1. Bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Tekst van het document
Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitsklassenkaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de locatie niet verdacht wordt van bodemverontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. Normaliter worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Dit houdt in dat een locatie geschikt wordt gemaakt voor de functie. De terugsaneerwaarde is afhankelijk van de functie van de locatie en gericht op het voorkomen van eventuele risico's. Bij een functiegerichte sanering wordt daarom vaak een leeflaag aangebracht, die contact met de verontreinigde grond moet voorkomen. Duurzaamheid Klimaatadaptatie De deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie geeft aan dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het college heeft klimaatadaptatie en energietransitie (zie volgend onderdeel) benoemd als speerpunten voor de toekomstige stad Zwolle waarin het prettig wonen, werken en recreëren is.
En Zwolle wil koploper zijn in het praktisch maken van de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie en ziet klimaatadaptatie als kans om te innoveren en als verdienmodel. De gemeente wil hieraan invulling geven door samen netwerkend met partners in de stad denkend vanuit de generieke opgaven (klimaatadaptatie) naar mogelijkheden te zoeken bij ruimtelijke ontwikkelingen om meerwaarde, robuustheid (of veerkracht) en een aantrekkelijk stadsklimaat te creëren. Het is van belang om in de verkenning te bezien in hoeverre met deze locatieontwikkeling op inhoud, proces en financiën kan worden bijgedragen aan water robuuste en klimaatbestendige stedenbouw. Klimaatadaptatie (aanpassing) gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaat-verandering (zowel fysiek als mentaal = acceptatie) en het profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Belangrijk is om schade door (weers-) extremen te voorkomen en de woon-werkomgeving zodanig in te richten dat mensen zo min mogelijk last hebben van extreme weersomstandigheden. Kenmerken van een veranderd klimaat zijn bijvoorbeeld extreme regenbuien en langdurige hitte. Door bij het ontwerp hier rekening mee te houden kunnen gebouwen en (openbare/niet openbare) buitenruimten robuust en comfortabel worden ingericht.
In de praktijk betekent dit net iets verder kijken dan het huidige Bouwbesluit, zoals met: beperkte zon inval in de zomer, groene gevels en/of daken, bomen/schaduw. Dit levert ook meer wooncomfort op, zoals slapen in minder warmere ruimten; een groene inrichting met wadi's, waterdoorlatende verharding en een (grotere) regenafvoer met een noodoverlaat (zodat er bij een hoosbui geen regenwater het gebouw instroomt).
25/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Bijzondere aandacht verdienen de nutsvoorzieningen voor elektra, drinkwater en internet. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen kunnen blijven functioneren bij extremen inclusief overstromingen uit het regionaal systeem. Voor hittestress is het uitgangspunt dat plan geen toename van hittestress tot gevolg mag hebben. Door klimaatadaptatie in de uitgangspunten mee te nemen zijn er in principe weinig tot geen meerkosten. Bij aanpassing van bestaande plannen is de ervaring dat met een beperkte extra (plus) investering projecten klimaatbestendig kunnen worden gemaakt. Indien dit aan de orde is ziet de gemeente Zwolle het als een gezamenlijke zoektocht om de financiering van de plus mogelijk te maken en het nieuwbouwproject zo klimaatbestendig mogelijk uit te werken en realiseren. Ook kan een klimaat adaptieve project de bewustwording hieromtrent vergroten. Wat zou het interessant zijn, als de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen nu al weten hoe veilig en comfortabel hun woning in 2030 zijn in een warmer klimaat en hoosbuien kunnen trotseren? Een innovatief klimaatbestendig wijk kan ook een (extra) vestigingsargument zijn.
Duurzaamheids- en Energietransitie De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes. De gemeenteraad heeft op 17 juli 2017 haar ambities ten aanzien van de energietransitie vastgelegd. Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn en heeft tussendoelstellingen geformuleerd. Dat betekent voor de tussenliggende periode dat de hoeveelheid CO2-uitstoot in 2025 ten opzichte van 1990 gereduceerd wordt met 25 % en wordt 25 % van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt. Tevens is Zwolle voornemens deze energietransitie in te zetten als katalysator voor economische en sociale meerwaarde. Om deze doelstelling te bereiken zal gestreefd moeten worden naar energie neutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardgas voor ruimteverwarming.
Visie op de ondergrond Zwolle wil de evenwichtige groei en duurzame ontwikkeling van de stad voortzetten en goed regelen. Als eerste gemeente in Nederland voegt Zwolle een extra dimensie toe bij het nadenken over een optimale inrichting en gebruik van haar ruimte: de ondergrondse dimensie. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2007 de visie op de ondergrond vastgesteld en besloten de basisprincipes uit deze visie toe te passen in projecten. Belangrijke uitgangspunten zijn het structureel en georganiseerd toepassen van warmtekoude-opslag (WKO), het koppelen van WKO's met grondwatersanering en het werken met ondergrondse bestemmingen en functies. Aanpak volgens de visie versterkt een duurzame ontwikkeling, zorgt voor energiebesparing en CO2 reductie, leidt door de koppeling van functies tot kostenvoordeel en kan hierdoor de stedelijke ontwikkeling een flinke impuls geven. Voor het Centrumgebied heeft de gemeente een (grondwater) gebiedsbeheerplan opgesteld. De planlocatie ligt ten zuidoosten van deze gebiedsbegrenzing en valt niet binnen het Centrumgebied. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.
