CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Halfjaarrapportage Sociaal Domein: Hervormingsagenda 1e helft 2022

Raad Besluitvormingsronde 19 december 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Halfjaarrapportage Sociaal Domein: Hervormingsagenda 1e helft 202213.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Passende zorg & ondersteuning Maatschappelijke Opvang De verbouwing van de Herberg is naar verwachting in oktober 2022 afgerond. Dit zorgt voor individuele ruimten voor Herberggasten en er zal 24-uursopvang zijn. Dat is voor het herstel van de Herberggasten een enorme verbetering. De voorbereidingen (planologisch, samenwerkingsovereenkomst, beheerplan etc.) voor de woonunits naast de Herberg voor langdurig dakloze mensen zijn in volle gang. De verwachting is dat in de zomer van 2023 vijf units kunnen worden opgeleverd. Voor de friendswoning ’t Vriendenhuis is een locatie gevonden. Hier kunnen mannen die jarenlang in de nachtopvang verblijven en waarvan uitstroom naar zelfstandig wonen in het verleden niet goed is gegaan, samenwonen met gelijkgestemden. De verwachting was dat de deelnemers vanuit de Herberg in de eerste helft van 2022 konden verhuizen naar deze woning. Het proces heeft enige vertraging omdat de huidige cliënten in deze woning nog steeds wachten om te kunnen verhuizen.

27

mvoortgang

Er is gestart met het organiseren van “Onder de Pannen”. Dit is een project waarmee mensen die een slaapkamer over hebben, deze legaal kunnen verhuren aan een stadsgenoot die dringend op zoek is naar woonruimte. Er is een uitvoerende organisatie aangetrokken en de verwachting is dat het project in september 2022 start. Vanuit de corporaties is heel positief gereageerd op het initiatief. Housing First Jongeren is gestart en de eerste jongeren worden begeleid volgens deze methodiek. De woningen voor jongeren tot 23 jaar komen echter moeizaam beschikbaar door het geringe aanbod in dit huursegment. Een nieuw woonzorg initiatief speciaal voor jongeren met autisme is gestart in juli 2022. Het heet Betje Wolff: Goeie Buur: Eind 2021 is de samenwerkingsovereenkomst getekend. Dit betekent dat jongeren die uitstromen uit Jeugdzorg, Pleegzorg en Maatschappelijke Opvang een kamer kunnen krijgen bij SSH, woningcorporatie voor studenten, en een goeie buur als maatje krijgen. Na de eerste ervaringen te hebben opgedaan hebben we de doelgroep ook verbreed naar jongeren die uitstromen vanuit beschermd wonen. Tevens ontvangen zij voor een korte periode ondersteuning van hun huidige begeleider of van het SWT.

Uitgelicht: Het Betje Wolff project bevindt zich, hoe verrassend, in de Betje Wolffstraat in Zwolle. In samenwerking met de gemeente Zwolle, DeltaWonen, Hart voor Zwolle en GewoonZeS is dit project opgezet voor jongeren met autisme. Op dit moment wonen er twee jongeren en vanaf september zullen er nog twee jongeren bij komen. Door het combineren van jongeren met begeleiding en jongeren zonder begeleiding ontstaat een community waarbij deze jongeren op elkaar terug kunnen vallen. Naast de begeleiding die GewoonZeS biedt, hebben ze elkaar. Ook wonen er senioren op de benedenverdieping die openstaan voor het project. Hart voor Zwolle richt zich op de organisatie van de gezamenlijke activiteiten die maandelijks zullen plaatsvinden. Eén van de jongeren die er nu woont, vertelt wat dit project voor hem betekent: “Dit project geeft een nieuw perspectief op mijn toekomst, een veilige omgeving. Waardoor er andere deuren opengaan en ik mezelf beter en meer kan ontwikkelen met de ondersteuning die ik nodig heb.” Femmie Knapper, GewoonZeS

