CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Het Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht jaarverslag 2024 & programma 2025

Raad Besluitvormingsronde 10 februari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht jaarverslag 2024 & programma 202521.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

63

Perspectief Juridische Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon 14038 postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl

Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Jaarverslag 2024 & programma 2025

Versie: Datum:

1.0 2 december 2024

Voorwoord Het is zover: de Omgevingswet, inclusief het stelsel kwaliteitsborging voor het bouwen (nieuwbouw), is op 1 januari 2024 in werking getreden. Daarmee stond het afgelopen jaar vooral in het teken van oud en nieuw. Met name het eerste deel van 2024 stond bij de casemanagers (bouwplantoetsers) in het teken van de afhandeling van aanvragen en toezicht op verleende vergunningen onder het oude wetgevingsregime. Daarnaast hebben wij de eerste ervaringen opgedaan met toestemmingen en toezicht en handhaving onder de Omgevingswet. Ook andere ontwikkelingen hebben effect op het werkveld van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) binnen het fysiek domein. Voorbeelden hiervan zijn de oplopende bouwprijzen en de woningbouwcrisis. We kunnen niet alles voorzien en daardoor nooit volledig inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt. Ook het ‘nieuwe normaal’, waarbij we onder andere meer thuiswerken, heeft impact op onze samenleving en economie en daarmee ook op het VTH-werkveld. In onze terugblik wordt dit inzichtelijk. Bij het vooruitkijken naar 2025 staat vooral de verdere implementatie van de Omgevingswet en de kwaliteitsborging voor het bouwen centraal. In dit jaarverslag en programma gaan wij in op het beleidskader voor het uitvoeren van de VTH-taken.

Daarnaast is ook het coalitieakkoord een belangrijk document voor het formuleren van doelen en het maken van keuzes.

Coalitieakkoord 2022-2026 Samen naar een waarde(n)volle toekomst voor Zwolle. Dat is het motto van het coalitieakkoord. De coalitie bouwt verder aan een duurzame, sociale, inclusieve stad, die groeit met behoud van de menselijke maat en de kwaliteit van leven. Want dat is de kracht van de stad. Met het instrumentarium van het VTH-domein dragen wij bij aan de doelen en uitdagingen van het akkoord. Een van de uitdagingen is de bouw van voldoende nieuwe en betaalbare woningen, met een extra inzet op de bouw van flexwoningen. Een andere grote uitdaging is de klimaatcrisis, die om een versnelling vraagt van de energietransitie. Daarnaast wordt de komende jaren gewerkt aan de kwaliteit van de stad en grote gebiedsontwikkelingen, zoals de Spoorzone, Nieuwe Veemarkt en Zwartewaterzone. De uitvoering van onze VTH-taken hangt direct samen met de staat van onze samenleving en economie en heeft het belang van een adequate uitvoering van die taken voor onze samenleving meer dan ooit onderstreept.

Afbakening jaarverslag en programma Dit jaarverslag en programma ziet op de verantwoording (2024) en programmering (2025) van de uitvoering van de taken ten aanzien van het VTH omgevingsrecht (zoals bouw, milieu, reclame en kap). Dit jaarverslag en programma gaat niet over de VTH-taken op het gebied van Veiligheid en Openbare Ruimte. Binnen beide werkvelden spelen diverse ontwikkelingen met ieder een eigen proces, zoals de verdere implementatie van de Omgevingswet en de

1

doorontwikkeling Toezicht Openbare Ruimte. Wij hebben daarom besloten vanaf 2022 het jaarverslag en programma alleen voor omgevingsrecht op te stellen. Omdat we nooit volledig kunnen inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt wordt er altijd veel flexibiliteit van ons gevraagd. Flexibiliteit is daarmee een belangrijke voorwaarde voor een adequate taakuitvoering. Voor wat betreft de verantwoording over het jaar 2024 gaan wij ook in op landelijke ontwikkelingen die in het VTH-domein spelen en gespeeld hebben. Denk hierbij aan de eerste ervaringen met de Omgevingswet en het stelsel kwaliteitsborging voor het bouwen en de krapte op de arbeidsmarkt. Het stelsel kwaliteitsborging maakt dat wij – kortgezegd - voor wat betreft een aantal categorieën bouwwerken fundamenteel anders gaan werken, omdat een private partij, de kwaliteitsborger, de kwaliteit moet gaan borgen maar wij handhavend moeten optreden wanneer de kwaliteitsborger constateert dat er niet conform de regelgeving is gebouwd. Binnen het taakveld milieu speelt vooral de versterking VTH-stelsel met als onderdeel het komen tot robuuste omgevingsdiensten. In 2025 zal de verdere implementatie van de Omgevingswet en het stelsel kwaliteitsborging voor het bouwen, naast de reguliere VTH-taken, veel inzet vragen. Denk hierbij aan het actualiseren van het VTH-beleid thuistaken.

2

Inhoud 1 1.1 1.1.1 1.1.2 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3

Sturen op impact Waarom een VTH jaarverslag- en programma? Een gecombineerd jaarverslag en programma Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH-domein Taken Wet- en regelgeving Partners bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht Borging kwaliteit werkzaamheden

4 4 4 4 5 5 5 6

2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3

Projecten & ontwikkelingen Omgevingsrecht (thuistaken) (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Omgevingsrecht milieu (OD-taken)

9 9 9 14

2.2 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3

15 19

Productbladen 22 Taakveld bouwen & RO 22 Vooroverleg 22 (Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg, monument, sloopmeldingen, reclame, kap en uitweg. 23 Ambtshalve handhaving, handhavingsverzoeken, meldingen en klachten. 34 (Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen en meldingen brandveilig gebruik. 37 Taakveld milieu (OD-taken) 43 Vergunningverlening + toezicht en handhaving milieu. 43 Specialistische taken milieu. 50 Duurzaam (energiebesparingsaanpak bij bedrijven). 52

Bijlage I: Kwaliteitscriteria

56

Bijlage II: Uitgangspunten conceptbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

60

Bijlage III: VTH Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJsselland

62

Bijlage IV: OD Jaaropdracht gemeente Zwolle 2025

63

3

1

Sturen op impact

1.1

Waarom een VTH jaarverslag- en programma?

1.1.1

Een gecombineerd jaarverslag en programma Het opstellen van een jaarverslag en een programma voor de uitvoering van de taken op het gebied van VTH omgevingsrecht1 is een wettelijke verplichting. Het is een proceseis, dat onderdeel uitmaakt van de sluitende VTH beleids- en uitvoeringscyclus. Het programma beslaat altijd één kalenderjaar en moet vóór het nieuwe kalenderjaar zijn vastgesteld (dus het programma voor 2025 moet in 2024 klaar zijn). Het jaarverslag beslaat ook altijd één kalenderjaar en moet vóór 1 april van het volgende jaar worden vastgesteld (dus vóór 1 april 2025 moet verantwoording worden afgelegd over 2024). We evalueren de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van het afgelopen jaar en gebruiken de evaluatie om een goed programma voor het komende jaar op te stellen. Omdat deze gegevens beperkt verschillen van de gegevens die wij uiteindelijk gebruiken voor onze definitieve verantwoording in het jaarverslag, hebben wij er met ingang van 2021 voor gekozen om het jaarverslag en het programma te combineren in één document. Dit is de vijfde keer dat wij een gecombineerd document opstellen. Met deze keuze werken wij efficiënter en maken wij de sluitende beleids- en uitvoeringscyclus nog beter zichtbaar.

