1. Concept groen- en recreatiebeleidsplan ‘(be)leefbaar voor iedereen’
Tekst van het document
4.2 Bomen 4.2.1 Visie op bomen en ambities Ons beleid steunt op twee pijlers: • We staan voor een veilig en vitaal bomenbestand. We beheren bomen en boomstructuren zodanig dat deze gezond en veilig oud worden. Daarnaast planten we een scala van jonge bomen aan, zodat het bomenbestand een evenwichtige leeftijdsopbouw en diversiteit behoudt.
De meerwaarde3 van groen op gebied van ondermeer gezondheid, klimaat en biodiversiteit in de stad wordt in veel studies erkend. Omdat de kosten en de baten van het groen veelal niet op dezelfde plek tot uiting komen, zijn er verschillende ontwikkelingen die geprobeerd hebben om de baten in euro’s te vertalen. Zwolle heeft hiervoor het Nieuwe Veemarktterrein als pilotgebied aangewezen4. 4.1.3 Juridische en financiële borging Meer groen vergroot de leefbaarheid en draagt bij aan het voorkomen van hittestress en tegengaan
3. Nadere toelichting op baten en effecten van groen en de ruimtelijke en kwalitatieve randvoorwaarden van de toepassing van groen gericht op biodiversiteit, gezondheid en klimaat te vinden in het rapport ‘Groennormen in de stad en omgeving’- wur.nl. Groennormen in de stad en omgeving (wur.nl) / Praktische handvatten (groenestadsontwikkeling.nl) 4. Groene Baten Planner en ArcGIS Afbeelding 2: Groene Baten Resultaten
26
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
27
m(be)leefbaar
• Onze bomen dragen bij aan een klimaat adaptieve stad. Een gezonde groeiplaats is de basis voor een vitale boom. Zo is de boom bestand tegen de dynamische omstandigheden in de stad en klimaatverandering én draagt hij bij aan klimaatadaptatie. Een klimaatadaptieve stad is goed voor het welzijn en de gezondheid van onze inwoners, omdat het verkoeling geeft en ruimte voor water. Klimaatadaptatie vraagt om een brede blik ten aanzien van ecosysteemdiensten en een robuust bomenbestand. Dit bomenbeleid vloeit voort uit de Omgevingsvisie van de gemeente Zwolle. De ambities voor bomen hebben een integrale verbinding met de drie leidende ambities in de Omgevingsvisie, namelijk: • Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt (inter) nationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; • Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; • Zwolle heeft vitale, solidaire, gezonde en duurzame
stadsdelen; de aandacht gaat uit naar een inrichting van de leefomgeving die gericht is op meer sociale binding en aandacht voor meer biodiversiteit. Bomen kunnen op veel manieren een bijdrage leveren aan het realiseren van bovenstaande ambities. Bomen leveren een grotere bijdrage naarmate ze zelf ouder en groter worden, mits ze gezond blijven.
Opwarming van stedelijke materialen (wegen, gevels en daken) en warmteproductie door menselijke activiteit door bijvoorbeeld verkeer en industrie, zorgen voor invang van warmte gedurende de dag en langdurige uitstraling gedurende de nacht. Hogere stadstemperaturen in het groeiseizoen van bomen veroorzaken hoge dampdruktekorten (DDD) in het stadsmicroklimaat. Deze verhoogde uitdrogende kracht van de lucht belast de stadsvegetatie extra, met name in perioden van (te) geringe hoeveelheden
ĞďŽŵĞŶǀĂŶŐĞŵĞĞŶƚĞǁŽůůĞ ĂŶƚĂůďŽŵĞŶ͗ƌƵŝŵϳϰ͘ϬϬϬ ĞďŽŵĞŶŚĞďďĞŶϮ͘ϰϲϰ ŚĞĐƚĂƌĞďůĂĚŽƉƉĞƌǀůĂŬ͘ ŝƚƐƚĂĂƚŐĞůŝũŬĂĂŶϯϰϱϬ ǀŽĞƚďĂůǀĞůĚĞŶǀŽůďůĂĚĞƌĞŶ
ĞďŽŵĞŶĨŝůƚĞƌĞŶũĂĂƌůŝũŬƐďŝũŶĂ ϮϴĚƵŝnjĞŶĚŬŝůŽĂĂŶǀĞƌǀƵŝůĞŶĚĞ ƐƚŽĨĨĞŶƵŝƚĚĞůƵĐŚƚ͘
/ŶĚĞŚŽƵƚŝŐĞĚĞůĞŶǀĂŶĚĞ ďŽŵĞŶůŝŐƚďŝũŶĂϯϴ͘ϬϬϬƚŽŶ ŬŽŽůƐƚŽĨŽƉŐĞƐůĂŐĞŶ͘ůŬ ũĂĂƌŬŽŵƚŚŝĞƌŽŶŐĞǀĞĞƌ ϳϬϬƚŽŶďŝũ͘
m(be)leefbaar
ůůĞďŽŵĞŶƐĂŵĞŶŚĞďďĞŶĞĞŶ ŬƌŽŽŶŽƉƉĞƌǀůĂŬǀĂŶϱϳϭ ŚĞĐƚĂƌĞ͘ŝƚŝƐŽŶŐĞǀĞĞƌϴϬϬ ǀŽĞƚďĂůǀĞůĚĞŶĂĂŶƐĐŚĂĚƵǁ
ĞďŽŵĞŶnjŽƌŐĞŶĞƌƐĂŵĞŶǀŽŽƌĚĂƚ ƌƵŝŵϯ͘ϬϬϬŵϯǁĂƚĞƌďŝũƌĞŐĞŶďƵŝĞŶ ŶŝĞƚ;ĚŝƌĞĐƚͿŚŽĞĨƚƚĞǁŽƌĚĞŶ ŽƉŐĞǀĂŶŐĞŶŝŶŚĞƚƌŝŽŽů͘
opneembaar bodemvocht. Als gevolg daarvan hebben steeds meer toegepaste stadsbomen problemen om vitaal te groeien. Dit geldt ook voor boomsoorten die algemeen geschikt werden geacht voor droge en zeer droge standplaatsen. Ze blijken steeds minder bestendig voor het huidige en verwachte toekomstige binnenstedelijke klimaat. Dit leidt onder meer tot slechte groei (=koolstofvastlegging), blad- en schorsverbranding, verhoogde vatbaarheid voor ziekten en plagen. En daardoor tot slechte 'prestaties' in het algemeen. Hierdoor kan de stadsboom zijn potentiële ecosysteemdiensten, zoals het bieden van schaduw en verkoeling door transpiratie, waterretentie tijdens stortbuien, fijnstof afvang, etc., minder goed of niet leveren. Dit vraagt om juiste soortkeuzes en standplaatsomstandigheden, zodat de stad de positieve eigenschappen van groen ook in warme periodes optimaal kan benutten.
Op basis van de ambities uit de Omgevingsvisie en de kennis dat grotere bomen een grotere waarde hebben, streven we naar de volgende uitgangspunten bij bomen: • Een maximale levensduur van een boom (waarbij ook dood hout zijn meerwaarde heeft). • Een optimale groeiplaats, zowel onder als boven de grond. • Een divers bomenbestand waarbij bij soortkeuze wordt gekeken naar de groeiplaats, de omgeving en de functie die de boom op die plek heeft. • Behoud, herstel en uitbouw van de bomenstructuur en de bijzondere bomen zoals vastgelegd in de boomstructuurkaart en op de Groene kaart. • Een groei met 10% van de boomkroonbedekking (gemeentebomen en particuliere bomen), van 19% nu naar 22% in 2040. (Hiermee geven we ook invulling aan de opgaven uit de Europese Natuurherstelwet.) Om ‘buitengeluk’ binnen de gemeente Zwolle te blijven garanderen, streven we naast bovenstaande doelen het 2-22-200 ontwerpprincipe na, zoals in 4.1.1 is toegelicht. Dit Zwolse gedachtengoed is gebaseerd op de landelijk bekende 3-30-300 regel.
