1.3 PSBijlage 4 gebiedseigen perspectieven
Tekst van het document
Tukkers zijn een eeuwenoude stam, misschien wel de oudst levende stam van Europa. Ze stammen af van de Tuihanti, ook wel Tubanti. Een nomadisch volk dat leefde langs de huidige Nederlands-Duitse grens. Al in het jaar 14 worden ze door de Romeinse historicus Tacitus beschreven. Een volk dat leefde in en met de natuur. De nuchterheid en eigenzinnigheid vindt daar zijn oorsprong. En de Twentse bescheidenheid is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom zij, anders dan alle andere stammen, overleefden. Overal werd gevochten en oorlogen gevoerd, maar …Wie bemeu’j t’r os nicht met. De paasvuren, midwinterhoornblazen en de geveltekens, allemaal historische erfenissen van een rijke geschiedenis (uit: Perspectief Vrijetijdseconomie Twente).
De Twentse stuwwallen en de vele beken, die vanaf de stuwwallen richting de Dinkel en de Regge stromen en die beide weer uitmonden in de Vecht, zijn kenmerkend voor het landschap en voor het watersysteem. Ze waren van oudsher sturend voor ontwikkelingen in Twente. De hoogteverschillen in Twente zijn grotendeels in de voorlaatste ijstijd ontstaan. Gletsjers zorgden hier voor opstuwing van zand, klei en grind tot een lange en brede stuwwal, waarbij de stuwwal van Oldenzaal en die van Ootmarsum oorspronkelijk aan elkaar hebben gezeten. Een nieuwe gletsjer breekt door deze stuwwallen heen en zorgt ervoor dat ze van elkaar worden gescheiden. Op de plaats waar de stuwwal is weggeschoven ontstond een moeras met bijzondere natuur dat we nog steeds kennen; het Agelerbroek en Voltherboek.
Aan de westzijde van de stuwwallen stromen de beken naar de Regge. In het Reggedal heeft de mens al sinds de prehistorie sporen in het landschap achtergelaten, zoals grafheuvels, nederzettingen en karrensporen. In de loop der eeuwen hebben de inwoners het gebied steeds meer naar hun hand gezet door ontginningen, nieuwe landbouwmethoden, landgoederen en ruilverkavelingen. Aan de oostzijde van de stuwwallen lopen beekjes richting de Dinkel, die ook water krijgen vanaf de hoogten rond Baumberge en de Bentheimerberg. Onderweg stroomt de Dinkel door een kleinschalig Twents cultuurlandschap met oude boerderijen, houtwallen en hooilanden, voordat hij ten noordoosten van Ootmarsum opnieuw de landsgrens passeert en bij het Duitse Neuenhaus uitstroomt in de Vecht. Langs de rivier liggen talloze cultuurhistorische relicten, waaronder het middeleeuwse Huis te Breckelenkamp, landgoed Singraven en het stuifzandgebied Lutterzand. In het laaggelegen gebied ten westen van de stuwwal van Ootmarsum en ten noorden van het huidige Almelo ontwikkelde zich na de laatste ijstijd hoogveen. Dit hoogveen maakte deel uit van een groot complex dat zich uitstrekte tot aan de Vecht en doorliep in Duitsland. In dit hoogveengebied bleef de invloed van de mens tot in de negentiende eeuw beperkt tot het weiden van schapen, boekweitbrandcultuur en kleinschalige turfwinning voor eigen gebruik.
