1. De financiële verordening 212 - versie 9 jan 24
Tekst van het document
gemeenteblad 3 _______________________________________________________________________________ verordeningsnummer: vastgesteld: treedt in werking: 01-01-2024 laatstelijk gewijzigd: 01-01-2020 datum bekendmaking: _______________________________________________________________________________ VERORDENING ARTIKEL 212 GEMEENTEWET Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen..........................................................................................2 Artikel 1. Definities ......................................................................................................................2 Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording.............................................................................3 Artikel 2. Programmabegroting ...................................................................................................3 Artikel 3. Meerjarig kader begroting............................................................................................3 Artikel 4. Uitvoering begroting ....................................................................................................4 Artikel 5. Interne controle............................................................................................................4 Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie ........................................................................5 Artikel 7.
Jaarstukken .................................................................................................................5 Artikel 8. EMU-saldo ...................................................................................................................5 Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording. ......................................................................5 Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording .....................5 Artikel 10. Voorwaardencriterium .................................................................................................6 Artikel 11 Begrotingscriterium......................................................................................................6 Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium ....................................................................6 Hoofdstuk 4. Financiële positie.................................................................................................6 Artikel 13. Financiële positie .........................................................................................................6 Artikel 14. Waardering & afschrijving vaste activa........................................................................7 Artikel 15.
Reserves en voorzieningen .........................................................................................7 Artikel 16. Kostentoerekening.......................................................................................................7 Artikel 17. Prijzen economische activiteiten .................................................................................8 Artikel 18: Financieringsfunctie.....................................................................................................8 Hoofdstuk 5. Paragrafen ............................................................................................................8 Artikel 19. Lokale heffingen ..........................................................................................................8 Artikel 20. Weerstandsvermogen en risico beheersing ................................................................8 Artikel 21. Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................9 Artikel 22. Financiering .................................................................................................................9 Artikel 23. Bedrijfsvoering .............................................................................................................9 Artikel 24.
Verbonden partijen ......................................................................................................9 Artikel 25. Grondbeleid .................................................................................................................9 Artikel 26. Openbaarheidsparagraaf...........................................................................................10 Artikel 27. Niet verplichte paragrafen. ........................................................................................10 Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer ...................................................10 Artikel 28. Financiële administratie .............................................................................................10 Artikel 29. Financiële organisatie................................................................................................11 Artikel 30. Aanbesteding en inkoop ............................................................................................11 Artikel 31. Subsidieverstrekking en steunverlening ....................................................................11 Hoofdstuk 7. Slotbepalingen ...................................................................................................11 Artikel 32.
Intrekken oude verordening en overgangsrecht ........................................................11 Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel ....................................................................................11 ALGEMENE TOELICHTING OP DE VERORDENING ....................................................................12 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP DE VERORDENING ......................................................13 Bijlage 1: Nota waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa ......................................23
1
-----artikel 212 gemeentewet
Hoofdstuk 1.
Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. programma: onder programma wordt verstaan het programma zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording: een samenhangend geheel van activiteiten, genoemd in de begroting en jaarstukken. b. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Zwolle en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. c. financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Zwolle, teneinde te komen tot een goed inzicht in: 1. de financieel-economische positie; 2. het financiële beheer ; 3. de uitvoering van de begroting; 4. het afwikkelen van vorderingen en schulden; 5. het afleggen van de jaarrekening en verantwoording. d. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding en gericht op een goede interne controle en het voorkomen van frauduleus handelen. e.
financieel beheer: de activiteiten die moeten bewerkstelligen dat de uitvoering van de begroting volgens de gestelde plannen en doelen en binnen de gestelde kaders plaatsvinden en dat de financiële positie daarmee in overeenstemming is. f. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. g. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten. h. doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt. i. doeltreffendheid: de mate waarin met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald. j. bestuurlijke planning: het schema van de jaarcyclus perspectiefnota – begroting – beleidsrapportage - jaarrekening zoals ieder jaar in het eerste kwartaal ter kennisname aan de raad wordt aangeboden.
2
-----artikel 212 gemeentewet
k. l.
bedrijfsvoering : alle activiteiten die dienen ter ondersteuning van het primaire proces. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt
Hoofdstuk 2.