/ŶĨŽƌŵĂƚŝĞǀĞƌŬƌĞŐĞŶƵŝƚďĞƌĞŬĞŶŝŶŐŝŶƉƌŽŐƌĂŵŵĂŝͲdƌĞĞĐŽ͘'ĞďĂƐĞĞƌĚŽƉŝŶĨŽƌŵĂƚŝĞǀĂŶϳϰ͘ϭϬϭďŽŵĞŶƵŝƚŚĞƚŐĞŵĞĞŶƚĞůŝũŬĞďĞŚĞĞƌƐLJƐƚĞĞŵ͘ Afbeelding 3: Informatie verkregen uit berekening in programma i-Tree Eco. Gebaseerd op informatie van 74.101 bomen uit het gemeentelijk
4.2.2 Monumentale en bijzondere bomen Zwolle heeft een relatief oud bomenbestand. Dat is bijzonder en beschermwaardig. Tegelijkertijd maakt de relatief hoge leeftijd het bomenbestand kwetsbaar voor een aanstaande vervangingsgolf. We hebben daarom oog voor het op tijd nieuwe bomen planten. We zien dat tussen nu en 2040 zo’n 18% van de bomen zal verdwijnen door natuurlijke afsterving, onvoldoende ondergrondse
groeiruimte en klimaatverandering. Daarom zoeken we continu naar herplantmogelijkheden om voor te sorteren op uitval door ouderdom. In elke situatie waar uitval van bomen plaatsvindt wordt een afweging gemaakt of er direct herplant wordt of dat er gewacht wordt tot er meer bomen uitvallen om grotere delen in een keer te herplanten en zo structuren en uniform beeld te houden. De lijst met bijzondere bomen willen we ook naar de toekomst robuust houden. Daarom voegen we, bij een herziening van de lijst, toekomstbomen en waardevolle groeiplaatsen toe aan de lijst. Toekomstbomen zijn bomen die de potentie hebben om uit te groeien tot een waardevolle of monumentale boom. Hierbij moet de boom in een levensloopbestendige groeiplaats staan en voldoende ruimte hebben om de wortels en de kroon volledig te kunnen ontwikkelen. Nieuw te planten toekomstbomen in de groenstructuren krijgen een groeiplaats waarin de boom de ruimte heeft om minimaal 80 jaar te kunnen groeien. Waardevolle groeiplaatsen zijn locaties waar voldoende ruimte (zowel ondergronds als bovengronds) is om een boom te laten uitgroeien tot volle wasdom. Deze leggen we vast in de Groene Kaart. Waardevolle groeiplaatsen die vastgelegd zijn op de groene kaart worden in principe niet geroerd voor andere belangen dan het aanplanten en beheren van de boom.
Daarnaast hebben we binnen (en buiten) de hoofdgroenstructuur particuliere monumentale bomen. Deze hebben een toegevoegde waarde voor de groenbeleving van de stad en dragen fors bij aan de boomkroonbedekking. Derhalve zijn deze bomen opgenomen op de Groene Kaart en hebben de bomen een hoog beschermingsniveau zoals vastgelegd in de Bomenverordening. Net als de gemeente maken deze eigenaren kosten om de boom veilig te behouden. De gemeente komt deze eigenaren tegemoet door eens in de drie jaar alle bijzondere bomen op de lijst te inspecteren op veiligheid (boomveiligheidscontrole). De resultaten van deze inspectie worden op een digitale kaart kenbaar gemaakt. Indien nader onderzoek nodig is, kan de gemeente bijdragen in de bekostiging. Als uit de inspectie of het nader onderzoek blijkt dat maatregelen nodig zijn om de boom veilig te kunnen behouden, dan kan aanspraak worden gemaakt op een gemeentelijke tegemoetkoming in deze kosten. In de bijlage bomenbeleidsplan wordt meer in detail ingegaan op het bomenbeleid.
beheersysteem.
28
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
29
m(be)leefbaar
4.2.3 Ziektes en plagen Als onderdeel van het bomenbeleid zijn er twee protocollen waarmee we werken. Het protocol boomziekten en plagen geeft inzicht in hoe we in Zwolle omgaan met plagen en ziekten die in en bij bomen kunnen voortkomen. De aanwezigheid van ziekten of plagen leidt niet automatisch tot het kappen of niet meer aanplanten van soorten. Wel leidt het tot bewuste (beheer)keuzes. Het protocol overlast bij bomen geeft duidelijkheid hoe we anticiperen als er overlast door bomen wordt geconstateerd.
4.3 Biodiversiteit en natuur De biodiversiteit is essentieel voor het in stand houden van ecosystemen en daarmee een gezonde leefomgeving. Op dit moment zien we op mondiaal niveau een verlies aan biodiversiteit, met ingrijpende gevolgen voor de natuur en het welzijn van de mens. Om biodiversiteitsverlies om te buigen naar herstel heeft de gemeente Zwolle zich aangesloten bij het deltaplan Biodiversiteitsherstel. Eén van de doelen van het groenbeleid is om de biodiversiteit in de gemeente Zwolle te behouden, herstellen en versterken.Om dit te doen is het belangrijk om de actuele waarden inzichtelijk te hebben en de ecologische structuren in de stad te herkennen. Daarmee kan op behoud gestuurd worden en wordt duidelijk waar herstel en uitbreiding nodig is. Met de groei van de stad moet ook het areaal groen in de stad toenemen. Sortimentskeuze is daarbij mede bepalend voor een toename van biodiversiteit. 4.3.1 Natuurwaardenkaart Eén van de geformuleerde topambities uit de Zwolse omgevingsvisie is het behoud en beschermen van biodiversiteit binnen de stad. Om meer duiding te geven aan de natuurwaarden binnen Zwolle is in samenspraak met natuurorganisaties een natuurwaardenkaart uitgewerkt die men online kan raadplegen. De natuurwaardenkaart deelt de gemeente Zwolle op in 33 deelgebieden.
Per deelgebied is een factsheet opgesteld met een beschrijving van kenmerkende soorten en specifieke natuurkwaliteiten. Daarnaast zijn kansen beschreven en in grote lijn op een natuurkansenkaart weergegeven om de natuurwaarden in een deelgebied te vergroten. Elk gebied heeft een ambassadeur. Het gaat om een karakteristieke soort voor een gebied zoals de kievitsbloem, de huismus, de gewone dwergvleermuis of de sleedoornpage. De natuurwaardenkaart is bruikbaar
30
als onderlegger bij afwegingen en interpretatie bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Initiatiefnemers weten via de kaart met welke natuurwaarden ze rekening moeten houden. Daarnaast biedt het inzicht om de biodiversiteit in een gebied te versterken. Daarbij kijkt de natuurwaardenkaart verder dan alleen soorten die strikt beschermd zijn onder de natuurwetgeving. 4.3.2 Puntensysteem natuurinclusief bouwen en ontwerpen Om de biodiversiteit te behouden en te versterken wordt voor ruimtelijke projecten natuurinclusief bouwen en ontwerpen verplicht gesteld. Dit werkt aan de hand van een puntensysteem met een maatregelencatalogus. De maatregelen zijn weergegeven volgens een aantal thema’s en aan elke maatregel zijn punten toegekend. Initiatiefnemers kunnen uit deze catalogus maatregelen kiezen, die het beste bij het planvoornemen passen. De natuurwaardenkaart biedt inspiratie en handvaten om juiste keuzes te maken. Het inpassen van bestaande natuurwaarden is hierbij vertrekpunt. Het bepalen van het natuurinclusieve ontwerp en van de maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit, gebeurt in samenspraak met verschillende disciplines binnen de gemeentelijke organisatie. 4.3.3 Zwolse ecologische structuur De stedelijke hoofdgroenstructuur is onderdeel van het fysieke kapitaal van de gemeente Zwolle en heeft een functie voor landschap, natuur en recreatie.
