1. Reactie college van B&W op adviezen Burgerberaad
Tekst van het document
Naast het uitbreiden van deze pilot willen we ook inzetten op de ontwikkeling van Smart energy hubs op de andere bedrijventerreinen Voorst en Marslanden. Het bevorderen van het delen van duurzaam opgewekte energie richt zich in het kader van dit advies op opslag en is daarmee vooral een ruimtelijk vraagstuk. Daar waar diverse soorten van infrastructuur elkaar kruisen, komt ook de mogelijkheid van uitwisselbaarheid van energie aan de orde (bijv van electriciteit naar waterstof of van waterstof naar warmte). Vooral op Hessenpoort begint nu een forse energie rotonde te ontstaan. Het stimuleren woningcorporaties en particuliere verhuurders van bestaande woningen te investeren in duurzame energie heeft betrekking op het verduurzamen van woningen en bedrijven. In onze reactie onder 2.3 gingen we reeds in op het advies om inwoners en bedrijven te betrekken bij het opwekken van duurzame energie. Advies 7.2.1: Wij adviseren het slimmer gebruiken van openbare verlichting Hoe willen we dat bereiken? • Bewegingssensor in straatverlichting. • Maak een lichtkaart (vergelijkbaar met de ‘heat map’) van de stad om te kijken waar energie bespaard kan worden. • Stimuleer bedrijven om ’s nachts minimaal te verlichten. Dit vinden we eerlijk omdat: • Dit zorgt voor minder lichtvervuiling in de gemeente. • Het zorgt voor minder gebruik van gemeentelijke energie.
Reactie college Daar waar haalbaar past de achterliggende gedachte om energieverbruik te verminderen in bestaand beleid. Dit geldt tevens voor het zo klimaatneutraal mogelijk beheren van de openbare ruimte. Binnen het principe van redelijkheid en billijkheid, mede gelet ook op de maatschappelijke functie van de openbare verlichting. Een jaar kent 365 x 24 uur = 8.760 uur. Daarvan verzorgt ongeveer 4.200 uur van de tijd de 19
openbare verlichting de veiligheidsbeleving van onze inwoners, beïnvloedt het de verkeersveiligheid en heeft het effect op de orde en handhaving. In 2019 is besloten om conventionele openbare verlichting versneld te vervangen door LED-verlichting met een dimfunctie. Deze vervanging is in 2024 gereed. Als lokale overheid verlichten wij ons vastgoed ’s nachts minimaal en geven we daarmee een goed voorbeeld. Advies 7.2.2: Wij adviseren regelgeving om slimmer gebruik van energie en verlichting door horeca en retail te stimuleren. Denk aan: heaters, lichtreclame, airco, heteluchtgordijnen, etc. Hoe willen we dat bereiken? • Met precariorechten (gemeentelijke belasting) het gebruik van lichtreclames beïnvloeden. • Met voorwaarden voor het verlenen van vergunningen. Dit vinden we eerlijk omdat: • Een gelijk speelveld voor de Zwolse bedrijven ontstaat. Reactie college De afgelopen jaren hebben horeca en retail al grote stappen gezet in het verminderen van het energieverbruik. Winkels sluiten bijvoorbeeld vaker hun deuren. Met de horeca zijn afspraken gemaakt over het stoppen van het gebruik van terrasverwarmers. In regels voor gevelreclame is opgenomen dat verlichte reclame na 23.00 uur moet worden gedimd. Precario kan alleen worden geheven als er gebruik wordt gemaakt van publieke ruimte. Dit geldt niet bij winkels.
De uitdaging voor het verduurzamen van horeca en retail zit in het feit dat de huurder en eigenaar vaak verschillende partijen zijn. Het is de eigenaar die maatregelen tot verduurzaming moet nemen. Sinds begin 2024 is er het energieloket voor bedrijven en instellingen geopend, Energieloket voor bedrijven en instellingen | Gemeente Zwolle . Bedrijven, waaronder winkels en horeca kunnen hier terecht met voor informatie en vragen over het verduurzamen van hun gebouwen. Uitdagingen hierbij is dat de vastgoedeigenaren vaak niet de gebruikers van de panden zijn, gebouwen niet alleen voor horeca of winkel worden gebruikt, maar ook voor wonen. Daarnaast moeten bedrijven die boven een bepaald energieverbruik zitten, voldoen aan de wettelijke energiebesparingsplicht. Een deel van de horeca en retail moet aan deze wetgeving voldoen. De omgevingsdienst IJsselland voert namens gemeente Zwolle toezicht en handhaving uit op deze gebouwen. Op dit moment geven we prioriteit aan toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht voor winkels en horecagebouwen die boven dit bepaalde energieverbruik zitten. Gemeente Zwolle en de Omgevingsdienst IJsselland maken jaarlijks afspraken over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energie besparingsplicht. Met dit beleid, toezicht en handhaving geven we reeds uitvoering aan dit advies van het Burgerberaad. Thema 8.
