CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 b. Puntensysteem natuurinclusief bouwen en ontwerpen

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept groen- en recreatiebeleid11.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuur incVoorkant lusief bouwen Zwolle

1

THEMA

Inhoud Natuurinclusief bouwen Uitleg puntensysteem Thema’s Bebouwing Tuinen en erven Natte omgeving Groene buitenruimte Verharding

3 5 7 8 31 52 63 81

2

Natuurinclusief bouwen

Een aantrekkelijke leefomgeving

Voor ruimtelijke projecten is er door de gemeente beleid ontwikkeld dat tot doel heeft het natuurinclusief bouwen en ontwerpen te verplichten. Dit werkt aan de hand van een puntensysteem. Bij een ruimtelijk project waarvoor een wijziging van het bestemmings- of omgevingsplan nodig is, moet men aantonen dat er voldoende natuurinclusieve maatregelen worden genomen. Initiatiefnemers kunnen uit deze catalogus maatregelen kiezen die het beste bij een planvoornemen passen. Het bepalen van het natuurinclusieve ontwerp en van de maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit, gebeurt in afstemming met en na goedkeuring van verschillende ruimtelijke disciplines binnen de gemeentelijke organisatie. De maatregelen zijn weergegeven volgens een aantal thema’s. Aan elke maatregel zijn punten toegekend. De aanwezige en toe te voegen natuurwaarden worden in het omgevings- of bestemmingsplan opgenomen via specifieke bestemmingen, bepalingen en voorwaardelijke verplichtingen, zo zorgen we ervoor dat ze zijn geborgd. Indien voor een plan of project een anterieure overeenkomst wordt gesloten, worden hierin de natuurinclusieve maatregelen vastgelegd.

Kleinschalige ontwikkelingen en particulieren | < € 200.000

| 25 punten

Kleinschalige ontwikkeling | € 200.000 - € 500.000

| 45 punten

Middelgrote ontwikkeling | € 500.000 - € 2.000.000

| 70 punten

Grootschalige ontwikkeling | € 2.000.000 - € 5.000.000

| 125 punten

Zeer grootschalig ontwikkeling | > 5.000.000

| maatwerk

Natuurinclusief bouwen

Een aantrekkelijke leefomgeving

Natuurinclusief ontwerpen voor meer flora en fauna in de buitenruimte werkt het beste als je de 5 V’s probeert te combineren in het ontwerp: voedsel, veiligheid, verblijfplaats, variatie en verbinding. De maatregelen voor natuurinclusief ontwerp zijn ingedeeld in 5 thema’s:

Bebouwing Tuinen en erven Natte omgeving Groene buitenruimte Verharding Dubbele punten voor toepassing op de juiste plaats Door de juiste maatregel op de juiste plaatst toe te passen, kan het aantal te behalen punten verdubbeld (of verdriedubbeld) worden. De natuurwaardenkaart van gemeente Zwolle geeft meer informatie over de bestaande natuurwaarden binnen deelgebieden van de gemeente en bij welke maatregelen dat deelgebied het meest gebaat is. Per deelgebied staat op de factsheet een tabel met de vermenigvuldigingsfactor. Ook kan een bonus verdiend worden met het inschakelen van een ecologisch deskundige. Tot slot wordt voor het behoud van natuurwaarden evenveel punten toegekend als wanneer desbetreffende maatregelen zouden worden gerealiseerd. Bijhouden puntentabel De administratie van de gekozen maatregelen gaat middels het Excel-document ‘puntentabel natuurinclusief ontwerp van gemeente Zwolle’. Hierin staan de in deze catalogus beschreven puntentellingen en kan in de kolom ‘Gekozen maatregel’ het aantal van de gekozen maatregel worden getypt. Er volgt automatisch een berekening met het aantal verdiende punten.

Uitleg puntensysteem

Natuur Inclusief Bouwen

Om te bepalen of voor het ontwerp voldoende punten zijn behaald kan een rekentabel ingevuld worden. In de tabel is in groen aangegeven waar gegevens kunnen worden ingevuld. De berekeningen worden automatisch doorgevoerd.

Stap 1 Gegevens invullen:

Stap 2 Per thema (b.v. bebouwing, tuinen & erven) de gekozen maatregelen invullen in de groene kolom. Hier vul je aantallen, vierkante meters en overige variabelen in. Vervolgens wordt automatisch berekend hoeveel punten dit oplevert. Het aantal punten is afhankelijk van het deelgebied van de natuurwaardenkaart dat bij stap 1 is ingevuld. Let op: sommige maatregelen zijn gebonden aan een maximum aantal punten. Meer van dezelfde maatregel levert in dat geval niet evenredig meer punten op.

Uitleg puntensysteem

Natuur Inclusief Bouwen

Voorbeeld bij stap 2: de gekozen maatregelen zijn ingevuld voor thema ‘Bebouwing’.

Stap 3 Raadpleeg de kolom met totaal aantal punten of is voldaan aan het puntensysteem. Om een beter overzicht te krijgen van de ingevulde maatregelen kunnen met de knop “samenvatting weergeven” alle lege regels worden verborgen.

Thema’s

Natuur Inclusief Bouwen

Bebouwing

Tuinen & erven

Natte omgeving

Groene buitenruimte

Verharding

Overzicht maatregelen Puntentelling

Maatregel

Ten gunste van

Sedumdak

Insecten, wateropvang en bestrijding van hittestress

3

Biodiversiteitsdak

Insecten, vogels, wateropvang en bestrijding van hittestress

5

Bruin dak

Insecten, vogels, wateropvang en bestrijding van hittestress

5

Schelpeneiland op plat dak

Scholekster, meeuw en kleine plevier

2

Grinddak

Scholekster, meeuw en kleine plevier

2

Nestkasten voor huismus

Huismus

3

Nestkasten of inmetselstenen gierzwaluw

Gierzwaluw

3

Inbouwvoorziening laatvlieger

Laatvlieger en andere gebouwbewonende vleermuizen

3

Spouwmuur toegankelijk voor vleermuizen

Gebouwbewonende vleermuizen

4

Tussenspouw toegankelijk maken

Gebouwbewonende vleermuizen

5

Gevelbetimmering voor vleermuizen

Gebouwbewonende vleermuizen

5

Kleine vleermuiskasten voor inbouw Kerkuilenkast

Gebouwbewonende vleermuizen Kerkuil

1 2

Kunstnesten boerenzwaluw

Boerenzwaluw

3

Kunstnesten huiszwaluw

Huiszwaluw

3

Nestkast torenvalk

Torenvalk

2

Nestkast zwarte roodstaart

Roodstaart

1

Steenuilenkast

Steenuil

1

Groene gevel

Insecten en een stabieler stadsklimaat

3

Insectensteen

Metselbijen

1

Vleermuisvriendelijke zolder

Gebouwbewonende vleermuizen

8

Diervriendelijke verlichting

Nachtdieren

4

Muren voor muurplanten

Bijzondere stadsflora

2

BEBOUWING

Bebouwing

BEBOUWING

Sedumdak Aanleg van een groen dak om leefgebied voor insecten te creëren en bij te dragen aan klimaatadaptie in stedelijk gebied. Ten gunste van:

Insecten, wateropvang en bestrijding van hittestress.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 15 m2.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 15 m2.

Plaatsingseisen:

Er dienen verschillende soorten sedum te worden aangebracht om een diversiteit in bloeitijd te creëren. Het draagvermogen van de dakconstructie dient minimaal 100 kg/m2 te bedragen. Indien dit niet het geval is kan gekozen worden voor een lichtgewicht sedumdak. Sedum kan lang zonder water, maar heeft wel voedingsstoffen nodig om te blijven leven. Daarom is een voedingsrijke bodem nodig, waar het sedum goed op kan teren.

Puntentelling

3

Per 15 m2: 3 punten. Maximaal 21 punten.

