CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gewijzigd bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Raad Besluitvormingsronde 10 februari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 6433.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen

6 6 6 8

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Klimaat, energie en circulariteit 2.4 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.4.1 Archeologisch beleid 2.4.2 Cultuurhistorisch beleid 2.5 Verkeersbeleid 2.6 Natuur- en groenbeleid 2.6.1 Wet natuurbescherming (2017) 2.6.2 Natuurnetwerk Nederland 2.6.3 Gemeentelijk groenbeleid 2.7 Waterbeleid 2.8 Milieubeleid

10 10 10 10 11 19 24 25 25 26 26 27 27 28 28 28 30

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Ruimtelijke inpassing plan / Beeldkwaliteit 3.1.3 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Klimaat, energie en circulariteit 3.2.1 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.3 Archeologie 3.3.1 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Verkeer 3.4.1 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Groen 3.5.1 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Natuur 3.6.1 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Water 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Milieu 3.8.1 (Vormvrije)m.e.r.-beoordeling 3.8.2 Bedrijven en milieuzonering 3.8.3 Geluid 3.8.4 Trillingen 3.8.5 Luchtkwaliteit 3.8.6 Bodemkwaliteit

33 33 33 33 34 34 34 35 35 35 35 36 36 37 37 39 40 40 46 46 47 48 49 50 52 2/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

3.8.7

Externe veiligheid

53

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Handboek

55 55 57 57 58 59 59

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

60 60 60

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

61

Bijlage 1

Kavelpaspoorten

62

Bijlage 2

Beplantings-/inrichtingsplan Buckhorstlaan 64

67

Bijlage 3

Verkennend (asbest)bodemonderzoek

69

Bijlage 4

Quickscan natuurwaarden

128

Bijlage 5

Nader Soortenonderzoek

170

Bijlage 6

AERIUS berekening

181

Bijlage 7

Watertoets

203

REGELS

209

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

210 210 214

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Groen Tuin Wonen

216 216 217 219

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

222 222 223 224 225

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

226 226 228

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Beplantings-/inrichtingsplan Buckhorstlaan 64 Bijlage 2 Notitie herstelmaatregelen vleermuizen Buckhorstlaan 64 te Zwolle

229 230 232

3/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

4/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

TOELICHTING

5/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om aan de Buckhorstlaan 64 in Zwolle drie riante woonkavels te realiseren. Voorheen was op deze locatie een nutsvoorziening aanwezig, waardoor het perceel op grond van het bestemmingsplan 'Stadshagen I' daarom de bestemming 'bedrijf - nutsvoorziening' toegekend heeft gekregen. Aangezien binnen de bestemming 'bedrijf- nutsvoorziening' geen woningen zijn toegestaan en de gronden niet voor het wonen gebruikt mogen worden, is het voornemen van de initiatiefnemer om drie woonkavels te realiseren in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Om de woningen mogelijk te maken is een planologische procedure noodzakelijk. Het vigerende bestemmingsplan heeft geen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid om de beoogde woningen mogelijk te maken. Derhalve is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van drie woningen mogelijk gemaakt.

1.2

Plangebied

Het plangebied Buckhorstlaan 64 staat kadastraal bekend als gemeente Zwolle, sectie S, perceelnummers 5383 en 5384. De gezamenlijke oppervlakte van de percelen bedraagt circa 2.845 m². Buckhorstlaan 64 in Zwolle wordt globaal begrensd door: Park de Stadshoeve in het zuiden, Winkelcentrum Stadshagen en de Oude Wetering in het Oosten, Natuurreservaat De Tippe in het westen en door het Millegerplas in het Noorden. Zie onderstaande figuren 1.1 en 1.2 voor een weergave van de ligging (rode pijl) en begrenzing van het plangebied (rood omkaderd).

6/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Figuur 1.1: de ligging van het plangebied 'Buckhorstlaan 64' te Zwolle (Bron: Google Maps)

Figuur 1.2: de begrenzing van het plangebied (Bron: Ruimtelijke plannen) 7/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Op het perceel aan de Buckhorstlaan 64 te Zwolle bevond zich een nutsvoorziening. Deze is gesloopt. Zie onderstaande afbeelding (figuur 1.3) voor een weergave van de voormalige nutsvoorziening.

Figuur 1.3: zijaanzicht van de voormalige nutsvoorziening aan de Buckhorstlaan 64 te Zwolle (Bron: Google Maps)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Op het plangebied zoals in figuur 1.2 is weergegeven, is het bestemmingsplan 'Stadshagen I' van toepassing. Dit plan is op 30 september 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Zwolle en is onherroepelijk. De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' toegekend gekregen. Voor een deel van het plangebied hebben de gronden tevens de bestemming 'Waarde - Archeologie' toegekend gekregen. Naast deze twee bestemmingen hebben de gronden binnen het plangebied een bouwvlak en een maatvoering, waarbij de maximum bouwhoogte 8 meter bedraagt. Zie onderstaande figuur 1.4 voor een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied is daarop rood omkaderd. De gronden bestemd voor 'Waarde - Archeologie' zijn met een kruis gemarkeerd.

