CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Raad Besluitvormingsronde 23 mei 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 3023.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied, Herfterlaan 30 Vastgesteld

nr. NL.IMRO.0193BP21002-0004

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl

Opdrachtgever

Mw. G Zwienenberg

Opdrachtnemer

Roobeek Advies

Publicatieversie:

NL.IMRO.0193BP21002-0004

Datum: 4 april 2022

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 2 van 82 April 2022 Versie 04

Inhoudsopgave ................................................................................................................................................. 1 1 1.1 1.2 1.3

HOOFDSTUK 1 INLEIDING ....................................................................................... 4 Aanleiding ........................................................................................................................... 4 Plangebied .......................................................................................................................... 6 Geldend planologisch kader ............................................................................................... 6

HOOFDSTUK 2 BELEIDSKADER ............................................................................ 7 Inleiding .............................................................................................................................. 7 Ruimtelijk beleid ................................................................................................................. 7 2.2.1 Rijksbeleid............................................................................................................... 7 2.2.2 Provinciaal beleid ................................................................................................... 9 2.2.3 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 17 2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid ........................................................................ 22 2.4 Waterbeleid ...................................................................................................................... 23 2.5 Volkshuisvestingsbeleid .................................................................................................... 26 2.6 Economisch beleid ............................................................................................................

26 2.7 Milieubeleid ...................................................................................................................... 26 3.1 Stedenbouw ........................................................................................................................... 28 3.1.1 Huidige situatie ........................................................................................................ 28 3.1.2 Nieuwe situatie..................................................................................................... 29 3.1.3 Landschappelijke inpassing .................................................................................. 36 3.2 Archeologie ....................................................................................................................... 37 3.3 Cultuurhistorie .................................................................................................................. 38 3.4 Verkeer ............................................................................................................................. 40 3.4.1 Huidige situatie .................................................................................................... 40 3.4.2 Uitgangspunten bestemmingsplan ......................................................................

40 3.5 Natuur ............................................................................................................................... 41 3.5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................ 41 3.5.2 Soortenbescherming............................................................................................. 44 3.5.3 Stikstofdepositie ................................................................................................... 45 3.6 Water ................................................................................................................................ 45 3.7 Wonen .............................................................................................................................. 46 3.7.1 Huidige situatie .................................................................................................... 46 3.7.2 Milieu.................................................................................................................... 46 3.7.3 M.e.r.-beoordeling ............................................................................................... 46 3.7.4 Geluid ...................................................................................................................

48 3.7.5 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) ......................................................................... 49 3.7.6 Trillingen ............................................................................................................... 52 3.7.7 Luchtkwaliteit ....................................................................................................... 53 3.7.8 Bodemkwaliteit .................................................................................................... 53 3.7.9 Verzuring .............................................................................................................. 53 3.7.10 Externe veiligheid ............................................................................................... 54 3.7.11 Afval ................................................................................................................... 54 2 2.1 2.2

4 4.1 4.2

HOOFDSTUK 4 JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................... 55 Inleiding ............................................................................................................................ 55 Handboek ......................................................................................................................... 57

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 3 van 82 April 2022 Versie 04

5 5.1 5.2

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID ................................................................... 58 Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................... 58 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 58 5.2.1 Overleg met de buurt ........................................................................................... 58 5.2.2 Uitkomsten overleg .............................................................................................. 59 5.2.3 Uitkomst ter inzage ligging .................................................................................. 59

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 4 van 82 April 2022 Versie 04

1

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een gewenst bouwinitiatief. Tevens biedt voorliggend bestemmingsplan de onderbouwing waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie, in dit geval het wijzigen van de bestemming van een (voormalige) bedrijfswoning van een actief agrarisch bedrijf (melkveehouderij) naar een plattelandswoning ter plaatse van het perceel Herfterlaan 30 te Zwolle. De plattelandswoning wordt daarbij planologisch gezien ook geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Onderstaand een weergave van de ligging van het perceel vanuit de lucht, gevolgd door een foto van de woning Herfterlaan 30 vanaf de straat. De te herbestemmen nu nog agrarische bedrijfswoning naar een plattelandswoning is binnen het oranje kader weergegeven.

