1. Dynamische Mobiliteitsagenda gemeente Zwolle 2025-2026
Tekst van het document
mvoortgang
Zwolle
Dynamische Mobiliteitsagenda Gemeente Zwolle 2025-2026
1
mvoorwoord
Voorwoord dynamische Mobiliteitsagenda Zwolle groeit. Het aantal inwoners neemt toe en met een stijgend aantal bedrijven groeit het aantal forenzen. En ook steeds meer bezoekers weten Zwolle te vinden. In een groeiend Zwolle staat de beschikbare ruimte onder druk. Door onze mobiliteitsstrategie aan te passen creëren we een situatie waarin iedereen prettig in, van en naar Zwolle kan blijven reizen.
We zijn de stad met het grootste aandeel fietsbewegingen ter wereld, het tweede spoorknooppunt van Nederland en we zijn goed bereikbaar met de auto. Ook in de toekomst willen we ervoor zorgen dat iedereen op een veilige, betaalbare en schone manier van A naar B kan reizen.
Voor u ligt de mobiliteitsagenda. We beschrijven hierin wat we de komende jaren gaan doen om de stad bereikbaar, toegankelijk en leefbaar te houden en we schetsen wat we het afgelopen jaar hebben gedaan.
Zwolle is een prachtige stad. Gastvrij en innovatief. En veilig, toegankelijk én bereikbaar. Niet voor niets de kernwaarden van onze mobiliteitsvisie. Deze kernwaarden maken dat het fijn leven is in Zwolle. Een fijne stad om te wandelen, fietsen of gewoon te verblijven en een prettige plek om te wonen en werken. De groei van Zwolle brengt enorme kansen met zich mee. Maar ook uitdagingen. Als er meer mensen komen, komen er meer auto’s. Blijven we dan wel zo veilig? En als de files toenemen als gevolg van de groei. Hoe toegankelijk en bereikbaar zijn we dan? Dat we groeien is een gegeven. Hoé we groeien, daar hebben we invloed op. Vasthouden aan onze kernwaarden terwijl we groeien is van belang. Dat betekent dat we anders moeten omgaan met onze mobiliteit. Duurzamer, efficiënter en veiliger. In het document dat voor u ligt leest u over de inspanningen in het afgelopen jaar en we geven een doorkijk naar de plannen voor 2025 en 2026. De mobiliteitsagenda sluit af met een financiële vertaling van de plannen. Zo houden we Zwolle samen bereikbaar, toegankelijk en leefbaar.
Gerdien Rots Wethouder Mobiliteit
2
minhoud
Inhoudsopgave 1. Een stad in beweging De Zwolse Mobiliteitsstrategie De dynamische Mobiliteitsagenda Programmatische aanpak Werken aan projecten Samenleving betrekken Leeswijzer
4 5 8 9 11 12 12
2. Monitor 2024 Beleidsinspanningen Projecten in gebiedsontwikkelingen Infrastructurele projecten
13 15 19 21
3. Agenda 2025 & 2026 ‘Hard’ en ‘zacht’ Beleidsinspanningen Projecten in gebiedsontwikkelingen Infrastructurele projecten Wat doen we niet?
22 23 23 27 29 29
4. Financiën Dekking Beleidsinspanningen Mobiliteitsprojecten in gebiedsontwikkelingen Infrastructurele projecten
32 33 33 34 34
3
mvoortgang
1 Een stad in beweging 4
meen stad in beweging
1
Een stad in beweging
Zwolle staat voor grote opgaven en heeft flinke ambities. De stad groeit. Het aantal inwoners neemt toe. Met een stijgend aantal bedrijven groeit het aantal forensen. En steeds meer bezoekers weten Zwolle te vinden. Hoewel Zwolle midden in een groeiopgave zit, streven we ernaar om kwalitatieve waarden aan de stad toe te voegen. Vanuit mobiliteit willen we naar een bereikbare stad waarin elke inwoner, forens en bezoeker van, in en naar Zwolle kan reizen. Maar mobiliteit is ook een middel om andere ambities waar te maken, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en zorg, veiligheid, klimaatadaptatie, baanzekerheid en sociale interactie. Door de groei van Zwolle staat de beschikbare ruimte onder druk. En daarmee onze ambities. De ruimte is immers maar één keer te verdelen. Een andere benadering ten aanzien van mobiliteit is daarom noodzakelijk voor de ontwikkeling van Zwolle als bereikbare én leefbare stad voor iedereen.
groen is en klimaat adaptief is, draagt bij aan een leefbare stad waarin brede welvaart centraal staat. Het inzetten op lopen en fietsen creëert niet alleen ruimte, maar draagt ook bij aan duurzaamheid, gezondheid en inclusie. Lopen en fietsen zijn duurzame en schone vormen van vervoer. Er is geen sprake van luchtverontreiniging en CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen of geluidshinder. Lopen en fietsen is eveneens een actieve vorm van mobiliteit. Het draagt als beweegactiviteit bij aan vitale inwoners en daarmee een gezonde stad. Tot slot is lopen en fietsen een laagdrempelige wijze van verplaatsing. Dit zorgt ervoor dat iedereen zich kan verplaatsen en volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij.
De Zwolse Mobiliteitsstrategie
Deze andere benadering ten aanzien van mobiliteit legt de focus op schonere en alternatieve vervoersmiddelen. Dat vraagt ook om anders omgaan met auto’s. Dit noemen we de mobiliteitstransitie. De mobiliteitstransitie is nodig om Zwolle in de toekomst bereikbaar te houden. Maar de mobiliteitstransitie gaat over meer dan alleen bereikbaarheid. De mobiliteitstransitie is ook faciliterend om ambities ten behoeve van een leefbare, gezonde en veilige stad waar te maken. De mobiliteitstransitie sluit hierdoor aan op het streven naar brede welvaart. Het draait niet alleen om het snel bereiken van bestemmingen zonder voertuigverliesuren. Leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en het überhaupt kunnen bereiken van bestemmingen om mee te kunnen doen aan de maatschappij behoort ook tot mobiliteit en brede welvaart. Het creëren van aantrekkelijke ruimte voor voetganger en de fietser is van belang in de mobiliteitstransitie. Dit zorgt ervoor dat er meer gebruikers van minder verharding gebruik kunnen maken. Voetgangers en fietsers hebben namelijk minder ruimte nodig dan het autoverkeer. Hierdoor kunnen meer mensen tegelijkertijd gebruik maken van dezelfde ruimte. We verhogen niet alleen de bereikbaarheid door de inzet op lopen en fietsen. Er ontstaat ook ruimte voor het realiseren van een verkeersveilige omgeving door een fiets- en loopvriendelijke omgeving met minder auto’s.
Bovendien maakt de mobiliteitstransitie als ruimtemaker ruimte voor onder andere groen- en speelvoorzieningen en klimaat adaptieve maatregelen, zoals het tegengaan van wateroverlast en hittestress. Een omgeving die veilig is,
Het ruimtegebruik van een rijdende of geparkeerde auto is vele malen groter dan een fietser of een voetganger. Om een verandering in de wijze van verplaatsing waar te maken en zo het lopen en fietsen te stimuleren, is een goede ruimtelijke ordening essentieel. Lopen en fietsen is alleen aantrekkelijk wanneer het makkelijk is en het aantal reiskilometers beperkt zijn. In Zwolle zetten we daarom vooral in op het bouwen van woningen in de stad, zodat wonen, werken en voorzieningen in nabijheid van elkaar zijn. Zo ontstaat er een stad waarin alle benodigde voorzieningen voor bewoners te bereiken zijn. 5
meen stad in beweging
Ondanks de mobiliteitsgroei willen we de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op de autosnelwegen en de regionale verbindingen handhaven. Congestie en potentiële knelpunten op deze verbindingen willen we waar mogelijk verminderen en aanpakken. We moeten dit doen in samenwerking met de Provincies, de Regio Zwolle en het Rijk. Het preventief inspelen op de mobiliteitsgroei is nodig om te voorkomen dat de bereikbaarheid en onze economische toppositie als regionaal centrum en logistieke hot spot in gevaar komt. De Buitenring van Zwolle heeft een dubbelfunctie: slagader voor de stad en regionale schakel. Het functioneren van de Buitenring willen we naast de aanpak van knelpunten ook in stand houden door mobiliteitsmanagement (korte autoritten vervangen door fiets, spits mijden en spits spreiden) en verkeersmanagement. Dit alles sluit aan bij het STO(M)P-principe dat Zwolle hanteert. Het STO(M)P-principe is leidend bij alle ontwerpkeuzes voor infrastructuur en bij de inrichting van de buitenruimte. Dat doen we door eerst de mens centraal te zetten en keuzes te maken vanuit Stappen (voetgangers). Vervolgens kijken we naar Trappen (fietsers), dan het OV en tot slot de personenauto’s. We passen bij dit alles zoveel mogelijk het principe van Mobility as a Service (MAAS), zoals deelmobiliteit, toe.
