CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Onderzoeksrapport Duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Raad Besluitvormingsronde 10 oktober 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Onderzoek Duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle33.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Alles overziend passen de icoonprojecten per haven goed, maar vragen ze soms wel om enige aanscherping. Tabel 20: transitiepaden in relatie met icoonprojecten Icoonproject Haven Kampen als batterij voor Regio Zwolle

Haven Meppel als grondstoffenknooppunt

Hessenpoort als proeftuin voor klimaatadaptatie

Toelichting De analyse toont aan dat Kampen een rol kan spelen in de grootschalige opwek van duurzame brandstoffen (waterstof en groengas). Daarmee kan het havengebied van Kampen vooral uitgroeien tot waterstof en groen gas knooppunt voor (zwaar) transport, zowel op water als weg. Hessenpoort heeft echter de meest strategische ligging nabij grootschalige energieinfrastructuur. Bovendien zet de gemeente in op het ontwikkelen van een energiecluster op Hessenpoort. Hessenpoort heeft kortom veel potentie om te fungeren als batterij voor Regio Zwolle. In de haven van Meppel vindt al op- en overslag van grondstoffen plaats. In het verlengde hierop hebben de haventerreinen in Meppel de potentie te fungeren als bouwhub waar grondstofkringlopen worden gesloten én hoogwaardige verwerking plaatsvindt. Het icoonproject ‘Haven Meppel als grondstoffenknooppunt’ is kortom kansrijk. Klimaatadaptatie loopt als rode draad door de hele doorontwikkeling van PoZ. De focus zal niet enkel op Hessenpoort komen te liggen. Zo is het hele PoZ havengebied zeer versteend. Daarnaast is een havengebied in toenemende mate een plek waar wordt gewerkt aan het

59 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Circulair MKB-Lab voor stad en regio

verbeteren van de biodiversiteit en toegankelijkheid (voor bijvoorbeeld recreatieve doeleinden). Deze thema’s zijn goed te combineren met klimaatadaptatie. Voor een succesvolle transitie van PoZ is ruimte nodig voor het faciliteren van bestaande en nieuwe bedrijven en activiteiten in verschillende fases in de levenscyclus. Het gaat om bedrijven en activiteiten in de (a) start-up en experimenteerfase, (b) scale-up en protype/integratiefase en de (c) full production fase. Inzet op een circulair MKB-Lab – gerelateerd aan de transitiepaden – is kortom zeer kansrijk en wenselijk.

60 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

7 PoZ 2050: transport Het transport van, naar en binnen PoZ is een belangrijke factor in de uitstoot van o.a. stikstof, fijnstof en CO2. Bij de transitie van PoZ naar een circulaire en duurzame haven in 2050 hoort ook het verder verduurzamen van het transport van, naar en in de haven. Hiervoor is het nodig om verder in te zetten op (1) digitalisering, (2) schone motoren/brandstoffen en materieel en (3) uitbreiding van de beschikbare modaliteiten binnen PoZ. In dit hoofdstuk gaan we daar verder op in.

7.1 Digitalisering Digitalisering maakt varen efficiënter en eenvoudiger. In 2021 heeft PoZ bijvoorbeeld de inning van havengelden gedigitaliseerd. Richting 2050 gaat het om de inzet van digitale systemen voor scheepsafhandeling en reserveringssystemen voor ligplaatsen in de haven. En de mogelijkheid om vraag en aanbod veel beter op elkaar af te stemmen, zoals in de 4shipping applicatie (digitale marktplaats). Dit leidt tot een betere benutting van de scheepvaart, minder leegvaart en daardoor minder emissie. Smart shipping Komende jaren zal de digitalisering in de zee- en binnenvaart verder gaan. Het varen wordt steeds meer geautomatiseerd; het zogenaamde smart shipping. Schepen krijgen steeds vaker systemen die de schipper ondersteunen tijdens het varen en er komen zelfs autonoom varende schepen op (autonoom betekent niet perse zonder bemanning varen). Dit vraagt wat van de faciliteiten en inrichting van PoZ. Autonome slimme schepen (Smart Shipping) hebben een slimme haven nodig voor een efficiënt en effectief havenbezoek. Zo moet de infrastructuur binnen de haven bijvoorbeeld aangepast zijn op het aanmeren van autonoom varende schepen. Maar ook de interactie van autonoom varende schepen met andere schepen, verkeersmanagers en infrastructuur is een grote uitdaging.

Daarvoor kan bijvoorbeeld een Shore Control Center (SCC) nodig zijn om autonoom varende schepen te kunnen volgen, navigeren en controleren. Smart Shipping kan alleen gerealiseerd worden als ook vaarweg- en havenbeheerder stappen zetten. Concreet gaat het daarbij om actuele informatie over de toestand van het areaal. Denk daarbij aan vaarwegdiepten, brughoogten, vaarprofielen, kruisende schepen, et cetera. Wij voorzien de volgende maatregelen om Smart Shipping voor elkaar te krijgen: • Verdere digitalisering van objecten met sensoren waarmee informatie gedeeld kan worden. Denk aan actuele waterstanden bij beweegbare bruggen, zodat binnenvaartondernemingen met smart toepassingen de actuele doorvaarthoogte accuraat kunnen inschatten. Ook zijn meer meetpunten voor waterdiepten op vrijstromende rivieren nodig, en beter inzicht in de onderwaterprofielen van kanalen. • Accurate/actuele vaarwegkaarten en voldoende dekking van mobiel internet op de vaarwegen. De huidige Inland-ECDIS kaarten zijn te grof om te gebruiken bij vergaand geautomatiseerd varen. • Kaarten die bodemligging actueel en nauwkeurig weergeven. Vergaand geautomatiseerde of zelfs autonoom varende schepen moeten vooruit kunnen kijken en kunnen anticiperen op het ontmoeten van andere schepen. Daartoe is het nodig om kennis te hebben van de locaties waar deze schepen gepasseerd kunnen worden.

Zeker op het onderliggende vaarwegennet, met geringe verkeersintensiteiten, is dit niet altijd mogelijk. Vaarwegen op het onderliggende vaarwegennet zijn doorgaans in een krap profiel gebouwd en soms zelfs in een enkelstrooks profiel. Dat betekent dat passeren met de nodige voorzichtigheid moet plaatsvinden. • Instrumenten die de Scheepvaart Verkeerssein functie over kunnen nemen en kunnen doorgeven aan de binnenvaart. Dit is nodig, om (vergaand) autonoom varende schepen het inzicht te kunnen geven dat ze veilig een sluis in kunnen varen. • 24 uurs bediening van sluizen en bruggen (op specifieke trajecten). • Fysieke maatregelen om met smart shipping aan te kunnen leggen op specifieke locaties waar spudpalen niet kunnen worden benut, zoals plaatsen met kabels en leidingen, plaatsen waar er een

61 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

•

betonnen ondergrond is (bijvoorbeeld in sluizen), of plaatsen waar het gebruik van spudpalen niet is geoorloofd, bijvoorbeeld in de buurt van waterkeringen. Daarnaast verwachten wij dat wanneer Smart Shipping zijn intrede gaat doen in de scheepvaart, er ook een push gaat komen naar meer duwvaart. Dit vereist in havens meer afmeervoorzieningen voor bakken.

