Vervolgens zijn de belangrijkste interne stakeholders 1

Leerplicht; 518

RMC; 696

Beschermd wonen; 531 Eigen inzet; 1.654

Jeugd; 2.419 Wmo begeleiding; 6.303 Materiele WMO; 1.506

Figuur 1 - Aantal cliënten naar wet in 2022 (dossier bij SWT)

geïnterviewd. Ook zijn werksessies met de wijkteams georganiseerd om input van medewerkers op te halen maar ook om draagvlak te creëren voor aanstaande veranderingen. Medewerkers zullen ook een rol krijgen in de organisatieinrichting die hierop volgt.

Leerplicht/RMC zijn in 2019 bij het SWT ondergebracht

3

De definitieve versie is in een aantal iteraties tot stand gekomen en besproken met de volgende gremia: • • • • • • • •

MT SWT MT SD, MT SWT en kernteam hervormingsagenda Medewerkers (op hoofdlijnen) Portefeuillehouders Belangrijke samenwerkingspartners van het SWT Participatieraad Directie College

ontwikkelingen mogelijk gaan betekenen voor beleid en welke keuzes dan gemaakt moeten worden. •

Twee wijkteams nemen sinds april 2022 deel aan de proeftuin Samenspel in de wijk en werken met een vernieuwende aanpak. Deze proeftuinen lopen tot en met maart 2024 waarna bekeken wordt of de ontwikkelde aanpak binnen het hele SWT wordt ingevoerd. Het team leerplicht leert ook mee in de proeftuin. In paragraaf 3.3 wordt de nieuwe werkwijze toegelicht •

Lopende ontwikkelingen

Hervormingsagenda / koers Sociaal Domein Veranderingen vanuit de hervormingsagenda zijn al grotendeels meegenomen in dit document. Onderdelen waar dat nog niet kon, zijn hierna expliciet opgenomen. In 2023 en begin 2024 werkt Zwolle aan een 'nieuwe' koers Sociaal Domein. Daarmee formuleert Zwolle - na het aflopen van de Hervormingsagenda - opnieuw een beleidsmatige basis voor het sociaal domein. Daarbij wordt voortgebouwd op de beweging van de hervormingsagenda en uitgebouwd met thema’s uit de propositie sociaal domein. Ook wordt onderzocht wat toekomstige

Innovatielab participatie De centrale opgave van het Innovatielab is om een antwoord te formuleren op de vraag: ‘Hoe kunnen we potentieel van inwoners die langs de kant staan zonder werk, beter zien en verzilveren?’ De tussenresultaten van het Innovatielab zijn gedeeld maar nog niet volledig meegenomen. Er zijn wel overeenkomsten met de uitgangspunten van het SWT (zie paragraaf 4.1). Eind 2023 wordt het lab afgerond en volgt definitieve besluitvorming.

Het SWT opereert in een veranderende omgeving en werkt continu aan verbetering. Dat betekent dat een opdrachtbeschrijving eigenlijk nooit af is. Op dit moment lopen een aantal interne ontwikkelingen die naar verwachting consequenties hebben voor de opdracht van het SWT. Overigens niet alleen voor het SWT, maar veelal ook voor anderen. •

Proeftuin samenspel in de wijk

•

Lab statushouders De opdracht van het lab statushouders is om een specifieke aanpak te ontwikkelen gericht op de ondersteuning van statushouders. Daarbij moet de rolafbakening van het SWT (in relatie tot team IPA) in die aanpak duidelijk zijn. Een belangrijk tussenresultaat van het lab is het belang van cultuursensitiviteit. Ook dit lab wordt eind dit jaar afgerond waarna de definitieve impact bepaald kan worden.

4

•

Het doel van deze opdracht is om te komen tot een herijking van de Zwolse visie op participatie in de zin van de Participatiewet, een werkwijze om de Participatieketen zo optimaal mogelijk te laten functioneren en een systematiek om de ontwikkelingen binnen die keten te monitoren. De herijking richt zich met name op arbeidsparticipatie die vooral bij de afdeling IO en Tiem ligt. •

aanbeveling om het structureel in heel Zwolle in te voeren. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden.

Herijking visie op participatie

Doorontwikkeling Aanpak Voorkoming Escalatie bij huishoudens met oplopende problematiek (AVE).

•

Dit Veranderteam moet met criteria komen voor kansrijk samenwerken in de wijken tussen de sociale wijkteams, wijkmanagement- en beheer, fysieke leefomgeving en maatschappelijke ontwikkelingen. Eind dit jaar resulteert dit in een visie Wijkgericht werken. •

Dit project is recent gestart. De verwachting is dat het SWT gevraagd zal worden een regisserende rol op zich te nemen. Dit heeft mogelijk financiële consequenties. •

•

Pilot Relatie en scheidingsteam Sinds september 2021 wordt in twee stadsdelen geëxperimenteerd met een relatie en scheidingsteam. Het doel van de pilot was te werken aan een Zwolse aanpak om preventief complexe echtscheidingen tegen te gaan en daarmee de instroom in de jeugdhulp te beperken’. De pilot is inmiddels afgerond en is de

2

Programma Versterking Sociale Basis Het programma versterken sociale basis richt zich op het zorgen dat er in de stad de juiste formele en informele voorzieningen zijn die mensen helpen in de regie op hun eigen leven. Het SWT voedt dit programma en kan verzoeken krijgen organisaties in de sociale basis met kennis en kunde te ondersteunen.

Inwonersperspectief Begin 2023 heeft een onderzoek plaats gevonden naar de behoefte van inwoners in relatie tot de dienstverlening van het SWT. De belangrijkste aanbevelingen uit het onderzoek zijn meegenomen in de opdrachtbeschrijving.

Veranderteam wijkgericht werken

•

Experiment leerplicht/RMC Begin 2022 is een onderzoek uitgevoerd naar de positionering van de taken leerplicht en RMC2. Geadviseerd wordt om de basistaken onder te brengen bij de wijkteams en deze te laten ondersteunen door een gespecialiseerd team. De RMC taken zouden gecombineerd kunnen worden met de taken rondom participatie. Aandachtspunt hierbij is het regionale karakter van de RMC taken. Het SWT vraagt zich af of met name de handhavende taak vanuit leerplicht zich wel goed laat combineren met de andere taken van het

Onderzoek positionering taken leerplicht en RMC. Lenselink, R (juli 2022)

5

•

wijkteam. Hierbij gaat het vooral de beeldvorming naar buiten, gaat dit niet ten koste van de laagdrempeligheid van het SWT?

wordt vooral beschreven wat deze taken inhouden en hoe e.a. zich verhoudt tot wat anderen doen. Het document kent de volgende opbouw:

Daarom wordt geadviseerd om in een pilot eerst de effecten van het voorgestelde scenario te onderzoeken.

Hoofdstuk 2

Toegang beschermd wonen en beschermd thuis. Voor beschermd wonen en beschermd thuis biedt het SWT vanaf 1 januari 2024 de toegang die op dit moment nog door de GGD wordt uitgevoerd. Het SWT pakt eerst de nieuwe aanvragen op en neemt daarna geleidelijk ook de verantwoordelijkheid voor lopende dossiers over.

Daar waar dat verantwoord kon is op deze ontwikkelingen geanticipeerd.