Aanvullend op de stedelijke hoofdgroenstructuur is een Zwolse ecologische structuur (ZES) opgesteld om inzichtelijk te maken waar ecologie een zwaarwegend belang kent. De Zwolse ecologische structuur vormt essentieel leefgebied voor verschillende plant- en diersoorten binnen de stad. Het verbindt het stedelijke groen met het landelijk gebied en met de nabije belangrijkste natuurgebieden van Nederland (Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000). De knelpuntenkaart ZES maakt knelpunten inzichtelijk waar soorten zich niet goed kunnen verplaatsen. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt doordat infrastructuur de structuur doorsnijdt. In 2025 onderzoeken we hoe we de Zwolse ecologische structuur kunnen ontsnipperen en programmeren we de maatregelen voor de daarop volgende jaren. Op basis van de kansen die in de natuurwaardenkaart zijn benoemd willen we de natuurwaarden in Zwolle (in de ecologische structuur en in de wijken dicht bij huis) versterken. Daarnaast zoeken we de komende periode hoe de bescherming van zowel de stedelijke hoofdgroenstructuur en de Zwolse ecologische structuur planologisch te verankeren.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
m(be)leefbaar
4.3.4 Monitoring van ecologische kwaliteit Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen op aarde. Naast soortenrijkdom gaat het ook om genetische variatie binnen de soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel uitmaken. Biodiversiteit is een breed begrip. Daarom ligt er een grote uitdaging om een methodiek te ontwikkelen om de biodiversiteit op een kosteneffectieve manier in beeld te brengen voor de stad. Daarvoor wordt op provinciaal en landelijk niveau gesproken over de Basiskwaliteit Natuur. Bij deze methodiek wordt op basis van indicatoren beoordeeld of de randvoorden aanwezig zijn voor een minimale natuurkwaliteit. Het doel is om tot een uniforme methodiek te komen. Als Zwolle willen we aansluiten bij de lijn die landelijk wordt ontwikkeld. Hoe we dit doen onderzoeken we in de periode 2025/2026. Voor nu houden we vast aan de lopende monitoring binnen de stad bestaande uit: • Inventariseren flora gemeentelijke bermen door de Rova; 5 jaarlijks • Faunaonderzoek grote groengebieden Zwolle door een ecologisch adviesbureau in samenwerking met vrijwilligers; 5 jaarlijks • Inventarisaties en toekomstige monitoring behorende bij het Soortenmanagementplan; dit geeft inzage in de populaties van gebouwbewonende diersoorten (o.a.
huismus, huiszwaluw, gierzwaluw en verschillende vleermuissoorten) 4.3.5 Bodemecologie Een gezonde bodem levert ecosysteemdiensten. Dit zijn functionele eigenschappen van de bodem die essentieel zijn voor het huidig en toekomstig bodemgebruik. Het leven in de bodem zorgt voor een basis voor alle flora en fauna wat zich boven het maaiveld bevindt. Ondergronds vind je tal van diersoorten, micro-organismen en wortels van bovengrondse flora. Dit zorgt voor een luchtige structuur, afbraak van organisch materiaal, het vermogen om water vast te houden, nutriëntenuitwisseling, plaagbestrijding, koolstofvastlegging en het vormt de basis van het voedselweb. In Nederland wordt de bodem echter intensief gebruikt voor stedelijke functies, industrie en landbouw. Deze externe invloeden kunnen het evenwicht verstoren waardoor de bodem bepaalde diensten niet meer of minder goed kan uitvoeren. Het programma ‘Onder het maaiveld’ heeft een handreiking Gezonde Bodem opgesteld om gemeenten te ondersteunen in de transitie naar duurzaam bodembeheer in de openbare ruimte. In de handreiking zijn verschillende no-regret maatregelen opgenomen, die de bodemvitaliteit direct of indirect kunnen bevorderen en geen significante nadelen met zich meebrengen. Veel van deze maatregelen zijn al onderdeel van de
huidige werkwijze zoals het waar mogelijk extensiveren van beheer of de bestaande vegetatie zoveel mogelijk ontzien bij uitvoeringsprojecten. De gemeente Zwolle conformeert zich aan deze no-regret maatregelen en stelt een plan van aanpak op voor de implementatie van de handreiking en maakt de financiële gevolgen inzichtelijk. 4.3.6 Aanpak invasieve exoten Een plant- of diersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en door menselijk handelen in ons land terechtkomt, wordt een exoot genoemd. Invasieve exoten zijn soorten die zich vestigen in de Nederlandse natuur en zich snel vermeerderen en daardoor schadelijk zijn voor inheemse soorten. Voorbeelden zijn de reuzenberenklauw en de Aziatische duizendknoop die hele gebieden kunnen overwoekeren. De provincie Overijssel schrijft een plan van aanpak waarin staat hoe de provincie verspreiding en problemen van invasieve exoten wil voorkomen of verminderen. We bepalen in afstemming met de provincie welke (extra) inspanning geleverd moet worden om invasieve exoten te bestrijden. 4.3.7 Groenblauwe dooradering De natuur in de Europese Unie gaat snel achteruit. De EU en de lidstaten werken daarom aan een natuurherstelwet, die de natuur en ecosystemen weer gezond moet maken.
In de Europese biodiversiteitsplannen is de ambitie opgenomen dat in 2030 minstens 10% van het landbouwareaal bestaat uit landschapselementen met grote diversiteit. In het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) betrekt het Rijk de doelstelling van 10% op het hele landelijk gebied (minus het Natuurnetwerk Nederland en bebouwde gebieden). Behalve landbouwgrond betreft dit dus ook gronden zonder landbouwfunctie, die in eigendom zijn van overheden (met name gemeenten en waterschappen) en particulieren niet zijnde agrariërs. Dit is vertaald als 10% groenblauwe dooradering. Dit is zowel een doelstelling om de (natuur)kwaliteit van het landschap te verbeteren, als een instrument om richting te geven aan andere ruimtelijke opgaven. De provincie Overijssel heeft de ambitie van 10% groenblauwe dooradering opgenomen in het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het percentage groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in de gemeente Zwolle is 7%. De gemeente Zwolle onderschrijft de provinciale ambitie in haar beleid en neemt deze over in haar omgevingsvisie. De criteria voor het bepalen van de provinciale opgave zijn nog niet duidelijk en de toepassing is maatwerk. De basiskwaliteit natuur kan hierbij uitkomst bieden. De komende jaren werkt de gemeente Zwolle samen met de provincie en
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
31
m(be)leefbaar
actoren een passende groenblauwe dooradering voor Zwolle uit. 4.3.8 Uitbreiding vragenlijst herinrichting buitenruimte met natuurwaarden Een goed ontwerp is bepalend voor het functioneren van die buitenruimte. In de huidige omgevingsvisie ligt de focus voor de herinrichting van de buitenruimte op de mens. Aangezien de natuurwaarde van de buitenruimte onlosmakelijk verbonden is met de kwaliteit van de buitenruimte wordt de scope vergroot voor natuur. Bij het ontwerp van de buitenruimte stellen we ons standaard de volgende vragen: • Creëert de herinrichting van de buitenruimte meerwaarde voor de omgeving van zowel mens als dier? • Zijn er samen met de stadsecoloog, één of meerdere doelsoorten te bedenken voor het plangebied? Zorg voor de juiste randvoorwaarden binnen het leefgebied per doelsoort door rekening te houden met de vijf V's: • Verblijfplaatsen: elke soort heeft verblijf- en rustmogelijkheden nodig. Realiseer en/of faciliteer dit voor elke doelsoort binnen het project(gebied) of toon aan dat er voldoende beschikbare verblijfplaatsen zijn in en rond het project(gebied). • Voedsel: elke soort heeft voldoende aanbod van voedsel nodig. Realiseer en/of faciliteer dit voor elke doelsoort binnen het project(gebied) of toon aan dat er voldoende beschikbaar voedsel aanwezig is in en rond het project(gebied).