Tussen 1850 en 1950 werden de Engbertsdijksvenen ontgonnen en ontstond het huidige landschap met kanalen en wijken, zoals het Veenkanaal en de Vriezenveenschewijk, langgerekte dorpen en de opstrekkende verkaveling. Na de vervening is het gebied rationeel verkaveld en als landbouwgrond in gebruik genomen. In dit uitgestrekte grootschalige agrarische landschap ligt Engbertsdijksvenen als een eiland dat herinnert aan het uitgestrekte hoogveenlandschap dat hier ooit was. Spons van het oosten Om wateroverlast te voorkomen en ten behoeve van de landbouw is het watersysteem er inmiddels op ingericht om overtollig water zo snel mogelijk af te voeren. Zo is op veel plaatsen in Twente het microreliëf geëgaliseerd en zijn veel beken de laatste decennia verdiept en
rechtgetrokken. Dit is één van de oorzaken van het watertekort, zoals we dat de afgelopen droge zomers hebben meegemaakt. Beken vallen droog, oogsten vallen tegen, bomen en planten verdrogen en er is schade voor industrie, scheepvaart en aan woningen. De verdroging is ook merkbaar aan de steeds verdere uitzakking van het grondwaterpeil in de zomer, hierdoor wordt de mogelijkheid om robuust drinkwater te winnen steeds schaarser in Twente. Een robuust water- en bodemsysteem bedient de functies die we belangrijk vinden in Overijssel: natuur, landbouw, drinkwatervoorziening en industrie. Om het water- en bodemsysteem weerbaar te maken en de waterbeschikbaarheid en de kwaliteit van het water te verbeteren zijn maatregelen nodig. Hoog in het systeem kan door herstel van het microreliëf water worden opgevangen en infiltreren in de bodem. De hoge zandgronden op de stuwwal functioneren als een spons, waar tot in de haarvaten van het systeem het water zo lang mogelijk wordt vastgehouden. Op de flanken van de stuwwallen zetten beheerders van natuurgebieden, landgoedeigenaren en waterbeheerders zich hiervoor in met het programma Haarvaten op peil. In ondiepe, brede en boomrijke beekdalen krijgt het water weer de ruimte, waardoor de afvoer wordt vertraagd en de grondwaterstand wordt verhoogd.
In de winter staan de dalen vol water, ’s zomers slingert de beek door een zomerbedding en is er door de hogere grondwaterstand op de meeste plaatsen voldoende water voor natuur en landbouw. Zo werkt Landgoed Het Lankheet met zogenaamde vloeiweiden, een eeuwenoud en ingenieus systeem van sloten en sluizen om de hooilanden van water te voorzien. De groenblauwe beekdalen zijn bovendien belangrijke verbindingen voor planten en dieren en aantrekkelijke routes voor inwoners, toeristen en recreanten. In Twente combineren de Boeren voor Drinkwater het verminderen van de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen met een verbeterd economisch bedrijfsresultaat. Daarnaast wordt onderzocht of op de Sallandse Heuvelrug op een innovatieve wijze extra drinkwater gewonnen kan worden. Met Panorama Waterland wil men voorkomen dat het water afstroomt via de Sallandse weteringen, zodat dit water als drinkwater gebruikt kan worden.
Cultuur en natuur in een aantrekkelijk coulisselandschap Twente kent veel bijzondere natuurgebieden. Denk aan de stroomdalgraslanden in het Dinkeldal met de zeldzame Steenanjer of het hoogveen van het Wierdense Veld. Aan de Buurserbeek liggen het Haaksbergerveen en het Buurserzand, één van de weinige gebieden waar de vlinder het gentiaanblauwtje leeft. Maar ook het Springendal Dal van de Mosbeek met onder andere kalkmoeras, trilveenvegetaties, droge en vochtige heiden, maar ook de prehistorische grafheuvels en raatakkers en de twee grote, perfect ronde Cirkels van Jannink als een kunstwerk midden in het landschap. We werken aan een robuust samenhangend netwerk waar deze natuurgebieden onderdeel van zijn en dat heel Twente omspant. Tussen deze verschillende natuurgebieden vormt de groenblauwe dooradering met beekdalen, bossen, houtwallen en wegbeplanting een fijnmazig netwerk dat het landelijk gebied van Twente maakt tot een regio met grote natuurwaarden. Dit prachtige, kleinschalige landschap met daarnaast ook landgoederen, watermolens, authentieke dorpen en bruisende steden biedt volop kansen voor toerisme en recreatie. Het heuvelachtige Noordoost Twente is ook niet voor niets een Nationaal Landschap. Via een uitgebreid netwerk aan routes kunnen wandelaars, fietsers, MTB’ers en ruiters de regio doorkruisen.
