Rekenkameronderzoek financiële zelfredzaamheid gemeente Zwartewaterland
Tekst van het document
Er lijken al wel plannen te zijn om het proces te verbeteren, door werkafspraken vast te leggen zodat de vroegsignalering doorontwikkeld kan worden. Echter, wetende dat er nog geen beslissingen zijn genomen over of de uitvoer extern belegd blijft of intern wordt opgenomen, en wetende dat er een tijdslimiet is vanwege een aankomend pensioen, is het de vraag of dit op tijd gerealiseerd wordt.
Eindrapportage
26 van 47
4
Monitoring en resultaten
Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op het bereik, wijze van monitoren en de bereikte resultaten. In het beleidsplan voor aanpak armoede en schulden staan vier doelen die via monitoring kunnen worden bijgehouden: 1) groter gebruik van minimaregelingen, 2) iedereen doet mee (participatie), 3) meer resultaat met vroegsignalering van schulden en 4) groter bereik van mensen met schulden. De acties voor en het bereik van het tweede doel zijn goed bijgehouden, aan de hand van een evaluatie arbeidsparticipatie. De acties en resultaten die horen bij de andere drie doelen worden echter niet (volledig) gemonitord.
Met Energietoeslag is bijna de hele doelgroep bereikt; verdere monitoring (nog) niet compleet Hieronder presenteren we cijfers over het gebruik van diverse armoede- en minimaregelingen en andere ondersteuning in Zwartewaterland. Deze geven inzicht in het totaal aantal inwoners dat gezien wordt en in beeld is bij de gemeente. Het beeld van het bereik is echter (nog) niet compleet. • Minimaregelingen: Er missen nog cijfers over het bereik van verschillende regelingen (zie voor het overzicht van de aangeboden regelingen binnen de gemeente bijlage A6). Op het moment van schrijven voert de gemeente een behoeftepeiling onder minima uit. Via een vragenlijst onder inwoners met vragen over het gebruik en de bekendheid van de regelingen en via de armoedemonitor, wil de gemeente een beter beeld krijgen van de samenstelling van de doelgroep. De verwachting is dat de resultaten hiervan in het derde kwartaal van 2025 gepresenteerd worden. • Bijstand en IOAW/IOAZ: In tabel 4.1 staat het bereik van de algemene bijstand, de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW-uitkering) en de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ). • Energietoeslag: Het bereik van de energietoeslag, zoals uitgevoerd in 2022 en 2023, staat in tabel 4.2. Bijna de hele doelgroep is bereikt.
• Meedoen: In tabel 4.3 staat een overzicht van alle activiteiten in 2023 met betrekking tot participatie en re-integratie. In subhoofdstuk 4.2 staat meer informatie over de evaluatie van deze ondersteuning. • Vroegsignalering: Data over de vroegsignalering, belegd bij Stichting De Kern, is niet beschikbaar. • Schuldhulp: In tabel 4.4 staan de afgeronde ‘producten’ (geleverd aan personen) van 2024, gericht op de schuldhulp-ondersteuning. Het is daarbij niet duidelijk of één persoon mogelijk met meerdere producten te maken heeft. Bij elkaar zijn er in 2024 elf tot zestien producten geleverd. Data over de schuldhulp die wordt geboden vanuit stichting De Kern is niet beschikbaar. • Algemene tevredenheid inwoners: Binnen de gemeente wordt geen cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd voor de Participatiewet. Dit gebeurde in het verleden wel, maar vanwege een blijvende lage respons is besloten hiermee te stoppen. Hierdoor is er binnen dit onderzoek alleen via de gesprekken met inwoners inzicht in de klanttevredenheid.
Eindrapportage
27 van 47
Tabel 4.1 Overzicht bereik inkomensondersteuning (bron: Evaluatie arbeidsparticipatie, 2023) Inkomensondersteuning
2019
2020
2021
2022
2023 (april)
Algemene bijstand
184
179
179
186
193
IOAW / IOAZ
29
19
19
21
22
Totaal (aantal personen)
213
198
198
205
21513
Tabel 4.2 Bereik Energietoeslag 2022 en 2023 (Bron: brief aan de raad over resultaten evaluatie energietoeslag, 24 februari 2025) Jaar
Voorwaarde (wettelijk sociaal
Bereik
minimum (WSM)) 2022
120%
99,2%
2023
150%
96% van de groep tot 120% WSM 95% van de groep tussen 121% en 150% WSM
Tabel 4.3 Overzicht deelname aan (participatie - en re-integratie) activiteiten (bron: Evaluatie arbeidsparticipatie, 2023)14 Activiteit
Actieve klanten (eind 2019)
Actieve klanten (april 2023)
Vrijwilligerswerk
30
62
Werkervaringsplek
5
7
Proefplaatsing
-
6
Beheer Openbare ruimte / ROVA
10
6
Road to Work
1
0
Participatietraject In Balans
13
19
Activatie-, participatie- of
“In 2019 kochten we nog
10
bemiddelingstraject Base to Work
geen trajecten in bij B2W.”
