CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1.3 PSBijlage 4 gebiedseigen perspectieven

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept provinciale omgevingsvisie11.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gebiedseigen perspectieven voor vier windstreken in Overijssel Vier windstreken Onze visie voor Overijssel is niet in heel Overijssel hetzelfde. Dit komt omdat de opgaven en doelen niet overal hetzelfde zijn, en ook omdat niet alle oplossingen op dezelfde manier mogelijk zijn. Dit komt door het ter plaatse aanwezige water- en bodemsysteem, maar ook omdat elk gebied zijn eigen kwaliteiten, cultureel erfgoed en identiteit kent waarmee we rekening willen houden. Voor de vier windstreken Salland, Noordwest Overijssel, Vechtdal en Twente is dit verhaal verder uitgewerkt en uitgeschreven in gebiedseigen perspectieven, bedoeld ter inspriratie. Daarbij is gebruik gemaakt van hetgeen we meekregen van onze partners tijdens de gebiedsdagen, inwonergesprekken en reacties op concept-stukken. We hebben daarin waar mogelijk ook aansluiting gezocht bij visies en gebiedsinitiatieven in de gebieden. De perspectieven geven een beeld van hoe de regio eruit kan komen te zien. We gaan uit van identiteit en kwaliteiten, de gemeenschappen en de tradities van de verschillende windstreken, zodat we op een gebiedseigen manier en in samenhang invulling kunnen geven aan de opgaven en uitdagingen die spelen. De uitgewerkte visies zijn geen blauwdruk, maar inspirerend en uitnodigend. We hopen dat onze partners en inwoners die samen met ons willen realiseren.

Salland

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Salland

Tussen de Sallandse Heuvelrug en de IJssel en tussen het Vechtdal en de A1 ligt Salland. Een agrarische regio met bossen, weteringen, weilanden, landgoederen, gezellige dorpen, de Hanzestad Deventer en de IJssel met haar uiterwaarden. Hier kan je in het voorjaar genieten van bloemrijke graslanden langs de weteringen en ‘s zomers van paarse heide op de Sallandse Heuvelrug. In augustus Stoppelhaene vieren in Raalte, in het najaar wandelen door de kleurrijke bossen van de landgoederen rond Deventer en met een beetje geluk in de winter schaatsen op de uiterwaarden van de IJssel. Sallanders vormen hechte gemeenschappen die samen veel voor elkaar krijgen. De Kracht van Salland is daar een mooi voorbeeld van. Een netwerk van vrijwilligers en organisaties die samen werken aan nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Wij Sallanders Salland kent veel parallellen met de Achterhoek en Twente, denk daarbij aan naoberschap, ‘niet lullen maar poetsen’ en hun trots en pioniersgeest. Sallanders zijn initiatiefrijk en ondernemend, maar ook zuinig op hun cultuur en erfgoed, bescheiden en open. De dorpen hebben een eigen identiteit en kennen veel saamhorigheid en draagkracht waardoor zij veel voor elkaar krijgen. Zo zijn er in Broekland en Luttenberg veel initiatieven op het gebied van recreatie en zijn andere buurtschappen bekend om de strijd om het hoogste Paasvuur.

Uniek voor Salland is de wil om samen te veranderen, men is dat gewend. Zo wordt in de toekomstvisie 2023- 2030 gesproken van modern noaberschap, waarbij oorspronkelijke Sallanders en nieuwe Sallanders, van jong tot oud, het (nieuwe) noaberschap samen vormgeven. Op basis van een open houding, leer je elkaar kennen en kun je elkaars verschillende talenten beter benutten. Veelzijdig water- en bodemsysteem Vanaf de Sallandse Heuvelrug stromen weteringen richting de IJssel. Daar buigen ze af naar het noorden en komen bij Zwolle uit in de stadsgracht en vervolgens in het Zwarte Water. De weteringen spelen

een belangrijke rol in de waterhuishouding van Salland. Vroeger lagen hier grote doorstroommoerassen, waarin water bleef staan en overstromingen vanuit de IJssel en de Zuiderzee nog meer water aanvoerden. Daar kwam verandering in toen dijken werden aangelegd, weteringen werden gegraven en de Sallanders het gebied naar hun hand zette. Zo konden ook de lage, natte gronden worden gebruikt voor de landbouw. De weteringen vormen nu en later een groenblauw netwerk waarin wateroverlast en overstromingen opgevangen en begeleid worden naar plaatsen waar het geen kwaad kan. Het schone water wordt hier vastgehouden voor droge tijden. Dit groenblauwe netwerk is gelijktijdig het ecologisch raamwerk waarlangs planten en dieren zich kunnen verplaatsen. De lager gelegen delen rondom de weteringen bieden kansen voor het aanleggen van groen, bos en recreatieve routes. Dit maakt het landschap aantrekkelijk en beleefbaar, verbetert de verbinding tussen stad en land en biedt recreatieve kansen. De IJssel is met haar rivierduinen, oeverwallen, kronkelwaarden en komgebieden een bijzondere aardkundige verschijning. Het IJsseldal werd al in prehistorie bewoond, maar het zijn vooral de middeleeuwse Hanzesteden en boerderijen die nu nog steeds herinneren aan haar glorieuze handelstijden.

De rivier heeft altijd een strategische functie gekend, zo blijkt uit de aanleg van verschillende IJssellinies door de eeuwen heen. De IJssel heeft twee gezichten, in de winter hoog water met overstroomde uiterwaarden en in de zomer (te) laag met foeragerende vogels, vee en recreanten. Door het veranderende klimaat worden de verschillen tussen hoog en laag water groter. De rivier is daarom een belangrijke buffer, zowel in natte als in droge tijden. Zo kan nu tijdens droge zomers nog water vanuit de IJssel ingelaten worden om bijvoorbeeld kwetsbare natuur en landbouw van water te voorzien. Deze mogelijkheid wordt in de toekomst steeds onzekerder. De IJssel is de blauwe slagader van de regio. De rivier verbindt, vermaakt en voedt de regio al eeuwenlang en is een belangrijke identiteitsdrager. De IJssel is een belangrijke verbinding voor de beroepsvaart, maar ook een aantrekkelijke recreatieve route

tussen de Hanzesteden van Arnhem tot Kampen. De bevaarbaarheid tijdens drogere zomers en de waterkwaliteit zijn grote uitdagingen. Aan dat laatste werken twintig organisaties samen met als uitdagend vergezicht een Drinkbare IJssel. De komende jaren wordt de dijk tussen Olst en Zwolle versterkt, zodat deze weer aan de veiligheidseisen voldoet. Bij Paddenpol wordt de dijk verlegd in plaats van versterkt, waardoor de rivier meer ruimte krijgt en de waterstand wordt verlaagd. Bij hoog water blijft het water langer staan, waardoor een natuurlijke waterbuffer ontstaat die in droge tijden water levert aan de natuur. Dit alles verbetert bovendien de waterkwaliteit en er ontstaat extra riviernatuur met natte graslanden. Rijk boerenland Salland is van oudsher een agrarische regio en de landbouw is vormend geweest voor het landschap, dat geldt ook voor de toekomst. Er is brede waardering voor het landschap en Sallanders zijn daar ook zuinig op. Daarnaast is het belangrijk dat boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun producten en de maatschappelijke diensten die zij leveren. Het credo is ‘Veur mekare en met mekare’ door in Salland niet af te wachten, maar de regie te pakken en gebiedsgericht aan de slag te gaan (uit De Kracht van Salland 2023 – 2030). Raalte is het hart van agrarisch Salland waar onder meer The Green East, het agro & food innovatiecentrum van de regio, gevestigd is.

