1. Ambitiepakket 2025-2030
Tekst van het document
Ambitiepakket energietransitie 2025-2030 Gemeente Zwolle
1
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1
Samenvatting
4
2
Inleiding
5
3
Richtinggevende overwegingen ambitiepakket
8
4
Ambitiepakket
9
5
Warmteprogramma Zwolle aardgasvrij
10
6
Verduurzamen woningen
14
7
Verduurzamen Maatschappelijk voorzieningen
18
8
Verduurzamen werklocaties
19
9
Opwek en infrastructuur
22
10
Eigen vastgoed, Mobiliteit en onderwijswijs huisvesting
26
11
Validatie
27
12
Middelen
31
13
Belemmerende factoren en risico's
33
2
Voorwoord We gaan van de fossiele brandstoffen af. Fossiele brandstoffen dragen sterk bij aan klimaatverandering, veroorzaken vervuiling en zijn niet hernieuwbaar. Daarnaast worden we steeds vaker geconfronteerd met onze afhankelijkheid van het -soms onvoorspelbare- buitenland. Het is daarom belangrijk om samen stappen vooruit te zetten naar een klimaatneutraal Zwolle. Om dit te bereiken dienen we allemaal minder energie te gebruiken, onze huizen en (bedrijfs)gebouwen te verduurzamen, schone energie op te wekken en duurzamer te reizen en vervoeren. Een stevige opgave voor iedereen, waaraan de gemeente Zwolle haar steentje bijdraagt. We doen al veel, maar er is meer nodig om de doelstellingen te halen. Deze transitie moet daarbij voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Dat vergt behoorlijke inspanningen, zowel in tijd als geld. Beide zijn niet onbeperkt beschikbaar en te overzien. Dit ambitiepakket benadrukt de noodzaak van een serieuze inspanning van de gemeente, waarbij succes afhankelijk is van het tempo, ambitie, financiën en samenwerking met partners, naast de ondersteuning van het Rijk. Daarom kijken we met meer dan normale belangstelling naar de vorming van de nieuwe regering en hopen dat de ingezette koers van het Rijk op tempo zal blijven. Natuurlijk zijn we afhankelijk van het Rijk, van te veranderen Wet- en regelgeving en de snelheid van innovatie.
Maar ondanks die onzekere buitenwereld willen en moeten we nu alvast allemaal vooruit, met dat wat we hebben en dat wat we kunnen. Het is dan ook mooi dat er nu een ambitiepakket met verschillende scenario’s ligt om de raad te ondersteunen bij haar besluit over de stappen die we gaan maken voor de energietransitie. Het college zal voor de PPN een voorkeur aan geven en de gemeenteraad zal dit vervolgens wegen. En dat levert dillema’s op, niet alleen binnen dit ambitiepakket maar ook in relatie tot de andere maatschappelijke opgaven. Zodra daarin een keuze is gemaakt gaan we daarmee verder. Zo maken we met zijn allen Zwolle steeds meer toekomstbestendig.
Arjan Spaans Wethouder Energietransitie
3
1
Samenvatting Voorliggend ambitiepakket is een bijlage bij de raadsbrief aan de gemeenteraad van Zwolle. Het college biedt de raadsbrief met deze bijlage aan ter voorbereiding op de PPN 2025. De raadsbrief bevat de hoofdlijnen van het ambitiepakket. Deze bijlage biedt een nader onderbouwing. Bij de PPN doet het college een voorkeursvoorstel om middelen te reserveren voor de energietransitie, voor de periode van 2025 tot 2030. De inhoudelijke besluiten voor wat betreft de besteding volgen later in 2024 (begroting) en 2025. In dit ambitiepakket wordt allereerst ingegaan op de doelstellingen van het rijk en het coalitieakkoord van de gemeente Zwolle. De gemeente Zwolle streeft naar een snellere transitie, met als ambitie om al in 2040 klimaatneutraal te zijn. Dit streven wordt onderbouwd door het AEF-rapport "Versnelling Energietransitie Zwolle" en de bijbehorende informatienota "Klimaatneutraal Zwolle" (Agenda Raad 16 oktober 2023, punt 16.b.9.). Uit de quickscan blijkt dat de gemeente een serieuze bijdrage kan leveren aan de ambitie van een klimaatneutraal Zwolle. Voor het halen van deze ambitie is de gemeente sterk afhankelijk van het tempo, de financiële middelen en het wettelijk instrumentarium van het Rijk. Tevens vraagt het een extra impuls vanuit de gemeente in termen van rolneming, financiën en samenwerking met partners.
Dit ambitiepakket legt de focus op de onderwerpen waar gemeente Zwolle direct invloed op heeft en op de periode 2025 tot 2030. Het ambitiepakket 2025-2030 vraagt een financiële impuls. Het basispakket beschrijft de inzet om te voorzien in dekking van de huidige werkzaamheden. Vervolgens wordt een aantal onderdelen van het ambitiepakket uitgewerkt. Aan de hand van richtinggevende overwegingen wordt aangegeven of dit als noodzakelijk wordt beschouwd of een keuze kan zijn in het '+’ pakket of in het ‘++’ pakket. Afgesloten wordt met een financieel overzicht. Op hoofdlijnen geeft dit het volgende financiële beeld. Onderdelen ambitiepakket (in mln per jaar)
Basis
Nood zakelijk
‘+’ pakket
‘++’ pakket
Structureel Totaal Structureel
1,8
1,4
1,4
2,2
Cumulatief Structureel
1,8
3,2
4,6
6,8
7,8
1,7
Incidenteel Totaal Incidenteel
Dit ambitiepakket is mede tot stand gekomen door inbreng van vertegenwoordigers van inwoners en bedrijven, ondersteund door bureau APPM en gevalideerd door bureau AEF. 4
2
Inleiding Het klimaat verandert snel. Die uitspraak wordt ondersteund door dagelijkse berichtgeving en wetenschappelijk onderzoek. Het kabinet heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, en heeft het doel voor 2030 aangescherpt tot minstens 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990, met een aanvullend klimaatpakket dat gepresenteerd is in april 2023. Het college van Zwolle onderschrijft deze doelen en streeft naar een snellere transitie, met als ambitie om al in 2040 klimaatneutraal te zijn, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord "Samen voor een waarde(n)volle toekomst". Dit streven wordt onderbouwd door het AEF-rapport "Versnelling Energietransitie Zwolle" en de bijbehorende informatienota "Klimaatneutraal Zwolle". Deze documenten benadrukken de noodzaak van een serieuze inspanning van de gemeente, waarbij succes afhankelijk is van het tempo, ambitie, financiën en samenwerking met partners, naast de ondersteuning van het Rijk. De energietransitie tot 2022 was gericht op het verkennen en stimuleren van mogelijkheden en initiatieven. Nu zijn we in een fase beland waarin de complexe onderlinge afhankelijkheden van actoren, vooral op het gebied van energieopwekking, transport en -levering en gebouwisolatie, steeds duidelijker worden.
De behoefte aan coördinatie en samenwerking neemt toe, terwijl de belangen van individuele actoren vaak nog voorop staan. Belangrijk is dat de energietransitie van iedereen is, we doen het samen. Het creëren van draagvlak onder bedrijven en inwoners is essentieel voor het versnellen van investeringen in verduurzaming. Het gaat hierbij niet alleen om financiële investeringen, maar ook om het wegnemen van onzekerheid en het gezamenlijk vinden van oplossingen. Dit vereist gelijkwaardige gesprekken tussen alle betrokken partijen, waarbij verschillende rollen en belangen worden erkend en gerespecteerd. Daarbij is er ruimte voor opgroeirecht en opgroeiruimte. De energietransitie vraagt om betere publiek-civiele samenwerking en ondersteuning van de professionalisering van initiatieven. Dit zijn nieuwe concepten en houden in dat bewoners en gemeente stap voor stap kunnen groeien in hun volwassenheid tijdens het uitwerken en realiseren van projecten. Het is goed te benadrukken dat de energietransitie een dynamisch proces is, met voortdurend nieuwe inzichten, plannen en wetgeving op EU-, nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Hoewel het langetermijnperspectief voor 2050 helder is, blijft de precieze uitvoering onzeker. Dit ambitiepakket legt dan ook de focus op de onderwerpen waar gemeente Zwolle direct invloed op heeft en op de periode 2025 tot 2030.
