1. Onderzoeksrapport Duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Tekst van het document
Dit gebeurt pas als echt duidelijk is dat er structureel minder ruimte nodig is en bijvoorbeeld een herlocatie of zelfs faillissement aan de orde is 6. Kortom, de daadwerkelijke hoeveelheid bedrijven waar echt ruimte zal vrijvallen en beschikbaar binnen PoZ zal duidelijk lager liggen. Het merendeel van deze bedrijven zal gewoon (tijdelijk) ruimer in de jas gaan zitten. Eerder onderzoek van Stec Groep laat zien dat bedrijven pas structureel fysiek inkrimpen als de werkgelegenheid met zo’n 50% afneemt. Voor de industrie moet die afname zelfs meer dan 80% zijn. Feitelijk gaat het dan om faillissementssituaties of fundamentele herlocatie-afwegingen. Een van de oorzaken waarom industriële bedrijven niet zomaar zullen vertrekken of ruimte zullen vrijgeven is de vaak grote kapitaalintensiteit van de vestigingslocatie.
6
40 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Circa 30% van deze ruimtevraag is direct watergebonden, 70% zoekt ‘droog’ terrein in PoZ Als we deze informatie loslaten op het bedrijvenbestand en oppervlak aan haven- en bedrijventerrein in PoZ, dan leidt dit per saldo tot: Een totale aanvullende ruimtevraag van (afgerond) 40 tot 45 hectare vanuit de bestaande bedrijvigheid tot 2050. Daarvan is circa 13-15 hectare direct watergebonden en 28-31 ha watergerelateerd en droog. De verdeling naar havengebieden staat in onderstaande tabel. In Zwolle gaat het vrijwel volledig om droge bedrijventerreinenvraag vanuit logistieke en productiebedrijven, in Kampen ontstaat de grootste vraag naar direct watergebonden kavels. Meppel zit hier tussenin. De uitbreidingsvraag is daar veelal een evenwichtige mix tussen direct watergebonden en watergerelateerde/droge kavels. Tabel 11: Additionele uitbreidingsvraag door transitie-impact bij bestaande bedrijven Totale uitbreidingsvraag (netto ha) Kampen Meppel Zwolle Totaal
16-18 9-10 16-18 41-46
Waarvan kadegebonden (nat)
Waarvan watergerelateerd en droog 8-9 3-4 2 13-15
8-9 6 14-16 28-31
5.3 Additionele ruimtevraag vanuit nieuwe bedrijven: 30-35 hectare We verwachten extra aantrekkingskracht van PoZ op nieuwe activiteiten passend bij transitiepaden De verwachting is dat de actieve inzet op de kansrijke transitiepaden ervoor zorgt dat ook nieuwe activiteiten zich in PoZ willen vestigen, bovenop de reguliere (historische) aantrekkingskracht van PoZ op bedrijven van buiten. In dat geval leidt dit dus tot additionele ruimtevraag. Per transitiepad hebben we in onderstaande tabel aangegeven wat kansrijke vestigers kunnen zijn. Daarbij baseren we ons op wat we nu aan dynamiek zien in andere havengebieden/logistiek-industriële clusters, recente eigen onderzoeken, onderzoeken van derden en de input uit werksessies in kader van dit onderzoek. Het is geen blauwdruk van en garantie voor welke activiteiten zich straks daadwerkelijk gaan aandienen in PoZ. Dit valt namelijk niet precies te voorspellen. Ook vraagt het verzilveren van deze kansen veel toewijding en inspanning. Aan de ene kant gaat het dan om het bieden van de juiste ruimte (voldoende en met de juiste kenmerken en kwaliteiten), aan de andere kant om onder meer stevige en langjarige profilering, marketing en acquisitie van PoZ op deze transitiepaden. De activiteiten in onderstaande tabel geven een richtsnoer waarop deze inspanningen zich kunnen richten.
Extra ruimtevraag van 30 à 35 hectare realistisch, maar kan ook beduidend meer of minder worden We achten minimaal 30 tot 35 hectare aan additionele ruimtevraag mogelijk vanuit nieuwe vestigers in de transitiepaden, mede rekening houdend met het huidige track record van PoZ in het aantrekken van nieuwe vestigers. Het is belangrijk om te realiseren dat deze additionele ruimtevraag ook beduidend meer of minder kan worden. Daarvoor is deze component erg grillig en lastig exact kwantitatief te voorspellen.
41 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Tabel 12: Voorbeelden van nieuwe activiteiten/vestigers per transitiepad (niet limitatief!) Transitiepad Circulaire en biobased bouw
Groene landbouw
Duurzame energie
Mogelijke activiteiten/vestigers Centraal cluster voor opslag en hoogwaardige recycling van secundaire bouwmaterialen Regionale bouwhubs/marktplaatsen voor modulaire bouwmaterialen Prefab bouwfabriek Fabriek voor biobased isolatiematerialen Testterreinen voor nieuwe circulaire en biobased bouwconcepten RWZI-grondstoffenfabriek 7 Op- en overslag van biofuels en biomassa Proeffabrieken, testlocaties rondom biobased industrie Kennisintensieve scale-ups en demobedrijven Productiefaciliteiten voor indoorfarming, vegetarische producten, et cetera Waterstofproductie Ruimte voor energieinfrastructuur, zoals transformator-, middenspannings- en hoogspanningsstations Productiefaciliteit van groengas Opslagfaciliteiten voor duurzame energie, zoals grootschallige (systeem)batterijen (voorbeeld powerhub), maar ook waterstofopslag en power-to-gas. Zonne-energie
Windenergie
Indicatieve omvang (netto) 10 hectare 3-4 hectare 2-5 hectare 3-5 hectare 1-2 hectare Hoeft niet altijd extra ruimte te betekenen, maar kan oplopen tot enkele hectares Vraagt geen nieuwe ruimte. Vervangt op- en overslag van fossiele grondstoffen in PoZ. Enkele hectares Idem 1-4 hectare 1 hectare per 100 megawatt 1-10 hectare per functie Enkele hectares Heel functiespecifiek
Door benutten van daken, zonnepanelen boven parkeerplaatsen of slimme combinaties met windenergie hoeft dit geen tot weinig extra ruimte te vragen. 0,1 ha per turbine, rondom de molen kunnen andere activiteiten plaatsvinden, zoals teelt van biobased materiaal en zonnepanelen. Afstand tussen twee windturbines is standaard vijf keer de rotordiameter.
5.4 Additionele vraag door energietransitie en klimaatopgaven Bovenop de ruimtevraag vanuit bedrijven komt ruimtevraag vanuit opgaven als de energietransitie en klimaatadaptatie. De haven- en bedrijventerreinen van PoZ kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Energietransitie: er hangt een forse ruimteclaim boven de regio De energietransitie is niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar ook economisch gezien cruciaal. Steeds vaker komen bedrijven met plannen voor uitbreiding of nieuwvestiging in de knel door knelpunten in de energie-infrastructuur. Ook belemmert dit de woningbouw- en verstedelijkingsopgave in de regio Zwolle. Er is kortom ruimte nodig voor een toekomstbestendige, duurzame energie-infrastructuur. Denk aan uitbreidingen van bestaande en bouw van nieuwe hoogspanningsstations (een gemiddeld 110/150 kV onderstation is als snel vijf tot zes hectare groot), ruimte voor energieopslag (accu’s, waterstof en andere vormen van batterijen), multi-fuel tankstations/Clean Energy Hubs, bunkerstations voor biobrandstof, LNG, waterstof, methanol en wissel van batterijen, et cetera. Het is lastig om hier een hard getal over de uiteindelijke ruimtevraag aan te hangen. Zo is bijvoorbeeld van belang welke brandstof daadwerkelijk ‘doorbreekt’ en op grote schaal gebruikt gaat worden. Dat is nu nog onzeker.
Buiten kijf staat dat de noodzakelijke groei van duurzame energieproductie, energiebalancering (flexibiliteit) en energie-infrastructuur veel ruimte vraagt, ook in Regio Zwolle, zo blijkt uit een recente RWZI’s zijn een belangrijke bron van biogas en grondstoffen. Denk aan cellulose, fosfaat, vetzuren en kaumera. Op initiatief van de 21 Nederlandse waterschappen worden op verschillende plekken de RWZI’s omgeturnd naar zogenaamde Energie- en Grondstoffenfabrieken. Voorbeelden zijn de grondstoffenfabrieken voor Kaumera in Zutphen en Epe.