Begroting en verantwoording
Artikel 2. Programmabegroting 1. Jaarlijks wordt door het college de programmabegroting aangeboden aan de gemeenteraad. 2. De begroting is ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven indeling in het Besluit Begroting en Verantwoording. 3. De raad stelt de programma-indeling vast. 4. De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, per programma vast: a. de beleidsdoelen en de aan deze doelen gekoppelde criteria; b. de indicatoren, waaronder de indicatoren bedoeld in artikel 25 lid 2a van het BBV, waarmee de beleidsdoelen worden gemonitord; c. de baten en lasten; d. de taakvelden. 5. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra beleidsparagrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. 6. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties, beleidsdoelen en maatschappelijke effecten, opdat de beoogde doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. 7. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.
De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd (beleidsparagraaf investeringen). 8. Niet in de begroting opgenomen nieuwe investeringen die in het begrotingsjaar ontstaan worden via een raadsvoorstel aan de raad voorgelegd. 9. In het overzicht van de geraamde incidentele lasten en baten worden posten vanaf € 200.000 afzonderlijk gespecificeerd. 10. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. Artikel 3. Meerjarig kader begroting 1. De raad stelt in principe jaarlijks de Perspectiefnota, die een periode van 4 jaar beslaat (begrotingsjaar en de 3 jaren daarna), vast waarin indicatief de beleidskaders en de toedeling van de financiële middelen worden benoemd. 2. In de jaarlijkse begroting vindt de uitwerking en actualisering van de meerjarige kaders en budgetten plaats. 3. De uiterste datum voor aanbieding van de Perspectiefnota door het college, en het moment van vaststelling door de raad, wordt jaarlijks vastgelegd in de bestuurlijke planning.
3
-----artikel 212 gemeentewet
Artikel 4. Uitvoering begroting 1. Burgemeester en wethouders stellen regels vast die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat : a. wijzigingen in de omvang van een programmabudget vooraf door de raad worden geautoriseerd m.u.v. lid 3 en 4 van dit artikel. b. de werkelijke lasten en baten op de juiste wijze worden toegewezen aan de programma’s in de programmabegroting 3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij de uitvoering van de begroting in de loop van het jaar te besluiten de omvang van een programmabudget op de begroting van baten en lasten te wijzigen onder de voorwaarden dat: a. de door de raad vastgestelde doelen (art. 2) ongewijzigd en uitvoerbaar blijven; b. het bedrag maximaal € 100.000 bedraagt; c. de budgetwijzigingen achteraf ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden via de beleidsrapportage respectievelijk de periodieke begrotingswijziging. 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de opstelling van de jaarrekening middelen te storten in en bij de uitvoering van de begroting in de loop van het jaar middelen te onttrekken aan de reserves Nog uit te voeren werken onder de voorwaarden dat: a.
het restanten van middelen betreft in verband met over het jaar heen lopende werkzaamheden voor een activiteit waarvoor de raad deze incidentele middelen beschikbaar heeft gesteld. b. de onttrekkingen afzonderlijk, ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden via de periodieke begrotingswijziging als onderdeel van de beleidsrapportage. 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te besluiten om bij de opstelling van de jaarrekening saldi op begrotingsposten die een relatie hebben met een egalisatiereserve nog in het lopende jaar te verrekenen met die egalisatiereserve onder de voorwaarden dat: a. de verrekening past binnen het door de raad geformuleerde beleid b. uit de doelomschrijving van de reserve blijkt dat het gaat om een egalisatiereserve en wat de door de raad vastgestelde voorwaarden zijn die gelden voor verrekening. Artikel 5. Interne controle 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 20 lid 2. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2.
Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
4
-----artikel 212 gemeentewet
Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van minimaal één beleidsrapportage over de realisatie van de begroting. 2. De beleidsrapportage wordt aan de raad aangeboden op het tijdstip zoals jaarlijks vastgelegd in de bestuurlijke planning. 3. De inrichting van de beleids rapportage sluit aan bij de programma indeling van de begroting. 4. In de rapportage wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen betreffende beoogde beleidsdoelen, beoogde activiteiten en op afwijkingen betreffende geautoriseerde baten en lasten en investeringskredieten. Daarnaast kunnen beleidsinterventies op beleidsdoelen worden voorgesteld. 5. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of bijstelling van de onder lid 4 genoemde onderwerpen nodig is. 6. Bij de behandeling van de beleidsrapportages in de raad doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten. Artikel 7. Jaarstukken 1. Burgemeester en wethouders leggen in het jaarverslag en de jaarrekening verantwoording af aan de raad over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geven burgemeester en wethouders aan: a. welke beoogde beleidsdoelen zijn bereikt; b. de activiteiten en projecten die uitgevoerd zijn om de beleidsdoelen te realiseren; c.
