CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Raad Besluitvormingsronde 20 december 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 1930.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. Normaliter worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Dit houdt in dat een locatie geschikt wordt gemaakt voor de functie. De terugsaneerwaarde is afhankelijk van de functie van de locatie en gericht op het voorkomen van eventuele risico's. Bij een functiegerichte sanering wordt daarom vaak een leeflaag aangebracht, die contact met de verontreinigde grond moet voorkomen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.

24/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

Op het perceel aan de Hessenweg 19 is een oude boerderijwoning aanwezig. De functie van agrarisch bedrijf is al geruime tijd vervallen. In het huidige bestemmingsplan heeft het perceel een woonbestemming. Er zijn op het erf nog diverse elementen van weleer aanwezig, zoals een hooiberg met betonnen roeden. Het perceel is gelegen aan de noordzijde van de Vecht nabij bedrijventerrein Hessenpoort, in de zogenaamde Vechtcorridor. Op het terrein zijn diverse bijgebouwen en opstallen aanwezig en het terrein omvat in totaal circa 2,5 hectare. De grond is agrarisch in gebruik, momenteel betreft het intensief gebruikt grasland. Rond de bebouwing is opgaand groen aanwezig en aan de oostelijke en westelijke zijden van het plangebied zijn groensingels en greppels aanwezig. Open water ontbreekt binnen het plangebied. 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De voorgenomen ontwikkeling behelst het realiseren van een recreatiepark met diverse vernieuwende in- en outdooractiviteiten. Het recreatiepark komt te liggen achter de woonboerderij, in een te realiseren boskamer. De voor het gebied zo karakteristieke woonboerderij blijft behouden en zal worden gebruikt als bedrijfswoning. De locatie is door de initiatiefnemers gekozen vanwege de omvang van het terrein, de bereikbaarheid en als aanvulling op het bestaande aanbod van recreatieve mogelijkheden (onder andere beeldenpark Anningahof en Buitenplaats de Luwte). Een uitbreiding in groene (leisure) functies ter plaatse en als overgang tussen bedrijventerrein Hessenpoort en het Vechtgebied is een gewenste ontwikkeling (zie hoofdstuk 2). Planvorming Het recreatiepark met 'groene recreatie' zal gefaseerd worden ontwikkeld. Qua bebouwing wordt een nieuw recreatiegebouw gebouwd, bedoeld voor ondersteunende horeca, slechtweervoorziening en indoor recreatie. De nieuwbouw zal circa 450-500 m² vloeroppervlak met twee bouwlagen beslaan. Het ontwerp is nog niet bekend, maar wordt landschappelijk ingepast en zal qua uitstraling zich gaan voegen naar het karakter van het erf. In de buitenruimte wordt over het hele terrein allerlei beplanting aangebracht, waaronder veel bosschages.

In het landschap worden glooiingen aangebracht om zo een divers en aantrekkelijk parklandschap te creëren en scheiding te brengen tussen de verschillende attracties. Tevens valt hier de landscaping ten behoeve van de buitenactiviteiten onder. Er vindt geen kap van bomen plaats. Er zal ook nog een tweede vergelijkbare activiteitengebouw worden gerealiseerd. In de buitenruimte zullen een natuurspeelplaats, outdoor escape room(s), lasergame arena's en mogelijk een klimpark worden gerealiseerd. Er is specifiek een ruimte toegewezen als parkeerterrein met een omvang van circa 40 bij 50 meter wat ruimt afdoende is om te voorzien in de parkeerbehoefte. Inrichting Bij de inrichting van het recreatiepark wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de huidige inrichting van het landschap. Aan de hand van een aantal elementen wordt de inrichting beschreven. Infrastructuur

25/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Voor navigatie en zichtbaarheid is het belangrijk dat het recreatiepark goed te zien is vanaf de weg. Dit zal de verkeersveiligheid en doorstroming bevorderen. Omdat de Hessenweg 19 in de binnenbocht van een knik zit, is de zichtbaarheid van de entree voor het verkeer vanuit Zwolle niet goed te zien, en vraagt dit aandacht. De entree sluit aan bij de omgeving door te kiezen voor schanskorven gevuld met keien in de vorm van obelisken met daarbij naamaanduiding. De entree is momenteel 3 meter breed en ernstig verouderd. Om de verkeersdruk langs de huidige Hessenweg te beperken en met de veiligheid in acht nemend, komt er tweerichtingsverkeer naar de parkeerplaatsen. Dit houdt in dat er een 5 meter breed pad komt. Door de verbreding van de entree zal de vegetatie 2 meter vanaf de huidige inrit moeten worden verwijderd. Dit wordt gecompenseerd door vegetatie elders op het terrein. De aanleg van het parkeerterrein wordt uitgevoerd in grastegels zodat het grasland hier optisch blijft bestaan en daarmee aansluit bij het omringende graslandschap. Het parkeerterrein zal haaks georiënteerd zijn op de entreeweg, in het verlengde van de kavel van het naastgelegen perceel.

