1. Beleidsnota Basisvaardigheden
Tekst van het document
Aan de slag met basisvaardigheden in de gemeente Zwolle
Oktober 2023
Inhoudsopgave
Inleiding
3
1. Laaggeletterdheid in Zwolle 1.1. Wat is laaggeletterdheid? 1.2. Stand van zaken in Nederland 1.3. Stand van zaken in Zwolle
4 4 6 6
2. Kaders 2.1. Landelijk kader 2.2. Regionaal kader 2.3. Lokaal kader
8 8 8 8
3. ‘Doelgroepen’ en verscheidenheid 3.1. ‘Doelgroepen’ 3.1.1. Volwassenen met Nederlands als moedertaal (NT1) 3.1.2. Volwassenen met een andere moedertaal (NT2) 3.1.3. NT2 en inburgering 3.1.4. Arbeidsmigranten 3.1.5. Oekraïense ontheemden 3.2. Verscheidenheid 3.2.1. Verschil in niveau 3.2.2. Verschil in oorzaken en leervermogen 3.2.3. Verschil in behoeften 3.2.4. Verschil in persoonlijkheid
10 10 10 10 10 11 11 11 11 12 12 13
4. Visie en ambitie 4.1. Visie 4.2. Ambitie
14 14 14
5. Aanpak en doelen 5.1. Volwassenen: het vergroten van het bereik 5.1.1. Betrekken van ervaringsdeskundigen 5.1.2. Bekendheid en bewustwording 5.1.3. Beter signaleren en opvolgen 5.1.4. Sociaal wijkteam en gemeentelijke afdelingen met klantcontact 5.1.5. De gemeente is toegankelijk 5.1.6. Communicatie 5.2. Volwassenen: het vergroten van het effect van het taalaanbod 5.2.1. Voldoende en passend aanbod 5.3. Integrale aanpak 5.3.1. Werk en inkomen 5.3.2. Financiële redzaamheid 5.3.3. Gezondheid: een gezonde levensstijl 5.4. Specifiek voor kinderen: preventie van laaggeletterdheid 5.5. Specifiek voor jongeren: preventie van laaggeletterdheid
16 16 16 17 17 18 18 19 20 20 22 23 25 26 26 28
1
6. Monitoren, evalueren en verbeteren 6.1. Plan: afspraken maken 6.2. Do: uitvoering 6.3. Check: monitoring van de resultaten 6.4. Act: evalueren en hoe verder? 6.5. Welke partners worden betrokken bij de aanpak?
29 29 29 29 30 31
7. Financieel kader 7.1. Overige mogelijkheden
32 33
2
Inleiding Mensen die niet voldoende goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen hebben moeite om in de huidige samenleving mee te komen. De eisen die worden gesteld aan vaardigheden van mensen worden hoger en technologische/digitale ontwikkelingen maken het dagelijks leven complexer. Een groeiend aantal mensen verliest de aansluiting met deze ontwikkelingen. Op alle leefgebieden (wonen, werken, gezondheid, financiën, vrije tijd) worden mensen geconfronteerd met in te vullen formulieren, te lezen of te verstrekken informatie, regels, voorschriften, enzovoorts. Het voorlezen van kinderen, het helpen met huiswerk, reizen met het openbaar vervoer is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend. Minder goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen leidt tot onzekerheid, schaamte en tot afhankelijkheid van anderen. Daar komt nog bij dat door digitalisering en snelle technologische ontwikkelingen het contact met instanties vaak via mail of contactformulieren is. Het is vaak lastig om ‘echt’ contact te krijgen met instanties. Kortom, het gaat om een veelzijdig vraagstuk dat veel mensen en vele leefgebieden raakt. Intensivering aanpak Afgelopen jaren was er veel aandacht voor basisvaardigheden en er is veel gedaan. Dat wordt nu geïntensiveerd. Als vervolg op het meerjarenplan ‘Aan de slag met (digi)taal en rekenen’ (2018-2022) is het beleidsplan geschreven dat nu voor u ligt.
De afgelopen jaren hebben tal van (vrijwilligers)organisaties, maatschappelijke partners, werkgevers en ROC’s zich ingezet voor mensen die hun basisvaardigheden willen verbeteren. Vanuit de arbeidsmarktregio hebben we ervoor gekozen om te gaan werken met de monitor volwasseneneducatie van Maurice de Greef1. Met deze monitor wordt de impact van formele en non-formele taaltrajecten in kaart gebracht. De monitor is in 2023 voor de eerste keer afgenomen. Landelijk sluiten we vanaf 2023 ook aan bij de CBS-monitor: Landelijk Beeld Volwasseneneducatie2. Er is echter nog veel ruimte voor en behoefte aan intensivering van de aanpak laaggeletterdheid, aan maatwerk en het verbreden van bekendheid met laaggeletterdheid, deskundigheid en draagvlak. In deze nota wordt beschreven wat er met laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en geringe digitale vaardigheden wordt bedoeld, hoe vaak het voor komt en welke leervragen er kunnen zijn. Daarnaast komt ook aan de orde welk effect het voor mensen heeft op het gebied van werk, financiën, gezin en gezondheid als ze onvoldoende kunnen lezen, schrijven of rekenen. We doen in deze nota ook een voorstel voor de aanpak. Op basis daarvan bepalen we welke doelen we als gemeente de komende jaren stellen en hoe we onze aanpak gaan intensiveren. Samen bouwen aan beleid Deze nota is samen met de huidige stuurgroep basisvaardigheden geschreven.
Hierin zijn de volgende partners vertegenwoordigd: Taalpunt Zwolle, Stadkamer, Travers Welzijn, Stichting Lezen en Schrijven, ROC Landstede en ROC Deltion. Daarnaast is er tijdens een werksessie input gegeven door het Sociaal Wijkteam, de ervaringsdeskundige armoede, Tiem, Team Educatie Zwolle, Taalpunt Zwolle, Travers Welzijn, de Jongerenraad, de Participatieraad en beleidsadviseurs van aanpalende beleidsterreinen. De input van al deze partijen is zeer waardevol en verwerkt in deze beleidsnota.
1 2
Landelijke monitor Volwasseneneducatie – MONITOR I Volwasseneneducatie I Qwasp B.V. Landelijk Beeld Volwasseneneducatie | Aan de slag | Tel mee met Taal
3
1. Laaggeletterdheid in Zwolle 1.1.
Wat is laaggeletterdheid?
Mensen die laaggeletterd zijn, hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Zij zijn geen analfabeet. Een laaggeletterde kent wel de klank- en tekenkoppeling en kan spellend lezen, een analfabeet kan dit niet. Wat de laaggeletterde (nog) niet kan is snel genoeg lezen om de tekst te begrijpen. Mensen die laaggeletterd zijn hebben onder meer moeite met: • het invullen van formulieren (zorgtoeslag, belasting); • straatnaamborden lezen; • reizen met het openbaar vervoer; • voorlezen aan (klein)kinderen; • werken met de computer; • solliciteren; • het begrijpen van informatie over gezondheid en zorg. Mensen die moeite hebben met rekenen worden laaggecijferden genoemd. Met laaggecijferdheid doelen we op situaties in ons dagelijkse leven waarin getallen, maten en verbanden een rol spelen en niet zozeer op het maken van rekensommetjes. Er wordt dan ook liever over cijferen gesproken dan over rekenen. Voorbeelden die te maken hebben met gecijferdheid zijn: • Hoeveel moet ik betalen en hoeveel krijg ik terug? • Hoe vul ik mijn werkbriefje in? • Hoe laat vertrekt de bus of trein? • Driemaal daags 5 ml van een medicijn nemen, hoeveel is dat in totaal? Mensen die laaggeletterd zijn, zijn vaak ook minder digitaal vaardig. Digitale vaardigheden zijn nodig om te kunnen lezen, schrijven en rekenen op digitale apparaten, zoals een computer, tablet of smartphone.
