1. Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland: rapportage over de luchtkwaliteit in 2023
Tekst van het document
Schone Lucht Akkoord Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een akkoord tussen Rijk, provincies en gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om gezondheidswinst te behalen door in 2030 ten opzichte van 2016 de uitstoot van binnenlandse bronnen minimaal te halveren. Samenwerking is daarvoor essentieel. In Overijssel en Gelderland hebben de twee provincies en daarnaast ook 18 gemeenten het Schone Lucht Akkoord ondertekend, zie Figuur 22.
Figuur 22:
Deelnemende provincies en gemeenten aan Schone Lucht Akkoord (per 2026). Bron: Website Schone Lucht Akkoord Deelnemers.
Pagina
39
Door het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen, kunnen overheden profiteren van de kennis en ervaring die op wordt gedaan in de werkgroepen. Er is budget van het Rijk voor(co)financiering van (pilot)projecten en maatregelen. Bij ondertekening committeert een deelnemer zich aan samenwerking voor gezondere lucht. Elke deelnemende partij stelt een uitvoeringsagenda op en koppelt de voortgang daarvan terug. Op de website www.schoneluchtakkoord.nl staat veel informatie over activiteiten binnen het Schone Lucht Akkoord.
4.1
Verkeer
Wegverkeer is een van de belangrijkste bronnen van fijnstof en stikstofdioxide. Lokale en regionale overheden kunnen veel doen om wegverkeer terug te dringen. Juist op de plekken waar mensen er het meest aan blootgesteld worden. Kies daarbij voor een aanpak aan de bron: minder wegverkeer en verschoning van het resterende wegverkeer. ▪
Geef prioriteit aan actieve mobiliteit (lopen en fietsen) in beleid Maak ruimte voor aantrekkelijke wandel- en fietsverbindingen. Verlaag de maximumsnelheid van het wegverkeer in de bebouwde kom naar 30 km/uur en buiten de bebouwde kom naar 60 km/uur. Zorg voor goede aansluitingen op het openbaar vervoer voor grotere afstanden.
▪
Verminder de hoeveelheid autobewegingen Creëer bijvoorbeeld autoluwe zones of gebieden. Ook het algeheel terugdringen van het volume autoverkeer door het beperken van parkeerruimte en stimuleren van deelvervoer horen hier bij.
▪
Voer milieuzones in voor de meest vervuilende voertuigen Of in de meest strenge vorm: een uitstootvrije zone.
▪
Stel een subsidieregeling op voor de sloop en vervanging van oude voertuigen Bijvoorbeeld voor bestel- en personenauto’s of brom- en snorfietsen.
▪
Verduurzaam het eigen wagenpark en hanteer criteria bij aanbestedingen die bijdragen aan minder uitstoot Ga aan de slag met Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI).
▪
Hanteer een gevoelige bestemmingen beleid Bescherm hooggevoelige bewoners (ouderen, kinderen, zwangeren en mensen met een hart/vaatziekte, diabetes of luchtwegaandoening) door plekken waar zij langdurig verblijven (‘gevoelige bestemmingen’) op afstand van bronnen zoals drukke wegen te situeren.
Pagina
40
Gemeente Nijmegen subsidieert sloop van brom- en snorfietsen Voor deze en meer voorbeeldmaatregelen op het gebied van verkeer, zie GGD GHOR Nederland - luchtmaatregelen wegverkeer. Link: Gemeente Nijmegen subsidieert sloop van brom- en snorfietsen.
4.2
Houtstook
Houtstook levert een grote bijdrage aan de lokale luchtverontreiniging en zorgt naast de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging ook voor geuroverlast. ▪
Stel een gemeentelijk verbod in Bijvoorbeeld een totaal stookverbod of alleen bij bepaalde (weers)omstandigheden of bepaalde plaatsen. Voorbeelden van dergelijke omstandigheden zijn: code rood in de Stookwijzer, alleen in nieuwbouw, bij ongunstig weer, in bepaalde tijdsvakken, alleen buitenshuis. Dit kan onder andere door een wijziging van het omgevingsplan of de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV).
▪
Stel gemeentelijke regels in om overlast beter handhaafbaar te maken In het omgevingsplan kan de gemeente regels stellen voor de stoker om overlast beter handhaafbaar te maken. Het eenvoudigst gaat dat via een informatieplicht, meldplicht of vergunningplicht.
▪
Stimuleer het verwijderen van een schoorsteen door gemeentelijke subsidie Een gemeente kan ook niet-dwingend houtstook verminderen, door subsidie te verstrekken om een schoorsteen te laten verwijderen.
▪
Maak bewoners bewust van de gezondheidseffecten De gemeente kan (bijv. door gebruik te maken van de diverse toolkits) inwoners bewust maken van de nadelen van hout stoken. Het creëren van bewustzijn kan zorgen voor ander (stook)gedrag en/of keuze voor alternatieven.