Uitstroom beschermd wonen en voorkomen instroom beschermd wonen Op de wachtlijst van beschermd/begeleid wonen staan veel jongeren met autisme. Voor deze doelgroep is onvoldoende aanbod. Naast mogelijkheden op het gebied van begeleid wonen, wordt ook onderzocht of er woonconcepten op het gebied van beschermd thuis wonen goed aansluiten. Dit levert ook een bijdrage aan het bevorderen van de doorstroom van beschermd wonen. Het eerste concrete resultaat van dit onderzoek heeft geleid tot de realisatie van het woonzorgconcept aan de Betje Wolffstraat. Monitoring vernieuwende woonzorgconcepten Wij vinden het heel belangrijk om de verschillende vernieuwende woonzorgconcepten goed te kunnen monitoren en evalueren. Hiervoor is een online tool ontwikkeld die bestaat uit vragenlijsten voor (ex)deelnemers, begeleiders en organisatie. Doel is om de werkzame bestanddelen van een vernieuwend woonzorgconcept te definiëren en te leren van ervaringen. Op basis van deze monitoring kiezen we of we deze vernieuwende woonzorgconcepten aan het bestaande aanbod toevoegen. De online tool is begin 2022 voor het eerst uitgezet onder de betrokkenen. N.a.v. deze eerste uitvraag vindt er nog een verfijning plaats van de tool in gebruik en vraagstelling, waardoor wij een nog beter inzicht krijgen. De eerste terugkoppelingen over de nieuwe woonzorginitiatieven zijn overwegend positief.

Time-out voorzieningen In de stadsgesprekken met cliënten, ervaringsdeskundigen, zorgorganisaties en vrijwilligersorganisaties is de wens voor time-out plekken aangegeven. In het eerste half jaar van 2022 is samen met partners verkend wat hierin de wensen en mogelijkheden zijn. Er zijn 4 lijnen besproken waarvan de mogelijkheden verder worden verkend: a. Time-out plekken binnen beschermd wonen in de contractering BW 2023 opnemen; b. Inwoners die GGZ-behandeling ontvangen en de wens hebben voor een huiskamer in de wijk om gebruik van te maken om crisis te voorkomen; c. Inloopvoorzieningen die ook buiten kantoortijden en in de weekenden en zon- en feestdagen open zijn, in nauwe samenwerking met Sociale activatie en herstel; d. Beschermd thuis wonen in combinatie met een centrale ontmoetingsruimte realiseren in gebiedsontwikkelingen.

28

mvoortgang

Spoor 6 Eén gezin, één plan 29

mvoortgang

7 Spoor 6 Eén gezin, één plan Ontwikkelingen

We hebben de wens om in het oplossen van problematiek bij gezinnen zo integraal mogelijk te werken. Wanneer de problematiek binnen een gezin complexer wordt, wordt ook de uitdaging om alle ondersteuning op elkaar af te stemmen en te doseren, uitdagender. Procesregie is in deze situaties belangrijk, maar ook uitdagend. Bovendien kijken de meeste hulpverleners vooral vanuit hun eigen expertise naar het probleem, waardoor soms onvoldoende breed wordt gekeken. Bovendien zien we dat bestaanszekerheid steeds vaker onderdeel is van de complexe problematiek. Daar moet voldoende oog voor zijn om binnen een gezin de juiste stappen op het juiste moment te zetten. Met de afnemende koopkracht en het tekort aan huizen, wordt dit des te urgenter. Het herkennen van de zogeheten ‘giftige cocktails’ van problemen vraagt een systematische ontrafeling. Het Instituut voor Publieke Waarde (IPW) heeft ons in de afgelopen periode begeleid om daarbij te helpen en zo tot een doorbraak te komen bij gezinnen die door een veelheid aan problemen zijn vastgelopen in bureaucratie of organisatorische problemen bij de hulpverlenende organisaties.

Update voortgang

In de vorige rapportage gaven we al aan dat het vinden van voldoende casussen in het begin uitdagend bleek. Nadat een aantal casussen was aangemeld, kwamen steeds meer gezinnen met multiproblematiek in beeld. Inmiddels is voor 12 gezinnen een maatwerkplan gemaakt om tot een daadwerkelijke doorbraak te komen. Daarnaast is voor 5 gezinnen een klantreis gemaakt om inzicht te krijgen waar het vastgelopen is in onze systemen. Nadat de eerste klantreizen uitgevoerd waren, ontstond steeds meer inzicht vanuit de praktijk in de kansen van deze werkwijze en het herkennen van ‘giftige cocktails.’ Na de zomer worden nog voor drie gezinnen maatwerkplannen gemaakt.