Zo kun je prachtig wandelen of fietsen langs de verschillende kastelen rondom Diepenheim en Goor. De kastelen bestonden al in de twaalfde eeuw en controleerden de grote moerassen aan de voet van de stuwwallen van Markelo. Vanaf de veertiende eeuw worden vanuit deze machtscentra nieuwe kastelen in de regio gesticht. Vanuit de middeleeuwse boerensamenleving ontstaan de stad Delden en het uitgestrekte landgoed Twickel. Het is met name het landgoed dat voorkomt dat na de Tweede Wereldoorlog het middeleeuwse landschap rondom Delden verdwijnt. Tegenwoordig zien we de overblijfselen van deze middeleeuwse verdedigingsposten in de vorm van grote landgoederen en buitenplaatsen in het verder kleinschalige Twentse landschap.
Twents boerenverstand In Twente hebben agrarische familiebedrijven een sterke binding met de ‘oale groond’, die vaak al vele generaties in eigendom is. Boeren zijn hier onlosmakelijk verbonden met het landschap, zij werkten met de natuurlijke omstandigheden en gaven zo het landschap vorm. Vanaf de middeleeuwen werden bijvoorbeeld al boerderijen gebouwd op de hogere dekzandkopjes rond Ypelo, Enter en Zeldam te midden van de natte broekgebieden. Deze boerderijen en hun akkers liggen nog altijd als kleine eilandjes in het landschap. De kwaliteit van vele natuurgebieden in Twente staat onder druk, ook is de waterkwaliteit niet in orde en zijn er tijdens droge perioden watertekorten. Boeren zullen in hun bedrijfsvoering rekening moeten houden met opgaven ten aanzien van waterkwaliteit en kwantiteit, klimaat en natuur. Er is een uitgesproken wens om landbouw en natuur meer in balans te krijgen met een belangrijke rol voor boeren in het beheer met bijbehorende vergoedingen voor de geleverde ecosysteemdiensten. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de tientallen boeren die onder de naam Boerencoöperatie Agrarisch Terreinbeheer Wierden (CATB) samen natuurgebieden gaan beheren, de biodiversiteit versterken, helpen met opwekken van duurzame energie en uiteraard ook voedsel produceren. Wel tegen een eerlijke vergoeding.
Een aantal landgoederen rond Diepenheim en ook Twickel zijn in gesprek met hun pachters en onderzoeken samen hoe zij kunnen bijdragen aan de verschillende klimaat- water en natuuropgaven. Ook wordt er gekeken naar andere teelten. Zo werkt de Twentse Bouwboeren aan het opzetten van een duurzame en eerlijke keten van land naar pand. Het telen, verwerken en toepassen van biovezels biedt niet alleen een nieuw economische perspectief, het draagt ook bij aan het verbeteren van de water- en bodemkwaliteit én aan de grote bouwen renovatieopgave in Twente. De intentieverklaring is ondertekend door ruim 30 partijen vanuit de hele keten, van agrariërs tot bouwers en van gemeenten tot terrein beherende organisaties. Door gebruik te maken van haar innovatiekracht en kennis wil Twente meer dan gemiddeld in Nederland bijdragen aan de verduurzaming van de landbouw die door verbrede bedrijfsvoering maatschappelijke doelen
realiseert als water vasthouden, verbeteren van de waterkwaliteit, vergroten van biodiversiteit en het onderhoud van het landschap. Zo innoveert en experimenteert De Land Bouwers, een samenwerking van overheden, onderzoek- en onderwijsinstellingen en ondernemers in de agro & food sector, volop. In verschillende proeftuinen worden nieuwe oplossingen en technieken op het gebied van regionale voedselproductieketen, landbouw en maatschappij, meerwaarde biomassa en klimaat, bodemgezondheid en water onderzocht. Knappe koppen en gouden handen Wie Twente zegt, zegt techniek. In Twente weet men als geen ander hoe techniek de economie en samenleving kan veranderen. De industriële revolutie, met voornamelijk de textiel- en metaalindustrie, bracht Twente economische groei, nieuw werk en inkomsten. Naast fabriekshallen en spoorverbindingen bouwden de textielfabrikanten grote landgoederen en tuindorpen en lieten ze parken aanleggen. Techniek zit in het Twentse DNA en brengt ook vandaag de dag voorspoed en welvaart. Dit maakt dat de Twentse knappe koppen en gouden handen voorbereid zijn op de toekomst. Zo spelen Universiteit Twente, Saxion Hogeschool, ROC van Twente en de ondernemers soepel in op maatschappelijke ontwikkelingen. Twente profileert zichzelf als de groene technologische topregio met innovatieve bedrijven en een stevige MKB-maakindustrie, onder andere in de bouw- en infra.
