1. Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland: rapportage over de luchtkwaliteit in 2023
Tekst van het document
Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland Rapportage over de luchtkwaliteit in 2023
Auteurs:
Roel Kerkhoff Marieke Dijkema Bovenregionaal Team Milieu & Gezondheid in Gelderland en Overijssel
Maart 2026
Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland Auteurs Roel Kerkhoff Marieke Dijkema Bovenregionaal Team Milieu en Gezondheid van de GGD’en in Overijssel en Gelderland Met medewerking van Francée Aarts Sigourney Arens-Klaunig Roos van den Broek Jara Lomme Gunnar Lukassen Bart Smulders Van de GGD’en Gelderland en Overijssel
Verantwoording Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht van de vijf GGD’en in Overijssel en Gelderland. De blootstellingsgegevens zijn afkomstig van het RIVM. De analyses en interpretatie van gegevens zijn uitgevoerd door de auteurs van dit rapport. Er is hierbij gebruik gemaakt van de ‘Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid’ (2023) van GGD, Universiteit Utrecht en RIVM. Ook is er gebruik gemaakt van de rapportage ‘Luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel en Gelderland’ uit 2023. De aanbevelingen zijn tot stand gekomen in samenwerking tussen de auteurs en de vijf GGD’en in Overijssel en Gelderland.
Pagina
2
Voorwoord Beste lezer, Gezonde lucht is van levensbelang. Elke dag ademen we lucht in die nog niet overal schoon genoeg is. De gevolgen voor onze gezondheid zijn groot: de ziektelast van luchtverontreiniging is groter dan van ongezonde voeding of onvoldoende beweging. Dat vraagt om blijvende aandacht en gezamenlijke actie. Gelukkig zien we dat dankzij maatregelen van de EU, het Rijk, provincies en gemeenten de luchtkwaliteit verbetert ten opzichte van voorgaande jaren. Maar we zijn er nog niet. Er ligt veel gezondheidswinst in het verschiet als we de lucht nog schoner maken. Daarom brengen de GGD’en in Overijssel en Gelderland opnieuw samen dit luchtrapport uit. Het is een oproep om door te pakken en samen te werken. Want luchtverontreiniging stopt niet bij grenzen. Samen kunnen we het verschil maken door structurele samenwerking en integrale beleidsaanpak: ▪
Met provincies en gemeenten: Stimuleer kennisdeling en coördinatie over bestuurlijke grenzen heen. Luchtverontreiniging is een grensoverschrijdend vraagstuk dat vraagt om gezamenlijke beleidsontwikkeling en uitvoering.
▪
Binnen het Schone Lucht Akkoord: Versterk de bestaande samenwerking en benut de mogelijkheden voor gezamenlijke projecten en uitwisseling van best practices. Het groeiende aantal deelnemende gemeenten biedt kansen om beleid verder te harmoniseren en te versnellen.
▪
In samenhang met andere beleidsdomeinen: Integreer luchtkwaliteit in bredere opgaven zoals klimaatadaptatie, stikstofreductie, mobiliteitstransitie, woningbouw en industriële verduurzaming.
▪
Met de GGD als kennispartner: De GGD ondersteunt provincies en gemeenten met advies, data en expertise om beleidskeuzes te onderbouwen en gezondheid structureel mee te wegen in beleidsplannen.
Laten we samen blijven werken aan een schonere lucht voor iedereen in Overijssel en Gelderland. Want schone lucht is niet vanzelfsprekend, maar wel haalbaar – als we het samen doen. Directeuren Publieke Gezondheid van de 5 GGD’en in Overijssel en Gelderland, Jacqueline Baardman, GGD Noord- en Oost-Gelderland Henk Bril, GGD Gelderland-Midden Moniek Pieters, GGD Gelderland-Zuid Karin Leferink, GGD Twente Astrid Schulting, GGD IJsselland
Pagina
3
Samenvatting In Overijssel en Gelderland woonde in 2023 niemand in een buurt die voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5 (alle fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer). Voor PM10 (alle deeltjes kleiner dan 10 micrometer) en NO2 worden de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO voor een deel van de inwoners gehaald, met regionaal grote verschillen. Hierdoor zijn de effecten op de gezondheid aanzienlijk, zoals vroegtijdige sterfte, meer gevallen van longkanker, astma bij kinderen en beroertes. Gezonde(re) lucht is van levensbelang. Er zijn veel effectieve maatregelen om dit te bereiken. De GGD'en in Overijssel en Gelderland roepen gemeenten en provincies om maatregelen te blijven nemen die bijdragen aan een schonere lucht. In deze rapportage maken de GGD’en inzichtelijk wat de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in deze provincies zijn, op basis van de blootstelling aan fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide in 2023 (de meest actuele beschikbare data op buurtniveau). Ook laten de GGD’en in dit rapport zien wat de belangrijkste bronnen en trends zijn. Het nemen van maatregelen heeft effect Door maatregelen die de uitstoot beperken, is de luchtverontreiniging door fijnstof en stikstofoxiden de laatste tientallen jaren verbeterd.
Verdere verbetering van de luchtkwaliteit levert veel gezondheidswinst op. Het rapport geeft concrete suggesties voor effectieve maatregelen om de luchtkwaliteit in Gelderland en Overijssel te verbeteren. Deze suggesties komen voort uit praktijkervaringen van lokale overheden en producten die zijn ontwikkeld in het Schone Lucht Akkoord, dat als doel heeft de luchtkwaliteit gezamenlijk te verbeteren. Maatregelen die effectief bijdragen aan een gezondere lucht vragen om maatregelen op het gebied van onder andere wonen, mobiliteit, klimaat, industrie en landbouw. Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging Hoewel de luchtkwaliteit verder is verbeterd, zijn de gezondheidseffecten nog steeds aanzienlijk. Inwoners van Overijssel sterven gemiddeld 8 maanden eerder dan als er geen luchtverontreiniging zou zijn. In Gelderland is dat 9 maanden. In de gemeenten met de slechtste luchtkwaliteit sterven mensen gemiddeld 10 maanden eerder door de luchtverontreiniging, in de gemeenten met de beste luchtkwaliteit 6,5 maanden. De berekende vroegtijdige sterfte is een gemiddelde voor alle inwoners van een gebied. De ene persoon zal door luchtverontreiniging meer dan 20 jaar eerder overlijden, de andere slechts één of enkele maanden eerder.
De verbetering in luchtkwaliteit in tien jaar tijd (2013 2023) geeft een duidelijk zichtbare gezondheidswinst: sinds 2013 zijn tot 6 levensmaanden gewonnen in Gelderland en Overijssel. Ook de effecten op hart- en vaatziekten, longkanker en astma zijn groot. Zo wordt 1 op de 7 beroertes in Overijssel en Gelderland veroorzaakt door luchtverontreiniging. En 1 op de 9 kinderen krijgt astma door de luchtverontreiniging. En 1 op de 9 gevallen van longkanker komt door de luchtverontreiniging. De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland is te vergelijken met het meeroken van 3 sigaretten per dag.
Pagina
4
Niemand woont op een plek die voldoet aan de WHO-advieswaarden In Overijssel en Gelderland woonde in 2023 niemand op een plek die voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5 (alle fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer). De gezondheidskundige advieswaarde voor PM10 (alle fijnstof-deeltjes kleiner dan 10 micrometer) wordt in Gelderland voor 45% en in Overijssel voor 98% van de inwoners gehaald. Voor NO2 wordt de gezondheidskundige advieswaarde in Gelderland voor 39% van de inwoners gehaald. In Overijssel is dat voor 83% van de inwoners. De blootstelling aan NO2 is het grootst in de stedelijke gebieden. De blootstelling aan fijnstof (PM10) is het grootst in de veedichte gebieden, met name in de Gelderse Vallei. De verschillen in blootstelling zijn groot tussen gemeenten en ook binnen gemeenten. De luchtkwaliteit is verbeterd in Overijssel en Gelderland ten opzichte van 2021. Dit komt voor een belangrijk deel door de weersomstandigheden in 2023: de grote hoeveelheid regen en de hogere windsnelheid ‘verdunnen’ de concentraties van deze stoffen. Hierdoor is de blootstelling lager. Wegverkeer, houtstook, industrie en veehouderij zijn de grote bronnen De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland zijn wegverkeer, houtstook, industrie en veehouderij.
