CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Raad Besluitvormingsronde 19 september 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen45.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is een beschouwing gedaan van de ligging van de functies waar onderhavig bestemmingsplan op ingaat ten opzichte van omliggende gevoelige bestemmingen/functies.

Onderhavig bestemmingsplan voorziet op hoofdlijnen in de volgende functies die mogelijk hinder veroorzaken voor de omgeving: Botenverhuur Club- en boothuis van een roeivereniging Ligplaats voor recreatieve vaartuigen Ligplaats voor een partyschip Botenverhuur (Hofvlietvilla, Harm Smeengekade, Potgieterssingel en de Spiegel/Librije) Botenverhuur kan beschouwd worden als een activiteit die hinder veroorzaakt naar de omgeving. Deze activiteit komt niet eenduidig voor op de bedrijvenlijst uit de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering'. Gelet op vergelijkbare activiteiten die wel op de bedrijvenlijst voorkomen is het aannemelijk om botenverhuur als een milieucategorie 2 bedrijf te beschouwen. Bij alle locaties waar in onderhavig bestemmingsplan sprake is van botenverhuur is sprake van een gemengd gebied, waardoor de te hanteren richtafstand met één stap verkleind kan worden. Voor milieucategorie 2 bedrijven geldt in gemengd gebied dan een richtafstand van 10 meter tot omliggende gevoelige functies. Wanneer aan die richtafstand wordt voldaan dan is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bij alle locaties waar in onderhavig bestemmingsplan sprake is van botenverhuur wordt ruimschoots aan deze richtafstand voldaan.

Bovendien is botenverhuur op deze locaties reeds aanwezig en wijzigt de bedrijfsvoering niet als gevolg van de planologische regeling die in onderhavig bestemmingsplan wordt voorzien. Hinder voor de omgeving door botenverhuur als gevolg van onderhavig plan wordt dus niet verwacht. Club- en boothuis van een roeivereniging (Katerdijk)

29/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Een club- en boothuis van een roeivereniging kan beschouwd worden als een activiteit die hinder veroorzaakt naar de omgeving. Gelet op vergelijkbare activiteiten die wel op de bedrijvenlijst voorkomen is het aannemelijk om een club- en boothuis van een roeivereniging als een milieucategorie 2 bedrijf te beschouwen. Ter plaatse (Katerdijk) is sprake van een gemengd gebied, waardoor de te hanteren richtafstand met één stap verkleind kan worden. Voor milieucategorie 2 bedrijven geldt in gemengd gebied dan een richtafstand van 10 meter tot omliggende gevoelige functies. Wanneer aan die richtafstand wordt voldaan dan is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Binnen 10 meter van de roeivereniging zijn geen gevoelige functies aanwezig. Bovendien is de functie reeds aanwezig op deze locatie en wijzigt deze niet als gevolg van de planologische regeling die in onderhavig bestemmingsplan wordt voorzien. Hinder als gevolg van onderhavig plan wordt dus niet verwacht. Ligplaats voor recreatieve schepen (Katerdijk) Ter plaatse van de Katerdijk bestaat de wens om te voorzien in de behoefte voor het aanleggen van recreatieve schepen (privé pleziervaart) met daarbij de aanleg van een steiger. Het betreft vaste ligplaatsen die voor een langere termijn verhuurd kunnen worden.

Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake en indien nodig kan gebruik worden gemaakt van de al bestaande voorzieningen van de camperplaatsen (dezelfde eigenaar). Ligplaatsen kunnen niet worden ingedeeld in één van de categorieën uit de VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering'. Gelet op de aard en omvang van het beoogde gebruik is hinder niet te verwachten. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functies zijn de woningen aan de Pannekoekendijk 15 en Katerdijk 3. De afstand tussen de functieaanduiding en woning aan de Pannenkoekendijk 15 is circa 10 meter. Deze afstand komt overeen met een milieucategorie 2 bedrijf en dat wordt gelet op de aar den omvang van het beoogde gebruik als voldoende geacht. De afstand tot de woning aan de Katerdijk 3 is kleiner dan 10 meter. De woning aan de Katerdijk 3 is echter onderdeel van de inrichting waar de beoogde steiger toe behoord. Eventuele hinder vormt derhalve geen belemmering. Ligplaats voor een partyschip (Scaniahaven) Ter plaatse van de Scaniahaven wordt een ligplaats voor een partyschip voorzien in onderhavig bestemmingsplan. Deze functie is reeds aanwezig. Een dergelijke ligplaats kan niet worden ingedeeld in één van de categorieën uit de VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering'.