De bestaande bedrijfswoning is niet meer nodig voor het bedrijf. Deze is al ruim 15 tot 20 jaar niet meer gekoppeld aan de agrarische onderneming (melkveehouderij). De veehouder die hier woonde is destijds gestopt en inmiddels overleden.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 5 van 82 April 2022 Versie 04

De grond behorend bij het kadastrale perceel is ook sinds die tijd niet meer als agrarische grond in gebruik. De voormalig eigenaar van Herfterlaan 30 was familie van de agrariër op Herfterlaan 30-1 en 30-2. Het agrarische bedrijf heeft zijn toekomstbestendigheid reeds vormgegeven door de splitsing naar de woning op Herfterlaan 30-1 en 30-2. Ook zijn alle bouwplannen en eventuele gevolgen reeds doorgenomen met de agrariër (en zijn opvolger). Binnen het blauwe kader is het gebouw zichtbaar dat de overgebleven bedrijfswoning is. Deze woning, bekend onder het adres Herfterlaan 30/1 en 30/2 wordt ook dubbel bewoond.

Het is de bedoeling dat de aanwezige in slechte bouwstaat verkerende boerderij (bouwjaar 1880) gaat worden herbestemd naar een woonboerderij. De boerderij wordt grotendeels gesloopt en gemoderniseerd herbouwd tot twee wooneenheden. Gezien de ligging binnen het agrarische bedrijfsperceel is het de bedoeling deze boerderij daarbij te gaan bestemmen als plattelandswoning, waarbij in de gemeente Zwolle dan juridisch wordt gesproken over een ‘specifieke vorm van wonen – voormalige bedrijfswoning’. Een plattelandswoning is als volgt gedefinieerd. Een agrarische bedrijfswoning welke is gelegen binnen een agrarisch bouwblok welke gebruikt mag worden door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf. Verder worden de (vervallen) bijgebouwen gesloopt en waar nodig wordt omliggend grijs en groen verwijderd. De daaruit voortvloeiende ingrepen zijn het grotendeels slopen en herbouwen van de boerderij, amoveren van opstallen, waar nodig verwijderen omliggend grijs en groen en vlak trekken van de gronden. Op deze wijze wordt het terrein meer ingericht als een woonerf.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 6 van 82 April 2022 Versie 04

1.2

Plangebied De bedrijfslocatie aan de Herfterlaan 30 maakt onderdeel uit van een actief agrarisch bedrijf (een melkveehouderij). Het plangebied aan de Herfterlaan 30 te Zwolle bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Zwolle. De meest nabijgelegen plaats betreft Herfte, deze bevindt zich ten noorden van het plangebied op een afstand van circa 600 meter. Ten opzichte van de stad Zwolle bevindt het perceel zich op een afstand van hemelsbreed circa 1,8 kilometer ten oosten van het bedrijventerrein De Marslanden.

1.3

Geldend planologisch kader Het plan valt onder de “Beheersverordening Herfte, Wijthmen”. Op grond van deze beheersverordening is het perceel bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf (bestemming Agrarisch met waarden – Landschap’ met een bijbehorend agrarisch bouwvlak. De uitsnede van de geldende plankaart behorende bij de genoemde beheersverordening is in onderstaande figuur opgenomen.

Het mogen gebruiken van een voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning in de vorm van een plattelandswoning past niet binnen de geldende bestemming. Zodoende is er een nieuw bestemmingsplan nodig die dit wel mogelijk maakt. Daarbij krijgt de bedrijfswoning Herfterlaan 30 een aanduiding ‘plattelandswoning’ en wordt deze tevens voorzien van een maatvoering aanduiding die de woning geschikt maakt voor dubbele bewoning. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Karakterisering Landschap Waardevol is de verhoogde ligging op de zandrug in het besloten landschap van Herfte. Het (oude) erfensemble is kleinschalig van opzet.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 7 van 82