8/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Figuur 1.4 uitsnede van het vigerende bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke plannen) De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat de gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd dienen te worden. Ter plaatse van de maatvoering mag de bouwhoogte niet meer dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte bedragen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen niet meer dan 2 meter mag bedragen. De bouwhoogte voor overige bouwwerken mag niet meer dan 10 meter bedragen. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen (Bedrijf- Nutsvoorziening), mede bestemd voor het behoud van archeologische monumenten die ter plaatse aanwezig zijn of de aanwezigheid daarvan redelijkerwijs vermoed wordt. Een omgevingsvergunning met een archeologisch rapport is noodzakelijk, indien door de bouw de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m2 zal kunnen worden verstoord. De initiatiefnemer is voornemens om op de plek van de voormalige nutsvoorziening drie woonkavels te realiseren.

Dit is echter niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan, want de gronden en bouwwerken binnen het plangebied zijn bestemd voor openbare nutsvoorzieningen. Er is geen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan 'Stadshagen I' opgenomen, om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Een bestemmingsplanherziening is derhalve noodzakelijk. Daarnaast is ook het bestemmingsplan “Parapluplan parkeren” van toepassing, vastgesteld op 3 juli 2017 door de gemeenteraad van Zwolle. In dit bestemmingsplan wordt parkeren op eigen terrein voorgeschreven, waarbij moet worden voldaan aan de parkeer opgave conform de Regeling parkeernormen 2016, versie 2021. Het plangebied van deze parapluherziening omvat het grootste deel van het gemeentelijk grondgebied.

9/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat op de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling van toepassing is. Hierbij wordt allereerst ingegaan op het rijksbeleid, dan op het provinciaal beleid en ten slotte op het gemeentelijk beleid.

2.2

Ruimtelijk beleid

2.2.1

Rijksbeleid

2.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de herziening van de huidige bestemming 'Bedrijf-Nutsvoorziening' naar de bestemming 'Wonen'. Hiermee wordt een kloppende set juridisch-planologische regels aan het plangebied toegekend, zodat de realisatie van de beoogde woonkavels mogelijk wordt. Met de realisatie van de woningen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie, o.a. door het realiseren van een groenstrook en met een goede waterhuishouding door voldoende ruimte te hebben voor het vasthouden van water binnen het plangebied.

Tevens kan met de realisatie van de woningen een bijdrage worden geleverd aan de energietransitie. Dit omdat de woningen gasloos gerealiseerd zullen moeten worden en op de woningen zonnepanelen geplaatst moeten worden, om te kunnen voorzien in de benodigde energie

10/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

voor een goed huishouden. De overtollige energie wordt teruggeleverd aan de energiemaatschappij die deze aan derden doorverkoopt. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat voorliggend plan bij meerdere prioriteiten kan aanhaken. Vanuit de NOVI worden daarom geen belemmeringen aanwezig geacht. 2.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.

Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden. In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015:ECLI:NL:RVS:2015:2921 een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Toets Met voorliggende bestemmingsplan wordt de realisatie van drie woonkavels mogelijk gemaakt. Aangezien de realisering van drie woningen op basis van de hiervoor genoemde uitspraken niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat door de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling geen rijksbelangen worden geschaad. 2.2.2

Provinciaal beleid

2.2.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

11/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

2.2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 2.2.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel.

Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.

In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. 12/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 2.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten uit de Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet

13/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerk ing in voorliggend plan: Op grond van de Omgevingsverordening Overijssel wordt de Groene omgeving aangemerkt als: "de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied". Onder bestaand bebouwd gebied wordt verstaan: "de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro". Een stedelijke functie wordt in de Omgevingsverordening aangemerkt als "functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen". Gelet op de ligging van het plangebied binnen het bestaande stedelijke gebied is er geen sprake van een Groene Omgeving. De gronden binnen het plangebied worden beschouwd als onderdeel van het bestaande stedelijke gebied met stedelijke functies. Met het bouwen van de beoogde woningen wordt er geen extra ruimtebeslag gelegd op de Groene Omgeving.

