1. Reactie college van B&W op adviezen Burgerberaad
Tekst van het document
Bijlage 1 Reactie college van B&W op adviezen Burgerberaad Thema 1. Energie-armoede, hoge kosten voor energie en het verduurzamen van woningen Advies 1.1.1: Wij adviseren de gemeente Zwolle om inwoners die vanwege hun financiële draagkracht (nog) niet in de gelegenheid zijn geweest tot realisatie van verduurzaming van de woning een pakket op maat beschikbaar te stellen. Hoe willen we dat bereiken? • Dit pakket kan bestaan uit diverse isolatiematerialen en ook potentieel zonnepanelen en warmtepomp om de woning te verduurzamen. • Geen geld maar materiaal en arbeid. • Naast dit pakket ook de bewoners actief bewust maken van het energiegebruik, bijvoorbeeld homeassistent kosteloos te verstrekken. • De gemeente is naast opdrachtgever ook hoofduitvoerder en koopt in. • Periodiek informatieavonden per wijk organiseren waarbij ook de sociale wijkteams betrokken worden (expertise en scholing) • Inzet van arbeid (afstudeer- en stageplaatsen). Dit vinden we eerlijk omdat het voldoet aan het collectief belang en het gelijkheidsbeginsel. Reactie college Het beschikbaar stellen van een fysiek pakket op maat per woning vergt maatwerk. Per woning moet worden bepaald welke maatregelen genomen kunnen worden om de meeste energie te besparen. Deze materialen moeten worden aangeschaft en aangebracht.
Als de gemeente dit uitvoert, zijn verschillende Europese aanbestedingen nodig voor het aanschaffen van de materialen en het uitvoeren van de werkzaamheden van installateurs of aannemers. Dit betekent een behoorlijke doorlooptijd en veel extra ambtelijke kosten. Een mogelijkheid kan zijn om werkzaamheden uit te besteden aan bijvoorbeeld de bestaande organisatie Warm Thuis of door een werkorganisatie in te richten via het Platform Duurzaam Zwolle. Warm Thuis voorziet thans al gedeeltelijk aan dit voorstel. Dat is nu nog beperkt tot één isolatiemaatregel en een beperkte doelgroep. Als wordt besloten om meerdere maatregelen en installaties als warmtepompen gratis ter beschikking te stellen voor iedereen die dat niet kan betalen dan gaat dat gepaard met aanzienlijke kosten . Jaarlijks worden die kosten geschat op: -
Communicatie (werven van deelnemers) 50.000; Organisatie (projectleiding bij gemeente en uitvoering bij ofwel gemeente of derden) 350.000; Kosten proces uitvoering (aannemers, installateurs) 500.000; Kosten fysieke maatregelen hangen sterk af van keuzes in doelgroep. Uitgaande van een inkomensgrens van 200% van het sociaal minimum = iedereen tot modaal, met een koopwoning gaat het om circa 7.000 huishoudens. Uitgaande van een gemiddelde investering van 5000 euro per woning (voorzichtige inschatting want de kosten per woning zullen variëren, netto, en na aftrek ISDE, NIP- en evt. Warm Thuis subsidie) is de benodigde investering 35 miljoen euro.
Het college acht het financieel niet haalbaar om deze hele doelgroep de maatregelen gratis te verstrekken, maar stelt het volgende alternatief voor:
1
Het zou haalbaar zijn om een variant te ontwikkelen waarbij sociaal financieel advies wordt gekoppeld aan het verduurzamen van woningen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande subsidies. De inwoner financiert dan voor zover mogelijk zelf de kosten na aftrek van subsidies (NIP, ISDE en Warm Thuis), maar wordt hierbij geholpen door een financieel adviseur die ook de opties van bijv. het Warmtefonds (renteloze lening) of hypotheekfinanciering goed kent. Om tijdig de juiste keuzes te kunnen maken, is een voorstel hiertoe momenteel in voorbereiding. Ook aan deze optie zijn kosten verbonden, die te maken hebben met de tarieven van de financieel adviseurs. Uitgaande van het organiseren van dit proces, communicatie, projectleiding, en inhuur van naar schatting 5 fulltime ingehuurde adviseurs is de verwachting dat dit rond de 1,5 – 2 miljoen per jaar zal kosten. Dit kan een groeimodel zijn door te beginnen met twee adviseurs en dat bij succes uit te breiden. Dit kan gedeeltelijk worden gefinancierd vanuit de SPUK’s die de gemeente heeft ontvangen vanuit Energiearmoede en het Nationaal Isolatieprogramma. Kanttekening bij deze financiering is dat dit dan ten koste gaat van de middelen voor de uitvoering van isolatiemaatregelen van inwoners (subsidies/ ontzorgingspakketten).
Het voorstel is verder om periodiek informatieavonden te organiseren en daar ook sociale wijkteams bij uit te nodigen. Dit is (gedeeltelijk) onderdeel van bestaand beleid. Als we in een wijk actief bezig zijn met verduurzaming, zoals in een wijkaanpak in Holtenbroek en Aa-landen, betrekken we daar ook de sociale partners bij. Ook bij de uitvoering van Warm Thuis zijn sociale wijkteams verbonden. Op dit moment zijn er niet in iedere wijk, frequent informatieavonden met sociale wijkteams. De extra kosten voor een jaarlijkse informatieavond in alle wijken bedragen ca. 100.000 euro (ruimte, catering. communicatie, aanwezigheid, voorbereiding). Advies 1.1.2: Wij adviseren de gemeente Zwolle om inwoners die niet de financiële mogelijkheden hebben tot realisatie van verduurzaming van de woning een tegemoetkoming te geven. Hoe willen we dat bereiken? • Inzichtelijk maken wie in aanmerking komt voor compensatie voor tegemoetkoming. • Per situatie bekijken voor maatwerk leveren qua oplossingen. • Kennis materialen/ educatie van bewustwording van energiegebruik uitreiken. Waarom vinden we dit eerlijk? Dit vinden we eerlijk omdat dat iedereen tegen acceptabele kosten kan beschikken over benodigde energie Reactie college Dit voorstel vertoont overlap met het voorstel onder 1.1.1.
In aanvulling hierop stelt het college het volgende: Er zijn op dit moment al diverse gemeentelijke tegemoetkomingen beschikbaar voor verduurzaming; Warm Thuis (voor inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum) en een subsidie Woningisolatie NIP (Nationaal Isolatieprogramma, voor koopwoningeigenaren van woningen met WOZwaarde tot 374.000 euro en een slecht energielabel D, E, F of G). Via het Rijk kan de ISDE subsidie worden aangevraagd (30 procent van de kosten bij 2 maatregelen). Dit najaar zal het beleid worden vastgesteld voor de komende jaren (Isolatie & besparingsaanpak). Daarin staat wie in aanmerking komt voor compensatie. Het beschikbaar stellen van kennis en materialen over bewust energiegebruik is onderdeel van huidig beleid, waarvoor we samenwerken met buurt- en wijkinitiatieven en het Duurzaam Bouwloket als onafhankelijk adviseur Op dit moment onderzoeken we de mogelijkheden om de bestaande subsidies voor een bredere doelgroep ter beschikking te stellen en het bedrag te verhogen voor doelgroepen die dat nodig hebben. Daarvoor worden ook extra Rijksmiddelen vanuit het Nationaal Isolatieprogramma ter beschikking gesteld. De huidige Rijksmiddelen zijn zeer waarschijnlijk niet voldoende iedereen die het nodig heeft 2
de benodigde compensatie te bieden volledig te verduurzamen. De kosten per woning lopen volgens Vereniging eigen Huis al snel op naar 20 tot 30.000 euro. De huidige beschikbare regelingen bieden dan maar een fractie van wat nodig is als investering. Uiteindelijk leiden investeringen ook tot een lagere energierekening, waardoor investeringen op termijn terugverdiend worden. Daarom zoeken we ook naar manieren om te op andere manieren te ontzorgen en faciliteren. Een mogelijkheid is inwoners meer te helpen bij aanvragen en financiering. De NIP- en ISDE subsidie zijn op dit moment achteraf aan te vragen, als de woningeigenaar eerst zelf de investering heeft gedaan. Dit sluit inwoners zonder veel spaargeld uit. De gemeente zou hier een rol in kunnen nemen, door voor een bepaalde doelgroep de kosten eerst voor te schieten, en vervolgens subsidies voor de inwoner aan te vragen op basis van een goed financieel plan. Natuurlijk gebaseerd op de draagkracht van de inwoner. Dit laatste wordt beschreven bij 1.1.1. Het voorschieten van investeringen door de gemeente vraagt een aanzienlijk bedrag dat als ‘voorschietfonds’ langdurig beschikbaar moet zijn (denk aan miljoenen). Dit voorschietfonds kan dan ook een manier zijn om inwoners aantrekkelijke leningen te bieden voor verduurzaming, bijvoorbeeld voor inwoners in een gebouw met VvE.