26/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Stedenbouw
3.1.1
Huidige situatie
Het bouwplan is gelegen in Zwolle zuid aan de noordzijde van de Nieuwe Deventerweg. Deze weg, de oude route naar Deventer, is langgerekt en wordt begeleid door veelal vrijstaande woningen met voortuinen. Een mooi historisch lint. De weg kenmerkt zich door een breed profiel en is royaal voorzien van bomenrijen en grasbermen. Het is in de stedenbouwkundige opzet van Zwolle zuid een karakteristiek element vanwege zijn langgerektheid binnen een grote verzameling van moderne woonbuurten. De historie is nog goed voelbaar en deze bepaalt mede de hoge waardering van deze weg. De oorspronkelijke betekenis als doorgaande weg voor het autoverkeer is met de aanleg van de IJsselallee komen te vervallen. Het wordt nu intensief gebruikt voor fietsers en een paar buslijnen. Enkele winkels, voorzieningen en restaurants geven de straat kleur en levendigheid; waaronder restaurant PUIK en de huisartsenpraktijk Berkenhove; de directe context van dit bouwplan. De woningen staan veelal in een rooilijn met een voortuin en tellen veelal 2 lagen met een kap. Een prettige straat om rustig te wonen en te verblijven. Al met al veel om te koesteren en te beschermen. En om nieuwe ontwikkelingen goed te laten aansluiten op de bestaande kwaliteiten.
27/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Foto's van het plangebied en de naastgelegen percelen zowel bezien vanaf de Nieuwe Deventerweg als ook de Gruitmeesterslaan 3.1.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Ter plaatse van het bouwplan wordt de rooilijn minder duidelijk. Restaurant PUIK staat verder van de straat af en heeft een zeer royale voorruimte met een ontsluitingsroute in een lus om de voorruimte. Dit pand is een Rijksmonument. Ook de gebouwen ter weerszijden hiervan volgt de overheersende rooilijn niet maar staan niet zover van de straat als PUIK. De locatie bestaat uit in wezen uit drie naast elkaar gelegen panden waarbij de huisartsenpraktijk verbonden is met het middelste pand. Op het achtererf bevindt zich een verzameling loodsen en schuren. Voor het bestemmingsplan is gekozen de rooilijn van het pand rechts naast restaurant PUIK over te nemen voor de nieuwbouw. Zo ontstaat ter weerszijden van het Rijksmonument een evenwichtig beeld en wordt de kenmerkende voorruimte helder gedefinieerd. De nieuwbouw is opgezet als een half open hof waarbij de open zijde van het hof aansluit op de voortuin van restaurant PUIK. De groene ruimtes lopen in elkaar over en versterken elkaar. De ontsluiting naar de parkeerplaatsen aan de straat en achter op het erf ligt op de erfgrens met PUIK en harmonieert zo met de ontsluiting van PUIK. Omdat de nieuwbouw verbonden is het de huisartsenpraktijk is een alternatief ook niet mogelijk. De hoogte van de bebouwing is 3 lagen met een flauwe kap. Deze hoogte sluit goed aan op het straatbeeld van de Nieuwe Deventerweg.
De situatie ten aanzien van de bezonning van omliggende woningen kan blijkens de gemaakte bezonningsstudie (als Bijlage 1 bij de toelichting is gevoegd) voldoen aan de lichte TNO-norm. Het bouwdeel langs de Nieuwe Deventerweg richt zich op de weg en dus op de openbare ruimte. Daar zitten de entrees van de woningen op de begane grond. Dit sluit goed aan op het karakter van dit historische lint. Hagen, planvakken en beplanting dragen bij aan de groene uitstraling. Door het bouwblok op te delen in vier afleesbare, verticaal gelede eenheden sluit het goed aan op de maat en schaal van de belendende bebouwing. In onderstaande afbeelding is een situatieschets opgenomen. Aan de voorzijde en in het hofje wordt voornamelijk voorzien in de groene uitstraling. Dit deel krijgt de tuinbestemming en blijft daarmee dus onbebouwd. Bovendien is in de regels vastgelegd dat aan voorzijde een parkeerterrein voor maximaal 4 voertuigen is toegestaan. Op deze wijze is het niet noodzakelijk om in de regels een voorwaardelijke verplichting op te nemen om de groene uitstraling van het perceel te garanderen.
28/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
.
29/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Afbeelding: situatieschets In onderstaande afbeeldingen zijn impressies opgenomen van de nieuwe bebouwing.
30/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
3.2
Archeologie
3.2.1
Huidige situatie
In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. Voor de waarderingskaart is gebruik gemaakt van informatie uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE), informatie van amateur-archeologen, gegevens van de archeologische sectie van de gemeente Zwolle, het kadastrale minuutplan uit 1832, de geomorfologische kaart en waarnemingen in het veld. Dit heeft geresulteerd in een analoge en digitale waarderingskaart. In 2002 is vastgelegd dat de kaart dynamisch is. Dit betekent dat de waarde van de gebieden kan veranderen. In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Bij de vernieuwing van alle bestemmingsplannen wordt per bestemmingsplangebied de archeologische waarderingskaart opgewaardeerd. De jongste inzichten worden er in verwerkt. De projectlocatie heeft een archeologische verwachtingswaarde van 50%. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de archeologische waarderingskaart.
Uitsnede archeologische waardenk aart met globale locatie plangebied aangegeven met zwarte stip Een 50% gebied heeft vooral betrekking op 'esgronden' en 'dekzandruggen'. Niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook op provinciaal en landelijk niveau is gebleken dat deze plekken een kans van 1 op 2 hebben op de aanwezigheid van prehistorische of vroeg middeleeuwse sporen. De trefkans is dus zeer hoog. Hier moet de 'verstoorder' toestaan dat er eerst een proefonderzoek plaats vindt op basis waarvan geoordeeld wordt of er een volledig archeologisch onderzoek verricht moet worden. De 'verstoorder' wordt aangeslagen voor alle hiermee gepaard gaande kosten. Een en ander geschiedt volgens de wettelijk voorgeschreven regels conform het Kwaliteitshandboek voor de Nederlandse Archeologie. Momenteel is het plangebied bestemd als wonen, en voor een groot gedeelte bebouwd. Desondanks is het niet uit te sluiten dat door de beoogde ontwikkelingen verstoringen ontstaan. Daarom zal, voordat gestart wordt met bouwactiviteiten in het plangebied een verkennend archeologisch onderzoek moeten worden
31/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
uitgevoerd. Aangezien er sprake is van een gecoördineerde regeling samen met de omgevingsvergunning wordt aan deze omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat pas gestart mag worden met de bouw voordat het plangebied archeologisch vrij is gegeven. 3.2.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Het gehele plangebied heeft een archeologische waardering van 50% en heeft in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de kans op archeologische vondsten.