Toelichting Hoe groter de diversiteit aan inheemse soorten die wordt aangeplant, hoe meer insecten gebruik kunnen maken van het dak. Om nog meer insecten te lokken wordt aangeraden naast sedum ook inheemse insectenaantrekkende kruidenplanten worden aangeplant, zoals gewoon duizendblad, bieslook, marjolein, zeepkruid en tijm. Het is raadzaam om één keer per jaar onderhoud aan het sedumdak te laten uitvoeren.

BEBOUWING

Biodiversiteitsdak Aanleg van een groen dak om leefgebied voor insecten en vogels te creëren en om bij te dragen aan klimaatadaptatie in stedelijk gebied. Ten gunste van:

Insecten, vogels, wateropvang en bestrijding van hittestress.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 50 m2.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 50 m2.

Plaatsingseisen:

Er dienen minimaal 25 verschillende soorten inheemse planten te worden aangebracht. Bij voldoende draagkracht ook inheemse heesters of bomen. De dikte van de substraatlaag aanpassen op de draagkracht van het dak.

Puntentelling

5

Per 50 m2: 5 punten. Maximaal 70 punten.

Toelichting Door het toevoegen van enkele boomstammen, een waterpoel of wat grove keien trekt het dak nog meer insecten en vogels aan.

BEBOUWING

Bruin dak Hergebruik van ter plaatse afgegraven grond en licht puin op het dak. Ten gunste van:

Insecten, vogels, wateropvang en tegengaan hittestress

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 50 m2.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

n.v.t.

Plaatsingseisen:

Op het dak wordt ter plaatse afgegraven grond gebruikt. De grond moet tijdelijk worden opgeslagen tot het dak gereed is. Minmaal benodigde draagkracht van 180 kg per vierkante meter. Ondergrond: substraat van ruw gruis en steenslag, afgewisseld met grote stukken hout. Op de aangebrachte grond ontwikkelt zich vanzelf de oorspronkelijke flora doordat zaden in de grond mee verhuizen naar het dak. Het vervolg is dat insecten, vlinders en vogels hun leefgebied weer terugvinden op het dak. Vogels als de kneu, putters en wittekwikstaart weten op een bruin natuurdak hun voedsel te vinden.

Puntentelling

5

Per 50 m2: 5 punten. Maximaal 85 punten.

Toelichting Een bruin dak heeft extra toegevoegde waarde doordat dit dak bijdraagt aan de bestaande natuurlijke omgeving. Door het plaatsen van losse elementen wordt de biodiversiteit nog verder verhoogt. Bruin natuurdak bron: penresearch.amsterdam

BEBOUWING

Schelpeneiland op plat dak Schelpeneiland (een bak met schelpengruis) op een plat dak plaatsen als broedlocatie voor scholekster en kleine plevier. Ten gunste van:

Scholekster en kleine plevier.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 2 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 2 schelpenbakken per gebouw.

Plaatsingseisen:

Alleen op daken van bebouwing van minimaal 4 meter hoogte. Het dak waar de schelpenbak op geplaatst wordt dient minimaal 150 m² te zijn. De dikte van de laag moet voldoende zijn om een kuiltje te kunnen maken voor de eieren. Regenwaterafvoeren voorzien van gaas zodat kuikens niet in de afvoerpijpen terecht kunnen komen. Op gebouwen van maximaal 16 meter hoogte.

Puntentelling

2

Per schelpeneiland: 2 punten. Maximaal 4 punten per gebouw.

Toelichting De bak kan gerealiseerd worden door een frame te maken van hout, kunststof of beton, waarin schelpengruis wordt gedaan. Deze maatregel kan gecombineerd worden met een grinddak.

BEBOUWING

Grinddak Grinddak met afdekken regenpijpen, als broedlocatie voor kleine plevier en scholekster. Ten gunste van:

Kleine plevier en scholekster.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 2 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Het gehele dak dient veilig te zijn. Per dak minimaal twee schuilgelegenheden aanbrengen. Regenwaterafvoeren voorzien van gaas zodat jonge scholeksters niet in de regenpijpen terecht kunnen komen. Op gebouwen van maximaal 16 meter hoogte.

Puntentelling

2

Per 2 m2: 2 punten. Maximaal 10 punten.

Toelichting Er dienen schuilgelegenheden aangebracht te worden tegen hitte en predatie. Dit kan door het plaatsen van enkele pallets of kleine rioolbuizen op het dak.

BEBOUWING

Nestkasten voor huismus Aanbrengen nestkasten voor huismussen om nestmogelijkheden voor deze soort te creëren. Ten gunste van:

Huismus

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 3 en maximaal 5 per gebouw.

Plaatsingseisen:

Op minimaal 3 meter hoogte en aan de noord- of oostgevel, of in de schaduw van een dakoverstek/dakgoot. De nestkast moet aan bepaalde afmetingen voldoen: een bodemmaat van tenminste 12,5 x 12,5 cm en een hoogte van tenminste 17 cm (nestbodem is een paar cm dik) en een invliegopening met een diameter van 3,4 cm. Huismussen broeden in kolonies en daarom meerdere nestkasten bij elkaar in de buurt te plaatsen. De openingen van de nestkasten moeten minimaal 50 cm uit elkaar liggen. De nestkast dient daarnaast onbereikbaar te zijn voor predatoren. Een nestkast moet houtbeton of vezelbeton zijn in verband met duurzaamheid.

3

Puntentelling Per nestkast: 1 punt (minimaal 3 vereist). Maximaal 5 punten per gebouw. Inbouw-nestkast: 2 punten.

Toelichting Het is van belang dat binnen een straal van 50 meter van de nestkast groenblijvende bomen of heesters aanwezig zijn.

Mussenkast houtbeton, Vivara.

Gierzwaluwkast, inbouw en geschikt voor huismussen, Unitura.

BEBOUWING

Nestkasten of inmetselstenen gierzwaluw Aanbrengen nestkasten voor gierzwaluwen om nestmogelijkheden voor deze soort te creëren. Ten gunste van:

Gierzwaluwen

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 3 en maximaal 5 per gebouw.

Plaatsingseisen:

Op minimaal 3 m hoogte en aan de noord- of oostgevel, of in de schaduw van een dakoverstek/dakgoot. De nestkast of inmetselsteen moet voldoende uitvliegruimte hebben: minimaal 1 m breed en 3 m diep, zonder kans op verkeersslachtoffers. Dus geen platte daken, brede goten, balustraden, borstweringen, bomen, vlaggenmasten en dergelijke die het aan en uitvliegen bemoeilijken. De nestkast of inmetselsteen moet aan bepaalde afmetingen voldoen: minimale bodemoppervlakte 15 x 25 cm en een minimum hoogte van 13 cm, een invliegopening van maximaal 2 cm boven de bodem (van binnen gemeten), invliegopening van 7 cm breed en maximaal 3,5 cm hoog, de invliegopening asymmetrisch aangebracht, zodat er een donkere hoek in de nestgelegenheid ontstaat. Onderlinge afstand: 50 cm.

Puntentelling

3

Per nestkast houtbeton of vezelbeton: 1 punt, minimaal 3 kasten vereist. Maximaal 5 punten per gebouw. Per inbouwkast: 2 punten, minimaal 3 kasten. Maximaal 10 punten per gebouw.

Toelichting Gierzwaluwen broeden in kolonies en daarom is een voorwaarde om meerdere nestkasten/inmetselstenen bij elkaar in de buurt te plaatsen. De nestkast/inmetselsteen dient onbereikbaar te zijn voor predatoren. Inbouwsteen Gierzwaluw, Vivara Pro

BEBOUWING

Inbouwvoorziening laatvlieger Inbouwkast voor laatvliegers (een vleermuissoort) aanbrengen in het dakoverstek van bebouwing. Ten gunste van:

Laatvlieger en andere gebouwbewonende vleermuizen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied, aan de randen van de bebouwde kom.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Hoogte van de onderzijde inbouwkast op minimaal 4 meter. Alleen mogelijk bij kopgevels van woningen met een zadeldak en dakpannen. Kan zowel bij nieuwbouw als renovatie en reparatie. Geen verlichting richting de openingen. De orientatie van het gebouw bepaalt waar de voorziening komt. Indien mogelijk variatie aanbrengen in orientatie.