Of het gebruik van een betaalautomaat of wasmachine. Daarnaast gaat het over begrip van de digitale wereld, zoals het zoeken en beoordelen van informatie, digitale veiligheid en privacy. Minder digitaal vaardig zijn, is één van de redenen dat er een groeiende kloof bestaat tussen laaggeletterden en geletterden. Zo is het steeds gebruikelijker voor de overheid en bedrijven om hun diensten online aan te bieden. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van DigiD en het aanvragen van toeslagen. Geletterdheid gaat niet dus alleen over lezen en schrijven, maar ook over luisteren, spreken, rekenen en digitale vaardigheden. We vatten dit samen onder de term ‘basisvaardigheden’. Met voldoende beheersing van de basisvaardigheden kan een volwassene zich zelfstandig redden in de maatschappij. Het aantal mensen dat laaggeletterd is groeit Het percentage laaggeletterden is de afgelopen jaren gestegen. In literatuurstudie van Stichting Lezen en Schrijven komen hierbij verschillende redenen naar voren: vergrijzing, nieuwkomers en jongeren. De eerste reden voor de groei van laaggeletterdheid is dat Nederland vergrijst3. We worden steeds ouder en er komen steeds meer ouderen bij. Onder deze groep zijn laaggeletterden oververtegenwoordigd4. Het blijkt dat de cognitieve vermogens (op het gebied van basisvaardigheden) gedurende de levensloop ongeveer met een onderwijsniveau dalen5.
Dit is op de groep laaggeletterden extra van invloed, omdat zij al een lager aanvangsniveau hebben. Ten tweede is er een grote stroom nieuwkomers in Nederland. Uit cijfers van DUO blijkt dat tussen 2013 en 2018 3000 van deze migranten nooit geslaagd zijn voor de inburgeringstoets6. Onder de ‘oude’ wet inburgering was het voor migranten mogelijk om ontheffing voor het inburgeringsexamen te krijgen zonder dat dit gevolgen voor hun verblijfsvergunning had. De vrijstelling werd verleend na meer 3 Jurgens, K., & Buisman, M. (2017) Zilveren taalcompetenties: Literatuurstudie naar de opbrengsten van taalinterventies voor
ouderen. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. 4 Buisman, M., Allen, J., Fouarge, D., Houtkoop, W., & Van der Velden, R. (2013). PIAAC: Kernvaardigheden voor werk en leven: Resultaten van de Nederlandse survey 2012. ‘s Hertogenbosch: ECBO: Expertisecentrum Beroepsonderwijs. 5 Houtkoop W.A., Allen, J.P., Buisman, M., Fouarge, D., & Van der Velden, R. (2012). Kernvaardigheden in Nederland. 6 Rosman (2018). Drieduizend migranten nooit geslaagd voor inburgeringstoets
4
dan 600 uur onderwijs en vier keer zakken voor het examen. Veel van deze mensen komen uit oorlogsgebieden, waar ze weinig onderwijs hebben genoten. Hierdoor hebben zij moeite om op het juiste taal- en/of rekenniveau te komen. Zij vallen daardoor onder de noemer ‘laaggeletterden’. De nieuwe Wet inburgering voorziet niet in vrijstellingen (alleen medisch) en het inburgeringsexamen is ten aanzien van het taalniveau verhoogd van A2 naar B1. Ten derde blijkt dat het niveau van basisvaardigheden bij jongeren al een aantal jaren daalt7. Steeds meer jongeren dreigen het onderwijs onvoldoende geletterd en/of gecijferd te verlaten. Door de schoolsluitingen tijdens de coronapandemie zijn de basisvaardigheden verder onder druk komen te staan. Een aanzienlijk deel van de leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs heeft vertraging opgelopen bij taal en rekenen. Zo presteren leerlingen in het basisonderwijs gemiddeld minder goed op begrijpend lezen, rekenen-wiskunde en spelling dan voor de coronapandemie. Scholen en leerlingen zijn er wel in geslaagd om iets van de opgelopen leervertraging in te halen. In het algemeen geldt dat er verschillen zijn in leervertraging tussen groepen leerlingen. Leerlingen met lager opgeleide ouders, uit een gezin met een laag inkomen en met een eenoudergezin hebben een grotere leervertraging8.
Of deze vertraging ook geldt voor studenten in het middelbaar en hoger onderwijs is niet duidelijk. Daarnaast is de leesmotivatie en leesvaardigheid onder jongeren erg laag. Maar 31% van de leerlingen vindt lezen leuk blijkt uit PIRLS-20169. Verder heeft 17,9% van alle 15-jarigen in Nederland een leesniveau waarbij zij een verhoogd risico lopen op latere leeftijd onder de noemer ‘laaggeletterd’ te vallen10. Kosten laaggeletterdheid De kosten van laaggeletterdheid zijn hoog, zowel voor het individu als voor de samenleving. PricewaterhouseCoopers heeft onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid. De totale kosten bedragen ongeveer € 1,13 miljard per jaar11.
Bron: ‘Maatschappelijke kosten laaggeletterdheid, onderzoek uitgevoerd door PriceWaterhouseCoopers, i.o.v. Stichting Lezen en Schrijven (2018).
Meer dan de helft van deze kosten is gerelateerd aan het lagere inkomen van mensen die laaggeletterd zijn en een slechtere kans hebben op een baan. In de huidige kenniseconomie raakt het 7 Inspectie van het Onderwijs (2021a). De Staat van het Onderwijs 2021. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs. 8 Haerlermans, C., Jacobs, M., Smeets, C. & van Vugt, L. (2021). Factsheets leergroei na anderhalf jaar covid-19-crisis:
Technische toelichting. Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs. 9 Gubbels, J., Netten, A., & Verhoeven, L. (2017). Vijftien jaar leesprestaties in Nederland; PIRLS-2016. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands, Radboud Universiteit, Behavioral Science Institute. 10 Feskens, R., Kuhlemeier, H., & Limpens, G. (2016). Resultaten PISA-2015 in vogelvlucht: Praktische kennis en vaardigheden van 15 jarigen. Samenvatting van de Nederlandse uitkomsten van het Programme for International Student Assessment (PISA) op het gebied van natuurwetenschappen, leesvaardigheid en wiskunde in het jaar 2015. Arnhem: Cito. 11 PwC (2018). Maatschappelijke kosten laaggeletterdheid. Amsterdam: PwC.
5
niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen direct aan de welvaart van mensen. De hogere kosten voor de gezondheidszorg betreffen een tweede belangrijke kostenpost. Zo hebben mensen die laaggeletterd zijn vaker een minder gezonde levensstijl en meer chronische ziekten en hebben zij een grotere kans op het verkeerd gebruik van medicatie.
1.2.
Stand van zaken in Nederland
In Nederland circuleren verschillende cijfers over het aantal mensen dat laaggeletterd is. Dit hangt onder meer samen met verschillende definities van laaggeletterdheid. Ook hebben de onderzoeken betrekking op verschillende leeftijdsgroepen, waardoor ze onderling niet te vergelijken zijn. Om het niveau van verschillende vaardigheden van volwassenen in kaart te brengen neemt Nederland deel aan PIAAC (Program for the International Assessment of Adult Competencies): een grootschalig internationaal onderzoek dat het niveau en het gebruik van vaardigheden van 16- tot 65jarigen in kaart brengt12. De taalvaardigheid, rekenvaardigheid en het probleemoplossend vermogen van volwassenen wordt met verschillende testen gemeten. De testen meten ook de functionele vaardigheden: het begrijpen en gebruiken van informatie uit het dagelijks leven. De meest recente onderzoek data zijn uit 2012. Het onderzoek vindt eens in de tien jaar plaats. In september 2022 is het onderzoek opnieuw van start gegaan. Uit dit onderzoek van 2012 blijkt dat 1,3 miljoen mensen in Nederland tussen de 16 en 65 jaar moeite hebben met taal en/of rekenen. Volgens de Algemene Rekenkamer13 gaat het echter om minstens 2,5 miljoen mensen. Daarvan hebben bijna 1,8 miljoen mensen van 16 tot 65 jaar moeite met taal en/of rekenen. En bijna 740.000 65-plussers hebben moeite met taal en/of rekenen.
Wat opvalt is dat meer dan de helft van de laaggeletterden van 16 tot 65 jaar Nederlands als moedertaal heeft en dat er meer ouderen dan jongeren laaggeletterd zijn.
1.3.