1.1.2

Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH-domein In het VTH-programma 2024 hebben wij vastgelegd welke taken en andere werkzaamheden wij op het gebied van het VTH omgevingsrecht in 2024 zouden uitvoeren, waar we op in zouden zetten en wat wij wilden bereiken. Met dit document laten wij zien hoe wij de VTH-taken in 2024 concreet hebben uitgevoerd en welke taken er het afgelopen jaar zijn uitgevoerd die niet gepland waren. Dit vergelijken we met het programma van 2024 om vervolgens te kunnen concluderen of: • we onze begrotings- en beleidsdoelen hebben bereikt; • we hebben bijgedragen aan het behalen van die doelen op termijn; • er redenen zijn om de doelen, werkwijze en / of inzet bij te stellen. Met behulp van deze cyclus monitoren we of we op de korte, middellange en lange termijn de juiste keuzes hebben gemaakt en of we die keuzes ook zoals gepland hebben uitgevoerd. Verantwoording afleggen over het afgelopen jaar is belangrijk om inzicht te krijgen in de vraag of de gemaakte keuzes voor het jaar 2024 de gewenste impact in het domein van VTH omgevingsrecht hebben gehad. Reflecteren op het voorgaande VTHjaar is waardevol voor de professionele praktijk en ook belangrijke input voor het programma voor 2025.

Hierbij gaat het zowel om de taken die wij zelf uitvoeren, de zogenaamde omgevingsrecht thuistaken (zoals bouw, reclame en kap), als milieutaken (namens ons uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland (OD)). 1

4

Om onze ambities en doelen waar te maken, een goede partner te blijven en het hoofd te bieden aan de vele ontwikkelingen die in snel tempo op ons afkomen, zijn helderheid, visie en tijdig anticiperen cruciaal. Wat betekenen de ontwikkelingen voor de organisatie? Welke kansen en bedreigingen zijn er? Welk risico lopen we als we iets niet doen? Terugblikkend op het afgelopen jaar: moet er het komende jaar bijgestuurd worden om de gestelde doelen en ambities waar te maken? De beantwoording van onder andere die vragen heeft geleid tot het programma voor volgend jaar. We hebben in hoofdstuk 2 benoemd aan welke (meerjarige) projecten we (ook) in 2025 werken en welke ontwikkelingen van invloed zijn op de uitvoering van onze kerntaken. Deze kerntaken hebben wij in een aantal ‘productbladen’ gevat. In deze productbladen staan we stil bij de begrotings- en beleidsdoelen voor de betreffende kerntaken, blikken we terug op de programmering voor 2024, presenteren we de resultaten over 2024 en voeren we een korte evaluatie uit waarin we de resultaten over 2024 afzetten tegen de gestelde doelen en conclusies trekken. Op basis daarvan komen wij tot het programma voor 2025. Dit document vormt daarmee voor ons een belangrijke leidraad voor onze inzet in 2025 en de monitoring daarvan gedurende het jaar.

1.2

Taken

1.2.1

Wet- en regelgeving Er is veel landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving waar de bevoegdheden en verplichtingen voor de uitvoering van VTH-taken omgevingsrecht uit voortvloeien. Het benoemen van alle VTH-taken voert - gelet op het aantal - op deze plaats te ver. Wij volstaan daarom met een verwijzing naar de in de productbladen vermelde taken. In aanvulling op de productbladen, zetten wij in de tabel hieronder de belangrijkste, relevante wet- en regelgeving ten aanzien van de VTH-taken omgevingsrecht op een rij. Stelsel Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024) Omgevingswet (Ow) Aanvullingssporen (bodem, geluid, grondeigendom, natuur) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsregeling Omgevingsbesluit (Ob) Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Omgevingsplan van rechtswege (incl. bruidsschat) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

1.2.2

Partners bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht Binnen ons taakveld werken wij frequent samen met meerdere partners. Hieronder een overzicht van de belangrijkste samenwerkingspartners. Veiligheidsregio IJsselland De brandweer IJsselland brengt advies uit over bouwplannen die passen binnen de toetsingslijst van complexe bouwwerken van de Nederlandse Vereniging voor

5

Brandweerzorg en Rampenbestrijding. De brandweer kan tevens op verzoek van een toezichthouder of toezichthouder brandveiligheid bij complexe bouwplannen of complexe controles op brandveilig gebruik worden ingeschakeld om mee te gaan op controle, een overleg ten aanzien van deze onderwerpen bij te wonen of documenten te beoordelen. Omgevingsdienst IJsselland (OD) De Omgevingsdienst IJsselland voert de IJssellandse variant van het basistakenpakket (milieu) uit. Deze keuze omvat alle uitvoerende milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en een aantal specialistische taken. Hieronder vallen geluid, bodem en asbest. GGD IJsselland Binnen het stelsel van de Omgevingswet is meer aandacht voor gezondheid. Door de leefomgeving gezond in te richten kan gezondheidswinst worden geboekt, naast dat het beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden. De GGD kan op verzoek advies uitbrengen bij het opstellen van beleid en vergunningsaanvragen waarbij gezondheid een duidelijke rol speelt. Ketensamenwerking in de regio Integrale advisering en daarmee ketensamenwerking in de regio is onder de Omgevingswet nog belangrijker geworden. Als Zwolle nemen wij deel aan het Omgevingsplatform IJsselland. Hierin kijken partners in de regio samen wat nodig is voor werkende ketens binnen het stelsel van de Omgevingswet.

Van planvorming tot en met de afhandeling van aanvragen en handhaving. En van techniek op orde tot goede samenwerkingsafspraken. In 2021 is gestart met de omgevingstafel voor het gezamenlijk bespreken van initiatieven. In 2022 zijn werkinstructies opgesteld voor het vergunningenproces. Het jaar 2023 stond vooral in het teken van Indringend Ketentesten (IKT). Hierbij is zowel naar de techniek (Omgevingsloket, lokale zaaksystemen) als naar inhoud (toepasbare regels, werkafspraken e.d.) gekeken. Vanaf 1 januari 2024 worden de samenwerkingsafspraken in de praktijk toegepast en waar nodig aangepast en aangevuld. In de tweede helft van 2024 is gestart met het maken van samenwerkingsafspraken in de planketen. Deze acties lopen door in 2025. 1.2.3

Borging kwaliteit werkzaamheden Kwaliteitscriteria 2.3. Een belangrijk instrument om de kwaliteit binnen het domein omgevingsrecht te faciliteren en te bevorderen zijn de VTH-kwaliteitscriteria. In dat kader heeft de raad op 27 november 2023 de vernieuwde Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zwolle vastgesteld. In die verordening wordt verwezen naar de actuele set kwaliteitscriteria op basis waarvan de gemeente en de OD de VTH-taken omgevingsrecht uitvoeren. Op dit moment is dat versie 2.3, met als laatste toevoeging competentieprofielen (onderdeel D) 2. In bijlage I is in een tabel aangegeven hoe Zwolle ervoor staat met betrekking tot de kwaliteitscriteria. 2

Vanaf 1 januari 2025 is versie 3.0 van toepassing.

6

VTH-beleid thuistaken Ieder bevoegd gezag moet voor de VTH-thuistaken omgevingsrecht een VTHbeleidsplan opstellen. Op 25 mei 2021 is het VTH-beleidsplan Wabo thuistaken 20212022 vastgesteld. In het kader van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) moet dit beleid worden geactualiseerd. Een geactualiseerde risicoanalyse is hiervoor een van de pijlers. In 2023 is gestart met het opstellen van beleid voor de uitvoering binnen het stelstel kwaliteitsborging voor het bouwen. We hebben in 2024 de eerste ervaringen opgedaan, in 2025 gaan we meer ervaringen opdoen. Op basis van de ervaringen in 2024 en 2025 gaan wij het conceptbeleid Wkb omzetten in definitief beleid (zie ook paragraaf 2.1.1 onder Kwaliteitsborging voor het bouwen). Actualisering risicoanalyse (besturingsmodel) Het uitvoeringsbeleid voor de VTH-taken omgevingsrecht (zowel de ‘thuistaken’ als de milieutaken) moet gebaseerd zijn op een actuele risicoanalyse. In 2020 is gestart met het in regionaal verband aanbesteden van de levering van een risicotool. Begin 2022 is de risicotool voor de VTH-taken milieu opgeleverd. De OD heeft samen met de OD Twente gewerkt aan een doorontwikkeling ervan, in juli 2023 is versie 1.0 van de risicotool opgeleverd (zie verder paragraaf 2.3). Eind 2021 is ook besloten tot de aanschaf inclusief procesbegeleiding van het besturingsmodel voor de VTH-thuistaken.

