CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. De financiële verordening 212 - versie 9 jan 24

Raad Besluitvormingsronde 22 januari 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Verordening ex artikel 212, 213 en 213a Gemeentewet16.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De immateriële vaste activa worden verdeeld in de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio (meer respectievelijk minder dan de nominale waarde). De materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele vaste activa met economisch nut en materiele vaste activa met alleen maatschappelijk nut. Artikel 15. Reserves en voorzieningen Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene reserves en bestemmingsreserves, terwijl ook de vorming van voorzieningen van invloed is op de omvang van het eigen vermogen. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om risico’s op te vangen en gaan we een investering financieren door belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad.

18

-----artikel 212 gemeentewet

Dit artikel bepaalt, dat het college een overzicht van de reserves en voorzieningen aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. In lid 5 wordt geregeld dat gereserveerde middelen voor een investeringsvoornemen jaarlijks worden getoetst en de bijbehorende bestedingsplannen worden geactualiseerd. Middelen die volgens het geactualiseerde bestedingsplan niet meer nodig zijn zullen vrijvallen. Artikel 16. Kostentoerekening Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet meer doorberekend aan de taakvelden. Daarmee vervalt de mogelijkheid om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op taakvelden van de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening in beeld te brengen.

De kostprijzen moeten daarom worden berekend en vastgelegd. Het eerste lid van artikel 12 bepaalt, dat de kostprijsberekeningen worden vastgelegd en dat de kostprijzen bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead en voor de rente over de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van (vaste) activa die voor desbetreffende rechten en heffingen en voor de desbetreffende goederen, werken en diensten worden ingezet. Het tweede lid bepaalt, dat ook bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa worden betrokken bij de kostprijsberekening. Voor de gemeentelijke rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht zoals de rioolheffing, worden in de kostprijsberekening ook de compensabele BTW, de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de oninbare vorderingen meegenomen. Het derde lid geeft aan, dat de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan de activiteiten die onder de vennootschapsbelastingplicht vallen voor de belastingaangifte aan deze activiteiten worden toegerekend.

Het vierde lid geeft aan dat de kostenverdeelsleutel voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van rechten en heffingen waarmee de gemeente kosten in rekening brengt zoals de afvalstoffenheffing, en voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van goederen, werken en diensten die door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden geleverd, het vastgestelde overheadtarief per uur is zoals dat in de begroting is opgenomen. Het vijfde lid van artikel 12 geeft aan dat de omslagrente voor het toerekenen van de rente aan de kostprijs voor de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van activa jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld. Voor de methodiek van het bepalen van de omslagrente wordt in dit lid aangesloten bij de Notitie Grondexploitaties (bijlage 3) van de Commissie BBV. Artikel 17. Prijzen economische activiteiten Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische

19

-----artikel 212 gemeentewet

activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit en bezwaarschrift indienen bij de gemeente (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter.

Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd. Artikel 18. Financieringsfunctie De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212 Gemeentewet, tweede lid onder c, het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de financieringsfunctie heeft. In het door de raad vastgestelde treasurystatuut zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het terrein van de financieringsfunctie vastgelegd, alsmede de kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie (doelstellingen, richtlijnen en limieten). Het treasurystatuut wordt tenminste eenmaal in de vier jaar bijgesteld. Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikelen 19 t/m 27. Paragrafen In de artikelen 19 t/m 26 worden de verplicht voorgeschreven paragrafen volgens het Besluit begroting en verantwoording nader uitgewerkt. Deze paragrafen moeten een dwarsdoorsnede van de begroting en de jaarstukken vormen. In de paragrafen moeten ook de uitgangspunten voor de in het programma overzicht van de begroting opgenomen ramingen worden weergegeven.

Per paragraaf is aangegeven waarover jaarlijks bij de begroting en jaarstukken moet worden gerapporteerd. De artikelen 9 tot en met 16 van het BBV geven aan wat er in de paragrafen ten minste moet staan. Voor de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s en de paragraaf verbonden partijen is een beleidsnota respectievelijk handreiking voorgeschreven, waarin de algemene beleidslijnen worden beschreven. In de handreiking verbonden partijen is ook opgenomen hoe er gestuurd wordt op verbonden partijen. In de jaarlijkse paragrafen wordt op de uitwerking van de algemene beleidslijnen ingegaan. Bij de financiering kan het treasurystatuut als algemene beleidslijn worden aangeduid. Dit statuut moet tenminste eenmaal per vier jaar worden bijgesteld. Artikel 27 geeft in lid 1 aan de raad de bevoegdheid nieuwe paragrafen in de begroting en de jaarstukken te laten opnemen. Sinds 2012 is er een beleidsparagraaf Investeringen in de

20

-----artikel 212 gemeentewet

begroting opgenomen. De eisen waaraan de paragraaf moet voldoen zijn opgenomen in lid 2 en 3. Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 28. Financiële administratie In dit artikel worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze verordening regelt niet de regels en activiteiten die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de ambtelijke organisatie. Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de verantwoordings-informatie van gemeenten. In het Besluit begroting en verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun rol als toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc. Artikel 29. Financiële organisatie In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de ambtelijke organisatie invulling moet geven.

De uitgangspunten vormen kaders voor het college, waaraan hij zich moet houden. In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan functionarissen. In de onderdelen c en d worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en de verantwoording daarover. In onderdeel e worden eisen gesteld om misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen te voorkomen. Artikel 30. Aanbesteding en inkoop Dit artikel legt aan het college de zorg op om het door de raad vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid uit te voeren. De vaststelling van dit beleid heeft plaatsgevonden op 12 juni 2017. De regelgeving van de Europese Unie wordt daarbij nageleefd. De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen hebben. Het hanteren van een inkoopreglement is naast de desbetreffende administratieve aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Doordat de regels worden vastgelegd kan de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een onderdeel van de rechtmatigheidstoets.