Op de oostelijke zandgronden, rondom Raalte, is water vanuit de weteringen beschikbaar, hier is volop ruimte voor landbouw. Op deze gronden staat voedselproductie op de eerste plaats en daarom is het belangrijk dat de herontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing de boeren niet belemmert. In de toekomst zal de waterbeschikbaarheid mogelijk wel afnemen, daarom zijn er op dit gebied wel oplossingen en innovaties nodig. We zoeken daarbij naar een goede balans tussen natuur en een toekomstperspectief voor de landbouw. Een mooi voorbeeld hiervan is het Naboerschap Haarle, waar een aantal Haarlese boerenfamilies de handen ineen hebben geslagen en samen een visie hebben opgesteld. Zij werken gezamenlijk aan

financiële zekerheid voor de lange termijn, een positieve wisselwerking met de samenleving, keten- en marktpartijen en waarbij de omgeving en het landschap ecologisch in balans zijn. Boeren op de lager gelegen, nattere kleigronden, langs de IJssel, rond natuurgebieden en nabij Deventer en Zwolle verdienen hun geld niet alleen met het produceren van voedsel, waaronder streekproducten, maar ook met het bijdragen aan maatschappelijke doelen. Daarbij kun je denken aan het vasthouden van water, agrarisch natuurbeheer voor weidevogels, CO2 opslag in de bodem of door bosaanplant en het opwekken van duurzame energie. Daarnaast biedt de herontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing nieuwe kansen en verdienmodellen. Initiatieven van onderop werken hier al aan. Een mooi voorbeeld daarvan is Salland Loont, een netwerk dat de verduurzaming van het landelijk gebied verbindt met langjarige verdienmodellen voor boeren en grondeigenaren voor het leveren van maatschappelijke diensten. Er wordt ook gekeken naar de teelt van nieuwe gewassen. Een mooi initiatief is Biobased (ver)bouwen Salland, waar boeren, verwerkers, bouwers en opdrachtgevers de handen ineen hebben geslagen om biobased bouwmaterialen te verbouwen op Sallandse gronden en te verwerken in Sallandse woningen.

Zo kunnen de boeren een nieuw en duurzaam verdienmodel onderzoeken en de bouwsector kan bijdragen aan het verminderen van CO2-uitstoot bij de bouw en het vergroten van het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen. Het eerste proefproject waarbij 10 hectare wordt verbouwd voor ongeveer 50 woningen is al gestart en de komende tijd wordt dit verder opgeschaald. Groen, toegankelijk en gezond De natuurgebieden van de Sallandse Heuvelrug, het Boetelerveld, de Lemelerberg, de IJssel met zijn uiterwaarden en de landgoederenzone rond Deventer vormen samen een robuust samenhangend natuurnetwerk met leefgebieden voor bedreigde soorten. Dit stevige groenblauwe netwerk is ook goed verbonden met de Veluwe, de Vecht,

de Twentse natuurgebieden en de Schipbeek. Daarnaast vormen de weteringen en de landbouwgebieden met houtsingels, bosjes, bloemrijke slootkanten, wegbermen en akkerranden een fijnmazig en aantrekkelijk natuurnetwerk dat bijdraagt aan de biodiversiteit. Dit aantrekkelijke ‘vrijetijdslandschap’ biedt recreatieve mogelijkheden met een uitgebreid wandel- en fietsnetwerk en extensieve en bijzondere verblijfsrecreatie. De Slinger van Salland zijn fietsroutes die door Salland slingeren waarbij je meer te weten komt over de geschiedenis en het landschap van Salland. Salland is bovendien de regio met de hoogste dichtheid aan landgoederen. Plekken met oude gebouwen, indrukwekkende verhalen, mooie tuinen en parken en wandel- en fietsmogelijkheden. Zo heb je Kasteel Nijenhuis met een dependance van Museum de Fundatie en een beeldentuin, Nieuw Rande met een hotel en restaurant Gaia bij Deventer en Havezate den Alerdinck en Landhuis De Colckhof bij Laag Zuthem.

dorpen, zoals Raalte, Wijhe, Olst en Diepenveen zijn voorzieningen, zoals winkels voor de dagelijkse boodschappen, basisonderwijs, bibliotheek en sportclubs, aanwezig. Voor bovenlokale voorzieningen, zoals een ziekenhuis, museum of poppodium, zijn de dorpen aangewezen op Deventer en Zwolle. In de dorpen is ruimte om de eigen groei op te vangen. Grootste zorg daarbij is de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor jongeren en goede mogelijkheden voor ouderen om in hun eigen leefomgeving te blijven wonen. Sallanders zien naast nieuwbouw en inbreiding ook kansen voor innovatieve woonoplossingen, bijvoorbeeld in (monumentale) panden die leeg komen te staan, zoals kerken en stallen. Door nieuwe woonvormen kan doorstroming op gang komen (uit De Kracht van Salland 2023 – 2030).

De Sallanders zelf vinden dat de recreatieve kansen van het Overijssels Kanaal en de IJssel nog nauwelijks worden benut. De centrale ligging van beide watergangen tussen gebieden waar al veel toeristen komen, namelijk de nationale parken Veluwe en Sallandse Heuvelrug en de Hanzesteden Deventer en Zwolle, biedt immers volop mogelijkheden. De tweejaarlijks de IJsselbiënnale is hiervan een mooi voorbeeld. Belangrijk daarbij is dat de oevers toegankelijk worden gemaakt. In Olst mooier aan de IJssel en de Loswal in Wijhe is daar al een eerste begin mee gemaakt. Hierbij is het wel belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen rust en reuring.

In de steden en dorpen draagt groenblauwe dooradering en natuurinclusief en duurzaam bouwen (met regionale biobased grondstoffen) bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant. Woningen en bedrijfspanden zijn goed geïsoleerd en hebben zonnepanelen op het dak liggen. Daarnaast zien we oplossingen met warmtepompen, warmte-koude-opslag en het gebruik van restwarmte. Zo wordt zwembad Het Tijenraam in Raalte opgewarmd met de restwarmte van de rioolzuivering en ook de Deventerse wijk Groenweerd wordt verwarmd met warmte die vrijkomt bij het zuiveren van water. Ook zien we initiatieven met tiny houses, zoals de Tuinen van Zandweerd van een woningbouwcorporatie in Deventer.

Aantrekkelijk wonen op het Sallandse platteland / Sallaand, Sallaand, hier is mien stea Voor Sallanders wordt leefbaarheid mede bepaald door de voorzieningen die er in de dorpen en op het platteland zijn. Van alle voorzieningen is de ontmoetingsfunctie (in welke aard dan ook) de belangrijkste voor een dorp of gemeenschap. Daarbij is een mix van leeftijden, woonvormen en soorten woningen van belang, zodat je voor elkaar kunt zorgen en een diverse gemeenschap houdt. In de grotere

Robuuste groenblauwe bufferzones vertragen de waterafvoer, dragen bij aan de sponswerking van de bodem en bieden verkoeling in tijden van droogte en hitte. Bij piekbuien kunnen zij een deel van het gevallen water vasthouden en bergen. Drinkwaterwinningen kunnen robuuster gemaakt worden, de effecten op de omgeving kunnen beter worden gemitigeerd. Bovendien zijn ze belangrijk voor de verbinding tussen stad en land en de natuurwaarden in steden en dorpen. Woningen zijn klimaatrobuust gebouwd en maken gebruik van de overgangen van

land en water: dit leidt tot interessante en gewilde woon- en leefmilieus. Olstergaard in Olst is zo’n bijzondere wijk met respect voor de natuur, het landschap en de cultuurhistorie. De wijk is samen met een deel van de toekomstige bewoners ontworpen. De openbare ruimte en de woningen zijn natuurinclusief en houden rekening met het veranderende klimaat, de woningen zijn energiezuinig en krijgen geen gasaansluiting. Bewoners en gemeente gebruiken zo veel mogelijk gerecyclede materialen, die bij verbouwing of sloop ook weer gedemonteerd kunnen worden. Salland is goed ontsloten door een aantal spoorlijnen, meerdere provinciale wegen en de Rijksweg N35. Deze laatste is een belangrijke route tussen Zwolle en Twente, maar is ook voor de ontsluiting van Salland belangrijk. De komende jaren werken we samen met Rijkswaterstaat aan de verkeersveiligheid en doorstroming op deze weg. Daarbij zetten we ook in op een rondweg bij Marienheem. Daarnaast zetten we ons in voor de verdubbeling van het spoor tussen Olst en Deventer. Maar Salland pakt natuurlijk ook zelf al de handschoen op. Zo heeft ’t Natuurlijk Huus in Raalte een deelauto gelanceerd en ook in Olst delen inwoners één of meerdere auto’s. Hanzestad aan de IJssel Deventer is de grootste stad van Salland en ligt prachtig aan de IJssel.