Pagina
41
In Amersfoort mag je binnenshuis geen hout stoken als de website Stookwijzer.nu code rood of oranje aangeeft Meer voorbeeldmaatregelen op het gebied van houtstook via de website van GGD GHOR Nederland - Houtstook. Link: Beleidsregel zorgplicht bij houtstook Amersfoort | Lokale wet- en regelgeving
4.3
Landbouw
Landbouw zorgt voor uitstoot van ammoniak, stikstofoxiden en fijnstof. Ammoniak en stikstofoxiden spelen een grote rol bij de vorming van secundair fijnstof en stikstofdepositie. Veehouderij zorgt behalve voor luchtverontreiniging en daaraan gerelateerde gezondheidseffecten ook voor specifieke gezondheidsklachten zoals geurhinder, zoönosen en specifieke luchtwegklachten. Voor een deel wordt de uitstoot bepaald door het landelijk stikstofbeleid, maar ook op gemeentelijk of provinciaal niveau zijn verschillende aanpakken mogelijk om de uitstoot van luchtverontreiniging door landbouw te beperken. ▪
Scherp zijn op de bestaande regels in de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving bij veehouderijen.
▪
Stel in de provinciale Omgevingsverordening of het gemeentelijke Omgevingsplan strengere emissiegrenswaarden voor ammoniak en fijnstof.
▪
Beperk de (geur)overlast van veehouderijen zo veel mogelijk door de afstand van woonbebouwing. De GGD’en adviseren in zijn algemeenheid tenminste 250 meter afstand aan te houden tussen veehouderijen en nieuw te bouwen gevoelige bestemmingen, zoals woningen. Voor geitenhouderijen is dat tenminste 1000 meter.
Pagina
42
De Overijssele omgevingsdiensten en de provincie ontwikkelde de Luchtwassercheck: een tool die toezichthouders helpt bij het analyseren en beoordelen van de gegevens van elektronische monitoring van luchtwassers voor veehouderijen. Meer voorbeeldmaatregelen op het gebied van landbouw via de website van GGD GHOR Nederland – Landbouw. Link: Luchtwassercheck.nl - Provincie Overijssel
4.4
Industrie
Luchtvervuiling uit de industrie draagt bij aan zowel fijnstof- als stikstofdioxide-verontreiniging en de daarmee samenhangende negatieve gezondheidseffecten. Het is nodig om daarvoor ambitieus provinciaal en gemeentelijk beleid op te stellen, want (alleen) nieuwe vergunningen worden daaraan getoetst. Behalve luchtverontreiniging geeft industrie ook andere ongezonde emissies (bijv. geur, geluid) die soms met dezelfde maatregelen aangepakt kunnen worden. ▪
Scherp vergunnen op basis van de best beschikbare technieken (BREF).
▪
Verbeteren van toezicht en handhaving.
▪
Beperk de (geur)overlast van bedrijven zo veel mogelijk door de afstand van woonbebouwing.
Pagina
43
De vergunningsverlening is hét moment om eisen te stellen aan de fijnstofuitstoot van bedrijven. Daarom heeft SLA een modeltekst voor VTH-beleid (vergunning, toezicht en handhaving). Zie voor meer voorbeelden van maatregelen op het gebied van industrie op de website van GGD GHOR Nederland – Industrie.
4.5
Scheepvaart
In de gebieden dichtbij de grote rivieren, kanalen en zeehavens zijn er dan ook veel meer gezondheidseffecten toe te schrijven aan scheepvaart dan elders. Lokale en regionale overheden hebben over het algemeen beperkt invloed. Ook op binnenvaart is de beleidsruimte voor gemeente, provincie of omgevingsdienst beperkt. Maatregelen zijn vooral gericht op havens, opdrachtgeven en inkoop van eigen vaartuigen of diensten waar vaartuigen in gebruikt worden. ▪
Leg faciliteiten voor walstroom De scheepsmotor hoeft dan niet continu te draaien voor de elektriciteitsvoorziening als het schip aangemeerd is. Dat beperkt behalve luchtemissies ook emissie van geluid.
▪
Streef naar een zero-emissie binnenhaven.
▪
Differentieer havengelden naar uitstoot van het schip. Of geef schone schepen andere voordelen.
Pagina
44
In de Nijmeegse havengebieden geldt een generatorverbod voor schepen en vaartuigen als walstroom beschikbaar is. Zie voor meer voorbeelden van maatregelen op het gebied van scheepvaart de website van GGD GHOR Nederland Scheepvaart. Link: Schepen afmeren - Gemeente Nijmegen
4.6
Mobiele werktuigen
Mobiele werktuigen omvatten een groot spectrum aan apparaten, van kleine werktuigen zoals bladblazers tot grote werktuigen zoals veegwagen of landbouwwerktuigen. Ook aggregaten en werktuigen in de bouw en infrastructuur (hijskranen, bulldozers) behoren tot de mobiele werktuigen. Ondanks dat het aantal mobiele werktuigen relatief gering is, dragen zij in belangrijke mate bij aan de luchtverontreiniging. Mobiele werktuigen gaan vaak tientallen jaren mee, waardoor de verschoning langzaam gaat. Wel zijn er steeds meer emissieloze alternatieven voorhanden. De ontwikkelingen gaan hierbij snel. ▪
Word lid van het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) De partijen in dit convenant hebben zich tot doel gesteld om werk-, voer- en vaartuigen gebruikt binnen de bouw-, onderhouds- en sloopsector te verduurzamen.
▪
Verduurzaam eigen (gemeentelijke) mobiele werktuigen en diensten waarin mobiele werktuigen een rol spelen Ga aan de slag met Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI).
▪
Neem de uitstoot van mobiele werktuigen mee in de gunningscriteria voor openbare aanbestedingen Ga aan de slag met Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI).
▪
Zet in op schonere evenementen Door regels op te nemen in het evenementenbeleid, voorwaarde op te nemen in de vergunningverlening, faciliteren of door een convenant te sluiten met de evenementensector.