Daarbij wordt opgemerkt dat de bebouwde oppervlakte van de beoogde woningen kleiner is dan de voormalige nutsvoorziening, waardoor meer ruimte binnen het plangebied voor andere functies zoals klimaatadaptatie en water overblijft. Gelet op het vorenstaande wordt geacht dat onderhavig plan aan artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening van provincie Overijssel voldoet. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerk ing in voorliggend plan: Door het plangebied om te zetten naar een woonbestemming, wordt de laatste bedrijfsfunctie in Stadshagen opgeheven, waarin in overwegende mate woonfuncties zijn gelegen. De woonkavels worden zodanig vorm gegeven zodat de woningen zullen aansluiten op omliggende woningen. Om dit te bereiken, zijn er kavelpaspoorten opgesteld waarmee regels kunnen worden gesteld ten aanzien van de bouw van de woningen en de inrichting van de kavels. De kavelpaspoorten zijn als bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. De kavelpaspoorten zullen worden doorvertaald naar bouwregels voor dit bestemmingsplan.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen zal enkel worden verleend, indien voldaan wordt aan de gestelde vereisten in de kavelpaspoorten. Daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit geborgd. Gelet op het vorenstaande wordt geacht dat onderhavig plan aan artikel 2.1.5 uit de Omgevingsverordening van provincie Overijssel voldoet. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Doorwerk ing in voorliggend plan: Op basis van door het Primos uitgevoerde onderzoek is gebleken dat er een verwachte woningbehoefte is van 5500 tot 6000 woningen tot 2027 en 4000 woningen vanaf 2027. Het aantal inwoners in Zwolle zal groeien tot circa 140.000 inwoners in Zwolle. Afgesproken is dat er in Zwolle tot 2027 circa 6000 woningen gebouwd mogen worden, dus ongeveer 600 per jaar. De realisatie van drie woningen past binnen de afspraak dat er in Zwolle circa 6000 woningen gebouwd mogen worden tot 2027. Gelet op het vorenstaande wordt geacht dat onderhavig plan aan artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening

14/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

van provincie Overijssel voldoet. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang, aangezien het plangebied binnen het bestaande stedelijke gebied ligt. In figuur 2.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 2.2: fragment van de kaart van het geldende ontwikkelingsperspectief (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Hierbinnen geldt onder meer dat herstructurering en transformatie deze gebieden vitaal en aantrekkelijk moeten houden en de diversiteit aan milieus moeten versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is dat de stedelijke ontwikkeling altijd afgestemd moet worden op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Doorwerk ing in voorliggend plan: Middels voorliggend bestemmingsplan worden er drie woonkavels ten behoeve van het bouwen van drie woningen gerealiseerd op de voormalige plek van een nutsvoorziening. De nutsvoorziening moest gesloopt worden om de woningen te kunnen bouwen. Er is derhalve sprake van een transformatie, van nutsvoorziening naar woningen.

Zoals hierboven is aangegeven moeten herstructurering en transformatie deze gebieden vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Hoewel de diversiteit verloren gaat, wordt het gebied wel vitaler en aantrekkelijker, o.a. voor omliggende woningen.

15/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Daarbij wordt middels onderhavig plan ruimte gegeven aan klimaatadaptatie en een betere waterhuishouding. Dit omdat de bebouwde oppervlakte van de beoogde woningen kleiner is dan de voormalige nutsvoorziening, waardoor meer ruimte overblijft voor groen en het vasthouden van water binnen het plangebied. Tevens wordt er als extra bijdrage een groenstrook gerealiseerd. Daarnaast kan worden bijgedragen aan de energietransitie in Nederland, omdat er energie-efficiënte maatregelen getroffen moeten worden om de woningen duurzaam te realiseren. Het realiseren van voldoende zonnepanelen op de woningen, wat nodig is voor het zelfvoorzienend maken van de woningen en het afdragen van het overtollige deel van de opgewekte energie, is een voorbeeld van het bijdragen aan de energietransitie. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling in overeenstemming is met het geldende ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag kent het kenmerk 'Komgronden' toe aan het plangebied. In figuur 2.3 is een fragment opgenomen van de kaart van de Omgevingsvisie Overijssel.

Figuur 2.3: de natuurlijke laag 'Komgronden' (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) De 'Komgronden' zijn gebieden waar zich verder van de rivier af door overstromingen fijner materiaal werd afgezet. Dit resulteerde in zware kleipakketten. De ambitie voor komgronden is het behouden van het karakter van laag, nat gebied met zware klei en verder te ontwikkelen om de kansen voor natuurontwikkeling (kleimoeras) te benutten. Doorwerk ing in voorliggend plan: Hoewel het plangebied binnen de 'Komgronden' ligt, vindt ontwikkeling plaats binnen het bestaande stedelijk gebied, waarin de natuurlijke laag van de gronden niet zonder meer zichtbaar is. Vanuit onderhavig plan zijn daarom geen nadelige effecten voor de natuurlijke laag.

16/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Gelet op de ambitie van de 'Komgronden' kan daaraan geen bijdrage worden geleverd. Dit omdat binnen het plangebied gewoond zal worden. Het ontwikkelen van kleimoeras is daarbij niet wenselijk. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Laagveenontgingen' toe aan het gebied. In figuur 2.4 is een fragment opgenomen van de kaart van de Omgevingsvisie Overijssel.