7.2 Stimuleren schone motoren, materieel en brandstoffen 7.2.1 Water/binnenvaart De binnenvaart kent sinds 2019 een nieuwe emissienorm: Stage V. De stikstofemissie van motoren met deze norm ligt een factor vier lager dan de voorgaande norm (CCR-2). Een groot gedeelte van de vloot (55%) vaart met motoren die niet voldoen aan de Figuur 23: Europese uitstootnormering weg en CCR-2 eis. Een zeer beperkt gedeelte (circa 1%) binnenvaart vaart met de modernste motoren. Naar schatting wordt een kwart van de goederen vervoerd met schepen met zeer vervuilende (CCR 1 of ouder) motoren. Het Rijk investeert € 79 miljoen aan subsidie voor ombouw naar Stage V motoren in de komende vier jaar. Met reguliere vlootmodernisering, zal dit er toe leiden dat de stikstofemissie van de binnenvaart per 2030 met 33% afneemt. Bovendien voorziet men vanuit de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens per 2030 150 zero-emissieschepen in Nederland (op ca. 5.000) * NOx-norm = maximaal toegelaten uitstoot stikstofoxiden motorschepen. Richting 2050 beweegt de Bron: Panteia, 2021 binnenvaart naar zero-emissie. Het is nog onduidelijk op welke wijze dit gaat plaatsvinden. Studies die in opdracht van de Centrale Rijnvaart Commissie zijn uitgevoerd, wijzen op 40% waterstof, 40% batterijen en 20% verbrandingsmotoren bij een innovatief klimaat in de binnenvaart.

In een conservatief scenario is 60% uitgerust met een (schone) verbrandingsmotor en schakelt 20% om naar waterstof en 10% naar batterijen. Andere studies, zoals Panteia (2019) wijzen op een groter aandeel van waterstof onder de voorwaarde dat er voldoende groene stroom beschikbaar komt. In dat geval zal de verhouding op 70% waterstof, 20% verbrandingsmotor en 10% batterijen uitkomen. Effecten op natuur Bij de binnenvaart hebben we te maken met emissies tijdens het varen en emissies tijdens het laden/lossen. Voor PoZ beschouwen we hierbij de natuurgebieden De Wieden, Ketelmeer en Vossemeer en de Uiterwaarden van het Zwarte Water en Vecht. De depositie als gevolg van emissies tijdens het varen bedragen nu 30 tot 50 mol/ha/jaar. Dit is ongeveer 3-6% van de totale depositie in het gebied. De binnenvaart doet autonoom al veel: het vervangen van vervuilende motoren door nieuwe Stage V motoren. Het autonome pakket leidt tot een reductie van 33% naar 2030 toe. Maatregelen die zijn toe te passen in PoZ om de emissie van stikstof, maar bijvoorbeeld ook CO2 en fijnstof, te verminderen zijn:  Toegangsrestricties voor vervuilende schepen (à la Rotterdam per 2025: verbod op schepen die niet voldoen aan de CCR-2 emissienormen). Trek hierbij op met de zeehavens en hanteer de Stage V norm als drempel. Reductiepotentieel 2030: circa 6 mol/ha/jaar.

 Het aanbieden van alternatieve brandstoffen – batterijcontainers (Kampen/Meppel) voor de containervaart, waterstof voor overige bulk. Reductiepotentieel 2030: circa 1-2 mol/ha/jaar.

62 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

 Het aanbieden van walstroom in de havens: hierdoor kan de uitstoot/depositie tijdens laden en lossen worden vermeden. Het reductiepotentieel 2030: circa 1 mol/ha/jaar. Trek dit bovendien breed en betrek ook de voltallige GWW-sector in Zwolle, Kampen en Meppel. Leg dit vast in het aanbestedingenbeleid.  Verdiepen Meppelerdiep, Zwolle-IJsselkanaal en Zwarte Water naar 3,50 meter vaardiepte i.p.v. 3,25 meter. Reductiepotentieel: circa 1-2 mol/ha/jaar.  Elektrificeer kranen en materiaal: circa 8 à 10 mol/ha/jaar. Door autonoom beleid neemt deze depositie al met 33% af tegen 2030. 7.2.2 Wegvervoer Momenteel hanteert Europa een classificatiesysteem voor het wegverkeer, de zogenaamde euronormen (zie figuur 23). Op korte termijn zal dit systeem vervangen worden door CO2 labeling. Ruim 80% van het wegvervoer vindt nu plaats met de schoonste vrachtauto’s (Euro 6). Naar verwachting komt per 2025 komt er een Euro 7 norm aan. Het doel is om per 2025 de CO2 uitstoot van vrachtwagens met 15% te reduceren en in 2030 met 30%. De NOx-uitstoot zal naar verwachting met 90% dalen t.o.v. Euro 6. Effecten op natuur Bij het wegverkeer wordt gerekend met emissies op snelwegen, buitenwegen en binnen de bebouwde kom. Voor PoZ beschouwen we hierbij de natuurgebieden De Wieden, Ketelmeer en Vossemeer en de Uiterwaarden van het Zwarte Water en Vecht.

De depositie als gevolg van alle type wegen bedraagt samen ongeveer 60 mol/ha/jaar bij het Ketelmeer en Vossemeer. Dat is zo’n 5-8% van de totale depositie. Voor de uiterwaarden van het Zwarte Water en de Vecht geldt dat het om circa 90 mol/ha/jaar geldt – zo’n 7-9% van de totale depositie. Op basis van eerder getoonde cijfers geldt ongeveer 5-6 mol/ha/jaar toe te wijzen valt aan het wegvervoer in de havens. Het autonome pakket (ingezet nationaal en Europees beleid) leidt voor het wegvervoer (als geheel, dus ook personenvervoer) tot een reductie van 25% naar 2030 toe. De verwachting is dat de reductie bij de vrachtauto’s aanzienlijk sneller gaat. Maatregelen die zijn toe te passen in PoZ om de emissie van stikstof, maar bijvoorbeeld ook CO2 en fijnstof, versneld te verminderen zijn:  Breng de havens onder in een zero-emissiezone. Alleen batterij-elektrisch, waterstof en hybride (mits zij aantoonbaar zonder uitstoot in de zone rijden) aangedreven voertuigen zijn dan toegestaan. Een voorbeeld hiervan is de Green Award. Dit is een certificatieprogramma voor extra schone en veilige schepen. Reductiepotentieel: 1 mol/ha/jaar – geen emissie meer na 2030.  Aanbieden van alternatieve brandstoffen in de havens (multi-fuel tankstations / Clean Energy Hubs). Reductiepotentieel: 1 mol/ha/jaar.

