CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

jaarverantwoording inclusief controleverklaring 2025

Raadsvergadering 18 juni 2026, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Jaarrekening 202534.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

-12

-13

1

Overhead inclusief (omslag)rente

24

24

-

BTW

2

Opbrengst heffingen

-2

3

-0

-28 -28

Inkomsten

-23

Totaal

56

58

Resultaat

-28

-35

Dekking

49%

39%

-23

-5 -2

-5 -7

*bedragen in € x 1.000

Havengelden

Havengelden is een bestemmingsheffing. De inkomsten van de havengelden moeten gebruikt worden om de uitgaven te bekostigen. De opbrengsten economische havens zijn begroot op € 151.000. In 2025 is in werkelijkheid € 26.000 meer havengeld ontvangen dan is begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van de vele zandtransporten via de industriehaven in Genemuiden t.b.v. ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente in Genemuiden. In 2025 betreft dat vooral het bouwrijp maken van Zevenhont Oost. De opbrengsten recreatieve havens zijn begroot op € 119.000. In 2025 is in werkelijkheid € 20.000 meer havengeld ontvangen dan is begroot. In 2025 zijn zowel in Genemuiden als in Hasselt meer passanten in de havens geweest dan begroot.

Jaarverantwoording 2025

79

Op begrotingsbasis is de kostendekkendheid berekend op 88%. De werkelijke kostendekkendheid van havengelden is 105% in 2025. Het betreft echter voor het grootste deel incidentele effecten die de kostendekkendheid beïnvloeden. Kostendekkendheid havengelden 2025

Begroting

Jaarrekening

Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten

Verschil Uitgaven

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

250

245

Inkomsten taakveld, exclusief heffingen

-25

-33

8

Overhead inclusief (omslag)rente

63

63

-

BTW

23

30

-6

Opbrengst heffingen Totaal

5

-275 312

-275

Inkomsten

-322 306

-322

Resultaat

-37

17

Dekking

88%

105%

47 6

47 53

*bedragen in € x 1.000

Begraafrechten

Begraafrechten is een bestemmingsheffing. De inkomsten van de begraafrechten moeten gebruikt worden om de uitgaven te bekostigen. In 2025 is er een meeropbrengst voor begraven van € 32.000 gerealiseerd. De werkelijke kosten zijn € 41.000 minder dan de begrote kosten. Op begrotingsbasis is de kostendekkendheid berekend op 96%. De werkelijke kostendekkendheid voor begraafrechten is 110% in 2025. Kostendekkendheid begraafrechten 2025 Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

Begroting

Jaarrekening

Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten 441

Verschil Uitgaven

400

41

Inkomsten taakveld, exclusief heffingen

-30

-30

-

Overhead inclusief (omslag)rente

121

121

-

Inkomsten

BTW Opbrengst heffingen Totaal

-507 531

-507

-539 490

-529

Resultaat

-24

49

Dekking

96%

110%

32 41

32 73

* bedragen in € x 1.000

Afvalstoffenheffing Afval vormt financieel een gesloten systeem: alle kosten moeten worden gedekt door de inkomsten uit de afvalstoffenheffing of andere opbrengsten binnen dit taakveld. Eventuele overschotten of tekorten aan het einde van het jaar worden verrekend met de voorziening Afval. Bij het opstellen van de begroting 2025 waren we genoodzaakt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing te verhogen naar € 211 per huishouden. Deze stijging was noodzakelijk om met name de hogere kosten voor afvalverwerking te kunnen opvangen. Dankzij deze tariefaanpassing kon een sluitende begroting worden opgesteld, zonder dat een toevoeging of onttrekking aan de voorziening nodig leek. Uit de jaarrekening blijkt echter dat er € 20.000 moet worden onttrokken aan de voorziening. Hoewel de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing € 10.000 hoger uitvielen en de uitvoeringskosten € 9.000 lager waren dan begroot, werd het saldo negatief beïnvloed door lagere inkomsten uit de afzonderlijk Jaarverantwoording 2025