Figuur 2.4: de laag van het agrarisch cultuurlandschap 'Laagveenontginningen' (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) De kenmerken van de 'Laagveenontgingen' zijn een open, laag en nat landschap, ontstaan door occupatie vanuit de bewoonde hogere randen. Als er ontwikkelingen plaatsvinden in de laagveerontginningen, dan moeten deze bijdragen aan het behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. En bij verdere ruimtelijke ontwikkeling van de agrarische functie moeten slotenpatronen, en indien aanwezig de houtsingels als accentuering van de ruimtelijke structuur, gerespecteerd en versterkt worden. Doorwerking voor voorliggend plan: Bij de inrichting van het plangebied ten behoeve van de woningen wordt rekening gehouden met de aanwezige karakteristieke bebouwingsstructuur en worden de woningen aangesloten op de woningen in de omgeving. Het aanwezige landschap blijft intact bij de realisatie van voorliggend plan. Er zal sprake zijn van wonen op een terp met daaromheen de bestaande sloten, e.e.a. in overeenstemming met omliggende woningen. Vanuit onderhavig plan zijn daarom geen nadelige effecten voor de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag De stedelijke laag kent het kenmerk 'Woonwijken 1955-nu' toe aan het gebied. In figuur 2.5 is een fragment opgenomen van de kaart van de Omgevingsvisie Overijssel.

17/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Figuur 2.5: Stedelijke laag 'Woonwijken 1955-nu' (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd. De ambitie bij deze laag is dat door middel van herstructurering van naoorlogse wijken de steden vitaal moeten worden gehouden. Daarbij is het belangrijk dat het karakter van de wijk wordt behouden. Ook is de groenstructuur een belangrijk onderdeel bij deze laag waar rekening mee moet worden gehouden. Doorwerk ing in voorliggend plan: Middels voorliggend bestemmingsplan worden drie woonkavels gerealiseerd op de voormalige plek van de nutsvoorziening. De nutsvoorziening was niet als waardevol te beschouwen in het bebouwingsbeeld van de wijk, waardoor bewoners van de nieuwbouwwijk geen emotionele binding zullen hebben met de nutsvoorziening. Door het realiseren van de drie woonkavels wordt de functie voor woningen in de wijk uitgebreid en is vergeleken met een nutsvoorziening meer passend in het straatbeeld. Bij de inrichting van de woonkavels wordt rekening gehouden met de omliggende bebouwing en groenstructuur, waardoor het karakter van de wijk behouden blijft c.q. versterkt wordt. Vanuit onderhavig plan zijn daarom geen nadelige effecten voor de stedelijke laag.

Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'IJssellinie inundatieveld' toe aan het gebied. In figuur 2.6 is een fragment opgenomen van de kaart van de Omgevingsvisie Overijssel.

18/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Figuur 2.6: de laag van de beleving 'IJssellinie inundatieveld' (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) Doorwerking voor voorliggend plan: Het inundatieveld IJssellinie maakt als verdedigingswerk deel uit van het rivierenlandschap. Het wordt als cultuurhistorische waarde beschermd. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor deze laag, aangezien de locatie geen toeristen trekt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het provinciale beleid van provincie Overijssel. 2.2.3

Gemeentelijk beleid

2.2.3.1 Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen De op 13 september 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle. De "drager" van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal hierbij staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand "fundament" om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' (zie figuur 2.7) te midden van de andere kernopgaven: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio

19/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Zwolle is in 2040 klimaatbestendig en energieneutraal (coalitieakkoord 2022) Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.

Figuur 2.7: Het 'Huis van Zwolle' (Bron: Omgevingsvisie 'Mijn Zwolle van morgen') Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. De gebiedsdoelen en ambities en de opgaven in thematische raamwerken zijn leidend. De initiatieven dragen bij aan het bereiken van doelen en lossen opgaven op. De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden. Met raamwerken zijn de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle vastgelegd. Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werkt de gemeente Zwolle aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van Zwolle gaat hand in hand met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle.

Toets Volgens de visiekaart uit de Omgevingsvisie 'Mijn Zwolle van morgen' ligt het plangebied aan de Buckhorstlaan 64 in Zwolle binnen de volgende thema's: Groenstructuur;

20/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Woongebied; Strategische ontwikkelzone - stadsdelen. Hierna wordt afzonderlijk ingegaan op de thema's. Groenstructuur Kenmerkend voor de stad Zwolle is ook de aanwezigheid van een hoofdgroenstructuur (zowel binnen als buiten de stad Zwolle), waar bijvoorbeeld de 'groene longen' van Zwolle onderdeel van uitmaken. Die hoofdgroenstructuur is voor Zwolle zeer waardevol. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk; het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur – en identiteit bepalend; het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes; het begeleidt recreatieve routes; het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur; het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur. Een uitzondering geldt voor aan de groenfunctie gerelateerde bebouwing (v.b.