7.3 Optimalisatie bereikbaarheid en beschikbare modaliteiten Belangrijke investeringen op de rol, zoals sluisverbreding Kornwerderzand en de verbetering van de vaargeul IJsselmeer - Meppel Voor de logistieke positie van PoZ, maar ook vanuit duurzaamheid (verlagen uitstoot in productieketen), draait het uiteindelijk om de optimale mix van beschikbare modaliteiten. Via de weg en het water zijn PoZ en regio Zwolle al goed bereikbaar. Komende jaren zijn investeringen voorzien, zoals (Europese) investeringen in de North Sea – Baltic TEN-T corridor en diverse maatregelen in het MIRT Oost Nederland opgenomen die de logistieke functie van PoZ kunnen verstevigen. We noemen daarbij in het bijzonder de verbreding van de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand en de verbetering van de vaargeul IJsselmeer - Meppel. Hierdoor kunnen grotere short sea schepen PoZ bereiken (zie hier verschillende scheepstypen). Om hier ten volste van te kunnen profiteren, is het noodzakelijk dat ook de vaargeul vanaf Kornwerderzand naar Urk wordt verdiept naar ongeveer 6,5 meter onder meerpeil. Het vernieuwen en verbreden van het sluizencomplex bij Kornwerderzand draagt daarnaast bij aan meer betrouwbaarheid van het sluizencomplex en daarmee de bereikbaarheid van PoZ. Uit de meest recente

63 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA 2021) van Rijkswaterstaat blijkt namelijk dat de Lorentzsluizen het laatste half jaar (augustus ’21 – januari ’22) 8,6% van de tijd het onbeschikbaar (door storing) waren voor de scheepvaart (48 meldingen). Daarnaast nog aantal belangrijke sluisknelpunten op te lossen Uit de IMA 2021 blijkt nog een aantal capaciteitsknelpunten die relevant zijn voor PoZ. Het gaat in het bijzonder om de Oranjesluizen te Amsterdam en de Houtribsluizen te Lelystad:  Zo beschikt het sluizencomplex ‘Oranjesluizen’ slechts over een kolk voor maatgevende klasse Va schepen. Daardoor heeft het sluizencomplex onvoldoende capaciteit om schaalvergroting te faciliteren en ontstaat voor schepen groter dan 98 meter een groot knelpunt. De wachttijden overschrijden in 2030 al de kritische grens van 30 minuten. Bovendien zijn de Oranjesluizen een enorm knelpunt voor de bereikbaarheid van Noord-Nederland over water; een calamiteit bij de enige CEMT-Va kolk maakt Noordoost-Nederland onbereikbaar voor grote binnenschepen. In het afgelopen halfjaar (augustus ’21 – ‘januari ’21) is de grote kolk 22 maal gestremd geweest (waarvan 20 ongeplande storingen) en daardoor was de sluis 2,8% van de tijd gestremd voor grote scheepvaart. Rijkswaterstaat streeft intern naar een maximale uitval van 1,0%, waarmee de Oranjesluizen dus significant slechter presteren.

 Een totale uitval van het complex ‘Houtribsluizen’ was in slechts 0,1% van toepassing. Een beperkte beschikbaarheid (1 kolk) was in 5,4% van de tijd het geval. Het complex ‘Houtribsluizen’ beschikt over twee grote kolken en is daardoor robuuster. De Spooldersluis, die de verbinding vormt tussen de IJssel en de binnenhaven van Zwolle, bestaat uit 1 klasse Va kolk en was 0,2% van de tijd niet beschikbaar (4 ongeplande storingen). Bereikbaarheid PoZ via IJsselmeer wordt nog belangrijker door klimaatverandering Door klimaatverandering zal de bevaarbaarheid van de IJssel sterk afnemen. Hierdoor wordt het voor Port of Zwolle belangrijker om de aan- en afvoerlijnen te verleggen naar de westelijke richting. In het jaar 2018 werden er extreem lage waterstanden genoteerd op de IJssel waardoor er op uiteindelijk nog 140 centimeter waterdiepte overbleef. Het in 2021 uitgekomen IPCC-rapport en de eveneens in 2021 uitgekomen KNMI-update erop wijzen dat er in toekomst significante wijzigingen zullen gaan plaatsvinden en er dus sterke argumentatie is om een scenario met verregaande klimaatverandering door te rekenen, zijn er ook scenario’s die uit gaan een nauwelijks wijzigende verdeling van de rivierafvoeren over het jaar. In deze studie is gerekend met het WHdry scenario en het GL-scenario van KNMI & Deltares uit 2014.

In de scenario’s met een significante klimaatverandering neemt de afvoer van de Rijn in het voorjaar sterk toe, terwijl deze in het najaar sterk afneemt. Waterjaren zoals 2018 worden dus nog extremer, de terugkeertijd van een jaar als 2018 is in de huidige situatie eens op 60 jaar maar kan in het WHdry scenario eens in de tien jaar gaan voorkomen. Dat maakt dat er vrijwel ieder jaar sprake gaat zijn van laagwaterproblematiek op de IJssel. De toevoer naar Port of Zwolle via het IJsselmeergebied zal dus aan belang gaan winnen. Toevoeging spoorterminal kan (pro)positie van PoZ naar toekomst versterken Specifiek kan de toevoeging van een spoorterminal de positie en transitie van PoZ tot circulaire hub voor logistieke bedrijvigheid versterken. Naast weg en water is in marktonderzoek uit 2016 (en een actualisatie in 2018) behoefte aan de modaliteit spoor en modal shift aangetoond. Scania produceert vrachtauto’s in Zwolle en heeft aangegeven interesse te hebben in gebruik van een spoorterminal in Zwolle. Enkele dienstverleners hebben ook interesse getoond. Een extra modaliteit vergroot de logistieke concurrentiekracht van de regio en geeft de mogelijkheid om richting het oosten internationaal tussen verschillende modaliteiten te kiezen. Deze behoefte wordt versterkt door de aanscherping van de (toekomstige) regelgeving met betrekking tot klimaatmaatregelen.

Het bedrijfsleven wil de keuze hebben voor goederenvervoer over spoor vanwege kostenbesparingen, wens naar verduurzaming van transport en het langzaam dichtslibben van het wegennet. De realisatie van zo’n terminal is een majeur vraagstuk met grote financiële impact. Recent is een daarom een update en second opinion uitgevoerd (Stec Groep en Logitech, 2021) op de eerdere markt- en haalbaarheidsonderzoeken naar de spoorterminal voor de regio Zwolle. Hieruit blijkt dat er zeker reële kansen zijn voor de realisatie van een winstgevende spoorterminal in Zwolle. Het overgrote deel van de

64 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

ladingpotentie zit in de directe omgeving en er zijn vooralsnog zes partijen geïnteresseerd in het operationeel maken van de terminal. Een aantal hiervan kan ook volume in brengen. Er zijn nog veel aspecten die van belang zijn om de terminal echt van de grond te krijgen. Hiervoor worden op dit moment nadere gesprekken en verkenningen uitgevoerd. SPOORVERVOER IN BEELD •

• • • • •

• • •

Modal shift vindt niet vanzelf plaats. Spoorvolume groeit, omdat de totale volumestromen groeien. Het marktaandeel van het spoor (en het water) groeit amper of niet. Een aantrekkelijke propositie en verdere beprijzing van het wegvervoer kunnen zorgen voor een sterkere groei in het volume. De volumeontwikkeling in het spoorvervoer is redelijk stabiel, er wordt groei verwacht door nieuwe routes/terminals/aanbieders, EU-Greendeal en door beprijzing van wegvervoer (-emissies). Diverse regio’s anticiperen op modal shift en onderzoeken de haalbaarheid van een railterminal. Nederland kent een fijnmazig netwerk aan barge-terminals, vervoerd volume is grotendeels complementair aan (potentiële) volumes op het spoor. Spoorvervoer is (met name) interessant voor lading op (middel)lange afstand. Het verzorgingsgebied van een terminal (voor- en natransport) is circa 50 kilometer. Ten opzichte van wegvervoer is spoorvervoer alleen een optie als het spoor op prijs concurrerend is en marktconforme service geboden wordt (hoge frequentie, veel bestemmingen) en het spoor een hoge betrouwbaarheid kan bieden. De haalbaarheid van een railterminal wordt niet alleen bepaald door kosten, maar zeker ook door aantal bestemmingen, doorlooptijd en betrouwbaarheid.

