1. Ongewijzigd bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43
Tekst van het document
Buitengebied, Hasselterdijk 43a vastgesteld
nr. NL.IMRO.0193.BP17006-0004
Ruimtelijke Planvorming
Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle telefoon (038) 498 20 97 postbus@zwolle.nl
www.zwolle.nl www.bestemmingsplannen.zwolle.nl Opdrachtgever ZWPP Opdrachtnemer ZWRP Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP17006-0004
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Datum:
7 februari 2022
2/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.5 Groenbeleid 2.5.1 Wet natuurbescherming 2.5.2 Rijks- en provinciaal beleid 2.5.3 Gemeentelijk groenbeleid 2.6 Waterbeleid 2.7 Milieubeleid
9 9 9 9 10 12 16 17 18 18 19 19 19 21
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Archeologie 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.3 Cultuurhistorie 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Verkeer 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Natuur 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Water 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Wonen 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Voorzieningen 3.9 Milieu 3.9.1 Geluid 3.9.2 Milieuzonering / bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.9.3 Luchtkwaliteit en geur 3.9.4 Bodemkwaliteit
23 23 23 23 25 25 25 25 25 25 26 26 26 26 26 27 28 28 29 32 32 32 32 32 33 33 35 36 3/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
3.9.5 3.9.6 3.10
Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpaden Duurzaamheid
36 38 38
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Bijlagen 4.7 Handboek
39 39 42 42 44 45 45 45
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten overleg
46 46 46 46 46
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
49
Bijlage 1
Quickscan flora & fauna
50
Bijlage 2
Milieutoets en Aerius berekening
85
REGELS
107
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
108 108 117
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Natuur en landschap Natuur Verkeer - Erftoegangsweg Waterstaat - Waterkering
118 118 122 125 127
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - dijk Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
129 129 130 132 134 135
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
136 136 138
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
139
Bijlage 1
140
Erfinrichtingsplan Hasselterdijk 43a
4/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
TOELICHTING
5/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Boerderij Stadsgezicht is gelegen aan de Hasselterdijk 43a te Zwolle. Naast het wonen voor het boerengezin op het perceel wil de eigenaar een stadsboerderij realiseren. De eigenaar wil op een innovatieve, recreatieve manier de verbinding leggen tussen stad, platteland en natuur. De boerderij gaat fungeren als een veelzijdige plek om de natuur en lokaal voedsel dicht bij de stad en haar inwoners te brengen. De stadsboerderij voorziet in de volgende activiteiten: Biologische stadslandbouw, pure voedselbeleving, natuurbeheer Waaronder: biologisch natuurbeheer (ossen/melkvee), biologisch tuinbouwbedrijf, proeftuin Zwolse stadslandbouw, boerderijwinkel, ambachtelijke verwerking ambachtelijke biologische producten, proeflokaal, eet- en drinkgelegenheid, beheer en onderhoud natuur. Hulp bij het werken op de boerderij (zorg- en opvangboerderij, sociaal ondernemen) Waaronder: hulpboeren op de stadsboerderij, natuurbeleving/groene (kinder)opvang, reïntegratie op de boerderij. Groene inspiratie, educatie, recreatie Waaronder: recreatieve activiteiten, ontspanning, innovatie, educatie, leerplek.
1.2
Plangebied
Het plangebied bestaat omvat globaal de gronden bij het perceel Hasselterdijk 43a te Zwolle. De gronden zijn kadastraal bekend sectie S, nummers 1608, 7698, 7700, 7716.