horecapaviljoen, kiosk, schuilplek, sportruimte, dierenstal etc.) Initiatieven hierin worden afgewogen aan de groene functies die de hoofdgroenstructuur ter plaatse moet vervullen. Bij verandering in de hoofdgroenstructuur streeft de gemeente naar behoud en/of verbetering van de biodiversiteit. Woongebied Tot 2030 wil de gemeente jaarlijks 1000 woningen toevoegen aan haar gemeente. Dit om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij wordt gezien dat de vraag blijft toenemen. Een woningtekort dat velen merken, jong en oud. Studenten, schoolverlaters, starters op de arbeidsmarkt, allemaal groepen die moeilijk aan een woning komen. Dat geldt ook voor ouderen die nu langer zelfstandig blijven wonen, en daar wel de passende voorzieningen bij willen. De gemeente zet zich in haar woonbeleid sterker in op een doelgroepen benadering. De gemeente zet zich met name in om jongeren en kenniswerkers te behouden voor onze stad. Zwolle moet een aantrekkelijke en inclusieve stad blijven waar voor iedereen een plek is om fijn te wonen. Dat vraagt om vernieuwing van de woonopgave, ruimte voor creativiteit en innovatie in bouwtechnologie in relatie tot thema's als duurzaamheid, circulariteit, gezondheid, betaalbaarheid en inclusiviteit.

Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met het toevoegen van 1000 woningen per jaar tot 2030 wil de gemeente het woningtekort op alle fronten aanpakken met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het is de kunst hier adaptief, flexibel en schaalbaar mee om te gaan; "de toekomst is niet voorspelbaar, wel voorstelbaar". De gemeente bouwt in de prijsverhouding 30-40- 30. Dat wil zeggen 30% van het woonprogramma bestaat uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Hierbij wordt de landelijke trend gevolgd dat jonge gezinnen vaker in of nabij de binnenstad willen wonen. Met meer focus op binnenstedelijk wonen wordt ook een steviger basis gelegd voor stedelijke voorzieningen. Het biedt kansen voor een stedelijke dynamiek gericht op bijvoorbeeld studenten en jong-werkenden en de aanpak van vereenzaming in alle geledingen van de Zwolse samenleving. Ook voor grondgebonden woningen met een tuin blijft de gemeente ruimte bieden. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus van Zwolle wat hoofdzakelijk bestaat uit

21/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

grondgebonden woningen. 30-35% van deze woningen komt terecht in Stadshagen en de overige 5-10% op een aantal specifieke plekken, zoals kleinschalig in de bestaande stad door, herontwikkeling bij de voormalige Harculo Centrale en kleinschalig bij Wijthmen en Windesheim. Ook biedt de gemeente ruimte aan de verandering van bestaande agrarische erven naar wonen. Ontwikkeling van bestaande erven is het uitgangspunt, gekoppeld aan de sloop van landschap ontsierende bebouwing en herbestemming van cultureel erfgoed. In de ontwikkeling van de woningen streeft de gemeente naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. Anders dan de afgelopen decennia ontstaat meer en meer een mengvorm met andere stedelijke activiteiten zoals uitgaan, spelen, ontmoeten en bewegen. De mens en de biodiversiteit staan centraal. De gemeente blijft daarbij ook de hoogte zoeken, vanuit een kwalitatieve insteek. Daarvoor wordt verwezen naar de visie op hoogbouw. Strategische ontwikkelzone - stadsdelen Veel relatief jonge wijken liggen tussen de StadsRruit en de StadsRrand. De jongste is Stadshagen. Stadshagen wordt in de komende 10 jaar afgerond. Dat gaat nog om circa 3000 woningen. Veel van deze wijken hebben de bijzondere kwaliteit te grenzen aan het buitengebied, gemarkeerd door de Stadsrand.

Het buitengebied is direct, zonder stedelijke onderbrekingen en op een robuuste wijze verbonden aan de stedelijke hoofdgroenstructuur. Dit is een kernkwaliteit van Zwolle, die de gemeente wil behouden en beschermen. Via de stadsstraten en met de ingrepen in de StadsRuit worden de stadsdelen met het centrumgebied verbonden. Met de nadruk op de fietser en de voetganger worden de stadsdelen ook veel meer onderling verbonden. Daarvoor zijn alle ontwikkelingen in de StadsRuit de drager. Toets Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de realisatie van drie woonkavels ten behoeve van drie woningen mogelijk te maken. Voor de realisatie van de beoogde woningen is de voormalige nutsvoorziening gesloopt. Middels de realisatie van deze woningen kan er bijgedragen worden aan meer woningen binnen de gemeente Zwolle. Hoewel de drie woningen niet rechtstreeks geschikt zullen zijn voor doelgroepen waarin de vraag aan woningen het grootst is, kan met de realisatie van de woningen wel enigszins gezorgd worden voor doorstroom in de woningmarkt. De toekomstige bewoners zullen immers hun eigen woning moeten verlaten om de nieuwe woningen te kunnen bewonen. Vergeleken met de voormalige nutsvoorziening hebben de beoogde woningen een kleinere bebouwde oppervlakte, waardoor meer ruimte overblijft voor het realiseren van groen.

