1. Ambitiepakket 2025-2030
Tekst van het document
ontwikkeling van de zogenaamde Smart Energy Hub Hessenpoort. Door slim vraag en aanbod te delen met een sturingsplatform profiteren de bedrijven van deze samenwerking. Naast het uitbreiden van deze pilot willen we ook inzetten op de ontwikkeling van Smart energy hubs op de andere bedrijventerreinen Voorst en Marslanden. Om deze aanpak mogelijk te maken hebben we €300.000,- opgenomen in pakket noodzakelijk. Van lokaal eigendom naar lokaal eigenaarschap Meer en meer inwoners voelen de behoefte om een bijdrage te leveren aan een klimaatneutraal Zwolle. Niet alleen voor hun eigen woning, maar ook breder. Ze organiseren zich en ontwikkelen plannen. Ze zoeken de samenwerking op, ook met de gemeente. Ook in andere gemeentes ontstaan initiatieven waarmee het lokaal eigenaarschap van de energietransitie daadwerkelijk betekenis krijgt. Het bevorderen van de financiële participatie van inwoners in de energietransitie kan een impuls krijgen. Begin 2024 heeft het college tot een aanscherping besloten voor het onderdeel eigendom van grootschalige opwek. Daarnaast dienen zich nog veel andere kansen en mogelijkheden aan. Dat vraagt een actievere rol en positiebepaling van de gemeente om in meer of mindere mate te kunnen sturen, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van Smart Energy Hubs en de ontwikkeling van locatie(s) biogasproductie.
Dat vraagt een ontwikkelagenda die perspectief biedt op het vergroten van lokaal eigenaarschap binnen de energie transitie. Deze ontwikkelagenda komt per onderdeel in de besluitvorming, en onderdelen kunnen pas ontwikkeld worden als daar middelen voor aanwezig zijn. Daaraan ontbreekt het nu, te beginnen met ambtelijke capaciteit, die nodig is om een onderwerp verder uit te diepen. De onderwerpen betreffen altijd het bevorderen van een financiële relatie tussen gebruikers van energie en de energiebron. Het onderzoeken van de mogelijkheden, samen met onze partners in de stad, inzicht in geldstromen, juridische aspecten en kennis van organisatorische entiteiten vraagt extra middelen. De opgenomen bedragen betreffen €200.000,- voor het pakket ‘noodzakelijk’ en €100.000,- voor het ‘+’pakket.
25
Onderdelen ambitiepakket (in mln per jaar)
Energie-infra
Basis
Nood zakelijk
‘+’ pakket
‘++’ pakket
0,1
Grootschalig elektra
0,1
Overige duurzame bronnen en opslag
0,1
Netcongestie
0,3
Lokaal eigendom
0,2
0,1
0,4
0,1
Versterken programmamanagement De opgave van de energietransitie blijft onverminderd groot. De ambities komen in uitvoering. Dat vraagt versterking van de organisatie van het programma qua ondersteuning, communicatie en project-, proces- en programmamanagement. In pakket ”noodzakelijk” is daartoe een bedrag opgenomen van 0,1 mln.
10
Eigen vastgoed, mobiliteit en onderwijshuisvesting In dit ambitiepakket wordt de nadruk gelegd op de gebouwde omgeving en het opwekken van energie. Ook de beleidsvelden vastgoed, mobiliteit en onderwijshuisvesting zijn onderdeel van een eigen besluitvormingsproces maar hebben positieve invloed op de CO2-reductie. Eigen vastgoed Zo is de gemeente vanuit haar eigenaarsrol van gebouwen verantwoordelijk voor de verduurzaming en voorziet daarbij een voorbeeldpositie richting de rest van de vastgoedeigenaren in de stad. Aangezien deze panden van de gemeente zijn is de sturing op CO2-reductie optimaal. De gemeentelijke vastgoedportefeuille betreft 170 gebouwen, waarvan 120 in aanmerking komen voor verduurzaming. Hierin zijn functies gehuisvest als culturele instellingen, wijkcentra, kinderopvang, sportaccommodaties, brandweerkazernes, eigen huisvesting en monumentale gebouwen. De gemeente heeft een Routekaart voor de verduurzaming van haar eigen vastgoedportefeuille opgesteld en de mogelijkheden van verduurzaming in beeld gebracht met financiële consequenties. Deze routekaart wordt apart van dit ambitiepakket gedeeld met de raad. Mobiliteit Ook vanuit het beleidsveld mobiliteit kan een serieuze bijdrage geleverd worden aan de CO2-reductie.