Pagina
45
Zwolle past de MVOI-criteria toe in hun inkopen om bij te dragen aan een succesvolle invoering van zero-emissie zones. Zie voor meer voorbeelden van maatregelen op het gebied van mobiele werktuigen de website van GGD GHOR Nederland – Mobiele werktuigen. Link: Actieplan MVOI 2025 Zwolle
4.7
Overige bronnen
Naast de belangrijke bronnen van verkeer, houtstook, landbouw en industrie zijn er nog andere bronnen die bijdragen aan de luchtverontreiniging, zoals luchtvaart en handel, diensten en overheid (HDO). Ook hier zijn verschillende aanpakken mogelijk om de luchtkwaliteit te verbeteren. Op de website van GGD GHOR Nederland is een compleet overzicht te vinden van maatregelen per bron.
Pagina
46
5. Literatuurlijst Dijkema, M., van de Weerdt, R., Zuurbier, M., (2023). Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel rapportage december 2023 over de luchtkwaliteit in 2021. Arnhem: GGD Gelderland-Midden. Gezondheidsraad (2018). Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad. www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2018/01/23/gezondheidswinst-door-schonere-lucht Gezondheidsraad (2021). Risico's van ultrafijnstof in de buitenlucht. Den Haag: Gezondheidsraad. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2021/09/15/risicos-van-ultrafijnstof-in-debuitenlucht Gezondheidsraad (2025). Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel II. Gezondheidsimpact van wonen nabij geitenhouderijen en mogelijkheden voor beperking gezondheidsrisico’s. GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (2024) van de GGD regio’s in Gelderland en Overijssel Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) (2022), Trendprognose wegverkeer 2022-2027. www.kimnet.nl/publicaties/notities/2022/05/30/trendprognose-wegverkeer-2022-2027 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2023). Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid | Mobiliteitsbeeld 2023 OVV (2023). Industrie en omwonenden, https://www.onderzoeksraad.nl/nl/page/18693/industrie-enomwonenden PBL (2022). Toegang voor iedereen? Een analyse van de (on)bereikbaarheid van voorzieningen en banen in Nederland. Den Haag: PBL.
www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-toegang-vooriedereen-4932.pdf Raad voor de Volksgezondheid. (2021). Een eerlijke kans op gezond leven. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-94012c62-4d20-44d6-8f93-ef2a42bb27a5/pdf RIVM (2021). Impactvolle determinanten: Luchtkwaliteit. Bilthoven: RIVM. www.rivm.nl/sites/default/files/2021-07/LR_012065_131709_Factsheet_luchtkwaliteit_V5.pdf RIVM (2023). Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland. Bilthoven: RIVM RIVM (2023b). Factsheet Effect van houtstook op luchtkwaliteit en gezondheid. Bilthoven: RIVM RIVM (2023c). Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2023 RIVM (2024). Monitoringrapportage MLK 2024. Stand van zaken luchtkwaliteit Nederland. Bilthoven: RIVM
Pagina
47
RIVM (2024b) Naar een gezonde leefomgeving in een veranderend klimaat. Themaverkenning bij de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024. Bilthoven: RIVM RIVM (2024c). Monitoringsrapportage Doelbereik Schone Lucht Akkoord. Tweede voortgangsmeting. Bilthoven: RIVM RIVM (2025). Tussenrapportage overschrijdingen EU-grenswaarden in 2030. Bilthoven: RIVM Schijndel, M. van (2020). Toelichting emissieraming landbouw 2020 - 2030. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. https://www.pbl.nl/publicaties/toelichting-emissieraming-landbouw-2020-2030 TNO (2025). Prognoses van energie en emissies van houtkachels en haarden in woningen tot 2040 Van de Weerdt, R., Zuurbier, M., Willems, J., & Dijkema, M. (2022). Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland - rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019. Arnhem: GGD GelderlandMidden. Velders G.J.M. et al. (2020). Effects of European emission reduction on air quality in the Netherlands and the associated health effects. Atmospheric Environment. Visschedijk, A, R. Dröge, H. Denier van der Gon (2023), Overlast houtstook kan gaan stijgen, Drie verkennende scenario’s over het effect van toenemend houtgebruik op luchtkwaliteit, Tijdschrift Lucht 2023, issue 3, p8-11 WHO. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide.