Zoals reeds beschreven in de paragrafen hiervoor, is dit zowel goed voor de klimaatadaptatie als waterhuishouding. De bestaande groenstructuur in de wijk wordt behouden, in die zin dat tussen de woningen sprake is van groene open doorzichten waarop niet gebouwd mag worden. Tevens wordt een groenstrook gerealiseerd teneinde de groenstructuur en biodiversiteit te versterken. Door het opnemen van een beplantings-/inrichtingsplan in de regels van voorliggend bestemmingsplan wordt de groenstrook ook juridisch geborgd. Tot slot blijft het plangebied goed toegankelijk voor al het verkeer, waaronder fietsers en automobilisten, aangezien de bestaande ontsluiting behouden blijft. Ook voor voetgangers blijft het plangebied natuurlijk goed toegankelijk. Ter plaatse van de parkeerplaatsen die aan de voorzijde van de woonkavels gerealiseerd zullen worden, zal daarbij een keerstrook aanwezig zijn die in bezit is van de gemeente. Al met al wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie 'Mijn Zwolle van morgen'.

22/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

2.2.3.2 Gemeentelijk e Woonvisie 2017-2027 Als onderlegger voor de omgevingsvisie geldt onder meer de Woonvisie van de gemeente Zwolle, waarin een richtinggevend kader is neergelegd voor de wijze waarop de gemeente tot keuzes willen komen ten aanzien van woningbouw, waarbij de behoefte enerzijds en de belangen vanuit de kwaliteit van de centrumstad anderzijds van belang zijn en waarbij tevens voldoende ruimte wordt gegeven aan woonpartners en andere initiatiefnemers. De Zwolse woonvisie: 'Ruimte voor Wonen 2017 – 2027'. is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017. In het kort komt de woonvisie op het volgende neer: Zwolle groeit. Dat komt onder meer doordat Zwolle een jonge stad is met een sterke geboortegroei. Daarnaast komen mensen heel gericht naar Zwolle, omdat het goed wonen, werken en leven is in Zwolle. Vanuit deze groei wil Zwolle haar sterke regiofunctie behouden en zich als centrumstad verder ontwikkelen. Dat betekent goed nadenken over de plek, de woonvorm en de doelgroep en het bewust zijn van leefomgeving en woonmilieu. Ruimte voor Wonen betekent bij het maken van keuzes voor woonmilieus rekening houden met het water dat Zwolle omringt en vormt; de waardevolle blauw/groenstructuur die als aantrekkelijke woonomgeving beter kan worden benut. Het betekent ook ruimte geven aan (particuliere) initiatieven die zorgen voor variatie in nieuwe, duurzame woonconcepten.

Bijvoorbeeld met (collectief) particuliere vormen van zelfbouw, CPO, duurzame (energie)initiatieven of nieuwe woonzorgconcepten die langer zelfstandig wonen mogelijk maken. Vernieuwing kan ook door transformatie van kantoren of ander vastgoed, waarbij functiemenging (wonen, werken, recreëren) en diversiteit in woontypen gewenst zijn. Daarbij zijn natuurlijke wijkvernieuwing en toekomstbestendige wijken met goede voorzieningen belangrijke uitgangspunten. De belangrijke trends en ontwikkelingen, die van invloed zijn op de woningvraag zijn: Het aantal huishoudens in Zwolle neemt sterk toe: van 57.276 huishoudens in 2016 tot 64.741 in 2040. Ook onder nieuwe vestigers is Zwolle populair. De actuele woningbehoefte die op basis van actuele huishoudprognoses (CBS en Primos) is opgenomen bedraagt 5500 – 6000 nieuwe woningen in de periode 2017 tot 2027 (dus 550 – 600 per jaar). Zwolle is een jonge stad: 85% van de inwoners is jonger dan 65 en 22% is jonger dan 18. Het aantal kinderen en jongeren groeit nog en daarmee blijft er vraag naar eengezinswoningen. Het aantal 65-plussers neemt toe: in 2030 zijn er 44% meer 65-plussers ten opzichte van 2016. De vergrijzing en langer zelfstandig wonen vergt de komende jaren extra aandacht. Het aantal een- en tweepersoonshuishoudens neemt aanzienlijk toe en daarmee de vraag naar kleinere woningen (tot 3 kamers).