In Zwolle zijn alle mobiliteitsprojecten ondergebracht in 1 integrale mobiliteitsagenda met een doorkijk naar 2030 en een bestedingstermijn van 3 jaar. In 26
deze agenda wordt op hoofdlijnen de nadruk gelegd op meer stappen, trappen en openbaar vervoer. En als de auto dan noodzakelijk is dan liever met deelauto's. Het is mogelijk om het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer te verbeteren. De ontwikkeling van Zero Emissie-stadslogistiek kan leiden tot Zero-emissie zones. De invoering van steeds meer 30 km/uur wegen zal CO2 besparen evenals beter verkeersmanagement ten behoeve van de doorstroom. Zwolle bevordert de overgang naar elektrisch rijden, met de kanttekening dat een verdergaande groei van het aantal laadpalen en de bijbehorend infrastructuur steeds moeilijker is in te passen. Voor mobiliteit geldt grotendeels, net als bij de energietransitie, dat mensen die zichzelf of goederen vervoeren zelf keuzes maken hoe ze dat doen. De gemeentelijke rol is aanbod creëren, faciliterend en stimulerend. Onderwijshuisvesting Tot slot is de gemeente verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. In het nieuwe integraal huisvestingsplan (IHP) zijn de projecten en investeringen beschreven voor de komende periode.
Het gaat over de spreiding van de voorzieningen over de stad, het voedingsgebied van de scholen, prognoses op gemeentelijk niveau, woningbouw ontwikkeling, de werking van de verordening onderwijshuisvesting, het flankerend beleid met betrekking tot de KECambities, onderwijskundige ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van het integraal kindcentrum. En daarmee ook over de kwaliteit van de huisvesting: nieuwbouw of renovatie, verduurzaming en ventilatiekwaliteit, kwaliteitskader en programma van eisen frisse scholen, exploitatiekosten en energieprestaties (energiescan) en investeringen in de gymzalen. De uiteindelijke maatregelen worden geïmplementeerd in het onderhoudsplan (MJOP) en het investeringsplan. Het MJOP wordt hiermee een D-MJOP, een duurzaam meerjarenonderhoudsplan. Hiermee wordt geborgd dat de verduurzaming structureel is ingebed in het beheer- en onderhoud van de schoolgebouwen.
11
Validatie Vanuit een tweetal invalshoeken is het ambitiepakket door bureaus bezien. Ten eerste is door APPM bezien hoe de diverse maatregelen scoren op CO2-reductie, benodigde investeringen, complexiteit en maatschappelijke impact.
27
APPM heeft als belangrijkste observaties hierbij 1. De maatregelen die horen bij de uitvoering van aardgasvrije wijken leiden tot de meeste reductie van CO2. Echter, dit is ook een omvangrijke operatie die om veel investeringen vanuit de gemeente vraagt. 2. Ook de verduurzamingaanpak voor doelgroepen (bijv. VVE, Erfgoed) en de financiële regelingen voor isolatie leiden in verhouding tot meer CO2-reductie. Net als bij de uitvoering van de aardgasvrije wijken is potentie voor besparing hoog. Echter is traject om te komen tot een aanpak sneller behaald waardoor ook de benodigde investeringen lager zijn dan voor de maatregelen onder 1. 3. Een groot aantal groepen maatregelen ligt dicht bij elkaar omdat deze veel vergelijkbare maatregelen bevatten die gaan over het opstellen van beleid, ondersteunen van initiatieven of uitwerken van een aanpak. Deze investeringen zijn in verhouding kleiner en de verwachte CO2-reductie vindt vooral indirect (later) plaats. 4. Tot slot leidt het realiseren van energie-infrastructuur en oplossingen voor netcongestie ook tot de reductie van CO2. Hier zijn in verhouding meer investeringen voor nodig doordat dit vooral gaat om technische en kapitaalintensieve oplossingen. Belangrijk feit is wel dat deze maatregelen eindelijk noodzakelijk zijn om de ambities te kunnen realiseren.
28
Bij de weging van maatregelen op maatschappelijke impact en complexiteit zijn de belangrijkste observaties: 1. De maatregelen die gericht zijn op uitvoering scoren hoog op complexiteit en maatschappelijke impact. Met andere woorden, het is voor de gemeente ingewikkeld om de gewenste ambities te realiseren, maar de realisatie betekent wel veel voor de stad en gemeenschap. Hier is veelal ook een sturende gemeente voor nodig 2. De maatregelen die horen bij de visie op energie-infrastructuur en duurzame energiebronnen zijn ook complex, maar leiden tot minder impact en ‘momentum’ in de gemeente. 3. Maatregelen gericht op het opstellen van beleid voor warmte en werklocaties zijn in verhouding minder complex om uit te voeren en uiteindelijk de CO2-reductie te realiseren. Op deze thema’s is meer expertise beschikbaar en zijn de afhankelijkheid van technische oplossingen en derde partijen kleiner. 4. Tot slot vormen de maatregelen die gericht zijn op het faciliteren van inwoners en bedrijven in de verduurzaming een groep die minder complex zijn om uit te voeren én kunnen rekenen op veel maatschappelijke beweging en enthousiasme. Deze maatregelen vragen een andere rol van de gemeente dan onder punt 1.
