1. Armoede- en schuldenmonitor 2022
Tekst van het document
83
Armoede en Schulden Monitor Zwolle 2022 Ontwikkelingen in minima en schuldenproblematiek
Opdrachtnemer Versie Datum
Onderzoek & Informatie Definitief 4 oktober 2022
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Colofon Armoede & Schulden Monitor 2021 Gemeente Zwolle 4 oktober 2022
Opdrachtgever Maatschappelijke Ontwikkeling, Gemeente Zwolle
Samenstelling Afdeling Informatievoorziening/ Gemeente Zwolle
2/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Inhoud Samenvatting
6
Inleiding Gebruik van brondata Leeswijzer
9 9 9
Deel I Minima in Zwolle
11
2 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.4 2.4.1 2.5 2.5.1 2.6 2.6.1 2.7 2.7.1 2.8
Minima in Zwolle Definitie armoede Ontwikkeling in minimahuishoudens Minimahuishoudens naar huishoudtype Het aandeel (percentage) minima per huishoudtype Minimahuishoudens naar leeftijd hoofdkostwinner Aandeel minima per leeftijdsgroep Minimahuishoudens naar migratieachtergrond Aandeel minima per herkomstgroep Minimahuishoudens naar inkomensbron Aandeel minima per inkomensbron Minimahuishoudens naar Zwolse wijken Aandeel minima per wijk Kinderen in minimahuishoudens
12 12 12 14 15 16 17 18 19 19 21 21 23 24
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Langdurige minima in Zwolle Ontwikkeling in langdurige minima Langdurige minima naar kenmerken Langdurige minima naar inkomensbron Kinderen in langdurige minimahuishoudens
28 28 28 29 30
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4 4.7.5 4.8
Bereik van minimaregelingen in Zwolle Bijstand Bijstandsvolume, bijstandsontwikkeling en bijstandspopulatie Instroom en uitstroom bijstand Bijzondere bijstand Collectieve zorgverzekering minima Tegemoetkoming hoge zorgkosten Individuele inkomenstoeslag Participatiefonds Regelingen voor kinderen Scholierenregeling Sport- en cultuuractiviteiten en vakanties Armoede en gezondheid kinderen Peuterspeelzaal Zwemvangnet Noodfonds
31 31 31 33 37 38 39 39 40 41 41 42 44 44 45 46
1 1.1 1.2
3/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
4.9
Voedselbank
46
Deel II Schuldenproblematiek in Zwolle
48
5 5.1 5.2 5.3
Inleiding Definitie schuldenproblematiek Beleid gemeente Zwolle Leeswijzer
49 49 49 49
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11
Omvang en ontwikkeling schuldenproblematiek Omvang en ontwikkeling hulpvraag Op Orde Omvang en ontwikkeling hulpvraag afdeling Schulddienstverlening Gemiddelde schuldenlast Aandeel schulden uitbetaald aan schuldeiser Aantal schuldeisers Meest voorkomende schuldeisers Beslaglegging op bijstandsuitkeringen Huisuitzettingen Aantal crisisaanvragen Bijzondere bijstand voor beschermingsbewind Betaalgedrag en risicoprofiel
50 50 51 52 52 53 53 54 55 56 56 57
7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5 7.1.6 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4
Bereik van ondersteuning bij geldproblemen in Zwolle Bereik inzet op voorkomen van geldproblemen Bezoekers Geldproblemen voorkomen en oplossen Bezoekers Geldfit.nl Gebruikers geldplannen NIBUD Week van het Geld Vroegsignalering Vroeg eropaf Financieel Spreekuur studenten MBO/HBO Bereik ondersteuning bij geldproblemen Gemeentelijke ondersteuning bij schulden Bezoekers Mijn Geldzaken Jongeren geholpen met Perspectieffonds Doorlooptijden schulddienstverleningstrajecten
58 58 58 59 61 62 63 63 64 64 65 66 67
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Kenmerken Zwolse inwoners met financiële ondersteuning Type huishouden Leeftijd Herkomst Wijk Inkomensbron
68 68 68 69 70 71
9 9.1 9.2 9.3
Ondernemers en schulden Aantal faillissementen van bedrijven en instellingen Aantal Bbz aanvragen Aantal Tozo aanvragen
72 72 72 73
Datum
4/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
9.4
Aantal ondernemers geholpen door schulddienstverlening
74
Bijlage 1 Gebruikte databronnen
75
Bijlage 2 Verklarende begrippenlijst
76
Bijlage 3 Tabellen minimahuishoudens
80
Bijlage 4 Tabellen bijstand
82
Datum
5/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Samenvatting Om als gemeente een goede invulling te kunnen geven aan het armoede- en schuldenbeleid en de uitvoering ervan, is het noodzakelijk om de ontwikkelingen in de doelgroepen nauwlettend in de gaten te houden. Daarom voert gemeente Zwolle jaarlijks de Armoede- en Schuldenmonitor uit, waarvan de resultaten in deze rapportage worden gepresenteerd. Waar veel mensen de verwachting hadden dat in de coronajaren 2020 en 2021 de situatie voor Zwolse huishoudens op het gebied van armoede en schulden zou verslechteren, bleek het tegendeel het geval. De resultaten van deze monitor laten juist een verbetering zien. Alles duidt erop dat Zwolle, net als Nederland als geheel, dankzij diverse ondersteunde maatregelen, behoorlijk ongeschonden uit de coronacrisis is gekomen. Maar, 2022 ziet er veel minder goed uit. De koopkracht neemt dit jaar sterk af, de economische groei remt af en steeds meer mensen zullen, ook als gevolg van de hoge gasprijzen, te maken krijgen met armoede en schulden. Wat de gevolgen hiervan zijn voor de Zwolse huishoudens kunnen we nog niet beschrijven, omdat die recente data nog niet voorhanden zijn. De focus in deze monitor ligt op de ontwikkelingen in 2020 en 2021.
DEEL I MINIMA IN ZWOLLE Minimahuishoudens ▪ Zwolle heeft in 2019 circa 6000 minimahuishoudens; 10,7% van de huishoudens in Zwolle behoort hiertoe. Dit is, in lijn met de landelijke trend, een iets lager percentage dan in 2018. ▪ Minimahuishoudens zijn verhoudingsgewijs vaak eenpersoonshuishoudens. De hoofdkostwinner van een minimahuishouden in Zwolle heeft relatief vaak uit een niet-westerse afkomst. Dit is in lijn met het landelijke beeld. ▪ Minimahuishoudens zijn oververtegenwoordigd in Diezerpoort en Holtenbroek. ▪ In Zwolle wonen 26.300 kinderen, waarvan bijna 2.000 kinderen in een minimahuishouden wonen (7,3%). Dit aandeel vertoont een dalende trend. Het overgrote deel van de kinderen uit minimahuishoudens woont in een eenoudergezin. Langdurige minimahuishoudens ▪ In Zwolle behoort ongeveer de helft van de minimahuishoudens tot de langdurige minimahuishoudens. ▪ Van alle Zwolse huishoudens in 2019 behoort 6,2% tot de langdurige minimahuishoudens. Dit is hetzelfde percentage als in 2018. ▪ In Zwolle wonen ongeveer 900 kinderen in langdurige minimahuishoudens. Dit is 3,7% van alle kinderen. Dit percentage vertoont een stabiel beeld over de jaren heen.
6/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Gebruik van Zwolse minima-regelingen ▪ In 2021 is het aantal bijstandsuitkeringen in Zwolle gedaald ten opzichte van 2020. Tussen 2019 en 2020 steeg het aantal bijstandsuitkeringen juist. ▪ Het aandeel bijstandsuitkeringen in Zwolle met een duur van langer dan 3 jaar loopt gestaag op. In het begin van 2022 heeft 61% van de bijstandsuitkeringen een duur van meer dan 3 jaar. ▪ De instroom in de bijstand in Zwolle is in 2020 toegenomen. Waarschijnlijk als gevolg van de start van de coronacrisis. Maar de instroom is in 2021 juist weer gedaald. De uitstroom is in 2021 groter dan de instroom. ▪ In 2021 maakten 2542 huishoudens gebruik van de bijzondere bijstand. Het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de bijzondere bijstand is in 2021 met 5% gestegen ten opzichte van 2020 en met 9% ten opzichte van 2019. ▪ In 2021 is minder dan in voorgaande jaren gebruik gemaakt van de individuele inkomenstoeslag. Mogelijk speelt hier een rol dat vanaf 2021 de inkomenstoeslag uitsluitend digitaal aangevraagd kan worden. ▪ Zowel het aantal toekenningen als het aantal aanvragen voor het Participatiefonds ligt in 2021 hoger dan in 2020. ▪ Er zijn in 2021 meer kinderen geholpen door Jeugdfonds Sport in Zwolle dan in 2020. ▪ In 2021 maakten iets minder kinderen gebruik van gratis peuteropvang dan in 2020. ▪
▪
Steeds meer kinderen uit steeds meer huishoudens maken gebruik van het zwemvangnet. Het aantal mensen dat gebruik maakte van de Voedselbank is gedurende 2021 gedaald. Aan het begin van 2021 had de Voedselbank Zwolle e.o. 353 klanten en eind 2021 waren dit er nog 281. De eerste cijfers van 2022 laten echter een stijging zien van het aantal gebruikers.