De precieze invulling van STO(M)P blijft afhankelijk van het type gebied en de gewenste verplaatsing binnen het gebied. Er is namelijk een verschil tussen verplaatsingen waarbij grote afstanden moeten worden overbrugd en verplaatsingen in de binnenstad. In steden wordt de rol van de auto veel minder essentieel en vanzelfsprekend. De auto blijft onderdeel van ons mobiliteitssysteem. In Zwolle vertaalt dit zich door de binnenring (de singel) in te richten voor actieve mobiliteit. Het toenemende autoverkeer door een groeiend aantal inwoners is voornamelijk zichtbaar op de Zwolse buitenring en de A28. Door verschillende opties aan te bieden, stimuleren we dat bewoners, forenzen en bezoekers gebruiken maken van verschillende vormen van vervoer. Daarvoor kan het juiste vervoersmiddel voor de juiste verplaatsing worden gekozen. Om dit te faciliteren is er een samenhangend mobiliteitssysteem nodig met verschillende vormen van vervoer die naadloos op elkaar aansluiten. Mobiliteitshubs spelen hierin een belangrijke rol. Het zijn fysieke locaties waarin we autoparkeren centreren en overstappen op een ander vervoersmiddel mogelijk is. Het samenbrengen van mobiliteit in de hub doen we al dan niet in combinatie met andere functies, zoals het opladen van auto’s, opwekking van schone energie en pakketkluizen. Maar niet alleen de bezoeker van Zwolle maakt gebruik van mobiliteitshubs.
Door de groei van het aantal inwoners neemt de vraag naar parkeergelegenheid ook toe. Daarmee groeit ook het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de openbare ruimte. Dit gaat ten koste van ruimte voor de voetgangers en fietsers. Bovendien is er door verstening geen ruimte voor groen en waterberging. In wijken van Zwolle wordt het auto-parkeren daarom geclusterd in buurthubs. We werken aan mobiliteitsnormen met lagere autoparkeernormen om de druk in de openbare ruimte te verlagen. Naast het inrichten van de ruimte ten behoeve van een bereikbare en leefbare stad, speelt het gedrag van mensen een essentiële rol in de mobiliteitstransitie. Elke doelgroep (bewoner, forens, scholier, bezoeker etc.) heeft eigen wensen en eisen om zich te kunnen verplaatsen. Vanuit de mobiliteitstransitie bepaalt elke doelgroep of de verplaatsing nodig is en zo ja, waar, wanneer en welke vervoersmiddel het beste past om op de bestemming te komen. Zo gaat elke doelgroep op de juiste manier om met mobiliteit.
De Westerlaan is STOMP ingericht 6
meen stad in beweging
Zwolle is volop in ontwikkeling 7
meen stad in beweging
De dynamische Mobiliteitsagenda
De gemeenteraad heeft in 2019 de Mobiliteitsvisie vastgesteld. In de Mobiliteitsvisie is de dynamische Mobiliteitsagenda geïntroduceerd. De dynamische Mobiliteitsagenda is een jaarlijks terugkerend sturingsinstrument dat de keuzes voor concrete maatregelen voor twee jaar vastlegt, het eerste jaar ‘hard’ en het tweede jaar ‘zacht’. De agenda is dynamisch, omdat we hem jaarlijks gaan herzien. Een dynamische Mobiliteitsagenda staat niet op zichzelf. Belangrijke kaderstellende stukken zijn de Mobiliteitsvisie 2020-2030 en de Omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” , dat de ambities en ruimtelijke opgaven schetst waar we de komende jaren aan werken. De gemeenteraad heeft de laatste jaren verschillende beleidsproducten vastgesteld die een relatie hebben met de thema’s uit deze Mobiliteitsagenda. De agenda wordt gevoed door de actieplannen en uitvoeringsagenda’s die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Helaas hebben we meer ‘concreet uitvoerbare plannen‘ in deze uitvoeringsagenda’s staan, dan geld of capaciteit om de plannen uit te voeren. In de Mobiliteitsagenda maken we een integrale afweging en prioriteren we de plannen. De Mobiliteitsvisie bestaat uit drie bouwstenen.
Onder de titel “Mobiliteit brengt Zwolle verder” zetten we in op Zwolle als een gastvrije, bereikbare stad, Zwolle als een innovatieve, vitale wereldfietsstad en Zwolle als een verkeersveilige en toegankelijke stad. Ondersteunend aan deze ambities zijn een aantal doelen geformuleerd: Ambitie 1: Een gastvrije, bereikbare stad • s timuleren van fietsen en lopen •O V een aantrekkelijk alternatief maken voor de auto, zowel in reistijd als in kwaliteit van het vervoer •h et combineren van wonen en werken in gebieden •a utomobilisten laten reizen via de buitenring (doorstroming) en meer verkeersdeelnemers buiten de spits laten reizen (optimaal benutten infrastructuur) •g ebruik van slimme logistiek
Ambitie 3: Een verkeersveilige en toegankelijke stad • Iedereen kan deelnemen in het verkeer (toegankelijkheid) •D oelstelling van 0 dodelijke verkeersslachtoffers in 2030 We dragen ook bij aan landelijke opgaven. Verkeersveiligheid staat bijvoorbeeld hoog op de nationale agenda. We treffen zowel fysieke- als gedragsmaatregelen om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen. Daarnaast zijn we als gemeente aangesloten bij de Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek (ZES) en stellen we per 2025 een emissievrije zone in de binnenstad in voor logistieke voertuigen. Hiermee maken we de binnenstad aantrekkelijker en verminderen we de uitstoot in Zwolle.
Afspraken met de regio
In de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta’’ zijn maatregelen vastgelegd voor een efficiënt en duurzaam mobiliteitssysteem. De analyse laat zien dat de afstanden in de regio relatief groot zijn en de onbalans tussen de beschikbare banen ten opzichte van woningen ervoor zorgt dat er enorme pendel aanwezig is, vaak met de auto. Daarom zetten we gezamenlijk in de regio in op: •W e zetten maximaal in op verstedelijking. We bouwen woningen daar waar arbeidsplaatsen zijn. •V erstedelijken doen we door te bouwen nabij HOV en we zetten volop in op STOMP maatregelen en proberen autobezit te verlagen. •W e realiseren Hubs op plekken waar autoland, fiets en OV wereld elkaar raken. Vervolgens is in het MIRT onderzoek Bereikbaarheid Zwolle en Omgeving een maatregelenpakket vastgelegd voor de Regionale Mobiliteitstransitie. Een pakket richting 2030 en een pakket richting 2040.
Ambitie 2: Een innovatieve en vitale wereldfietsstad • s timuleren van fietsen •g ebruik data en vernieuwende technieken om het verkeer te managen •k iezen voor de STOMP methode • inzetten op schone voertuigen
8
meen stad in beweging
Maatregelenpakket 2030 (Zwolle) 1. Parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding (werk- en onderwijsaanpak); a. Parkeertarieven (o.a. ‘aanpassing’ tarief Zwolle) als integraal onderdeel van strategie parkeren; b. Het actief stimuleren van alternatieven voor de eigen auto door smart mobility oplossingen en gedragsaanpak (o.a. een werkgevers- en scholenaanpak). c. het adequaat aanpassen en richten van flankerend beleid rondom parkeren. 2. Verbetering ontsluiting spoorzone door investeringen in infrastructuur zoals een reconstructie van het kruispunt Reysigerweg – Spoorzone inclusief realisatie van een fietstunnel. 3. Gekoppeld aan de herroutering van autoverkeer via de buitenring zuid, wordt ingezet op een realisatie van een fietstunnel onder de Oldeneelallee, ter hoogte van het kruispunt met de Marsweg; 4. Het realiseren van snelfietsroutes gericht op verbindingen naar overstappunten en hubs en het verbeteren van fiets- en voetgangersbereikbaarheid van stations (middelgrote kernen) 5. Het ontwikkelen en realiseren van een hub-strategie om te komen tot een netwerk van regionale, stadsrand en centrumhubs met als doel de overstap van auto naar OV,(deel)fiets en overige deelmobiliteit te stimuleren.