Stand van zaken in Zwolle
Er bestaan geen harde cijfers over het aantal of het percentage mensen in Zwolle die moeite heeft met taal. In het Buurt-voor-Buurt onderzoek dat we in Zwolle doen, staat wel een vraag over taalvaardigheid maar we gaan er voorzichtigheidshalve van uit dat mensen met onvoldoende basisvaardigheden dit onderzoek niet invullen. Op basis van het PIAAC-onderzoek komt Zwolle uit op een percentage van 9% van de bevolking van 16-65 jaar dat laaggeletterd is. Dit zijn zo’n 12.000 Zwollenaren. Het landelijke gemiddelde ligt op 12%. Op de volgende pagina staat een kaart van Nederland met een overzicht van het aantal laaggeletterden per regio. Het gaat hierbij niet alleen om mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, maar ook mensen die laaggecijferd zijn of digitaal geringe vaardigheden hebben. Digitale vaardigheden Gemeente Zwolle wil dat de dienstverlening die zij digitaal aanbiedt toegankelijk is voor alle inwoners, al dan niet met hulp en ondersteuning. Het programma Dienstverlening heeft in 2021 onderzoek gedaan naar de ervaringen en behoeften van inwoners die minder digitaal vaardig zijn14. Het onderzoek laat zien dat het aandeel inwoners dat dagelijks internet gebruikt is toegenomen (94% in 2021, 84% in 2017). 30% van de inwoners heeft moeite met het online maken van afspraken of het doen van aanvragen bij organisaties.
60plussers hebben hier vaker moeite mee (41% ten opzichte van 27%). Ook hebben 60plussers vaker moeite met online winkelen (28%) en het gebruik van sociale media (26%) dan jongere inwoners (15% respectievelijk 14%). Kijkende naar de bekendheid van de ondersteuning die door landelijke organisaties en de gemeente wordt aangeboden bij het gebruik van internet, dan is de telefonische hulp vanuit organisaties
12 Houtkoop, W.A., Allen, J.P., Buisman, M., Fouarge, D., & van der Velden, R.K.W. (2012). Kernvaardigheden in Nederland.
Resultaten van de Adult Literacy and Life Skills Survey (ALL). ‘s Hertogenbosch: ECBO: Expertisecentrum Beroepsonderwijs. 13 Algemene Rekenkamer (2016). Aanpak van laaggeletterdheid. Den Haag: Algemene Rekenkamer. 14 def rapport onderzoek Digitale vaardigheden 2021.pdf (Zwolle intern)
6
(bijvoorbeeld Belastingdienst of DUO) het meest bekend (64%), gevolgd door Studentaanhuis (54%) en SeniorWeb (36%). Twee derde (67%) van de inwoners helpt wel eens iemand bij het gebruik van internet. Dis is meer dan in 2017 (50%). Men helpt meestal vrienden, kennissen of familie.
7
2. Kaders 2.1.
Landelijk kader
In de kamerbrief van 18 maart 2019 over de WEB15 werden de volgende drie doelen van het Rijk voor 2020 – 2024 benoemd: •
Méér mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal. Het Rijk wil dat het bereik aantoonbaar groeit, in het bijzonder onder de groep met Nederlands als eerste taal. De deelnemers aan lesaanbod vormen een betere afspiegeling van de samenstelling van de doelgroep als geheel. In het aanbod wordt aantoonbaar gedifferentieerd naar (leer)behoefte en doelgroep en wordt maatwerk geleverd. • Weten wat werkt: investeren in kwaliteit. Het Rijk wil méér kennis en méér transparantie over de kwaliteit en de effectiviteit van het ondersteuningsaanbod, zowel voor wat betreft trajecten basisvaardigheden voor volwassenen als de inzet op leesplezier en leesmotivatie bij kinderen, in het bijzonder van laagtaalvaardige gezinnen. Er komt een betrouwbaar beeld per regio van het bereik, het type en de kwaliteit van het aanbod, plus de effectiviteit van verschillende interventies. • Samen aan de slag onder regie van gemeenten. Aan het einde van het programma (2024) voeren gemeenten zelfstandig regie over de aanpak van basisvaardigheden. Dit doen zij als centrale speler in een netwerk van samenwerkende partijen uit de domeinen onderwijs, werk, gezin, gezondheid en verwante terreinen. De gemeentelijke inzet op het voorkomen van achterstanden sluit goed aan op de beschikbare ondersteuning voor volwassenen.
Werkgevers erkennen het belang van werknemers met voldoende basisvaardigheden en zijn bereid hierin te investeren.
2.2.
Regionaal kader
Op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs werken we in de arbeidsmarktregio Zwolle samen16. In 2020 is het regionaal beleidsplan17 vastgesteld met daarin de volgende doelen: • Het bereiken van inwoners met een aanbod op maat waarbij extra aandacht is voor de inwoner met Nederlands als moedertaal (NT1). • Aansluiting op de landelijke monitor basisvaardigheden. Hiermee worden resultaten in termen van basisvaardigheden, participatie, zelfredzaamheid en gezondheid meetbaar gemaakt. • Integrale samenwerking. Zwolle is formeel contactgemeente voor de regionale samenwerking. Als contactgemeente faciliteren we procesmatig de regio, de subregio’s zijn inhoudelijk autonoom. De Stichting Lezen en Schrijven ondersteunt de arbeidsmarktregio Zwolle in de aanpak basisvaardigheden.
2.3.
Lokaal kader
Het verder bouwen aan een sterke sociale basis heeft een prominente plaats in het coalitieakkoord18 van de gemeente Zwolle. Kansengelijkheid, bestaanszekerheid en meedoen zijn belangrijke pijlers in de sociale basis die in de komende jaren verstevigd worden.
15 Kamerbrief Ministerie van OCW. Samen aan de slag voor een vaardig Nederland: vervolgaanpak laaggeletterdheid
2020-2024, d.d. 18 maart 2019 16 Arbeidsmarktregio t.a.v. basisvaardigheden: Dalfsen, Hardenberg, Oldebroek, Staphorst, Zwartewaterland, Ommen, Raalte, Westerveld, Meppel, Steenwijkerland, Hattem, Zwolle. 17 Regioplan basisvaardigheden, november 2020 18 Coalitieakkoord 2022 – 2026
8
Met een sterke sociale basis willen we voor alle inwoners gelijkere kansen bieden op een zelfredzaam leven19. Het signaleren van inwoners die laaggeletterd, laaggecijferd of minder digitaal vaardig zijn en het verwijzen van de inwoner naar een passend aanbod bij de vraag is daarbij van wezenlijk belang.
19 Spoor 1: Hervormingsagenda: Sterke sociale basis.
9
3. ‘Doelgroepen’ en verscheidenheid We richten ons bij de aanpak van laaggeletterdheid op inwoners van 18 jaar en ouder die niet-inburgeringsplichtig zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen inwoners die Nederlands als moedertaal hebben (NT1-ers) en inwoners met een andere moedertaal (NT2-ers).
3.1.
‘Doelgroepen’
3.1.1. Volwassenen met Nederlands als moedertaal (NT1) NT1-ers zijn mensen die Nederlands als moedertaal hebben. Het gaat om volwassenen in alle leeftijdscategorieën, dus ook bijvoorbeeld om jongvolwassenen en om senioren van 65 jaar en ouder. Landelijk wordt aangegeven dat mensen met Nederlands als moedertaal minder bereikt worden dan mensen voor wie Nederlands de tweede (of 3e, 4e) taal is (NT2-ers). Wat hierbij een rol speelt is schaamte om te moeten zeggen dat lezen en schrijven moeite kost. Sommigen zien het ook als voldongen feit en hebben manieren gevonden om geringe basisvaardigheden te compenseren. Zo gaan ze met moeilijke brieven bijvoorbeeld naar familie, vrienden of buren. Daarnaast herkennen NT1ers zich lang niet altijd als zijnde laaggeletterd en voelen ze zich vaak niet aangesproken om een cursus lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden te volgen. De oorzaken van laaggeletterdheid zijn bij NT1-ers verschillend, bijvoorbeeld het opgroeien in een taalarm gezin, vroegtijdige schoolverlating of ziekte tijdens de basisschoolperiode. Ook het niet bijhouden van de Nederlandse taal kan een oorzaak zijn. Daarnaast zijn er ook mensen die Nederlands als moedertaal hebben, maar die cognitief niet in staat zijn om een voldoende taalniveau te bereiken. Denk bijvoorbeeld aan inwoners met een licht verstandelijke beperking. 3.1.2.