Mede als spin-off van de Universiteit Twente wordt de Twentse economie gekenmerkt door toonaangevende hightech en med-tech bedrijven en IT-sector. Een mooi voorbeeld daarvan is de innovatiecampus High Tech Systems Park (HTSP) op het voormalige Thales-terrein in Hengelo waar scale-ups en volwassen ondernemingen in fieldlabs samenwerken aan open innovaties. Of denk aan Technology Base Twente op de voormalige Vliegbasis Twente met diverse faciliteiten voor het testen en trainen van bemande én onbemande luchtvaartsystemen en innovaties op het gebied van safety & security.
Naast de agrarische sector is de vrijetijdseconomie dan ook belangrijk voor met name de landelijke gemeenten. Zo zijn Nijverdal, Hellendoorn en Holten door hun ligging op de flanken van de Sallandse Heuvelrug een uitstekende uitvalsbasis voor de vele toeristen die hier komen wandelen, fietsen, mountainbiken of kanoën. Verder heeft Twente een aantal bodemschatten, waaronder steen, gas en zout. Dit laatste vind je met name in het gebied tussen Hengelo, Enschede en Boekelo en hier vind je dan ook de kenmerkende houten boortorens en zouthuisjes. De Twentse stedenband / regio Twente Met de Regionale Stedelijke Investeringsagenda (RSIA) willen de gemeenten Almelo, Hengelo en Enschede en de provincie de potentie van de Twentse steden optimaal benutten en daarmee een bijdrage leveren aan de grote opgaven waar we voor staan. In het netwerk van Europese economische topregio’s is Twente een krachtig vliegwiel. De technologische topinnovaties worden niet alleen bedacht, maar ook gerealiseerd. Het versterken van de economische kracht van de groene technologische topregio gaat samen met de verdichting rondom spoorzones, de verbetering van de energie-infrastructuur, het watersysteem en de ecologische en landschappelijke kwaliteiten.
De ligging bovenop, op de flank of onderaan de stuwwal is bepalend voor de wateropgave en daarmee ook de oplossing, waardoor verschillende woon- en werkmilieus ontstaan. Zo wordt gewerkt aan een nieuw type stad die de vijfde stad van Nederland moet worden met 420.000 inwoners en een grote aantrekkingskracht op talent. In Almelo, Hengelo en Enschede wordt onder andere ingezet op hoogstedelijke gebieden rondom de belangrijkste stations met een bruisende en compacte mix van wonen, werken en voorzieningen. Sleutel voor succes is groen en openbare ruimte van hoge kwaliteit, zoals het Kristalbad tussen Hengelo en Enschede, en een goed geprogrammeerde begane grond. Samen vormen ze plekken van ontmoeting.