Langs de rivieren is de scheepvaart ook een belangrijke bron. De uitstoot van wegverkeer is de afgelopen jaren flink omlaag gegaan. De uitstoot van de sector landbouw is licht afgenomen. De uitstoot van industrie is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De uitstoot van houtstook is de laatste jaren nauwelijks afgenomen.
Pagina
5
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
6
1. Blootstelling in Overijssel en Gelderland grotendeels boven gezondheidskundige advieswaarden 8 Samengevat 8 1.1 Blootstelling deels boven de WHO-advieswaarden, grote verschillen tussen en binnen gemeenten 9 1.2 Daling in blootstelling, vooral door de weeromstandigheden 13 2. Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging 15 Samengevat 15 2.1 Inwoners overlijden gemiddeld 8 tot 9 maanden eerder door luchtverontreiniging 16 2.2 Meer astma, vaker laag geboortegewicht en minder goede longfunctie bij kinderen 17 2.3 Meer hart- en vaatziekten, longkanker en ziekenhuisopnamen bij volwassenen 19 2.4 Ziekte en vroegtijdige sterfte uitgedrukt in meegerookte sigaretten 21 2.5 Geurhinder 21 3. Wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw zijn de grote bronnen Samengevat 3.1 Bronnen van stikstofoxiden (NOx) 3.2 Bronnen van PM10 3.3 Bronnen van PM2,5 3.4 Trends in emissies per bron
23 23 23 28 30 35
4. Effectieve maatregelen voor gezonde lucht Samengevat 4.1 Verkeer 4.2 Houtstook 4.3 Landbouw 4.4 Industrie 4.5 Scheepvaart 4.6 Mobiele werktuigen 4.7 Overige bronnen
39 39 40 41 42 43 44 45 46
5. Literatuurlijst Geraadpleegde websites:
47 48
Bijlage 1 - Wat is luchtverontreiniging
51
Bijlage 2 - Wat zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging
54
Bijlage 3 - Blootstellingsgegevens per gemeente (2023)
55
Bijlage 4 - Nationale concentraties en nationale trend
58
Bijlage 5 - Onderzoeksmethode
61
Bijlage 6 - Gemeenten in Gelderland en Overijssel
64
Pagina
6
Leeswijzer Deze rapportage gaat over de luchtkwaliteit in 2023 in Overijssel en Gelderland en gezondheidseffecten daarvan. Deze rapportage is een vervolg op de eerdere rapportages over luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel in 2019 en 2021 en over de luchtkwaliteit en gezondheid in Gelderland in 2013, 2015, 2017, 2019 en 2021. Hoofdstuk 1 beschrijft de blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10) in het jaar 2023 en de trend van de afgelopen jaren. Hoofdstuk 2 beschrijft de gezondheidseffecten door de blootstelling aan luchtverontreiniging. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in de twee provincies besproken. In hoofdstuk 4 doet de GGD-aanbevelingen voor beleid met aandacht voor effectieve maatregelen. Achtergrondinformatie over luchtkwaliteit en gezondheid en de methodiek is beschikbaar in de bijlagen. In Bijlage 6 is een kaart opgenomen met alle gemeenten in Overijssel en Gelderland.
Pagina
7
1. Blootstelling in Overijssel en Gelderland grotendeels boven gezondheidskundige advieswaarden
Samengevat In Overijssel en Gelderland woonde in 2023 niemand in een buurt die voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5 (alle fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer). De gezondheidskundige advieswaarde voor PM10 (alle deeltjes kleiner dan 10 micrometer) wordt in Gelderland voor 45% en in Overijssel voor 98% van de inwoners gehaald. Voor NO 2 wordt de gezondheidskundige advieswaarde in Gelderland voor 39% van de inwoners gehaald. In Overijssel is dat voor 83% van de inwoners. De mate van blootstelling varieert tussen gemeenten én ook binnen gemeenten. De blootstelling aan NO2 is het grootst in de stedelijke gebieden. De blootstelling aan fijnstof (PM10) is het hoogste in de veedichte gebieden, met name in de Gelderse Vallei. De luchtkwaliteit is verbeterd in Overijssel en Gelderland ten opzichte van 2021. Dit komt voor een belangrijk deel door de weersomstandigheden in 2023: de grote hoeveelheid regen en de hogere windsnelheid ‘verdunnen’ de concentraties van deze stoffen. Hierdoor is de blootstelling lager.
In dit hoofdstuk bespreken we de blootstelling aan stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM2,5 en PM10). In Bijlage 1 staat achtergrondinformatie over deze verschillende componenten van luchtverontreiniging. Er zijn ook andere belangrijke componenten van luchtverontreiniging, waaronder ultrafijnstof. In dit rapport focussen we op componenten waarvoor voldoende informatie beschikbaar is over blootstelling en een sterke onderbouwing voor gezondheidseffecten van langdurige blootstelling. Een toelichting op de gebruikte brongegevens staat in Bijlage 5. De gezondheidseffecten van specifiek geitenhouderijen, waarover de Gezondheidsraad recent een advies heeft uitgebracht (Gezondheidsraad 2025), zijn geen onderdeel van deze rapportage. Bij de relatie tussen longontstekingen en geitenhouderijen is sprake van een samenspel van factoren, waarbij micro-organismen, endotoxinen (bestanddelen uit de celwand van een bepaalde groep bacteriën) en fijnstof waarschijnlijk een rol spelen. De precieze relatie is nog onvoldoende duidelijk. De bijdrage van geitenhouderijen aan de uitstoot van fijnstof is onderdeel van de verzamelbron ‘landbouw’. Strengere normen voor luchtkwaliteit Vanaf 2030 gelden strengere Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit (EU directive 2024/2881). Deze worden in 2026 in Nederland geïmplementeerd in de Omgevingswet (IPLO).
Deze nieuwe grenswaarden komen overeen met de zogenaamde ‘interim targets’ van de WHO: tussendoelen voor gezondere lucht voor landen waarvan de concentraties luchtverontreiniging nu nog ver boven de WHO-advieswaarden liggen. Deze nieuwe normen liggen dichter bij – maar weliswaar nog steeds
Pagina
8
boven – de waarden die de WHO adviseert. In Tabel 1 staat een overzicht van de WHOadvieswaarden, de huidige wettelijke grenswaarden en de per 2030 geldende wettelijke grenswaarden. Het RIVM heeft in 2023 en in 2025 beoordeeld of de nieuwe Europese grenswaarden gehaald kunnen worden. Het RIVM heeft geconcludeerd dat met huidig ingezet luchtkwaliteitbeleid deze waarden niet op alle plekken in Nederland gehaald worden in 2030. Het RIVM geeft daarbij ook aan dat het aantal overschrijdingen lager wordt door aanvullend beleid om stikstofdoelen en klimaatdoelen te halen (RIVM, 2023a, 2025). Tabel 1: WHO-advieswaarden en EU grenswaarden luchtkwaliteit (jaargemiddelde blootstelling, in µg/m³). WHO-
WHO
Huidige
advieswaarde
interim target 4
grenswaarde (EU
2030
(2021)
(2021)
2008)
(EU 2024)
NO2
10
20
40
20
PM10
15
20
40
20
PM2,5
5
10
25
10
Component
Grenswaarde
Hoe schoner de lucht, hoe gezonder De wettelijke normen voor luchtverontreiniging in Europa zijn hoger (minder streng) dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2021. De wettelijke normen zijn niet alleen gebaseerd op gezondheid, maar ook op politieke en economische overwegingen. Tot ver onder de wettelijke normen treden gezondheidseffecten op. Omdat er zelfs gezondheidseffecten optreden op plekken met relatief schone lucht, stelt de WHO in aanvulling op de advieswaarden ook dat iedere vermindering van luchtverontreiniging tot gezondheidswinst zal leiden, zelfs op plekken met relatief schone lucht. Hoe schoner de lucht, hoe gezonder.