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7

Leeswijzer

Hoofdstuk 8

Dit document beschrijft de aangescherpte opdracht voor het SWT. Het beschrijft de taken die het SWT nu al uitvoert en dus geen nieuwe taken. Er

Hoofdstuk 9

Algemene introductie van het SWT (ontwikkelingen, doelstellingen, doelgroepen en positionering) Welke diensten levert het SWT welke bijzonderheden gelden per wet? Hoe werkt het SWT? De leidende principes die het SWT hanteert bij de uitvoering en de belangrijkste taken De kwaliteitscriteria die gelden bij de dienstverlening Wie zijn de samenwerkingspartners van het SWT en hoe verhoudt het SWT zich tot hen? Welke externe voorwaarden zijn randvoorwaardelijk voor het goed functioneren van het SWT? Welke eisen worden er gesteld ten aanzien van de communicatie van het SWT? Hoe borgt het SWT dat doelstellingen behaald worden?

6

2 Het SWT Voor inwoners die er zelf niet meer uit komen en die geen oplossing vinden met behulp van hun omgeving of in de sociale basis, organiseert het Sociaal Wijkteam de tijdelijke ondersteuning die een passend antwoord vindt op de échte vraag. Oplossingen voor problemen worden zo veel mogelijk gevonden in de omgeving: thuis, op school of in de wijk. De inwoner blijft zo veel mogelijk in regie met focus op gewone oplossingen voor gewone problemen. Dit wordt gedaan vanuit de volgende visie3: • • •

Versterken: We doen wat nodig is; Normaliseren: We zorgen dat meer normaal is; Tijdelijkheid: We maken onszelf weer overbodig.

De belangrijkste diensten van het SWT zijn: • • • •

informeren en adviseren van inwoners; verbinden met oplossingen in de sociale basis en het eigen netwerk; zelf bieden van ondersteuning; toekennen van gespecialiseerde hulp (toegang).

inwoners bij verschillende loketten moeten aankloppen en biedt laagdrempelige ondersteuning in de eigen leefomgeving. Organisatorisch valt het SWT onder het Sociaal Domein en legt ambtelijk verantwoording af aan de directeur Sociaal Domein. Bestuurlijk valt het SWT onder één wethouder, maar inhoudelijk wordt verantwoording afgelegd aan meerdere portefeuillehouders. Op dit moment zijn dat er drie.

2.1 Ontwikkelingen De omgeving van het SWT is continu in beweging, de maatschappij verandert en ook de taken die bij gemeenten worden neergelegd zijn aan verandering onderhevig. Hier moet het SWT op kunnen inspelen, wat vraagt om een wendbare organisatie die hierin mee kan bewegen. De volgende ontwikkelingen zijn relevant voor het SWT. • •

Zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting op de diensten. Het SWT is een onderdeel van de gemeente Zwolle en ondersteunt inwoners op het gebied van welzijn, zorg, gezondheid en onderwijs. Het voorkomt dat

3

•

Individualisering van de maatschappij waarbij inwoners steeds meer naar de overheid kijken om problemen op te lossen; Toenemende prestatiedruk bij jongeren wat leidt tot stress en (over)belasting van gezinnen; Polarisatie, waardoor de samenleving lijkt te verharden, meer discussie, meer eenzaamheid;

Aangescherpte visie en doelen Sociaal Wijkteam, SWT (augustus 2022)

7

•

•

• • • • •

Verwachtingen qua digitalisering van de overheid nemen toe. Daarnaast zien we dat ouderen en nieuwkomers de voorkeur aan fysieke afspraken geven; Maatschappij wordt diverser door nieuwkomers, ontwikkelingen rondom gender, seksuele diversiteit, religie etc. Daar moet de gemeente zich op aanpassen; Toenemende armoede, niet alle gevallen zijn in beeld bij de gemeente; Krapte op de arbeidsmarkt, moeite om goed personeel te vinden; Toename van problematiek rondom veiligheid, mede door de druk op de zorg en psychiatrie, kortere opnames; Budgetten staan steeds meer onder druk, effectiviteit en efficiëntie worden steeds belangrijker; Zwolle wil een schaalsprong maken, een grotere stad worden. Dit geeft ook meer stadsproblematiek.

2.2 Doelstellingen In het document Aangescherpte visie en doelen SWT staan de vastgestelde visie en doelen beschreven. Samengevat zijn de doelen voor het SWT als volgt. Meer oplossen in de sociale basis

De sociale basis kan de lichte en enkelvoudige vragen vaker zelf oplossen, waardoor het SWT meer tijd heeft voor eigen inzet en procesregie. Dat vraagt een duidelijke opdracht van de gemeente aan subsidiepartners, een sterke verbinding met bestaande organisaties die niet gesubsidieerd worden en het koesteren en ondersteunen van de bestaande vrijwilligers en mantelzorgers. Lichte ondersteuning die nu nog door het SWT gedaan wordt, kan dan worden

4

2

Meer eigen inzet en stevige regie door het sociaal wijkteam

De inzet van het sociaal wijkteam start op het moment dat er hulp ‘achter de voordeur’ nodig is. Het gaat dan over individuele of gezinsproblematiek waar ondersteuning nodig is om verder te komen. De ondersteuning van het SWT kan enkelvoudige, meervoudige of complexe vragen van inwoners betreffen. De oplossing kan bestaan uit een combinatie van antwoorden in de sociale basis, eigen inzet, maar ook door het afgeven van een beschikking voor geïndiceerde zorg of maatwerkvoorziening. De verschuiving ten opzichte van de huidige situatie bestaat vooral uit meer ondersteuning door het SWT zelf om met oog voor alle leefgebieden – en waar mogelijk met het netwerk van de inwoner - tot een duurzame oplossing te komen. 3

4

1

opgepakt door de partijen in de sociale basis. Het gaat dan vooral over ondersteuning bij het samenleven van inwoners.

Minder inzet en andere rol specialistische zorg

Meer oplossingen in de sociale basis, meer eigen inzet van het sociaal wijkteam en meer stap voor stap ingezette ondersteuning bij multiproblematiek betekent minder inzet van zorg waar je alleen toegang toe krijgt met een beschikking van het SWT. Hiermee zetten we de schaarse specialisten alleen in wanneer het echt nodig is en verkorten we de wachtlijsten bij een gelijk aantal vragen. Door de specialisten meer te raadplegen, hoeven zij niet altijd zelf te behandelen in individuele trajecten en wordt de kennis en expertise van het sociaal wijkteam versterkt.

Aangescherpte visie en doelen sociaal wijkteam. SWT (augustus 2022)

8

2.3 Ondersteuningsvragen Het SWT richt zich op alle inwoners van de gemeente Zwolle die vanuit de Wmo, jeugdwet, participatiewet of leerplichtwet recht op ondersteuning hebben.