Een concreet plan voor een langere tijdshorizon is niet haalbaar. De complexiteit, dynamiek, financiële impact en bijbehorende onzekerheid zijn te groot. Wetgeving kan helpen, maar is er nog onvoldoende. Innovatie wordt verwacht, maar laat zich niet voorspellen. Het kunnen omgaan met deze onzekerheden hoort bij deze transitie, Daarom nemen we een betekenisvolle stap: ambitiepakket van 2025 tot 2030. Vanaf 2025 wordt er 5
gewerkt met een meer programmatische aanpak, dit betekent dat inhoudelijke besluiten met betrekking tot dit programma in onderdelen aan het einde van 2024 en in 2025 worden voorgelegd aan de raad. Daarnaast is er regelmatige monitoring volgens de motie 'Grip op de Energietransitie' van de raad in november 2023.
Essentie van het ambitiepakket Voorliggend ambitiepakket 2025-2030 is in essentie een onderbouwing van de financiële reservering in de PPN 2025 voor het energieprogramma 2025-2030. In 2024 wordt het energieprogramma 2025-2030 uitgewerkt en daarmee, na besluitvorming, gebruik gemaakt van de gereserveerde middelen. Deze reservering is onderbouwd met inhoudelijke en financiële contouren om met stevigere rolneming versnelling in de uitvoering te bereiken. Uitgangspunt is dat daaropvolgende daadwerkelijke investeringen geschiedt door de desbetreffende eigenaren, al dan niet voorzien van rijkssubsidies en/ of belastingvoordelen. In dit ambitiepakket zijn interventies uitgewerkt die de kans op het behalen van de doelstelling vergroten. Uiteindelijke doel is een CO2-vrij gebouwde omgeving en betreft dus alle gebouwen in de stad Zwolle. Klimaatneutraal betekent voor de stad Zwolle niet dat alle benodigde energie in Zwolle wordt opgewekt, we kijken grensontkennend. Dit ambitiepakket is mede tot stand gekomen met kennis en expertise vanuit de wijk- en buurtinitiatieven en vanuit het bedrijfsleven. Met als centrale vraag “hoe kunnen we de energietransitie versnellen” zijn vele ideeën geopperd. Zowel op transitieniveau als meer concreet.
Op transitieniveau wordt de nadruk gelegd op het vinden van de balans tussen de behoefte aan meer richting en focus versus rekening houden met de spankracht van inwoners en bedrijven. Oplossingsrichtingen worden gevonden in meer algemene noemers als nauwe samenwerking vanuit verschillende verantwoordelijkheden en met wederzijds begrip, en “collectief de beweging op gang jagen”. Vanuit de wijk en buurtinitiatieven is de nadruk gelegd op de betaalbaarheid. Daarnaast zijn ook meer concrete ideeën besproken. Deze zijn verwerkt in de uitwerking onder warmteprogramma en verduurzaming woningen. Vanuit de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven is aangegeven dat kleinere individuele bedrijven hier beperkt mee bezig zijn, zeker niet als ze huren of in woonwijken actief zijn. Grotere bedrijven hebben vaak wel de capaciteit om te werken aan een CO2 neutraal bedrijf. Deze bedrijven zien echter ook dat mede door netcongestie de verdere verduurzaming van de bedrijven stokt. Meer publiek/private samenwerking is noodzakelijk om de energietransitie te laten slagen. Daarnaast zijn ook meer concrete ideeën aangedragen. Deze zijn verwerkt in het onderdeel ‘verduurzamen werklocaties’. Parallel aan de totstandkoming van deze notitie is de Zwolse burgerberaad voor het eerst georganiseerd.
Het door hen gekozen brede onderwerp “eerlijke klimaattransitie”’ raakt diverse elementen van de energie transitie. Inzichten vanuit het burgerberaad waren ten tijde van het opstellen van dit ambitiepakket nog niet beschikbaar. 6
Opgave in cijfers Uit de Zwolse energiemonitor 2023 (raad 6 november 2023) blijkt op hoofdlijnen: - Dat de ambitie van 2025, 25% CO2-reductie haalbaar is. - Dat de energiebesparing in de gebouwde omgeving (woningen en bedrijven) achterblijft. Overigens laten nieuwe cijfers 2022 zien dat het verbruik wel verder is gedaald. De Zwolse energiemonitor geeft een beeld van de huidige situatie van de gebouwde omgeving. De sterke elektrificatie van mobiliteit is hierin bijvoorbeeld niet meegenomen. Meer toekomstgericht is het effect van het (mogelijke) gebruik van andere bronnen (geothermie) niet meegenomen. De behoefte aan elektriciteit stijgt. Rolneming overheid De energietransitie vraagt een stevige rol van de overheid. De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) heeft recent het kabinet geadviseerd: Adviesrapport 'Met iedereen de transities in' | Rapport | Wetenschappelijke Klimaatraad (wkr.nl) dit rapport bevat samengevat de volgende aanbevelingen voor het Klimaatplan 2025-2035: • • • • • • • •
• • • • •
Betrek de samenleving in zijn volle breedte: iedereen moet zich onderdeel voelen en een bijdrage kunnen leveren. Zorg voor een rechtvaardige transitie in brede zin, een brede procedurele betrokkenheid en heb oog voor herstel van onrecht. Doe extra moeite om burgers te betrekken die tot nu toe beperkt zijn aangehaakt. Iedereen moet betekenisvol kunnen meepraten of meebeslissen over zaken die hun leefomgeving, werk, thuis of levensstijl beïnvloeden. Zorg voor heldere kaders, realistische afspraken, richtinggevende keuzes en meer uitvoeringscapaciteit. Maak duidelijke en realistische afspraken tussen overheidslagen en maatschappelijke partijen over uitvoering. Investeer in uitvoeringscapaciteit van overheden, burgers en bedrijven. Een adaptief bestuur is noodzakelijk: besturen vanuit een aanpasbaar plan met meerdere alternatieve oplossingen en paden, ruimte voor experimenteren, monitoring en cyclische herziening van beleid op basis van geleerde lessen en nieuwe inzichten Stuur op duurzame keuzes en gedrag in het klimaatbeleid. Zowel voor consumenten, bedrijven en de overheid. Neem met beleid barrières weg, speel in op de intrinsieke motivatie van burgers en bedrijven, beloon duurzaam gedrag. Heb specifiek aandacht voor keuzes en gedrag met een grote klimaatimpact, omdat deze bepalend zijn voor het halen van de klimaatdoelen.
Leg de verantwoordelijkheid bij bedrijven en burgers met de hoogste uitstoot om de grootste bijdrage te leveren aan de uitstootreductie. Uitgangspunt is dat zo veel mogelijk reductie wordt bereikt tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten 7
•
3
Ontzorg huishoudens met minder financiële mogelijkheden als door scherpe normering of een hoge uitstootprijs de kosten voor levensonderhoud stijgen.
Richtinggevende overwegingen ambitiepakket De adviezen van de WKR richten zich vooral op het Rijk en zijn gericht op de totale energietransitie. Bij het opstellen van het ambitiepakket zijn in de geest van de WKRadviezen aansluitende, richtinggevende overwegingen geformuleerd die helpend zijn bij het maken van keuzes. De energietransitie is bovenal gericht op de CO2-reductie van de gehele stad Zwolle. CO2 is een indicator om de mate van klimaatneutraliteit te toetsen. In dit ambitiepakket ligt de focus niet alleen op de CO2-reductie tot 2030, maar wordt ook de basis gelegd voor de CO2-reductie ná 2030. Dat betekent ook dat in dit ambitiepakket niet altijd duidelijk wordt hoeveel CO2 door gemeentelijk handelen gereduceerd wordt. Niet alleen omdat veel van het werk in de energietransitie gericht is op het tot stand brengen van projecten, dus aan de voorkant, maar ook omdat een goede landelijke rekenmethode nu nog ontbreekt. Die kennis wordt overigens wel opgebouwd, mede door TNO. Om een beeld te krijgen van het gevolg van de diverse maatregelen van het ambitiepakket op CO2-reductie en de benodigde investeringen heeft het adviesbureau APPM dit voor gemeente Zwolle indicatief inzichtelijk gemaakt, zie hiervoor bijlage APPM-advies. Gebouweigenaren zelf verantwoordelijk en gemeente geeft richting Gebouweigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor verduurzaming.