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

April 2022 Versie 04

Erfensemble en erfstructuur Waardevol is de streekeigenheid van het erf door de eenvoud van de inrichting, de transparantie van het erf, het agrarische karakter, het ensemble van boerderij met kleine schuur en hooiberg, en het streekeigen plantmateriaal. Het kleine nutstuintje draagt bij aan het streekeigen karakter. Het erf van de tweede bedrijfswoning heeft een meer eigentijds assortiment aan beplanting, maar verstoort de kenmerken niet. Gebouwen Waardevol is het ensemble van boerderij met schuur en hooiberg. Waardevol als afzonderlijk volume zijn de hooiberg en de boerderij, met als waardevolle elementen de karakteristiek ingedeelde voor- en achtergevel. Waardevol als volumes zijn de twee hooibergen op het jonge erf nabij de kuilvoerplaten. Voor nummer 30 is een Waarde – Cultuurhistorie opgenomen op de verbeelding en zijn er regels voor opgenomen. Op die wijze wordt zorggedragen voor voldoende bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed.

2

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1

Inleiding In het plangebied wordt de juridisch-planologische basis gegeven voor het herbestemmen van een bestaande bedrijfswoning naar een plattelandswoning.

2.2

Ruimtelijk beleid

2.2.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVIgebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 8 van 82 April 2022 Versie 04

Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: • • • •

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie ; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken ; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen

Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI. Door het toekennen van een aanduiding ‘plattelandswoning’ is er sprake van een op de toekomst gerichte herontwikkeling van het landelijk gebied. Verdere verpaupering van de oude boerderij wordt voorkomen en het agrarisch bedrijf wordt niet gehinderd in haar bedrijfsvoering.

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 9 van 82 April 2022 Versie 04

Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt.

Stedelijke ontwikkeling Van een stedelijke ontwikkeling is sprake indien er meer dan 12 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan is niet ladderplichtig immers er wordt niet voorzien in het realiseren van 12 of meer nieuwe woningen. 2.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De meest actuele Omgevingsvisie is op 3 maart 2021 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.

Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieus betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.

Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 10 van 82

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

April 2022 Versie 04

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 11 van 82

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

April 2022 Versie 04

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel 2017 Indien het initiatief, specifieke vorm van wonen, voormalige bedrijfswoning wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Zo dienen gemeenten in het kader van woningbouw- en bedrijven terreinontwikkeling afspraken te maken met buurgemeenten. Andere generieke beleidskeuzes betreffen onder andere reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond, landbouwontwikkelingsgebieden voor de intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000- gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones. In dit geval heeft het bestemmingsplan betrekking op het wijzigen van de bestaande bewoonde bedrijfswoning Herfterlaan 30 naar een plattelandswoning, zodat deze door derden kan worden bewoond zonder een belemmering te gaan vormen voor het naastgelegen bestaande en nog actieve agrarische bedrijf. Er wordt niet voorzien in een toename van bebouwing of ruimtegebruik.

Bestaande bijgebouwen worden gesloopt en vervangen door nieuwe bijgebouwen die qua omvang minder zijn dan de te slopen bijgebouwen en worden herbouwd in een passende stijl. Het agrarische en cultuurhistorische karakter blijft daarmee intact, het beeld wordt verbeterd.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 12 van 82 April 2022 Versie 04

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: 1. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); 2. agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; 3. wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap. De locatie is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.

"Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap" Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 13 van 82

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

April 2022 Versie 04

Binnen het ontwikkelingsperspectief "Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap" kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verzoek past binnen het ontwikkelperspectief. Door de voormalige bedrijfswoning aan te duiden als plattelandswoning blijft het agrarisch bedrijf in harmonie met de plattelandswoning voortbestaan en vormt de plattelandswoning geen milieugevoelig object voor het bedrijf. ''Stads- en dorpsrandgebieden'' In de Stedelijke Omgeving vind je enkele bijzondere gebiedscondities die specifieke kansen met zich meebrengen. Denk aan kenniscentra, stadsassen en stationsgebieden, maar ook aan stads- en dorpsrandgebieden. De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel.