Dit besturingsmodel bestaat uit een risicomodule en een besturingsmodule. In 2022 is gestart met het vullen van de risicomodule, het vullen van de besturingsmodule volgt na afronding van het functie- en formatieonderzoek (zie ook paragraaf 2.1.1 onder Ontwikkelingen Fysiek Domein) en loopt door tot in 2025. Het is de bedoeling om het besturingsmodel in 2025 te betrekken bij het vast te stellen VTH-beleid thuistaken en te gaan gebruiken bij het opstellen van het VTH-programma 2026. Juridische procesverbeteringen Om de onderlinge samenwerking bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht te verbeteren zijn in 2023 hernieuwde afspraken gemaakt voor een ‘warme’ overdracht van complexe dossiers en dossiers met bijzonderheden en / of aandachtspunten van de vergunningverleners aan de toezichthouders. Ook is in 2023 gestart met het verbeteren van de samenwerking binnen het fysiek domein en bezwaar en beroep op het VTHtaakveld omgevingsrecht. De implementatie van deze verbetertrajecten in onze processen van vergunningverlening, toezicht en behandeling en van bezwaar en beroep worden in 2025 voortgezet. Zienswijzen Wettelijk zijn wij verplicht alle aanvragen om een omgevingsvergunning te publiceren. In Zwolle kiezen wij ervoor om niet enkel te volstaan met een publicatie, maar iedereen de mogelijkheid te bieden om een zienswijze in te dienen over een aanvraag.

Wij doen dat om, voordat we een besluit nemen op de aanvraag, een goede belangenafweging te kunnen maken en zoveel mogelijk willen voorkomen dat het tot een (formele) bezwaarprocedure komt. In 2023 hebben wij de effecten van deze Zwolse werkwijze globaal geanalyseerd. Uit deze analyse is gebleken dat een heel aantal indieners van

7

zienswijzen uiteindelijk geen bezwaar heeft ingediend tegen het besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Wij hebben daarom besloten de huidige werkwijze ook onder de Omgevingswet voort te zetten. Bezwaar- en beroep Het aantal bezwaar- en beroepszaken en het resultaat van de behandeling daarvan voor wat betreft het VTH-domein, is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van ons werk. Wij worden daarom altijd geïnformeerd over (het verloop van) de bezwaar- en beroepsprocedures door de afdeling Juridische Zaken en de resultaten van de behandeling daarvan. Wij vinden het belangrijk om daar lering uit te trekken en daarmee de juridische kwaliteit van onze besluiten steeds verder te verbeteren. Dit doen wij door in voorkomende gevallen belangrijke conclusies met elkaar te delen en waar nodig onze werkprocessen te optimaliseren.

8

2

Projecten & ontwikkelingen

2.1

Omgevingsrecht (thuistaken)

2.1.1

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend Omgevingswet Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking getreden. De Ow is de basis voor een nieuw regelgevingsstelsel voor de fysieke leefomgeving. Er is meer lokale afwegingsruimte en de besluitvorming wordt versneld. Een belangrijk verbeterdoel van de Ow is een meer integrale benadering van de fysieke leefomgeving in regelgeving, beleid en besluitvorming. De Ow heeft grote impact op onze organisatie en die van onze ketenpartners als het gaat om procedures, werkprocessen en digitale systemen in het brede fysieke domein. Het werken met de bruidsschat (voormalige rijksregels die zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) en de overgangsrechtelijke bepalingen hebben het werk, zeker in de beginfase, extra complex gemaakt. Daarmee heeft de Ow ook invloed op hoe wij onze dienstverlening en de VTH-taken hebben uitgevoerd. Het is voor een initiatiefnemer verstandig om aan participatie te doen. De omgeving vroeg bij een project betrekken, vergroot het draakvlak en voorkomt vaak bezwaren in een later stadium. Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet een initiatiefnemer aangeven of aan participatie is gedaan. En zo ja, hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn.

Participatie is daarmee een zogenaamde aanvraagvereiste, maar heeft geen verplicht karakter voor de vergunningaanvrager. Een uitzondering op die regel zijn aanvragen die vallen onder de categorieën van gevallen die de raad op 7 februari 2022 heeft aangewezen. Voor die gevallen geldt een bindend adviesrecht voor de raad en een verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. In Zwolle kan dat met behulp van Hanza! Dit is een methode die initiatienemers helpt om een zorgvuldig participatieproces te organiseren. In de eerste helft van 2024 hebben de medewerkers vooral veel energie gestoken in vooroverleg om zo, samen met initiatiefnemers, in de praktijk ervaringen op te doen met de nieuwe systematiek van de Omgevingswet. Met name de zogenaamde knip voor bouw (in ruimtelijke en technische bouwactiviteit) en de grote diversiteit aan activiteiten en werkzaamheden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) heeft tot veel vragen en overleg geleid. Bij veel (concept)aanvragen bleek dat initiatiefnemers niet altijd de juiste activiteiten had aangevraagd. Bij de behandeling van (concept)aanvragen hebben we ook ruimere termijnen toegestaan aan initiatiefnemers om aanvullingen te doen. Enerzijds dienstverlenend, anderzijds had dit wel tot gevolg dat langere doorlooptijden ontstonden.

Daarnaast zijn er veel vragen beantwoord over vergunningvrij bouwen omdat initiatiefnemers hierover onzekerheid voelden. Het beoordelen van initiatieven is onder Ow complexer geworden.

9

De implementatie van de Ow was ook lastiger door een grote toename in het aantal vergunningsaanvragen in het laatste kwartaal van 2023. Veel initiatiefnemers hebben nog snel een aanvraag ingediend onder de oude Wabo-regelgeving. Wij hebben in de eerste maanden van 2024 een groot deel van de capaciteit moeten steken in de afhandeling van Wabo-aanvragen. Hierdoor was er minder tijd om ervaring op te doen met Owaanvragen. We hebben in de eerste maanden van 2024 wel sessies gehouden om casuïstiek te bespreken, werkinstructies bij te stellen en sjablonen aan te passen. In 2024 zijn ook de eerste ervaringen opgedaan met aanvragen omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Dit zijn aanvragen om af te wijken van het omgevingsplan. Daarbij zat ook een aanvraag die viel onder de aangewezen gevallen waarvoor de raad een bindend adviesrecht heeft en waarvoor participatie verplicht is gesteld. In 2025 zullen we de Ow verder implementeren, meer ervaring opdoen en daar waar nodig processen bijstellen. Ook voor 2025 zijn er extra incidentele middelen beschikbaar om de implementatie van de Ow te dekken. Deze middelen worden onder andere ingezet om nieuwe werkzaamheden die niet gedekt kunnen worden uit leges uit te voeren en te monitoren wat de nieuwe werkwijze betekent.

Aandachtspunt daarbij is wel dat wij te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt waardoor het organiseren van externe ondersteuning voor onze werkzaamheden uitdagend blijft. Beleidsprocessen Omgevingswet In 2021 is de Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 vastgesteld en de voorbereidingen voor het opstellen van één gemeente breed omgevingsplan zijn in volle gang. VTH-medewerkers worden uitdrukkelijk betrokken bij dergelijke beleidsprocessen. Een onderdeel van de voorbereiding van het omgevingsplan is het onderzoek naar de consequenties van ons handhavingsbeleid op de vorming van dat plan. In juni 2024 is gestart met de uitvoering van een project gericht op het beëindigen van complexe, langlopende met het bestemmingsplan/omgevingsplan strijdige situaties. Voor dit project is een extern bureau ingeschakeld, waardoor de inzet hiervoor niet ten koste gaat van onze reguliere handhavingstaken. Eerste wijziging omgevingsplan van rechtswege Sinds de inwerkingtreding van de Ow op 1 januari 2024 hebben wij een omgevingsplan van rechtswege. Dit bestaat uit (ruimtelijke) regels uit vervallen instrumenten (zoals bestemmingsplannen) en rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat).