Starters en jongere huishoudens zijn onder de woningzoekenden oververtegenwoordigd. Daarnaast is er woningdruk door de uitstroom uit beschermd wonen en van statushouders. De vraag naar vrije sector huur en woningen (huur en koop) in het goedkope segment is relatief groot. De nieuwe woonvisie beschrijft een toekomstbestendig, vernieuwend en duurzaam woonbeleid. Dat betekent aandacht voor verstedelijking en transformatie: 3000 woningen moeten binnenstedelijk worden gebouwd. De andere 3000 komen in Stadshagen. In het woningbouwprogramma gaan we uit van een verdeling 30% goedkoop, 40% midden en 30% duur segment. In de onderstaande tabel zijn de prijzen weergegeven die bij deze indeling horen, waarbij doelgroep- en functiemenging (wonen, werken, zorgen) wenselijk is. koop

huur

goedkoop

tot € 180.000,00

tot € 710,00¹

middelduur

€ 180.000,00 - 270.000,00

€ 710,00 - 900,00

duur

vanaf € 270.000,00

vanaf € 900,00

1 Prijspeil 2016 liberalisatiegrens (€ 710,68 exacte huur)

Toets

23/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Vanuit het woningbouwprogramma is de omslag gemaakt naar kwalitatief programmeren en stimuleren zodat vanuit de kracht van de locatie en met de nodige flexibiliteit kan worden ingespeeld op de marktvraag. De gemeente schrijft niet vooraf in detail voor welke woningen, waar en wanneer gebouwd moeten worden. Maar vanuit haar publieke rol toetst de gemeente de plannen op ruimtelijke kwaliteit en het ontstaan van een mix van producten en woningtypen. Deze ontwikkeling past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de Woonvisie 2017-2027. Dit omdat het past in het woningbouwprogramma. De beoogde woningen zitten in de prijscategorie duur, waarvan er nog 900 woningen nodig is. Met het bouwen van drie dure woningen wordt slechts een gedeelte van het totaal aantal dure woningen opgevuld. Daarbij moet worden opgemerkt dat de woningen goed worden ingepast in de directe omgeving en sprake zal zijn van doorstroom, omdat de toekomstige bewoners hun eigen woning zullen verlaten. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid van gemeente Zwolle.

2.3

Klimaat, energie en circulariteit

Kaders De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen geeft aan dat bij nieuwe initiatieven altijd een KEC-toets wordt opgesteld. KEC staat voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. We vinden het belangrijk dat bij elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving deze drie thema's integraal afgewogen worden. Om op dat een goede en transparante wijze te doen, stellen we een KEC-toets op. Klimaatadaptie Kernopgave uit de omgevingsvisie is dat Zwolle in 2050 klimaatbestendig is ingericht en daarmee veilig voor overstromingen en aangepast aan extreem weer. Door het veranderende klimaat is dat een ambitie die impact heeft op de fysieke leefomgeving om ook in de toekomst veilig en beschermt tegen het water te kunnen wonen, ondernemen en recreëren in Zwolle. We benutten en versterken de samenhang in het watersysteem dat bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste het hoofdwatersysteem met de hoofdwater-keringen en het regionale watersysteem. Ten tweede de groen- blauwe structuur in de bestaande stad met daarin ruimte voor sponswerking en het tegengaan van hittestress. Onderling zijn de verschillende onderdelen met elkaar verbonden en vormen ze een fysieke onderlegger voor de omgevingsvisie om te komen tot een klimaatbestendig en adaptief Zwolle.

De klimaatadaptatie maatregelen die onderdeel zijn van het streefbeeld groenblauwe structuur hebben als doel om schade te reduceren en meerwaarde te leveren aan een aantrekkelijk en robuust Zwolle nu en in de toekomst. Met klimaatadaptatie maken we voor de uitvoer van maatregelen koppelingen met andere opgaven waar Zwolle voor staat, zoals het vergroten van biodiversiteit, versterken van de omgevingskwaliteit en het verbeteren van de gezondheid van Zwolse inwoners. Energieneutraal Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar volledig hernieuwbare energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. De ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening kent twee sporen. Het eerste is het verminderen van het energieverbruik. Het tweede de opwekking van duurzame energie (wind, zon, aardwarmte, waterkracht). Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter'. Het landelijke klimaatakkoord is de komende jaren de leidraad voor de energietransitie. Hierin wordt richting gegeven hoe klimaatdoelen te gaan realiseren. Zwolle wil in 2040 een volledig energieneutrale stad zijn (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026). Dat betekent dat alle energie die in Zwolle wordt gebruikt ook lokaal en