7
42 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
scenariostudie ‘Energiesysteem van de Toekomst’ van de Nederlandse netbedrijven. Op basis van deze studie schatten we in dat er ongeveer 1.700 tot 3.250 hectare ruimte voor zonne-energie nodig is in de hele Regio Zwolle 8. Deze ruimte kan in principe prima geaccommodeerd worden op onder meer bedrijfsdaken, door het overkappen van parkeerplaatsen met zonnepanelen en door slimme combinaties met windmolens. In principe is hiervoor niet tot nauwelijks extra ruimtebeslag nodig. Voor windvermogen is afhankelijk van het scenario circa 3.500 tot ruim 11.500 hectare ruimte in Regio Zwolle nodig 9, zo leiden we af uit de scenariostudie. Daarnaast is ruimte nodig voor flexibiliteit in het duurzame energiesysteem. Denk hierbij aan vormen van tijdelijke opslag (grootschalige batterijen) en omzetting van stroom naar andere energievormen/-dragers, zoals waterstofopslag en power-to-gas. Deze ruimtebehoefte concentreert zich bij opweklocaties van duurzame energie. De PoZ terreinen kunnen belangrijke rol spelen in het accommoderen hiervan De PoZ-terreinen kunnen een belangrijke rol spelen in de energietransitie. In de eerste plaats in energiebesparing. Er wordt immers relatief veel energie verbruikt op deze terreinen. Daarnaast als plek voor duurzame opwek, opslag en accommoderen van energie-infrastructuur.
Door deze opgaven komt er dus nog meer druk op de ruimte op de terreinen van PoZ te staan. Voor de bestaande terreinen is het lastiger om grote stappen te zetten in de energietransitie. Op eventuele nieuwe terreinen kan hier gelijk rekening mee worden gehouden. Denk aan grotere kabels in de grond, voldoende ruimte reserveren voor de energie-infrastructuur, door hoge eisen te stellen aan de te realiseren bedrijfspanden, door uitwisseling van energie en reststromen tussen bedrijven, et cetera. Klimaatadaptatie vraagt extra ruimte, bijvoorbeeld voor realisatie overstromingsbestendige haven Denk hierbij aan ruimte voor de aanleg van bijvoorbeeld tiny forests 10, voedselbossen, wadi’s en andere blauwe structuren. Zo vereist het waterschap bijvoorbeeld al dat een bepaalde percentage van de verharding gecompenseerd wordt door water. Door deze waterberging ecologisch in te richten, kan meerwaarde voor de biodiversiteit gecreëerd worden. Ook ondernemers zijn gebaat bij het voorkomen van wateroverlast. Daarnaast is ruimte nodig voor compenserende maatregelen voor het verlies aan natura 2000 gebied bij een eventuele uitbreiding van PoZ. Ook voor dit aspect is het lastig om daar nu al een getal aan te hangen. Dit vergt een nadere analyse en uitwerking naar de afzonderlijke gebieden van PoZ.
Hoeveel ruimte precies nodig is, hangt af van de ontwerpkeuzes en nadere gebiedsuitwerking Daarnaast is het overstromingsrisico een factor om rekening mee te houden. Zo kan extra ruimte nodig zijn om een overstromingsbestendige haven te realiseren, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe waterkeringen. Hoeveel ruimte hiervoor nodig is valt buiten de scope van dit onderzoek en is vergt nadere analyse bij de verdere gebiedsuitwerking. Cruciaal is in elk geval om de doorontwikkeling van PoZ integraal te bekijken en de koppelkansen te zoeken met andere maatschappelijke opgaven. Zo bestaat de mogelijkheid om de haven een (nog) grotere bijdrage te laten leveren aan de economie en brede welvaart van regio Zwolle dan nu het geval is.
Er is afhankelijk van het energiescenario tot 2050 zo’n 34.000 tot 65.000 hectare (340-650 km2) voor zonne-energie nodig. Regio Zwolle heeft hierin een indicatief ruimte-aandeel tot zo’n 5%. Dit betekent een ruimtevraag van 1.700 tot 3.250 hectare (bron: Energiesysteem van de Toekomst). De lege dakoppervlaktes van bedrijven bieden veel mogelijkheden om deze ruimteclaim te accommoderen. Zo is in Kampen nog 80 tot 85% van de potentieel voor zonnepanelen geschikte bedrijfsdaken onbenut. In Zwolle ligt dit percentage op 85 tot 90% en in Meppel op 90 tot 95%. Zie de Benchmark 2021 ‘Zon op bedrijfsdaken’ van Overmorgen. 9 Afhankelijk van het energiescenario is tot 2050 zo’n 67.000 tot 230.000 hectare (670-2300 km2) voor wind-energie nodig. Regio Zwolle heeft hierin een indicatief ruimte-aandeel van gemiddeld 5%. Dit betekent een ruimtevraag van 3.500 tot 11.500 hectare (bron: Energiesysteem van de Toekomst). 10 Bedrijventerreinen hebben bijvoorbeeld een plek in de Bossenstrategie, die in 2020 door provincies en Rijk is gemaakt. Daarin is de ambitie opgenomen dat er in 10 jaar 37.000 hectare bos bij komt; 10% van het huidige areaal bos in ons land. Dit moet de CO2vastlegging vergroten en de biodiversiteit bevorderen. 8
43 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
5.5 In totaal zo’n 70 tot 80 hectare additionele vraag, bovenop autonome vraag in PoZ. Dit is nog exclusief ruimtevraag voor energietransitie en klimaatadaptatie Actieve transitie van PoZ levert extra ruimtevraag op bovenop autonome vraag Tellen we de ontwikkelingen in het bestaande areaal en de verwachte vestiging van nieuwe bedrijven bij elkaar op, dan levert de actieve transitie van PoZ een extra ruimtevraag op van minimaal zo’n 70 tot 80 hectare netto tot 2050. Deze vraag komt bovenop de autonome vraag van 36 tot 72 hectare door economische ontwikkeling (zie figuur 16), hoewel enige overlap natuurlijk niet ondenkbaar is. Diverse bestaande bedrijven in PoZ zijn immers al met verduurzaming, circulariteit en vergroening bezig zijn. Actieve transitie van PoZ zorgt naar verwachting echter voor een versnelling en versterking van deze trends met extra ruimtevraag als gevolg. Bovendien is dit nog exclusief de ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie. Figuur 16: Schematische weergave componenten ruimtevraag door autonome groei en actieve transitie in PoZ
Bron: Stec Groep, 2022
Ruimte is kortom belangrijke sleutel voor transitie PoZ Zoals we eerder constateerden is er in PoZ geen ruimte meer (vrij) uitgeefbaar. Op een paar hectare na, zijn alle kavels in de havengebieden uitgegeven en ook alle droge kavels op Hessenpoort onder optie. Door het gebrek aan uitgeefbare ruimte is de beoogde transitie lastig vorm te geven. Immers, hierdoor is de extra ruimtevraag die ontstaat niet te accommoderen. Daarnaast is schuifruimte nodig om bestaande kavels te herontwikkelen en opnieuw in te vullen. Het bestaande ruimtegebruik kan immers nog beter. Zo worden niet alle kadegebonden kavels door watergebonden bedrijven gebruikt. Dat is zonde, want juist deze ‘natte’ kavels zijn van grote waarde voor een haven als PoZ en een schaars goed. Er zijn kortom stappen te zetten richting een optimaler ruimtegebruik én uitbreiding van de havens van PoZ. Zwaartepunt ruimtevraag valt naar verwachting in periode tot 2030 en 2040 We verwachten het zwaartepunt van de ruimtevraag in de periode tot 2030 en 2040 (zie figuur 17). Daarna is een stabilisatie of afname van de ruimtevraag niet ondenkbaar, bijvoorbeeld omdat door verdergaande robotisering meer productie op dezelfde vierkante meter kan plaatsvinden. Ook is uiteindelijk een kenmerk van de circulaire economie dat er minder grondstoffen en minder nieuwe producten nodig zijn en er
44 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
bepaalde mate van dematerialisatie plaatsvindt. Daar tegenover staan echter ook trends als een toenemende behoefte aan ruimtelijke clustering om bijvoorbeeld stromen (grondstoffen, reststromen, warmte, etc.) en kennis uit te kunnen wisselen. Daarnaast zien we dat een groeiend aantal bedrijven serieus kijkt naar het verkorten van de productieketen. De coronacrisis, sterk stijgende prijzen (grondstoffen, transport en energie) en de geopolitieke situatie en oorlog in Oekraïne, maakt het terug- of nabij halen van productieactiviteiten relevant voor veel bedrijven (zie ook dit onderzoek). Maar denk ook aan andere strategieën zoals het aanhouden van grotere voorraden of het diversifiëren van toeleveranciers om zo bedrijfsrisico’s te reduceren. Dit alles kan extra investeringsdynamiek en ruimtevraag betekenen. Figuur 17: Schematische weergave ruimtelijke ontwikkeling
Bron: Stec Groep, 2022
5.6 Mix van verschillende soorten ruimte nodig om transitie goed te faciliteren Naast voldoende ruimte is vooral het type ruimte dat wordt aangeboden van belang. Idealiter is er een mix van vestigingsmilieus voor bedrijven in verschillende stadia van de levenscyclus: (a) start-up en experimenteerfase, (b) scale-up en protype/integratiefase en de (c) full production fase. Ook in andere havengebieden, zoals Rotterdam, Amsterdam en North Sea Port, zien we dat deze combinatie van verschillende soorten ruimte wordt ingezet voor een de transitie naar een toekomstbestendige haven.