3

Puntentelling Per inbouwkast: 3 punten. Maximaal 9 punten.

Toelichting Vleermuizen houden niet van licht, dus vermijd verlichting in de buurt van de inbouwkast.

Onzichtbare plaatsing in de dakrand Inbouwkast voor laatvlieger

Verschillende soorten wegkruipplekken en microklimaten

BEBOUWING

Spouwmuur toegankelijk voor vleermuizen Delen van de spouwmuur toegankelijk houden voor gebouwbewonende vleermuizen door een open stootvoeg of entreesteen aan te brengen en ruimte vrij te houden in de spouwmuur. Ten gunste van:

Gebouwbewonende vleermuizen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimale grootte van de spouwmuur 50 x 80 cm.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Op minimaal 3 m hoogte. De ruimte tussen buitenmuur en isolatiemateriaal moet meer dan 2 cm zijn en de invliegopeningen moeten 1,5 tot 2 cm breed zijn. Bij gebruik van isolatieplaten in de spouw is het relevant deze platen op te ruwen of stevig duurzaam kunststof gaas met een maaswijdte van 3 tot 10 mm te bevestigen. Als glaswol (en dergelijke) als isolatie wordt gebruikt, is het nodig dunne ruwe platen tegen het isolatiemateriaal aan te brengen, bijvoorbeeld houtwolcement. De orientatie van het gebouw bepaalt waar de voorziening komt. Variatie is hierbij van belang.

Puntentelling

4

Per toegankelijke spouwmuur: 4 punten. Maximaal 8 punten.

Toelichting Bij voorkeur worden de verblijfplaatsen op de hoek van het gebouw gepositioneerd, zodat de vleermuis zich binnendoor van de ene naar de andere gevelzijde kan verplaatsen afhankelijk van de klimaatomstandigheden.

Bron: faunaprojecten.nl

BEBOUWING

Tussenspouw toegankelijk maken Tussenspouw (ruimte tussen twee nieuwbouwwoningen) toegankelijk maken voor vleermuizen. Ten gunste van:

Gebouwbewonende vleermuizen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Open stootvoeg van minimaal 1,5 cm breed. Een entreesteen met een opening van minimaal 2 cm hoog en 5 cm breed. De opening dient op minimaal 3 meter hoog aangebracht te worden. Geen verlichting richting de opening(en). Door de tussenspouw toegankelijk te maken middels een opening, wordt de ruimte geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De spouwruimte kan dienen als kraamverblijfplaats en als winterverblijfplaats voor vleermuizen. De orientatie van het gebouw bepaalt waar de voorziening komt. Indien mogelijk: variatie aanbrengen.

5

Puntentelling Per toegankelijke tussenspouw: 5 punten. Maximaal 15 punten.

Toelichting

Tussenspouw (ankerloze spouw) Van buiten naar binnen oplopende sleuf. 30x80mm Open stootvoeg Spouwmuur isolatie hardschuim

Bron: bouwnatuurinclusief.nl

BEBOUWING

Gevelbetimmering voor vleermuizen Het aanbrengen van gevelbetimmering om verblijfplaatsen voor vleermuizen te realiseren. Ten gunste van:

Gebouwbewonende vleermuizen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Gevelbetimmering voor vleermuizen dient minimaal 100 cm breed en 50 cm hoog te zijn.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Aan de onderzijde dient een ruimte aanwezig te zijn van ongeveer 3 cm tussen buitenmuur en gevelbetimmering en aan de bovenzijde van 1,5 cm. Het materiaal moet op minimaal 3 m hoogte worden aangebracht. Minimale afmeting per gevelbetimmering :100 x 50 cm. Zowel de buitenmuur als de binnenzijde van de plaat of planken moeten ruw zijn.

Puntentelling

5

Per gevelbetimmering : 5 punten. Maximaal 10 punten.

Toelichting In verband met de hitte de gevelbetimmering niet aan de zuidgevel plaatsen. Aanbevolen wordt om aanvullend achter de gevelbetimmering op een aantal plekken horizontale latten te plaatsen. Zo ontstaan er zogenaamde ‘ligplekken’ voor vleermuizen. Door de horizontale latten in verspringend verband te plaatsen wordt tocht voorkomen.

BEBOUWING

Kleine vleermuiskasten voor inbouw Een kleine vleermuiskast inbouwen die geschikt is voor permanente bewoning. Ten gunste van:

Gebouwbewonende vleermuizen

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 1 kast

Plaatsingseisen:

De inbouwkast op minimaal 4 m hoogte aangebrengen. Zorg voor vrije aanvliegroute. De kast buiten bereik van kunstlicht ophangen. Vleermuizen houden van warmte. Een zonnige plek heeft de voorkeur. Een inbouwkast moet duurzaam zijn en is meestal van houtbeton. Inbouwkasten zijn vaak modulair waardoor er voor een kleine overwinteringsplek gekozen kan worden of een uitbreidig daarvan zodat de kasten ook geschikt zijn voor zomer- en kraamberblijf.

2

Puntentelling Per inbouwkast 2. Maximaal 10 punten.

Toelichting In tegenstelling tot de losse kastjes aan de buitenzijde van een gebouw zijn deze inbouwkasten geschikt voor permanente bewoning. Hieronder twee voorbeelden van een losse kast. Beide kunnen eenvoudig worden uitgebreid.

Inbouwsteen, Vivarapro

Vleermuiskast, Unitura

BEBOUWING

Kerkuilenkast Plaatsen van een kerkuilenkast. Ten gunste van:

Kerkuil.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buitengebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 1 kast per project.

Plaatsingseisen:

De kast op minimaal 3 meter hoogte plaatsen. De kast plaatsen in een voor een kerkuil toegankelijke schuur of zolder, met voldoende ruimte voor de kerkuil om in en uit te vliegen. De kast kan ook aan bebouwing worden geplaatst mits de kast onder een ruim overstek hangt. Op een plek plaatsen met weinig verstoring (weinig honden en mensen). Let ook op of de kast niet toegankelijk is voor huiskatten en andere predatoren, zoals marters.

Puntentelling

2

Per nestkast: 2 punten. Maximaal 2 punten.

Toelichting Het is aan te bevelen om, indien mogelijk, de lokale kerkuilenwerkgroep te informeren voor de beste locaties.

Bron: vivarapro.nl

BEBOUWING

Kunstnesten boerenzwaluw Ophangen kunstnest onder ruim overstek of in een vrij toegankelijke (semi-) agrarische schuur. Ten gunste van:

Boerenzwaluw.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buitengebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 3 en maximaal 5 kunstnesten per project.

Plaatsingseisen:

De kunstnesten op minimaal 2 meter hoogte plaatsen aan bebouwing en buiten bereik van predatoren. Niet op een tochtige plaats. Onderlinge afstand nesten: 50 cm.

Puntentelling

3

Per kunstnest: 1 punt (minimaal 3 vereist). Maximaal 5 punten.

Toelichting Boerenzwaluwen zijn koloniebroeders, waardoor het verstandig is om meerdere kunstnesten op te hangen. Wanneer de nesten op een plaats zitten waar uitwerpselen overlast zou kunnen veroorzaken, kan een mestplank onder het nest worden geplaatst. Onderhoud: De nestkom één keer per jaar schoonmaken aan het eind van het seizoen (oktober). Daarnaast de staat van het kunstnest controleren.

BEBOUWING

Kunstnesten huiszwaluw Ophangen kunstnesten huiszwaluw aan buitengevels onder overstek. Ten gunste van:

Huiszwaluw.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 3 en maximaal 5 kunstnesten per project.

Plaatsingseisen:

De kunstnesten op minimaal 3 meter hoogte plaatsen. De nesten moeten aan de buitenzijde van bebouwing worden geplaatst onder een overstek. De kunstnesten dienen tegen de onderzijde van het overstek worden geplaatst. Zorg voor een vrije aanvliegroute voor de zwaluwen naar het nest, dus voorkom dat er hoge struiken of andere bebouwing vlakbij de nesten staan. De nestkom één keer per jaar schoonmaken aan het eind van het seizoen (oktober). Daarnaast de staat van het kunstnest controleren.

