1 Bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Tekst van het document
Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen vaststelling
nr. NL.IMRO.0193.BP18015-0004
Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever Opdrachtnemer ECR Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP18015-0004 Datum:
september 2022
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 6
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030" 2.4.2 Thematisch beleid
7 7 7 8 11 11 15
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Beschrijving per locatie 3.2 Cultuurhistorie 3.3 Water 3.4 Milieu 3.4.1 Geluid 3.4.2 Luchtkwaliteit 3.4.3 Bodemkwaliteit 3.4.4 Externe veiligheid 3.4.5 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.4.6 Stikstofdepositie
20 20 26 26 27 27 28 28 28 29 30
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels
31 31 34 34 36 36
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt en ondernemers 5.2.2 Uitkomsten overleg
37 37 37 37 37
REGELS
39
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
40 40 46
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Water Leiding - Riool Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie
48 48 51 53 55
2/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Artikel 7 Artikel 8
Waterstaat - Waterberging Waterstaat - Waterkering
56 58
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1 Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
60 60 61 62 64 65
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
66 66 68
3/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
4/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
TOELICHTING
5/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De planologische regeling met betrekking tot ligplaatsen voor recreatieve (commerciële) vaartuigen in Zwolle behoeft aanpassing. De bestemmingsplanvoorwaarden zijn binnen Zwolle op dit moment niet eenduidig geregeld waardoor het ontbreekt aan balans. Het bestemmingsplan zorgt voor duidelijkheid. Het netjes en zorgvuldig reguleren van voornamelijk het gebruik van het water is voor iedereen van belang. Het doel is om de bestemmingsplanvoorwaarden voor de diverse locaties in één bestemmingsplan eenduidig te regelen. De systematiek sluit daarbij zo veel mogelijk aan bij de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierdoor is het ook nodig dat de regels van de bestemming "Water" van de bestemmingsplannen "Binnenstad en omgeving" en "Kamperpoort" worden aangepast voor enkele onderdelen. Vandaar dat deze gebieden ook onderdeel zijn van dit bestemmingsplan. Het betreft een technische aanpassing door uit het bestemmingsplan "Binnenstad en omgeving" artikel 25.4 lid g en h niet terug te laten keren, voor bestemmingsplan "Kamperpoort" geldt dat voor artikel 17.4 lid c.
1.2
Plangebied
Het plangebied omvat de ligplaatsen van (commerciële) recreatieve vaartuigen in Zwolle. De locaties zijn gelegen in de grachten van de binnenstad, in het Zwarte Water en in het Zwolle-IJsselkanaal. Door een technische aanpassing omvat het plangebied ook de bestemming "Water" van de bestemmingsplannen "Binnenstad en omgeving" en "Kamperpoort".
1.3
Geldende bestemmingsplannen
De ligplaatsen liggen in verschillende bestemmingsplannen verdeeld over de gemeente Zwolle: 1. Binnenstad en omgeving, vastgesteld 27 mei 2013; 2. Kamperpoort, vastgesteld 13 mei 2013, en; 3. Voorst, vastgesteld 27 mei 2013.
6/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk komen de, voor dit bestemmingsplan, relevante onderdelen omtrent het beleidskader aan de orde zoals rijksbeleid inclusief de Ladder voor duurzame verstedelijking, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
2.2
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI. Zij is te klein om te spreken van een bijdrage aan de te realiseren opgaven. 7/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden.
Met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (uitspraak van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:353 (Goeree-Overflakkee)). Nu is hier sprake van bestaand water en veelal bestaande planologische mogelijkheden en daar waar nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd is dat puur het gebruik van dat water. Er worden geen bouwmogelijkheden geschapen. Er is en kan dan ook geen sprake zijn van ongewenste leegstand. Er wordt niet voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is de ladder van duurzame verstedelijking niet van toepassing.