De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van interne regels. Artikel 31. Subsidieverstrekking en steunverlening Een andere kwetsbare activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en steunverlening aan ondernemingen. Naast risicobeheersing is op delen van deze activiteit de Europese regelgeving inzake staatssteun van toepassing. Geëigende maatregelen binnen de huidige processen moeten bijdragen aan een juiste uitvoering van deze regelgeving. Artikel 32. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

21

-----artikel 212 gemeentewet

Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden ingetrokken. Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. In begrotingsjaar T worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar T-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar T en wordt tot slot de begroting voor het jaar T+1 vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2024 en later en op de jaarstukken 2023 en verder. Verder geldt dat de verordening van 25-11-2019 van toepassing blijft op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2023 zijn gedaan.

22

-----artikel 212 gemeentewet

Bijlage 1: Nota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa

Nota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa

Gemeente Zwolle December 2023 23

-----artikel 212 gemeentewet

1 Inhoudsopgave 2 Inleiding.....................................................................................................................................................26 3 Wettelijke kaders ......................................................................................................................................26 4 Indeling van vaste activa ...........................................................................................................................27 4.1 Materiële vaste activa (MVA) .............................................................................................................27 4.1.1 MVA met een economisch nut ...................................................................................................28 4.1.2 MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut .......................................................28 4.1.3 MVA in erfpacht uitgegeven .......................................................................................................28 4.2 Immateriële vaste activa ....................................................................................................................28 4.2.1 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen ..................................................................28 4.2.2 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief

.................29 4.2.3 Bijdragen aan activa in eigendom van derden ............................................................................29 4.3 Financiële vaste activa .......................................................................................................................30 5 Waardering van materiële vaste activa ....................................................................................................30 5.1 Waardering erfpacht ..........................................................................................................................30 5.2 Waardering investeringen met economisch cq.

maatschappelijk nut ...............................................31 5.3 Waardering van Voorraden (Vlottende activa) ..................................................................................31 5.4 Verkrijgingsprijs ..................................................................................................................................31 5.5 Vervaardigingsprijs .............................................................................................................................31 5.5.1 Indirecte kosten ..........................................................................................................................32 5.5.2 Toerekening van interne uren en overhead ...............................................................................32 5.5.3 Toerekening van rente ................................................................................................................32 5.5.4 Bijdragen van derden ..................................................................................................................32 5.5.5 Onttrekkingen uit reserves .........................................................................................................32 5.6 Waardeverandering ...........................................................................................................................33 5.6.1 Actuele waarde, marktwaarde,

economische waarde ...............................................................33 5.6.2 Boekwaarde ................................................................................................................................33 5.6.3 Afwaarderen ...............................................................................................................................33 5.6.4 Beslisboom afwaarderen ............................................................................................................34 6 Activeren (van materiële vaste activa)......................................................................................................34 6.1 Criteria voor activeren........................................................................................................................35 7 Afschrijven ................................................................................................................................................36 7.1 Startmoment van de afschrijvingen ...................................................................................................36 24

-----artikel 212 gemeentewet

7.2 Afschrijvingstermijnen .......................................................................................................................37 7.3 Afschrijvingsmethoden.......................................................................................................................37 7.4.1 Lineaire afschrijvingsmethode ....................................................................................................37 7.4.2 Annuïtaire afschrijvingsmethode ................................................................................................38 7.5 Categorieën (afschrijvingstabel) ........................................................................................................39 8 Rente .........................................................................................................................................................39 8.1.1 Betaalde rente ............................................................................................................................39 8.1.2 Omslagrente................................................................................................................................39 8.2 Rente tijdens de bouw .......................................................................................................................40 8.3 Rente tijdens de exploitatie

...............................................................................................................40 9 Financiële dekking van kapitaallasten.......................................................................................................40 9.1.1 Dekking uit structurele middelen................................................................................................40 9.1.2 Dekking uit incidentele middelen ...............................................................................................40 Bijlage 1: Belangrijkste wijzigingen .............................................................................................................41 Bijlage 2: Verklarende woordenlijst ............................................................................................................44

25

-----artikel 212 gemeentewet

2 Inleiding De huidige nota activa en afschrijvingsbeleid is vastgesteld op25 november 2019. Er zijn redenen om deze nota aan te passen. Omdat de nota onderdeel is van de Financiële verordening wordt deze gewijzigd bijgevoegd. De nota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa geeft invulling aan artikel 10 van de Financiële verordening van de gemeente Zwolle. Zij geeft de kaders voor administratief handelen aan die gelden vanaf het moment dat de gemeenteraad heeft besloten over investeringskredieten en de bijbehorende uitgaven heeft geautoriseerd. De nota geeft uitdrukking aan de bijzondere positie van investeringen in de gemeentelijke financiële huishouding. Een substantieel deel van de gemeentelijke middelen gaat naar investeringen om de beleidsuitvoering mogelijk te maken. Voorbeelden zijn culturele en sportvoorzieningen, scholen, wegen, rioleringen en groenvoorzieningen, maar ook investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering. Nadat de gemeenteraad heeft besloten een investeringskrediet te verlenen en de bijbehorende uitgaven te autoriseren, wordt een waardevol object toegevoegd aan het gemeentelijk bezit. De verwachting daarbij is dat het vele jaren zal meegaan. Dat laatste heeft zijn weerslag in de exploitatiebegroting en de balans.

Hoewel de grootste uitgaven voor een investering gedaan worden vóór het moment van oplevering, worden deze in de exploitatiebegroting als lasten gespreid over de hele levensduur van het object. Een investeringsbesluit betekent dus een meerjarige financiële verplichting. De investering is op de balans een bezit met een bepaalde waarde. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staan hiervoor de algemeen geldende regels. De Zwolse spelregels met betrekking tot activeren en afschrijven in deze nota zijn hiervan afgeleid. De nota behandelt de volgende onderwerpen: a. de grondslagen voor waardering en activering van vaste activa b. de afschrijvingsmethode en –termijnen van vaste activa c. het moment waarop de afschrijving van vaste activa begint Met deze nota legt de raad het kader en de uitgangspunten vast. De omkaderde teksten geven kort aan wat de regel inhoudt met daaronder de toelichting. Ook is aangegeven welke ruimte het BBV biedt. Nadere uitwerking van de nota vindt plaats in de vorm van een Afschrijvingstabel met de exacte afschrijvingstermijnen. De afschrijvingstabel wordt in de begroting opgenomen onder financiën algemeen. Ter verheldering van het beleid en de regelgeving gaat deze nota ook in op de theoretische achtergrond van de gehanteerde begrippen.