De gebouwen zijn immers van hen en zij nemen de besluiten. Ook met betrekking tot de financiering van de maatregelen. Vele eigenaren zijn al met verduurzaming bezig, uit zorg over het klimaat en/of meer financieel gedreven. Wat ook de motivatie is, eigenaren maken sneller keuzes indien richting en handelingsperspectief wordt gegeven, dit verwachten ze vooral van de gemeente. Duidelijkheid over vragen als ‘Wanneer gaat mijn woning of bedrijf van het gas af?’ ‘Hoe kom ik dan aan energie, welke alternatieven heb ik?’ geeft bewoners en bedrijven perspectief om te handelen. Inclusieve energietransitie We willen een inclusieve energietransitie bewerkstelligen en geven bewoners met een kleine beurs meer ondersteuning. Een inclusieve transitie vraagt om een zorgvuldig proces en zorgvuldige beleidsvorming en een duidelijk handelingsperspectief. Dat kan betekenen dat bewoners met een kleine beurs een financiële tegemoetkoming kunnen krijgen. Inzetten wettelijk instrument We gebruiken de (verwachte) toenemende wettelijke mogelijkheden waar mogelijk, zo spoedig mogelijk en zetten daar een wenkend handelingsperspectief voor inwoners en bedrijven naast. Geen dwang zonder perspectief.
8
Bevorderen collectieve initiatieven We geloven in de kracht van de samenleving en bevorderen collectieve initiatieven indien die passen binnen ons beleid. Beleid dat in toenemende mate focus krijgt en een richtinggevend karakter heeft. Initiatieven worden in toenemende mate afgewogen aan dit beleid. Publieke rol infrastructuur Gemeente/overheid heeft stevige rol bij infrastructuur en het ontwikkelen van duurzame bronnen. Netcongestie verhoogt deze urgentie. it om de publieke belangen op alle niveaus te borgen in de afwegingen. We gaan van een centraal energiesysteem naar een meer decentraal energiesysteem met lokale ruimtelijke, sociale en financiële impact. Daarbij hoort een rol voor decentrale overheden. Met het rijk en provincie wordt nu gewerkt aan interbestuurlijke afspraken om deze belangen ook te kunnen afwegen en daarin keuzes te maken.
4
Ambitiepakket De indeling van het ambitiepakket komt voort uit het doel van dit ambitiepakket, waarbij de afweging over de hoogte van een financiële reservering centraal staat. In oplopende volgorde van kosten liggen vier pakketten voor. Deze worden geladen vanuit inhoudelijke thema's. Het ambitiepakket begint met de dekking van de huidige werkzaamheden: het basispakket. Daarna wordt een aantal grotere inhoudelijke onderdelen nader toegelicht: het warmteprogramma, verduurzamen woningen, verduurzamen maatschappelijke voorzieningen, verduurzamingen werklocaties en tot slot opwek duurzame energie en infrastructuur. Bij elke onderdeel wordt beschreven wat als noodzakelijk wordt beschouwd danwel keuze is. Bij keuze is aangegeven of dit onderdeel is van het ‘'+’ of het ‘++’ pakket. De ‘+’en ‘++’ pakketten geven aan welke mogelijkheden er liggen om verder te versnellen indien er meer geld beschikbaar komt: welke maatregelen liggen het meest voor de hand om dan eerst op te pakken? Nadrukkelijk is dit geen maximaal lokaal autonoom pakket. Een uitwerking daarvan zou financieel gezien in lijn liggen met het eerdergenoemde AEF-rapport. Oplopend naar structureel 10 miljoen per jaar, exclusief eventuele bijdrage aan investeringskosten voor inwoners en bedrijven.
Doorgaan huidige werkzaamheden: Basispakket. We beginnen niet bij 0. De gemeente is al jaren en in toenemende mate bezig met de energietransitie. Zowel met gemeentelijke middelen als met rijksgeld. Het Rijk heeft de uitspraak gedaan dat de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaaten energiebeleid (CDOKE-subsidie) blijft bestaan. De gemeentelijke middelen lopen tot en met 2024. 9
2024 Kostenplaats
2025 Bedrag
56183502- Programma energie
2026 Bedrag
Bedrag
€ 1.058.195
€ 1.058.195
€ 1.058.195
€ 100.000
€0
€0
€ 1.500.000
€0
€0
€ 1.905.181
€0
€0
€ 1.905.181
€ 1.905.181
€ 2.963.376
€ 2.963.376
structureel 56183501- Lokale initiatieven 54000508- INK-Progr budget
24101 -
energie
Reserve NUTVW
54000508- INK-Progr budget
24201 -
energie
Bijdr Rijk CDOKE2 4
Verwachte beschikking
TOTAAL budget
CDOKE € 4.563.376
Het behouden van deze inzet vraagt vanaf 2025 1,5 miljoen jaarlijks aan gemeentelijke middelen. Zonder nadere besluitvorming vervalt deze inzet per 2025. Ter informatie, als onderdeel van onze huidige werkzaamheden wordt ook de besluitvorming rondom het warmtebedrijf gerekend, die nu, na jaren voorbereiding, separaat voorligt bij de PPN 2025. Het voorstel betreft een publiek gemeentelijk warmtebedrijf voor de wijken waarin een collectief warmtesysteem als oplossing wordt gezien. Op basis van de transitievisie warmte en aanvullende analyse blijkt dat zo’n 8.000 tot 12.000 woningen liggen in een wijk of buurt, waar het kansrijk is om een warmtenet aan te leggen. Het warmtebedrijf moet op basis van de Wet collectieve warmte (Wcw) voor minimaal 50% + 1 aandeel in publieke handen zijn. De oprichting en het operationeel inrichten van zo’n publiek gemeentelijk warmtebedrijf is een forse (financiële) opgave. Voor deze investering is risicodragend kapitaal met bijbehorende jaarlijkse rentelasten van circa € 500.000,- nodig. De besluitvorming hierover vindt plaats in 2024 in samenhang met de PPN. Bij de vorming van het warmtebedrijf vervalt de gemeentelijke inzet voor een aantal taken. Het warmtebedrijf gaat deze uitvoeren en ze vormen onderdeel van hun bedrijfsvoering. Dit vrijvallende bedrag wordt geraamd op € 300.000 tot 500.000,- .
Dit is nadrukkelijk een onzekere post, waarmee nu wel rekening gehouden wordt.
5
Warmteprogramma Zwolle aardgasvrij Op weg naar een Zwols Warmteprogramma? De opgave om alle Zwolse woningen van het aardgas af te krijgen en over te stappen op een duurzame warmtebron is groot. Het verduurzamen van de bestaande gebouwde omgeving is daar een belangrijk onderdeel van. Niet gebruikte energie hoeft ook niet opgewekt te worden. 10
Binnen de warmtetransitie heeft de Rijksoverheid een wetsvoorstel liggen dat moet bijdragen aan de versnelling om de gebouwde omgeving aardgasvrij te krijgen. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheden om de regie te pakken in de warmtetransitie. Eerder is al gewerkt aan een Zwolse Warmtegids (Warmtevisie, 2018) en de daar opvolgende Zwolse Transitievisie Warmte (TVW, 2020). De Zwolse TVW geeft richting voor aardgasvrij verwarmen van de verschillende woonwijken. De focus lag op de wijze waarop Zwolle aardgasvrij kan worden middels verschillende warmteoplossingen. De warmteplannen (eerder wijkuitvoeringsplannen) worden nu per wijk geactualiseerd. De plannen voor Holtenbroek, Aa-landen en Berkum zullen als eerste worden vastgesteld. De gehele Zwolse visie moet in 2026 zijn geactualiseerd als 'Warmteprogramma Aardgasvrij Zwolle' en dan vanaf dan iedere 5 jaar worden geactualiseerd. De omvang en urgentie van de opgave naar een aardgasvrij Zwolle vraagt om een andere rol van ons als lokale overheid; van primair stimulerend, naar meer sturend en richtinggevend waar mogelijk. In het Warmteprogramma Aardgasvrij Zwolle wordt een concreet tijdspad opgenomen waarin wijken aardgasvrij opgeleverd gaan worden. Keuzes over alternatieven voor aardgas (de warmte-alternatieven) en de beschikbare warmtebronnen.