Volwassenen met een andere moedertaal (NT2) NT2-ers zijn volwassenen met een andere moedertaal dan het Nederlands. De herkomstlanden zijn heel divers en deze mensen zijn al heel lang of nog maar kort in Nederland. Voor asielmigranten bestaat er de verplichting om in te burgeren. Het leren van de Nederlandse taal maakt hier onderdeel van uit. In de volgende paragraaf wordt dit verder uitgewerkt. Naast de asielmigranten komen er ook gezinsmigranten naar Nederland. Gezinsmigranten zijn nietNederlandse migranten die naar Nederland verhuizen om hier bij hun partner te kunnen zijn. Ook kan het gaan om kinderen die bij hun ouders gaan wonen. Er zijn gezinsmigranten met en zonder inburgeringsplicht. Jongeren onder de 18 jaar zijn niet inburgeringsplichtig. Wie uit een Europees land komt, hoeft ook niet verplicht in te burgeren. Internationale werknemers, kennismigranten (expats) en arbeidsmigranten uit een Europees land hoeven niet in te burgeren. In paragraaf 2.1.4. wordt verder op de arbeidsmigrant ingegaan. Bij de volwassenen met een andere moedertaal zijn ook mensen die al langere tijd in Nederland wonen maar nog moeite hebben met de Nederlandse taal.
Dit kunnen mensen zijn die voor de inburgeringsplicht (2007) naar Nederland zijn gekomen of mensen die hun inburgeringstraject wel hebben doorlopen, maar bij wie het taalniveau nog onvoldoende is om volwaardig te kunnen participeren in de samenleving. Vanuit de praktijk komen verder signalen dat sommige kinderen van de tweede of derde generatie een risico lopen op minder taalvaardigheid. Tot slot is er ook bij de NT2-ers een groep die cognitief niet in staat is om een voldoende taalniveau te bereiken. 3.1.3. NT2 en inburgering Sinds 1 januari 2022 is de vernieuwing van de Wet inburgering in werking getreden. Het leren van de Nederlandse taal maakt hier onderdeel van uit. De verwachting is dat door de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel meer rendement uit de inburgeringstrajecten wordt gehaald omdat er gestreefd wordt naar een hoger taalniveau (B1 in plaats van A2). Hierdoor wordt de kans op laaggeletterdheid op termijn kleiner.
10
Bij de inburgeraars is er wel een groep die, bezien vanuit het oogpunt laaggeletterdheid, aandacht nodig heeft: de groep die geïndiceerd wordt op de zelfredzaamheidsroute (de Z-route). De verwachting is dat deze inburgeraars niet het vereiste B1-niveau zullen kunnen halen waardoor er aansluitende voorzieningen getroffen moeten worden. De inschatting is dat zij ongeveer 30% uitmaken van de inburgeraars. 3.1.4. Arbeidsmigranten Een aparte groep wordt gevormd door werknemers uit Oost-Europa. Zij verblijven voor korte of langere tijd in Nederland. Soms besluiten ze om in Nederland te blijven. Zij spreken over het algemeen niet of nauwelijks Nederlands en ook thuis wordt geen Nederlands gesproken. De onvoldoende kennis van het Nederlands bij ouders levert in de toekomst een potentieel probleem op, aangezien de kinderen ofwel een taalachterstand hebben bij binnenkomst en deze niet inlopen, ofwel een taalachterstand oplopen als ze hier worden geboren. Naar schatting zijn er tussen de 1000 tot 2000 arbeidsmigranten woonachtig in Zwolle. 3.1.5. Oekraïense ontheemden Voor ontheemden uit de Oekraïne geldt geen inburgeringsplicht. Zij krijgen tijdelijk bescherming in Nederland door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie.
Volwassenen uit de Oekraïne mogen deelnemen aan bestaand cursusaanbod van gemeenten dat vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) wordt bekostigd. In Zwolle maken zij gebruik van het non-formele aanbod en van het formele aanbod. Ook organiseren in Zwolle verschillende werkgevers en uitzendbureaus, taalscholing. In februari 2023 is bekend geworden dat gemeenten € 15 miljoen krijgen om Oekraïense vluchtelingen op een laagdrempelige manier Nederlandse les aan te bieden20.
3.2.
Verscheidenheid
Bovenstaande indeling biedt nog geen inzicht in de verscheidenheid van de groep: er is namelijk een landkaart aan verschillen: verschil in niveau, verschil in oorzaak en leervermogen, verschil in behoeften en verschil in persoonlijkheid, houding en motivatie. Al deze verschillen vragen nadrukkelijk om een gedifferentieerde aanpak, om maatwerk. 3.2.1. Verschil in niveau In het volgende overzicht staan de verschillende taalniveaus bij elkaar: A1
A2
NT2 Anderstaligen Standaard Instroom onderwijs Nederlands NT1
B1
B2
inburgering Staatsexamen I
StaatsExamen II
C1
1F
2F
3F
4F
eind basisschool
Eind vmbo/mbo 3
Havo/mbo 4
vwo
C2
Voor Nederlands als tweede taal (NT2) hebben we de taalniveaus A1, A2, B1 en B2. Niveau B1 in het niveau ‘inburgering’. Dit niveau staat ongeveer gelijk met 2F, eind vmbo. De niveaus zijn dus vergelijkbaar, behalve dat B1 is gericht op vreemde talen en niveau 2F op Nederlands als moedertaal. Als je taalniveau onder B1 of 2F zit is het moeilijk om je te redden in de samenleving. Dit wordt laaggeletterd genoemd. In het volgende voorbeeld staat een alinea uit een bief over het afvalbeleid van een gemeente. De brief is op twee verschillende niveaus.
20 Meer ondersteuning voor Oekraïense vluchtelingen | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl
11
Voorbeeld niveau A2/1F: Wat kan onze gemeente doen? De gemeente wil zorgen voor schonere lucht. We moeten nadenken over wat beter kan. Kunnen we bijvoorbeeld meer afval scheiden en meer opnieuw gebruiken? Er hoeft dan minder verbrand te worden. Dan blijft de lucht schoner. Voorbeeld niveau B1/2F Wat kan onze gemeente doen? De gemeente kijkt of de manier van afvalinzameling en -verwerking nog wel milieuvriendelijk is. We willen dat meer afval wordt gescheiden en hergebruikt. Daarom werkt de gemeente aan een nieuw afvalbeleid. Bron: Stichting Lezen en Schrijven
3.2.2. Verschil in oorzaken en leervermogen Mensen die laaggeletterd zijn en Nederlands als moedertaal beheersen, beschikken vaak over een reguliere gesproken woordenschat, maar door diverse oorzaken bleef hun taalniveau lager dan 2F bijvoorbeeld door: ziekte in de jeugd, moeilijke thuissituatie, veel verhuizingen, niet kunnen voldoen aan de vereiste leerstijlen, lager leervermogen dan de gestelde norm, dyslectisch of vanuit bijvoorbeeld de enkele decennia geleden nog gangbare overtuiging dat meisjes minder opleiding nodig hebben dan jongens, enzovoorts. Ook inwoners met een licht verstandelijke beperking hebben vaak geringere basisvaardigheden. Dit uit zich in onder andere moeite hebben met taal, met het volgen van onderwijs of deelname aan de arbeidsmarkt, met het volgen van wetten en regels en met het zelfstandig bijhouden van hun huishouden. Ook speelt onhandigheid in sociale situaties een rol in het dagelijks leven van inwoners met een licht verstandelijke beperking21. Het is daardoor voor inwoners met een licht verstandelijke beperking niet alleen moeilijker om zich een weg te banen door informatie, regelingen en financiële keuzes, maar ook hebben zij vaker een beperkt informeel netwerk om hulp aan te vragen. Bij anderstaligen gaat het vaker alleen om het taalniveau.
Voor hun leerbaarheid maakt het een groot verschil welke opleiding ze in het land van herkomst hebben genoten. Daarnaast spelen ook de volgende factoren een rol: het leervermogen van de anderstalige, of de Nederlandse taal ver of dicht bij hun eigen staal staat en of ze in het Latijnse schrift moeten alfabetiseren (een ander alfabet eigen moeten maken). Traumatische vluchtervaringen kunnen een grote invloed hebben op het leervermogen. 3.2.3. Verschil in behoeften Vanwege de heterogeniteit is er een groot verschil in behoeften van de mensen die als laaggeletterd worden aangeduid: • • • • • • • • • • •
21
Ik wil me beter kunnen redden met brieven van de overheid en belangrijke post. Ik wil de nieuwsbrieven van school, de berichtjes in de school-app beter begrijpen. Ik wil beter kunnen omgaan met mijn geld. Ik wil kijken of ik nog een opleiding kan gaan volgen. Ik wil mijn kind kunnen voorlezen. Ik wil beter omgaan met mijn computer/tablet/smartphone. Ik wil mijn collega’s beter begrijpen. Ik wil werkinstructies en veiligheidsinstructies begrijpen. Ik wil leren solliciteren en mezelf kunnen presenteren. Ik wil zelfstandiger worden, meer taken zonder hulp kunnen doen. Ik wil……..
