CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Energietransitie 2019

Raadsbijeenkomst 2 december 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: 19.30 uur: Herijking programma Energietransitie12.027 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

12

op basis van de PBL-studie: Conceptadvies SDE+ Vergisting

43

Biogas - Nodig 250 TJ per jaar - Ruimtelijke potentie: 262 TJ (mono-vergister) tot 918 TJ (co-vergister) TJ. - Aantal mestvergisters: 1,5

4 Combi kaart: Wind, zon & bio Deze integrale kaart laat de ruimtelijke potentie van de grootschalige opwek van wind-, zonne- en bioenergie zien. Interessant is om te zien waar de zeer gunstige locaties voor zon en de ja, mits windlocaties samen vallen (Zwartsluis). Hier is ook een hoofdstation gelegen. Dit biedt mogelijkheden voor een goede business case voor combinatie van wind en zon.

5 Geothermie De geothermie potentiekaart toont de potentie voor warmte op 2 kilometer diepte in de bodem. Ook toont de kaart de locatie van de reeds operationele geothermieput ten zuiden van de gemeente, in de Koekoekspolder IJsselmuiden. Hieruit kan afgeleid worden dat potentie voor geothermie aanwezig is in de gemeente. De business case is alleen gunstig wanneer er een omvangrijke geconcentreerde warmtevraag van 70 graden in de nabijheid is. Denk hierbij aan een warmtenet voor het aardgasvrij verwarmen van gebouwen. Voor hoge procestemperaturen zoals in de (tapijt)industrie noodzakelijk, zal dieper geboord moeten worden. Dit is vooralsnog niet als optie in beeld (financieel, technisch). Voor de woningvoorraad van kleine stedelijke kernen is een business case voor geothermie voorlopig niet kansrijk. De potentiekaart geeft een indicatie van de kansen voor aardwarmtewinning op basis van een aantal generieke technische aannames. De daadwerkelijke technische geschiktheid en bepaling van het winbare vermogen zal moeten volgen uit een gericht onderzoek op locatie waarbij o.a. ook de specifieke project parameters bekend zijn.

6 WKO De WKO potentiekaart toont een goede WKO (Warmte Koude Opslag) potentie voor de gehele gemeente. In de Energiemix zijn de WKO systemen meegenomen bij de collectieve lage temperatuur (LT) warmtevoorzieningen. De LT- bron bestaat kan naast de bodem ook oppervlaktewater (TEO) en afvalwater (TEA) zijn. De potentie voor WKO is voldoende, om de gevraagde 411 TJ uit de Energiemix aan collectieve warmte te kunnen leveren. De ondiepe bodem heeft namelijk overal een hoog doorlaatvermogen van 600 m2/dag, en een thermisch vermogen van meer dan 900 kW. De haalbaarheid van een installatie hangt af van een lokaal geconcentreerde warmtevraag. WKO-installaties zijn interessant voor onder andere proces industrie, maar ook voor ziekenhuizen, onderwijsinstellingen, kantoor- en hotellocaties. De huidige bekende installaties staan in de kaart weergegeven. Duidelijk is dat er nog veel mogelijk is. In de toekomst zal ook de warmte uit oppervlaktewater benut gaan worden. Warmtepompen zijn dan nodig om de temperatuur naar een hogere temperatuur te brengen.