Over waar een wijkgerichte of een stadsbrede aanpak het meeste effectief is en daarmee inwoners en bedrijven duidelijkheid te geven over wanneer de aardgaskraan dicht gaat en hun woning of bedrijf klaar moet zijn voor de overstap naar een alternatieve warmtebron (handelingsperspectief). Het opstellen van het Warmteprogramma is zoals aangegeven in volle gang. Dit doet de gemeente Zwolle samen met de belangrijkste stakeholders in de stad; de woningcorporaties, bewonersinitiatieven en bedrijven. In Q3 van 2024 wordt de Raad geïnformeerd over het warmteprogramma en in het eerste kwartaal van 2025 wordt het Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij met Uitvoeringsprogramma 2025-2030 voorgelegd en bevat; • Een Stedelijke warmtestrategie incl.
de gemeentelijke rol; • Een kader voor het opstellen van de Warmteplannen; • Een communicatie- en participatiestrategie, over samenwerking met partners in de stad • Een Bronnenstrategie, waarin de potentie van duurzame warmtebronnen is opgenomen en wordt afgezet tegenover de warmtevraag in de stad; • De Warmtetransitiekaart, waarin op wijkniveau een voorkeursalternatief voor aardgas is opgenomen en of dit een individuele oplossing is (op woning- of huizenblokniveau) of collectief (grootschalig warmtesysteem); • Isolatie aanpak waarin bewoners en bedrijven worden ondersteund bij energiebesparing • Een Uitvoeringsprogramma 2025-2030, waarin wordt aangegeven welke wijk wanneer van het aardgas af gaat (planning en fasering) gekoppeld aan de benodigde financiering en inzet die nodig is om te komen tot uitvoering; • Warmteplannen voor Holtenbroek, Aa-landen en Berkum
11
Opbouw taken Warmteprogramma Zwolle 2025-2030 Vanaf 2025 wordt uitvoering gegeven aan het Warmteprogramma 2025-2030. De uitvoering van aardgasvrij Zwolle voor de woonwijken kan middels verschillende warmte-oplossingen; grootschalig collectief warmtesysteem (warmtenet), klein collectief warmtesysteem (warmtenet) en de individuele route (all-electric). Een grootschalig warmtenet heeft meer dan 1500 woningaansluitingen. In de wijken Holtenbroek en Aa-landen wordt dit type warmtenet voorbereid. Voor de exploitatie van dit net wordt het publieke warmtebedrijf Zwolle opgericht. Het warmtesysteem klein collectief, is een kleinschalig warmtenet met 10 tot 1500 woningaansluitingen. De bewonersinitiatieven in de wijken Assendorp (50 tinten Groen, Sallandse weide) en Dieze (Hogekamp) maken plannen om op deze wijze aardgasvrij te worden. De individuele route richt zich op individuele bewoners die overstappen op een (hybride) warmtepomp (all-electric). Uit de bewonersraadpleging van de wijk Berkum bleek de voorkeur te liggen bij een hybride warmte oplossing. Het opstellen en uitvoeren van het Warmteprogramma vraagt een veelvoud aan te verrichten taken en activiteiten die opgedeeld kunnen worden in 3 onderdelen, namelijk; beleid en strategie, de uitvoering op wijk en stadsniveau en de financiële ondersteuning/subsidiering van inwoners.
In de onderstaande opsomming zijn de taken opgenomen en onderverdeeld in de verschillende warmteoplossingen.
1. Beleid en strategie • Ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle opstellen • Actualisatie Transitievisie Warmte naar een warmtetransitiekaart • Warmtetransitie opnemen in de Omgevingsvisie/Omgevingsplan • Samenwerkingsafspraken met woningcorporaties opstellen • Opstellen subsidieregelingen • Bronnenstrategie duurzame warmtebronnen opstellen • Kader warmtesystemen voor nieuwbouw opstellen • Samenwerkingsafspraken en contracten warmtebedrijf en gemeente vastleggen • Aanpak aardgasvrije VvE's opstellen • Aanpak gespikkeld bezit (vastgoed) aardgasvrij opstellen • Opstellen participatieplan Warmteprogramma Zwolle • Opstellen communicatieplan Warmteprogramma Zwolle Grootschalig collectief warmtesysteem • Bepalen van een warmtekavel • Opstellen wijkwarmteplan Holtenbroek • Opstellen wijkwarmteplan Aa-landen • Communicatieplan opstellen per wijk Klein collectief warmtesysteem • Aanpak particuliere verhuur aardgasvrij opstellen • Duurzame warmtebronnen analyseren • WKO-strategie opstellen Individuele warmte-oplossing • Overzicht creëren in subsidie- en leningsmogelijkheden voor aardgasvrij wonen • Aanpak individueel spoor aardgasvrij wonen opstellen 12
• Communicatiestrategie opstellen 2. Uitvoering op wijkniveau en stadsbreed • Oprichten warmtebedrijf • Samenwerking met Warmtebedrijf in de initiatiefase van warmtenetontwikkeling • Warmtekavel vastleggen • Contractafspraken met het warmtebedrijf uitvoeren • Uitvoeren warmteplan Holtenbroek • Uitvoeren warmteplan Aa-landen • Informeren en ondersteunen van bewoners bij subsidieregelingen en leningsfondsen • Ondersteunen bewonersinitiatief energieplan plus Dieze-Oost • Ondersteunen bewonersinitiatief Sallandseweide, Assendorp • Ondersteunen bewonersinitiatief Berkum • Toekennen en verstrekken van leningen en/of subsidies • Afstemmen met woningcorporaties binnen wijkaanpak • Afstemmen met woningcorporaties stadsbreed aardgasvrij Zwolle • Uitvoering geven aan participatieplan Warmteprogramma • Uitvoering geven aan communicatieplan Warmteprogramma • Opzetten communicatietool met handelingsperspectief warmteoplossing • Stroomlijnen vergunningverlening • Beantwoorden bewonersvragen • Organiseren voorlichtingsbijeenkomsten en/of informatiemarkten • Opstellen van een technisch ontwerp voor de warmte-oplossing • Afstemmen verduurzamingsplannen met woningcorporaties • Afstemmen verduurzamingsplannen met particuliere verhuurders • Voorlichting geven aan Verenigingen van Eigenaren • Afspraken maken over condities levering warmte (geothermie, WKO, aquathermie, etc.) 3.
Financiële ondersteuning/subsidiering Voor het ondersteunen van bewoners bij aardgasvrij maken danwel aardgasvrij-ready maken van hun woning heeft de gemeente Zwolle geen eigen financiële middelen gestoken in subsidieregelingen. De regelingen die nu beschikbaar zijn voor inwoners zijn afkomstig van het Rijk. In de ontwikkeling naar het Warmteprogramma 2025-2030 wordt onderzocht of aanvullend gemeentelijke subsidie nodig is om bewoners de stap naar een aardgasvrije woning te kunnen laten maken. Daarbij wordt onderzocht welke doelgroepen daarvoor in aanmerking zouden komen, denk aan; VvE's, inwoners onder een bepaalde inkomensgrens, bedrijven enz. Een eerste raming is gezet op 5 miljoen incidenteel. Hiervoor zouden we bewoners in de prioritaire wijken (Holtenbroek, Aalanden) kunnen ondersteunen bij het overstappen op een aardgasvrije warmteoplossing. Hiermee wordt financiële invulling gegeven aan het handelingsperspectief voor bewoners en een inclusieve warmtetransitie. Een mogelijkheid zou kunnen zijn vanuit deze middelen een bijdrage te leveren voor het financieren van de eenmalige aansluitkosten voor het warmtenet.