1.1
Blootstelling deels boven de WHO-advieswaarden, grote verschillen tussen en binnen gemeenten
De blootstelling van inwoners aan NO2 (stikstofdioxide) en fijnstof (PM2,5 en PM10) verschilt tussen gemeenten en ook binnen gemeenten. Stikstofdioxide (NO2) Figuur 1 toont de jaargemiddelde blootstelling aan NO2 per buurt in 2023. Deze buurtgemiddelden zijn berekend uit de blootstellingen per woonadres. Een buurt in Gelderland-Overijssel heeft gemiddeld ongeveer 519 woningen. De gemiddelde blootstelling aan NO 2 per buurt is het hoogst in de gebieden regio Arnhem-Nijmegen en in het westen van het rivierengebied in Gelderland. Ook in het westen van regio Foodvalley en rondom de grote steden in Overijssel is de blootstelling hoger dan gemiddeld in Oost-Nederland. Het hoogste buurtgemiddelde is in Arnhem met 19 µg/m³. In Gelderland heeft 61% van de inwoners een blootstelling boven de WHO-advieswaarde van 10 µg/m³. In Overijssel geldt dat voor 17% van de inwoners.
Pagina
9
De buurten waarvan inwoners worden blootgesteld aan de hoogste NO 2 waarden, zijn met name plekken met veel verkeer. Ook bronnen als industrie en scheepvaart kunnen lokaal voor verhoogde blootstelling zorgen. Zie hoofdstuk 3 voor een toelichting op de bronnen van luchtverontreiniging.
WHO advieswaarde ( 0)
Figuur 1:
Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per buurt in Overijssel en Gelderland in 2023. De gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is 10 µg/m3.
PM10 In Figuur 2 is de blootstelling aan PM10 (deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer) weergegeven. De PM10 concentratie wordt voor een groot deel bepaald door de achtergrondconcentratie. De bijdrage van lokale bronnen op de lokale luchtverontreiniging is klein. De verschillen in PM10 concentraties over de provincie zijn daarom kleiner dan bij NO 2. Een belangrijke lokale bron van PM10 is de veehouderij (zie verder hoofdstuk 3 over bronnen). De blootstelling aan PM10 is het hoogst in de Gelderse vallei (tot bijna 20 µg/m³). Dat is te verklaren met een relatief hoge dichtheid aan veehouderijen in dat gebied. De laagste blootstelling is in het noordwesten van Overijssel, net onder de 13 µg/m³. In Overijssel is de blootstelling gemiddeld lager dan in Gelderland. In het buitengebied van de meeste gemeenten ten noorden van Arnhem - uitgezonderd de Gelderse Vallei, waar juist de hoogste blootstelling wordt gezien - is de blootstelling lager dan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. Dit sluit aan bij het landelijke beeld, dat te zien is in Figuur 3. De hoogste concentraties PM10 in Nederland zijn in de randstad met veel verkeer en in verschillende plattelandsgemeenten met veehouderijen.
Pagina
10
In Gelderland is voor 55% van de inwoners (zo’n 526.600 personen) de buurtgemiddelde blootstelling boven de WHO-advieswaarde van 15 µg/m³, in Overijssel is dat 2% (ca. 11.325 personen). De gemiddelde blootstelling in buurten in Gelderland en Overijssel is lager dan de wettelijke grenswaarde voor 2030 (20 µg/m³). De blootstelling aan PM10 kan flink verschillen tussen buurten binnen dezelfde gemeente. Zoals in de gemeenten Barneveld en Ede, waar een lage blootstelling is in buurten met veel bos of natuur, maar een hoge blootstelling in buurten met veel veehouderijen.
WHO advieswaarde ( 5)
Figuur 2:
Jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof (PM10) per buurt in Overijssel en Gelderland in 2023. De gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is 15 µg/m3.
Pagina
11
Figuur 3:
Concentratie van PM10 (10 µg/m3) in Nederland in 2023 (overgenomen van Compendium voor de Leefomgeving).
PM2,5 Figuur 4 geeft de blootstelling aan de fijnere fractie fijnstof PM2,5 weer (fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer). Ook bij PM2,5 is de variatie in blootstelling kleiner dan bij NO 2, omdat lokale bronnen relatief weinig bijdragen aan de lokale concentratie (en heel lokale bronnen zoals particuliere houtstook niet op lokaal gedetailleerd niveau gemodelleerd worden). Een deel van blootstelling wordt veroorzaakt door bronnen in het buitenland. Secundair gevormd fijnstof van onder andere de landbouw werkt daarbij op grootschalig niveau door in de luchtkwaliteit en geeft beperkte lokale variatie – voor meer toelichting zie ‘Fijnstof emissies door veehouderij’ (RIVM 2020). Daarnaast is de landelijke noord-zuid gradiënt duidelijk te herkennen. Het RIVM schrijft hierover ‘de concentratie neemt in grote lijnen vanuit het noorden naar het zuiden toe door de toenemende invloed van bronnen in Nederland en het aangrenzende buitenland’. In Oost-Nederland is de blootstelling aan PM2,5 het hoogst in de regio Arnhem-Nijmegen en het westen van Gelderland (tot 13 µg/m³). In het noorden van Overijssel is de blootstelling aan PM2,5 het laagst (net boven 6 µg/m³). Dit betekent dat alle inwoners van Overijssel en Gelderland worden blootgesteld aan niveaus PM2,5 die boven de advieswaarde van de WHO liggen (5 µg/m³).
In Overijssel wordt op buurtniveau niemand blootgesteld aan waarden boven de wettelijke grenswaarde voor 2030 (10 µg/m³). Dat geldt nagenoeg ook voor heel Gelderland. Voor ca. 1% van de Gelderlanders is de buurtgemiddelde blootstelling hoger dan de wettelijke grenswaarde: 11 µg/m³ in Ede (3 buurten, 3200 inwoners), 13 µg/m³ in Lingewaard (1 buurt, 5 inwoners) en 10,2 µg/m³ in Tiel (1 buurt, 55 inwoners).
Pagina
12
Figuur 4:
1.2
Jaargemiddelde blootstelling aan fijnstof (PM2,5) per buurt in Overijssel en Gelderland in 2023. De gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is 5 µg/m3.
Daling in blootstelling, vooral door de weeromstandigheden
De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland gestaag verbeterd. Dat komt door de maatregelen die nationaal en internationaal genomen zijn om de uitstoot van wegverkeer, industrie en landbouw te verlagen. Voor Gelderland is informatie beschikbaar over blootstelling van de inwoners in de jaren 2013 tot en met 2023, met een interval van 2 jaar (zie Figuur 5). Voor Overijssel ontbreekt deze informatie voor 2015 en 2017 (zie Figuur 6).
Figuur 5:
Gemiddelde blootstelling aan luchtverontreiniging in 2013 tot 2023 in µg/m³ in Gelderland. De nu geldende EU normen (rode lijn), de EU normen vanaf 2030 (blauwe lijn) en gezondheidskundige advieswaarden van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO, groene lijn) zijn ook weergegeven.
Pagina
13
Figuur 6:
Gemiddelde blootstelling aan luchtverontreiniging in 2013 tot 2023 in µg/m³ in Overijssel. De nu geldende EU normen (rode lijn), de EU normen vanaf 2030 (blauwe lijn) en gezondheidskundige advieswaarden van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO, groene lijn) zijn ook weergegeven.
Uit dit figuur blijkt dat, net als in voorgaande jaren, ook in 2023 een verbetering van de luchtkwaliteit in Overijssel en Gelderland optrad. In de vorige rapportage werd de geobserveerde daling deels toegeschreven aan coronamaatregelen. Maar ook nu zet deze zich voort. In 2023 was het aantal gereden kilometers in Nederland bijna weer op hetzelfde niveau als van voor de Coronapandemie (CBS), sinds 2024 ligt de verkeersintensiteit weer boven het niveau van voor de pandemie. De daling kan mede verklaard worden door de weersomstandigheden in 2023, die gunstig waren voor de luchtkwaliteit: de grote hoeveelheid regen - het was het natste jaar sinds de start van de landelijke metingen in 1916 - en de hogere windsnelheid ‘verdunnen’ de concentraties van deze stoffen (RIVM monitoringsrapportage 2024). Een samenvatting van de analyse van landelijk optredende trends in de afgelopen decennia staat in Bijlage 4.