45 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Figuur 18: Levenscyclus bedrijven/activiteiten
Bron: Stec Groep, 2022
Start-ups Het is belangrijk om expliciet ruimte te bieden aan start-ups binnen PoZ om zo innovatie op gang te brengen. Dit sluit tevens aan bij het icoonproject ‘Circulair MKBlab’. Als de innovatie vanuit de gevestigde orde moet gebeuren gaat het (doorgaans) langzaam of zelfs zonder succes. Met de instroom van nieuwe kennis wordt een lock-in effect voorkomen en kan de transitie van PoZ naar haven van de toekomst worden versneld. We zien in andere havens dat hiervoor specifieke ruimte en vastgoed wordt gereserveerd/gelabeld om dergelijke start-ups te accommoderen. Daarnaast is een goede verbinding met opleidingen belangrijk. Denk hierbij aan bedrijven en opleidingen die goed samenwerken door bijvoorbeeld stageplaatsen aan te biEden. Tabel 13: Voorbeelden van start-ups Voorbeeld 1 RDM en M4H in Rotterdam
Voorbeeld 2 Prodock in Amsterdam
Voorbeeld 3 PortXL in North Sea Port
Het Havenbedrijf zet voornamelijk in op het aantrekken van nieuwe activiteiten en opschaling van startups. Het volledig introduceren van nieuwe technologieën die de grote volumes van de Rotterdamse regio aankunnen is het uiteindelijk doel. In het RDM en M4H is ruimte gereserveerd voor startups.
In Prodock biedt het Havenbedrijf innovatieve start-ups en scale-ups die met name actief zijn op het vlak van circulaire en biobased ontwikkelingen, of op het gebied van energietransitie en digitalisering de gelegenheid producten te ontwikkelen, te testen en uit te rollen. Prodock hanteert hiervoor het plugand-play-concept.
Het havenbedrijf treedt toe tot PortXL. PortXL is een havengerelateerde ‘startup accelerator’. Samen met PortXL zoekt North Sea Port binnen het eigen havenecosysteem naar passende startups.
Ruimtelijke kenmerken Ruimtelijk bezien zijn kleinschalige goedkope kantoorruimte, experimenteerruimte of pop-up ruimte op een (productie)terrein geschikte locaties. Daarbij is directe nabijheid van gelijksoortige en gerelateerde bedrijven (kennisdeling en industriële symbiose) van belang.
46 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Scale-up en prototype-/ integratiefase Hierbij gaat het om bedrijven die (prototype) producten die zijn onderzocht in de start-up fase – en die succesvol en levensvatbaar zijn gebleken – in de praktijk willen brengen en testen. Daarbij is het noodzakelijk om nieuwe concepten zowel op kleine schaal als op de daaropvolgende fases van opschaling te kunnen testen. In de havens van Rotterdam en Amsterdam bijvoorbeeld kunnen bedrijven hun nieuwe product op industriële schaal testen in proeffabrieken om zodoende het product verder te innoveren en uiteindelijk op industriële schaal te produceren. Tabel 14: Voorbeelden van proeffabrieken (scale-ups) Voorbeeld 1 Plant One Rotterdam
Voorbeeld 2 BioPark Amsterdam
Plant One Rotterdam is een testfaciliteit waar bedrijven en onderzoeksinstellingen hun innovatieve ideeën op duurzame(re) technologie op commerciële schaal kunnen testen en produceren met alle daarmee samenhangende activiteiten. Deze faciliteit is geschikt voor bedrijven die de startup fase zijn ontgroeid. Plant One beschikt over 12.000 m2 werkoppervlak én 10.000 m2 buitenterrein, bestaande uit kantoorruimte laboratorium en ruimtes voor proefopstellingen. Op het Plant One terrein geldt een overkoepelende omgevingsvergunning (Wabo). Bedrijven kunnen experimenteren binnen de bestaande vergunning Naast ruimte biedt Plant One gecertificeerde bij- en nascholingen voor bedrijven aan.
Daarnaast wordt in de haven van Amsterdam een BioPark van 18 hectare ontwikkeld. Hier wordt o.a. een kenniscentrum met testfaciliteit ontwikkeld en wordt ruimte gereserveerd voor proeffabrieken. In dit gebied kunnen bedrijven duurzame en circulaire initiatieven met organisch restafval ontplooien.
Ruimtelijke kenmerken Bedrijven en activiteiten in deze fase hebben veelal behoefte aan ruimte van een behoorlijke omvang (1 tot 2 hectare, wel afhankelijk van de precieze activiteit), infrastructuur en grote hindercirkels (locaties met een hoge toegestane milieucategorie). In de meeste gevallen is het in bezit hebben van een eigen kavel niet aan de orde. Regelmatig sluiten bedrijven in de scale-up/prototypering fase zich aan sluiten bij bestaande gerelateerde bedrijven. Een voorbeeld is het eerder in dit rapport genoemde Enough BV in Sas van Gent. Maar zo zien we dat op veel plekken terug. Full production Tegelijkertijd komen er nieuwe circulaire bedrijven en concepten op die ruimte zoeken. Dit effect is al nadrukkelijk ruimtelijk merkbaar: in de registratie van locatiedynamiek van bedrijven (Stec Groep, 2000heden) zien we bijvoorbeeld dat sinds 2018 het aantal vestigingen van circulaire bedrijven hard groeit (+20%).
Het gaat dan bijvoorbeeld om nieuwe bedrijven die vanuit het buitenland in Nederland vestigen, zoals producenten van plantaardige eiwitten en vleesvervangers (voorbeeld Enough in Sas van Gent), nieuwe fabrieken voor de productie van biobrandstoffen (voorbeeld Neste in Rotterdam) en waterstof (voorbeeld VoltH2 in Vlissingen en Terneuzen), nieuwe fabrieken voor de recycling van batterijen van elektrische voertuigen (voorbeeld TES in Rotterdam) en de sterke groei van het aantal prefab fabrieken voor (circulaire) woningbouw (voorbeeld Van Wijnen in Leeuwarden en Plegt-Vos in Almelo). Maar we noemen in het bijzonder ook de opkomst van bouw- en circulaire grondstoffenhubs (voorbeeld circulaire bouwhub Utrecht en voorbeeld circulaire HUB Bork Groep in Hoogeveen), die kunnen faciliteren (op- en overslag) in het hergebruik van reststromen uit bouw- en sloopprojecten in de stad.
47 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Ruimtelijke kenmerken De ruimtelijke kenmerken verschillen sterk per activiteit. Echter, doorgans hebben bedrijven in de full production fase behoefte aan grootschalige (HMC) ruimte (circa 1 tot 10 hectare) en infrastructuur. Ook kunnen grote hindercirkels belangrijke vestigingsvoorwaarden zijn.