Maatregelenpakket 2040 (ontwikkeling Zwolle Oostflank) 1. Meer en beter hoogwaardig openbaar vervoer tussen de regio en de stad en binnen Zwolle. 2. Stedelijke ontwikkeling van de Ceintuurbaanzone in relatie tot de functie van de buitenring én de kansen voor hoogwaardig openbaar vervoer zowel op stads- als regioniveau. 3. Het binnenstedelijk verlagen van de snelheid van 50 naar 30 km/uur.
Programmatische aanpak
Het afgelopen jaar is een programmatische aanpak op de Zwolse mobiliteitsopgave geïntroduceerd. De prioriteiten hiervoor zijn meegegeven door het bestuur: 1. De mobiliteitstransitie is een systeemopgave op stedelijk niveau. Aansluitend bij de bestuurlijke prioriteiten gaan we de komende periode ruimte maken voor de woningbouw. Dat wil zeggen dat we vol inzetten op fysieke maatregelen rond parkeren en hubs. 2. De mobiliteitstransitie maakt ruimte voor de ontwikkeling van de stad en is een voorwaarde om gebieden goed te laten functioneren. We versterken daarom de actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en duurzame mobiliteit, gericht op publieke (deel)mobiliteit. De stap van Mobiliteitsvisie naar Mobiliteitsagenda in één stap is te groot. De Mobiliteitsvisie is een richtinggevend kader, maar omvat geen concrete maatregelen. Daarom is het inhoudelijk Mobiliteitsprogramma1 opgesteld. Het inhoudelijk Mobiliteitsprogramma vertaalt de Mobiliteitsvisie naar concrete maatregelen tot 2030 (de periode waar de Mobiliteitsvisie betrekking op had). Het omvat zowel alle fysieke investeringen als beleidsinspanningen. De maatregelen zijn vervolgens op geld gezet (“wat kost het?”). Dat levert het beeld op dat alle kosten om de ambities uit de Mobiliteitsvisie uit te voeren de beschikbare middelen ver overschrijden. Er is dus noodzaak aan keuzes.
In de Mobiliteitsagenda worden op basis van een afwegingskader keuzes gemaakt voor de inzet van middelen en gaan we over tot uitvoering. De agenda kijkt 1 jaar hard en 1 jaar zacht vooruit. We rapporteren ook over de inspanningen van het afgelopen jaar.
9
meen stad in beweging
De bestuurlijke prioriteiten die in de bestuursopdracht zijn vastgesteld vormen de basis voor dit afwegingskader. De variabelen in het afwegingskader zijn teruggebracht tot twee assen; doelrealisatie en momentum. Met doelrealisatie bedoelen we de mate waarmee de maatregel bijdraagt aan de bestuurlijke prioriteiten, de mobiliteitsdoelstellingen en de mate waarin de maatregel woningbouw mogelijk. Het momentum gaat over politieke prioriteiten, de mogelijkheid om subsidie te verwerven of het nakomen van toezeggingen aan de Raad. Zo ontstaat een ABCD-lijst, waarbij de strategie per klasse verschilt: A. De maatregelen veel momentum hebben en veel bijdragen aan onze doelen voeren we uit. Deze nemen we dus op in de Mobiliteitsagenda. B. We gaan momentum creëren voor de maatregelen die veel bijdragen aan onze doelen, maar geen momentum hebben. Dan kan de maatregel in een van de volgende jaren worden opgenomen in de Mobiliteitsagenda. C. De maatregelen die in mindere mate bijdragen aan onze doelen, maar wel veel momentum genieten, voer je pas uit wanneer de middelen – na uitvoering van lijst A – dat toelaten. D. De maatregelen die minder bijdragen aan onze doelen en minder momentum hebben worden (voorlopig) niet uitgevoerd.
10
meen stad in beweging
Werken aan projecten
Veel van onze opgaven realiseren we in de gebiedsontwikkelingen. Door nauw samen te werken met gebiedsprogramma’s zorgen we ervoor dat de gebiedsambities in lijn zijn met de ambities uit de mobiliteitsvisie. Zo is de STOMP-methodiek inmiddels de nieuwe standaard geworden in gebiedsontwikkelingen. Buiten de gebiedsontwikkelingen om werken we ook aan de verkeersveiligheid, leefbaarheid of bereikbaarheid van Zwolle. We willen dan efficiënt met onze middelen omgaan en tegelijkertijd de overlast voor inwoners van Zwolle beperken. Daarom starten we pas met een project als aan één van de onderstaande twee voorwaarden is voldaan2,3 1. Het beoogde project is onderdeel van een regionale doorfietsroute. We gaan dus strategisch te werk. 2. Het beoogde project staat gepland voor groot onderhoud. We gaan dus kansgericht te werk. De regionale doorfietsroutes zijn belangrijke verkeersverbindingen voor de stad. Ze zorgen ervoor dat het netwerk goed blijft functioneren. Niet alleen voor de fiets, maar ook voor de auto en het OV. Daarnaast zetten we in op het verbeteren van de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in de directe omgeving. Zwolle heeft in 2024 onder andere de SPUK-subsidie van het rijk gekregen voor de realisatie van de regionale doorfietsroutes. Het komend jaar zetten we in op een aantal strategische verkenningen om deze subsidie gericht te besteden.
Zo zijn de beoogde projecten Rhijnvis Feithlaan, rotonde Hanekamp, Diezerkade en Wipstrikkerallee allemaal gelegen op de regionale doorfietsroute Zwolle – Heino.
2) Enkele projecten – zoals de Wipstrikkerallee – zijn zowel onderdeel van een regionale doorfietsroute, als gepland voor groot onderhoud. 3) Een uitzondering is de Eli Heimanslaan. Dit project is geen onderdeel van een regionale doorfietsroute of gepland voor groot onderhoud, maar voeren we uit op verzoek van de Raad..
Genemuiden
Zwolle
Kampen
Hattem
Heino Wijhe
De regionale doorfietsroutes van de gemeente Zwolle zijn: • Z wolle-Hattem • Z wolle-Hasselt • Z wolle-Wijhe • Z wolle-Heino • Z wolle-Nieuwleusen Een tweede reden om een project op te starten is wanneer het onderdeel is van de wijkgerichte aanpak. Een straat of gebied staat dan voor groot onderhoud ingepland waarbij de verharding van een heel wegvak of een gedeelte ervan wordt vervangen. Maar wanneer de schop de grond in gaat, biedt dat kansen om meerdere opgaven tegelijkertijd aan te pakken. Wij grijpen dat moment aan om voor de nieuwe situatie de verkeersveiligheid te verbeteren, leefbaarheid te vergroten of – indien nodig – de wegcapaciteit te vergroten. Door aan te sluiten op de planning voor het groot onderhoud beperken we ook de overlast voor omwonenden. Het bijeen brengen van alle ambities vanuit meerdere werkvelden voor zo’n gepland project voor onderhoud noemen de wijkgerichte aanpak. 11
meen stad in beweging
Samenleving betrekken
De Mobiliteitsvisie is in 2019 opgesteld in samenspraak met haar partners. De visie schetst het vergezicht en heeft zijn weg inmiddels gevonden naar het Coalitieakkoord, de omgevingsvisie en andere beleidsstukken van de gemeente Zwolle. De visie waar we naartoe bewegen staat daarmee vast. Maar de route ernaar toe nog niet. Zwolle wil in gesprek met haar inwoners. Om de mobiliteitstransitie te laten slagen hebben we iedereen nodig. Daarom hebben wij het nodig te weten wat er bij mensen speelt. Welke zorgen leven er? Waar zijn inwoners het niet mee eens? Welke obstakels zijn er voor de mensen die graag mee willen bewegen, maar dat lastig vinden? Door dit op te halen laten we de plannen beter aansluiten op de specifieke behoeften. We zetten in op verschillende vormen van participatie: • G erichte communicatiecampagne over mobiliteitstransitie • P articipatie op stadsniveau over mobiliteitstransitie •D enktank met verschillende maatschappelijke vertegenwoordigers • G edragscampagne vanuit thema’s
Daarnaast vindt er – zoals gebruikelijk – vanuit projecten gerichte communicatie plaats met omwonenden over het project.
Leeswijzer
De agenda is ingedeeld op de volgende manier: eerst schetsen we het kader waarin de dynamische Mobiliteitsagenda tot stand is gekomen. Dat hoofdstuk heeft u zojuist gelezen. Vervolgens rapporteren we over de inspanningen van het afgelopen jaar (laatste kwartaal van 2023 en 2024) in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 maken we een doorkijk naar de voorgenomen inspanningen voor 2025 (hard) en 2026 (zacht). De Mobiliteitsagenda sluit af met een financiële vertaling van de plannen (hoofdstuk 4). Om de hoeveelheid aan informatie behapbaar te houden, maken we in alle hoofdstukken een onderscheid in 1) beleidsinspanningen, 2) projecten in gebiedsontwikkelingen en 3) infrastructurele projecten.