2.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening worden actueel gehouden met een jaarlijkse actualisatieronde. Eerder vastgestelde beleidswijzigingen worden dan verwerkt. Provinciale Staten hebben de Actualisatie 2018-2019 op 13 november 2019 gewijzigd vastgesteld. Deze Actualisatie is op 1 december 2019 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk
8/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap,
9/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Toeristisch-recreatieve infrastructuur voor wandelen, fietsen, varen en paardrijden zijn zeer belangrijk voor de toeristische aantrekkingskracht van Overijssel, omdat daardoor voorzieningen en kernen worden verbonden en het mogelijk wordt het Overijsselse landschap te beleven. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de belevingswaarde, aansluiting op verblijfsaccommodaties, goede bewegwijzering, aantrekkelijkheid en landschappelijke inpassing. Projecten ten behoud van landelijke routenetwerken en toeristische overstappunten en knooppunten, waar verschillende routes en voorzieningen samenkomen, zoals attracties, hotels, restaurants, bezoekerscentra bij natuurgebieden, (bus)stations, P+R-voorzieningen, dorpskernen en startpunten van routes voor wandelen, fietsen, paardrijden en varen worden gestimuleerd. Overijssel kent voorts verschillende landelijke vaarwegen en fiets- en wandelroutestructuren. Vanwege de hoge recreatieve belevingswaarde en het gunstige effect dat dit heeft op de economische omzet van bedrijven langs de routes, moet rekening worden gehouden met deze routestructuren bij het opstellen van bestemmingsplannen.
10/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Er wordt ingezet op een kwaliteitsslag voor de recreatie door deze meer te verbinden aan de kwaliteiten van de omgeving. In onderhavig plan worden geen (noemenswaardige) uitbreidingen mogelijk gemaakt. De maat en schaal van de omgeving wordt niet aangetast. Onderhavig bestemmingsplan betreft een beheersgericht plan. Er worden geen gebouwen opgericht. Het toetsen van de ontwikkeling aan het geldende ontwikkelingsperspectief of de gebiedskenmerken wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030"
Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, dat op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten.
De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
11/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle. Ruimtelijke koers Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad. 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden: Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde 12/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. 1000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag.
Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist. Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/e-commerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema's. De Zwolse strategische ontwikkelzones Er zijn een drietal strategische ontwikkelzones met daarbinnen diverse gebieden die (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad: de StadsKrans. 2. De zone verbonden aan de stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen: de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee. 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad: de StadsRand. Visie op hoogbouw Voor de verdere verdichting biedt hoogbouw een oplossing. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet.
Naar een multifunctioneel buitengebied: stad en land verbonden Centraal staat de ambitie om te werken aan een vitaal, solidair, gezond en duurzaam buitengebied. Om die ambitie in te vullen staan de volgende doelen centraal: Behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteiten (o.a. landschap, stilte, cultuur(historie) en natuur (planten en dierenleven)); Bieden van ruimte voor ontwikkelingen (o.a. landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, niet-agrarische bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en wonen); Een goede digitale bereikbaarheid van het buitengebied (bijvoorbeeld via glasvezel); Het verbinden van stad en ommeland, met onder andere recreatieve fiets- en wandelroutes voor inwoners en bezoekers van de stad Zwolle. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle.
13/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Daaruit volgen een achttal spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven.
De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap; Vechtcorridor. Realisatiestrategie: Aan de slag met het grote aantal opgaven en uitdagingen kan alleen door samen op te trekken met de Zwolse samenleving, met andere overheden, ondernemers en investeerders. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is van groot belang om doelen en ambities in de leefomgeving te bereiken. De opgaven worden met een gebiedsgerichte benadering aangepakt op die wijze kunnen opgaven worden gebundeld en meekoppelkansen benut. Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. De Omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de eerste beoordeling van ruimtelijke initiatieven.