Pagina
14
2. Veel mensen worden ziek of sterven eerder door luchtverontreiniging
Samengevat Inwoners van Overijssel sterven gemiddeld 8 maanden eerder door luchtverontreiniging. In Gelderland is dat 9 maanden. In de gemeenten met de slechtste luchtkwaliteit sterven mensen gemiddeld 10 maanden eerder door de luchtverontreiniging, in de gemeenten met de beste luchtkwaliteit 6,5 maanden. Ook de effecten op hart- en vaatziekten, longkanker en astma zijn aanzienlijk. Zo wordt 1 op de 7 beroertes in Overijssel en Gelderland veroorzaakt door luchtverontreiniging. En ongeveer 1 op de 9 kinderen met astma heeft dit gekregen door blootstelling aan luchtverontreiniging. De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland is te vergelijken met het meeroken van 3 sigaretten per dag. De verbetering in luchtkwaliteit in tien jaar tijd (2013 - 2023) geeft een duidelijk zichtbare gezondheidswinst: sinds 2013 zijn in Overijssel 5 levensmaanden gewonnen en 6 levensmaanden in Gelderland. Een verdere verbetering van de luchtkwaliteit zal nog meer gezondheidswinst geven.
aarlijks 2% van de ziekenhuisopnames voor luchtweg of hartvaatziekte
de longfunctie van kinderen is gemiddeld tot 2% kleiner
op de 6 kinderen met een laag geboortegewicht
Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Ook zijn er effecten op het ongeboren kind, op
Pagina
15
neurologische aandoeningen (ziekte van Parkinson en Alzheimer) en op stofwisselingsziekten (diabetes). In Bijlage 2 staan de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging nader beschreven. Aan de hand van de blootstelling aan NO2, PM2,5 en PM10 kan worden berekend in welke mate gezondheidseffecten optreden. In dit rapport zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in Gelderland en Overijssel berekend met behulp van de GGD-rekentool luchtkwaliteit en gezondheid (zie voor toelichting Bijlage 5). Deze rekentool is vastgesteld door Universiteit Utrecht, RIVM en GGD. Zij hebben gezamenlijk geconcludeerd voor welke gezondheidseffecten voldoende (wetenschappelijk) zeker is dat er een verband is met luchtverontreiniging en wanneer deze met stevige wetenschappelijke onderbouwing kunnen worden gekwantificeerd. Dezelfde rekenmethode is ook gebruikt in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV-2024, RIVM 2024b) en in de Monitoring van het doelbereik van het Schone Luchtakkoord (tweede voortgangsmeting, RIVM 2024c). In de loop der jaren is door onderzoek gebleken dat gezondheidseffecten van luchtverontreiniging anders zijn dan eerder gedacht. De rekenmethode is (en wordt) daarom met regelmaat geüpdatet.
Om een trend te kunnen aangeven in de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging over de afgelopen jaren, zijn voor de blootstellingsgegevens van alle weergegeven jaren de gezondheidseffecten berekend met dezelfde (bovengenoemde) methode. In onderstaande paragrafen bespreken we de gezondheidseffecten. We kijken zowel naar de relatieve bijdrage van luchtverontreiniging aan de gezondheid als naar het absoluut aantal ziektegevallen door luchtverontreiniging. Overijssel had in 2023 1,2 miljoen inwoners en Gelderland 2,1 miljoen. Het absolute aantal ziektegevallen in Overijssel ligt daarom veel lager dan in Gelderland.
2.1
Inwoners overlijden gemiddeld 8 tot 9 maanden eerder door luchtverontreiniging
De vroegtijdige sterfte ten gevolge van gelijktijdige blootstelling aan NO 2 en PM2,5 (Tabel 2) bedraagt in Overijssel in 2023 gemiddeld 244 dagen. In 2013 waren dat er 408. In Gelderland zijn dat in 2023 gemiddeld 277 dagen en dat waren 474 dagen in 2013. Dat betekent dat inwoners van Overijssel in 2023 gemiddeld ruim 8 maanden eerder overlijden dan wanneer er geen luchtverontreiniging zou zijn, en in Gelderland 9 maanden eerder. De berekende vroegtijdige sterfte is een gemiddelde voor alle inwoners van een gebied. De ene persoon zal door luchtverontreiniging meer dan 20 jaar eerder overlijden, de andere slechts één of enkele maanden eerder. Voor toelichting over deze berekening zie Bijlage 5. De verbetering in luchtkwaliteit in tien jaar tijd (2013 - 2023) geeft een duidelijk zichtbare gezondheidswinst: sinds 2013 zijn in Overijssel 5 levensmaanden gewonnen en 6 levensmaanden in Gelderland. Tabel 2:
Vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging (bij inwoners van 30 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 en NO2) in 2013 en 2023 in Overijssel en Gelderland.
Gezondheidseffect
2013
2023
Vroegtijdige sterfte in Overijssel (in dagen)
408
244
Vroegtijdige sterfte in Gelderland (in dagen)
474
277
Pagina
16
Verschillen in vroegtijdige sterfte tussen gemeenten worden gegeven in Figuur 7. Het verschil tussen de gemeenten met de laagste vroegtijdige sterfte (201 dagen: Steenwijkerland) en de gemeenten met de hoogste vroegtijdige sterfte (300 tot 311 dagen: Arnhem, Nijmegen, Tiel, Beuningen en Zaltbommel) is een factor 1,5. Aangezien de blootstelling aan luchtverontreiniging binnen een gemeente verschilt, zoals de kaarten in hoofdstuk 1 laten zien, zal ook de vroegtijdige sterfte binnen een gemeente variëren.
Figuur 7:
2.2
Vroegtijdige sterfte (verloren levensdagen per inwoner) bij de inwoners van 30 jaar en ouder ten gevolge van de gecombineerde blootstelling aan NO2 en PM2,5 per gemeente in 2023.
Meer astma, vaker laag geboortegewicht en minder goede longfunctie bij kinderen
Luchtverontreiniging heeft veel effect op kinderen. De effecten op het geboortegewicht, het ontstaan van astma en een verminderde longfunctie bij kinderen kunnen met de GGD rekentool berekend worden. Astma Een belangrijk gezondheidseffect bij kinderen is het ontstaan van astma. De jaarlijkse incidentie (nieuwe gevallen) is weergegeven in Tabel 3 en Tabel 4. Eén op de tien (Overijssel) en acht (Gelderland) kinderen met astma zou, wanneer er geen luchtverontreiniging was, geen astma hebben. Geboortegewicht Van het totaal aantal kinderen dat in Overijssel jaarlijks wordt geboren met een laag geboortegewicht is 5,8% toe te schrijven aan blootstelling aan fijnstof (PM2,5) (Tabel 3), in Gelderland is dat 6,3% (Tabel 4). Een laag geboortegewicht is een gewicht bij geboorte kleiner dan 2.500 gram bij een zwangerschapsduur van minimaal 37 weken.
Pagina
17
Overijssel heeft minder inwoners dan Gelderland. Het totaal aantal kinderen dat door luchtverontreiniging geboren wordt met een laag geboortegewicht of astma krijgt is daardoor niet met elkaar te vergelijken. Tabel 3:
Laag geboortegewicht (een gewicht bij geboorte kleiner dan 2.500 gram bij een zwangerschapsduur van minimaal 37 weken, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) en de incidentie van astma bij kinderen (van 0-18 jaar, bepaald op basis van de relatie met NO2) in Overijssel.