12
mvoortgang
2 Monitor 2024 13
mmonitor 2024
2
Monitor 2024
Zwolle groeit. De groei van de stad gaat hand in hand met de toename van voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, deelmobiliteit en auto’s. Om de groei hiervan op te vangen is de Mobiliteitsvisie 2020-2030 opgesteld. Deze Mobiliteitsvisie is de afgelopen jaren de onderlegger geweest in wat we wel en niet oppakten. Deze paragraaf opent met een terugblik op wat we in 2019 hadden beloofd. In 2024 hebben we een grote stap gezet in het uitwerken van deze visie naar beleid en strategie.
Waar komen we vandaan?
In de Mobiliteitsagenda leggen we de keuzes vast voor de komende jaren en blikken we terug op de resultaten van het afgelopen jaar. In de agenda maken we daarmee het proces van keuzes maken expliciet en leggen daar verantwoording over af. Dat deden we in de afgelopen jaar niet op deze manier. Maar dat betekent niet dat het ons ontbrak aan een duidelijk kader waar we onze keuzes aan toetsten. Dat kader was – en ís nog steeds – de Zwolse Mobiliteitsvisie “Mobiliteit brengt Zwolle verder” dat in 2019 is vastgesteld door de Raad. Het schetst onze ambitie:
• Gastvrije en bereikbare stad: Zwolle wil een stad zijn waar iedereen zich welkom voelt en gemakkelijk kan reizen, zowel binnen de stad als naar andere bestemmingen. • Verkeersveilige en toegankelijke stad: De stad streeft naar een veilige en toegankelijke omgeving voor alle verkeersdeelnemers, inclusief voetgangers, fietsers en automobilisten. • Innovatieve, vitale wereldfietsstad: Zwolle wil een toonaangevende fietsstad zijn, met innovatieve oplossingen om fietsen aantrekkelijker en veiliger te maken. Deze ambities dragen bij aan bredere doelstellingen zoals stedelijke groei, klimaatadaptatie, de energietransitie en brede welvaart. De mobiliteitsvisie schetste daarnaast ook verschillende belangrijke maatregelen om deze ambities te realiseren. Deze maatregelen zijn de afgelopen jaren de onderlegger geweest voor onze inspanningen. In de visie waren de volgende maatregelen opgenomen: 1. Het verbeteren van het langzaamverkeersnetwerk door de aanleg van snel- en doorfietsroutes en het verbeteren van de infrastructuur voor voetgangers. We zetten in op het realiseren van het netwerk van aantrekkelijke en herkenbare doorfietsroutes en op meer fietsgebruik in plaats van de auto, vooral in de spitsuren. We onderkennen ook het belang van de voetganger in de stad. Onze ambitie is om het lopen een prominentere plaats te gaan geven door uitvoering te geven aan het voetgangersnetwerk.
2. We starten met het opstellen van een Regionale hub-strategie en OV-visie. De hubstrategie is de Adaptieve Ontwikkelstrategie Hubs geworden. De OV-visie starten we in 2025 mee. 3. Gedragsmaatregelen: Er wordt gewerkt aan wijkgerichte aanpakken, werkgeversaanpakken en onderwijsaanpakken om het gebruik van duurzame vervoersmiddelen te bevorderen. Vanuit de Regio is €1,4 mln hiervoor beschikbaar. Ook zetten we in op educatie en voorlichting om de verkeersveiligheid en verkeersgedrag te vergroten. 4. Bereikbaarheid, Parkeerbeleid en parkeren op afstand: zoals in hoofdstuk 1 toegelicht hebben we met de regio afspraken gemaakt om toe te werken naar een efficiënt en duurzaam mobiliteitssysteem. De analyse laat zien dat de afstanden in de regio relatief groot zijn en de onbalans tussen de beschikbare banen ten opzichte van woningen ervoor zorgt dat er enorme pendel aanwezig is, vaak met de auto 5. Afwaarderen van weg-infrastructuur binnen bebouwd gebied en aanpassen waar nodig: Dit betekent dat de snelheid en capaciteit van wegen binnen de bebouwde kom worden aangepast om ruimte te maken voor langzaam verkeer en verstedelijking. Het binnenstedelijk verlagen van de snelheid is onderdeel van het Mirt-maatregelenpakket en geprioriteerd als maatregel na 2030.
Het hub-netwerk zet in op nabijheid
14
mmonitor 2024
Beleidsinspanningen
De vraag naar beleid en strategie op mobiliteit is groot vanuit de gebiedsontwikkelingen. Tegelijkertijd zijn er in de voorgaande jaren weinig beleidsproducten door de Raad vastgesteld. We hebben 2024 daarom gebruikt om een inhaalslag te maken. Dat heeft geleid tot een veelvoud aan producten dat het afgelopen jaar door de Raad is vastgesteld. De uitgangpunten en kaders uit deze documenten vertalen we naar projecten die de dynamische Mobiliteitsagenda opmaken. Een van de ambities omtrent mobiliteit is het ontwikkelen en uitrollen van de hubstrategie. De adaptieve ontwikkelstrategie (AOS) Mobiliteitshubs is opgesteld om dit te faciliteren. De AOS schetst kaders voor de ontwikkeling van hubs in gebiedsontwikkelingen en op stads breed niveau. Het is een instrument om tussentijds bij te sturen op prioritering, planning, omvang, locaties, investeringen en exploitatie van de hubs. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is een andere grote ambitie in de Mobiliteitsvisie. De Strategie Verkeersveiligheid is opgesteld om richting te geven aan de verkeers veiligheidsaanpak. Deze strategie biedt een systematische benadering voor het verbeteren van verkeersveiligheid en voedt de dynamische Mobiliteitsagenda met potentiële maatregelen die kunnen bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen.
Het benadrukt preventieve acties, educatie, en infrastructuurverbeteringen om een veiligere omgeving voor alle weggebruikers te creëren. In de Mobiliteitsvisie wordt de STOP-methodiek als uitgangspunt genoemd voor nieuwe projecten. Daar is deelmobiliteit aan toegevoegd, waardoor het STOMP (Mobility as a Service) werd. Om hier meer handvatten aan te geven hebben we de Strategie Deelmobiliteit opgesteld. De Strategie Deelmobiliteit formuleert de uitgangspunten die de basis vormen voor het beleid en de uitvoering ervan. Het document beschrijft de rol(len) van de gemeente op het gebied van deelmobiliteit, inclusief de ondersteuning en stimulering van deelauto’s, deelfietsen en andere vormen van gedeelde mobiliteit. De strategie biedt een kader voor samenwerking met private partijen, infrastructuurontwikkeling, en beleidsmaatregelen die deelmobiliteit toegankelijker en aantrekkelijker maken voor bewoners en bezoekers.
verkeersmanagement, stedelijk programmeren, monitoring. De focus ligt op mobiliteit, maar het DMI gaat over alle onderdelen binnen duurzame stedelijke ontwikkeling. Sinds het najaar van 2023 is Zwolle aangesloten bij de CityDeal Fietsen voor iedereen. Met deze CityDeal willen partijen bereiken dat zoveel mogelijk mensen gaan fietsen. De CityDeal concentreert zich op toegang tot een veilige fiets hebben en de vaardigheden om te kunnen fietsen. Het Zwolse project Fietsen geeft Vrijheid sluit aan op de doelen van deze CityDeal. Naast de Mobiliteitsvisie 2020-2030 is de in 2023 opgestelde Parkeerstrategie 2040 voedend voor andere beleidsproducten die dit jaar zijn vastgesteld. Het Nota Parkeren is de concretisering van de Parkeerstrategie 2040 en faciliteert de gebiedsontwikkelingen, waaronder de bereikbaarheidsagenda van binnenstad. De nota introduceert een nieuwe aanpak voor betaald parkeren en de parkeertarieven. Daarnaast faciliteert het de integratie van deelauto’s en tweewielers, waardoor alternatieve en duurzame mobiliteitsopties worden gestimuleerd. De Nota Mobiliteitsnormen is het tweede product dat uitwerking geeft aan de Parkeerstrategie 2040. In dit nieuwe (moderne) normenkader gaan we meer kwalitatieve normen en eisen vastleggen en niet alleen focussen op de autoparkeernorm.