• Verbinding: zonder goede verbinding bereikt een (doel)soort het project(gebied) niet en/ of is verplaatsing door het projectgebied niet vanzelfsprekend. Realiseer voor elke doelsoort, indien nodig, verbindingszones (bijvoorbeeld door robuuste groenzones of faunapassages) in het project(gebied) en met de directe omgeving rond het project(gebied). • Veiligheid: elke soort is gebaat bij voldoende schuilen rustgelegenheid (naast de vaste verblijfplaatsen). Realiseer en/of faciliteer dit voor elke doelsoort binnen het project(gebied) of toon aan dat er voldoende beschikbare veilige plekken (lees: plekken met dekking biedende elementen voor doelsoorten waar zo min mogelijk verstoring optreedt) aanwezig zijn in en rond het project(gebied). • Variatie: biodiversiteit is gebaat bij een grote diversiteit aan (landschappelijke en stedenbouwkundige) elementen. Doelsoorten binnen een project(gebied) zijn beter bestand tegen negatieve invloeden als er voldoende variatie aanwezig is. Realiseer voldoende variatie in bovengenoemde vier V’s, maar ook in algemene zin (variatie in plantensoorten, variatie
32
in inrichtingselementen, variatie in planthoogten, variatie in temperatuur, variatie in verrommeling, etc.). Zorg daarnaast, afhankelijk van de potenties binnen het project(gebied), voor een combinatie van maatregelen in gebouwen, op en aan gebouwen en in de buurt van gebouwen (de openbare en/of particuliere ruimten). • Is het mogelijk bestaande natuurwaarden te behouden (o.a. bestaand groen, bodem)? Dergelijke elementen hebben reeds een (belangrijke) natuurwaarde en creëren sneller het gewenste eindbeeld. • Kunnen we beoogde maatregelen zo concreet en kwantitatief mogelijk maken? Denk aan X neststenen voor soort Y in gevel A op X meter hoogte; X m2 struweel of bloemrijk gras met tenminste X% van soort A en X% van soort B; X m2 gevelgroen met klimsteun op gevel C bestaand uit de soorten D (50%) en E (50%). • Is de adviseur Beheer en onderhoud betrokken om te beoordelen of het beheer en onderhoud van de gekozen maatregelen uitvoerbaar zijn? Onderhoud (en nazorg) is minstens zo belangrijk als de inrichting. Neem meerjarig Beheer & Onderhoud al in de (voor) ontwerpfase als volwaardig mee en betrek toekomstige beheerders zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces.
4.4 Klimaat Klimaat is een breed begrip waar veel aandacht voor is. De hoeveelheid regen, droogte en temperatuur zijn grillig. Groen kan een grote bijdrage leveren aan klimaatmaatregelen om stad en land leefbaar te houden. Groen kan bijdragen aan het waterbergend vermogen van een gebied. Groen draagt in al haar vormen bij aan hittereductie en helpt bij het behouden van een prettig klimaat bij droogte. Maar groen kan ook hinder ervaren bij droogte of zelfs droogte verergeren, doordat zij water nodig heeft. 4.4.1 Water Zwolle ligt tussen het primaire watersysteem (de IJssel en de Vecht) en regionaal watersysteem (de weteringen) in. Die combinatie maakt de stad kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering zoals extreme regenval, wateroverlast, droogte en hitte. Daarom moeten we op juiste wijze omgaan met onze (openbare) ruimte en ruimte maken voor het water. Hierbij is veelal ook een relatie met het groen van Zwolle te leggen door: • Herstel van de waterverbindingen, zoals Nieuwe Vecht en de Willemsvaart. • Groene en ecologische verbindingen tussen het groen in de stad met grotere landschappen rondom de stad. • Het ontwikkelen van een robuuste blauw-groene structuur om risico’s van wateroverlast te beperken,
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
m(be)leefbaar
zowel voor de stad als het omliggende landelijke gebied. • Bergings- en infiltratieplekken maken in het groen. Deze maatregelen zijn op verschillende schaalniveaus nodig, in het buitengebied en in de stad. Buiten de stad houden we (bovenstrooms) water vast waar het valt. We realiseren overloopgebieden en noodventielen in de groenblauwe structuur, waar water tijdelijk heen kan in extreme situaties. Daarmee verkleinen we de kans op schade tijdens extreme weersituaties. In en om de stad realiseren we een groenblauwe structuur om het water een plek te geven en daarmee koelteplekken te maken, waarmee de kans op hittestress afneemt. In de wijken en buurten geven we invulling aan de ‘sponswerking’ van het gebied door water te benutten, vast te houden waar het valt of vertraagd af te voeren. Hiervoor is meer onverharde (of groene) ruimte nodig. Door de juiste maatregelen te treffen kan er ook aansluiting worden gezocht bij de recreatieve ambities om het water in en rond Zwolle beter toegankelijk te maken voor waterrecreatie en varen. Daarbij moeten wel de juiste uitgangspunten worden gehanteerd, om natuur en recreatie niet te laten conflicteren. 4.4.2 Hitte De groenblauwe structuren zorgen voor verkoeling tijdens hete dagen. Deze verkoeling is ook buiten de hoofdgroenstructuur nodig en bereiken we door op de juiste plekken bomen te planten.
Deze opgave geldt niet alleen voor openbaar groen. Ook op privaat terrein is vergroening een belangrijke opgave. Waar geen ruimte is voor bomen kan ook gekeken worden naar de mogelijkheid van groene daken en gevelgroen, om te zorgen voor een verkoelend effect. Maatregelen: • Tijdens warmere perioden zijn er voldoende koele plekken: Binnen 200 (loop)meter van elke woning streven we naar het inrichten van een koele plek van minimaal 200 m2 met natuurlijke schaduw door het aanplanten van bomen met een goede kroonbedekking en groot bladoppervlak. (Zie koelteplekkenkaart, pagina 34). • In de verblijfsgebieden (bijvoorbeeld parken) is er tijdens de zomermaanden voldoende schaduw (minimaal 30% van het oppervlakte). Daarnaast zijn er door slim te ontwerpen uiteraard ook voldoende plekken aanwezig waar (in de overige maanden van het jaar) van de zon genoten kan worden. • Elke wijk heeft voldoende groen. We streven naar 22% boomkroonbedekking in elke wijk. Hierbij zijn we ons
bewust dat dit niet in elke wijk haalbaar is. Daarom streven we juist in groenarme wijken ook naar 2 toekomstbomen per straat (per 100 m). • Er moet zoveel groen zijn dat er verdamping kan optreden en de gemiddelde luchttemperatuur wordt beperkt. Voor verdamping is met name van belang dat de watervoorziening voldoende is. Op hete dagen sluiten de huidmondjes van veel planten en neemt verdamping sterk af. • De aanwezigheid van groen (opgaand maar ook grondoppervlak) koelt de omgeving doordat het nauwelijks hitte opslaat (en ’s avonds en ’s nachts weer afgeeft. Zo dragen de maatregelen die vanuit klimaat worden getroffen bij aan een leefbare stad, ook bij (extreem) warme periodes. 4.4.3 Droogte Klimaatverandering leidt tot langere periodes van droogte. Hierdoor is er beperkt aanvoer van water via de Vecht en Zwarte Water en de Sallandse Weteringen. Het water in Zwolle wordt dan nauwelijks ververst met gevolgen voor de waterkwaliteit. Blauwalg komt de laatste jaren steeds meer voor in de Zwolse watergangen en plassen. Een lage waterstand betekent ook daling van het grondwaterpeil. Ondanks dat de natuur veerkrachtig is, kunnen sommige bomen en planten de droogte niet goed aan. Dit vraagt om maatregelen om (grond)water beter vast te houden in de stad. Opgaven: • Verminderen van droogteschade door de sponswerking van Zwolle te vergroten.