• • • • • • • • •

Jeugd en gezin Ouderen (mobiliteit, wonen en welzijn) Multiprobleem-huishoudens Maatschappelijke participatie Beschermd wonen/beschermd thuis Huiselijk geweld en kindermishandeling Psychosociale en psychiatrische problematiek Relatieproblematiek en scheiden Vroegtijdig schoolverlaters

2.4 Positionering Het SWT vervult een centrale rol in de beweging die de gemeente wil maken van zware naar zo licht mogelijke ondersteuning en heeft daarmee met veel verschillende partijen te maken. Aan de hand van de piramide in Figuur 2 wordt de rol van het SWT verduidelijkt. Een stevige sociale basis vormt het fundament. De sociale basis wordt in de eerste plaats vormgegeven door de inwoners, verenigingen, sociale netwerken en initiatieven in Zwolle zélf die zorg dragen voor elkaar en hun omgeving. Er zijn ook veel andere instellingen of instanties die een belangrijke bijdrage leveren aan de sociale basis. Het onderwijs bijvoorbeeld, ondernemers, kerken

beweging

De ondersteuning die het SWT zelf levert heeft betrekking op veel voorkomende ondersteuningsvragen van inwoners, ook wel vragen die bij het leven horen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn vragen gericht op:

mo jeugdwet en par cipa ewet door gemeente en aanbieders

mo jeugdwet en par cipa ewet door

toewijzen ondersteunen verwijzen

laagdrempelige voorzieningen en organisa es

niet georganiseerde contacten van inwoners

Figuur 2 - Positie van het SWT

en moskeeën. Al die mensen, organisaties en initiatieven vormen samen een groot deel van de sociale basis in de stad. De sociale basis kent ook ondersteuningsvormen en voorzieningen die door de gemeente worden gestimuleerd, gefaciliteerd of gesubsidieerd. Denk hierbij aan buurthuizen, welzijnswerk, sportvoorzieningen, culturele instellingen, vrijwilligers- en mantelzorgondersteuning en trajecten gericht op herstel naar werk, school en dagbesteding waarin inwoners, organisaties en netwerken zich inzetten voor een veilige, gezonde en fijne plek om met elkaar samen te leven. Het streven is dat zo veel mogelijk van de lichte hulpvragen in de sociale basis opgelost worden. Inwoners helpen elkaar en maken waar nodig eerst gebruik van formele en informele organisaties en netwerken in de sociale basis. De sociale basis zorgt er zelf voor dat ondersteuning in de sociale basis vindbaar

9

en bereikbaar is. Inwoners met een hulpvraag die (deels) in de sociale basis opgelost kan worden, worden gestimuleerd daar gebruik van te maken. Het SWT pakt complexere hulpvragen op of vragen waarvoor (nog of tijdelijk) geen oplossing in de sociale basis is. Hierbij vindt eerst vraagverheldering plaats op basis waarvan bepaald wordt wat er moet gebeuren. Daar waar blijkt dat er sprake is van meerdere hulpvragen, kunnen deze elk verschillend opgepakt worden (niets doen, SWT of specialistische hulp). Vragen die het SWT zelf oppakt zijn onder andere taken die vroeger ook door het maatschappelijk werk werden gedaan (het maatschappelijk werk is bij de start in 2015 opgegaan in het SWT). Dit betreft ambulante, concrete dienstverlening, advisering, bemiddeling en psychosociale hulpverlening aan personen die kampen met problemen van maatschappelijke, sociale en/of individuele aard. Het doel van deze lichte ondersteuning is om (duurdere) specialistische zorg te voorkomen. Ook kijkt het SWT vaak breder en integraler naar een hulpvraag dan zorgaanbieders, die zijn nu nog vaak gericht op hun

specifieke expertise. Dit is wel aan het veranderen. Er wordt aan aanbieders van specialistische hulp gevraagd om met hun expertise aan te sluiten bij de inzet van het SWT of ook vanuit een integrale blik met oog voor de context hun hulp in te zetten. Verder is specialistische ondersteuning niet altijd de beste oplossing. Voor wat overblijft, vaak de intensievere en/of langdurige trajecten wordt een beroep gedaan op specialisten. Het SWT is de formele toegang tot deze ondersteuning. Hierbij horen ook monitoring en evaluatie van de ondersteuning. Het SWT beïnvloedt ook de beweging van zwaar naar licht bij verwijzers, bijvoorbeeld door huisartsen en POH-ers te helpen meer contextgericht te kijken en hen bewust te maken van de diensten van het SWT. Hiervoor werken medewerkers van het SWT ook regelmatig op locatie van de huisartsenpraktijken.

10

3 Overzicht dienstverlening In dit hoofdstuk worden de diensten van het SWT toegelicht. Er zitten echter verschillen in de werkwijze voor de verschillende wetten (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Leerplichtwet). Allereerst wordt de algemene werkwijze toegelicht, waarna ingegaan wordt op de specifieke diensten en werkwijze per wet.

3.1 Algemeen Een belangrijke doelstelling van het SWT is om zo veel mogelijk de beweging van zware naar lichte ondersteuning te maken, d.w.z. van specialistische ondersteuning naar ondersteuning door het SWT en van ondersteuning door het SWT naar oplossingen in de sociale basis. In deze paragraaf wordt aangegeven wat het SWT zelf doet en waar een beroep op anderen gedaan wordt. Het is geen strikt kader, maar een richtinggevend kader. Anders dan in het medisch domein, laten hulpvragen in het sociaal domein zich (nog) lastig objectief meten en strikt afbakenen. Voor het bepalen of iemand ondersteuning krijgt is niet het probleem leidend, maar wat dit betekent voor de persoon en/of zijn omgeving. Vaak is de rol van het SWT het bieden van handvatten en inzichten om met de situatie om te gaan. Er zijn overigens wel verschillen hoe e.e.a. werkt voor de verschillende wetten. Zoals aangegeven is een strikte taakverdeling lastig, maar is er wel een globale indeling te maken van wie binnen het sociaal domein waarvoor verantwoordelijk is.

Sociale basis Verbinden

SWT Ondersteunen

Specialisten Behandeling

Signaleren

Generalistisch

Specialistisch

Primaire preventie

Secundaire preventie

Intensief

Waakvlam

Leun en steun contact

Langdurig*

Collectieve voorzieningen, ook voor mensen met lichte beperkingen in zelfredzaamheid of participatie

Ontwikkelingsgericht

Ernstige gezondheidsrisico’s

Regie op integraliteit Toewijzen

* dit verschilt per wet

In bijlage 3 is een uitgebreidere tabel opgenomen waarin de essentie van de hierna volgende paragrafen is meegenomen. 3.1.1

Sociale basis

De sociale basis is veelomvattend en bestaat uit veel verschillende organisaties, verenigingen en clubs. Grofweg kan de sociale basis ingedeeld worden in de informele en formele sociale basis. De informele sociale basis bestaat uit de inwoners met hun sociale netwerken en alles wat inwoners zelf organiseren zoals verenigingen, clubs en initiatieven. Daarnaast is er de formele sociale basis, dat zijn organisaties die diensten bieden voor allerlei

11

inwoners. Hieronder vallen welzijnsorganisaties, woningcorporaties, bibliotheken etc. Met sommige van deze organisaties heeft de gemeente een formele (en vaak ook financiële) relatie. In de taakverdeling gaat het over deze laatste groep. Bij vraagstukken waar de oplossing vooral ligt op het sociale vlak en het verbinden met de juiste mensen of groepen, is de sociale basis de logische keuze. Hierbij past ook het waakvlamcontact, het contact houden met iemand om te zien of het goed blijft gaan en er zijn als het even lastiger is. Het gaat hier vooral om het sociale contact, er is alleen basis of globale kennis van problematieken of vraagstukken vereist. Voorzieningen in de sociale basis zijn bij voorkeur inclusief waardoor geen of minder voorzieningen voor speciale doelgroepen nodig zijn. Bijvoorbeeld sportverenigingen waar je ook met autisme goed mee kunt doen. Het SWT kan met organisaties meedenken en kan op basis van contacten met inwoners mede aangeven aan wat voor voorzieningen behoefte is. Organisaties in de sociale basis staan het dichtst bij de leefwereld van inwoners en weten daardoor het beste wat er speelt in wijken en buurten of bij bepaalde groepen. Deze signalerende taak helpt het SWT om goed in te spelen op ontwikkelingen. Bijvoorbeeld met kennisuitwisseling of een specifiek aanbod.