Puntentelling

3

Per kunstnest: 1 punt (minimaal 3 vereist). Maximaal 5 punten.

Toelichting Huiszwaluwen nestelen onder overstek of dakgoot die wit is. Wit weerkaats zonlicht en houdt het nest koeler. Wit is tevens parasietwerend. Plaats de nesten in combinatie met een mestplank. Dit voorkomt overlast door uitwerpselen.

BEBOUWING

Nestkast torenvalk Plaatsen van een torenvalkkast. Ten gunste van:

Torenvalk.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 1 kast per project, niet in combinatie met een slechtvalkkast plaatsen.

Plaatsingseisen:

De nestkast op minimaal 4 meter hoogte ophangen. Plaats de nestkast niet met de invliegopening naar het zuid/westen. In de nestkast een kleine hoeveelheid nestmateriaal (turf) toevoegen. De open nestkast één keer per jaar schoonmaken, in het najaar vanaf september. Jaarlijks moet ook de staat van de nestkast gecontroleerd worden.

Puntentelling

2

Nestkast: 2 punten.

Toelichting Plaats de nestkast aan de rand van een bos, aan een vrijstaande boom of een paal in het veld of boven op een gebouw. Raadzaam is om de nestkast te plaatsen in overleg met een deskundige (Werkgroep Roofvogels Nederland).

BEBOUWING

Nestkast zwarte roodstaart Half open nestkast voor zwarte roodstaart plaatsen. Ten gunste van:

Zwarte roodstaart.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 2 kasten per project.

Plaatsingseisen:

Kast dient geplaatst te worden op minimaal 5 meter hoogte. Kast dient geplaatst te worden op een beschutte plaats. Kan zowel aan woningen, hoge industriële gebouwen als schuren voor agrarisch gebruik geplaatst worden.

Puntentelling

1

Per nestkast: 1 punt. Maximaal 2 punten.

Toelichting De zwarte roodstaart is een insecteneter. Door deze maatregel te combineren met maatregelen die insecten aantrekken, kan het succes van de nestkasten worden vergroot.

Bron: vivarapro.nl

BEBOUWING

Steenuilenkast Het plaatsen van een steenuilenkast op een erf. Ten gunste van:

Steenuil.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buitengebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 2 nestkasten per project.

Plaatsingseisen:

Op minimaal 2 meter hoogte; niet boven een waterbron (drinkbak vee, sloot etc.). Plaats de kast in een vrij toegankelijke schuur, aan de buitenzijde van agrarische bebouwing of in een boom met een open karakter, zoals een oude fruitboom of knotwilg. In een boom dient de kast op de lengterichting van een stevige tak te worden geplaatst. De kast dient op een zo rustig mogelijke plek opgehangen te worden. Bodem mag bedekt worden met zaagsel, turf of houtsnippers. Maak de kast na gebruik in het najaar schoon van braakballen en oud nestmateriaal en voorzie de kast direct van nieuw nestmateriaal.

Puntentelling

1

Per kast: 1 punt. Maximaal 2 punten.

Toelichting Als binnen 100 meter van het plangebied al een steenuilenkast aanwezig is die wordt gebruikt als nestkast (door een steenuilenpaartje), kies dan een andere maatregel die de biodiversiteit in het buitengebied verhoogt. Hierdoor ontstaat er meer voedsel voor de steenuil. Een tweede kast kan wel als schuilplaats voor het mannetje dienen.

BEBOUWING

Groene gevel Een groene gevel creëren door middel van verticale begroeiing. Ten gunste van:

Insecten en een stabieler stadsklimaat.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 10 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

De groene gevel dient minimaal 2 meter hoog te zijn. Planten dienen bij voorkeur inheems te zijn en zelfvoorzienend wat betreft water en voeding. Denk hierbij aan planten zoals klimop, bosrank, kamperfoelie of wilde hop.

Puntentelling Per 10 m²: 3 punten. Maximaal 20 punten.

Toelichting

3

BEBOUWING

Insectensteen Plaatsing van insectenstenen ten behoeve van metselbijen. Ten gunste van:

Metselbijen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Plaatsen op minimaal 50 cm en maximaal 3 meter hoogte. Insectenstenen kunnen worden opgenomen in het metselwerk van nieuwbouw. De neststenen dienen op de zonkant van de bebouwing te worden geplaatst en kunnen zowel groepsgewijs als afzonderlijk aangebracht worden.

Puntentelling

1

Per insectensteen: 1 punt. Maximaal 5 punten.

Toelichting Om de bijen van voedsel te voorzien is het aan te raden om in de buurt van de insectenstenen inheemse bloemen in te zaaien of inheemse insectenaantrekkende bomen of struiken te planten.

BEBOUWING

Vleermuisvriendelijke zolder Zolderruimte geschikt maken als verblijfplaats voor vleermuizen. Ten gunste van:

Vleermuizen zoals de gewone grootoorvleermuis.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 4 m³.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 4 m³.

Plaatsingseisen:

Minimaal 1 m hoog en minimaal 2 m lang. Dient te worden voorzien van minimaal één kunstmatige plek waar grootoorvleermuizen kunnen wegkruipen. Openingen dienen gerealiseerd te worden zodat vleermuizen de zolder kunnen bereiken. Schakel deskundige/ecoloog in.

Puntentelling

8

Inhoud van 4 m³ : 8 punten. Per 2 m³ extra, 1 punt extra. Maximaal 15 punten.

Toelichting Kan gerealiseerd worden door een niet in gebruik zijnde zolder toegankelijk te maken door middel van een opening vanaf de buitenzijde.

BEBOUWING

Diervriendelijke verlichting Gebruik van diervriendelijke verlichting aan gebouwen om nachtdieren niet te verstoren. Ten gunste van:

Nachtdieren.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Betreft alle lichtpunten

Plaatsingseisen:

Als weglaten van verlichting géén optie is, dan aanlichten met diervriendelijke verlichting. Diervriendelijke verlichting is rode verlichting met aangepast armatuur, waardoor onnodig strooilicht wordt vermeden en geen uitstraling naar boven plaatsvindt. Indien mogelijk verlichting op bewegingssensoren gebruiken.

Puntentelling

4

Compleet verwijderen van verlichting per gebouw: 8 punten. Gebruik van diervriendelijke: 4 punten.

Toelichting Hoe minder verlichting wordt toegepast aan bebouwing, hoe beter het is voor nachtdieren. Diervriendelijke verlichting moet daarom alleen toegepast worden als het weglaten van verlichting geen optie is.

BEBOUWING

Muren voor muurplanten Muren geschikt maken voor muurplanten/begroeiing. Ten gunste van:

Bijzondere stadsflora

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 5 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t

Plaatsingseisen:

Muur dient minimaal 3 meter lang en 1,5 meter hoog te zijn. Muur niet op het zuiden plaatsen. Stenen muur opbouwen met deels zachte kalkrijke specie en inzaaien met inheems zaadmengsel voor muurflora (zoals muurleeuwenbek, muurvaren en tongvaren). Gewenste verhouding kalk/zand van de specie: 16 delen zand, 8 delen kalk, 1 deel tras (gemalen turfsteen) Belangrijk is dat de soorten in de omgeving van de gemeente Zwolle van nature voorkomen. Inheems zaadmengsel kan bestaan uit tongvaren, muurleeuwenbek en muurvaren. Bestaande muren: indien mogelijk groeven maken in het cement. Kan alleen als de muur op een schaduwrijke, vochtige plek staat.

Puntentelling

2

Per 5 m²: 2 punten. Maximaal 10 punten.

Toelichting Aanbevolen wordt om een zo groot mogelijke diversiteit van in de regio waargenomen soorten in te zaaien, om het succes van de maatregel te vergroten. Varens hebben vocht en schaduw nodig.