Geneva: World Health Organisation. apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/345329/9789240034228-eng.pdf?sequence=1&isAllowed=y Van der Zee, van de Weerdt, R., Jacobs J. en Gehring, U. (2023). GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid. Update 2023. (Publicatie verwacht: Eind 2023 op: https://awgl.nl/projecten/ggdrekentool-luchtkwaliteit-en-gezondheid. WHO (2025). Health risks of air pollution in Europe: HRAPIE-2 project: updated guidance on concentration–response functions for health risk assessment of air pollution in the WHO European Region. Geraadpleegde websites: Website Centraal Bureau voor de Statistiek: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/45/voor-het-eerstmeer-autokilometers-dan-voor-corona (geraadpleegd 12 januari 2026) Website Centraal Bureau voor de Statistiek: Bijna 1 op de 3 huishoudens met haard of kachel stookte meer in 2023 (geraadpleegd 12 januari 2026) Website CLO Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw 1990-2022: https://www.clo.nl/indicatoren/nl009936-emissies-naar-lucht-door-de-land-en-tuinbouw-1990-2022 (geraadpleegd op 18 februari 2026)
Pagina
48
Website CLO Emissies naar lucht door de energievoorziening 1990-2022: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0121-emissies-naar-lucht-door-de-energievoorziening (geraadpleegd op 17 februari 2026) Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990-2023: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0127-wegverkeer-volumeontwikkeling-en-milieudruk (geraadpleegd op 18 februari 2026) Website Emissieregistratie Condenseerbaar fijnstof: https://www.emissieregistratie.nl/onderwerpen/condenseerbaar-fijnstof (geraadpleegd op 13 oktober 2023) Webiste EU: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=OJ:L_202402881 (geraadpleegd 12 januari 2026) Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht: gcn-app.rivm.nl (geraadpleegd op 1 september 2023) Website GGD GHOR Nederland Advies Houtrook: https://ggdghor.nl/onderwerp/houtrook/ (geraadpleegd op 12 januari 2026) Website GGD GHOR Nederland Gezondheidsrisico’s rondom veehouderijen: duiding advies Gezondheidsraad: https://ggdghor.nl/actueel-bericht/gezondheidsraad-rondom-veehouderijen-eersteduiding/ (geraadpleegd 18 februari 2026) Website GGD GHOR Nederland Luchtverontreiniging GGD advisering: https://ggdghor.nl/onderwerp/luchtverontreiniging/#ggd-advisering (geraadpleegd op 12 januari 2026) Webiste Informatiepunt Leefomgeving (IPLO): https://iplo.nl/thema/lucht/lucht-omgevingswaarden/ (geraadpleegd op 12 januari 2026)
Website RIVM: Bijdrage houtstook aan uitstoot en luchtkwaliteit (geraadpleegd 26 januari 2026) Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medischemilieukunde-luchtkwaliteit-en-gezondheid (geraadpleegd op 12 januari 2026) Website RIVM GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmkveehouderij (geraadpleegd op 18 februari 2026) Website RIVM Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen op de RIVM website bij de Monitoringsrapportage NSL van 2022 over 2021: https://www.rivm.nl/documenten/rapport-2022-0142bijlage-onderbouwingen-verkeer-en-veehouderijen (geraadpleegd op 6 oktober 2023) Website Schoon en Emissieloos Bouwen: https://www.opwegnaarseb.nl/convenant (geraadpleegd op 30 oktober 2023)
Pagina
49
Website Schone Lucht Akkoord Deelnemers: https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-luchtakkoord/deelnemers/ (geraadpleegd op 17 februari 2026)
Pagina
50
Bijlage 1 - Wat is luchtverontreiniging Luchtverontreiniging bestaat uit een complex mengsel van allerlei gassen en deeltjes in de lucht. Een deel van deze gassen en deeltjes hebben een natuurlijke oorsprong, maar zij worden vooral door menselijke activiteiten veroorzaakt. De best bestudeerde stoffen in het luchtverontreinigingsmengsel zijn het gas stikstofdioxide (NO2), dat voornamelijk vrijkomt bij verbrandingsprocessen, en fijnstof (deeltjes). Blootstelling versus concentratie Luchtkwaliteitskaarten geven over het algemeen de concentratie van deze componenten aan. In dit rapport kiezen we nadrukkelijk voor blootstelling. Bij blootstelling wordt meegenomen waar mensen wonen. Daarmee is blootstelling een betere maat voor gezondheid dan de concentratie. In Bijlage 6 is beschreven hoe deze blootstelling is bepaald. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat ontstaat bij verbrandingsprocessen door oxidatie van stikstof uit de lucht. NO2 is een belangrijke indicator voor de uitstoot van wegverkeer. Daarnaast is NO 2 zelf ook schadelijk voor de gezondheid. Wanneer stikstof neerslaat in de natuur (stikstofdepositie) kan het natuurschade veroorzaken. Fijnstof Afhankelijk van de deeltjesgrootte wordt fijnstof uitgedrukt in PM2,5 en PM10. Met PM10 wordt die fractie stofdeeltjes bedoeld die kleiner zijn dan 10 µm.
Bij PM2,5 gaat het om de stofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 µm. Ultrafijnstof zijn deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm. Fijnstof varieert sterk in herkomst. Een deel ontstaat ten gevolge van menselijk handelen, zoals verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, houtstook en sigarettenrook. Ook bij andere activiteiten, zoals het overslaan van bulkgoederen (bijvoorbeeld het verladen van graan van vrachtwagen naar silo), door slijtage van banden en wegdek en in de veehouderij (stallen) ontstaat fijnstof. Een ander deel ontstaat van nature; denk hierbij aan opwaaiend (zand)stof en zeezout. De chemische samenstelling van fijnstof kan sterk variëren en is afhankelijk van de aanwezige bronnen. Ook ontstaat fijnstof wanneer verschillende (gasvormige) verontreinigingen zoals ammoniak met elkaar reageren: secundair fijnstof (zie ook Figuur 24). Deze processen vinden over grote afstanden (tientallen kilometers) plaats. Het secundair fijnstof draagt daarmee bij aan de deken van fijnstof die over Nederland heen ligt. Het secundair fijnstof draagt in Nederland gemiddeld 35-40% bij aan de concentratie van PM10 en 45-50% van PM2,5 (RIVM, 2013). Omdat de stikstofhoudende deeltjes fijnstof uiteindelijk neerslaan (depositie), spelen ze een belangrijke rol in vermesting (stikstofproblematiek).