44

Bijlage 6: Afwegingskader grootschalige energieprojecten – Zonnevelden Om kansrijke projecten te kunnen starten is een goed afgewogen keuze nodig vanuit landschap en natuur maar ook vanuit ruimtelijk, technisch, maatschappelijk en financieel perspectief. Huidig beleid en regelgeving (kaders) geven aan wat nu (on)mogelijk is. Als gemeente vinden we ook andere criteria belangrijk. Beiden vormen samen een afwegingskader voor ruimtelijke projecten. De nieuwe Omgevingswet vraagt om een nieuwe visie op deze kaders. Vooruitlopend op de Omgevingsvisie voor Zwartewaterland geldt dit afwegingskader. In dit beleidskader ligt de focus op de randvoorwaarden en uitgangspunten voor zonneparken in een veldopstelling. Voor grootschalig wind kunnen soortgelijke voorwaarden gaan gelden. Omdat wind op korte termijn niet realiseerbaar is en veldopstellingen voor zon wel, is vooralsnog dit kader van toepassing op alle veldopstellingen waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en die groter zijn dan 50 vierkante meter 13. Relatie met de Omgevingsvisie Zwartewaterland De gemeente werkt aan het opstellen van een Omgevingsvisie. Een Omgevingsvisie bepaalt na samenspraak met inwoners, de strategische koers voor de fysieke leefomgeving. Thema’s als wonen, ondernemen, recreatie én duurzaamheid komen hierin integraal en gebiedsgericht aan bod.

De eerste fase van het traject omgevingsvisie (burgerparticipatie rond de kernopgaven / reisbestemmingen) is in de zomer 2018 afgerond. Hierna volgt een gebiedsgerichte verdieping van de kernopgaven. De vertaling van de kernopgaven en ambities naar de impact hiervan op de fysieke leefomgeving wordt vastgelegd in de Omgevingsvisie. In 2019 wordt de visie vastgesteld. Eén van de reisbestemmingen in deze omgevingsvisie is duurzaamheid. Energie is hierbinnen een belangrijk thema. Stip op de horizon is een energieneutraal Zwartewaterland in 2040. Het is de bedoeling dat dit afwegingskader een herijking en integrale vertaling krijgt in de Omgevingsvisie. Noodzakelijke aanpassingen kunnen we doen op basis van de ervaringen die we tot die tijd opdoen met dit afwegingskader. Uitgangspunten, kaders en criteria. Onderstaande elementen vormen de basis voor de gemeente Zwartewaterland om mee te werken aan initiatieven voor grootschalige opwekking van energie door zonnevelden en windmolens. 1. Waarom De gemeente Zwartewaterland wil uiterlijk in 2040 onafhankelijke zijn van aardgas (fossiel). Om een beeld te krijgen hoe dit gerealiseerd kan worden is een modelmatige toekomstige energiemix gemaakt voor de gemeente14. Daaruit wordt duidelijk dat alle beschikbare duurzame bronnen (binnen de gemeente) noodzakelijk zijn.

Vooralsnog wordt rekening gehouden met een bijdrage van 80 hectare zon naast de realisatie van 251.000 zonnepanelen op de geschikte daken. Daarnaast wordt rekening gehouden met 9 (3 MW) windmolens. Bij achterblijven van het aantal panelen op de daken en bij het uitblijven van de berekende energiebesparing van 1,5% per jaar, is er meer ruimte nodig voor zonnevelden en windmolens. Om een begint te maken met deze opgave focussen we ons in dit afwegingskader op de zonnevelden en zon op dak. Ontwikkeling hiervan kan op redelijke korte termijn vanwege (in vergelijking met wind) meer ruimtelijke mogelijkheden (zie potentiekaarten 15) en voldoende initiatieven en kansen.

2. Is het initiatief mogelijk? Zolang de gemeentelijke energiedoelen nog niet zijn bereikt ziet de gemeente het als haar taak om medewerking te verlenen bij het verkennen van kansen en mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden. Omdat de energietransitie zich afspeelt in de periode tot 2040 hebben we onze doelstellingen m.b.t zon wel opgeknipt in perioden. Op basis van de huidige kennis ziet die er als volgt uit:

13

Grootte voor eigen gebruik en niet bedrijfsmatig Energiemix Zwartewaterland in bijlage 1 15 Energiepotentie kaarten in de bijlage 2 14