6/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
af beelding: indicatie plangebied
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Bestemmingsplan Nationaal Landschap IJsseldelta NL.IMRO.0193.BP11010-0005, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 juni 2013, nummer OW1305-0246. Hierin opgenomen met de bestemmingen 'Wonen' met bouwvlak met max. goothoogte 3 meter, max. bouwhoogte 8 meter, 'Tuin', 'Natuur' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' (groen lijn) en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' (golvende arcering). Het voorgenomen gebruik is strijdig met het toegestane gebruik in de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en 'Natuur'. Daarnaast is ook de gewenste bebouwing strijdig met de mogelijkheden voor bebouwing in deze bestemmingen. De bestemming 'Wonen' bevat een wijzigingsbevoegdheid. Deze regelt dat een locatie met een voormalig agrarisch bouwvlak gewijzigd kan worden in de bestemming Agrarisch. Deze wijzigingsbevoegdheid biedt echter geen uitkomst voor de nevenfuncties waar de ontwikkeling aan de Hasselterdijk 43a op ziet.
7/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
afbeelding: fragment verbeelding bestemmingsplan Nationaal Landschap IJsseldelta Bestemmingsplan Zwolle, parapluplan parkeren NL.IMRO.0193.BP16012-0003, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 juli 2017, nummer 36744. Dit bestemmingsplan legt planologisch vast dat moet worden voorzien in 'voldoende parkeergelegenheid'. Hierbij wordt verwezen naar het actuele gemeentelijke parkeerbeleid.
8/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Inleiding
2.2
Ruimtelijk beleid
2.2.1
Rijksbeleid
2.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 1p 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Conclusie De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over een dergelijke lokale ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. 2.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling.
Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Het bestemmingsplan voorziet niet in een nieuwe stedelijk ontwikkeling voor woningbouw. De bestaande planologische mogelijkheid voor één woning wordt in dit nieuwe bestemmingsplan wederom opgenomen. De overige activiteiten van de stadsboerderij worden niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling.
Met de gemengde bestemming, gericht op agrarische activiteiten, activiteiten in het verlengde van de agrarische activiteiten en daaraan ondergeschikt gebruik wordt niet de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro mogelijk gemaakt.
9/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
2.2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.
Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken.
10/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Uit de kaart Ontwikkelingsperspectieven blijkt dat het perceel worden aangemerkt als 'Stads- en dorpsrandgebieden' met daarbij 'Bijzondere gebiedscondities benutten: stads- en dorpsrandgebieden'. Voor de stads- en dorpsrandgebieden wordt de gewenste richting als volgt omschreven: Behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes tussen stad/dorp en land. Slecht barrières tussen stad en land.
Verbind de opgaven van dorps- en stadsuitbreidingen en infrastructuur aan de opgaven in de groene stadsranden op een wijze dat de identiteit van dorp of stad en landschap worden versterkt. Bied plaatselijk ruimte voor ontwikkelingen, mits deze voortbouwen aan de versterking van de stad-land relatie. Vervolgens is de locatie aangemerkt als 'Ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Hierover wordt omschreven: Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Het projectgebied is op de ontwikkelingsperspectievenkaart van de Omgevingsvisie aangeduid als 'Stadsen dorpsrandgebieden'.
De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel. Veel stads- en dorpsrandgebieden in Overijssel liggen tegen aantrekkelijke natuurcomplexen of landgoederen aan. De gebiedkenmerken van het plangebied worden in de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangemerkt als 'laagveenontginningen'. De omgevingsvisie geeft als ambitie voor dit landschap: De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides geven dit landschap grote belevingswaarde en zijn essentieel voor de leefomgeving van weidevogels. De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een
11/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. De natuurlijke laag wordt aangemerkt wordt als 'dekzandvlakte en ruggen'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 2.2.3
Gemeentelijk beleid
2.2.3.1 Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020. Op de kaart van het structuurplan is de ontwikkeling aangemerkt als Natuurlandschap. In dit gebied is bescherming van natuurwaarden van belang, waarbij het agrarische en recreatieve medegebruik mogelijk blijft. Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met het Structuurplan. 2.2.3.2 Omgevingsvisie Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030.
De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.