DEEL II SCHULDENPROBLEMATIEK IN ZWOLLE Omvang en samenstelling problematische schulden ▪ Het aantal mensen met financiële problemen dat geholpen is door Op Orde is in 2021 ongeveer gelijk aan 2020 (ongeveer 2.500 Zwolse inwoners). Het aantal aanmeldingen bij de gemeentelijke schulddienstverlening daalt sinds 2018 (224 aanmeldingen in 2021). ▪ De gemiddelde schuldlast van iemand met schulden bedroeg in 2021 ongeveer €39.000. In 2021 was dit bedrag vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde. ▪ Het aantal huisuitzettingen en ontruimingen is in 2021 iets gestegen ten opzichte van 2020 maar nog steeds beduidend lager dan in de jaren daarvoor. Bereik informatie en ondersteuning ▪ De gemeentelijke webpagina ‘geldproblemen voorkomen en oplossen’ had in 2021 ongeveer de helft minder bezoekers dan in 2020. ▪ Het aantal Zwolse bezoekers van de website van Geldfit is juist toegenomen: van ongeveer 2.800 in 2020 naar ongeveer 4.500 in 2021. ▪ Het gebruik van de geldplannen van het NIBUD door Zwolse inwoners neemt ieder jaar toe.
7/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
▪ ▪
Het financieel spreekuur van het Deltion College is in 2021 door 599 studenten bezocht. Dat is een stijging ten opzichte van 2020. Het aantal mensen dat budgetbeheer ontvangt via de gemeente is tussen 2017 en 2020 ieder jaar licht gestegen, maar in 2021 weer wat afgenomen. Ook bij het aantal schudregelingen en WSNP verklaringen is een dalende trend te zien tussen 2017 en 2020, maar tussen 2020 en 2021 lijkt het aantal mensen dat hier gebruik van maakt gestabiliseerd te zijn.
Schuldenaarsprofiel ▪ Inwoners met schulden die ondersteuning ontvangen, wonen relatief vaak in een eenpersoonshuishouden, zijn relatief vaak tussen de 25 en 45 jaar oud en zijn relatief vaak van niet-westerse afkomst. ▪ Inwoners met schulden die ondersteuning ontvangen wonen relatief vaak in Holtenbroek en Diezerpoort. ▪ Meer dan de helft van de inwoners met financiële ondersteuning heeft een uitkering sociale voorziening als voornaamste inkomensbron en bijna een kwart van hen heeft inkomen uit werk.
8/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
1
Inleiding
Datum
Net als voorgaande jaren, geeft de Armoede en Schulden monitor van de gemeente Zwolle inzicht in de omvang van de groep minima en de schuldenproblematiek in Zwolle. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met de landelijke ontwikkelingen op dit gebied. De armoede- en schuldenproblematiek stond de afgelopen jaren volop in de schijnwerpers door het uitbreken van de coronapandemie. Het was de verwachting dat de coronacrisis zou zorgen voor een flink toename van de groep mensen die met armoede of schulden te maken heeft. Deze stijging bleef gelukkig uit door de diverse fiscale overheidsmaatregelen en het omvangrijke coronasteunpakket.1 De nieuwste cijfers van het CPB (‘augustusraming’, 2022) geven echter een somber beeld voor 2022. De koopkracht krijgt een enorme tik, de economische groei remt af en steeds meer mensen krijgen te maken met armoede. ”De Nederlandse economie is sterk uit de coronacrisis gekomen, maar het beeld is aan het kantelen”, schrijft het CPB. Vanwege de hoge gasprijzen van dit moment waarschuwt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) dat niet alleen de huishoudens met lage inkomens hierdoor in de knel komen, maar ook de groep met een middeninkomen2. In deze monitor is de zorgelijke situatie van 2022 nog niet terug te zien.
We zien vooralsnog geen stijging van het aantal minimahuishoudens en een daling van het aantal aanmeldingen bij de Zwolse schulddienstverlening. Dit komt overeen met het landelijke beeld: het aantal huishoudens met problematische schulden was in 2020 en 2021 niet of nauwelijks toegenomen3 en de werkloosheid is in 2021 zelfs gedaald4. Kijken we naar het bijstandsvolume dan zien we ook daar een duidelijke afname van het aantal uitkeringen in 2021. Dit jaar is zelfs het laagste aantal mensen in de bijstand geconstateerd in acht- en een half jaar5.
1.1
Gebruik van brondata De gegevens in beide gedeelten van de monitor zijn afkomstig uit verschillende bronnen. Cijfers over bijvoorbeeld de aantallen minimahuishoudens en hun kenmerken, worden beschikbaar gesteld door het CBS. Voor het inzicht in het gebruik van lokale armoederegelingen maken we gebruik van de gemeentelijke registraties en die van onze partners. Voor een beeld over de schuldenproblematiek in Zwolle maken we gebruik van de registraties van een aantal landelijke partijen, zoals Nibud en Geldfit, de gemeentelijke registraties en registraties van partners. Een gedetailleerd overzicht van de gebruikte databronnen is in bijlage 1 te vinden.
1.2
Leeswijzer In het eerste deel van deze monitor worden de ontwikkelingen in het aantal minimahuishoudens en hun aandeel in de totale Zwolse bevolking in beeld gebracht. Daarnaast worden kenmerken van de minimahuishoudens, zoals het type huishoudens,
1 CBS armoede en sociale uitsluiting 2021 2 Nibud. Door hoge energieprijzen komen nu ook middeninkomens niet rond - Nibud. 2022 3 CBS schuldenproblematiek in beeld dashboard 4 CBS Nieuwsbericht: Werkloosheid daalt het sterkst onder jongeren (cbs.nl). 2021. 5
CBS Nieuwsbericht. 407 duizend mensen in de bijstand: laagste aantal in achtenhalf jaar (cbs.nl). 2022. 9/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
leeftijd en inkomensbron, gepresenteerd (hoofdstukken 1 en 2). Vervolgens wordt het bereik van de regelingen waar minimahuishoudens in Zwolle gebruik van kunnen maken, geschetst (hoofdstuk 4). Het tweede deel van de monitor geeft inzicht in de omvang en de ontwikkeling van de schuldenproblematiek in Zwolle (hoofdstuk 6). Daarna laten we zien in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen om geldproblemen te voorkomen en op te lossen (hoofdstuk 7). Tot slot worden de kenmerken van schuldenaren in kaart gebracht (hoofdstuk 8).
10/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Deel I Minima in Zwolle
11/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
2
Minima in Zwolle
Datum
In dit hoofdstuk presenteren we de gegevens over minima in Zwolle (huishoudens en personen). Nagenoeg alle gegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het CBS. Het peiljaar is, hetzij anders vermeld, 2019. Regelmatig worden ook de voorlopige cijfers van 2020 gepresenteerd. Meer recentere cijfers zijn niet beschikbaar. 6 In bijlage 3 staan enkele tabellen met gegevens over minimahuishoudens.
2.1
Definitie armoede In deze monitor spreken we over minimahuishoudens. Hiermee bedoelen we huishoudens met minimaal 1 jaar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Het sociaal minimum is gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering (tot aan de pensioengerechtigde leeftijd) en het AOW-pensioen (vanaf de pensioengerechtigde leeftijd). Zie voor de bedragen bijlage 2, tabel B.3. Deze bedragen gelden voor alle typen inkomens, of het inkomen nu uit arbeid, uitkering of onderneming komt. Het gaat dus niet alleen over huishoudens met een bijstandsuitkering of AOW. Voor een aantal Zwolse armoederegelingen geldt een inkomensgrens van 130% van het sociaal minimum. Door verschillende inkomensgrenzen bij de verschillende regelingen te hanteren, probeert de gemeente Zwolle een eventuele armoedeval te beperken. Een armoedeval betekent dat een huishouden er financieel op achteruit gaat wanneer het inkomen toeneemt en men hierdoor geen gebruik meer kan maken van diverse inkomensafhankelijke regelingen. Ook de mensen met een schuldregeling, die alleen het vrij te laten bedrag van hun inkomen kunnen besteden, worden tot de armoededoelgroep gerekend. Dit vrij te laten bedrag is het minimumbedrag dat een schuldenaar overhoudt om de vaste lasten en het levensonderhoud van te betalen.