Hierbij gaat het zowel om bufferen van regenwater als het vertragen van de afvoer. Dit kan onder andere door een groene inrichting en minder verharding, toepassen van infiltratie- en bergingsmogelijkheden voor regenwater. • Beplantingskeuze is passend bij een veranderend klimaat; beter bestand tegen langere periodes van droogte. Hierbij is het interessant te onderzoeken of extra water kan worden vastgehouden in het gebied om beplanting in tijden van droogte te bevloeien. • Goede groeiplaatsen bieden aan bomen (groter percentage organisch stof heeft groter vermogen tot vasthouden water). 4.4.4 Water en bodem sturend / sponswerking Met de maatregelen die we treffen om wateroverlast, droogte en hitte te voorkomen of de effecten tot een minimum te beperken, geven we invulling aan de nationale oproep om water en bodem sturend te laten zijn en de natuurlijke sponswerking van de bodem te benutten.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
33
m(be)leefbaar
Koelteplekkenkaart Zwolle
m(be)leefbaar
We streven naar een zo min mogelijk bedekte bodem waar dit kan, denk bijvoorbeeld aan minder stenen in de stad. Minder bodemafdekking zorgt voor een gezondere bodem, betere omgang met hitte en minder wateroverlast. Een gezonde bodem houdt het water beter vast, waardoo in droge periodes minder last van droogte ontstaat.
4.5 Integraliteit als sleutel voor vergroening Het meegroeien van het areaal groen in de stad is geen op zichzelf staande opgave. Deze opgave bezien we samen met de andere opgaven die in de stad gelden. Zo geven we met elkaar invulling aan een leefbare en gezonde stad. Op project- en initiatiefbasis kijken we gezamenlijk met een team van adviseurs van verschillende beleidsthema’s naar de beste invulling van alle opgaven. Want naast groen zijn er ook op het gebied van onder andere energie, wonen, mobiliteit en klimaat de nodige opgaven die invulling moeten krijgen in de fysieke ruimte. Soms conflicteren de opgaven en moeten we met elkaar zoeken naar de best passende oplossing voor alle opgaven op hetzelfde stukje Zwolle. Maar soms bieden de verschillende disciplinaire opgaven ook kansen om invulling te geven aan elkaars opgave. Denk hierbij aan groen wat ruimte kan bieden voor het opvangen van water bij extreme buien. Of aan de mobiliteitstransitie waarbij het autoverkeer een minder prominente plek krijgt en er ruimte ontstaat voor fijne fiets- en wandelroutes in het groen. In de wijken (zowel bestaand als nieuwe ontwikkelingen) zoeken we met elkaar naar een gezamenlijk invulling. Vaak is het groen mede bepalend voor waar mensen
34
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
willen wonen. Ook leidt een groene woonomgeving sneller tot bewegen en minder stress. Maar ook op bedrijventerreinen is vergroening nodig. Deze worden veel gebruikt als route. Maar ook voor werknemers op de bedrijventerreinen is vergroening gewenst. Hittekaarten laten zien dat de bedrijventerreinen de meest hete plekken van de stad zijn op warme dagen. Daarmee zijn de bedrijventerreinen veelal geen prettige omgeving voor een lunchrondje of om overheen te rijden. Daarnaast vraagt het ook een nodige inspanning om inpandig de werkomgeving op een goede temperatuur te houden, om werknemers een gezonde werkomgeving te bieden. Om deze gebieden groener en gezonder te krijgen sluiten we aan bij visie voor duurzame bedrijventerreinen en zoeken we gezamenlijk naar mogelijkheden om ook hier te vergroenen. We zoeken dus naar vergroening dicht bij huis, in de bestaande stad en bij ontwikkelingen. Maar we wijzen ook grotere gebieden aan waar de groene structuur uitgebouwd moet worden. Bijvoorbeeld als nieuw parklandschap rond de stad Zwolle. Zo houden we het groene karakter van Zwolle en is er voldoende ruimte voor alle inwoners om het groen te bezoeken, zonder dat de druk op het groen te groot wordt. Het groenbeleid voor het buitengebied is vormgegeven in het LOP (landschapsontwikkelingsplan).
Deze beschrijft de landschappelijke kernkwaliteiten van ons buitengebied en is goed toepasbaar voor kleinschalige ontwikkelingen. Maar met de nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen die in het buitengebied spelen, zoals de grote (landelijke) energie-, landbouw- en natuuropgaven, vraagt ook het landschapsbeleid en het groenbeleid buitengebied om een duidelijke koers. Hiervoor wordt onder de omgevingsvisie een aparte visie buitengebied ontwikkeld, waar ingegaan wordt op de verschillende ruimtelijke opgaven (lokaal, provinciaal en nationaal).
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
35
m(be)leefbaar
5. Recreatie De groenblauwe buitenruimte nodigt uit om te bewegen én is de plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Je kunt hier een rustige lunchwandeling of gratis uitjes met vrienden of familie maken; bijvoorbeeld bij een van de recreatieplassen of NME-wijklocaties. Er is behoefte aan een divers aanbod van gebruiksgroen en voorzieningen. Mensen met verschillende leefstijlen hebben verschillende wensen. Er zijn rust- en natuurzoekers, maar ook mensen die juist willen sporten of elkaar willen ontmoeten in het groen. Bij de toekenning en invulling van functies krijgen al deze wensen en opgaven een plek. Met de klimaatverandering en de toenemende verstedelijking groeit ook de behoefte aan goede recreatiemogelijkheden in het gebied. Daarom zet gemeente Zwolle zich samen met andere partijen en overheden in voor het versterken van het recreatief netwerk en om meer recreatiemogelijkheden te creëren. We werken samen aan een prettige leefomgeving, voor nu en in de toekomst, en zoeken daarbij naar een goede balans tussen de verschillende functies. Om alle gebruikers te kunnen blijven bedienen is het belangrijk dat het areaal groene uitloopgebieden toeneemt. Ook binnen de bebouwde kom moet het groen toenemen en het groen en het water beter worden ontsloten door wandel-, fiets-, en vaarroutes, en steigers en visstekken aan het water.
Hierbij wordt in eerste instantie gezocht naar een integrale invulling van de opgaven die er vanuit de dorpen en buurten liggen en wordt de koppeling gemaakt met de stadsbrede opgaven. Hierbij wordt ook gekeken naar het functioneren en de aanwezigheid van de verschillende (stads)parken die Zwolle heeft en het zoeken naar een betere stadsdekkende invulling hiervan. Recreatieve voorzieningen in de stad moeten flexibel inspelen op de veranderende trends en gebruikerswensen. Zo blijven onze voorzieningen ook
36
naar de toekomst een meerwaarde bieden aan onze inwoners. Belangrijk bij de invulling hiervan is om ook op detailniveau aandacht te hebben voor een inclusieve samenleving en toegankelijke openbare ruimte. Daarom wordt gewerkt aan een monitoringssysteem om de kwantiteit en kwaliteit van het groen en haar functies te meten. Recreatieve voorzieningen in de stad moeten flexibel inspelen op de veranderende trends en gebruikerswensen. Zo blijven onze voorzieningen ook naar de toekomst een meerwaarde bieden aan onze inwoners. Belangrijk bij de invulling hiervan is om ook op detailniveau aandacht te hebben voor een inclusieve samenleving en toegankelijke openbare ruimte. Om de recreatieve gebruikswaarde nu en in te toekomst te waarborgen wordt gewerkt aan een monitoringssysteem om de kwantiteit en kwaliteit van het groen en haar functies te meten. Op basis van drie recreatievormen – extensieve, intensieve en watergebonden recreatie – zijn hieronder de recreatieve ambities op een rijtje gezet. Naast deze kosteloze recreatievorm is er behoefte aan ruimte voor evenementen en georganiseerde outdoor activiteiten. De beste locaties voor deze uitbreiding worden in samenhang in een apart traject onderzocht.