Gezondheidseffect in Overijssel Kinderen geboren met een
Aandeel van het totaal aantal
Aandeel van het totaal aantal
gevallen in 2013
gevallen in 2023
19 (9,3%)
12 (5,8%)
156 (17,3%)
94 (10,2%)
laag geboortegewicht Incidentie van astma onder kinderen Tabel 4:
Laag geboortegewicht (een gewicht bij geboorte kleiner dan 2.500 gram bij een zwangerschapsduur van minimaal 37 weken, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) en de incidentie van astma bij kinderen (van 0-18 jaar, bepaald op basis van de relatie met NO2) in Gelderland.
Gezondheidseffect in Gelderland Kinderen geboren met een laag geboortegewicht Incidentie van astma onder kinderen
Aandeel van het totaal aantal
Aandeel van het totaal aantal
gevallen in 2013
gevallen in 2023
37 (10,3%)
24 (6,3%)
328 (21,1%)
203 (12,3%)
Longfunctie Blootstelling aan luchtverontreiniging leidt bij kinderen ook tot een minder goede ontwikkeling van de longfunctie. In de epidemiologische studies naar de afname van longfunctie wordt voor zowel NO 2 als PM2,5 een effect gevonden. De effecten van NO2 en PM2,5 treden naast elkaar op, maar je als je de getallen bij elkaar optelt, overschat je de effecten enigszins. In zowel Overijssel en Gelderland is de gemiddelde totale afname van de longfunctie grofweg 1,5 % (zie Tabel 5 en Tabel 6). Een dergelijke afname lijkt niet veel, maar het is belangrijk te realiseren dat dit een gemiddelde is voor álle kinderen in Overijssel en Gelderland. Er zullen kinderen zijn met een veel grotere – en relevante – afname. Bij een deel van de kinderen is de longfunctievermindering bovendien blijvend. Een verlaagde longfunctie, zelfs in milde vorm, werkt door op latere leeftijd en leidt tot meer vroegtijdige sterfte, harten vaatziekten en ziekenhuisopnames voor luchtwegaandoeningen.
Pagina
18
Tabel 5:
Afname longfunctie (Forced Expiratory Volume in 1 second; FEV1) bij kinderen tot 18 jaar, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 of NO2 in Overijssel.
Gezondheidseffect in Overijssel
% afname in 2013
% afname in 2023
2,0%
1,2%
1,1%
0,6%
Afname longfunctie kinderen (op basis van PM2,5) Afname longfunctie kinderen (op basis van NO2) Tabel 6:
Afname longfunctie (Forced Expiratory Volume in 1 second; FEV1) bij kinderen tot 18 jaar, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 of NO2 in Gelderland.
% afname in 2013
% afname in 2023
2,2%
1,3%
1,4%
0,8%
Gezondheidseffect in Gelderland Afname longfunctie kinderen (op basis van PM2,5) Afname longfunctie kinderen (op basis van NO2)
2.3
Meer hart- en vaatziekten, longkanker en ziekenhuisopnamen bij volwassenen
Ook bij volwassenen heeft het dagelijks inademen van luchtverontreiniging invloed op de gezondheid. De verhoogde risico’s op een beroerte (een herseninfarct of hersenbloeding), een hartinfarct, op longkanker en op ziekhuisopname voor luchtweg- of hart- en vaatziekten voor inwoners van Gelderland en Overijssel kunnen berekend worden. Hart- en vaatziekten Het effect van luchtverontreiniging op het krijgen van hart- en vaatziekten is groot: Ongeveer één op de veertien mensen van 35 jaar en ouder die een hartinfarct krijgen in Overijssel en Gelderland, krijgt dat door luchtverontreiniging. Bij ruim één op de zeven mensen van 35 jaar en ouder ontstaat de beroerte door luchtverontreiniging (zie Tabel 7 en Tabel 8). Overijssel heeft minder inwoners dan Gelderland. Het totaal aantal mensen dat een hartinfarct of beroerte krijgt door luchtverontreiniging is daardoor niet met elkaar te vergelijken. Tabel 7:
Incidentie van een hartinfarct en een beroerte (beide onder volwassenen van 35 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) in Overijssel.
Gezondheidseffect in
Aandeel van het totaal aantal
Aandeel van het totaal aantal
gevallen in 2013
gevallen in 2023
Incidentie hartinfarct
516 (11,2%)
331 (7,1%)
Incidentie beroerte
597 (22,8%)
393 (14,7%)
Overijssel
Pagina
19
Tabel 8:
Incidentie van een hartinfarct en een beroerte (beide onder volwassenen van 35 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) in Gelderland.
Gezondheidseffect in
Aandeel van het totaal aantal
Aandeel van het totaal aantal
gevallen in 2013
gevallen in 2023
Incidentie hartinfarct
987 (12,4%)
649 (7,7%)
Incidentie beroerte
1.134 (25,0%)
767 (16%)
Gelderland
Longkanker Ook de bijdrage van luchtverontreiniging aan het aantal gevallen longkanker is groot: bij ongeveer één van de negen mensen die longkanker krijgen, ontstaat de longkanker door luchtverontreiniging. Zie Tabel 9 en Tabel 10. Tabel 9:
Incidentie van longkanker (onder volwassenen van 50 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) in Overijssel.
Gezondheidseffect in Overijssel Longkanker Tabel 10:
Aandeel van het totaal
Aandeel van het totaal
aantal gevallen in 2013
aantal gevallen in 2023
154 (16,9%)
100 (10,8%)
Incidentie van longkanker (onder volwassenen van 50 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) in Gelderland.
Gezondheidseffect in Gelderland Longkanker
Aandeel van het totaal
Aandeel van het totaal
aantal gevallen in 2013
aantal gevallen in 2023
294 (18,6%)
196 (11,7%)
Ziekenhuisopnamen Tot slot draagt luchtverontreiniging ook 1 á 2 procent bij aan ziekenhuisopnamen door astma, COPD en ischemische hartziekten (hartziekten die het gevolg zijn van verkalking van slagaders). Zie Tabel 11 en Tabel 12. Tabel 11:
Incidentie van ziekenhuisopname voor astma (alle leeftijden, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 en NO2), COPD (alle leeftijden, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) en ischemische hartziekte (onder inwoners van 40 jaar en ouder, bepaald op basis van de relatie met NO2) in Overijssel.
Gezondheidseffect in Overijssel
Aandeel van het totaal
Aandeel van het totaal
aantal gevallen in 2013
aantal gevallen in 2023
16 (2,8%)
10 (1,7%)
13 (2,2%)
7 (1,2%)
Ziekenhuisopname COPD
43 (3,0%)
27 (1,9%)
Ziekenhuisopname ischemische
70 (1,9%)
41 (1,1%)
Ziekenhuisopname astma (op basis van PM2,5) Ziekenhuisopname astma (op basis van NO2)
hartziekte
Pagina
20
Tabel 12:
Incidentie van ziekenhuisopname voor astma (alle leeftijden, bepaald op basis van de relatie met PM2,5 en NO2), COPD (alle leeftijden, bepaald op basis van de relatie met PM2,5) en ischemische hartziekte (onder inwoners van 40 jaar en ouder, bepaald op van de relatie met NO2) in Gelderland.
Gezondheidseffect in Gelderland
Aandeel van het totaal
Aandeel van het totaal
aantal gevallen in 2013
aantal gevallen in 2023
31 (3,1%)
20 (1,9%)
27 (2,7%)
16 (1,5%)
Ziekenhuisopname COPD
83 (3,4%)
54 (2,1%)
Ziekenhuisopname ischemische
151 (2,3%)
89 (1,3%)
Ziekenhuisopname astma (op basis van PM2,5) Ziekenhuisopname astma (op basis van NO2)
hartziekte
2.4
Ziekte en vroegtijdige sterfte uitgedrukt in meegerookte sigaretten
De gezondheidseffecten ten gevolge van blootstelling aan luchtverontreiniging drukken we ook uit in het aantal passief gerookte sigaretten per dag. Hiermee wordt de gezondheidsimpact van de verontreiniging van de buitenlucht vertaald in een beleidsmatig en communicatief beter vergelijkbare en begrijpelijke risicofactor, namelijk de inhalatie van omgevingstabaksrook (passief roken). In Tabel 13 en Tabel 14 is weergegeven wat het aantal sigaretten is dat per dag passief wordt meegerookt als equivalent voor ziektelast door blootstelling aan luchtverontreiniging (zie voor de methode Bijlage 5). De gezondheidseffecten die inwoners van Overijssel en Gelderland ondervinden ten gevolge van het inademen van luchtverontreiniging komen in 2023 overeen met de gezondheidseffecten van het dagelijks meeroken van gemiddeld 2,9 sigaretten in Overijssel en 3,3 sigaretten in Gelderland. Tabel 13:
Aantal passief meegerookte sigaretten per dag door de bevolking van Overijssel en Gelderland (alle leeftijden) als equivalent van de luchtverontreiniging in Overijssel in 2013 en 2023.