12/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
Versterken stedelijkheid en economie: Het toevoegen van 10.000 woningen in 10 jaar tijd (tot 2030) en dat grotendeels in de bestaande stad is de opgave waar Zwolle voor staat. Dit vraagt om een schaalsprong (compacter, intensiever) en systeemsprongen op het gebied van energie, mobiliteit en klimaat. We kiezen voor 40% suburbaan wonen, 30% groenstedelijk wonen en 30% centrumstedelijk wonen. De verdere verstedelijking vindt plaats aan de hand van ontwikkelgebieden: StadsKrans (tegen de oude binnenstad aan); StadsRuit (op afstand van de oude binnenstad, gekoppeld aan de belangrijkste OV- en autoverbindingen van de stad); StadsRand, Groene Gordel (koppeling met het Zwartewater); Stedelijke ontwikkelzones die onderling verbonden zijn via (langzaam verkeer)-routes, OV-knooppunten maar met elk een eigen identiteit, opgave, dynamiek, dichtheid en betekenis. Om de verstedelijking verder gestalte te geven kan hoogbouw een oplossing zijn. De maat en schaal van de hoogbouw is afgestemd op zijn omgeving. Aan de verdere verstedelijking liggen voorwaarden ten grondslag die te herleiden zijn naar een aantal mobiliteitsprincipes en een focus op (centrum)stedelijk wonen. De ambitie is om de (regionale) economie te versterken doorin te zetten op versterking van de stedelijke economie.
Specifieke aandacht is hierbij voor het cluster rond health, maar daarnaast ook ict/e-commerce en de creatieve industrie als drager van een aantrekkelijke stad. We stimuleren innovatie en nieuwe bedrijvigheid en kijken daarbij ook naar de koppeling met maatschappelijke thema's. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werken we aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit doen we door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle. We noemen dat raamwerken, het geraamte van Zwolle. De ontwikkeling van Zwolle, met onder andere woningbouw, gaat hand in hand met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle.
13/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Het fysiek kapitaal van Zwolle bestaat uit cultuurhistorie, landschap en natuur. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. De waarden van het fysiek kapitaal moeten op een zorgvuldige wijze worden meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarom zijn er een aantal spelregels opgesteld. Binnen de raamwerken zijn verder de volgende thema's aangewezen: Klimaatadaptatie; De groen/blauwe structuur in de stad Zwolle; Een gezonde Zwolse leefomgeving (inclusief milieu); Mobiliteit: Zwolle bereikbaar en gastvrij; Zwolle als krachtige schakel in het nationale OV toekomstbeeld 2040; Verstedelijking en mobiliteit; Zwolle energieneutraal; Zwolle circulair; De ondergrond: fundament voor de ontwikkeling van Zwolle; Van openbare ruimte naar buitengeluk! Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. Het is een uitnodiging aan ondernemers, bewoners en andere partners om samen te werken aan een toekomstbestendig Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden.
Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden, met aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de openbare ruimte. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap; Vechtcorridor. Realisatiestrategie: In het realiseren van onze opgaven staan we niet alleen. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces om opgaven aan te pakken en bij initiatief. De omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. De gebiedsopgaven en de opgaven in onze raamwerken zijn daarbij leidend.
De initiatieven sluiten daarop aan en leveren een kwaliteitsbijdrage aan private én publieke ruimte.
14/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
afbeelding: fragment kaart Omgevingsvisie Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie: Op de visiekaart is het projectgebied opgenomen in het Buitengebied met het gebiedsprofiel 'Natuurlandschap'. Daarnaast is het overgrote deel van de locatie aangemerkt als onderdeel van de 'Strategische ontwikkelzone - Stadsrand'. Gebiedsprofiel - Natuurlandschap In dit deel van het buitengebied speelt de natuur een hoofdrol. Het beschermen van natuurwaarden en bevorderen van de biodiversiteit heeft hier de grootste prioriteit. Landschapsbehoud is naast natuurbehoud een belangrijke doelstelling. Het huidige agrarische en recreatieve medegebruik blijft hier mogelijk. Agrarische bedrijven en recreatieve functies kunnen zich ontwikkelen, mits dit passend binnen de natuurdoelen en de draagkracht van de kwetsbare natuur (zie hiervoor paragraaf 3.5 Natuur). Strategische ontwikkelzone - Stadsrand De Omgevingsvisie beschrijft het volgende over de Stadsrand: "Van belang is dat de stad een open relatie heeft met het landschap. Zwolle heeft nog een echt ommeland; een enorme waarde voor de woonstad Zwolle. Het stadslandschap rondom Zwolle wordt ook steeds interessanter voor de inwoners. De ontwikkeling van de Zwolse Stadslanderijen is daar een goed voorbeeld van. Eigen voedselproductie, zorgvoorzieningen, natuurontwikkeling en recreatie versterken elkaar en ontsluiten zo het landschap.