Wenselijkheid doel om in Zwolle in 2040 klimaatneutraal te zijn Advies 8.1: Wij adviseren de gemeente Zwolle om zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken. Hoe willen we dat bereiken? Door te onderzoeken wat het potentieel is in Zwolle en dat wanneer een andere keuze gemaakt 20
wordt, hiervoor de argumenten worden opgesteld. Dit vinden we eerlijk omdat optimaal gebruik van de ruimte om zelf energie op te wekken gewogen wordt met andere maatschappelijke belangen. We vinden het belangrijk dat het goed onderzocht wordt en dat bij het kiezen van een andere functie dit goed onderbouwd wordt. Reactie college Onze verwachtingen met betrekking tot de opwek van duurzame energie door middelen van wind en zon heeft de gemeente in de Regionale Energiestrategie vertaald. Het college heeft vervolgens in het voorjaar 2024 via programmeringsafspraken met de provincie de ambitie uitgesproken om waar mogelijk regie te houden op de opwek van grootschalige windenergie. Naast de drie turbines in Tolhuislanden, komen Haerst (max twee turbines) en Hessenpoort (max 1) als mogelijke locaties in beeld. Mede gezien de toenemende afstanden waarmee vanuit geluid, slagschaduw en veiligheid rekening moet worden gehouden, zijn er nog maar zeer beperkt andere locaties in Zwolle over. We constateren ook dat het druk is in het gebied waarin de opgave tot 2030 wordt voorzien, in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen en de afstemming met meerdere gemeentes en de provincie. De inwoners ervaren dat zeker zo. Dat vraagt meer dan voorheen om ruimtelijke inpassing en intensievere begeleiding vanuit de gemeente.
Zowel ruimtelijk, maar zeker ook om lokale initiatiefnemers een zo groot mogelijk kans te geven om windmolens te kunnen ontwikkelen. De raad heeft hiertoe middelen beschikbaar gesteld. Naast de grootschalige opwek van energie ontwikkelen we ook een bronnenstrategie, meer gericht op kleiner opwek van vooral warm water. Dat is bruikbaar als onderdeel van de aardgasvrije wijken. Op de langere termijn is Zwolle gebaat bij een goede energie infrastructuur, zodat we op termijn beschikken over meerdere soorten van energie en bijbehorende infrastructuur en opslag, tot in de haarvaten van de stad. Dat vraagt het ontwikkelen van een lange termijnvisie op het Zwolse energiesysteem, behulpzaam bij onze ruimtelijke sturing. Inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod van verschillende vormen van energie biedt de basis om samen met partners het energiesysteem daar waar nodig op aanpassen of ervoor zorgen dat de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving aansluiten op het energiesysteem, lokaal, regionaal en landelijk. Naar verwachting is die lange termijnvisie medio 2025 gereed voor besluitvorming. Met het huidige beleid geven we uitvoering aan het advies van het Burgerberaad. Advies 8.2.2: Wij adviseren de gemeente Zwolle om de 2040 doelstelling vast te houden en ambitie te tonen, mits de gemeente verzekert dat dit niet ten koste gaat van het welzijn van de inwoners.
Hoe willen we dat bereiken? • Beleid verankeren zodat dit over de bestuursperiodes heen intact blijft. • Kansen pakken om de landelijke richtlijnen te overstijgen. • Leren van anderen (landelijk, provinciaal, gemeentelijk). • Als gemeente controle houden op het proces om het gestelde einddoel te bereiken. Dit vinden we eerlijk omdat • Het welzijn van alle inwoners van Zwolle het belangrijkste is. Echter, daar waar mogelijkheden ontstaan moet de gemeente deze ook benutten ten behoeve van klimaatneutraliteit (en daarmee ook leefbaarheid van Zwolle). • Energie en mogelijk kosten worden bespaard. Reactie college De ambitie klimaatneutraal 2040 is geformuleerd in het coalitieakkoord, echter de ‘mits’ die het Burgerberaad eraan verbindt, is daar niet als zodanig geformuleerd. Binnen het ontwikkelen van beleid en uitvoering is 21
echter zeer nadrukkelijk oog voor de effecten van de energietransitie voor de inwoners. Omdat de effecten voor elke woning en voor elk huishouden anders kan uitvallen, is het niet mogelijk om met iedereen de effecten op hun individuele welzijn te bespreken. Het is overigens eveneens onmogelijk om een jaartal klimaatneutraal te bepalen indien dat jaartal afhankelijk gemaakt wordt van het brede welzijn van inwoners gedurende die periode. Dat brede welzijn wordt immers in belangrijke mate bepaald door invloeden die buiten de invloedsfeer van de gemeentelijke overheid vallen.
