CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ongewijzigd bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43

Raad Besluitvormingsronde 7 februari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a26.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.5.2.1 Natuurbescherming Natura 2000 Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. Verstoringseffecten, zoals optische verstoring, geluid of trillingen, zullen niet waarneembaar zijn in Natura 2000-gebied. Stikstofdepositie Bij elke activiteit waarbij sprake is van stikstofemissie, dient te worden getoetst of de stikstofemissie leidt tot een stikstopdepositie en er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Om aan te tonen of het voornemen resulteert in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het rapportage behorend bij dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 (DLV advies, 'milieutoets', 24 juni 2021). Uit het stikstofonderzoek blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie met significante negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Nederland Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Het natuurnetwerk Nederland vormt geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan.

27/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

3.5.2.2 Soortenbescherming Ten behoeve van de bestemmingsplan is een natuurtoets soortenbescherming uitgevoerd. De rapportage hiervan 'Quickscan flora en fauna' is opgenomen in Bijlage 1. Hierin wordt het volgende geconcludeerd: Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Overtreding van de wet wordt voorkomen door het verwijderen buiten de voortplantingsperiode van vogels. Er wordt een duiker in een sloot geplaatst welke mogelijk tot functioneel leefgebied van beschermde vissen behoort. Indien men zorgvuldig werkt, hoeft geen beschermde vis gedood te worden en wordt het functionele leefgebied niet dusdanig aangetast, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. Door een ecologisch werkprotocol op te stellen, waarin de te nemen maatregelen en uitvoering in de tijd beschreven worden, is overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

3.6

Water

3.6.1

Huidige situatie

3.6.1.1 Waterstructuur Het plangebied maakt deel uit van de polder Mastenbroek. Er lopen nu grotere en kleinere watergangen. De watergang langs de Mastenbroekallee is door het waterschap aangemerkt als primaire watergang, anderen als secundaire watergangen andere komen niet voor op de leggerkaarten van het waterschap (zie figuur 1).

28/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

figuur 1: Oppervlaktewatersysteem (bron: legger Waterschap Drents Overijsselse Delta) Het waterpeil in het plangebied is: -0,7 tot -0,5 m NAP. Direct ten oosten van het plangebied bevindt zich het Zwarte Water. Langs het Zwarte Water ligt een primaire waterkering (figuur 2).

figuur 2: Zonering primaire waterkering (bron: legger Waterschap Drents Overijsselse Delta) In en nabij watergangen en waterkeringen is de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is aangegeven welke beperkingen gelden. Hier zijn bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen in opgenomen. Binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich watergangen. 3.6.1.2 Riolering In het plangebied is geen riolering aanwezig, de dichtstbijzijnde locatie om op aan te sluiten zit op ruim 100 meter (inspectieput 14101, Boekbinderstraat). De droogweerafvoer (DWA) van de huidige boerderij wordt verwerkt middels een IBA (individuele behandeling afvalwater). 3.6.1.3 Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast ter hoogte van de bebouwing te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. 3.6.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.6.2.1 Waterstructuur De waterstructuur blijft onveranderd ten opzichte van de huidige situatie.

29/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

3.6.2.2 Riolering Grenzend aan het plangebied ligt geen gemeentelijk rioolstelsel. De omgang met droogweerafvoer (DWA) uit het plangebied moet nader uitgewerkt worden, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen een IBA en afvoer naar het vuilwaterstelsel. De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet (zo veel mogelijk) binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Binnen het plangebied wordt daartoe minimaal een statische berging gecreëerd van 20 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. De bovengrondse afvoer van overtollig hemelwater moet op eigen terrein worden opgevangen. Ook mag de ontwikkeling niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Het plangebied is groot genoeg om hemelwater te bergen en infiltreren op eigen terrein. Het verhard oppervlak neemt toe met circa 1.500 m2. 3.6.2.3 Ontwateringsdiepte De ontwateringsdiepte blijft onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. 3.6.2.4 Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels).

3.6.2.5 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door de IJssel aan de westzijde, door het Zwarte Meer aan de noordzijde en door het Zwarte Water aan de oostzijde (voormalig dijkring 10). Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten nabij het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: "kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade". Met behulp van de provinciale digitale Wateratlas (onderstaande figuur) wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,5 tot 5,0 meter. Ter plaatse van de nieuwe bebouwing is de overstromingsdiepte 0,5-2,0 meter. De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als redelijk diep tot diep.