26

-----artikel 212 gemeentewet

3 Wettelijke kaders Artikel 212 van de Gemeentewet stelt dat elke gemeente een financiële verordening moet hebben. Lid 2 van artikel 212 stelt dat de financiële verordening in elk geval bevat de “regels voor waardering en afschrijving van activa”. Artikel 10 van de Financiële verordening gemeente Zwolle bepaalt dat de beleidslijn ten aanzien van activering, waardering en afschrijving wordt beschreven in een nota activa- en afschrijvingsbeleid die als bijlage bij de verordening 212 is gevoegd. Voor de exacte afschrijvingstermijn per actief wordt een afschrijvingstabel opgesteld die jaarlijks opgenomen wordt in de begroting. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt wettelijke regels met betrekking tot gemeentefinanciën. De artikelen 59 tot en met 65 van het BBV bevatten regels voor waardering, activering en afschrijving van vaste activa. https://wetten.overheid.nl/BWBR0014606/2019-07-01 Met het oog op de juiste interpretatie van de BBV-regels doet de commissie BBV stellige uitspraken. Gemeenten zijn verplicht zich aan de stellige uitspraken te houden. Daarnaast doet de commissie BBV aanbevelingen en publiceert een vraag- en antwoordrubriek op haar website. http://www.commissiebbv.nl/

4 Indeling van vaste activa Kapitaalgoederen zijn objecten met een meerjarig nut. Een relatief groot deel van het vermogen van de gemeenten zit besloten in kapitaalgoederen. Investeringen zijn de uitgaven die de gemeente doet voor de aanschaf of vervaardiging van kapitaalgoederen. Met ingang van 2017 worden alle investeringen in vaste activa – die voldoen aan de criteria volgens de richtlijnen uit deze nota – geactiveerd. Activa zijn de bezittingen van de gemeente op een bepaald moment, de waarde ervan uitgedrukt in euro’s. Ze staan op de debet-kant (linkerkant) van de balans. De bezittingen kunnen vast zijn of vlottend naargelang hun relatieve omloopsnelheid. Deze nota gaat over de vaste activa; dat zijn de bezittingen met een looptijd van minimaal één jaar. We onderscheiden drie soorten vaste activa: materiële, immateriële en financiële vaste activa.

4.1 Materiële vaste activa (MVA) Materiële vaste activa (MVA) zijn de materiële bezittingen van de gemeente, die zij langdurig gebruikt voor haar beleidsrealisatie en bedrijfsvoering. De gemeente heeft het economisch eigendom. Enkele voorbeelden: het gemeentehuis, scholen, bedrijfsauto’s, computers, rioleringen en sportvelden. In het BBV (artikel 35) wordt onderscheid gemaakt tussen MVA

27

-----artikel 212 gemeentewet

met een economisch nut, MVA met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven en MVA in openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 4.1.1 MVA met een economisch nut MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of als ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Indien ter bestrijding van kosten, rechten of een heffing kan worden geïnd, dan spreken we van materiële vaste activa met een economisch nut. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen, is niet relevant voor de vraag of een actief economisch nut heeft. Dit betekent onder andere dat alle gebouwen een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen. Een vergelijkbare redenering geldt voor de verhandelbaarheid. In de balans wordt een splitsing gemaakt tussen de investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van kosten, rechten of een heffing kan worden geïnd en de overige investeringen met economisch nut. Zie verder paragraaf 6. Activeren. 4.1.2 MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Het criterium ‘maatschappelijk nut’ is niet hetzelfde als ‘maatschappelijke functie’. Dat laatste geldt voor het overgrote deel van het gemeentelijk bezit.

Voor de duidelijkheid hanteert het BBV in geval van maatschappelijk nut de extra toevoeging ‘in de openbare ruimte’. MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen inkomsten, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen. Zie verder paragraaf 6. Activeren. 4.1.3 MVA in erfpacht uitgegeven Erfpacht is een zakelijk recht, een vorm van pacht waarbij de pacht niet eindigt als de verpachter sterft of de pacht opzegt. De erfpachter heeft in economische zin een positie die nagenoeg gelijk is aan de positie van eigenaar. Het recht van erfpacht is in Nederland geregeld in Boek 5 van het NBW, titel 7.

4.2 Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa bestaan uit: - Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. - Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief. - Bijdragen aan activa in eigendom van derden.

28

-----artikel 212 gemeentewet

4.2.1 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen

Kosten van het sluiten van geldleningen worden in Zwolle niet geactiveerd maar direct ten laste van het resultaat gebracht. 4.2.2 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief Kosten van onderzoek en ontwikkeling zijn immateriële kosten. Het activeren van immateriële kosten leidt tot bijkomende (rente-)lasten en daarmee uiteindelijk tot hogere exploitatielasten zonder dat daar een voordeel of een materieel bezit tegenover staat. Daarom wordt er voor gekozen om deze immateriële kosten, met uitzondering van de gevallen waar het Grondexploitaties betreft, niet te activeren . De vooronderzoeken in de voorbereidende fasen leiden tot een definitief ‘go-or-no-go’ moment waarop het bestuurlijk besluit valt om over te gaan tot de realisatie van een bepaald actief van een bepaalde omvang en kwaliteit en voor het verleende krediet. Voor deze vooronderzoeken wordt, op basis van een onderbouwd voorstel, een separaat voorbereidingskrediet door de gemeenteraad beschikbaar gesteld. Dit krediet wordt, in de gevallen waarin het geen Grondexploitatie betreft, ten laste gebracht van de Algemene middelen. Betreft het een Grondexploitatie dan wordt het krediet geactiveerd en vindt overboeking naar de Grondexploitatie plaats zodra deze is geopend. Mocht de Grondexploitatie geen doorgang vinden dan wordt het krediet alsnog ten laste van de Algemene reserve gebracht.

