CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Link naar toelichting

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Toelichting12.720 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Zwartewaterland

Bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt Toelichting 9 oktober 2023 NL.IMRO.1896BP0092-OW01 Kenmerk 1896-08-T01 Projectnummer 1896-08

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Geldende bestemmingsplannen 1.4. Leeswijzer

1 1 1 2 2

2.

Planbeschrijving 2.1. Historie 2.2. Huidige situatie 2.3. Toekomstige situatie

3 3 4 5

3.

Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2. Besluit ruimtelijke ordening 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Overijssel 3.2.2. Omgevingsverordening Overijssel 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie tevens woonvisie 2013 3.3.2. Woonvisie Zwartewaterland 3.3.3. Beleidsontwikkeling Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland 3.3.4. Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland

7 7 7 8 10 10 10 11 11 11 12 13 14

4.

Milieu- en overige aspecten 4.1. Luchtkwaliteit 4.2. Geluid 4.3. Externe veiligheid 4.4. Bodemkwaliteit 4.5. Ecologie 4.6. Kabels, leidingen, antennemasten en elektromagnetische velden 4.7. Water 4.8. Archeologie en cultuurhistorie 4.8.1. Archeologie 4.8.2. Cultuurhistorie 4.9. Milieuzonering 4.10. Verkeer en parkeren 4.10.1. Verkeer 4.10.2. Parkeren 4.11. Vormvrije mer-beoordeling

16 16 16 17 18 19 22 22 25 25 25 25 29 29 30 32

5.

Verklaring van de regels 5.1. Algemeen 5.2. Bestemmingsplan 5.3. Plansystematiek 5.4. Specifieke verklaring van dit bestemmingsplan

34 34 34 34 34

6.

Uitvoerbaarheid 6.1. Financiële uitvoerbaarheid 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1. Participatie 6.2.2. Vooroverleg 6.2.3. Zienswijzen

36 36 36 36 37 37

7.

Bijlagen Bijlage 1 - Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 2 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3 - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 - AERIUS-berekening Bijlage 5 - QuickScan ecologie

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding Op het perceel Burg. Malcorpslaan 99 te Hasselt in de gemeente Zwartewaterland bevindt zich een voormalig schoolgebouw. Het voornemen is om dit schoolgebouw te slopen en de locatie te herontwikkelen naar toekomst- en levensloopbestendige woningbouw. De helft van deze woningen is bedoeld voor starters en senioren en de andere helft voor cliënten van de JP van den Bent Stichting die hier zelfstandig zullen wonen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende 'Bestemmingsplan Woonwijken Zwartewaterland'. Daarom dient een bestemmingsplanherziening doorlopen te worden. Dit bestemmingsplan maakt bovenstaande ontwikkeling mogelijk. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'. Het bestemmingsplan dient als basis voor de bouw, het toestaan van het gebruik en voor de omgevingsvergunningen en de handhaving op en naleving van die vergunningen.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Burg. Malcorpslaan 99 te Hasselt in de gemeente Zwartewaterland. De locatie bevindt zich in de wijk de Nadorst en wordt begrensd door de Burg. Malcorpslaan aan de westzijde, woningen aan de noord- en oostzijde en Christelijke Basisschool ‘Op de Hoeksteen’ aan de zuidzijde. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Hasselt, sectie c met nummer 2160. Het perceel heeft een oppervlak van 4.542 m². Afbeelding 1: Ligging plangebied.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

2

1.3.

Geldende bestemmingsplannen Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Woonwijken Zwartewaterland', vastgesteld op 11 januari 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland. Daarnaast geldt het 'Paraplubestemmingsplan Wonen’, vastgesteld op 14 oktober 2021. Het perceel heeft de enkelbestemming 'Maatschappelijk'. Binnen die bestemming is wonen niet toegestaan. Verder is er een bouwvlak opgenomen en geldt er een maximale bouwhoogte van 5 meter en is een speelvoorziening specifiek aangeduid. Een maximale goothoogte is niet opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, omdat wonen en het bouwen van woningen niet is toegestaan binnen de bouw- en gebruiksregels van de bestemming ꞌMaatschappelijkꞌ. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal moeten worden voldaan aan regels die zijn opgenomen in het 'Paraplubestemmingsplan Wonen’. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan

1.4.

Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitgevoerde onderzoeken en de randvoorwaarden van het plan. In hoofdstuk 5 is de juridische planbeschrijving opgenomen. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

3

2.

Planbeschrijving

2.1.