Aan de hand van deze nieuwe normen beoordelen we of de mobiliteitsopgave bij de bouw van woningen, kantoren en bedrijven beschikbaar is nu en in de toekomst. Met deze beleidsinspanningen probeert de gemeente niet alleen de huidige mobiliteitsopgaven aan te pakken, maar ook duurzame en veilige mobiliteit voor de toekomst te garanderen. Zo wordt er bijvoorbeeld niet alleen naar verkeersveiligheid gekeken, maar ook naar milieuvriendelijke oplossingen zoals deelmobiliteit en de herverdeling van ruimte ten gunste van voetgangers en fietsers. De geïntegreerde aanpak in verschillende documenten en strategieën zorgt ervoor dat er een samenhangend beleid wordt gevoerd dat flexibel kan inspelen op veranderingen en nieuwe inzichten.
Om sturing te geven aan de mobiliteitstransitie en die hierboven genoemde onderwerpen hebben we onderliggende data nodig. We zijn daarom aangesloten bij Dutch Metropolitan Innovations Ecosysteem (DMI). Een landelijk- en regionaal initiatief waar data gedreven samenwerking centraal staat. De projecten waar we nu aan werken gaan ook over digitale
15
mmonitor 2024
Deelmobiliteit nog niet in hubs, maar ‘freefloating’ op straat 16
mmonitor 2024
Uitgangspunten Kaderstellend Beleid: Mobiliteitsvisie 2020 – 2030 • We hanteren het STOMP-principe voor al onze plannen. (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobilty as a service (deelmobiliteit), Privéauto). • We zetten in op doorfietsroutes. • We verleiden inwoners en bezoekers tot lopen. • We faciliteren de doorontwikkeling van het OV als alternatief voor de auto. • We investeren in een duurzame stadlogistiek. • We investeren in betere overslagpunten. • We streven naar een Zero emissie stadslogistiek.
Strategie Deelmobiliteit • We stimuleren en faciliteren particuliere initiatieven. • We vergroten de betrouwbaarheid van het aanbod. • We vergroten de diversiteit van het aanbod. • We voorkomen overlast van deelmobiliteit in de openbare ruimte. • We zetten in op actieve mobiliteit en het verduurzamen van mobiliteit. • We zetten in op het toegankelijk maken van deelmobiliteit. • We zorgen ervoor dat bij elke gebiedsontwikkeling passende deelmobiliteit kan worden aangeboden.
Strategie Verkeersveiligheid • We sluiten aan bij het landelijke en regionale beleid voor verkeersveiligheid. De risico gestuurde aanpak is landelijk een leidend principe. • We maken risicoanalyses en bepalen risicolocaties. • We stellen uitvoeringsagenda’s op die passen bij de risicoanalyse en zetten uitvoeringsprogramma’s op. • We stimuleren de realisatie van infrastructuur waarmee Zwolle Veilig, bereikbaar en leefbaar blijft en Zwolle de grootste verkeersrisico’s verminderd. • We zetten blijvend in op verkeerseducatie, opleiding en voorlichting. • We werken data gedreven. • Handen uit de mouwen voor handhaving. • I nnovatie, monitoring en participatie is essentieel.
AOS Mobiliteitshubs • We maken woningbouw mogelijk door hubs, zonder hubs geen woningen. • We maken ruimte voor vergroening. • We houden de stad bereikbaar. • We borgen dat parkeren betaalbaar is. • We sturen op hoeveelheid parkeren. Niet meer abonnementen uitgeven dan de hoogte parkeernorm. • We spelen in op veranderende omstandigheden. • We vangen de parkeeropgave op in Mobiliteitshubs. • We maken gebruik van bestaande parkeergarages. • We maken gebruik van koppelkansen met bestaande programma’s, projecten en (bewoners) initiatieven. DMI • We maken gebruik van informatietechnologie. • We werken samen met overheden, bedrijven en bewoners.
17
mmonitor 2024
Parkeerstrategie 2040 • We werken van binnen naar buiten • Stimuleren fiets en deelmobiliteit; • OV staat boven auto parkeren, in het centrum goede voorzieningen; • Parkeren; - Bewoners op eigen terrein, zo niet? Parkeervergunning of abonnement in parkeervoorziening. Stadshart en spoorzone centrale voorziening met abonnement. - Bezoekers parkeren aan de rand in parkeervoorziening, OV of deelmobiliteit als natransport. - Speciale behoeftes parkeren bij voorkeur (tijdelijk) op passende loopafstand. - Voor we aan de slag gaan is het alternatief op orde. • Mobiliteitshubs; - 4 soorten hubs: Stadsrandhubs, OV-hubs, centrumhubs en buurt- en microhubs als P+R locatie voor de binnenstad ° Stadsrandhubs, ° en logistiek overslagpunt. overstapfunctie voor OV. ° OV-hubs: loopafstand van centrum, combinatie ° Centrumhubs: OV, deelmobiliteit en parkeren. ° voor – en microhubs: hubs binnen de loopafstand van de woning bewoners. ° Buurt • Beleidskeuzes; - Normen worden minimum standaard. ° Fietsparkeernormen verlagen. ° Autoparkeernormen laadmogelijkheden. ° Voldoende - Parkeren niet meer in de openbare ruimte. parkeren op eigen terrein. ° Fiets op aantrekkelijke locaties. ° Deelmobiliteit parkeren op eigen terrein of collectieve voorziening. ° Auto - Nieuwe aanpak invoering van betaald parkeren en parkeervergunningen. worden niet meer gebruikt.
° Draagvlakmetingen over parkeren volgens aanpak ‘Hanza!’. ° Gesprekken straat parkeren langzaam uit binnenstad faseren. ° Betaald vergunninghouders alleen verwijderen voor wandel- en fietsnetwerk. ° Plekken - Nieuwe aanpak invoering van betaald parkeren en parkeervergunningen. worden niet meer gebruikt. ° Draagvlakmetingen over parkeren volgens aanpak ‘Hanza!’. ° Gesprekken ° Betaald straat parkeren langzaam uit binnenstad faseren. - Plekken vergunninghouders alleen verwijderen voor wandel- en fietsnetwerk.
Nota Parkeren • We creëren voldoende ruimte voor fiets parkeren, eventueel collectief/inpandig. • Uitbreiding van betaald parkeren en parkeervergunningen. • Een nieuwe aanpak voor de invoering van betaald parkeren en parkeervergunningen. • Een vergunning om de auto voor de deur te parkeren is niet vanzelfsprekend. • We hanteren verschillende parkeertarieven . • Waar nodig, halen we gefaseerd parkeerplaatsen weg op straat. • In bestaand gebied brengen we de laadcapaciteit verder op orde voor elektrische auto’s. Nota Mobiliteitsnormen • Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen worden eisen gesteld aan het aantal fietsparkeerplaatsen en de kwaliteit ervan. • We actualiseren de autoparkeernormen op basis van ontwikkelingen op het gebied van groei, duurzaamheid en mobiliteit. • De normen voor auto parkeren worden lager dan ze nu zijn. • Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen leggen we op alle parkeerplaatsen de benodigde leidingen en aansluitvermogen aan om elektrisch te kunnen laden. • We stimuleren het structureel aanbieden van deelmobiliteit (particulier en commercieel) in nieuwe gebiedsontwikkelingen ter vervanging van auto parkeren voor bewoners.
18
mmonitor 2024
Projecten in gebiedsontwikkelingen
Een groot deel van de gemeentelijke inzet op mobiliteit vindt plaats in de gebiedsontwikkelingen. Spoorzone Het Mobiliteitsprogramma van eisen (MPVE) van de Spoorzone is afgelopen jaar vastgesteld door de raad. Het STOMP-principe is leidend geweest in de ontwikkeling van dit beleidsstuk. Met allereerst aandacht voor een excellent voetgangersnetwerk, een excellent fietsnetwerk met voldoende fietsparkeergelegenheid, nabije OV-voorzieningen, ruimte voor deelmobiliteit en auto parkeren in hubs aan de randen van het gebied met een lagere autoparkeernorm. Het maatregelenpakket uit de Spoorzone volgt uit deze uitgangspunten.