Traject ‘Iedereen doet mee’, TIEM
“In 2019 kochten we nog
3
geen trajecten in bij B2W.” Werken met loonkostensubsidie
27
62
Jobcoachtrajecten
-
57
Beschut werk
2
4
13
Dit verschilt met cijfers die in CBS Statline zijn gevonden. De groep die wel op het sociaal minimum leeft, maar geen bijstandsuitkering ontvangt zijn zogenaamde nuggers. Nuggers zijn niet-uitkeringsgerechtigden, oftewel personen die werk zoeken maar geen recht hebben op een uitkering. Deze groep bestaat uit mensen die niet werken of minder dan 12 uur per week werken, maar wel beschikbaar zijn voor minimaal 12 uur werk per week. Ze zijn jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd en staan vaak geregistreerd als werkzoekende bij het UWV, waardoor ze in principe in aanmerking komen voor basisdienstverlening van het UWV en eventuele ondersteuning bij re-integratie door gemeente 14 Overzicht omvat participatie- en re-integratieactiviteiten. Deze zijn gebaseerd op o.a. lijsten SRG statistiek, het eigen dashboard en Excel-lijsten van de gemeente.
Eindrapportage
28 van 47
Tabel 4.4 Overzicht bereik schuldhulp-ondersteuning (bron: kwartaalverslag 2024 fase 2 schuldhulp) Voorziening
Afgeronde producten 2024
Lopende producten 2024
Integrale intake
1
-
Schuldhulpbemiddeling
2
1
Heronderzoek na 12 mnd
3
1 tot 3
Heronderzoek na 6 mnd
-
1 tot 2
Wet Schuldhulpsanering (WSNP)
1
-
WSNP + Dwangakkoord
-
1
4.1
Monitoring van armoede
Datahuishouding onvolledig De datahuishouding van de gemeente Zwartewaterland blijkt nog niet op orde, wat de effectieve monitoring en sturing van het armoedebeleid belemmert. Ook de uitvoering ondervindt hinder van een gebrek aan relevante informatie. De ontwikkeling van het dashboard met monitorgegevens, die een centrale rol heeft in de monitoring, staat reeds een jaar stil. Hierdoor ontbreken actuele gegevens. Een beleidsmedewerker geeft aan dat ook in de oude versie van het dashboard informatie werd gemist, vooral met betrekking tot de Gemeentepolis (collectieve zorgverzekering) en bijzondere bijstand. Dit gebrek aan data bemoeilijkt de beleidsafstemming. Ook gemeenteraadsleden laten weten belangrijke informatie te missen (in een volgende paragraaf hier meer over). In het online jaarverslag van 2023 zijn cijfers beschikbaar gesteld, gekoppeld aan doelen op de agenda (‘wat is onze agenda’ > ‘Hoe we dat meten’). Het valt echter op dat de beleidsdoelen en bijbehorende indicatoren niet altijd helder aan elkaar gekoppeld zijn. Alle indicatoren die vallen onder het programma ‘Positieve gezondheid, participatie en preventie’ zijn bij elkaar gezet, waardoor beschikbare data met betrekking tot het doel ‘Inwoners zijn financieel zelfredzaam’ niet direct inzichtelijk zijn gemaakt. Het is aannemelijk dat de indicator ‘Personen met een bijstandsuitkering’ hieraan gekoppeld is.
Andere gegevens die betrekking hebben tot dit doel zijn niet beschikbaar. De Adviesraad Sociaal Domein signaleert vertragingen tussen peilmomenten en rapportages, wat de actualiteit van de informatie vermindert. Deels is deze vertraging onvermijdelijk, bijvoorbeeld doordat gebruikte rapporten en cijfers niet vaker gepubliceerd worden. Denk daarbij aan de Gezondheidsmonitor van de GGD of cijfers gepubliceerd door CBS. De Adviesraad benadrukt wel dat er dankzij goede afstemming in het verleden een verbetering heeft plaatsgevonden in het dashboard. Zij hebben wel het gevoel dat er naar hen wordt geluisterd.
Invoer van data is niet afgestemd of gebeurt niet Verder is de registratie van gegevens niet altijd gestroomlijnd. De schuldhulpverlener vanuit De Kern geeft aan geen systematische registratie bij te houden. Hoewel De Kern inziet dat administratieve data relevant kan zijn voor de gemeente, ligt de focus binnen de stichting op de uitvoer.
Eindrapportage
29 van 47
Een beleidsadviseur benoemd ook dat er problemen zijn met definitiehantering en systeeminrichting. Medewerkers zouden niet altijd data op dezelfde wijze invoeren en verbeteringen in het systeem zouden langzaam verlopen.
Uitgebreide monitoring van domein consulenten Werk Opvallend is dat gegevens rondom arbeidsparticipatie, het domein van consulenten Werk, wel zorgvuldig zijn bijgehouden. Dit blijkt uit de ‘Evaluatie Arbeidsparticipatie Zwartewaterland’ (mei 2023), opgesteld om de notitie ‘Denken in mogelijkheden aan de hand van een 3- sporenbeleid’ te evalueren. Dit document bevat o.a.: • Data over de arbeidsparticipatie, inkomen, opleidingsniveau van bewoners. • Data over WW- en bijstandsuitkeringen (instroom). • Redenen voor in- en uitstroom bijstandsbestand. • Uitleg over de wettelijke verantwoordelijkheden van de gemeente en uitvoer hiervan. • Achtergrondinformatie van het klantenbestand en ingezette begeleidingsvormen. • Evaluatie van het 3-sporenbeleid. • Kostenontwikkeling Sociaal Domein. Ontwikkelingen en resultaten worden in het document voorzien van een duiding. Positieve punten die naar voren komen zijn: er wordt actief ingezet op re-integratie en participatie, er is speciale aandacht voor kwetsbare groepen, de arbeidsparticipatie in de gemeente is hoog vergeleken met landelijke cijfers, en er lijkt goede samenwerking te bestaan met werkgevers en maatschappelijke organisaties. Enkele aandachtspunten zijn: het aantal mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt neemt toe, de nazorg bij uitstroom naar werk kan beter, er is behoefte aan een breder aanbod van re-integratietrajecten.
Raad mist informatie We hebben de raadsinformatiewebsite van de gemeente Zwartewaterland geraadpleegd op 1) informatievoorziening naar de raad en 2) activiteiten van raadsleden op dit thema. De raad wordt op de hoogte gehouden van het beleid via de reguliere P&C cyclus. We hebben geen andere informatievoorziening richting de raad kunnen vinden. Wel zijn raadsleden enkele keren actief geweest op dit thema. Er zijn twee moties ingediend: één van de PvdA over menstruatiearmoede, en de raad heeft de motie ingediend om de Energietoeslag in 2023 ruimer toe te kennen. Naar aanleiding van deze moties is de raad geïnformeerd over de voortgang van activiteiten die uit deze motie voortkwamen, zoals via de raadsinformatiebrief (24-02-2025) over de evaluatie van de aanpak van energiearmoede. In de workshop met raadslieden is ingegaan op de informatievoorziening aan de raad en de activiteiten van raadsleden op dit thema. Hierbij konden raadsleden aangeven hoe zij de informatievoorziening ervaren en welke rol zij hier voor zichzelf zien. Zij gaven aan een gebrek aan gerichte informatie te ervaren. De opmerkingen van de raadsleden zijn in lijn met bevindingen die volgen uit de gesprekken met ambtelijk betrokkenen. Hoewel er een (momenteel nog inactief) dashboard bestaat, bevat dit voor de gesproken raadslieden onvoldoende informatie.
Ook zou er meermaals om data gevraagd zijn, zoals om de doorstroom van bijstand, maar het blijkt lastig voor raadsleden om met verstrekte informatie een structureel beeld te vormen. Naast een tekort aan informatie, is er in sommige gevallen juist sprake van een teveel aan data, waardoor de duiding ervan wordt bemoeilijkt.
Eindrapportage
30 van 47
Naast algemene monitoringsgegevens worden er ook beleidsevaluaties en tussenstanden van projecten gemist. De raad benadrukt dat voor hen de prioriteit niet ligt bij een volledig en perfect ingerichte data-uitwisseling. Op dit moment missen zij echter essentiële basisinformatie, waardoor de raad slecht zicht heeft van hoe het er in de uitvoer van het armoedebeleid aan toe gaat. Dit gaat niet enkel om inzicht in de cijfers, maar ook in inzicht in algemene signalen die worden opgehaald door de gemeente. Er is sterk behoefte aan meer inzicht, aangezien er binnen de raad vragen spelen over het bereik en de doelmatigheid van het huidige armoedebeleid, en expliciet de regelingen die de gemeente inzet.
4.2
Ervaring inwoners in armoede
Gedurende het onderzoek is gesproken met vier inwoners en de Adviesraad Sociaal Domein om het inwonerperspectief te belichten. In de onderzoeksverantwoording is de methode van werving uitgelegd. Deze vier gesprekken geven een indicatief beeld van hoe de ondersteuning wordt ervaren. De gesproken inwoners maken gebruik van diverse regelingen, waaronder bijstand, de collectieve zorgverzekering, individuele inkomenstoeslag, de participatieregeling en het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen. De ervaringen van inwoners in Zwartewaterland die moeite hebben met rondkomen en gebruik maken van gemeentelijke ondersteuning zijn divers. Er worden duidelijke verbeteringen waargenomen, vooral op het gebied van communicatie en informatievoorziening. Een inwoner merkt op: "Ik vind wel dat de laatste jaren het aanbod verbeterd is. Het wordt beter bekendgemaakt bij de cliënten." Persoonlijke brieven en publicaties in lokale media worden gewaardeerd, evenals de snelle afhandeling van bepaalde aanvragen. Positief is ook de meestal vriendelijke en behulpzame houding van gemeentepersoneel. Een inwoner vertelt: "Contact verliep goed. Makkelijk. Zelfs toen ik in de war raakte met de laatste uitbetaling met pensioen. Hebben ze geduldig per mail gedaan." Eenmalige regelingen, zoals de witgoedregeling, worden eveneens gewaardeerd. Echter, er zijn ook negatieve ervaringen.
Inwoners ervaren een hoge drempel om hulp aan te vragen, vaak vanwege schaamte of angst. Aanvraagprocedures worden als ingewikkeld ervaren, vooral door ouderen. Er is frustratie over inflexibiliteit bij werkaanbod. Een inwoner uit zijn zorgen: "Dan wordt je gepusht in een bepaalde richting, die je niet op wil." Wat verder opvalt is dat inwoners soms sterk afhankelijk kunnen zijn van de hulp van familieleden bij het aanvragen van de ondersteuning: zij helpen zowel bij de beslissing om hulp te gaan zoeken, als ook bij het aanvraagproces bij de gemeente. Ook maken enkelen zich zorgen over stijgende kosten en de mate waarin uitkeringen toereikend zijn. Deze diverse ervaringen laten zien dat de gemeentelijke ondersteuning door inwoners verschillend wordt ervaren. Er zijn positieve ontwikkelingen zichtbaar, maar er blijven ook uitdagingen bestaan in de dienstverlening aan inwoners die moeite hebben met rondkomen.
Eindrapportage
31 van 47
Ter aanvulling: landelijk onderzoek naar ervaringen met armoede Ipsos I&O onderzocht in oktober 2023 hoe Nederlanders aankijken tegen armoede en op welke manier het moeilijk rondkomen een onderwerp is dat binnen het eigen netwerk wordt besproken. Bijna een kwart (23%) van de Nederlanders vond het destijds (zeer) moeilijk om rond te komen. Van de werkende Nederlanders vindt 17 procent het moeilijk rondkomen. Bij vier op de tien Nederlanders die moeilijk rondkomen is het bekend in hun omgeving dat ze hier moeite mee hebben. Bij een derde zou dit niet het geval zijn, voornamelijk omdat men er niet over praat door schaamte en het gevoel dat dit een persoonlijk probleem is. Slechts 1 procent van de Nederlanders die moeilijk rondkomen heeft er heel erg behoefte aan om vaker te praten met iemand over hun financiële problemen. Meer dan de helft (52%) heeft dit helemaal niet. Mensen die (zeer) moeilijk rondkomen denken dat schaamte (78%) en de angst voor negatieve gevolgen een rol speelt om geen hulp te vragen (66%). Ook het gevoel dat iemand de eigen problemen moet oplossen (46%) en dat men niet weet waar terecht te kunnen (39%) speelt mee. Via een open vraag kon men aangeven wat de grootste drempel zou zijn bij het zoeken naar hulp via de overheid. De meeste mensen benoemen hier het wantrouwen dat er richting de overheid bestaat en de angst om geld weer terug te moeten betalen.
Dit laatste is onder andere een gevolg van de Toeslagenaffaire.
Eindrapportage
32 van 47
Bijlagen
Eindrapportage
33 van 47
A
Bijlagen
A.1
Onderzoeksvragen en beleidstheorie
Beleid 1 Welke doelen beoogt de gemeente Zwartewaterland te bereiken? 2 Wat verstaat de gemeente Zwartewaterland onder financiële zelfredzaamheid en welke doelgroepen onderscheidt zij daarbij? 3 Hoe ziet het beleid ten behoeve van het bevorderen van financiële zelfredzaamheid van inwoners van de gemeente Zwartewaterland er uit? 4 Is het beleid gebaseerd op een actuele probleemanalyse van financiële zelfredzaamheid in Zwartewaterland? 5 Hoeveel budget is beschikbaar voor de lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid? Inrichting en vertaling naar praktijk 6 Welke lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid biedt de gemeente Zwartewaterland? 7 Sluit het gebruik van de lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid aan bij de gemeentelijke ambities- en doelstellingen? 8 Welke interventies zet de gemeente in om het doelbereik van de lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid te vergroten? Uitvoering 9 In hoeverre zijn de lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid bij de doelgroep(en) bekend en zijn ze voldoende laagdrempelig? 10 In hoeverre maken de beoogde doelgroepen gebruik van de verschillende regelingen? 11 In hoeverre sluiten de instrumenten en regelingen aan bij maatregelen die door andere overheden worden geïmplementeerd? 12 Zijn er
redenen waarom mensen geen gebruik maken van lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid, en zo ja welke zijn dat? 13 Hoe ziet de besteding van middelen voor financiële zelfredzaamheid eruit? Monitoring 14 Hoe sturen de gemeente en andere betrokken stakeholders op de instrumenten en regelingen ter bevordering van financiële zelfredzaamheid? Welke monitoringsinstrumenten worden ingezet en hoe wordt bijgestuurd? 15 Zijn de doelen, indicatoren en monitoringsinstrumenten toereikend om leer- en verbeterpunten te identificeren en beleid bij te sturen? Resultaten, doelbereik en doelmatigheid 16 Wat is het doelbereik van de verschillende lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid? 17 Zijn de beschikbare middelen toereikend geweest? Hoe verhouden deze zich tot de uitvoeringskosten? 18 Zijn de bestaande lokale instrumenten en regelingen gericht op financiële zelfredzaamheid geschikt om op een efficiënte wijze de financiële zelfredzaamheid van de doelgroep(en) te verbeteren?
Eindrapportage
34 van 47
Rol van de raad 19 Hoe wordt de raad geïnformeerd over het beleid en de uitvoering ervan? 20 Kan de raad met de geboden informatie zijn kaderstellende en controlerende rol adequaat vervullen? 21 Is de informatie die de raad krijgt van het college toereikend om de resultaten van het beleid te kunnen beoordelen, rekening houdend met de beleidskaders? 22 Is de informatie de die raad krijgt van het college toereikend om de resultaten van het beleid te kunnen beoordelen, rekening houdend met de beleidskaders?
Beleidstheorie De beleidstheorie is de rode draad van het onderzoek en is gebruikt om de deelvragen te vertalen naar een onderzoeksopzet. Het model vindt u hieronder en heeft als startpunt het vaststellen van beleid. Raad en college in Zwartewaterland stellen ten eerste de beleidskaders en middelen vast, met daarin de beoogde doelen. Deze zijn gebaseerd op landelijke ambities van het Rijk (zoals het terugdringen van het aantal kinderen in armoede) en specifieke lokale uitdagingen. Deze beleidskaders worden vervolgens geconcretiseerd in uitvoeringsplannen of afspraken met maatschappelijke organisaties. Daarbij kijken we naar welke doelgroepen zijn geïdentificeerd (waarbij idealiter ook lokale partijen, ervaringsdeskundigen en/of inwoners betrokken worden) en welke instrumenten hierop zijn ingezet (‘one-size-fits-all’ of doelgroepgericht, zoals met Kindpakketten). In de uitvoeringsfase kijken we naar hoe de instrumenten worden ingezet, loopt de samenwerking goed, worden de juiste mensen bereikt, of zijn er verbeterpunten. Deze activiteiten leiden al dan niet tot het beoogde effect. Aan de hand van deze effecten wordt door middel van monitoring bepaald of de doelen bereikt worden.
Het behalen van de doelen dient vervolgens aanleiding te zijn voor enerzijds de gemeentelijke organisatie om de uitvoeringspraktijk bij te sturen en anderzijds voor de gemeenteraad om door middel van haar kaderstellende en controlerende rol het beleid bij te sturen. Figuur 4.1 Beleidstheorie onderliggend aan onderzoek
Eindrapportage
35 van 47
A.2
Context armoede
Definitie van armoede ‘Modern’ armoedebeleid is al enige tijd niet meer gericht op inwoners die rond moeten komen van een vastgesteld minimuminkomen en/of bijstand ontvangen. Ook inwoners die rond moeten komen van een inkomen dat (net) boven het sociaal minimum ligt kunnen door omstandigheden zoals schulden of, zoals we in recente tijden zagen, een onverwacht hoge inflatie in de problemen komen. Dit onderzoek gebruikt de definitie van die het SCP ook hanteert in hun onderzoek ‘Kansrijk Armoedebeleid’15. Deze luidt: ‘een situatie waarin iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden’. De grens van wanneer iemand niet kan beschikken over de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen wordt bepaald door het besteedbaar inkomen, wat niet per se gelijk staat aan het vastgestelde minimuminkomen. Deze definitie van armoede kan vervolgens op een enge, als op een ruime manier benaderd worden: • De enge benadering is gericht op het inkomen dat iemand nodig heeft voor de meest basale benodigdheden zoals voedsel, drinken, kleding en onderdak. • De ruime benadering neemt ook de minimale kosten van recreatie en sociale participatie mee. Dit budget is iets ruimer en volgens het SCP ook hoger dan het sociaal minimum in Nederland.
De ruime benadering en uitgaan van het besteedbaar inkomen betekent dat mensen die in principe voldoende inkomen hebben ook in de financiële problemen kunnen komen om voldoende mee te kunnen doen aan de samenleving. Een goed voorbeeld hiervan zijn schulden. Deze ontstaan niet alleen door een gebrek aan inkomen, maar ook door een te groot uitgavenpatroon (bijvoorbeeld door psychische problematiek, verslavingen, sociale situaties, hoge zorgkosten of een echtscheiding). Schuldophoping door betalingsachterstanden verergert de situatie. Vroegtijdig signaleren van deze problematiek kan erger voorkomen, al is dit in voorkomende gevallen soms moeilijk omdat gevoelens als schaamte een grote rol spelen bij dit thema, zowel voor hen die een uitkering ontvangen als hen die wel een inkomen hebben boven het sociaal minimum. Aandacht in beleid en uitvoering voor armoedepreventie en het verlichten van schuldproblematiek (of hier een uitweg vinden) valt dan ook onder de scope van dit onderzoek.
Doelgroepen van armoede Armoede treft, zoals uit het bovenstaande al blijkt, geen homogene groep mensen. Zo zijn de gevolgen van armoede voor kinderen anders dan voor ouderen 16. Waar kinderen mogelijk te maken krijgen met problemen in de ontwikkeling, krijgen ouderen mogelijk te maken met een sociaal isolement en eventueel aanvullende zorgkosten. Ook is er een verschil tussen uitkeringsgerechtigden en zogenaamde ‘werkende armen’: mensen uit de beroepsbevolking die wel betaald werk doen, maar alsnog onvoldoende besteedbaar inkomen hebben om bijvoorbeeld sport te kunnen betalen.
15
Via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/06/18/kansrijk-armoedebeleid Zie ook voorbeelden genoemd door Stimulansz: https://www.stimulansz.nl/armoedebeleid-in-uwgemeente/#1664794655391-becc387a-77c2 16
Eindrapportage
36 van 47
Dit onderscheid in doelgroepen betekent niet alleen dat een doelgroepgerichte beleidsaanpak mogelijk noodzakelijk is, maar ook dat er op verschillende niveaus uitdagingen liggen voor gemeenten. Zo zijn uitkeringsgerechtigden vanwege het ontvangen van een bijstandsuitkering automatisch in beeld bij de gemeente, bij werkende armen is dit vaak niet het geval. Waar bij uitkeringsgerechtigden de doelgroep al in beeld is en de dienstverlening dus voornamelijk gericht zal zijn op het verkleinen van de kans op terugval naar armoede, is bij werkende armen het beleid er vooral op gericht om het bereik van armoederegelingen te vergroten. Tabel A1. Doelgroepen Groep o.b.v. leeftijd
Voorbeelden van achtergrondkenmerken die risico op armoede vergroten
Kinderen en jongeren (tot 18 jaar)
Eenoudergezinnen, grote gezinnen, kinderen met een migratieachtergrond, kinderen uit gezinnen die leven van een uitkering, jonge ouders, ouders met weinig menselijk kapitaal.
Niet-werkzame beroepsbevolking (18-67
Uitkeringsgerechtigden met een zorgbehoefte, duur van uitkering, afstand
jaar)
tot de arbeidsmarkt.
Werkzame beroepsbevolking (18 – 67
Type contract (voltijd, deeltijd), soort contract (vast, flexibel), zzp’ers,
jaar)
aanwezigheid tweede verdiener in huishouden, ingrijpende gebeurtenissen (bijv. scheiding)
Ouderen (67 jaar en ouder)
Ouderen met onvoldoende pensioen en onvolledige AOW, hoge zorgkosten
Het SCP heeft berekend dat ongeveer 85 procent van alle armen in Nederland onder een van deze vier groepen vallen. De ‘restgroep’ is dusdanig heterogeen (thuiswonende studenten, vervroegde uittreders, weduwepensioenontvangers en overige inkomens) dat deze door het SCP in haar rapporten buiten beschouwing wordt gelaten.
Eindrapportage
37 van 47
A.3
Documentenlijst
Titel
Jaar
Beleidsplan voor aanpak armoede en schulden Zwartewaterland (2022-2026)
2022
Preventienota ‘Samen zijn we Zwartewaterland’ (2022-2028)
2022
Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening (2022-2026)
2022
Uitvoeringskader re-integratiediensten Zwartewaterland (2024-2026)
2024
Verordening Sociaal Domeingemeente Zwartewaterland 2020
2020
Evaluatie arbeidsparticipatie Zwartewaterland
2023
Kwartaalverslag gemeente Zwartewaterland kwartaal 4 2024
2024
Evaluatie aanpak Energiearmoede
2024
A.4
Overzicht interviews
#
Organisatie
Titel
1
Gemeente
Beleidsmedewerker armoede en schulden
2
Gemeente
Beleidsmedewerker Participatiewet
3
Gemeente
Consulenten Werk (groepsgesprek: 3 consulenten)
4
Gemeente
Consulent Inkomen
5
Gemeente
Consulent Inkomen
6
Gemeente
Wethouders (duo-gesprek)
7
Gemeenteraad
Zes gemeenteraadsleden: CDA, CU, PGZ, PvdA, SGP, VVD
8
Adviesraad
Voorzitter & Penningmeester/secretaris (duo-gesprek)
Sociaal Domein 9
Stichting De Kern
Schulddienstverlener
10
MEE Samen
Consulenten (duo-gesprek: 2 consulenten)
11
Voedselbank /
Voorzitter Voedselbank & Schuldhulpmaatje
Schuldhulpmaatje 12
Genermuider
Voorzitter & thesaurier (duo-gesprek)
Fondsen 13
Bewindvoerings-
Bewindvoerder
organisatie
Eindrapportage
38 van 47
A.5
Onderwerpenlijsten interviews
Algemeen •
•
•
•
•
Beleid en uitvoering o Vormgeving, doelen en middelen o Probleemanalyse en doelgroepen o Aansluiting op sociaal domein o Impact van recente ontwikkelingen Samenwerking o Taakverdeling gemeente en partners o Relaties met maatschappelijke organisaties Monitoring en sturing o Proces en verantwoordelijkheden o Informatievoorziening Inwonersperspectief o Toegankelijkheid en ervaringen o Betrokkenheid bij beleid Effecten en toekomst o Doelrealisatie o Verbeterpunten en successen
Wethouders • • • • •
Visie van de wethouder op het beleid Bereik van de armoederegelingen Samenwerking met lokale partijen Grip op het beleidsthema (o.a. Datahuishouding) Ambities voor de toekomst
Workshop gemeenteraad • • •
Wat zijn de 3 grootste uitdagingen voor de gemeente op het gebied van financiële zelfredzaamheid? Wanneer vindt u dat het beleid rondom financiële zelfredzaamheid is geslaagd? Welke rol speelt de raad hierin en wat heeft de raad hiervoor nodig?
A.6
Overzicht regelingen en voorzieningen Zwartewaterland
Regeling
Type voorziening
Omschrijving
Bijstand voor zelfstandigen
Landelijke wetgeving
Een lening of uitkering bij opstarten nieuw bedrijf of ten tijde van financiële problemen.
Bijzondere bijstand
Landelijke wetgeving
Voor betaling van onverwachte hoge kosten.
Collectieve
Landelijke wetgeving
Gemeentepolis; Een goedkopere zorgverzekering
ziektekostenverzekering
Eindrapportage
waarbij de gemeente een deel van de premie betaald.
39 van 47
Energietoeslag
Landelijke wetgeving
Bijdrage energiekosten in 2023.
Individuele
Landelijke wetgeving
Jaarlijkse toeslag voor mensen met langdurig laag
inkomenstoeslag
inkomen zonder perspectief.
IOAW
Landelijke wetgeving
IOAZ
Landelijke wetgeving
Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandige.
Kwijtschelding
Landelijke wetgeving
gemeentelijke belastingen
Kwijtschelding voor de onroerendezaakbelasting, het eigenarendeel van de rioolheffing en het vastrechtdeel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van waterschapsbelasting.
Schuldhulpverlening
Landelijke wetgeving
Hulp om schulden te verminderen en financiële situatie te verbeteren. (Uitvoer bij gemeente en Stichting de Kern)
Vroegsignalering
Landelijke wetgeving
Proactief opsporen en aanpakken van financiële problemen voordat ze escaleren tot ernstige schuldsituaties. (Uitvoer bij Stichting de Kern)
Studietoeslag
Landelijke wetgeving
Een toeslag voor studenten die door ziekte of een medische beperking geen inkomsten naast hun studie kunnen verwerken.
Datgeldtvoormij
Landelijke regeling
Jarige Job
Landelijke organisatie
Tool om te kijken welke regelingen en toeslagen je kan aanvragen. Verjaardagsbox voor gezinnen waar niet voldoende geld is. Organisatie Jarige Job.
Startpunt geldzaken
Landelijke organisatie
Tools ‘geldplannen’ die mensen kunnen doorlopen, afhankelijk van hun specifieke situatie en behoeften. Organisatie Nibud.
SchuldHulpMaatje Voedselbank
Landelijke organisatie,
Hulp bij het aanpakken van geldproblemen.
lokale afdeling
Organisatie SchuldHulpMaatje.
Landelijke organisatie,
Gratis voedsel verstrekken aan mensen in nood.
lokale afdeling Witgoedregeling
Lokale
Oude witgoedapparaten vervangen door nieuwe,
inkomensondersteuning
energiezuinige apparaten.
Participatieregeling
Lokale meedoenregeling
Bijdrage voor sportieve, culturele of
Regelingen tegen
Lokale ondersteuning
maatschappelijke activiteiten. energiearmoede
Bijdrage van de gemeente voor het isoleren van oudere woningen; De Energiebespaarlening van het warmtefonds; Energiecoach; Zonnekaart Zwartewaterland; Energiek Zwartewaterland; Energieloket; Workshop verbeterplan maken; Energieadviseur.
Noodfonds
Lokale organisatie
Financiële en materiële noodhulp. Noodfonds Zwolle en omgeving.
Eindrapportage
40 van 47
A.7
Beleidsdoelen en subdoelen uit Preventienota ‘Samen zijn we Zwartewaterland’ (2022-2028)
Doel 1: Inwoners participeren naar vermogen BELEIDSDOELEN: • Inwoners participeren duurzaam in de maatschappij en/of op de arbeidsmarkt. • De eigen kracht en het netwerk van inwoners wordt zoveel mogelijk benut. • Waar nodig is er begeleiding en/of ondersteuning voor (kwetsbare) inwoners. (RELEVANTE) SUBDOELEN: • We stimuleren en verbeteren de (arbeids)participatie van mensen met een beperking. • We stimuleren en verbeteren de (arbeids)participatie van uitkeringsgerechtigden en minima. • We werken samen met (maatschappelijke) partners en werkgevers en stimuleren inclusief werkgeverschap. • Door middel van bewegen stimuleren we onze inwoners om mee te doen in de maatschappij. BEOOGDE RESULTAAT: In 2028… • Heeft 72% van de inwoners van 18 jaar en ouder betaald werk (in 2020 was dit 68%). • Zet 50% van de werkgevers in Zwartewaterland zich in voor inclusief werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid. (in 2020 was dit 30%). Doel 2: Inwoners zijn financieel zelfredzaam BELEIDSDOELEN: • We voorkomen dat inwoners met (beginnende) betalingsachterstanden in een problematische schuldensituatie terechtkomen. • Inwoners groeien op en leven met voldoende middelen. • Inwoners hebben (meer) grip op hun financiën. • Zoveel mogelijk inwoners hebben betaald werk. (RELEVANTE) SUBDOELEN: • De weg naar begeleiding of ondersteuning is laagdrempelig en snel.
• Nieuwkomers met een bijstandsuitkering worden financieel ontzorgd en financieel zelfredzaam gemaakt. • We zetten in op financiële nazorg van inwoners, die vanuit hun uitkeringspositie, weer aan het werk gaan. • We werken samen aan onze beleidsdoelen met (maatschappelijke) partners, scholen en werkgevers. • Kinderen en jongeren zijn zich bewust van hun financiële in- en uitgaven. BEOOGDE RESULTAAT: In 2028… • Kan 92% van onze inwoners rondkomen van het inkomen (in 2020 was dit 89%). • Er zijn minder inwoners (met betalingsachterstanden) die in een problematische +schuldensituatie terechtkomen.
Eindrapportage
41 van 47
A.8
Normenkader
Norm
Toetsingscriteria
Beoordeling
•
De gemeente heeft zicht op de aard en omvang van de problemen van de verschillende doelgroepen. De gemeente heeft haar visie op financiële zelfredzaamheid en beleid helder geformuleerd. Het beleid is flexibel genoeg om met plotselinge ontwikkelingen om te gaan. De vertaling van beleidsdoelstellingen naar ingezette instrumenten is navolgbaar.
•
+
•
+
•
+
•
+-
Er is een relatie te leggen tussen de kosten en de gerealiseerde doelstellingen. De uitvoeringskosten staan in verhouding tot het beschikbare budget of tot het aantal inwoners. Inwoners zijn tevreden over de ondersteuning die zij krijgen. Het bereik van de verschillende regelingen is naar tevredenheid. Partners beoordelen de samenwerking met de gemeente als effectief en doelmatig.
•
-
•
-
•
+
•
+-
•
+-
De gemeente heeft in het beleid vastgelegd op welke wijze en met welke frequentie het (tussentijdse) doelbereik wordt gemeten (monitoring van de uitgevoerde activiteiten, resultaten en effecten). De monitoring wordt uitgevoerd zoals in het beleid staat vastgelegd. Het effect van de doelstellingen is inzichtelijk voor belanghebbenden binnen de gemeente.
•
+
•
+-
•
-
Er zijn duidelijke afspraken over de vorm en frequentie van informatievoorziening en evaluatie richting raad. De raad is actief betrokken bij financiële beleidskeuzes. De raad is in staat zijn kaderstellende en controlerende taak uit te voeren op basis van het geformuleerde beleid.
•
+-
•
+-
•
+-
1. Doeltreffendheid De beleidsdoelstellingen zijn duidelijk beschreven
• • De ingezette instrumenten passen bij
•
de beleidsdoelstellingen 2. Doelmatigheid De beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd met de passende inzet van middelen
• • • • •
3. Monitoring en sturing De uitvoering van de activiteiten
•
wordt structureel bijgehouden zodat deze bijdraagt aan verbeteren van beleid en uitvoering
• •
4. Rol van de gemeenteraad De gemeenteraad wordt voldoende in
•
staat gesteld haar rol naar tevredenheid uit te voeren en pakt de
•
mogelijkheid ook
•
Eindrapportage
42 van 47
Bestuurlijke reactie
Eindrapportage
43 van 47
Eindrapportage
44 van 47
Nawoord De rekenkamer dankt het college voor zijn reactie op het onderzoek naar de financiële zelfredzaamheid van de inwoners van Zwartewaterland. De rekenkamer leest veel herkenning bij het college over de positieve constateringen in het onderzoeksrapport. Dat is terecht, het is goed om stil te staan bij de zaken die goed lopen. Het lerend effect van een onderzoek is echter het grootst als juist ook (voldoende) focus wordt gelegd op de geconstateerde aandachtspunten, die kunnen helpen bij verbetering van beleid en uitvoering in de toekomst. Ten aanzien van het onderzoek en de reactie daarop van het college vragen wij in dit nawoord aandacht voor drie specifieke punten, en tot slot maken we nog enkele opmerkingen in algemene zin. Ten eerste: om de hoofdvraag naar doelmatigheid en doeltreffendheid te kunnen beantwoorden blijkt meer data nodig. De rekenkamer begrijpt dat goede informatievoorziening tijd kost, en waardeert dat dit de voortdurende aandacht van het college heeft. Tegelijkertijd is het moeilijk werken en voor de raad lastig om (eventueel) bij te sturen in een situatie waarin deze vraag niet beantwoord kan worden. Het is daarom goed dat het college onderzoeken is gestart en het bereik in kaart brengt.
Zodra die gegevens beschikbaar zijn, verdient het de aanbeveling om op dat moment opnieuw en expliciet stil te staan bij de vraag naar doelmatigheid en doeltreffendheid. Daarbij is het goed om te voorkómen dat in de toekomst opnieuw een situatie ontstaat waarin niet bepaald kan worden of het gevoerde beleid doelmatig en doeltreffend is. De rekenkamer vindt het positief dat het college de aanbevelingen onderschrijft en met de aan het college gerichte aanbevelingen aan de slag gaat. Daarnaast, ten aanzien van de aanbevelingen over de monitoring van het armoedebeleid en de informatiebehoefte van de raad, adviseert de rekenkamer de raad en het college om in het onderlinge contact voldoende oog te hebben voor een passende balans tussen enerzijds de waarde van maatwerk, kleinschaligheid, een informele organisatie en praktische uitvoerbaarheid, en anderzijds de behoefte aan informatie, voortgang en overzicht benodigd voor de goede invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de raad. De rekenkamer adviseert de raad om zo’n gesprek te agenderen. Als derde punt, met betrekking tot de aanbeveling over prioritering in het armoede- en schuldenbeleid: het college geeft in zijn reactie aan dat een prioritering door de raad op dit punt het college en de ambtelijke organisatie echt helpt. Dit lijkt de noodzaak en de urgentie van deze aanbeveling verder te onderstrepen.
De gevraagde prioritering betreft de kaderstellende rol van de raad en vraagt om een gesprek van de raad met zichzelf. De rekenkamer adviseert de raad om zo’n gesprek op korte termijn te voeren, en met de griffie na te denken of en wat de raad (op inhoud en proces) voor het voeren van een effectief gesprek nodig heeft. Dan nog enkele opmerkingen in algemene zin:
Eindrapportage
45 van 47
•
•
•
Bij rekenkameronderzoeken volgt vaak de vraag naar het vervolg, bijvoorbeeld ten aanzien van de opvolging van de aanbevelingen. Ook bij verschillende fracties in de gemeente Zwartewaterland leefde die vraag. Het is aan de raad om over de conclusies aanbevelingen met het college in gesprek te gaan. De rekenkamer adviseert om dat niet alleen nu te doen, maar – met een constructieve insteek – ook (periodiek) in de toekomst, om zo de opvolging van de aanbevelingen te monitoren. De wetgever helpt daar bij, door sinds 2023 te bepalen dat het college jaarlijks aan de raad rapporteert over de opvolging van de in rekenkameronderzoeken aan het college gerichte aanbevelingen (art 185a Gemeentewet). Over de aan de raad zelf gerichte aanbevelingen in het rekenkameronderzoek: uiteraard is de opvolging daarvan aan de raad zelf. Om daarvan de voortgang te monitoren, adviseert de rekenkamer de raad om aan de griffie te vragen om jaarlijks daarover in een kort overzicht te rapporteren. Tot slot dankt de rekenkamer de raad, het college, de ambtelijke organisatie, maatschappelijke instellingen en cliënten voor hun medewerking aan dit onderzoek. De medewerkers toonden stuk voor stuk een enorme betrokkenheid, passie en ook inzet bij het onderwerp en voor de doelgroep. Dat is niet onopgemerkt gebleven en daar is grote waardering voor.
Eindrapportage
46 van 47
Contactgegevens Ipsos I&O Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede 053 - 200 52 00 KVK-nummer 08198802 nl-info-publiek@ipsos.com www.ipsos-publiek.nl
Ipsos I&O Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 – 308 48 00 nl-info-publiek@ipsos.com www.ipsos-publiek.nl
Eindrapportage
47 van 47