45

Zonnevelden (ha) Zonnepanelen (aantal) Windmolens (3MW

Tot 2022 30 32.000

2022-2030 50 160.000

2030-2040 80 251.000

0

ntb

ntb

Om te bezien of het mogelijk is om in Zwartewaterland zonnevelden te ontwikkelen die voldoen aan de hierna genoemde criteria bieden we tot 2020 ruimte voor maximaal 3 initiatieven met een gezamenlijk maximum van 22 ha. Waarvan minimaal 1 kleinschalig / educatief (< 2 ha) en 1 grootschalig (> 5 ha). Deze pilots (zie verderop) dienen duidelijkheid te geven over wat gebiedseigen ontwikkelen voor Zwartewaterland betekent en welke schaal en impact voor onze gemeente acceptabel is. Ook geven de pilots inzicht in de aanpak via dit afwegingskader. Na deze pilotperiode evalueren we proces en resultaat voor een nieuwe beleidsperiode en nemen we het mee in de gemeentelijke Omgevingsvisie. 3. o

o

Waar Gebouw gebonden  Zonnepalen op daken hebben onze eerste voorkeur. Omdat het totale (geschikte) dakoppervlak in bestaand bebouwd gebied onvoldoende is, zijn er binnen de gemeentelijke energiemix ook grondgebonden zonnevelden opgenomen. Om niet onnodig veel ruimte voor deze vorm te gebruiken werken we als gemeente mee aan gebouw gebonden zonne-energie oplossingen. Ook in beschermd stadsgezicht zien we mogelijkheden als wordt voldaan wordt aan de welstandsnota.  Indien de bijdrage via gebouw gebonden opwekking onvoldoende snel gaat zal de gemeente versnellingsopties meenemen in de Omgevingsvisie en via het spoor Omgevingsvergunning. Veldopstellingen Zonnevelden zijn op voorhand nergens uitgesloten in de provinciale Omgevingsvisie. Wel stelt de provincie als voorwaarden dat er sprake is van tijdelijk (mede)gebruik van de gronden en maatschappelijke meerwaarde en compensatie van evt. waardenverlies is aangetoond. Zonneparken kunnen op verschillende gronden gerealiseerd worden: grasland, akkerland maar ook op braakliggende percelen, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en op grote waterpartijen. Op plaatsen waar het halen van natuurdoelen voorop staat vinden wij zonnevelden niet wenselijk en sluiten we deze vooralsnog uit. Het gaat hierbij om:  Natuur Netwerk Nederland  Natura 2000.

Andere aandachtspunten voor ons zijn:  Strijdigheid met andere potentiele ontwikkelingen  Kwetsbaarheid natuur en landschap  Openheid van het landschap

4. Hoe Grootte We maken onderscheid in 3 categorieën zonnevelden: o Kruimel: Grondgebruik kleiner dan 50 m2 (gericht op eigen gebruik) o Kleine zonneparken met grondgebruik tot 2 ha o Grote zonneparken van 2-10 ha Voor alle categorieën is een omgevingsvergunning vereist. Voor kleine zonnevelden en grote zonnevelden hoort bij de aanvraag minimaal een ontwerpplan (met de hieronder genoemde uitgangspunten) en een participatieplan.

46

Tot 2022 mag een zonneveld in de gemeente niet groter zijn dan 10 ha. Ook mag het oppervlak van aan elkaar grenzende zonnevelden niet groter zijn dan 10 ha. Deze beperking is ook opgenomen om de impact van de eerste zonnevelden niet te groot te laten zijn. Aansluiten bij gebiedskenmerken Voor alle vormen van grootschalige duurzame energie is, net zoals voor andere ruimtelijke initiatieven die een wijziging van het bestemmingsplan vereisen, landschappelijke of stedelijke inpassing belangrijk. Zonnevelden dienen zodanig ontworpen en aangelegd te worden dat ze aansluiten bij de karakteristieken en kwaliteit van het gebied. Het ontwerp en inpassingsplan wordt door de gemeente beoordeeld. Daarbij kijken we naar het landschapstype, stedenbouwkundige, landschappelijke, ruimtelijke en ecologische kwaliteiten. Hierover vindt vooraf overleg met de gemeente plaats. Combineren van opgaven Combinatie met andere (ruimtelijke) opgaven zien we als een belangrijke kans voor grootschalige opwekking van duurzame energie waaronder zonneveldenprojecten. Het benutten van kansen voor meervoudig ruimtegebruik is cruciaal. In de vergunningaanvraag dient daar dan ook aandacht voor te zijn. Denk hierbij aan natuurontwikkeling, biodiversiteit, cultuur, bijdrage aan de klimaatadaptatie opgave, recreatie, educatie, lokale werkgelegenheid en economie.