In de zomer kun je heerlijk wandelen in de uiterwaarden of wat drinken aan het stadsstrand, terwijl in de winter soms zandzakken nodig zijn om het water buiten te houden. Deventer is een levendige Hanzestad met een monumentale sfeer, waar het goed verblijven is en waar veel te doen is. Overal zie je monumentale panden, eeuwenoude pleinen en historische kerken zoals de Lebuïnuskerk en de Bergkerk. Daarnaast trekken bekende evenementen zoals Deventer op Stelten, de Boekenmarkt en het Dickens Festijn veel bezoekers naar de Hanzestad. Deventer (en de Stedendriehoek) ligt op het kruispunt van de A1 en de A50 en de spoorlijn Arnhem-Zwolle en Amsterdam-Enschede. Strategisch gegroeid aan de IJssel maakt het deel uit van het oostelijk deel van Stedelijk Netwerk Nederland (rondje Randstad). Dit maakt

Deventer goed bereikbaar en een aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te recreëren. Mede daarom wordt in de stad woningbouw voor bovenregionale groei gerealiseerd, met bijzondere plekken als het Havenkwartier en ROTO in de schil rondom de binnenstad en het nieuwe dorp Steenbrugge in het noorden. Ook wordt een sprong over de IJssel verkend, vanwege het mooie omliggende landschap dat je wilt behouden. Rondom het station wordt Stadscampus De Kien ontwikkeld. Hier werken bedrijven, scholen en overheden samen aan innovatieve (ICT) oplossingen voor maatschappelijke opgaven en zij willen samen Deventer als ICT stad op de kaart zetten. Zo wordt tegenover het station de Topicampus ontwikkeld; een aantrekkelijke plek om te werken, te leren, te wonen en te ontspannen middenin de samenleving. De Kien is de poort van de Kennisas Deventer die van het station via onder andere het Havenkwartier en de Gasfabriek richting de A1 loopt. Het A1 Bedrijvenpark, ten zuiden van Deventer, is één van de Overijsselse Topwerklocaties. Door de strategische ligging aan één van de Europese corridors en de nabijheid van een van de grootste binnenhavens van Nederland is dit een aantrekkelijke vestigingslocatie voor internationaal georiënteerde en logistieke bedrijven.

Dit duurzame bedrijventerrein wil in 2030 energieneutraal zijn en heeft bovendien veel aandacht voor natuurinclusief en circulair bouwen. Zo moet een bedrijf bij de bouwaanvraag inzicht geven in de mate van circulariteit, de mate van losmaakbaarheid en de mogelijkheden voor recycling van grondstoffen. Langs de A1 is ruimte voor windturbines. Stedendriehoek De Stedendriehoek, met daarin de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen, is op weg naar een half miljoen inwoners, 250.000 werkenden en 50.000 ondernemingen. Hier komen de IJssel, de Veluwe, Salland en de Achterhoek samen. De kracht van de Stedendriehoek zit in de afwisseling van dorpen, steden en landschappen. De natuur en cultuur hebben een grote aantrekkingskracht op toeristen en recreanten. Ook

inwoners ontsnappen in hun eigen omgeving even aan het dagelijks leven. De steden en dorpen en het platteland zijn complementair en onlosmakelijk met elkaar verbonden. De reuring, dynamiek en het vertier van Apeldoorn, Zutphen en Deventer zorgen samen met de rust, schone lucht, de verschillende landschappen en natuurgebieden voor een aantrekkelijke woonomgeving. De regio ligt centraal in Nederland en wordt goed verbonden met grote delen van het land. Mensen willen graag wonen, werken en hun ondernemingen vestigen in de Stedendriehoek. Het inwoneraantal groeit. Dit samenwerkingsverband van acht gemeenten en de provincies Gelderland en Overijssel staat voor de uitdaging om nu en in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare regio te zijn voor de bewoners en bedrijven in de steden en dorpen.

Gezamenlijk wordt gewerkt aan een gebalanceerde stedelijke groei in de driehoek Apeldoorn, Deventer en Zutphen, waarbij ook een mogelijke stedelijke schaalsprong wordt onderzocht die past bij het eigene en unieke van de steden. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de corridors A1/A50, het bevaarbaar houden van de IJssel, een vitaal platteland en een robuuste Veluwe. Daarbij worden drie uitgangspunten gehanteerd: Duurzaam: het langdurig versterken van de welvaart met behoud en versterking van het groene karakter en met oog voor toekomstige generaties, Divers: het vergroten van (economische) ontwikkeling door de bestaande verscheidenheid van de regio te benutten en uit te breiden en Dichtbij: het verkleinen van de afstand tot voorzieningen en tot elkaar. De Stedendriehoek kent grote verschillen en nuances in haar gebieden en partners, maar er is vertrouwen en ambitie om samen te werken aan de regio in balans.

Noordwest Overijssel

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Noordwest Overijssel

De kop van Overijssel is uniek: de Weerribben-Wieden zijn samen met de Rottige Meenthe en de Oldematen het grootste laagveenmoeras van noordwest Europa. De IJsseldelta is Nederland in het klein, een laaggelegen delta waarin veen, klei en zand tussen hooggelegen stuwwallen en de oude rivierarmen van de IJssel en de Vecht het landschap en grondgebruik bepalen. De bijzondere verwevenheid van landbouw, natuur, bodem, water, cultuur en recreatieve infrastructuur levert waardevolle kwaliteiten. Nationaal Park Weerribben-Wieden, Nationaal Landschap IJsseldelta en verschillende natuurgebieden, zoals Oldematen-Veerslootlanden en de Uiterwaarden van het Zwarte Water en de Vecht liggen onder de rook van Hanzesteden als Zwolle, Kampen en Hasselt, de Zuiderzeestadjes Vollenhove en Blokzijl en de garnizoensstad Steenwijk. En de veenontginningsdorpen Giethoorn, het Venetië van het noorden, en Staphorst met z’n karakteristieke elzensingels zijn alom bekend. Het is een levend, duurzaam landschap waarin we het grondgebruik in balans brengen met het bodem- en watersysteem. Hier wordt gewoond en gewerkt, voedsel geproduceerd en recreanten en toeristen worden er gastvrij ontvangen. Bijzondere plant- en diersoorten, zoals de grote vuurvlinder en de kievitsbloem, voelen zich hier thuis en de rietcultuur, de hooi-winning en biezenverwerking maken deel uit van de cultuurhistorie.

Van Hanzestad tot rietcultuur De complexe ontstaansgeschiedenis van het gebied heeft niet alleen geleid tot een grote diversiteit aan landschappen en kernen, maar ook tot verschillende gemeenschappen met elk hun eigen geschiedenis, verhalen en identiteit. De geschiedenis ligt nog dicht aan de oppervlakte en is ook nu nog merkbaar in de sociale omgangsvormen en samenwerking tussen mensen in de verschillende gebieden. De omgang met het water is hierbij in belangrijke mate bepalend. Waar de Hanzesteden hun rijkdom en aanzien verwierven dankzij de handelsroutes over water, werd in de veenmoerassen rond Giethoorn met bloed, zweet en tranen een hongerloon verdiend aan de turfwinning, waarvan we de sporen nog terugzien in de WeerribbenWieden. Waar met opgestroopte mouwen de strijd tegen het water aangaan resulteerde in de grillige mozaïekverkaveling op het

Kampereiland, was de rationale verkaveling van de Polder Mastenbroek het gevolg van goed overleg om de waterstand te beheersen; de bekende poldermentaliteit. Zo zijn de cultuur, het landschap, de steden, de landbouw en economie in Noordwest Overijssel in sterke mate bepaald door de bijzondere, waterrijke cultuurhistorie van het gebied. Iedere stad, dorp en gemeenschap heeft een eigen verhaal en geschiedenis en dit is het uitgangspunt bij de nieuwe opgaven waar we nu voor staan. Het ene veen is het andere veen niet In het veenweidegebied in de Kop van Overijssel daalt de bodem. Om hier droge voeten te houden en om het land te kunnen bewerken, wordt de waterstand verlaagd. Hierdoor komt het veen in contact met zuurstof, waardoor het veen ‘verbrandt’ en CO 2 vrijkomt. Dit leidt tot bodemdaling, waardoor opnieuw verlaging van het waterpeil nodig is. Dit proces van waterpeilverlaging, gevolgd door bodemdaling, is al eeuwen bezig. Deze bodemdaling zorgt naast CO 2 uitstoot ook voor knelpunten in de waterhuishouding, landbouwkundige problemen, ecologische en landschappelijke schade en schade aan gebouwen en infrastructuur. Daarbij is het goed om te onthouden dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende veenweidegebieden wat betreft dikte van het veen, opbouw van de bodem, hydrologie, maar ook landgebruik en cultuurhistorie. Dit betekent ook dat de oplossingen verschillen.