Het zijn onder meer de hoge rentepercentages die financiering van verduurzaming nu bemoeilijken. Dit alles vraagt extra uren om aanvragen te beoordelen, verwerken en voortgang bij te houden, projectleiding en communicatie. Ambtelijke capaciteit is naar schatting 5 ton per jaar om zo'n voorschietfonds en alles wat erbij komt kijken goed in te regelen. Dit is exclusief het geld dat in het fonds zelf zit. Dit voorstel vraagt een gedegen voorbereiding en ruime financiering. Het college stelt voor om dit nader af te wegen bij de PPN in 2025.
Advies 1.2: Wij adviseren maatregelen te nemen voor een eerlijke en klimaatneutrale transitie in Zwolle die aansluiten bij diverse doelgroepen, waarbij financiële stimulansen, communicatie en actieve betrokkenheid centraal staan. Hoe willen we dat bereiken? • Collectieve investeringen doen en gebruikslasten individueel maken. • Zet in op financiële steun voor energiebesparende maatregelen. • Het optimaal inzetten van sociale netwerkpartners. Dit vinden we eerlijk omdat: • Iedereen moet meegenomen worden in de energietransitie. • De overheid moet daar waar nodig ondersteuning bieden middels maatwerk. Reactie college De huidige koers in de energietransitie is om collectieve maatregelen te verkiezen boven individuele alternatieven voor aardgas. We worden daarin ondersteund door bestaande wetten en de toekomstige Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW). Waar dit betaalbaar en net zo duurzaam is, hebben collectieve oplossingen onze voorkeur. We zetten mede daarom in op lokaal eigendom. Het warmtenet Zwolle-Noord is daar een voorbeeld van. Hier investeren we als gemeente zelf in een grote collectieve oplossing waarmee duizenden woningen alternatief kunnen worden verwarmd.
Ook investeren we in kleinere collectieve initiatieven, zoals de Sallandse Weide in Assendorp, waar inwoners en buurtinitiatieven zelf het initiatief hebben genomen voor het ontwikkelen van een warmtenet. In de uitvoering van dit soort ontwikkelingen werken we altijd samen met partners in de stad. Denk bijvoorbeeld aan de woningcorporaties,Travers, de wijkteams en Voor elkaar Zwolle. We hebben deze partijen nodig om alle inwoners te bereiken en iedereen mee te laten doen. Het voorstel van het Burgerberaad is actueel beleid waar geen extra inzet of geld voor nodig is. 3
Advies 1.3: Wij adviseren om collectief te investeren in de wijken waar de energiearmoede het hoogst is. Hoe willen we dat bereiken? • Renteloze leningen in goederen. • Via wijkgebouw/buurthuis een markt met energiezuinige materialen aanbieden (tochtafsluiter, led lampen). • Via kanalen als sociaal wijkteams dit kenbaar maken. • Promotiefilmpjes via social media. Dit vinden we eerlijk omdat dit stimuleert om de lage inkomens te helpen om hun kosten te verlagen. Reactie college De voorstellen vallen grotendeels onder bestaand beleid. Zo worden via Warm Thuis energiezuinige materialen en energiezuinig witgoed beschikbaar gesteld. Alle inwoners die bekend zijn bij de gemeente en een inkomen hebben tot 130% van het sociaal minimum worden actief benaderd. Deze inwoners wonen in alle wijken in Zwolle, maar vooral in Holtenbroek, Zwolle-Zuid, Kamperpoort, Dieze en Assendorp. Als ze zich aanmelden ontvangen ze gratis energiebesparende materialen die ook gratis voor ze worden aangebracht. De persoonlijke benadering van deze doelgroep wordt continu ondersteund door campagnes via sociale media, in de wijkkrantjes en in huis-aan-huisblad de Swollenaer. Het delen van informatie via de wijkteams past in de huidige werkwijze. Voor renteloze leningen in goederen heeft de afdeling Inkomensondersteuning onder voorwaarden mogelijkheden.
Uitbreiding van onze aanpak met een fysiek punt waar gratis materialen op te halen zijn vraagt extra budget want daar is nu niet in voorzien. De kosten hiervoor zijn afhankelijk van de invulling. Gaan we uit van openstelling het gehele jaar dan zijn de geschatte kosten circa 100.000 euro. Blijft het beperkt tot openstelling op gezette momenten dan moet rekening worden gehouden met 25.000 euro. Mogelijk is deze voorziening te combineren met het aanbod van het wijkservicepunt. Advies 1.4: Wij adviseren de gemeente om stevig in te zetten op een voorlichtingscampagne om de mogelijkheden voor verduurzaming van woningen onder de aandacht te brengen. Hoe willen we dat bereiken? Inzet van een heel diverse mix van communicatiemiddelen, zoals: • Stuur per woonadres een brief met de voorlichtingscampagne. • Geef aan bij welke website men informatie kan krijgen. • Voorlichting geven in buurtcentra, winkelcentra, QR code voor brief in andere talen, marktkraam. • Flyeren per wijk • Gebruik van billboards • Zorg, dat energiecoaches gratis zijn en dat dat ook bekend is/wordt. • Maak meer hulp mogelijk, bv. via een buddy-systeem (b.v. via Sociaal wijkteam). • Ondersteun de wijkorganisaties op gebied van duurzaamheid. • Maak duidelijk, welke manieren er zijn om hulp te krijgen • Sociale wijkteams kunnen hier ook een rol in spelen Met aandacht voor diverse type woningen en bouwjaren.
Dit vinden we eerlijk omdat: • Iedereen er baat bij heeft, net als het klimaat. • Zodat alle inwoners van Zwolle de gelegenheid krijgen hun huis te verduurzamen, ook de groep met een laag inkomen. 4
Reactie college Er wordt door de gemeente grootschalig en campagnematig gecommuniceerd over de mogelijkheden die er zijn om te verduurzamen. Alle manieren die worden genoemd worden daarvoor ingezet. Er zijn manieren waarop inwoners informatie kunnen vinden en daar worden ze door de gemeente op gewezen. Een grote rol is ook weggelegd voor de bewonersinitiatieven. De gemeente stimuleert in alle wijken groepen bewoners die hun buren helpen met verduurzamen. Ieder wijkinitiatief krijgt subsidie voor communicatie, website en het organiseren van inloopavonden in de buurt. Daarnaast subsidieert de gemeente het Platform Duurzaam Zwolle en Blauwvinger Energie. De energiecoaches die werken vanuit de buurtinitiatieven zijn gratis. We financieren het opleiden van anderstalige energiecoaches. De grootste uitdaging ligt in het bereiken van inwoners die geen interesse hebben in duurzaamheid, de overheid niet vertrouwen of moeite hebben (om wat voor reden dan ook) met participeren in de samenleving. Om deze groep beter te kunnen bereiken moet geïnvesteerd worden in persoonlijk sociaal contact, meertalige communicatie en herhaaldelijk fysieke aanwezigheid daar waar de doelgroep is. Dit is momenteel op deze schaal niet meegenomen in de communicatiebudgetten van de gemeente.