Historie Het stadje Hasselt ligt aan het Zwarte Water, nabij de monding van de Overijsselse Vecht. Het Zwarte Water had vroeger een open verbinding met de Zuiderzee. De eerste inwoners vestigden zich op de hoger gelegen zandruggen aan de rivierzijde. De oudste gedeelten van Hasselt zijn nog duidelijk herkenbaar, vanwege hun hogere ligging. Door de ligging aan een knooppunt van land- en waterwegen (o.a. de Dedemsvaart) werd Hasselt een belangrijk handelscentrum. Opgravingen hebben uitgewezen dat in een deel van Hasselt al rond 1000 voor Christus mensen aanwezig waren. Met het toenemen van de mobiliteit over de weg, het groter worden van schepen en het toenemende verbruik van steenkolen en later olie en gas verloor de Dedemsvaart en daarmee Hasselt haar economische betekenis. Het kanaal in Hasselt is nog aanwezig. Het veenpakket in het noordoosten van Overijssel is verdwenen en voor de afvoer van overtollig water zijn andere oplossingen gevonden. Het succes van het kanaal werd tevens zijn ondergang. Langs het kanaal ontstond in het verleden bewoning en er kwam industrie en dat vereiste in de loop der jaren goede verbindingen over de weg. Die kwamen er ten koste van het kanaal. Vanaf de jaren 60 van de 19e eeuw heeft zich in Hasselt een industrie ontwikkeld die haar speerpunten heeft in de (woning)bouw, wegenbouw en vloerbekleding.

Ook zijn in deze plaats enkele bedrijven gevestigd die een logistieke functie hebben of daaraan gerelateerd zijn. Door haar rijke verleden en de aanwezigheid van vele oude gebouwen is er in Hasselt met het toenemen van de welvaart vanaf de jaren 70 de bedrijfstak het toerisme ontstaan. Vanaf 1975 is in het plangebied voor het eerste bebouwing in de vorm van het wegenpatroon te zien. Afbeelding 3: topografie Historie

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

4

2.2.

Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied een voormalige basisschool met schoolplein. De bebouwing is op de achterzijde van het perceel gesitueerd gezien vanaf de Burg. Malcorpslaan en bestaat uit één laag bebouwing. Op de voorzijde van het perceel bevindt zich het voormalig schoolplein met speelvoorzieningen. Ter afscheiding met de omliggende bebouwing is er groen aanwezig in de vorm van bomen, gras en hagen. Afbeelding 3: Bestaande situatie

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

5

Afbeelding 4: Bestaande situatie

2.3.

Toekomstige situatie Op het perceel van de oude basisschool aan de Burg. Malcorpslaan komen appartementen voor cliënten van de JP van den Bent stichting én woningen voor starters en senioren. De JP van den Bent stichting ondersteunt mensen bij hun leven. Bijvoorbeeld bij wonen, werken, vrije tijd of contacten met anderen. De cliënten krijgen ondersteuning waar nodig, echter zullen zij in dit gebouw nadrukkelijk zelfstandig wonen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een groot deel van de bewoners te voet, de fiets of met eigen vervoer naar hun werk of dagbesteding gaat. Voor degenen die geen vervoer hebben, regelt de stichting het vervoer van en naar hun werk of dagbesteding. Op deze manier ondersteunt de JP van den Bent stichting de bewoners in zaken waar ze zelf niet in kunnen voorzien. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 20 appartementen voor de JP van de Bent stichting. Naast de 20 appartementen voorziet het appartementengebouw ook in 4 ‘reguliere’ appartementen voor zowel senioren als starters. Daarnaast worden er voor senioren 8 levensloopbestendige benedenwoningen gerealiseerd op de begane grond en worden er 8 starters bovenwoningen gerealiseerd. In totaal voorziet het programma in de woningbehoefte van 40 woningen. De appartementen voor cliënten van de JP van den Bent stichting en de woningen voor starters en senioren worden verdeeld over twee bouwvlekken.

De ontsluitingsweg verdeelt deze twee vlekken. Het plangebied wordt door middel van één in- en uitrit op de Burg. Malcorpslaan voor auto's ontsloten. Voor voetgangers en fietsers is de hof zowel via de oostelijke en westelijke zijde bereikbaar. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Iedere woning krijgt een eigen berging. Deze bergingen zullen deels inpandig zijn en deels als zelfstandige bergingen op het perceel worden geplaatst. Op de volgende afbeelding wordt een impressie gegeven van de voorgenomen ontwikkeling.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

6

Afbeelding 5: Impressie toekomstige situatie

Afbeelding 5: Impressie toekomstige situatie

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

7

3.