In juni was een slotsessie georganiseerd waarbij naast uitvoerende medewerkers en beleidsmedewerkers ook management en bestuurders waren betrokken. Hierin zijn we dieper ingegaan op de uitdagingen die we gezien hebben en hoe daar sociaal domein breed (en verder) van geleerd kan worden. Op basis van de lessen die zijn getrokken uit de individuele plannen die in Zwolle zijn gemaakt in combinatie met landelijke inzichten zijn vier lessen geformuleerd:

Samen leren In maart en april is met de betrokken professionals en beleidsmedewerkers onder begeleiding van het Instituut voor Publieke Waarde in twee sessies geleerd van de ervaringen die bij de casussen zijn opgedaan. We zullen hier uitgebreider over rapporteren in een aparte nota aan de raad, zodat we hier uitgebreider op in kunnen gaan.

1. Bestaanszekerheid versus (zorg)kosten We zien dat mensen met geldproblemen 30% meer zorg gebruiken, dit geldt met name voor de volwassen GGZ. Investeren in bestaanszekerheid, leidt tot besparingen in de zorg. In Zwolle zagen we dit terug in een casus waarbij door het inzetten op problemen rond de huisvesting, kosten op het terrein van jeugdhulp en jeugdbescherming zijn voorkomen.

30

mvoortgang

2. Eén wet uitvoeren is geen wet uitvoeren We hebben ervaren dat het in sommige situaties effectiever is om instrumenten uit de ene wet in te zetten ten behoeve van de uitvoering van een andere wet. Zo is een sociaal medische indicatie voor kinderopvang ingezet in plaats van opvoedhulp. Hiermee willen we stappen zetten naar het in samenhang uitvoeren van de wetten in het sociaal domein door een integrale beoordeling en uitvoering.

4. Datagestuurd werken en praktisch hervormen We willen op basis van data en ervaringen kijken naar de patronen die hieruit naar voren komen. Dit kan leiden tot nieuwe vormen van dienstverlening, een pro actieve benadering van inwoners en nieuwe samenwerkingen met bijvoorbeeld schuldeisers of zorgverzekeraars. Van nieuwe oplossingsvormen bestaan nog geen data. Om het effect te volgen, is het daarom belangrijk om zelf ook data te verzamelen op nieuwe oplossingsrichtingen.

3. Regie moet je kunnen maar ook gunnen Een goed plan is belangrijk. Het gaat niet om de doorzettingsmacht van één professional maar om een goed onderbouwd plan waarbij alle losse onderdelen samen een goed plan maken. Gezamenlijk opgesteld zorgt een goed plan voor draagvlak bij de betrokken professionals en worden de verschillende onderdelen niet meer in twijfel getrokken. Dit plan geeft de richting aan en hiermee kan koers worden gehouden door degene die procesregie voert.

Uitgelicht Context Een vader en een moeder hebben een zoon van 4 jaar met het syndroom van Down. Hij mag proberen om naar het regulier onderwijs te gaan. Hij krijgt daarbij 10 uur per week persoonlijke begeleiding op school, zodat hij beter mee kan komen. Omdat uitbreiding van die uren niet mogelijk is, gaat hij anderhalve dag per week naar school. Van de overige dagen is hij anderhalve dag op de naschoolse opvang en de rest van de tijd is hij thuis. De opvang wordt bekostigd uit een sociaal medische indicatie (SMI) omdat de ouders dit niet zelf kunnen bekostigen en geen kinderopvangtoeslag krijgen. Deze was afgegeven voor een half jaar zonder eigen bijdrage. Bij verlenging moeten de ouders echter een eigen bijdrage van 143,67 euro per maand betalen op basis van hun inkomen. Ouders geven aan dat zij dit niet kunnen betalen omdat moeder hoge zorgkosten heeft die niet worden vergoed in haar nieuwe verzekering. Ze is herstellende van Long-covid en heeft een burn-out. Ze staat ook op de lijst voor traumabehandeling in de GGZ. Om in het dagelijks leven overzicht te houden, krijgt moeder ondersteuning vanuit een WMO-indicatie. Daarnaast volgt ze een revalidatietraject. Moeder heeft een vervoerspas, maar ervaart dit eerder als last dan gemak. Ze moet daarvoor veel plannen en aanvragen binnen gezette tijden en routes en haar zoon raakt overprikkeld.