24/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

duurzaam wordt opgewekt.. De voornaamste raakvlakken richten zich op de duurzame opwek van elektriciteit en warmte, de gebouwde omgeving en mobiliteit. De Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Zwolle beschrijft op welke wijze de gemeente de warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier wil gaan invullen. Holtenbroek is in de Transitievisie Warmte ingekleurd als warmtenet. Hiervoor wordt de haalbaarheid van een warmtenet op geothermie onderzocht. Circulariteit Circulariteit betreft de circulaire economie, welke een essentieel onderdeel vormt van de duurzame ontwikkeling van de stad Zwolle. De circulaire economie is een economie waarin de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden blijft. Ook is het niet vanzelfsprekend meer dat producten worden aangeschaft en afgedankt, maar bijvoorbeeld worden gedeeld, gehuurd of geleased. Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn; een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. We maken de transitie van onze huidige take-make-waste, lineaire economie naar een circulaire. Voor onze eigen bedrijfsvoering en projecten waar we als opdrachtgever betrokken zijn, geldt dat we een voorbeeldfunctie willen vervullen. We willen de stad en de regio inspireren hoe de transitie naar een circulaire economie te maken.

De ambities op het gebied van circulaire gebiedsontwikkeling worden in de omgevingsvisie al deels vertaald naar de ambities op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, water, natuur inclusief bouwen en nieuwe stedelijkheid. Algemeen uitgangspunt voor een circulaire gebiedsontwikkeling zijn vier principes: Reductie (verminderen van de vraag naar grondstoffen); Synergie (het lokaal uitwisselen van stromen); Productie en inkoop (de resterende vraag duurzaam en circulair produceren en inkopen); Management (het monitoren van de stromen, om inzicht te krijgen in waar en wanneer er kans is voor verbetering). Circulair bouwen gaat om beschermen van grondstoffen, het beschermen van het milieu en het behouden van functionaliteit. Daarvoor zetten we de eerste stappen naar een Zwolse aanpak. Zwolle stelt een Zwolse standaard op voor het circulair bouwen van nieuwbouw, renovatie en de aanleg en beheer van de buitenruimte. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke keurmerken en regelgeving.

2.4

Archeologisch en cultuurhistorisch beleid

2.4.1

Archeologisch beleid

Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). De door de gemeente zelf opgestelde Archeologische Waarderingskaart Zwolle (AWZ) is fijnmazig van karakter. De binnenstad is vrij gedifferentieerd gewaardeerd terwijl het buitengebied qua potentieel vrij

25/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

nauwkeurig in kaart is gebracht. Het archeologisch potentieel van de verschillende gebieden is in de volgende percentages uitgedrukt: 0% archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven; 10% archeologische waarde onbekend; geen onderzoek nodig wel meldingsplicht toevalsvondsten; 50% archeologisch waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is 1:2. Voor de binnenstad betekent een 50% locatie meestal dat de eerste meter bodemarchief verdwenen is, maar dat de onderste lagen nog bewaard zijn gebleven; 90% archeologisch zeer waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is nagenoeg 100%; 100% archeologische toplocatie; indien bescherming niet kan is een opgraving altijd noodzakelijk, de vondstkans is uiteraard 100%. 2.4.2

Cultuurhistorisch beleid

In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen.

Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

2.5

Verkeersbeleid

Verkeer Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende weggenomen worden om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.

Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.

26/239

15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Parkeren Regeling Parkeernormen 2016 Op 20 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Regeling Parkeernormen 2016 vastgesteld. De Regeling is op 28 september 2016 gepubliceerd en op 29 september 2016 in werking getreden. De Regeling Parkeernormen 2016 is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip “voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. En tenslotte is dit ook het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en- of gebruik. De parkeeropgave wordt in al deze gevallen op basis van deze Regeling bepaald. Om een toetsing aan het gemeentelijke parkeerbeleid mogelijk te maken bij vergunningverlening, is het beleid doorvertaald in regels en opgenomen het bestemmingsplan 'Zwolle, parapluplan parkeren', vastgesteld op 3 juli 2017 door de gemeenteraad van gemeente Zwolle. De parkeerregels uit dat zijn eveneens van toepassing op voorliggend bestemmingsplan en opgenomen in Artikel 9 bij de regels van dit bestemmingsplan.

2.6

Natuur- en groenbeleid

2.6.1

Wet natuurbescherming (2017)

Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Nederland heeft de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd: de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ's) aan te wijzen. Dit zijn de Natura 2000-gebieden en deze vormen samen één Europees netwerk van natuurgebieden. Het is verboden zonder vergunning een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Een vergunning kan rechtstreeks worden aangevraagd bij de provincie of in uitzonderlijke gevallen bij RVO/LNV. Daarnaast is het mogelijk om de natuurtoestemming aan te haken bij een aanvraag voor de omgevingsvergunning. Soortenbescherming: Flora en fauna De Wet natuurbescherming regelt eveneens de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten. Dit op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes: 1. vogelrichtlijnsoorten; 2. habitatrichtlijnsoorten en; 3. overige soorten.

Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Als hiervan sprake is, moet een ontheffing worden gevraagd tenzij een provinciale vrijstelling geldt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5309588f-dd0e-4214-84c5-78066e7f8328