Voor de beweging van zwaar naar licht kan naast de verschuiving van ondersteuning door het SWT naar de sociale basis ook veel bereikt worden met preventie. Collectieve of primaire preventie is vooral een taak van de sociale basis. Het SWT helpt waar mogelijk de sociale basis te versterken door organisaties te ondersteunen met specifieke kennis.

UIT DE PRAKTIJK Said El Mohammed, 39 jaar Said is 39 en komt uit Syrië. Hij is gevlucht en heeft zijn huis en familie daar achtergelaten, op zoek naar veiligheid. Sinds kort woont hij in Zwolle in een flat. Said was architect in Syrië, maar door de taal kan hij zijn vak hier niet uitvoeren. Hij komt via het Taalpunt in contact met Marius, die in het SWT werkt. Marius heeft al snel goed contact met Said, want ze spreken beiden Engels. Samen maken ze een plan voor de komende 6 maanden; Nederlands leren is belangrijk, maar hij wil ook graag aan het werk, het liefst in zijn eigen vak. Samen maken ze een flyer om Said te introduceren bij de verschillende architectenbureaus. Na verspreiding, krijgen ze binnen een week een berichtje van Builders, een architectenbureau in Zwolle. Ze willen wel kennis maken met Said en staan open voor een werkervaringsplek voor een jaar. Said moet dan wel zelf zorgen voor een laptop. Dat is na even zoeken geregeld, via het Maatwerkbudget. Said kan aan de slag en is dolblij!!

3.1.2

Sociaal Wijkteam (SWT)

Analoog aan het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep bepaalt het SWT aan de hand van de volgende 6 stappen welke ondersteuning een inwoner nodig heeft: 1. Vaststellen wat de ondersteuningsvraag is. 2. Bepalen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. 3. Vaststellen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving.

12

4. Onderzoeken of en in hoeverre eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere mensen uit het sociale netwerk en oplossingen in de sociale basis de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. 5. Voor zo ver mogelijk en van toepassing, biedt het SWT zelf ondersteuning aan inwoners in de vorm van een algemene voorziening. 6. Wanneer die mogelijkheden ontoereikend zijn, wordt een maatwerkvoorziening verleend. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist, zal een specifiek deskundig oordeel en advies gevraagd worden. Het SWT heeft generalistische teams, met sociaal werkers die verschillende expertises hebben. Daardoor kunnen de teams op een breed vlak inwoners helpen. Het SWT ondersteunt inwoners daarmee op een breed scala aan hulpvragen. Daar waar de ondersteuning specialistisch of intensief wordt, worden specialisten ingeschakeld. De wijze waarop dit gebeurt verschilt per wet. Voor jeugd worden er vooral specialisten bij gehaald en voor Wmo en participatie wordt meer overgedragen naar een aanbieder. Zie verder de specifieke toelichtingen per wet. De taak van het SWT is om het overzicht te houden daar waar meerdere partijen ondersteuning leveren, het gaat hier om regievoering op de integraliteit.

Het doel van de regievoering is om te zorgen dat de ondersteuning goed op elkaar aansluit en niemand tussen wal en schip valt. In sommige gevallen kan het belangrijk zijn om een inwoner leun- of steuncontact te bieden. Hier ligt het accent op het bieden van een luisterend oor en monitoren of het goed blijft gaan. Het verschil met waakvlamcontact is dat hier ook inhoudelijke expertise vereist is.

andere leefgebieden speelt om zwaardere ondersteuning in de toekomst te voorkomen. Dit valt onder secundaire preventie. Tenslotte heeft het SWT een formele taak in de toegang tot maatwerkvoorzieningen. Waar nodig kan het SWT een beschikking voor een maatwerkvoorziening afgeven. Onderdeel hiervan is het monitoren van de voortgang en realiseren van afgesproken doelen door de aanbieder. Dit wordt ook wel procesregie genoemd. Ook wordt periodiek gekeken of de hulp nog passend is, moet er bijvoorbeeld op- of afgeschaald worden? Zie hoofdstuk 4 voor een toelichting van de taken en werkwijze van het SWT. 3.1.3

Specialisten

Onder specialisten vallen de organisaties waar de gemeente vanuit de wettelijke taken een contractuele relatie mee heeft. Het SWT doet een beroep op deze organisaties indien de ondersteuning specialistisch of intensief wordt. Wat dat betreft is er een vergelijking te trekken met de rol van huisarts en die van de specialist (of gespecialiseerde instellingen). De rol van het SWT is goed te vergelijken met die van de huisarts. Een verschil met het medisch domein is dat er in het medisch domein richtlijnen bestaan voor wat de huisarts en wat specialisten doen. In het sociaal domein bestaan dat soort richtlijnen (nog) niet. Daarmee ligt de afweging wanneer een beroep te doen op een specialist voor een belangrijk deel ook bij de medewerkers. Om te borgen dat hier geen grote verschillen in ontstaan wordt de werkwijze periodiek geëvalueerd. Daar worden ook aanbieders bij betrokken. Een duidelijke afweging om een specialist in te schakelen is wanneer er ’ zijn (bijvoorbeeld bij suïcidaliteit of anorexia) of dat 24 uurs zorg in nabijheid geleverd moet kunnen worden.

Op het preventieve vlak is het SWT actief voor inwoners die al bij het SWT bekend zijn. Bij een ondersteuningsvraag wordt altijd gekeken of er iets op de 13

Voor het SWT ligt de grens bij ondersteunen. Het behandelen wordt overgelaten aan specialisten. Het SWT is gericht op ontwikkelen en daar waar de ontwikkeling bij een inwoner stagneert en de ondersteuning een langdurig karakter krijgt, wordt ook een beroep op aanbieders gedaan. Dit speelt met name bij de Wmo. In het algemeen geldt dat de specialist de duurdere optie is, maar in deze gevallen is het SWT juist de duurdere optie. Medewerkers van het SWT zijn in de regel hoog opgeleid en dat is voor deze groep niet nodig.

3.2 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Het doel van de Wmo is om mensen zo zelfredzaam mogelijk te houden en te borgen dat men kan participeren. Voor het SWT is de dienstverlening vanuit de Wmo onderverdeeld in: • • • •

Materiële ondersteuning Psychosociale ondersteuning Thuisondersteuning/dagbesteding Beschermd wonen/beschermd thuis

De diensten en werkwijze van deze diensten zijn verschillend en worden hierna nader toegelicht.