Een fijnmazig netwerk van fietspaden draagt daar aan bij." Voor het gebied Stadsbroek, onderdeel van de Stadsrand, wordt een verkenning opgestart om te onderzoeken welke bijdrage het gebied kan leveren aan de ontwikkeling van Zwolle. Na voltooiing van de verkenning zou er aanleiding kunnen zijn om het beleid voor het gebied in de toekomst bij te stellen. Aangezien de (vergevorderde) planontwikkeling van de gronden aan de Hasselterdijk 43a in overeenstemming is met het recente beleid verwoord in de Omgevingsvisie is er geen reden de planvorming aan te houden vanwege deze verkenning. De ontwikkeling van de stadsboerderij sluit goed aan bij de gewenste ontwikkeling in de Stadsrand die de Omgevingsvisie beschrijft. De bescherming en behoud van de natuurwaarden wordt door de zorgvuldige manier van natuurbeheer ondersteund (zie hiervoor ook paragraaf 3.5 Natuur).
15/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Op grond van de visie voor het 'Natuurlandschap' (paragraaf 6.11 Omgevingsvisie) en de 'Stadsrand' (paragraaf 4.5.5 Omgevingsvisie) kan het plan beleidsmatig doorgang vinden. 2.2.3.3 Visie Buitengebied De Visie Buitengebied geeft een beeld van de gewenste ontwikkeling van het buitengebied met uitgangspunten voor de deelgebieden, die zijn onderscheiden. Naast aandacht voor behoud en versterken van bestaande kwaliteiten, biedt de visie een kader voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Particulieren en bedrijven die plannen in het buitengebied willen realiseren, kunnen deze visie benutten om een eerste beeld te krijgen van de haalbaarheid van hun wensen. De gemeente benut de visie en de daaruit volgende instrumenten om nieuwe ontwikkelingen te toetsen en te faciliteren. Uit de thematische doelstellingen en keuzen komen de volgende thema-overstijgende en thema-verbindende doelstellingen en keuzen naar voren: Het behouden en versterken van een mooi landschap met de juiste functies op de juiste plek met als resultaat een hoogwaardige woon-, werk- en recreatieomgeving. Anders gezegd, een buitengebied met een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Het betrekken van de waarden en kwaliteiten van water, bodem, milieu, natuur, landschap en verkeer bij het beoordelen en toetsen van nieuwe initiatieven en ontwikkelingen.
Het in combinatie ontwikkelen en verbeteren van natuurwaarden, watersysteem en recreatiemogelijkheden passend bij de draagkracht van de omgeving. Het bieden van perspectief aan landbouw(bedrijven) samen met behouden en verbeteren van de kwaliteit van het landschap en van de milieukwaliteit van het landelijk gebied. Het verbeteren van verkeersveiligheid en bereikbaarheid van het buitengebied. De drie verschillende deelgebieden die de Visie Buitengebied onderscheidt zijn 'Agrarisch landschap', 'Gemengd landschap' en 'Natuurlandschap'. De locatie Hasselterdijk 43a valt binnen het gebiedsprofiel 'Natuurlandschap'. Voor dit gebied worden de volgende gebiedskeuzes omschreven: In het natuurlandschap staat de ontwikkeling van de natuur voorop. De gemeente wil maximaal recreatief medegebruik bevorderen, binnen de draagkracht van de kwetsbare natuur. Agrarische bedrijven kunnen zich ontwikkelen mits passend binnen de (toekomstige) natuurdoelen. Te denken valt aan biologische landbouw met aandacht voor agrarisch natuurbeheer. De ontwikkeling van de stadsboerderij aan de Hasselterdijk 43a past binnen deze gebiedskeuzes die de Visie Buitengebied omschrijft voor het Natuurlandschap. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Visie Buitengebied.