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

8

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie. Het plan is om 40 nieuwe woningen op te richten.

Dit past binnen het vijfde nationale belang uit de NOVI, namelijk: ▪ Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Besluit ruimtelijke ordening In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'toets ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze toets stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. In gevallen waarbij een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient in de toelichting: gemotiveerd te worden dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Het begrip woningbouwlocatie dat wordt gebruikt in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling is niet nader gedefinieerd in het Bro.

Uit jurisprudentie blijkt dat 11 woningen of minder niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen omvat het realiseren van 40 woningen en is een stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling dient in een behoefte te voorzien. Dat wordt voorzien in een behoefte wordt onderstaand toegelicht.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

9

Kwantitatief Naast de gemeentelijke woonvisie waarin het gemeentelijke beleid is vastgelegd is er in Overijssel een systeem van regionale woonafspraken. Uitgangspunt is dat iedere gemeente ontwikkelt voor de eigen behoefte, de provincie borgt dit. In het RWP Twente/West-Overijssel zijn afspraken vastgelegd waaraan gemeenten in Twente/West-Overijssel zich moeten houden. De woningvraag en -aanbod voor deze regio’s zijn in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en er zijn afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. Over het plan heeft regionale afstemming plaatsgevonden, omdat het aantal woningen in het plan meer is dan 25. Het voornemen is in overeenstemming met de afspraken. Het plan voorziet in de realisatie van 40 woningen. Er is in de gemeente Zwartewaterland nog ruimte in de verhouding tussen de woningvraag en het planologische aanbod van woningen. De woningen vullen een deel van deze ruimte in. Het plan is in overeenstemming met de woonafspraken. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2. en 3.3.3. Kwalitatief In 2017 heeft de gemeente Zwartewaterland een woonvisie vastgesteld. Voorafgaand aan deze woonvisie is in de gemeente Zwartewaterland een woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. In de woonvisie staat aangegeven dat het toekomstbeeld een gemeente met een onderscheidend woon- en leefklimaat betreft.

De woonvisie gaat uit van zes pijlers, die leiden tot een toekomstbeeld. Het betreffen de volgende pijlers: ▪ sterke positionering in de regio; ▪ voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar; ▪ duurzame woningvoorraad en leefomgeving; ▪ wonen, services en zorg; ▪ bouwen voor vitale kernen; ▪ voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters. Om een gedifferentieerde en evenwichtige bevolkingsopbouw te behouden is meer differentiatie in de woningvoorraad gewenst, zodat zowel jongeren als ouderen en gezinnen in Zwartewaterland kunnen (blijven) wonen. De gemeente wil voorkomen dat bepaalde doelgroepen wegtrekken vanwege een gebrek aan passend aanbod in gemeente Zwartewaterland. Met onderhavig plan wordt bijgedragen aan deze gewenste differentiatie. Een deel van het programma (8 benedenwoningen) voorziet in levensloopbestendige woningen. De 8 bovenwoningen zijn uitermate geschikt voor starters. Verder zijn er 20 appartementen die zullen worden geëxploiteerd door JP van den Bent stichting die een behoefte hebben aan woningen. Deze woningen zijn bedoeld voor hun cliënten die hier ondersteuning krijgen van de JP van den Bent stichting, maar hier nadrukkelijk zelfstandig zullen wonen. In dit gebouw is ook nog ruimte voor 4 appartementen.

Deze woningen zijn bedoeld voor aan hun cliënten die hier ondersteuning krijgen van de JP van den Bent stichting, maar hier nadrukkelijk zelfstandig zullen wonen. Met dit plan wordt bijgedragen aan de pijlers om te bouwen voor vitale kernen, het realiseren van voldoende woningen voor jongeren en het realiseren van levensloopbestendige woningen (pijler ‘wonen, services en zorg’).