30/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

figuur 3: Maximale waterdiepte plangebied (bron: Risicokaart.nl) Uit de Klimaateffectatlas blijkt dat er een kleine kans (1/300 tot 1/3.000) is dat er in 2050 in het plangebied een waterdiepte van meer dan 20 cm staat als gevolg van overstroming. Deze zelfde kans geldt ook voor een waterdiepte van meer dan 50 cm. Er is een zeer kleine kans (1/3.000 tot 1/30.000) op een waterdiepte van meer dan 2 meter.

figuur 4: Plaatsgebonden overstromingskans 2050 meer dan 20 cm (Bron: Klimaateffectatlas Waterschap Drents Overijsselse Delta) Maatregelen

31/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is onder andere te vinden op de website www.onswater.nl. Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is reactie gekomen dat de normale procedure doorlopen moet worden.

3.7

Wonen

3.7.1

Huidige situatie

Het pand aan de Hasselterdijk 43a is in gebruik als eengezinswoning. 3.7.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het aantal woningen blijft hetzelfde. In het nieuwe hoofdgebouw op het perceel Hasselterdijk 43a wordt het wonen gecontinueerd als 'bedrijfswoning' bij de stadsboerderij.

3.8

Voorzieningen

De stadsboerderij voorziet in de volgende activiteiten: Biologische stadslandbouw, pure voedselbeleving, natuurbeheer Waaronder: biologisch natuurbeheer (ossen/melkvee), biologisch tuinbouwbedrijf, proeftuin Zwolse stadslandbouw, boerderijwinkel, ambachtelijke verwerking ambachtelijke biologische producten, proeflokaal, eet- en drinkgelegenheid, beheer en onderhoud natuur. Hulp bij het werken op de boerderij (zorg- en opvangboerderij, sociaal ondernemen) Waaronder: hulpboeren op de stadsboerderij, natuurbeleving/groene (kinder)opvang, reïntegratie op de boerderij. Groene inspiratie, educatie, recreatie Waaronder: recreatieve activiteiten, ontspanning, innovatie, educatie, leerplek.

3.9

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod.

32/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

3.9.1

Geluid

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan/wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Situatie plangebied In voorliggend geval wordt geen geluidsgevoelig object en geen nieuwe gezoneerde geluidsbron mogelijk gemaakt. In paragraaf 3.9.2 wordt onderbouwd of het plangebied voldoet aan de richtafstanden die gelden voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt in het kader van het voorliggend initiatief. 3.9.2

Milieuzonering / bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

33/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een "rustige woonwijk" of "gemengd gebied". Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In dit geval gaat het om een locatie in het buitengebied, waar er geen sprake is van een menging van functies. Daarom wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In de volgende tabel worden bijbehorende richtafstanden weergegeven.

ta bel: milieucategorieën en richtafstanden (bron: VNG) Situatie plangebied Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Er wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De activiteiten in en rondom de stadsboerderij kan op basis van de VNG-uitgave het beste worden vergeleken met de twee te onderscheiden functies: 'akker- en tuinbouw' en 'detailhandel en restaurant'. Op grond van de VNG brochure geldt ten aanzien van akkerbouw en tuinbouw richtafstand van 10 meter voor geur, 10 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. De richtafstanden voor detailhandel en restaurant geldt op alle onderdelen een max. afstand van 10 meter.

De richtafstand van geluid bij akkerbouw en tuinbouw met 30 meter is maatgevend. 34/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

De afstand tussen de grens van de inrichting en de dichtstbijzijnde woning van derden, Hasselterdijk 44I, bedraagt 50 meter en de afstand tot de woningen binnen de bebouwde kom bedraagt ca. 80 meter. Het voorliggende plan voldoet hiermee aan de richtafstanden vanuit de VNG brochure 'Bedrijven en Milieuzonering'. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling ziet niet toe op het toevoegen van een milieugevoelige functie. Het voornemen wordt daardoor niet gehinderd door bestaande milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied. Wet milieubeheer / Activiteitenbesluit Op de stadsboerderij vinden de onderstaande activiteiten plaats: - Telen van gewassen op een biologische wijze Tuinbouw (volle grondteelt); Glastuinbouw; - Nevenactiviteiten bij een agrarische bedrijf: Theehuis; Boerderijwinkel; Educatie (rondleidingen); Dagbesteding; De beoogde activiteiten van de stadsboerderij vallen allemaal onder het activiteitenbesluit en zijn niet vergunning plichtig. Nadat het bestemmingsplan is aangepast van wonen naar agrarisch zal voor deze activiteiten een melding worden gedaan via het activiteitenbesluit internet module.