Meer meedoen | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)
12
3.2.4. Verschil in persoonlijkheid Naast taalniveau, leerbaarheid en achtergrond spelen ook persoonlijke eigenschappen een rol. Groot e.a. (2019)22 noemen grote verschillen tussen mensen in hoe zij laaggeletterdheid ervaren: een aantal laaggeletterde mensen herkent zich niet als ‘laaggeletterde met een probleem’ omdat ‘ze toch kunnen lezen en schrijven’. Anderen willen er niet voor uitkomen, schamen zich, hebben ermee leren leven en zijn zich niet bewust van een gemis. Ze zien niet dat hun problemen veroorzaakt of versterkt kunnen worden door achterblijvende taal- en rekenvaardigheden, zien het belang van bijscholing niet in, of zien niet hoe een cursus ‘koken’ kan bijdragen aan taalontwikkeling. De motivatie om daadwerkelijk aan de slag te gaan kan verder nog getemperd worden door bijvoorbeeld negatieve schoolervaringen: ‘Blij dat dat afgelopen is, nooit meer, ik kan toch niet leren, iedereen vond me altijd dom’.
22 Groot, A, Coppens, K.M. & Lam, J.F. (2019). Motiveren van laaggeletterden; Een literatuurstudie naar succesvolle
interventies. ’s Hertogenbosch: ECBO.
13
4. Visie en ambitie De resultaten die we in voorgaande jaren hebben bereikt, motiveren om verder te gaan met de aanpak laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en digitale vaardigheden. Ook zien we dat het noodzakelijk is om met nog meer ambitie aan de slag te gaan. Alleen zo kunnen we een verdere toename van het aantal mensen die laaggeletterd, laaggecijferd of minder digitaal vaardig zijn verminderen.
4.1.
Visie
Onze samenleving verandert en de kloof van mensen die wel en mensen die niet mee kunnen doen wordt groter. Het vergroten van basisvaardigheden is geen doel op zich, maar vooral een middel om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Als meer mensen beter kunnen lezen, schrijven, rekenen en beter op de computer zijn, dan is de beweging naar werk, naar meedoen, naar een gezonder leven en naar welvaart gemakkelijker te maken. Daarnaast heeft het positieve effecten op het welzijn van mensen zelf, op het zelfbeeld, op hun interactie met anderen en op hun welbevinden. Tot slot heeft het positieve gevolgen voor de samenleving als geheel. Het beschikken over voldoende basisvaardigheden draagt bij aan een inclusievere samenleving en maakt het leven van de Zwollenaar kansrijker en betekenisvoller. Ondersteuning bij basisvaardigheden is om die reden zoveel mogelijk onderdeel van een breder en integraal plan van aanpak. De gemeente voert hierop regie in nauwe samenwerking met lokale partners. We maken samen met onze partners het verschil.
4.2.
Ambitie
De gemeente Zwolle wil voor alle inwoners gelijkere kansen op een gezonder en kansrijker leven. Wij willen dat iedere inwoner van Zwolle de kans krijgt om zich te ontplooien en te ontwikkelen, om een gezonder leven te leiden, diens welbevinden te vergroten en volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Dit bereiken we door iedere inwoner die daar behoefte aan heeft, een passend aanbod taal-, rekenen digitale vaardigheden te bieden. Hierbij zetten we extra in op inwoners met Nederlands als moedertaal, op het doorbreken van het taboe, op het vergroten van de bekendheid en door in te zetten op preventie. Onze ambities op het gebied van de aanpak laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en geringe digitale vaardigheden zijn hoog: 1. We vergroten het bereik en het effect van het aanbod voor volwassenen. Dit doen we door het werken aan bekendheid en bewustwording, door de inzet van (taal)ambassadeurs, door professionalisering van professionals en door een intensieve samenwerking met onze maatschappelijke partners. We versterken het taalaanbod, verbreden de aanpak laaggecijferdheid en het versterken van digitale vaardigheden. We sluiten daarbij aan bij de behoefte van de inwoner. 2. We zetten extra in op het bereiken van inwoners met Nederlands als moedertaal. Hierbij zetten we in op een zo’n groot mogelijk bereik.
We werken hierin samen met de (taal)ambassadeurs, werkgevers en maatschappelijke partners. 3. We zetten in op preventie van (taal)achterstand bij kinderen en jongeren. Willen we het probleem echt aanpakken en verminderen, dan is het van belang om te investeren in preventief beleid. Daar ligt de sleutel om generatie-overstijgende problemen op te pakken. We doen dit nu al vanuit het Onderwijskansenbeleid waarin we een taalrijke (thuis)omgeving van jonge kinderen bevorderen. Het Onderwijskansenbeleid richt zich op kinderen. Vanuit het beleid basisvaardigheden verwachten we ook de ouders te bereiken. Ook willen we het bereik onder jongeren vergroten.
14
4. De aanpak basisvaardigheden bedden we structureel in binnen de beleidsterreinen van het sociaal domein. Laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en minder digitaal vaardig zijn, raakt ook andere beleidsterreinen in het sociaal domein. We kiezen voor een integrale aanpak. In de komende jaren leggen we de focus op de aanpalende beleidsterreinen: werk en inkomen, participatie, financiële zelfredzaamheid, gezondheid, onderwijskansenbeleid en jongeren. 5. We passen onze communicatie verder aan zodat ook de inwoner die minder taalvaardig is ons kan begrijpen. In het volgende hoofdstuk worden deze ambities verder uitgewerkt.
15
5. Aanpak en doelen Voorgaande laat zien dat er allerlei redenen zijn waarom mensen hun basisvaardigheden willen verbeteren. Wat onze inwoners zelf willen bereiken, de vraag van de inwoner, moet het uitgangspunt zijn. Het aanbod in de gemeente, moet daarop aansluiten. Dit vraagt om maatwerk. Veel van de acties om laaggeletterdheid aan te pakken kan de gemeente niet alleen. Hiervoor zijn ook andere organisaties en ervaringsdeskundigen nodig. Met dit in het achterhoofd en gezien de breedte van de problematiek waar laaggeletterdheid een rol speelt, zijn niet alle hieronder genoemde acties/voorstellen al uitgewerkt en met alle partijen afgestemd. Een verdere prioritering en concretisering van de aanpak komt in de uitvoeringsagenda basisvaardigheden die samen met het stuur- en werkgroep basisvaardigheden wordt opgesteld.
5.1.
Volwassenen: het vergroten van het bereik
Het bereiken van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, met name degenen met een Nederlandse achtergrond (NT1) is een uitdaging. Onderzoek wijst uit dat pogingen om mensen te bereiken het meest succes heeft als23: • We (taal)ambassadeurs inzetten; • We samenwerken met maatschappelijke partners die contact hebben met de doelgroep, en waarmee de doelgroep positieve ervaringen heeft; • Het aanbod dichtbij is, zowel in afstand, als aansluitend bij het leefgebied waar de inwoner verbetering wil; • Positieve ervaringen worden gestimuleerd door kleine stappen te zetten; • We begrijpelijk communiceren en de boodschap positief brengen. Hiermee houden we rekening in onze aanpak. 5.1.1. Betrekken van ervaringsdeskundigen Voor het slagen van de aanpak is het van belang dat deze aansluit bij de behoefte van de inwoner. Om nog meer te weten te komen over de inwoners die hun basisvaardigheden willen verbeteren moeten we deze inwoners nog meer spreken. Ervaringsdeskundigen weten wat het betekent om onvoldoende te kunnen lezen, schrijven en/of rekenen. Bij de werving van ervaringsdeskundigen zoeken we nadrukkelijk verbinding met andere domeinen binnen het sociaal domein. Denk hierbij aan de domeinen armoede, onderwijs en gezondheid. Op deze manier kunnen inwoners vanuit verschillende achtergronden zichzelf beter herkennen.