3.3
Cultuurhistorie
Cultuurhistorie is de afgelopen jaren beleidsmatig steeds meer in de belangstelling komen te staan. Overheden zien in toenemende mate de waarde in van cultuurhistorische objecten en structuren. In het Besluit ruimtelijke ordening is expliciet opgenomen, dat in ruimtelijke besluiten aandacht moet worden besteed aan cultuurhistorie. 3.3.1
Huidige situatie
Voor het gebied zijn inventarisaties van cultuurhistorische waarden uitgevoerd, hetgeen heeft geresulteerd in Cultuurhistorische quickscan Onderzoeksgebied Zwolle-Zuid/Oldeneel Gemeente Zwolle (oktober 2013). Die cultuurhistorische quickscan dient als input voor dit bestemmingsplan. Voor rijks- en gemeentelijke monumenten geldt dat deze hooggewaardeerd zijn (zo ook de Nieuwe Deventerweg 103), maar geen (aanvullende) bescherming genieten in een (Zwols) bestemmingsplan. Voor deze systematiek is gekozen omdat de Monumentenwet 1998 en de gemeentelijke monumentenverordening een eigen beschermingsregime kennen via een vergunningensysteem. Voor de Nieuwe Deventerweg 99 en 101 geldt dat deze een attentiewaarde hebben. Dit zijn objecten en/of ensembles die voor de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied van (enig) historisch belang zijn, maar niet direct beschermenswaardig zijn. De objecten voegen zich in schaal, hoofdvormen en typologie min of meer binnen de historisch gegroeide situatie en dragen dus in beperkte mate bij aan de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Behoud is mogelijk, maar niet noodzakelijk. Deze panden krijgen daarom geen waarde cultuurhistorie. De Nieuwe Deventerweg zelf kent al een lange geschiedenis en is een karakteristiek element in de omgeving.
De nadruk bij de herontwikkeling van het plangebied ligt op stedelijke vernieuwing waarbij het gaat om het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, door de investering in de stedenbouwkundige situatie, beeldkwaliteit en de groenstructuur van het plangebied. 3.3.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Er wordt recht gedaan aan de cultuurhistorisch waardevolle ontwerpgedachte van deze locatie in de wijk Zwolle zuid. In paragraaf 3.1 Stedenbouw is beschreven hoe met het plan wordt aangesloten bij de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet van deze markante locatie in de wijk Zwolle zuid. Het aspect cultuurhistorie vormt voor de herontwikkeling geen belemmering.
32/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
3.4
Verkeer
3.4.1
Huidige situatie
Verkeersstructuur De Nieuwe Deventerweg is gecategoriseerd als erftoegangsweg. De weg is tussen de Ittersumallee en de Oldeneelallee conform minimale inrichtingskenmerken (volgens het Duurzaam Veilig principe van het CROW) ingericht als een gebiedsontsluitingsweg. Deze weg kenmerkt zich door de voorrang op zijstraten, de scheiding van gemotoriseerd verkeer en fietsers en de parallelwegen (primair bedoeld voor parkeren) aan beide zijden van de weg. De weg is onderdeel van een fietsroute en een busroute. De ontwerpsnelheid van de weg bedraagt 50 km/uur. De fysieke snelheidsremmers zijn berijdbaar met een snelheid van 50 km/uur. Om de verkeersveiligheid te vergroten heeft de wegbeheerder tussen de bushalte bij de Troelstralaan en de Ittersumallee een snelheidslimiet ingesteld van 30 km/uur.
Afbeelding: Wegbeeld Nieuwe Deventerweg ter hoogte van plangebied (bron: Google Streetview) Parkeren Parkeren in de directe omgeving van deze locatie vindt hoofdzakelijk plaats op eigen en in de openbare ruimte op de parallelwegen.
33/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
3.4.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een verkeersstudie uitgevoerd door BonoTraffics B.V. Dit onderzoek is in Bijlage 2 van de toelichting opgenomen. De belangrijkste uitkomsten zijn hieronder opgenomen. Onderbouwing parkeervraagstuk Uitgangspunten De Regeling Parkeernormen 2016 is het toetsingskader voor parkeren. Het beleid is zo dat de parkeeropgave van een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkerncijfers CROW. De hoogte van de parkeernorm voor (gestapelde) woningen is afhankelijk van het prijssegment en of het koop of huur betreft. Daarnaast speelt de locatie een rol. De parkeerplaatsen moeten afzonderlijk kunnen worden gebruikt en bereikbaar zijn op een verkeersveilige wijze. De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit de 'Regeling Parkeernormen 2016' van de gemeente Zwolle ten aanzien van maatvoering en bruikbaarheid: de afmeting en inrichting van een parkeerplaats moeten minimaal voldoen aan de meest recente ASVV, de aanbevelingen voor parkeervoorzieningen binnen de bebouwde kom.
De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: De kencijfers van het CROW gelden als uitgangspunt; Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk gebied, ligging rest bebouwde kom; De te hanteren parkeernormen: 1. Dure koopappartementen: 1,9 parkeerplaats per woning (1,6 voor bewoners + 0,3 voor bezoekers) 2. Middeldure koopappartementen: 1,7 parkeerplaats per woning (1,4 voor bewoners + 0,3 voor bezoekers) Parkeeropgave Op basis van deze uitgangspunten is de parkeerbehoefte berekend, zoals hier onder opgenomen. Voor het woonprogramma wordt uitgegaan van 13 middeldure koopappartementen en 10 dure koopappartementen.