Conclusie: Het aspect milieuzonering en Wet milieubeheer/activiteitenbesluit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 3.9.3

Luchtkwaliteit en geur

Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg;

35/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Situatie plangebied Als worst case scenario is uitgegaan van een toename van 1000 vervoersbewegingen per maand als het plan is gerealiseerd (zie ook de bijlage 'milieutoets' van DLV advies). Omgerekend naar dag en naar boven afgerond komt het neer op 35 vervoersbewegingen per dag. De impact is hiermee dusdanig gering (is vergelijkbaar met verkeersgeneratie van 5 vrij staande woningen) dat gesteld kan worden dat de beoogde planvorming niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging als het gevolg van de verkeersaantrekkende werking. Ten aanzien van de activiteiten ter plaatse: dierverblijven op een agrarisch bedrijf kunnen voor fijnstof of geurhinder bij de omliggende woningen veroorzaken. Op deze locatie zal geen dierverblijven aanwezig zijn. Het vee wordt alleen ingezet voor het beweiden van de weilanden rondom de Stadskolk. De stadsboerderij heeft geen mestvaalt of kuilvoer. Aangezien er geen dierverblijven, mestvaalt of kuilvoer plaatst aanwezig zijn zal er geen risico zijn op geuroverlast om de omliggende woningen.

Fijnstof zal voornamelijk worden veroorzaakt door verkeersbewegingen met verbrandingsmotoren en valt in de categorie 'niet in betekende mate'. Conclusie: Het aspect luchtkwaliteit en geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 3.9.4

Bodemkwaliteit

Algemeen Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Situatie plangebied Het plangebied ligt binnen de bodemfunctie 'landbouw/natuur'. In dit deel geldt tevens 'landbouw/natuur' als de kwaliteitsklasse voor de bovengrond (bovenste 50 cm onder maaiveld) en de ondergrond (van 0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld). Onderhavig plan voorziet niet in een gevoeliger gebruik dan in de huidige situatie planologisch is toegestaan (bestaande woning blijft). Het uitvoeren van bodemonderzoek kan achterwege blijven. De aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Conclusie: Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. 3.9.5

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de

36/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Situatie plangebied Het project zelf maakt geen risicovolle inrichting mogelijk die leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu. Conform artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen kan het plan wel aangeduid worden als een beperkt kwetsbaar object: 'sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen' + 'restaurants, voor zover hierin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn'. Beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het plan.

Om dit te beoordelen is de risicokaart en gemeentelijke data geraadpleegd. Dit om na te gaan of er in de directe omgeving risicovolle inrichtingen aanwezig zijn en risicovol transport over spoor en weg plaatsvindt.

Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Ook liggen er geen wegen in de directe omgeving die aangewezen zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In de directe omgeving zijn geen buisleidingen aanwezig. Conclusie:

37/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. 3.9.6

Kabels, leidingen en straalpaden

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. Geen van deze thema's zijn relevant voor dit plangebied en de directe omgeving (niets aanwezig). Het vormt hiermee geen belemmering voor deze ontwikkeling.

3.10

Duurzaamheid

De gehele locatie wordt zoveel mogelijk verduurzaamd. De huidige cv-ketel wordt daarom vervangen door een warmtepomp voor de verwarming. De overige verbrandingsmotoren (zoals bijvoorbeeld de bosmaaier) worden vervangen door elektromotoren. In de nieuwe situatie zijn er naast de verkeersbewegingen geen andere verbranding motoren aanwezig op deze locatie. Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking, wil De Stadsboerderij het aantal verkeersbewegingen met verbrandingsmotoren zoveel mogelijke beperken. Om dit te bereiken worden: de eigen transport middelen allemaal voorzien van elektra motoren; de producten van Stadsboerderij bezorgd met een elektrische bestelbus; de bezoekers (voornamelijk bewoners uit Zwolle) gestimuleerd om zoveel mogelijk met de fiets te komen.

38/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Buitengebied, Hasselterdijk 43a zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 1 Erfinrichtingsplan Hasselterdijk 43a. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels;

39/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een 'uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op het zelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'.

Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid.

De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: 40/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit.

De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. Het betreft in dit plan: Artikel 6 Waterstaat - Waterkering; Een dubbelbestemming ligt als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen.