Als er naast de inmiddels geplande woon- en werklocaties nog behoefte ontstaat, kunnen nieuwe woon- en werkmilieus worden ingezet om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden te verhogen en de landschappelijke structuur in deze gebieden te versterken. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' De locatie ligt in het kleinschalige mixlandschap en in de stads- en dorpsrandzone. De beoogde ontwikkeling van bedrijfswoning naar plattelandswoning wordt als passend gezien in het mixlandschap en de stads- en dorpsrand. Verder wordt door het opruimen van verouderde bebouwing een kwaliteitsverbetering op het erf van de plattelandswoning nagestreefd en bereikt. Uit hoofdstuk 3 blijkt dat er geen sprake is van een belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven en woningen van derden. Het initiatief is in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken De gebiedskenmerken met een provinciaal belang zijn opgenomen in de Catalogus Gebiedskenmerken.

Voor alle gebiedstypen in Overijssel is beschreven welke kwaliteiten en kenmerken in de vier lagen behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden in de catalogus zijn integraal, in de zin dat ze aspecten als milieu, water, cultuur, landschap en infrastructuur omvatten voor zover ze te koppelen zijn aan een gebiedstype.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 14 van 82 April 2022 Versie 04

De gebiedskenmerken onderscheiden we in vier lagen: 1. de natuurlijke laag 2. de laag van het agrarisch cultuurlandschap 3. de stedelijke laag 4. de laag van de beleving Hierna wordt ingegaan op de diverse lagen en de relatie met voorliggend bestemmingsplan.

De natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische processen – zoals ijs- wind- en waterstromen, erosie en sedimentatie – en biotische processen – zoals vestiging van plant- en diersoorten – inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Op basis van de kaart ‘natuurlijke laag’ geldt het volgende. Er is sprake van de laag ‘dekzandvlakte en ruggen’.

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandgebieden voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ Het voorgenomen bouwplan heeft geen negatieve effecten op het omliggende landschap en de landschappelijke kwaliteiten en structuren. De herbestemming van de bedrijfswoning naar plattelandswoning vindt plaats binnen de bestaande contouren van het agrarisch bedrijfsperceel.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 15 van 82 April 2022 Versie 04

De vervallen woning wordt grotendeels gesloopt en bestaande en verouderde gebouwen op het terrein worden gesloopt en (deels) vervangen door nieuwe bijgebouwen die qua aard en omvang passen bij de nieuwe bestemming en qua volume minder zijn dan hetgeen wordt gesloopt. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft op de gebiedskenmerken van de ‘Natuurlijke laag’.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Het aanzien van ruim twee derde van het oppervlak van Overijssel wordt bepaald door het agrarisch gebruik.

Ten aanzien van deze kaartlaag is sprake van het Oude hoevenlandschap. Ambitie De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie, mits wordt voortgebouwd op kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn volop mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Norm De essen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 16 van 82 April 2022 Versie 04

Richting Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap en aan de samenhang van en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting, de open es(sen), het beekdal, de voormalige heidevelden en aan de mate van openheid en kleinschaligheid. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ De beoogde ontwikkeling vindt plaats op het bestaande agrarisch bedrijf. De impact van deze ontwikkeling is als gering te beschouwen en de beoogde ontwikkeling past in deze omgeving.

De stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt de kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. De kaartlaag “stedelijke laag” geeft aan dat er geen sprake is van een ‘stedelijke laag’.

Laag van de beleving Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum voor ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. Aan de (relatieve) autonomie van de natuurlijke processen in de natuurlijke laag, het ‘nut’ van het agrarisch cultuurlandschap en de sociale en functionele dynamiek van de stedelijke laag voegt de laag van de lust- en leisurelandschappen de dimensie van het welbehagen, het plezier, de trots en de beleving toe. Deze laag is het domein van de belevenis, betekenis en identiteit. De laag van de beleving voegt eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes, maar benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 17 van 82

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

April 2022 Versie 04

In deze kaart valt het gebied in de “IJssellinie inundatieveld” en het ‘stads- en dorpsranden’ gebied. IJssellinie inundatieveld De IJssellinie was een militaire verdedigingslinie die tussen 1951 en 1954 langs de IJssel gebouwd werd om Nederland door middel van inundatie (het onder water zetten van land) te beschermen tegen een landinvasie. In de gebiedskenmerken is dit gebied een van de bakens in de tijd en geldt er een cultuurhistorische ambitie. Het creëren van verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen is een onderdeel van die ambitie. Ook is het mogelijk bakens van deze tijd toe te voegen. Cultuurhistorische waarden dienen behouden te worden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. De beoogde ontwikkeling vindt plaats op de reeds bestaande agrarische bedrijfslocatie. De impact van de herbestemming is vanuit ruimtelijk oogpunt minimaal te noemen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 2.2.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en kernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het ‘Huis van Zwolle’ te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: • • •

Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 18 van 82 April 2022 Versie 04

Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:

Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle. Ruimtelijke koers Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad. 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 19 van 82 April 2022 Versie 04

Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden: • Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. • 1000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. •

Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist.

•

Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/e-commerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema’s.

De Zwolse strategische ontwikkelzones Er zijn een drietal strategische ontwikkelzones met daarbinnen diverse gebieden die (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad: de StadsKrans. 2. De zone verbonden aan de stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen: de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee. 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad: de StadsRand. Visie op hoogbouw Voor de verdere verdichting biedt hoogbouw een oplossing. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet. Naar een multifunctioneel buitengebied: stad en land verbonden Centraal staat de ambitie om te werken aan een vitaal, solidair, gezond en duurzaam buitengebied.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 20 van 82 April 2022 Versie 04

Om die ambitie in te vullen staan de volgende doelen centraal: • Behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteiten (o.a. landschap, stilte, cultuur(historie) en natuur (planten en dierenleven)); • Bieden van ruimte voor ontwikkelingen (o.a. landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, niet-agrarische bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en wonen); • Een goede digitale bereikbaarheid van het buitengebied (bijvoorbeeld via glasvezel); • Het verbinden van stad en ommeland, met onder andere recreatieve fietsen wandelroutes voor inwoners en bezoekers van de stad Zwolle. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte.

Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Daaruit volgen een achttal spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: • Beschrijving van het gebied • De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven. De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: • Het Zwolse centrumgebied; • Stedelijk gebied; • Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); • Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; • Dorpen in het buitengebied van Zwolle; • Werkgebieden en –locaties; • Stedelijk groen; • Agrarisch landschap; • Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; • Natuurlandschap; • Vechtcorridor.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 21 van 82 April 2022 Versie 04

Realisatiestrategie: Aan de slag met het grote aantal opgaven en uitdagingen kan alleen door samen op te trekken met de Zwolse samenleving, met andere overheden, ondernemers en investeerders. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is van groot belang om doelen en ambities in de leefomgeving te bereiken. De opgaven worden met een gebiedsgerichte benadering aangepakt op die wijze kunnen opgaven worden gebundeld en meekoppelkansen benut. Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. De Omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de eerste beoordeling van ruimtelijke initiatieven.

Toetsing Omgevingsvisie Zwolle Het perceel Herfterlaan 30 valt in het gebiedsprofiel 'gemengd landelijk gebied en buurtschappen'. Het Gemengd landelijk gebied en buurtschappen bestaat voornamelijk uit gebieden aan de rand van de stad, en verder uit de hoger gelegen en landschappelijk oude en parkachtig verdichte gebieden rond Zwolle. Het gebied bezit een kenmerkende menging van functies, zoals landbouw, recreatie, wonen, natuur. De grondgebonden landbouwactiviteit bestaat vaak uit enkele grote toekomstgerichte bedrijven, uit een aantal kleinere nevenberoepsbedrijven en uit talrijke percelen van evenzoveel burgers, waar hobbymatig vee wordt gehouden. Vanwege dit versnipperd gebruik is de agrarische structuur vaak slecht, en is het voor de grote bedrijven moeilijk om de noodzakelijke schaalvergroting te realiseren. Verder is verspreid in het profiel ‘Gemengd landelijk en buurtschappen’ uitbreiding met solitaire nieuwbouw denkbaar, passend in de zogenaamde ‘rood voor rood’ en ‘rood voor groen’ regelingen. Bij ‘rood voor rood’ gaat het om vervanging van gebouwen, die hun functie verliezen, waarvoor een passende functie voor terugkomt, zoals woonbebouwing of andere kleinschalige functies. ‘Rood voor groen’, aangekondigd in de Nota Ruimte, betreft geheel nieuwe bebouwing in het buitengebied.