Aanwezigheidspercentages Tijdstip Functie
Werkdagavond Koopavond
Zaterdagmiddag
Werkdagmiddag
Werkdagnacht
Bewoners
90%
80%
60%
50%
100%
Bezoekers
80%
70%
60%
20%
0%
Aanwezigheidspercentages (fracties) per functie, per tijdstip in de week
Parkeernorm/EH
Aantal
Totaal
Eenheid
Bewoners
1,40
13
18,20
per woning
Bewoners
1,60
10
16,00
per woning
Bezoekers
0,30
23
6,90
per woning
Gehanteerde parkeernormen per functie/categorie per eenheid
34/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Parkerbehoefte kenmerkende tijdstippen Tijdstip Functie
Werkdagavond Koopavond
Zaterdagmiddag
Werkdagmiddag
Werkdagnacht
Bewoners
30,78
27,36
20,32
17,10
34,20
Bezoekers
5,52
4,83
4,14
1,38
0,00
TOTAAL
36,30
32,19
24,66
18,48
34,20
Parkeerbehoefte per functie, per tijdstip in de week In de verschillende tabellen wordt de opbouw van de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt. De uitgangspunten zijn hierbij als vertrekpunt gehanteerd. Het maatgevende tijdstip blijkt een werkdag in de avondperiode. Hiervoor geldt een parkeeropgave van 36 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd. en dat hiermee de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein kan worden opgevangen. Hiermee kan op een werkdagavond en een werkdagnacht de parkeerbehoefte niet volledig op eigen terrein worden opgevangen. Conform de Regeling Parkeernormen kan, indien en voor zover het voldoen aan de parkeeropgave op eigen terrein op overwegende bezwaren vanuit stedenbouwkundige redenen stuit, de omgevingsvergunning verlenen, indien; de parkeerdruk in de openbare ruimte binnen het invloedgebied door het plan onder de 80% is en blijft en / of; de parkeerdruk in de openbare ruimte binnen het invloedgebied door het plan boven de 80% is of komt alleen onder de voorwaarde dat het aannemelijk en gewaarborgd is dat op een andere wijze in de parkeeropgave is voorzien binnen het invloedgebied en/of; door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte noodzakelijk is.
Parkeeronderzoek Om te bepalen of aan de bepalingen uit de Regeling Parkeernormen wordt voldaan zijn parkeertellingen uitgevoerd in het invloedsgebied op werkdagavonden en een werkdagnacht.Conform de Regeling Parkeernormen betreft het invloedsgebied het gebied op maximaal 50 meter loopafstand van de ontwikkellocatie. Om de parkeerdruk in het invloedsgebied te bepalen is de huidige parkeercapaciteit in de openbare ruimte in kaart gebracht. De totale parkeercapaciteit binnen het invloedsgebied van de ontwikkellocatie bedraagt 24 voertuigen. Gedurende de parkeertellingen zijn alle geparkeerde voertuigen in de openbare ruimte (dus niet op privéterrein) binnen het invloedsgebied geteld. De parkeerdruk (bezettingsgraad) wordt bepaald door de parkeerbezetting (aantal geparkeerde voertuigen) te delen door de parkeercapaciteit (aantal beschikbare parkeerruimte). Op werkdagavonden bedraagt de parkeerbehoefte 36 parkeerplaatsen. Tijdens een werkdagnacht bedraagt de parkeerbehoefte 34 parkeerplaatsen. Er van uitgaande dat op eigen terrein 28 voertuigen parkeren, betekent het dat de parkeerbezetting in het invloedsgebied op werkdagavonden met 8 geparkeerde voertuigen toeneemt en tijdens een werkdagnacht met 6 geparkeerde voertuigen.
De parkeerdruk in het invloedsgebied van de voorgenomen ontwikkeling blijft op alle gebruikelijke momenten ruim onder de 80%, waarmee aan de omschreven voorwaarde in de Regeling Parkeernormen van de gemeente Zwolle wordt voldaan. Aan de voorwaarde van de Regeling Parkeernormen dat de parkeerdruk onder de 80% blijft kan dus ruimschoots worden voldaan. In onderhavig geval stuit het volledig oplossen van de parkeerbehoefte op eigen terrein op stedenbouwkundige bezwaren om de volgende redenen.
35/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
In de vorige planvorming werd de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein opgelost. Dit leidde tot een ongewenst beeld; er was sprake van te veel parkeerruimte en te weinig groen, zeker aan de voorzijde van het perceel. Dit is opgelost door van de 10 parkeerplaatsen aan de voorzijde terug te gaan naar 4 parkeerplaatsen. Dit heeft als gevolg dat gebruik moet worden gemaakt van de openbare ruimte. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat ruimschoots aan de bepaling kan worden voldaan. Parkeren op maaiveld is voor een wijk als deze uitgangspunt. Een ondergrondse parkeerkelder zou technisch wel tot de mogelijkheden behoren maar een dergelijke oplossing wordt doorgaans echter alleen in het centrum van Zwolle en in de schil rondom het centrum teruggezien. Een ondergrondse parkeeroplossing past hierdoor niet in het stedenbouwkundige beeld. Hier staan auto's op straat of op de eigen oprit geparkeerd. Een parkeerkleder is om die reden niet passend op deze locatie. Daarnaast is dit een zeer kostbare maatregel, in verhouding veel te duur, die de haalbaarheid van dit plan op het spel zet. Bovenal geldt dat uit het parkeeronderzoek blijkt dat de benodigde parkeerbehoefte in de openbare ruimte kan worden opgevangen. Verkeersstructuur en verkeersgeneratie Aan de verkeersstructuur veranderd weinig. De huidige ontsluiting van de twee woningen wordt in de nieuwe situatie ook gebruikt.
In de nieuwe situatie is vanzelfsprekend wel sprake van meer verkeersbewegingen. de gevolgen hiervan worden hieronder beschreven. Aan de hand van kencijfers uit CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren” is bepaald wat de verkeersgeneratie per weekdagetmaal voor de verschillende ontwikkelingen is. Met verkeersgeneratie wordt het totaal van aankomende en vertrekkende ritten van een bepaalde voorziening bedoeld. Een auto die vanaf een woning naar een winkel en weer terugrijdt, maakt dus twee ritten. Daarnaast is rekening gehouden met de verkeersgeneratie in de buurt, te weten het project "Zuiver Zuid"met 56 woningen (ter hoogte van Nieuwe Deventerweg 24) en het project "Gerens Marke" met 14 woningen (ter hoogte van Nieuwe Deventerweg 89). Het plan "Zuiver Zuid" genereert op een gemiddelde werkdag 420 tot 470 ritten. Er vanuit gaande dat het verkeer zich gelijk verdeeld richting de Ittersumallee (50 %) en Oldeneelallee (50 %), bedraagt de verkeerstoename op het wegvak ten noorden en ten zuiden van de ontwikkellocatie op een gemiddelde werkdag 210 (min.) tot 235 (max.) motorvoertuigen. Het plan "Gerens Marke" genereert op een gemiddelde werkdag 117 tot 129 ritten.