Ligplaatsen kunnen echter wel tot hinder leiden voor gevoelige functies in de omgeving, het gaat in deze situatie naar verwachting vooral om hinder door geluid van de motoren. In de directe omgeving, welke de functie bedrijven-/industrieterrein kent, zijn geen geluidgevoelige functies aanwezig, waardoor geen sprake is van hinder. De ligplaats zelf is niet gevoelig voor hinder van de omliggende bedrijven. 3.4.6

Stikstofdepositie

Het merendeel van de functies die mogelijk worden gemaakt in onderhavig plan zijn reeds aanwezig en toegestaan in de huidige situatie. Onderhavig bestemmingsplan leidt derhalve niet tot wijzigingen of uitbreiding van de aanwezige functies. Aanvullende stikstofemissies zijn derhalve niet te verwachten. Uitzondering daarop zijn de ligplaatsen voor recreatieve schepen aan de Katerdijk. Het gaat hier om een nieuwe functie die ter plaatse mogelijk gemaakt kan worden als gevolg van onderhavig bestemmingsplan. De locatie waar deze functie wordt toegevoegd is gelegen op een afstand van ruim 2 kilometer van natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht' en 'Rijntakken'. Emissie van stikstof kan echter ver rijken en daarmee leiden tot significant negatieve effecten. Gelet op de aard en omvang van het initiatief is sprake van een beperkte emissie van stikstof in de aanleg en -gebruiksfase. Negatieve effecten zijn niet te verwachten.

30/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 23. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving:

31/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'overige bouwwerken'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'overige bouwwerken'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen.

De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.

De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.

32/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.

Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. Het betreft in dit plan: Artikel 4 Leiding - Riool Artikel 5 Waarde - Archeologie Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 7 Waterstaat - Waterberging Artikel 8 Waterstaat - Waterkering. Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen.

De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan. Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 9 Anti-dubbeltelregel; Artikel 11 Algemene afwijkingsregels; Artikel 12 Algemene procedureregels;

33/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Artikel 13 Overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven is één van de redenen van het opstellen van het bestemmingsplan om tot eenduidiger regelgeving te komen. Eén van de aspecten is de introductie van een aantal nieuwe begrippen. De begrippen zijn hieronder nader opgesomd. Recreatievaartuig: ieder vaartuig dat ingericht is voor recreatieve doeleinden, niet gebruikt wordt voor bewoning en qua aard en omvang ook niet geschikt en bestemd is voor bewoning, met uitzondering van woonboten die in de zomer voor recreatieve doeleinden hun vaste ligplaats hebben verlaten. Onder recreatievaartuig wordt mede verstaan plezier vaartuig en commerciële recreatievaartuigen. Dit is de verzamelnaam, dat vervolgens weer is te onderscheiden in de volgende categorieën. Pleziervaartuig: vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of bestemd is voor private recreatieve doeleinden (hieronder vallen ook de woonboten uit Zwolle die in de zomer voor recreatieve doeleinden hun vaste ligplaats hebben verlaten).