Het leggen van de puzzel, inzicht in welke hubs, welke bestemmingen, frequenties, doorlooptijden en kosten voor het door-to-door traject is noodzakelijk. Expressnetwerken (met een snelle doorlooptijd tussen hubs) zijn een nieuwe ontwikkeling waar bedrijven/verladers positief over zijn.

7.4 Conclusie Het verbeteren van de bereikbaarheid van PoZ is een actueel onderwerp. Zo staan belangrijke investeringen op de rol, zoals sluisverbreding Kornwerderzand en de verbetering van de vaargeul IJsselmeer – Meppel en er wordt mogelijk een spoorterminal bij Hessenpoort ontwikkeld. Daarmee wordt de totale bereikbaarheid van PoZ verbeterd, waardoor de haven voor (grotere) modaliteiten bereikbaar wordt en (nog) aantrekkelijker wordt voor investeerders. Wel ligt in PoZ een opgave om faciliteiten en een gunstige inrichting te realiseren voor autonome slimme schepen (Smart Shipping). Zo moet de infrastructuur binnen de haven bijvoorbeeld aangepast zijn op het aanmeren van autonoom varende schepen.

65 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

8 PoZ 2050: ecologie De havens van PoZ liggen in een ecologisch gevoelig gebied (zie figuur). Dit is kenmerkend voor havengebieden. Het belang om in havengebieden te werken aan schonere industrieën en biodiversiteit neemt steeds verder toe. Dit vraagt zowel bij de doorontwikkeling van de bestaande bedrijventerreinen als de eventuele ontwikkeling van nieuw terrein in PoZ om veel zorgvuldigheid. In dit hoofdstuk gaan we in op de maatregelen en eerste stappen die hierbij mogelijk zijn. Figuur: Opgaven ecologie (klik hier voor vergrote versie)

Bron: Defacto, 2021 We zien nu al dat er in de praktijk wordt gewerkt aan het versterken van de biodiversiteit op bedrijven- en haventerreinen. Zie onderstaande tabel.

66 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Tabel 21: Voorbeelden van groen en biodiversiteit op bedrijven- en haventerreinen Voorbeeld 1 Hessenpoort Zwolle

Voorbeeld 2 Ecomunity Park Oosterwolde

Voorbeeld 3 Haven Rotterdam

De initiatiefgroep ‘Hessenpoort Natuurlijk’ liet een visie opstellen op basis van ecologische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied.. Wehkamp heeft de eerste stappen gezet toen het een nieuw distributiecentrum ging bouwen. Op deze plek is een natuurlijke tuin aangelegd met veel inheemse planten. Als bedrijventerrein als geheel is o.a. een bijentuin aangelegd waar kruiden zijn ingezaaid en zijn bijenkasten neergezet. Ook alle tussenbermen op Hessenpoort zijn ingezaaid met een inheems zaadmengsel. Via het initiatief ‘Straatboer’ zijn o.a. perenbomen, appelbomen en groenten aangeplant door het hele bedrijventerrein. Werknemers kunnen de groenten en fruit oogsten. De focus ligt nu op op gezonde “groene” wandelpaden.

Hier wordt gewerkt aan een ecologisch werklandschap, dat voor 50% bestaat uit groen en water. Op dit moment bestaat 2,5 hectare van het terrein uit inheemse bloemenweide. Ook zijn o.a. een beek en poelen aangelegd, die een plek bieden voor kikkers en ringslangen, en daarnaast zijn alle oude bomen en boswallen behouden gebleven. De natuurontwikkeling en toename in biodiversiteit wordt gemonitord door experts van hogeschool Van Hall Larenstein. Er is een flinke toename van het aantal insecten te zien en er zijn al meer dan honderd soorten nachtvlinders geteld. Het terrein heeft de hoogste waardering op het duurzaamheids-keurmerk BREEAM en is het eerste werklandschap in Europa dat dit certificaat heeft gekregen.

In de haven van Rotterdam komen verschillende beschermde planten- en diersoorten voor. Via de site waarneming.nl is op te maken dat het om vele tientallen zeldzame soorten gaat. Het Havenbedrijf heeft een Natuurwijzer gemaakt. Hierin staat waar de soorten voorkomen en wat dit betekent voor bijvoorbeeld werkzaamheden. De uitbreiding van de haven met de Tweede Maasvlakte is gecombineerd met realisatie van ruimte voor nieuwe natuur en recreatie, als compensatie voor de aanleg in Natura 2000 gebied. Als onderdeel hiervan is onder meer een 40 hectare groot nieuw duingebied aangelegd (Spanjaards Duin). Wel merken we op dat de natuurcompensatie moeizaam verloopt en dat er nog veel stappen gezet moeten worden om de beloofde doelen te behalen.

8.1 Hoe kan PoZ inzetten op het versterken van de biodiversiteit en klimaat adaptieve terreinen? De aandacht en urgentie voor o.a. klimaatadaptatie, biodiversiteit en de verduurzaming van de gebouwde omgeving herkennen we ook uit in nationale en internationale doelstellingen. Om de doelstellingen uit het Akkoord van Parijs, het klimaatakkoord en Europese doelstellingen te behalen zullen ook werklocaties moeten verduurzamen in de breedste zin van het woord. Vergroening van bedrijventerreinen staat steeds hoger op de agenda. Zo is vorig jaar een onderzoek naar groene bedrijventerreinen uitgevoerd door het Ministerie van LNV. Dit onderzoek was onder meer input voor een aanvraag van het IVN bij het Nationaal Groeifonds voor ‘Werklandschappen van de toekomst’ 14. In geval van een nieuwe havenontwikkeling zullen nadelige effecten op Natura 2000 gebied in de eerste plaats beperkt moeten worden door een duurzame, innovatieve aanleg en gebruik van de nieuwe haven. Als dat niet of niet helemaal lukt is het van belang dat de nadelige effecten worden gecompenseerd in de natuurlijke uiterwaarden en elders in het gebied. Dit alles vergt nadere analyse en specifieke gebiedsuitwerking in een vervolgstap van dit onderzoek.