Dit betekent niet dat enkelvoudig gebruik van een locatie niet kan maar dat meervoudig gebruik de voorkeur heeft. Tijdelijk (mede)gebruik Omdat de ontwikkelingen naar 2040 m.b.t. de energieopgave met vele onzekerheden gepaard gaan en er ongetwijfeld innovaties komen die een bijdrage gaan leveren, onttrekken we voorlopig de gronden niet aan de oorspronkelijke bestemming. Ook om de procedure versneld te kunnen doorlopen vergunnen we tijdelijk (mede)gebruik voor maximaal 25 jaar (via project omgevingsvergunning; vereist: in oude staat herstellen). Via het Omgevingsvisietraject kan deze aanpak aangepast worden door wel gebieden aan te wijzen voor grootschalige energieopwekking. Procesparticipatie We zien de aanleg van zonnevelden als een activiteit van maatschappelijk belang. Niet alleen als bijdrage aan de gemeentelijke energieopgave maar ook als mogelijkheid om de inwoners van de gemeente deelgenoot te maken van de energietransitie en mee te laten delen in de lokaal opgewekte energie en bij aanleg en onderhoud van de zonnevelden. We verwachten van de aanvragers dat zij vroegtijdig met de omgeving in gesprek gaan over het initiatief en deze bij de planontwikkeling betrekken. Hoe meer een project bijdraagt aan economische en sociale doelen des te positiever de afweging. Hier is geen absolute maatstaf voor te geven.

In de praktijk zal dit per project en per locatie vorm moeten krijgen. We onderscheiden de volgende vormen van participatie: o Communicatie: dialoog met de omgeving; minimale vorm die altijd uitgewerkt dient te zijn in een communicatieplan voor kleine en grote zonnevelden; resultaten hiervan dienen terug te komen in het participatieplan o Acceptatie: meedenken met de plannen o Participatie: wijze waarop initiatiefnemer hieraan werkt en de resultaten staan beschreven in een participatieplan In overleg met de omgeving bepaalt de initiatiefnemer op welke wijze participatie wordt ingevuld. Hiervoor bestaan verschillende opties: o Korting op de energierekening: via omwonenden regeling het aanbieden van groene stroom met korting of een financiële vergoeding o Uitgifte van obligaties: risicodragend deelnemen o Deelname via coöperatie: omwonenden en burgers kunnen mede eigenaar worden o Middelen onderbrengen in een gebiedsfonds: fonds komt ten goede aan nabije omgeving van het park (vgl. bestaand ruimtekwaliteit fonds)

47

Wanneer aanleg en beheer bij energieprojecten worden uitgevoerd door partijen binnen de gemeente of regio, leveren ze op een andere manier een bijdrage aan de lokale economie. 5. Kosten De kosten van (planologische) procedures en bijbehorende noodzakelijke onderzoeken zijn voor de initiatiefnemer. De kosten van planschade zijn ook voor de initiatiefnemer. Na 16-20 jaar volgt een heroverwegingsmoment, waarbij besloten wordt of het zonnepark in stand wordt gehouden of dat het verwijderd wordt. Indien besloten wordt dat het park verwijderd moet worden, zijn de kosten voor het verwijderen van het zonnepark en het terugbrengen van de grond in de oude toestand ook voor de initiatiefnemer.

6.