Bebouwing Bij zowel de plaatsing van de te realiseren gebouwen als de inrichting van het terrein voor de activiteiten is de geschiedenis met betrekking tot het ontstaan van de huidige indeling van het boerenerf betrokken. Hierop is terug gegrepen en de bebouwing is zo georiënteerd dat deze parallel loopt met de bestaande bebouwing, die in lijn staat met de Hessenweg. Tevens zijn de gebouwen achter de bestaande bebouwing gepland en van een schaal dat wanneer men dit van voren bekijkt de nieuwe gebouwen niet langs de huidige woning en schuren zichtbaar zijn. Op het terrein is ruimte voor een tweetal loodsen. Eén locatie is vastgelegd, de andere is nader in te vullen op het terrein. Hiervoor geldt een kapverplichting. Daar waar een erfafscheiding komt in de vorm van een schutting, is gekozen voor een betonschutting. Omdat de schutting wordt begroeid met klimop zal deze in de omgeving opgaan. Inpassing in het landschap / vegetatie De boskamer, waarbinnen de kavel ligt, vormt een afgebakende groene ruimte binnen het landschap waarin de recreatieve voorzieningen een plaats zullen krijgen. Deze boskamer grijpt terug op de omzoming van boerenkavels met boomrijen. Tevens wordt de aanwezigheid van landschapselementen zoals bomenrijen, houtwallen en hagen gezien als een versterking van de recreatieve waarden van de omgeving.

Het perceel is nu door 3 boomsingels omringd, de 4e boomwal richting de nieuwe N340 is inmiddels aangeplant met twijgen. Doordat het perceel van alle kanten omringd wordt door een boommuur, is het zicht op de boskamer zeer beperkt. Naast geschiedenis en inheemse beplanting, zijn wintervastheid, onderhoudsvriendelijkheid en uitstraling belangrijke factoren bij de keuze voor vegetatie. Aan de boulevard wordt de valse christusdoorn aangelegd. Aangezien de valse christusdoorn vooral voor kwam op luxe boerenerven en er voor de boulevard een bepaalde exotische uitstraling benaderd wil worden, is voor deze plant gekozen. Op het einde van de boulevard is gekozen voor een boomperk, deze heeft een belangrijke visuele functie omdat de zichtlijn vanaf de Hessenweg hierop centreert. Daarom is gekozen voor een uitzonderlijkere en toekomstbestendige boom, als een nalatenis aan de toekomstige generaties, de Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum). Op de betonschuttingen wordt klimop (Hedera helix) aangebracht. Dit is een inheemse plant en de meest logische keuze gezien de uitstraling, het onderhoud en de wintervastheid van deze plant. Aan de noordkant van de parkeerplaatsen wordt een wilde haag geplaatst. Deze keuze is gebaseerd op de lokale fauna. Door de diverse soorten kan deze winterdicht aangeplant worden en vormt het een gevarieerd geheel.

Aan de zuidkant van de parkeerplaatsen wordt een zandwal opgericht. Deze wal is bedoeld voor het afschermen van de parkeervoorziening richting het aangrenzende erf. Voor de beplanting is gezocht naar onderhoudsvriendelijke groene begroeiing die in staat is een zandwal in stand te houden, met enige variatie voor de uitstraling. Uitgekomen is bij de krentenstuik, de rododendron en de laurierkers. Het weilandgras loopt door over de heuvel. Voor verdere variatie en wintervastheid wordt ook buxus en hulst aangeplant. Voor de 3 meter brede zuidzijde die het privéterrein van het weiland afscheid is gekozen om de bestaande beplanting in driehoeksverband voort te zetten. Dat betekent de beuk, kastanje, berk en eik. Voor de oostzijde is onder andere gekeken naar de bomen die in die singel staan. De diverse inrichtingsmaatregelen zijn als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen inhoudende

26/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

dat er sprake is van een strijdig gebruik als de inrichtingsmaatregelen niet worden getroffen en in stand worden gehouden.

3.2

Archeologie

3.2.1

Huidige situatie

In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. Voor de waarderingskaart is gebruik gemaakt van informatie uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE), informatie van amateur-archeologen, gegevens van dearcheologische sectie van de gemeente Zwolle, het kadastrale minuutplan uit 1832, de geomorfologischekaart en waarnemingen in het veld. Dit heeft geresulteerd in een analoge en digitale waarderingskaart. In 2002 is vastgelegd dat de kaart dynamisch is. Dit betekent dat de waarde van de gebieden kan veranderen. In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen degemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd. Het plangebied ligt deels in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde van 50%. Dit betreft grofweg het deel dat nu in gebruik is als woonerf met daarin de bestaande woning en bijgebouwen. Het overige deel kent een archeologische verwachtingswaarde van 10%.

27/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Afbeelding: uitsnede archeologische waarderingskaart Een 50% gebied heeft vooral betrekking op 'esgronden' en 'dekzandruggen'. Niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook op provinciaal en landelijk niveau is gebleken dat deze plekken een kans van 1 op 2 hebben op de aanwezigheid van prehistorische of vroeg middeleeuwse sporen. De trefkans is dus zeerhoog. Hier moet de 'verstoorder' toestaan dat er eerst een proefonderzoek plaats vindt op basis waarvangeoordeeld wordt of er een volledig archeologisch onderzoek verricht moet worden. De 'verstoorder'

28/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

wordt aangeslagen voor alle hiermee gepaard gaande kosten. Een en ander geschiedt volgens de wettelijk voorgeschreven regels conform het Kwaliteitshandboek voor de Nederlandse Archeologie. De te verstoren gronden liggen in het gebied met een verwachtingswaarde van 10%. Van een archeologische onderzoeksplicht is dan ook geen sprake. Een archeologisch onderzoek kan achterwege worden gelaten. Bij een eventuele archeologische toevalsvondst wordt de gemeente geïnformeerd voor een eventuele inmeting. 3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het deel van het plangebied met een archeologische waardering van 50% heeft in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de kans op archeologische vondsten.

3.3

Cultuurhistorie

Cultuurhistorie is de afgelopen jaren beleidsmatig steeds meer in de belangstelling komen te staan. Overheden zien in toenemende mate de waarde in van cultuurhistorische objecten en structuren. In het Besluit ruimtelijke ordening is expliciet opgenomen, dat in ruimtelijke besluiten aandacht moet worden besteed aan cultuurhistorie. 3.3.1

Huidige situatie

Binnen het plangebied zijn er geen panden aanwezig die op grond van de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke monumentenverordening beschermd zijn. Binnen het plangebied zelf zijn wel cultuurhistorische waarden aanwezig. In het plangebied bevindt zich namelijk een cultuurhistorisch waardevolle boerderij met erf. Het overzicht van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen is gebaseerd op de 'inventarisatie historische boerderijen in de gemeente Zwolle' (2002). Bij de waardering is onderzocht of een boerderij op de kadastrale minuut van 1832 voorkwam. Hiermee is in beeld gebracht welke boerderijen (waarschijnlijk) een oudere boerderij betreffen. Verder zijn aan de hand van een architectonische waardering 1, 2 of 3 sterren aan een boerderij toegekend. De inventarisatie heeft geleid tot een lijst van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen die met name is gebaseerd op ouderdom (van voor 1832) en/of bijzondere architectonische kwaliteit, de Hessenweg 19 behoort hier ook toe. In 2012 heeft een nadere studie plaatsgevonden naar de cultuurhistorische waarden van deze boerderijen en de erven. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bouwplan bestaat uit het realiseren van een grote schuur achter het bestaande erf. De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en de beschermde erfstructuur blijven behouden (en beschermd door toekenning van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie). De nieuwe schuur is gepland in het agrarisch gebied achter de historische boerderij. Dit valt buiten de bescherming van het bestemmingsplan. Het aspect cultuurhistorie vormt om die reden voor de ontwikkeling geen belemmering.

3.4

Verkeer en parkeren

3.4.1

Huidige situatie

Verkeer De bestaande woning wordt ontsloten via een erftoegangsweg die aansluit op de Hessenweg (de voormalige

29/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

N340). Sinds eind augustus 2021 is de nieuwe N340 in gebruik. De erftoegangsweg loopt tot aan de noordgrens van het woonerf en biedt toegang tot het verharde terrein achter de woning met aansluitend de schuren. Parkeren Achter de woning is een verhard terrein waar geparkeerd kan worden. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Verkeer De ontsluiting vindt plaats via de route Hessenweg - Kranenburgweg. In deze nieuwe situatie heeft de Hessenweg de functie van erftoegangsweg, geschikt voor verkeer in twee richtingen. Fietsverkeer heeft een apart fietspad ten zuiden daarvan. De bestaande erftoegangsweg van nummer 19 wordt benut als toegansgweg tot het recreatieterrein en wordt verlengd tot aan de noordzijde van het plangebied. Dit biedt voldoende ontsluitingsmogelijkheden voor de ontwikkeling. De wegen beschikken over voldoende capaciteit waarbinnen de verkeersstromen als gevolg van de ontwikkeling kunnen worden opgevangen. Parkeren Bij dit initiatief is er niet gerekend met een parkeerkencijfer, omdat het uitgangspunt dat de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen, door de initiatiefnemer in acht wordt genomen. Er wordt van 40 parkeerplekken uitgegaan en dit is gebaseerd op het aantal bezoekers dat gelijktijdig op het terrein is (inclusief overlap) en is mede gebaseerd op ervaringen van een event-locatie elders. Het parkeerterrein heeft een omvang van circa 40 bij 50 meter. Dat is ruim afdoende om 40 parkeerplaatsen aan te leggen. Het dubbele aantal zal zelfs gehaald kunnen worden. Op eigen terrein is dus uitbreidingsmogelijkheid van de parkeercapaciteit aanwezig, indien blijkt dat de huidige inschatting van de parkeerbehoefte ontoereikend blijkt te zijn.

Gebaseerd op ervaringen komen er gemiddeld 3-4 bezoekers in een auto. Het gaat hier bij uitstek om groepsactiviteiten waarbij relatief vaker samen de locatie zal worden bezocht. Daarnaast komen er veel bezoekers op de fiets. Er wordt van een piek van 330 bezoekers per dag op de drukste dagen uitgegaan. De activiteiten zijn opgedeeld in 10 tijdsloten. Hetgeen van een maximale invulling van een dag uitgaat (van 7 tot 22 uur). In de praktijk zal dit scenario niet tot nauwelijks voorkomen Dit betekent een gemiddelde van 33 bezoekers per tijdslot van 1,5 uur. In extreme gevallen overlappen deze tijdsloten elkaar een half uur, hetgeen een capaciteit voor 66 bezoekers geeft. Bij een extreme berekening van 2 bezoekers per auto en dat alle bezoekers met de auto komen zijn er 33 parkeerplaatsen nodig. Die zijn ruimschoots voorhanden dus ook als er van een bezetting van 2 personen per auto levert dat geen probleem op. Om de voldoende parkeergelegenheid te borgen op het terrein is op de verbeelding het parkeerterrein vastgelegd.

3.5

Natuur

3.5

Natuur

3.5.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit het woonerf met woning en bijgebouwen met daarachter agrarische gronden, bestaande uit graslandschap, met aan de west- en oostzijde houtopstanden (groensingels).

30/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

In lijn met de 'Structuurvisie Vechtcorridor Noord' (dat als basis heeft gediend voor dit bestemmingsplan) wordt het plangebied ontwikkeld tot boskamer met een groene singel aan de randen. In paragraaf 3.1 is de toekomstige (groene) indeling van het plangebied nader omschreven. Ten behoeve van het bestemmingsplan is er een quickscan natuur uitgevoerd door Ecogroen bv, deze is als Bijlage 2 toegevoegd bij deze bestemmingsplantoelichting. De bevindingen worden hieronder beknopt omschreven. Soortenbescherming Uit het onderzoek blijkt dat het onderdeel soortenbescherming geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan. Wel komen er een aantal aandachtspunten/maatregelen naar voren waar in de vervolgfasen, bij het verlenen van de omgevingsvergunning en de uitvoering van werkzaamheden, rekening mee gehouden moet worden. Natura 2000 Voor de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Voor een nadere uiteenzetting hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.8.3. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN en de zone ONW. Het provinciale beleid kent ook geen externe werking, zodat er geen nadere effectbeoordeling aan de orde is.

In het licht van een goede ruimtelijke ordening is er - gezien de afstand en de aard en omvang van de plannen - geen sprake van negatief effect op het functioneren van het nabijgelegen NNN- gebied. Vervolgstappen ten aanzien van NNNgebieden zijn niet aan de orde.

3.6

Water

3.6.1

Huidige situatie

Waterstructuur Ten zuiden en ten oosten van het plangebied bevinden zich watergangen. Bovendien ligt het plangebied nabij de rivier de Vecht. Het plangebied bevindt zich net buiten de beschermingszone van de waterkering langs de Vecht. Riolering De inzameling van afvalwater (droogweerafvoer (DWA)) in dit gebied vindt plaats middels een drukrioleringssysteem (riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompen en persleidingen). Drukriolering heeft een beperkte capaciteit waarop alleen afvalwater van huishoudelijke aard of bedrijfsafvalwater mag worden aangesloten als de capaciteit van het stelsel dit toelaat. Op het drukrioleringssysteem mag geen drainage of regenwater worden aangesloten, omdat het rioleringssysteem daar niet op is berekend. De hemelwaterafvoer (HWA) van daken, terrassen en parkeerplaatsen moet binnen het plangebied worden geborgen en mag niet tot overlast leiden op omliggende percelen. Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en

31/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

het maaiveld. De grondwaterstand in het gebied zal worden beïnvloed door de waterstand in de Vecht en zal dan ook mee fluctueren met de peilfluctuaties van de Vecht. 3.6.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Waterstructuur Blijft onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. Riolering Er zal een toename zijn in de hoeveelheid afvalwater, voornamelijk door toiletbezoek. Het gaat vooral om korte toiletbezoeken. Op de herentoiletten komen watervrije urinoirs, de overige toiletten worden waterbesparend. Er wordt vanuit gegaan dat de openingstijden waarop de drukte verwacht wordt zo'n 10 uur per dag zijn. Per bezoeker vwordt 1 kort toiletbezoek verwacht. Per 6 bezoekers wordt 1 lang toiletbezoek verwacht. De toiletten worden 4x per dag gereinigd. De volgende tabel geeft het gemiddelde verwachte geproduceerde afvalwater weer. Dit is wanneer de bezoekersaantallen evenredig verspreidt worden over de draaiuren van het jaar. De normale verwachting is minder bezoekers door de week en meer in het weekend. Het gemiddelde afvalwater bedraagt 34,2 liter per uur, dit betekent 342 liter per dag.

Gemiddeld verwachte waterverbruik per uur/liter Bezoekers

Uur

Handenwassen

WC

Schoonmaken

Watervrij

2

1.5

0

1.7

6.4

#1

3

1.5

3

1.7

18.6

#2

1

1.5

6

1.7

9.2 34.2

Op rustige dagen ligt het waterverbruik lager, op drukke dagen wordt van een piekbelasting uitgegaan die circa 3x zo hoog ligt, dat wil zeggen circa 100 liter per uur. Dit betekent dus met in achtneming van 10 actieve uren per dag, dit op de drukke dagen zo'n 1000 liter per dag zal betekenen. Deze hoeveelheden zijn geen probleem voor de pompput, dat kan verwerkt worden. Aandachtspunt is wel dat er geen regenwater geloosd mag worden op de pompput. Om die reden zal regenwater van de daken en het verharde oppervlak moet binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Ontwateringsdiepte Onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door de Vecht, het Zwarte Water en hoge gronden aan de noord- en oostzijde.

Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist.

32/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Het primaire dijktraject nabij het plangebied kent een overstromingskans van 1 op 1.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. De maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming wordt geschat op 0,5 tot 0,8 meter (figuur 1). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als ondiep. De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In figuur 2 is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de Vechtdijk bij Dalfsen weergegeven. Dit is snel, namelijk 6 tot 24 uur.

Afbeelding: Maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: risicokaart.nl)

Afbeelding: Tijd tot overstroming na dijkdoorbraak t.h.v. Dalfsen (bron: Provincie Overijssel) Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel

33/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is reactie gekomen dat belangen van het waterschap worden geraakt en de normale procedure doorlopen moet worden.

3.7

Recreatie

3.7.1

Huidige situatie

Het plangebied is momenteel in gebruik als woonerf met daarachter agrarische gronden in de vorm van graslandschap. 3.7.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het recreatiepark omvat diverse in- en outdooractiviteiten; een natuurspeelplaats, klimpark, lasergame arena en één of meer outdoor escape rooms. Er zal in fasen worden ontwikkeld. Het plan voegt een unieke recreatieve voorziening toe in de gemeente en draagt bij aan de beleefbaarheid van het Vechtdal.

3.8

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.8.1

Geluid

Bij de beoordeling van geluidhinder van bedrijven op de omgeving wordt gebruik gemaakt van de uitgave 'bedrijven en milieuzonering' van de VNG. Aan de hand van richtafstanden wordt voor elke milieucategorie of bedrijfsactiviteit aangegeven in hoeverre hinder te verwachten is. Aan de hand daarvan kan beoordeeld worden of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Naast het toetsingskader uit de VNG-brochure stelt de gemeente Zwolle bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in het kader van een goede ruimtelijke ordening, dat het akoestisch klimaat inzichtelijk te worden gemaakt en beoordeeld indien er sprake is van geluidgevoelige bestemmingen ter plaatse van of nabij de ontwikkeling. Het akoestisch klimaat wordt bepaald door alle aanwezige geluidbronnen samen. In dat kader dienen ook de wegen bij de beoordeling te worden betrokken. Aangetoond dient te worden dat als gevolg van de gecumuleerde geluidbelasting geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Situatie plangebied Onderhavig plan heeft betrekking op de voorgenomen realisatie van een leisurepark met diverse out- en indooractiviteiten. Het gaat daarbij onder meer om escaperooms, lasergames en levend ganzenbord. In een bedrijfshal worden eveneens nog enkele indoorgames ontwikkeld.

Verder is er sprake van een buitenterras en een parkeerplaats voor bezoekers. Door 'Het Geluidburo bv' zijn de geluidniveaus als gevolg van het initiatief op de (bestaande) woningen in de directe omgeving (Hessenweg 15, 17) en de bedrijfswoning (Hessenweg 19) op het eigen perceel zelf onderzocht (Akoestisch Onderzoek V1.0 Realisatie leisurepark AKA Escaperooms Hessenweg 19 Zwolle, Het Geluidburo bv, 28 mei 2020, kenmerk 8028 PB – 19 W003), dat als Bijlage 3 van de toelichting is opgenomen. 34/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Onderstaande afbeelding is een plattegrond opgenomen van het terrein met de verwachte activiteiten.

De representatieve bedrijfssituatie die is gehanteerd in het akoestisch rekenmodel is als volgt: Het uitgangspunt nu is dat in de open lucht 2 escaperooms, een lasergameveld en een levend ganzenbordveld tegelijkertijd in gebruik zijn. Dit is een worstcase situatie die niet vaak zal voorkomen. Verder kunnen in de bedrijfshal diverse (overdekte) games worden verricht. Buiten bij de bedrijfshal is een buitenterras voorzien waar mensen na afloop van de uitgevoerde spellen iets kunnen drinken. Soms zal een barbecue worden gedaan voor de groepen die er zijn. De inpandige activiteiten in de bedrijfshal zijn niet hoorbaar. Het gebouw wordt zodanig geïsoleerd dat er geen geluid van buitenaf kan worden waargenomen dat de spellen kan verstoren. Vanuit de hal naar buiten toe is geen geluid te verwachten. De spellen in de openlucht (levend ganzenbord, lasergames en 2 escaperooms) alsmede het buitenterras zijn akoestisch relevant en maatgevend. De openingstijden als er games worden uitgevoerd, zijn vooralsnog aangehouden tussen 10.00 uur en 22.00 uur. Er is in dit onderzoek van uit gegaan dat tussen deze tijden er permanent activiteiten zijn. Dit is een worst case situatie. Het terras kent dan nog een mogelijke uitloop tot 23.30 uur. De spellen worden meestal in groepen uitgevoerd binnen een bepaalde tijd.

Tussen de groepen is er sprake van overslagtijd (toelichting spelregels en wisseling van de wacht) van een half uur. Tussen het parkeerterrein en de woning Hessenweg 17 is een grondwal van 2 meter hoog ingevoerd in het akoestisch rekenmodel. Deze wordt in de toekomst voorzien van begroeiing. Uit de resultaten van het akoestisch rekenmodel wordt geconcludeerd dat er (ruimschoots) wordt voldaan aan de richtwaarden voor de goede ruimtelijke ordening (stappenplan geluid VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering') en de ambitiewaarde van het gebiedsgerichte geluidbeleid van de gemeente Zwolle. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ter plaatse van de woning Hessenweg 17 zijn minder dan 40 dB(A) in de dagperiode en maximaal 40 dB(A) in de avondperiode. De piekgeluidniveaus voldoen ruimschoots aan de gestelde richt- en ambitiewaarden en leiden niet tot hinder. De akoestische bijdrage van het leisurepark op het omgevingsgeluid van de omgeving (provinciale weg toekomst en huidig en de geluidzone van industrieterrein Hessenpoort) is minimaal. Het geluid van het leisurepark zal vooral worden gemaskeerd door de genoemde geluidbronnen. Als zodanig is er sprake van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en

35/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

zijn er geen akoestische belemmeringen om het leisurepark te realiseren. Het akoestisch onderzoek is door de Omgevingsdienst IJsselland gecontroleerd en als toereikend aangemerkt. Uit het onderzoek blijkt dat de grondwal tussen het parkeerterrein en de woning Hessenweg 17 noodzakelijk is om ter hoogte van deze woning in de nachtperiode te kunnen voldoen aan de dan voor het maximale geluidsniveau geldende richtwaarde van 60 dB(A). De noodzaak voor en de situering van de grondwal zowel in het kader van de ruimtelijke inpassing als in kader van de milieuvergunning is vastgelegd in de vorm van een voorwaardelijke verplichting (zie artikel 4.5.2). Ter bescherming van de leefomgeving zullen de berekende geluidniveaus vast worden gelegd en als maatwerkvoorschriften worden opgenomen in het maatwerkbesluit. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. 3.8.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van milieugevoelige functies, zoals woningen, in de omgeving van geplande milieubelastende functies ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende milieubelastende functies. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied past in de omgeving. Ondervindt het hinder van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. Het plangebied is niet gelegen binnen richtafstanden van bedrijven waardoor deze niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Het plan maakt geen geluidsgevoelige objecten mogelijk. Het plan voorziet wel in een (beperkt) kwetsbaar object, meer daarover is onder de paragraaf externe veiligheid (3.8.6) opgenomen.

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie is vergelijkbaar met een milieucategorie 2 bedrijf, waarvoor in een rustig gebied een richtafstand geldt van 30 meter. Binnen een straal van 30 meter is de woning aan de Hessenweg 17 en de bedrijswoning aan de Hessenweg 19 (op het eigen perceel) gelegen. De bebouwing aan de Hessenweg 15a heeft geen woonbestemming. Het aspect geluid vormt bij deze richtafstand het meest maatgevende aspect. Zoals onder de paragraaf geluid (3.8.1) aangegeven, is er sprake van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en zijn er geen akoestische belemmeringen om het leisurepark te realiseren. De overige aspecten (geur, stof en veiligheid) vormen op basis van de afstand geen belemmering. Conclusie Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.8.3

Luchtkwaliteit

NSL Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern

36/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die 'niet in betekende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen en/of 100.000 m² aan kantooroppervlak aan één ontsluitingsweg. Voorgenomen ontwikkeling is niet eenduidig aan deze grenzen te koppelen. Het oppervlak van het plangebied bedraagt circa 2 hectare en is qua aard en omvang dusdanig dat het als een nibm-project te beschouwen is. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet verder benodigd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Stikstof De realisatie van het leisurepark gaat onder andere gepaard met de bouw van een nieuwe recreatiegebouw, het opknappen van bestaande gebouwen en het inrichten van de buitenruimte ten behoeve van de activiteiten. Verder heeft het leisurepark een verkeersaantrekkende werking als gevolg van de bezoekers van het leisurepark. Deze activiteiten zouden kunnen leiden tot een verhoging van de stikstofdepositie op omringende en voor stikstof gevoelige natuurgebieden.

Middels een AERIUS-berekening dient de stikstofemissie en depositie op nabij gelegen gebieden te worden bepaald. Door Ecogroen is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd (Quickscan natuurtoets ontwikkeling recreatiepark Hessenweg 19 Zwolle, Ecogroen, d.d. 23 oktober 2020, 18-081), dat als Bijlage 2 van de toelichting is opgenomen. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Daarom is nagegaan of op de locaties met een toename (>0,00 mol/ha/jaar) van stikstofdepositie sprake is van een overschrijding van de KDW (kritische depositie-waarde, dit is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat of leefgebied significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie) van de daar aanwezige habitattypen/leefgebieden door het project plus de ADW (achtergrond-depositie, de huidige atmosferische stikstofdepositie in de lucht die op een bepaald habitattype of leefgebied neerslaat). Hieruit blijkt dat de depositie van het project en de achtergronddepositie samen in geen van de hexagonen leidt tot een (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde.

Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van habitattypen Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) en Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) zijn uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van deze habitattypen zijn uitgesloten omdat stikstof op dit moment geen knelpunt is. De huidige stikstofbelasting, inclusief het project, is lager dan de kritische depositiewaarde van de betreffende habitattypen. Overige effecten op Natura 2000 zijn uitgesloten. In het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) is het voorliggende plan voor het ontwikkelen van een recreatiepark uitvoerbaar. Bij uitvoering van het plan is geen sprake van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit (waaronder stikstof) vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

37/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

3.8.4

Geur

Het plangebied is gelegen in het buitengebied. Het plan maakt echter geen geurgevoelige objecten mogelijk. Toetsing aan de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kan achterwege blijven. Ook worden agrarisch bedrijven in de omgeving niet in de bedrijfsvoering belemmerd. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. 3.8.5

Bodemkwaliteit

Het plangebied ligt binnen de bodemfunctie 'landbouw/natuur'. In dit deel geldt tevens 'landbouw/natuur' als de kwaliteitsklasse voor de bovengrond (bovenste 50 cm onder maaiveld) en de ondergrond (van 0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld). Onderhavig plan voorziet niet in een gevoeliger gebruik dan in de huidige situatie planologisch is toegestaan. Het uitvoeren van bodemonderzoek kan achterwege blijven. De aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. 3.8.6

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Plangebied Het project zelf maakt geen risicovolle inrichting mogelijk die leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu. Conform artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen kan het plan wel aangeduid worden als een beperkt kwetsbaar object: 'sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen'. Beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het plan. Om dit te beoordelen is de risicokaart en de atlas van Overijssel geraadpleegd.

Op deze risicokaarten zijn onder andere risicovolle inrichtingen en risicovol transport over spoor en weg weergegeven. Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Ten noorden van het plangebied is bedrijventerrein Hessenpoort gelegen. Hierop zijn enkele Bevi-inrichtingen gevestigd. Het plangebied ligt op een afstand groter dan 450 meter vanaf deze Bevi-inrichtingen en ligt daarmee op voldoende afstand waardoor externe veiligheid geen belemmering vormt voor onderhavig plan en de bedrijfsvoering van de betreffende bedrijven. Buisleidingen In de directe omgeving zijn geen buisleidingen aanwezig. Route gevaarlijke stoffen Op circa 350 meter ten oosten van het plangebied ligt het spoor Zwolle – Meppel, hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het betreft o.a. brandbare en toxische vloeistoffen. Het invloedgebied bij transport van deze stoffen over spoor is groter dan 1.500 meter en vormt derhalve een aandachtspunt voor

38/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

dit plan. Ook de N340 is aangewezen ten behoeve van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. De weg ligt nu nog aan de voorzijde van het plangebied op circa 40 meter van het meest nabijgelegen bedrijfsgebouw. Bij de ingebruiknae van de nieuwe N340 ligt de weg op ongeveer 190 meter afstand. Een verantwoording van het groepsrisico is benodigd waarbij tenminste wordt ingegaan op de mogelijkheden voor rampbestrijding en hulpverlening en de zelfredzaamheid van de bevolking. Zelfredzaamheid / Bestrijdbaarheid (artikel 7 Bevt) Voor het plangebied en de beoogde (nieuwe) functie-uitoefening, waarbij met name een doelgroep met hoge mate van zelfredzaamheid aanwezig zal zijn, geldt op basis van het planologische kader de volgende voorwaarde: de verblijfsgebouwen dienen te worden voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie zodat de aanwezigen bij een incident in de omgeving veilig binnen kunnen schuilen. Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich hoogspanningsmasten ten oosten van het plangebied. De locatie is gelegen op voldoende afstand (>250 meter) van de hoogspanningsmasten. Conclusie Het plan zelf voorziet niet in de oprichting van een risicovolle activiteit. Het plan wordt wel beschouwd als een beperk kwetsbaar object. Een verdere afweging in het kader van de externe veiligheid kan achterwege blijven omdat risicobronnen in de omgeving op voldoende afstand zijn gelegen.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. 3.8.7

Kabels, leidingen en straalpaden

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Aan de zuidzijde van het plangebied is in het vigerend bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de aanwezige waterleiding hier. Doordat deze dubbelbestemming wordt overgenomen in de bestemmingsplanwijziging en ter plaatse geen werkzaamheden zijn voorzien is de bescherming van de leiding voldoende geborgd. Verder liggen geen kabels of leidingen ter plaatse die moeten worden voorzien van een planologische regeling. 3.8.8

Besluit milieu-effectrapportage (m.e.r.)

In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Onderhavige activiteit is onderdeel van bijlage D van het Besluit m.e.r. maar overschrijdt de daarin opgenomen drempelwaarden niet. Derhalve is een (vormvrije) m.e.r. beoordeling uitgevoerd welke is opgenomen in een aanmeldnotitie (Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Hessenweg 19 Zwolle, 5 augustus 2020, versie 1.2), dat als Bijlage 4 van de toelichting is opgenomen. De conclusie van de uitgevoerde (vormvrije) m.e.r. beoordeling is dat het realiseren van een outdoor recreatiepark niet leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) is niet noodzakelijk. Burgemeester en wethouders hebben op 12 januari 2021 dan ook besloten om geen milieueffectrapport op te stellen.

39/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

3.9

Duurzaamheid

Algemeen Bedrijven zullen een transitie moeten gaan maken naar een zero footprint. Een maatschappelijke plicht die de initiatiefnemer ervaart om de belasting op het milieu zo neutraal mogelijk te maken. Energie Om dit te bereiken wordt onder andere geïnvesteerd in zonnepanelen. Het hoofdgebouw zal dermate geïsoleerd worden dat er minimale verwarming nodig is. Daarnaast wordt gekeken naar het implementeren van een warmtepomp voor de hoofdgebouwen in de toekomst. Er zal gasvrij ontwikkeld worden (o.a. geen gasverwarming). Ook zullen nieuwe klimaatneutrale ontwikkelingen nauwlettend in de gaten worden gehouden. De verlichting zal nagenoeg enkel uit duurzame LEDs bestaan. Daarnaast zal er intelligente verlichting worden aangebracht, deze staat alleen aan als het nodig is. Bij het aanschaffen van nieuwe electronica wordt een zo hoog mogelijke energielabel in overweging genomen. In de ondersteunende horeca is het plan om zoveel mogelijk gebruik te maken van gezonde bereidingen, bijvoorbeeld door gebruik van airfryers in plaats van frituurpannen, dit voorkomt frituurvet. Daarnaast is dit gezonder voor de bezoekers. Circulariteit Tijdens de bouw van de voorzieningen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van circulaire materialen. Bij de uitbating van het park wordt het gebruik van niet-recyclebare materialen geminimaliseerd en synthetische materialen zoveel mogelijk uitgesloten.

Natuurlijk wordt het afvalmateriaal ook in de toekomst zo efficiënt mogelijk gescheiden. Ook bestaat het voornemen om voedingswaren lokaal in te kopen. Compensatie verharding In Nederland heeft de afgelopen tientallen jaren een verharding plaatsgevonden van de oppervlakte, door de groei van steden, aanleg van wegen en het verdwijnen van groen in het verstedelijkt gebied. In het plan zal ook beperkte verharding van wat nu een weiland is plaatsvinden. Gelet op de locatie zal er minder last zijn van de gevolgen van de klimaatverandering die binnen het verstedelijkt gebied optreden. De verharding wordt in ruime mate gecompenseerd door de aanleg van verticale vegetatie en beplanting van het terrein (zie inrichtingsmaatregelen) en een waterpartij die tevens dienst doet als natuurlijke waterberging van het regenwater van de gebouwen.

40/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 1 Inrichtingsmaatregelen Bijlage 2 Beschrijving cultuurhistorie Hessenweg 19 Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels;

41/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld.

Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 4. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van

42/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 5. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 6. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.

Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 7. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. Het betreft in dit plan: Artikel 7 Leiding - Water Artikel 8 Waarde - Archeologie Artikel 9 Waarde - Cultuurhistorie Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen.

De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 10 Anti-dubbeltelregel; Artikel 11 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie; Artikel 12 Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerzone;

43/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels; Artikel 14 Algemene procedureregels; Artikel 15 Overige regels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: Inrichtingsmaatregelen Beschrijving cultuurhistorie Hessenweg 19.

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op de artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Bos Deze bestemming is opgenomen voor de gronden ter versterking van het groene karakter van de Vechtcorridor. Artikel 4 Cultuur en ontspanning Deze bestemming is opgenomen om het te realiseren recreatiepark mogelijk te maken. Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met daaraan ondergeschikt onder andere horeca met een buitenterras. De locatie hiervoor is aangegeven. De outdooractiviteiten zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein', dit om voldoende afstand te creëren richting het aangrenzende erf. Tevens is één bedrijfswoning toegestaan. Bouwregels: In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen gebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Voor het nieuw te bouwen recreatiegebouw binnen het bouwvlak geldt ook de verplichting dat die moet worden voorzien van een kap met een dakhelling van niet minder dan 15°. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' mogen gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd. Daar is ook het maximum vierkante meters aan bebouwing aangegeven. De goot- en bouwhoogte verschillen per aangewezen bebouwing en is per locatie op de verbeelding aangegeven.

Voor de gronden direct gelegen bij de bedrijfswoning geldt dat hier alleen bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bedrijfswoning mogen worden gebouwd. Tot slot zijn overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, met inachtneming van de daarvoor 44/219

december 2021 bestemmingsplan Vechtcorridor Noord, Hessenweg 19

opgenomen bouwhoogtes. Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: Ten aanzien van de afmetingen en plaats van bebouwing kunnen nadere eisen worden gesteld. Van de bouwregels kan onder voorwaarden worden afgeweken ten behoeve van het bouwen buiten het bouwvlak, het verhogen van de goot- en bouwhoogten en het verkleinen van de dakhelling. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Tevens is hier de voorwaardelijke verplichting opgenomen, die voorziet in de landschappelijke inpassing van het geheel. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Ten slotte is er een verbod opgenomen dat niet zonder omgevingsvergunning oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 500 m² ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein' kunnen worden aangelegd. Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de landschapswaarden van de gronden kan een dergelijke vergunning worden verleend. Artikel 5 Tuin Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken als bedoeld in 1.48 worden gebouwd. Artikel 6 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de in-en uitrit van het perceel naar de (afgewaardeerde) Hessenweg. Artikel 7 Leiding - Water Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f5c26ba7-d1bb-49d4-8f2d-0b709950cf89