Landelijk is er ook aandacht voor de inzet van ervaringsdeskundigen onder andere door Stichting ABC. Stichting ABC is een belangenbehartigingsorganisatie voor (en door) laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1). Ervaringsdeskundigen kunnen als (taal)ambassadeur worden ingezet voor: • Werving van deelnemers voor (taal)onderwijs en werving van andere Ervaringsdeskundigen; • Het geven van voorlichting vanuit eigen verhalen met als doel bekendheid, bewustwording en het doorbreken van het taboe ten aanzien van laaggeletterdheid; • Het meedenken, meepraten en adviseren over de uitvoering van dit beleid zodat wij kunnen leren van hun ervaringen; • Kwaliteitsbewaking; • Het lezerspanel van het Versimpelteam Zwolle.
23 Gebaseerd op: ‘Een wervingsstrategie voor taaltrajecten. De weg naar het beter bereiken van autochtone volwassenen met
lage basisvaardigheden.’ (2020) Maastricht University.
16
Concrete en meetbare doelen: •
We starten samen met de gemeente Kampen een Taalambassade op. Een Taalambassade is te zien als de thuisbasis van de taalambassadeurs in Zwolle en hun ondersteuner(s), een ontmoet- en ontwikkelplek.
•
We hebben een stabiele pool van zeven (taal)ambassadeurs die ieder gemiddeld twee keer per jaar in actie komen op hun deelgebied. Hierdoor wordt jaarlijks aan minimaal 14 groepen voorlichting gegeven.
•
Door de inzet van de (taal)ambassadeurs melden zich jaarlijks 5% meer mensen voor formele of nonformele volwasseneneducatie.
•
Twee keer per jaar worden de (taal)ambassadeurs uitgenodigd om mee te denken over het gemeentelijke beleid ten aanzien van basisvaardigheden.
Het voorstel is om de (taal)ambassadeurs aan te haken bij Taalpunt Zwolle en Kampen. Taalpunt is dan verantwoordelijk voor de contacten met Stichting ABC, de werving van (taal)ambassadeurs, de coördinatie van de inzet en de monitoring. Ten aanzien van het geven van voorlichting kan Taalpunt ook Team Educatie Zwolle (afdeling Inkomensondersteuning). inzetten. Zowel Taalpunt als Team Educatie Zwolle maken bij het geven van voorlichting gebruik van de expertise van de (taal)ambassadeurs in. 2023 en 2024 zijn opstartjaren, waarin de contacten met Stichting ABC worden versterkt en het werven van taalambassadeurs centraal staat. De hierboven genoemde aantallen zijn streefcijfers. Op basis van de ervaringen in 2023 worden de streefaantallen voor 2025 e.v. aangepast.
5.1.2. Bekendheid en bewustwording Voor het vergroten van het bereik hebben we allereerst de laaggeletterde inwoner nodig, maar ook de samenleving. Hiervoor is de bewustwording bij en informatieverstrekking aan de doelgroep belangrijk. De taalambassadeurs kunnen hier een belangrijke rol vervullen, waarbij ze benadrukken dat: • Diegene niet de enige is waarvoor taal lastig is (normaliseren). • Taal belangrijk is om mee te kunnen doen. • Er mogelijkheden zijn om beter te leren lezen, schrijven, rekenen en met digitale middelen om te gaan. 5.1.3. Beter signaleren en opvolgen Langzaamaan begint er steeds meer besef te komen bij uitvoerende professionals, managers beleidsadviseurs dat geringe basisvaardigheden vaker voorkomt dan gedacht en dat dit (mede) een oorzaak is van allerlei andere sociale problematiek. Toch blijkt er ook bij de professional handelingsverlegenheid te zitten, waardoor het onderwerp niet wordt besproken. Door voorlichting te geven, waarbij ook het herkennen en signaleren van laaggeletterdheid, laaggecijferdheid minder digitale vaardigheid centraal staat, wordt deze bekendheid vergroot. De (taal)ambassadeurs en/of Taalpunt Zwolle spelen hier een belangrijke rol in. Herkennen en signaleren is echter niet genoeg. Het daadwerkelijk verwijzen van de inwoner naar passend aanbod vraagt specifieke deskundigheid.
Door Stichting Lezen en Schrijven wordt de workshop ‘Bespreken van Laaggeletterdheid’ aangeboden, waarin aan professionals concrete handvatten worden gegeven om laaggeletterheid bespreekbaar te maken. Onderdeel van deze workshop is de ‘motiverende gespreksvoering’. In het eerste kwartaal 2023 is er door Stichting Lezen en Schrijven binnen de arbeidsmarktregio een behoefte-inventarisatie uitgevoerd naar deelname aan de workshop. De handvatten die in de workshop gegeven worden kunnen van toegevoegde waarde kan zijn bij gesprekken die zij voeren met mensen die een uitkering aanvragen. 17
Samen met Stichting Lezen en Schrijven wordt een verdere verkenning gedaan of een training ‘Train de trainers’ op te starten is. Het doel hierbij is om ook lokaal capaciteit en deskundigheid te hebben om meer uitvoerende professionals te kunnen trainen. Concrete en meetbare doelen: • In 2023 wordt Team Educatie Zwolle getraind in het voeren van motiverende gesprekken in het kader van bespreekbaar maken van laaggeletterdheid. •
We verkennen de mogelijkheid van een training ‘Train de Trainers’, waardoor we lokaal meer capaciteit en deskundigheid hebben om uitvoerende professionals te trainen.
5.1.4. Sociaal wijkteam en gemeentelijke afdelingen met klantcontact Sociaal Wijkteam Het Sociaal Wijkteam helpt, adviseert en ondersteunt bij vragen rondom welzijn en zorg. Op microniveau is het doel om het individu kansen te bieden om zich te ontwikkelen om weer zelfredzaam te worden. Voor de wijkbewoners die laaggeletterd zijn is dit niet vanzelfsprekend. Het Sociaal Wijkteam speelt een belangrijke rol bij het signaleren en herkennen van geringe basisvaardigheden bij inwoners. Door middel van een behoeftepeiling willen we meer zicht krijgen op: • Het kennisniveau van sociaal werkers ten aanzien van het signaleren van laaggeletterdheid. • De (eventuele) behoefte aan deskundigheidsbevordering zoals bijvoorbeeld een training motiverende gesprekstechnieken. Op basis van deze behoeftepeiling wordt in samenwerking met Stichting Lezen en Schrijven, Taalpunt Zwolle en Team Educatie Zwolle een passend aanbod uitgewerkt. Concrete en meetbare doelen:
•
In het eerste kwartaal 2024 wordt een behoeftepeiling uitgevoerd door sociaal werkers om de vraag van de sociaal werkers ten aanzien van laaggeletterdheid in beeld te krijgen.
•
In 2024 worden 10 NT1-ers vanuit de wijkteams doorverwezen naar Taalpunt Zwolle of naar Team Educatie Zwolle voor een intake. In de daaropvolgende jaren streven we naar een verhoging van minimaal 30%.
•
In 2024 worden 10 NT2-ers vanuit de wijkteams doorverwezen naar Taalpunt Zwolle of naar Team Educatie Zwolle voor een intake. In de daaropvolgende jaren streven we naar een verhoging van minimaal 30%.