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van visie: Waterwegen zijn van betekenis in de recreatieve structuur. De groen/blauwe ring rondom de binnenstad heeft een recreatieve aantrekkingskracht. De locaties van de ligplaatsen voor (commerciële) recreatieve vaartuigen zijn dan ook aan te merken als een versterking van de stedelijke economie. De voorgestane ontwikkeling, voor zover je al van een ontwikkeling kunt spreken, is te klein om een bijdrage of strijd op te
14/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
kunnen leveren aan de verschillende thema's binnen de raamwerken. Het plangebied is onderdeel van het gebiedprofiel het Zwolse centrumgebied. Door de mix aan voorzieningen in combinatie met unieke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is dit gebied van belang om beleving en ontmoeting voor bewoners, bezoekers en werknemers te faciliteren. In deze gebieden ligt het accent op het toevoegen van stedelijke dynamiek. Voor dat gebied wordt onder andere gegaan voor: Aantrekkelijke buitenruimte en hoge ruimtelijke kwaliteit, waardoor beleving en ontmoeting in gebouwen en buitenruimte gestimuleerd worden; Toevoeging van ruimtelijke kwaliteit, een mix van functies en goede verbindingen (micro en macro niveau) zijn leidend in dit gebied. Het voorliggende initiatief voldoet aan het beschreven gebiedsprofiel. Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie verwoorde beleid. 2.4.2
Thematisch beleid
2.4.2.1 Kansenkaart toeristisch medegebruik Zwolse water Op 12 juli 2016 heeft het college de kansenkaart toeristisch medegebruik Zwolse water vastgesteld. Hierin worden de mogelijkheden verkend en kansen benoemd. De kansenkaart maakt de verschillende water gerelateerde beleidsdoelstellingen concreet. Daarmee kan deze gebruikt worden als bouwsteen voor het toekomstige ruimtelijke beleid, bestemmingsplannen enz. De kansenkaart fungeert ook als leidraad voor het faciliteren van water gerelateerde initiatieven voor de periode tot het moment dat het ruimtelijk beleid is geactualiseerd. De kansenkaart biedt houvast voor initiatieven die het watergebruik in Zwolle verrijken en die meerwaarde bieden voor de stad. Dit is een intern en extern gericht instrument. De kansenkaart geeft richting, maar veel initiatieven vragen om aanvullende vergunningen of afwijkende bestemming. De kansenkaart vormt een basis voor onderliggend bestemmingsplan. 2.4.2.2 Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis.
Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het cultuurhistorisch beleid.
15/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
2.4.2.3 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op orde komt. Oppervlaktewater moet voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is.
De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn.
Waterbeheer 21e eeuw De commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gevraagd advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer: Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren; Schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij “vasthouden, bergen, afvoeren” wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer toch een wateroverschot ontstaat, wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij “schoonhouden, scheiden en zuiveren” gaat het om een voorkeurvolgorde, waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet
16/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.
Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het IJsselmeerpeil, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in een Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Deze zijn op 1 mei 2017 vastgesteld. De 'Omgevingsvisie Overijssel 2017. Beken kleur' heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota "Water raakt!" door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied.
Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van veel wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2020. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid. 2.4.2.4 Milieubeleid Algemeen beleid Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte
17/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De gemeente Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Het beleid voor de aspecten bedrijvigheid, luchtkwaliteit en externe veiligheid zijn relevant voor voorliggend plan. Dit beleid wordt in de volgende paragrafen kort beschreven. Bedrijvigheid Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurd onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking "Bedrijven en Milieuzonering"(2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. Hier wordt nader op ingegaan in de milieuparagraaf. Luchtkwaliteit Het Luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitsituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Daartoe zijn de volgende doelen geformuleerd: voldoen aan wet- en regelgeving; anticiperen op de toekomst; knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden.
Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad en geactualiseerd in 2013. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het 18/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.
19/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Beschrijving per locatie
In deze paragraaf wordt in alfabetische volgorde per locatie beschreven welke verandering er is doorgevoerd. Voor de exacte maatvoeringen en bestemmingen wordt verwezen naar de bijbehorende verbeelding.
Harm Smeengekade Aan bijna de gehele Harm Smeengekade ligt in het huidige bestemmingsplan een aanduidingsvlak "specifieke vorm van water - ligplaats toeristische schepen". Het aanduidingsvlak komt niet overeen met de werkelijkheid. Het zuidelijke deel is inderdaad bedoeld en in gebruik als ligplaats voor toeristische schepen. Dat blijft dus ook zo, al wordt de naamgeving veranderd naar ligplaats voor pleziervaartuigen. Dit is in lijn met de systematiek van de APV. Het deel richting de Kamperpoortenbrug is in gebruik door twee botenverhuurbedrijven.