Maar ammoniak is zo dus ook van belang voor de gezondheid vanwege de bijdrage aan de fijnstofproblematiek. Deeltjes met een diameter kleiner dan 10 µm (PM10) kunnen in de bovenste luchtwegen terechtkomen. Deeltjes kleiner dan 2,5 µm (PM2,5) bereiken ook de lagere luchtwegen. Zowel PM10 als PM2,5 wordt uitgedrukt in gewicht per volume lucht (µg/m3), de fijnere fractie (PM2,5) van het fijnstof maakt deel uit van PM10.
Pagina
51
Figuur 23:
Figuur 24:
Grootteverdeling van verschillende vormen van deeltjesvormige luchtverontreiniging in verhouding tot een menselijke haar en zandkorrels (Bron: (Gezondheidsraad, 2021).
Vorming van secundair fijnstof uit gasvormige uitstoot van verkeer en landbouw (veeteelt) (Bron: Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid).
Ultrafijnstof Ultrafijnstof (UFP) in de buitenlucht bestaat uit een mengsel van deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm en die vrijkomen bij allerlei verbrandingsprocessen. Deze deeltjes zijn zo klein (zie ook Figuur 23) dat ze na inademing diep in de longen terechtkomen, waarna ze via de bloedbaan elders in het lichaam invloed kunnen hebben. De Gezondheidsraad concludeerde in 2021 dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat ook langdurige blootstelling aan ultrafijnstof een negatieve invloed heeft op de gezondheid. En dat deze boven op de effecten van andere componenten van luchtverontreiniging komt (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad heeft daarom geadviseerd ultrafijnstof in Nederland
Pagina
52
structureel te gaan monitoren. Op dit moment is er beperkt informatie beschikbaar over blootstelling aan ultrafijnstof en gezondheidseffecten daarvan. Daarom is ultrafijnstof niet opgenomen in dit rapport. Wel is duidelijk dat de UFP-concentratie sterk verhoogd is in de buurt van lokale bronnen, zoals wegverkeer, vliegverkeer en industrie (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad adviseert om een zo groot mogelijke afstand aan te houden tot drukke (snel)wegen om de blootstelling aan ultrafijnstof te beperken.
Pagina
53
Bijlage 2 - Wat zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen jaren, mede dankzij inspanningen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, verbeterd. Toch veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds veel schade aan de gezondheid en zorgt voor vroegtijdige sterfte. Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Door het inademen van luchtverontreinigende stoffen kunnen de luchtwegen blijvende schade oplopen, uiteenlopend van astma tot longkanker. Door reacties in het lichaam kunnen de ingeademde deeltjes ook leiden tot gezondheidseffecten op andere plekken in het lichaam, waaronder hart- en vaatziekten als hartritmestoornissen en vernauwing of verstopping (infarct) van de bloedvaten (Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid; Gezondheidsraad, 2018, WHO 2025). Iedereen kan ziek worden door luchtverontreiniging, maar kinderen, ouderen, mensen met luchtweg-, hart- en vaatziekten of diabetes en zwangeren (i.v.m. hun ongeboren kind) zijn hier extra gevoelig voor en lopen een hoger risico. (Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid).
De Gezondheidsraad concludeerde dat de levensverwachting in Nederland in 2014 gemiddeld bijna een jaar korter was dan in een situatie zonder luchtverontreiniging (Gezondheidsraad, 2018). Het RIVM berekende in 2024 dat luchtverontreiniging verantwoordelijk is voor 3,3% van de ziektelast in Nederland. De ziektelast wordt berekend aan de hand van de verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte, het aantal jaren dat we leven met gezondheidsproblemen en de ernst daarvan. Na roken is luchtverontreiniging één van de belangrijkste vermijdbare risicofactoren, meer dan factoren als alcohol of overgewicht (RIVM 2024b). Deze grote gezondheidsschade door luchtverontreiniging in Nederland treedt op terwijl de luchtkwaliteit bijna overal aan de wettelijke normen voldoet (RIVM 2020). Dit komt omdat iedereen, levenslang vervuilde lucht inademt en er geen drempel lijkt te zijn waaronder geen gezondheidseffecten optreden (WHO 2021). Nog niet te kwantificeren effecten Luchtverontreiniging veroorzaakt nog veel meer gezondheidseffecten. Er is bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijke kennis over de invloed van langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging op het ontstaan van dementie, diabetes type 2 en autisme (WHO 2025). Deze effecten kunnen op basis van de huidige wetenschappelijke kennis momenteel echter (nog) niet met voldoende zekerheid worden gekwantificeerd.