Commerciële recreatie vaartuig: vaartuigen en bedrijven die kleine vaartuigen verhuren voor commerciële doelen, zoals rondvaartboten, partyboten e.d. en verhuurbedrijven van kleine vaartuigen. Rondvaartboot: passagiersvaartuig dat af en aan vaart vanaf een of meerdere vaste opstapplaatsen, gebonden aan een vast gebied en bijbehorend verkooploket voor het publiek. Partyboot: passagiersvaartuig met horeca als hoofddoel maar gecombineerd met varende functies. Verhuurbedrijf van kleine vaartuigen: een onderneming of persoon, die zich bedrijfsmatig bezighoudt met het tegen een financiële vergoeding beschikbaar stellen aan derden van één of meer kleine recreatievaartuigen zoals: sloepen, kano's, SUP's, waterfietsen, BBQ donuts etc. Verhuurbedrijven van kleine vaartuigen als nevenactiviteit: onderneming die ondergeschikt aan de functie van de (aansluitende) bestemming als onderdeel van de bedrijfsvoering aan klanten al dan niet tegen financiële vergoeding beschikbaar stellen aan klanten van het bedrijf van één of meer kleine recreatievaartuigen zoals: sloepen, kano's, SUP's, waterfietsen, BBQ donuts etc. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Water Deze bestemming omvat al het water dat van belang is voor de waterhuishouding van het gebied. Maar

34/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

bovenal zijn binnen deze bestemming andersoortige functies toegestaan. De zones voor de verschillende soorten functies zijn met verschillende aanduidingen op de verbeelding aangeduid. In paragraaf 3.1 is dit per locatie weergegeven. Bij de begrippen zijn de verschillende functies nader omschreven. Een nadere omschrijving kan om die reden op deze plek achterwege blijven. Artikel 5 Waarde - Archeologie Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn: De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied. Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg. Er zijn specifieke bouwregels en een omgevingsvergunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan: - 30 m², voor het gebied binnen de grachten, - 100 m², voor het gebied buiten de grachten. Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie Uitgangspunt voor deze dubbelbestemming is dat de cultuurhistorische waarden van de ruimtelijke structuur en de bebouwing worden gerespecteerd.

Artikel 7 Waterstaat - Waterberging Deze dubbelbestemming omvat de waterberging aan de Meeuwenlaan en beschermd de functies die deze locatie heeft op het gebied van de waterhuishouding en waterberging. Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming Waterstaat Waterberging samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van een andere (dubbel)bestemming dienen niet alleen de belangen van deze bestemmingen te worden afgewogen, maar ook de waterstaatsbelangen. Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van rivier- en kanaalverlichting, bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur is geen omgevingsvergunning nodig. Artikel 8 Waterstaat - Waterkering Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder. Naast deze dubbelbestemming blijft de keur van het waterschap Groot Salland onverkort van kracht.

Op grond van de keur is voor een aantal werken en werkzaamheden een watervergunning van het waterschap nodig. Ter voorkoming van dubbele regelgeving en bevoegdheidsconflicten en ter voorkoming van een onnodig star en bij een wijziging van de keur snel verouderend bestemmingsplan zijn de voorschriften van de keur niet in het bestemmingsplan opgenomen. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van een andere (dubbel)bestemming dienen niet alleen de belangen van deze bestemmingen te worden afgewogen, maar ook de waterstaatsbelangen. Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van rivier- en kanaalverlichting, bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur is geen omgevingsvergunning nodig.

35/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

4.4

Algemene regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Artikel 12 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 13 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de “Regeling Parkeernormen 2016”. Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”.

4.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 15 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

36/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan is overwegend conserverend van karakter. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is het niet nodig om bij het bestemmingsplan een exploitatieplan te voegen.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe het plan is gecommuniceerd met de buurt(en) en wat de resultaten zijn van het vooroverleg met de vooroverlegpartners. Hiermee wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid toegelicht. 5.2.1

Overleg met de buurt en ondernemers

Er zijn gedurende de voorbereiding van het bestemmingsplan gesprekken gevoerd met enerzijds de belangstellende ondernemers en anderzijds een afvaardiging van het BBZ (Bewonersvereniging Binnenstad Zwolle). De gesprekken hadden enerzijds tot doel om te informeren, maar zijn vooral ook gebruikt om de locatie specifieke regelingen te bespreken en om inbreng te verzamelen zodat het bestemmingsplan zo goed mogelijk gaat aansluiten op de praktijk. Na de gesprekken is een concept van het bestemmingsplan naar hen gestuurd met de mogelijkheid tot het indienen van een reactie. De gesprekken en de reacties hebben geleid tot kleine aanpassingen en uiteindelijk tot voorliggend ontwerpplan. 5.2.2