2.3
Archeologisch en cultuurhistorisch beleid
Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden
16/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.
Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid.
2.4
Verkeersbeleid
Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.
Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.
17/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
2.5
Groenbeleid
Groenbeleidsplan en Structuurplan 2020 Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Buurtgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben.
Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. 2.5.1
Wet natuurbescherming
Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Nederland heeft de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd: de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ's) aan te wijzen. Dit zijn de Natura 2000-gebieden en deze vormen samen één Europees netwerk van natuurgebieden. Het is verboden zonder vergunning een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Soortenbescherming: Flora en fauna De Wet natuurbescherming regelt eveneens de bescherming van dier- en plantensoorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Als hiervan sprake is, moet een ontheffing worden gevraagd tenzij een provinciale vrijstelling geldt.
18/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
2.5.2
Rijks- en provinciaal beleid
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. De bescherming is zodoende planologisch geregeld. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 2.5.3
Gemeentelijk groenbeleid
Groenbeleidsplan (1998); Groene agenda actualisatie groenbeleid 2015-2025 en Structuurplan 2020 Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de stedelijke Hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, het zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. De Groene Agenda schetst een aantal nieuwe ontwikkelingen in het groen, die niet voorzien waren in het Groenbeleidsplan. De agenda is globaal van aard en bepaalt de opstelling en rol van de gemeente Zwolle bij deze ontwikkelingen. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. De Wijkgroenstructuur staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. Bomenverordening en Groene Kaart (2013) Voor de bomen geldt de vastgestelde Bomenverordening.
Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. De voorgenomen ontwikkeling kenmerkt zich door de groene uitstraling.
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden geen waardevolle bomen worden geveld. Een nadere toelichting op de aanwezige natuurwaarden volgt in paragraaf 3.5.
2.6
Waterbeleid
Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op
19/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheerplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten.
Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater.
Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris.
Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en
20/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld.
Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.
2.7
Milieubeleid
Algemeen De gemeenteraad van Zwolle heeft in 2005 de milieuvisie "Milieu op scherp" vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enz.) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieu kwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied.
21/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Voor de beoogde ontwikkeling zal naast het wonen voor het boerengezin op het perceel (de woonfunctie is planologisch al geregeld) er een kleinschalige stadsboerderij worden gerealiseerd. De dierverblijven op een agrarisch bedrijf kunnen voor fijnstof of geurhinder bij de omliggende woningen veroorzaken. Op deze locatie zijn geen dierverblijven aanwezig, aangezien deze zijn ondergebracht bij het biologisch veebedrijf van de eigenaren in Mastenbroek. Dit hinderaspect is nu niet aan de orde. De stadsboerderij heeft geen mestvaalt of kuilvoer. Vanuit milieubeleid is gezien de beperkte invloed van het plan op de omgeving en de kleinschaligheid alleen het aspect 'bedrijvigheid' relevant. Dit beleid wordt in de volgende paragraaf kort beschreven. Bedrijvigheid Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurd onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies.
De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (2009)'. Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. Aan de verschillende richtafstanden kan (ruim) worden voldaan, zoals blijkt uit hoofdstuk 3.9. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.