UIT DE PRAKTIJK Willem Brands, 67 jaar Meneer Brands woont alleen in een koopwoning in Zwolle. Zijn vrouw is 15 maanden geleden overleden. Hij heeft gesprekken gehad met de pastor van zijn kerk over wat dit voor hem betekent, maar kan maar niet aan de stilte wennen. De pastor ziet dat meneer niet verder komt in zijn eenzaamheid en belt (in overleg met meneer) met het SWT. Carolien van het SWT gaat op huisbezoek bij meneer Brands. Hij kan goed uitleggen hoe hij zich voelt en geeft aan dat hij niet in beweging komt, dat hij eigenlijk altijd thuis zit. Ze gaan in overleg met Samen Zwolle om te zien welke mogelijkheden er zijn. Er blijkt een gespreksgroep te zijn van mensen die hun partner moeten missen. Door hierheen te gaan komt hij mensen tegen die in hetzelfde proces zitten, voelt hij erkenning én ontmoet hij gelijkgestemden om eens mee af te spreken. Als Carolien een maand later nog eens belt, is meneer opgewekt. Het verdriet blijft, maar hij kan het delen. Ook vond hij bij de gespreksgroep aansluiting bij Herman, die net als hij, houdt van museumbezoek. Er staat al een afspraak gepland. Het SWT had natuurlijk wekelijks op bezoek kunnen komen, ambulante begeleiding in kunnen zetten, maar we willen graag kijken naar grotere meerwaarde voor inwoners; professionals zijn voorbijgangers.

Door te organiseren dat iemand in het normale leven meer de deur uit komt en mensen ontmoet, ontstaat er een natuurlijke netwerkomgeving. Daar kunnen weer nieuwe contacten groeien!

3.2.1

Materiële ondersteuning

Bij materiële ondersteuning worden inwoners met problemen op het gebied van vervoer, mobiliteit of zelfredzaamheid geholpen zodat zij weer verder kunnen. Voorbeelden van ondersteuning zijn: • •

Taxipassen Vervoersmiddelen

14

•

Woningaanpassingen

Voor de materiële Wmo heeft het SWT vooral een toegangsfunctie. Er wordt naar de situatie van de inwoner gekeken en op basis daarvan wordt wel of geen voorziening toegekend. Bepalend hierbij is de mate waarin iemand beperkt wordt in zijn zelfredzaamheid. Dat betekent dat inwoners met ogenschijnlijk een gelijke ondersteuningsvraag verschillend geholpen worden. Er wordt gestuurd op zelfredzaamheid en participeren. Er wordt gekeken wat mensen zelf kunnen doen en wat aanvullend vanuit de Wmo gecompenseerd moet worden om te participeren. Naast het verstrekken van een hulpmiddel, wordt ook informatie en advies gegeven over duurzame zelfredzaamheid en participatie. Bijvoorbeeld om de afhankelijkheid van een hulpmiddel te verminderen.

(maatwerkvoorziening). Een oplossing kan ook uit combinaties van deze drie opties bestaan. De ondersteuning van het SWT is gericht op het leren omgaan met de situatie en het normaliseren en accepteren. Medewerkers van het SWT werken generalistisch en zijn specialist van het gewone leven waarmee ze bij veel situaties of problemen kunnen helpen. De zwaarte van de problematiek maakt daarbij niet uit, het gaat om de mate waarin iemand beperkt wordt in zijn zelfredzaamheid. De ondersteuning van het SWT stopt zodra het doel is bereikt (zoals opgenomen in het ondersteuningsplan). Dit hoeft niet te betekenen dat het probleem is opgelost, maar wel dat draaglast en draagkracht van de inwoner weer enigszins in balans zijn. In de volgende gevallen wordt een aanbieder ingezet:

3.2.2

Psychosociale ondersteuning

Bij psychosociale ondersteuning ligt het accent op het leren omgaan met problemen die iemand ervaart en de sociale gevolgen. Dit lijkt sterk op algemeen maatschappelijk werk. Voorbeelden van psychosociale ondersteuning zijn: • • • •

Omgaan met verlies Vragen over zingeving Omgaan met psychische klachten Omgaan met schulden en financiële ondersteuning

Bij psychosociale ondersteuning wordt eerst de ondersteuningsvraag goed in beeld gebracht waarbij het accent ligt op het begrijpen van de situatie. Op basis daarvan wordt gekeken op welke wijze iemand geholpen wordt: het herstellen van relaties in eigen netwerk, een oplossing in de sociale basis, het zelf bieden van ondersteuning (eigen inzet) of gebruik maken van specialisten

•

Intensieve begeleiding/ondersteuning Het SWT is niet toegerust voor intensieve ondersteuning van inwoners. De grens ligt bij ongeveer 15 gesprekken per ondersteuningsvraag.

•

Specialistische kennis Medewerkers van het SWT werken generalistisch vanuit een eigen expertisegebied. Indien de ondersteuning meer specialistische kennis of behandeling vereist wordt een zorgaanbieder ingezet.

•

Ontwikkeling stagneert De ondersteuning vanuit het SWT is in de basis eindig en gericht op het helpen van de inwoner om stapjes te zetten. Op het moment dat de ontwikkeling stagneert, maar er wel ondersteuning nodig blijft, wordt een beroep gedaan op een aanbieder die het contact onderhoudt.

15

In de volgende gevallen wordt gekeken naar een oplossing in de sociale basis: •

Verbinden en sociaal contact Daar waar de ondersteuningsbehoefte meer het karakter krijgt of heeft van sociaal contact, wordt de sociale basis ingeschakeld. Bijvoorbeeld om periodiek contact met een inwoner te houden (aandacht/waakvlam) of een inwoner deel te laten nemen aan een algemene dagbesteding in de wijk.

•

Activatie en herstel Op een laagdrempelige manier mensen ondersteunen om te ontdekken waar nog mogelijkheden liggen om toch mee te kunnen doen in de samenleving. Het accent ligt op het benutten van het netwerk en bieden van structuur.

3.2.3

Thuisondersteuning/dagbesteding

Thuisondersteuning bestaat uit een combinatie van huishoudelijke hulp en/of begeleiding. De begeleiding/ondersteuning richt zich erop de participatie en zelfredzaamheid van de inwoner te vergroten of te behouden. De ondersteuning is individueel bij mensen thuis of dagbesteding in groepen. Het SWT heeft hier alleen een toegangsfunctie. Samen met de inwoner wordt een ondersteuningsplan opgesteld met resultaatgebieden en doelen. De ondersteuning wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig op de behoefte aangepast.

3.2.4

Beschermd wonen/beschermd thuis

Bij beschermd wonen gaat het om het bieden van een beschermde woonplek voor kwetsbare inwoners die vanwege psychische of psychosociale problemen

niet (volledig) zelfstandig kunnen wonen. Deze ondersteuning is altijd intramuraal. Mensen met psychiatrische en sociaal-maatschappelijke problemen kunnen hun zelfstandigheid vaker behouden als passende ondersteuning in de thuissituatie beschikbaar is. Daarom wordt er ook op ingezet om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen te organiseren: beschermd thuis. Bij beschermd thuis is 24 uur beschikbaarheid van hulp een vereiste. Voor beschermd wonen en beschermd thuis biedt het SWT vanaf 1 januari 2024 de toegang. Het gaat alleen om de toegang, hier wordt door het SWT niet zelf ondersteuning geboden. Het SWT kijkt naar maatwerkoplossingen die passen bij de beperking van de inwoner en zo veel mogelijk passend zijn bij het normale leven. Bij de toegangsfunctie hoort ook procesregie, het monitoren van afspraken en resultaten van de ondersteuning. Hierbij kijkt men of de hulp passend is en of hulp op- of afgeschaald moet worden. Zo ontstaat een beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis en van beschermd thuis naar zelfstandig wonen met waar nodig lichte ondersteuning.