Uitkomsten overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg worden gepleegd met betrokken waterschap(pen) en diensten van rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit plan is (overwegend) conserverend van aard dan wel maakt zeer beperkte nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Met deze herziening zijn geen nationale, provinciale, dan wel waterschapsbelangen in het geding. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het rijk, de provincie en het waterschap.

37/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

38/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

REGELS

39/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen met identificatienummer NL.IMRO.0193.BP18015-0004 van de gemeente Zwolle; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft; 1.5

bebouwing:

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken; 1.6

bebouwingspercentage:

indien het percentage een bestemmingsvlak betreft: de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak; indien het percentage een perceel betreft: een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een perceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd; dit percentage wordt slechts berekend over het gedeelte van het bestemmingsvlak of het perceel, waarbinnen de bouwwerken mogen worden gebouwd; 1.7

bed & breakfast:

ruimte in of direct bij de hoofdwoning, waar gasten voor een beperkte periode verblijven en het ontbijt wordt geserveerd; 1.8

bedrijf:

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten; 1.9

bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

40/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

1.10

beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor beroep aan huis c.q. een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; een daaraan vastgebouwde of er deel van uitmakende woning wordt niet meegeteld; 1.11

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.12

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.16

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.19

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

41/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

1.21

commerciële recreatieve vaartuig

vaartuigen en bedrijven die kleine vaartuigen verhuren voor commerciële doelen, zoals rondvaartboten, partyboten e.d. en verhuurbedrijven van kleine vaartuigen; 1.22

dagrecreatie:

recreatie in de open lucht uitsluitend gedurende een dagperiode op speciaal daarvoor ingerichte terreinen, zoals een wandelbos, wandelpark, strandbad, vis- en zwemvijvers, speel- en ligweide, speelterrein, kinderspeelplaats, dierenpark, volkstuinen of nutstuinen; 1.23

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder zijn begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, een tuincentrum en een supermarkt; 1.24

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct gelegen is bij een hoofdgebouw; 1.25

eerste bouwlaag:

de bouwlaag op de begane grond; 1.26

extensieve dagrecreatie:

recreatie in de open lucht uitsluitend gedurende een dagperiode, waarbij vooral het landschap of bepaalde delen ervan sterk beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is, zoals wandelen, fietsen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving; 1.27

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28

groothandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of het leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit; 1.29

hoofdgebouw:

een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

42/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

1.30

horeca:

de bedrijfssector gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het verstrekken van nachtverblijf, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, waaronder zijn begrepen een 'bed & breakfast', discotheek, feestzaal en partyboerderij, evenwel met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.31

horecabedrijf:

een bedrijf, waar ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken worden verstrekt, zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd en/of waarin nachtverblijf wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, waaronder zijn begrepen een 'bed & breakfast', discotheek, feestzaal en partyboerderij, evenwel met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.32

kelder:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de onderkant niet boven peil is gelegen; 1.33

nevenactiviteit:

een vorm van bedrijvigheid naast de hoofdfunctie; 1.34

normaal onderhoud:

werkzaamheden die regelmatig nodig zijn voor een goed beheer van de gronden en/of bouwwerken; 1.35

erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.36

onderbouw:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de bovenkant minder dan 1,50 meter boven peil is gelegen; 1.37

openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen voor langzaam verkeer; 1.38

openbare nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval; 1.39

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde;

43/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

1.40

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.41

partyboot

passagiersvaartuig met horeca als hoofddoel maar gecombineerd met varende functies; 1.42 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.43

pleziervaartuig

vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of bestemd is voor private recreatieve doeleinden (hieronder vallen ook de woonboten uit Zwolle die in de zomer voor recreatieve doeleinden hun vaste ligplaats hebben verlaten). 1.44