Pagina
54
Bijlage 3 - Blootstellingsgegevens per gemeente (2023) Overijssel: gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente in 2023 Gemeente
NO2 (µg/m³)
PM10 (µg/m³)
PM2,5 (µg/m³)
Gemiddelde
Gemiddelde
Gemiddelde
Almelo
9
14,7
8,1
Borne
9,5
14,6
8,1
Dalfsen
8
13,9
7,3
Deventer
9,9
14,5
7,9
Dinkelland
7,5
13,6
7,3
Enschede
9,2
14,3
7,9
Haaksbergen
8,1
14,2
7,8
Hardenberg
7,8
13,7
7,2
Hellendoorn
8
14,1
7,7
Hengelo
10
14,5
8
Hof van Twente
8,4
14,3
7,9
Kampen
9,1
13,8
7,2
Losser
7,8
13,7
7,4
Oldenzaal
8,8
14,0
7,6
Olst-Wijhe
8,2
14,1
7,6
Ommen
7,5
13,8
7,3
Raalte
8,3
14,2
7,7
Rijssen-Holten
8,9
14,5
8
Staphorst
8,5
13,8
7,2
Steenwijkerland
6,8
13,0
6,6
Tubbergen
7,7
13,8
7,4
Twenterand
7,8
14,1
7,6
Wierden
9,3
14,5
8
Zwartewaterland
8,2
13,8
7,3
Zwolle
10,3
14,2
7,6
Gelderland: gemiddelde blootstelling van woningen per gemeente in 2023 Gemeente
NO2 (µg/m³)
PM10 (µg/m³)
PM2,5 (µg/m³)
Gemiddelde
Gemiddelde
Gemiddelde
Aalten
8,8
14,1
7,8
Apeldoorn
10,1
14,6
8
Arnhem
13,4
15,6
8,8
Barneveld
10,4
16,2
8,6
Berg en Dal
9,4
14,6
8,2
Pagina
55
Gemeente
NO2 (µg/m³)
PM10 (µg/m³)
PM2,5 (µg/m³)
Gemiddelde
Gemiddelde
Gemiddelde
Berkelland
8,7
14,1
7,8
Beuningen
12,7
15,5
8,8
Bronckhorst
8,7
14,1
7,8
Brummen
8,6
14,4
7,9
Buren
10,2
15,2
8,5
Culemborg
10,8
15,5
8,6
Doesburg
9,7
14,5
8,2
Doetinchem
10,2
14,7
8,2
Druten
11,1
15,5
8,7
Duiven
10,2
15,0
8,5
Ede
11
16,2
8,9
Elburg
8,4
14,0
7,4
Epe
8,1
14,0
7,5
Ermelo
8,8
15,0
8,1
Harderwijk
10,4
14,8
8
Hattem
9,3
14,1
7,5
Heerde
8,3
14,1
7,6
Heumen
11,8
15,2
8,6
Lingewaard
10,8
15,2
8,6
Lochem
8,7
14,2
7,7
Maasdriel
11,7
15,5
8,8
Montferland
10
14,6
8,1
Neder-Betuwe
11,8
15,8
8,9
Nijkerk
11,3
15,6
8,4
Nijmegen
13,1
15,6
8,8
Nunspeet
8,1
14,3
7,5
Oldebroek
8,6
13,9
7,4
Oost Gelre
9,1
14,3
7,9
Oude IJsselstreek
9,2
14,5
8,1
Overbetuwe
11,5
15,3
8,6
Putten
9,1
15,2
8,2
Renkum
10,2
15,1
8,5
Rheden
11,2
15,0
8,4
Rozendaal
11,3
15,2
8,5
Scherpenzeel
10,3
16,2
8,8
Tiel
12,6
15,7
8,9
Voorst
9,2
14,2
7,8
Wageningen
11,1
15,4
8,6
Pagina
56
Gemeente
NO2 (µg/m³)
PM10 (µg/m³)
PM2,5 (µg/m³)
Gemiddelde
Gemiddelde
Gemiddelde
West Betuwe
12,1
15,5
8,7
West Maas en
11,5
15,5
8,7
Waal Westervoort
11,1
15,5
8,9
Wijchen
11,5
15,4
8,8
Winterswijk
8,4
14,0
7,7
Zaltbommel
12,6
15,6
8,8
Zevenaar
10
14,6
8,2
Zutphen
9,9
14,4
8
Pagina
57
Bijlage 4 - Nationale concentraties en nationale trend Blootstelling aan NO2, PM2,5 en PM10 in Nederland In Figuur 25 staat de blootstelling aan NO2 ,PM2,5 en PM10 in 2024 in heel Nederland. De blootstelling aan NO2 is het hoogste in gebieden met een relatief hoge verkeersintensiteit. De blootstelling aan PM10 is het hoogste in de randstad en in verschillende plattelandsgemeenten. Dat is te verklaren met een hogere verkeersintensiteit in de grote steden en de aanwezigheid van veehouderijen op het platteland. Dat geldt grotendeels ook voor de PM2,5 blootstelling, maar lokale bronnen dragen relatief weinig bij aan de lokale concentratie en een deel is afkomstig van het buitenland.
Pagina
58
Figuur 25:
Concentraties van NO2, PM2,5 en PM10 in Nederland in 2024.
De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland flink verbeterd door luchtbeleid van Europa, Nederland, provincies en gemeenten. Nederlanders leven door de tussen 1980 en 2015 genomen maatregelen ongeveer zes jaar langer (Velders G.J.M., 2020). Maatregelen hebben dus een groot effect gehad op de luchtkwaliteit. Met nieuwe maatregelen kunnen we ook de huidige, nog steeds grote, ziektelast (volgens cijfers van het RIVM vergelijkbaar met overgewicht) verminderen. Nationale trend in concentraties De daling van de NO2-concentraties is sinds eind jaren tachtig gaande. De daling in de fijnstof concentraties door de jaren heen komt vooral door emissiebeperkende maatregelen bij verkeer,
Pagina
59
industrie en de energiesector. Een deel van deze winst is echter verloren gegaan door toename van het aantal gereden kilometers, zwaardere voertuigen, hogere snelheden en een hogere belading. In Figuur 26 zijn de landelijke stedelijke achtergrondconcentraties van NO 2 en PM10 weergegeven voor jaren 2004-2024.