Immateriële kosten voor het realiseren van een bepaald actief in eigendom van de gemeente, worden in Zwolle niet geactiveerd, met uitzondering van de gevallen waar het Grondexploitaties betreft, . Voor vooronderzoeken wordt, op basis van een onderbouwd voorstel, een separaat voorbereidingskrediet door de gemeenteraad beschikbaar gesteld. Dit krediet wordt, in de gevallen waarin het geen Grondexploitatie betreft, ten laste gebracht van de Algemene middelen. Betreft het een Grondexploitatie dan wordt het krediet geactiveerd en vindt overboeking naar de Grondexploitatie plaats zodra deze is geopend. Mocht de Grondexploitatie binnen 6 jaar geen doorgang vinden dan wordt het krediet alsnog ten laste van de Algemene reserve gebracht. 4.2.3 Bijdragen aan activa in eigendom van derden In het BBV artikel 61 staan de volgende voorwaarden: Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien: a. er sprake is van een investering door een derde b. de investering bijdraagt aan de publieke taak

29

-----artikel 212 gemeentewet

c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen in Zwolle geactiveerd als voldaan wordt aan de vier hiervoor genoemde BBV criteria.

4.3 Financiële vaste activa Financiële vaste activa kennen volgens het BBV de volgende indeling: 1. Kapitaalverstrekkingen aan: gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen 2. Langlopende leningen aan openbare lichamen, woningcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen 3. Overige langlopende leningen 4. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd van één jaar of langer 5. Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd van één jaar of langer 6. Overige uitzettingen met een looptijd van 1 jaar of langer Waardering Financiële vaste activa: Leningen verstrekt aan derden en kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen worden gewaardeerd en op de balans opgenomen tegen de nominale waarde. Bij eventuele oninbaarheid wordt er een voorziening opgenomen. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Financiële vaste activa worden in Zwolle geactiveerd

5 Waardering van materiële vaste activa Met ‘waardering’ bedoelen we hier de administratieve waarde van een bezit bepalen. De waarde van een object is de prijs die betaald is om het object aan te kopen of de kosten om het zelf te vervaardigen. De waarde van objecten bevindt zich aan de activa-kant, dit is de linkerkant van de balans. Op de oorspronkelijke waarde vindt jaarlijks afschrijving plaats die parallel loopt met de waardedaling door veroudering en slijtage. Zie verder bij 7. Afschrijven.

5.1 Waardering erfpacht De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). 30

-----artikel 212 gemeentewet

Percelen waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht worden tegen een geringe registratiewaarde opgenomen.

5.2 Waardering investeringen met economisch cq. maatschappelijk nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.

5.3 Waardering van Voorraden (Vlottende activa) Conform artikel 38 van het BBV vallen hieronder grond- en hulpstoffen, onderhanden werk (waaronder bouwgronden in exploitatie), gereed product en handelsgoederen en vooruitbetalingen. De bouwgronden in exploitatie (BIE) worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. De inbrengwaarde van de grond in de BIE op het moment dat sprake is van een BIE is de boekwaarde van de grond op dat moment (notitie grondexploitaties BBV). De categorie niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) is met ingang van 1 januari 2016 afgeschaft. Deze gronden zijn nu gerubriceerd onder materiële vaste activa. De overige grond- en hulpstoffen (magazijnvoorraden) worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

5.4 Verkrijgingsprijs De verkrijgingsprijs, ook wel de ‘aankoopprijs’ genoemd, is de som van alle inkoopkosten exclusief verrekenbare of compensabele BTW en vermeerderd met de bijkomende kosten. Voorbeelden van bijkomende kosten zijn: notariskosten en overdrachtsbelasting.

5.5 Vervaardigingsprijs De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen, de kosten van materialen en van arbeid en overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorbeelden van overige kosten zijn: bouwplaats kosten, leges en verzekeringskosten tijdens de bouw. Voor wat de betreft de vervaardigingskosten, als bedoeld in artikel 63, 3e lid BBV, die aan BIE kunnen worden gerekend, wordt aangesloten op de kostensoortenlijst zoals opgenomen artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat maximaal deze kostensoorten kunnen worden toegerekend aan de BIE, waarbij ten aanzien van de rente onder punt ‘n’ van deze lijst alleen de rente over het vreemd vermogen mag worden toegerekend en geen rente over het eigen vermogen.

31

-----artikel 212 gemeentewet

5.5.1 Indirecte kosten BBV artikel 63: ‘In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd (zie 8.2 rente tijdens de bouw). 5.5.2 Toerekening van interne uren en overhead Met ‘interne uren’ wordt bedoeld: de kosten van ambtelijke inspanning, berekend tegen intern uurtarief. Uren kunnen worden geactiveerd voor zover die tot de vervaardigingskosten van het actief kunnen worden gerekend. De overheadkosten van de gemeente Zwolle zijn opgenomen in het begrotingsprogramma bedrijfsvoering. Jaarlijks, bij de opstelling van de begroting, wordt het overheadtarief per uur berekend. Deze overhead kan worden geactiveerd voor zover die tot de vervaardigingskosten van het actief kunnen worden gerekend. Bij de kredietaanvraag dienen deze uren (inclusief overhead) in de kostprijs inbegrepen te worden. 5.5.3 Toerekening van rente Zie 8.2 Rente tijdens de bouw. 5.5.4 Bijdragen van derden Bijdragen van derden die in directe relatie staan tot een actief worden op de waardering daarvan in mindering gebracht (BBV artikel 62, lid 2). Toelichting Bijdragen van derden zijn bijvoorbeeld bijdragen van Rijk, Provincie of Cultuurfondsen.

De Raad autoriseert investeringskredieten inclusief bijdragen van derden. Daarbij zijn toegezegde bijdragen van derden een dekkingsmiddel. Ze verlagen per saldo het gemeentelijke deel in de kostprijs van de investering. Met het oog op beperken van rentelasten tijdens de bouw, worden werkelijk ontvangen bijdragen van derden reeds tijdens de bouw zoveel mogelijk in mindering gebracht op de uitgaven. Dit heet de ‘netto-methode’. 5.5.5 Onttrekkingen uit reserves Tot en met 2016 was het toegestaan om reserves in mindering te brengen op investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. De nieuwe regels voorzien niet meer in die mogelijkheid. Het oude BBV artikel 62 lid 3 is vervallen. Onttrekkingen uit reserves worden niet direct in mindering gebracht op de kostprijs van investeringen om deze te verlagen (BBV) Het is daarentegen wel toegestaan om een reserve te vormen voor de dekking van kapitaallasten. Reserves moeten worden opgenomen bij de passiva, dit is de rechterzijde van de balans. Zie verderop in deze nota bij 9.1.3 Activareserve. 32