In 2024 is de Pilot deelscooterplekken Westerlaan van start gegaan. Er is een tijdelijke parkeerplek voor deelmobiliteit dicht bij het station ingericht om het deelmobiliteit te stimuleren maar ook reguleren. Deze parkeerplekken voor deelmobiliteit worden Microhubs genoemd. Verkenningen naar andere locaties voor Micro hubs lopen dit jaar. De realisatie van de fietsstraat in het Koggepark is gestart in het derde kwartaal van 2023 en medio 2024 opgeleverd. In de nieuwe inrichting is niet alleen meer ruimte voor voetgangers gerealiseerd, maar ook meer aandacht gegeven aan een groene inrichting. De wijk blijft bereikbaar voor auto’s alleen de rijbaan is smaller en auto’s zijn te gast. Door de inrichting als fietsstraat is de fietsroute veiliger en in combinatie met het groen ook een stuk prettiger dan in de oude situatie. De Koggelaan is ontwikkelt tot een ‘groene verbinder’ in de Spoorzone. Daarmee vangen we water op, gaan we hittestress tegen en wordt het gebied koeler dan toen het versteend was. De aansluiting van de Van Karnebeektunnel is onderdeel van het Koggepark en is tegelijkertijd onder handen genomen. Er is een nieuwe aansluiting op het fietspad, een opstelstrook voor afslaande fietsers, het fietspad is verbreed en een half verhard pad aangelegd voor voetgangers. De verkeerssituatie is overzichtelijker geworden voor voetgangers en fietsers.
Dit bevordert de verkeersveiligheid van zowel voetgangers als fietsers. Tot slot is dit jaar de bouw van de nieuwe loopbrug (ook wel Passerelle genoemd) over het spoor begonnen. De Passerelle zorgt voor een doorlopende wandelroute door de stad. De brug verbindt de historische binnenstad aan de noordkant van het station met het nieuwe centrumgebied Spoorzone aan de zuidkant. Voetgangers krijgen daarmee niet alleen een aantrekkelijk alternatief voor de huidige spoortunnel onder het station door, maar het ontlast deze spoortunnel ook nog eens.
Het Koggepark biedt meer ruimte voor lopen en fietsen in het groen
Stadshart Het plan van aanpak van de Bereikbaarheidsagenda binnenstad is dit jaar vastgesteld. Deze bereikbaarheidsagenda is het document waarmee het bestaande beleid vanuit mobiliteit en Stadshart vertaald wordt naar concrete projecten. Het document geeft inzicht in wat er in het komend jaar, de komende paar jaren en in de verre toekomst plaats gaat vinden. Onder andere fietsbereikbaarheid van de binnenstad is een belangrijk thema in de bereikbaarheidsagenda. We focussen ons op het realiseren van voldoende fietsparkeergelegenheden en prettige aanrijroutes voor fietsers. Ook wordt dit jaar de Visie Singel van Zwolle opgeleverd. De binnenring krijgt een opwaardering voor fietser en voetganger. De auto wordt via inprikkers naar de buitenring geleid. Daarbij komt er ruimte voor ambities op het gebied van leefbaarheid, gastvrijheid, 19
mmonitor 2024
klimaatadaptatie, vergroening, etc. Er is daarom een verkeerskundig onderzoek opgestart naar het functioneren van de binnenring, het omliggende wegennet en de inprikkers binnen het toekomstige mobiliteitssysteem van Zwolle. De herinrichting van de Kop Assendorp, Assendorperstraat en Diezerkade zijn onderdeel van het project Singelzone.
De ‘ringen’ hebben een vitale rol in het functioneren van de Singelzone
In 2024 is er hard gewerkt aan de Kop van Assendorpstraat
In 2024 is er al gestart met de realisatie van de Singelzone. Zoals afgesproken was voor de Herinrichting van Kop van Assendorpstraat het STOMP-principe leidend. Voor voetgangers zijn aantrekkelijke, brede trottoirs aan beide zijden van de straat aangelegd. De oversteken zijn op plateau’s uitgevoerd. Fietsers kunnen van de hele rijbaan gebruik maken. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de aanleg van de toekomstige mobiliteitshub Weezenlanden Noord. Het ontwerp is zo ingedeeld dat de aansluiting straks met beperkte aanpassingen kan worden gerealiseerd.
De besluitvorming over de Zero-emissiezone binnenstad heeft ook plaatsgevonden in 2024. Vanaf 1 januari 2025 voert gemeente Zwolle dit in. Logistieke voertuigen zijn vanaf dat moment alleen welkom als ze uitstootvrij zijn, rekening houdend met een overgangsperiode tot 2030.
20
mmonitor 2024
Overige gebiedsontwikkelingen Stadshagen In Q2 2024 zijn de bevinden opgeleverd van de Proeftuin verkeer Stadshagen. Uit het Buurtvoor-Buurt onderzoek dat gemeente Zwolle uitvoert bleek dat verkeersoverlast in Stadshagen als bovengemiddeld wordt ervaren. Aan kinderen van basisscholen is gevraagd om vanuit hun ogen onveilige verkeerssituaties aangegeven. Op deze plekken zijn extra oversteekplaatsen gemaakt en aangegeven met felle kleuren en symbolen. Ondanks de uitbreiding winkelcentrum Stadhagen en de herinrichting van de openbare ruimte., ligt de hoofdinfrastructuur van Stadshagen er al. Vandaar dat er dit jaar en komende jaren minder ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit zullen plaatsvinden. In Breekampwest en Breezicht wordt nog flink gebouwd, dit vraagt wel om extra capaciteit voor de toevoer wegen die op termijn op de schop zullen gaan. Oosterenk Op initiatief van de gemeente is in 2024 de Pilot Slimme slagbomen in de gebiedsontwikkeling Oosterenk gestart. Dit om te leren en experimenteren met het flexibel organiseren van de toenemende vraag naar parkeerplekken in Oosterenk. Het efficiënter gebruiken van de beschikbare capaciteit en dubbelgebruik van parkeren stimuleren we door deze pilot. De vervolgstappen na de pilotperiode van vier jaar hangen af van de lessen die we tijdens de pilot leren.
Een verlenging van de parkeerfunctie op deze locatie ligt niet voor de hand, omdat de kavels op termijn in ontwikkeling gaan.
Infrastructurele projecten
Als organisatie koppelen we veel van onze ambities en opgaven aan de gebiedsontwikkelingen, reguliere onderhouds- of vervangingsopgaven. Daarbuiten zijn in 2024 geen infrastructurele projecten gerealiseerd. De gereserveerde middelen voor fysieke bestedingen 2024 hebben we in dat kader ook hergeprioriteerd voor onderzoek, studie en advies. Dat heeft verschillende oorzaken: 1. Heroverweging van de prioriteiten. Het afgelopen jaar heeft scherpe keuzes maken en prioriteren veel aandacht gehad. Dat heeft ertoe geleid dat we zelf ook kritisch hebben gekeken naar de nut en noodzaak van de beoogde projecten. 2. Tekorten in budgetten door voortschrijdend inzicht in de opgave of projectkosten. Wanneer de projecten wel prioritair zijn hebben we deze projecten geprogrammeerd in 2025 – zie volgend hoofdstuk – om de tekorten aan te vullen met de beschikbare budgetten. 3. Veel tijd en aandacht is gegaan naar het maken van beleidsproducten. Zoals toegelicht in het begin van dit hoofdstuk zat daar een achterstand die gerepareerd moest worden.
21
mvoortgang
3 Agenda 2025 & 2026 22
magenda 2025 & 2026
3
Agenda 2025 & 2026
‘Hard’ en ‘zacht’
De dynamische Mobiliteitsagenda is een jaarlijks terugkerend sturingsinstrument dat de keuzes voor concrete maatregelen voor twee jaar vastlegt, het eerste jaar ‘hard’ en het tweede jaar ‘zacht’. Maar wat betekent dat? Het eerste jaar ‘hard’ wil zeggen dat we de keuzes voor 2025, na vaststelling door de Raad, ook vastleggen in de begroting. De Mobiliteitsagenda hangt dient jaarlijks dan ook gepubliceerd te worden vóór de vaststelling van de begroting. Dan kunnen eventuele wijzigingen in de Mobiliteitsagenda meegenomen worden naar de begroting. Het tweede jaar – 2026 – is ‘zacht’ omdat de afspraken nog niet vastgelegd worden in de begroting. We geven een doorkijk van de projecten waarvan we denken dat we het over twee jaar moeten oppakken. Maar prioriteiten schuiven, bijvoorbeeld als gevolg van een wisselende politieke context, een recessie of epidemie. Daarom leggen we de keuzes voor 2026 pas volgend jaar vast. Dan kunnen we met meer zekerheid stellen dat die maatregelen ook écht de meest prioritaire maatregelen zijn; de maatregelen dragen dan het meeste bij aan onze doelen en genieten momentum. Waar voor 2025 de keuzes dus ook precies passen binnen de beschikbare financiële kaders, geldt dit voor de maatregelen in 2026 niet. We presenteren daarom ook een overprogrammering (meer doelen dan beschikbaar geld) voor 2026.