De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 7 Anti-dubbeltelregel; Artikel 8 Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - dijk; Artikel 9 Algemene afwijkingsregels; Artikel 10 Algemene procedureregels.

41/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: 1. een Erfinrichtingsplan Hasselterdijk 43a.

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Agrarisch met waarden - Natuur en landschap In deze bestemming worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden voor het erf van het perceel Hasselterdijk 43a geregeld. De basis van de bestemming is het agrarisch gebruik, agrarisch natuurbeheer en het behoud. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en landschapswaarden van de gronden zijn hierbij van belang. Het houden van dieren anders dan voor een kinderboerderij is binnen deze bestemming niet toegestaan. Naast het agrarisch gebruik zijn diverse nevenactiviteiten toegestaan. Hiervoor is de aanduiding 'gemengd' opgenomen in de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschap'. Als nevenactiviteiten zijn toegestaan: 1. recreatief medegebruik De stadsboerderij biedt de mogelijkheid voor bezoekers om te recreëren, te ontspannen in een groene omgeving. 2. kinderboerderij Het kleinschalig houden van dieren als beleving voor kinderen is onderdeel van de stadsboerderij. Een definitie van kinderboerderij is opgenomen (artikel 1.50). 3. educatie Educatie over boeren, natuur, milieu en voedsel kan in de praktijk worden beleefd. 4. dagopvang, zorgopvang Dit gebruik ziet op zinvolle dagbesteding en opvang voor mensen met een hulpvraag.

Zo is er de mogelijkheid voor zogenaamde 'hulpboeren', re-integratie en dagbesteding op de boerderij alsook groene kinderopvang. 5. logies ten behoeve van zorgopvang of bed & breakfast

42/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Voortvloeiend uit de zorgopvang is er de mogelijkheid voor hulpboeren om kortdurend te overnachten op de boerderij. Ook is de overnachtingsmogelijkheid als bed & breakfast mogelijk. Het gezamelijk aantal slaapruimten mag niet meer dan 9 bedragen. Gebruik van deze ruimten als wooneenheid is niet toegestaan. 6. detailhandel Dit gebruik omvat de boerderijwinkel met gezond, lokaal voedsel, deels afkomstig uit eigen teelt. Het gebruik mag maximaal 200 m² beslaan. 7. horeca/ontvangstruimte Er is een eet- en drinkmogelijkheid om het biologisch eten te proeven. Het gebruik mag maximaal 200 m² beslaan. 8. kleinschalige ambachtelijke verwerking van de agrarische producten De agrarische producten mogen op een kleinschalige ambachtelijke manier ter plaatse worden verwerkt. Voorbeelden hiervan zijn een kaasmakerij of een bijenhouderij. 9. vergaderruimte Dit gebruik ziet op ruimte voor ontmoeting en vergaderen. Het gebruik mag maximaal 200 m² beslaan. Voor alle nevenactivteiten geldt dat deze worden uitgeoefend naast de hoofdactiviteit, de uitoefening van het agrarische bedrijf. Het gebruik van detailhandel, horeca/ontvangstruimte en vergaderruimte is in oppervlakte gemaximeerd. Met een afwijkingsmogelijkheid (artikel 3.6 onder a) kunnen andere nevenactiviteiten worden toegestaan, mits deze voldoen aan de voorwaarden die hiervoor zijn opgenomen.

Bedrijfswoning Toegestaan is één bedrijfswoning. Dit is de woning voor het boerengezin. Met een afwijkingsmogelijkheid (artikel 3.6 onder a) kunnen twee huishoudens worden toegestaan, indien dat in verband met de bedrijfsopvolging noodzakelijk is. Aanlegvergunningenstelsel Er is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden (artikel 3.7). Van de aanlegvergunningplicht zijn uitgezonderd elementen die voorkomen op het erfinrichtingsplan, dat is opgenomen als Bijlage 1 bij de regels.