13
Opbouw middelen Warmteprogramma Zwolle 2025-2030 Met het basispakket kan de eerste cohort van 4000 woningen in een aantal buurten van Holtenbroek op het warmtenet aangesloten worden (€300.000,-). Het belang van het gericht en per buurt en wijk ‘van het gas’ halen is eerder uitgesproken. Het is van belang, indien de geothermie voldoende warmte levert, om meteen door te steken naar een tweede cohort van 4000 woningen, met meer particulier bezit. Dit leidt tot kosten, geraamd op €400.000,-, de middelen voor de 8000 woningen zijn onderdeel van het basispakket (4000 woningen) en noodzakelijk (4000 woningen). In het ‘+’ pakket wordt een bedrag van €400.000 geraamd voor mogelijke vervolgstappen in en voor de ontwikkeling van de bewonersinitiatieven in Dieze (€250.000) en Assendorp (€150.000). Voor Berkum zijn nog middelen beschikbaar vanuit de Proeftuin Aardgasvrij Wijken. Een mogelijkheid om aanvullende wijk (naast Holtenbroek en Aa landen en Berkum, Dieze en Assendorp) versneld op te pakken is opgenomen in het ‘++’pakket. Het bedrag ad 1,0 miljoen structureel is zeer indicatief en afhankelijk van de te kiezen wijk. In het ‘++’ pakket is ook een bedrag van €200.000,- gekoppeld aan beleid in relatie tot de mogelijkheid om een aanvullende wijk van het gas af te halen.
Warmteprogramma (in mln per jaar) Basis uitvoering HB/AA-landen Dieze Assendorp Extra wijk Beleid warmte programma Incidenteel Eenmalig Inclusieve warmtetransitie
6
Basis 0,3
Noodzakelijk 0,4
‘+’pakket
‘++’pakket
0,4 1 0,2
0,2
5
Verduurzamen woningen Het isoleren van woningen bespaart energie. Niet gebruikte energie hoeft ook niet opgewekt te worden. Daarmee is het isoleren van woningen een cruciale stap om op termijn als stad klimaatneutraal te worden. De gemeente Zwolle zet zich al langere tijd in om inwoners te stimuleren tot en ondersteunen bij het isoleren van hun woning. Isoleren is voor iedereen anders, daardoor is vraaggestuurd werken belangrijk, daarbij hoort ook onderbouwen en monitoren van de inspanningen met (data)-inzichten en samenwerken met lokale initiatieven, die daardoor weer verder versterkt worden. De huidige aanpak is primair gericht op de inwoner die ondersteuning het meeste nodig heeft. De aanpak Warm Thuis ter bestrijding van energiearmoede en de subsidieregeling voor Woningisolatie zijn daar voorbeelden van. Een aanpak en 14
subsidie voor eigenaren die onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren is in ontwikkeling.
Voor wat betreft isolatie is de gemeente Zwolle op dit moment grotendeels afhankelijk van landelijke middelen. Deze komen beschikbaar via specifieke uitkeringen, onder meer vanuit het Nationaal Isolatie Programma en de gelden voor energiearmoede. Deze middelen zijn bedoeld voor de meest kwetsbare huishoudens. De gemeente investeert in samenwerking met partners en lokale netwerken van inwoners die elkaar (vrijwillig) helpen bij het verduurzamen van hun leefomgeving, zij hebben veel organisatiekracht en zijn in staat inwoners te mobiliseren. In 2023 is Platform Duurzaam Zwolle opgericht, met als doelstelling deze bewonersinitiatieven te ondersteunen, zodat zij vanuit een volwaardige rol bij kunnen dragen aan de verduurzaming van Zwolle. Een belangrijke stap in het uitbouwen van de bewezen samenwerking tussen publiek en civiel in de energietransitie. Daarnaast heeft de gemeente Zwolle een Energieloket waar inwoners gratis onafhankelijk advies kunnen opvragen over het verduurzamen van hun woning. Wat kan de gemeente extra doen? De gasprijsstijging van 2022 leidde tot een forse financiële prikkel tot isoleren. Inwoners die het konden betalen, kwamen in actie. Het energieverbruik daalde sterk, ook onder invloed van gedrag. Soms noodgedwongen, omdat inwoners hun energierekening simpelweg niet konden betalen.
Inmiddels is het prijsniveau gestabiliseerd en de financiële prikkel iets afgenomen. Om te versnellen zijn gerichte instrumenten, inzet en communicatieaanpakken nodig om doelgroepen te activeren. Daarin zijn er inhoudelijke keuzes te maken en keuzes over rolopvatting. Blijft gemeente Zwolle zich bijvoorbeeld inzetten op verbindende, stimulerende activiteiten of gaan we een stap verder door mee te (voor)financieren in daadwerkelijke isolatiemaatregelen? Hieronder volgt een aantal verschillende invalshoeken op basis waarvan keuzes gemaakt kunnen worden. • CO2-reductie: Aanpak gericht op woningen met hoog energieverbruik Oudste woningen verbruiken over het algemeen de meeste energie. Een aanpak gericht op de woningen met enkelsteens muren, gebouwd voor 1920, leidt tot de meeste CO2-reductie. De kosten voor het verduurzamen van deze woningen liggen ook hoger, omdat ze zonder isolatie zijn gebouwd. Een vervolgstap zou een aanpak kunnen zijn gericht op oudere woningen met bijvoorbeeld een spouwmuur. • Prioritaire wijken: extra inzet in wijkaanpak Op dit moment zijn in een aantal Zwolse wijken warmteplannen in ontwikkeling. Daarin wordt per wijk vastgesteld welke alternatieven voor aardgas er zijn en wanneer de levering van aardgas stopt (vanaf moment van vaststellen minimaal na acht jaar).
Voor prioritaire wijk Holtenbroek en Aa landen is een warmtenet op basis van geothermie één van de alternatieven. Hiermee kunnen duizenden woningen van warmte worden voorzien, ook met het huidige isolatieniveau. Woningeigenaren die binnen het 15
leveringsgebied van het warmtenet liggen mogen zelf beslissen of ze hierop willen aansluiten of niet. Woningeigenaren die erbuiten liggen hebben die keuze niet en zijn zelf verantwoordelijk voor een individuele oplossing (bijv. een warmtepomp) of een kleine collectieve oplossing (bijv. Warmte Koude opslag). In beide gevallen is een goed geïsoleerde woning cruciaal. Voor deze woningeigenaren is extra ondersteuning nodig, omdat ook zij relatief snel hun woning moeten verduurzamen. • Inkomen: extra steun voor arme huishoudens Een grote groep woningeigenaren beschikt niet over de financiële middelen om te isoleren. Warm Thuis helpt inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (bijstandsniveau). Er is daarnaast nog een grote groep Zwollenaren die net buiten dit criterium vallen (130 tot 200% van het sociaal minimum). Deze doelgroep is niet makkelijk te bereiken, onderzocht wordt welke aanpak hierbij werkt, als onderdeel van het bestedingsvoorstel aanpak middelen Energiearmoede, bijvoorbeeld een (grotendeels) ontzorgende aanpak en/ of hogere subsidies met ruimere voorwaarden, als aanvulling op de huidige subsidieregeling Woningisolatie en Warm Thuis. • Eigendomssituatie: Verhuurders- en/of intensivering VvE-aanpak Geconstateerd wordt dat ook in Zwolle woningen die onderdeel uit maken van een complex met een Vereniging van Eigenaren (VvE) achterblijven in verduurzaming.
Dit heeft te maken met de complexiteit van de opgave, zowel financieel, bouwtechnisch, economisch als organisatorisch. Op dit moment is een aanpak en subsidieregeling in ontwikkeling, waarmee VvE’s worden ondersteund. Deze aanpak wordt eerst toegepast in de wijken Dieze en Holtenbroek. Maar ook op andere plekken in de stad worstelen VvE’s. Dit kan verbreed worden naar de hele stad. Daarnaast blijven de woningen van particulier verhuurders achter. Ook hier zou de gemeente meer inzet op kunnen leveren door druk uit te oefenen om te versnellen. Particuliere verhuurders mogen, net als corporaties, vanaf 2030 geen woningen meer verhuren met een energielabel E, F, of G. Voor woningen in bezit van corporaties geldt dat recentelijk lokale prestatieafspraken zijn getekend. Deze woningen hebben gemiddeld bezien al de beste energetische kwaliteit. • Samenwerkingen: met wie en in welke vorm/ rol? Tot slot zijn er keuzes te maken ten aanzien van samenwerkingen, rolopvatting en verantwoordelijkheden. Als lokale overheid zijn er (nog) geen instrumenten om inwoners te dwingen tot het nemen van isolatiemaatregelen. Onze invloed blijft daarmee beperkt tot stimuleren en aanjagen. Er zijn mogelijkheden om de gemeentelijke invloed te vergroten, door zelf te investeren in het (op)kopen en verkopen van woningen. De huidige route steunt op de samenwerking met bewonersinitiatieven.