THEMA

Tuinen en erven

Overzicht maatregelen Puntentelling

Maatregel

Ten gunste van

Open composthoop Dood hout Drinkplaats voor vogels Aanplant insectvriendelijke struik of boom Egelsnelweg Overhoekje Hoogstamboomgaard Insectenhotel Houtsnippers Takkenril Egelkast Kwetterplek huismus Mezenkast Muur van wildernis Natuurlijke tuinvijver Schutting eruit, haag erin Sleedoorn Steenuilenkast Tegels vervangen door groen Creëren zandbank

Insecten en kleine zoogdieren Insecten, vogels, paddenstoelen en kleine zoogdieren Kleine zangvogels Insecten en vogels Egels en andere kleine zoogdieren Egels, vogels en insecten Insecten, goudvink, steenuil, groene specht Metselbijen en andere insecten Paddenstoelen (schimmels) Marterachtigen, egel, muizen, vogels en amfibieën Egel Huismussen en andere kleine zangvogels Mezen Insecten en amfibieen Insecten, vogels en amfibieen Vogels en grondgebonden zoogdieren Sleedoornpage, overige insecten en vogels Steenuil Insecten, kleine zoogdieren, vogels en stadsklimaat Graafbijen en huismussen

2 1 1 1 1 1 25 1 1 2 1 2 1 2 6 2 2 1 1 2

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Open composthoop (Half)open composthoop aanleggen in tuin of op erf. Ten gunste van:

Insecten en kleine zoogdieren.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 1 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Minimaal een meter hoog. Voor het plaatsen van een dichte (bijvoorbeeld kunststof) compostbak worden geen punten toegekend. Er dient een open verbinding te zijn tussen de buitenruimte en de compostbak, zodat insecten in de compostbak toegankelijk zijn voor vogels en kleine zoogdieren. Denk hierbij aan een houten constructie waarin bladafval en gemaaid gras wordt omgezet tot compost.

Puntentelling (Half)open composthoop is 2 punten.

Toelichting

2

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Dood hout Aanbrengen van dood hout. Ten gunste van:

Insecten, vogels, paddenstoelen en kleine zoogdieren.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 1 m² (minimaal 50 cm hoog).

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Ten gunste van paddenstoelen: dood hout opstapelen op een vochtige plek. Boomstronken zijn hier uitermate geschikt voor. Ten gunste van insecten: een boomstam of een stapel vermolmd hout in de zon plaatsen. Een combinatie van dikkere stammen en dunnere takken zorgt voor optimaal effect voor insecten, zorg daarom voor variatie.

Puntentelling

1

Dood hout van 1 m³ = 1 punt, van 4 m³ = 2 punten en van 8 m³ = 3 punten.

Toelichting Dood hout is vaak een bron van insecten en daarmee een belangrijke bron van voedsel voor zangvogels en kleine zoogdieren, zoals egels.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Drinkplaats voor vogels Realiseren van drinkplaatsen voor vogels. Ten gunste van:

Kleine zangvogels.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

De drinkplaats moet veilig zijn ten aanzien van predatoren zoals katten en het water moet ondiep zijn (maximaal 4 cm). Plaats de waterschaal op de grond of op circa 1 meter hoogte. Plaats de drinkplaats op een plaats waar vogels dekking kunnen zoeken, maar op minimaal 2 meter afstand van omringende beplanting (in verband met predatoren). Bij gebruik van een waterschaal dient deze om de drie dagen te worden schoongemaakt met een borstel en zonder schoonmaakmiddel.

Puntentelling Drinkplaats is 1 punt. Maximaal 1 punt.

Toelichting Plaats enkele stenen in het waterbad om de vogels van extra grip te voorzien

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Aanplant insectvriendelijke struik of boom Aanplant van een inheemse struik of boom die insecten aantrekt. Ten gunste van:

Insecten en vogels.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Aangeplante struik of boom moet zelfvoorzienend zijn wat betreft water en voeding, dus in de volle grond en niet in pot of kuip. De struik of boom dient biologisch geteeld en inheems te zijn. Voorbeelden: Zoete kers, wilde lijsterbes, boswilg veldesdoorn, wilde kardinaalsmuts, rode kornoelje, eglantier, meidoorn.

1

Puntentelling Per struik of boom 1 punt. Maximaal 5 punten.

Toelichting Gelderse roos en sporkehout zijn goed voor insecten. Sporkehout is ideaal voor bijen vanwege de zeer lange bloeiperiode (mei-september) en nectarrijke bloemen. De bessen van Gelderse roos en sporkehout bieden ook voedsel voor vogels.

12 34

1.

Bloeiwijze Gelderse roos

2.

Bessen Gelderse roos

3.

Wilde lijsterbes

4.

Sporkehout

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Egelsnelweg Tuinen met elkaar verbinden door middel van het creëren van openingen in schuttingen of muren. Ten gunste van:

Egels en andere kleine zoogdieren.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 1

Plaatsingseisen:

Openingen van minimaal: 13 x 13 cm. Een egelsnelweg is van belang in woonwijken waar voornamelijk ‘harde’ perceelafscheidingen zijn, zoals schuttingen.

Puntentelling Per opening in erfafscheiding 1 punt. Maximaal 2 punten.

Toelichting Zie de website van de egelwerkgroep voor meer tips voor egels: www.egelwerkgroep.com.

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Overhoekje Creëren van een overhoekje dat met rust wordt gelaten. Ten gunste van:

Egels, vogels en insecten.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 1 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Het creëren van het overhoekje kan door bladafval, takken en wat stenen op een plek nabij of onder opgaande begroeiing zoals bomen of struiken aan te brengen. Het overhoekje wordt met rust gelaten, met name in de winter is dit van belang.

Puntentelling

1

Per 1 m² : 1 punt. Maximaal 4 punten.

Toelichting Gedurende het jaar kan het snoei- en bladafval uit de tuin hierheen worden gebracht. In de winter kan het overhoekje gebruikt worden door egels in winterslaap. Het is daarom van belang om het overhoekje in de winter ongeroerd te laten.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Hoogstamboomgaard Aanleg van hoogstamboomgaard ter verhoging van biodiversiteit op een erf. Ten gunste van:

Insecten, goudvink, steenuil en groene specht.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buitengebied.

Oppervlakte:

100 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 12 bomen.

Plaatsingseisen:

Appelbomen minimaal 10 meter uit elkaar planten, peren- 8 meter en pruimen- 6 meter. Bij voorkeur worden oude fruitrassen aangeplant. Oude rassen zijn vaak minder ziektegevoelig dan nieuwe rassen, waardoor het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet noodzakelijk is. Alleen biologisch en duurzaam geteelde bomen toepassen. De voorkeur gaat uit naar oude rassen.

Puntentelling

25

Hoogstamboomgaard is 25 punten.

Toelichting Raadpleeg de website van Stichting Particuliere Landschapsdiensten IJsseldelta (SPLIJ) voor meer adviezen met betrekking tot de realisatie en het beheer van een hoogstamfruitboomgaard.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Insectenhotel Plaatsen van een insectenhotel in een tuin of erf. Ten gunste van:

Metselbijen en andere insecten.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 1 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 5 insectenhotels per project.

Plaatsingseisen:

Op een zonnige plaats, waarbij de invliegopening van het insectenhotel niet richting het zuidwesten staat (i.v.m. regeninslag). De stokjes en boorgaten moeten glad zijn, om beschadigen van de vleugels te voorkomen. Plaatsen op 0,5 tot 2 meter hoogte. Zorg voor een vrije aanvliegroute, dus geen hoge beplanting direct voor het insectenhotel plaatsen. Zorg voor voldoende voedselaanbod in de buurt van het insectenhotel, door het plaatsen van nectarproducerende, inheemse planten. Het plaatsen van een insectenhotel in een compleet verharde omgeving levert daarom geen punten op.

Puntentelling Per insectenhotel: 1 punt. Maximaal 5 punten.

Toelichting Aanbevolen wordt om het insectenhotel op een beschutte plek te plaatsen, dus in de luwte voor wind en regen. Een klein overstek kan de kans op inregenen verkleinen. Het insectenhotel kan ook gecombineerd worden met maatregelen uit het thema bebouwing zoals groene daken.