Artikel 4 Natuur In deze bestemming worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden rondom het erf van de Hasselterdijk 43a geregeld, alsook voor de plek van de schuilstal. De bestemming regelt dat de gronden hoofdzakelijk zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden. Agrarisch natuurbeheer vindt plaats door onderhoud van het natuurland en door de kudde runderen die rondom de Stadskolk het natuurgebied onderhouden. Ondergeschikt aan de bestemming Natuur zijn onder andere toegestaan: volkstuinen; Binnen het met 'volkstuin' aangeduide gebied mag een deel (percentage) gebruikt worden voor volkstuinen. agrarisch medegebruik; recreatief medegebruik in de vorm van extensieve dagrecreatie; educatief medegebruik; Ondergeschikt aan de bestemming Natuur is agrarisch, recreatief en educatief medegebruik mogelijk. Dit gebruik kan in relatie zijn met de stadsboerderij. detailhandel;

43/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Binnen de met 'bijgebouwen' aangeduide plek nabij de inrit aan de Hasselterdijk is een klein gebouwtje met verkoop van producten mogelijk. Het zal gaan om een stalletje of automatiek met agrarische producten. Binnen de bestemming Natuur zijn uitsluitend de volgende gebouwen mogelijk: een schuilstal (ter plaatse van de betreffende aanduiding), tunnelkassen (ter plaatse van de betreffende aanduiding), een klein verkoopkraampje/gebouwtje (detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen') en vogelobservatieposten. Aanlegvergunningenstelsel Er is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden (artikel 4.5). Van de aanlegvergunningplicht zijn uitgezonderd elementen die voorkomen op het erfinrichtingsplan, dat is opgenomen als Bijlage 1 bij de regels.

Artikel 5 Verkeer - Erftoegangsweg Deze bestemming is opgenomen voor het verkeers- en verblijfsgebied met een erftoegangsfunctie. Dit betreft de inrit vanaf de rotonde op de Mastenbroekerallee naar het perceel Hasselterdijk 43a. Het heeft een inrichting gericht op gemengd verkeer in een 30 kilometer gebied.

Artikel 6 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming ligt op een klein deel van het plangebied aan de oostzijde, vanwege de ligging van de primaire waterkering langs het Zwarte Water. Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder. Naast deze dubbelbestemming blijft de keur van het waterschap Groot Salland onverkort van kracht. Op grond van de keur is voor een aantal werken en werkzaamheden een watervergunning van het waterschap nodig. Ter voorkoming van dubbele regelgeving en bevoegdheidsconflicten en ter voorkoming van een onnodig star en bij een wijziging van de keur snel verouderend bestemmingsplan zijn de voorschriften van de keur niet in het bestemmingsplan opgenomen. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van een andere (dubbel)bestemming dienen niet alleen de belangen van deze bestemmingen te worden afgewogen, maar ook de waterstaatsbelangen. Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van rivier- en kanaalverlichting, bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur is geen omgevingsvergunning nodig.

4.4

Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - dijk Voor de gronden die op ten hoogste 100 meter afstand liggen van de teen van de primaire waterkering geldt -net als voor de primaire waterkering zelf- een aanvullende beschermende regeling. Zowel voor het bouwen als voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd, waarbij de beheerder van de waterkering om advies wordt gevraagd.

44/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Onder andere zijn afwijkingsregels opgenomen met betrekking tot mantelzorg en bed & breakfast. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 10 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 11 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen.

Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van het algemene parkeerbeleid.

4.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Bro is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 13 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6

Bijlagen

Bijlage 1 Erfinrichtingsplan Hasselterdijk 43a In het inrichtingsplan zijn de te behouden, herstellen of ontwikkelen ruimtelijke kwaliteiten van de locatie Hasselterdijk 43a verbeeld. In de regels van de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschap' en 'Natuur' komt een verwijzing naar het inrichtingsplan voor. Dit heeft betrekking op de het aanlegvergunningenstelsel bij deze bestemmingen.

4.7

Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

45/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling en -uitvoering zijn in goed overleg met de gemeente Zwolle en de initiatiefnemer gestart. Voor vaststelling van het bestemmingsplan is er een anterieure overeenkomst gesloten. De daadwerkelijke uitvoering van het bestemmingsplan komt voor rekening van de initiatiefnemer, evenals de mogelijke planschade als gevolg van nieuwbouw. Het plan is dus in financiële zin uitvoerbaar.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Overleg met de buurt

Inloopmomenten Op woensdag 21 en woensdag 28 april 2021 is door de initiatiefnemer coronaproof inloopmomenten georganiseerd. Uitnodigingen zijn per flyer deur tot deur bezorgd in de buurt. Tijdens het inloopmoment konden impressietekeningen van de locatie en het programma bekeken worden. De initiatiefnemer, de architect en een vertegenwoordiger van de gemeente waren aanwezig om de plannen en het proces toe te lichten. Op de uitnodiging is door bewoners van twee omliggende adressen gereageerd. De reacties waren belangstellend en enthousiast. Door nabije buren werd gezien dat de natuurwaarde in het gebied toeneemt nu initiatiefnemer dit beheert. Positief over de ontwikkeling. Andere buurtbewoners (wonend Stadshagen) zagen uit naar de realisatie van het plan. 5.2.2

Uitkomsten overleg

Op 8 juli 2021 is het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar instanties en organisaties verzonden met het verzoek om uiterlijk 6 augustus 2021 schriftelijk te reageren. Het plan is toegezonden naar de volgende 5 instanties en organisaties: 1. 2. 3. 4. 5.