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

10

De voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Een nadere onderbouwing daarvoor wordt ook nog gegeven in paragraaf 3.3.2. en 3.3.3. Wanneer in een behoefte wordt voorzien, dient een ontwikkeling in eerste instantie binnen bestaand stedelijk gebied plaats te vinden (volgens het principe inbreiding vóór uitbreiding). Het plangebied ligt binnen het gebied dat in de Omgevingsvisie Overijsel is aangeduid als bestaand stedelijk gebied. De locatie betreft een inbreidingslocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan het principe inbreiding vóór uitbreiding. De voorgenomen stedelijke ontwikkeling voldoet zowel aan de eerste als de tweede trede van de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Zoals blijkt uit paragraaf wordt 3.1.2 wordt aan de ladder van duurzame verstedelijking uit het besluit ruimtelijke ordening voldaan. 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 met uitzondering van enkele onderdelen in werking getreden. Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. In het Barro zijn geen rijksbelangen genoemd die betrekking hebben op het onderhavige plangebied.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is in 2017 vastgesteld en wordt jaarlijks geactualiseerd. Provinciale Staten hebben de Actualisatie 2022 vastgesteld op 22 november 2022. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit:

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

11

▪ duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien; ▪ ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaat vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig; ▪ sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft aan dat bij ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Bij de voorgenomen ontwikkeling is dit aan de orde en sluit daarbij dus aan op die doelstelling. 3.2.2. Omgevingsverordening Overijssel De richtlijnen en regels voor het uitvoeren van de Omgevingsvisie Overijssel staan in de Omgevingsverordening. Regels van het Rijk staan er niet in. Gemeenten en waterschappen krijgen zoveel mogelijk ruimte bij de uitvoering van de visie. Ook de Omgevingsverordening dateert uit 2017 en wordt jaarlijks geactualiseerd. Op 22 november 2022 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2022 vastgesteld.

De Omgevingsverordening geeft regels voor: ▪ gemeentelijke ruimtelijke plannen (geeft instructies aan gemeenteraden over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen); ▪ grondwaterbescherming, bodemsanering en ontgrondingen (gericht op burgers, bedrijven en instellingen); ▪ kwantitatief en kwalitatief waterbeheer (geeft instructies aan waterschappen); ▪ verkeer (regeling voor provinciale wegen en scheepvaartwegen). Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Daarnaast moeten nieuwe woningen voldoen aan het gemeentelijke woonbeleid en voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve opgave. In paragraaf 3.1.2., 3.3.2. en 3.3.3 is aangetoond dat hieraan wordt voldaan. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

3.3.

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Structuurvisie tevens woonvisie 2013 Op 25 april 2013 heeft de gemeenteraad van Zwartewaterland de Structuurvisie, tevens woonvisie Zwartewaterland 2013 vastgesteld. Met de structuurvisie spreekt het gemeentebestuur zich uit over het beoogde beleid voor de komende jaren. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger. Het plangebied heeft op de structuurvisiekaart de aanduiding 'voorzieningen bestaand'.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

12

Afbeelding 3: Fragment structuurvisiekaart.

De voorgenomen ontwikkeling zorgt er voor dat er binnen het plangebied woningen worden toegevoegd. Dit sluit aan op de behoefte aan woningen die er in Hasselt is (zie ook paragraaf 3.1.3, 3.3.2 en 3.3.3). De locatie betreft een herstructureringslocatie. In de structuurvisie wordt hierover gezegd dat er meer aandacht besteed moeten worden aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de oudere wijken en dat waar mogelijk herstructurering kan plaatsvinden. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een leegstaand voormalig schoolpand gesloopt en komt hiervoor een nieuwe invulling waar behoefte aan is terug. Deze ontwikkeling sluit aan op de ambities uit de structuurvisie. 3.3.2. Woonvisie Zwartewaterland In januari 2017 heeft de gemeente Zwartewaterland een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze woonvisie geeft inzicht in de woonvraagstukken van Zwartewaterland. Het uitvoeringsprogramma laat zien waar de gemeente samen met haar partners heen wil. Deze actuele woonvisie dient ook als basis om te komen tot (prestatie)afspraken en is input voor de omgevingsvisie. De woonvisie is gebaseerd op een woningbehoefteonderzoek. De woonvisie is opgesteld voor de periode 2017-2025. De huishoudensgroei zet in de komende jaren nog stevig door in gemeente Zwartewaterland. In de periode 2015-2025 komen er zo’n 1.000 huishoudens bij. Vanaf 2025 wordt een afvlakking van de toename verwacht.