3.3 Jeugdwet De jeugdzorg is in 2015 overgeheveld naar de gemeenten die zich in hun beleid moeten richten op: • • • • •

Het versterken van het probleemoplossend vermogen van kinderen en jongeren, hun ouders en sociale omgeving; Het bevorderen van de opvoedcapaciteiten van ouders en de sociale omgeving; Preventie en vroegsignalering; Het tijdig bieden van de juiste hulp op maat; Effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen.

16

Het SWT levert een bijdrage aan al bovenstaande onderdelen door eigen inzet, regievoering over proces en resultaten en door het afgeven van indicaties voor meer specialistische ondersteuning. Twee wijkteams nemen sinds april 2022 deel aan de proeftuin Samenspel in de wijk en werken met een vernieuwende aanpak. Deze proeftuinen lopen tot en met maart 2024 waarna bekeken wordt of de ontwikkelde aanpak binnen het hele SWT wordt ingevoerd. Dit betekent dat er binnen het SWT tijdelijk twee werkwijzen zijn waarbij de verwachting is dat de nieuwe werkwijze de standaard wordt. Niet alleen voor jeugd, elementen ervan zullen naar waarschijnlijkheid ook een plek krijgen bij andere wettelijke taken.

3.3.1

Nieuwe werkwijze

In de proeftuin Samenspel in de wijk wordt het samenspel opnieuw vormgegeven tussen het SWT en betrokken partners die een rol spelen bij de benodigde ondersteuning. Hoewel de proeftuin nog loopt, zijn nu al de contouren van de nieuwe werkwijze te schetsen: • • • • •

Bij Jeugdhulpvragen wordt altijd naar het hele systeem en de daarin belangrijke relaties gekeken; In het geval dat er al veel hulp bij betrokken is, dan wordt die ook in kaart gebracht; Ook wordt altijd een aantal hypotheses opgesteld over waar oorzaak en oplossing kunnen liggen, daar wordt de ondersteuning op afgestemd, waarna het effect wordt gemonitord; De professional van het SWT is in regie en kan naast het eigen netwerk van het gezin ook partners betrekken uit de sociale basis of gespecialiseerde jeugdhulppartners; Dit gebeurt zodanig dat ouders en jeugdigen blijven eigenaar van hun vraag en oplossingsrichting;

UIT DE PRAKTIJK Pascalle, 14 jaar Pascalle is een meisje met een lange hulpverleningsgeschiedenis, ambulante hulp en diverse crisisplaatsingen zit op een 24-uurs behandelgroep. Ze gaat niet meer naar school en het gaat niet goed in de behandelsetting waar ze zit. Ook thuis is al veel hulp betrokken. Het werkt niet, de jeugdhulpaanbieder wil dat ze wordt overgeplaatst. Tijdens het multidisciplinair overleg worden oplossingen bedacht; een andere plek, een gedwongen kader. Ellen van het SWT wil graag iets anders proberen. Wat wil Pascalle eigenlijk zelf het liefst? Ze wil terug naar huis. Het team besluit de stap te maken en als zij dat willen het gezin zelf te ondersteunen. De school helpt ook mee en maakt een nieuw begin mogelijk. Een paar maanden later gaat het goed. Ze heeft ze zelf een stageplek gevonden en volgt de opleiding die ze wil. Ook vond ze zelf een bijbaantje. Als SWT-professional werkt Ellen niet aan allerlei doelen maar wordt wel meegevraagd, bijvoorbeeld naar de nieuwe school of gewoon om een rondje te fietsen. Ellen over deze casus: ‘Ik wilde zeggen, ik ben zo trots op je, maar ik bedacht dat dit niet over mij gaat en vroeg of ze trots op zichzelf was. Ze zei: Ja, ik heb er hard voor gewerkt en het gaat goed.’

• • • • •

Overleggen met jeugdige en gezin zijn met een beperkt aantal hulpverleners om het overzichtelijk te houden; Als de resultaten van bijvoorbeeld een behandeling uitblijven, wordt de inzet daarvan gestopt en gekeken naar andere duurzame oplossingen; Ondersteuning wordt altijd zo veel mogelijk in de eigen context geboden: thuis, op school of in de wijk; Ondersteuning wordt stap voor stap ingezet, dus niet alles tegelijk; Waar mogelijk wordt eigen inzet van de SWT-professional ingezet om de benodigde ondersteuning te bieden;

17

•

Wanneer eigen inzet niet toereikend is, blijft de SWT-professional wel in regie om integraliteit en voortgang in het oog te houden.

De verschuiving van zwaar naar licht ontstaat doordat met meer eigen inzet van het SWT, een betere analyse en de inzet van hypotheses, minder specialistische hulp nodig is. Ook wordt beter gekeken welke ondersteuning in de sociale basis kan worden opgepakt. Wie doet wat? Omdat de beschreven werkwijze maatwerk en oog voor het geheel vraagt, is niet te zeggen waar de inzet van het SWT exact stopt en de inzet van de specialistische aanbieders begint. Dat verschilt per casus. Expertise wordt er namelijk vooral bij gehaald zodat het team daar ook door versterkt wordt, in plaats van alleen door te verwijzen naar de expert. Door deze versterking kan de volgende keer weer meer door het SWT zelf worden opgelost. De weging om specialistische inzet te benutten hangt af van de intensiteit van ondersteuning die nodig is en de duur en de mate van specialistische kennis die nodig is om tot passende oplossingen te komen. Relatie met andere wetten De jeugdwet heeft een sterke relatie met de Participatiewet, leerplichtwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Vragen die binnenkomen als jeugdhulpvragen, vinden geregeld antwoorden in inkomen, hulp in de huishouding of begeleiding naar werk. Juist door naar het geheel te kijken, worden oplossingen breed gevonden en ingezet. Laagdrempelige afstemming hierover binnen het SWT is hierbij essentieel. 3.3.2

hierop neer. In de huidige werkwijze is het afhankelijk van de professional hoe veel of hoe weinig eigen inzet wordt gepleegd, de nieuwe werkwijze brengt daar meer lijn in. Ook werd bij jeugdigen en hun gezin sneller doorverwezen naar een gespecialiseerde aanbieder die het dan overneemt. Daar waar de resultaten van ondersteuning uitblijven, wordt vaker ingestoken op verlenging en intensivering van de ondersteuning in de hoop op betere resultaten. Bij complexe casussen zijn meer hulpverleners betrokken (ieder gezinslid kan een eigen hulpverlener hebben), wat de regie en het goed beleggen van verantwoordelijkheid uitdagend maakt.

3.4 Participatiewet Het doel is om mensen naar vermogen zo veel mogelijk deel te laten nemen aan de maatschappij. Participatie wordt onderverdeeld in arbeidsparticipatie en maatschappelijke participatie. Dit kan het beste verduidelijkt worden aan de hand van de participatieladder (zie Figuur 3). Maatschappelijke participatie gaat over de eerste vier treden (1 t/m 4), hier staat deelname aan de maatschappij centraal. Ondersteuning op dit vlak is geregeld Figuur 3 - Participatieladder vanuit de Wmo, Jeugdwet en Leerplichtwet. De bovenste twee treden gaan over arbeidsmatige participatie, met als ultiem doel de toeleiding naar betaald werk. Deze ondersteuning wordt geboden vanuit de Participatiewet.

Verschillen met de huidige werkwijze

In voorgaande beschrijving van de nieuwe werkwijze is ook al een aantal verschillen met de huidige werkwijze aangegeven. Op hoofdlijnen komen die

18

3.4.1

Wie doet wat?