Inmiddels is de uitslag van de tweede ronde aanvragen voor het Nationaal Groeifonds bekend. De aanvraag Werklandschappen van de toekomst heeft een positieve beoordeling gekregen. Er is € 26 miljoen vanuit het Groeifonds gereserveerd voor dit project. Komende tijd wordt gewerkt aan een aantal aanpassingen op het programma, zodat de reservering omgezet kan worden in een definitieve toekenning.

14

67 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Naast het stimuleren van bedrijvigheid binnen PoZ die natuurlijke ecosystemen herstelt en bevordert, kunnen de bestaande en beoogde nieuwe haven- en bedrijventerreinen zelf ook bijdragen aan behoud en herstel van biodiversiteit. We zetten mogelijke ingrepen op een rij: • Vergroenen van bedrijfsdaken en/of wanden, maar denk ook het gebruik van lichte kleuren bij daken. Deze ingrepen zorgen voor een lagere temperatuur. • Zet waar mogelijk in op het vervangen bestrating in het gebied door groenstroken. Of leg paden aan van grind van olivijn met CO2-opslaande werking. • Zet in op het ontwikkelen van wadi’s en voeg extra groen (bijvoorbeeld bomen) toe wat zorgt voor verkoeling en wateropvang. Door hoogteverschillen in te passen en het water op te vangen wordt de klimaatbestendigheid van bedrijven en terreinen verbeterd. Het gebruik van plantsoorten waarbij fytoremediatie plaatsvindt is extra aantrekkelijk. Dit is het proces waarbij planten de bodem herstellen en verontreinigende lucht zuiveren. Wilgen en olifantengras zijn sterke soorten voor fytoremediatie. • Ontwikkel groenstructuren op de terreinen en realiseer een verbinding met bestaande natuur- en leefgebieden. Onderstaand figuur toont maatregelen voor vergroening en klimaatadaptatie op bedrijventerreinen en de effecten daarvan op diverse thema’s.

Afhankelijk van het thema kunnen gemeenten en PoZ inzetten op verschillende maatregelen. Welke thema’s en maatregelen het beste passen bij PoZ vergt een nadere analyse en specifieke gebiedsuitwerking in een vervolgstap van dit onderzoek.

Bron: Provincie Gelderland, 2021

Richting een groen en leefbaar PoZ Het is sterk te adviseren dat de gebiedsontwikkeling van de havengebieden bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Houd daarom rekening met het reserveren van vierkante meters hiervoor. Een groenstructuur en wadi’s kosten immers ruimte. Om tot een groene gebiedsontwikkeling te komen is samenwerking met omliggende gemeenten, Rijkswaterstaat en diverse natuur- en milieuorganisaties nodig. Denk daarnaast ook aan het samenwerken met het bedrijfsleven en omwonenden. Zo draagt het realiseren van recreatiemogelijkheden bij aan het toevoegen van extra waarde aan de havengebieden van PoZ. Samenwerken met bedrijven en collectief beheer (parkmanagement/gebiedsmanagement) stimuleren en helpen bij het in stand houden van het groen. Bovendien is het raadzaam om bedrijven en nieuwe vestigers mee te laten betalen aan de realisatie en het beheer van het groen.

68 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Houd kortom bij het ontwerp van de ontwikkeling van nieuwe terreinen en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen rekening met biodiversiteit en klimaatadaptie. Zet in op het maximaliseren van de groen- en blauwstructuur en kijk naar koppelkansen om de ecologische waarden in de omgeving te versterken.

8.2 Conclusie PoZ ligt in een ecologisch kwetsbaar en stikstofgevoelig gebied, dat bovengemiddeld geconfronteerd wordt met de effecten van klimaatverandering. In de gebiedsontwikkeling van PoZ is sterke inzet op biodiversiteit en klimaatadaptieve maatregelen kortom een must. Het is dan ook essentieel om bij gebiedsontwikkelingen extra vierkante meters te reserveren voor maatregelen die de biodiversiteit en de klimaatadaptatie verhogen.

69 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

9 Conclusies, gidsprincipes en aanbevelingen In dit hoofdstuk geven we antwoord op de hoofdvraag, benoemen we de belangrijkste principes om de beoogde transitie van PoZ te laten slagen en geven we aanbevelingen voor vervolgstappen. Wat is nodig om de transitiepotentie van PoZ te kunnen verzilveren?

9.1 Beantwoording hoofdvraag: circulaire doorontwikkeling van PoZ kansrijk In dit onderzoek staat de hoofdvraag ‘’wat zijn de kansen, bedreigingen, haalbaarheid en potentie van duurzame havenontwikkeling in Kampen (Melmerpolder), Meppel (Oevers S) en het logistieke bedrijventerrein in Zwolle (Hessenpoort), rekening houdend met de ambities van de Regio Zwolle’’ centraal. Als we een totaalconclusie trekken dan kunnen we stellen dat de havens van PoZ een significante waarde hebben. Die waarde is breder dan de havens zelf, en is ook breder dan enkel economisch. Zo leveren de havens ook een bijdrage aan de brede welvaart in de regio. Bijvoorbeeld doordat direct, maar vooral ook indirect, een aanzienlijke hoeveelheid banen en verdiensten in de regionale economie van de havens afhankelijk zijn. Verdiensten waarmee bijvoorbeeld voorzieningen betaald worden en waar winkels en horeca op draaien. De havens spelen uiteindelijk dus direct of indirect een belangrijke rol in de levens van veel inwoners van de regio Zwolle. De transities die op de haven afkomen bieden daarbij kansen naar de toekomst. Kansen om de toegevoegde waarde van de haven te vergroten en de haven nog meer onderdeel te laten zijn van de samenleving van Kampen, Meppel, Zwolle en regio.

Bijvoorbeeld door te zorgen dat het minder ‘stand alone’ gebieden zijn, de kwaliteit van de gebieden te vergroten (groen, blauw, recreatie) en door in te zetten op activiteiten met meer en hoogwaardigere werkgelegenheid in de haven. Juist de omslag naar meer circulaire activiteiten in de haven biedt hiervoor interessante aanknopingspunten. Welke circulaire activiteiten zijn relevant? Vanuit de huidige kenmerken van de haven, de grondstof/goederenstromen en bedrijven in PoZ en regio en de ontwikkelingen die op PoZ afkomen zijn drie kansrijke paden om PoZ door te ontwikkelen tot haven van de toekomst. Dit zijn circulaire en biobased bouw, vergroening landbouw en duurzame energie. Als rode draad hierdoor is de logistiek een belangrijke activiteit. Door de transitie te focussen op de genoemde transitiepaden bouwt PoZ voort op haar huidige bedrijvigheid en sterktes. Het is dus geen radicale koerswijziging, maar een logische, organische transformatie van de haven richting een hoogwaardig productie- en logistieke cluster. Daarbij is het is belangrijk om de bestaande bedrijven niet te verliezen in de transitie, maar deze juist te stimuleren om te innoveren en zich klaar te maken voor de toekomst. Tegelijkertijd vraagt het pakken van deze kansen om extra ruimte. Daar zit gelijk de gevoeligheid. Vanwege de ligging in ecologisch kwetsbaar en stikstofgevoelig gebied.