Ook wel de maatschappelijke route in de energietransitie genoemd. Ook andere vormen zijn (aanvullend) denkbaar. Zoals het opzetten van een consortium van marktpartijen die gezamenlijk een integraal isolatie-aanbod aan inwoners kunnen doen. Dit om te voorkomen dat inwoners door de veelheid van individuele oplossingen en marktwerking, het overzicht verliezen en de verkeerde keuzes maken. Een mogelijkheid die wordt onderzocht is het opzetten van een lokaal financieringsaanbod, bijvoorbeeld samen met 16
banken en/ of het Warmtefonds. Een variant waarin beide samenkomen zijn de zogeheten ESCO's. Dat zijn marktpartijen die investeren in maatregelen en deze investering terugverdienen via de energierekening van inwoners. Huidige bestaande formules blijken nog niet erg succesvol. Maar een meer coöperatieve vorm kan succesvol zijn. Meer in de nabije toekomst ligt de mogelijkheid om de maatschappelijke beweging in de stad nog meer te versterken. Te denken valt aan continuering van netwerken met (vrijwillige) energiecoaches die inwoners helpen en verdere versterking van Platform Duurzaam Zwolle. Een structurele subsidie om dit mogelijk te maken op de lange termijn is noodzakelijk. Een alternatief is om via andere maatschappelijke verbindingen (sportclubs/ geloofsgemeenschappen etc.) een nieuwe dynamiek aan te jagen. Bij alle vormen van samenwerking hoort ook de vraag: welke rolopvatting van de verschillende partijen hoort hierbij? En welke vorm van organisatie vraagt dat? Alle hierboven genoemde invalshoeken en keuzes kennen hun voor- en nadelen, en daar wordt verschillend over gedacht. Voorop staat: het ontwikkelen en implementeren van welke keuze dan ook kost geld. En hoe meer mogelijkheden gemeente Zwolle wil oppakken, hoe meer geld het kost.
Waar liggen prioriteiten? De eerste prioriteiten voor uitbreiding van verduurzaming wonen, opgenomen in het '+’ pakket van €300.000 tot 2030 zijn, met de kennis van nu: a. Woningeigenaren ondersteunen bij isolatiemaatregelen die het niet zelf kunnen betalen (focus primair op de groep tot 200% sociaal minimum). De primaire focus ligt op woningeigenaren die niet op een grootschalige collectieve oplossing kunnen meeliften. Bij deze aanpak ligt het voor de hand om ook maatregelengeld ter beschikking te stellen voor isolatie, in de vorm van subsidie of financiële tegemoetkomingen voor inwoners. Dit wordt geraamd op 2 miljoen euro. Dit kan worden benut voor verlenging van de huidige Warm Thuis aanpak (nu gefinancierd t/m 2025), als voor een regeling voor een bredere doelgroep (tot 200% sociaal minimum). b. Eigenaren van woningen intensiever ondersteunen en stimuleren die het ‘langste isolatiepad’ kennen, zoals oudere woningen, monumenten en VvEcomplexen, die nu nog veel energie nodig hebben om verwarmd te worden. c. Het structureel (financieel) ondersteunen van lokale initiatieven en collectieve acties die bijdragen aan energiebesparing en aardgasvrij worden. Daarbij hoort ook het opstellen van heldere, transparante kaders en afspraken over wat er van elkaar verwacht kan worden in een publiek-civiele samenwerking.
In een meer uitgebreide isolatieaanpak in het '++’ pakket wordt hieraan toegevoegd: d. Verdere intensivering van de VvE-aanpak en sneller opschalen naar stadsbrede mogelijkheden om VvE’s te ondersteunen; e. Nieuwe isolatie- en financieringsaanbiedingen uitwerken in samenwerking met partners (markt en/of civiel), waardoor het nemen van maatregelen voor inwoners laagdrempeliger wordt. Bijvoorbeeld een ESCO.
17
Onderdelen ambitiepakket (in mln per jaar)
Basis
Nood zakelijk
Verduurzaming woningen
‘+’ pakket
‘++’ pakket
0,3
0,2
Incidenteel Geld voor Isolatiemaatregelen
7
2
Verduurzamen Maatschappelijk voorzieningen In Zwolle bevinden zich naast de bedrijven ook veel maatschappelijke voorzieningen. Zij huren of hebben een eigen pand in bezit. Daar waar zij huren heeft de eigenaar de sleutel tot verduurzaming in handen. Een deel huurt van de gemeente zelf en daarmee zijn die panden onderdeel van de Routekaart voor de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed. Deze routekaart wordt apart van dit ambitiepakket nog gedeeld met de raad. Maatschappelijke voorzieningen die niet van de gemeente huren betreffen bijvoorbeeld zorginstellingen, kerken en buitensportverenigingen met eigen kantines. De meeste panden van culturele en welzijnsinstellingen en ook de binnensport zijn in eigendom van de gemeente. De raad heeft via een motie ('Energie besparing voor verenigingen en stichtingen (maatschappelijke organisaties' dd 11 nov 22) opgeroepen om te komen met een onderzoek naar een regeling hiervoor. De raad ontvangt voor de PPN-behandeling separaat een raadsbrief in relatie tot de eerder ingediende motie hierover Op hoofdlijnen is het mogelijk om de collectiviteit voor alle maatschappelijke voorzieningen te bevorderen. Zodat ze samen kennis kunnen delen, plannen kunnen ontwikkelen en eventueel rijkssubsidie kunnen aanvragen.
Voor maatschappelijke instellingen met een eigen pand en met (substantiële) subsidie van de gemeente voor hun activiteiten is het denkbaar een verordening op te stellen waarbij de onrendabele top door de gemeente wordt gesubsidieerd. De benodigde middelen zijn lastig te schatten. Op basis van ervaringen van enkele andere gemeentes is een incidenteel bedrag van €2,5 miljoen vooralsnog passend. In het ‘+’pakket is een startmogelijkheid opgenomen om deze maatschappelijke voorzieningen, indien ze een eigen pand hebben, financieel tegemoet te komen in hun verduurzaming businesscase. In het ‘++” pakket is de mogelijkheid opgenomen om een groter bedrag hiervoor beschikbaar te stellen.
Onderdelen ambitiepakket (in mln per jaar) Eenmalig Maatschappelijke voorzieningen
Basis
Nood zakelijk
‘+’ pakket
‘++’ pakket
0,8
1,7
18
8
Verduurzamen werklocaties Wat doet de gemeente nu? In Zwolle bevinden zich 10.000 werklocaties, zoals horeca, winkels, kantoren, huisartsenpraktijken en natuurlijk de grote bedrijfsterreinen. De werklocaties met een grootverbruik aansluiting gebruiken meer energie dan de woningen en daarnaast hebben veel bedrijven een kleinverbruik aansluiting. Ten opzichte van het verduurzamen van woningen loopt onze inzet rondom werklocaties achter. Zowel de complexiteit van de zeer grote diversiteit in werklocaties als het landelijke bestuurlijke aandacht zijn hier debet aan. Er is nog onvoldoende zicht op de voortgang van de energietransitie bij bedrijven. Wettelijke verplichtingen In tegenstelling tot het verduurzamen van woningen kennen de werklocaties meer wettelijke verplichtingen. Ten eerste verplicht het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer bedrijven en instellingen’ om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht. De energiebesparingsplicht geldt voor locaties van bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) gebruiken. Ten tweede moet een kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een energielabel met een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar of een energielabel C of hoger.
Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het gebouw niet meer als kantoor worden gebruikt. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012. Ontwikkeling Smart energy hub Hessenpoort Het bedrijventerrein Hessenpoort is een van de eerste bedrijventerreinen dat te maken kreeg met netcongestie. Hierdoor worden bedrijven belemmerd in het verduurzamen van hun gebouwen en bedrijfsprocessen. Met de ontwikkeling van de Smart Energy Hub (SEH) werken private en publieke partijen samen aan een collectieve oplossing. Dit is een landelijk pilotproject waarin onderzocht wordt hoe een SEH kan zorgen voor een optimaal gebruik van de energie infrastructuur. De kennis die wordt opgedaan bij de ontwikkeling van de SEH Hessenpoort wordt ook gebruikt voor andere bedrijventerreinen. Meerjaren verduurzamingsplannen (MJVP's) We ondersteunen bedrijven met het uitvoeren van een meerjaren verduurzamingsplan. Met dit plan krijgen bedrijven inzicht in het huidige energieverbruik, welke energiemaatregelen tegen welke kosten en opbrengsten wanneer kunnen worden genomen en hoe het toekomstig energieprofiel en verbruik eruit komt te zien. Het toekomstig energieprofiel en energieverbruik helpt bij de ontwikkeling van de SEH op een bedrijventerrein.