Volgend jaar zullen we deze maatregelen scherper prioriteren om ervoor te zorgen dat het allemaal ook in dat jaar financieel uitvoerbaar is.
Beleidsinspanningen
Aan de hand van het prioriteringsproces – zoals beschreven in hoofdstuk 1 – zijn de meest prioritaire maatregelen bepaald. Te beginnen bij de bestuurlijke prioriteiten zetten we het komend jaar vanuit mobiliteit in op actieve-, duurzame mobiliteit, parkeren en hubs. Onder actieve mobiliteit verstaan we de bewegingen die we te voet of met de fiets maken. Lopen en fietsen zorgt ervoor dat er efficiënter met de ruimte omgegaan wordt. Voetgangers en fietsers hebben namelijk minder ruimte nodig dan het autoverkeer. Hierdoor kunnen meer mensen tegelijkertijd gebruik maken van dezelfde ruimte. Waar Zwolle inmiddels bekendheid geniet als Wereldfietsstad, is dat voor de benenwagen nog niet het geval. Terwijl de voetganger juist voorop komt in de STOMP-methodiek. Om écht in te zetten op actieve mobiliteit willen we daar in 2025 verandering in brengen. In 2025 brengen we - als eerste stap - het gewenste voetgangersnetwerk in beeld. Op dit moment hebben we nog geen duidelijke kaders waar het voetgangersnetwerk aan dient te voldoen en op welke locaties maatregelen nodig zijn. De City Deal ‘Ruimte voor Lopen’ krijgt een vervolg via het Nationaal
Zwolle gaat meer inzetten op de voetganger
Masterplan Lopen. Zwolle heeft zich verbonden aan deze samenwerking nu de City Deal ten einde loopt. Voor de fiets staat Zwolle goed op de kaart. Zwolle heeft zelfs het hoogste fietsgebruik van Nederland. De Raad heeft in 2021 het Actieplan Zwolle Wereldfietsstad vastgesteld om het fietsen in Zwolle nóg veiliger, comfortabeler, fijner, leuker en sneller te maken. Er is een begin met de uitvoering van het Actieplan gemaakt, maar de komende jaren willen we actiever het fietsen in Zwolle stimuleren. In 2025 zetten we vooral in op het verleiden van mensen die nog niet fietsen, om te gaan fietsen, en mensen die al fietsen, nog méér te laten fietsen. Voor deze verleidings- en gedragscampagne zetten we veel in op communicatie en het organiseren van evenementen. 23
magenda 2025 & 2026
We gaan in 2025 een OV-visie maken
Daarnaast investeren we ook in fysieke maatregelen, zoals goede doorfietsroutes (daarover later meer in de paragraaf “infrastructurele projecten”). Onder actieve, duurzame mobiliteit verstaan we ‘schone’ mobiliteit. De transitie naar groene vervoersbewegingen. Een belangrijk succesfactor hiervoor is het openbaar vervoer. De afgelopen jaren merken we dat Zwolle ook hiervoor beleid mist. Bij complexe dilemma’s gerelateerd aan OV missen we kaders die ons helpen bij het maken van keuzes. Daarom gaat Zwolle ook een (H)OV-visie maken in samenspraak met de provincie Overijssel. Een OV-visie brengt in beeld hoe de gewenste ontwikkeling van het openbaar vervoer in Zwolle zien. Zowel vanuit het te bieden vervoersproduct voor verschillende groepen reizigers als de stedelijke ontwikkeling die Zwolle doormaakt. De concurrentiepositie (reistijd van deur tot deur) van het regionale openbaar vervoer ten opzichte van de auto willen we met partners in de regio verbeteren. Het gaat vooral om verbindingen vanaf de regionale kernen en (nieuwe) knooppunten naar de werkgelegenheidslocaties, grote zorgcentra en onderwijsvoorzieningen. Voor verplaatsingen tussen de regionale kernen (> 10.000 inwoners) en onze economische centra willen we een reistijdverhouding bereiken die kleiner is dan 1,3. Hubs en parkeren zijn bij uitstek thema’s die woningbouw mogelijk maken.
De twee thema’s gaan ook hand in hand. Met het vaststellen van de parkeerstrategie heeft de Raad in 2023 een
grote stap gezet om Zwolle als groeiende stad ook leefbaar te houden. De parkeerstrategie wordt in 2025 nog verder uitgewerkt. Deze uitwerking krijgt vorm in de Nota Parkeren en de Nota Mobiliteitsnormen. Mobiliteitshubs hebben een sterke koppeling met andere thema’s en zijn een belangrijke voorwaarde om de mobiliteitstransitie mogelijk te maken. De hubs faciliteren de groei en ontwikkeling van de stad en geven tegelijkertijd invulling aan de andere beleidsopgaven, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. Mobiliteitshubs maken door een slimme manier van het bijeenbrengen van functies dus ‘ruimte’. De Raad stelt in 2024 de Adaptieve Ontwikkelstrategie Hubs vast4. Daarmee heeft de Raad de kaders en uitgangspunten vastgesteld om te sturen op de hubopgave. In 2025 geven we daar uitvoering in de vorm van een integrale aanpak op hubs en laadvoorzieningen. Hubs hangen ook nauw samen met deelmobiliteit. Deelvoertuigen krijgen een vaste plek in hubs, waardoor ze niet meer zomaar overal achtergelaten kunnen worden. De aantrekkelijkheid van deeltweewielers hangt nauw samen met de nabijheid, aanbod, betrouwbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de deelvoertuigen. Daarvoor moet er een gebalanceerd netwerk van hubs voor deelvoertuigen in de stad uitgerold te worden zodat er voor iedereen hub nabij is.
Inzetten op deelmobiliteit betekent inzetten op het gebruik van mobiliteit
4) B esluitvorming van AOS loopt ongeveer gelijktijdig met de Mobiliteitsagenda. Mogelijk is de AOS al vastgesteld bij behandeling van de agenda.Mobiliteitsagenda gevoegd.
24
magenda 2025 & 2026
Top 10 – verkeersonveilige kruispunten
Zero-emissie stadslogistiek zet in op een emissievrije binnenstad
Dit alles wordt gevat in de uitvoeringsagenda deelmobiliteit. Deze uitvoeringsagenda beschrijft wat we concreet gaan doen om de 7 doelen uit de Strategie Deelmobiliteit te halen. Dat doen we niet alleen, maar samen met bewoners, aanbieders en ontwikkelaars. In 2024 is een start gemaakt met de aanpak Zero-Emissie stadslogistiek voor de binnenstad. In 2025 gaat de zero-emissiezone in. Het eerste jaar is een leerjaar waarbij we met ondernemers de werking evalueren en eerste ervaringen gaan opdoen met handhaving en het beoordelen van ontheffingsaanvragen. Dit kan leiden tot aanpassingen in het beleid. We starten een pilot voor gebundelde horecabelevering in de korte keten en stellen een beleidskader pakketkluizen op. Daarnaast stimuleren we de ontwikkeling van nieuwe logistieke concepten. Vanuit het thema verkeersveiligheid werken we continu aan de infrastructuur van Zwolle om de verkeersveiligheid te verbeteren en de leefbaarheid te vergroten. We kunnen onze verkeersveiligheidsambities realiseren door projecten op te pakken in gebiedsontwikkelingen, aansluiting te zoeken bij de wijkgerichte aanpak - en de planning voor groot onderhoud - of losse, kleine verbeteringen door te voeren. Daarvoor is het van belang goed te weten wat de grootste opgaven qua verkeersveiligheid zijn. Deze zijn in de tabellen op de volgende pagina opgenomen.
Deze kruispunten, wegvakken en fietsvoorzieningen zijn niet het enige wat we willen aanpakken, maar heeft wel prioriteit vanuit mobiliteit. Wanneer voor groot onderhoud een weg open gaat onderzoeken we altijd naar meekoppelkansen om de verkeersveiligheid te verbeteren.