Links: Botenverhuur Schoone, rechts: Boot Huren Zwolle Het aanduidingsvlak komt, zoals gesteld, niet overeen met de werkelijkheid. Het deel bij de Kamperpoortenbrug is niet geschikt als ligplaats, omdat in- en uitstappen daar niet mogelijk is. Dat deel wordt "wegbestemd". Dat wordt hier aangepast. Er wordt ruimte geboden voor twee bedrijven in de commerciële recreatieve vaartuigen. De aanduiding met bijbehorende definitie wordt hierop aangepast. Bij het noordelijke gelegen bedrijf ligt een vaartuig dat ter plaatse functioneert en daarmee als bouwwerk en zelfs als gebouw, op grond van artikel 1.27 van de regels van het bestemmingsplan, moet worden geclassificeerd. Permanente bebouwing in de zin van plaatsgebonden vaartuigen zijn elders in de historische stadsgrachten van Zwolle gecentreerd. Het is wenselijk om dit deel van de gracht vrij te houden van permanente bebouwing in de zin van plaatsgebonden vaartuigen, welke zijn aan te merken als gebouw op grond van de regels van dit bestemmingsplan. Daarnaast kent dit bestemmingsplan geen enkel bouwvlak toe aan de recreatieve commerciële ligplaatsen in het historische beschermd stadsgezicht. Dit samen om de hoge ruimtelijke kwaliteit van het gebied te blijven waarborgen. Dit betekent dat het vaartuig weg zal moeten (binnen 10 jaar). In het kader van het vergunningenstelsel voor
20/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
deze ligplaats zal hier nadere aandacht aan worden geschonken. Hofvlietvilla In het huidige bestemmingsplan "Binnenstad en omgving" ligt bij de Hofvlietvilla (aan de Pannekoekendijk) een aanduidingsvlak "specifieke vorm van water - ligplaats recreatieve schepen", inhoudende dat hier ligplaatsen voor recreatieve schepen zijn toegestaan. Deze locatie is echter niet de meest voor de hand liggende (zie onderstaande foto). Om die reden wordt deze aanduiding "wegbestemd" en krijgt het ter plekke alleen de hoofdbestemming "Water".
Bestemmingsplanuitsnede en foto van locatie met de aanduiding recreatieve schepen Er ligt een steiger zuidelijker van deze locatie. Deze locatie wordt ingezet voor het aanbieden van verhuur van boten als onderdeel van de bedrijfsvoering ter plekke (horeca). Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake.
21/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Hofvlietvilla met steiger bezien vanaf de Rodetorenbrug De locatie heeft de aanduiding "specifieke vorm van water - verhuur kleine vaartuigen als nevenactiviteit" gekregen.
Ligplaatsen Katerdijk De locatie is gelegen in het Zwarte Water in het bestemmingsplan "Kamperpoort", vastgesteld op 13 mei 2013. Het heeft hierin de bestemming Water. Op de bewuste locatie ligt geen functieaanduiding.
22/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
De wens bestaat om te voorzien in de behoefte voor het aanleggen van recreatieve vaartuigen met daarbij de aanleg van een steiger. Er is een aanduidingsvlak opgenomen (specifieke vorm van water - ligplaats pleziervaartuigen) waarbinnen deze vorm van scheepvaart mogelijk wordt gemaakt. Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake. Potgietersingel – Hiawatha In het huidige bestemmingsplan "Binnenstad en omgeving" ligt hier een aanduidingsvlak "specifieke vorm van water - ligplaats recreatieve schepen" binnen de bestemming "Water".
23/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Het aanduidingsvlak komt niet overeen met de werkelijkheid. Dat wordt hierop aangepast. Er wordt ruimte geboden voor één bedrijf in de commerciële recreatieve vaartuigen. De aanduiding met bijbehorende definitie wordt hierop aangepast. Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake. Roeivereniging Katerdijk De locatie is gelegen in het Zwarte Water in het bestemmingsplan "Kamperpoort", vastgesteld op 13 mei 2013. Het heeft hierin de bestemming "Water". Op de bewuste locatie ligt de functieaanduiding "specifieke vorm van water - ligplaats recreatieve schepen" inhoudende dat hier ligplaatsen voor recreatieve schepen zijn toegestaan.
Roeivereniging bezien vanaf Katerdijk (links) en vanaf de overzijde (rechts).
24/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
In de praktijk komt dit niet overeen met de werkelijkheid, er is namelijk een roeivereniging (Zwolse Studenten Roeivereniging Boreas) gevestigd met haar club- en boothuis. In 2013 is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van dit verenigingsgebouw. De aanvraag is vervolgens ingetrokken omdat er, gelet op de destijds geldende regelgeving, onduidelijkheden waren over de vergunningplicht van het bouwwerk. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 april 2014 oordeelde de Afdeling dat een woonboot moet worden aangemerkt als bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In deze uitspraak legt de Afdeling het zwaartepunt bij het criterium van het plaatsgebonden karakter. Deze uitspraak heeft uiteindelijk geresulteerd in het vaststellen van de Wet verduidelijking voorschriften Woonboten. Naast woonboten geldt de wet ook voor andere drijvende objecten die hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf. In dit geval is daar ook sprake van waardoor de locatie niet alleen gebruiksbepalingen maar ook bouwregels in dit bestemmingsplan heeft gekregen. De locatie heeft de aanduiding "specifieke vorm van water - watersport" gekregen. Scaniahaven De locatie is gelegen aan het Zwolle-IJsselkanaal in het bestemmingsplan "Voorst", vastgesteld op 27 mei 2013. Het heeft hierin de bestemming "Water".