Wanneer huishoudens minimaal 3 jaar een laag inkomen hebben, worden zij in Zwolle tot de huishoudens met een langdurig laag inkomen gerekend. Dit is in tegenstelling tot het CBS dat in haar definitie van een langdurig laag inkomen uitgaat van minimaal 4 jaar.
2.2
Ontwikkeling in minimahuishoudens Het aantal minimahuishoudens in Zwolle is toegenomen in de periode 2014-2018 (zie figuur 2.1). In 2019 daalde het aantal licht en telde Zwolle 6.000 huishoudens die tenminste 1 jaar een inkomen van maximaal 110% van het sociaal minimum hadden. De voorlopige cijfers van 2020 laten eenzelfde aantal minimahuishoudens in Zwolle zien.
6 Het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek wordt jaarlijks door het CBS uitgevoerd. De cijfers op
gemeenteniveau komen pas (veel) later beschikbaar. Zodoende rapporteren we in deze monitor cijfers van 2019 en voorlopige cijfers van 2020. 12/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 2.1 Ontwikkeling aantal minimahuishoudens, 2014-2020
5.800
5.900
6.000
6.000
6.100
6.000
6.000
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Kijken we in figuur 2.2 naar het percentage minimahuishoudens in Zwolle, dan zien we dat dit in de periode 2015-2018 licht is gestegen. In 2019 zien we juist een lichte daling van het percentage minimahuishoudens in Zwolle. De voorlopige cijfers van 2020 komen overeen met die van 2019. Landelijk is het aandeel minimahuishoudens afgenomen sinds 2016 en in Zwolle vanaf 2018. Verder laat figuur 2.2 zien dat het aandeel minimahuishoudens in Zwolle sinds 2015 iets hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. In veel (middel)grote steden zijn deze percentages hoger dan het landelijke gemiddelde. Figuur 2.2 Ontwikkeling percentage minimahuishoudens, 2014-2020 13 Percentage (%) minimahuishoudens
Datum
12
11,1 11
11,2
11,2 11,0
11,3
11,0
11,2
10,9
10
11,2 10,7
10,7
10,2
10,2
2018 2019 Nederland (werkelijk)
2020
10,6
9
8
2014
2015 2016 Zwolle (werkelijk) Zwolle (voorlopig)
2017
Nederland (voorlopig)
Bron: CBS IIV
We hebben ook het aandeel personen in minimahuishoudens in Zwolle vergeleken met de landelijke cijfers. Figuur 2.3 laat eveneens een dalende lijn zien en toont aan dat het percentage personen in minimahuishoudens in Zwolle vanaf 2018 net iets boven het landelijk percentage ligt. In de jaren daarvoor lag het aandeel personen in minimahuishoudens in Zwolle juist altijd iets onder het landelijk percentage.
13/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Percentage (%) personen in minimahuishoudens
Figuur 2.3 Ontwikkeling percentage personen in minimahuishoudens, 2014-2020 10
9
8,4 8,1 8
8,2
8,0
8,0 8,0
7,9 7,8
7,8 7,5 7,6
7,4
7
6
2014
2015 2016 Zwolle (werkelijk)
2017
Zwolle (voorlopig)
2018 2019 Nederland (werkelijk)
7,4 7,3
2020
Nederland (voorlopig)
Bron: CBS IIV
2.3
Minimahuishoudens naar huishoudtype Minimahuishoudens zijn verhoudingsgewijs vaak eenpersoonshuishoudens. Zeven op de tien (70%) van de minimahuishoudens zijn eenpersoonshuishoudens, terwijl slechts 38% van alle Zwolse huishoudens een eenpersoonshuishouden is (zie figuur 2.4). Ook eenoudergezinnen zijn oververtegenwoordigd onder de minimahuishoudens: 12% van de minimahuishoudens is een eenoudergezin, terwijl slechts 7% van alle Zwolse huishoudens een eenoudergezin is. Paren (zonder of met kinderen) zijn juist ondervertegenwoordigd onder de minimahuishoudens: van de minimahuishoudens is 17% een paar (zonder of met kinderen), terwijl 54% van alle Zwolse huishoudens een paar (zonder of met kinderen) is.
14/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 2.4 Minimahuishoudens naar huishoudtypen, 2019
Bron: CBS IIV
Kijken we naar de aantallen dan zien we dat het aantal minima eenpersoonshuishoudens is toegenomen: in 2014 telde Zwolle 3.700 minima eenpersoonshuishoudens, in 2020 waren dit er, op basis van de voorlopige cijfers, 4.400 (zie figuur 2.5). Dit is in lijn met de toename van het totaal aantal eenpersoonshuishoudens in Zwolle. Figuur 2.5 Ontwikkeling aantal minima eenpersoonshuishoudens, 2013-2019
3.700
2014
4.000
2015
4.200
4.200
4.300
4.200
2016
2017
2018
2019
4.400
2020
Bron: CBS IIV
2.3.1
Het aandeel (percentage) minima per huishoudtype Het percentage minimahuishoudens per huishoudtype staat weergegeven in figuur 2.6. Bij de Zwolse eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens is één op de vijf (20%) een minimahuishouden. Dit is vergelijkbaar met de rest van Nederland. Het aandeel minimahuishoudens onder de Zwolse eenpersoonshuishoudens is afgenomen. In 2015 bijvoorbeeld was 26% van de eenpersoonshuishoudens in Zwolle een minimahuishouden, terwijl dit 22% was in Nederland. Figuur 2.6 Aandeel minimahuishoudens per huishoudtype, 2019 15/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Bron: CBS IIV
2.4
Minimahuishoudens naar leeftijd hoofdkostwinner In figuur 2.7 staat de verdeling van minimahuishoudens over de leeftijdsgroepen. Het grootste deel (70%) van de minimahuishoudens in Zwolle heeft een hoofdkostwinner7 in de leeftijd 25 t/m 64 jaar. Verder is te zien dat de minimahuishoudens iets vaker een jonge (t/m 24 jaar) hoofdkostwinner hebben dan gemiddeld. Figuur 2.7 Minimahuishoudens naar leeftijd hoofdkostwinner, 2019
De verdeling van de minimahuishoudens naar leeftijdsgroepen is niet tot nauwelijks Bron: CBS IIV
7 Het CBS hanteert als definitie voor hoofdkostwinner: de persoon in het huishouden met de belangrijkste
sociaaleconomische positie. Daarbij wordt gekeken naar het inkomen, de inkomensbron en de samenstelling van het huishouden. Zie voor nadere uitleg van dit begrip Bijlage 2. 16/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
gewijzigd sinds 2015. Kijken we naar de aantallen (zie figuur 2.8), dan zien we dat het aantal huishoudens met een hoofdkostwinner tussen 25 en 45 jaar sinds 2017 vrij stabiel is gebleven. Figuur 2.8 Ontwikkeling aantal minimahuishoudens met hoofdkostwinner in leeftijd 25-45 jaar, 2014-2020
2.300
2014
2.200
2.200
2015
2016
2.100 2017
2.200
2018
2.100
2.100
2019
2020
Bron: CBS IIV
2.4.1
Aandeel minima per leeftijdsgroep In figuur 2.9 is per leeftijdsgroep het aandeel minimahuishoudens weergegeven. Net als in de rest van Nederland, zijn in Zwolle huishoudens met een hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar relatief vaak minimahuishoudens (17%).