Op 18 december 2023 heeft de raad besloten een procedure tot wijziging van het omgevingsplan van rechtswege op te starten om de beoogde aanpassing van de bruidsschatregels door te kunnen voeren. Daarmee wordt voorkomen dat er extra vergunningplichten ontstaan ten opzichte van de situatie voor inwerkingtreding van de Ow. De raad heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van deze wijziging van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college. Naar verwachting gaat het ontwerp omgevingsplan eind 2024 ter visie.

10

Kwaliteitsborging voor het bouwen Met de Ow is er een zogenaamde knip gekomen tussen de ruimtelijke toets en de bouwtechnische toets. Daarnaast is op 1 januari 2024, tegelijk met de Ow, het stelsel kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb-stelsel), deels in werking getreden. Het nieuwe Wkb-stelsel heeft impact op de bouwtechnische toets en de rol van de gemeente. Een marktpartij voert de bouwtechnische toets en het toezicht uit, niet de gemeente. De initiatiefnemer of aannemer moet een private kwaliteitsborger inhuren. De ruimtelijke toets en het toezicht hierop blijven bij de gemeente. Dit betreft regels voor ruimtelijke aspecten, welstand en veiligheid voor de omgeving(bouw- en sloopveiligheid). De gemeente blijft bevoegd gezag voor bestaande bouwwerken. Het Wkb-stelsel geldt vooralsnog alleen voor nieuwbouwwerken in de laagste risicoklasse, de zogenaamde ‘gevolgklasse 1’. Dit zijn bijvoorbeeld grondgebonden eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden. De gemeente blijft bevoegd gezag voor toezicht en handhaving van het bouwtechnische deel, maar heeft als het Wkb-stelsel van toepassing is een informatieachterstand. Gegevens komen niet vooraf maar achteraf beschikbaar. De nieuwe rol beperkt zich tot het toetsen van de bouwmelding en de gereedmelding. Wij kunnen als bevoegd gezag informatie- en contactmomenten opleggen.

Als achteraf moet worden hersteld, kost dat extra tijd, inzet en geld. De markt is primair verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. Afwijkingen moeten door marktpartijen worden opgelost. Als de kwaliteitsborger een strijdigheid constateert die zijn verklaring in de weg staat, legt hij dit voor aan de gemeente. De gemeente moet dan handhavend optreden. Dit betekent een andere manier van toezicht houden en het inrichten van handhavingsbeleid. Wat betreft onze rol als bevoegd gezag moeten beleidsmatige keuzes worden gemaakt. Wij hadden verwacht in 2024 veel ervaring op te doen met de nieuwe werkwijze onder het Wkb-stelsel en de concept uitgangspunten Wkb-beleid. Deze doelstelling hebben we niet gehaald, omdat er slechts 18 aanvragen omgevingsvergunning gevolgklasse 1 nieuwbouw, waarvan 9 met een bouwmelding, zijn ingediend. Er is nog geen gereedmelding gedaan. De ervaringen in 2024 zijn daarmee ontoereikend om het conceptbeleid om te zetten in definitief beleid. Wij zullen in 2025 meer ervaring moeten opdoen en ervaring uitwisselen met andere gemeenten om tot een effectief en efficiënt beleid voor het Wkb-stelsel te kunnen komen. De conceptuitgangspunten Wkb-beleid waar wij ook in 2025 mee werken zijn opgenomen in bijlage II.

In 2025 zal onze focus liggen op: • Het verder monitoren van de effecten van het Wkb-stelsel voor de gemeente en de werking van de aangepaste processen, beleidsuitgangspunten en legesverordening. • Het gereed zijn voor de invoering van de Wkb voor gevolgklasse 1 verbouw per 1-7-2025 (eind 2024 wordt duidelijk of deze wetswijziging doorgaat). • Vaststellen toezicht en handhavingsbeleid Wkb (gevolgklasse 1).

11

Ontwikkeling Fysiek Domein Sinds 1 april 2024 is de hoofdstructuur van het Fysiek Domein veranderd. Dit betekent onder andere dat de afdeling Fysieke Leefomgeving, onderdeel VTH omgevingsrecht, is samengevoegd met de afdeling Ruimtelijke Planvorming. Daarmee zit de uitvoering (VTH) dichter bij beleid en ‘regelmakers’. Met de komst van de Ow en het Wkb-stelsel zijn nieuwe rollen en taken ontstaan. Een andere ontwikkeling is het feit dat diverse ervaren medewerkers gebruik maken van het generatiepact en / of binnen enkele jaren met pensioen gaan. Tegelijkertijd groeit de stad en daarmee de VTH-werkzaamheden. Om die reden loopt er op dit moment een functie- en formatieonderzoek om in kaart te brengen wat nodig is om de werkzaamheden binnen het VTH-domein, inclusief adviseurs, ook in de toekomst goed uit te kunnen voeren. Wij verwachten begin 2025 de resultaten van dit onderzoek en gaan deze betrekken bij het verder opstellen van het besturingsmodel (zie paragraaf 1.2.3 onder actualisatie risicoanalyse (besturingsmodel)). Op 15 november 2024 is de begroting 2025 vastgesteld en daarmee heeft er ook een aanpassing plaatsgevonden, die ruimte geeft om vanaf 2025 structurele baten in te zetten voor structurele formatie. De afgelopen jaren zagen wij dat de baten en lasten bouw aanzienlijk hoger lagen dan in de primitieve begroting was opgenomen.

De incidentele middelen als gevolg van hogere baten werden de afgelopen jaren ingezet voor het bekostigen van de inhuur van extern personeel, waardoor de balans tussen vast personeel en inhuur scheef is gegroeid. De aanpassing van de begroting geeft ruimte om structurele baten in te zetten voor structurele formatie en de inhuur van extern personeel deels af te bouwen. Hier is in de productbladen, onderdeel urenbegroting 2025, op geanticipeerd. In de loop van 2025 wordt mede op basis van de uitkomsten van het functie- en formatieonderzoek opnieuw naar de urenbegroting gekeken waarna zo nodig aanpassingen plaatsvinden. Ondermijning Wij werken verder aan het verstevigen van de integrale ondermijningsaanpak. Onderdeel daarvan is het vergroten van onze weerbaarheid tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Deze weerbaarheid ontstaat door het opwerpen van barrières en actieve toepassing van passend beleid om ondermijnende activiteiten geen kans te geven. Het toepassen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) bij de aanvraag van een vergunning is een voorbeeld van één van die barrières. Het Bibob-beleid is in 2021 geactualiseerd. Voor het vernieuwde Bibob-beleid is de regionale lijst met risico categorieën aangepast naar de lokale situatie in Zwolle.

Het nieuwe beleid maakt het mogelijk om maatwerk te leveren door onderscheid te maken bij onderdelen waar altijd een Bibob-toets toegepast wordt (hoog risico) en waar deze toegepast kan worden (laag risico). Omgevingsvergunningen bouw en milieu staan ook op die lijst. Dit is onderdeel van de werkwijze bij de vergunningverlening. En daarnaast is er een overleg ondermijning waar afstemming met andere disciplines plaatsvindt.