Vanuit de gemeente worden de volgende conclusies getrokken: - Investeringen in aardgasvrije wijken is kostbaar, complex en levert veel CO2reductie op. Op termijn worden de investeringen terugverdiend - Een tussengroep, gericht op ondersteuning van inwoner en bedrijven leidt tot co2 reductie, zij het beperkter en meer indirect.
29
-
Veel randvoorwaardelijk beleid is relatief goedkoop, levert geen directe CO2reductie op, en is noodzakelijk omdat de gemeente nu aan de toekomst moet werken
Het tweede bureau, AEF, is gevraagd vanuit haar eerdere rol bij het opstellen van de quick-scan te bezien hoe dit ambitiepakket past in haar eerdere bevindingen, met als speciale aandachtspunten de robuustheid van dit pakket, de programmatische aanpak en de ‘redelijkheid’ van de bedragen bij de maatregelen. Dit laatste ook omdat AEF landelijk hier meerdere keren een onderzoek naar heeft gedaan. Het laatste onderzoek is door de Raad van Openbaar Bestuur overgenomen en met advies aan de formatietafel verstrekt. Hieruit blijkt dat nader inzicht ertoe leidt dat gemeentes ongeveer 45% meer middelen nodig hebben dan een paar jaar geleden werd berekend. Bureau AEF geeft daarbij de volgende bevindingen mee: ‘Ons algemene beeld is dat de voorliggende uitwerking voldoende robuust is om in deze fase aanvullende middelen te reserveren om de ambities van het programma energietransitie vanaf 2025 te versterken. Het is onze verwachting dat deze middelen grotendeels beschikbaar zullen komen als onderdeel van de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Op domeinen die zijn uitgewerkt in onderhavig document is de inventarisatie van maatregelen breed en redelijk volledig. De uitwerking kent nu nog een sterke focus op de benodigde input, met name in termen van uitvoeringskosten.
De hiervoor gebruikte inschattingen zijn realistisch en stemmen overeen met de ramingen van overige gemeenten. Om het realisme in de ambities en de rolneming van de gemeente scherper te duiden moeten de doelstellingen van de pakketten beter zijn uitgewerkt. We raden aan om de doelstellingen als leidend uitgangspunt van de nieuw te ontwikkelen programmatische aanpak te nemen. Daarnaast geeft AEF enkele adviezen mee voor de vervolguitwerking 1. Werk toe naar een strakke programmatische aanpak, om de gemeente zelf en de betrokken partijen in de stad richting te kunnen geven. Essentiele onderdelen van een dergelijke aanpak zijn wat AEF betreft: heldere en onderbouwde doelstellingen, vertaald in inspanningen per domein, met business cases, mijlpalenplanningen en budgetten. Heb hierbij nadrukkelijke aandacht voor de investeringen die benodigd zijn voor realisatie van de maatregelen en de mogelijke onrendabele toppen die daarbij ontstaan. 2. Het is ons advies om in te zetten op zowel versterking van de handhaving door de omgevingsdienst van bestaande duurzaamheidsnormen zoals de energiebesparingsplicht voor individuele bedrijven als op een extra impuls om via parkmanagement en smartenergy-hubs op het niveau van bedrijventerrein condities te scheppen voor verduurzaming. 3.
Richt het individuele spoor van de isolatieaanpak expliciet op huishoudens met een lager inkomen en meer effectieve basiswoningen. Verleg daarbij de aandacht van woningen met het langste isolatiepad naar woningen met een hoge standaardisatie, die 30
eenvoudiger in grote aantallen zijn te verduurzamen met eveneens substantiële beperking van emissies. 4. Blijf inzetten op inspanningen om het draagvlak onder en coördinatie met woningcorporaties te versterken en te benutten. Zorg daarbij dat de ambities van de gemeente passen bij de investeringsruimte van corporaties (balans opgaven en middelen). Vanuit de gemeente worden de volgende conclusies getrokken: AEF onderschrijft de onderbouwing van voorliggende ambitiepakket. Het Rijk heeft extra CDOKE-middelen toegezegd. Een regeling daartoe is in wording. Het accent ligt op planfinanciering. Dat veronderstelt dat er een plan. Het opstellen van plannen, overigens alleen voor warmtetransitie en windmolens, is zeer arbeidsintensief. De suggestie van AEF dat deze extra middelen tegemoetkomen aan de in dit pakket geschetste mogelijkheden onderschrijven we niet.