Er vanuit gaande dat het verkeer zich gelijk verdeeld richting de Ittersumallee (50 %) en Oldeneelallee (50 %), bedraagt de verkeerstoename op het wegvak ten noorden en ten zuiden van de ontwikkellocatie op een gemiddelde werkdag 59 (min.) tot 65 (max.) motorvoertuigen. Voor onderhavig plan worden 23 appartementen gerealiseerd. Voorziening
Aantal Eenheid
Appartementen
13
koop, appartement midden 5,2
67,6
6
78
Appartementen
10
koop, appartement duur
67
7,5
75
TOTAAL
Kencijfer Aantal min. ritten min.
6,7
Kencijfer Aantal max. ritten max.
134,6
153
Verkeersgeneratie Nieuwe Deventerweg, weekdag etmaal van de nieuwe ontwikkeling Voor het bepalen van de hoeveelheid verkeer op een werkdag wordt het weekdagcijfer voor de functie wonen vermenigvuldigd met 1,11. Voor het plan Nieuwe Deventerweg nr. 101 komt de verkeersgeneratie op een gemiddelde werkdag uit op 149 tot 170 ritten. Ervan uit gaande dat het verkeer zich gelijk verdeeld richting de Ittersumallee (50%) en Oldeneelallee (50%), bedraagt de verkeerstoename op het wegvak ten noorden en ten zuiden van de ontwikkellocatie op een gemiddelde werkdag 75 (min.) tot 85 (max.) motorvoertuigen. Voor de gevolgen van de bovengenoemde ontwikkelingen zijn er in april 2019 mechanische verkeerstellingen gehouden op de Nieuwe Deventerweg, ter hoogte van huisnummer 84. De resultaten zijn als volgt:
36/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Richting Noordwest
Richting Zuidoost
Totaal
1220
1253
2473
Gemiddelde weekenddag etmaal 852
794
1646
Gemiddelde weekdag etmaal
1122
2237
Gemiddelde werkdag etmaal
1115
Om te bepalen wat de verkeersintensiteit in de toekomst op de Nieuwe Deventerweg wordt, zijn de huidige intensiteiten en de toename van het verkeer als gevolg van de diverse ontwikkelingen samengevoegd tot een eindbeeld. Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de verdeling van het verkeer vanuit de verschillende ontwikkelingen richting de Ittersumallee en Oldeneelallee gelijk is. Om die reden is voor het bepalen van de intensiteit op het wegvak, per ontwikkeling de helft van de toename meegenomen. Voor de volgende scenario’s zijn de intensiteiten vastgelegd: Scenario 0: huidige situatie. Scenario 1: huidige situatie plus ontwikkelingen Zuiver Zuid en Gerens Marke. Scenario 2: scenario 1 plus ontwikkeling Nieuwe Deventerweg 101. De verkeersintensiteiten zijn ter hoogte van de Ittersumallee in scenario 2 met bijna 4500 motorvoertuigen per etmaal het hoogst te noemen. Hierbij wordt opgemerkt dat ten tijde van de verkeersmeting het project Zuiver Zuid al gedeeltelijk in gebruik was genomen. Er is daarom sprake van een aandeel dubbeltelling, waardoor de verkeerstoename in praktijk iets lager zal uitvallen. De Nieuwe Deventerweg heeft de uitstraling van een gebiedsontsluitingsweg met minimale kenmerken en is gecategoriseerd als erftoegangsweg. In het ASVV 2004 van het CROW wordt geen concrete intensiteitsnorm voor erftoegangswegen toegepast.
Wel wordt indicatief een maximale acceptabele intensiteit genoemd van 5.000 a 6.000 mvt/etmaal. Geconcludeerd kan worden dat ondanks de toename van het verkeer, het gebruik van de Nieuwe Deventerweg na alle ontwikkelingen nog prima in overeenstemming is met functie en vormgeving van de weg. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de in dit plan besloten ontwikkelingen. Daarnaast wordt in voorliggend bestemmingsplan een parkeerregeling opgenomen in de regels, waarmee het aantal parkeerplaatsen tevens juridisch geborgd is.
3.5
Natuur
3.5.1
Huidige situatie
Er is sprake van een bestaande stedelijke omgeving. 3.5.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
In het structuurplan zijn wegen aangegeven, waarlangs structuurgroen gewenst is. Tot deze wegen behoort ook de Nieuwe Deventerweg. Deze weg is royaal voorzien van bomenrijen en grasbermen. Om het groen verder te versterken zal bij elke nieuwe ontwikkeling getracht worden om groene voorterreinen te realiseren, zo ook hier waarbij in beperkte mate ruimte gereserveerd is voor parkeren op het voorterrein. Bij dit plan zit de versterking voornamelijk in de aansluiting met het naastgelegen terrein. De nieuwbouw is opgezet als een half open hof waarbij de open zijde van het hof aansluit op de voortuin van restaurant PUIK. 3.5.2.1 Natuurbescherming Natura 2000 Het plangebied is gelegen op circa 1.500 meter van een Natura 2000-gebied (Rijntakken). Voor de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Voor een nadere uiteenzetting
37/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.8.4. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Vervolgstappen in het kader van het NNN zijn niet aan de orde. Conclusie De voorgenomen planvorming is niet in strijd met gebiedsgerichte bescherming. Ten aanzien van Natura 2000 en het NNN zijn geen vervolgstappen aan de orde. 3.5.2.2 Flora en fauna In het kader van het zorgvuldig handelen zoals genoemd in de Flora- en Faunawet is ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in maart 2019 een quickscan uitgevoerd door EcoTierra ecologisch adviesbureau. Het onderzoek is als Bijlage 3 van de toelichting opgenomen. De bevindingen van de quickscan zijn: Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. Het voorkomen van deze soorten kan echter niet worden uitgesloten. Er dient, in het kader van het verdere planologische traject, vervolgonderzoek plaats te vinden naar de aanwezigheid van de beschermde soorten huismus en vleermuis.