wat de lasten en baten zijn geweest; d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen. 2. De jaarstukken zijn ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven indeling in het Besluit Begroting en Verantwoording. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de afdelingen naar de verantwoording ten behoeve van de burgemeester en wethouders én de raad. 4. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s bijstelling behoeven. 5. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Artikel 8. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als de burgemeester en wethouders een aanpassing nodig acht, doen de burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk 3.
Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt via de auditcommissie vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van een percentage van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) boven de rapporteringstolerantie nader toegelicht. 4. De raad stelt deze verantwoordings- en rapportagegrens vast.
5
-----artikel 212 gemeentewet
Artikel 10. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 11 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag.
Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage of afzonderlijk raadsbesluit. d. De overschrijding past binnen het bestaande beleid van de raad, is toereikend toegelicht in o.a. de paragraaf begrotingsrechtmatigheid in de jaarrekening en had niet via een eerder raadsbesluit geautoriseerd kunnen worden. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 6. Uitgangspunt is dat als de begroting niet tijdig is aangepast bij onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten en/of lagere of hogere baten dan begroot dit als formeel onrechtmatig wordt beschouwd.
Deze worden als rechtmatig aangemerkt als deze toereikend zijn toegelicht in de beleidsrapportages of jaarrekening. Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 7. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 8. Burgemeester en wethouders zorgen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Hoofdstuk 4.
Financiële positie
Artikel 13. Financiële positie 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor, dat de financiële consequenties van het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording
6
-----artikel 212 gemeentewet
3
provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de grondexploitatie en de investeringen. De verleende garanties en waarborgen worden bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.
Artikel 14. Waardering & afschrijving vaste activa 1. De beleidslijn ten aanzien van activering, waardering en afschrijving wordt beschreven in een nota activa- en afschrijvingsbeleid die als bijlage bij deze verordening is gevoegd. De nota wordt geactualiseerd indien daartoe aanleiding is. 2. Afschrijvingen vinden plaats conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording en volgens de vastgestelde afschrijvingstabel. 3. Burgemeester en wethouders voegen jaarlijks bij de begrotingsstukken de geldende afschrijvingstabel toe. 4. In deze tabel is het onderscheid tussen investeringen met Maatschappelijk nut en investeringen met Economisch nut opgenomen. Artikel 15. Reserves en voorzieningen 1. De raad stelt jaarlijks bij de programmabegroting het overzicht van reserves en voorzieningen vast. 2. De bevoegdheid tot het instellen van een reserve berust bij de raad. 3. Uitzonderingen daargelaten geldt de hoofdregel dat er geen rente toevoeging aan reserves plaatsvindt. 4. Het overzicht van reserves en voorzieningen bevat: a. de vorming, doel en vrijval van reserves en voorzieningen b. de geldende beleidsregels van reserves en voorzieningen c. de voeding van en onttrekking aan reserves en voorzieningen d. de eventuele normering en bandbreedte e. de toerekening en verwerking van prijsstijging over de voorzieningen 5.
De reserves worden jaarlijks getoetst en de onderliggende bestedingsplannen worden hierbij geactualiseerd. Artikel 16. Kostentoerekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rentekosten voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de oninbare vorderingen betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 4.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van het bij de begroting vastgestelde overheadtarief per uur.
7
-----artikel 212 gemeentewet
5.
De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld.
Artikel 17. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doen de burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4.
Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. Artikel 18: Financieringsfunctie 1. 2.
Burgemeester en wethouders dragen bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor een juiste uitvoering van de richtlijnen zoals vastgelegd in het door de raad vastgestelde Treasurystatuut. Het Treasurystatuut wordt periodiek geëvalueerd en geactualiseerd wanneer dit wet technisch noodzakelijk blijkt.
Hoofdstuk 5.