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Houtsnippers Aanbrengen van houtsnippers. Ten gunste van:

Paddenstoelen (schimmels).

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 2 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

(Het pad van) Houtsnippers aanbrengen op een schaduwrijke plek, om de groei van paddenstoelen te bevorderen. Na twee jaar moet de laag worden aangevuld.

Puntentelling Per 2 m² : 1 punt. Maximaal 5 punten.

Toelichting

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Takkenril Aanleggen van een takkenril. Ten gunste van:

Marterachtigen, egel, muizen, vogels en amfibieën.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 6 m² (hoogte 1-1.5 meter).

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

De takkenril aanleggen op een rustige plek. Eén keer per jaar de takkenril aanvullen met nieuwe takken.

Puntentelling 6 m² takkenril = 2 punten; per extra 2 m² een extra punt. Maximaal 8 punten.

Toelichting Voor het maken van een takkenril kan snoei- en takkenhout gebruikt worden.

2

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Egelkast Plaatsen van egelkast. Ten gunste van:

Egel

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 1 nestkast per 1000 m².

Plaatsingseisen:

Plaats de kast onder een struik of verberg de kast onder een takkenhoop met blad. Als nestmateriaal dient de kast gevuld worden met hooi of dor blad. Sommige kasten moeten op tegels geplaatst worden om rotting te voorkomen. Bedek de buitenkant met bladeren en/of turfmolm, maar houd de openingen vrij.

Puntentelling Per kast: 1 punt. Maximaal 3 punten.

Toelichting De kast plaatsen op een rustige plek, om verstoring te voorkomen.

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Kwetterplek huismus Groenblijvende struik of heg plaatsen als schuil-, slaap- en kwetterplaats. Ten gunste van:

Huismussen en andere kleine zangvogels.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 4 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Minimaal 1,5 meter hoog. Gebruik dichte, inheemse en groenblijvende of bladhoudende struiken, zoals hulst, taxus, wilde liguster en beukhaag.

Puntentelling

2

Met 4 m²: 2 punten. Met 8 m²: 4 punten. Maximaal 4 punten.

Toelichting Deze maatregel is goed te combineren met andere maatregelen die ten gunste van huismussen zijn, zoals het geschikt maken van daken als nestlocatie of het aanbrengen van drinkplaatsen en zandbanken voor stofbaden.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Mezenkast Ophangen van mezenkasten aan bomen in tuinen of erven. Ten gunste van:

Mezen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 2 mezenkasten per tuin.

Plaatsingseisen:

Op minimaal 3 meter hoogte plaatsen, niet in de volle zon en buiten bereik van predatoren. Zorg voor voldoende schuilmogelijkheden, zoals bomen of struiken, in de directe omgeving van de kast. Afstand tussen kasten 10 meter. De kasten kunnen aan zowel bomen als struiken worden opgehangen. Belangrijk is dat de bomen levensvatbaar en toekomstbestendig zijn. Kast jaarlijks schoonmaken. Kies voor een duurzame kast van houtbeton of vezelbeton.

Puntentelling Per nestkast: 1 punt. Maximaal 2 punten.

Toelichting Mezenkasten kunnen in elke tuin geplaatst worden, maar zijn het meest effectief in tuinen waar voldoende schuilmogelijkheden zijn, zoals struiken en bomen. De maatregel kan ook gecombineerd worden met een aantal maatregelen uit het thema ‘Bebouwing’, zoals groene daken. Er zijn verschillende types nestkasten beschikbaar voor verschillende vogelsoorten.

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Muur van wildernis Het aanbrengen gestapelde oude bakstenen of natuursteen waartussen planten kunnen groeien. Ten gunste van:

Insecten en amfibieën.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 2 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Minimaal 2 meter lang en 50 centimeter hoog. De muur kan gerealiseerd worden door het stapelen van oude stenen, het toepassen van specie is voor deze maatregel niet nodig. Het is juist de bedoeling dat er speling zit tussen de stenen zodat deze ruimtes gebruikt kunnen worden door insecten en amfibieën. Door stenen van verschillende groottes toe te passen ontstaat meer diversiteit aan loze ruimtes in de muur.

Puntentelling Per 2 m²: 2 punten. Maximaal 6 punten.

Toelichting

2

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Natuurlijke tuinvijver Aanleg van een vijver met natuurlijke oevers en inheemse waterplanten. Ten gunste van:

Insecten, vogels en amfibieën.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 5 m² en maximaal 30 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Waterdiepte minimaal 50 centimeter en maximaal 100 cm. De natuurlijke tuinvijver dient rijk te zijn aan waterplanten, voor een natuurlijke waterzuivering. De vijver dient ook visvrij te worden gehouden. Minimaal één van de oevers dient over een flauw talud te beschikken van minimaal 1:4. Inheems en biologisch geteeld plantmateriaal gebruiken voor de aanplant van waterplanten. In een regio met lage grondwaterstand vijverfolie gebruiken om het water vast te houden. Volledig beschaduwde plekken zijn niet geschikt voor een natuurlijke tuinvijver.

Puntentelling

6

Natuurlijke tuinvijver: 6 punten.

Toelichting Een vijver is in de zomer een belangrijke vochtvoorziening voor vogels en een voortplantingsplek voor insecten en amfibieën. Deze maatregel is een eenvoudigere, kleinere maatregel dan het aanleggen van een natuurlijke poel, waardoor deze maatregel ook in het stedelijk gebied toepasbaar is. Kan ook trapsgewijs aangelegd worden. Bakken met waterplanten zijn dan makkelijker te plaatsen.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Schutting eruit, haag erin Het vervangen van een ‘harde’ erfscheiding (een schutting of een muur) door een groene haag. Ten gunste van:

Vogels en grondgebonden zoogdieren.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimale eis is het vervangen van één volledige ‘harde’ erfscheiding (schutting of muur) door een haag.

Plaatsingseisen:

Minimaal 1,5 meter hoog. Schutting of muur vervangen door inheems en biologisch geteeld plantmateriaal. Voor nieuwbouwprojecten waar nog géén erfscheiding is aangebracht: probeer zoveel mogelijk haag te planten in plaats van schutting.

Puntentelling Per 3 meter: 2 punten. Maximaal 15 punten.

Toelichting

2

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Sleedoorn Aanplanten van sleedoorn. Ten gunste van:

Sleedoornpage, overige insecten en vogels.

Eisen en randvoorwaarden Buiten- of stedelijk gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Onderhoudseisen:

Sleedoornstruwelen die te oud zijn geworden en weinig jonge uitlopers hebben, moeten gefaseerd worden teruggezet (eenmaal per 3 tot 5 jaar), waarbij de oudste sleedoorns gespaard moeten worden omdat ze in het voorjaar waardevol zijn als nectarplant voor insecten.

Puntentelling

2

Per sleedoornstruik: 2 punten. Maximaal 6 punten.

Toelichting Met het aanplanten van sleedoorn kan de lokale sleedoornpagepopulatie in de gemeente Zwolle vooruit geholpen worden. De sleedoornpage leeft van honingdauw (zoete afscheiding van luizen), maar je kunt de sleedoornpage daarnaast ook helpen met de aanplant van echte guldenroede of koninginnenkruid.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Steenuilenkast Het plaatsen van een steenuilenkast op een erf. Ten gunste van:

Steenuil.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buitengebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Maximaal 2 nestkasten per project.

Plaatsingseisen:

Op minimaal 2 meter hoogte; niet boven een waterbron (drinkbak vee, sloot etc.). Plaats de kast in een vrij toegankelijke schuur, aan de buitenzijde van agrarische bebouwing of in een boom met een open karakter, zoals een oude fruitboom of knotwilg. In een boom dient de kast op de lengterichting van een stevige tak te worden geplaatst. De kast dient op een zo rustig mogelijke plek opgehangen te worden. Bodem mag bedekt worden met zaagsel, turf of houtsnippers. Maak de kast na gebruik in het najaar schoon van braakballen en oud nestmateriaal en voorzie de kast direct van nieuw nestmateriaal.