Op de bewuste locatie ligt geen functieaanduiding. De locatie is de thuishaven van een partyboot. Om die reden krijgt de locatie de aanduiding "specifieke vorm van water - partyboot".
Spiegel / Librije In het huidige bestemmingsplan "Binnenstad en omgeving" ligt hier een aanduidingsvlak "terras" binnen de bestemming "Water".
25/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Boven het water bestaat dus de mogelijkheid tot het inrichten van een terras. Hier bevindt zich ook een steiger. De uitbater van de horecazaak heeft aan het terras op het water ook een aantal aanlegplekken gecreëerd voor boten. Deze locatie wordt ingezet voor het aanbieden van verhuur van boten als onderdeel van de (naastgelegen) bedrijfsvoering. Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake. De locatie heeft de aanduiding "specifieke vorm van water - verhuur kleine vaartuigen als nevenactiviteit" gekregen. Locaties met de aanduiding toeristische schepen In het bestemmingsplan "Binnenstad en omgeving" zijn dan nog een vijftal locaties (bij het Maagjesbolwerk, aan de andere zijde van het water bij het Maagjesbolwerk, bij het Rodetorenplein, de Thorbeckegracht en de Schuttevaerkade) die de aanduiding 'toeristische schepen' kent. Door in dit bestemmingsplan te werken met de terminologie (commerciële) recreatieve vaartuigen komt het de eenduidigheid ten goede om voor deze locaties de aanduiding te veranderen naar 'pleziervaartuigen' (ook in lijn met de APV). De vorm en omvang van de aanduidingen veranderen niet, het is dus puur een naamswijziging om eenduidigheid te bewerkstelligen.
3.2
Cultuurhistorie
Het grootste deel van dit bestemmingsplan (de stadsgrachten) maken onderdeel uit van het beschermd stadsgezicht. Nu is hier sprake van bestaand water en is er veelal sprake van bestaande planologische mogelijkheden en daar waar nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd is dat puur het gebruik van dat water. Er worden geen bouwmogelijkheden geschapen. De bestaande cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving worden daarmee niet aangetast.
3.3
Water
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. In de toelichting dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 26/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
Er is hier sprake van bestaand water en veelal bestaande planologische mogelijkheden en daar waar nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd is dat puur het gebruik van dat water. Er worden geen bouwmogelijkheden geschapen. Dit heeft geen gevolgen voor het omgevingsaspect 'water'. Daarom is het plan in het kader van het aspect 'water' acceptabel. Een (uitgebreide) watertoets kan dan ook achterwege blijven.
3.4
Milieu
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Uitgangspunten met betrekking tot milieuparagraaf Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een aangepaste planologische regeling voor (grotendeels bestaande) ligplaatsen van (commerciële) recreatieve vaartuigen in Zwolle. De locaties zijn gelegen in de grachten van de binnenstad, in het Zwarte Water en in het Zwolle-IJsselkanaal: Ter hoogte van de Harm Smeengekade: twee botenverhuurbedrijven (Botenverhuur Schoone en Boot Huren Zwolle). Deze botenverhuurbedrijven zijn reeds aanwezig. Ter hoogte van de Hofvlietvilla: botenverhuur als onderdeel van (maar ondergeschikt aan) bedrijfsvoering Hofvlietvilla (brasserie). Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake. Deze functie is reeds aanwezig. Ter hoogte van de Katerdijk: aanlegplaatsen voor recreatieve vaartuigen met daarbij de aanleg van een steiger. Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake. Het betreft vaste ligplaatsen die voor een langere termijn verhuurd kunnen worden. Deze aanlegplaatsen zijn nog niet aanwezig. Ter hoogte van de Katerdijk: het club- en boothuis van een roeivereniging (Zwolse Studenten Roeivereniging Boreas). Deze functie is reeds aanwezig. Ter hoogte van de Potgietersingel: een botenverhuurbedrijf (Hiawatha). Deze functie is reeds aanwezig.