Paragrafen
Artikel 19. Lokale heffingen 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2. In of bij de begroting doet het college voorstellen met betrekking tot de tarieven, heffingen en prijzen in samenhang met de kosten per verstrekte dienst. Artikel 20. Weerstandsvermogen en risico beheersing 1. Het college biedt een nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement en het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit bepaald en wordt ingegaan op de schuldpositie van de gemeente. De nota wordt geactualiseerd indien daartoe aanleiding is. De raad stelt de nota vast. 2. Bij de begroting en jaarstukken doet het college op grond van artikel 11 van het BBV, in de paragraaf weerstandsvermogen verslag van de risico’s voor de gemeente, de 8
-----artikel 212 gemeentewet
aanwezige weerstandscapaciteit en wordt een inschatting gegeven in hoeverre schaden en verliezen als gevolg van de risico’s met de aanwezige weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen. Artikel 21. Onderhoud kapitaalgoederen Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, op grond van artikel 12 van het BBV, verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering, speelvoorzieningen en gemeentelijke gebouwen. Artikel 22. Financiering Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf financiering, conform artikel 13 van het BBV, verslag van de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Artikel 23. Bedrijfsvoering Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in het programma Bedrijfsvoering, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, verslag van de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven, alsmede van nieuwe ontwikkelingen.
In de paragraaf bedrijfsvoering wordt naar dit programma verwezen.In de paragraaf bedrijfsvoering wordt opgenomen: a. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 9 overschrijden; b. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; c. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; d. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt. Artikel 24. Verbonden partijen 1. De raad ontvangt ter informatie de Handreiking verbonden partijen gemeente Zwolle. 2. De Handreiking wordt geactualiseerd indien daartoe aanleiding is. 3. Het college stuurt op de verbonden partijen op basis van de Handreiking. 4. In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Artikel 25. Grondbeleid 1.
In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken worden de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten opgenomen en wordt ingegaan op de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies / winstverwachtingen, de verwerving van gronden en de relatie tussen reserves en risico’s 2. In de jaarstukken wordt bovendien een risico-analyse opgenomen van de nog niet in exploitatie genomen gronden, het zogenaamde strategisch bezit.
9
-----artikel 212 gemeentewet
Artikel 26. Openbaarheidsparagraaf Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de openbaarheidsparagraaf conform het BBV, verslag van de beleidsvoornemens ten aanzien van de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) en de uitvoering daarvan. Artikel 27. Niet verplichte paragrafen. 1. De raad is bevoegd nieuwe paragrafen in de begroting en jaarstukken te laten opnemen. Inhoudelijke eisen worden door de raad geformuleerd. 2. De begroting bevat een beleidsparagraaf Investeringen met een totaaloverzicht van alle vastgestelde investeringen, vervangingsinvesteringen, voorgenomen investeringen waarover nog besluitvorming plaats moet vinden en de financieringsbronnen voor de investeringen. 3. In de paragraaf Investeringen zijn alle investeringen toebedeeld naar begrotingsprogramma’s.
Hoofdstuk 6.
Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 28. Financiële administratie Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat: 1. De inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording en andere relevante wet- en regelgeving; 2. De vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten. 3. De administratie zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.; c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties; d. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving
10
-----artikel 212 gemeentewet
Artikel 29. Financiële organisatie Burgemeester en wethouders dragen zorg voor : a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; c. de verlening van mandaten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; e. de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. f. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; Artikel 30. Aanbesteding en inkoop Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het door de raad vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.
Artikel 31. Subsidieverstrekking en steunverlening Het college draagt er zorg voor dat bij de toekenning van steunverlening aan ondernemingen en subsidies gehandeld wordt in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de Algemene subsidieverordening van de gemeente Zwolle.
Hoofdstuk 7.
Slotbepalingen
Artikel 32. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Financiële verordening gemeente Zwolle vastgesteld op 25-11-2019, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Zwolle Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van [datum]. De voorzitter,
De griffier,
11
-----artikel 212 gemeentewet
ALGEMENE TOELICHTING OP DE VERORDENING Algemeen De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) heeft haar basis in artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet, waarin is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt, en daarnaast de uitgangspunten voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) vult daarnaast de vrije ruimte nader in die iedere gemeente heeft bij de inrichting van het eigen financieel beleid, beheer en organisatie en de rechtmatigheid. De Gemeentewet biedt de belangrijkste kaders en regelt bijvoorbeeld dat er nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de begroting en de jaarrekening. Dit wordt vervolgens uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies (hierna: BBV). Het BBV schrijft voor op welke wijze de gemeente moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. Om een correcte interpretatie van deze artikelen te waarborgen is er een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: commissie BBV).