Maar bijvoorbeeld ook omdat de bestaande havengebieden dan wel vol zitten, maar tegelijkertijd ruimtelijk niet altijd op hun best worden benut. In totaal leidt inzet op de kansrijke transitiepaden tot additionele ruimtevraag van circa 70 tot 80 hectare. Deze vraag komt bovenop de autonome vraag van 36 tot 72 hectare door economische ontwikkeling. Het is kortom noodzakelijk om ruimte op de beoogde uitbreidingslocaties (De Melmerpolder, Oevers S en Hessenpoort 4) te realiseren. Alleen bij realisatie van extra planaanbod is de transitie goed vorm te geven.

70 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Onderstaand figuur toont een sfeerimpressie van een circulaire, duurzame haven. Figuur 24: Sfeerimpressie circulaire, duurzame haven

Bron: Diverse bronnen, 2022

71 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

9.2 Leidende gidsprincipes om toekomstpotentieel PoZ te benutten Een circulaire doorontwikkeling van PoZ – langs de transitiepaden circulaire en biobased bouw, vergroening landbouw en duurzame energie – is kansrijk. Dit leidt echter wel tot een toenemende ruimtevraag, waardoor aanvullende gebiedsontwikkeling nodig lijkt. Om tot een toekomstbestendige doorontwikkeling te komen adviseren we zes gidsprincipes. Dit zijn: Principe 1. Bestaande bedrijven goed meenemen in transitie en voorbereid zijn op uitfaseerstrategie  De huidige bedrijven in PoZ zijn van aanzienlijke waarde voor de regionale economie en werkgelegenheid. Op enkele koplopers na is er echter nog sprake van een kloof tussen de ambitieuze doelen/opgaven voor PoZ en waar de meeste bedrijven staan. Deze kloof moet worden overbrugd en bedrijven moeten maximaal worden ondersteund en meegenomen worden in de transitie van PoZ naar een logistieke hub voor circulaire en duurzame bedrijvigheid. Vestiging van nieuwe innovatieve vestigers in PoZ draagt hier aan bij. Start-ups kunnen zich aansluiten bij de huidige bedrijven of op andere manieren samenwerken en kennisdelen. Zo kunnen traditionele bedrijven zich aan de nieuwkomers optrekken.  Het is goed denkbaar dat er uiteindelijk bedrijven zijn die de transitie niet kunnen maken.

Het is belangrijk om hierop voorbereid te zijn en waar nodig wellicht actief bepaalde activiteiten en plekken uit te faseren, in combinatie met de inzet van passende financiële arrangementen (zie principe 4). Dit biedt kansen voor nieuwe, toekomstbestendige ontwikkelingen op te herontwikkelen terreindelen. Denk daarbij niet alleen aan invulling met nieuwe bedrijvigheid, maar bijvoorbeeld ook kansen die hierdoor ontstaan voor vergroening, waterberging en verhogen van het algehele werk- en ondernemingsklimaat op de PoZ-terreinen. Principe 2. Voldoende, passende ruimte en faciliteiten bieden voor een succesvolle transitie  De omslag naar een duurzame, circulaire haven vergt ruimte en tijd. Er is ruimte nodig voor nieuwe innovatieve vestigers in verschillende fases van de productontwikkeling. Daarnaast is schuifruimte nodig om gevestigde bedrijven de kans te bieden om hun activiteiten en locatie om te bouwen. Vooral in de overgangsperiode kan dit tot extra ruimtevraag leiden. Op dit moment heeft PoZ echter nauwelijks nog ruimte voor uitgifte beschikbaar. Voldoende ruimte bieden/reserveren hoort echter bij de onzekerheid van een transitie én bij de grilligheid van de ruimtevraag in een haven.  We zien we voor alle drie de gebiedsontwikkelingen in Kampen, Meppel en Zwolle kansen. Tezamen zijn de ontwikkelingen echter te groot om in een keer in ontwikkeling te nemen.

In geval van een ‘go’ adviseren we om een fasering toe te passen, ook gezien de onzekerheden die inherent zijn aan grote transitie:  We vinden dit vooral verstandig voor Oevers S. Deze locatie is in potentie bijna 90 hectare (bruto, netto uitgeefbaar is dat omgerekend circa 60-65 ha). Dit is te groot om in een keer te ontwikkelen. Het gebied is gefaseerd te ontwikkelen langs het Meppelerdiep (westkant). Een eerste fase van zo’n 35 hectare bruto (netto circa 25-30 ha) is daarbij kansrijk en in lijn met de gemeentelijke plannen (zie paragraaf 2.5). Dit gebied is groot genoeg om een havenarm in te graven. Bij de gefaseerde ontwikkeling is het daarom verstandig om één kavel vrij te houden langs het Meppelerdiep. Op deze plaats kan – in geval van positieve vraagontwikkeling – nog een havenarm worden gegraven.  Voor Kampen zou ontwikkeling in één keer een mogelijkheid kunnen zijn kijkende naar de omvang van de verwachte vraag en de additionele ruimtevraag die duurzame energie(infrastructuur)voorzieningen met zich meebrengt. Tegelijkertijd geldt ook voor het Kampense dat de verwachte ruimtevraag onzekerheden kent. Vanuit die optiek lijkt fasering wel verstandig.  Voor uitbreiding van het droge logistieke bedrijventerrein in Zwolle (Hessenpoort 4) zijn de onzekerheden minder groot.

De vraag vanuit logistiek blijft nog een langere tijd aanzienlijk en de transitie kan hier zelfs een extra dynamiek aan geven binnen de regio. Het is raadzaam om grote (droge) logistieke vraag prioritair te accommoderen op Hessenpoort en niet op andere terreinen in PoZ (tenzij kadefaciliteiten noodzakelijk zijn). Een belangrijke vraag en keuze die voorligt is of gekoerst wordt op extra uitbreiding of een bepaalde mate van schaarste.

72 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

 Het bieden van voldoende milieuruimte (minimaal categorie 4 of 5) is een must. Activiteiten in een circulaire economie kunnen nu eenmaal ook wat geluid, geur of stof veroorzaken. Houd hier rekening mee. Stimuleer tegelijkertijd bedrijven om de hinder tot een minimum te beperken. Reik hiervoor inspirerende oplossingen aan (denk bijvoorbeeld aan het overkappen van activiteiten, andere lay-out van kavel en pand). Er is veel meer mogelijk dan nu wordt toegepast en als overheid kunt u bedrijven hiertoe uitdagen en verplichten 15.  Het borgen van voldoende netcapaciteit is een grote uitdaging. Onderzoek samen met netbeheerders de mogelijkheden om problemen in de netcapaciteit in PoZ en omgeving tegen te gaan. Zet daarnaast in op faciliteiten (zoals een waterstoffabriek) waar overtollige energie zinvol wordt benut. Kijk tegelijkertijd ook naar de mogelijkheden voor slimme (rest)energie-uitwisseling tussen bedrijven onderling (industriële symbiose).  Werken aan uitstootoplossingen (CO2, stikstof): de spelers met het belangrijkste aandeel hierin actief en financieel helpen om dit versneld bij de bron aan te pakken. In combinatie met optimalisatie en verduurzaming van de logistiek en vervoersbewegingen binnen PoZ. Principe 3.