Ter hoogte van de Spiegel/Librije: botenverhuur als onderdeel van (maar ondergeschikt aan) bedrijfsvoering Librije (restaurant). Van walgebruik (in de vorm van bouwwerken) is geen sprake. Deze functie is reeds aanwezig. Ter hoogte van de Scaniahaven: ligplaats voor een partyschip die tevens als opstapplaats wordt gebruikt. Deze functie is reeds aanwezig. 3.4.1
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met de geluidproductie van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wgh wordt het begrip 'geluidszone' gehanteerd. Met een geluidzone wordt het aandachtsgebied afgebakend langs de weg, het spoor of om specifieke industrieterreinen waarbinnen de regels van de Wgh van kracht zijn. Indien geluidsgevoelige objecten en/of terreinen zijn gelegen binnen de geluidszone is veelal akoestisch onderzoek benodigd. De functies die middels onderhavig bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt betreffen geen gevoelige functies of terreinen in de zin van de Wgh. Toetsing aan de Wgh kan derhalve achterwege blijven. Dit geldt ook voor de ligplaats in de Scaniahaven die binnen de geluidzone van het industrieterrein Voorst is gelegen. De ligplaats ter plaatse voorziet niet in een activiteit die invloed heeft op de beschikbare geluidruimte binnen de geluidzone van het industrieterrein Voorst.
27/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
3.4.2
Luchtkwaliteit
De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) en de grenswaarden voor de luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In de Regeling Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) is voor diverse categorieën aangegeven bij welke omvang van een initiatief deze niet in een betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan dat een woningbouwlocatie met = 1.500 woningen (netto) en minimaal 1 ontsluitingsweg valt onder de categorie NIBM. Als er sprake is van NIBM hoeft er niet verder getoetst te worden aan de luchtkwaliteitsnormen. Het gaat daarbij dus vooral om grootschalige ontwikkelingen met een grote verkeer aantrekkende werking. De functies waarvoor onderhavig bestemmingsplan in een planologische regeling voorziet zijn feitelijk al aanwezig en grotendeels planologisch toelaatbaar. Tevens kan gesteld worden dat de betreffende functies van beperkte aard en omvang zijn vergeleken met de categorieën die zijn geformuleerd in de regeling NIBM. Op basis daarvan kan redelijkerwijs verwacht worden dat onderhavig plan niet in betekende mate bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het is derhalve niet noodzakelijk om nader onderzoek naar de luchtkwaliteit te verrichten.
De functies waarin wordt voorzien zijn tevens niet gevoelig voor luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit in het kader van goede ruimtelijke ordening en het Besluit gevoelige bestemmingen verder achterwege kan blijven. 3.4.3
Bodemkwaliteit
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor functies die allen op het water plaatsvinden. Van contact met de (water)bodem is geen sprake, waardoor eventuele risico's die daaruit voortvloeien zijn uitgesloten. Het aspect bodemkwaliteit verzet zich derhalve niet tegen de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. 3.4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor functies die zelf geen risicobron betreffen en grotendeels niet als kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden beschouwd in het kader van externe veiligheid. Dit geldt ook voor de ligplaats en opstapplaats voor het partyschip in de Scaniahaven. Uitzondering daarop is het club- en boothuis van de roeivereniging aan de Katerdijk en de ligplaatsen die aan de Katerdijk worden voorzien. Deze functies kunnen als beperkt kwetsbaar object worden beschouwd en ligt binnen het invloedsgebied van de A28, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het club- en botenhuis van de roeivereniging is planologisch reeds toegestaan en onderhavige bestemmingsplan voorziet niet in uitbreiding van de reeds planologisch toegestane situatie. De te realiseren ligplaatsen voor circa 9 vaartuigen aan de Katerdijk zijn niet bedoeld om te overnachten. Onderhavig plan heeft dan ook geen invloed op het aanwezige risiconiveau. Verder toetsing aan wet- en regelgeving en beleid over externe veiligheid kan dan ook achterwege blijven en van een verantwoordingsplicht voor externe veiligheid is geen sprake.
28/68
september 2022 bestemmingsplan Zwolle, recreatieve (commerciële) vaartuigen
3.4.5
Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.