5.7 Conclusie De doorontwikkeling van PoZ langs de transitiepaden leidt tot extra ruimtevraag. Deze additionele vraag komt bovenop de autonome vraag van 36 tot 72 hectare door verwachte economische ontwikkeling. De additionele vraag bestaat uit drie componenten: • Additionele vraag door transitie-impact bij bestaande bedrijven • Additionele ruimtevraag vanuit nieuwe bedrijven • Additionele vraag door energietransitie en klimaatopgaven In totaal bestaat de additionele vraag uit zo’n 70 tot 80 hectare. Dit is nog exclusief ruimtevraag voor energietransitie en klimaatadaptatie (deze vraag is moeilijk in een exact cijfer uit te drukken en in belangrijke mate afhankelijk van wensen en keuzes hierin). Ruimte is kortom een belangrijke sleutel om de transitie vorm te geven. Daarbij is een diverse mix aan typen ruimte nodig, aansluitend bij de verschillende levensfasen van bedrijven. Denk hierbij aan ruimte voor starters, scale-ups en bedrijven die in volle productie zijn. Maar ook plekken waar experiment, onderwijs, kennis en (toegepaste) innovatie samenkomen. In het volgende hoofdstuk staan de inkleuring per havengebied en de noodzakelijke ruimtelijke randvoorwaarden om de transitie te accommoderen centraal.
48 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
6 PoZ 2050: inkleuring per havengebied In dit hoofdstuk koppelen we de transitiepaden en bijbehorende ruimtevraag aan de havengebieden en beoogde gebiedsontwikkelingen. We schetsen de randvoorwaarden en vestigingseisen die nodig zijn om de activiteiten die horen bij de transitiepaden te kunnen accommoderen.
6.1 Matchen transitiepad per havengebied Bestaande bedrijven en profiel van ieder havengebied zijn het uitgangspunt De bestaande bedrijven ‘kleuren’ momenteel de havengebieden. Zij zijn de motoren van werkgelegenheid en moeten – waar nodig – geholpen worden om de omslag naar circulariteit te maken. Zij kunnen geen radicale omslag maken, maar zullen dit stap voor stap moeten doen. De kans is groot dat zij nieuwe gerelateerde activiteiten gaan uitvoeren of producten produceren die passen bij de bestaande kernactiviteit, vanwege de aanwezige kennis, infrastructuur en het opgebouwde netwerk. Voor het matchen van een kansrijk transitiepad per havengebied is rekening gehouden met eventuele sterke vertegenwoordiging van één of meerdere specifieke sector(en) in het havengebied. Dit is met name belangrijk om tot clustering 11 van bedrijven uit dezelfde sector te komen en waardeketens rondom de bestaande bedrijven te bouwen. Het hanteren van duidelijke randvoorwaarden en voorrang geven aan circulaire bedrijvigheid is cruciaal om gerelateerde bedrijven aan te trekken en te werken aan waardeketens. Zo wordt gewerkt aan het succesvol ontwikkelen van een cluster waarbij synergie tussen bedrijven kan ontstaan. Binnen de bestaande havengebieden zien we specifieke bedrijven en activiteiten die aansluiten bij de transitiepaden.
We komen tot de volgende meest kansrijke koppelingen: Figuur 19: Kanrijke koppelingen per transitiepad en havengebied
Bron: Stec Groep, 2022
In de paragrafen hieronder wordt de inkleuring per havengebied verder beschreven. Een cluster van bedrijven uit dezelfde sector of keten kunnen van elkaar profiteren. Kosten worden bespaard door het delen van bijvoorbeeld (test)faciliteiten, leveranciers of door kennisuitwisseling.
11
49 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
6.2 Circulaire en biobased bouw in Meppel en Kampen Zoals besproken in hoofdstuk 3 zien we concreet ruimtevraag ontstaan vanuit twee type activiteiten binnen het transitiepad circulaire en biobased bouw. Het gaat om 1) op- en overslag en verwerking van (secundaire) bouwmaterialen (urban mine) en grondstoffen en 2) de productie van (biobased) bouwmaterialen/concepten. 6.2.1 Grondstoffenknooppunt Huidige bedrijvigheid Momenteel huisvesten Oevers ABC en D (Meppel) diverse bedrijven uit de bouwsector. Dit zijn o.a. Mebin, ABC Mortel, Constar Prefab, Xella, De Waard, Kok en Koudasfalt. Het merendeel van de aanwezige grond-, weg- en waterbouwers verwerken de producten vaak niet in het havengebied, maar gebruiken de haven als overslaglocatie (bron: Panteia 2021). Er wordt dus in beperkte mate waarde toegevoegd. Daarmee fungeert de haven van Meppel nog niet als grondstoffenknooppunt, maar biedt de huidige bedrijvigheid kansen voor doorontwikkeling. In lijn met het icoonproject ‘Haven Meppel als grondstoffenknooppunt’ zien we daarom voldoende potentie om de haven van Meppel te ontwikkelen als grondstoffenknooppunt waar grondstofkringlopen worden gesloten. Zo zijn de (haven)terreinen zeer geschikt voor de aan- en afvoer van biobased grondstoffen en secundaire stromen over het water.
Denk aan hout vanuit productiebossen in Scandinavië en Oost/MiddenEuropa, maar ook aan bouw- en sloopafval. Kampen heeft een minder sterke uitgangspositie om te dienen als grondstoffenknooppunt. In het havengebied van Kampen bevinden zich enkel een drietal grote prefab-beton bedrijven. Het gaat om MBI – De Steenmeesters, VBI en Van Nieuwpoort Prefab. Deze bedrijven richten zich met name op de productie van betonnen tegels en vloeren. Waarde per hectare verhogen Om de waarde per hectare te verhogen en circulaire kansen te verzilveren is inzet op vernieuwing van de kernactiviteit, door transformatie van bestaande activiteiten en het toevoegen van nieuwe activiteiten kansrijk (bijvoorbeeld het toevoegen van thermische reinigers, zeeftorens en breekinstallaties). Zo is het verwerken en opnieuw – zo hoogwaardig mogelijk – hergebruiken van secundaire bouwstromen cruciaal in een circulaire bouweconomie. De ‘waarde per hectare’ stijgt zodra bestaande bedrijven de materiaalstroom (deels) bewerken. Door in te zetten op uitbreiding van de kernactiviteit en kennis, kunnen cross-overs en nieuwe waardeketens ontstaan. Daarnaast heeft inzet op het verhogen van de ‘complexiteit’ (meer productie gerelateerd werk) een positief effect op de economische groei van Meppel, en in het bijzonder PoZ. Zo kan nieuwe werkgelegenheid ontstaan aan de logistieke en industriële kant.
Als Meppel zich succesvol ontwikkelt tot grondstoffenknooppunt, dan kan het havengebied tevens aantrekkelijk zijn voor bedrijven zoals Spaansen Bouwsystemen. Zij produceren prefab betonelementen voor de casco woning- en lichte utiliteitsbouw. In toenemende mate richten zij zich op secundaire materialen. Op de waterontsloten locatie (circa 10 ha) in de haven van Harlingen vindt zowel de toevoer van grondstoffen en de assemblage plaats. Het haventerrein in Meppel heeft kortom de potentie om uit te groeien tot een grondstoffenknooppunt waar, naast de tussenopslag van nieuwe bouwmaterialen, ook gebruikte bouwmaterialen en gebouwelementen en - onderdelen tijdelijk kunnen worden opgeslagen, bewerkt en weer een nieuwe bestemming krijgen.
50 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Ruimtelijke randvoorwaarden gebiedsontwikkeling Om de kansen te verzilveren rondom de opschaling van het grondstoffenknooppunt in Meppel en om met succes nieuwe bedrijvigheid aan te trekken is het van belang dat de gemeente voldoende ruimte en goede randvoorwaarden op Oevers S (en de overige terreinen) kan bieden. We zetten de ruimtelijke randvoorwaarden op een rij: • Realiseer een goede waterbereikbaarheid en voldoende kadefaciliteiten voor op- en overslag van stromen. De beschikbaarheid van waterontsloten kavels is essentieel. Maar realiseer tevens goede ontsluitingswegen voor (zwaar) transport. • Realiseer kavels van minimaal 2 hectare, maar houdt ook rekening met grotere ruimtevragers. • Hanteer een hoge toegestane milieucategorie van minimaal 4.2. Maar stimuleer als gemeente – samen met Omgevingsdienst – ook overlast remmende ontwerpen, zoals het toevoegen van extra filters of het overkappen van activiteiten. • Houd bij de ontwikkeling van het grondstoffenknooppunt rekening met voldoende vestigingsruimte, experimenteerruimte en ontmoetingsplaatsen voor startende en opschalende bedrijven. Een goed functionerend grondstoffenknooppunt hangt o.a. af van de mate waarin processen en grondstoffen circulair worden verwerkt en toegepast. In dit proces ligt de belangrijkste uitdaging, maar ook de grootste technologische innovatieopgave.