Wat kan de gemeente extra doen? 19
Evenals bij het verduurzamen van woningen is een meer actieve rol en inzet mogelijk, dat moet stadsbreed en geografisch gestimuleerd worden, maar dat wil niet zeggen dat het bedrijfsleven er niet al mee bezig is. Ook hier zijn diverse invalshoeken te overwegen om een keus te maken welke maatregelen wel of niet in het ‘+’pakket of ‘++’pakket worden opgenomen. Invalshoek 1 CO2-reductie a. Veel (grotere) bedrijven met een bijpassende CO2-uitstoot (hoge temperaturen, veel transport) zijn actief bezig met verduurzamen, vanwege de netcongestie en de hoge energiekosten. Bedrijfscontinuïteit en bestaanszekerheid zijn belangrijke drijfveren. Deze bedrijven kennen lange termijn kapitaalintensieve investeringen, waarbij met zeer hoge temperaturen gewerkt? wordt. Deze bedrijven willen graag met de gemeente een lange termijnstrategie uitwerken. Dat kan via de opgave ‘Toekomstbestendige bedrijventerreinen. De bedrijven constateren dat er meer mogelijk is. Dat vraagt meer collectiviteit van de bedrijven. Deze collectiviteit is nodig, en moet gestimuleerd worden. Vooral de grotere bedrijven vragen de gemeente expliciet om te sturen op deze collectiviteit. Analoog aan onze ondersteunende en richtinggevende rol bij het ontstaan van bewonerscollectieven kan dit een impuls gebruiken. b. Veel bedrijven hebben al zonnepanelen, tegelijkertijd is er nog veel ruimte.
Zeker als bedrijven hun opwek zelf gebruiken en het netwerk niet belasten. Invalshoek 2: geografisch a. In 2023 zijn de bedrijven op Marslanden en Hessenpoort in de gelegenheid gesteld ‘Meerjarige verduurzamingsplannen’ af te nemen met als perspectief dat bedrijven inzicht krijgen in het huidige en toekomstige energieprofiel van het bedrijf. Het collectief aan deze bedrijfsprofielen geeft een beeld van de totale behoefte aan duurzame energie en de daarbij behoren infrastructuur. Samenwerking in de ontwikkeling van een Smart energy hub per bedrijventerrein is hierin noodzakelijk. b. Meer gebonden aan specifieke gebieden zijn er mogelijkheden voor het opstellen van een bedrijventerreinuitvoeringsplan (BUP) Voorst en Marslanden, inclusief Smart Energy Hubs. De SEH Hessenpoort zal verder uitgebouwd worden en een onderdeel zijn van integraal regionaal energiesysteem Zwolle Noord. Het regionaal optimaliseren van de energieopwekking, opslag en verbruik. Hierdoor ontstaat een autonomer energiesysteem in Zwolle dat minder afhankelijk is van de netinfrastructuur. Voor het bedrijventerrein Berkum, Oosterenk, Vrolijkheid sluiten we aan bij de toekomstbestendige bedrijventerreinen aanpak, zodat er een grotere organisatiegraad ontstaat op het bedrijventerrein, die ons ook helpt in de energietransitie. c.
In onze prioritaire wijken bevinden zich ook veel werklocaties, van winkelcentra tot de huisarts etc. Daarmee volgen deze bedrijven het warmteprogramma en het ritme waarin deze wijken de komende jaren van het gas afgaan. De benodigde inzet hiervoor is onderdeel van het uitvoeren van het warmteprogramma. . Invalshoek 3: doelgroepbenadering.
20
De horeca, leisure, winkels kantoren, bedrijven, maatschappelijke voorzieningen etc kennen per groep enige overeenkomsten en ook een bepaalde mate van georganiseerde verbondenheid. Het is mogelijk om per groep de collectiviteit aan te wakkeren en van daaruit te werken aan oplossingen. De diversiteit bij bedrijven en kantoren is in Zwolle erg groot en deze liggen zijn ook veel geografisch verspreid. Een doelgroepen benadering voor horeca, winkels en leisure past beter. Invalshoek 4. Gebouwaanpak In de gemeente Zwolle staan relatief veel gebouwen die in gebruik zijn als loods/werkruimte/opslag met een relatief klein kantoor erin. Het (collectief) organiseren van gevelisolatie wordt gezamenlijk met bedrijven opgepakt. Gemeente Zwolle onderzoekt of de welstandsregels aangepast of verlicht kunnen worden om isolatie aan de buitenkant van gebouwen mogelijk te maken. Een dergelijke isolatie aanpak sluit aan op de huidige isolatie aanpak die bij woningen wordt gebruikt. Invalshoek 5. Veranderingsstrategie Keuzes om aan te sluiten daar waar de dynamiek ontstaat zijn: a. Het upscalen van Smart Energy Hubs. Eind 2024 zal hiertoe een plan ter besluitvorming worden voorgelegd. Dan is er ook meer ervaring opgedaan met de ontwikkeling van de SEH op Hessenpoort en inzicht in de mogelijke juridische aanpassingen om SEH’s op grotere schaal op te zetten. b.
Bij stadsbreed denken we aan de beweging om bedrijfslaadpalen te ontsluiten door het creëren van collectieve laadpleinen. c. Als gemeente een rol spelen bij het ontsluiten van kennis en aanpak van individuele bedrijven naar meer bedrijven. (bijv. koelen in combinatie met zonnepanelen). d. Ook het uitbreiden van het energieloket voor bedrijven en instellingen is een mogelijkheid. Nu richt het energieloket zich met name op het verduurzamen van het gebouw. Dit kan worden uitgebreid met kennis en informatie over laadinfrastructuur, verduurzaming processen en netcongestie. e. Tot slot kan ook de handhavende kant van de gemeente een impuls krijgen in relatie tot toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht voor bedrijven en de label C verplichting voor kantoren. Daarbij hoort ook het vergroten van de capaciteit van de omgevingsdienst voor Zwolle. Waar liggen onze prioriteiten Vanuit de invalshoeken dienen zich keuzes aan met hun voor- en nadelen. Het ontwikkelen en implementeren van welke keuze dan ook kost geld. En hoe meer mogelijkheden we
willen oppakken hoe meer geld het kost. Om te komen tot een goede prioritering is bij de verschillende invalshoeken bepaald hoe deze zich verhouden tot de richtinggevende uitgangspunten. Daarnaast is ook netcongestie meegenomen in de afweging. De prioriteit ligt bij de 4 bedrijventerrein van Zwolle, omdat deze geografisch zijn afgebakend met logischerwijs veel geclusterde bedrijven. Deze kennen een hoog energieverbruik en daarmee CO2 uitstoot en zijn (relatief) goed georganiseerd in vergelijking tot andere doelgroepen. 21
Het ‘+’ pakket is als volgt onderbouwd: a. Bedrijventerreinuitvoeringsplan Voorst Het bedrijventerrein Voorst vormt geografisch een eenheid en is het bedrijventerrein met de hoogste CO2 uitstoot. Daarnaast kent het bedrijventerrein een betere organisatiegraad, waardoor een collectieve aanpak voor een bedrijvenuitvoeringsplan mogelijk is. Ook kent het gebied meervoudige uitdagingen om toekomst bestendig te worden. Het omgaan met netcongestie door bedrijven zorgt voor een direct belang, die verbindend werkt en tegelijk als vliegwiel dient. b. Aanpak standaardhallen met klein kantoor, inclusief een meer handhavende rol van de omgevingsdienst. Met name op de 4 bedrijventerreinen staan veel bedrijfshallen met een klein kantoor. Door een standaard aanpak voor dit segment bedrijven te ontwikkelen kan een grote doelgroep worden behaald. Afhankelijk van het energieverbruik vallen deze bedrijven ook energiebesparingsplicht waar de omgevingsdienst op kan toezien en handhaven. c. Uitbreiding SEH naar elk bedrijventerrein. De ontwikkeling van de Smart Energy Hub wordt gezien als een essentiële schakel om voortgang te houden in de energietransitie op bedrijventerreinen. Het doel van een Smart Energy Hub is het efficiënter gebruiken van de energie infrastructuur waardoor energiestromen beter gestuurd worden en meer bedrijven toch verduurzamingsmaatregelen kunnen nemen.