Figuur 2.9 Aandeel minimahuishoudens per leeftijdsgroep hoofdkostwinner, 2019
Bron: CBS IIV
2.5
Minimahuishoudens naar migratieachtergrond Onder de minimahuishoudens zijn huishoudens met een hoofdkostwinner met een nietwesterse migratieachtergrond8 oververtegenwoordigd (zie figuur 2.10). Ongeveer een 8 Deze indeling wordt door het CBS gehanteerd. Hierbij bepaalt het geboorteland van de ouders en/of de
persoon zelf of de migratieachtergrond westers of niet-westers is. Van westerse migratieachtergrond wordt 17/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
kwart (24%) van de minimahuishoudens heeft namelijk een hoofdkostwinner met een niet-westerse migratieachtergrond ten opzichte van 8% van alle huishoudens in Zwolle. Figuur 2.10 Minimahuishoudens naar herkomstgroep, 2019
Bron: CBS IIV
Het aantal minimahuishoudens met een niet-westerse hoofdkostwinner is sinds 2017 vrij stabiel (zie figuur 2.11). Figuur 2.11 Ontwikkeling aantal minimahuishoudens met niet-westerse hoofdkostwinner, 2014-2020
1.300
1.300
1.400
1.500
1.500
1.400
1.500
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Bron: CBS IIV
2.5.1
Aandeel minima per herkomstgroep In figuur 2.12 is per herkomstgroep weergegeven welk aandeel minimahuishoudens hebben. In Zwolle behoort 30% van de huishoudens, waarvan de hoofdkostwinner een niet-westerse achtergrond heeft, tot de minima. In Nederland als geheel is dit 27%. Figuur 2.12 Aandeel minimahuishoudens per herkomstgroep, 2019
gesproken indien het één van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, en Indonesië en Japan betreft. Van niet-westerse migratieachtergrond wordt gesproken indien het één van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije betreft. 18/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Bron: CBS IIV
2.6
Minimahuishoudens naar inkomensbron Van de minimahuishoudens heeft meer dan de helft (53%) een uitkering sociale voorziening9 als voornaamste bron van inkomen (zie figuur 2.13). Van alle huishoudens in Zwolle heeft 7% een uitkering sociale voorziening. Van de minimahuishoudens heeft 10% een inkomen uit arbeid (in loondienst), ten opzichte van 59% van alle huishoudens in Zwolle. Het aandeel minimahuishoudens met een werkloosheidsuitkering is erg klein.
9 De term “uitkering sociale voorziening” wordt door het CBS gehanteerd voor de uitkering op grond van de
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ en Wajong. 19/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 2.13 Minimahuishoudens naar inkomensbronnen, 2018
Bron: CBS IIV
We zien vergeleken met 2014 een afname van het aantal minimahuishoudens met een inkomen uit een dienstverband (zie figuur 2.14) en een stijging van het aantal minimahuishoudens met een uitkering sociale voorziening (zie figuur 2.15). De laatste jaren is er echter sprake van een relatief stabiel beeld als het gaat om de inkomstenbron van de minimahuishoudens. Figuur 2.14 Ontwikkeling aantal minimahuishoudens met inkomen uit dienstverband, 2014-2020 900 700
2014
2015
600
2016
500
500
2017
2018
600
600
2019
2020
Bron: CBS IIV
20/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 2.15 Ontwikkeling aantal minimahuishoudens met inkomen uit uitkering sociale voorziening, 2014-2020
2.600
2014
2.800
2015
3.100
2016
3.200
2017
3.300
3.200
3.200
2018
2019
2020
Bron: CBS IIV
2.6.1
Aandeel minima per inkomensbron In figuur 2.16 is per inkomensbron het aandeel minimahuishoudens weergegeven. Hierin is te zien dat 81% van de Zwolse huishoudens met een uitkering sociale voorziening tot de minimahuishoudens behoort. Dit komt overeen met het landelijk gemiddelde. Van de Zwolse huishoudens met een uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid behoort 23% tot de minimahuishoudens. Ook dit is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Ongeveer een zesde (16%) van de huishoudens met een werkloosheidsuitkering behoort tot de minima. Ook dit is in lijn met het landelijke beeld. Figuur 2.16 Aandeel minimahuishoudens per inkomensbron, 2019
Bron: CBS IIV
2.7
Minimahuishoudens naar Zwolse wijken Van alle minimahuishoudens, woont circa één derde (34%) in Diezerpoort of Holtenbroek (zie figuur 2.17). Dit terwijl in deze twee wijken slechts 19% van de Zwolse huishoudens woont. Er wonen dus relatief veel minimahuishoudens in Diezerpoort en Holtenbroek.
21/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
In Stadshagen en Schelle wonen juist relatief weinig minimahuishoudens. Zo woont 9% van de minimahuishoudens in Stadshagen, terwijl deze wijk 16% van alle Zwolse huishoudens huisvest.
Figuur 2.17 Minimahuishoudens naar wijken10, 2019
Bron: CBS IIV
10
Hierbij wordt de wijkenindeling van het CBS gehanteerd. 22/83
83
Datum Titel
2.7.1
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Aandeel minima per wijk In figuur 2.18 is per wijk het aandeel minimahuishoudens weergegeven. Van alle huishoudens in Holtenbroek is 20% een minimahuishouden. Ook in Diezerpoort is een vijfde van de huishoudens een minimahuishouden. Dat is bijna twee keer zo veel als gemiddeld in Zwolle. In de wijken Ittersum, Westenholte, Schelle, Stadshagen, Berkum en in het Buitengebied is minder dan 10% van de huishoudens een minimahuishouden. Figuur 2.18 Aandeel minimahuishoudens per wijk, 201911
Holtenbroek
20
80
Diezerpoort
20
80
Kamperpoort-Veerallee
14
86
Aa-landen
11
89
Assendorp
11
89
Binnenstad
11
89
Wipstrik
10
90
Ittersum
9
91
Westenholte
8
92
Schelle
7
93
Berkum
6
94
Buitengebied
6
94
Stadshagen
6
94
0%
minimahuishouden
50%
100%
geen minimahuishouden
Bron: CBS IIV
11 Hierbij wordt de wijkenindeling van het CBS gehanteerd.
23/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
2.8
Kinderen in minimahuishoudens In Zwolle wonen in totaal 26.300 kinderen12 waarvan er bijna 2000 in een minimahuishouden wonen. Omgerekend betekent dit dat in 2019 7,3% van de Zwolse kinderen in een minimahuishouden woonde (zie figuur 2.19). Het aandeel Zwolse kinderen dat in een minimahuishouden woont, is de laatste jaren stabiel en ligt iets onder het landelijk gemiddelde. De voorlopige cijfers van 2020 laten echter een lichte daling zien van het percentage Zwolse kinderen in minimahuishoudens: van 7,3% in 2019 naar 7,0% in 2020.
Figuur 2.19 Ontwikkeling percentage kinderen in minimahuishoudens, 2014-2020 Percentage (%) kinderen in minimahuishoudens
Datum
13 12 11 10
9,5 8,9
9 8
8,8
8,5
8,2
7,9
7,9
8,6 8,0
7
7,8
7,4
7,4
7,3
6
7,0
5 4
2014
2015 2016 Zwolle (werkelijk) Zwolle (voorlopig)
2017
2018 2019 Nederland (werkelijk)
2020
Nederland (voorlopig)
Bron: CBS IIV
Ook het aantal kinderen dat in een minimahuishouden woont, vertoont een dalende trend (zie figuur 2.20). Ook hier zien we dat de voorlopige cijfers van 2020 duiden op een (verdere) daling van het aantal kinderen in minimahuishoudens.
12 Daar waar staat “alle Zwolse kinderen”, bedoelen we Zwolse kinderen van 0-18 jaar, uitgezonderd de
kinderen die in een instelling of tehuis wonen. Als we spreken van “ouder/verzorger” bedoelen we de hoofdkostwinner van het huishouden. Dit zal in enkele gevallen iemand anders zijn dan de ouder of verzorger. 24/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 2.20 Ontwikkeling aantal kinderen in minimahuishoudens, 2014-2020
2.300 2.100 2014
2015
2.100 2016
2.000 2017
2.000 2018
1.900 2019
1.800 2020
Bron: CBS IIV
In figuur 2.21 staan enkele kenmerken van kinderen uit minimahuishoudens weergegeven. Het meest opvallend is dat 63% van de kinderen uit minimahuishoudens in een eenoudergezin woont, terwijl van alle kinderen in Zwolle 15% in een eenoudergezin woont. Daarnaast valt op dat bij 47% van de kinderen uit minimahuishoudens de hoofdkostwinner uit een niet-westers land komt. Figuur 2.21 Kenmerken van kinderen in minimahuishoudens, 2019
Bron: CBS IIV 25/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
In figuur 2.22 is per kenmerk het aandeel kinderen in minimahuishoudens weergegeven. Van de Zwolse kinderen uit een eenoudergezin woont 30% in een minimahuishouden. Dit is vergelijkbaar met het landelijke aandeel. Daarnaast zien we dat van de Zwolse kinderen, met een niet-westerse hoofdkostwinner, 28% in een minimahuishouden woont. Dit aandeel ligt iets hoger dan landelijk (25%). Figuur 2.22 Aandeel kinderen in minimahuishoudens per kenmerk, 2019
Bron: CBS IIV
26/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
In figuur 2.23 is per wijk het aandeel kinderen in minimahuishoudens aangegeven. Het aandeel kinderen dat in minimahuishoudens woont, is het grootst in de wijken Holtenbroek en Diezerpoort. Daar woont 21% respectievelijk 20% van de kinderen in een minimahuishouden. Dat is bijna drie keer zo veel als gemiddeld in Zwolle. Figuur 2.23 Aandeel kinderen in minimahuishoudens per wijk, 201913
Bron: CBS IIV
13 Hierbij wordt de wijkenindeling van het CBS gehanteerd.
27/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
3
Langdurige minima in Zwolle
Datum
In dit hoofdstuk presenteren we gegevens over langdurige minima in Zwolle. Deze gegevens zijn afkomstig uit het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het CBS. Dit betekent dat we hier de definitie van langdurige minima hanteren die het CBS hanteert. Deze is: huishoudens die 4 jaar of langer een inkomen hebben tot 110% van het sociaal minimum. Ook voor deze gegevens geldt dat meestal het peiljaar 2019 is. Indien beschikbaar worden de voorlopige 2020 cijfers vermeld. In bijlage 3, tabel B.5 staan voor verschillende jaren de kenmerken van langdurige minimahuishoudens weergegeven.