5.1 Extensieve recreatie Zwollenaren hebben volop gelegenheid om snel en gemakkelijk de stad uit te gaan en te genieten van het afwisselende buitengebied. Hier vindt men veel natuur gerelateerde recreatie, zoals struinen en natuurbeleving. Een groot deel van de recreatieve routes loopt door of langs de groene vingers de stad in/uit. De natuur- en recreatiegebieden in het buitengebied bestaan grotendeels uit extensief gebruikte gebiedsdelen waar natuurwaarden, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteiten de boventoon voeren. Er zijn wandel- en fietspaden met daarbij bijzondere herkenningspunten zoals kunst, kunstwerken en iconische pontjes op de routes. Deze gebiedsdelen zijn bij uitstek geschikt voor rust en ontspanning, bezinning en beleving van natuur en landschap. Uitloopgebied Naar het (zuid)oosten zijn veel routes en uitloopgebied vanaf de stad. Dit sluit aan bij de landgoederengordels
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
m(be)leefbaar
langs de Vecht. De waterrijke gebieden Zwarte Water, Vecht en IJssel zijn waardevolle gebieden waar men graag recreëert. Het uitloopgebied rond Zwolle is onvoldoende verdeeld. In de toekenning van nieuwe uitloopgebieden zoeken we naar een verdeling rond Zwolle, passend bij de behoefte van de verschillende wijken en inwoners. Het gebied rond de Wythmenerplas wordt intensief gebruikt, maar ligt voor bepaalde wijken van Zwolle ongunstig qua bereik. Ook voor recreatieplassen en -gebieden zoeken we naar een passende dekking rond Zwolle stad. Routing Een goede en prettige manier om Zwolle en haar omgeving te verkennen is door te wandelen of te fietsen. Mensen volgen graag een prettige groene route, die veilig en comfortabel is. Het gemak van het volgen van een gekozen route die je langs de mooiste plekjes brengt. Bijvoorbeeld het iconische ‘rondje Zwolle’ of de nieuwe wandelroute tussen Herfte en Zalné. De kwaliteit en dichtheid van het wandel- en fietsnetwerk is – met de recentelijke revisie van het netwerk - over het algemeen goed en de combinatie van georganiseerde netwerken en losse routes biedt een fijnmazig stelsel van wandel- en fietsstructuren. Bij de ontwikkeling van het fijnmazige groenblauwe netwerk en andere ruimtelijke ontwikkelingen wordt de aanleg van fiets- en wandelpaden en routes meegenomen.
Ook wordt gekeken hoe we middels thematische routes meer mensen kunnen verleiden tot het gebruik van routes. Daarnaast wordt de provinciale samenwerking voor fiets- en wandelroutes en vaar- en ruiterroutes voortgezet en versterkt. Door onze krachten te bundelen wordt een aantrekkelijk netwerk – binnen én over de gemeentegrenzen – gerealiseerd en in stand gehouden. Daarnaast wordt door middel van onderzoek gekeken naar het gebruik en de belevingswaarde van de routes, zodat hier nog beter op gestuurd en aangepast kan worden.
5.2 Intensieve recreatie In Zwolle zijn verschillende gebieden waar een grote verscheidenheid groene functies aan gekoppeld zijn en die druk worden bezocht door recreanten. Parken Parken zijn belangrijke stedelijke ruimtes geworden die multifunctioneel gebruikt worden. Naast recreatieve activiteiten als wandelen en picknicken worden ze volop benut voor festivals, openluchttheater, sportlessen en bootcamps, hondenlosloopgebieden, barbecueën
of om met vrienden een feest of verjaardag vieren. Parken en de openbare ruimte fungeren als belangrijke ontmoetingsplekken voor mensen in de stad. Zwolle wil de parken en het vele groen dat van oudsher in de wijk is behouden en versterken. De Zwolse parken hebben allen hun eigen karakter en identiteit die we hebben vastgelegd in een visie over het park. Hierin staan tevens de mogelijkheden tot het versterken van deze plekken. Een aantal parken heeft verbetering nodig. Met name zijn dit; het Oude Weteringpark (routes en samenhang), het Twistvlietpark (routes en toegankelijkheid), het Klooienbergpark (voorzieningen en routes), het Oude Rijkswegpark (toegankelijkheid en verbinding met Park Hogenkamp) en de Nooterhof (inrichting en beheer). Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe parken. Zeker om ook de stadsbuurten die weinig groen hebben passend uitloopgebied te bieden. Zo kunnen er nieuw parken komen in de Spoorzone, Kamperpoort en Assendorp (Deventerstraatweg). De aanleg van een singelpark (toevoegen meer groen en verbinden van bestaande parken en plantsoen) heeft grote meerwaarde voor de binnenstad en de omliggende buurten.
Natuur- en Milieueducatie (NME) wijklocaties en buurtweides Stadsboerderijen en natuureducatieparken zijn plekken waar veel verschillende mensen samenkomen en waar de diversiteit aan activiteiten voor veel levendigheid zorgt. Mensen komen hier in contact met dieren en planten, waar ze gratis spelen, recreëren en leren. Vaak zijn deze locaties dan ook ontstaan vanuit de behoefte van bewoners en heeft de gemeente een faciliterende rol. De ene locatie is groot en combineert een aantal functies en heeft mensen in dienst, de andere is kleiner en wordt volledig gerund door vrijwilligers. Alle Zwolse Stadsboerderijen en Park de Nooterhof bieden NME aan op de verschillende milieu- en duurzaamheidsonderwerpen. Bezoekers worden nieuwsgierig gemaakt over wat de natuur en omgeving de mens te bieden heeft en vice versa. De eerder vastgestelde NME Koers (2021) zet in op de relaties tussen de stadsboerderijen, Park de Nooterhof andere NME-partners en scholen. Hierdoor worden scholen verleid om meer met de kinderen de buurt in te gaan en buitenles te geven. Ook na schooltijd weten kinderen de locaties sneller te vinden.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
37
m(be)leefbaar
Om onderlinge samenwerking te versterken en de beheercomponenten goed af te stemmen wordt samen met de exploitanten gewerkt aan een beheerplan voor de wijk- of stadsboerderijen, waarna een plan voor de buurtweides in samenspraak met de vrijwillige beheerders zal worden opgesteld. Dit in nauwe samenhang met het dierenwelzijnsbeleid. De Nooterhof werkt in een separaat traject aan de toekomstvisie voor Park de Nooterhof. Stadslandbouw De waarde van stadslandbouw voor de stad en inwoner is veelzijdig. Het grootste voordeel van landbouw in en om de stad is dat voedselproductie en de behoeften van inwoners aan groen, rust en sociale cohesie worden gecombineerd. Daarnaast maakt stadslandbouw de fysieke en psychologische afstand tussen consument en voedselproductie kleiner en de relatie tussen mens en voedsel hechter. Stadslandbouw kent grote diversiteit, zowel qua aanplant als qua schaal en professionaliteit. Het varieert van balkon- of geveltuin in de binnenstad, en volks- en nutstuinen tot professionele voedselproductie aan de rand van de stad. De gemeente Zwolle werkt samen met de stad aan een duurzame en gezonde stad. Er zijn diverse soorten tuinen; waaronder de grote volkstuinencomplexen, kleinere nutstuinen, jeugdtuinen en een scala aan buurt-, pluk- en schooltuinen. We zijn in staat om initiatieven te verbinden, ruimte te bieden en soms een steuntje in de rug te geven.
Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt gekeken naar de behoefte en mogelijkheden voor de aanplant van eetbaar groen of inrichting van adoptiegroen door buurtbewoners. Om beter aan te sluiten bij de behoeftes van de inwoners – nu en in de toekomst – en meer inzicht te bieden in alle eetbaar groen mogelijkheden in de gemeente wordt een actieplan voor eetbaar groen opgesteld.
5.3 Gezond en actief aan en in het water Het water en de oevers zijn een aantrekkelijke plek en mensen zoeken het water dan ook graag op om te ontspannen. Waterrecreatie kan variëren van passieve activiteiten als genieten van het uitzicht, tot actieve activiteiten als zwemmen, kanoën en langs het water wandelen. Het is een dynamische domein met steeds nieuwe activiteiten, bijvoorbeeld Suppen en zwemmen in (ijskoud) natuurwater. Daarnaast zien we een sterke verschuiving van particulier eigendom naar verhuur en deelconcepten van recreatievaartuigen en objecten. Een duurzame trend waar we graag op inspelen.