Op het vlak van participatie werkt het SWT nauw samen met de afdeling Inkomensondersteuning (IO) en Tiem. Het SWT is verantwoordelijk voor de maatschappelijke participatie en Tiem voor de arbeidsparticipatie. IO schat bij de aanvraag voor een uitkering in waar de persoon op de participatieladder staat en verwijst de persoon op basis daarvan door naar Tiem of SWT. Uitzondering hierop vormen statushouders. Daarvoor geldt dat team IPA (van IO) statushouders begeleidt op het vlak van participatie tijdens de inburgering. Voor vrijwilligerswerk (trede 4) begeleidt het SWT inwoners zowel zelf als dat gebruik gemaakt wordt van de diensten van anderen zoals Zwolle Doet. Dit hangt af van de situatie en wensen van de inwoner. Doorslaggevend is wat het best passend is. Naast ondersteuning op participatie kan een inwoner ook op andere gebieden ondersteuning krijgen. Het is belangrijk dat er altijd een regisseur is die de integraliteit van de ondersteuning op alle leefgebieden voor een inwoner waarborgt. Indien een inwoner ondersteuning van het SWT krijgt, ligt de regierol altijd bij het SWT. Met uitzondering van statushouder, daar ligt gedurende de inburgering de regie bij Team IPA. Bij inwoners die nog niet toe zijn aan arbeidsmatige participatie maar waar het maximaal haalbare is bereikt, gaat de verantwoordelijkheid over naar IO. Zij houden periodiek contact met de inwoner.

Het SWT komt pas weer in beeld zodra er iets in de situatie verandert. 3.4.2

Werkwijze

Participatievragen worden als onderdeel van de integrale intake van het SWT in beeld gebracht. Voor het maken van stapjes op de onderste treden van de participatieladder kijkt het SWT naar oplossingen in de sociale basis, biedt het

UIT DE PRAKTIJK Ibrahim, 32 jaar Ibrahim heeft HBO Grafische voorgeving gestudeerd en afgerond. Hij woont nog thuis bij zijn ouders en heeft last van angstklachten. Nog voor hij zou starten bij zijn eerste baan en dit had aangegeven werd hij ontslagen. Het UWV kon niet helpen en de huisarts vond de klachten niet ernstig genoeg. Toen hij een uitkering aanvroeg bij de gemeente werd er samen met SWT, Tiem en IO naar zijn situatie op alle leefgebieden gekeken. Samen met Ibrahim is direct een plan gemaakt. Er is gestart met een interne werkervaringsplek bij Tiem op prikkelarme werkplek. Het aantal uren is geleidelijk opgebouwd waarna hij een werkervaringsplek kreeg in zijn vakgebied. Hij kreeg de kans om in een klein team te groeien. Hij ging steeds meer uren werken, en is inmiddels op contract aan het werk in zijn eigen vakgebied. Er werd ook een vangnet geboden voor als het niet zou lukken, daar is geen gebruik van gemaakt maar gaf wel vertrouwen en heeft het herstel versneld. Doordat bredere breder gekeken is dan de uitkering is Ibrahim eerder geholpen en ook eerder weer aan het werk gegaan.

zelf ondersteuning (eigen inzet) of maakt het gebruik van specialisten. Zwolle Doet is een belangrijke samenwerkingspartner in de sociale basis. Ondersteuning die iemand krijgt is niet vrijblijvend, er wordt ook iets van de inwoner zelf verwacht. Het SWT spreekt iemand waar nodig hier ook op aan. Daar waar dit onvoldoende effect heeft, wordt afgestemd met de afdeling handhaving en/of inkomensondersteuning. Een goede rolscheiding wordt hierbij belangrijk geacht en moet het SWT niet zelf gaan handhaven. Het SWT biedt zelf ondersteuning in de vorm van coaching.

19

Voorbeelden van gevallen waar het SWT een beroep doet op de expertise van specialisten zijn: • • • • • • • •

Zwaardere psychische problematiek Verslavingsproblematiek Langdurige laagfrequente ondersteuning waarbij specialistische kennis van problematiek of doelgroep van zwaarwegend belang is. Complexe schulden (doorverwijzing naar schulddienstverlening en/of wettelijk beschermingsbewind) Problematiek waarbij eigen inzet niet toereikend is doordat deskundigheid ontbreekt of om een van bovenstaande redenen. Dagbesteding waarbij specialistische kennis van problematiek of doelgroep van zwaarwegend belang is. Er een route naar (beschut) werk mogelijk is, of werken vanuit het doelgroepenregister Het als zelfstandig ondernemer willen starten vanuit een bijstandsuitkering.

Voorbeelden waar het SWT een oplossing zoekt in het voorliggend veld zijn: • • •

Langdurige laagfrequente ondersteuning waarbij specialistische kennis van problematiek of doelgroep niet of van ondergeschikt belang is. Alle vragen op administratief en financieel gebied die met lichte ondersteuning kunnen worden beantwoord. Het willen doen van vrijwilligerswerk of het hebben van een daginvulling (dus dagbesteding waarbij specialistische kennis van problematiek of doelgroep niet of van ondergeschikt belang is).

Een belangrijke doelgroep vormen vroegtijdig schoolverlaters. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met het RMC (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie). Jongeren zonder startkwalificatie die hun studie niet willen afronden en niet

meer onder de leerplicht vallen, krijgen ondersteuning op het gebied van participatie.

3.5 Leerplichtwet Het doel van de leerplichtwet is dat jongeren zo goed mogelijk worden toegerust met kennis en vaardigheden die zij nodig hebben om een zelfstandige plek in de samenleving te verwerven. Een afgeronde

UIT DE PRAKTIJK Pepijn,16 jaar Pepijn heeft autisme en gaat naar het speciaal onderwijs. Op een gegeven moment ontvangt Johan, de leerplichtambtenaar van het SWT, een verzuimmelding van school. Pepijn verzuimt dan al geruime tijd en ook het speciale opvanggroepje voor jongeren die uitvallen van school sloeg niet aan. School en de buitengewoon opsporingsambtenaar verzochten daarom een handhavingstraject in te gaan. Johan onderzoekt eerst goed wat de oorzaak van het verzuim is en verdiept zich in Pepijn. Hij ontdekt dat Pepijn al eerder hulp via het wijkteam heeft gekregen voor problemen in het gezin maar dat dit o.a. vanwege veel gamen niet erg aansloeg. Hij aanvaarde de hulp steeds minder. Pepijn leek een niet erg gemotiveerde jongen. Ook signaleerde hij veel misverstanden in deze casus. Al met al vond Johan handhaving een te zwaar middel in dit geval. Samen met een collega uit het wijkteam werd besloten om in plaats daarvan een iets aangepast HALT traject in te gaan. Het HALT traject bleek erg succesvol en was net even het zetje wat hij nodig had om weer in een goede structuur te komen. Uiteindelijk is weer naar de 'reguliere' speciaal onderwijs klas teruggestroomd en heeft nu weer een toekomstperspectief.

schoolopleiding is daarvoor een eerste vereiste. De taken vanuit de leerplichtwet zijn onderverdeeld in wettelijke taken leerplicht en wettelijke taken RMC.