Figuur 26:
Landelijke stedelijke achtergrondconcentratie van NO2, PM2,5 en PM10 in de periode 20042024. Voor PM2,5 zijn de gegevens vanaf 2008 beschikbaar. Bron: website Compendium voor de Leefomgeving.
Pagina
60
Bijlage 5 - Onderzoeksmethode Achtergrond berekeningen en metingen Luchtverontreiniging kan worden berekend en gemeten. Beide methoden kennen voor- en nadelen en onzekerheden, zoals beschreven in de GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid Website RIVM GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid. Als het gaat om gezondheid in relatie tot luchtkwaliteit is het belangrijk de blootstelling van inwoners te kennen. De blootstelling van de inwoners kan berekend worden door de concentratie op het woonadres te berekenen met de Rekentool Luchtkwaliteit van het CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) in combinatie met gegevens over de panden uit de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) en bevolkingsgegevens van het CBS. Met deze methode kan de bijdrage van wegverkeer op de woningen nauwkeurig worden meegenomen, indien informatie beschikbaar is over de hoeveelheid (lokaal) verkeer. De lokale bijdrage van wegverkeer wordt ingeschat op basis van verkeersintensiteiten die door gemeenten en provincies zelf worden aangeleverd. De meeste gemeenten doen dit niet elk jaar. Een deel van deze data is daarmee verouderd.
Voor de meeste gemeenten zijn de gegevens enkele jaren oud, voor een enkele gemeente al 10 jaar oud (zie rapport Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen op de RIVM website bij de Monitoringsrapportage NSL van 2022 over 2021) en voor een aantal gemeenten zonder grote gemeentelijke wegen zelfs geheel niet beschikbaar. Dat betekent dat de lokale bijdrage van wegverkeer niet goed ingeschat kan worden. De bijdragen van industrie en veehouderij zijn iets minder nauwkeurig, want deze bijdragen worden berekend aan de hand van vergunde emissies. De uitstoot van andere bronnen als scheepvaart en houtrook is met nog meer onzekerheden omgeven. Lokale omstandigheden kunnen er bovendien voor zorgen dat de blootstelling lokaal lager of hoger is dan berekend. Door de gegevens te middelen over gemeenten en buurten wordt een zo betrouwbaar mogelijk beeld gegeven van de jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide. Op basis van de concentraties NO2, PM2,5 en PM10 van het rekenjaar 2023 is per adreslocatie bepaald welke concentratie op dat adres aanwezig is. De concentraties op de adreslocaties zijn vervolgens gemiddeld voor de verschillende ruimtelijke schaalniveaus van buurt en gemeente. Voor de gemeente- en buurtindeling is uitgegaan van de indeling op 1 januari 2023.
Rekenmethode gezondheidseffecten De gezondheidseffecten van blootstelling aan stikstofdioxide en fijnstof zijn berekend met de in 2023 vernieuwde GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid (van de Weerdt, Gehring en van der Zee, 2023), eveneens toegepast in de voortgangsmeting van het Schone Lucht Akkoord (RIVM 2024c) en de Volksgezondheidstoekomstverkenning van het RIVM ((VTV-2024, RIVM 2024b). De berekeningen binnen het Schone Lucht Akkoord, in andere beleidsanalyses door het RIVM en de berekeningen van de GGD zijn dus op elkaar afgestemd. De rekentool is geactualiseerd ten opzichte van de rekentool uit 2021, die gebruikt is in de rapportages luchtkwaliteit Gelderland (2021 en voorgaande jaren) en Overijssel (2022). De rekentool is wel hetzelfde als in de vorige rapportage in 2023. De berekeningen uit de huidige rapportage zijn daarom niet direct vergelijkbaar met rapportages van voor 2021. Om een trend te kunnen aangeven in
Pagina
61
gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, is daarom in de huidige rapportage ook berekend wat de gezondheidseffecten waren in 2013, op basis van de blootstellingsgegevens van 2013 en de huidige rekentool. De rekentool is gemaakt door GGD Gelderland-Midden en GGD Amsterdam in samenwerking met Universiteit Utrecht en het RIVM. Op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten over de effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid, is nagegaan voor welke gezondheidseffecten een causale of een waarschijnlijk causale relatie met componenten van luchtverontreiniging met voldoende wetenschappelijke zekerheid kan worden vastgesteld. Hiervoor zijn onder recente publicaties van de US-EPA en de WHO gebruikt. De GGD Rekentool is beschikbaar via https://www.awgl.nl/projecten. Met behulp van de rekentool hebben we berekend wat de bijdrage van luchtverontreiniging door PM10, PM2,5 en NO2 is aan verschillende gezondheidseffecten. Hiervoor worden de blootstellingrespons relatie en de incidentie van het gezondheidseffect in de Nederlandse populatie (in het jaar 2021) voor de betreffende leeftijdscategorie gebruikt. De uitkomst is beschreven als het aantal cases dat toegeschreven kan worden aan de blootstelling aan luchtverontreiniging (attributieve cases) en als percentage van de blootstelling aan de totale ziektelast. In Tabel 15:
Overzicht van de gezondheidseffecten die kunnen worden doorgerekend met de GGD
rekentool met daarbij aangegeven voor welk deel van populatie de relatie geld en op basis van welke blootstellingsindicator.Tabel 15 zijn de gezondheidseffecten met de bijbehorende blootstellingsindicatoren gegeven die in de GGD Rekentool zijn opgenomen. Voor enkele gezondheidseffecten (vroegtijdige sterfte, ziekenhuisopnamen door astma en vermindering longfunctie bij kinderen) kan je de gezondheidseffecten met zowel fijnstof als NO2 doorrekenen. De studies waaruit de effectschattingen komen, berekenen doorgaans het effect van één component op een gezondheidseffect en daarbij wordt gecorrigeerd voor blootstelling aan andere componenten. Uit deze studies blijkt dat na correcties voor de aanwezigheid van de andere component, zowel NO 2 als fijnstof een effect hebben op de gezondheid. Door de correlatie tussen de verschillende componenten (op plekken waar meer fijnstof voorkomt, komt vaak ook meer NO2 voor en andersom) is het niet mogelijk om deze effecten helemaal uit elkaar te trekken. We verwachten daarom dat als je de gezondheidseffecten die berekend zijn met de afzonderlijke componenten bij elkaar optelt, er enige dubbeltelling zal zijn. Daarom presenteren we de berekeningen voor de verschillende componenten apart. De rekentool biedt ook verschillende dosis-effectrelaties waarmee het verlies aan levensdagen per inwoner op het gehele leven kan worden vastgesteld.