Daardoor wil ze daarmee stoppen, waardoor ze niet meer met haar zoon naar logopedie en zwemles kan. Fietsen lukt nog niet door gevolgen Long-covid. Een elektrische

bakfiets zou uitkomst bieden, maar wordt niet vergoed door de WMO en is te duur om zelf aan te schaffen. De doorbraak De ouders maken inzichtelijk dat ze niet genoeg inkomsten hebben om naast de huidige kosten ook nog de eigen bijdrage te betalen. Deze komt dus te vervallen, waardoor de zoon wel met SMI naar de opvang kan, een zo normaal mogelijke oplossing. Daarmee wordt inzet van voorzieningen uit de jeugdzorg zoals dagbesteding voorkomen. De ouders gaan zelf op zoek naar een tweedehands elektrische bakfiets, omdat die niet onder de WMO valt. Het Sociaal Wijkteam zoekt mee naar fondsen voor (gedeeltelijke) bekostiging. Begeleiding WMO helpt ouders met regelzaken rond SMI en bakfiets. De les Koppeling van toekenning SMI aan de hand van inkomen kan een vertekend beeld geven als de relevante kosten niet in beeld zijn. Niet toekennen kan leiden tot een duurdere oplossing in bijvoorbeeld de jeugdzorg. Daarom is het belangrijk de wetten vanuit het geheel te bekijken. Als de standaard oplossing zoals de vervoerspas, niet past bij de individuele situatie, zijn andere oplossingen nodig. Het zou jammer zijn als vervoer in de weg staat van behandeling en ontwikkeling. Inzet van bestaande fondsen en bijvoorbeeld het maatwerkbudget van het Sociaal Wijkteam kunnen in deze uitzonderingssituaties uitkomst bieden.

31

mvoortgang

Financiële effecten en kansen In nevenstaand overzicht is te zien in welke verhoudingen de verschillende domeinen voorkwamen in de twaalf casussen waar de doorbraakmethode op is toegepast. Daarnaast is voor elke casus een overzicht en berekening gemaakt van de kosten die nodig waren voor de doorbraak en de kosten die daarmee voorkomen zijn. Hierbij valt op dat de baten (bespaarde kosten) beduidend hoger liggen dan de kosten. Daarnaast zien we dat de grootste besparingen op WMO en jeugdzorgkosten worden behaald door andersoortige oplossingen te kiezen. De meeste kosten vallen binnen de participatiewet. Hier zien we dus de les toegepast dat het toepassen van de ene wet in relatie tot een andere wet kosten kan voorkomen.

Korte vooruitblik

De inzichten die we hebben opgedaan, zijn gebruikt bij de organisatieontwikkeling van het Sociaal Wijkteam. Ook zullen we de komende periode de geleerde lessen verder gaan uitwerken in concrete vervolgacties. Dit najaar ontvangt de raad een informatienota hierover waarin we de vertaling naar concrete vervolgacties maken.

32

mvoortgang

8

Communicatie

In het afgelopen half jaar stond de vraag centraal: Wat betekent de hervormingsagenda voor jou? De hervormingsagenda als programma communiceren, is voor veel inwoners een ver-van-mijn-bed-show. Daarom laten we zien wat de bewegingen voor impact hebben aan de hand van concrete projecten en wat die voor inwoners kunnen betekenen. Dat kunnen grote verhalen zijn, maar ook heel klein. We hebben daarbij gebruik gemaakt van de bestaande gemeentelijke pagina in de huis-aan-huis krant, persberichten, de website en social media. Op het gebied van participatie (spoor 4) zijn advertenties geplaatst in de lokale bladen met daarin de Startbanen. In deze advertenties wordt ook verwezen naar de geactualiseerde website. Ook hebben we het Innovatielab Participatie uitgelicht op de website, sociale media en intern. In dit Innovatielab kijken Tiem, Inkomensondersteuning, het Sociaal Wijkteam en de beleidsafdeling samen met inwoners op welke manieren de dienstverlening verbeterd kan worden. Hiervoor worden prototypes gemaakt die in de praktijk getest worden. We hebben aandacht besteed aan de Stadsdialoog gezondheid en armoede, een thema dat de komende tijd alleen maar actueler zal worden. Stadsdialoog Gezondheid en armoede De Swollenaer | Nieuws uit Zwolle en omstreken De communicatie met de stad heeft daarnaast ook vorm gekregen in vier gesprekstafels in de sociale basis (zie spoor 1).