In de gemeente Zwartewaterland is sprake van een kwantitatieve actuele behoefte aan woningen binnen een bandbreedte tussen 500 en 611 woningen voor de periode 2019 t/m 2028. In deze toelichting wordt het midden van de bandbreedte aangehouden, dat is 555 woningen. Vol-

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

13

gens recentere cijfers in het kader van de ‘Bouwsteen Wonen’ (zie ook paragraaf 3.3.3) moet de gemeente tot 2030 750 woningen realiseren. Op dit moment is sprake van onderprogrammering. Hiertoe wordt gekomen door de vraag op basis van actuele huishoudensprognose af te zetten tegen de harde plancapaciteit. Er is dus nog ruimte in de verhouding tussen de woningvraag en het planologisch aanbod aan woningen. De 40 nieuwe woningen binnen het plangebied vullen een deel van deze behoefte. 3.3.3. Beleidsontwikkeling Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland De Beleidsontwikkeling Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland is samen met veel inwoners en organisaties uit de gemeente ontwikkeld. De verschillende bijdragen weerspiegelen het karakter van Zwartewaterland: een plattelandsgemeente, maar met een sterk industrieel karakter. Dat is ook de kracht van Zwartewaterland. Die verscheidenheid is prachtig maar kan, bij het nemen van grote beslissingen, wel tot tegengestelde belangen en opvattingen leiden. De omgevingsvisie is dan ook geen blauwdruk, maar maakt het mogelijk om een afweging te maken tussen de verschillende belangen. In de omgevingsvisie staat welke opgaven en ambities de gemeente heeft . De omgevingsvisie loopt vooruit op de Omgevingswet, die vanaf 2023 in werking treedt.

Tot het moment dat de Omgevingswet van kracht is en daarmee het instrument omgevingsvisie wettelijk geborgd wordt, is de Omgevingsvisie Zwartewaterland tevens aangemerkt als structuurvisie conform de Wro. De omgevingsvisie heeft een thematische opbouw. Het meest relevant voor dit bestemmingsplan is het thema ‘Wonen’. Het beleid in de Omgevingsvisie ten aanzien van het wonen is afkomstig uit de Woonvisie Zwartewaterland 2017. Er wonen in verhouding veel gezinnen en maar weinig jonge eenpersoonshuishoudens. In Zwartewaterland staan veel koop-eengezinswoningen. Er zijn weinig (sociale) huurwoningen en appartementen. Het hoge aantal gezinnen zorgt in de gemeente Zwartewaterland voor groei van het aantal jonge kinderen. Het geboorteoverschot (verschil tussen het aantal geboortes en het aantal sterfgevallen) ligt bijna vijf keer hoger dan het landelijk gemiddelde. Het toekomstbeeld voor de gemeente is een gemeente met unieke en vitale kernen. In de kernen is een goed woon- en leefklimaat. Dit toekomstbeeld wil de gemeente bereiken met de volgende zes pijlers: ▪ sterke positionering in de regio; ▪ voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar; ▪ duurzame woningvoorraad en leefomgeving; ▪ wonen, services en zorg; ▪ bouwen voor vitale kernen; ▪ voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

14

De gemeente wil woningbouw zoveel mogelijk laten plaatsvinden binnen de bestaande bebouwde omgeving. Daarnaast is er door de toenemende vergrijzing aandacht nodig voor de bouw van levensloopbestendige woningen in nieuwbouwplannen. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand bebouwd gebied en daarnaast is een deel van het woonprogramma levensloopbestendig en een deel geschikt voor starters. Dit sluit aan op de doelstelling rondom het thema wonen uit de omgevingsvisie. In de omgevingsvsie wordt ook aangegeven dat er een ‘bouwsteen wonen’ wordt opgesteld. Momenteel is de gemeente hiermee bezig. Hierin zijn de volgende pijlers van belang: ▪ inbreiding gaat boven uitbreiding; ▪ woningbouwplannen moeten passen binnen de vastgestelde woonbehoefte; ▪ minimaal tweederde van het woningbouwprogramma moet betaalbaar zijn; ▪ de woningtypen moeten aansluiten op de woonbehoefte per gebied en doelgroepen; ▪ focus op starters en senioren; ▪ ruimte bieden voor bijzondere woonvormen; ▪ toegankelijk bouwen; ▪ aardgasvrij maken van de bestaande woningvoorraad; ▪ toekomstgericht bouwen; ▪ wonen als vliegwiel voor andere gebiedsopgaven.