12

Monitoring Een goede monitoring is nodig om te kunnen beoordelen of beleids- en begrotingsdoelstellingen (zoals opgenomen in het VTH beleidsplan Wabo thuistaken 2021-2022 en de productbladen) behaald worden. Op dit moment maken wij gebruik van de indicatoren zoals vermeld in de productbladen. Helaas lukt het nog niet in alle gevallen daarop snel en/of op detail te rapporteren. Wij bouwen aan een ‘dashboard’ waarmee wij (detail)informatie uit onze zaaksystemen kunnen halen en daarmee de monitoring kunnen verbeteren. Sinds medio 2024 is er een ‘real time’ koppeling tussen zaaksystemen en dashboard, waarmee de actuele gegevens getoond kunnen worden. Een data-analist is onder andere bezig met de doorontwikkeling van het dashboard en het verbeteren van de datakwaliteit en het inzichtelijk maken van kwaliteitsdoelen zoals afhandelingstermijn. Dat vormt weer een belangrijke basis voor onze programmering en de keuzes die wij daarbij maken. In 2024 is onder andere gewerkt aan het actualiseren van checklisten, waarmee beter geborgd wordt dat de benodigde informatie ook daadwerkelijk in de zaaksystemen wordt vastgelegd. Dit is een continue verbeterproces. In 2025 zal, naast het verbeteren van datakwaliteit, extra aandacht uitgaan naar indicatoren (KPI’s) voor de Ow en Wkb. Op basis daarvan kunnen wij de werkprocessen verder optimaliseren en Ow en Wkb ‘proof’ maken.

Data gedreven werken Data gedreven werken of ook wel informatie gestuurd werken binnen het VTH-domein kan ons helpen om de veiligheid en leefbaarheid in Zwolle beter te waarborgen. Het zorgt ervoor dat sturing kan plaatsvinden vanuit overzicht, trends en ontwikkelingen. Het accent in het programma zal daarmee op onderdelen gaandeweg verschuiven van focussen op inspanningen (hoeveel vergunningen gaan we verlenen en hoeveel controles gaan we uitvoeren) en op output (het halen van de afgesproken aantallen) naar het werken aan een programmering dat gebaseerd is op outcome (resultaat en effectiviteit). Het ontwikkelen en uitvoeren van deze werkwijze van informatie gestuurd werken en monitoring is een continue proces en vraagt specifieke expertise en kost capaciteit. Sinds de zomer van 2023 beschikken wij over een data-analist die ons op dit vlak ondersteunt. Digitalisering Het verlenen van omgevingsvergunningen vindt digitaal plaats. Ook veel overleggen vinden sinds de coronaperiode digitaal of hybride plaats. Sinds 2023 werken wij binnen onze organisatie met Office 365, waaronder Teams, wat het tijd en plaats onafhankelijk werken nog beter mogelijk maakt. In 2024 is de implementatie van Teams in ons werkproces afgerond en is het gebruik van Whatsapp voor zakelijke doeleinden beëindigd.

Door het verder optimaliseren van het digitale werken en de systemen waarmee wij werken, kan een verdere kwaliteitsslag binnen het VTH-domein worden gemaakt. In 2025 gaan wij verkennen op welke manier informatiemanagement en de toepassing van digitale hulpmiddelen binnen onze werkprocessen mogelijk is.

13

2.1.2

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening Woningopgave In 2021 is de Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 vastgesteld. Tot 2030 willen we jaarlijks 1000 woningen toevoegen aan onze gemeente. Dat doen we om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij we zien dat de vraag blijft toenemen. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 willen we het woningtekort op alle fronten aanpakken met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd aanbod voor iedere inkomenscategorie. Een belangrijke keuze daarin is dat we onze opgaven voor meer woningen bijna volledig laten landen in de bestaande stad. We koppelen de woonopgaven ook aan gebieden waar een noodzaak is tot transformatie. De afgelopen jaren wordt het beoogde aantal van 1000 woningen per jaar niet gehaald. In ‘Blijven Bouwen: Zwols Actieplan Woningbouw’ is beschreven met welke strategieën wij als gemeente al actiegericht aan de slag zijn en op korte termijn verder mee aan het werk gaan. Eén van de vijf strategieën is: ‘We brengen ons juridisch instrumentarium verder op orde’. Dit actieplan en deze woningopgave betekent dat wij ook in 2025 rekening houden met een stroom aan aanvragen om omgevingsvergunningen en aan de voorkant meedenken bij de projecten en initiatieven om die procedures soepel te laten verlopen.

Beleid en regelgeving Het opstellen van nieuw gemeentelijk beleid / regelgeving of aanpassing bestaand beleid / regelgeving vraagt om een uitvoerbaarheidstoets door de uitvoerende afdelingen. Daar houden wij in de planning rekening mee, al is niet altijd vooraf goed in te schatten welke capaciteit daarvoor nodig is. Zonder goede toets voorafgaande aan de vaststelling merken wij dat wij bij de uitvoering ervan tegen problemen oplopen omdat beleid en regelgeving dan onvoldoende uitvoerbaar en / of handhaafbaar zijn. Stikstof De stikstofproblematiek heeft vooral effecten voor de planfase. De impact op het VTHdomein is beperkt, omdat er geen aanvraag wordt ingediend wanneer in de planfase blijkt dat deze niet vergunbaar is. Degene die bouw- of sloopwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren moet adequate maatregelen nemen om de stikstofuitstoot te beperken. De verplichting geldt voor de bouwfase op de bouwplaats of de sloopfase op de sloopplaats. Indien van toepassing moet informatie over stikstofbeperkende maatregelen gelijktijdig met een bouwmelding of vergunningsaanvraag (voor de technische bouwactiviteit) of een sloopmelding, naar het bevoegd gezag worden gestuurd (informatieplicht onder de Ow).

Voor bouwfasen gelden de volgende regels en werkwijze: per project de stikstofdepositie van de bouwfase berekenen, indien mogelijk schoon materieel inzetten en beoordelen of er sprake is van stikstofdepositie en zo ja, wat de gevolgen zijn voor de natuur. Net zoals we dat ook voor de permanente gebruiksfase doen. Uit de berekeningen blijkt vaak dat er geen (significante) toename van de stikstofdepositie plaatsvindt, waardoor stikstof geen belemmering vormt voor de bij de afdeling in behandeling zijnde aanvragen omgevingsvergunningen. In de gevallen waarin uit de berekening wel een (significante) toename van de stikstofdepositie blijkt en uitvoering van het plan tot significante gevolgen kan leiden voor

14

een Natura 2000-gebied, vragen wij de provincie om een advies en instemming (voorheen: verklaring van geen bedenkingen) – tenzij de initiatiefnemer ervoor kiest om zelf een vergunning voor de Natura 2000-activiteit bij de provincie aan te vragen en de vergunningenprocedures los van elkaar te doorlopen. Uit het voorgaande volgt dat de stikstoftoets tot meer administratieve lasten en vertraging kan leiden en extra capaciteit vraagt, maar dat de impact op het VTH-domein tot dusver relatief beperkt is. 2.1.3

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Illegale woningsplitsingen Zwolle heeft te maken met een druk op de woningmarkt en dat maakt ook dat wij steeds meer te maken krijgen met het illegaal splitsen van woningen. Hoewel de splitsing van woningen een deel van de vraag naar woonruimte opvangt, heeft het een negatieve invloed op de (brand)veiligheid en leefbaarheid van onze stad. Op 14 mei 2020 is door de raad het paraplubestemmingsplan Zelfstandige woonruimte en de Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte vastgesteld, met als doel om overlast als gevolg van het toevoegen van zelfstandige woonruimte(n) te beperken en de kwaliteit van de woningen en de leefomgeving veilig te stellen. Gelet op de impact van illegale woningsplitsingen op de veiligheid en leefbaarheid van onze stad zijn wij in 2021 gestart met het projectmatig handhaven van illegale woningsplitsingen. De gemeenteraad heeft incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het project. In het Plan van Aanpak werd oorspronkelijk uitgegaan van circa 80 zaken. Uit nader onderzoek bleken er uiteindelijk 144 dossiers te zijn waarbij er een indicatie is dat er illegale woningsplitsing heeft plaatsgevonden. Wij zoeken eerst uit of de situatie gelegaliseerd kan worden. In 2024 zijn 3 situaties gelegaliseerd met een vergunning.