22/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Stedenbouw
3.1.1
Huidige situatie
Op het perceel Hasselterdijk 43a is een woning aanwezig. Het betreft een voormalig agrarisch bouwperceel. Voor het overige bestaat de locatie uit agrarische grond. Over de locatie loopt een smalle weg met een tijdelijke aansluiting op de rotonde van de Mastenbroekerallee. De locatie ligt in de stadsrand, direct aan de noordzijde van Stadshagen, op een zichtlocatie.
afbeelding: foto in vogelvlucht Hasselterdijk 43a (bestaand) 3.1.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Het initiatief betreft een aan het buitengebied gebonden functie. Door de ligging in de stadsrand maar in het buitengebied is de plek geschikt voor de beoogde, brede activiteiten die zich richten op het leggen van een verbinding tussen stad, platteland en natuur. Het is een mooie vorm van stadslandbouw en een kans om natuur dichter bij de mens te brengen. Het kleinschalige karakter van de (neven)activiteiten voorkomt dat er onevenredige hinder voor de omgeving ontstaat. Door gebruik te maken van het voormalige agrarische bouwperceel op nummer 43a wordt aangesloten op de ruimte die het gemeentelijke beleid biedt (wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan, Visie Buitengebied). Afgezet tegen de bestaande situatie geeft het initiatief, wat onder andere inzet op natuurontwikkeling, een impuls aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Er worden veel nieuwe soorten beplanting en bomen aangeplant wat positief is voor de biodiversiteit.
23/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
De gekozen erfopzet is gebaseerd op de oorspronkelijke bebouwing en bebouwingsrichting en voegt zich prima in het aanwezige landschap. De hoeveelheid nieuwe bebouwing is zorgvuldig afgewogen en nader onderbouwd in het bedrijfsplan. Nieuwe volumes zijn zodanig gesitueerd dat het erf voldoende transparantie biedt voor zichtlijnen het polderlandschap in. De hoeken van de gebouwen zijn afgeschuind, hetgeen dit effect versterkt en geen harde grove volumes oplevert. De toegang van het erf voor bezoekers is geregeld vanaf de achterzijde (deels bestaande situatie), waardoor het erf goed is ontsloten voor de beoogde bezoekers en dit geen extra verkeer genereert op de Hasselterdijk.
Erfinrichtingsplan Om de ruimtelijke kwaliteit voor het erf te borgen is voor de locatie Hasselterdijk 43a een erfinrichtingsplan opgesteld in samenspraak met de gemeente. In het Erfinrichtingsplan wordt de concrete gewenste situatie voor het perceel Hasselterdijk 43a verbeeld. Het erfinrichtingsplan is opgenomen als bijlage bij de regels. In de regels van de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschap' en 'Natuur' is een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Hierin is kort gezegd voor bepaalde werkzaamheden een aanlegvergunning nodig, behalve voor de onderdelen van de erfinrichting (geen bouwwerk zijnd) zoals die zijn verbeeld in het Erfinrichtingsplan Hasselterdijk 43a. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit geborgd door de vormgeving van het bouwvlak en het opnemen van de maatvoeringsaanduidingen binnen het bouwvlak.
afbeelding: fragment erfinrichtingsplan De stadsboerderij - bedrijfswoning
24/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
De basis van de architectonische planvorming voor Stadszicht is het incorporeren van een deel van de bestaande boerderij en schuur in een nieuwe structuur. Deze volumes worden door een nieuwe constructie overspannen. De bedrijfswoning wordt ondergebracht in het voorhuis van de stadsboerderij. De bedrijfswoning zal bestaan uit een begane grond met woonkamer en keuken en slaapkamers op de verdieping. Binnen de bedrijfswoning is er een overlap in het wonen en de bedrijfsmatige activiteiten van het perceel. Zo zijn ondersteunende functies zoals kantoor- en spreekruimte ook ondergebracht in een deel van het voorhuis. Het volume van de bedrijfswoning dat op deze manier gecreerd wordt is in de bouwregels (artikel 3.2.1) vastgelegd. Door incorporatie van de bedrijfswoning in het bedrijfsgebouw wijkt het volume af van de standaardvolumes voor woningen in het buitengebied.
3.2
Archeologie
3.2.1
Huidige situatie
In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Voor gronden met een verwachtingswaarde van 50% en hoger wordt een dubbelbestemming opgenomen met consequenties bij grondverstorende werkzaamheden in het gebied. Het voorliggende plangebied Hasselterdijk 43a heeft volgens de Archeologische Waarderingskaart een verwachtingswaarde van 10%. 3.2.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Vanwege de archeologische verwachtingswaarde van 10% wordt voor het plangebied geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen.