Puntentelling

1

Per kast: 1 punt. Maximaal 2 punten.

Toelichting Als binnen 100 meter van het plangebied al een steenuilenkast aanwezig is die wordt gebruikt als nestkast (door een steenuilenpaartje), kies dan een andere maatregel die de biodiversiteit in het buitengebied verhoogt. Hierdoor ontstaat er meer voedsel voor de steenuil. Een tweede kast kan wel als schuilplaats voor het mannetje dienen.

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Tegels vervangen door groen Vervanging van bestrating door groen. Ten gunste van:

Insecten, kleine zoogdieren, vogels en een stabieler stadsklimaat.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 1 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Bijvoorkeur inheemse, biologisch geteelde planten toepassen. Deze maatregel geldt ook voor andere dichte verhardingen in tuinen of erven, zoals klinkers en betonplaten.

Puntentelling Per 1 m²: 1 punt. Maximaal 20 punten.

Toelichting

1

BEBOUWING TUINEN EN ERVEN

Creëren zandbak Aanleg van een kleine plek met open zand en reliëf. Ten gunste van:

Graafbijen en huismussen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 2 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Zandbank op zonnige plaats aanleggen, bij voorkeur met klein reliëf. Dichtgroeien van de zandbank moet voorkomen worden door eens per jaar de begroeiing handmatig te verwijderen.

Puntentelling

2

Zandbank = 2 punten.

Toelichting Huismussen profiteren van de zandbanken, omdat ze hier een noodzakelijk stofbad kunnen nemen. De maatregel is daarom goed te combineren met andere maatregelen die ten gunste van huismussen zijn.

Overzicht maatregelen Puntentelling

Maatregel

Ten gunste van

Aanleg poel Aanleg vissenbos Drijvende oever IJsvogelvriendelijke oever IJsvogelwand aanleggen Kunstnest huiszwaluw Natuurvriendelijke oever Natuurvriendelijke wadi’s Overwinteringhabitat voor amfibieën Stadsrietkraag

Amfibieën en insecten Zoetwatervissen Insecten, vissen, amfibieën en vogels IJsvogel, eenden, meerkoeten en waterhoentjes IJsvogel Huiszwaluw Vissen, waterplanten, amfibieën, insecten en waterberging Insecten, kleine zoogdieren, amfibieën en waterberging Amfibieën Waterkwaliteit, riet- en watervogels

15 10 15 10 15 1 15 10 3 15

NATTE OMGEVING

Natte omgeving

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Aanleg poel Aanleg van poel ten gunste van amfibieën en insecten. Ten gunste van:

Amfibieën en insecten en waterberging.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 30 m² en maximaal 500 m².

Plaatsingseisen:

Niet dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Noordoever talud zo flauw mogelijk maken, bij voorkeur 1:8 of 1:10 en het diepste punt moet zich op 50 cm onder de laagste grondwaterstand bevinden. De poel moet natuurlijk aangevuld zijn en daarom onder de grondwaterstand liggen. Zorg voor voldoende zon instraling. Belangrijk: geen vissen uitzetten in de poel, dit is niet bevorderlijk voor de biodiversiteit. Met deze maatregel wordt géén vijver met een kunstmatige waterkerende laag bedoeld (zoals beton of vijverfolie). Beplanting: Geschikte planten zullen vanzelf rond de natuurlijke poel groeien. Bij aanplanten: kies voor inheemse soorten en variatie. Voor ideeen: Cruidt Hoeck, Wadi mengsel.

Puntentelling

15

Poel van 30 m² - 100 m² = 15 punten. Poel tussen 100 m² - 250 m² = 20 punten

Toelichting Houd rekening met een eventuele aanvullende gemeentelijke vergunningplicht bij het graven van een poel. Kijk op de website van RAVON voor verdere uitleg. Informatie over subsidies voor poelaanleg is te krijgen bij de provinciale stichting voor landschapsbeheer.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Aanleg vissenbos Aanleg vissenbos voor beschutting zoetwatervissen. Ten gunste van:

Zoetwatervissen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimale lengte van 10 meter; breedte van 1 meter.

Plaatsingseisen:

Een vissenbos is als het ware een takkenril in water. De takkenril in het water zorgt voor beschutting voor zoetwatervissen. Dergelijke beschutte plekken zijn vaak afwezig in stedelijk gebied. Een takkenril wordt bij elkaar gehouden door houten palen die verticaal in het water worden geplaatst en een tussenafstand van één meter hebben. Tip: overleg met het waterschap alvorens deze maatregel toe te passen.

Puntentelling

10

10 punten voor vissenbos.

Toelichting Door de takkenril net boven het water uit te laten komen, worden er ook nestmogelijkheden en rustplaatsen gecreëerd voor watervogels zoals meerkoeten en eenden.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Drijvende oever Drijvende oever met oevervegetatie creëren als schuilgelegenheid voor vissen en amfibieën. Ten gunste van:

Insecten, vissen, amfibieën en vogels.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

20 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

In totaal minimaal 10 meter lang en 2 meter breed. Aanplanten met riet of andere inheemse oevervegetatie. De drijvende oever is een drijvende constructie waarop oevervegetatie aanwezig is. De constructie wordt gemaakt uit gevlochten wilgentenen, waarop vegetatie wordt aangebracht. Om afdrijven te verkomen bij stroming, de drijvende oever verankeren.

Puntentelling

15

Drijvende oever(s) is 15 punten.

Toelichting Bij voorkeur dient de drijvende oever minimaal 2 meter uit de oever te liggen, om betreding van bijvoorbeeld spelende kinderen en honden te voorkomen.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

IJsvogelvriendelijke oever IJsvogelvriendelijke oever maken door aanplanten van struweel en bomen langs oppervlaktewater. Ten gunste van:

IJsvogel, eenden, meerkoeten en waterhoentjes.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimale lengte van 15 meter.

Plaatsingseisen:

Inheemse struweelvormers en houtige gewassen als wilgen en elzen binnen 1,5 meter van de oever van sloten of ander oppervlaktewater planten. Het doel is om hierdoor zowel beschutte plekken langs water te creëren, als het creëren van over het water hangende takken die door ijsvogels gebruikt worden om te jagen. Bij voorkeur wordt de maatregel gecombineerd met het aanleggen van een ijsvogelwand.

Puntentelling

10

IJsvogelvriendelijke oever is 10 punten.

Toelichting Met de maatregel wordt niet alleen de ijsvogel geholpen, de oever biedt ook schuilmogelijkheden voor eenden, meerkoeten en waterhoentjes.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

IJsvogelwand aanleggen Broedgelegenheid ijsvogels creëren door aanleg ijsvogelwand. IJsvogel.

Ten gunste van:

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Steilwand tussen 50 centimeter en 2 meter hoog en tussen de 1 en 3 meter breed.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

IJsvogels graven zelf gangen in steile wandjes van zand of klei. De wand minimaal één meter boven het water laten uitsteken. IJsvogels zijn schuwe vogels. Daarom alleen effectief als er niet teveel verstoring plaatsvindt. Liefst 25 meter van plekken af waar veel mensen komen, zoals wandelpaden en speelvelden. Of bijvoorbeeld met sleedoornstruweel afschermen.

Puntentelling

15

IJsvogelwand is 15 punten.

Toelichting Bij voorkeur een tak in de wand steken die boven het water hangt. Begroeiing rondom de oever en aan weerszijden steilwand heeft voorkeur, de maatregel wordt daarom bij voorkeur gecombineerd met het aanleggen van een ijsvogelvriendelijke oever.

Bron: Gemeente Amsterdam

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Kunstnest huiszwaluw Aanbrengen kunstnesten huiszwaluwen aan onderzijde bruggen. Ten gunste van:

Huiszwaluwen.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Minimaal 5, maximaal 15 kunstnesten.

Plaatsingseisen:

Nesten dienen 9 centimeter onder overstek aangebracht te worden. Onderlinge afstand tussen de nesten niet nodig. Deze maatregel is alleen mogelijk bij bruggen die minimaal 4 meter boven water zijn gelegen en minimaal 15 meter lang zijn.