Op het gebied van wonen was er nieuws over de verbouwing van De Herberg die ook bij spoor 5 Wonen en Zorg genoemd wordt. Daarnaast hebben we gecommuniceerd over het voornemen van Parentshouses, om waar noodzakelijk lucht te geven met een tijdelijke woonruimte bij scheidingen en daarmee zwaardere inzet van bijvoorbeeld jeugdzorg te voorkomen. Ook het artikel over de startbijeenkomst voor de Proeftuin Samen voor een stevige basis is intern gepubliceerd, op de website en op social media. De komende periode zetten we in op een nog grotere variatie van communicatie-uitingen om zo veel mogelijk mensen te bereiken in de resterende periode van het programma.

33

mvoortgang

9

Monitoring

In dit hoofdstuk leest u weer over de voortgang van de monitoring. Monitoring gebeurt niet alleen d.m.v. cijfermatige data, maar veelal ook door gesprekscycli waarin informatie met partners en inwoners gedeeld en opgehaald wordt. Lijn 1: Ontwikkeling monitoring sociaal domein gericht op bedrijfsvoering In eerdere halfjaarrapportages schreven we dat het project Verbetering Sturingsinformatie jeugdhulp uitgewerkt wordt in verbinding met het programma Datagedreven werken en de afdeling Informatievoorziening. Inmiddels heeft u als raad op 21 juni 2022 een versnelde demo van het dashboard sturingsinformatie jeugdhulp gekregen en bent u daarmee op de hoogte gebracht over de voortgang in het eerste halfjaar van 2022. Lijn 2: Beter gebruik en verdere ontwikkeling bestaande monitoren en indexen In de vorige rapportage is kort toegelicht hoe in spoor 2 Beschermd thuis een wachtlijstanalyse uitgevoerd is en hoe spoor 3 Jeugd en spoor 4 Participatie de samenwerking zoeken met de uitvoering waarbij zij aan de voorkant nadenken over welke informatie nodig is om te kunnen evalueren. Dit zijn inmiddels reguliere werkwijzen geworden waardoor we daar niet verder op in gaan in dit hoofdstuk.

De eerste resultaten over de online vragenlijsten voor de woon-zorgconcepten zijn in de eerste helft van 2022 binnengekomen, zie spoor 5 Wonen en Zorg en zullen worden meegenomen in het traject van de inkoop van beschermd thuis voorzieningen. We zijn verheugd om te vertellen dat de Ouderenindex is gerealiseerd. In de tweede helft van 2022 zorgen we ervoor dat de Ouderenindex ook beschikbaar komt aan onze samenwerkingspartners om samen mee te sturen.

In de 2e helft van 2022 beginnen we aan het uitwerken van contextgegevens voor de Ouderenindex. Dit doen we omdat de index inzicht in beschermende en risicofactoren voor ouderen biedt, maar er zijn ook een aantal relevante gegevens bekend die niet perse beschermend of risicovol van aard zijn, maar wel interessant om te weten. Die data worden uitgewerkt als contextgegevens. Met de ontwikkeling van de ouderindex heeft Zwolle een uniek eigen instrument opgezet om in te zetten voor het beter in kaart brengen en realiseren van de aan te scherpen opgave rondom ouderen. In het tweede halfjaar van 2022 starten we met het verzamelen van informatie voor de Trendrapportage Sociaal Domein. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van het Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022 en diverse andere beschikbare informatieproducten. Lijn 3: Ontwikkeling kwalitatieve en reflexieve monitoring Waar het bij lijn 2 vooral gaat over monitoren, indexen en onderzoeken, gaat het volgen van de beweging van de Hervormingsagenda grotendeels om het goede gesprek met partners en inwoners. In de eerste helft van 2022 zijn opnieuw gesprekstafels voor de sociale basis georganiseerd (meer daarover in spoor 1: Sterke sociale basis). Voor de sociale basis kunnen we inmiddels over een gesprekscyclus spreken.