Goed verbonden De strategische ligging van Twente op Europese schaal valt meteen op. De A1 corridor is onderdeel van de internationale oost-west verbinding tussen de Randstad en de stedelijke knooppunten in Duitsland en het Europese achterland. Door de ontwikkeling van de Corridor Zwolle Twente - Münster wordt dit nog verder verbeterd en kunnen bedrijfsleven en onderwijs nieuwe duurzame innovaties doen. De Twentekanalen en de snel- en spoorwegen vormen samen een belangrijk netwerk voor de logistieke bedrijvigheid. Zo maakt de ligging aan de A1 corridor Twente voor veel logistieke distributiecentra een belangrijke schakel naar Noord- en Oost-Europa. Zo zijn de havens van Hengelo en Almelo belangrijke multimodale schakels in dit netwerk en is het XL Businesspark bij Almelo een locatie voor grootschalige logistieke bedrijvigheid. De Twentekanalen geven het gebied een sterke positie op de nationale vaarroute voor de binnenvaart in verbinding met mainport Rotterdam. Langs de A35 worden rond de knooppunten windmolens geplaatst om duurzame energie voor de regio op te wekken, dicht bij de gebruikers en het netwerk. Samen met het cluster windturbines net ten noorden van Almelo wordt een flinke bijdrage geleverd aan de Twentse energietransitie. Twente oriënteert zich niet alleen op het westen, maar zoekt ook uitdrukkelijk de samenwerking met Duitsland.
Zo werken Enschede, Hengelo en Almelo als ‘Netwerkstad Twente’ samen met de Duitse steden Münster en Osnabrück in de samenwerkingsagenda MONT. Deze samenwerking kenmerkt zich niet alleen door wederzijds informeren en leren van elkaar, maar ook door een intensieve inzet op een sterke positionering in het Europa van de regio’s en een gezamenlijke aanpak van sociale en economische uitdagingen in de regio. Eenheid in verscheidenheid De Tukkers zijn trots op hun regio en naar buiten toe vormen ze een blok, maar wie beter kijkt, ziet grote verschillen. De 14 gemeenten hebben elk hun eigen geschiedenis en verhalen. Deze verschillen zijn ontstaan door de ligging en de natuurlijke omstandigheden. Zo staat Overdinkel, vlak bij de Duitse grens, bekend als smokkeldorp, waar
later veel forenzen uit textielindustrie woonden. Het gezellige, bourgondische Oldenzaal is een prachtige stad, waar stukje voor stukje het Singelpark rondom het centrum wordt aangelegd. In deze Hanzestad is het credo: leven en laten leven. Voor de jeugd zijn Dancing Bruins in Saasveld en Dieka in Markelo bekende uitgaansplekken. Het industriële erfgoed van de textiel- en staalindustrie levert ook bijzondere woonmilieus op. Zo wordt in Goor het voormalige fabrieksterrein van de Twentse Stoomblekerij herontwikkeld. Op Stoom is een unieke combinatie van eigentijdse nieuwbouwwoningen, karakteristieke bedrijfsgebouwen en een groen stadspark aan de Regge. Een ander mooi voorbeeld is de herontwikkeling van het Hoge Dijkje in Nijverdal. Op dit 200 jaar oude fabrieksterrein van de Koninklijke Stoomweverij is Nijverdal in feite ontstaan en dat wordt getransformeerd naar een nieuwe groenblauwe woonwijk. Binnen de regio zijn de Tukkers toch vooral inwoner van een stad of dorp en voor de dagelijkse boodschappen blijven ze vaak binnen hun eigen gemeente. Denk daarbij aan de grotere kernen zoals Haaksbergen, Wierden, Tubbergen, Denekamp, Losser, Nijverdal of Rijssen. De niet-dagelijkse boodschappen worden vooral in Almelo, Hengelo of Enschede gedaan.
Het grootste deel van het Twentse woonwerkverkeer beperkt zich tot de regio zelf of omliggende regio’s, zoals de Stedendriehoek en Regio Zwolle. Dit is vooral eenrichtingsverkeer: werken in de stad en wonen op het rustige en groene platteland. Het contrast tussen de dynamische steden en het aantrekkelijke buitengebied is een grote kwaliteit en biedt volop kansen.