Gezondheidseffect in Overijssel Totale ziektelast uitgedrukt in aantal meegerookte sigaretten Tabel 14:
Aantal in 2023
4,9
2,9
Aantal passief meegerookte sigaretten per dag door de bevolking van Overijssel en Gelderland (alle leeftijden) als equivalent van de luchtverontreiniging in Gelderland in 2013 en 2023.
Gezondheidseffect in Gelderland Totale ziektelast uitgedrukt in aantal meegerookte sigaretten
2.5
Aantal in 2013
Aantal in 2013
Aantal in 2023
5,7
3,3
Geurhinder
Een aantal bronnen van luchtverontreiniging veroorzaakt niet alleen bovengenoemde ziekten en sterfte, maar ook geurhinder. Geurhinder is een gezondheidseffect omdat het kan leiden tot gedragsverandering, lichamelijke klachten en psychische klachten. Vooral houtstook, wegverkeer en
Pagina
21
de landbouw zijn naast belangrijke bronnen van luchtverontreiniging ook grote bronnen van geurhinder. In Overijssel en Gelderland zijn ‘vuurkorf/barbecue/terrashaard’ en ‘open haard/allesbrander/andere houtkachel’ de grootste bronnen van geurhinder (Figuur 8). Vuur binnenshuis, zoals houtkachels, veroorzaakt bij gemiddeld 17% van de inwoners van Overijssel en bij 18 % van de inwoners van Gelderland geurhinder. Voor vuur buitenshuis, zoals barbecues, is dat voor zowel Overijssel als Gelderland 15%. Wegverkeer veroorzaakt in zowel Gelderland als Overijssel bij 11% van de inwoners geurhinder. Landbouw zorgt in zowel Gelderland als Overijssel bij 8% van de inwoners voor geurhinder (Gezondheidsmonitor 2024).
Figuur 8:
Percentage inwoners (18-64 jaar) in Gelderland en Overijssel dat in 2024 matige of ernstige geurhinder ervaart naar bron.
Pagina
22
3. Wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw zijn de grote bronnen
Samengevat De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Overijssel en Gelderland zijn wegverkeer, houtstook, industrie en landbouw. Langs de rivieren is de scheepvaart ook een belangrijke bron. De uitstoot van wegverkeer is de afgelopen jaren flink gedaald. De uitstoot van de sector landbouw is licht afgenomen. De uitstoot van industrie is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De uitstoot van houtstook is de laatste jaren nauwelijks afgenomen.
In dit hoofdstuk beschrijven we de emissies (uitstoot) zoals beschikbaar in de nationale emissieregistratie. De uitstoot per bron per gemeente is ook beschikbaar via de Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. Op deze website is ook informatie beschikbaar per gemeente over de bijdrage van bronnen aan de concentratie. De meest recent beschikbare emissiegegevens op gemeenteniveau zijn van 2021. De emissiegegevens op gemeenteniveau in dit hoofdstuk zijn daarom ten opzichte van de vorige rapportage ongewijzigd, maar nog steeds bruikbaar om inzicht te krijgen in het aandeel van de verschillende bronnen in de uitstoot per gemeente. En geven daarmee inzicht in voor welke bronnen aan maatregelen kan worden gedacht. Daarom zijn deze gegevens ook in de rapportage opgenomen.
Doorontwikkeling GCN tool De GCN tool wordt momenteel doorontwikkeld, in de loop van 2026 wordt een nieuwe versie verwacht. Naar verwachting betreffen de aanpassingen: inzicht in concentratiebijdragen van buurgemeenten, optie tot nadere uitsplitsing van de bronnen verkeer en industrie, prognoses voor 2030 bij verschillende toekomstscenario’s zoals gebruikt door het PBL en update met een recenter afgerond jaar. De tool blijft beschikbaar via bovenstaande link. Via de nieuwsbrief van het Schone Lucht Akkoord wordt de publicatie van de nieuwe versie bekend gemaakt.
3.1
Bronnen van stikstofoxiden (NOx)
In Figuur 9 zijn de belangrijkste bronnen van de uitstoot (emissie) van stikstofoxiden (NOx) weergegeven in heel Overijssel en Gelderland. Bij emissie wordt doorgaans van ‘NOx’ gesproken omdat er bij de bron NO en NO2 vrijkomt. In de lucht reageert ook het NO tot NO2. Vandaar dat we bij blootstelling en concentraties spreken over NO2 in plaats van NOx.
Pagina
23
Waarbij ontstaan stikstofoxiden? Stikstofoxiden ontstaan in verbrandingsprocessen, vandaar de grote bijdrage van wegverkeer en de scheepvaart. Maar ook bij biologische processen zoals de afbraak van organisch materiaal (vertering, of biologisch beschikbaar maken van nutriënten) komt NOx vrij. De bronnen van uitstoot van NOx in de landbouw zijn naast aardgasgebruik, dan ook dierlijke mest, kunstmest, en emissies uit bodems (met een hoog gehalte aan organisch materiaal). De uitstoot van landbouwvoertuigen wordt niet aan de landbouw toegekend, deze vallen onder ‘mobiele werktuigen’ net zoals bijvoorbeeld voertuigen gebruikt in de bouw of aggregaten.
De totale uitstoot van NOx is in Gelderland 2,3 keer groter dan in Overijssel (de grootte van het taartdiagram in Figuur 9). Gelderland is een grotere provincie, met bijna dubbel zoveel inwoners en veel meer bedrijven dan Overijssel. De belangrijkste bron in beide provincies is wegverkeer: in Overijssel en Gelderland is ongeveer 30% van de NOx emissie afkomstig van wegverkeer. Dat geldt ook voor de landbouw: in beide provincies is dat ongeveer 30% van de totale NOx, In Gelderland is scheepvaart ook een grote bron, goed voor 22% van de totale uitstoot. Mobiele werktuigen zorgen voor 17% van de uitstoot in Overijssel en 12% in Gelderland. Bijna de helft van de uitstoot van mobiele werktuigen komt van de landbouw, de andere helft uit de bouw. Daarnaast zijn er kleine bijdragen van mobiele werktuigen die worden ingezet in de industrie en door de sector ‘handel, diensten en overheid’, waaronder bijvoorbeeld gemeenten. Als je de bijdragen van de landbouw en het aandeel van de mobiele werktuigen dat gebruikt wordt in de landbouw bij elkaar optelt, is de landbouw in Overijssel de grootste bron van NOx. In Gelderland is de landbouw dan de tweede grootste bron, na wegverkeer.
Pagina
24
Figuur 9:
Uitstoot van NOx in Mkg/jaar per regio in Overijssel en Gelderland in 2021. De taartdiagrammen geven de omvang (grootte van de cirkel) en bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren van de taartstukjes) weer. De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die provincie (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda – 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda). Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht.