Deze wordt gedurende de rest van het jaar verder ontwikkeld om in 2023 geborgd te worden in het reguliere proces.

34

mvoortgang

10 Financiën Financieel overzicht totaalopgave Hervormingsagenda 2021 – 2024 (in euro’s) 2022 2023 1a Lokale teams verlenen jeugdzorg 50.000 70.000 1b Toegang dyslexiezorg 0 200.000 1c BSO+ 30.000 50.000 1d Pilot Ambelt/ Samen voor een stevige basis 0 30.000 Totaal te realiseren besparing 80.000 350.000

2024 70.000 200.000 50.000 30.000 350.000

De te realiseren besparingen op de begroting betreffen allemaal interventies uit spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven. Bij de voortgang van spoor 3 wordt nader ingegaan op de inhoudelijke stand van zaken van deze interventies en de verwachting voor het gehele jaar. De te realiseren besparingen van € 80.000 in 2022 is beperkt ten opzichte van het totaal van de uitgaven voor jeugdzorg van ruim € 40 mln. Of de werkelijk besparing op het totaal van het budget ook wordt gerealiseerd is niet met een aannemelijke precisie vast te stellen vanuit de begroting. Wij gaan er vanuit dat als de hervormingsmaatregelen blijvend zijn doorgevoerd, minimaal ook de besparingsopgave structureel gerealiseerd is. In de vorige rapportage gaven wij aan dat voor de proeftuin Samenspel in de wijk nog een valuecase wordt opgesteld. Inmiddels is voor de proeftuin op basis van een aantal hypotheses bepaald op welke productgroepen van jeugdzorg een afname wordt verwacht door onder andere meer eigen inzet van het Sociaal Wijkteam te benutten. De komende tijd monitoren we of dit in de praktijk ook het geval gaat zijn.

Ook is in het coalitieakkoord de uitspraak gedaan om de huidige begrotingsindeling van het sociaal domein zo aan te passen dat die beter aansluit bij de bewegingen van de hervormingen. We willen lichte vormen van zorg en preventieve zorg snel en eenvoudig kunnen inzetten om zo uitgaven ten laste van de budgetten voor duurdere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Nu zijn deze budgetten nog verdeeld over verschillende programma’s waardoor eerst een vaak tijdrovende begrotingswijziging noodzakelijk is, om de budgetten te kunnen verschuiven. We streven naar een aangepaste begroting in 2024. Deze ontwikkeling loopt op met de organisatiebrede verbetering van het begrotingsproces. Landelijke hervormingsagenda Jeugd Landelijk wordt gewerkt aan een hervormingsagenda Jeugd. Deze landelijke hervormingsagenda heeft twee doelen, die nadrukkelijk aan elkaar zijn gekoppeld: Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is en een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Aan de realisatie van de landelijke hervormingsagenda is een fikse besparingsopgave gekoppeld van landelijk € 500 mln. Dit bedrag komt bovenop de eerdere besparing van € 1 miljard. De Landelijke hervormingsagenda jeugd is geen onderdeel van onze lokale hervormingsagenda maar zal zeker van invloed zijn op de realisatie van onze eigen hervormingen.

In de eerste helft van dit jaar zijn de gesprekken weer op gang gekomen. Waarschijnlijk wordt de agenda eind 2022 bekend gemaakt.

De hervorming mogelijk maken In de vorige rapportage schetsten wij dat goedkopere oplossingen in de sociale basis soms niet uit te voeren zijn door het gelimiteerde budget. De financiële systematiek in zijn geheel, van lichte ondersteuning naar zware zorg, blijft een aandachtspunt. Maar met de in het coalitieakkoord toegekende extra structurele financiering van 2 mln in de sociale basis die de komende jaren beschikbaar komt, nemen de mogelijkheden wel toe om structurele activiteiten met structurele middelen te bekostigen. Ook kunnen we daarmee versneld investeren in preventie om zwaardere ondersteuning te voorkomen.