Het afgelopen jaar zijn 50 controles uitgevoerd, is 16 keer een voornemen verstuurd en is tot nu toe 9 keer een last onder dwangsom opgelegd. Verder zijn er 17 dossier afgesloten. Wij zien dat er ook nieuwe handhavingsdossiers over woningsplitsing binnenkomen via de basisregistraties BAG en BRP; 6 in 2024. Deze worden direct in behandeling genomen. Deze dossiers worden niet toegevoegd aan het project maar vallen onder de reguliere werkvoorraad. Deze dossiers worden wel op dezelfde manier beoordeeld. In 2024 is in een concreet dossier een bezwaar- en beroepsprocedure afgerond. Dit dossier heeft de toets der kritiek doorstaan. Het bevestigt dat onze aanpak juiste. Het college heeft in november 2024 besloten een aangepaste beleidsregel voor zelfstandige woonruimte ter inzage te leggen voor zes weken. Dit om de mogelijkheden tot woningsplitsing te verruimen. Bij het voorgenomen besluit van de nieuwe beleidsregel heeft het college ingestemd om deze regel te betrekken bij de uitvoering van het project.

15

Constructieve veiligheid (grote) publiekstoegankelijke gebouwen Breedplaatvloeren Op 22 april 2020 is de Regeling Bouwbesluit met betrekking tot de veiligheid van breedplaatvloeren inwerking getreden. In deze regeling is een gefaseerde onderzoeksplicht opgenomen voor gebouwen met breedplaatvloeren. Inmiddels hebben wij voor Zwolle alle panden in beeld die nader beoordeeld moeten worden. Momenteel geldt nog niet voor al deze panden een onderzoeksverplichting. In 2023 hebben wij de ontwikkelingen op dit onderwerp gevolgd, dat gaf geen aanleiding om nader onderzoek bij panden te (laten) doen. Ook in 2025 blijven wij de ontwikkelingen blijven volgen, maar de verwachting is dat het verder geen specifieke inzet van ons gaat vragen. Periodieke beoordeling constructieve veiligheid voor grote publiekstoegankelijke gebouwen Met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn eigenaren van grote publiekstoegankelijke gebouwen uit de gevolgklasse 3 verplicht om voor hun gebouwen periodiek de constructieve veiligheid te beoordelen volgens de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8790, die op 4 oktober 2023 is gepubliceerd. De beschreven beoordelingsmethode is echter ook toepasbaar bij bouwwerken waar dit niet verplicht is. Daarmee wordt de zorgplicht van gebouweigenaren concreter ingevuld en het vereenvoudigt de rol van de gemeente als bevoegd gezag.

Onderzoek vloerproblematiek van MuWi – Scholen Begin juli 2023 is het verzoek van de minister van BZK binnengekomen om scholen waarin het MuWi-systeem is toegepast te gaan onderzoeken en controleren. Het gaat over een bouwsysteem dat tot globaal 1973 werd toegepast. In 2024 zijn de betreffende schoolbesturen van de problematiek op de hoogte gesteld en is hen gevraagd nader onderzoek te doen. In 2025 gaan wij voor Zwolle 30 scholen de aangeleverde informatie beoordelen, bepalen welke scholen ter plaatse gecontroleerd moeten worden en zo nodig vervolgacties bepalen. Bouw- en sloopveiligheid Veiligheid is een belangrijk thema in ons uitvoeringsbeleid. Op basis van ons uitvoeringsbeleid en beschikbare capaciteit moeten wij echter wel prioriteiten stellen. Binnen de organisatie bestaat de behoefte om meer te gaan werken met BLVC plannen. BLVC staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. In een BLVC-plan zijn maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken beschreven rondom bouwprojecten. Vanuit VTH is in kaart gebracht wat een dergelijke aanpak betekent voor de VTHwerkzaamheden. Niet alle aspecten die in een BLVC-plan staan zijn juridisch afdwingbaar en toezicht en handhaving op die onderdelen is daarmee ook niet mogelijk.

Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kan alleen als het gaat om het uitvoeren van bouw- en sloopwerkwerkzaamheden om een veiligheidsplan worden gevraagd. Dit doen wij als er aanleiding voor is bij projecten die veel invloed op hun omgeving hebben vanuit oogpunt van veiligheid en om schade en overlast te voorkomen. Er zijn geen specifieke normen voor een Veiligheidsplan. Er is sprake van een dynamisch uitvoeringsproces, waarbij bij verschillende fasen (zoals sloop, ruwbouw, afbouw)

16

verschillende veiligheidsvraagstukken spelen. Op het gebied van bouw- en sloopveiligheid is tot op heden binnen het team VTH omgevingsrecht geen specifieke deskundigheid en ook geen gelabelde capaciteit voor beoordeling en toezicht en handhaving op bouw- en sloopveiligheidsplannen aanwezig. Het toepassen van BLVC plannen is slechts mogelijk als het als een project wordt opgepakt en er vooraf voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt bij alle disciplines die betrokken zijn. In 2023 zijn de kaders voor hoe in Zwolle om te gaan met BLVC verder uitgewerkt. In 2024 is een projectgroep samengesteld en binnen deze projectgroep is een document opgesteld met de randvoorwaarden welke voor Zwolle belangrijk zijn. Dit document vraagt nog een nadere uitwerking. Vooral het juridisch kader om een BLVC plan te kunnen eisen bij projecten is nog een uitdaging. Daarnaast moet beter inzichtelijk gemaakt worden welke capaciteit hiervoor nodig is. In 2025 zal het verder uitgewerkt moeten worden om tot een werkbaar document te komen. Handhaving Energielabel C kantoren Sinds 1 januari 2023 moeten kantoorgebouwen groter dan 100 m² energielabel C of beter hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. Dat is sinds 1 januari 2024 vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (daarvoor in het Bouwbesluit 2012). Dit geldt voor kantoren van derden maar ook voor ons eigen gemeentelijk vastgoed.

Sinds 1 januari 2023 is de gemeente en in sommige gevallen de provincie het bevoegde gezag om toe te zien op de naleving van deze energielabelplicht. Hiervoor was niet direct capaciteit beschikbaar, omdat wij gelet op de geringe beschikbare capaciteit bij Toezicht scherpe keuzes moeten maken. Mede om die reden zijn wij, net als de meeste gemeenten in IJsselland, in 2023 in gesprek gegaan met de OD om deze werkzaamheden door hen uit te laten voeren. Bij de OD zit expertise wat betreft energie bij bedrijven. Eind 2023 heeft het bestuur van de OD besloten deze bouw gerelateerde taak als nieuwe facultatieve taak voor de deelnemers die daarom verzoeken uit te willen voeren. Als Zwolle maken we daar gebruik van. De OD is in 2024 gestart met deze werkzaamheden, dit loopt door in 2025. In het voorjaar van 2024 was er een landelijke evaluatie van de energielabel C verplichting. Inmiddels voldoet circa 64% van de kantoren (en 78% als dat wordt uitgedrukt in gebruiksoppervlak kantoorruimte). Grotere kantoorpanden voldoen bijna allemaal aan de verplichting. Eigenaren van kleine kantoorgebouwen zijn minder goed op de hoogte en hebben minder financieringsmogelijkheden om energielabel C te halen. Verder is goede en tijdige communicatie over de normering cruciaal gebleken. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten tot 2030 compensatie voor de handhavingslasten.

Het gaat voor Zwolle om een bedrag van ca. € 12.000,-- per jaar voor de periode 2022 – 2025, later minder. Deze middelen zetten we in voor toezicht en handhaving van de energielabelplicht kantoren. Daarnaast is met het raadsbesluit Besteding SPUK-middelen ambtelijke kosten klimaatakkoord van 17 juli 2023 aanvullend budget beschikbaar gekomen.