22
Het Burgerberaad adviseert om klimaatbeleid te verankeren zodat dit over de bestuursperiodes heen intact blijft. Met het vaststellen van de PPN en de keus voor scenario ‘noodzakelijk’ van het ambitiepakket 2030 heeft de raad gekozen voor extra investeringen in de energietransitie. Tevens zijn er middelen gereserveerd voor ruimtelijke- en klimaatadaptatie. De ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn, zoals opgeschreven in het coalitieakkoord, is onveranderd. Evenals de ambitie om de energietransitie een bijdrage te laten zijn aan het welzijn van inwoners nu én straks. Mede daarom is in het ambitiepakket opgenomen dat we een inclusieve energietransitie willen bewerkstelligen en we bewoners met een kleine beurs meer ondersteuning geven. Met het formuleren van de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zullen zijn overstijgt de gemeente het landelijk beleid om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Daarmee voldoen we aan het advies van het Burgerberaad. Overigens is het lastig om vooruit te lopen op landelijk wetgeving. Vaak is dat juridisch niet houdbaar.Om te leren van anderen, zowel op landelijk als provinciaal en gemeentelijk, nemen we bestuurlijk en ambtelijk deel aan vele regionale, provinciale, landelijke trajecten en ontwikkelingen. Vaak doen we dit in georganiseerd verband, zoals via de VNG of de G40.
Incidenteel wordt ook de gemeenteraad daar actief bij betrokken, zoals in het voorbeeld van het werkbezoek aan de gemeente Groningen en een aanstaand werkbezoek aan een groengasfabriek (biovergister). Het college wil graag controle houden op het proces om het gestelde einddoel te bereiken. Het is tegelijkertijd goed te benadrukken dat de energietransitie een dynamisch proces is, met voortdurend nieuwe inzichten, plannen en wetgeving op EU-, nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Hoewel het langetermijnperspectief voor 2050 helder is, blijft de precieze uitvoering onzeker. De gemeente legt de focus op de onderwerpen waar gemeente Zwolle direct invloed op heeft en op de periode 2025 tot 2030. Een concreet plan voor een langere tijdshorizon is niet haalbaar. De complexiteit, dynamiek, financiële impact en bijbehorende onzekerheid zijn te groot. Wetgeving kan helpen, maar is er nog onvoldoende. Innovatie wordt verwacht, maar laat zich niet voorspellen. Het kunnen omgaan met deze onzekerheden hoort bij deze transitie. Vanaf 2025 wordt er gewerkt met een meer programmatische aanpak, gekoppeld aan permanente monitoring. Thema 9. Verduurzaming bedrijven en bedrijventerreinen Advies 9.1: Wij adviseren dat de gemeente zorgt voor collectiviteit op bedrijventerreinen voor de afstemming van de energievraag en aanbod.
Hoe willen we dat bereiken? • Zorg voor samenwerkingsverbanden en meer overleg tussen bedrijven. Maak het aantrekkelijk voor bedrijven per bedrijventerrein om onderling afspraken te maken over energiegebruik. Delen van informatie (via Energieloket en Enexis). • De gemeente moet een proactieve houding aannemen en vertrouwen opbouwen met de bedrijven door het faciliteren van een basisdienstverlening. • Door te investeren in de ontwikkeling van energiehubs. Dit zijn systemen voor afstemming van energie op een bedrijventerrein. Hierover informatie verstrekken en faciliteren van afspraken over teruglevering. Dit vinden we eerlijk omdat: • Door grote en kleine bedrijven samen te brengen kunnen ze elkaar motiveren en inspireren en gezamenlijke initiatieven nemen. • Door afspraken over teruglevering is er minder last van netcongestie, ook in de rest van de stad. Reactie college 23
Collectiviteit nastreven past in het streven naar toekomstbestendige bedrijventerreinen in onze gemeente, zoals ook is opgenomen in het masterplan voor die terreinen. Eén van de uitgangspunten is het vergroten en versterken van de organisatiegraad op de bedrijventerreinen. Dit proces is reeds gaande en werpt vruchten af. Er wordt nu gezamenlijk gewerkt aan het versnellen van de energietransitie. Per bedrijventerrein betreken we samen met de ondernemersvereniging, en specifiek op dit onderwerp EKCM op Marslanden, veel nieuwe bedrijven bij het collectief. Netcongestie en de energietransitie zijn voor alle bedrijventerreinen actuele thema’s. Netcongestie maakt het voor bedrijven en gemeente noodzakelijk om samen te werken aan de ontwikkeling van energiehubs op de vier bedrijventerreinen. De lessen die we nu leren bij de ontwikkeling van de Smart Energy Hub (SEH)Hessenpoort willen we ook inzetten op de andere bedrijventerreinen. Daarnaast willen we kijken hoe de dienstverlening rondom het energieloket voor bedrijven en instellingen kan worden uitgebreid. Logistiek laden is één van de thema’s die we willen toevoegen aan de actuele onderwerpen.