De voorgenomen ontwikkeling sluit op alle tien de pijlers uit de ‘bouwsteen wonen’ aan: ▪ zo is sprake van inbreiding; ▪ sluit de ontwikkeling aan op de woonbehoefte (zoals is aangetoond in paragraaf 3.1.3, 3.3.2 en 3.3.3); ▪ is minimaal tweederde van het programma betaalbaar; ▪ passen de woningtypen bij de woonbehoefte van het gebied; ▪ worden er woningen gerealiseerd voor starters en senioren; ▪ is er ruimte voor een bijzondere woonvorm, namelijk appartementen voor cliënten van de JP van den Bent stichting; ▪ de woningen worden conform de huidige wetgeving gasloos gebouwd; ▪ de woningen zijn toekomstgericht, omdat ze voldoen aan de meest recente duurzaamheidseisen; ▪ wonen vormt in dit geval een vliegwiel voor andere gebiedsopgaven, omdat er een nieuwe invulling wordt gegeven aan een locatie met daarop een leegstaand, verouderd en verpauperd pand. 3.3.4. Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland Op 1 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland - “Slimmer bekeken” vastgesteld. In deze welstandsnota worden negen deelgebieden onderscheiden, waarvan de ruimtelijke kwaliteit in grote mate overeenkomt. Dit ruimtelijk kwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het welstandsbeleid. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied ‘Naoorloges woonwijken’.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

15

Het beeld van de naoorlogse woonwijken wordt hoofdzakelijk bepaald door woonblokken onder één kap met voortuin. De hoofdvorm bestaat uit woningen met langskappen. Het welvaartsniveau kan duidelijk worden afgelezen aan de bouwstijl in de diverse decennia. De nieuwere woningen zijn doorgaans groter dan de oudere. Het beleid is gericht op het respecteren en interpreteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Voorts is het beleid gericht op het tegengaan van storende elementen in het deelgebied. In de welstandsnota wordt nader ingegaan op aanvullende criteria. Er heeft een vooroverleg plaatsgevonden met de commissie welstand, stedenbouw en vergunning. In dit overleg is op 5 april 2022 een voorlopig positief advies afgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Vervolgens is het verder uitgewerkte plan in 2023 nogmaals met de commissie welstand besproken en als positief beoordeeld. Te zijner tijd zal het definitieve bouwplan getoetst worden aan de welstandscriteria zoals opgenomen in de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland’.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

16

4.

Milieu- en overige aspecten

4.1.

Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwlocatie met minder dan 1.500 woningen en valt hiermee onder het begrip 'niet in betekenende mate'. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de oprichting van de gewenste 40 woningen. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Vanuit het oogpunt van de Wet luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.

4.2.

Geluid De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van ruimtelijke plannen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. In onderhavige situatie is sprake van de toevoeging van een nieuwe geluidsgevoelige functie (wonen) in het kader van de Wet geluidhinder. Industrielawaai en spoorweglawaai zijn in dit kader niet aan de orde omdat zich in de omgeving van het plangebied geen spoorweg en/of gezoneerd industrieterrein bevind. Ten aanzien van de omliggende wegen zal aangetoond moeten worden dat sprake is van een goed- woon en leefklimaat.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

17

Er is akoestisch onderzoek1 uitgevoerd betreffende het bepalen van de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de te bouwen woningen gelegen aan de Burgemeester Malcorpslaan 99 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland. Uit het onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van de woningen de 53 dB overschrijdt op de noordwestgevel van de zuidelijk gelegen woningen. Daarmee wordt voor deze gevels niet voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit. Extra geluidwerende voorzieningen zijn voor deze gevels noodzakelijk. Dit zal in een gevelweringonderzoek moeten worden aangetoond bij de aanvraag omgevingsvergunning. De overige gevels voldoen aan de maximale waarde van 53 dB in het kader van het Bouwbesluit. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3.

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

1

Musterhuis, Akoestisch onderzoek wegverkeer Plan woningen Burgemeester Malcorpslaan 99, Hasselt, B01.22.087RM, Borne, 24 juni 2022

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

18

▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afbeelding 4: Fragment risicokaart

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied geïnventariseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de risicokaart. Uit de risicokaart blijkt het volgende. Het plangebied is niet binnen de invloedssfeer gelegen van een risicovolle Bevi-inrichting. In of nabij het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd en vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor vindt in de omgeving van het plangebied ook niet plaats. Verdere risicobronnen zijn in de omgeving van het plangebied ook niet aanwezig. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4.

Bodemkwaliteit Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouw-

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

19

werk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Er is daarom een verkennend bodemonderzoek2 uitgevoerd. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). In de onderzochte boven- en ondergrond zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen aan onderzochte componenten aangetoond. Dit betreft een achtergrondwaarde overschrijding met zink. In het grondwater is een streefwaarde overschrijding met barium aangetoond. Het gehalte aan zink in de grond is mogelijk te relateren aan de waargenomen bijmengingen met resten metaal in de ondergrond. De concentratie aan barium in het grondwater betreft vermoedelijk een van nature verhoogde achtergrondwaarde. Op grond van het bodemonderzoek zijn er, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5.

Ecologie De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Om te bepalen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming is een QuickScan3 en AERIUSberekening4 uitgevoerd.

2

3

4

Mateboer Milieutechniek, Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Burgemeester Malcorpslaan 99 te Hasselt, 203056/TB, Kampen, 30 januari 2020 Ecoreest, Quickscan Wet natuurbescherming Burg. Malcorpslaan 99 te Hasselt, 220516 220484, Zuidwolde, 10 mei 2022 BJZ, AERIUS-Berekening Burg. Malcorpslaan 99 Hasselt, Zwolle, 13 januari 2023

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

20

Uit de QuickScan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd. Gebiedsbescherming en houtopstanden Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 840 meter afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten. Geadviseerd wordt een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Om die reden is alleen voor de gebruiksfase en de aanlegfase een stikstofberekening gemaakt. Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de tijdelijke aanlegfase blijkt dat tijdens de bouwwerkzaamheden van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt dat als gevolg van de aanwezige N-emissie in de referentiesituatie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt permanent als gevolg van het voornemen.

Wanneer de depositie als gevolg van de aanlegfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j, waardoor geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Voor de gewenste gebruiksfase geldt dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 2.7, lid 1 van de Wet natuurbescherming. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (> 800 meter), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Het NNN heeft geen schaduwwerking op naastliggende gronden (Provincie Overijssel, 2021). Het plangebied ligt binnen de bebouwde komgrens Wnb van Hasselt. Voor de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde.

Soortenbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: ▪ nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten kunnen binnen het plangebied worden uitgesloten; ▪ binnen het plangebied is een nest van een ekster (categorie 5 vogelsoort) aangetroffen. Er zijn in de omgeving voldoende geschikte alternatieven waardoor dit nest niet jaarrond beschermd is. Echter wanneer zoals in dit geval een broedgeval aanwezig is, is het nest wel beschermd totdat het laatste kuiken is uitvlogen;

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

21

▪ het plangebied is geschikt als nestplaats voor algemene vogelsoorten. Ieder in aanbouw zijnde of bezet nest is beschermd totdat het laatste kuiken is uitgevlogen; ▪ verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen gezien de openingen in de gevels en boeidelen van het schoolgebouw niet worden uitgesloten; ▪ binnen het plangebied is geschikt habitat (rust- en nestplaatsen en foerageergebied) voor de egel aanwezig; ▪ essentieel leefgebied van sleedoornpage wordt niet binnen het plangebied verwacht gelet op het ontbreken van eitjes en de ligging buiten het bekende verspreidingsgebied; ▪ groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten; ▪ in het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, amfibieën en ongewervelden te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Advies en vervolgstappen Om te bepalen of er vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021).

Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Op basis van de ecologische functiekaart en gelet op de aard van de werkzaamheden worden potentiële rust- en / of voortplantingsplaatsen van egel vernield en weggenomen. In dit geval is een ontheffing nodig. Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een mitigatieplan opgesteld te worden. In het mitigatieplan wordt beschreven hoe de ecologische functies voor egel duurzaam behouden blijven. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen.

Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werk-

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

22

zaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Geadviseerd wordt om na de sloop van de bebouwing direct het terrein ontoegankelijk te maken voor de rugstreeppad. Met behulp van amfibieschermen kan het terrein afgezet worden zodat rugstreeppad niet zijn intrede kan doen binnen het plangebied. Het te herontwikkeling plangebied met de te realiseren nieuwbouw en in te richten buitenruimte biedt mogelijkheden voor het realiseren van verblijfplaatsen en leefgebied voor onder andere vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hiervoor zijn vele mogelijkheden. Geadviseerd wordt in een vroeg stadium van de planvorming een ecoloog te betrekken om mee te denken bij een natuurinclusieve invulling met faunavoorzieningen in de realiseren bebouwing en een ecologische meerwaarde in de buitenruime. Conclusie Naar aanleiding van de uitgevoerde ecologische QuickScan worden de benodigde vervolgstappen genomen.

In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat het schoolgebouw niet gesloopt mag worden nadat vervoglonderzoek heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat er geen rust- en/of verblijfplaatsen van deze beschermde soorten worden aangetast met de sloop of ontheffing is verleend voor de genoemde beschermde diersoorten, en eventueel hieruit voortvloeiende verplichte vervolgstappen zijn genomen, waaronder wordt verstaan het treffen van mitigerende maatregelen en het verkrijgen van een ontheffing betreffende de beschermde diersoorten.

4.6.

Kabels, leidingen, antennemasten en elektromagnetische velden Er zijn geen kabels en leidingen die middels een toetsingsafstand of een zakelijk recht de voorgenomen planontwikkeling beperken. Daarnaast zijn er geen antennemasten en elektromagnetische velden aanwezig in het plangebied of de nabijheid daarvan. Conclusie Het aspect kabels, leidingen, antennemasten en elektromagnetische velden vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7.

Water Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

23

Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2021-2026. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden meer dan 10 vervuilingseenheden gerealiseerd. De toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m². Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.

Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Het plangebied is in de huidige situatie voor het grootste gedeelte verhard. In de toekomstige situatie neemt het oppervlak aan verharding af. In de huidige situatie is het gebouw aangesloten op het gemengd stelsel. Het nieuwbouwplan wordt aangesloten op een gescheiden rioleringsstelsel. Vuil water en hemelwater worden apart afgevoerd. Overstromingsrisicoparagraaf Het plan ligt in een overstroombaar gebied.

Onder overstroombaar gebied worden de gebieden die normaal niet onder water staan verstaan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR).

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

24

Het overstromingswater zal doorgaans de weg van de minste weerstand volgen en derhalve zullen eerst de laaggelegen gebieden onder water lopen. Afhankelijk van hoe snel het water kan worden afgevoerd kan in het plangebied een overstroming plaatsvinden. Op basis van de risicokaart is de kans op overstroming klein. Aangezien het plangebied binnen een dijkkring ligt zijn maatregelen om het risico te beperken zeer beperkt mogelijk. Er dient aandacht te zijn voor onderhoud van het dijklichamen en de daarbij horende kunstwerken. Voordeel is dat het betreffende perceel voor deze ontwikkeling nog ligt binnen een afzonderlijk gebied dat rondom is bedijkt. De kans voor overstroming is een kleine kans voor in dit geval beschermd gebied. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en) al is de kans hier klein.

Voor nieuwe ontwikkelingen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen: ▪ aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied; ▪ voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; ▪ aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg, zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; ▪ zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); ▪ opstellen van evacuatie plan; ▪ belangrijke functies dan wel belangrijke apparatuur (bijvoorbeeld generator en dergelijke) verhoogd of op eerste verdieping situeren. Voor wat betreft water zijn er geen belemmeringen voor de gevraagde ontwikkeling. Voor het onderdeel overstromingen gaat het om een bewustwordingsproces en verder een kleine kans op overstroming. Er is wel een reële kans van overstroming en in overweging wordt gegeven de bovengenoemde maatregelen/voorzieningen te nemen. Procedure Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het verhard oppervlak niet toe en heeft dit plan geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en de daarmee samenhangende natuur- en belevingswaarde. Het waterschap wordt geïnformeerd over het voornemen in het kader van het vooroverleg conform artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Dit bestemmingsplan wordt dan ter beoordeling met het waterschap gedeeld. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

25

4.8.

Archeologie en cultuurhistorie

4.8.1. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Het perceel heeft geen archeologische dubbelbestemming in tegenstelling tot andere gebieden binnen het geldende bestemmingsplan. Daarnaast beschikt de gemeente Zwartewaterland over een eigen archeologische verwachtingskaart. Hieruit blijkt dat het plangebied ligt binnen een gebied met een 10% verwachtingswaarde. Dit houdt in dat er een zeer lage kans is op het aantreffen van archeologische waarden. Daarom wordt geconcludeerd dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is. Het bovenstaande neemt niet weg dat indien onverhoopt een archeologische vondst wordt gedaan, er alsnog nader onderzoek moet plaatsvinden.

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.8.2. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan ''een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden'' dient te bevatten. Binnen het plangebied zijn geen monumenten, karakteristieke bouwwerken of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9.

Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygi-

ontwerp gemeente Zwartewaterland – bestemmingsplan Burg. Malcorpslaan 99, Hasselt

26

enische aspecten van die bedrijven. In het ruimtelijke plannen staat het begrip 'een goede ruimtelijke ordening' centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: ▪ het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: 'zware' bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan 'lichte' bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd. In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1896.BP0092-OW01/t_NL.IMRO.1896.BP0092-OW01.pdf