35

mvoortgang

11 Risicoprofielen Het risicomanagement van de Hervormingsagenda is onderdeel van het risicomanagement van het sociaal domein als geheel. Het risicomanagement is met name gericht op financiële risico’s, de methoden en instrumenten om deze te beheersen en op het onderhouden van een risicoregister in de vorm van een risicomatrix die 2 keer per jaar wordt geactualiseerd. De risico’s in het sociaal domein worden in de risicomatrix gescoord naar 4 onderdelen: • toegang / open einderegelingen • verantwoording door derden • (onvoorspelbare) ontwikkeling van de rijksbudgetten • overige, waaronder de risico’s als gevolg van de coronacrisis en de situatie op de arbeidsmarkt. De scores leiden tot een kwalitatieve weging van het risico naar hoog, midden en laag. Het risicoprofiel van de Hervormingsagenda is uitgesplitst naar de 5 sporen. Dit is een verbijzondering van het bestaande risicomanagement in het sociaal domein. Algemeen Voor alle profielen geldt dat, door de situatie op de arbeidsmarkt waarbij sprake is van een tekort aan personeel, en een verhoogd ziekteverzuim als gevolg van long covid, zowel de reguliere dienstverlening als de beleidsvorming in het sociaal domein onder druk staan. Onderbezetting is een risico zowel voor de uitvoering van de reguliere zorg en ondersteuning als ook voor de realisatie van de doelstellingen van de Hervormingsagenda.

Beheersmaatregel voor uitvoering zorg: op een andere manier kijken naar de manier van ondersteuning, waardoor men met minder ondersteuning of ondersteuning in een andere vorm toch voldoende geholpen is (geldt bv voor leerlingenvervoer). Inzet van mensen die nu nog langs de kant staan en door de schaarste van werknemers nu wel aangenomen worden door werkgevers, waar nodig met lichte aanpassingen van de werkzaamheden. Beheersmaatregel voor realisatie doelstellingen: door steeds meer vanuit het programma richting de reguliere organisatie te borgen, verminderen we het risico van het niet halen van doelstellingen doordat de realisatie over meer mensen verdeeld is. Risicoprofiel spoor 1: Sterke sociale basis Bij dit spoor gaat het vrijwel altijd om gesubsidieerde activiteiten. De toegang tot deze activiteiten wordt met behulp van subsidieplafonds gereguleerd op basis van het beschikbare

budget. Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld en het financieel risico voor dit spoor is ‘laag’. De vorderingen binnen dit spoor zijn wel randvoorwaardelijk om de besparingen in de andere sporen te kunnen realiseren. De gewenste hervorming kan leiden tot veranderen in subsidieverlening. Afbouw van subsidierelaties kan leiden tot extra kosten. Een gedeelte van de sociale basis wordt op basis van (meerjarig) incidentele subsidies gefinancierd. Dit leidt op termijn tot een risico voor de continuïteit van (een deel van) de sociale basis en daarmee tot een risico voor het realiseren van de verschuiving naar voren binnen de Hervormingsagenda. Beheersingsmaatregel is: met het toekennen van 2 mln extra structurele gelden voor de sociale basis in de komende jaren kunnen we een duurzame financiering realiseren in de sociale basis. Een voorstel hiervoor wordt meegenomen in de begroting van 2023. Risicoprofiel spoor 2 Wmo: Van beschermd wonen naar beschermd thuis Beschermd wonen is een gesubsidieerde activiteit met een subsidieplafond. De toegang tot beschermd wonen (aantal beschikbare plekken) wordt voor het grootste deel gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Gevolg is wel dat er sprake is van een wachtlijst. In 2023 zal beschermd wonen opnieuw worden aanbesteed op basis van inkoopafspraken. De financiering krijgt daarmee meer een open einde karakter.