-----artikel 212 gemeentewet

5.6 Waardeverandering Om de waarde van kapitaalgoederen uit te drukken worden verschillende termen en definities gebruikt. Bovendien zijn die waarden niet altijd aan elkaar gelijk en ze kunnen ook nog eens fluctueren over de jaren. Hierna lichten we eerst de verschillende waarden toe en gaan we daarna in op waardeverandering. 5.6.1 Actuele waarde, marktwaarde, economische waarde De actuele waarde, marktwaarde of economische waarde zijn drie begrippen die hetzelfde uitdrukken: het is wat iets bij verkoop zou opbrengen in het vrije economische verkeer. De werkelijk betaalde kostprijs kan lager of hoger zijn. 5.6.2 Boekwaarde Het geheel van netto geactiveerde investeringskosten verminderd met de reeds gedane afschrijvingen is de boekwaarde. De boekwaarde is het bedrag waarvoor een actief in ‘de boeken’ - dat is op de balans – staat. De boekwaarde is niet altijd gelijk aan de marktwaarde. De marktwaarde is bepalend voor de maximaal toegestane boekwaarde. Als de marktwaarde lager is dan de boekwaarde dient in bepaalde gevallen van de boekwaarde extra afgeschreven te worden tot het bedrag van de lagere marktwaarde. Aan het bedrag van de boekwaarde per datum 01-01 wordt jaarlijks rente toegerekend. 5.6.3 Afwaarderen Door diverse (externe) factoren kan de actuele waarde van een actief met economische waarde stijgen of dalen.

In beide gevallen komt de administratieve boekwaarde niet meer overeen met de actuele marktwaarde. De commissie BBV heeft in haar notitie materiele vaste activa opgenomen hoe omgegaan moet worden met duurzame waardevermindering. Bij vastgoed met een maatschappelijke functie speelt de bestuurlijke intentie een belangrijke rol. Indien bestuurlijk de intentie bestaat om vastgoed met een maatschappelijke functie te verkopen of als de bestemming wijzigt naar vastgoed met een bedrijfseconomische functie, dan bestaat de mogelijkheid dat een duurzame waardevermindering moet worden verantwoord. In alle andere gevallen is de verkrijgingsprijs de waarderingsgrondslag. In Zwolle wordt op vastgoed met een maatschappelijke functie alleen dan een duurzame waardevermindering toegepast, wanneer bestuurlijk is besloten het te verkopen of de bestemming te wijziging naar vastgoed met een economische functie. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie (te onderscheiden van bedrijfseconomisch nut) gaat het om vastgoed dat door de gemeente wordt aangehouden om bewust winst te realiseren en/of waardestijgingen te realiseren. Om vast te stellen of een duurzame waardevermindering moet worden toegepast, moet de directe opbrengstwaarde worden bepaald. Dit gebeurt bij voorkeur door middel van een onafhankelijke taxatie.

De beslissing om wel of niet af te waarderen wordt als volgt schematisch weergegeven:

33

-----artikel 212 gemeentewet

5.6.4 Beslisboom afwaarderen

6 Activeren (van materiële vaste activa) Bij investeringen met meerjarig nut spreiden we de kosten van aanschaf of vervaardiging gelijkmatig over de levensduur van het object. Daarvoor is het nodig deze kosten te activeren. Activeren doen we door de kosten van een investering niet in één keer ten laste van het resultaat te brengen, maar als een bezit op de balans te presenteren. Het geld van de investering zit dan als het ware in bakstenen en beton. In de jaren die volgen worden de kosten ten laste van de betreffende jaarresultaten gebracht, verspreid over de verwachte levensduur van het object. Het bezit wordt in dezelfde periode afgeschreven. Het overeenkomstig object wordt over de jaren minder waard als gevolg van veroudering en/of slijtage.

34

-----artikel 212 gemeentewet

6.1 Criteria voor activeren Met ingang van 2017 worden alle investeringen geactiveerd (BBV, artikel 59 lid 1). In afwijking hiervan worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd (BBV, artikel 59 lid 2). Uit het oogpunt van het in de hand houden van de administratieve lasten beveelt de commissie BBV aan in haar notitie materiele vaste activa, bij ‘omvangcriterium’ om een ondergrens te hanteren in termen van minimumbedrag en/of minimale levensduur. In Zwolle worden investeringen met een meerjarig economisch nut boven de 35.000 euro gemeentelijke middelen altijd geactiveerd. Investeringen met een economische nut onder dat bedrag mogen worden geactiveerd op voorwaarde dat dit op consequente wijze gebeurt. De ondergrens van € 35.000 geldt ook als de componentenbenadering van toepassing is. De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief afzonderlijk worden afgeschreven op basis van het individuele waarde verloop van die delen. Per samenstellend deel kunnen de economische gebruiksduren namelijk verschillen.

De belangrijkste redenen om relatief geringe investeringen niet meer te activeren zijn: - onnodige administratieve belasting terugdringen waar dat kan - vermijden van niet noodzakelijke rentelasten ten laste van beleidsbudget - het niet onnodig inperken van de toekomstige begroting met (kapitaallasten van) aankopen uit het verleden Daarnaast kan het activeren van aankopen met een aanschafwaarde onder de 35.000 euro nuttig zijn om andere redenen zoals: - het inzichtelijk houden van gemeentelijk bezit - koppeling van bezit met een beheersysteem - het voorkomen van jaarlijkse schommelingen in de gemeentelijke kosten - zuivere (exacte) toerekening van rentelasten aan activa Altijd dient een bijkomend nut van activeren van relatief geringe investeringen afgewogen te worden tegen de nadelen ervan. Dat zijn: extra administratieve belasting, extra rentelasten en meerjarige inperking van toekomstige budgetten door kapitaallasten. Alle investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut die in uitvoering komen vanaf 2017 en de gemeente minimaal € 100.000 kosten, worden geactiveerd. Activa met een economisch nut zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen. Activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut daarentegen genereren geen inkomsten.