Om het veenpakket dat is ontstaan tussen de voormalige Zuiderzeekust en de hogere zandgronden van Drenthe en Overijssel te behoeden voor oxidatie en daarmee bodemdaling en CO2-uitstoot tegen te gaan, is het nodig om het grondwaterpeil de komende jaren geleidelijk te verhogen. Daarnaast wordt op sommige plekken een natte bufferzone aangelegd om het wegzijgen van water naar de lager gelegen gebieden zoals de Noordoostpolder, Koekoekspolder, de diep bemalen polders rond Scheerwolde en Friesland tegen te gaan. Deze natte bufferzones bieden tegendruk aan het wegzijgende water en gaan daarmee de verdroging van de laagveenmoerassen tegen en dragen bij aan natuurherstel.

Het grondgebruik zal worden aangepast aan het nieuwe waterregime met extensievere vormen van landbouw, landschapsbeheer, andere (natte) teelten en nieuwe verdienmodellen, zoals wonen en recreatie. Zo zijn er bijvoorbeeld kansen voor ‘nieuwe teelten’ door vanuit water en bodem sturend te kijken naar gewassen die hier vroeger ook werden geteeld, zoals riet of biezen. Dit biedt kansen voor de ontwikkeling van de bestaande natuurgebieden tot een robuust netwerk als onderdeel van de Natte As, die zich uitstrekt van de Zeeuwse Delta tot het Lauwersmeer en de Waddenzee in het noorden van Nederland. Niet alleen weidevogels, zoals de grutto en de tureluur, hebben baat bij een peilverhoging, maar hiermee wordt ook de verdroging van de laagveenmoerassen en bodemdaling tegengegaan, waardoor schade aan gebouwen en infrastructuur wordt voorkomen. De landbouw is van oudsher gewend om in te spelen op het bodem- en watersysteem en die verschilt in de Kop nogal. De hogere zandgronden rond Steenwijk en Vollenhove bieden andere mogelijkheden dan bijvoorbeeld Polder Mastenbroek, het Staphorsterveld of het Kampereiland. Door de geleidelijke peilverhoging kunnen weilanden minder intensief worden beweid en gemaaid en hebben boeren ook andere inkomstenbronnen nodig.

Ook dit is niet nieuw voor Noordwest Overijssel, waar boeren soms ook rietsnijder en visser waren en hun vangst zelf naar de markt brachten. Bij het verbreden van de bedrijfsvoering kun je denken aan de verwerking en verkoop van eigen (streek)producten, zoals Weerribben Zuivel, Dijkgoud Kaas en Erf 1, het telen van gewassen die baat hebben bij de natte omstandigheden, zoals lisdodden en natuurlijk riet, agrotoerisme of het leveren van ecosysteemdiensten, zoals landschapsbeheer, het vasthouden van water of het vastleggen van CO2. Zo werken 9 vooruitstrevende boeren uit de Baarlingerpolder aan een plan waarin de stikstofdepositie wordt verminderd, bodemdaling wordt tegengegaan, de CO2-uitstoot wordt verlaagd en natuur en biodiversiteit ruimte krijgt, maar waarbij ook hun concurrentiepositie ten opzichte van andere agrarische ondernemers tenminste niet verslechterd. Een belangrijk voorwaarde hierbij is dat alle betrokkenen achter het streefbeeld staan en niemand erop

achteruitgaat. Dat betekent ook dat er boeren stoppen om ruimte te creëren voor de blijvers. Weerribben-Wieden: bijzondere natuur die onder invloed van mensenhanden is ontstaan De Weerribben en de Wieden vormen samen één van de bekendste veengebieden van ons land. Tot in de middeleeuwen lagen hier grote hoogveenkoepels, die zijn ontgonnen met als doel er landbouwgronden aan te leggen. Toen de natte gronden niet langer geschikt waren voor de landbouw is het overgebleven veen afgegraven en gebruikt als brandstof. Het veen werd gestoken en op smalle stroken grond, bekend als ‘ribben', te drogen gelegd. Om de turf te vervoeren, werden sloten en grachten, 'weren', gegraven. Dijkdoorbraken tijdens zware stormen leidden tot grote overstromingen van het afgegraven gebied en op die manier ontstonden de ‘wijden’ van de Wieden. Zo is tussen Ossenzijl, Zwartsluis en Giethoorn het waterrijke landschap met petgaten, slootjes, legakkers, meren en bloemrijke hooilanden van de Weerribben-Wieden ontstaan. Dit waardevolle natuurgebied is een populaire bestemming voor toeristen en recreanten. Hier kun je het verhaal van de WeerribbenWieden, haar natuur en cultuurgeschiedenis op verschillende manieren beleven.

Je kunt fietsen, varen of wandelen door het Nationaal Park en waterdorpen als Giethoorn, Dwarsgracht en Wanneperveen, maar ook struinen door de Zuiderzeestadjes Blokzijl en Vollenhove, waar de sporen van een rijk vissers- en handelsverleden nog steeds zichtbaar zijn. Vanaf de oude kronkelende zeedijk tussen Kuinre en Vollenhove heb je prachtig zicht op dijkdoorbraakkolken, haventjes en het A.F. Stroink gemaal. Hier ervaar je het contrast tussen de grootschalige, rationele Noordoostpolder met bloeiende tulpenvelden, aardappels en graan aan de ene kant en de smalle percelen van het veenweidelandschap aan de andere kant. In combinatie met een bezoek aan de Fundatie in Zwolle, het Waterloopbos bij Kraggenburg, het Bloemencorso in Vollenhove en Sint Jansklooster of de Gondelvaart in Giethoorn en Belt-Schutsloot heeft het gebied veel te bieden. Deze combinatie van natuur en cultuur biedt volop kansen voor

recreatieondernemers, maar ook voor boeren die willen extensieve en verbreden; zij kunnen een bijzondere overnachtingsplek of streekproducten aanbieden. Zo ontstaat een herkenbaar en gevarieerd recreatief profiel waar de hele regio van profiteert. En met het Drents Friese Woud en het Vechtdal op steenworp afstand kunnen bezoekers beter in ruimte en tijd gespreid worden. De hooilanden, weilanden en akkers van Staphorst en Rouveen Op de hogere rivierduinen langs het Zwarte Water en de Sethe (tegenwoordig het Meppelerdiep) zijn in de loop van de middeleeuwen meerdere kleine nederzettingen gesticht, waaronder ook het Zwartewatersklooster. De stichting van het klooster houdt verband met de slag bij Ane in 1227, waarbij de bisschop van Utrecht samen met ongeveer vierhonderd ridders en soldaten sneuvelde. Hun lichamen zouden zijn begraven in de buurt van het kloosterterrein. De kleine rivierduinen boden slechts beperkt ruimte en vanaf de twaalfde eeuw werden vanaf de ontginningsbasis op de rivierduinen sloten in het hoogveen gegraven. Staphorst en Rouveen kennen hier hun oorsprong. Nadat het veen voldoende was ontwaterd, werd de grond in gebruik genomen als akker. Zodra het (hoog)veen werd ontwaterd, ging het oxideren en daalde de bodem, waardoor de nieuw ontgonnen gronden al snel te nat werden om nog als akker te gebruiken.