In Figuur 10 en Figuur 11 staat per gemeente aangegeven wat de emissie van NOx is per bron. De totale uitstoot verschilt tussen gemeenten, dat wordt deels verklaard door de verschillende grootte van gemeenten. Het gaat hier onder meer om de lengte van (vaar)wegen binnen de gemeente, het aantal bedrijven en het aantal inwoners. Wegverkeer en landbouw zijn in veel gemeenten de grootste bronnen. Mobiele werktuigen zijn ook in elke gemeente verantwoordelijk voor een deel van de NOx uitstoot. In Overijssel is met name in de gemeenten Enschede en Hengelo de industrie (inclusief afvalverwerking en energieopwekking) een grote bron is van NOx. In gemeenten met vaarwegen (gemeenten Kampen, Steenwijkerland, Olst-Wijhe, Zwartewaterland en Hof van Twente) is ook de bijdrage van de binnenvaart zichtbaar (zie Figuur 10). In Gelderland valt op dat bijdrage van de binnenvaart in de gemeenten die rondom de Waal liggen heel groot is, vaak zelfs de grootste bron van NOx (zie Figuur 11). Daarnaast is de bijdrage van scheepvaart zichtbaar in gemeenten langs de Rijn en Lochem en Brummen. Industrie (inclusief afvalverwerking en energieopwekking) is met name zichtbaar in Brummen, Lingewaard, Zevenaar, Duiven, Renkum, Zaltbommel en Nijmegen. Gemeente West-Betuwe heeft de grootste uitstoot, met name door twee snelwegen en de Waal binnen de gemeente. Gemeenten verschillen aanzienlijk in grootte.
West-Betuwe heeft een relatief groot
Pagina
25
oppervlak wat ook leidt tot een hogere uitstoot. Zie Bijlage 6 voor een overzichtskaart van alle gemeenten.
Figuur 10:
NOx emissies per gemeente in Overijssel in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. N.B. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.
Pagina
26
Figuur 11:
NOx emissies per gemeente in Gelderland in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. N.B. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.
Pagina
27
3.2
Bronnen van PM10
In Figuur 12 staat de uitstoot van primair PM10 per provincie. De totale uitstoot van PM10 is in Gelderland 2 keer zo groot als de uitstoot in Overijssel (de grootte van het taartdiagram in Figuur 12). De grootste bronnen van primair PM10 zijn industrie en landbouw. In Overijssel is 26% van de primaire PM10 uitstoot in 2021 afkomstig van de industrie, in Gelderland is dat 28%. In Overijssel is 29% van de primaire PM10 uitstoot afkomstig van de landbouw, in Gelderland is dat 25%. Houtstook en wegverkeer staan op plek 3 en 4.
Figuur 12:
Uitstoot van PM10 in Mkg/jaar per regio in Overijssel en Gelderland in 2021.De taartdiagrammen geven de omvang (grootte van de cirkel) en bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren van de taartstukjes) weer. De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die provincie (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda - 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda). Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht.
In Figuur 13 en Figuur 14 staat per gemeente aangegeven wat de emissie van primair PM10 is per bron. In Overijssel (Figuur 13) is de PM10 uitstoot van industrie het grootst in Almelo, Haaksbergen en Enschede. De uitstoot van landbouw is het grootst in Hardenberg gevolgd door Hof van Twente en ook andere landelijke gemeenten hebben een grote PM10 uitstoot door de landbouw. In Gelderland (Figuur 14) vallen Ede en Barneveld op door hun grote PM10 uitstoot door de landbouw. In Apeldoorn, Lochem, Oude IJsselstreek, Nunspeet en Ede wordt ook veel PM10 uitgestoten door industrie. Ook bij PM10 is de bijdrage van de vaarwegen zichtbaar, met name van de Waal. Houtstook is in alle gemeenten in Overijssel en Gelderland een relevante bron. Dat geldt bijna overal ook voor wegverkeer.
Pagina
28
Landbouw en verkeer zijn daarnaast ook grote bronnen van secundair fijnstof. Secundair fijnstof ontstaat in de lucht wanneer stikstofoxiden uit onder meer landbouw en verkeer (zie voorgaande paragraaf) reageert met ammoniak uit met name de landbouw (voor meer informatie over de vorming van secundair fijnstof: zie Bijlage 1). Secundair fijnstof wordt in de emissieregistratie niet meegenomen en ontbreekt daarom op de kaart. Op de Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht (kies ‘concentratie’ en ‘PM 0’ ) is voor elke gemeente te zien wat de bijdrage van zowel primair (oranje) als secundair (blauw) PM10 van de diverse bronnen aan de concentratie is. In de meeste gemeenten in Gelderland en Overijssel is landbouw dan de voornaamste bron.
Figuur 13:
PM10 emissies per gemeente in Overijssel in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.
Pagina
29
Figuur 14:
PM10 emissies per gemeente in Gelderland in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht. De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.
Pagina
30
3.3
Bronnen van PM2,5
De totale uitstoot van primair PM2,5 is in Gelderland ongeveer twee keer zo groot als in Overijssel (zie Figuur 15). De belangrijkste bron van primair PM2,5 in Overijssel en Gelderland in 2021 is houtstook. Het gaat hier om (sfeer)verwarming door middel van houtstook door consumenten (open haard, kachel) en barbecueën op houtskool. Ook de industrie is een grote bron in beide provincies. Net als bij PM10 geldt dat de bijdrage van verschillende bronnen aan secundair PM2,5 niet is meegenomen in de figuur; de emissieregistratie geeft deze gegevens niet. Via de GCN tool is voor iedere bron de concentratiebijdrage van primair en secundair PM2,5 per gemeente wel in te zien (zie voorgaande paragraaf, kies dan voor ‘PM2,5’). Voor PM2,5 is het de relatieve bijdrage van secundair fijnstof aan de totale concentratie nog groter dan voor PM10. Ook hier verzorgen met name landbouw, en in bepaalde gemeenten ook verkeer en industrie, de uitstoot die leidt tot secundair PM2,5. Meer toelichting over de vorming van secundair fijnstof staat in Bijlage 1. De bijdrage van houtstook aan de uitstoot van PM2,5 in Gelderland (35%) en Overijssel (31%) is hoger dan gemiddeld over heel Nederland (25%, RIVM, 2023b). In deze provincies wordt dus relatief veel hout gestookt.
Dit blijkt ook uit cijfers van de GGD: in de winter stookt 10% van de inwoners van de GGD regio Noord- en Oost-Gelderland (bijna) dagelijks, in de GGD regio’s Gelderland-Zuid en Gelderland-Midden is dat 7%. Het percentage inwoners dat wel stookt, maar niet (bijna) dagelijks varieert in de Gelderse regio’s van 3 tot 4%. In de zomer wordt in Gelderland door 3% van de inwoners wekelijks buiten gestookt. Door 23 tot 26% wordt wel buiten gestookt in de zomer, maar niet wekelijks. In Overijssel is te zien dat 10% van de mensen in de GGD regio Twente in de winter een paar keer per week tot dagelijks een houtkachel/allesbrander stookt, 4% een open haard en 5% een pelletkachel. In de zomer stookt 3% van de mensen een vuurkorf/open haard en 10% een barbecue. Deze cijfers volgen uit de GGD Gezondheidsmonitor 2024, in de GGD regio IJsselland maakte de (extra) vraag naar stookgedrag geen deel uit van de enquête.
Bevat fijnstof door houtstook meer kankerverwekkende stoffen? RIVM heeft berekend dat houtstook ook een aanzienlijke bijdrage levert aan de uitstoot van PAKs (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen): Gemiddeld over heel Nederland levert houtstook bijna 75% van de uitstoot van PAKs (RIVM, 2023b). PAKs veroorzaken verschillende gezondheidseffecten. Enkele PAKs zijn kankerverwekkend. We gaan in deze rapportage verder niet in op de uitstoot van PAKs en de gezondheidseffecten, omdat de informatie ontbreekt om de blootstelling en de gezondheidseffecten goed in te kunnen schatten voor Gelderland en Overijssel.
Pagina
31
Figuur 15:
Uitstoot van PM2,5 in Mkg/jaar per regio in Overijssel en Gelderland in 2021. De taartdiagrammen geven de omvang (grootte van de cirkel) en bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren van de taartstukjes) weer. De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die provincie (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda - 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda). Bewerking van Website GCN tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht.