Tevens bestaat er geen eenduidige levensduur. Zo worden bijvoorbeeld wegen

35

-----artikel 212 gemeentewet

dank zij systematisch onderhoud op basis van structurele budgetten ‘voor altijd’ in stand gehouden. Gelet op het uitgangspunt bij het doorvoeren van de vernieuwing van het BBV dat het bestaande financiële beleid zo veel mogelijk in stand blijft, wordt de ondergrens voor het activeren van investeringen in de openbare ruimte gesteld op € 100.000 euro. Hiermee wordt enige flexibiliteit behouden omdat er onder de €100.000 gekozen kan worden tussen wel of niet activeren.

7 Afschrijven Door investeringen te activeren, kunnen de kosten ervan verdeeld worden over de levensduur van het object. Elk jaar wordt een deel van de kostprijs afgeschreven. Op die manier houdt de waardedaling van het actief gelijke tred met de waardevermindering van het overeenkomstig object door slijtage en veroudering. Jaarlijkse afschrijvingskosten zijn exploitatielasten en beïnvloeden het jaarresultaat. Het is niet toegestaan om de hoogte van de afschrijving te laten afhangen van het beoogde resultaat (BBV art. 64). In Zwolle wordt op een consequente wijze afgeschreven. Dit betekent dat de afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Soortgelijke activa worden op dezelfde wijze gewaardeerd en afgeschreven. Een eenmaal vastgestelde afschrijvingstermijn en afschrijvingsmethode blijft gedurende de gehele economische levensduur van een actief van toepassing. Zwolle schrijft materiële vaste activa af naar een boekwaarde € 0 (nul euro). Door naar boekwaarde 0 af te schijven wordt bereikt dat geen rente- en afschrijvingslasten meer op de exploitatie drukken nadat een object buiten gebruik is gesteld wegens slijtage of veroudering. Normaal gesproken is de boekwaarde van een activum aan het eind van de afschrijvingstermijn tot nul gereduceerd.

Voor sommige vaste activa wordt echter van tevoren vastgesteld dat sprake dient te zijn van een restwaarde, omdat een deel van het actief geacht wordt altijd zijn waarde te behouden (tot het moment van verkoop of buitengebruikstelling natuurlijk). Een actief wordt dan niet volledig afgeschreven, maar zo dat aan het einde van de afschrijvingstermijn de afgesproken boekwaarde resteert. In de gevallen waarvoor dit geldt wordt dit onderbouwd in het onderliggende bestuurlijke voorstel. Op grond wordt niet afgeschreven. Bij grond is geen sprake van een duurzame waardevermindering. Daarom is de afschrijving op gronden nihil.

7.1 Startmoment van de afschrijvingen De commissie BBV adviseert in haar notitie materiële vaste activa uit 2020: “Wanneer materiële vaste activa nog in aanbouw of ontwikkeling zijn, dienen de investeringen al wel onder de betreffende categorie binnen de materiële vaste activa te worden gepresenteerd. Met afschrijven 36

-----artikel 212 gemeentewet

wordt begonnen óf in het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt en vanaf het moment dat het door de gemeente in gebruik kan worden genomen, óf medio het begrotingsjaar waarin het gereed komt/verworven wordt, óf in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het gereed komt/verworven wordt.” Er kan voor het moment van beginnen met afschrijven slechts voor één mogelijkheid worden gekozen. Deze gekozen mogelijkheid wordt toegepast op alle kapitaalgoederen die gereedkomen/verworven worden. Bij investeringen met een economische nut en bij investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut wordt in Zwolle begonnen met afschrijven per 1 januari van het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereedgekomen/verworven is. Vanuit het oogpunt van administratieve eenvoud wordt gekozen voor één moment per jaar: namelijk per 1 januari van het nieuwe begrotingsjaar volgend op het jaar van gereedkomen/verwerving.

7.2 Afschrijvingstermijnen De exacte afschrijvingstermijnen van zowel de activa met economisch nut als maatschappelijk nut zoals we die in Zwolle hanteren, zijn opgenomen in een separate Afschrijvingstabel. Het BBV schrijft niet voor welke termijnen gelden voor welke activa. Het BBV zegt wel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte economische en/of technische levensduur.

7.3 Afschrijvingsmethoden De afschrijvingsmethoden van de onderscheiden activa zoals we die in Zwolle hanteren, zijn opgenomen onder 7.4. De afschrijvingstabel wordt jaarlijks geactualiseerd en in de begroting opgenomen onder financiën algemeen. Er is keuze uit twee afschrijvingsmethoden: lineair of annuïtair. Het BBV schrijft niet voor welke van de twee wanneer gebruikt moet worden. Als de keuze eenmaal gemaakt is, moet die consequent gevolgd worden. Hierna lichten we beide methoden kort toe met argumenten waarom we kiezen voor de ene of de andere. 7.4.1 Lineaire afschrijvingsmethode Bij de lineaire afschrijvingsmethode dalen de kapitaallasten van jaar tot jaar. Het afschrijvingsbedrag blijft jaarlijks even hoog, maar doordat de boekwaarde daalt, nemen de rentelasten jaarlijks af.

37

-----artikel 212 gemeentewet

kapitaallasten

Looptijd Illustratie: Lineaire afschrijvingsmethode geeft afnemende kapitaallasten Over het geheel genomen geeft deze afschrijvingsmethode de minste lasten in de exploitatie van een actief. Dit komt doordat de rentecomponent in totaliteit kleiner is dan bij de annuïtaire afschrijvingsmethode. De lineaire afschrijvingsmethode past bij objecten die: - naargelang het gebruik snel in waarde dalen, bijvoorbeeld: vervoermiddelen en ICT hardware - geen opbrengsten genereren maar hoofdzakelijk met gemeentelijke bijdragen bekostigd worden, bijvoorbeeld objecten in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 7.4.2 Annuïtaire afschrijvingsmethode Bij de annuïtaire afschrijvingsmethode blijven de kapitaallasten gelijk gedurende de hele economische levensduur. In de beginjaren is de boekwaarde nog hoog en zijn de rentelasten daarom hoger. De hogere rentelasten worden gecompenseerd door minder snel af te schrijven. In de laatste jaren daalt de boekwaarde snel door grotere afschrijvingsbedragen. De rentelasten zijn dan evenredig laag.

kapitaallasten

Looptijd Illustratie: Annuïtaire afschrijvingsmethode geeft gelijkblijvende kapitaallasten Door de gelijkblijvende jaarlasten past deze afschrijvingsmethode bij objecten die structureel opbrengsten genereren bijvoorbeeld in de vorm van huur, tarieven en rijksbijdragen (bijvoorbeeld gebouwen waarvoor huur ontvangen wordt waarmee onder andere rente en afschrijving bekostigd worden). Er is dan een match tussen baten en lasten.

38

-----artikel 212 gemeentewet

In Zwolle wordt de lineaire afschrijvingsmethode toegepast bij vaste activa tenzij tegenover de kapitaallasten vaste externe baten staan; in deze gevallen kan er annuïtair afgeschreven worden.

7.5 Categorieën (afschrijvingstabel) Voor de afschrijvingstermijnen en -methode van de onderscheiden categorieën vaste activa wordt een afschrijvingstabel opgesteld die jaarlijks in het bijlagenboek van de begroting wordt opgenomen. Vaste activa zijn onderverdeeld in categorieën en subcategorieën naargelang de aard en de gemiddelde levensduur van de objecten. De indeling van de activa in de afschrijvingstabel past binnen de hoofdcategorieën, die het BBV voorschrijft. Dit zijn: - gronden en terreinen - woonruimten - bedrijfsgebouwen - grond- weg- en waterbouwkundige werken - vervoermiddelen - machines, apparaten en installaties - overige materiële vaste activa Het komt voor dat een object uit verschillende hoofdcomponenten bestaat die elk onder een andere categorie vallen. Bijvoorbeeld vervoermiddelen waarop een installatie is gemonteerd. Bij activering met componentenbenadering wordt elke component binnen zijn eigen klasse geactiveerd. Als geen componentenbenadering wordt toegepast, valt het geheel binnen de categorie van de component met de grootste economische waarde.

8 Rente Voor een nadere toelichting over rente wordt verwezen naar het treasurystatuut van de gemeente Zwolle en de paragraaf Financiering in de begroting. 8.1.1 Betaalde rente Rente die betaald word over geleend geld is een reële uitgave. Deze uitgave wordt als last verantwoord op het taakveld treasury en van daaruit doorberekend aan de grondexploitatie, projecten (bij projectfinanciering) en de andere taakvelden (via renteomslag). 8.1.2 Omslagrente De financiering van investeringen brengt rentelasten met zich mee. In Zwolle hanteren we het systeem van integrale financiering. Dat betekent dat de werkelijk betaalde rente op leningen niet rechtstreeks doorbelast wordt aan individuele investeringsprojecten maar wel naar evenredigheid wordt verdeeld (= omgeslagen) over de boekwaarde van de integraal gefinancierde vaste activa. Het is een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van

39

-----artikel 212 gemeentewet

een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. Het rentepercentage wordt vastgesteld conform BBV-regels.

8.2 Rente tijdens de bouw In Zwolle wordt de rente gedurende de tijd die wordt besteed aan de vervaardiging van het actief in principe niet geactiveerd. (uitzondering is bijvoorbeeld verhuurde panden waar huurinkomsten tegenover staan).

8.3 Rente tijdens de exploitatie In Zwolle wordt jaarlijks over de boekwaarde van vaste activa in exploitatie rente toegerekend, ongeacht hoe ze gefinancierd zijn. Deze rentelasten maken deel uit van de exploitatielasten van het actief.

9 Financiële dekking van kapitaallasten De lasten als gevolg van het over de jaren spreiden van investeringskosten zijn de kapitaallasten, die bestaan uit de som van afschrijvingslasten en rentelasten. Kapitaallasten maken deel uit van de exploitatielasten. Kapitaallasten kunnen op twee verschillende manieren financieel gedekt worden: - met incidentele middelen - met structurele middelen 9.1.1 Dekking uit structurele middelen Bij investeringen met een economisch nut zoals gebouwen en rioleringen worden de kapitaallasten doorgaans gedekt uit huurinkomsten, heffingen en dergelijke. Uitgangspunt hierbij is dat de externe bijdragen van een kostendekkend niveau zijn. Indien deze inkomsten voor onvoldoende dekking zorgen of niet beschikbaar zijn worden gemeentelijke middelen ingezet als (aanvullende) dekking. Dat gebeurt door het beschikbaar stellen van structurele middelen óf, als die niet beschikbaar zijn, door vorming van een reserve dekking kapitaallasten (9.1.2). 9.1.2 Dekking uit incidentele middelen Als er geen inkomsten van derden zijn voor de financiële dekking van kapitaallasten en er ook geen structurele middelen beschikbaar zijn, dan dient voor nieuwe investeringen een reserve dekking kapitaallasten gevormd te worden. In deze bestemmingsreserve worden incidentele middelen gestort.

Gedurende de levensduur van een actief worden onttrekkingen aan de reserve gedaan ter financiële dekking van de kapitaallasten.

40

-----artikel 212 gemeentewet

Bij te activeren nieuwe investeringen met geen of onvoldoende dekking voor kapitaallasten uit externe bijdragen en bij afwezigheid van structurele middelen, dient een reserve dekking kapitaallasten te worden gevormd waaraan gedurende de levensduur van een actief onttrekkingen plaatsvinden ter financiële dekking van de kapitaallasten.

41

-----artikel 212 gemeentewet

Bijlage 1: Belangrijkste wijzigingen Verordening 01-01-2024 t.o.v. Verordening 25-11-2019 Door de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf begrotingsjaar 2023, zijn de verantwoordelijkheden verschoven van de accountant naar burgemeester en wethouders. Op grond hiervan is hoofdstuk 3 nieuw ten opzichte van de vorige verordening. Voor vooronderzoeken wordt, op basis van een onderbouwd voorstel, een separaat voorbereidingskrediet door de gemeenteraad beschikbaar gesteld. Dit krediet wordt, in de gevallen waarin het geen Grondexploitatie betreft, ten laste gebracht van de Algemene middelen. Betreft het een Grondexploitatie dan wordt het krediet geactiveerd en vindt overboeking naar de Grondexploitatie plaats zodra deze is geopend. Mocht de Grondexploitatie binnen 6 jaar geen doorgang vinden dan wordt het krediet alsnog ten laste van de Algemene reserve gebracht. (huidige nota: ook vooronderzoeken die Grondexploitatie betreffen worden ten laste van de Algemene middelen gebracht in plaats van ze te activeren). Verordening 25-11-2019 t.o.v. Verordening 12-06-2017: GEEN Verordening 12-06-2017 t.o.v. Verordening 23-03-2015: 1. In Zwolle wordt op vastgoed met een maatschappelijke functie alleen dan een duurzame waardevermindering toegepast, wanneer bestuurlijk is besloten het te verkopen of de bestemming te wijziging naar vastgoed met een economische functie (5.6.3).