Er werd weer een nieuw stuk veen afgegraven en de oude akkers werden omgevormd naar grasland. Op een gegeven moment lagen de akkers wel erg ver van de boerderijen af en werd besloten om het hele dorp te verplaatsen. Dit proces is vier keer herhaald en uiteindelijk zijn Rouveen (voortgekomen uit Zwartewatersklooster) en Staphorst (voortgekomen uit Olde Staphorst nabij Meppel) in de zeventiende eeuw op hun huidige plek komen te liggen. Kenmerkend voor het dorpslint zijn de zeer smalle percelen, waarop boerderijen achter elkaar geplaatst zijn. Dit patroon is ontstaan door vererving, waarbij de toch al smalle percelen in de lengte werden gesplitst en zo steeds smaller werden. Aan weerszijden van het dorpslint van Staphorst en Rouveen wordt het landschap bepaald door elzensingels langs smalle, langgerekte

percelen. Het is een prachtig voorbeeld van het middeleeuwse slagenlandschap dat is ontstaan met de ontginning van het hoogveen. Nog altijd is hier de kenmerkende driedeling van akkers, weilanden en hooilanden terug te zien. De Olde Maten en Veerslootslanden, de hooilanden, zijn de laagstgelegen en natste delen van dit veenweidegebied en ongeschikt voor de landbouw. Het zijn nu waardevolle natuurgebieden en vormen één van de belangrijkste broedplekken voor de wulp in onze provincie. Vanaf Olde Maten en Veerslootslanden loopt het Staphorster Veld geleidelijk op tot aan Staphorst en Rouveen en tegelijkertijd neemt de dikte van het veenpakket af. Ook hier wordt gezocht naar oplossingen om de oxidatie van het veen en bodemdaling tegen te gaan en tegelijkertijd de boeren perspectief te bieden. Dit alles met behoud en versterking van de biodiversiteit, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Zo heeft Coöperatief Gebiedsplan Staphorst, een collectief van verschillende partijen die opkomen voor de belangen van de boeren, natuur en bewoners, een gebiedsplan opgesteld met tien uitgangspunten voor een omslag naar duurzame landbouw en een leefbaar platteland. De IJssel, de mooiste rivier van Nederland De IJssel vormt de natuurlijke grens tussen Gelderland en Overijssel.

Met zijn rivierduinen, oeverwallen, kronkelwaarden en komgebieden is de IJssel een bijzondere aardkundige verschijning. Het IJsseldal werd al in prehistorie bewoond, maar het zijn vooral de middeleeuwse Hanzesteden, waaronder Kampen en Zwolle, en de IJsselhoeven die nu nog steeds herinneren aan deze glorieuze handelstijden. Langs de IJssel wordt veel gefietst en gewandeld en evenementen als de tweejaarlijks IJsselbiënnale met prikkelende kunstwerken in het landschap of Sail Kampen met o.a. bijzondere schepen, straattheater en oude ambachten trekken vele bezoekers. De rivier heeft altijd een strategische functie gehad, zo blijkt uit de aanleg van verschillende IJssellinies door de eeuwen heen. En nog steeds is de IJssel van strategische waarde voor onder andere de scheepvaart, natuur en drinkwater. Zo is de IJssel van groot belang voor onze drinkwatervoorziening en bij Zalk ligt een reservering voor

een nieuwe winning. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar nieuwe concepten om aan de toenemende vraag naar drinkwater te kunnen voldoen. En voor de langere termijn werken meerdere organisaties samen aan een Drinkbare IJssel. De afgelopen decennia heeft de rivier meer ruimte gekregen, zodat piekafvoeren beter opgevangen kunnen worden. Het bekendste voorbeeld daarvan is de hoogwatergeul Reevediep bij Kampen, waar waterveiligheid gecombineerd wordt met natuurontwikkeling, recreatie en het nieuwe dorp Reeve. Ruimte om te wonen, werken, sporten, leven in een natuurinclusieve omgeving, veilig ingericht voor een veranderend klimaat en duurzaam gebouwd. Om ook in de toekomst droge voeten te houden, wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de Keteldelta. Door het Ketelmeer om te vormen tot een ondiepe delta à la de Biesbosch met rietmoeras, zandplaten en ooibossen kunnen meerdere opgaven gecombineerd worden. De Keteldelta heeft een dempende werking tegen de opstuwing vanuit het IJsselmeer en vergroot daarmee de veiligheid van de Hanzesteden. Bovendien draagt dit waterrijke natuurgebied bij aan natuurontwikkeling en biodiversiteit, biedt kansen voor toerisme en recreatie en door de aanleg van spaarbekkens kan hier drinkwater gewonnen.

Leven met water in de IJsseldelta Historische steden, eeuwenoude waterwegen en unieke polders, dat is wat de Nationaal Landschap IJsseldelta te bieden heeft. Dit bijzondere gebied, aan de monding van de IJssel, wordt omringd door de drie Hanzesteden Zwolle, Kampen en Hasselt, tapijtstad Genemuiden en watersportstadje Zwartsluis. Hier werken tientallen gebiedspartijen van de Gebiedscoöperatie IJsseldelta samen aan een sterke IJsseldelta met vitale dorpen, versterking van natuur en landschap, een duurzame landbouw en een gezonde regionale economie. Daarbij zijn goede ideeën en plannen van bewoners en ondernemers onmisbaar. In het midden van de IJsseldelta ligt één van de oudste polders van Nederland, Polder Mastenbroek. Het open polderlandschap met

kaarsrechte lijnen en strakke verkavelingsblokken is hier geen gevolg van rigoureuze ingrepen uit de twintigste eeuw, maar werd al in de veertiende eeuw (vanaf 1364) doelbewust zo ontworpen. Verschillende gemalen, waar onder het stoomgemaal 'd Olde Mesiene aan de Kamperzeedijk, nu cultuurhistorische erfgoed, hielden het water in de polder op peil. Polder Mastenbroek is daarmee één van de oudste polders van Nederland. Het rationele stelsel van wegen en waterlopen bepaalt hier al eeuwenlang de inrichting van het gebied en door de openheid en weidsheid kun je de kerktorens van alle omliggende steden zien. Tegenwoordig is Polder Mastenbroek naast een agrarisch gebied ook een belangrijk weidevogelgebied. Al in de middeleeuwen zorgt de sterke ontwatering voor veenoxidatie en bodemdaling. Om droge voeten te houden, werden de boerderijen op huisterpen gebouwd. Droge voeten houden is nog steeds een voortdurende uitdaging, ook voor de glastuinbouw in de Koekoekspolder. Onderzocht wordt of een bufferzone tussen deze diepe, door turfwinning ontstane droogmakerij en de rest van Polder Mastenbroek het wegzijgen van water kan beperken. Andere opties zijn het aanpassen van de glastuinbouw aan nattere omstandigheden of nog rigoureuzer verplaatsen naar een andere locatie. Hier zullen ook de boeren in de rest van Polder Mastenbroek baat bij hebben.

Aan de andere kant van de Kamperzeedijk ligt het Kampereiland, een gebied dat in het verleden sterk onder invloed van de zee en de rivier stond en dat door aanslibbing steeds verder kon worden uitgebreid. De rijke kleigronden en de periodieke overstromingen zorgden voor vruchtbare hooilanden en nog steeds zijn deze gronden erg geschikt voor duurzame landbouw. Verspreid in het buitendijkse, open weidelandschap liggen middeleeuwse polderdijkjes en boerderijen op terpen en daarom is dit gebied ook bestand tegen hogere waterstanden in het IJsselmeer. Klimaatadaptieve groeiregio Zwolle Zwolle, de grootste stad van de gelijknamige regio, vormt het kloppende hart waar alle bovenlokale voorzieningen te vinden zijn. Een bruisende Hanzestad met creatieve studenten, inventieve ondernemers

en eigenwijze vrijdenkers. De grandeur van het rijke Hanzeverleden en de Moderne Devotie, een hervormingsbeweging binnen de kerk en maatschappij, zijn hier nog steeds zichtbaar. En de mooiste boekhandel van Nederland, de beeldbepalende Peperbus, een spraakmakende tentoonstelling in de Fundatie of het jaarlijkse Stadsfestival zijn een bezoekje waard. De stad heeft uitstekende verbindingen met andere steden en dorpen in de regio via spoor, provinciale wegen en fietsroutes. Zwolle ligt op het kruispunt van verschillende wegen en spoorlijnen; de A28, A50, de corridor Amsterdam – Zwolle – Twente – Münster en het IJsselspoor dat onderdeel is van Stedelijk Netwerk Nederland (Rondje Randstad). In het Zwolse stationsgebied wordt een mix van woningen, werkplekken, winkel- en onderwijsvoorzieningen in hoge dichtheid ontwikkeld tot een dynamisch en aantrekkelijk gebied waar de verschillende functies elkaar versterken. Samen met de gevarieerde landschappelijke omgeving maakt dit Zwolle tot een zeer goed bereikbare en aantrekkelijke stad om in te wonen en te werken. De regio wil zich ontwikkelen als klimaatbestendige groeiregio. De bodem en het watersysteem zijn bepalend voor waar en vooral hoe gebouwd wordt. Dit betekent dat de komende jaren veel woningen gebouwd gaan worden, in eerste instantie in Zwolle zelf, maar ook in de warme harten daar omheen.