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.45

recreatievaartuig

ieder vaartuig dat ingericht is voor recreatieve doeleinden, niet gebruikt wordt voor bewoning en qua aard en omvang ook niet geschikt en bestemd is voor bewoning, met uitzondering van woonboten die in de zomer voor recreatieve doeleinden hun vaste ligplaats hebben verlaten. Onder recreatievaartuig wordt mede verstaan plezier vaartuig en commerciële recreatievaartuigen. 1.46

rondvaartboot

passagiersvaartuig dat af en aan vaart vanaf een of meerdere vaste opstapplaatsen, gebonden aan een vast gebied en bijbehorend verkooploket voor het publiek; 1.47

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.48

sociale veiligheid:

de mogelijkheid om zich in een omgeving te kunnen bevinden zonder bedreigd te worden of het gevoel te hebben persoonlijk lastig te worden gevallen;

44/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

1.49

verhuurbedrijf van kleine vaartuigen

een onderneming of persoon, die zich bedrijfsmatig bezighoudt met het tegen een financiële vergoeding beschikbaar stellen aan derden van één of meer kleine recreatievaartuigen zoals: sloepen, kano's, SUP's, waterfietsen, BBQ donuts etc; 1.50

verhuurbedrijf van kleine vaartuigen als nevenactiviteit

onderneming die ondergeschikt aan de functie van de (aansluitende) bestemming als onderdeel van de bedrijfsvoering aan klanten al dan niet tegen financiële vergoeding beschikbaar stellen aan klanten van het bedrijf van één of meer kleine recreatievaartuigen zoals: sloepen, kano's, SUP's, waterfietsen, BBQ donuts etc; 1.51

waterdagrecreatie:

dagrecreatie in de vorm van zwemmen, roeien, kanoën, surfen, vissen en vergelijkbare vormen van dagrecreatie;

45/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in 2.9; 2.4

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meerdere gevelvlakken, de buitenwerkse maar, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, dan wel tussen het maaiveld bij het ontbreken van een begane grondvloer, de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meer gevelvlakken, de buitenwerkse maat, en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6

de horizontale bouwdiepte van een gebouw:

de lengte van een gebouw, gemeten buitenwerks en loodrecht vanaf de naar de weg toegekeerde gevel; 2.7

de verticale bouwdiepte van een gebouw:

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.8

de afstand tot de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw:

van enig punt van een bouwwerk tot de naar de weg toegekeerde gevel van dat gebouw. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen blijven plinten, pilasters, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, overstekende dakgoten en daken tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing; 2.9 ondergeschikte bouwdelen die buiten beschouwing gelaten moeten worden: a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als stoeptreden, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, daken buiten beschouwing gelaten, mits: 1. de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,30 meter bedraagt; 2. een erker aan een naar de weg toegekeerde gevel van een woning niet breder is dan 3/5 deel van de betreffende gevel. b. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen blijven plinten, pilasters, dorpels,

46/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

kozijnen, gevelversieringen, overstekende dakgoten en daken tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing.

47/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

3.1

Bestemmingsregels

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

waterberging; waterhuishouding; waterlopen; scheepvaart; ligplaatsen voor commerciële recreatieve vaartuigen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - commerciële recreatieve vaartuigen'; f. ligplaatsen voor schepen met een relatie met de actieve scheepvaart ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ligplaats actieve schepen'; g. ligplaatsen voor horecaschepen en schepen voor culturele doeleinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ligplaats horecaschepen'; h. ligplaatsen voor pleziervaartuigen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ligplaats pleziervaartuigen'; i. ligplaatsen voor partyboten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - partyboot'; j. ligplaatsen voor verhuurbedrijven van kleine vaartuigen als nevenactiviteit ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - verhuur kleine vaartuigen als nevenactiviteit'; k. niet-gemotoriseerde watersportvoorzieningen met bijbehorende gebouwen, zoals een kantine, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - watersport'; l. een terras ten behoeve van het aansluitende gevestigde gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'terras'; met daaraan ondergeschikt: m. oeververbindingen; n. groenvoorzieningen; o. openbare nutsvoorzieningen; p. infrastructurele voorzieningen; q.

voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst; met de daarbij behorende: r.

bebouwing, waaronder bruggen en dammen met duikers.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd met uitzondering van tunnels welke ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', mag de goothoogte en bouwhoogte in meters van een gebouw niet meer dan de aangegeven goothoogte en bouwhoogte bedragen. 3.2.2

Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.39 gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 5 meter bedragen, met dien verstande dat

48/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' de bouwhoogte in meters niet meer dan de aangegeven bouwhoogte mag bedragen; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum breedte (m)' mag de breedte im meters van een brug niet meer dan de aangegeven breedte bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient de onderdoorvaarhoogte van een brug over een lengte van ten minste 6,60 meter ten minste 3,95 meter te bedragen; d. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, maar de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. op het erf of perceel al een gebouw staat, waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; 2. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.

een samenhangend stedenbouwkundig beeld; de waarden van het beschermd stadsgezicht; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; een goede milieusituatie; de bescherming van de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1

Bevoegdheid

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. bepaalde in artikel 3.2.2 onder a om toe te staan dat de bouwhoogte van een overig bouwwerk wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter. 3.4.2

Voorwaarden

De in artikel 3.4.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g. h. 3.5

het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als dam zonder duiker; b. het gebruik voor een groter aantal bedrijven dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal

49/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

bedrijven' aangegeven aantal; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor groothandel, detailhandel of horeca met uitzondering van het gebruik voor ondergeschikte detailhandel of ondergeschikte horeca ten behoeve van sport in of bij een kantine en met uitzondering van het gebruik van horeca ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ligplaats horecaschepen'; d. het gebruik voor woonschepenligplaatsen; e. het gebruik van de brug die aanlandt op het Rodetorenplein anders dan voor langzaam verkeer (voetgangers/fietsers); f. het gebruik van gronden, bouwwerken en vaartuigen ten behoeve van een seksinrichting.

50/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Artikel 4

4.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het ondergrondse transport van afvalwater door een rioolwaterpersleiding; met de daarbij behorende: b. overige bouwwerken. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. 4.2.2

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' worden gebouwd. 4.2.3

Overige bouwwerken

De bouwhoogte van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.39 ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' mag niet meer dan 2 meter bedragen. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Bevoegdheid

Bij een omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.1 om toe te staan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op grond van het bepaalde in de andere bestemmingen. 4.3.2

Voorwaarden

De in artikel 4.3.1 genoemde afwijking wordt toegestaan, mits: a. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig en veilig functioneren van de ondergrondse rioolwaterpersleiding; b. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; c. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met de goede werking van de ondergrondse rioolwaterpersleiding en de risico's die ermee verbonden zijn; b. de permanente opslag van goederen.

51/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1

Verboden werkzaamheden

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het aanbrengen of verwijderen van bomen of andere beplantingen, welke diep wortelen; het afgraven of ophogen van gronden; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins in de bodem drijven van voorwerpen; het aanbrengen van een gesloten verharding.

4.5.2

Toegestane werkzaamheden

Het in artikel 4.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.5.3

Voorwaarden

De in artikel 4.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits: a. geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de ondergrondse rioolwaterpersleiding; b. de veiligheid van mens, dier en goederen niet in gevaar wordt gebracht; c. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder.

52/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Artikel 5

5.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische monumenten die ter plaatse aanwezig zijn; b. het behoud van de archeologische monumenten, waarvan de aanwezigheid redelijkerwijs vermoed wordt. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd ten behoeve van deze bestemmingen dan overeenkomstig de volgende regels, indien door de bouw de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m², voor het gebied buiten de grachten, 30 m², voor het gebied binnen de grachten, zal kunnen worden verstoord: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de archeologische monumentenzorg een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.2.2

Bouwwerken

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' worden gebouwd. 5.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend een gebruik ten behoeve van een andere bestemming waardoor een onevenredige afbreuk aan het belang van de archeologische monumentenzorg wordt gedaan.