17

Grip op zorg Zwolle is een inclusieve stad waar alle inwoners gelijke kansen hebben om mee te doen, ook mensen met een beperking, die ondersteund worden om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Dit geldt ook voor mensen met een beperking waarvan sommigen samenwonen in kleine groepen in woonzorgprojecten. Een aantal van deze woningzorgprojecten veroorzaken echter in meer of mindere mate overlast voor de buurt en de raad heeft op 29 november 2021 een motie aangenomen om te onderzoeken hoe er meer grip en sturing mogelijk is bij de toekenning van zorgwoningen. (Motie M 17-2 vreemd aan de orde van de dag “Zorgwoningen en zorgelijke zorgaanbieders”). Aan deze opdracht is vervolg gegeven door met een breed samengestelde werkgroep te onderzoeken hoe we de overlast kunnen tegengaan. Dit heeft op 27 november 2023 geresulteerd in een raadsbesluit dat er in ieder geval tot het derde kwartaal van 2024 geen specifieke vergunningplicht voor zorgwonen wordt ingesteld. Op 8 oktober 2024 heeft het college besloten de raad te informeren over de voortgang van het project Grip op Zorg. Op dit moment acht het college het niet nodig om het invoeren van een vergunningsplicht voor zorgwoningen (spoor 2) opnieuw op te starten. Hoewel er enige vertraging is gekomen in de regionale samenwerking heeft het college vertrouwen in een effectieve oplossing door middel van spoor 1 (regionale afspraken).

Wet betaalbare huur en Wet goed verhuurderschap De nieuwe Wet goed verhuurschap (Wgv) geeft de gemeente sinds 1 juli 2023 de mogelijkheid om ongewenst gedrag van verhuurders aan te pakken. Met deze wet kan de gemeente discriminatie en intimidatie bij de verhuur van de woningen tegengaan, onredelijke waarborgsommen en servicekosten begrenzen en schriftelijke contractvorming en informatieplicht borgen. Er is bij Wonen een gemeentelijk meldpunt (verplicht). Met de nieuwe Wet betaalbare huur (Wbh) komen er vanaf 1 januari 2025 drie regels bij waarop gemeenten moeten toezien. Doel van deze wet is ervoor te zorgen dat ook mensen met middeninkomens een betaalbare huurwoning kunnen krijgen met een huurprijs die past bij de kwaliteit van de woning. Op dit moment wordt als pilot een Huurteam+ (pilot voor twee jaar) samengesteld die buiten de gemeentelijke organisatie staat, maar onder de verantwoordelijkheid van team Wonen opereert. Doelstelling is om met de aanpak zoveel mogelijk meldingen in een vroeg stadium op te lossen en daarmee te voorkomen dat we daadwerkelijk moeten handhaven. In het geval de opvolging van de meldingen door het Huurteam+ bij de verhuurder/bemiddelaar niet leidt tot de nodige verbeteringen kan de gemeente overgaan tot handhaving. De uitvoering van deze taak wordt op dit moment nader uitgewerkt op basis van de eerste ervaringen met de meldingen.

Deze taak wordt belegd bij het team Omgevingsrecht. In 2025 zijn vanuit het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld om de implementatie en uitvoering van de nieuwe wetten vorm te geven. Wij brengen begin 2025 in beeld wat er voor nodig is om deze nieuwe taak goed uit te kunnen voeren.

18

2.2

Omgevingsrecht milieu (OD-taken) Regionaal beleid VTH milieutaken Omgevingsdienst IJsselland 2024 Op 23 april 2024 heeft het college het Regionaal beleid VTH milieutaken Omgevingsdienst IJsselland 2024 vastgesteld. Dit geactualiseerde beleid is het resultaat van intensieve samenwerking tussen het beleidsteam VTH IJsselland en een vertegenwoordiging vanuit de OD. Tegelijkertijd met het regionaal beleid heeft het college ook de Beleidsregel Handhavingsstrategie gemeente Zwolle taken omgevingsdienst vastgesteld. Daarmee beschikken wij over een geactualiseerd beleid voor de uitvoering van de OD-taken. VTH-uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJsselland Voor de milieutaken geldt een wettelijke verplichting om te komen tot een regionaal uitvoeringsprogramma. Het Algemeen Bestuur van de OD heeft 10 oktober jl. de deelnemende colleges gevraagd om het VTHA Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJsselland (hierna: VTH UVP 2025 OD) vast te stellen dan wel over te nemen in hun eigen VTH uitvoeringsprogramma. Het regionale VTH UVP 2025 OD programma is het resultaat van nauwe samenwerking tussen deelnemers (beleidsadviseurs en ambtelijk opdrachtgevers) en diverse inhoudelijk betrokkenen van de OD. Speerpunt hierin was het ontwikkelen van een nadrukkelijke verbinding tussen beleid en uitvoering (verbeterpunt Interbestuurlijk Toezicht).

De in het VTH UVP 2025 OD opgenomen VTH-taken hebben wij, net als voorgaande jaren, in verkorte vorm opgenomen in de productbladen van dit document en daarin verwijzen wij naar het VTH UVP 2025 OD. In Het VTH UVP 2025 OD vormt de basis voor de jaaropdrachten tussen de OD en de deelnemers. Op 20 november 2024 hebben wij van de OD de jaaropdracht gemeente Zwolle voor 2025 ontvangen. Het VTH UVP 2025 OD en de jaaropdracht gemeente Zwolle voor 2025 zijn als bijlage III en IV toegevoegd. VTH-jaarverslag 2024 OD-taken Het VTH jaarverslag 2024 OD taken moet door het college worden vastgesteld. Op dit moment is dat jaarverslag nog niet beschikbaar, deze komt op zijn vroegst in het eerste kwartaal van 2025. Wij doen nu in ieder geval in de productbladen milieu van ons VTH omgevingsrecht jaarverslag 2024 & programma 2025 alvast verslag van de uitvoering van de milieutaken in 2024. Hierbij baseren wij ons vooral op de najaarsbestuursrapportage 2024 en de maandelijkse voortgangsrapportages, zoals wij die van de OD hebben ontvangen. Zodra het definitieve VTH jaarverslag 2024 Omgevingsdienst IJsselland door het Algemeen Bestuur van de OD is vastgesteld, zullen wij die aan het college ter vaststelling aanbieden.

Interbestuurlijk programma versterking VTH stelsel (IBP-VTH) Op nationaal niveau is ook in 2024 volop gewerkt aan het IBP-VTH, een vervolg op de tien aanbevelingen van de commissie Van Aartsen. De OD heeft daar actief aan deelgenomen en heeft ook extra middelen (SPUK IBP-VTH) gekregen om de dienst te versterken en door te ontwikkelen. Als onderdeel van het IBP-VTH zijn

19

robuustheidscriteria opgesteld waaraan een omgevingsdienst moet voldoen. Deze criteria gaan over effectiviteit, ontwikkelvermogen, wendbaarheid en efficiency en zijn vertaald naar zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Op dit moment voldoet de OD niet aan alle kpi’s, met als belangrijkste onderdeel de omvang van het regionaal werkprogramma (minimaal € 16,5 miljoen, bij de OD is die circa € 13 miljoen). De OD heeft in 2024 een route naar robuuste Omgevingsdienst IJsselland - plan van aanpak opgesteld om aan de kpi’s te kunnen voldoen. Het voldoen aan de robuustheidscriteria heeft gevolgen voor de aard en omvang van de door de partners ingebrachte werkzaamheden en middelen. Hierover volgt eind 2024 een bestuurlijk besluit. Op 30 september 2024 eindigde het IBP-VTH. Ook voor het vervolg moet nog veel werk worden verzet. Op dit moment wordt intensief gesproken over de opzet van samenwerkingsafspraken met alle partijen om de implementatie en borging van de producten van IBP VTH na afloop van het programma te garanderen. Programma Samen Toekomstbestendig Omgevingsdienst IJsselland De OD is in 2021 gestart met het Programma Samen Toekomstbestendig, met als doel de organisatie verder door te ontwikkelen. Vanuit het programma Samen Toekomstbestendig is veel in gang gezet en is een robuuste basis gelegd voor de toekomst. Inmiddels zit het programma in de implementatiefase.