Dit zijn de kernen die met hoogwaardig openbaar vervoer goed bereikbaar zijn, denk daarbij aan Hardenberg, Steenwijk, Kampen en Raalte, maar ook Dronten, Meppel en Hoogeveen. De woningen worden zoveel mogelijk in de bestaande steden en dorpen gebouwd en dragen bij aan een klimaatadaptieve inrichting van de regio. Met ruimte voor groen en biodiversiteit en onder de voorwaarde dat er voldoende drinkwater voorradig is. Dit betekent ook dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de bestaande stad. Vestingstad Steenwijk is ontstaan op de flanken van de stuwwal van Steenwijkerwold aan de Steenwijker Aa. De stad lag tijdens de Tachtigjarige Oorlog vol in de frontlinie en de vestingwallen herinneren aan dat historische verleden. Steenwijk heeft altijd al een centrumfunctie gehad voor de wijde regio. En ook nu zijn de winkels,

de bedrijvigheid en regionale voorzieningen, zoals een theater en een bioscoop, belangrijk voor het omliggende platteland. De vele, vaak Chinese, toeristen die Giethoorn willen bezoeken komen aan op station Steenwijk en daarom zijn hier de verwijsborden en de streekbussen al in het Chinees. De stad wil de stationsomgeving transformeren naar een aantrekkelijk woonmilieu in combinatie met werklocaties, onderwijs en voorzieningen en zo optimaal gebruik maken van de potentie van het station. Het aantrekkelijke buitengebied met havezate De Eese, de vele kleine gehuchten met kampen, houtwallen en singels op de stuwwal van Steenwijkerwold en de Koloniën van Weldadigheid zijn daarbij een grote pré. Duurzame werklocaties Noordwest Overijssel is een regio met veel MKB-bedrijven en meerdere topwerklocaties, waar veel aandacht is voor duurzaamheid, nieuwe energie, circulariteit en klimaatadaptatie. Zo is het tapijtcluster Genemuiden-Hasselt, een doorontwikkeling van de biezenmattenmakers van Genemuiden, een wereldspeler, maar ook één van de grootste energieverbruikers van Overijssel. De ondernemers willen verduurzamen door onder andere gebruik te maken van windenergie of restenergie. Port of Zwolle, het gezamenlijke havenbedrijf van Zwolle, Kampen en Meppel, vervult een belangrijke functie in het logistieke ecosysteem.

De havens fungeren als achterland voor de mainports van Rotterdam en Amsterdam en zijn van grote toegevoegde waarde voor de vele MKBmaakbedrijven in de regio. Daarnaast zijn havens een belangrijke schakel in de keten voor de energietransitie en de toekomstige circulaire economie. In Zwolle zijn de sectoren health, ICT en slimme en creatieve maakindustrie sterk vertegenwoordigd. Een mooi voorbeeld daarvan is Perron038, het open innovatiecentrum op het gebied van de high tech maakindustrie. Technici en bevlogen studenten onderzoeken en experimenteren om technologische innovaties mogelijk te maken. Daarnaast is Regio Zwolle koploper in de kunststofinnovatie. Grondstof-

producenten, afval-inzamelaars en recyclelaars werken hard aan een gesloten kunststofketen. Net ten noorden van Zwolle, aan de A28, ligt Hessenpoort, een aantrekkelijke vestigingslocatie voor grootschalige logistiek. Het bedrijventerrein wil met zonnepanelen, windmolens en aardwarmte energieneutraal worden. Bij Hessenpoort wordt een energiehub

gerealiseerd die ervoor zorgt dat lokaal opgewekte energie zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt en dat het overschot wordt omgezet in waterstof. De zone langs de A28 tussen Zwolle en Staphorst wordt met de bestaande en nieuw te realiseren windturbines getransformeerd tot een energielandschap. Hier werken inwoners en overheden van de gemeenten Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland aan de inpassing van een windcluster.

Het Vechtdal

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Het Vechtdal

Het Vechtdal in het noorden van onze provincie is een gebied met meerdere gezichten. De Vecht is de grootste van de kleine en de kleinste van de grote Nederlandse rivieren. De rivier meandert door schitterende landschappen en passeert daarbij pittoreske dorpen en steden, landgoederen, bossen en heide. Ten noorden van de Vecht vinden we het grootschalige agrarische landschap met dorpen als Nieuwleusen, Balkbrug en Dedemsvaart. Op de grens met Drenthe slingert de Reest nog in haar oorspronkelijke vorm door het eeuwenoude kleinschalige landschap met bossen, heidevelden, hooilanden en oude boerderijen. De identiteit en cultuur van het Vechtdal zijn nauw verweven met de rivier. De Vecht zocht bij iedere overstroming een andere weg en boeren en bewoners waren steeds genoodzaakt om zich daaromheen te organiseren. Ook nu staan de inwoners en bedrijven van het Vechtdal voor uitdagingen, zoals klimaatverandering, toekomstbestendige landbouw en een verstedelijkingsopgave. Er is nog steeds veel ondernemerskracht om deze opgaven op te pakken. Je ziet dat aan de vele lokale initiatieven en goede ideeën in het gebied. Historische handelsroute De bron van de Vecht is bij Wasserschloss Darfeld in de glooiende heuvels van de Duitse Baumbergen en vanaf daar slingert de rivier, 167 kilometer lang, richting het Zwarte Water en uiteindelijk het IJsselmeer.

Hier maakt de Vecht gebruik van het oude oerstroomdal, dat is uitgesleten na de laatste ijstijd. Toen het ongeveer 15.000 jaar geleden warmer werd, steeg de zeespiegel en versmalde de brede afvoervlakte van het oerstroomdal steeds verder. Hierdoor is aan de zuidkant van het stroomdal één enkele meanderende rivier ontstaan. De hoge gronden langs de Vecht werden in de prehistorie al bewoond en op sommige plekken zijn deze sporen nog steeds zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan de Larinkmars bij Varssen, de grote groepen grafheuvels ten oosten van het Junner Koeland en de boswachterij Ommen bij Eerde. Een grote, unieke opgraving van de Trechterbekercultuur in Ooster-Dalfsen heeft de laatste jaren deze

prehistorische samenlevingen verder onder de aandacht gebracht. Aan de zuidkant van de Vecht zijn de prehistorische bewoningssporen minder zichtbaar door middeleeuwse essen en latere zandverstuivingen, die de sporen hebben afgedekt. Van oudsher vormde de Vecht een belangrijke handelsroute van Amsterdam naar Duitsland, totdat er andere, beter bevaarbare en daarmee snellere routes beschikbaar kwamen. Zo was Ommen vroeger één van de Hanzesteden. De Vecht bracht dus welvaart voor de boeren en bewoners. In de late middeleeuwen was het Vechtdal bovendien politiek en strategisch van belang vanwege haar ligging: de Vecht vormde een natuurlijke barrière om vijanden tegen te houden en een logisch lint om linies aan te bouwen. De Loozensche Linie uit 1801 bij Gramsbergen is daarvan een bekend voorbeeld, en her en der zijn ook nog enkele kastelen, oude slagvelden en verdedigingslinies zichtbaar. Het is de Overijsselse Vecht zoals wij die tegenwoordig kennen. De rivier meandert door het geringe verval (vanaf de Duitse grens daalt de Vecht nog slechts 10 meter) traag door het landschap. Tussen Dalfsen en Hardenberg ligt de Vecht in een echt dal. Stroomopwaarts van Hardenberg en stroomafwaarts van Dalfsen ligt de Vecht nauwelijks lager dan de omgeving en daarom wordt de rivier hier begrensd door kaden en dijken.