Procedure 1. Overleg met de gemeente Een initiatiefnemer maakt het voornemen schriftelijke bekend bij de gemeente. Gemeente verkent de kansen en potentie (op basis van dit afwegingskader). Bij voldoende potentie volgt een startoverleg over het voornemen (beginfase), het afwegingskader en andere zaken die aandacht vereisen (zoals archeologie, milieuaspecten, cultuurhistorie). In dit overleg wordt ook bepaald welke partijen geïnformeerd en betrokken gaan worden. Rollen, verantwoordelijkheden en uitvoering worden daarna door de initiatiefnemer vastgelegd in een communicatieplan. In het communicatieplan beschrijft de initiatiefnemer ook in hoofdlijnen het project zoals geplande locatie, omvang en vermogen. 2. Informatieverstrekking Initiatiefnemer en gemeente informeren omwonenden en belanghebbenden over het voornemen, communicatiewijze, participatiemogelijkheden, beleid en besluitvormingstraject. 3. Procesparticipatie Initiatiefnemer stelt voorafgaand aan het ruimtelijke ordeningsproces en in overleg met de gemeente een participatieplan op. De gemeente speelt hierbij een faciliterende rol. Het participatieplan wordt door de initiatiefnemer opgesteld in samenspraak met omwonenden en belanghebbenden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving in het hele projectproces (ontwikkeling, bouw en exploitatie).

In het participatieplan wordt beschreven hoe deze procesparticipatie vorm krijgt. 4. Indienen van de aanvraag. Verzoek om vergunning gaat vergezeld met participatieplan (resultaten dialoog met de omgeving en wat er met de wensen is gedaan) en inrichtingsplan (uitkomst participatieproces) en inzicht in de financiële haalbaarheid (businesscase). In de aanvraag is er ook aandacht voor koppeling aan andere opgaven. 5. Beoordeling van de aanvraag Het college van B&W is bevoegd om voor zonneparken tot 10 hectare de aanvraag van een omgevingsvergunning zelf af te handelen. Gemeente als bevoegd gezag heeft de verantwoordelijkheid voor goede bestuurlijke verankering, zodat duidelijk wordt wat wel en niet, en waarom wel en niet, met de inbreng van de omgeving is gedaan. College is vrij om een aanvraag van geen bedenkingen aan de raad voor te leggen.

Pilot Zoals onder punt 2 is aangegeven wil de gemeente ervaring met dit afwegingskader opdoen in de vorm van maximaal 3 pilots. De procedure voor deze pilots start voor nog voordat fase 1 is ingegaan (onder procedure). De gemeente maakt bekend dat er binnen de gemeentegrenzen ruimte is voor 3 pilots die aan de criteria in dit afwegingskader voldoen. De gemeente beoordeelt de ingezonden initiatieven en communicatieplannen aan de hand van dit afwegingskader en selecteert maximaal 3 pilots. Na selectie gaat het traject verder met fase 2.

48

Afwegingskader Kader / Criterium Geldend Ruimtelijk beleid

Invulling Provinciaal beleid. Provinciale Omgevingsvisie.16 Uitsluitingsgebieden NNN en Natura 2000. Huidig gemeentelijke bestemmingsplan buitengebied

Identiteit van het landschap

Praktisch / vereist Gebouw gebonden: Geen uitsluiting, bij beschermd stadsgezicht in overleg met gemeente Grondgebonden: Niet in gebieden met natuurdoelstellingen.

Afwegingskader Komende gemeentelijke Omgevingsvisie

Startoverleg met de gemeente. (vereist)

Goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing volgens Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO); provinciale catalogus gebiedskenmerken en de gemeentelijke uitwerking.

Ontwerp met aandacht voor: Omringende landschap Directe omgeving Het zonneveld zelf

Kleinschalig / educatief als nieuwe dorpsfunctie bij de kernen. Grootschalig als aansluiting bedrijventerreinen en in open landelijk gebied. Compensatie van verlies aan belevings- en natuurwaarden via: gebiedsfonds, maatregelen bij de inrichting, randen met kwaliteit.

Slimme koppeling aan andere opgaven

Ontwerpen in Inrichtingsplan (vereist). Zie: handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden – prov. Overijssel

Bewaking van de beeldkwaliteit van de zonnevelden

Beheers- en onderhoudsplan (gewenst)

Dubbel ruimtegebruik zoals: natuurontwikkeling, vernatting, waterberging. Bijdrage aan andere beleidsdoelstellingen zoals: educatie, werkgelegenheid en economie

Onderdeel van de aanvraag (vereist).