3.1
Ontwikkeling in langdurige minima In 2019 telde Zwolle 3.200 huishoudens met een langdurig laag inkomen. Dat is ruim de helft van alle 6.000 minimahuishoudens. Van alle Zwolse huishoudens in 2019 behoort 6,2% tot de langdurige minima (zie figuur 3.1). Dit aandeel ligt iets hoger dan het landelijk gemiddelde (5,9%). Het aandeel in Zwolle stijgt elk jaar licht. Ook de voorlopige cijfers van 2020 duiden op een lichte stijging. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat Zwolle groeit en hierdoor ook steeds meer te maken heeft met grootstedelijke problematiek. Figuur 3.1 Ontwikkeling percentage langdurige minimahuishoudens, 2014-2020 Percentage (%) langdurige minimahuishoudens
8,0 7,5 7,0 6,5
5,7
6,0 5,5
5,2
5,0
5,3
5,4 5,7
6,2
6,2
5,9
5,9
6,3
5,9 5,8
6,0
5,4
4,5 4,0
2014
2015 2016 Zwolle (werkelijk)
2017
Zwolle (voorlopig)
2018 2019 Nederland (werkelijk)
2020
Nederland (voorlopig)
Bron: CBS IIV
3.2
Langdurige minima naar kenmerken Wanneer we naar de kenmerken van de langdurige minimahuishoudens kijken, zien we dat eenpersoonshuishoudens zijn oververtegenwoordigd: bijna driekwart (73%) van de huishoudens met een langdurig laag inkomen is een eenpersoonshuishouden, terwijl 36% van alle Zwolse huishoudens een eenpersoonshuishouden is. Verder zien we in figuur 3.2 dat ouderen oververtegenwoordigd zijn: bij 31% van de langdurige 28/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
minimahuishoudens is de hoofdkostwinner 65 jaar of ouder, ten opzichte van 24% van alle huishoudens in Zwolle. Bij 24% van de langdurige minimahuishoudens komt de hoofdkostwinner uit een niet-westers land, terwijl dit bij slechts 8% van alle huishoudens in Zwolle het geval is.
Figuur 3.2 Verdeling langdurige minima, diverse kenmerken
Bron: CBS IIV
3.3
Langdurige minima naar inkomensbron Voor het grootste deel van de langdurige minimahuishoudens (87%) zijn sociale voorzieningen of een pensioen de voornaamste bron van inkomen. Terwijl dit het geval is bij 30% van alle huishoudens in Zwolle (zie figuur 3.3). Dat huishoudens met een werkloosheidsuitkering geen deel uitmaken van de langdurige minimahuishoudens komt doordat dit type uitkeringen maximaal een duur van twee jaar heeft. 29/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 3.3 Verdeling langdurige minima naar inkomensbron
Bron: CBS IIV
Kinderen in langdurige minimahuishoudens In Zwolle groeit 3,7% van de kinderen op in een huishouden met een langdurig laag inkomen. Dit zijn 900 kinderen. Het percentage kinderen in langdurige minimahuishoudens, vertoont sinds 2014 een stabiel beeld en ligt alle jaren iets onder het landelijk percentage (zie figuur 3.4). Figuur 3.4 Ontwikkeling percentage kinderen in langdurige minimahuishoudens, 2014-2020 6,0 Percentage (%) kinderen in langdurige minimahuishoudens
3.4
5,5 5,0 4,5 4,0 3,5
3,9
3,9
4,0
3,9
3,9
3,9
3,7
3,8
3,7
3,8
3,7
3,7
2014
2015 2016 Zwolle (werkelijk)
4,0 3,9
3,0 2,5 2,0
Zwolle (voorlopig) Bron: CBS IIV
2017
2018 2019 Nederland (werkelijk)
2020
Nederland (voorlopig) 30/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
4
Bereik van minimaregelingen in Zwolle
Datum
In dit hoofdstuk gaan we in op het gebruik van de verschillende Zwolse regelingen die erop gericht zijn om armoede te verminderen. Het gaat om de volgende regelingen, waar steeds een afzonderlijke paragraaf aan wordt gewijd: 1) bijstand, 2) bijzondere bijstand, 3) collectieve zorgverzekering minima, 4) individuele inkomenstoeslag, 5) tegemoetkoming hoge zorgkosten, 6) participatiefonds, 7) diverse regelingen voor kinderen en 8) noodfonds. Het gebruik van de gemeentelijke regeling Kwijtschelding belastingen is niet opgenomen in deze monitor. De reden hiervoor is dat het lastig is om de doelgroep van deze regeling in beeld te brengen. Bij deze regeling moet namelijk rekening worden gehouden met het vermogen van de aanvrager en diverse fiscale toeslagen, en deze gegevens zijn niet voorhanden. Waar mogelijk geven we de gebruikscijfers weer voor de periode 2014 – 2021. En indien beschikbaar ook de cijfers over de eerste helft van 2022.
4.1
Bijstand Op grond van de Participatiewet verstrekt de gemeente Zwolle bijstandsuitkeringen aan inwoners voor noodzakelijke kosten zoals huur, elektriciteit en voeding. Deze ondersteuning is tijdelijk. Iemand die een beroep doet op de gemeente voor een bijstandsuitkering moet zich inzetten om, zo snel en zo veel als mogelijk is, weer zelf voldoende inkomsten te krijgen om het levensonderhoud te bekostigen. In bijlage 4 staan nog meer gegevens over de ontwikkelingen in de tijd van de bijstandspopulatie en redenen voor in- en uitstroom weergegeven.
4.1.1
Bijstandsvolume, bijstandsontwikkeling en bijstandspopulatie Het aantal bijstandsuitkeringen in Zwolle nam in de periode 2014-2017 jaarlijks toe (zie figuur 4.1). In de jaren 2018 en 2019 nam het aantal uitkeringen iets af. In het jaar 2020 zagen we een duidelijke toename van het aantal bijstandsuitkeringen (met 237), waarna het aantal uitkeringen in 2021 juist weer daalde tot 3.478. De IOAW/IOAZ14 uitkeringen zitten hier niet bij. Het aantal IOAW/IOAZ uitkeringen is gedaald van 193 in 2020 naar 160 in 2021. De recente bepaling dat men moet zijn geboren vóór 1965 om in aanmerking te komen voor een IOAW/IOAZ uitkering is hier waarschijnlijk een belangrijke verklaring voor. We zien het aandeel bijstandsuitkeringen met een duur van meer dan 3 jaar gestaag oplopen. In 2016 was dat nog 46% en in het begin van 2022 heeft 61% van de bijstandsuitkeringen een duur van meer dan 3 jaar.