53/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Verboden werkzaamheden

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan: 100 m², voor het gebied buiten de grachten, 30 m², voor het gebied binnen de grachten. 5.4.2

Toegestane werkzaamheden

Het in artikel 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.4.3

Voorwaarden

De in artikel 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de archeologische monumentenzorg op grond waarvan de volgende regels van toepassing zijn: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de archeologische monumentenzorg een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

54/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Artikel 6

6.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden en het groene karakter. 6.2

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik ten behoeve van een andere bestemming waardoor een onevenredige afbreuk aan het belang van de cultuurhistorische waarden en het groene karakter wordt gedaan; b. een gebruik ten behoeve van het opslaan, lozen of storten van al dan niet afgedankte of aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten alsmede het aanleggen of inrichten van opslag-, stort-, of bergplaatsen. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1

Verboden werkzaamheden

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het wijzigen of aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 16 m²; het kappen of rooien van houtopstanden, voorzover niet in de Bomenverordening geregeld; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanbrengen van verhardingen als aanlegplaats breder dan 1/3 van de breedte van het perceel ter plaatse van de bestemmingsgrens tussen de betreffende bestemming op het perceel en de bestemming Water, met dien verstande dat de breedte van de verharding niet meer dan 12 meter mag bedragen en de diepte niet meer dan 1/3 van de breedte van de verharding met een maximum van 4 meter.

6.3.2

Toegestane werkzaamheden

Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen en bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 6.3.3

Voorwaarden

De in artikel 6.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud of herstel van de cultuurhistorische waarden en het groene karakter van de gronden.

55/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

Artikel 7

7.1

Waterstaat - Waterberging

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de waterberging; b. de waterhuishouding; met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g.

dijken en kaden; uiterwaarden; bergingsvijvers; wegen en paden; parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende: h. overige bouwwerken. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterberging'. 7.2.2

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterberging' worden gebouwd. 7.2.3

Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken als bedoeld in artikel 1.39 ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterberging' gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, maar de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. op het erf of perceel al een gebouw staat, waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; 2. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder a, mag niet meer dan 4 meter bedragen. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Bevoegdheid

Bij een omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2.1 om toe te staan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op grond van het bepaalde in de andere bestemmingen.

56/68

september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen

7.3.2

Voorwaarden

De in artikel 7.3.1 genoemde afwijking wordt toegestaan, mits: a. geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterberging en waterhuishouding als omschreven in artikel 7.1; b. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken waterbeheerder. 7.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend een gebruik ten behoeve van een andere bestemming, waardoor een onevenredige afbreuk aan de belangen van de waterberging en de waterhuishouding als omschreven in artikel 7.1 wordt gedaan. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1

Niet voor Waterstaat - Waterberging

Indien en voor zover deze gronden samenvallen met gronden, waarvoor in een andere bestemming een omgevingsvergunning vereist is voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, geldt dat de daarin genoemde werken of werkzaamheden, voor zover deze althans niet worden uitgevoerd ter realisering of instandhouding van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterberging', uitsluitend toelaatbaar zijn, mits: a. door die werken of werkzaamheden tevens geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen als omschreven in artikel 7.1; b. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken waterstaatsbeheerder. 7.5.2

Voor Waterstaat - Waterberging

Indien en voor zover deze gronden samenvallen met gronden, waarvoor in een andere bestemming een omgevingsvergunning vereist is voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, geldt dat de daarin genoemde werken of werkzaamheden, voor zover deze althans worden uitgevoerd ter realisering of instandhouding van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterberging', uitsluitend toelaatbaar zijn, mits door die werken of werkzaamheden, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan één of meer van de in de doeleindenomschrijving voor die gronden genoemde functies en waarden, met dien verstande dat geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1741ab83-ea66-4c6c-8430-893eaf64b877