1
Oude Marslaan – N337
2
Wipstrikkerallee – Brederostraat
3
Van Wevelinkhovenstraat – Eikenstraat
4
Burgemeester de Vos van Steenwijklaan – Gouverneurlaan
5
Blaloweg – Buitengasthuisstraat – Gasthuisdijk
6
Fuchsiastraat – Hortensiastraat – Leliestraat
7
Erasmuslaan – Kranenburgweg
8
Commissarislaan – Gedeputeerdenlaan – Oldeneelallee
9
Dobbe – Rijnlaan
10
Brederostraat - Wipstrikkerallee
Top 8 – verkeersonveilige wegvakken 1
Middelweg
2
Hogenkampsweg
3
Rieteweg
4
Botterweg
5
Waallaan
6
Merwedelaan (in combinatie met fietspad)
7
Wipstrikkerallee
8
Boerendanserdijk (deel bij PEC)
9
Dobbe – Rijnlaan
10
Brederostraat - Wipstrikkerallee
25
magenda 2025 & 2026
Top 7 – fietspaden
Thema
Voornaamste maatregelen in 2025
1
Twistvlietpad
Voetganger
Gewenste voetgangersnetwerk in kaart brengen
2
Jofferenlaan
Fiets
Zwolle Wereldfietsstad, verleidings- en gedragscampagne
3
Pannekoekendijk
Openbaar Vervoer
Opstellen (H)OV-visie
4
Merwedelaan
Deelmobiliteit
5
Harm Smeengekade (verlengde van Pannenkoekerdijk)
Invoeren hubs deeltweewielers en uitvoeringsagenda deelmobiliteit
6
Weteringpad
Hubs en knooppunten
Integrale aanpak hubs en laadvoorzieningen
7
Almelose Pad
Parkeren
8
Boerendanserdijk (deel bij PEC)
Vervolg Parkeerstrategie (Nota mobiliteitsnormen en Nota parkeren)
9
Dobbe – Rijnlaan
Stadslogistiek
Aanpak Zero-Emissie stadslogistiek
10
Brederostraat - Wipstrikkerallee
Verkeersmanagement
Route verwijzing geleiden, verkeersmodel, monitoringsprogramma en verkeersmanagementsysteem
Verkeersveiligheid
Gedragscampagnes, educatie, handhaving en innovatie
Programmatische aanpak
Strategische verkenningen, stedelijke uitvoeringsregie op bereikbaarheid en communicatie
We voeren vanuit beleid doorlopende campagnes op het gebied van verkeersveiligheid. Hierbij kan gedacht worden aan gedragscampagnes om veilig verkeersgedrag te bevorderen. We gaan het aanbod van verkeerseducatie intensiveren en jaarlijks aanpassen aan de doelgroep met het grootste risico. We zetten in op het automatiseren van handhaving en verkennen met de politie hoe de handhaving met gemeentelijke BOA’s vorm te geven. Tot slot investeren we in data om betere analyses te maken van verkeersonveilige locaties. Door ook te investeren in ons verkeersmanagementsysteem, zoals het verbeteren van het verkeersmodel, het verkeersverwijssysteem en monitoringsprogramma zorgen we ervoor dat Zwolle als groeiende stad bereikbaar blijft. Buiten de inhoudelijke thema’s om, liggen er vanuit de programmatische aanpak een aantal taken om de inhoud aan een goed proces te koppelen. Vooruitlopend op de uitvoering van de projecten, starten we komend jaar met een aantal strategische verkenningen voor de grote mobiliteitsopgaven. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan de regionale doorfietsroutes ten behoeve van de SPUK-subsidie, maar ook grote projecten als de Holtenbroekerbrug, fietstunnels, de Singelzone en de Buitenring. Om de bereikbaarheid van Zwolle te verbeteren moeten we meer grip krijgen op de systeemvraagstukken.
Daarom zetten we het komend jaar ook in op stedelijke uitvoeringsregie op bereikbaarheid.
2026 Nadat het gewenste voetgangersnetwerk in beeld is gebracht, werken we in 2026 aan het opstellen van een Strategie Voetganger. Om het wandelen te stimuleren, is het belangrijk dat er een aantrekkelijk stedelijk loop- en wandelnetwerk ligt dat zoveel mogelijk woningen en bestemmingen verbindt. Een goede infrastructuur die past bij de behoeftes van de gebruikers is hierbij essentieel. De gedragscampagnes die we vanuit Zwolle Wereldfietsstad in 2025 starten, zetten we in 2026 voort. Gedragscampagnes hebben namelijk een lange doorlooptijd nodig om de gewenste resultaten te behalen. In 2025 stellen we een (H)OV-visie vast. In 2026 willen we daar een Uitvoeringsagenda (H)OV aan koppelen. Voor de hubs voeren we in 2026 nog steeds een integrale aanpak op hubs en laadvoorzieningen. Dat is ook nodig, want de bouw van de eerste hubs staat in 2027 gepland (zie volgende paragraaf). Denk aan de hub Weezenlanden-Noord, hub Noordereiland, hub Diezerpoort en Stadsrandhub Hessenpoort. We gaan gericht informatie en probeercampagnes voor het gebruik van deelmobiliteit stimuleren in gebieden waar parkeerregulering/tarieven worden gewijzigd of ingevoerd.
26
magenda 2025 & 2026
Voor het parkeren en de zero-emissie stadslogistiek zetten we in 2026 verdere stappen op de ingeslagen weg. Voor parkeren betekent dit dat we aan de slag gaan met de uitrol van de nieuwe zonering. Voor Zero-Emissie zetten we de genoemde acties door, maar herijken we ook de afspraken over vrijstellingen en ontheffingen in voorbereiding op de besluitvorming in 2027. Verkeersveiligheid (gedragscampagnes) en verkeersmanagement betroffen doorlopende werkzaamheden, die we in 2026 voortzetten. Thema
Voornaamste maatregelen in 2026
Voetganger
Opstellen Strategie Voetganger
Fiets
Verleidings- en gedragscampagne
Openbaar Vervoer
Uitvoeringsagenda (H)OV
Deelmobiliteit
Stimuleren van deelmobiliteit, uitwerken van deelmobiliteit bij gebiedsontwikkelingen
Hubs en knooppunten
Integrale aanpak hubs en laadvoorzieningen
Parkeren
Uitrol nieuwe zonering
Stadslogistiek
Uitvoering Zero-Emissie
Verkeersmanagement
Route verwijzing geleiden, verkeersmodel, monitoringsprogramma en verkeersverwijssysteem
Verkeersveiligheid
Gedragscampagnes, educatie, handhaving en innovatie .
Projecten in gebiedsontwikkelingen
Een groot deel van de gemeentelijke inzet op mobiliteit vindt plaats in de gebiedsontwikkelingen. Met name in de Spoorzone en het Stadshart werken wordt er veer gerealiseerd om de woningbouw impuls in deze gebieden op te vangen. Naast deze twee gebieden wordt er komt de ontwikkeling van de Nieuwe Veemarkt en Oosterenk ook op gang. Veel projecten hiervan zijn nog in de ontwikkelfase. Inspanningen in deze gebieden zullen toenemen in de volgende dynamische Mobiliteitsagenda(‘s). Spoorzone De realisatie en in gebruik name van de Passerelle zal plaatsvinden in Q2 2025. Zoals in hoofdstuk 2 benoemd zal de loopbrug functioneren als verbinder tussen het Stadshart en de Spoorzone. Door de woningbouw impuls in de Spoorzone zal het voetgangersverkeer toenemen de komende jaren tussen deze twee gebieden. De Passerelle maakt ook onderdeel uit van het Engelenpad; een herkenbare en aansprekende route die de verschillende gebieden met elkaar verbindt.
De verbouwing van de oude fietsenstalling in het Combigebouw naar een zelfservicestalling met de naam: ‘Fietsenstalling Westerlaan’ wordt gerealiseerd in Q1 en Q2 2025. Samen met de ondergrondse fietsenstalling Stationsplein zijn er straks ruim 6500 fietsparkeerplekken aan de noordzijde van het station. De fietsenstalling Westerlaan is meer toegankelijk voor mensen die moeite hebben met de helling naar de ondergrondse fietsenstalling. Aan de westzijde van de Spoorzone worden in de komende jaren twee onderdoorgangen gerealiseerd, de Koggetunnel en de Veeralleetunnel. In de huidige situatie ligt hier een belangrijke hoofdfietsverbinding, die door de Koggetunnel gaat. De tunnel is een belangrijke schakel voor fietsers en voetgangers van en naar de Spoorzone, maar kent ook een belangrijke regionale functie als doorfietsroute tussen Hattem en Kampen, en als belangrijke fietsroute tussen verschillende Zwolse wijken. De werkzaamheden aan de Koggetunnel betreffen een grootschalige aanpassing/vervanging van de huidige voetganger en fietstunnel naar een autotunnel. Bij de Veeralleetunnel betreft dit de aanleg van een compleet nieuwe fiets- en voetgangersverbinding naar aanleiding van het vervallen van de fiets en voetganger functie van de Koggetunnel. Door een toename van activiteiten in de Spoorzone is er ook vraag naar meer ingangen voor het autoverkeer.