14 IOAW is een uitkering voor werklozen die vóór 1 januari 1965 zijn geboren en na hun
50e jaar werkloos zijn geworden. IOAZ is een uitkering voor oudere zelfstandig ondernemers die stoppen met hun onderneming wegens te weinig inkomsten. 31/83
83
Figuur 4.1 Aantal bijstandsuitkeringen naar soort en duur, peildatum 1 januari 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500
nd (
aa l
r >3
To t
jaa
aa r ot 1t
0,5
3j
jaa to
t1
,5 j <0
r
aa r
AZ AW /IO
IO
Pa rti cip a
tie w
et)
0
duur uitkering
soort
sta
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Bij
Datum
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Bron: gemeente Zwolle
In tabel 4.1 is te zien dat bijna driekwart (72%) van de bijstandsafhankelijke huishoudens alleenstaanden zijn. Bij een groot aandeel van de bijstandsafhankelijke huishoudens (28%) is de hoofdbewoner 55 jaar of ouder. Tabel 4.1 Bijstandspopulatie naar leefvorm en leeftijd op 1 januari 2022 Leefvorm
Aantal
%
472
13%
2.622
72%
Alleenstaande ouder
539
15%
t/m 26 jaar
557
15%
27 t/m 34 jaar
560
15%
35 t/m 44jaar
705
19%
45 t/m 54 jaar
807
22%
55 jaar en ouder
1.004
28%
3.633
100%
Gehuwd / Samenwonend Alleenstaande
Leeftijd
Totaal
32/83
83
Datum Titel
4.1.2
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Instroom en uitstroom bijstand Naast het bijstandsvolume is het interessant om te bekijken hoe de instroom en uitstroom van de bijstand zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. In figuur 4.2 is te zien dat in 2020 de instroom fors toenam. Dit had te maken met de start van de coronacrisis. Maar we zien ook dat in 2021 de instroom juist weer fors is gedaald. Dit is vermoedelijk dankzij enkele fiscale overheidsmaatregelen en het corona steunpakket. De uitstroom is relatief stabiel. Maar deze ligt de laatste drie jaar wel op een lager niveau dan in de jaren daarvoor. En in 2021 is de uitstroom weer lager dan in 2020. Waar in 2020 de instroom groter was dan de uitstroom is dat in 2021 weer omgeslagen naar een grotere uitstroom dan instroom. Figuur 4.2 Instroom en uitstroom bijstand, 2015-2021
1.212
1.142 995
989 883
957
2015
924
957
2016
2017 Instroom
963
2018
813 865
896
747 856
2019
2020
2021
Uitstroom
Bron: gemeente Zwolle
We hebben ook de reden van de instroom en uitstroom uit de bijstand geanalyseerd. Daarbij zijn de CBS categorieën samengevoegd tot voor Zwolle relevante categorieën (zie bijlage 2, tabellen B.1 en B.2 voor de keuzes die daarbij zijn gemaakt). In figuur 4.3 is te zien dat in 2020 het wegvallen van overige inkomsten en het wegvallen van inkomsten uit werk de meest voorkomende redenen waren voor instroom in de bijstand. Dit ten gevolge van (de start van) de coronacrisis. Het bleek een tijdelijk effect, want in 2021 zien we het belang van deze redenen alweer sterk afnemen. Het wegvallen van werk en overige inkomsten blijft wel de belangrijkste reden voor instroom in de bijstand.
33/83
83
Figuur 4.3 Reden instroom bijstand, 2015-2021
300 250 200 150 100 50
om tro ns en en i
hu ng
Ov
igi
2018
2019
2020
Be
ëin d
eri ge red
we lijk /re
-ui W W all en eg v
2017
lat ie
g rin tke
stu ng ëin d
Be W
2016
igi
na ar uiz ing rh
2015
die
e Zw ol l
om Ve
en we rk
W eg va ll
lle no
ve rig
ei
nk
i nk
om
ste
n
ste n
0
eg va
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
W
Datum
2021
Bron: gemeente Zwolle
In figuur 4.4 is te zien dat uitstroom naar werk veruit de meest voorkomende reden is voor uitstroom uit de bijstand, gevolgd door verhuizingen naar een andere gemeente. Het aantal keer dat uitstroom uit de bijstand plaats vond wegens het vinden van werk, is in 2021 bovendien toegenomen ten opzichte van 2020. In 2021 is verhuizing vanuit Zwolle, vergeleken met 2020, minder vaak een reden voor uitstroom uit de bijstand.
34/83
83
Figuur 4.4 Reden uitstroom bijstand, 2015-2021 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50
2016
2017
m oo
ne n er ed e
Ov eri g
AO 2015
uit str
ela tie an r ga
Aa n
Ov erl ijd en
ie
Aa nv an
gs
tu d
ijd ee ft el tig d
W -ge
rec h
Ge en co n
uiz ing
uit
Zw
W
oll
tac t
e
erk
0
rh
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Ve
Datum
2018
2019
2020
2021
Bron: gemeente Zwolle
In figuur 4.5 is te zien dat jongeren tot en met 26 jaar het grootste aandeel hebben in de instroom in de bijstand in de afgelopen zeven jaar. In 2020 zag je bij alle leeftijdsgroepen tot 45 jaar een flinke toename in de instroom. In 2021 zie je dat de instroom bij die leeftijdsgroepen weer terug is op het niveau van 2019, of zelfs iets daaronder. De leeftijdsgroepen 45 t/m 54 jaar en 55 jaar en ouder zijn de kleinste groepen bij de instromers. Het aantal instromers in die categorieën vertoont bovendien een dalende trend.
35/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Figuur 4.5 Leeftijd bij instroom bijstand, 2015-2021 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
t/m 26 jaar 2015
27 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 2016
2017
2018
2019
2020
55 jaar en ouder 2021
Bron: gemeente Zwolle
In figuur 4.6 is te zien dat de groep t/m 26 jaar ook het grootste aandeel in de uitstroom uit de bijstand heeft. De uitstroom bij de leeftijdscategorie 27 tot 35 jaar is aan het afnemen. Bij de groep 55 jaar en ouder ligt de uitstroom nu juist wat hoger dan in de jaren 2015 – 2018.
Figuur 4.6 Leeftijd bij uitstroom bijstand, 2015-2021
300 250 200 150 100 50 0
t/m 26 jaar 2015
27 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 2016
2017
2018
2019
2020
55 jaar en ouder 2021
Bron: gemeente Zwolle
36/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
4.2
Bijzondere bijstand
Datum
Wie als gevolg van bijzondere onvoorziene omstandigheden gedwongen is om extra noodzakelijke kosten te maken en deze niet zelf kan betalen, kan bijzondere bijstand aanvragen. Voor deze vorm van ondersteuning is het niet goed mogelijk om de omvang van de doelgroep te bepalen. Het is namelijk niet bekend hoeveel huishoudens met een hoger inkomen, vanwege hun uitgavenverplichtingen, in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand. Daarom geven we alleen de gebruikscijfers weer. In 2021 maakten 2.542 huishoudens minimaal 1 keer gebruik van de bijzondere bijstand (zie tabel 4.2). Dit is een stijging van 5% ten opzichte van 2020, en van ruim 9% ten opzichte van 2019. Ook in de jaren daarvoor was er sprake van een stijging. Het aandeel Zwolse huishoudens dat gebruik maakt van bijzondere bijstand, is de laatste jaren echter vrij stabiel. In 2020 maakte 3,4% van de Zwolse huishoudens gebruik van bijzondere bijstand. Tabel 4.2 Gebruik bijzondere bijstand Doel
Doelgroep Aantallen Gebruikers: Bewindvoeringskosten Kosten woonvoorzieningen Medische kosten Overige BB Totaal
Een bijdrage te leveren aan de draagkracht van Zwollenaren die bepaalde noodzakelijke kosten vanwege bijzondere omstandigheden niet zelf kunnen opbrengen Alle Zwolse huishoudens 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
699 346 259 740
880 1.059 1.162 1.314 1.409 1.475 412 431 491 431 433 350 238 250 234 229 262 320 615 624 695 750 765 740
1.517 355 425 814
1.504 419 449 880
1.555 1.671 1.895 2.014 2.188 2.293 2.325
2.423
2.542
In tabel 4.3 staan de kenmerken van de huishoudens die in 2021 bijzondere bijstand ontvingen. We zien dat eenoudergezinnen en huishoudens met een hoofdbewoner uit een niet-westers land relatief vaak gebruik maken van bijzondere bijstand. Dit is niet verwonderlijk aangezien deze groepen ook sterk vertegenwoordigd zijn binnen de Zwolse minimahuishoudens. Daarnaast maken eenoudergezinnen en jongeren t/m 24 jaar relatief vaak gebruik van bijzondere bijstand. Dit kan voor een deel te maken hebben met het feit dat uitwonende jongeren tot 21 jaar, die geen beroep kunnen doen op hun ouders, een extra bijzondere bijstand ontvangen van de gemeente voor hun levensonderhoud.
37/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Tabel 4.3 Huishoudens met bijzondere bijstand (BB) naar type huishouden, in 2021, peildatum 1-1-2022* % BB
% Zwolle
eenpersoonshuishoudens
57
37
paar zonder kinderen
9
28
paar met kinderen
13
25
eenoudergezin
17
6
overig
5
3
Samenstelling
Leeftijd hoofdbewoner t/m 24 jaar
12
4
25 t/m 44 jaar
46
36
45 t/m 64 jaar
35
35
65 jaar e.o.