In de ontwikkeling van de Smart Energy Hub wordt samengewerkt tussen verschillende publieke en private partijen. De benodigde (collectieve) laadinfrastructuur op het bedrijventerrein wordt hierin ook meegenomen. Het ‘++’ pakket is als volgt onderbouwd: d. Het Soortenmanagementenplan, waarmee verduurzaming binnen de wet natuurbeheer vergemakkelijkt wordt, kan uitgebreid worden naar ook de bedrijfsterreinen. Dit versnelt en verbreed de verduurzamingsmogelijkheden. e. Zon op dak stimuleren, In Zwolle liggen nog veel daken die geschikt zijn voor zonnepanelen. Ondanks de vele belemmeringen om zon op dak te realiseren, zoals netcongestie en draagkracht van het dak, zijn er mogelijkheden om zon op dak aan te jagen. Bedrijven kennen deze mogelijkheden niet altijd. Daarnaast kan de ontwikkeling van de Smart Energy Hub op bedrijventerreinen ruimte bieden voor het realiseren van zon op dak.
Onderdelen ambitiepakket (in mln per jaar)
Basis
Nood zakelijk
‘+’ pakket
‘++’ pakket
0,3
0,4
Bedrijven Werklocaties
9
Opwek en infrastructuur De afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen betekent ook het opwekken en transporteren van andere vormen van energie. De infrastructuur voor energie wordt op dit moment in de gemeente separaat, reactief, per wijk/gebied en los van elkaar bezien. 22
Er is behoefte ontstaan aan zowel een visie op langere termijn als het gestructureerd en actief omgaan met vraagstukken in het hier en nu. Langere termijn visie Het Rijk heeft in 2023 het Nationaal Plan Energiesysteem vastgesteld, gericht op de belangrijkste energiebronnen en de bijbehorende landelijke hoofdinfrastructuur. Deze ontwikkeling vraagt de komende decennia om grote keuzes en investeringen in het energiesysteem die van groot belang zijn voor diverse maatschappelijke opgaven, inclusief de energietransitie zelf. De provincie is begonnen met een energievisie infrastructuur en wil haar provinciale MIEK (Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) bijstellen. Deze laatste heeft een formeel adviserende rol richting de netwerkbeheerders. Op de langere termijn is Zwolle gebaat bij een goede energie infrastructuur, zodat Zwolle op termijn beschikt over meerdere soorten van energie en bijbehorende infrastructuur en opslag, tot in de haarvaten van de stad. Dat vraagt het ontwikkelen van een lange termijnvisie op het Zwolse energiesysteem, behulpzaam bij onze ruimtelijke sturing.
Inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod van verschillende vormen van energie biedt de basis om samen met partners het energiesysteem daar waar nodig op aanpassen of ervoor zorgen dat de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving aansluiten op het energiesysteem, lokaal, regionaal en landelijk. De benodigde middelen bedragen €100.000,-. Grootschalige opwek elektriciteit Onze verwachtingen met betrekking tot de opwek van duurzame energie door middelen van wind en zon heeft de gemeente in de Regionale Energiestrategie vertaald. Het Zwols bestuur heeft in het voorjaar 2024 middels programmeringsafspraken met de provincie de ambitie uitgesproken om waar mogelijk regie te houden op de opwek van grootschalige windenergie. We constateren wel dat het druk is in het gebied waarin de opgave tot 2030 wordt voorzien, in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen en de afstemming met meerdere gemeentes en de provincie. De inwoners ervaren dat zeker zo. Dat vraagt meer dan voorheen om ruimtelijke inpassing en intensievere begeleiding vanuit de gemeente. Zowel ruimtelijk, maar zeker ook om lokale initiatiefnemers een zo groot mogelijk kans te geven om windmolens te kunnen ontwikkelen. Dat vraagt additionele middelen ad €100.000,- als onderdeel van het '+’ pakket.
Overige opwek Daarnaast bevinden zich op Zwols grondgebied nog diverse mogelijkheden om meer duurzame energie te produceren, zoals oppervlaktewater en rioolwater. Een recent onderzoek naar warmte uit kunstgrasvelden bleek succesvol. Dit heeft vaak de status “eerste onderzoek”. In het pakket ‘noodzakelijk’ wordt voorzien in eerste tranche van middelen: voor het begeleiden van een ontwikkeling van een groene gasinstallatie en het pro-actief begeleiden van de ontwikkeling van waterstof. In het ‘+’ pakket wordt een eerste intensivering als mogelijkheid aangeboden, waarbij het gaat om de vraag of en hoe de gemeente lokaal opgewekte energie (groen gas, waterstof elektriciteit) wil afnemen en doorverkopen via een energiebedrijf. 23
In het '++' pakket wordt aandacht besteed aan andere mogelijkheden. Het is mogelijk om thermische energie uit rioolwater te halen, energie uit kunstgrasvelden, ondiepe geothermie in andere wijken te onderzoeken, wegen te overkappen met zonnepanelen, gekoppeld aan een WKO. Opslag heeft nadrukkelijk aandacht nodig. Zo kan batterij opslag leiden tot systeem innovaties op schaalniveau huis/buurt/wijk/stad/landelijk. In pakket ‘noodzakelijk’ is hiertoe €100.000,- opgenomen voor een beperkte en nodige inzet. We willen meer regie ontwikkelen op de ontwikkeling van deze bronnen-opslagtransport-gebruik. Daarvoor is aanvullend €100.000,- opgenomen in het '+’ pakket. Of het al dan niet gewenst is om ook positie in te nemen als bijvoorbeeld mede-eigenaar is situationeel te bepalen. In het ‘++’pakket is daarvoor aanvullend €200.000,opgenomen.
Netcongestie Het omgaan met netcongestie (elektriciteit) vraagt veel aandacht zoals verwoord in de informatie die de raad in mei 2024 heeft ontvangen. Als er sprake is van een elektriciteitsvraag en/of -aanbod die hoger is dan de transportcapaciteit resulteert dit in file op het elektriciteitsnet, ofwel ‘netcongestie’. Netcongestie bestaat voor zowel de afname als de invoeding van stroom. In Zwolle is al vanaf 2020 sprake van netcongestie op het gebied van invoeding. Dit betekent dat er geen nieuwe aansluitmogelijkheden zijn voor grote zonopstellingen en windparken. Sinds 1 jaar is er ook sprake van congestie voor afname voor grootgebruikers. Onze beoogde aanpak richt zich op 3 sporen: verzwaren, verdelen en verslimmen. De belangrijkste manier om netcongestie tegen te gaan is het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Dit gaat om investeringen in het laag- en middenspanningsnetwerk van Enexis en het hoogspanningsnetwerk van TenneT. De investeringen van beide netwerkbeheerders doen we in goede samenwerking. We faciliteren de nutsvoorzieningen zo nodig met vergunningen en bestemmingsplan/omgevingsplan, kijken waar we eigen grond kunnen inbrengen en borgen de ruimtelijke kwaliteit met een ruimtelijk inpassingskader. Alles is erop gericht om snelheid te houden in de verzwaringsopgave en deze daar te realiseren op het moment dat dit noodzakelijk is.
De vraag naar aansluitcapaciteit is groter dan het aanbod en dit gat gaat, ondanks de inspanningen om het netwerk te verzwaren, toenemen de komende tijd. Op dit moment geldt dat de netwerkbeheerder wettelijk nog werkt met het principe first come, first serve. De Autoriteit Consument en Markt is bezig om hier verandering in aan te brengen. De voorgestelde prioritering van aansluitingen houdt in dat sturing plaats kan gaan vinden op welke aanvragen voorrang gaan krijgen. We bepalen op basis van input van Enexis (spanningsklachten, voorziene netproblemen) welke buurten aangepakt worden. En we willen extra inzetten op overzicht over vraag en aanbod van elektriciteit en voorziene problemen bij inwoners en bedrijven en bij lopende projecten. Verslimmen gaat over het slimmer gebruik maken van bestaande capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. Hiervoor hebben we al enige ervaring opgedaan met de 24