3.3
Cultuurhistorie
3.3.1
Huidige situatie
Voor het geldende bestemmingsplan Nationaal Landschap IJsseldelta is een cultuurhistorische analyse opgesteld. Deze cultuurhistorische analyse geeft inzicht in de aanwezige cultuurhistorische objecten en structuren. Uit dit onderzoek blijkt dat geen cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren aanwezig zijn in het plangebied van de Hasselterdijk 43a. 3.3.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Doordat in het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn is het opnemen van een beschermende regeling of een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' niet van toepassing.
25/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
3.4
Verkeer
3.4.1
Huidige situatie
Het perceel kent twee ontsluitingen. Een daarvan is gelegen op de Hasselterdijk en de tweede sluit aan op de Mastenbroekerallee bij de rotonde met de Drapenierlaan. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Beide ontsluitingen zijn op het perceel met elkaar verbonden. 3.4.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Ontsluiting De ontsluiting op de Mastenbroekerallee blijft de toegangsweg voor bezoekers met motorvoertuigen. Het is niet langer mogelijk om over het perceel door te rijden naar de Hasselterdijk. De ontsluiting op de Hasselterdijk blijft de ontsluiting voor de bewoners van het perceel. De hoofdontsluiting voor bezoekers met motorvoertuigen wordt met de aanduiding 'weg' in de bestemming 'Natuur' opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan Er wordt een extra ontsluiting voor langzaam verkeer gerealiseerd vanaf de Hasselterdijk, waar bezoekers en bewoners gebruik van kunnen maken. Voor fietsers en voetgangers is dit een veiligere en aantrekkelijkere route dan de Mastenbroekerallee, waar geen fiets- en voetpaden zijn. Ook voor fietsers worden op het perceel voldoende stallingsmogelijkheden gerealiseerd. Parkeren Bezoekers gaan parkeren aan de westzijde van het erf, op het daarvoor in te richten parkeerterrein. Deze is toegankelijk vanaf de ontsluiting voor bezoekers (vanaf rotonde Mastenbroekerallee). Het parkeren voor de bewoners vindt plaats aan de oostzijde van de locatie, welke toegankelijk is vanaf de Hasselterdijk. De parkeerterreinen aan de west- en oostzijde worden met de aanduiding 'parkeerterrein' in de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschap' opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan.
3.5
Natuur
3.5.1
Huidige situatie
Het plangebied grenst aan de VINEX-wijk Stadshagen. Het gehele gebied maakte onderdeel uit van de Polder Mastenbroek. Deze polder is een open, laaggelegen veenweidegebied. Ten noorden van het erf is nog een kolk aanwezig. Het plangebied vormt een agrarisch erf en delen van een agrarisch perceel. In het plangebied ligt een agrarisch erf met een boerderij in T-opstelling met achterdeel, een schuur en een houten kapschuur. De boerderij en de schuur zijn gedekt met dakpannen, de overige gebouwen met golfplaten of dakplaten met dakpanmotief. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 143 meter afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel.
26/141
7 februari 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Hasselterdijk 43a
Soortenbescherming Naar aanleiding van het onderzoek worden de volgende soorten nader toegelicht. Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogelsoorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn merel, houtduif, winterkoning, vink, kievit en tjiftjaf. De bebouwing wordt ongeschikt geacht voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied de steenmarter. Vaste rust of verblijfplaatsen van de steenmarter zijn echter uitgesloten. Vleermuizen Tijdens het onderzoek zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Schade aan onmisbaar foerageergebied en vliegroutes is evenmin te verwachten. Vissen In de perceelsloten komt mogelijk de beschermde grote modderkruiper voor. Overige soorten In het plangebied zijn geen beschermde planten, overige amfibieën, overige zoogdieren, reptielen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Overijssel. 3.5.2