De groene ruimte die verdwijnt voor de nieuwe bebouwing wordt gecompenseerd met extra groenaanleg ter plaatse of elders. Anders gezegd, de verspreide nieuwe bebouwing ‘rood voor groen’ is alleen mogelijke als daadwerkelijk in nieuw groen wordt geïnvesteerd. Wonen is in dit gebied een belangrijke functie. Hierdoor is de milieutoetsing van bedrijven strenger. Recreatief behoort het gemengd landelijk gebied tot het belangrijkste uitloopgebied van Zwolle. Naast talrijke routes bevinden zich hier de dagrecreatieve centra als de Wijthmenerplas. Natuurwaarden zijn gebonden aan de aanwezige bossen, beken en weteringen en langs akkerranden. In dit geval gaat het om een ontwikkeling waarbij de bestemming van een vervallen agrarische bedrijfswoning met een rommelig erfensemble wordt omgezet naar die van een plattelandswoning, die daarbij geschikt wordt gemaakt voor dubbele bewoning. Dat draagt bij aan de ambitie van Zwolle om de ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten te versterken. Deze bedrijfswoning is niet meer nodig voor het bedrijf. Door deze te wijzigen naar een plattelandswoning kan er ‘regulier’ worden gewoond en kan het naastgelegen agrarische bedrijf voortgezet worden zonder dat deze plattelandswoning het bedrijf hindert.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 22 van 82 April 2022 Versie 04

Zonder afbreuk te doen aan het volume van bebouwing in het gebiedsprofiel wordt met dit initiatief een wooneenheid toegevoegd aan het beschikbare arsenaal, dat is ook belangrijk voor de leefbaarheid van het buurtschap Herfte. Ook wordt de ambitie uit de omgevingsvisie als het gaat om betere benutting van bebouwing, ruimte en bestaande infrastructuur met dit initiatief ondersteund. Het plan omvat duurzame herbouw van een vervallen boerderij, waarbij de kwaliteit van het landschap in het gebiedsprofiel zal verbeteren door amoveren grijze bebouwing. Door herbouw met oog voor cultuurhistorische waarden en oog voor het nieuw vorm te geven erfensemble in het landschap verbetert de omgevingskwaliteit. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Daarmee kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling passend is in de Omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030”. 2.3

Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwolse monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren.

Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Op grond van de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle

Blad 23 van 82

Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

April 2022 Versie 04

Op 1 juli 2015 is artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Daarmee dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. De gemeente Zwolle heeft als onderdeel van de hele inventarisatie van haar grondgebied voor dit plangebied inventarisaties van cultuurhistorische waarden laten uitvoeren. Het perceel Herfterlaan 30 staat op een lijst met cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, zo is hierna zichtbaar gemaakt.

In paragraaf 3.3 is nader ingegaan op welke wijze er rekening is gehouden met de bestaande cultuurhistorie waarden in de plannen voor de plattelandswoning. Conclusie Er is geen belemmering vanuit het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Zwolle. 2.4

Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam, schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn, heel in het kort, de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die samengaan zijn in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op orde komt. Oppervlaktewater moet voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van “een goede chemische toestand”. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 24 van 82 April 2022 Versie 04

Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebied beheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal.

Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw De commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gevraag advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer: 1. Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren; 2. Schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij “vasthouden, bergen, afvoeren” wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer toch een wateroverschot ontstaat, wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd.

Bij “schoonhouden, scheiden en zuiveren” gaat het om een voorkeurvolgorde, waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd.

NL.IMRO.0193BP21002-0004 Toelichting

Gemeente Zwolle Bestemmingsplan Buitengebied, Herfterlaan 30

Blad 25 van 82 April 2022 Versie 04

Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma’s, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.

Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het IJsselmeerpeil, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in een Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Deze zijn op 1 mei 2017 vastgesteld. De ‘Omgevingsvisie Overijssel 2017. Beken kleur’ heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota "Water raakt!" door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied.

Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van veel wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2020. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=38870369-66a4-4171-96f0-80bb0cdda362