In Figuur 16 en Figuur 17 staat per gemeente aangegeven wat de emissie van primair PM2,5 is per bron. In Overijssel (Figuur 16) is de PM2,5 uitstoot door industrie (inclusief energieopwekking en afvalverwerking) groot in Almelo, Enschede en Haaksbergen. In Gelderland (Figuur 17) hebben in deze categorie de gemeenten Ede, Lingewaard, Arnhem, Oude IJsselstreek, Apeldoorn en WestBetuwe de grootste uitstoot. Ook bij PM2,5 is de uitstoot van de binnenvaart een grote bron in gemeenten rondom de Waal. De uitstoot van houtstook is in alle gemeenten groot; in een aantal gemeenten zorgt houtstook zelfs voor meer dan de helft van de totale PM2,5 uitstoot.
Pagina
32
Figuur 16:
PM2,5 emissies per gemeente in Overijssel in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van GCN-tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht (rivm.nl) De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.
Pagina
33
Figuur 17:
PM2,5 emissies per gemeente in Gelderland in 2021 (ton/jaar). De sector ‘Industrie’ is inclusief energieopwekking en afvalverwerking. Bewerking van GCN-tool: inzicht in lokale emissies en concentraties lucht (rivm.nl) De grootte van de gemeente is van grote invloed op de totale uitstoot van een gemeente.
Pagina
34
3.4
Trends in emissies per bron
De uitstoot van een aantal bronnen van luchtverontreiniging is de laatste jaren een stuk kleiner geworden. Andere bronnen worden daarmee relatief gezien groter. In deze paragraaf geven we een kort overzicht van nationale trends en verwachtingen naar de toekomst. Houtstook Houtstook is met name een bron van fijnstof. De fijnstofuitstoot van houtstook is de afgelopen dertig jaar gedaald, maar minder dan andere bronnen (Website RIVM, Bijdrage houtstook aan uitstoot en luchtkwaliteit). De daling komt niet omdat er minder hout is gestookt, maar omdat oude houtkachels deels zijn vervangen door nieuwe kachels met gemiddeld een lagere uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. De hoge gasprijzen in de afgelopen paar jaren hebben geleid tot meer houtstook (CBS). Prognoses van TNO (zie ook Figuur 18) laten in de komende jaren een dalende trend zien in de totale uitstoot van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide door houtverbranding, met een forse bandbreedte vanwege aannames over het toekomstige houtgebruik, de vervanging van oude kachels en de emissieschatting (TNO 2025). De bandbreedte voor de prognose voor de jaren 2030 en 2035 is gebaseerd op het hoge en lage scenario van houtconsumptie en op een onzekerheid veroorzaakt door de snelheid in verjonging van het kachelpark.
Figuur 18:
Emissies (in kiloton) uit houtstook met vastgesteld beleid voor realisaties (2012, 2020 en 2022) en emissieprognoses inclusief bandbreedte (2030 en 2035). Bewerking van: TNO (2025) Prognoses van energie en emissies van houtkachels en haarden in woningen tot 2040.
Landbouw De laatste 10 jaar laat een daling zien in de NOx uitstoot door de landbouw. Dat geldt ook voor de uitstoot van primair fijnstof (PM10), na een eerdere periode van stijging. De ammoniakuitstoot,
Pagina
35
belangrijk bij de vorming van secundair fijnstof, neemt de laatst 10 á 15 jaar nauwelijks verder af (Website CLO, Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2022). Dit is weergegeven in Figuur 19. De reductie van de uitstoot van NOx, fijnstof en ammoniak door de landbouw in de komende jaren zal grotendeels afhangen van het stikstofbeleid.
Figuur 19:
Emissie NOx, ammoniak en fijnstof (PM10) naar de lucht door land- en tuinbouw (Bron: Website CLO, Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2022).
Mobiele werktuigen De uitstoot van NOx en fijnstof door mobiele werktuigen (zoals bouwmachines, veegwagens, aggregaten en landbouwwerktuigen) was in het verleden een kleine bron. Door de afname van andere bronnen zijn mobiele werktuigen nu een bron van betekenis. Bijna de helft van de uitstoot van mobiele werktuigen komt van landbouwmachines en de andere helft uit de bouw. De uitstoot van mobiele werktuigen verdient meer prioriteit. Bij zowel het stikstofbeleid als het klimaatbeleid wordt ook ingezet op schonere of zelfs emissieloze mobiele werktuigen. Scheepvaart In met name Gelderland is de binnenvaart een grote bron van NOx en in mindere mate ook van fijnstof. De reductie van de uitstoot van de scheepvaart verloopt veel trager dan bij wegverkeer, omdat schepen een veel langere levensduur hebben en omdat hiervoor internationale afspraken gemaakt moeten worden. Er is en wordt op veel plekken walstroom aangelegd om emissies van binnenvaartschepen in havens te verminderen. Ook zijn er ontwikkelingen in schonere motoren en schonere brandstoffen (waterstof, elektriciteit), maar die ontwikkelingen gaan (mede vanwege de lange levensduur van scheepsmotoren) minder snel dan bij wegverkeer. De komende jaren zal de binnenvaart een grote bron van luchtverontreiniging blijven.
Pagina
36
Industrie De uitstoot van NOx en fijnstof door de industrie is sinds 1990 met respectievelijk 70 en 80% afgenomen. De daling in uitstoot is vooral in de jaren ’90 gerealiseerd, de laatste 0-15 jaar is de uitstoot nog nauwelijks gedaald. Zie Figuur 20. De uitstoot van industrie is deels gerelateerd aan verbrandingsprocessen, deels aan op- en overslag. Naar verwachting daalt de uitstoot van luchtverontreiniging als gevolg van verbrandingsprocessen in de industrie de komende jaren als gevolg van klimaatbeleid. Voor reductie van uitstoot van fijnstof door op- en overslag is extra aandacht nodig. In Figuur 20 is de afvalverbranding en energieopwekking niet meegenomen. In de gebruikte gegevens van hoofdstuk 3 vallen deze sectoren wel in dezelfde categorie. De uitstoot van NO 2 en fijnstof door de energiesector is sinds de jaren 90 ongeveer met 80 tot 90% afgenomen (Website CLO Emissies naar lucht door de energievoorziening 1990-2022). Biomassacentrales en bijmenging van biomassa in energiecentrales zijn (relatief) nieuwe, extra bronnen van luchtverontreiniging.
Figuur 20:
Emissies NOx en fijnstof (PM10) naar de lucht door industrie (inclusief raffinaderijen) Bron: Website CLO Emissies naar lucht door de industrievoorziening 1990-2023.
Wegverkeer De uitstoot van NOx en fijnstof door wegverkeer is sinds 1990 met 80% gedaald. De daling zet gestaag door (zie Figuur 21, bron: Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990-2023). Dat komt door beleid en maatregelen van de EU, de rijksoverheid, provincies en gemeenten. Naar verwachting daalt de uitstoot van wegverkeer de komende jaren verder als gevolg van strengere emissie-eisen en klimaatbeleid. Een deel van dit effect wordt echter teniet gedaan door de toename in wegverkeer en de aanschaf van grotere en zwaardere auto’s. Vergeleken met 20 9 wordt voor 2028 een groei van de afgelegde afstand op het hoofdwegennet van 10% verwacht (basisscenario; Mobiliteitsbeeld 2023, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat).
Pagina
37
Figuur 21:
Emissies naar de lucht van wegverkeer (Bron: Website CLO Wegverkeer: Volumeontwikkeling en milieudruk 1990-2023.
Pagina
38
4. Effectieve maatregelen voor gezonde lucht
Samengevat Lokale en Regionale overheden (gemeenten, provincies, omgevingsdiensten) kunnen maatregelen nemen voor verbetering van de luchtkwaliteit en zo de impact van luchtverontreiniging op onze gezondheid verminderen. Om gemeenten en provincies te inspireren en ondersteunen, hebben de GGD’en een overzicht samengesteld van effectieve maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit overzicht is gebaseerd op praktijkervaringen van lokale overheden en producten die zijn ontwikkeld in het Schone Lucht Akkoord. Het overzicht biedt inspiratie voor iedereen die werkt aan gezonde lucht. De maatregelen zijn gerubriceerd naar de belangrijkste bronnen van uitstoot, onder meer wegverkeer, houtstook, landbouw en industrie.