Het is dan ook cruciaal om goed samen te werken met producenten, leveranciers, kennisinstellingen en startups. In Meppel zijn stappen te zetten om een kennishub - gericht op grondstoffen - te ontwikkelen. Concreet betekent dit ruimte en infrastructuur reserveren voor experimenten met circulaire en biobased stromen. Dit kan in bestaand (instapklaar) vastgoed, voorzien van alle vergunningen en met verlichting, afzuiging, connectiviteit, etc. De kennishub moet een belangrijke schakel vormen tussen onderwijs en bedrijfsleven. De samenwerking met regionale MBO’s en Hogescholen is hierbij van belang. Zodoende stroomt nieuwe kennis het havengebied in. Hiermee sluit PoZ aan bij de ambitie van Kennispoort Regio Zwolle en de Drentse Economische Agenda om de maakindustrie te versterken. De ontwikkeling van een kennishub kan leiden tot een toenemende ruimtevraag. Zeker zodra testfaciliteiten op de kennishub worden ontwikkeld. Tabel 15: Randvoorwaarden grondstoffenknooppunt Type ruimtevraag Grondstoffenknooppunt en verwerkingslocaties (‘urban mining’)
Type locaties
Bereikbaarheid
stedelijke bedrijventerreinen, reguliere bedrijventerreinen, haventerreinen
(Directe) ontsluiting via water sterke pré, aan rand van stedelijk gebied nabij snelweg
(Energie)infrastructuur en voorzieningen Mogelijkheden tot gezamenlijk concept (bouwhub van meerdere bouwbedrijven)
Omvang 0,5 ha t/m 5 hectare (enkele gebruiker)
Milieucategorie 4.1 t/m 5.1
6.2.2 Productie van modulaire en prefab woningen We constateren – op basis van de Database Locatiebeslissingen Nederland (bron: Stec Groep, 2022) – dat de meerderheid van de bedrijven in de modulaire en prefab bouw (75%) landt op een regulier (mkb-) bedrijventerrein. Dat betekent dat de locatie-eisen van dit soort ontwikkelingen niet heel specifiek zijn. Zo’n 15% van de bedrijven kiest, bijvoorbeeld door de omvang, voor een specifiek grootschalig terrein. Dit zijn met name de grootschalige woningbouwfabrikanten. Gezien de omvang van de bestaande kavels in de havengebieden en het gebrek aan ruimte, is het grootschalig produceren van biobased bouwmaterialen en prefab woningbouw alleen kansrijk als extra planaanbod op de beoogde uitbreidingslocaties Oevers S, de Melmerpolder of Hessenpoort 4 wordt gerealiseerd.
51 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Concentratie van innovatieve bedrijven in Kampen Producerende bedrijven in modulaire en prefab componenten en woningen kunnen op diverse locaties in PoZ landen. Naast een match op ruimtelijke kwaliteiten, kan de aanwezigheid van gerelateerde bedrijven (cluster) een rol spelen in de locatiekeuze. Bedrijven kunnen profiteren van schaalvoordelen, zoals kostenvoordelen. De voordelen kunnen ontstaan in geografische concentraties waarbij het delen van gezamenlijke productiefactoren, zoals: gespecialiseerde Figuur 20: Innovatieve bedrijven in de bouw toeleveranciers, afnemers en dienstverleners, gespecialiseerde arbeidskrachten, informatie en kennis centraal staat. Zo is de kernactiviteit van een woningbouwfabrikant het samenbrengen van onderdelen en dit assembleren tot een woning. Een woningfabrikant is dus sterk afhankelijk van goederen/onderdelen van derden. Samenwerkingsverbanden en een locatie nabij innovatieve bedrijvigheid en potentiële toeleveranciers is – afhankelijk van de bedrijfsstrategie - voor nieuwe vestigers zeer interessant. Voor het in kaart brengen van innovatieve bedrijven in de bouw is data van onze partner Innovatiespotter 12 gebruikt (zie kaartbeeld hiernaast). Dit zegt niet direct iets over bestaande samenwerkingsverbanden, maar de aanwezigheid van een concentratie vergroot de kans op samenwerking in de keten.
Bron: Innovatiespotter. Bewerking Stec Groep, 2022
Op en rondom het haventerrein van Kampen bevindt zich een concentratie van innovatieve bedrijvigheid gerelateerd aan de bouw. Specifiek gaat het om Breman Kampen, Kamper Gasapparaten Service B.V., Van der Weerd Elektrotechniek, Vidalco Systems B.V., Weever Bouw B.V. en Zonnegilde Montage B.V. Zij richten zich met name op het realiseren van gebouwen, duurzame energie voorzieningen en (prefab) verwarm- en koelsystemen. Deze installatiebedrijven dragen kortom bij aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De aanwezigheid van deze geïdentificeerde innovatieve bedrijven geeft Kampen een extra asset omtrent de aantrekkelijkheid als vestigingslocatie voor fabrikanten van modulaire en prefab woningen en/of onderdelen. Het kan als katalysator werken op het aantrekken van bedrijven, zoals zagerijen, testfaciliteiten en mass timber fabrieken. Op Oevers ABC en D en Hessenpoort is geen concentratie waargenomen. Desalniettemin sluiten we deze locaties niet uit als potentieel interessante vestigingslocatie voor fabrikanten van modulaire en prefab woningen. Ruimtelijke randvoorwaarden gebiedsontwikkeling Om de kansen te verzilveren rondom het accommoderen van modulaire en prefab woningbouwfabrikanten in PoZ en nieuwe gerelateerde bedrijvigheid aan te trekken is het van belang dat de gemeenten een strategische keuze maken op PoZ-niveau.
Centraal hierin staat de vestigingslocatie voor modulaire en prefab woningbouwfabrikanten. Een woningbouwfabriek is een functie die potentieel op alle terreinen in PoZ terecht kan, mede omdat waterontsluiting geen harde vestigingseis is. Het is daarom belangrijk dat er een consistente langjarige strategie wordt ontwikkeld met draagvlak vanuit bestuurders, overheden en het bedrijfsleven over het accommoderen van deze functie en gerelateerde functies. Vervolgens zijn stappen te zetten op het realiseren van de juiste ruimtelijke randvoorwaarden. We zetten de ruimtelijke randvoorwaarden op een rij:
Online Innovatiespotter vindt met AI (Artificial Intelligence) startups en MKB die actief zijn op het gebied van innovatie, technologie en duurzaamheid. Innovatiespotter ontsluit deze bedrijven, geeft inzicht in innovatietrends, de mate van innovatie en onderbouwt die met data.
12
52 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
• •
•
Realiseer een goede ontsluiting. Transport van prefab woningen vindt voornamelijk over de weg plaats. Een waterontsloten kavel is geen essentiële vestigingsvoorwaarde, maar kan wenselijk zijn. De productie van circulaire bouwmaterialen/ concepten (prefab, bouwpanelen (van bermgras), etc.) vindt doorgaans plaats op grootschalige kavels. Zorg minimaal voor kavels van zo’n 2 tot 3 hectare, maar biedt ook mogelijkheden om op te schalen en kavels samen te voegen tot 5 hectare en meer. Hanteer een hoge toegestane milieucategorie van minimaal 4.2.