12
Middelen Op diverse onderdelen is in voorgaande tekst aangegeven wat de mogelijkheden, ingedeeld in diverse pakketten. Totaal generaal geeft dit het volgende beeld. Onderdelen ambitiepakket (in mln per jaar)
Basis
Doorgaan met de basis
1,5
Nood zakelijk
‘+’ pakket
‘++’ pakket
Warmteprogramma Warmtebedrijf en warmtenet
0,5
Werk overdracht warmtebedrijf
-0,5
Basis uitvoering HB/AA-landen
0,3
0,4
Dieze Assendorp en Berkum
0,4
Een extra wijk
1
Beleid warmte programma
0,2
0,2
Verduurzamen woningen Woningen
0,3
0,2
0,3
0,4
Verduurzamen bedrijven Bedrijven Verduurzamen maatschappelijke voorzieningen 31
Maatschappelijke voorzieningen
0,1
Opwek en infrastructuur Energie-infra
0,1
Grootschalig elektra
0,1
Overige duurzame bronnen en opslag
0,1
0,1
Lokaal eigendom
0,2
0,1
Netcongestie
0,3
0,4
Programmamanagement Versterken programmamgt
0,1 Totaal
Totaal Structureel
1,8
1,4
1,4
2,2
Cumulatief Structureel
1,8
3,2
4,6
6,8
Incidenteel Inclusieve warmtetransitie
5
Maatschappelijke voorzieningen
0,8
Geld voor Isolatiemaatregelen
2
Totaal Incidenteel
7,8
1,7
1,7
32
13
Belemmerende factoren en risico's Het ambitiepakket beschrijft in termen van financiën de mogelijkheden om te versnellen. Meer middelen helpt, maar is niet de enige factor die van invloed is om een versnelling te realiseren. De gemeente is een actor in een breed speelveld. De Zwolse samenleving kent veel inwoners bedrijven, elk met hun eigen verantwoordelijkheden en uitdagingen. De invloed van de gemeente kent zijn grenzen. En omdat de energietransitie de samenleving in haar haarvaten raakt, vraagt dat ook een nauw samenspel met vele andere taakgebieden binnen de gemeente. Ruimtelijke ordering, beheer openbare ruimte en ondergrond, biodiversitet, welstand, economie, wonen kennen hun eigen dynamiek en vraagstukken. Ook intern geldt: alleen ga je sneller, samen kom je verder. Naast de gemeente zijn ook veel ander (semi-)overheden actief. Netcongestie: Netcongestie speelt een grote rol, ook in Zwolle. De mitigatie, het verkleinen en/of oplossen van het probleem, krijgt dan ook veel aandacht vanuit de gemeente. Enerzijds met het bevorderen van zeer decentrale opwek-transport-gebruik, anderzijds door veel gesprekken met Enexis en Tennet over hun investeringsplannen. Voorliggend ambitiepakket is dusdanig opgesteld dat de beoogde inzet gepleegd kan worden zonder dat netcongestie daarbij belemmerend is Materialen en arbeid: de beschikbaarheid van capaciteit kan beperkend werken.
Of deze optreden op het moment van uitvoering is weliswaar een belangrijke vraag maar wel een vraag in de uitvoering. Voor de afwegingen zoals in dit ambitiepakket bedoeld heeft het geen directe invloed. Voortgang en inhoud wetgeving, het Rijk past tegenwoordig met grote voortvarendheid wetgeving aan. Maar pas wel nadat partijen in het land, waaronder gemeentes het belang daarvan voldoende onder de aandacht hebben gebracht. Dit permanente doorlooptijdverlies is een feit. Soms is het nodig om daarop vooruit te kunnen en durven lopen. Naast de eerdergenoemde wetgeving rondom de nieuwe energiewetten WCW en WGIW is geen grote wetgeving voorzien die het de gemeente Zwolle vergemakkelijkt om bedrijven of woningbezitters een strakkere verduurzaming op te leggen. Landelijk ligt het accent op dit moment op subsidiëren en niet afdwingen van verduurzaming. Ruimte: de ruimte in Zwolle is beperkt, zeker gezien de groei. Tegelijkertijd vraagt de energietransitie ook fysieke ruimte, bovengronds en ondergronds. Zorgvuldig ruimtegebruik vraagt een lange termijn visie en integrale afweging. Energie als ruimtevrager is dan ook onderdeel van de aanvulling op de Omgevingsvisie.
33