Provincie Overijssel Veiligheidsregio IJsselland Waterschap Drents Overijsselse Delta Rijkswaterstaat Natuur en Milieu Overijssel

Onderstaand de vooroverlegreacties die ontvangen zijn. Dit betreft de nummers 1 tot en met 4. Van de laatstgenoemde organisatie is geen inhoudelijke reactie ontvangen. 1.

Provincie Overijssel

opmerking: Aangegeven wordt dat het plan passend is in het provinciaal ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook geen belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Hiermee is voldaan aan het ambtelijk vooroverleg met de provincie.

46/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

reactie: Van de vooroverlegreactie is kennis genomen. 2.

Veiligheidsregio IJsselland

opmerking: Geconstateerd wordt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. In relatie tot dagopvang/zorgopvang wordt ervan uitgegaan dat de mensen zich bij een eventueel incident op de boerderij zich voldoende kunnen redden en/of er voldoende mensen aanwezig zijn om hierbij te helpen. Geadviseerd wordt om (1) de toekomstige bebouwing te (laten) voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie en (2) te zorgen voor een goede bereikbaarheid van en in het plangebied voor de hulpdiensten. reactie: De vooroverlegreactie en het advies wordt inhoudelijk afgestemd met de initiatiefnemer.

3.

Waterschap Drents Overijsselse Delta

opmerking: Het Waterschap geeft aan dat er op de verbeelding een verspringing zit in de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' welke niet op de Legger staat. Verzoek om dit aan te passen aan de Legger. reactie: Op de verbeelding zal de begrenzing van de 'vrijwaringszone - dijk' zal worden aangepast aan de Legger van het Waterschap. 4.

Rijkswaterstaat

opmerking: Rijkswaterstaat heeft aangegeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. reactie: Van de vooroverlegreactie is kennis genomen.

47/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

48/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

49/141

7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a

Bijlage 1 Quickscan flora & fauna

50/141

Quickscan natuurwaardenonderzoek Erftransformatie Stadszicht Hasselterdijk 43A Zwolle

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Erftransformatie Stadszicht Hasselterdijk 43A Zwolle

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 3490 versie 1.0 Ligging plangebied: Hasselterdijk 43A te Zwolle

Status: definitief Rapportdatum: 11-6-2021

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 7

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ........................................................................................................................ 9

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 9 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 9 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 9 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................... 10

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 11

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 11 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 11 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 12 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 16

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 16 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 16 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 17 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 20 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 23 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 23 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 24

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor de sloop van bebouwing, het bouwen van nieuwe bebouwing en het plaatsen van een duiker in een sloot. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 10 juni 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel.

Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000gebied, kan een negatief effect op Natura-2000 gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 200-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats en behoort een klein deel van het plangebied tot functioneel leefgebied van een beschermde vissoort (grote modderkruiper). Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën.

3

Er zijn plannen een duiker te plaatsen in een sloot welke mogelijk tot functioneel leefgebied van beschermde vissen behoort. Indien zorgvuldig gewerkt wordt, hoeft geen beschermde vis gedood te worden en wordt het functionele leefgebied niet dusdanig aangetast, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. Geadviseerd wordt een ecologisch werkprotocol op te stellen, waarin de te nemen maatregelen en uitvoering in de tijd beschreven worden, ter voorkomen van overtreding van de Wet natuurbescherming. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige van de in het plangebied foeragerende beschermde dieren af. Deze aantasting leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Wettelijke consequenties samengevat: • Beplanting verwijderen buiten de voortplantingsperiode van vogels; • Ecologisch werkprotocol opstellen voor plaatsen duiker; • Stikstofberekening uitvoeren voor ontwikkel- en gebruiksfase);

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ae56e1a8-4df1-4b55-9535-072f6582b15a