In de begroting van 2024 is 400.000 euro beschikbaar gesteld voor de aanpak van netcongestie op de bedrijventerreinen van Zwolle. Dit bedrag wordt voor een groot deel ingezet voor de ontwikkeling van Smart Energy Hubs. Met de ontwikkeling van de SEH Hessenpoort is gemeente Zwolle nauw betrokken bij een van de drie landelijke pilots in het verzorgingsgebied van de lokale netbeheerder Enexis. De ervaringen die in de ontwikkeling van deze SEH willen we straks ook inzetten in de ontwikkeling van de SEH op de 3 andere bedrijventerreinen. In het ambitiepakket energietransitie 2025-2030 is voor de periode 2025-2030 jaarlijks €300.000,- opgenomen voor de aanpak van netcongestie. Op dit moment is er voldoende financiële capaciteit voor het ondersteunen van de ontwikkeling van het slimmer gebruik van het energienetwerk op bedrijventerreinen.
Thema 11. Grootschalige opwek (zonnevelden en/of windmolens) Advies 11.1 Wij adviseren om te zorgen voor de landschappelijke inpassing van windturbines en zonneparken. Hoe willen we dit bereiken? • Gemeente voert onderzoek uit door te kijken naar soortgelijke voorbeelden uit het buitenland. • Inwoners actief vragen om mee te denken. • Samenwerken met landschapsarchitecten, biologen en kunstenaars. Dit vinden we eerlijk omdat: • Focus ligt op respect voor het landschap. • Er wordt geluisterd naar de burgers. • Je zoekt naar een balans tussen tempo maken met de energietransitie en inwoners serieus nemen. Reactie college Grote zonneparken zijn niet meer aan de orde omdat de provincie dit niet meer toelaat. Bij windplannen is landschappelijke inpassing zowel onderdeel van het Zwolse toetsingskader als dat van de provincie. Overigens ligt het bevoegd gezag voor windparken (van 5 MW, dus vanaf 1 moderne turbine) bij de provincie. Aandacht voor landschappelijk inpassing en maatschappelijke participatie (o.a. via lokaal eigenaarschap) is dus geborgd. Het advies ligt daarmee in lijn met lokaal en provinciaal beleid. Advies 11.2: Wij adviseren te zorgen voor transparante communicatie bij plaatsing van zonnevelden en/of windmolens. Hoe willen we dat bereiken? 24
• • •
Inwoners actief benaderen en informeren over de voor- en nadelen. Inwoners actief betrekken in de beginfase en ervoor zorgen dat hun mening wordt meegewogen voordat besluiten genomen worden. Maximaliseer voordelen voor omwonenden, bijvoorbeeld korting op energie.
Dit vinden we eerlijk omdat: • Focus ligt op klimaatneutraal worden. • Er wordt geluisterd naar de burgers. • Je zoekt naar een balans tussen tempo maken met de energietransitie en inwoners serieus nemen. Reactie college Dit advies is bestaand beleid zoals beschreven in de Energiegids en wordt ondersteund door de HANZA-aanpak. Het expliciteren van de voordelen van omwonenden krijgt een nieuwe impuls bij de aankomende besluitvorming over lokaal eigendom met betrekking tot grootschalige opwek. De provincie is overigens bevoegd gezag voor de ruimtelijke procedure en het beoordelen welk planinitiatief per gebied kan worden opgepakt. Nu alleen op Hessenpoort en in Haerst nog programmeringsruimte beschikbaar is voor windinitiatieven, zal de inzet van de gemeente zich vooral richten op het ondersteunen van lokaal gedragen initiatiefgroepen.
25