De commissie BBV draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring (artikel 75, tweede lid, van het BBV). Richtlijnen van de commissie BBV aan gemeenten en andere decentrale overheden zijn een belangrijk instrument van de commissie BBV om in navolging van artikel 75 van het BBV de eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV te bevorderen. De richtlijnen van de commissie BBV worden onderverdeeld naar stellige uitspraken en aanbevelingen. De stellige uitspraken zijn dwingend; een gemeente behoort zich hier aan te houden. Met stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Indien een gemeente toch een afwijkende interpretatie kiest, dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en jaarstukken. De aanbevelingen zijn niet dwingend. Hierbij gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De commissie BBV spoort gemeenten aan om deze aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie).
Omdat deze aanbevelingen vanuit de expertise van de commissie BBV zijn opgesteld, zijn specifiek die aanbevelingen die gaan over de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) opgenomen als onderdeel van de verordening. In artikel 75, tweede lid, onder b, van het BBV is vastgelegd dat de commissie BBV een kadernota rechtmatigheid opstelt voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring. Met het instellen van de rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders heeft de commissie BBV de Kadernota rechtmatigheid 2023 opgesteld. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Inhoudelijke opmerkingen over de verordening. Het eerste hoofdstuk bevat een uitleg van de definities die in de verordening worden gehanteerd. Het tweede hoofdstuk gaat over de beleidscyclus. De raad stelt de kaders vast voor de uitvoering van de begroting. Hij doet dat vooral door het vaststellen van de programmabegroting en de beantwoording van de 3-w-vragen: wat willen we bereiken (de beleidsdoelstellingen, inclusief de maatschappelijke effecten), wat gaan we daar voor doen (de prestaties, bestaande uit te leveren goederen en diensten) en wat mag dat kosten? Het college voert vervolgens de begroting uit en zorgt voor de beheersing van deze uitvoering.
Vervolgens rapporteert het college aan de raad aan de hand van de drie w-vragen. De raad bepaalt in de verordening een rolverdeling tussen de raad en het college en formuleert een aantal prestatie-eisen, bijvoorbeeld aan de interne controle van de rechtmatige besteding.
12
-----artikel 212 gemeentewet
Ook wordt hier ingegaan op het EMU saldo zoals vermeld in de Wet houdbare overheidsfinancien. Het derde hoofdstuk behandelt de financiële positie. Hier komen investeringen, reserves en voorzieningen, activering en afschrijving, financiering en kostprijsberekening aan de orde, onderwerpen die (in)direct van invloed zijn op de financiële positie van gemeenten. De artikelen in dit hoofdstuk voldoen aan het voorschrift dat de verordening in ieder geval regels stelt voor de kostprijsberekeningen, de toepassing van het integrale kostprijs pricipe zoals bedoeld in de wet markt en overheid, de waardering van activa en de treasuryfunctie (zie artikel 212, tweede lid). Evenals in hoofdstuk 2 komt de rolverdeling tussen de raad en het college naar voren. Zo stelt de raad een aantal prestatie eisen aan de uitvoering, het beheer en de interne controle. In het vierde hoofdstuk komen de paragrafen in de begroting en de jaarrekening aan de orde, waarbij de raad eisen kan stellen aan de inhoud van de paragrafen in aanvulling op de eisen uit het Besluit begroting en verantwoording Het vijfde hoofdstuk betreft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en de administratie. De raad moet er immers van op aankunnen dat de aansturing van de ambtelijke organisatie en de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van en binnen de ambtelijke organisatie goed zijn vastgelegd.
Bovendien moeten er administratieve systemen zijn die de uitvoering van de begroting, het inzicht in de financiële positie en de toepassing van de paragrafen ondersteunen. Deze systemen dienen tevens de rapportages en verantwoording van de ambtelijke organisatie aan het college en de rapportage van het college aan de raad te ondersteunen. De raad kan ook hiervoor kaders stellen. De raad kan hierbij de accountant vragen te toetsen of de financiële organisatie en de administratieve systemen de prestatieeisen kunnen waarborgen en de raad te informeren over zijn bevindingen. Het zesde hoofdstuk bevat de slotbepalingen inwerkingtreding en citeertitel. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP DE VERORDENING Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programmabegroting Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma’s wordt door de raad vastgesteld. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) bepaalt in aanvulling hierop dat in de financiële begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld moet worden opgenomen. Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij op de begroting van baten en lasten beschikbaar stelt.
Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht (derde lid artikel 189 Gemeentewet). Op grond van het vierde lid van artikel 8 BBV kan een gemeente of provincie de baten en lasten van een programma onderverdelen in baten en lasten voor prioriteiten. De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Er is voor gekozen een budget per programma beschikbaar te stellen. Het vierde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat op voorstel van het college de raad niet-financiële indicatoren per programma vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Het derde lid van artikel 8 BBV stelt namelijk dat per programma wordt aangegeven wat de doelstelling – in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten – is en hoe er naar wordt gestreefd deze effecten te bereiken. Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken moeten worden herzien. In de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze
13
-----artikel 212 gemeentewet
ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende. Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt, geïnformeerd. Het vijfde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat de raad bij aanvang een nieuwe raadsperiode kan aangeven welke paragrafen hij nog meer wenst. In lid 7 wordt vastgelegd dat de raad aangeeft van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. Dit onderscheid wordt opgenomen in de beleidsparagraaf investeringen van de begroting. Niet in de begroting opgenomen nieuwe investeringen worden via een raadsvoorstel aan de raad ter besluitvorming voorgelegd (lid 8). Het advies van de Commissie BBV om in de verordening op te nemen vanaf welke omvang posten worden toegelicht, wordt opgevolgd (lid 9). Artikel 3. Meerjarig kader begroting De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de jaarbegroting. Artikel 4 gaat over het meerjarige kader. Dat vormt de grondslag voor de eigenlijke begroting.
Gegeven het grote belang van het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad expliciet een budgettair kader vaststelt. Bij het opstellen van het meerjarig kader voor 4 jaar,moet een link worden gelegd met kaders vanuit andere langlopende plannen. Artikel 8 van het BBV geeft aan dat er in de begroting een bedrag voor onvoorzien moet worden opgenomen. Artikel 4 Uitvoering begroting In artikel 4 legt de raad het college een aantal eisen op die voor een goede uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt bepaald dat het college de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de uitvoering dient te waarborgen. Lid 2 stelt eisen aan het college die gelden voor de uitvoering van de begroting. Lid 3 geeft de bevoegdheid aan het college om bij de uitvoering van de begroting de omvang van een programmabudget op de begroting van baten en lasten te wijzigen. Het college krijgt in lid 3 de bevoegdheid tot budgetverschuivingen tussen doelen op verschillende programma’s en budgetverhogingen/verlagingen op een doel als gevolg van inkomsten van derden die wij ontvangen cq. terug moeten betalen. Voor kredieten (is geen begroting van baten en lasten) geldt dat wijzigingen vooraf aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd.
Er gelden wel een aantal beperkende voorwaarden waaraan het college zich moet houden als hij de omvang van het programmabudget wil wijzigen. De belangrijkste is dat als er sprake is van nieuw beleid het bedrag van de wijziging maximaal € 100.000 mag zijn.Tevens geldt dat het college de genomen besluiten achteraf ter besluitvorming aan de raad voor moet leggen. Dit gebeurt in de periodieke wijziging indien het college besluiten heeft genomen op een ander moment dan bij het zogenaamde Voorjaars- en Najaarsmoment. Besluiten die bij het Voorjaars- en Najaarsmoment worden genomen worden in principe rechtstreeks verwerkt in de Beleidsrapportage. Lid 4 heeft betrekking op de reserves nog uit te voeren werken (nutw). Burgemeester en wethouders voeren de door de raad vastgestelde begroting uit en de in aanvulling daarop gedurende het jaar vastgestelde beleids- en begrotingsaanpassingen. In de praktijk zal de werkelijke besteding afwijken van de begroting. Het komt nogal eens voor dat de
14
-----artikel 212 gemeentewet
begrotingsafwijkingen worden veroorzaakt doordat activiteiten, waarvoor de gemeenteraad geld beschikbaar heeft gesteld, nog niet (geheel) zijn uitgevoerd. Dit leidt dan tot een voordelig resultaat ten opzichte van de begroting. De activiteiten worden in het volgende begrotingsjaar (verder) uitgevoerd. Om de geschetste problematiek rechtmatig op te lossen verstrekt de raad in dit lid 4 aan het college de bevoegdheid om, met inachtneming van de voorwaarden, bij de jaarrekening middelen te storten en bij de begroting in de loop van het jaar middelen te onttrekken aan de reserves nog uit te voeren werken (Nutw). Lid 5 heeft betrekking op de egalisatiereserves. In de jaarrekening moeten de toevoegingen en onttrekkingen aan elk van de bestemmingsreserves worden verwerkt overeenkomstig het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is goedgekeurd voor de betreffende bestemmingsreserve. Verder kunnen er raadsbesluiten zijn die inhouden dat specifiek benoemde saldi, bijvoorbeeld een overschot of tekort op de uitvoering van het onderhoud op de sportaccommodaties, ook nog in het lopende begrotingsjaar ten gunste of ten laste van een specifieke bestemmingsreserve mogen worden gebracht Mutaties in de reserves die niet door een voor 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit zijn gedekt, zijn in strijd met de Gemeentewet en het BBV.