7
25
niet-westerse landen
29
9
westerse landen geen migratieachtergrond
8 63
7 83
Migratieachtergrond
4.3
Collectieve zorgverzekering minima De gemeente Zwolle biedt tot en met 2021 een collectieve zorgverzekering aan voor minima. Deze is beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 110 procent van het sociaal minimum. Vanaf 1 januari 2021 wordt ‘Verzekering op maat’ geboden. Inwoners met een laag inkomen krijgen hiermee elk najaar keuzehulp bij het kiezen van de juiste zorgverzekering, aansluitend bij de persoonlijke zorgbehoefte. Zo betalen inwoners alleen voor de zorg die zij werkelijk nodig hebben. Onderdeel van de nieuwe zorgkostenregeling is dat de gemeente deels meebetaalt aan het verbruikte eigen risico. Ook krijgen chronisch zieken en mensen met een laag inkomen via deze regeling een vergoeding voor de hoge zorgkosten. De huidige tegemoetkoming hoge zorgkosten (zie paragraaf 4.4) zal in de nieuwe zorgkostenregeling worden opgenomen. De zorgkostenregeling is voor inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. In 2021 maakten 3.138 Zwolse huishoudens nog gebruik van de collectieve zorgverzekering (zie tabel 4.4). Dit aantal is in 2021 gedaald ten opzichte van 2020 toen 3.551 huishoudens gebruik maakten van de collectieve zorgverzekering.
38/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Tabel 4.4 Gebruik Collectieve zorgverzekering minima Doel
Toegang bieden tot een betaalbare zorgverzekering voor het opvangen van medische kosten
Doelgroep
Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum (kinderen tot 18 jaar kunnen gratis worden meeverzekerd) en chronisch zieken en mensen met een beperking met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
3.153
3.619
3.642
3.761
3.546*
3.543
3.551
3.138
Aantal gebruikers (huishoudens) per ultimo jaar
* Op peildatum 31-12-2018 is geen werkelijk aantal gebruikers van de collectieve zorgverzekering minima beschikbaar, daarom is hier het aantal gebruikers op 1-1-2019 weergegeven.
4.4
Tegemoetkoming hoge zorgkosten Een chronische ziekte of een lichamelijke beperking brengt vaak extra kosten met zich mee. Bijvoorbeeld kosten die gepaard gaan met een dieet, hulpmiddelen, aangepaste kleding of vervoer. De gemeente Zwolle komt tegemoet aan een aantal van deze meerkosten met een vergoeding van maximaal € 175 per jaar15. De Tegemoetkoming hoge zorgkosten (tot 2019 Tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken genaamd) wordt verstrekt aan inwoners die een Wmo-voorziening en/of een voorziening voor langdurige zorg ontvangen en bij wie het inkomen niet hoger is dan 130% van het sociaal minimum. De tegemoetkoming hoge zorgkosten zal per 2022 in de regeling Zorgkostenregeling worden opgenomen. In 2021 werd 1060 keer gebruik gemaakt van de tegemoetkoming hoge zorgkosten. Dit is net iets meer dan in 2020. Tabel 4.5 Gebruik tegemoetkoming hoge zorgkosten Doel
Een bijdrage leveren in de meerkosten bij inwoners met chronische ziekte en/of lichamelijke beperking
Doelgroep
Inwoners die een Wmo-voorziening en/of een voorziening voor langdurige zorg ontvangen en bij wie het inkomen niet hoger is dan 130% van het sociaal minimum.
toegekend
4.5
2017
2018
2019
2020
2021
497
495
571
1.030
1.060
Individuele inkomenstoeslag De Individuele inkomenstoeslag (IIT) wordt verstrekt aan huishoudens die drie jaar of langer een inkomen hebben van niet meer dan 110% van het wettelijk sociaal minimum16. Het bedrag is bedoeld voor de aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen, zoals een bankstel, koelkast of wasmachine.
15 Vanaf 2022 geldt een andere regeling zorgkostenregeling waarbij dit een onderdeel wordt 16 Daarnaast zijn er nog enkele voorwaarden, zoals de hoogte van het vermogen.
39/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
In 2021 maakten 2.546 huishoudens gebruik van de individuele inkomenstoeslag (zie tabel 4.6). Dit is 8% minder dan in 2020. Kijken we naar het aandeel huishoudens, dan zien we dat in 2021 3,4% van de Zwolse huishoudens een individuele inkomenstoeslag ontving. Dit is minder dan in de afgelopen jaren. Een mogelijke verklaring voor het afnemende gebruik van de individuele inkomenstoeslag is dat vanaf 2021 niet langer papieren aanvraagformulieren zijn verstuurd. Er wordt sinds 2021 gestuurd op het doen van digitale aanvragen. Ervaring vanuit andere regelingen leert dat dit kan leiden tot verlies van aanvragen. Tabel 4.6 Gebruik individuele inkomenstoeslag Doel
Financiële tegemoetkoming voor Zwolse huishoudens die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen.
Doelgroep
Huishoudens waarvan hoofdaanvrager tussen de 21 en AOW-gerechtigde leeftijd is, met minimaal 3 jaar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum*. 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
1.921
2.321
2.364
2.486
2.670
2.616
2.754
2.546
Aantal gebruikers (huishoudens)
4.6
Participatiefonds Als een inwoner een laag inkomen heeft, lang ziek is of een beperking heeft, is het vaak moeilijk om rond te komen. Meestal blijft er weinig geld over voor zaken als theaterbezoek of een lidmaatschap bij een sportvereniging. Om het mogelijk te maken dat inwoners toch kunnen meedoen aan culturele, maatschappelijke of sportieve activiteiten, is er sinds 2017 het Participatiefonds. Volwassenen tot de AOWgerechtigde leeftijd met een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor zaken zoals een lidmaatschap Stadkamer, vervoer, entree voor een sportgelegenheid, een lidmaatschap van een sportvereniging of een museumkaart. Een volwassene kan voor maximaal twee soorten kosten een bijdrage krijgen. Per kostensoort is de bijdrage € 60,-. In tabel 4.8 is te zien dat in 2021 2.732 huishoudens een bijdrage hebben gekregen uit het Participatiefonds. Het aantal toekenningen ligt in 2021 hoger dan in 2020. Tabel 4.8 Gebruik Participatiefonds Doel
Een bijdrage leveren in de meerkosten voor maatschappelijke participatie van volwassenen
Doelgroep
Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum (van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd) en personen met een chronische ziekte met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum
toegekend
2017
2018
2019
2020
2021
1.668
2.846
2.502
2.663
2.732
40/83
83
Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
4.7
Regelingen voor kinderen
Datum
Om ervoor te zorgen dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen zoveel mogelijk kunnen meedoen met hun leeftijdsgenoten, heeft de gemeente Zwolle regelingen die speciaal gericht zijn op kinderen uit minimahuishoudens. Vanaf 2021 is er een nieuwe regeling: de Kindregeling. De Kindregeling biedt ouders de mogelijkheid een maximaal bedrag op hun rekening te laten storten voor de aanschaf van schoolbenodigdheden. In 2021 zijn er 890 aanvragen voor de Kindregeling gedaan en er zijn 1.262 declaraties op deze regeling geboekt. Ook is het Kindloket Zwolle sinds begin 2021 operationeel. Het Kindloket is een loket waar verschillende regelingen op één plek worden aangeboden. Ouders, verzorgers, maar ook professionals kunnen de regelingen via de site Kindloket.nl vinden en aanvragen. In de Kindregeling is een aantal regelingen samengevoegd, te weten de Scholierenregeling, de Vergoeding voor activiteiten, kunst en cultuur (stichting Meedoen) en de Vergoeding voor de schoolbijdrage. Omdat het gebruik van deze afzonderlijke regelingen tot en met 2020 mogelijk nog interessante informatie verschaft, beschrijven we deze in de volgende paragrafen. 4.7.1
Scholierenregeling De scholierenregeling houdt in dat een tegemoetkoming van € 450 per kind kan worden verstrekt waarmee spullen voor school of een excursie betaald kunnen worden. Per 1 januari 2021 is de Scholierenregeling opgegaan in de Kindregeling. In 2020 hebben 828 kinderen deze tegemoetkoming toegekend gekregen (zie tabel 4.9). Zij zijn afkomstig uit 599 afzonderlijke gezinnen; in sommige gevallen is de tegemoetkoming dus verstrekt aan meerdere kinderen binnen één gezin. In 2020 hebben 18% meer kinderen gebruik gemaakt van de regeling. Waarschijnlijk houdt dit verband met het feit dat leerlingen een laptop nodig hadden tijdens de periode dat de scholen gesloten waren wegens de coronacrisis. Tabel 4.9 Gebruik scholierenregeling Doel
Een bijdrage leveren aan de draagkracht van de minimagezinnen zodat kinderen op school met de leeftijdsgenoten kunnen meedoen
Doelgroep
Kinderen die op de basisschool zitten uit gezinnen met een inkomen onder 110% van het sociaal minimum. kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan of in het 1e of 2e jaar van het middelbare beroepsonderwijs zitten en uit gezinnen komen met een inkomen onder 130% van het sociaal minimum.