38
Het water in de gemeente vormt een uitgebreid en aantrekkelijk netwerk van natuurlijke en man-made structuren. We vinden het belangrijk dat mensen kunnen genieten van het water en al het mooie dat het te bieden heeft. Om het bestaande groen-blauwe netwerk te versterken en in de toekomst een goede spreiding van watergebruikers te garanderen willen we het netwerk uitbreiden en diverse voorzieningen een kwalitatieve impuls geven. Hierbij houden we oog voor de natuurwaarden die de verschillende wateren hebben. Door hier duidelijkheid in te geven, behouden we de natuurwaarden en maken we het mogelijk dat men toch ook kan genieten van het water. Zwemmen In Zwolle zijn drie aangewezen zwemlocaties; de Wijthmenerplas, de Agnietenplas en de Milligerplas. De Wijde Aa is een recreatieplas die niet is aangewezen als zwemlocatie, maar waar bijvoorbeeld wel veel wordt gevist en gewandeld. Op warme dagen worden deze recreatieplassen druk bezocht en hebben ze een belangrijke recreatieve functie in het gebied. Met het veranderende klimaat worden deze zwemwateren alleen maar belangrijker. We zorgen er daarom met andere stakeholders voor dat veilig en onbezorgd kan worden gerecreëerd en dat de locaties duurzaam worden beheerd. We zien dit uitdrukkelijk als een gezamenlijke opgave die wordt gedeeld met provincie, het waterschap en locatiebeheerders.
m(be)leefbaar
Vissen De sportvisserij is populair in Zwolle en is de laatste jaren exponentieel gegroeid. We zorgen dat de visplekken en steigers goed toegankelijk zijn en blijven. Hierbij zoeken we naar een goede balans in soort plekken, zodat ook minder validen voldoende toegang hebben tot een gevarieerd aanbod van visplekken. IJsrecreatie Schaatsen op natuurijs kent in Nederland een lange traditie. Het zit in ons DNA en maakt al enkele jaren onderdeel uit van het nationaal immaterieel cultureel erfgoed. Wanneer de vorst inzet trekken schaatsliefhebbers erop uit om een tochtje te maken over een van de vele dichtgevroren sloten, vijvers en vaarten, of bij een van de Zwolse ijsclubs.
We willen het schaatsen faciliteren en monitoren bij een periode van vorst op verschillende locaties in de stad de ijsdikte en conditie. In een schaatsprotocol beschrijven we wat dit betekent voor onder meer beheer, onderhoud, en samenwerkingen met derden. Door klimaatverandering is er steeds minder natuurijs. Tegelijkertijd komen er steeds betere technologische innovaties die ijs bij minimale vorst faciliteren. We zoeken naar mogelijkheden om dit bij toekomstige ontwikkelingen zoals een wielerbaan of grotere verharde locaties in te zetten.
Ook onderzoeken we welke verdere maatregelen kunnen worden genomen om de waterkwaliteit continue aan de eisen gestelde te laten voldoen. We zorgen dat er voldoende zwemwater in de nabijheid is en dat inrichting en beheer worden geoptimaliseerd, zodat er veilig en plezierig kan worden gezwommen. Varen Op de Zwolse wateren wordt veel gevaren. Dat loopt uiteen van pleziervaart op de IJssel, Vecht en het Zwarte water, tot kanoën en suppen op de kleinere wateren in de haarvaten van het watersysteem. Het recreatief varen heeft zich vooral in de laatste decennia sterk ontwikkeld. Bij mooi weer trekt het water en gaan mensen er graag op uit met een gehuurd of eigen bootje een tocht te maken rond de binnenstad en op de vaarten. In de aankomende periode willen we het herstel van de waterverbindingen onderzoeken. Daarnaast wordt momenteel onderzocht wat de mogelijkheden voor een provinciale toeristisch-recreatief vaarnetwerk en routes zijn.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
39
m(be)leefbaar
6. De 10 ambities De groene vingers zijn de drager van de groene structuur van Zwolle. Dit behouden en versterken we naar de toekomst toe. We zorgen dat de groene vingers voor alle inwoners toegankelijk en bereikbaar zijn. Zo geven we invulling aan onze opgave om onze inwoners een gezonde leefomgeving te bieden, waarin ze kunnen sporten, recreëren, en ontmoeten. Bij de ontwikkeling van het groen in de stad en in ons buitengebied kiezen we voor een inrichting en soorten die bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit. Daarbij levert meer groen een bijdrage aan de noodzakelijk opgave om Zwolle beter bestand te krijgen tegen hitte en wateroverlast. Met de input uit de bouwstenen (h4) en de structuur- en kansen/knelpuntenkaarten (h3) hebben we een tiental ambities geformuleerd om onze groenopgave duidelijk weer te geven: Ambitie 1: Bestaande groenstructuren behouden De groenstructuur zoals opgenomen in de omgevingsvisie en op de groene kaart blijft behouden. De hoofdgroenstructuur en de groene vingers bestaan op dit moment niet alleen uit groen. Dat betekent dat er veranderingen en verbeteringen binnen de groenstructuur mogelijk zijn.
40
Ambitie 2: Het groenareaal groeit mee met de groei van de stad Zwolle groeit. Er ligt een opgave om 10.000 woningen te bouwen in de periode tot 2030. Met de bouw van woningen en wegen ‘bouwen’ we ook verder aan de hoofd- en nevengroenstructuur. In 2040 is de hoeveelheid groen per woning in de bebouw de kom even groot als in 2023. Bij nieuw toe te voegen woningen wordt gezocht naar 75m2 nieuw groen, per nieuwe woning. Voor inbreidingen geldt de groenladder: Realisatie van 75m2 nieuw groen per nieuwe woning: 1. Kijk (samen met ontwikkelaars en andere disciplines) naar de groene invulling nabij de woningen en in het straatbeeld, hierbij invulling gevend aan het 2-22-200 principe. 2. Ontwikkel park of plantsoen op max 200m van de woningen (als dit nog niet aanwezig is) voor koelteplekken en ter stimulans voor ontmoeting en beweging. 3. Creëer een groene route naar de parken en plantsoenen en naar de Groene Vingers van Zwolle (grondgebonden groen, maar ook bomen). 4. Versterk bestaande parken en plantsoenen. 5. Versterk bestaande verbindingen naar de Groene Vingers en de hoofdgroenstructuur. 6. Versterk de hoofdgroenstructuur. 7. Vergroot de hoofdgroenstructuur door nieuwe stadsparken en structuren (obv nadere analyse gewenste locatie).
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
m(be)leefbaar
Ambitie 3: Het groen is voor iedereen dichtbij, toegankelijk en goed bereikbaar (inclusieve samenleving) We streven ernaar om alle inwoners op maximaal 200 meter van hun woning toegang te geven tot een plantsoen. Dit is in en nabij de binnenstad lastig. Tegelijk is de vraag hier groot. Want in een stenige omgeving is er veel vraag naar koelteplekken en waterberging. We zoeken daarom naar mogelijkheden bij grootschalige gebiedsontwikkelingen en naar kleine kansen in de buurt.
Ambitie 5: We wijzen extra uitloopgebieden en dagrecreatiegebieden aan rond de stad De groei van de stad en het aantal inwoners vraagt extra (nieuw) dagrecreatiegebied. Waar dit komt te liggen onderzoeken we. Deze recreatiegebieden kunnen meerdere invulling krijgen: water, bos, natuurbeleving. Ook kijken we of stadslandbouw en voedselbossen hier een plek kunnen krijgen. Nieuwe bos- en boomstructuren kunnen structuur bieden bij ontwikkelingen in de toekomst.
Meer mensen moeten de mogelijkheid krijgen om binnen 500 meter lopen bij een stadpark te komen; een park met een grotere aantrekkingskracht dan alleen de omgeving. Hiervan is er een tekort in Zwolle. Daarnaast liggen dagrecreatiegebieden op maximaal 15 minuten fietsen van elke woning.
Ambitie 4: De bestaande groenstructuren versterken en herstellen we waar deze onvolledig zijn Onze groenstructuur wordt op verschillende plekken onderbroken. Terwijl we het groen in de stad graag verbonden zien met elkaar en met het buitengebied. We zoeken naar meekoppelkansen met andere projecten om de knelpunten in de hoofdgroenstructuur op te lossen. Waar deze niet op korte termijn verwacht worden, zoeken we naar mogelijkheden om deze knelpunten als zelfstandige projecten op te lossen.