Het kan worden berekend op basis van de blootstelling aan ofwel PM2,5, ofwel NO2, ofwel door een gelijktijdige blootstelling aan PM2,5 en NO 2. Uit iedere dosis-effectrelatie volgt een eigen effectschatting. Effectschattingen kunnen niet zonder meer opgeteld worden. In dit rapport kiezen we ervoor de indicator ‘gelijktijdige blootstelling aan NO 2 en PM2,5’ toe te passen. Dat is overeenkomstig met de berekeningen van het RIVM voor de monitoring van het Schone Lucht Akkoord en de Volksgezondheidstoekomstverkenning.
Pagina
62
Tabel 15:
Overzicht van de gezondheidseffecten die kunnen worden doorgerekend met de GGD rekentool met daarbij aangegeven voor welk deel van populatie de relatie geld en op basis van welke blootstellingsindicator.
Gezondheidseffect
Leeftijdscategorie (jaren)
Blootstellingsindicator
Vroegtijdige sterfte
30+
PM2,5, NO2
Laag geboortegewicht
0-1
PM2,5
Incidentie astma kinderen
0-18
NO2
Afname longfunctie
0-18
NO2, PM2,5
Incidentie hartinfarct
35+
PM2,5
Incidentie beroerte
35+
PM2,5
Ziekenhuisopnames astma
Alle leeftijden
NO2, PM2,5
Ziekenhuisopnames COPD
Alle leeftijden
PM2,5
Ziekenhuisopnames ischemische
Alle leeftijden
NO2
50+
PM2,5
hartziekten Longkanker
Daarnaast bevat de GGD Rekentool de zogenaamde “meerookmethode”. De meerookmethode heeft als doel om luchtverontreiniging uit te drukken in het aantal passief gerookte sigaretten per dag om daarmee in de risicocommunicatie de mate van verontreiniging van de buitenlucht uit te drukken in een vergelijkbare bekende risicofactor, namelijk inhalatie van omgevingstabakrook (passief roken). De indicatoren waarop de meerookmethode is gebaseerd zijn PM2,5 en NO 2. De overeenkomende gezondheidsuitkomsten waarop de vergelijking is gebaseerd zijn cardiovasculaire sterfte, longkanker, laag geboortegewicht en afname van de longfunctie. Vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging: verschillende cijfers Voor vroegtijdige sterfte hanteren verschillende organisaties verschillende berekeningen. Het is belangrijk om naar de definities en gebruikte methodes te kijken bij het vergelijken van verschillende berekeningen. Wij rapporteren hier het effect van sterfte door PM2,5 en NO2 samen, overeenkomstig de monitoring van het Schone Lucht Akkoord door het RIVM (2024c). In eerdere rapportages van RIVM of Gezondheidsraad (Gezondheidsraad, 2018) wordt veelal een (verouderde) relatie met PM10 en NO 2 samen gebruikt. De Gezondheidsraad heeft destijds voor heel Nederland berekend dat in 2013 de vroegtijdige sterfte 9 maanden was door fijnstof plus 4 maanden door NO 2, dus samen 13 maanden.
Het RIVM rekende tot op heden in het Schone Lucht Akkoord ook met vroegtijdige sterfte door PM10 en NO2 samen, maar rapporteert de vroegtijdige sterfte van door beleid te beïnvloeden luchtverontreiniging. Zij telden een achtergrondconcentratie van 5 µg/m³ niet mee. De SLA-monitoring uit 2024 zullen zowel de effecten van de totale hoeveelheid luchtverontreiniging als van het door beleid te beïnvloeden deel inzichtelijk worden gemaakt.
Pagina
63
Bijlage 6 - Gemeenten in Gelderland en Overijssel
Pagina
64
Maart 2026 Het Bovenregionaal Team Milieu & Gezondheid in Gelderland en Overijsel is een samenwerking van GGD IJsselland, GGD Twente, GGD Noord- en Oost Gelderland, GGD Gelderland-Midden en GGD Gelderland-Zuid. Het team ondersteunt op basis van specifieke expertise deze vijf GGD’en bij de uitvoering van hun taken op het gebied van milieu en gezondheid (Wet Publieke Gezondheid) en heeft daarnaast (beperkt) ruimte om opdrachten voor derden uit te voeren.