Aantal
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021*
Kinderen
862
733
691
688
682
701
828
-
Huishoudens
584
544
520
513
522
529
599
-
gebruikers*
* voor 2021 geen data beschikbaar omdat de scholierenregeling is opgegaan in de Kindregeling.
41/83
83
Datum Titel
4.7.2
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Sport- en cultuuractiviteiten en vakanties Om ervoor te zorgen dat alle kinderen zich kunnen ontplooien, ongeacht de financiële situatie van het gezin waarin ze opgroeien, zijn er regelingen voor kinderen van ouders met een laag inkomen om te participeren in sport- en cultuuractiviteiten. Ook zijn er vakantiemogelijkheden, zoals een zeilkamp. Jeugdfonds Sport Stichting Jeugdfonds Sport Zwolle is bestemd voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 tot 18 jaar die om financiële redenen geen lid kunnen worden van een sportvereniging. Vanaf 2021 kan deze regeling worden aangevraagd bij het Kindloket. In 2021 zijn 526 kinderen geholpen door het Jeugdfonds Sport in Zwolle. Dit is meer dan in 2019 en 2020 (zie tabel 4.10). Tabel 4.10 Gebruik Jeugdfonds Sport Doel
Kinderen in minimagezinnen financieel ondersteunen zodat ze in staat worden gesteld om te kunnen sporten.
Doelgroep*
Kinderen die leven in een huishouden met een laag inkomen. Inkomensgrens is afhankelijk van de leeftijd kinderen: - bij leeftijd kinderen tussen 4 tot en met 11 geldt een inkomensgrens tot 110% van het sociaal minimum; - bij leeftijd kinderen van 12 tot en met 17 geldt een inkomensgrens tot 130% van het sociaal minimum. 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
391
444
452
503
487
465
490
526
Aantal toegekende aanvragen
*In 2017 is de leeftijdsgrens verruimd van 6-16 naar 4-18. In 2019 is voor kinderen tussen 12 en 18 jaar de inkomensgrens verhoogd naar 130%.
Stichting Meedoen Via financiële hulp bevordert de stichting Meedoen dat ook kinderen in huishoudens die moeten rondkomen met een inkomen op of onder het sociaal minimum kunnen meedoen aan werkweken, excursies, muzikale vorming of een club en zich zo kunnen ontwikkelen. Het gaat bijvoorbeeld om dans, muziek of scouting. Per 1 januari 2021 zijn de activiteitenbijdrage en de bijdrage Kunst en Cultuur opgegaan in de nieuwe Kindregeling. Er is dus geen informatie beschikbaar over 2021. In 2020 zagen we fors minder aanvragen voor de activiteitenbijdragen en voor de kunsten cultuuractiviteiten toegekend door de Stichting Meedoen (zie tabel 4.11). Dit komt doordat door de coronacrisis veel activiteiten voor kinderen niet door zijn gegaan.
42/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Tabel 4.11 Gebruik stichting Meedoen Doel
Kinderen in minimagezinnen wel aan samenleving laten deelnemen.
Doelgroep*
Kinderen die leven in een huishouden met een laag inkomen. Inkomensgrens is afhankelijk van de leeftijd kinderen: - bij leeftijd kinderen van 4 tot en met 11 geldt een inkomensgrens tot 110% van het sociaal minimum; - bij leeftijd kinderen van 12 tot en met 17 geldt een inkomensgrens tot 130% van het sociaal minimum.
Activiteitenbijdrage
2014 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021*
Aantal toegekende aanvragen
344
563
591
569
558
635
277
-
Aantal kinderen
-
694
662
713
673
-
706
-
Kunst en cultuur
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021*
Aantal toegekende aanvragen
107
138
-
-
-
166
126
-
Aantal kinderen
-
226
233
231
240
185
-
-
*In 2018 is de leeftijdsgrens verlaagd van 6 naar 4 jaar en voor kinderen tussen 12 en 18 jaar is de inkomensgrens verhoogd naar 130%.
Vakanties Voor inwoners met een laag inkomen is het niet altijd mogelijk om op vakantie te gaan. In Nederland zijn er verschillende mogelijkheden voor mensen met een minimuminkomen om toch op vakantie te gaan. Een voorbeeld daarvan is de vakantiebank (www.vakantiebank.nl). In Zwolle worden dit soort vakanties aangeboden door twee partijen die een subsidierelatie hebben met de gemeente Zwolle: • Stichting Weekje Weg • Stichting de Ruime Wind Stichting Weekje Weg biedt vakanties aan voor alleenstaanden en gezinnen. Ook worden vakanties voor de jeugd alleen aangeboden. Stichting De Ruime Wind biedt zeilkampen aan voor kinderen. In 2021 zijn 38 gezinnen met een bijdrage van Stichting Weekje Weg op vakantie geweest (zie tabel 4.12). Er zijn in 2020 geen alleenstaanden op vakantie geweest met een bijdrage van Stichting Weekje Weg. Dit komt doordat door de coronacrisis de midweken voor ouderen vervielen. Ook de groepsvakanties voor gezinnen en de kinder/jongerenvakanties gingen in 2020 niet door. In verband met de coronacrisis zijn de zeilkampen van stichting De Ruime Wind in 2020 niet door gegaan. In 2021 wel (deels) weer. Er zijn 18 kinderen in 2021 mee geweest.
43/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Tabel 4.12 Gebruik Stichting Weekje Weg en Stichting De Ruime Wind Stichting Weekje Weg*
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Aantal gezinnen
45
40
40
39
39
40
34
38
Aantal alleenstaanden
37
38
33
33
33
33
0
18
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
38
40
36
39
30
27
0
18
Stichting De Ruime Wind Aantal kinderen
* Bij de Stichting Weekje weg kunnen zowel gezinnen als individuele personen/ kinderen ondersteuning ontvangen.
4.7.3
Armoede en gezondheid kinderen De jeugdgezondheidswerkers van de GGD gaan tijdens regulier onderzoek bij kinderen tot en met 12 jaar (consultatiebureau en school-medisch onderzoek) na of er sprake is van armoede-gerelateerde gezondheidsproblematiek. Als zij bij controles stuiten op situaties waarbij het welbevinden of de gezondheid van kinderen in het gedrang is, kunnen ze een voorziening verstrekken. Voorbeelden van zulke voorzieningen zijn een matras of een paar goede schoenen. Dit is dus geen voorziening waarop een beroep kan worden gedaan door inwoners. In 2021 werden 34 kinderen uit minimagezinnen financieel ondersteund omdat de gezondheid van deze kinderen in het gedrang was (tabel 4.13). Tabel 4.13 Armoede en gezondheid kinderen Doel
Minimagezinnen in noodsituaties ondersteunen waarbij welbevinden of gezondheid van kinderen (tot 12 jaar) in gedrang is.
Toegekend
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
118
150
145
-
145
96
58
34
-
-
216
180
145
96
58
34
Aantal kinderen < 12 jaar in gezinnen met toegekende aanvragen
Het aantal toegekende aanvragen is 2020 en vooral in 2021 fors minder dan in voorgaande jaren. Waarschijnlijk is dit een gevolg van de coronacrisis waardoor reguliere onderzoeken vaak niet doorgingen, zoals de gezondheidsonderzoeken in het onderwijs. 4.7.4
Peuterspeelzaal Peuterspeelzaalbezoek draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen tussen 2,5 en 4 jaar. Kinderen uit gezinnen met een inkomen onder 110% van het sociaal minimum die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, hebben recht op gratis peuteropvang. In 2021 maakten 167 kinderen gebruik van een ‘gratis’ plek bij een peuterspeelzaal (zie tabel 4.14). Het merendeel ging naar een peuterspeelzaal van Doomijn. Tabel 4.14 Gebruik ‘gratis’ plekken peuterspeelzaal*
44/83
83
Datum Titel
oktober 2022 Armoede & Schulden Monitor Zwolle 2022
Doel
Een bijdrage leveren aan de minimagezinnen zodat kinderen naar een peuterspeelzaal kunnen.