Nieuwe urenplanning Vanaf de start van de OD in 2018 tot en met 2022 was er sprake van inputfinanciering en daarmee een beduidende scheefgroei in geraamde versus gerealiseerde uren voor de deelnemers. Het Programma Samen Toekomstbestendig van de OD leidde tot een meer objectieve vaststelling van de benodigde ureninzet per taakveld en deelnemer. Meerwerkopdrachten zijn bespreekbaar als het tijdig wordt aangekaart, benodigde middelen beschikbaar zijn en de OD kan zorgen voor de benodigde bemensing. Op 5 oktober 2023 heeft het AB daarvoor het “afwegingskader voor nieuwe facultatieve taken” vastgesteld. In de begroting 2023 en verder van de OD is de herijking van de financiering verwerkt en zijn de benodigde en beschikbare formatie en financiële middelen vermeld. Het VTH UVP 2025 OD en de jaaropdracht gemeente Zwolle voor 2025 zijn daarop gebaseerd. Doorontwikkeling De doorontwikkeling van de OD stelt het effect van het werk van de dienst voorop. Dat vraagt om een meer risico- en datagerichte manier van werken. Regionaal programmeren met oog voor lokale wensen en ambities is beter voor de kwaliteit en de efficiency van de uitvoering. Vanuit een regionale blik wordt gekeken hoe de uren worden ingezet: wat zijn de belangrijkste issues, waar valt het meeste milieurendement te halen en hoe kan de OD dat logistiek gezien het beste organiseren.

In 2023 is de OD gestart met een regionale pilot risico- en datagericht werken bij de voedingsmiddelenindustrie, in 2024 gevolgd door de afvalbranche. In 2025 krijgt dit een vervolg met het programma ‘Naar meer waarde’. De regionale aanpak met onder meer ketentoezicht en themacontroles wordt in 2025 gecontinueerd.

20

Verbetering monitoring OD-taken Het verbeteren van de monitoring is een aandachtspunt. In gezamenlijkheid (OD, ODdeelnemers en Interbestuurlijk Toezicht) wordt gewerkt aan een verbeterslag. In het kader van het project datakwaliteit heeft de OD ook in 2024 inzet gepleegd op het verbeteren van de data en de presentatie daarvan. Het bedrijvenbestand is één van de belangrijkste pijlers van deze datakwaliteit. Ook is gewerkt aan een steeds nauwkeuriger manier van tijdschrijven en het monitoren van de prestatie indicatoren zoals opgenomen in het uniform VTH-beleid OD-taken. Dit krijgt in 2025 een vervolg. Ook de regionale en branchegerichte aanpak (zie hiervoor) draagt bij aan een datagerichte manier van werken, waarmee ook een verbeterslag in de monitoring kan worden gemaakt. Risicoprioriteringsinstrument (voorheen: risicoanalyse) In 2022 is de regionale Risicotool, versie 1.0, vastgesteld. De OD heeft vervolgens samen met Omgevingsdienst Twente een dynamisch risicoprioriteringsinstrument (RPI) ontwikkeld. Dit instrument is een hulpmiddel om de werkzaamheden risicogericht en informatie gestuurd te programmeren. Het RPI leidt tot een prioriteringsvolgorde van de locaties die verbonden zijn aan milieubelastende activiteiten.

Door een continue actualisatie (‘real time’) van de factoren (kans X effect) wordt steeds een actuele schikking van de locaties met de grootste risico’s gegenereerd. Op basis van ervaringen en (bestuurlijke) wensen kunnen effecten een zwaardere of lichtere weging krijgen dan wel toegevoegd of verwijderd worden. Naarmate het RPI een betrouwbare prioritering kan geven, zal deze bepalen in welke volgorde de OD milieubelastende activiteiten per deelnemer zal controleren. Het RPI is betrokken bij het opstellen van het VTH UVP 2025 OD. Energiebesparingsaanpak bedrijven Sinds 2020 voert de OD diverse wettelijke energie gerelateerde werkzaamheden uit die een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambities van de partners en de energietransitie in West-Overijssel. De OD heeft afgelopen jaren toezichthouders opgeleid om die specialistische taken uit te voeren en bij verschillende categorieën van bedrijven gerichte energiecontroles uit te voeren. Ook de nieuwe landelijke regeling over de Informatieplicht energiebedrijven voert de OD uit. Vanaf 2024 zijn dit structurele taken, die onderdeel uitmaken van de begroting en jaaropdracht. Daarnaast voert de OD ook extra energietaken uit die via de landelijke specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK-THE) worden gefinancierd.

21

3

Productbladen

3.1

Taakveld bouwen & RO

3.1.1

Vooroverleg Begrotingsdoel(en) Beleidsdoel(en)

Indicator/ indicatoren Programma 2024

Doel 6.1.3: We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium. Door het geven van informatie en het aan de voorkant vaststellen van de haalbaarheid van een eventuele aanvraag, de haalbaarheid te vergroten (zoeken naar een oplossing) en de noodzaak van een vergunning in te schatten. Dit bespaart tijd en kosten voor beide partijen. Aantal ingediende en afgehandelde adviesvragen en informatieverzoeken vanuit de spreekbox, via de website en het KCC (streefwaarde 100%). • 10 adviesvragen vanuit de spreekbox; • 1500 adviesvragen via onze website en het KCC. Resultaten

Een initiatiefnemer kan ervoor kiezen om nog voor het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning, met ons in overleg te gaan om te kijken wat de haalbaarheid van de plannen zijn. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: de behandeling van aanvragen waarbij vooroverleg heeft plaatsgevonden kosten gemiddeld minder tijd dan aanvragen waarbij geen vooroverleg heeft plaatsgevonden. Daarnaast weet de initiatiefnemer waar hij aan toe is. Sinds 2020 worden adviesvragen telefonisch, per post of digitaal gesteld. Ten behoeve van het beantwoorden van de verzoeken wordt gekeken naar de meest geëigende weg: telefonisch, mail, via Teams of een afspraak op locatie. In het kader van het verbeteren van de dienstverlening is in 2023 samen met het KlantContactCentrum (hierna: KCC) gewerkt aan een kennisbank omgevingsrecht. Dit is een hulpmiddel voor het KCC om vragen waar mogelijk direct te kunnen beantwoorden. Daar waar nodig schakelen zij door naar een medewerker of maken zij een informatie/contactverzoek aan. Het KCC heeft circa 400 keer een telefonische vraag rechtstreeks doorgeschakeld naar een medewerker. Daarnaast hebben wij het afgelopen jaar in het kader van vooroverleg 1232 contactverzoeken en informatieverzoeken via de telefoon, e-mail en website ontvangen en afgehandeld. Er waren 11 adviesvragen vanuit de spreekbox.

Wij monitoren het aantal interne adviesverzoeken en de rechtstreekse contacten met initiatiefnemers per e-mail en telefoon buiten onze registraties om niet.

22

De mogelijkheid van het indienen van een aanvraag omgevingsoverleg (voorheen: conceptaanvraag) is ook een vorm van vooroverleg. Dit onderdeel is meer formeel en verder uitgewerkt in de volgende paragraaf. Evaluatie: resultaten bijgedragen aan behalen doelen?

Het totaal aantal ingediende en afgehandelde contact- en informatieverzoeken ligt in 2024 onder het geprogrammeerde aantal (82%). Naast deze verzoeken heeft het KCC een deel van de telefonische vragen direct zelf kunnen beantwoorden en circa 400 telefonische vragen rechtstreeks doorgeschakeld naar een medewerker. Er blijkt behoefte aan deze vorm van dienstverlening, deze draagt bij aan het gestelde doel. Wij zien daar ook de positieve resultaten van (zie ook volgende paragraaf).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3b0dabe6-2242-4a13-88a2-982946cf03cb