Gemeentelijke afdelingen met klantcontact Binnen andere afdelingen van de gemeente Zwolle die klantcontacten hebben, peilen we de behoefte aan meer bekendheid en bewustwording ten aanzien van het herkennen en signaleren van laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en geringe digitale vaardigheden. Extern Met maatschappelijke partners bespreken we wat zij doen om laaggeletterdheid, laaggecijferdheid en geringe basisvaardigheden te herkennen, te signaleren en inwoners met een vraag door te verwijzen naar passend aanbod. 5.1.5. De gemeente is toegankelijk In Zwolle vinden we het belangrijk dat alle Zwollenaren kunnen meedoen in de maatschappij. Hierbij is het belangrijk dat alle inwoners (inclusie) de informatie van de gemeente en van de maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn in Zwolle kunnen begrijpen. Ook de mensen met geringe (digi-) taalvaardigheid die we ondanks onze inspanningen niet altijd bereiken. Informatie aanbieden op taalniveau B1 of A2 helpt daarbij. Bovendien hechten we waarde aan het gesprek en de 18
samenwerking met inwoners. Hiervoor zijn is toegankelijke en heldere communicatie onmisbaar. Versimpelteam De gemeente Zwolle werkt de laatste jaren aan begrijpelijke teksten waardoor brieven en andere teksten voor alle inwoners duidelijk zijn. Het Versimpelteam speelt daarin een belangrijke rol. De gemeente Zwolle heeft in 2022 de Direct-Duidelijk-deal ondertekend. Met het ondertekenen van de Direct Duidelijk-deal onderstreept Zwolle het belang van heldere taal. Aan medewerkers van de gemeente wordt een schrijftraining aangeboden. Kaders voor dienstverlening In 2023 actualiseren we de kaders voor dienstverleningskanalen. Deze kaders maken dan deel uit van de set documenten van programma Menselijke Maat, dat in 2023 in ontwikkeling is. De kaders benoemen: • Onze ambitie: onze dienstverlening is passend en inclusief. • De aanpak wet modernisering elektronisch bestuur (WMEBV) waarvan onderdeel is de zorgplicht voor inwoners met beperkte digitale vaardigheden. Deze zorgplicht voor inwoners vullen we onder andere in door (in samenwerking met Stadkamer) de inzet van Informatiepunten digitale overheid (IDO’s). Informatiepunt Digitale Overheid Ongeveer 20% van de Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar beheerst niet het basisniveau voor digitale vaardigheden. Mensen met lage digitale vaardigheden zijn vaak ook laaggeletterd.
Om digitale inclusie te bevorderen zijn in 2019 de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO)24 tot stand gekomen. IDO’s zijn laagdrempelige, eerstelijnshulploketten in lokale bibliotheken, waar inwoners en ondernemers terecht kunnen met vragen over de digitale overheidsdienstverlening. Het kan daarbij gaan om: • Hulp bij het digitale verkeer met publieke en private dienstverleners; • Begeleiding naar cursussen digitale vaardigheden en digitale overheid; • Een warme doorverwijzing naar de bevoegde publieke dienstverlener of professionele hulpverleners. Vanaf 2023 heeft de gemeente de regierol als het gaat om de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) en is zij verantwoordelijk voor de financiering. Hiervoor worden via een SPUK-uitkering structureel financiële middelen aan de gemeente ter beschikking gesteld. Sinds 2022 zijn er in de vestigingen van Stadkamer vier IDO’s actief. Daarnaast kunnen mensen bij het Digiservicepunt in Wijkcentrum Holtenbroek terecht voor gratis hulp bij digitale zaken. Het Digiservicepunt is een initiatief van Travers Welzijn. Concrete en meetbare doelen: • Het geven van voorlichting aan de IDO’s en het Digiservicepunt over het signaleren van laaggeletterdheid.
•
Verkennen van de intensivering van de samenwerking tussen Taalpunt Zwolle, het Digiservicepunt en de IDO’s.
In 2023 en 2024 ligt de focus op het versterken van de verbinding tussen de IDO’s, het Digiservicepunt, Taalpunt Zwolle en eventuele andere partners. Op basis van dit inzicht worden concrete doelen voor 2025 bepaald.
5.1.6. Communicatie Naast aandacht voor onze eigen communicatie met inwoners, zoals begrijpelijke brieven en heldere informatie op onze website, de gemeentepagina in de Swollenaer en andere kanalen onderzoeken we 24
https://www.informatiepuntdigitaleoverheid.nl/?lang=nl
19
met samenwerkingspartners wat nodig is om laaggeletterden te bereiken. Vanuit eigen kanalen ondersteunen we de communicatie van samenwerkingspartners. Er moet nog nadere afstemming komen wie communicatie verder oppakt en wie welke rol daarin heeft, gemeente en/of samenwerkingspartners. Daarnaast is het belangrijk dat onder andere verwijzers en inwoners in de stad bekend zijn met de hulp en het aanbod dat er is. Hiervoor wordt een communicatiemiddel ontwikkeld dat vanuit verschillende organisaties en kanalen gedeeld kan worden. Doel is dat helder wordt waar je terecht kunt als je moeite hebt met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Tot slot zijn we in overleg met samenwerkingspartners zichtbaar aanwezig tijdens de Week van Lezen en Schrijven jaarlijks in september. In overleg bepalen we waarbij de gemeente en/of de wethouder een rol zal hebben in deze week. In 2023 hebben we in het kader van deze Week een brievenwasserette georganiseerd.
5.2.
Volwassenen: het vergroten van het effect van het taalaanbod
5.2.1. Voldoende en passend aanbod In het aanbod volwasseneneducatie wordt onderscheid gemaakt tussen formele - en non-formele volwasseneneducatie en informeel leren. In de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) wordt formele educatie gedefinieerd als educatie die gericht is op het vergroten van basisvaardigheden volgens vastgestelde eindtermen en die kan worden afgesloten met een erkend diploma. De vastgestelde eindtermen beschrijven de leerdoelen en het niveau van het educatieaanbod. In Zwolle zijn op dit moment het ROC Deltion en het Startcollege Landstede verantwoordelijk voor de formele educatie met diploma erkenning. Non-formeel leren is gericht op het verbeteren van taal-, reken en/of digitale vaardigheden. In de praktijk gaat het om georganiseerd leren door middel van individuele taalcoaching of groepsactiviteiten bijvoorbeeld op een school bij een bibliotheek of Taalpunt, buurthuis of bij een maatschappelijke organisatie. Taalpunt Zwolle staat in contact met alle taalinitiatieven in Zwolle, zoals bijvoorbeeld Travers Welzijn, Stichting Gilde en Stichting Present. Tot slot is het ook mogelijk om deel te nemen aan activiteiten die onbedoeld (niet intentioneel) bijdragen aan het beter leren van de taal: het informele leren.
Dit betreft het leerrendement van basisvaardigheden dat zich, min of meer spontaan, in contexten voordoet die niet expliciet rond leren georganiseerd zijn. Denk hierbij aan cursussen zoals: Koken binnen je budget (naast het koken is er ook aandacht voor rekenen en lezen) en (ver)kopen via Marktplaats (het verkopen van je eigen spullen door een goede advertentie te maken). Vanuit dit aanbod kunnen deelnemers toegeleid worden naar een passend vervolgaanbod. In overzicht:
Bron: volwassenen leren
20
NT1 volwasseneneducatie Zoals in hoofdstuk 3 is genoemd, worden mensen met Nederlands als moedertaal minder vaak bereikt dan mensen voor wie Nederlands de tweede taal is. Hierbij kan schaamte bij de inwoner een rol spelen, maar ook handelingsverlegenheid bij de professionals speelt een rol. We hebben nog onvoldoende in beeld hoe we de laaggeletterde inwoner met Nederlands als moedertaal (NT1) kunnen bereiken, welke vraag er leeft en hoe we kunnen toe leiden naar een passend aanbod. Deze bevindingen worden bevestigd in de tussentijdse evaluatie Tel mee met Taal25. Op dit moment maken NT1-ers minimaal gebruik van de non-formele volwasseneneducatie. In 2022 zijn er 6 NT1-trajecten gestart door Taalpunt Zwolle. Hierin zien we gelukkig een voorzichtige stijging. Tot 1 november 2023 is het aantal NT1 aanmeldingen bij het Taalpunt Zwolle bijna 20. Zij komen op eigen initiatief naar het Taalpunt of zijn doorverwezen naar het Taalpunt door een taalambassadeur, Tiem of het Leger des Heils.
De leervragen zijn divers: het beter willen leren schrijven (heel praktisch: op de kalender, een ansichtkaartje of een sollicitatiebrief), beter leren lezen (de nieuwsbrief van werk en ingewikkelde brieven snappen), leesplezier ontwikkelen (bijvoorbeeld door deel te nemen aan een meeleesgroep of het lezen van boeken in eenvoudige taal) en digitale vaardigheden leren (Klik en Tikcursus of individuele begeleiding door een vrijwilliger). Vanaf 2024 is er ook een formeel aanbod NT1 volwasseneneducatie. Om het bereik nog verder te vergroten, worden vanuit het programma dienstverlening klantreizen met NT1-ers gemaakt, waardoor we meer inzicht krijgen hoe we de drempel voor NT1-ers kunnen verlagen. Ook maken we klantreizen met professionals die in contact komen met NT1-ers. We verwachten daarbij antwoord te krijgen op de vraag wat deze professionals nodig hebben om in hun contacten met inwoners nodig hebben om tot een goede signalering van geringe basisvaardigheden te komen. Ook willen we meer inzicht in het proces van toeleiding naar het formele en non-formele aanbod. Tot slot verwachten we dat door de (mogelijke) inzet van de Taalmeter bij intakegesprekken met uitkeringsgerechtigden (afdeling IO), ook een toename van het inwoners met een leervraag ten aanzien van basisvaardigheden. Op dit laatste wordt in paragraaf 5.3.1. dieper ingegaan.