Tabel 16: Randvoorwaarden productie van modulaire en prefab woningen Type ruimtevraag
Productielocatie
Type locaties
Bereikbaarheid
(Energie)infrastructuur en voorzieningen
Omvang
Milieucategorie
Reguliere bedrijventerreinen
Ontsluiting via weg van primair belang; Probleemloze, niet door een woongebied lopende ontsluiting voor vrachtverkeer. Waterontsluting biedt extra kansen voor aan- en afvoer (geen must)
Reguliere energiebehoefte voor productiefaciliteiten; toenemend belang digitale infrastructuur (glasvezel, 5G)
Veelal circa 2-5 ha, maar meer komt ook voor
3.1 t/m 4.2
6.3 Vergroening van de landbouw PoZ-breed Regio Zwolle is de Agri regio van Nederland. De sector is compleet aanwezig in Regio Zwolle. De agrarische productie vindt voornamelijk op de landbouwgronden plaats en PoZ speelt een belangrijke rol in toelevering en verwerking. Ook is de levensmiddelenhandel sterk vertegenwoordigd in de regio. De transitie in de sector leidt tot toenemende lokalisering van de landbouw en hoogstwaarschijnlijk tot krimp van de veeteelt. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe economische kansen, zoals de productie van alternatieven voor zuivel en vlees en biobased grondstoffen. Verder speelt de landbouwsector een sleutelrol in het aanleveren van biobased grondstoffen om te voldoen aan de behoefte aan materialen voor de bouw en duurzame energie opwek (biomassa). Voor de havengebieden in PoZ geldt dat op- en overslagplaatsen aangepast moeten worden voor deze transitie en lokale distributie moet worden opgezet (korte ketens). Bedrijven in de sector bevinden zich in alle drie de havengebieden, waardoor de transitie PoZ-breed merkbaar zal zijn. De kansen voor bedrijven kunnen dus PoZ-breed verzilverd worden. Deze kunnen voor nieuwe ruimtevraag in PoZ zorgen (zie vorige hoofdstuk), zowel vanuit productieactiviteiten als vanuit logistieke bedrijvigheid.
6.3.1 Kampen, Meppel en Zwolle: voedingshub voor regio Momenteel komen (landbouw) goederenstromen – met tussenkomst in Rotterdam of Amsterdam – PoZ in. Vervolgens worden de stromen per vrachtauto verder vervoerd. De introductie van kortere ketens betekent niet dat import en export van stromen verdwijnt. Hoewel de Regio Zwolle een sterke Agri sector heeft, kan het niet alles verbouwen waar vraag naar is. Kortom, het produceren van producten op plekken in de wereld waar dit het beste kan blijft bestaan. Zo is het niet realistisch dat soja in Nederland wordt verbouwd, maar binnen Europa liggen hier wel kansen voor. PoZ speelt als logistiek knooppunt en (shortsea) haven een belangrijke rol als aanvoerhaven. Hoe de vraag naar landbouwstromen zich uiteindelijk ontwikkelt blijft onzeker. Wel is evident dat de bestaande bedrijven in PoZ de kennis, infrastructuur en het netwerk uitstekend op orde hebben, waardoor zij adaptief kunnen reageren op de komende transitie. Hoeveel vraag blijft bestaan naar opslagruimte voor (inter)nationale stromen is niet keihard te zeggen. Vanuit klimaatperspectief neemt de druk op de landbouw fors toe. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe verdienmodellen, zoals de productie van vleesvervangers en plantaardige eiwitten. Ook hiervoor zijn grondstoffen en mineralen nodig, waardoor vraag blijft naar op- en overslag en opslag faciliteiten.
Denk bijvoorbeeld aan opslagfaciliteiten voor
53 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
aardappels, mais, suikerriet, suikerbiet en cassave. In de praktijk is dit al zichtbaar. Zo beschikt Enough B.V. in Sas van Gent over opslagfaciliteiten voor grondstoffen voor de productie van mycoproteïnen. Wel kan de huidige sector krimpen. Vanwege de ‘dichtheid’ van bestaande op- en overslag bedrijven, schatten we in dat er geen (of zeer beperkt) ruimtevraag ontstaat vanuit nieuwe vestigers die zich specialiseren in open overslag van landbouw goederenstromen. Hessenpoort: logistieke schakel in korte keten Richting toekomstbestendigheid is een duurzamere balans nodig tussen mondiale en lokale ketens. Ook in de Agri Regio Zwolle is dit actueel. Een korte keten houdt in dat het product minder reisafstand aflegt en directer aan de consument wordt geleverd. Momenteel wordt circa 75% van de Nederlandse landbouwproducten geëxporteerd (bron: Rabobank, 2021). Als kortere ketens de standaard worden, dan neemt het percentage export af. Duurzame logistiek heeft een sleutelrol in het organiseren van korte ketens. Het verzamelen, opslaan en distribueren van producten op lokaal schaalniveau wordt anders georganiseerd dan bij grootschalige export. Zo gaat het om kleinere hoeveelheden en kan het aanbod per seizoen verschillen (denk aan seizoensgroente), waardoor tijdelijke opslag noodzakelijk is.
Het beoogde logistiekterrein Hessenpoort 4 leent zich uitstekend voor een dergelijke ontwikkeling. Op Hessenpoort 4 liggen kansen om de regionale distributie te organiseren. Vanuit daar kan distributie met elektrisch transport plaatsvinden. Dit leidt tot een additionele vraag naar (seizoensgebonden) opslagruimte. Ruimtelijke randvoorwaarden gebiedsontwikkeling Om PoZ-breed de kansen te verzilveren rondom het vergroenen van de landbouw en nieuwe bedrijvigheid aan te trekken is het van belang dat de gemeenten ruimte en goede randvoorwaarden op de beoogde uitbreidingslocaties kunnen bieden. Zowel de haventerreinen in Kampen en Meppel, als het droge terrein Hessenpoort zijn in potentie geschikte locaties, maar daarbij kan bijvoorbeeld de beschikbare milieucategorie bepalend zijn voor waar welke activiteit zich uiteindelijk het beste kan vestigen. Hieronder zetten we de ruimtelijke randvoorwaarden op een rij: • Realiseer een goede ontsluiting, zowel per weg en water. De aanvoer en toevoer van landbouwstromen vindt momeniteel per water en weg plaats. Er is geen aanleiding om te denken dat hier een omslag in plaats gaat vinden. Wel wordt (elektrisch) wegvervoer belangrijker vanwege de lokalisering van de landbouw. • Realiseer kavels met een omvang tussen 2-5 hectare. • Sta minimaal milieucategorie 3.1/3.2 maar ook hoger (4 en/of 5) toe.
Dit is sterk afhankelijk van de precieze activiteiten. • Zet in op een hoge toegestane bouwhoogte (minimaal 20 meter). Zowel voor logistieke bedrijvigheid en opslag(silo’s) De vestigingseisen van deze bedrijven variëren naar verwachting niet veel van de huidige gebruikers en komen voor een marktconforme productielocatie neer op: uitstekende bereikbaarheid per weg en water, middelgrote kavel (2 tot 5 hectare; bij voorkeur meer) en een minimale milieucategorie van 4.1. I Tabel 17: Kwalitatieve vestigingseisen vanuit opslag en producerende bedrijven uit de landbouwsector Type ruimtevraag
Type locaties
Bereikbaarheid
Productie en opslag van voedsel en veevoeder
Reguliere bedrijventerreinen, (binnen)haven
(Directe) ontsluiting via water sterke pré, gebied nabij snelweg
(Energie)infrastructuur en voorzieningen Reguliere energiebehoefte voor productiefaciliteiten; toenemend belang digitale infrastructuur (glasvezel, 5G)
Omvang
Milieucategorie
Veelal circa 2 tot 5 ha
3.1 t/m 4.2
54 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
6.4 Kampen, maar ook Hessenpoort potentie als batterij voor de regio De krappe capaciteit van het elektriciteitsnet in de Regio Zwolle is een kwetsbaarheid. Ondanks forse investeringen - zoals bijvoorbeeld in Meppel - in de uitbreiding hiervan, zijn ook andere manieren nodig om het tekort aan netcapaciteit op te lossen en een toekomstbestendig energienetwerk te realiseren (zie ook dit bericht). Zo wordt onder meer de decentrale opslag en distributie van duurzaam opgewekte elektriciteit steeds belangrijker om het elektriciteitsnet te ontlasten. PoZ kan een belangrijke rol spelen in het vergroten en stabiliseren van energienetwerk. Daarnaast kan PoZ een ‘batterij’ zijn voor vergroening van vervoer (water en weg) in, van en naar de havens. PoZ kan kortom een rol spelen in de grootschalige opwek en opslag van duurzame energie en de productie van duurzame brandstoffen, waterstof en groengas. Op basis van ruimtelijke kwaliteiten zijn met name Kampen en het droge terreinen Hessenpoort geschikt om de grotere ontwikkelingen passend bij dit transitiepad te accommoderen. Dit neemt niet weg dat in Meppel natuurlijk ook allerlei stappen op vlak van energie zijn te zetten, zoals reductie en vergroening van gebruik door het benutten van bedrijfsdaken voor zonnepanelen.