Ambitie 6: We verbeteren de groen-blauwe structuur We verbeteren de groen-blauwe structuur door in het buitengebied randen langs wegen en water natuurlijker in te richten en te beheren. Hiervoor sluiten we aan bij het instrument van de basiskwaliteit natuur, om invulling te geven aan 10% groenblauwe dooradering. Prioriteit ligt bij de gebieden waar de gemeente zelf grondbezit heeft. Voor overige gebieden kunnen particuliere initiatieven een rol spelen (bijvoorbeeld ingezaaide akkerranden). We zoeken naar nadere invulling van ‘water en bodem sturend’ en het benutten van de sponswerking van het systeem. We passen soorten toe die van nature in het gebied thuishoren of een bijdrage leveren aan de biodiversiteitsvergroting.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
41
m(be)leefbaar
Ambitie 7: We stimuleren het wandelen en fietsen en spelen We leggen nieuwe paden aan en zorgen voor verbetering van routes en aansluiting van routes op elkaar. Hierbij sluiten we ook aan bij regionale netwerken en lange afstand routes. De dagrecreatiegebieden zijn vanuit Zwolle stad bereikbaar binnen 15 minuten fietsen, via veilige en comfortabele routes. We stimuleren het spelen in het groen (want jong geleerd is oud gedaan)
Ambitie 9: We investeren in een gezond en toekomstbestendig bomenbestand Bomen zijn een belangrijk onderdeel van het groen. Ze zijn beeldbepalend en kunnen meer dan een mensenleven oud worden. Een gezond bomenbestand draagt bij aan de klimaatmaatregelen. Maar bomen hebben het moeilijk in de stedelijk omgeving. We geven bomen een volwaardige plaats door: • Goede groeiplaatsen: Bomen hebben een optimale groeiplaats, zowel onder als boven de grond. Elke straat heeft zijn eigen ‘toekomstbomen’ die omstandigheden heeft om maximaal te groeien. • Duurzame boomstructuren langs wegen in de groenstructuren: Het behouden en uitbouwen van de bomenstructuur. • De juiste boom op de juiste plek: Bij de boomsoortenkeuze wordt gekeken naar de groeiplaats, omgeving en functievervulling; we streven daarbij naar diversiteit, inheems en klimaatbestendig. • Groei boomkroonbedekking: We streven naar een groei in boomkroonbedekking naar 22% per buurt in woongebieden en 10% boomkroonbedekking op bedrijventerreinen.
m(be)leefbaar
Ambitie 10: We monitoren onze groen- en natuurarealen en het recreatieve medegebruik Het is belangrijk om te zien of onze keuzes op de juiste manier bijdragen aan onze beleidsuitgangspunten. Waar nodig moeten we bij kunnen sturen. Hiervoor komen systemen voor monitoring: • Monitor natuurwaarden: Er komt een natuurmonitoringsysteem om te kunnen zien of de biodiversiteitsdoelstellingen danwel kritische prestatie indicatoren zijn gehaald (tenminste basiskwaliteit natuur). • Monitor Groen en recreatie: Voor het toetsen van groenen recreatiebeleid worden gestructureerd groen/ recreatie-data bijgehouden en geanalyseerd.
Ambitie 8: We vergroten de aanwezige biodiversiteit We passen het puntensysteem Natuurinclusief bouwen en ontwerpen toe. De natuurwaardenkaart en de Zwolse ecologische structuur zijn leidend bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. Ter bevordering van de biodiversiteit bij maatregelen hanteren we de vijf V’s (in vegetatie): • Voedsel: Het groen dat wordt toegepast is een voedselbron voor andere flora en fauna. • Voortplanting: Het groen dat wordt toegepast is een kraamkamer voor andere flora en fauna. • Veiligheid: Het groen dat wordt toegepast biedt schuilgelegenheden voor andere flora en fauna. • Verplaatsen: Het groen dat wordt toegepast stimuleert het verplaatsen van flora en fauna. • Variatie: Het groen dat wordt toegepast brengt diversiteit aan op kleine en grote schaal.
42
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
43
m(be)leefbaar
7. Uitvoeringsprogramma
8. Participatie en proces
Bij dit groenbeleidsplan hoort een uitvoeringsprogramma. Aan de hand van de 10 ambities maken we inzichtelijk welke projecten en onderzoeken we gaan uitvoeren om invulling te geven aan ons beleid.
Door het uitvoeringsprogramma jaarlijks te actualiseren en voor 2 jaar te detailleren, kunnen we ook beter sturen op meekoppelkansen en co-financiering vanuit bijvoorbeeld het rijk.
Waar mogelijk zoeken we koppelkansen met lopende projecten en programma’s. Daarnaast zijn er locaties en onderzoeken die we niet kunnen combineren met andere projecten, maar waar we wel veel belang aan hechten dat onze groene ambitie hier gerealiseerd wordt. Deze programmeren we zelfstandig vanuit een groenbudget wat volgt uit de natuurinvesteringsagenda (NIA).
Kortom, het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in hoe we invulling geven aan de 10 ambities: • Wat willen we? • Wat gaan we doen? • Wanneer gaan we dit doen (korte termijn 1e en 2e jaar / middellange termijn jaar 3-6)? • Wat gaat het kosten? • Welke meekoppelkansen zien we?
Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd. Hierin wordt steeds voor de aankomende 2 jaren in detail geprogrammeerd. Voor de 2 tot 4 volgende jaren wordt op hoofdlijnen gekeken naar welke projecten en investeringen er gepland staan. Hiervoor gebruiken we de structuurkaarten en knelpunten/kansenkaarten zoals in hoofdstuk 3 weergegeven. Deze worden met regelmaat geactualiseerd. Deze kaarten leggen we naast de geplande meerjaren opgavenprogramma’s (MJOP). Ook kunnen we zo jaarlijks kijken naar andere meekoppelkansen van projecten en programma’s die lopen. Zowel vanuit de gemeente als aansluitend bij onze gebiedspartners.
44
m(be)leefbaar
Met de ambities en de structuur- en opgavekaarten kunnen we het uitvoeringsprogramma formuleren. De natuurinvesteringsagenda (NIA) maakt hier integraal onderdeel van uit.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
Dit groenbeleid is tot stand gekomen in samenspraak en afstemming met de verschillende afdelingen binnen de gemeente. Een ambtelijk kernteam was verantwoordelijk voor het opstellen van dit plan en het proces daartoe te komen. Een ambtelijke klankbordgroep is op gezette momenten betrokken om de relaties met de verschillende afdelingen en werkvelden juist te leggen. Daarnaast zijn de deelnemers uit de klankbordgroep individueel geraadpleegd waar nodig. Een inspiratiegroep van verschillende stakeholders (waaronder Stichting Zwolle Groenstad en Natuurplatform Zwolle) is betrokken bij de ontwikkeling van de conceptproducten. Ook zijn Stichting Zwolle Groenstad en Natuurplatform Zwolle betrokken bij de deelproducten bomenbeleid en natuurwaardenkaart.
Gedurende het proces hebben er meerdere momenten plaatsgevonden waarop belangstellenden kennis konden nemen van de inhoud en vragen konden stellen over de inhoud. In het bijbehorende participatieverslag is meer in detail beschreven hoe het proces heeft plaatsgevonden. Dit beleidsplan wordt onder andere ten uitvoer gebracht door over de komende jaren heen meerdere uitvoeringsprogramma’s op te stellen. In het eerste uitvoeringsprogramma voor 2025 en 2026 (zie ook hoofdstuk 6) staan verschillende onderzoeken, projecten en processen geprogrammeerd. Afhankelijk van het onderdeel wordt hierin geparticipeerd middels het gemeentelijke participatieprogramma HANZA.
Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen - mei 2024
45
Colofon Uitgave: Gemeente Zwolle Vormgeving: Team Vormgeving gemeente Zwolle Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl