CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50.pdf

Raad Besluitvormingsronde 1 november 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 5023.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam, schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn, heel in het kort, de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die samengaan zijn in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op orde komt. Oppervlaktewater moet voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van “een goede chemische toestand”. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is.

De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere plantenen dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 31 van 57 September 2021 Versie 01

uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw De commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gevraag advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer: Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren; Schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Bij “vasthouden, bergen, afvoeren” wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer toch een wateroverschot ontstaat, wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij “schoonhouden, scheiden en zuiveren” gaat het om een voorkeurvolgorde, waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten.

Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma’s, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 32 van 57 September 2021 Versie 01

normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het IJsselmeerpeil, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in een Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Deze zijn op 1 mei 2017 vastgesteld. De ‘Omgevingsvisie Overijssel 2017. Beken kleur’ heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota "Water raakt!" door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied.

Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van veel wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassing aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2020. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid. 2.5

Volkshuisvestingsbeleid Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid is vastgesteld in de Zwolse woonvisie: 'Ruimte voor Wonen 2017 – 2027', zoals die is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017. Conclusie Het plan heeft geen connectie met het beleid ten aanzien van volkshuisvesting omdat er geen nieuwe woonbebouwing mogelijk hoeft worden gemaakt.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 33 van 57 September 2021 Versie 01

2.6

Economisch beleid Beroep- en bedrijf aan huis Beroep en bedrijf aan huis wordt toegestaan. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het economisch beleid.

2.7

Milieubeleid Algemeen beleid De gemeenteraad heeft in 2005 de milieuvisie 'Milieu op scherp' vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enzovoort) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment (anno 2017) is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval, luchtkwaliteit en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieukwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied. Voor het plangebied worden de verschillende milieuthema's hierna kort beschreven.

Bedrijvigheid en Inwaartse zonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurd onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNGhandreiking “Bedrijven en Milieuzonering”(2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 34 van 57 September 2021 Versie 01

die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. In paragraaf 3.7.5 is nader ingegaan op deze milieuzonering voor het plangebied.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 35 van 57 September 2021 Versie 01

3

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie Het plangebied aan de Herfterlaan 50 te Zwolle bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Zwolle. De meest nabijgelegen plaats betreft Wijthmen, deze bevindt zich ten zuiden van het plangebed op een afstand van circa 1.1 kilometer. Ten opzichte van de stad Zwolle bevindt het perceel zich op een afstand van hemelsbreed circa 1,6 kilometer ten oosten van bedrijventerrein De Marslanden. Op onderstaande foto is de ligging ten opzichte van Wijthmen en bedrijventerrein De Marslanden weergegeven.

Het perceel bevindt zich verder nog in de nabijheid van het reactiegebied van de Wijthmener Plas en een golfterrein. In de bestaande situatie is sprake van een bestaande bedrijfslocatie van het familiebedrijf Van Krevel. De firma Van Krevel is sinds de medio jaren ’70 al gevestigd aan de Herfterlaan 50 te Zwolle. In 1971 is voor deze locatie een vergunning verleend voor het realiseren van een woning met bedrijfsruimte, waarbij het loonbedrijf onder ‘agrarische bebouwing’ wordt gerangschikt. In 1985 is vervolgens door de gemeente Zwolle de gevraagde milieuvergunning verleend voor de exploitatie van een transportbedrijf en de bijbehorende herstelwerkzaamheden aan de vrachtwagens. Daarna is in 1995 op verzoek een vergunning verleend voor het transportbedrijf met bijbehorende wasplaats

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 36 van 57 September 2021 Versie 01

en bijbehorende dieselopslag + tankplaats. In de begin jaren was met name sprake van transport van bouwmaterialen en in een later fase is hierbij ook de transport van bulkgoederen bijgekomen. Inmiddels heeft door de jaren heen een geleidelijke bedrijfsopvolging plaatsgevonden waarbij in 1979 de zonen het bedrijf van hun vader hebben overgenomen. Inmiddels is de derde generatie toegetreden. Op de locatie Herfterlaan 50 te Zwolle wordt thans door vader en zoon een handel in bouw-/bestratingsmaterialen met bijbehorende distributie geëxploiteerd, waarbij op het bedrijfsterrein een kantoorunit van 25 m2, een tweetal opslagloodsen van respectievelijk 130 m2 en 100 m2 en een container/overkapping van 50 m2. Daarnaast is binnen de inrichting van oudsher een schuur/ponystalling aanwezig met een omvang van 35 m2. Dit bouwwerk valt van rechtswege onder het overgangsrecht. Op onderstaande foto is de bestaande situatie nog eens zichtbaar gemaakt. Het terrein is nagenoeg volledig verhard.

3.1.2

Nieuwe situatie In de gewenste situatie blijven de bedrijfswoning (148 m2), het bestaande bijgebouw (voormalige garage / werkplaats – 171 m2) en de schuur / stal pony (35 m2) ongewijzigd in tact. Deze bebouwing val onder de werkingssfeer van de geldende beheersverordening en bijbehorende overgangsrecht. Vervolgens wordt ten behoeve van de groothandel in bouw- en bestratingsmaterialen in het nieuwe bestemmingsplan een bestemmingsvlak met een omvang van ongeveer 4.000 m2 opgenomen. Binnen dit bestemmingsvlak wordt vervolgens een bouwvlak met een totale omvang van 1.473 m2 opgenomen. Binnen dit bouwvlak mag vervolgens 200 m2 aan extra bebouwing worden gerealiseerd. Ook is een gedeelte van het perceel aangeduid met een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – ondergeschikte detailhandel toegestaan’. Binnen dit gebied is het toegestaan om als ondergeschikte

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 37 van 57 September 2021 Versie 01

vorm aan de bedrijfsvoering detailhandel aan particulieren toe te staan. Ook de parkeervoorziening voor particuliere klanten bevindt zich binnen dat aangeduide gebied. Deze bebouwing wordt als volgt ingevuld: - opslagloods 1 (omvang wordt verkleind) 100 m2 - opslagloods 2 (incl. kantoor) 100 m2 Ten behoeve van voornoemde worden de bestaande kantoorunit, opslagloods (ged.) en de overkapping/container verwijderd. In de gewenste / beoogde bedrijfsopzet is derhalve sprake van een bestemmingsvlak met een omvang van in totaal 4.000 m2, een bouwvlak van 1.473 m2 en omvat de totale bebouwing maximaal 554 m2. Ten opzichte van de bestaande situatie is er sprake van de volgende wijzigingen: • De bestemming wordt gewijzigd van ‘bedrijf-transportbedrijf’ naar ‘bedrijfgroothandel in bouw- en bestratingsmaterialen’; • Het bouwvlak wordt vergroot van 711 m2 naar 1.473 m2 (= + 762 m2); • De bebouwingsmogelijkheden worden vergroot van 354 m2 naar 554 m2 (= + 200 m2). Op onderstaande figuur is deze gewenste opzet zichtbaar gemaakt.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 38 van 57 September 2021 Versie 01

3.1.3

Landschappelijke inpassing In paragraaf 2.2.3 is reeds uitvoerig ingegaan op de landschappelijke inpassing van het plangebied in het kader van de KGO. Door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan is de uitvoering van het inpassingsplan ook geborgd.

3.2

Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet 2016) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt er ter plaatse geen archeologische dubbelbestemming ten aanzien van archeologie aanwezig is. Er is geen archeologisch onderzoek nodig.

3.3

Cultuurhistorie Modernisering Monumentenwet (MoMo)/Wijziging Bro Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Wat zijn cultuurhistorische waarden? De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken" Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde / bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2.

Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief'. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 39 van 57 September 2021 Versie 01

Zoals ook reeds verwoord in paragraaf 2.3 is het plangebied niet als cultuurhistorisch waardevol aangeduid. Het aspect cultuurhistorie staat de planvorming niet in de weg. 3.4

Verkeer

3.4.1

Huidige situatie Het bedrijf wordt ontsloten via de Herfterlaan. Een ontsluiting richting de N757 en N35 is mogelijk op circa 1,4 kilometer afstand naar het zuiden toe, waar aansluitingen op deze genoemde wegen aanwezig zijn. Het bedrijf is daardoor op een goede wijze ontsloten waarbij verkeer niet onnodig door een dorp heen hoeft te rijden.

3.4.2

Uitgangspunten bestemmingsplan In de nieuwe situatie blijft de ontsluiting op dezelfde wijze plaatsvinden, hierin treedt geen verandering op. Parkeren op eigen terrein Het parkeren moet op eigen terrein opgelost worden. Binnen het plangebied is ruimte genoeg voor parkeren op eigen terrein.

3.5

Natuur De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. In het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.

3.5.1

Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 40 van 57 September 2021 Versie 01

provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. Van belang is om na te gaan of zich in de directe nabijheid van het plangebied waardevolle natuurgebieden bevinden. De onderzochte locatie ligt op circa 1,4 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van Natuurnetwerk Nederland. Een Natura 2000 gebied bevindt zich op circa 2,4 kilometer afstand. Nader onderzoek naar gebiedsbescherming is niet nodig.

Ligging ten opzichte van NNN

Ligging ten opzichte van Natura 2000

3.5.2

Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 41 van 57 September 2021 Versie 01

Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: • uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); • het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; • er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de W et natuurbescherming; • er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van deze verbodsactiviteiten van toepassing zijn of kunnen zijn. In het kader van de planontwikkeling worden twee houten overkappingen gesloopt en wordt het terrein landschappelijk ingepast middels de aanplant van erfbeplanting. Om de wettelijke consequenties van voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen, is Natuurbank Overijssel gevraagd een natuurwaardenonderzoek uit te voeren. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgt een uiteenzetting van het resultaat van het uitgevoerde onderzoek. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen fysieke activiteiten, kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Ook is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een verhoogde stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Daarvoor is de emissie van stikstof(oxiden) te gering en ligt het plangebied te ver van Natura 2000-gebied om een negatief effect te veroorzaken. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied voor verschillende algemene- en weinig kritische beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er jaarlijks vogels in het gebied. Vleermuizen, amfibieën en grondgebonden zoogdieren bezetten geen rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende beschermde dieren niet aangetast.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 42 van 57 September 2021 Versie 01

3.5.3

Stikstofdepositie Er is onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie van de planontwikkeling op eventuele voor verzuring gevoelige Natura 2000 gebieden. Hierna volgt voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase de impact vanuit stikstof. Realisatiefase De gewenste bedrijfsopzet is qua bebouwing ter plaatse reeds aanwezig en ten aanzien van het beoogde project vinden dan ook geen bouwwerkzaamheden plaats. Wel worden er enkele werkzaamheden uitgevoerd om de gewenste bedrijfsopzet te realiseren zoals het verwijderen van een bestaande toegangsweg, de sloop van enkele bouwwerken en de aanleg van de aarden wal en landschappelijke inpassingen. Voornoemde zijn echter kleinschalige werkzaamheden waarbij slechts zeer beperkt gebruik wordt gemaakt van machines / voertuigen met een verbrandingsmotor. De realisatiefase is derhalve in hoge mate ondergeschikt aan de gebruiksfase en hierdoor bestaat geen aanleiding om deze afzonderlijk inzichtelijk te maken. Gebruiksfase De beoogde situatie ziet toe op de exploitatie van een groothandel in bouw- en bestratingsmateralen. In de gewenste situatie is er sprake van de volgende (maximale) vervoersbewegingen per etmaal:

De rijroute van het verkeer is opgenomen vanaf het erf tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld op de Herfterlaan (1,4 kilometer). Deze lijnbron loopt over de openbare weg en vervolgens via het bedrijfsterrein van Van Krevel. Deze lijnbron is ingevoerd voor de aankomst (of vertrek) in oostelijke richting en voor vertrek (of aankomst) in westelijke richting, zodat de vervoersbewegingen 50%/50% zijn verdeeld. Vuistregel lengte van lijnbronnen ‘wegverkeer’ in Aerius: In Aerius wordt wegverkeer ingevoerd als lijnbron. De lengte van die bron is recht evenredig met de emissie. Het is dus van belang af te spreken hoelang de lijnbron moet zijn. Bij het thema geluid speelt eenzelfde probleem. Verkeer van en naar een bedrijf maakt geluid en moet beoordeeld worden (Schrikkelcirculaire). Daar is jurisprudentie over. Volgens de rechter moet het verkeer worden meegenomen totdat het “in het heersende verkeersbeeld is opgenomen”, dit is als het verkeer het rijgedrag vertoont dat gebruikelijk is op die weg. We hanteren de volgende vuistregel: Binnen de bebouwde kom: 50 meter voor personenauto’s en 150 m voor vrachtverkeer; Buiten de bebouwde kom: 80 meter voor personenauto’s en 250 m voor vrachtverkeer. Uitzonderingen: • Als het verkeer binnen de bovengenoemde afstand een kruising of splitsing bereikt, dan geldt die kortere afstand tot die splitsing;

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 43 van 57 September 2021 Versie 01

•

Als een weg (vrijwel) uitsluitend gebruikt wordt door één bedrijf (bijvoorbeeld een toegangsweg van een steenfabriek in de uiterwaarden), dan wordt de hele toegangsweg meegenomen plus de afstand die hierboven is genoemd.

Gelet op voornoemde is in onderhavige situatie (rijroute 1,4 kilometer) een worst-case scenario berekend. Ten behoeve van de bedrijfsvoering wordt op het terrein gebruik gemaakt van mobiele werktuigen (heftruck/shovel/tractor) met een dieselmotor. Voor deze toepassing is een vlakbron op het bedrijfsterrein geprojecteerd met de volgende uitgangspunten:

De Cv-ketel van de bestaande bedrijfswoning brengt de volgende emissies met zich mee:

Met deze gegevens is gerekend. Het bij het onderzoek behorende rekenblad alsmede de bijbehorende memo zijn als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Er is geen vergunning vanuit de Wet natuurbescherming nodig voor dit bestemmingsplan. 3.6

Water Op 9 juli 2020 is de watertoets uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Op basis van deze digitale toets kan de korte procedure gevolgd worden. Het waterschap gaat akkoord met het plan, mits deze voldoet aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf, zoals hieronder is beschreven. Binnen de procedure voor het bestemmingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning kan deze standaard waterparagraaf toegevoegd worden aan de toelichting van het bestemmingsplan. Het waterschap verzoekt wel om op de punten waar dat wordt gevraagd de tekst te specificeren voor het plan. Onderstaand is de inhoud van de standaard waterparagraaf overgenomen en daar waar relevant is aangegeven hoe in het plan hiermee rekening zal worden gehouden.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 44 van 57 September 2021 Versie 01

Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseert het waterschap om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Met bovengenoemde adviezen zal bij de nadere uitwerking van het bouwplan rekening worden gehouden. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem.

Een oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadis heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Het vrijkomende hemelwater wordt, net als de bestaande situatie, op eigen terrein geïnfiltreerd en afgevoerd via het omringende slotenstelsel. Er is geen sprake van een toename van verhard oppervlakte, zodat de bestaande wijze van afvoer van hemelwater ook in de beoogde nieuwe situatie toereikend zal zijn. Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding.

Gaat men werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een waterstaatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet een watervergunning worden aangevraagd op de website: www.omgevingsloket.nl. Overstroombaar gebied Het plan ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied worden gebieden verstaan die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 45 van 57 September 2021 Versie 01

staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan. In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen. Het plangebied bevindt zich in dijkring 53, 'Salland'. Deze dijkring wordt omsloten door de Vecht aan de noordzijde, de IJssel aan de westzijde, het Zwolle-IJsselkanaal en Zwarte Water aan de noordwestzijde en aan de oostzijde door hooggelegen gronden. Deze dijkring heeft een risico op een overstroming. Voor bestemmingsplannen in deze dijkring is een overstromingsrisicoparagraaf vereist.

Risico-inventarisatie Voor de keringen van dijkring 53 geldt een veiligheidsnorm van 1/1250 per jaar (overschrijdingskans). Op basis van de risicokaart wordt de maximale waterdiepte in het

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 46 van 57 September 2021 Versie 01

plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,5 tot 1 meter (zie figuur hieronder). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als ondiep.

In onderstaande figuur is nog de tijd weergegeven dat het plangebied overstroomt bij een dijkdoorbraak in deze dijkring. Het duurt 16 uur tot zelfs langer dan 48 uur voordat het plangebied overstroomt.

Maatregelen Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen in het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied,

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 47 van 57 September 2021 Versie 01

voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. Voor het initiatief geldt daarbij ook nog dat de initiatiefnemers al sinds oudsher zijn gevestigd op deze locatie en op de hoogte zijn van deze risico’s op overstromingen, de bewustwording is daarbij reeds aanwezig. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. 3.7

Wonen

3.7.1

Huidige situatie In de bestaande situatie is sprake van een bedrijfswoning waarin gewoond wordt ten dienste van het bedrijf. In de nieuwe situatie blijft dit ongewijzigd. De dienstwoning blijft behouden.

3.7.2

Milieu In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen.

3.7.3

M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen): indien: De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 48 van 57

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

September 2021 Versie 01

Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. en lijkt een nadere verantwoording niet nodig te zijn. 3.7.3.1

M.e.r.-aanmeldnotitie Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage inwerking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het nut van deze notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie. Een aanmeldnotitie moet alleen worden opgesteld indien een particulier of een ondernemer de initiatiefnemer is van de voorgenomen activiteit. De notitie moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden. De aanmeldnotitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer deze informatie heeft verstrekt, moet het bevoegd gezag beslissen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld.

In onderstaande tabelvorm is nog een kwalitatief oordeel geveld over de effecten op diverse milieufactoren, zoals in het voorgaande hoofdstuk is beschreven. Milieueffect Archeologie

Effecten

Bijzonderheden

Geen effecten

Ter plaatse is geen sprake van een

Bodem

Geen effecten

archeologische dubbelbestemming. Er is geen verkennend bodemonderzoek nodig.

Ecologie

Er zijn geen nadelige effecten ten

Er wordt niet gesloopt, geen bomen

aanzien van ecologie te

gekapt en geen sloten gedempt.

verwachten

Een deel van het terrein wordt teruggegeven ter bevordering van de landschappelijke waarde en daarmee gepaard gaand ook de ecologische waarden.

Geluid

Er zijn geen nadelige effecten ten

Woningen van derden bevinden

aanzien van geluid te

zich op voldoende afstand, deze

verwachten.

worden niet gehinderd vanuit het aspect geluid.

Milieuhinder

Er zijn geen nadelige effecten ten

De activiteiten van het groothandel

aanzien van milieuhinder te

bevinden zich op voldoende afstand

verwachten.

ten opzichte van andere, niet woonfuncties, er is geen milieuhinder te verwachten.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 49 van 57

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

September 2021 Versie 01

Luchtkwaliteit

Verkeer en vervoer en parkeren

Water

Het project is niet nadelig voor de

Het project is via de NIBM-tool als

luchtkwaliteit, er worden geen

niet nadelig voor de luchtkwaliteit

normen overschreden.

beoordeeld.

Het project voorziet niet in een

De ontsluiting richting provinciale

significante

stroomwegen is goed te noemen.

verkeersaantrekkende werking.

Op eigen terrein is voldoende plaats

Ook het parkeren is inpasbaar.

voor parkeren.

Het plan is verenigbaar met de

De standaard waterparagraaf –

belangen van het waterschap.

korte procedure is van toepassing.

Middels voorliggende m.e.r.-beoordeling zijn de verwachte milieueffecten van de voorgenomen activiteit overeenkomstig de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese Richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ in beeld gebracht. Uit deze effectbeoordeling blijkt dat er geen significant negatieve milieueffecten te verwachten zijn bij uitvoering van de voorgenomen activiteit. De algehele conclusie is dan ook dat voor de gekozen procedure er geen m.e.r.-plicht geldt en er dus geen milieueffectenrapportage hoeft te worden opgesteld. 3.7.4

Geluid Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Wet geluidhinder (wegverkeerslawaai) Er is reeds sprake van een bestaande bedrijfswoning. Deze is aan te merken als een bestaand geluidsgevoelig object vanuit de Wet geluidhinder bezien. De bestaande bedrijfswoning blijft bestaan, er komen geen nieuwe woonfuncties bij. Er is geen akoestisch onderzoek nodig. Ook blijkt uit de hierna weergegeven kaart vanuit de Atlas van de Leefomgeving dat ter plaatse van de bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat vanuit het aspect ‘wegverkeerslawaai’ gezien.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 50 van 57 September 2021 Versie 01

Industrielawaai Er is geen sprake van industrielawaai. Spoorlawaai Het plangebied bevindt zich niet binnen een geluidszone van spoorweglawaai. 3.7.5

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende milieubelastende functies. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. De richtafstanden uit bijlage 1 voor de VNG publicatie gaan uit van een 'rustige woonwijk'. Indien er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' dan kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap.

Een groothandel zoals in dit bestemmingsplan is vanuit de VNG-Reeks Bedrijven en Milieuzonering gelijk te stellen met een bedrijf in de categorie ‘groothandel in hout- en bouwmaterialen groter dan 2.000 m2 bvo’ en daarmee als een milieucategorie 3.1 inrichting. Voor een dergelijk bedrijf gelden normafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar van respectievelijk 0 m, 10 m, 50 m en 10 meter tot aan woningen van derden gemeten vanaf de grens van de inrichting, in dit geval de grens

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 51 van 57 September 2021 Versie 01

van de bestemming Bedrijf. De meest nabijgelegen woning van derden bevindt zich op een afstand van circa 75 meter afstand vanaf de bestemmingsgrens van de bestemming Bedrijf. Er is geen milieuhinder te verwachten. 3.7.6

Trillingen Het onderdeel trillingen is niet van toepassing, spoorwegen en wegen waarover zwaar vrachtverkeer rijdt liggen op voldoende afstand.

3.7.7

Luchtkwaliteit

3.7.7.1

NSL Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het bouwplan biedt de mogelijkheid tot het kunnen bouwen van extra bedrijfsbebouwing ter grootte van maximaal 200 m2 en is daarmee in vergelijking met genoemd project van 1500 woningen qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger dan de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan daarom worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet verder nodig.

3.7.8

Geur Het onderdeel geur is niet van toepassing, er bevinden zich geen agrarische bedrijven of geur-veroorzakende fabrieken in de nabijheid van het plangebied.

3.7.9

Bodemkwaliteit In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: • een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; • waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; • die de grond raken; • waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing);

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 52 van 57 September 2021 Versie 01

• • •

die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is.

Er is geen sprake van nieuw te realiseren verblijfsruimten waarin (nagenoeg) voortdurend mensen verblijven. Er is geen verkennend bodemonderzoek nodig. 3.7.10

Verzuring Het onderdeel verzuring is niet van toepassing

3.7.11

Externe veiligheid Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Er is sprake van een bestaande bedrijfsbestemming, als gevolg van de wijziging van de bestemming is er geen sprake van een toename van het groepsrisico, zodat onderzoek naar externe veiligheid niet nodig is.

3.7.12

Afval Ten aanzien van het afvoeren van huishoudelijk afval zal aansluiting worden gezocht bij de reguliere afvalophaaldienst zoals die in de bestaande situatie reeds aanwezig is. Het plan leidt niet tot een grotere afzet van bedrijfs- en huishoudelijk afval.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 53 van 57 September 2021 Versie 01

4

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten

4.1

Inleiding Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied – Herfte, Wijthmen, Herfterlaan 50 Zwolle’ zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van dit bestemmingsplan. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Inleidende regels; • Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3 Algemene regels; • Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft.

Artikel 2 Verwijzing Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschap Deze bestemming is opgenomen op de gronden die deels zijn gelegen binnen het voormalige bouwvlak van het transportbedrijf. Binnen deze bestemming worden uitsluitend grondgebonden bedrijven toegestaan. Omschakeling van grondgebonden naar niet-grondgebonden bedrijfsvoering is niet toegestaan. In een grondgebonden agrarische bedrijf vindt de bedrijfsvoering hoofdzakelijk niet in gebouwen plaats, zoals een melkveehouderij, een akkerbouwbedrijf of een tuinbouwbedrijf. In dit geval is er dan ook geen bouwvlak aanwezig. Er zijn dan ook enkel, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 54 van 57 September 2021 Versie 01

Ter bescherming van de landschappelijke waarden is voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het perceel overeenkomstig het inrichtingsplan dat is opgesteld voor de KGO. Artikel 4 Bedrijf Deze bestemming is opgenomen om op deze locatie aan de Herfterlaan 50 te Zwolle een groothandelbedrijd in bouw- en bestratingsmaterialen mogelijk te maken. Bedrijfsgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd waarbij op de verbeelding is aangegeven welke maatvoeringen er gelden voor goot- en bouwhoogten en bebouwingspercentages. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het perceel overeenkomstig het inrichtingsplan dat is opgesteld voor de KGO. Om ook in ondergeschikte vorm de verkoop van bouw- en bestratingsmaterialen aan particulieren mogelijk te maken is een deel van het plangebied voorzien van een nadere gebiedsaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – ondergeschikte detailhandel’ toegestaan. Binnen deze aanduiding ligt ook de parkeervoorziening voor de klanten.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 6 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Artikel 7 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 8 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen. Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 55 van 57 September 2021 Versie 01

parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van het algemene parkeerbeleid. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 10 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan. 4.2

Handboek Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 56 van 57 September 2021 Versie 01

5

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid Algemeen Indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, in combinatie met een planologische maatregel is afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatiewet) van toepassing. Dit brengt met zich mee dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst de kosten in de grondexploitatie anderszins verzekerd zijn en, indien noodzakelijk, er afspraken zijn gemaakt over een tijdvak, fasering en locatie-eisen. De kosten in verband met het uitvoeren van het bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. De Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt het risico ten aanzien van de exploitatie van de in het bestemmingsplan voorziene ontwikkeling te kunnen dragen. De gemeentelijke kosten in verband met de procedure die moet leiden tot het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan worden middels een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer voor rekening van de initiatiefnemer gebracht . In deze anterieure overeenkomst zal ook een planschadeverhaalsbepaling worden opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt.

Ook overige kosten die de gemeente maakt in verband met onderhavige bestemmingsplan worden middels de anterieure overeenkomst voor rekening van de initiatiefnemer gebracht. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk. De gronden in het plangebied zijn in eigendom bij de initiatiefnemer. Conclusie Het vaststellen van een exploitatieplan blijft achterwege, omdat met het aangaan van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd zijn (art 6.12, tweede lid, sub a). Ook is de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende aangetoond.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Overleg met de buurt De heren Van Krevel hebben het beoogde ontwikkelingsplan besproken met de volgende omwonenden: • Herfterlaan 42 • Herfterlaan 60 • Erfgenamenweg 25 • Valkenbergweg 17 • Valkenbergweg 19 • Valkenbergweg 21 • Valkenbergweg 21a

NL.IMRO.0193BP20011-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 50

Blad 57 van 57 September 2021 Versie 01

Tijdens de bezoeken zijn de situatieschets en bijbehorende inrichtingsplan alsmede de beoogde bedrijfsopzet aan deze buren voorgelegd en nader toegelicht. De reacties van alle omwonenden zijn gelijkluidend: ➢ De omwonenden hebben geen bezwaren tegen de beoogde plannen & ontwikkeling van het bedrijf van de fam. Van Krevel; ➢ De omwonenden ondervinden geen (noemenswaardige) hinder of overlast van de bedrijfsvoering; ➢ De omwonenden gaan akkoord met de beoogde wijziging van het bestemmingsplan en bijbehorende inpassing; ➢ De heren Van Krevel wordt succes gewenst met de bedrijfsvoering. 5.2.2

Uitkomsten overleg Rijk In berichtgeving vanuit het voormalige ministerie van VROM is aangegeven dat slechtst plannen die aantoonbaar van nationaal belang zijn, aan VROM aangeboden dienen te worden. Daarvan is in casu geen sprake. In het kader van het wettelijk vooroverleg hebben de provincie en het waterschap de volgende reacties gegeven: Provincie Overijssel: Dit bestemmingsplan past in het ruimtelijk beleid van de provincie. Er zijn dan ook geen belemmeringen wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht. Ook is hiermee het ambtelijk vooroverleg met de provincie (uit het Bro) afgerond. Waterschap Drents Overijssels Het Waterschap stemt in met de inhoud van het bestemmingsplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f70e6e62-64be-4503-82b3-b2ebdae0dcfc