Indien uit dit vervolgonderzoek blijkt dat beschermde soorten in de vorm van een huismus of vleermuis aanwezig zijn, worden maatregelen getroffen om deze soorten te beschermen, waardoor geen negatief gevolg voor het milieu ontstaat. In oktober 2019 is door EcoTierra dit vervolgonderzoek uitgevoerd. Dit vervolgonderzoek is als Bijlage 4 van de toelichting opgenomen. Op basis van de nadere onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er procedurele gevolgen zijn aangaande het project: Er dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor de Gewone dwergvleermuis; Er dienen onder andere mitigerende maatregelen te worden genomen en een projectplan en werkprotocol te worden opgesteld; Voor Huismus, Gierzwaluw en Steenmarter wordt een ontheffing Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht omdat er geen overtreding van de verbodsbepalingen wordt verwacht; De zorgplicht is altijd van toepassing. Conclusie De ontheffing Wet natuurbescherming is op 21 oktober 2020 door Gedeputeerde Staten van Overijssel verleend. De Flora- en fauna wet staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.
3.6
Water
3.6.1
Huidige situatie
Waterstructuur Er is geen oppervlaktewater in de buurt van het plangebied. Riolering Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan gemeentelijk gemengd rioolstelsel.
38/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. 3.6.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Waterstructuur Onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. Riolering Grenzend aan het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel. In het plangebied is geen sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Er is echter geen sprake van overbelasting ten aanzien van de capaciteit van het rioleringsstelsel en de capaciteit van zuiveringstechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallatie, transportleidingen en rioolgemalen). De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet zo veel mogelijk binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Binnen het plangebied wordt daartoe minimaal een statische berging gecreëerd van 20 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Ontwateringsdiepte Onveranderd en opzichte van de huidige situatie. Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren.
Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten zuidwesten van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van de risicokaart wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 2,0 tot 5,0 meter (zie eerste afbeelding). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als diep.
De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In de tweede afbeelding is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de (voormalige) IJsselcentrale weergegeven. Dit is snel, namelijk 6 tot 24 uur.
39/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Afbeelding: Maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: risicokaart.nl)
Afbeelding: Tijd tot overstroming na dijkdoorbraak t.h.v. (voormalige) IJsselcentrale (bron: Provincie Overijssel)
40/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is reactie gekomen dat belangen van het waterschap worden geraakt en de normale procedure doorlopen moet worden.Het waterschap heeft daarom een uitgangspunten notitie opgesteld, deze notitie is als Bijlage 5 van de toelichting opgenomen.
3.7
Wonen
3.7.1
Huidige situatie
Op de locatie aan de Nieuwe Deventerweg 101 en 101-1 zijn in de huidige situatie een tweetal vrijstaande woningen aanwezig. 3.7.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Op de locatie worden 23 appartementen gerealiseerd. De woningen worden levensloopbestendig gebouwd. Ze zijn levensloopbestendig omdat ze geschikt zijn om zo lang mogelijk in te blijven wonen, ook als leefomstandigheden veranderen vanwege ouderdom of ziekte. Voorbeelden van eigenschappen zijn dat het woonprogramma gelijkvloers is, in het complex bevinden zich twee brancardliften, er bevinden zich geen of zeer lage drempels. Ook worden alle woningen uitgevoerd met een dubbel toilet. Het plan sluit aan bij de vraag naar levenloopbestendige woningen in Zwolle-Zuid.
3.8
Milieu
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. 3.8.1
Geluid
Algemeen Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
41/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Plangebied Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Nieuwe Deventerweg, in nabijheid van het spoor Zwolle – Wijhe en naast restaurant PUIK. Omwille hiervan is onderzoek uitgevoerd naar de akoestische effecten van deze geluidsbronnen op de beoogde ontwikkeling. De volgende onderzoeksrapporten zijn aangeleverd door de initiatiefnemer: Akoestisch onderzoek ontwikkeling Nieuwe Deventerweg 101 te Zwolle, Geluidmeesters, rapportnummer 0294-R-18-A, d.d. 26 juni 2019, als Bijlage 6 van de toelichting opgenomen; Geluidbelasting verkeerslawaai ontwikkeling Nieuwe Deventerweg 101 te Zwolle, Geluidmeesters, rapportnummer 0294-R-18-A, d.d. 26 juni 2019, als Bijlage 7 van de toelichting opgenomen. Bovengenoemde rapporten zijn ter beoordeling aangeboden aan de Omgevingsdienst IJsselland. De conclusies worden achtereenvolgens beschreven voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is van toepassing op wegen met een geluidzone. In het akoestisch onderzoek is aangegeven dat in directe omgeving van het ontwikkellocatie dit uitsluitend de Nieuwe Deventerweg betreft. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van het te realiseren complex voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh.
Er zijn vanuit akoestisch oogpunt voor het te realiseren complex geen zwaardere gevelmaatregelen noodzakelijk dan de minimale vereisten uit het Bouwbesluit. De Omgevingsdienst heeft in haar beoordeling aangegeven dat de berekende geluidbelasting van de Nieuwe Deventerweg en beschouwing hiervan correct is. De Omgevingsdienst IJsselland heeft echter ook aangegeven dat de Gruitmeesterlaan niet is betrokken bij het onderzoek. Deze weg bevindt zich circa 55 meter afstand van het plangebied. De wettelijke snelheid op deze weg is 30 km/uur. Conform de Wet geluidhinder heeft deze weg geen geluidszone, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient deze te worden beschouwd. De geluidsadviseur van de initiatiefnemer heeft hierop aangegeven dat de Gruitmeesterlaan niet is beschouwd omdat deze weg in de afscherming van bestaande woningen ligt, een fors lagere intensiteit heeft dan de Nieuwe Deventerweg en ook nog eens op grotere afstand dan de Nieuwe Deventerweg is gelegen. De Gemeente Zwolle stemt ermee in dat er derhalve geen aanleiding is om te verwachten dat er geen sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening. Spoorweglawaai Op een afstand van circa 500 meter van de ontwikkellocatie is het spoor Zwolle – Wijhe gelegen.