Op de hogere oeverwallen en stuifduinen langs de rivier liggen de dorpen, bossen en landgoederen. De vele afgesneden meanders tonen het vroegere ongetemde karakter van de Vecht. Het Vechtdal als merk De Vecht biedt een unieke combinatie van natuur, rust, ruimte, rivier, landschappen, cultuur en historie. Dit maakt het Vechtdal niet alleen een aantrekkelijke woonomgeving, ook toeristen en recreanten komen er graag. Er is dan ook een groot aanbod aan kampeerterreinen, bungalowparken en vakantiehuizen. De gemeenten stimuleren toeristen om zoveel mogelijk met de trein te komen om overlast te voorkomen. De Vecht vormt samen met de beboste oeverwallen een belangrijke verbinding tussen de Veluwe en het Duitse Reichswald. Deze verbinding

bestaat uit natuur-, recreatie- en landbouwgebieden. Hier ligt de nadruk niet alleen op het produceren van streekproducten, zoals Vechtdal Wijnen, kaas, ijs, asperges en vlees van de Brandrode koe, maar ook op het vergroten van de biodiversiteit, het vasthouden van water en het vastleggen van CO2. Daarnaast zijn er door de landschappelijke kwaliteiten volop recreatieve kansen, waardoor nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid is ontstaan. De Koesafari is ondertussen een begrip en trekt bezoekers van heinde en ver. Maar ook de verhuur van kano’s, tiny houses of proeverijen zijn een mooie toevoeging aan het huidige recreatieve aanbod. De vrijetijdseconomie is daarmee een belangrijke economische pijler van het gebied. De Vechtdal-kernen werken veel samen en weten elkaar goed te vinden. Onder de naam Ruimte voor de Vecht werken 13 maatschappelijke en overheidsorganisaties samen aan een duurzame ontwikkeling en bekendheid van het Vechtdal. De Vechtdalanjer is ondertussen een bekend ‘merk’. Er wordt ingezet op een integrale benadering van het Vechtdal, waarbij de belangen van waterbeheer, verstedelijking, landbouw, natuur, recreatie en milieu met elkaar in samenhang worden opgepakt en afgewogen. Veilige en drinkbare Vecht De Vecht is sterk afhankelijk van neerslag, waardoor er een duidelijk verschil is tussen de zomer en de winter.

In de zomer is het een rivier met lage waterstanden en in de winter staat soms het hele winterbed onder water. Door klimaatverandering krijgt de Vecht te maken met hogere piekafvoeren. Om deze goed te kunnen opvangen, krijgt de rivier meer ruimte. De Vecht wordt hierdoor een robuuste, halfnatuurlijke laaglandrivier die gevoed wordt door neerslag en de ruimte heeft om te meanderen, pieken op te vangen en water vast te houden. Hierdoor krijgt de Vecht weer wat meer zijn oorspronkelijke loop. Verschillende partijen werken samen aan een drinkbare Vecht in 2053. Een drinkbare Vecht heeft drinkbaar rivierwater, maar ook een rijk en gevarieerd dieren- en plantenleven, een gezonde bodem en een prachtig landschap waarvan je kunt genieten. Dit droombeeld helpt om

nu concrete stappen te zetten. En van een betere waterkwaliteit kunnen ook de huidige drinkwaterwinningen al profiteren. En dit is belangrijk, omdat de vraag naar drinkwater alleen maar toeneemt door klimaatverandering, nieuwe woningen en bedrijvigheid. Parels aan de Vecht Dalfsen, Ommen, Hardenberg en Gramsbergen liggen alle vier prachtig aan de Vecht en zijn bijzonder aantrekkelijke plaatsen om te wonen en te werken. Met de ontwikkeling van het Waterfront presenteert Dalfsen zich nadrukkelijker aan het water en wordt op een natuurlijke wijze verbonden met het knusse dorp erachter. In Ommen is met de ontwikkeling van de Vechtoevers een verbinding gelegd tussen het centrum en de rivier. Hier is de verbreding van de Vecht, de verlaging van het winterbed en de aanleg van natuurvriendelijke oevers gecombineerd met de aanleg van een passantenhaven, wandelpaden, een plein en een boulevard, waardoor een aantrekkelijk waterfront is ontstaan. Ook Hardenberg richt zich steeds meer op de Vecht. Met nieuwe woningbouw langs de Vecht wordt water en natuur verbonden met de stad. Datzelfde geldt voor het Vechtpark, een parkachtig rivierenlandschap door het centrum van Hardenberg. Hier kunnen zowel inwoners als toeristen wandelen en fietsen en genieten van de groene, waterrijke omgeving die bovendien een betere bescherming biedt tegen overstromingen, want water krijgt hier volop de ruimte.

Het water, de Vechtdallijn en de N340 verbinden de kernen met elkaar en met Zwolle en dit zorgt voor een grote uitwisseling tussen de kernen onderling en met Zwolle. Ook wordt gewerkt aan snelle fietsverbindingen, zodat dit een aantrekkelijk alternatief is voor de auto. Hardenberg heeft als streekcentrum een verzorgende functie voor een groot deel van noordoost Overijssel. De voor onze provincie kenmerkende MKB-maakindustrie is hier rijk vertegenwoordigd. Een mooi voorbeeld hiervan is de IQ-boulevard, een innovatief bedrijvencluster waar ondernemers uit de maakindustrie hun krachten bundelen en met een stevig leer-werk milieu dicht bij het station. Zo

blijft kennis in de regio behouden. Dat is van cruciaal belang voor grote werkgevers als het ziekenhuis en Wavin. Ook voor logistieke bedrijven is Hardenberg een aantrekkelijke vestigingslocatie via de weg en het water door de ligging op de Vechtdal-as. Als belangrijk economisch en vervoersknooppunt tussen Zuidoost Drenthe (Hoogeveen, Emmen, Coevorden), Twente en Duitsland en door de goede stad-land verbindingen vervult Hardenberg haar rol als streekcentrum. Landgoederen als drager van duurzame ontwikkeling De vele landgoederen, met name langs de zuidkant van de Vecht, zijn kenmerkend voor het Vechtdal. Oorspronkelijk hadden deze een economisch doel, maar later werden er ook buitenplaatsen gebouwd voor rijke stedelingen die de stad wilden ontvluchten. Rond en op de buitenplaatsen en landgoederen werden bossen aangelegd die statusverhogend moesten werken voor de eigenaren, maar ook voor de houtproductie. Dat laatste kwam echt grootschalig op gang met de oprichting van Staatsbosbeheer, die ‘overtollige grond’ aanplantte met naaldbomen. De landgoederen, met bekende namen zoals o.a. Vilsteren, Den Berg, de Horte en Kasteel Rechteren bezitten veel grond in het Vechtdal. Niet alle landgoederen zijn op dit moment even goed toegankelijk, dus hier liggen mogelijk kansen voor recreatie en nieuwe verdienmodellen.

Van oudsher zijn landgoederen landschappen van verwevenheid, plaatsen waar natuurwaarden, economische, cultuurhistorische en sociale waarden samenkomen. Ook nu zijn landgoederen voorlopers op het gebied van verduurzaming. Zo is Landgoed Vilsteren één van de initiatiefnemers van Soil4U, een organisatie die werkt aan gebiedspecifieke land- en bosbouw, duurzaamheid, kleinschaligheid, gezamenlijkheid en meervoudige waardecreatie. Grootschalig agrarisch ontginningslandschap Het gebied ten noorden van de Vecht bestond zo’n 200 jaar geleden nog uit onbegaanbare en uitgestrekte hoogveenmoerassen. Deze zijn vanaf de negentiende eeuw, na het graven van de Dedemsvaart tussen Hasselt en Gramsbergen, in hoog tempo systematisch afgegraven en

ontgonnen voor de commerciële turfwinning. Grote veenbazen verdienden goudgeld met de verkoop van turf als brandstof, terwijl arbeiders er onder barre omstandigheden lange kanalen en wijken groeven. In dezelfde periode werd op de locatie van de zeventiende eeuwse Ommerschans een strafkolonie gesticht. Wat overbleef was een rationeel verkaveld landschap met rechte wegen, waterlopen en lintbebouwing. Een goed ontwaterd gebied dat zich uitstekend leent voor landbouw. En nog steeds kan het robuuste watersysteem de extremen opvangen, water op maat leveren aan de landbouw en natuurgebieden verbinden. Vanwege de bodemgesteldheid en nattere omstandigheden vind je in het westen veel veeteelt. Richting het oosten komen daar meer akkerbouwbedrijven bij. Deze diversiteit aan landbouw is een bijzondere kwaliteit. Vanaf de twintigste eeuw kwamen nieuwe technieken beschikbaar en werd de productie flink opgeschroefd en meer gespecialiseerd. Hier wordt nu op een intensieve, duurzame manier voedsel geproduceerd en gewerkt aan innovaties, zoals strokenteelt, robotisering en emissiearme stallen. Dit wordt gecombineerd met het opwekken van duurzame energie door zonnepanelen op daken en clusters windturbines te plaatsen. De ontwikkeling van een energiecluster wordt gecombineerd met de aanleg van landschappelijke structuren langs wegen en vaarten en in de dorpsranden.