(vloeit voort uit: BBV notitie waardering vastgoed). 2. Alle investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut die in uitvoering komen in of na 2017 en de gemeente minimaal 100.000 euro kosten, worden geactiveerd (6.1) (huidige nota: er zijn geen beleidsmatige uitgangspunten vastgesteld voor maatschappelijke investeringen. De beslissing om maatschappelijke investeringen wel of niet activeren werd genomen op basis van het budgettaire kader. Huidige grens: 5.000 euro). 3. In Zwolle worden investeringen met een meerjarig economisch nut boven de 35.000 euro gemeentelijke middelen altijd geactiveerd. Investeringen met een economische nut onder dat bedrag mogen worden geactiveerd op voorwaarde dat dit op consequente wijze gebeurt (6.1). (het minimum bedrag was 5.000 euro)

42

-----artikel 212 gemeentewet

4. Bij investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut wordt begonnen met afschrijven per 1 januari van het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereedgekomen/verworven is (7.1). (huidig beleid in Zwolle is om bij maatschappelijke investeringen met afschrijving te starten voor gereed melding) 5. Bij te activeren nieuwe investeringen met geen of onvoldoende dekking voor kapitaallasten uit externe bijdragen en geen of onvoldoende dekking uit structurele middelen, dient in Zwolle altijd een reserve dekking kapitaallasten gevormd te worden waaraan gedurende de levensduur van een actief onttrekkingen plaatsvinden ter financiële dekking van de kapitaallasten. (9.1.2). ( in belang toegenomen nu ook maatschappelijke investeringen geactiveerd moeten worden).

43

-----artikel 212 gemeentewet

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Activa (enkelvoud: actief of activum) Activa zijn de bezittingen van de gemeente op een bepaald moment, de waarde ervan uitgedrukt in euro’s. Activa met een economisch nut Gemeentelijke bezit dat kan bijdragen aan het genereren van inkomsten en/of verhandelbaar is Activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Gemeentelijk bezit dat niet verhandelbaar is en niet bijdraagt aan het genereren van middelen Activa in ontwikkeling Werken die bestemd zijn voor meerjarig eigen gebruik en op de balansdatum nog niet gereed zijn. Ook wel ‘lopende activa’ genoemd Activeren Het op de balans presenteren van de financiële waarde van een kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezit kan worden beschouwd Afschrijven Het op systematische wijze ten laste van de exploitatie brengen van een investering. Hiermee wordt in de boekhouding de waardedaling door veroudering en/of slijtage tot uitdrukking gebracht. Afschrijvingsmethode: zie lineaire en annuïtaire afschrijvingsmethode Agio/Disagio Agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Bij aandelen is agio het verschil tussen de nominale waarde en het bedrag dat feitelijk betaald is voor de aandelen. Bij disagio is minder betaald dan de nominale waarde.

Annuïtaire afschrijvingsmethode Deze methode kent een jaarlijks gelijkblijvend bedrag aan rente en afschrijving. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Tegen het einde is deze verhouding omgekeerd. Balans

44

-----artikel 212 gemeentewet

De balans geeft de grootte en de samenstelling van het vermogen van de gemeente weer op een bepaald tijdstip. De bezittingen staan aan de activa-kant, dat is de linkerkant van de balans. Aan de passiva-kant, dat is de rechterkant, staat hoe de het bezit gefinancierd is. Boekwaarde Dit is de waarde van een actief op een bepaald moment. De boekwaarde wordt bepaald door de verkrijgings- of vervaardigingsprijs te verminderen met de reeds gedane afschrijvingen. Boekwinst/- verlies Het verschil tussen de boekwaarde en de actuele verkoopprijs Componentenbenadering Dit houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief afzonderlijk worden afgeschreven, elk naargelang zijn eigen waarde verloop. Economische waarde De verkoopwaarde in het vrije economische verkeer Economische levensduur De periode waarin het actief of productiemiddel normaal kan worden gebruikt, inkomsten kan genereren en/of verkocht kan worden. Exploitatie Dit is het uitbaten van bezittingen zoals het gebruik van gebouwen of goederen of het uitvoeren van een dienst.

Financiële vaste activa Een categorie van activa die een financiële waarde vertegenwoordigen zoals bijvoorbeeld verstrekte leningen Immateriële vaste activa Een categorie van bezittingen die niet tastbaar zijn zoals bijdragen aan activa in eigendom van derden Investering Investeringen zijn de uitgaven die de gemeente doet voor de aanschaf of vervaardiging van kapitaalgoederen. Investering met economisch nut Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen. Investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

45

-----artikel 212 gemeentewet

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen. Kapitaalgoederen Objecten met een meerjarig nut. Kapitaallasten De jaarlijkse exploitatielasten van rente en afschrijving die verbonden zijn aan activa Levensduurverlengende investering Een investering met als doel de levensduur van een bestaand actief substantieel te verlengen Lineaire afschrijvingsmethode Deze methode kent een jaarlijks dalend bedrag aan lasten. De afschrijvingscomponent blijft jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af. Lopende activa: zie Activa in ontwikkeling Materiële vaste activa Bezittingen van de gemeente van stoffelijke aard met een meerjarig nut. Voorbeelden zijn onder andere: grond, gebouwen, wegen en machines Netto methode Bezittingen worden op de balans opgenomen tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs minus bijdragen van derden. Omslagrente Rentelasten die op een systematische manier worden toegerekend aan de activa. Het is een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=0d631b28-f2ac-4725-8fb8-ddac5cf48b84