Zorgen voor een zorgvuldige uitgifte en modulaire gebieds(her)ontwikkelingen  Te overwegen valt om de uitgifte van (her)ontwikkelde gronden in PoZ uit te geven in erfpacht. Zo blijft er meer grip op kwaliteit en toekomstbestendigheid van de kavels en het haventerrein als geheel. Veel havenbedrijven doen dit zo. Het vergt nader onderzoek om in beeld te krijgen wat de precieze mogelijkheden en impact zijn van erfpacht voor de nieuwe ontwikkelingen in PoZ.  Niet alleen de bedrijvigheid in PoZ, maar ook de gebiedsontwikkeling zelf moet circulair zijn. Dit betekent dat kavels, opstallen, openbare ruimte en infrastructuur zoveel als mogelijk modulair en ‘demontabel’ gerealiseerd moeten worden. Dit geldt voor de eventuele nieuw te ontwikkelen terreinen, maar ook voor de herontwikkeling van bestaande terreindelen.  Leg uitgiftevoorwaarden vast die een circulaire en duurzame invulling van PoZ garanderen. Denk aan het hanteren van leidende uitgifteprincipes op basis van circulaire, duurzame en brede welvaartscriteria. En bijvoorbeeld bedrijven uitdagen aan te tonen hoe zij concreet bijdragen aan een duurzaam energie- en materiaalgebruik in PoZ. Kortom: selectiviteit in de uitgifte om de gronden een zo optimaal mogelijke invulling te geven.

Belangrijk daarbij is dat de uitgiftecriteria ‘objectief, toetsbaar en redelijk’ zijn en dat het uitgifteproces heel helder is voor de markt (vastleggen in uitgiftebeleid, duidelijke communicatie). Het belang hiervan is extra toegenomen vanwege het recente Didam-arrest. Principe 4. Inzet van innovatieve financiële arrangementen en inspelen op beschikbare regelingen  Bij de transitie van PoZ is aandacht voor het transformeren van de bestaande haven- en bedrijventerreinen belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld gestimuleerd worden door een prijsopslag te hanteren voor bedrijven die nieuwe of herontwikkelde gronden kopen en deze opslag te stoppen in een transformatiefonds. Vanuit dit fonds kan de herontwikkeling van bestaande terreindelen (financieel) aangepakt worden.  Er zijn diverse regelingen van de provincies Overijssel en Drenthe voor investeringen in toekomstbestendige bedrijventerreinen. Deze kunnen benut worden om bijvoorbeeld de terreinen in PoZ te vergroenen en klimaatadaptief te maken. Daarnaast kan het slim zijn aansluiting te zoeken bij initiatieven als de Nationaal Groeifonds Aanvraag ‘Werklandschappen van de toekomst’ van het IVN.  Afvalregelgeving: om afvalstoffen optimaal te kunnen verwaarden en om sneller de stap te kunnen zetten van afval naar grondstof, is het van belang dat restproducten geen afvalstatus krijgen.

Een cluster- of stolpbenadering, waarbij de toetsing aan de Europese afvalstoffenwetgeving geclusterd voor groepen van vergelijkbare afvalstoffen en/of toepassingen plaatsvindt en waarbij er geen afvalstatus nodig is wanneer meerdere opwerkingsstappen binnen één en hetzelfde gebied plaatsvinden, kan een aanzet voor versnelling zijn. In aanloop naar dergelijke aanpassingen vragen (pilot)projecten op het gebied van recycling/circulaire economie om een proactieve houding van Een inspirerend voorbeeld is de vestiging van aannemings- en puinrecyclingbedrijf Rutte Groep in Zaandam. Het gaat hier oorspronkelijk om een milieucategorie 5.2 bedrijf met hele hoge duurzaamheidsambities. Door het toepassen van allerlei overlastbeperkende maatregelen in de opzet van pand, kavel en de bedrijfsvoering is dit bedrijf nu een milieucategorie 3.2 bedrijf. Daarmee was het bedrijf inpasbaar op bedrijventerrein Achtersluispolder; een terrein dat komende jaren deels gaat verkleuren naar een woon-werkgebied.

15

73 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

overheden (waaronder betrokken Omgevingsdiensten) om op grond van een experimenteerbepaling soepel om te gaan met de bestaande wetgeving voor afvalstoffen. Principe 5. Sterke profilering, marketing en acquisitie  Werken aan identiteit: voor de bestaande bedrijven in PoZ is de transitie veelal ongewis. Ze vragen zich af: wat gaat er op ons afkomen? De taal rondom duurzaamheid en circulaire economie is bovendien vaak erg technisch. Het is belangrijk om het met elkaar te hebben over de concrete identiteit van PoZ als cluster voor circulaire logistieke en maakindustrie. Zo spreek je een brede(re) groep aan.  Gezamenlijke profilering, marketing en acquisitie gericht op leads binnen de kansrijke transitiepaden. En bij voorkeur ook samenwerking tussen de gemeenten en PoZ rondom de intake van huisvestingsvragen van bedrijven. Dit naar voorbeeld van het 1Loket in Stedelijk Gebied Eindhoven.  Bij (gedeeltelijke/gefaseerde) ontwikkeling van alle locaties is het cruciaal om iedere locatie een specifieke signatuur en focus te geven. Welke signatuur gekozen wordt hangt daarbij af van de strategische keuze die gemeenten en PoZ maken voor de invulling van de gebieden. Dit onderzoek (zie specifiek hoofdstuk 6) en de beoogde iconen geven hiervoor een eerste aanzet. Principe 6. Regionale samenwerking  Samenwerking tussen de PoZ gemeenten, maar ook met de gemeenten in de regio is belangrijk.

Hoewel de huidige havengebieden en de beoogde ontwikkellocaties allemaal hun eigen kenmerken hebben en in potentie ook complementair aan elkaar kunnen zijn, moet onnodige concurrentie voorkomen worden. Het is daarvoor onder meer belangrijk om de doorontwikkeling van PoZ met bijbehorende gebiedsontwikkelingen te verankeren in regionale afspraken rondom bedrijventerreinen. Koersen naar PoZ 2050: belangrijke rol voor overheid als kapitein aan het stuurwiel Door de gidsprincipes heen zien we een stevige rol van de overheden in Regio Zwolle bij de circulaire en duurzame doorontwikkeling van PoZ. De overheid is onmisbaar om het transitieproces goed te begeleiden en dat is gebruikelijk voor zo’n grote transitie. Dit betekent dat de gemeenten Kampen, Meppel en Zwolle actief de transitie moeten aansturen en gezamenlijk de gidsprincipes moeten naleven. De gemeenten moeten actief optrekken als collectief. Niet enkel onderling, maar ook in samenwerking met onder meer het bedrijfsleven, omgevingsdiensten, netwerkbedrijven en de betreffende provincies. De rollen en maatregelen die de gemeenten daarbij kunnen toepassen variëren van het (her)ontwikkelen van ruimte voor nieuwe circulaire initiatieven en het circulair inkopen en aanbesteden van deze gebiedsontwikkelingen tot het helpen uitfaseren van fossiele economische activiteiten.