16

Zie: handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden – prov. Overijssel

Provinciale omgevingsverordening, artikel 2.1.8 (zonnevelden): • In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. • Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Zie ook Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden van de provincie (door GS vastgesteld in feb. 2017).

49

Procesparticipatie

Lokaal mede-eigendom

Financiële haalbaarheid

Koppeling opwek aan lokaal gebruik. Afspraken over afname van stroom door bewoners / bedrijven uit de gemeente. Actieve betrokkenheid direct omwonenden Omwonenden en andere inwoners uit de gemeente krijgen de mogelijkheid om financieel te participeren. Streven naar 50% mede-ontwikkelaarschap met inwoners (lokaal > regionaal > provinciaal). Lokale ondernemers betrekken bij realisatie. Aansluiting op netwerk (financieel) mogelijk: tot 2 ha geen beperking 2 tot 8 ha verdeelstation 8 tot 13 ha hoofdstation Directe afnemers in de buurt: b.v. oplaadpunten elektrisch vervoer In oude staat herstellen: recycling zonnepanelen en installatie, behoud waardevolle elementen.

50

Communicatieplan (vereist onderdeel aanvraagproces) Participatieplan (vereist)

Participatieplan (vereist) Samenwerking met energie coöperatie

Sluitende businesscase (incl. Beëindigingsplan). Inzicht in financiële haalbaarheid (vereist)

Bijlage 7: Bouwstenen Ruimtelijke projecten

51

52

53

54

55

56

Bijlage 8: Warmteplan: wijkgerichte benadering 1. Binnenlanden-West Genemuiden Kenmerken (o.b.v. Genemuiden-West in quickscan): -

3660 inwoners 1040 woningen Stedelijkheid 4 Oppervlakte gebied 71ha Woningen allemaal van na 1945 Oppervlakte utiliteit 5634m2 Aandeel gestapeld 10% Aandeel koop 90% Aardgasverbruik per woning is 1580m2 Elektriciteitsverbruik per woning is 3980 kWh Warmtevraag per woning is 50,01 GJ/jaar Gemiddeld energielabel is B O.b.v. beschikbare bodeminformatie (https://www.dinoloket.nl/) is geothermie mogelijk O.b.v. beschikbare bodeminformatie (https://www.dinoloket.nl/) is WKO mogelijk Wijk die gerenoveerd gaat worden Veel corporatiebezit Grote plas in de buurt voor zonnepanelen

57

Toelichting: De modelmatige benadering vanuit CEGOIA laat de maatschappelijke kosten zien voor verschillende maatregelen. De grijzgekleurde opties komen voor deze wijk niet in beeld. Restwarmte en Geothermie komen in dit plaatje als “goedkoopste” opties in beeld. Bij deze keuze is uitgegaan van het energieaanbod in 2050 waarbij de lokale potenties voor energie opwekking zijn gerealiseerd . Op de korte termijn is geen geothermie voor handen. Tot die tijd zal voor andere (no-regret) oplossingen moeten worden gekozen.

-

Opmerkingen en inzichten: Wijk die toch op de schop gaat (met veel corporatiebezit): Grote plas in de buurt voor zonnepanelen Zowel geothermie als restwarmte vragen om warmtenetten in de wijk. Voor bestaande elektriciteitsnetten zal dit niet of nauwelijks impact hebben. Wel moet afgewogen worden of te verwachten is dat er voldoende ruimte in de ondergrond beschikbaar is. De aanname dat geothermie mogelijk is, is op basis van ThermoGIS 1.2 (2012) van TNO. Toepasbaarheid hiervan onzeker en vraagt een lokale analyse om meer zekerheid te krijgen. De aanname dat restwarmte mogelijk is, is op basis van landelijke data van RVO (Warmteatlas), verrijkt met lokale data van gemeenten. Constatering van PV-mogelijkheden in de buurt niet veel toegevoegde waarde (voor verduurzaming van de wijk) Warmte en veel corporatiebezit zou mooi aansluiten. In de quickscan aandeel koop 90% door groter gebied dan alleen Binnelanden-West. In Oostelijk deel van de wijk grotere vrijstaande woningen. Dit verklaart ondanks gemiddeld label B de toch nog hoge warmtevraag. 2. Barsbeek Zwartsluis

Kenmerken -

290 inwoners 105 woningen Stedelijkheid 4 Oppervlakte gebied 7Ha Woningen allemaal van na 1945 Oppervlakte utiliteit 0m2 Aandeel gestapeld 0% Aandeel koop 93% Aardgasverbruik per woning is 1470m2 Elektriciteitsverbruik per woning is 3580 kWh Warmtevraag per woning is 46,53GJ/jaar Gemiddeld energielabel is B O.b.v. beschikbare bodeminformatie (https://www.dinoloket.nl/) is geothermie mogelijk O.b.v. beschikbare bodeminformatie (https://www.dinoloket.nl/) is WKO mogelijk Enthousiaste ambassadeurs/buurkracht Verwarming (CV?) over het algemeen aan vervanging toe

58

Opmerkingen en inzichten: Wijk met enthousiaste ambassadeurs/buurkracht en waar verwarming aan vervanging toe is. Zowel lucht-water als water-water warmtepompen als uitkomst quickscan Voor bestaande elektriciteitsnetten is de eerste inschatting dat dit vanwege het lage aantal woningen substantieel maar wel inpasbaar zijn (100 woningen, 10A en uitgaande van een wijk van rond 2000 (o.b.v. aannames, lokale netinformatie niet opgehaald)) Van CV naar WP mogelijk forse overgang als het klopt dat veel ketels op het punt van vervangen staan. Alternatief is een CV-ketel op biomassa (pellets), afwegen of je dit als gemeente wenselijk vindt. Wat grotere vrijstaande woningen: label B met toch nog aardig wat warmtevraag

-

-

3. Hasselt - historische kern Kenmerken -

1115 inwoners 538 woningen Stedelijkheid 4 Oppervlakte gebied 30Ha Woningen voor 1900: 154 Woningen tussen 1900 en 1945: 131 Woningen na 1945: 232 Oppervlakte utiliteit 22632m2 Aandeel gestapeld 19% Aandeel koop 66% Aardgasverbruik per woning is 1430m2 Elektriciteitsverbruik per woning is 2780 kWh Warmtevraag per woning is 45,26 GJ/jaar Gemiddeld energielabel is E O.b.v. beschikbare bodeminformatie (https://www.dinoloket.nl/) is geothermie mogelijk O.b.v. beschikbare bodeminformatie (https://www.dinoloket.nl/) is WKO mogelijk

59

Opmerkingen en inzichten: -

Wijk waar we de potentie van water willen benutten (WKO / Warmtepompen) Geothermie vraagt om warmtenetten in de wijk. Voor bestaande elektriciteitsnetten zal dit niet of nauwelijks impact hebben. Wel moet afgewogen worden of te verwachten is dat er voldoende ruimte in de ondergrond beschikbaar is. De aanname dat geothermie mogelijk is, is op basis van ThermoGIS 1.2 (2012) van TNO. Toepasbaarheid hiervan onzeker en vraagt een lokale analyse om meer zekerheid te krijgen.

60

Bijlage 9: energietransitie kaarten Energie uit water: https://pov.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=4753396c44b64f27a5f8ca7e0314d b4b

Energie Transitie Atlas gemeente Zwartewaterland: http://hasarcgis02.zwl.local/Geoportaal_Zwartewaterland/ http://hasarcgis02.zwl.local/WebViewer/Index.html?viewer=Zwartewaterland_Energie_Transitie_Atl as.Zwartewaterland_Energie_Transitie_Atlas#

61

Bijlage 10: Prioriteiten projecten van stakeholders met Top 3

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14877676/1