20

3.5.1

Leerplicht

Kinderen en jongeren tussen vijf en zestien jaar zijn leerplichtig. Vanuit de leerplicht wordt hierop toegezien. Hieronder vallen de volgende taken: • • •

•

Gesprekken met scholen over verzuimbeleid/schoolaanwezigheid; Overleg met wettelijke ketenpartners (Halt, OM, RvdK, politie, onderwijsinspectie, SWT, regiogemeenten). Uitvoeren van de MAS (Methodische Aanpak Schoolverzuim). Hieronder vallen: preventieve verzuimgesprekken, afhandelen meldingen diverse soorten verzuim; vrijstellingen; onderzoek na melding; kennisgevingsbrieven; huisbezoeken; gesprekken na melding; multidisciplinaire overleggen; officiële waarschuwingen; boetes; processen verbaal; zittingen; bemiddelingstrajecten; recidive; bijzonder verlof; Taken rondom trajecten (vrijstellingen, (gezins)ondersteuning; haltstraf; dwang civiel; dwang strafrecht; combinatietrajecten; opschalingen).

De werkwijze bij verzuim is meer gericht op helpen en motiveren dan op handhaven. Verzuimmeldingen komen binnen via de scholen, waarna in de meeste gevallen een eerste gesprek volgt. Dat gesprek is gericht op het begrijpen van de oorzaak van het verzuim. Hierop kunnen meerdere gesprekken volgen, pas in het laatste geval wordt het instrument van boetes ingezet. Indien er indicaties zijn dat er meer speelt, wordt een collega van het wijkteam erbij gehaald.

5

Jongeren die in het bezit zijn van een getuigschrift van het praktijkonderwijs of getuigschrift van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel van het VSO, het uitstroomprofiel dagbesteding van het VSO, dan wel een diploma hebben van een

Ter preventie worden op scholen spreekuren georganiseerd waar leerlingen bij beginnend verzuim voor worden uitgenodigd. Het SWT streeft naar een zo gelijk mogelijke werkwijze voor alle leerplichtambtenaren. De werkwijze is beschreven en geborgd. 3.5.2

Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC)

Het RMC is het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt voor voortijdig schoolverlaters en spoort jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie op en zorgt ervoor dat ze een opleiding of een leer/werktraject gaan volgen. De taken van het RMC zijn: • • • •

Opstellen regionaal programma t.b.v. voortijdig schoolverlaters; Voeren en organiseren bestuurlijk overleg met domeinen zorg en arbeid. Registreren van VSV meldingen en zorgdragen voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs en arbeidsmarkt; Volgen van specifieke5 jongeren op deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt.

Het RMC kan gezien worden als een doorstroompunt voor jongeren zonder startkwalificatie. Afhankelijk van de situatie stroomt een vroegtijdig schoolverlater (VSV-er) weer door naar school (bijvoorbeeld een andere opleiding) of krijgt begeleiding naar werk via Groei Vooruit. Het RMC begeleidt

entree-opleiding en werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst voor minimaal 12 uur in de week

21

UIT DE PRAKTIJK

vroegtijdig schoolverlaters in beeld te hebben. Daarom worden op basis van de informatie van DUO jongeren die niet via school zijn aangemeld door het RMC zelf benaderd.

Er speelt veel in het leven van Fatima waardoor ze haar MBO4 opleiding voor financieeladministratief medewerker niet heeft afgemaakt. Vanwege mentale problemen is ze in het laatste jaar gestopt met haar studie. Ze werkt nu in een supermarkt achter de kassa. Omdat ze geen startkwalificatie heeft, neemt doorstroomcoach Björn van het Doorstroompunt (RMC) contact met haar op. In het gesprek komen meerdere hulpvragen naar voren op: financiën, wonen, sociaal emotioneel welzijn, werk en ontwikkelmogelijkheden.

Gesprekken met jongeren kunnen op school plaatsvinden, op kantoor van het SWT of bij de jongere thuis. Wanneer blijkt dat er meer speelt dan alleen studieproblematiek, kan ook het wijkteam erbij gehaald worden.

Fatima, 19 jaar

Om te prioriteren stelt Björn samen met Fatima een toekomstplan op. Hij gaat met Fatima mee naar het inloopsspreekuur van Op Orde Zwolle omdat de drempel om alleen te gaan te groot is. Er wordt een Educatiemeter afgenomen om zicht te krijgen op talenten, krachten, valkuilen en ontwikkelmogelijkheden. Voor aanvullende hulp wordt Fatima bij het wijkteam aangemeld. Door TIEM wordt ze begeleid naar werk. Als er wat meer rust komt wil ze werken en leren combineren en haar studie afmaken. Björn blijft gedurende het hele traject een vinger aan de pols houden. Door het outreachend benaderen kreeg Fatima de mogelijkheid om hulp aan te nemen. Met het afronden van haar studie kan ze duurzaam aan het werk.

ook jongeren zelf, bijvoorbeeld met het vinden van een passende opleiding of ondersteuning om bij het schrijven van een CV. Een jongere wordt bij voorkeur door school bij het RMC aangemeld zodat een warme overdracht kan plaatsvinden. Het doel van het RMC is om alle

Het RMC werkt ook preventief door daar waar nodig al bij het intakegesprek voor de opleiding aanwezig te zijn. De RMC taken hebben de sterke relatie met de taken van het SWT rondom participatie.

3.6 Overige diensten Naast de wettelijke taken uit de vorige paragrafen vervult het SWT ook andere taken. Zo heeft het SWT een rol in de Aanpak Voorkoming Escalatie bij huishoudens met oplopende problematiek (AVE). Het SWT neemt waar nodig deel aan casusoverleg. Op dit moment loopt het project ‘Doorontwikkeling AVE’. Hierin wordt gekeken of het SWT ook een regisserende rol op zich kan nemen in de vorm van procesregisseurs.

22

4 Taken en werkwijze 4.1 Tien leidende principes In de uitvoering hanteert het SWT een 10-tal leidende principes. De mate waarin een uitgangspunt van toepassing is op bepaalde diensten of wetten kan verschillen. Een belangrijke basis voor de principes zijn geweest: de Hervormingsagenda6 met o.a. de proeftuin samenspel in de wijk, het innovatielab en het onderzoek inwonersperspectief. Veel samenwerkingspartners uit hoofdstuk 6 hebben op de partnerbijeenkomst van 13 juli 2023 aangegeven de leidende principes te delen. 1. Bestaanszekerheid als prioriteit Om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving en om te werken aan ontwikkeling is bestaanszekerheid essentieel. Bij bestaanszekerheid gaat het om de zekerheid van inkomen, wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen. Dat is een voorwaarde om als mens mee te doen in de samenleving en wordt zo veel mogelijk meegenomen in de ondersteuningsplannen.

6

2. Van apart naar gewoon Dat betekent dat niet bij alles waar een inwoner met een hulpvraag zich mee meldt, er meteen gedacht wordt aan het inzetten van ondersteuning. Omdat sommige dingen vanzelf overgaan. Of omdat sommige dingen geen professionele hulp nodig hebben, maar acceptatie van de omgeving (een beetje anders zijn mag). En omdat voor sommige hulpvragen geen professional, maar een steunende omgeving nodig is. 3. Contextueel mensbeeld Binnen de hulpverlening zijn verschillende mensbeelden die gehanteerd kunnen worden. •

Het medisch model: Dit mensbeeld gaat uit van een 'defect'-benadering, waarbij problemen worden gezien als 'ziektes' of 'stoornissen' die door professionals moeten worden gediagnosticeerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=eb7490ee-9909-48a6-ad58-8fd5f9f8cde3