Dit betekent dat de capaciteit van het non-formele aanbod volwasseneneducatie moet worden vergroot. Door goed in kaart te brengen wat de leervraag van de NT1-er is, wordt ook de behoefte aan formeel NT1onderwijs in kaart gebracht. Concrete en meetbare doelen ten aanzien van de inwoner met Nederlands als moedertaal: •
In 2023 verkennen we samen met onze maatschappelijke partners en communicatie gemeente Zwolle op welke wijze we meer invloed kunnen hebben op het motiveren van de NT1-er om meer gebruik te maken van het formele, non-formele en informele aanbod.
•
In 2023 voeren we klantreizen uit die meer inzicht geven in hoe we de drempel voor NT1-ers kunnen verlagen en hoe professionals beter kunnen signaleren en toeleiden naar een passend aanbod.
•
We brengen samen met maatschappelijke partners in kaart hoe het aanbod non-formele en informele volwasseneneducatie eruitziet. Hierbij brengen we ook in kaart waar kansen en mogelijkheden liggen.
•
We versterken en/of ontwikkelen een non-formeel (en formeel) aanbod voor reken- en digitale vaardigheden.
•
Tussen 2023 en 2027 nemen 100 NT1-ers deel aan een aanbod om hun taalvaardigheden te vergroten.
•
Tussen 2024 en 2027 nemen 50 NT1-ers deel aan een aanbod om rekenvaardigheden te vergroten.
•
Tussen 2024 en 2027 nemen 50 NT1-ers deel aan een aanbod om digitale vaardigheden te vergroten.
25 Tussentijdse evaluatie Vervolgaanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 - ECBO
21
2023 en 2024 zijn opstartjaren, waarin we de focus leggen op het bereiken van de NT1-er en het toeleiden naar een passend aanbod. Op basis van een evaluatie eind 2024 worden de aantallen voor 2025 e.v. bijgesteld.
NT2-volwasseneneducatie (inclusief Oekraïense ontheemden) Inwoners met een andere moedertaal zijn ruimschoots vertegenwoordigd in de formele en non-formele volwasseneneducatie. Kenmerkend voor de NT2-er is dat zij vaak erg gemotiveerd zijn om een nieuwe taal te leren. Een cruciale rol in dit proces speelt Team Educatie (afdeling Inkomensondersteuning) die verantwoordelijk is voor de intake voorafgaand aan het traject formele volwasseneneducatie. Op dit moment wordt bij ROC Deltion en StartCollege Landstede in 10 groepen formeel onderwijs met diploma erkenning gegeven. De focus ligt hierbij op taalverhoging. Voor zeer gemotiveerde NT2-ers is het mogelijk om het taalniveau naar B2-niveau te verhogen. Gedurende een jaar krijgen cursisten twee keer per week 1 dagdeel onderwijs door een gediplomeerd docent. In 2023 zijn er In de afgelopen jaren is de overeenkomst voor het formele aanbod volwasseneneducatie telkens verlengd. Net voor de zomer 2023 is, in overeenstemming met het inkoopproces van de gemeente, Zwolle een Europese aanbesteding volwasseneneducatie in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) opgestart. Op basis van de WEB wordt gestreefd naar verbetering van de taal-, reken- en digitale vaardigheden voor inwoners van Zwolle die niet inburgeringsplichtig en 18 jaar of ouder zijn.
De verwachting is dat eind november 2023 tot definitieve gunning wordt overgegaan. De gunning is voor de periode van 2024 tot en met 2028. Het Taalpunt Zwolle, expertisecentrum op het gebied van taalondersteuning, heeft in 2022 195 intakes met inwoners met een (taal)vraag gedaan. Concrete en meetbare doelen NT2-er:
•
We zorgen voor voldoende aanbod zodat iedere inwoner met een vraag ten aanzien van lees, schrijf, reken- of digitale vaardigheden binnen vier weken kan doorstromen naar formeel of non-formeel aanbod.
•
In 2023 starten we een Europees aanbesteding op waarmee we een formele aanbieder volwasseneneducatie voor 2024-2027 selecteren.
•
We brengen samen met maatschappelijke partners in kaart hoe het aanbod non-formele en informele volwasseneneducatie eruitziet. Hierbij brengen we ook in kaart waar kansen en mogelijkheden liggen.
•
Jaarlijks zetten we in op 200 formele NT2 trajecten voor volwassenen.
•
Jaarlijks zetten we in op een groei van 5% van de non-formele NT2 trajecten.
•
We versterken en/of ontwikkelen een non-formeel (en formeel) aanbod voor reken- en digitale vaardigheden.
5.3.
Integrale aanpak
Verschillende leefgebieden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en lopen in elkaar over. Een integrale aanpak houdt in dat we tegelijk op verschillende beleidsterreinen inzetten, maar wel zorgen voor een samenhangende aanpak. Het gaat daarbij om aanpalende beleidsterreinen zoals: werk en inkomen, financiën, armoede, onderwijskansenbeleid, jongeren en gezondheid. Om meer handvatten te hebben nemen we vanaf eind 2022 deel aan het maatwerktraject integrale aanpak van Stichting Lezen en Schrijven.
22
5.3.1. Werk en inkomen Participatiewet Voldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen is een randvoorwaarde om een stabiele situatie te krijgen én te behouden. Een deel van de inwoners die laaggeletterd, laaggecijferd en/of minder digitale vaardig is zien we in het intakeproces bij de aanvraag van een uitkering of in het uitkeringsbestand. Het gaat hierbij veelal om inwoners die een MBO3 opleidingsniveau of lager hebben. Om deze inwoners te bereiken implementeren en borgen we de interventie Taalmeter in het intakeproces bij aanvraag van een uitkering. De Taalmeter is een screeningsinstrument die een indicatie geeft van het taalniveau. De afdeling IO is recent (opnieuw) gestart met de interventie Taalmeter. De Taalmeter wordt afgenomen door Team Educatie (IO) en aansluitend is er een gesprek met de inwoner zodat de mogelijke leervraag kan worden geïnventariseerd. Team Educatie zorgt daarbij ook voor de warme overdracht naar het non-formele of formele aanbod volwasseneneducatie. We willen de afname van de Taalmeter op 1 plek organiseren, zodat de Taalmeter op uniforme wijze en volgens uniforme methodiek ingezet wordt en centraal geregisseerd en geregistreerd kan worden.
Meetbare en concrete doelstellingen:
•
Bij alle werkzoekenden/uitkeringsgerechtigden is het aspect taalvaardigheid een aandachtspunt en zo nodig onderdeel van hun traject.
•
Er is monitoring van de resultaten waarbij ook meer inzicht komt in de wensen en behoeften van de deelnemers. Wanneer nodig kan dit leiden tot een aanvullend aanbod.
•
We verkennen en verdiepen ons in de verschillende Basismeters (Taal-, Reken-, Digi- en sociale inclusiemeter) van Stichting Lezen en Schrijven en kiezen welke het beste aansluit bij
•
Vanaf 2024 starten er jaarlijks 10-20 NT1 werkzoekenden/uitkeringsgerechtigden met een aanbod op maat bij een formele of non-formele aanbieder.
Het bereik vergroten via werkgevers Van de Nederlandse beroepsbevolking (16 tot 65 jarigen) hebben 1,3 miljoen mensen moeite met lezen en schrijven. Daarvan werkt 57% vaak in praktische beroepen zoals in de schoonmaak, bouw, beveiliging, verzorging, afvalbeheer en industrie26. Het lezen van werkinstructies, veiligheidsvoorschriften of gebruiksaanwijzingen, het invullen van werkbriefjes of formulieren zijn zaken waar zij regelmatig tegenaan lopen.
26
Stichting Lezen en Schrijven. ‘De arbeidsmarktperspectieven van laaggeletterden in Nederland tot 2020’.