De breedte van de geluidzone (en daarmee onderzoeksplicht) is afhankelijk van de vastgesteld GPP-waarden op de referentiepunten langs het spoor (artikel 1.4a, eerst lid Besluit geluidhinder). Op basis van de GPP-waarden is geconstateerd dat ter plaatse van de ontwikkelingslocatie de zone 300 meter bedraagt. De ontwikkelingslocatie ligt daarmee buiten de zone. Er is dan ook geen nader onderzoek naar spoorweglawaai uitgevoerd. Industrielawaai Naast de ontwikkellocatie is een restaurant met feestzaal gelegen, PUIK (voorheen: 'De Handschoen'). Het restaurant betreft een type B inrichting uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Er zijn geen specifieke voorschriften opgelegd anders dan de standaardvoorschriften van afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De representatieve bedrijfssituatie is in overleg met de uitbater van de inrichting vastgesteld. Om de akoestische situatie in kaart te brengen zijn geluidmetingen uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai HMRI-II uit 1999. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als gevolg van het restaurant de grenswaarden uitsluitend in de avondperiode, met ten hoogste 3 dB, overschrijd. Overwogen kan worden om de afzuiging van de keuken van het restaurant te dempen.
Met een demping van ten minste 10 dB worden optredende langtijdgemiddelde
42/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
beoordelingsniveaus dusdanig gereduceerd dat aan de grenswaarden wordt voldaan. De Omgevingsdienst heeft de onderzoeksresultaten als correct beoordeeld en is inhoudelijk verder akkoord met het akoestisch rapport. Conclusie Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek kan gesteld worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig plan mits ter plaatse van restaurant (voorheen 'De Handschoen', nu 'Puik') een demping van tenminste 10 dB wordt gerealiseerd aan de afzuiging van de keuken. Dit is als een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen (zie artikel 4.6). 3.8.2
Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)
Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende milieubelastende functies. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Plangebied Met onderliggend plan worden meer woningen (milieugevoelige functies) toegestaan dan in de huidige situatie. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich vooral woningen en een huisartsenpost en een restaurant. Zowel de huisartsenpost als het restaurant zijn direct grenzend aan de ontwikkellocatie gelegen. De huisartsenpost heeft zeer geringe milieurelevante effecten waarvan reeds, ten tijde van de besluitvorming over de vestiging van een huisartsenpost op deze locatie, is beoordeeld dat dit acceptabel is in de omgeving. Ter plaatse van het restaurant (met feestzaal) geldt dat de milieuzonering met name wordt bepaald door het aspect geluid.
In paragraaf 3.8.1 is hiervan reeds een beoordeling opgenomen waaruit blijkt hoe hiermee rekening kan worden gehouden. Conclusie Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. 3.8.3
Trillingen
Het onderdeel trillingen is niet van toepassing, spoorwegen en wegen waarover zwaar vrachtverkeer rijdt liggen op voldoende afstand. 3.8.4
Luchtkwaliteit
NSL Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die 'niet in betekende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project
43/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen en/of 100.000 m² aan kantooroppervlak aan één ontsluitingsweg. Het bouwplan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van maximaal 23 wooneenheden en is daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger dan de eerder genoemde bovengrenzen. Het project kan daarom worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet verder benodigd. Stikstof De sloop van de bestaande woningen en de bouw van 23 levensloopbestendige appartementen zou kunnen leiden tot een verhoging van de stikstofdepositie op omringende en voor stikstof gevoelige natuurgebieden. Middels een AERIUS-berekening dient de stikstofemissie en depositie op nabij gelegen gebieden te worden bepaald. Door Eco Reest BV is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd (Actualisatie stikstofberekening herontwikkeling Nieuwe Deventerweg 101, Eco Reest, rapportnummer 210641, d.d. 13 april 2021, dat als Bijlage 8 van de toelichting is opgenomen). Hieruit blijkt dat als gevolg van het voorgenomen plan, zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase, er géén sprake is van stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden. 3.8.5
Geur
Het onderdeel geur is niet van toepassing, er bevinden zich geen agrarische bedrijven of geur-veroorzakende industrie in de nabijheid van het plangebied. 3.8.6
Bodemkwaliteit
Algemeen In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; die de grond raken; waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing); die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is. Verkennend bodemonderzoek De initiatiefnemer heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek laten plaatsvinden ter plaatse van het plangebied: Verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van Nieuwe Deventer 101 te Zwolle, Van der Poel B.V., rapportnummer 182136, d.d.
13 november 2018, dat als Bijlage 9 van de toelichting is opgenomen. In het bodemonderzoek wordt gesteld dat: Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond overschrijdingen van de achtergrond- en interventiewaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming wonen van het terrein geen risico's voor volksgezondheid en/of het milieu zijn te verwachten op basis van de aangetoonde milieu hygiënische bodemkwaliteit. De resultaten geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. Geadviseerd wordt om de met asbest verontreinigde grond ter plaatse van de druppelzone van de grote 44/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
overkapping te saneren. Nader bodemonderzoek wordt gezien de te verwachten homogene verspreiding van asbestvezels in de toplaag niet als meerwaarde gezien. De verontreiniging met PAK lijkt beperkt te zijn tot één meetpunt. De grond ter plaatse van de omliggende boringen is licht verontreinigd. Geadviseerd wordt om de verontreiniging voorafgaand aan de bouw van woningen te saneren. Om het exacte volume aan verontreinigd materiaal vast te stellen kan een nader bodemonderzoek worden uitgevoerd. Verder dient, tijdens het bouwrijp maken van de locatie, rekening te worden gehouden met het vrijkomen van grond die mogelijk afgevoerd dient te worden. Mogelijk kan middels herschikken van de grond ter plaatse van het onderzoeksterrein de hoeveelheid af te voeren grond worden beperkt. Reactie bevoegd gezag De rapportage is ter beoordeling neergelegd bij de Omgevingsdienst IJsselland waarop een bodemadvies is afgegeven. In het advies is opgenomen dat het onderzoek inhoudelijk akkoord is bevonden. De Omgevingsdienst geeft aan dat ter plaatse van een deellocatie, een hobbyruimte voor het sleutelen aan voertuigen, nader bodemonderzoek dient plaats te vinden naar een sterk verhoogd gehalte aan PAK dat is aangetoond in de bovengrond. Ter plaatse van druppelzone 1 (grote overkapping) is asbest aangetoond in gehaltes groter dan de interventiewaarde, deze verontreiniging dient te worden gesaneerd.