6.4.1 Havengebied Kampen is uitermate geschikt voor grootschalige productie (en opslag) van biobrandstoffen, waterstof of groengas Het accommoderen van vergisters en vergassers voor de productie van groen gas is kansrijk in het havengebied van Kampen. Voor de productie van groen gas is biomassa nodig. De sterke agri sector in Regio Zwolle kan potentieel een belangrijke leverancier zijn van de benodigde biomassa stromen. Ditzelfde geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (produceren rioolsib). Nu al huisvest de Zuiderzeehaven de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) Kampen. Momenteel is er is geen slibvergistingsproces aanwezig en dus vindt er geen productie van energie (groen gas) plaats (bron: Pondera, 2021). Op andere plekken in Nederland wordt de potentie van slib al benut. In het westelijk havengebied van Amsterdam is een groengasinstallatie geïnstalleerd op het terrein van de rioolwaterzuivering (klik hier voor meer informatie). Op deze locatie wordt het slib vergist, waarbij biogas vrijkomt. In het verwerkingsproces haalt de groengasinstallatie het CO2 uit het methaangas en wordt stikstof toegevoegd aan het methaangas. Het groen gas is geschikt om aan het aardgasnet te leveren. Groen gas kan tevens dienen als schone brandstof voor de transportsector. Daarnaast is de ontwikkeling van een waterstoffabriek kansrijk in het havengebied van Kampen.
In het havengebied zijn veel tankvoorzieningen. Zo werd in hoofdstuk 2 duidelijk dat de haven in Kampen bedrijven zoals EG Fuel en Sunoil Biodiesel huisvest. Bovendien is er ook een EV box charging station en zijn in de directe omgeving diverse reguliere tankstations gevestigd. Kortom, hierdoor kan de geproduceerde waterstof en het groen gas in de directe omgeving worden benut. Waterstof is tevens goed op te slaan in containers, waardoor transport van waterstof zowel over de weg en het water kan. Het is dus goed mogelijk dat bedrijven die primair bezig zijn met het opwekken en opslaan van energie behoefte hebben aan een watergebonden kavel. De haventerreinen in Kampen beschikken over de vereiste locatiekwaliteiten om de productie van waterstof en groen gas te accommoderen. Bovendien heeft Kampen een sterke strategische ligging in het binnenvaartnetwerk; zeker zodra Kampen bereikbaar wordt voor shortseashipping. Kampen is een potentieel aantrekkelijke plek om uit te groeien tot waterstof en groen gas knooppunt voor (zwaar) transport. Daarmee vormt Kampen de batterij voor de binnenvaart in de regio. Het inspelen op deze ontwikkeling geeft PoZ een nieuw unique selling point.
55 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Een mooi voorbeeld waarbij waterstof als brandstof voor de binnenvaart gaat dienen, is de ontwikkeling van Sendo Shipping. Zij hebben recent een nieuw schip ontwikkeld dat minimale energie verbruikt en zich elektrisch voortstuwt met lokaal opgewekte elektriciteit. In het innovatieproces worden momenteel stappen gezet om de krachtbron op waterstof te laten werken, die lokaal in de haven van Kampen wordt opgewekt. Ruimtelijke randvoorwaarden gebiedsontwikkeling Om de kansen te verzilveren rondom het transitiepad duurzame energie en nieuwe bedrijvigheid aan te trekken is het van belang dat de gemeente Kampen ruimte en goede randvoorwaarden voor de Melmerpolder kan bieden. We zetten de randvoorwaarden op een rij: • Realiseer kavels met een omvang tussen 2-5 hectare. • Sta minimaal milieucategorie 4 en/of 5 toe. Dit is sterk afhankelijk van de precieze activiteiten. • Realiseer een leidingennetwerk of zorg voor aansluiting op het bestaande aardgasnetwerk. Dit draagt bij aan het transporteren van groen gas en waterstof. • Biedt mogelijkheden voor aansluiting met locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. • Sluit aan en reserveer ruimte nabij de rioolwaterzuiveringsinstallatie en houdt daarbij ook rekening met de toevoer van andere biomassastromen.
• Om tot een succesvolle doorontwikkeling van Kampen tot waterstof en groen gas knooppunt te komen is het raadzaam om startende en opschalende bedrijven aan te trekken. Realiseer voor deze bedrijven ontwikkel- en experimenteerruimte. Het havengebied moet fungeren als proeftuin voor het testen van innovaties op het gebied van waterstof en groen gas voor (zwaar) transport. Hier kunnen (techniek)studenten, start-ups en het bedrijfsleven pionieren. Tabel 18: Randvoorwaarden grootschalige productie van biobrandstoffen, waterstof en groen gas Type ruimtevraag Grootschalige productie (en opslag) van biobrandstoffen, waterstof of groengas
Type locaties
Bereikbaarheid
Reguliere bedrijventerreinen, (binnen)haven
Directe) ontsluiting via water sterke pré, gebied nabij snelweg
(Energie)infrastructuur en voorzieningen Aansluiting op aardgasnetwerk, nabij energie opwek locatie, rioolwaterzuivering en andere biomassastromen
Omvang
Milieucategorie
Veelal circa 2 tot 5 ha
4.1 t/m 5.1
6.4.2 Hessenpoort uitermate geschikt voor grootschalige opwek en opslag van duurzame energie Naast Kampen, kan óók Hessenpoort een batterij voor de regio zijn. Op Hessenpoort liggen kansen omtrent de grootschalige opwek en opslag van duurzame energie. Op bedrijventerrein Hessenpoort worden stappen gezet om een energiecluster te ontwikkelen. Zo is een slim lokaal energiesysteem ontwikkeld waarmee het lokale energienet wordt ontlast en is het hoogspanningsstation uitgebreid. Daarnaast is voor Hessenpoort de ambitie om de komende jaren verschillende energieprojecten te clusteren. In dit energiecluster moet ruimte komen voor twee alternatieven voor aardgas: waterstof en groen gas.
Figuur 21: Energiecluster Hessenpoort
Bron: Verkenning Hessenpoort 4, 2021
56 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Met het realiseren van bovenstaande ontwikkelingen worden belangrijke stappen in de energietransitie gezet. De ontwikkelingen ‘kleuren’ Hessenpoort als belangrijk energieknooppunt, zowel op lokaal en regionaal schaalniveau (zie figuur 22).
Figuur 22: Hoofdenergienetwerk
Bovendien valt de beoogde uitbreiding Hessenpoort 4 in het zoekgebied voor de Zwolse en regionale energietransitie. Zo is Tolhuislanden aangemerkt als kansrijke locatie voor het plaatsen van windturbines al dan niet in combinatie met zonneparken op land. Hessenpoort voldoet aan de vereiste locatiekwaliteiten die nodig zijn voor de opwek en opslag van duurzame energie. Bron: HoogspanningsNet Netkaart, 2021 Logischerwijs wordt deze sterke en strategische positie richting de toekomst verder uitgebouwd. Het is bijvoorbeeld mogelijk om ruimte te bieden aan grootschalige batterijen die het surplus aan elektriciteit tijdelijk opslaan, maar bijvoorbeeld ook als locatie voor uitbreiding van energieinfrastructuur zoals onderstations. Ook in Kampen en Meppel staat de omslag naar duurzame energie centraal Kampen en Meppel liggen niet aan het grootschalige energie hoofnetwerk (zie figuur 22). Grootschalige opwek en opslag van duurzame energie op regionaal niveau lijkt daardoor minder realistisch, tenzij er flink wordt geïnvesteerd. Desalniettemin zijn de haventerreinen van Kampen en Meppel essentiële locaties om te verduurzamen. De haven van Kampen is uitermate aantrekkelijk voor duurzame opwek en opslag voor lokaal gebruik. De haven van Kampen heeft de potentie om (gedeeltelijk) zelfvoorzienend te zijn in duurzame energie 13.