Zo werken in het grensgebied van de gemeenten Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland inwoners en overheden samen aan een visie voor de toekomstige inrichting van het gebied. In deze ZSDZ gebiedsvisie wordt gewerkt aan een goede balans tussen de opgaven enerzijds en het behouden, beschermen en ontwikkelen van de gebiedskwaliteiten anderzijds. Dorpen aan de Dedemsvaart Veel dorpen in dit grootschalige ontginningslandschap zijn ontstaan aan de Dedemsvaart of zijvaarten (wijken) daarvan. Denk aan Nieuwleusen, Balkbrug, Dedemsvaart, Slagharen, de Krim en Schuinesloot. Vooral in Dedemsvaart zijn sporen uit die tijd nog herkenbaar aanwezig, zoals de statige negentiende eeuwse villa’s die welgestelde verveners langs de vaart lieten bouwen. Dit is ook het dorp van Mien Ruys, de

internationaal bekende tuinarchitect, die gezien wordt als een pionier van de moderne tuinarchitectuur. Haar levenswerk is nog steeds te bezoeken in de Tuinen Mien Ruys. Er zijn duidelijke cultuurverschillen tussen de verschillende dorpen, maar overal zie je veel ondernemerszin en naoberschap. Binnen de dorpen zie je veel samenwerking en initiatief en zij krijgen ook veel voor elkaar, denk aan MFA De Beuk in de Krim of De Spil in Nieuwleusen. Zo zijn de dorpen uitgegroeid tot aantrekkelijke woon/werklocaties. Het gebied wordt via de N337 en een hoogwaardige busverbinding met een aantal hubs goed verbonden met de A28 en Zwolle. Reestdal: mysterieus en uniek Op de grens van Overijssel en Drenthe kronkelt de Reest van Drogteropslagen bij Dedemsvaart naar Meppel. De Reest is één van de weinige beken in ons land die zijn oorspronkelijke meanderende loop heeft behouden. Het lijkt of de tijd hier stil heeft gestaan, het middeleeuwse cultuurlandschap is goed bewaard gebleven. Dat heeft alles te maken met de ligging op de grens van de twee provincies, waardoor de Reest in tegenstelling tot veel andere beken nooit is gekanaliseerd. In het afwisselende, kleinschalige cultuurlandschap rijgt de Reest landgoederen, heideterreinen, bossen, bloeiende hooilanden met ooievaars en sfeervolle boerderijen, als parels aan een ketting, aaneen.

Van oudsher werd op de hogere zandkoppen, ook wel horsten of bergen genoemd, gebouwd en daar vind je nog steeds bijzondere landgoederen en karakteristieke boerderijen. In dit kleinschalige landschap dragen boeren met agrarisch natuurbeheer, weidevogel beheer en het vernatten van hun gronden bij aan het herstel van de natuur en landschappelijke waarden. Het Reestdal biedt mogelijkheden voor kleinschalige, extensieve recreatie.

Regio Zwolle Het Vechtdal is onderdeel van Regio Zwolle, een vitale en ondernemende regio met veel (familie)bedrijven. Binnen de regio werken 22 gemeenten en 4 provincies samen op het gebied van economie en arbeidsmarkt en ruimtelijke ontwikkeling. Regio Zwolle richt zich op de topsectoren kunststoffen, gezondheid en landbouw en daarnaast zijn logistiek, e-commerce en vrijetijdseconomie groot. In het Vechtdal ligt de nadruk, naast landbouw en de vrijetijdseconomie, op MKB-maakbedrijven en hoogwaardige industrie. Dit zijn vaak familiebedrijven die hier al generaties lang geworteld zijn en dragend zijn voor de economie. De regionale verstedelijkingsstrategie gaat uit van warme harten in een klimaatadaptieve delta. Dit betekent dat je bouwt op de plekken waar al mensen zijn, zodat de nieuwe ontwikkeling als hefboom kan werken voor de grote opgaven in de bestaande steden en dorpen, zoals Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Nieuwleusen of Dedemsvaart. Daarmee zet de regio in op een stedelijke en economische groei, maar wel op een klimaatrobuuste manier. In de demodelta worden innovatieve ideeën in de praktijk gebracht en hiermee inspireren we anderen. Regio Zwolle heeft ook een Regio Deal met het Rijk gesloten, waarin ingezet wordt op leefbaarheid, extra innovatiekracht en duurzaamheid voor alle inwoners en ondernemers in de regio.

Twente

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Twente

Het Twentse landschap is een aantrekkelijke afwisseling van stuwwallen en beekdalen, bossen en houtwallen, agrarische gronden met vaak boerenerven, rustige dorpen en bruisende steden. De bewerking van de ‘oale groond‘ heeft Twente dit aantrekkelijke, kleinschalige landschap opgeleverd dat door de vele (zand)paden en routes goed toegankelijk is. Twente heeft meerdere culturele trekkers als het Rijksmuseum Twente in Enschede, de glaskunst uit Ootmarsum, het Afrika Festival in Hertme of de FBK Games in Hengelo. De combinatie van natuur en cultuur maken van Twente een veelzijdige en aantrekkelijke regio. Noaberschap, noaberplicht en noabers zijn bekende begrippen voor Tukkers. De betrokkenheid van de gemeenschappen is groot met vele vrijwilligers en lokale netwerken. Dit komt onder andere tot uitdrukking in het rijke verenigingsleven en de vele tradities, zoals de Pinksterbruidjes, carnaval of de Poaskaerls.

Een culturele waterscheiding Midden in onze provincie ligt een groot stuwwallencomplex, dat is ontstaan toen het landijs in de voorlaatste ijstijd de bodem omhoog drukte: de Sallandse Heuvelrug. De Heuvelrug vormt samen met de Regge het hooggewaardeerde ‘natuurlijke hart’ van Overijssel, het is tevens de waterscheiding tussen Twente en Salland. De waterscheiding is niet alleen fysiek, maar ook sociaal en cultureel. De gemeenschappen aan beide kanten van de berg hebben een andere geschiedenis en identiteit: katholiek en protestants, oude gronden en jonge ontginningen, Twents en Sallands. Dit alles ten gevolge van verschillen in historische ontwikkeling. De sociale samenhang, naoberschap, is aan beide zijden van de Heuvelrug, hoewel verschillend van aard, in sterke mate aanwezig.

Cives Tuihanti Iedereen die wel eens in Twente is geweest, heeft het kunnen ervaren: hier woont een apart slag volk. Niet dat de Tukkers zich ook maar iets van die typering aantrekken: ze zijn er juist trots op. Eigenzinnig, trots en soms wat tegendraads. Een beetje stug, maar altijd gastvrij.

Stuwwallen, beken en hoogveen Het Twentse landschap is een aantrekkelijke afwisseling van stuwwallen en beekdalen, bossen en houtwallen, agrarische gronden met boerenerven, rustige dorpen en bruisende steden. De bewerking van de ‘oale groond‘ heeft Twente dit aantrekkelijke, kleinschalige landschap opgeleverd dat door de vele (zand)paden en routes goed toegankelijk is. En daar waar ontginning later volgde of uitbleef, met name langs de landsgrens, is unieke natuur ontstaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ed2215c7-d590-4d72-9289-63dd7319fac6