De terugsaneerwaarde is de achtergrondwaarde, conform het bodembeleidsplan van de gemeente Zwolle d.d. december 2017. Conclusie Op basis van de beschikbare informatie kan worden gesteld dat de bodemkwaliteit op de locatie momenteel niet volledig voldoet aan de beoogde functie. Voorafgaand aan de bouw van het complex zal de bodem plaatselijk gesaneerd moeten worden. In het kader daarvan dient mogelijk nog nader bodemonderzoek plaats te vinden en mogelijk een saneringsplan worden opgesteld. De gemeente Zwolle is hiertoe het bevoegd gezag. Op basis van de beschikbare bodemonderzoeken is voldoende inzicht in de bodemkwaliteit om te kunnen ramen wat de kosten zijn om de locatie geschikt te maken voor woningbouw. Op basis van deze geraamde kosten staat vast dat de sanering financieel uitvoerbaar is. Het aspect bodemkwaliteit vormt daarmee geen onoverkomelijke belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.8.7
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Plangebied Het project zelf maakt geen risicovolle inrichting mogelijk die leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu. Een woning is niet aangemerkt als (risico veroorzakende) inrichting. Woningen zijn echter aan te merken als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat op zich beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het woningbouwplan. Om dit te beoordelen is de risicokaart geraadpleegd. Op de risicokaart zijn onder andere risicovolle inrichtingen en risicovol transport over spoor en weg weergegeven.
Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen en buiten het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Het plangebied ligt niet in een inventarisatiegebied van een Bevi-inrichting.
45/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
Buisleidingen Er zijn geen buisleidingen in de buurt aanwezig. Route gevaarlijke stoffen Op circa 500 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt het spoor Zwolle – Wijhe, hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het betreft brandbare vloeistoffen. Het invloedgebied bij transport van deze stoffen over spoor bedraagt slechts 35 meter en vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Op circa 700 meter ten noordoosten van het plangebied ligt het spoor Zwolle – Raalte, hierover vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Op circa 1.200 meter ten noorden van het plangebied ligt het spoor Meppel - Zwolle – Harderwijk, hierover vindt transport van diverse gevaarlijke stoffen plaats, waaronder zeer toxische vloeistoffen en gas. Bij een incident kunnen deze gevaarlijke stoffen vrijkomen. Doordat de projectlocatie op meer dan 1.000 meter afligt is een nadere onderbouwing volgens de Veiligheidsregio niet nodig. Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. Conclusie Het plan zelf voorziet niet in de oprichting van een risicovolle activiteit. Een verdere afweging of de planontwikkeling al dan niet leidt tot (on)aanvaardbaar risico in het kader van de externe veiligheid kan achterwege blijven. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het gewenste bouwplan. 3.8.8
Kabels, leidingen en straalpaden
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.In of nabij van beide gebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. 3.8.9
Afval
Ten aanzien van afval en grondstoffen is het volgende geadviseerd richting de initiatiefnemer: De ontwikkelaar dient ruimte te maken op eigen terrein voor twee GFT containers, deze zijn op de tekeningen opgenomen; PMD kan per huishouden in zakken worden verzameld. Deze zakken worden 1x per 2 weken opgehaald (aan de straat zetten) of bewoners kunnen het zelf wegbrengen naar PMD inzamelpunten; Papier kan ook door bewoners zelf worden verzameld. Papier wordt 1x per 2 weken. Ten tijde van de sloop van bebouwing en de aanleg van de woongebouwen zal het bouwafval worden afgevoerd door de slopers en bouwers. Dit kan tijdens de sloop- en bouwfase tot (tijdelijke) overlast leiden voor de omgeving. 3.8.10 Besluit milieu-effectrapportage (m.e.r.) Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:
46/468
juli 2021 bestemmingsplan Zwolle-zuidoost, Nieuwe Deventerweg 101en 101-1
1. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Plangebied Onderhavig plan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. In de D-lijst bij het Besluit m.e.r. is bijvoorbeeld o.a. de volgende activiteit beschreven: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Ten tijde van besluitvorming over de vormvrije m.e.r.-beoordeling was er sprake van het realiseren van 19 woningen (in combinatie met een plint).
Dat wordt gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Door de initiatiefnemer is een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangeleverd: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Nieuwe Deventerweg 101 en 101/1, Zwolle, Bureau voor Planvorming & Advies, d.d. 9 mei 2019, dat als Bijlage 10 van de toelichting is opgenomen, dit is inclusief het beoordelingsbesluit van 17 juni 2019. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie van de aanmeldnotitie is dat op basis van onderliggend plan er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Effecten op het woon- en leefklimaat zijn beperkt en betreffen hoofdzakelijk de aspecten verkeer en geluid als gevolg van het wegverkeer. Hiervan wordt aangegeven dat deze van zo'n geringe aard zijn dat dit niet leidt tot significante problemen. De gemeenteraad heeft op 17 juni 2019 dan ook besloten om geen milieueffectrapport op te stellen. De wijziging van de planvorming (23 woningen) is niet van dien aard dat dit zou leiden tot een andere conclusie en deze besluitvorming opnieuw zou moeten worden gedaan.