De geadviseerde brede uitbreiding van de communicatieacties op dit vlak zou een extra investering betekenen van minstens 200.000 euro per jaar. We stellen voor 2025 een incidentele impuls voor van 50.000 euro. Advies 1.5: Wij adviseren de gemeente om volop in te zetten op collectief financieren om de individuele lasten te verminderen en/of eerlijk te verdelen. Hoe willen we dat bereiken? • Inkoop van goederen (zoals zonnepanelen) door gemeente en deze beschikbaar te stellen op basis van een renteloze lening. • Gemeente zorgt voor 1 aanspreekpunt voor subsidies en regelingen rond verduurzaming van woningen. • Gemeente gaat actief de samenwerking aan met bedrijven om het verduurzamen van woningen voor inwoners goedkoper en makkelijker te maken. • Gemeente zet zich in om meer geld te ontvangen van het Rijk voor dit soort initiatieven. • Voor verduurzamingsmaatregelen een renteloze lening vanuit de gemeente aan te bieden. Waarom vinden we dit eerlijk? • Dit vinden we eerlijk omdat de individuele lasten voor inwoners lager en/of haalbaarder worden. • Dit vinden we belangrijk zodat het toegankelijker wordt voor veel inwoners. • Hoe meer mensen er meedoen hoe haalbaarder het wordt. Reactie college Gebruik maken van de kracht van het collectief is iets dat in ons huidig beleid past. Dat stimuleren we ook, via de bewonersinitiatieven die regelmatig collectieve inkoopacties hebben.
Op dit moment nemen we als overheid hier geen actieve rol in. In het verleden hebben we wel pogingen gedaan om samenwerking met bedrijven aan te gaan, maar die leverden niet op wat we hadden verwacht; er kwam geen collectieve vraag. We merken dat inwoners eerder geneigd zijn te kiezen op basis van ervaringen van andere inwoners/ eigen keuze, dan te kiezen voor dat wat de gemeente heeft voorgeselecteerd. We houden wel in de gaten wat resultaten zijn van andere gemeenten op dit vlak (WOAB Deventer). Het is onze strategie om goede voorbeelden te kopiëren. We zien ook dat inwoners worstelen met de veelheid van leveranciers, maatregelen, subsidies en informatiebronnen. En daarom ook verkeerde keuzes kunnen maken (spijtinvesteringen). Het is wenselijk inwoners meer te ondersteunen, door het bieden van advies op maat, en onafhankelijke, eerlijke informatie. Dat doen we via ons Energieloket en via bewonersinitiatieven.
5
Voor de financiering van zonnepanelen en andere energiemaatregelen heeft het Rijk prima instrumenten. De mogelijkheid van een renteloze lening is eerder beschreven bij 1.1.1. Advies 1.6: Wij adviseren dat voor particuliere verhuurders energielabel C in de woning als minimum uiterlijk 2030 wordt verplicht en dat voor 2030 een nieuwe doelstelling voor de periode 2030-2040 wordt bepaald. Hoe willen we dat bereiken? • Particuliere verhuurders krijgen te maken met gemeentelijke sanctie als energielabel onvoldoende is uiterlijk 2030. • Blijvende communicatie vanuit de gemeente naar alle particuliere huurders. Waarom vinden we dit eerlijk? • Dit vinden we eerlijk omdat je iedereen in staat stelt om aan het gewenste energielabel te komen. Reactie college Op dit moment is het landelijk beleid dat vanaf 2030 geen woningen met energielabel E, F en G meer mogen worden verhuurd. Dit voorstel gaat verder en vereist lokaal handhaven en sancties toepassen. Dat brengt hoge uitvoeringskosten met zich mee. Op opgelegde sancties kunnen bezwaarprocedures volgen waarvoor we niet kunnen leunen op voorbeelden elders. Het college is van mening dat dit voorstel zou leiden tot te veel administratieve en juridische lasten en wil die route niet kiezen. Communicatie met particuliere huurders geschiedt via algemene berichtgeving op de gemeentelijke website en via lokale media.
Rechtstreekse benadering van particuliere huurders is niet goed mogelijk omdat niet bekend is waar deze huurders precies wonen.
Thema 2. Inwonersinitiatieven en het betrekken van inwoners en bedrijven Advies 2.1: Wij adviseren dat voor ieder raadsbesluit in de gemeente Zwolle wordt overwogen wat de impact is op het klimaatbeleid van de gemeente zelf. Hoe willen we dat bereiken? • In het sjabloon voor beleidsvoorstellen wordt een kopje geïntegreerd genaamd “Impact Klimaat”. • In dat kopje moeten de volgende vragen beantwoord worden: o Wordt Zwolle op een eerlijke manier klimaatneutraal met dit besluit? o Houdt dit beleidsvoorstel rekening met verschillende doelgroepen? • Dit advies in samenhang te bezien met andere adviezen in thema 2 die betrekking hebben op communicatie Waarom vinden we dit eerlijk? • Dat vinden we eerlijk omdat het klimaat op deze manier onderdeel uitmaakt van elk besluit. Reactie college In het kader van de doorontwikkeling P&C-cyclus hebben we een standaard format ontwikkeld met onderwerpen die terug moeten komen in een beleidsvoorstel. Onderdeel van de verplichte onderdelen is duurzaamheid, waarin gevraagd wordt om de impact op duurzaamheid zoals klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit te benoemen. Via trainingen voor het schrijven van beleidsstukken, het aanbieden van het format via intranet en ons systeem voor standaardstukken willen we beleidsmakers op de hoogte brengen van deze verplichting.
Wij stellen voor om in 2026 te evalueren of deze manier van uitwerking voldoet.
6
Advies 2.2: Wij adviseren een informatiedag te blijven organiseren over duurzaamheidsinitiatieven. Hoe willen we dat bereiken? • Met een zo breed mogelijk samengestelde groep om deze activiteit te organiseren, zoals Platform Duurzaam Zwolle • Met een brede publiciteitscampagne met behulp van verschillende communicatiekanalen. • Door ook op scholen aandacht te vragen voor dit onderwerp. Dit vinden we eerlijk omdat: • Iedereen kan meedoen aan deze dag • Hiermee zo volledig mogelijk informatie wordt verspreid over dit onderwerp • Dit mensen kan enthousiasmeren voor duurzaamheidsinitiatieven. Reactie college In november 2023 en juni 2024 is iets dergelijks georganiseerd op initiatief van de Klimaatburgemeesters met het Platform Duurzaam Zwolle, ondersteund door de gemeente. Locatie was het Academiehuis en Nooterhof. Deze dagen waren incidenteel. Het college verwacht dat een jaarlijks terugkerende informatiedag tot een groeiende beweging zou kunnen leiden waaraan steeds meer organisaties, instellingen en bedrijfsleven meedoet. Een trekker is in daarbij van belang. Dat zouden het Platform Duurzaam Zwolle en de Klimaatburgemeesters kunnen zijn en mogelijk DORZ voor wat betreft het bedrijfsleven. Laatstgenoemde heeft dit onderwerp al op de agenda staan. Het vraagt budget om zoiets goed te kunnen doen en het vereist een heldere strategie.
Dan kunnen initiatieven voor bewoners en ondernemers worden gebundeld en kan wildgroei aan soortgelijke evenementen worden tegengegaan. Het organiseren van een jaarlijks evenement is op dit moment geen onderdeel van de begroting. De kosten worden geschat op 50.000 euro per jaar. Het college stelt voor om in 2025 te beginnen met een pilot en voor het vervolg aansluiting te zoeken bij initiatieven zoals Burendag. Advies 2.3: Wij adviseren inwoners en bedrijven te stimuleren lid te worden van verenigingen die momenteel binnen Zwolle duurzame energie opwekken, zoals bijvoorbeeld Blauwvinger Energie. Hoe willen we dat bereiken? Grootschalige campagne over het gezamenlijk opwekken van lokale duurzame energie gericht op zowel de inwoners als de bedrijven. Dit vinden we eerlijk omdat: • Verkregen winsten vloeien terug naar de inwoners. • Minder druk op het landelijk energienetwerk. Reactie college Campagnes zijn goed om bewoners en bedrijven te betrekken en de gemeente werkt graag samen met lokale initiatieven. Dat gebeurt onder meer in Assendorp en Dieze. Die initiatieven moeten goed georganiseerd en professioneel geleid worden om als warmtegemeenschap of energiecoöperatie te kunnen functioneren. Momenteel wordt daar ervaring mee opgedaan.
Terecht verwijst het Burgerberaad naar Blauwvinger Energie, een coöperatie die is opgericht om samen energie te besparen en zoveel mogelijk lokaal op te wekken. Blauwvinger Energie heeft nadrukkelijk uitgesproken te willen groeien in haar aantal leden en ontwikkelt momenteel een meerjarenvisie waarbij dit een onderdeel is. Met dit advies geeft het Burgerberaad ook een goed signaal af aan inwoners en bedrijven om zich aan te sluiten bij initiatieven. De mate waarin Blauwvinger Energie kan deelnemen in nieuwe grootschalige opwekmogelijkheden hangt mede af van de mate waarin deze ontstaan en de bereidheid van partijen om samen te werken. Het kost tijd om op te groeien, 7
dan is er veel mogelijk. Het helpt om daarin de samenwerking te zoeken met het opgerichte publieke Warmtebedrijf Zwolle. Daarmee wordt het mogelijk om steeds het optimum te zoeken in eigenaarschap, zeggenschap en zekerheid. Zie ook verder bij advies 2.5. Op bedrijfsterreinen is de ontwikkeling van Smart Energy Hubs relevant. We juichen die ontwikkeling toe en bevorderen dat bedrijven daarin kunnen deelnemen. Advies 2.4: Wij adviseren, naast een wijkgerichte aanpak ook een gerichte aanpak per doelgroep. Hoe willen we dat bereiken? • Het in kaart brengen van doelgroepen die momenteel niet betrokken zijn bij duurzaamheidsinitiatieven. • In kaart brengen van mensen die een grote rol spelen bij de doelgroep. • Leer van best practices en behoeftes en speel daarop in om te motiveren. Dit vinden we eerlijk omdat: we inwoners de mogelijkheid geven samen te werken aan een voor hen relevant duurzaamheidsinitiatief met gelijkgestemden (de doelgroep). Een wijkgerichte aanpak is niet voor iedere doelgroep het meest geschikt. Binnen een wijk wonen veel verschillende doelgroepen, dus bereik je sommige mensen niet of niet goed. Reactie college We hebben een aantal doelgroepen in kaart door de energiearmoede aanpak Warm Thuis en de VvE-aanpak te verbinden met de buurt- en wijkinitiatieven. We zijn ons ervan bewust dat nog niet alle doelgroepen zijn betrokken.
Het is nooit exact aan te geven welke dat precies zijn en hangt ook veelal af van de definities die worden gekozen. Het is vooral het ‘hoe?’ Hoe zorgen we ervoor dat deze groepen worden bereikt en onder welke voorwaarden zijn ze bereid om mee te doen. Daar is ontwerpend onderzoek voor nodig. In Assendorp en Dieze wordt daar ervaring mee opgedaan. En ook Holtenbroek en Aa-Landen lenen zich ervoor, omdat die wijken binnen tien jaar aardgasvrij moeten worden. Voorgesteld wordt dan ook om daar de focus op te leggen. Te leren en de lessen daarvan in te zetten op andere plekken. In elk geval zal de VvEaanpak die is ontwikkeld voor Dieze gebruikt kunnen worden in Holtenbroek en Aa-landen. Verder kunnen we ons voorstellen dat we in deze gebieden op zoek gaan naar organisaties met een achterban, zoals bijvoorbeeld kerken, moskeeën, Platform Duurzaam Zwolle, verenigingen en instellingen. Zij hebben makkelijker toegang tot deze groepen dan de gemeente. Deze aanpak is arbeidsintensief en vraagt meer inzet dan we op dit moment kunnen bieden. De extra kosten worden geschat op 100.000 euro per jaar, voor de komende 4 jaar. Voor 2025 stellen we een eerste impuls voor van 25.000 euro. Advies 2.6: Wij adviseren om alle inwoners, bedrijven en wijkteams actiever te informeren over klimaatneutrale initiatieven.
Hoe willen we dat bereiken? • De buurthuizen in te zetten om alle inwoners te bereiken voor buurtinitiatieven • De ondernemersverenigingen in te zetten om alle bedrijven te betrekken bij klimaatneutrale initiatieven • Wijkteams te informeren over alle burgerinitiatieven zodat zij door kunnen verwijzen. • Aanwezigheid van een deskundige om mee te denken/doen m.b.t. het initiatief. • Deze is schakel tussen de buurt en de gemeente, tussen de verschillende initiatieven en tussen de verschillende buurthuizen. 8
•
Communicatie in de vorm van een brief en/of email, naast bestaande huis-aan-huis-bladen
Dit vinden we eerlijk omdat: • Het laagdrempelig is. • Voor iedereen even toegankelijk. • Onafhankelijk van leefomstandigheden. Reactie college Alle elementen die worden genoemd ter invulling worden momenteel toegepast. We zien dat een initiatief veelal drijft op vrijwilligers, maar geen continuïteit heeft zonder een professionele kern. Er moet immers werk worden verricht. Momenteel is er 150.000 euro per jaar (tot en met 2025) beschikbaar onder de naam 'basisfinanciering' waarmee initiatieven hun basis op orde kunnen houden. Dat wil zeggen basale communicatie en enkele activiteiten, waarmee een netwerk kan worden onderhouden en waar mogelijk vergroot. Na 2025 is daar vooralsnog geen budget meer voor. Ook is er 1 ton per jaar beschikbaar voor het Platform Duurzaam Zwolle, voor 2024, 2025 en 2026 voor het bieden van ondersteuning aan haar leden, de wijkinitiatieven, met name door kennis te bundelen en te verspreiden. Tot slot is er 1 ton per jaar beschikbaar voor wijkinitiatieven die willen werken aan een warmteplan voor hun buurt. Als we deze lijn willen intensiveren is er een aantal onderdelen benodigd. Partijen intensiever informeren vraagt meer budget en structurele ondersteuning van bestaande en nieuwe initiatieven bij het (op)groeien. Budget als basisfinanciering en ambtelijke capaciteit om dit te begeleiden.
We hebben geleerd dat 'doen leidt tot mobilisatie.’ Door activiteiten te verrichten, bijvoorbeeld rond energiebesparing, worden andere bewoners gemobiliseerd om ook actief te worden. Zo ontstaat er een netwerk. Dat is van belang om dat daarmee meer continuïteit ontstaan, in plaats van de ad hoc benadering van nu. Daarbij zijn verschillende financieringsvormen denkbaar, onder andere subsidies, maar ook leningen. Zo ontstaat er meer toekomstperspectief en kunnen initiatieven langjariger afspraken maken met samenwerkingspartners. Dit alles sluit overigens aan bij motie 17 die door de Raad is aangenomen bij de behandeling van de perspectiefnota voor 2025 en die oproept om te komen tot een plan voor structurele financiering. Om hiervoor een inschatting te maken voor wat betreft capaciteit en budget is een uitgebreidere analyse nodig. Een eerste schatting bedraagt vijf ton per jaar, met name voor de initiatie- en definitiefase. Vanaf de ontwikkelfase zouden andere vormen van financiering in kunnen worden gezet, Een ontwikkelfonds is een gedachte, dat mede ingezet kan worden als een cofinancieringsfonds. Als startbedrag kan worden gedacht aan een fonds van 2 miljoen euro. Dit voorstel kan worden afgewogen bij de PPN in 2025. . Thema 3.
Biodiversiteit, bodem, water en natuur Advies 3.1: Wij adviseren om natuur/biodiversiteit meer ruimte te geven in het straatbeeld Hoe willen we dat bereiken? • Onderzoek welke kansen er zijn om te vergroenen (bijvoorbeeld inzet van “Struikrovers”), ook bij nieuwbouwplannen. • Zorg voor draagvlak onder de directe omwonenden. • Boomspiegels beplanten met inheemse biologische planten, drijvende tuintjes, biodiversiteit in bermen bevorderen, parkeerplaatsen vergroenen. • Mogelijkheden creëren voor buurtinitiatieven (inspiratie Zwolle.nl/mijnwijk) • Verticaal tuinieren (gemeentelijke objecten): maak gebruik van daken en muren en lantaarnpalen voor vergroening, insectenhuisjes, vogelhuisjes. Denk bij groene daken niet alleen aan sedum, maar ook aan beplanting die vogels/insecten aantrekt en zo biodiversiteit bevordert.
9
• Verticaal tuinieren (particulieren): stimuleer (bv met subsidies) het vergroenen van daken en muren en schuttingen. • Vergroenen van tuinen: stimuleer het vergroenen van tuinen (minder terrastegels). • Afval: het inleveren van afval voor de bewoners moet meer toegankelijk en goedkoper zijn. Afval op straat gaat zwerven en leidt tot bodem- en watervervuiling. Dit vinden we eerlijk omdat: • Biodiversiteit/natuur heeft zelf geen stem/rechtspersoon, dus moeten we deze beschermen • Biodiversiteit/natuur vergroot de leefbaarheid van de wijk • We willen voorkomen dat biodiversiteit/natuur achteruitgaat met mogelijk gevolgen voor het klimaat en leefbaarheid • Bewoners worden betrokken bij maatregelen die betrekking hebben op de functionaliteit van hun eigen wijk (bijvoorbeeld het vervangen van parkeerplaats voor groenvoorziening) • Gemeente kan bevolking hierin stimuleren en heeft een duidelijke voorbeeldfunctie te vervullen.
Reactie college De voorstellen passen in bestaand vastgesteld beleid. Een uitzondering hierop vorm het gebruik van lantaarnpalen voor insecten- en vogelhuisjes en lantaarntuintjes. Uit veiligheidsoverweging wordt dit niet overwogen. Overige genoemde activiteiten vertonen een duidelijke samenhang met het blauwgroen dat we vanuit klimaatadaptatie / Team Klimaat Actief aanjagen. Voor de begroting 2025-2028 ligt het voorstel voor om door te gaan met het Team Klimaat Actief team. Dit team zal ook komende jaren met hulp van o.a. de wijkinitiatieven/wijkregisseurs, Struikrovers, straatboer, Groene Loper en klimaatburgemeesters nog meer inzetten op particuliere grond. Er zijn steeds meer wijken waar actief boomtuintjes beplant worden en verticaal groen komt steeds meer voor. We blijven hier actief helpen vanuit Team Klimaat Actief. Ten slotte kan hier worden gemeld dat we er vergaande plannen zijn om in de Spoorzone een inspiratietuin in te richten waar veel gedane voorstellen kunnen worden gedemonstreerd. Advies 3.2: Wij adviseren meer aandacht te geven aan biodiversiteit en natuur, en de bewoners daarbij te betrekken. Hoe willen we dat bereiken? • Educatie te bieden in het onderwijs van jong tot oud, inclusief opvang voor- en na schooltijd; een vak toevoegen, meer naar buiten gaan (buiten lessen), gastlessen faciliteren. Hierdoor bereik je ook ouders.
• Gemeente kan een vakkenpakket aanbieden • Tiktok/social media reclames om jongeren te bereiken • Buurthuizen faciliteren om zo lokaal mogelijk gesprekken te stimuleren • Informeren van bewoners over de gevolgen van klimaatverandering in eigen buurt Dit vinden we eerlijk omdat iedereen kan profiteren van de uitbreiding van biodiversiteit en natuur. Reactie college Met Natuur- en Milieu Educatie (NME) en Team Klimaat Actief wordt hier op ingezet. Met NME richting basisscholen en met Team Klimaat Actief richting bewoners en ondernemers op bedrijventerreinen. Dit zijn lopende activiteiten. Dit voorstel sluit aan bij de organisaties en activiteiten zoals die zijn genoemd bij advies 2.2. 10
Per 1 januari 2025 zouden de incidentele middelen, die NME aanvullend op de structurele middelen ontvangt, wegvallen. In de begroting voor 2025 wordt echter voorgesteld wederom incidenteel middelen voor NME beschikbaar te stellen. Daar wordt de opdracht aan verbonden om het NME-beleid robuuster en in meer samenhang met partijen neer te zetten en te onderzoeken of de coördinatiefunctie bij een andere partij kan worden belegd.
Advies 3.3: Wij adviseren om lokaal en circulair boeren te stimuleren, en om burgers meer te betrekken bij de voedselketen. Hoe willen we dat bereiken? • Enkel agrarische partijen (boeren/veevoerproducenten/kunstmestproducenten) toestaan die bijdragen aan meer lokale en kortere voedselketens. • Stimuleer Herenboeren concepten waarbij burgers actief betrokken worden bij de landbouw. • Het kopen en verkopen van lokale producten stimuleren. • Subsidie voor circulaire landbouw. • Subsidie voor het anders inrichten van weilanden (bomen in weiland, kikkerpoel en verschillende soorten beplanting). • Focus meer op duurzame landbouw door structureel gebruik van chemische middelen te beperken. • Het stimuleren van precisielandbouw. Bijvoorbeeld alleen te bestrijden waar en wanneer het nodig is, alleen mesten waar en wanneer het nodig is. Dit vinden we eerlijk omdat: • Mensen dichter bij de voedselketen brengen belangrijk is voor bewustwording. • Biodiversiteit willen bevorderen voor de gezondheid van mens en dier. • We overmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen willen voorkomen, omdat dit de natuur aantast en ook schadelijk voor de mensheid kan zijn. • We meer circulaire landbouw en kortere ketens (minder export, meer lokaal) willen. • We boeren in staat willen stellen om rendabel hun bedrijf te runnen. Reactie college Veel van de voorstellen betreffen provinciaal beleid.
Dat laat onverlet dat we lokaal mee willen werken wanneer dat kan. Zo onderzoeken we of we in ons pachtbeleid voorrang kunnen geven aan biologisch boeren. We hebben de intentie om Herenboeren ergens te faciliteren zodra er een boerderij met grond beschikbaar komt. In Zwolle Zuid hebben we mogelijk gemaakt dat openbare ruimte wordt gebruikt voor het inrichten van een moestuin. We denken mee met initiatiefnemers die in Spoolde een voedselbos van vijf hectare willen stichten. Concrete individuele initiatieven op dit vlak worden daar waar mogelijk gestimuleerd of gefaciliteerd. Daarnaast zal het principe van lokaal en circulair boeren worden betrokken in de beleidsontwikkeling voor het landelijke gebied, met ruimte voor innovatieve concepten. Hierbij worden ook de koppelkansen benut via al lopende processen zoals de PPLG, de gebiedscorporatie IJsseldelta of de ervencoach. Thema 4. Circulaire economie – consumentengedrag Advies 4.1.1: Wij adviseren de gemeente om duurzame winkels en initiatieven actief te stimuleren Hoe willen we dat bereiken? 11
• • • • •
Meer subsidies voor duurzame winkels en initiatieven (uitleenpunten, repair cafés) zodat ze op bereikbare, centrale locaties in de stad kunnen komen. Website of tijdschrift met daarin overzichtelijk alle voorzieningen met openingstijden die Zwolle heeft. Daarnaast interviews met bvb Rova, de ‘gewone burger’. Met tijdschrift (geadresseerd) bereik je veel mensen. In dit tijdschrift kun je mensen laten gaan naar websites of social media (TikTok, Insta, Facebook). Let erop dat het beschikbaar is voor mensen in andere talen. Transparantie over wat er gebeurt met de spullen nadat je hebt ze ingeleverd. Door locaties zo in te richten dat je spullen kunt kopen, maar dat je ook persoonlijk geholpen en geïnspireerd wordt. Bijvoorbeeld over circulariteit (wat je kunt maken van afval), regelingen en voorzieningen. Vooral ook koffiehoekjes voor het sociale contact.
Dit vinden we eerlijk omdat: • Het is toegankelijk is voor iedereen (met de fiets), ongeacht waar je woont, dus goede bereikbaarheid. • Het is voor meer mensen betaalbaar. • Het voorkomt leegstand (met panden subsidiëren). • Een (online) tijdschrift of website is bereikbaar voor velen. Reactie college Via de website www.impacttrail.nl kunnen onze inwoners winkels vinden in Zwolle die duurzame producten verkopen in de categorieën voeding, interieur, cadeau en kleding. De winkels zijn herkenbaar aan de sticker van Impacttrail op de winkelruit. In algemene zin is subsidiëring van de vestiging van winkels niet mogelijk. De gemeente heeft zelf geen winkelpanden in bezit en bij winkelpanden met een planologisch ‘brede detailhandelbestemming’ is het de eigenaar die bepaalt wat voor soort winkel er wordt gevestigd. In de Visie Zwolle Circulair hebben we aangekondigd te willen onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om duurzame winkels op een A-locatie te vestigen. Hiervoor zal een adviesbureau moeten worden ingeschakeld dat gespecialiseerd is in winkelvraagstukken. De geschatte kosten hiervoor bedragen circa 10.000 euro. De implementatie van het advies dat wordt geleverd kan resulteren in een financiële vervolgvraag. Het voorstel om bezoek aan duurzame winkels en initiatieven te stimuleren door onze inwoners op uiteenlopende wijze beter te informeren wordt omarmd.
We zullen onderzoeken wat het beter benutten van het platform Duurzaam Zwolle hierin kan betekenen. In plaats van het samenstellen en verspreiden van een nieuw tijdschrift, kiest het college liever voor bestaande communicatiemiddelen zoals de Swollenaer en sociale media. In het Uitvoeringsplan Gemeentelijk Grondstoffen Plan 2025-2030 is budget opgenomen voor het ontwikkelen en uitvoeren van een communicatieaanpak waarbij inwoners met regelmaat via verschillende kanalen en verschillende middelen bewust worden gemaakt van hoe zij afval en grondstoffen goed kunnen scheiden en waarom dit belangrijk is. De looptijd hiervoor is 2025, 2026 en 2027. Doel is het verminderen van het aandeel grondstoffen in het restafval en vergroten van de zuiverheid van ingezamelde grondstoffen. Deze aanpak draagt bij aan transparantie over het vervolgtraject van spullen die zijn ingeleverd en zal het draagvlak voor circulariteit vergroten. Aangezien deze aanpak al onderdeel is van vastgesteld beleid waar budget voor is opgenomen, zijn er geen extra kosten gemoeid met de uitvoering. Advies 4.1.2: Wij adviseren de gemeente om consuminder-gedrag actief te bevorderen. Hoe willen we dat bereiken? • Door extra aandacht te geven aan de doelgroep schoolgaande kinderen • Een serieuze game laten ontwikkelen, bijv. met lesprogramma, waarin consuminderen een sport wordt en iets oplevert.
Daarnaast in dezelfde app informatie over consuminderen, zodat mensen
12
• • • • • • •
bewust worden van wat consuminderen is en hoe ze zelf er in mee kunnen werken. Ook is het belangrijk om de nadelen van Fast Fashion en voordelen van duur(zaamheid)koop uit te leggen. De gemeente moet het goede voorbeeld geven: kopjes in het gemeentehuis van de kringloop, eigen ‘afgeschreven’ spullen naar de kringloop brengen. De gemeente moet bedrijven stimuleren om te consuminderen: minder goodiebags en andere fysieke reclame-uitingen, geen wegwerpmaterialen (bekertjes, notitieblokjes met pennen). Door te werken aan het verbeteren van het imago ‘tweedehands’ door in te zetten op centrale (of te bereiken met auto of makkelijk te bereiken met bus), frisse, moderne, uitnodigende locaties (in het centrum, IJsselhallen, oude V&D, diverse wijken) Door circulariteit te stimuleren onder alle lagen van de bevolking. Vooral diegenen die nog geen interesse hebben hierin. Dat het een gewoonte wordt. Door ouderen repareren en techniek te laten leren aan jongeren. Bijvoorbeeld met een repaircafé in school. Kinderen leren om duurzame keuzes te maken. Beloningssysteem invoeren bij het inleveren van goederen; stempelkaart/shoptegoed.
Dit vinden we eerlijk omdat: • Met de app informeer je de burger en dwing je daarmee niks af, vrije keuzes • Gelijkheid, gemeente en bedrijven zijn net zo goed burgers. Verantwoordelijkheid. Reactie college We geven reeds extra aandacht aan schoolgaande kinderen. Elke basisschool gaat een keer naar de ROVA om hier te leren over de afval/grondstoffen verwerking. Daarnaast hebben wij de afdeling Natuur en Milieu Educatie die educatieve activiteiten aanbiedt aan scholen. Zo bevorderen we dat kinderen leren om duurzame keuzes te maken. Preventie is ook onderdeel van het Gemeentelijk Grondstoffen Plan. Zo willen we voorkomen dat er afval ontstaat, zorgen dat er meer wordt hergebruikt waardoor er ook minder hoeft te worden aangeschaft. Wanneer de gemeente materialen en voorwerpen afschrijft, wordt ook gekeken naar de mogelijkheid tot hergebruik. We dragen graag bij aan het verbeteren van het imago van ‘tweedehands’ en gaan in dat kader ook kijken naar locaties waar ‘tweedehands’ kan worden aangeboden. Dat dit goed mogelijk is, blijkt uit de vestiging van een kringloopcentrum in winkelcentrum Aa-landen. Zie in dit verband ook ons antwoord bij 4.1.1. en de verwijzing naar de visie Zwolle Circulair. Het ontwikkelen van een ‘serieuze game waarin consuminderen een sport wordt en iets oplevert’ past niet binnen het huidige beleid en zou hoge kosten met zich meebrengen.
De geschatte kosten zijn minimaal 50.000 euro. Het college kan zich voorstellen dat landelijke natuur- en milieuorganisaties deze suggestie oppakken. Bedrijven stimuleren om te consuminderen trachten we te doen door zelf het goede voorbeeld te geven. Bedrijven maken hierin hun eigen afweging en laten zich, anders dan door landelijke wetgeving (denk aan statiegeld en verbod op gratis plastic zak) maar in zeer beperkte mate sturen. Het belonen van het inleveren van goederen voor hergebruik is in het verleden uitgeprobeerd. Dat leverde geen noemenswaardig resultaat op. Advies 4.2: Wij adviseren inwoners van Zwolle beter te informeren over de mogelijkheden van afvalscheiding, hergebruik en reparatie. Hoe willen we dat bereiken? • Ontwikkel een communicatiestrategie waarbij sociale media, bestaande geschreven media e.d. worden ingezet om informatie, interviews met verhalen van burgers en instanties, ontwikkelingen omtrent regelingen en voorzieningen onder de aandacht te brengen. • Social media inzetten d.m.v. burgers en influencers. Bijvoorbeeld met Zwollenaren die naar kringloop of repaircafé gaan. Of dat zij zich afvragen in welke afvalbak de chipszak moet. Dit kan door reclame (betaald door gemeente) of via accounts van BN-ers. Kort en met humor. • Reclame maken op populaire plekken; stationshal, PEC Zwolle, snelwegreclame, stand op de markt.
13
Dit vinden we eerlijk omdat: • Wij vinden het eerlijk om in te zetten op publieke locaties zodat de informatie toegankelijk is voor iedereen. • Wij vinden het eerlijk om bewustwording te vergroten en hiermee een bredere doelgroep te bereiken. • Wij vinden het eerlijk om A-locaties te gebruiken voor bijvoorbeeld de kringloop om de bereikbaarheid en de toegankelijkheid te vergroten en de leegloop tegen te gaan in de winkelstraat. Reactie college Zoals gesteld in reactie op voorstel 4.1.1 past een betere informatievoorziening aan onze inwoners binnen het reeds vastgestelde beleid van het Gemeentelijk Grondstoffen Plan 2025-2030. De hier gesuggereerde mogelijkheden zoals de inzet van influencers en het gebruik van plaatsen waar veel inwoners komen, zullen daarbij worden betrokken.
Thema 5. Circulaire economie – gemeente, bedrijven en maatschappelijke organisaties Advies 5.1.1: Wij adviseren de mogelijkheden te verruimen voor bedrijven om afval en grondstoffen uit te wisselen Hoe willen we dat bereiken? • Het instellen van speciale zones waar de regelgeving meer ruimte biedt om afval en grondstoffen uit te wisselen. Kijk bij gemeente Deventer naar een vergelijkbaar initiatief • Door bedrijven voordeel te geven bij hergebruik restproducten • Bedrijven die bijdragen aan het uitwisselen van afval en grondstoffen voorrang of voordeel te geven bij kaveluitgifte • Door een derde partij (bijvoorbeeld ROVA of een gespecialiseerd bureau) in te schakelen om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Dit vinden we eerlijk omdat: • Omdat zij minder milieubelasting veroorzaken en dat draagt op langere termijn bij aan het klimaat en minder kosten voor de maatschappij • Bedrijven hebben (al) te maken met veel regelgeving, moet daar (dan) nog meer bijkomen (van overheidswege) • Er eerder bewustwording op de circulaire transitie ontstaat Reactie college Het uitwisselen van grondstoffen en afval is van betekenis bij het vergroten van de circulaire economie. We hebben in ons beleid opgenomen te zullen onderzoeken hoe we op bedrijventerreinen handelen/ruilen in afval grondstoffen en afvalstromen mogelijk kunnen maken.
We zullen bestuderen wat het initiatief van de gemeente Deventer voor onze gemeente kan betekenen. Bedrijven voordeel geven bij het hergebruik van restproducten vraagt aanpassing van landelijke wet- en regelgeving. Bedrijven voorrang of voordeel geven bij kaveluitgifte sluit aan bij het in de visie Zwolle Circulair aangekondigde onderzoek naar het uitgangspunt ‘circulair tenzij.’ Het college wil dit opnemen in het beleid voor bedrijventerreinen. Zwolle zet zich reeds in om vraag en aanbod in de circulaire economie bij elkaar te brengen. We doen dit onder meer door penvoerder te zijn voor het initiatief www.waarde-ring.nl In dit netwerk werken gemeenten samen met bedrijven, onderwijsinstellingen en andere organisaties samen om circulariteit structureel op de kaart te zeggen.
14
Advies 5.1.2: Wij adviseren de gemeente om bedrijven en organisaties te (laten) beoordelen op circulair gedrag, best practices onder de aandacht te brengen en deze te belonen Hoe willen we dat bereiken? • Jaarlijks circulariteitsprijs met meerdere categorieën: bv meest vernieuwende idee, beste prestatie op energie/ circulariteit voor diverse categorieën (verenigingen, klein bedrijf, groot bedrijf etc.) • Publiceren van “duurzaamheidstopper van Zwolle” of iets dergelijks Dit vinden we eerlijk omdat: • Iedere organisatie kan meedoen (mits goed georganiseerd) en publicatie stimuleert andere organisaties om dit goede voorbeeld te volgen (dus veel resultaat met beperkte middelen) • Een groen/circulair bedrijf de maatschappelijke kosten verlaagt. Reactie college We constateren dat er veel initiatieven zijn op dit vlak. We noemen hierbij: Op nationaal niveau: Circular Awards | Nationale Conferentie Circulaire Economie 2024 (ncce2024.nl) Op regionaal niveau: Top 3 genomineerden 2019 – Dorz Op provinciaal niveau: Home - Overijsselse Circulaire Innovatie Top 20 Op lokaal niveau: Zwolle's Got Talent - VisitZwolle (gestopt in 2023) De lokale prijs is uitgereikt in 2022 en 2023. In beide jaren was het lastig om aan voldoende aanmeldingen vanuit ondernemers te komen. Dit ondanks het feit dat we het aanmelden erg makkelijk hebben gemaakt en ondernemers actief zijn benaderd.
We hebben veel ondernemers gesproken. Zij gaven aan dat er weinig animo was om deel te nemen omdat er al zo veel prijzen zijn, waardoor de “waarde’ minder is geworden en zij zo te veel tijd bezig zijn met de randvoorwaarden. Tijd die ze aan het ondernemen moeten besteden. Omdat Duurzaam Ondernemen Regio Zwolle al jaren prijzen uitreikt en bekend is bij ondernemers, hebben we met DORZ afgesproken dat zij verder gaan met de awards voor bedrijven in de regio Zwolle en het initiatief “regio Zwolle’s got talent” stopt. Om die redenen kiest het college niet voor het opnieuw instellen van een Zwolse circulariteitsprijs.
Advies 5.2.1: Wij adviseren dat er duidelijke voorwaarden en eisen worden gesteld aan nieuw te bouwen of te verbouwen / renoveren panden, zodat deze circulair en duurzaam worden gebouwd. Dit geldt zowel voor het bouwproces als het pand. Hoe willen we dat bereiken? • De gemeente geeft geen vergunningen aan bedrijven die geen rekening houden met de voorwaarden en eisen over circulariteit en duurzaamheid (bijvoorbeeld met aandacht voor lokale bedrijven) bij het aanbesteden van hun opdrachten. • Door in samenwerking met de provincie meer eigenaarschap te nemen over het verduurzamingsproces van het bestaande bedrijfspand richting rijksoverheid. Dit vinden we eerlijk omdat: • We een verplichting hebben richting huidige en toekomstige generaties en het belangrijk is dat het wordt bevorderd dat er minder CO2 uitstoot en verplaatsingen tijdens het bouwen is en de lokale economie wordt gestimuleerd. • Het niet wordt overgelaten aan individuele bedrijven. . Reactie college Dit voorstel sluit aan bij de Visie Zwolle Circulair en de Zwolse Aanpak Circulair Bouwen, al focust dat vooral op woningbouw, maar dit is ook toepasbaar op bedrijfspanden. Zwolle heeft beleid vastgesteld waarin Het Nieuwe Normaal (HNN), een raamwerk gericht op materialentransitie, wordt gehanteerd. HNN kent relatief heldere voorwaarden en eisen, maar tegelijkertijd wil de rijksoverheid bovenwettelijke eisen 15
verbieden. Dat mogen alleen ambities zijn. Verder gaan dan HNN of het bevoordelen van lokale bedrijven is dus niet toegestaan. In de Zwolse Aanpak Circulair Bouwen worden vier strategieën beschreven: voorkomen van uitval en afval (1), bouwen met restmaterialen (2), bouwen met biobased materialen (3) en aanpasbaar, flexibel en losmaakbaar bouwen (4). De gemeente onderscheidt drie kringen van invloed, waarbinnen ze verschillende rollen voor zich ziet. Wat betreft opdrachtgeverschap voor eigen vastgoed/ grond stelt de gemeente een voorbeeldfunctie te willen vervullen op het gebied van circulair bouwen. Dit betreft bijvoorbeeld scholenbouw of ander maatschappelijk vastgoed. In de overige kringen van invloed ziet de gemeente een rol in het maken van prestatieafspraken met partners (bijvoorbeeld corporaties) en het stimuleren en inspireren van ontwikkelende partijen daar waar de gemeente geen eigen grond heeft. In de praktijk zien we dat het ingewikkeld blijft om – ook voor projecten waar wij zelf opdrachtgever van zijn – voldoende aandacht te geven aan circulair bouwen. Dit heeft enerzijds te maken met mogelijke kostenstijgingen en anderzijds met de onbekendheid van de materie. Circulair bouwen vraagt een iets andere uitvraag, een andere beoordeling en soms ook een andere volgorde in het proces.
Ook hoort bij een circulaire bouweconomie een andere wijze van berekenen; in grondexploitaties zou rekening gehouden moeten worden met de restwaarden van materialen. Daarnaast is de rijksoverheid bezig om de regelgeving voor woningbouw verder te standaardiseren. Om bovenstaande beter mogelijk te maken wordt er gewerkt aan een uitvoeringsagenda Circulair Bouwen. Advies 5.3: Wij adviseren de Gemeente om waterbesparende maatregelen in nieuwbouw verplicht te stellen. Hoe willen we dat bereiken? De Gemeente kan bij vergunningverlening voorwaarden meegeven over waterbesparende maatregelen zoals: • Infiltratiesystemen om regenwater op te vangen zodat het water langzaam in de bodem wordt opgenomen • Opvang en toepassing van hemelwater ter besparing van drinkwater • Hergebruik van drinkwater/kraanwater voor bijvoorbeeld toilet en wasmachine • Gebruik van waterbesparende apparatuur • Door dit toe te passen in woningen, bedrijfspanden en/of kantoren Dit vinden we eerlijk omdat: • Schoon drinkwater steeds schaarser wordt, hier moeten we dus zuinig op zijn • Mogelijkheden om waterbesparende maatregelen zijn het eenvoudigst en meest kosteneffectief om in nieuwbouw mee te nemen • Er minder water hoeft te worden afgevoerd en gezuiverd Reactie college Afgelopen jaren is het overheidsbeleid vooral gericht geweest op teveel water en wateroverlast.
(Seizoensgebonden) tekort aan zoet water is nog relatief nieuw. Waterbesparing en hergebruik van regenwater kan bijdragen aan een klimaatbestendig Zwolle (en Nederland). Beschikbaarheid van zoetwater heeft inmiddels op Rijksniveau aandacht en wordt mogelijk onderdeel van de herziene Nationale Adaptatie Strategie die in 2025-2026 wordt verwacht. Het Rijk verkent daarvoor of en hoe de richtlijnen kunnen worden vastgelegd in wet- en regelgeving. Eén van de mogelijkheden is het verplicht stellen van waterbesparende maatregelen in nieuwbouw. Dit kan op (korte) termijn conflicteren met betaalbaarheid van nieuwe woningen. Tegelijkertijd is het voor de langere termijn kosteneffectief om waterbesparing en hergebruik van regenwater voor nieuwbouw 16
zo snel mogelijk in te voeren. Wij wachten de verkenning en de herziene Nationale Adaptatie Strategie af. Thema 6. Duurzame mobiliteit Advies 6.1: Wij adviseren om het OV te verbeteren en zo goed mogelijk op alle wijken aan te laten sluiten zodat er zo min mogelijk auto’s in de binnenstad hoeven te komen. Hoe willen we dat bereiken? • Een aparte buslijn die alleen door de wijken rijdt om deze te verbinden en in elke wijk bij één kern halte stopt met overstapmogelijkheden. • Betere faciliteiten rond de bushaltes (fiets parkeerplekken, deelfietsen, bushokje). • Werkgevers het OV laten stimuleren (deelfietsen op kantoor + station/NS business card). • De kosten van een buskaartje tot binnen de stadsgrenzen beperken tot €2,00 ongeacht de afstand. • De gemeente Zwolle stelt een OV-visie op waarin de eerdergenoemde punten een plek krijgen, en denkt proactief mee in het OV-beleid van de provincie. Dit vinden we eerlijk omdat dit het OV aantrekkelijk, bereikbaar en betaalbaar maakt voor alle doelgroepen. Het gebruik van het OV bijdraagt aan een klimaatneutraal Zwolle en we het belangrijk vinden dat alle inwoners van Zwolle een veilige en gezonde fysieke leefomgeving hebben. Reactie college Voor het realiseren van de eerste vier punten hebben we de provincie nodig.
De provincie Overijssel is samen met de provincies Gelderland en Flevoland opdrachtgever van het openbaar vervoer, waarbij de vervoerder moet voldoen aan bepaalde eisen en randvoorwaarden. De vervoerder (op dit moment EBS) is daarnaast opbrengstverantwoordelijk, wat betekent dat zij ook kijken naar de verwachte kosten en opbrengsten van buslijnen en -kaartjes. Werkgevers bepalen hun eigen arbeidsvoorwaarden en daarmee dus ook de vergoeding van bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Het realiseren van betere faciliteiten rond bushaltes of het beperken van de prijs van een buskaartje vraagt mogelijk een financiële bijdrage vanuit de gemeente. Op dit moment is er nog geen gemeentelijke visie op het Openbaar Vervoer. Binnen het programma Mobiliteit is opgenomen dat we in 2025 een OV-visie gaan opstellen. De adviezen van het Burgerberaad nemen we hierin mee. Advies 6.2: Wij adviseren het fietsgebruik in HEEL Zwolle te stimuleren binnen alle lagen van de bevolking Hoe willen we dat bereiken? Investeren in infrastructuur en voorzieningen zodat fietsen wordt bevorderd en autogebruik ontmoedigd. Bijvoorbeeld door: Fietsvoorzieningen: • Parkeerruimte voor fietsers uitbreiden. • Deelfietsen aan de rand van de stad voor bezoekers van buiten Zwolle. Verbetering infrastructuur: • Infrastructuur zodanig aanleggen dat fietsroutes korter, veiliger en aantrekkelijker zijn dan autoroutes.
• Beter onderhoud van de fietspaden. Dit vinden we eerlijk omdat: 17
Het grote maatschappelijke voordelen heeft wanneer mensen meer bewegen (zorgkosten en klimaat). Mensen die veel fietsen worden beloond. Reactie college In onze infrastructuur hanteren we het STOMP-principe waardoor duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en OV) prioriteit krijgen. Het advies van het Burgerberaad past daarmee binnen de doelstellingen uit het Actieplan Zwolle Wereldfietsstad, de Strategie Deelmobiliteit en binnen de in ontwikkeling zijnde Adaptieve Ontwikkelstrategie Hubs. De meeste voorstellen worden dan ook al uitgevoerd in het kader van de uitvoeringsagenda’s. Door het gevoerde fietsbeleid zijn de Zwolse fietsroutes meestal korter en aantrekkelijker dan autoroutes. Aanvullende infrastructurele aanpassingen om fietsroutes aantrekkelijker te maken krijgen een plaats in gebiedsontwikkelingen. Thema 7. Elektriciteitsnetwerk en de opslag van energie Advies 7.1: Wij adviseren dat de gemeente inzet op onderzoek naar lokale en kleinschalige mogelijkheden voor opslag en uitwisseling van energie. Hoe willen we dat bereiken? • Geef opdracht om onderzoek te doen naar oplossingen voor lokale en kleinschalige opslagmogelijkheden. • Zorg dat uitbreiding/aanpassing van het elektriciteitsnetwerk maximaal 4 maanden duurt. • Bevorder het delen van duurzaam opgewekte energie.
• Stimuleer woningcorporaties en particuliere verhuurders van bestaande woningen te investeren in duurzame energie. Dit vinden we eerlijk omdat: • Er soms meer duurzame energie wordt opgewekt dan er wordt gebruikt. • Door lokale opslag en verdeling over de tijd, wordt het openbare net meer ontlast. Reactie college Onderzoek naar lokale en kleinschalige mogelijkheden voor opslag en uitwisseling past binnen onze visie en de huidige aanpak. Lokale en kleinschalige opslagmogelijkheden kunnen van betekenis zijn bij het overbruggen van tijdsverschil in vraag en aanbod. De rol van de gemeente richt zich vooral op buurt-, wijk- en stadsniveau. Die rol wordt ingevuld afhankelijk van de schaal. Zo is opslag op wijk- en buurtniveau onderdeel van het ontwikkelen van de desbetreffende wijk (of buurt) via uitvoeringsplannen, zowel voor woonwijken als bedrijventerreinen. Gaandeweg komt zo de hele stad in beeld. De uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk door Enexis en Tennet kost veel langer dan de voorstelde vier maanden. De verwachting is dat dit minimaal zeven jaar zal vergen. Het omgaan met netcongestie (elektriciteit) vraagt veel aandacht zoals verwoord in de informatie die de raad in mei 2024 heeft ontvangen. Als er sprake is van een elektriciteitsvraag en/of -aanbod die hoger is dan de transportcapaciteit resulteert dit in file op het elektriciteitsnet, ofwel ‘netcongestie’.
Netcongestie bestaat voor zowel de afname als de invoeding van stroom. In Zwolle is al vanaf 2020 sprake van netcongestie op het gebied van invoeding. Dit betekent dat er geen nieuwe aansluitmogelijkheden zijn voor grote zonopstellingen en windparken. Sinds 1 jaar is er ook sprake van congestie voor afname voor grootgebruikers. 18
Onze beoogde aanpak richt zich op drie sporen: verzwaren, verdelen en verslimmen. De belangrijkste manier om netcongestie tegen te gaan is het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Dit vraagt om investeringen in het laag- en middenspanningsnetwerk van Enexis en het hoogspanningsnetwerk van TenneT. De investeringen van beide netwerkbeheerders doen we in goede samenwerking. We faciliteren de nutsvoorzieningen zo nodig met vergunningen en kijken waar we eigen grond kunnen inbrengen en borgen de ruimtelijke kwaliteit met een ruimtelijk inpassingskader. Alles is erop gericht om snelheid te houden in de verzwaringsopgave en deze daar te realiseren op het moment dat dit noodzakelijk is. De vraag naar aansluitcapaciteit is groter dan het aanbod en dit zal de komende tijd toenemen. Netwerkbeheerders werken met het principe first come, first serve. De Autoriteit Consument en Markt is bezig om hier verandering in aan te brengen. De voorgestelde prioritering van aansluitingen houdt in dat dan sturing plaats kan gaan vinden op welke aanvragen voorrang gaan krijgen. Verslimmen gaat over het slimmer gebruik maken van bestaande capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. Hiervoor hebben we al enige ervaring opgedaan met de ontwikkeling van de zogenaamde Smart Energy Hub Hessenpoort. Door slim vraag en aanbod te delen met een sturingsplatform profiteren de bedrijven van deze samenwerking.