Dit zijn daarom onrechtmatigheden met betrekking tot externe regelgeving en wegen derhalve mee bij de oordeelsvorming inzake zowel getrouwheid als rechtmatigheid in de controleverklaring. In dit artikel geeft de raad het college de bevoegdheid om, met inachtneming van de voorwaarden, saldi op begrotingsposten die een relatie hebben met een egalisatiereserve nog in het lopende jaar te verrekenen met die egalisatiereserve. Daarmee is de rechtmatigheid goed geregeld. Artikel 5. Interne controle Eerste lid De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën. Het eerste lid draagt burgemeester en wethouders op maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen. Tweede lid Het tweede lid bepaalt, dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit.
Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie Artikel 6, eerste tot en met zesde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control van de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het college standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van deze informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is. Het college doet voorstellen tot budget wijzigingen en wijzigingen van investeringskredieten. Artikel 6 regelt dat de raad tussentijds minimaal één keer per jaar over de stand van zaken in het lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd.
15
-----artikel 212 gemeentewet
In het derde lid geeft de raad kaders voor de inrichting van de beleidsrapportage. In het vierde lid geeft de raad aan waarover hij in elk geval in de beleidsrapportage wil worden geïnformeerd. Het zevende lid gaat in op de informatieplicht van het college. De raad autoriseert het college met het vaststellen van de begroting op hoofdlijnen het door het college uit te voeren beleid. Hiermee worden alle afzonderlijke verplichtingen die in de programma’s besloten liggen in materiële zin oftewel financieel geaccordeerd. Bij de uitvoering van de begroting geldt voor het college de informatieplicht uit het vierde lid artikel 169 Gemeentewet. Bij het aangaan van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het college met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college vooraf het gevoelen van de raad inwinnen. De raad schrijft nu in dit artikel voor welke privaatrechtelijke rechtshandelingen in elk geval vooraf aan de raad moeten worden gemeld. De raad perkt hiermee de beoordelingsvrijheid in van het college door zelf te bepalen wat belangrijk genoeg is om vooraf aan de raad mee te delen. De raad schept op deze wijze echter ook zekerheid voor het college. Het college weet welke informatie hij in elk geval vooraf aan de raad moet mededelen. Het haalt mogelijke misverstanden en politieke spanningen uit de lucht.
Voor de privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn limietbedragen ingevuld. Bij de rechtshandelingen boven deze limieten wordt het college verplicht vooraf het gevoelen van de raad in te winnen. Beneden deze bedragen blijft overigens de informatieplicht voor het college gelden, zoals neergelegd in artikel 169, vierde lid, Gemeentewet, dat wil zeggen dat het college gehouden is de raad te informeren over het gebruik van collegebevoegdheden indien er om welke reden dan ook ingrijpende gevolgen zijn te verwachten. Artikel 7. Jaarverslag en jaarrekening Artikel 7 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de raad daarop. Artikel 8. EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMUtekort door de gezamenlijke gemeenten meerjarig overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook zijn dat de overschrijding niet erg is. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden.
Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording. Vanaf boekjaar 2023 nemen burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Deze verantwoording is een standaardmodel dat bij wet is vastgelegd en het geeft inzicht in hoeverre de gemeente rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant
16
-----artikel 212 gemeentewet
voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording toetst de accountant uitsluitend of de jaarrekening getrouw is, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat is. Dit betekent onder meer dat afwijkingen van rechtmatigheid (voor zover deze niet tevens van invloed zijn op het getrouwe beeld), geen invloed hebben op de strekking van de controleverklaring. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er omvangrijke afwijkingen van rechtmatigheid opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording van burgemeester en wethouders, terwijl de strekking van de controleverklaring toch goedkeurend is, omdat de omvangrijke rechtmatigheidsfouten getrouw opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is mede bedoeld om het gesprek te ondersteunen tussen de raad en burgemeester en wethouders, over de (financiële) rechtmatigheid. Het doel hiervan is om de kaderstellende en controlerende rol van de raad op dit vlak te versterken.
Het is daarnaast de verwachting dat dit een kwaliteitsimpuls zal geven aan de interne processen en beheersing, zodat burgemeester en wethouders kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem. Ook is de verwachting dat er meer vooruitgekeken gaat worden naar het oplossen van onrechtmatigheden, omdat burgemeester en wethouders ook beheersmaatregelen moeten formuleren (Kadernota rechtmatigheid 2023). Zie ook de toelichting bij artikel 6a. Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording De verantwoordingsgrens is een bedrag waarboven het College de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording als onderdeel van de jaarstukken. De gemeenteraad is vrij om binnen een bandbreedte tussen de 0% en 3% van de totale lasten, het percentage voor de verantwoordingsgrens vast te stellen. De rapporteringsgrens is een afspraak, zoals de raad ook maakt met de externe accountant. Hierbij spreken raad en college af dat alle bevindingen die boven deze rapporteringsgrens vallen in de bedrijfsvoeringsparagraaf worden opgenomen. De raad heeft d.d. 23 januari 2023 het besluit genomen om voor het verslagjaar 2023 en verder de verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording vast te stellen op 1% van de totaal begrote lasten.
De grens voor het rapporteren over afwijkingen omtrent rechtmatigheid in de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag is vastgesteld op 10% van de verantwoordingsgrens. Artikel 10. Voorwaardencriterium Voor een goede uitvoering van de rechtmatigheidscontrole is belangrijk dat de geldende regelgeving duidelijk vastligt. Burgemeester en wethouders zijn primair verantwoordelijk voor de naleving van de wet- en regelgeving en moet dus permanent inzicht hebben in de van toepassing zijnde relevante wet- en regelgeving. Dit betreft het normenkader. Het normenkader wordt door de raad vastgesteld door het normenkader aan het raadsbesluit betreffende de controleopdracht aan de accountant toe te voegen. Artikel 11 Begrotingscriterium De financiële beheershandelingen moeten tot stand komen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting. Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen hoger zijn dan de geraamde 17
-----artikel 212 gemeentewet
bedragen is er sprake van een onrechtmatigheid (begrotingsonrechtmatigheid). Dit omdat de overschrijding een inbreuk vormt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het artikel geeft kaders wanneer wel/niet is voldaan aan het begrotingscriterium. In beginsel zijn onderbestedingen van lasten en/of lagere of hogere baten dan begroot formeel onrechtmatig. Deze worden pas als rechtmatig aangemerkt als deze toereikend zijn toegelicht in de beleidsrapportage of jaarrekening. Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Onder misbruik wordt verstaan: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen, dan met het doel om voor een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Misbruik van overheidsgelden kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude, om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen. Bij fraude passen beheersmaatregelen zoals fraudepreventie, handhaving, fraudeopsporing en sancties.
Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan (de ‘geest van de wet’). De beheersmaatregelen die daarbij passen zijn: handhaving, voorlichting, analyse toepassing en actualisering wet- en regelgeving. Ook dit kan tot een onrechtmatigheid leiden. Hoofdstuk 4. Financiële positie Artikel 13. De financiële positie De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen moet volgen. Artikel 14. Waardering & afschrijving vaste activa De beleidslijn ten aanzien van activering, waardering en afschrijving wordt vastgelegd in een nota die als bijlage bij de verordening is toegevoegd en die bijgesteld wordt indien daartoe aanleiding is. De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 10 stelt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste activa en financiële vaste activa.