Puntentelling

1

Per kunstnest: 1 punt. Maximaal 8 punten.

Toelichting De zwaluwen hebben een vrije aanvliegroute naar de nesten nodig. Wanneer de nesten worden geplaatst in combinatie met een mestplank, wordt eventuele overlast door uitwerpselen voorkomen.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Natuurvriendelijke oever Het vervangen van beschoeiing door het aanleggen van een natuurvriendelijke oever. Ten gunste van:

Vissen, waterplanten, amfibieën, insecten en waterberging.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

N.v.t.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

Lengte minimaal 20 meter.

Plaatsingseisen:

Natuurlijke verjonging en spontane ontkieming sluit het beste aan bij het natuurlijke systeem. Het talud dient zo flauw mogelijk te zijn om de plas-draszone zo groot mogelijk te maken. Minimaal wordt een verhouding van 1:3 aangehouden, maar bij voorkeur een talud van 1:10.

Puntentelling

15

Natuurvriendelijke oever is 15 punten.

Toelichting Sloten en beken met een steile oever hebben een lage natuurwaarde en voeren het water snel af. Om de biodiversiteit te vergroten hebben deze oevers daarom de meeste prioriteit om omgezet te worden in een natuurvriendelijke oever.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Natuurvriendelijke wadi’s Het aanleggen van een natuurlijke wadi. Ten gunste van:

Insecten, kleine zoogdieren, amfibieën en waterberging.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 25 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Zorg voor afwisselende, hoog opgaande beplanting rondom wadi. Minimaal 10 inheemse bomen of struiken plaatsen, zoals zwarte els, wilgen, gewone vlier, koninginnekruid. De oevers van de wadi maximaal 1 keer per jaar maaien. Per wadi dienen minimaal twee ‘structuurelementen’ aangebracht te worden, zoals losse stenen of dood hout.

Puntentelling

10

Wadi van 25 m² - 50 m² = 10 punten. Wadi van 50 m² - 75 m² = 15 punten.

Toelichting Wadi’s worden vaak ingericht met gras. Door ze natuurlijker en meer divers (met bijv. watermunt, grasmuur, moerasspirea) in te richten, zorgt de wadi niet alleen voor een betere grondwaterstand, maar levert het ook een bijdrage aan de biodiversiteit. Het is wenselijk om veel dood hout, losse stenen en andere natuurlijke materialen aan te brengen die zorgen voor beschutting voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren.

Bron: Gemeente Amsterdam

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Overwinteringshabitat voor amfibieën Aanbrengen van overwinteringshabitat voor amfibieën, insecten en grondgebonden Ten gunste van:

Amfibieën.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 2 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Minimaal 30 centimeter hoog. De overwinteringsplaats dient maximaal 50 meter van oppervlaktewater, zoals een poel of sloot, aangebracht te worden. Er mogen geen onoverbrugbare obstakels aanwezig zijn tussen het water en het landhabitat. De overwinteringshabitat moet bestaan dood hout, een dichte takkenril en ander organisch materiaal, zoals maaisel en bladafval. De overwinteringshabitat dient op een plek te worden aangebracht waar niet veel verstoring is van mensen of honden.

Puntentelling

3

Overwinteringshabitat van 2-8 m² = 3 punten. Groter dan 8 m² = 5 punten.

Toelichting Deze maatregel kan gecombineerd worden met het aanleggen van een poel, waardoor er een optimaal leefgebied ontstaat voor amfibieën.

BEBOUWING NATTE OMGEVING

Stadsrietkraag Aanleg van een rietkraag in oppervlaktewater. Ten gunste van:

Waterkwaliteit , riet- en watervogels (meerkoet en kleine karekiet).

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 20 m².

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Aanplant van inheems riet. Kan zowel bij de oeverzone als verder van de oever af gerealiseerd worden. Maatregel kan geplaatst worden in bijvoorbeeld stadsvijver of brede watergang. Om verlanding te voorkomen dienen de stengels van het riet in de winter te worden afgemaaid. Dit dient gefaseerd te gebeuren, waarbij elke zone 1 keer in de 4 jaar aan de beurt komt.

Puntentelling

15

Stadsrietkraag is 15 punten.

Toelichting Houd rekening met afkalving en erosie van het ingezaaide riet door golfslag en stroming. Dit kan voorkomen worden door de nieuwe rietkraag te beschermen met een natuurlijke oeverbescherming, zoals kokosrollen en halfopen beschoeiing.

Overzicht maatregelen Puntentelling

Maatregel

Ten gunste van

Hagen aanplanten Aanleg ruigte/distelstrook Aanplant vogelbosje Aanplant insectvriendelijke struik of boom

Langs wegen/straten hagen aanplanten Zaadetende vogels, kleine zoogdieren en insecten Zangvogels, insecten en kleine zoogdieren Insecten en vogels

2 5 5 1

Kwetterplek huismus Bloemrijke boomspiegel Houtsnippers Zandhelling Takkenril Marterhoop Ecologisch bermbeheer Lijnvormige houtstructuur Tijdelijke natuur Verbinden groenstructuren Vleermuiskelder in geluidswallen Vleermuisvoedselbosje Diervriendelijke verlichting

Huismussen en andere kleine zangvogels Insecten en vogels Paddenstoelen (schimmels) Graafwespen, -bijen en zandbijen Marterachtigen, egel, muizen, vogels en amfibieën Kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) Insecten, bodemleven, kleine zoogdieren en vogels Vleermuizen, kleine zoogdieren, vogels en insecten Zoogdieren, insecten, amfibieën, vogels en planten Zoogdieren, vogels, amfibieën en insecten Overwinterende vleermuizen Vleermuizen Vogels en vleermuizen

2 1 1 4 2 5 5 10 5 15 50 10 4

GROENE BUITENRUIMTE

Groene buitenruimte

BEBOUWING GROENE BUITENRUIMTE

Hagen aanplanten Langs wegen/straten hagen aanplanten. Ten gunste van:

Een micro-ecologische verbindingszone voor insecten, vogels en kleine grondgebonden zoogdieren.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 20 meter lang.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Inheemse heesters of struiken, zoals beuk en haagbeuk, Bij voorkeur inheemse heesters of struiken van duurzame en biologische teelt, zoals beuk, haagbeuk, meidoorn, veldesdoorn, wilde liguster. Aanplanten parallel aan weilanden, wegen of fietspaden. Onderhoud niet uitvoeren in het broedseizoen (maart-september), tenzij voorafgaand een broedvogelinspectie is uitgevoerd door een ecoloog.

Puntentelling

2

Per 20 meter: 2 punten. Maximaal 14 punten.

Toelichting Bloeiende struiken (zoals sleedoorn) zijn waardevol voor bijen, hommels en zweefvliegen. Groenblijvende hagen (zoals wilde liguster) zijn waardevol voor veel vogels, zoals de huismus.

BEBOUWING GROENE BUITENRUIMTE

Aanleg ruigte/distelstrook Aanleg ruigte/distelstrook bij bermen, akkerranden en overhoekjes. Ten gunste van:

Zaadetende vogels, kleine zoogdieren en insecten.

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte:

Minimaal 100 meter lang en 5 meter breed.

Min. benodigd/ max. toegestaan:

N.v.t.

Plaatsingseisen:

Deze maatregel kan eenvoudig worden gerealiseerd door plekken als bermen, akkerranden en overhoekjes niet of maximaal 1 keer per jaar te maaien en spontane plantenontwikkeling zijn gang te laten gaan. De strook dient minimaal 2 jaar te blijven staan.

Puntentelling

5

Per 500 m² : 5 punten. Maximaal 10 punten.

Toelichting De akkerdistel is de door insecten meest bezochte plant. Hommels, bijen (zweef)vliegen, nacht- en dagvlinders worden op distels aangetroffen. Distels groeien alleen daar waar de grond niet intensief bewerkt wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2543cbcd-6e29-417f-9574-92d8bac68234