Tabel 22 geeft een overzicht van rollen en bijbehorende maatregelen. In bijzonder zien we in PoZ ook vraagstukken en opgaven samenkomen die het lokale, regionale en provinciale schaalniveau overstijgen. Het gaat dan om aspecten die van grote importantie zijn om op te lossen en waarvan de gemeenten/PoZ (volledig) afhankelijk zijn van anderen. Denk bijvoorbeeld aan het stikstofdossier, maar ook de ouderwetse regelgeving rondom afval(status), die nu regelmatig circulaire initiatieven frustreert (zie ter illustratie het voorbeeld van Black Bear Carbon). Vanuit die optiek is het verstandig als de doorontwikkeling van PoZ op de nationale agenda belandt.

74 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Tabel 22: Toolbox rollen en maatregelen (niet limitatief) Rol Kaderstellend

Stimulerend

Meeinvesterend

Voorbeelden van maatregelen • Hanteer circulair bouwen en renoveren als uitgangspunt voor (her)ontwikkeling van uw bedrijventerreinen • Zorg dat u in uw omgevingsvisie en omgevingsplan ruimte biedt aan circulaire activiteiten, zoals ambachtscentra, hubs, start/scale-ups, hoogwaardige recycling en groeiende bestaande (circulaire) bedrijven • Definieer ruime bestemmingsplanmogelijkheden • Deel met bedrijven bestaande kennis en inspiratie uit uw regio, provincie en daarbuiten • Breng bedrijven en grondstoffenstromen actief bij elkaar met een ‘parkmanager 2.0’ • Breng een ‘coalition of the willing’ van bedrijven bij elkaar en boek lokale successen • Stimuleer het gebruik van subsidies ter ondersteuning van (opzetten) parkmanagement of BIZ • Stimuleer gebruik van subsidies en/of opdrachten ter ondersteuning van circulaire projecten/maatregelen • Breng van mogelijkheden en subsidies bij bedrijven onder de aandacht • Maak circulariteit en duurzaamheid een belangrijke factor voor uw inkoopbeleid • Financier grondstoffenscans voor uw belangrijkste bedrijven en bedrijventerreinen, identificeer kansen en reken voor bedrijven businesscases voor • Hanteer een actief (grond)beleid • Hanteer een selectief vestigingsbeleid • Koop waar nodig vastgoed of kavels aan om deze te herontwikkelen en opnieuw te verkopen

9.3 Routekaart en aanbevelingen voor vervolg(stappen) Routekaart Dit verkennend onderzoek geeft een eerste beeld van de kansen, bedreigingen, potentie en haalbaarheid van doorontwikkeling van PoZ tot duurzame en circulaire haven. In de figuur hieronder hebben we weergegeven welke route we nu tot 2050 voor ons zien. Hierin onderscheiden we een aantal fases. Daarbij verandert in de tijd ook (het accent in) de rol en inzet van de betrokken overheden. Figuur 25: Routekaart naar 2050

75 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Aanbevelingen voor vervolg(stappen) Op basis van de behandeling van dit onderzoek in de colleges en raden in Kampen, Meppel en Zwolle zal het verdere handelingsperspectief moeten worden bepaald. We zien daarbij vier ontwikkelrichtingen: 1. Combinatie bestaand optimaliseren en (verkennen kansen) nieuw: in dit geval wordt een tweesporenbeleid gevoerd van een (beperkte) uitbreiding in combinatie met het actief toekomstbestendig maken en optimaler invullen van de bestaande terreinen. 2. Revitaliseren, herontwikkelen en transformeren: deze richting gaat uit van actieve inzet op het vernieuwen, transformeren en toekomstbestendig maken van de bestaande haventerreinen. Er wordt geen nieuw terrein aangelegd, maar alle inzet is gericht op het faciliteren van de verwachte extra ruimtevraag binnen de bestaande terreinen. Op deze terreinen is echter nu geen ruimte. Hoewel het huidige ruimtegebruik soms beter kan, is hiervoor ook schuifruimte nodig en juist die is nu niet voorhanden. Dit scenario vergt veel tijd, inspanning en geld en biedt sowieso geen oplossing voor de ‘acute’ ruimtevraag op korte tot middellange termijn. 3. Nieuwe haven aanleggen: in dit scenario wordt een nieuwe haven ontwikkeld. Belangrijk daarbij is de keuze waar deze wordt ontwikkeld en of er meerdere locaties worden ontwikkeld.

De ruimte die hierdoor ontstaat biedt een antwoord op de verwachte extra ruimtevraag die nodig is bij transitie van PoZ, maar vraagt zeer veel inspanning op andere vlakken, zoals natuurcompensatie, stikstofmaatregelen, etc. 4. Niets doen: er vindt geen actieve doorontwikkeling plaats van PoZ. De kans is groot dat PoZ achterop raakt. Alle havens rond PoZ zijn bezig met de omslag naar haven van de toekomst, in bijzonder ook de havens waarmee PoZ een sterke relatie heeft. Dit betekent dat goederenstromen veranderen, de concurrentiepositie en relevantie van PoZ verminderd. Als PoZ niks doet en hier niet actief op acteert bestaat het gevaar dat bepaalde goederenstromen en daarmee economische activiteit wegvallen in PoZ. Dit kan als effect hebben dat bedrijven wegtrekken/sluiten, dat door verminderde aantrekkelijkheid de leegstand oploopt, banen en toegevoegde waarde verloren gaan, er geen ruimte is voor investeringen in verduurzaming en het gebied in een vicieuze cirkel komt. Overigens kan dit scenario op termijn ook op termijn ook kansen bieden voor een andere invulling en nieuwe bedrijven. Het is dus niet per definitie negatief, maar vraagt wel om het uitzitten van een periode van ‘verelendung’. In dit oriënterend onderzoek is veel inzicht ontstaan in de kansen, bedreigingen, potentie en haalbaarheid van de doorontwikkeling van PoZ tot duurzame en circulaire haven.

Tegelijkertijd constateren we ook dat gedurende de analyses, gesprekken, presentaties en werksessies soms ook nieuwe vragen zijn ontstaan. Resumerend zien we in elk geval twee verdiepingen die mogelijk kunnen bijdragen aan de uiteindelijke besluitvorming: • Een nadere analyse van de ruimtelijke optimalisatiemogelijkheden binnen de bestaande haven- en bedrijventerreinen van PoZ. Waar liggen exacte kansen voor betere benutting (denk aan intensivering en ‘juiste bedrijf op juiste plek’) van de ruimte? En wat levert dat dan concreet aan ruimte op, zowel naar omvang als aard van de ruimte? Hoe realistisch is dit en wat is daarvoor nodig? En op welke termijn kan die ruimte dan daadwerkelijk beschikbaar komen? • Een nadere verkenning met de netwerkbedrijven (Enexis, Tennet) naar hoe de havens op systeemniveau de beste bijdrage kunnen leveren aan het duurzame energienetwerk van de toekomst in Regio Zwolle.

76 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle

Samengevat zien de stappen er dan als volgt uit:

Figuur 26: Vervolgstappen

Bron: Stec Groep, 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=d6ca8a95-fe67-47ff-a76c-2aebcb40f835