Momenteel scoren de (haven)terreinen in Kampen goed op energie en klimaat door aanwezigheid van windenergie, acties op het vlak van warmte/koude-opslag en investeringen in zonne-energie (zie hoofdstuk 2). Daarnaast worden twee transformatoren verzwaard, is de Zuiderzeehaven aangewezen als potentieel kansrijk gebied voor grootschalige opwerk door o.a. windturbines (momenteel is de vergunning voor twee nieuwe windturbines aangevraagd) en liggen de (haven)terreinen dichtbij het energiestation. Bovendien pleiten netbeheerders voor het creëren van geografische clusters van energie infrastructuur en faciliteiten. Reden hiervoor is het minimaliseren van de benodigde extra infrastructuur (kabels en stations) en de doorlooptijd van de ontwikkeling. Het realiseren van extra netinfrastructuur duurt gemiddeld 7 jaar, vanwege ruimtelijke ordeningsprocedures (bron: Deloitte, 2021). Bovendien leent de combinatie zon- en windenergie zich uitstekend voor ‘cable pooling’, waardoor slechts enkele nieuwe aansluitingen op het net noodzakelijk zijn. Ook in het havengebied van Meppel liggen op lager schaalniveau kansen omtrent energie-opwek. Zo is o.a. de aanleg van zonnepanelen op grote bedrijfsdaken te realiseren en is inzet op verzwaring van het stroomnet een belangrijk uitgangspunt (netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de transportcapaciteit).
De urgentie voor verzwaring van het stroomnet neemt verder toe. Momenteel zetten steeds meer energieintensieve bedrijven in op een volledige omslag naar elektriciteit. Dit geeft een forse extra belasting van het stroomnet.
13
Verder onderzoek is noodzakelijk. Welke randvoorwaarden zijn noodzakelijk om deze kans te verzilveren?
57 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
In Meppel worden nieuwe hoog- en middenspanningsstations (op een van de bedrijventerreinen) ontwikkeld. De netbeheerder sluit de hoog- en middenspanningsstations met een directe kabelverbinding aan op het hoogspanningsstation bij Hessenpoort. Daarmee wordt teruglevering van duurzaam opgewekte energie beter mogelijk. Meppel, en in het bijzonder de bedrijven- en haventerreinen dragen kortom bij aan de doorontwikkeling van Hessenpoort ‘als batterij voor de regio’. Daarnaast wordt net naast de Meppelse haven (in gemeente Steenwijkerland) gewerkt aan een plan om een zonnepark (met mogelijk batterijfunctie) van 47 hectare (28 MWp opgesteld vermogen) te ontwikkelen. Ruimtelijke randvoorwaarden gebiedsontwikkeling Om de kansen te verzilveren rondom het transitiepad duurzame energie en nieuwe bedrijvigheid aan te trekken is het van belang dat de gemeenten in PoZ voldoende ruimte en goede randvoorwaarden bieden. We zetten de randvoorwaarden op een rij: • Realiseer kavels met een omvang tussen 2-5 hectare. • Sta minimaal milieucategorie 3.1 toe. Dit is sterk afhankelijk van de precieze activiteiten. • Zet in op cable pooling. Bij cable pooling delen zonne- en windparken één elektriciteitsaansluiting (leidt tot schaalvoordelen). Biedt kortom mogelijkheden voor aansluiting met locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. • Stimuleer clustering van energie-infrastructuur en faciliteiten.
• Stimuleer bedrijven om zonnepanelen aan te schaffen en bij te dragen aan duurzame energie opwek. Op termijn kunnen gemeenten dit verplichten. In de nieuwe Omgevingswet krijgen gemeenten een extra bevoegdheid op basis van Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hiermee kan o.a. het plaatsen van zonnepanelen op daken juridisch verplicht worden bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Tabel 19: Randvoorwaarden grootschalige opwek en opslag van duurzame energie Type ruimtevraag
Type locaties
Grootschalige opwek en opslag van duurzame energie
Reguliere bedrijventerreinen
Bereikbaarheid
n.v.t.
(Energie)infrastructuur en voorzieningen Locatie nabij grootschalige energie infrastructuur, mogelijkheid tot clustering van diverse energiebronnen (voorkomen van versplintering)
Omvang
Milieucategorie
Veelal circa 2 tot 5 ha
3.1 t/m 4.2
6.5 Wat betekent de inkleuring voor de interactie en complementariteit tussen de havengebieden? De havengebieden van PoZ vormen momenteel een complementair geheel. Zoals eerder beschreven (hoofdstuk 2) hebben de havengebieden mede vanwege de ligging en bereikbaarheid verschillende functies in het binnenhavennetwerk. Door verdere inkleuring van de havens met de transitiepaden en icoonprojecten wordt de complementariteit verstevigd. Dit betekent dat elk havengebied een apart cluster binnen PoZ kan vormen. Of dit leidt tot een verhoogde interactie tussen bedrijven in de verschillende havengebieden hangt sterk af van het type bedrijvigheid dat zich in PoZ vestigt en hun bedrijfsstrategie. Dat is nu moeilijk te voorspellen. Interactie tussen de havengebieden zal enkel plaatsvinden als het ene havengebied over een goed of dienst beschikt dat niet (of goedkoper) te verkrijgen is in de overige gebieden. Denk bijvoorbeeld aan het transporteren van waterstof vanuit Kampen richting het havengebied van Meppel. Het is minder realistisch dat de aanvoer- en productielocatie van een goed in verschillende havengebieden op watergebonden kavels landen (bijvoorbeeld voor houtbouw). Reden hiervoor zijn de kosten. Het opknippen van de aanvoer- en productielocatie leidt namelijk tot een toename van de transportbewegingen en daarmee stijgen de transportkosten.
Bovendien is ook de grondprijs van een watergebonden kavel hoog.
58 Onderzoeksrapport: duurzame havenontwikkeling Port of Zwolle
Industriële symbiose Op lager schaalniveau (per havengebied) is interactie beter mogelijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan industriële symbiose. Industriële symbiose houdt in dat reststoffen die overblijven in productieketens, maar bijvoorbeeld ook restwarmte en restenergie, zoveel als mogelijk tussen bedrijven worden uitgewisseld. Bij de doorontwikkeling van PoZ naar een toekomstbestendige, circulaire haven is het faciliteren en realiseren van deze symbiose belangrijk. Om industriële symbiose binnen de havengebieden van PoZ te realiseren is het slim clusteren van (toekomstige) bedrijven op de haven- en bedrijventerreinen van PoZ belangrijk. Bedrijven die elkaars stromen kunnen benutten (lees: complementair aan elkaar zijn) moeten zoveel als mogelijk bij elkaar gevestigd worden. Daarnaast vraagt dit investeringen in faciliteiten/infrastructuur om deze uitwisseling mogelijk te maken, denk bijvoorbeeld aan een leidingnet om restwarmte van bedrijven te onttrekken en over te dragen naar andere bedrijven, maar bijvoorbeeld ook een optimale organisatiegraad en samenwerking tussen de bedrijven op de PoZ-terreinen. Ook hierbij geldt dat de kosten voor het uitwisselen van stromen toeneemt naarmate de af te leggen afstand groter wordt. Hierdoor stijgen de kosten voor aanleg van infrastructuur en transport
6.6 Conclusie: wat betekent de inkleuring voor de icoonprojecten per havengebied? De bestaande bedrijven zijn het uitgangspunt voor de doorontwikkeling. Dit leidt tot een aantal kansrijke koppelingen per havengebied en transitiepad: • Circulaire en biobased bouw is met name kansrijk in Kampen en Meppel. Specifiek is Kampen een aantrekkelijke locatie voor het huisvesten van productie gerelateerde activiteiten. Meppel heeft een sterke uitgangspositie om zich door te ontwikkelingen als grondstoffenknooppunt. • Vergroening van landbouw heeft betrekking op alle havengebieden in PoZ, omdat elk havengebied landbouw gerelateerde bedrijvigheid huisvest. Daarmee vormt PoZ als geheel ook een aantrekkelijke locatie voor nieuwe vestigers. • De terreinen in Kampen en bedrijventerrein Hessenpoort hebben potentie om te fungeren als batterij voor de regio. Specifiek liggen in Kampen kansen om uit te groeien tot het waterstof en groen gas knooppunt voor (zwaar) transport. Hessenpoort ligt strategisch nabij grootschalige energieinfrastructuur, waardoor kansen voor grootschalige energie opwek en opslag zijn te verzilveren. Voor de doorontwikkeling van PoZ zijn vier onderling versterkende icoonprojecten opgesteld (hoofdstuk 1). Deze icoonprojecten geven ontwikkelrichtingen voor de diverse havengebieden. Middels dit onderzoek is de potentie van elk icoonproject per havengebied verder in te kleuren.