Dit geeft de mogelijkheid om inwoners die voor deze (zware) vorm van zorg geïndiceerd zijn, ook daadwerkelijk de benodigde zorg (zonder lange wachtlijst) te kunnen verstrekken. In 2024 wordt door het Rijk een nieuw financieringssystematiek ingevoerd. Deze wijziging houdt in de bekostiging van historisch naar objectief gaat en van regionaal naar lokaal. Zwolle en ook de andere gemeenten in de regio IJssel-Vecht moeten daarbij wel rekening houden met een fors lagere rijksbijdrage voor de uitvoering van deze taken. De verbreding van het aanbod naar beschermd thuis is om deze reden al noodzakelijk om zo een besparing op de kosten te realiseren. Daarmee zal naar verwachting nog niet het volledige tekort zijn gedekt. Aanvullende maatregelen zullen daarvoor nodig zijn. Voldoende beschikbaarheid van passende woonruimten, financiering voor nieuwe woonzorg vormen en de beperkingen die het rijksbeleid ons oplegt, zijn extra uitdagingen en risico’s om voldoende plekken voor beschermd thuis te realiseren. Het risico voor dit spoor blijft ‘hoog’. Beheersingsmaatregelen zijn: voorkomen wachtlijsten door open einde financiering, waarbij er naast deze maatregel ook voldoende aanbod moet zijn van passende woningen.

Financiële tekorten zo veel als mogelijk opvangen door verbreding van het aanbod naar goedkopere zorgvormen van beschermd thuis en in overleg met woningbouwcoöperaties en zorgaanbieders zorgen voor voldoende aanbod van passende woonruimten.

36

mvoortgang

Risicoprofiel spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven De activiteiten die de gemeente uitvoert in het kader van de Jeugdwet worden voor een groot deel beïnvloed door het open einde karakter van de Jeugdwet, waarbij de toegang voor een belangrijk deel ligt bij de door de Jeugdwet aangewezen verwijzers (huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen GGD, gecertificeerde instellingen en rechters). De vraag naar jeugdzorg en daarmee de druk op het budget blijft onverminderd hoog. Verschillende nieuwe zoekrichtingen voor besparingen en sturingsmogelijkheden worden verkend, maar het is ook wachten op aanpassingen in het landelijke beleid, de aanvang van de uitgestelde landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het structureel toekennen van extra middelen voor jeugdzorg. Met het terugbrengen van de besparingen in dit spoor naar een totaal van 0,35 mln, te behalen in 2022 en 2023, is het financiële risico van dit spoor afgenomen naar midden/laag. Echter blijft het risico buiten de Hervormingsagenda op jeugd hoog door de reeds besloten landelijke besparing van 1 miljard in de komende jaren die het nieuwe kabinet nog eens wil verhogen met 0,5 miljard vanaf 2025. Deze besparingen en de onzekerheden over de maatregelen daaromtrent, kunnen ook van invloed zijn op de beoogde inhoudelijke bewegingen en de bijbehorende besparingen binnen dit spoor.

Beheersingsmaatregelen zijn: meer inzetten op preventie door vroegsignalering op scholen en met het relatie - en scheidingsteam, verbeteren financiële beheersing door inkoop op basis van trajectfinanciering, meer grip op de toegang en toewijzingen door het verbeteren van de sturingsinformatie en meer eigen inzet door het Sociaal Wijkteam om zwaardere zorg te voorkomen.

Risicoprofiel spoor 4 Participatie: Potentie verzilveren Het participatiebudget bestaat uit een budget voor bijstandsuitgaven en een budget voor participatie en re-integratie activiteiten. Het budget voor bijstandsuitgaven wordt door het Rijk gefinancierd vanuit een specifiek uitkering, de BUIG. Het budget voor participatie en reintegratie activiteiten is onderdeel van de algemene uitkering. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor randvoorwaardelijk voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Beheersingsmaatregelen zijn: realiseren van besparingen op uitkeringen door meer in te zetten op werken met loonkostensubsidies of op basis van partiële inkomsten en het wegnemen van de belemmeringen in de doorstroom van vrijwilligerswerk en dagbesteding naar werk. Risicoprofiel Spoor 5: Wonen als sleutelfactor Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld. Het doel is om woonvragen en zorgvragen zoveel als mogelijk met elkaar in balans te brengen zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor essentieel voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Voldoende beschikbaarheid van woningen is een randvoorwaarde voor dit spoor, waar op dit moment nog onvoldoende aan kan worden voldaan.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ccb70666-959a-42a9-b68f-b7d3f9dac39b