80

ingezamelde afvalstromen (zoals PMD, GFT en papier). Deze opbrengsten lagen € 39.000 lager dan verwacht. Bij het opstellen van de begroting is op basis van de destijds beschikbare gegevens een inschatting gemaakt van de vergoeding die wij zouden ontvangen vanuit afzonderlijk ingezamelde afvalstromen. De daadwerkelijke vergoeding wordt echter beïnvloed door verschillende factoren, waaronder de zuiverheid van de stromen, het aantal tonnages en de marktwaarde van de materialen. Daarnaast heeft er in 2025 een bijstelling plaatsgevonden met betrekking tot het percentage vervuiling van de gescheiden ingezameld GFT. Hierdoor lag het afkeurpercentage hoger dan geraamd. Afgekeurde tonnages worden als restafval verwerkt of leveren een lagere vergoeding op, wat de inkomsten verder heeft gedrukt. Er vindt overleg plaats tussen inzamelaars en afnemers om vast te stellen of de doorgevoerde bijstelling gerechtvaardigd was. Als dit overleg leidt tot financiële consequenties, dan zullen deze worden verwerkt in de jaarrekening 2026. Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2025

Begroting

Jaarrekening

Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten

Verschil Uitgaven

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

2.001

1.996

5

Inkomsten taakveld, exclusief heffingen

-364

-325

-39

-

-

-

Overhead inclusief (omslag)rente

117

117

-

BTW

385

381

4

Dividend ROVA

Opbrengst heffingen Totaal

-2.140 2.140

-2.140

Inkomsten

-2.150 2.170

-2.150

10 -30

10

Resultaat

0

-20

-20

Bijdrage aan de voorziening (exploitatieresultaat) Dekking (rekeninghoudend met bijdrage aan voorziening)

0

20

20

100%

100%

* bedragen in € x 1.000

Rioolheffing

Naast de zorg voor inzameling en transport van afvalwater hebben gemeenten ook een regenwaterzorgplicht en een duidelijke rol als regisseur bij de aanpak van grondwaterproblemen. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op gebruikers van woningen en nietwoningen. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden is voor 2025 vastgesteld op € 335. Voor een éénpersoonshuishouden bedroeg het tarief € 275. De tarieven voor de overige aansluitingen zijn hiervan afgeleid.

Jaarverantwoording 2025

81

De werkelijke realisatie van baten en lasten van riolering laat zien dat we in 2025 een voordeel realiseren van € 662.000 dat aan de voorziening riolering wordt toegevoegd. Dit betreft beklemde middelen. De voorziening wordt in de komende jaren gebruikt om tegenvallers in de exploitatie op te vangen en kan ook de komende jaren ingezet worden om tariefstijgingen te voorkomen of getrapt door te voeren in plaats dat ze in 1 keer in volle omvang moeten worden doorberekend. Het voordeel van € 662.000 wordt veroorzaakt doordat er in totaal € 367.000 meer aan inkomsten is ontvangen dan begroot. € 313.000 van dit bedrag betreft rioolrechten van bedrijven die worden afgerekend op m³ werkelijk waterverbruik. Deze ontwikkeling zagen we ook al in de jaarrekening 2024 en deze zet zich structureel door. In de begroting 2026 is daarom de verwachte opbrengst rioolrechten van bedrijven opgehoogd. Mede daardoor hoefden de riooltarieven voor 2026 niet te worden verhoogd. De rest van de meerinkomsten wordt voor € 20.000 veroorzaakt door extra rioolrechten voor woningen en € 34.000 extra inkomsten voor leges rioolaansluitingen. In totaal zijn de kosten van riolering € 295.000 lager dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat in werkelijkheid minder kapitaallasten en rentekosten zijn doorberekend dan in de begroting zijn opgenomen.

Dit wordt veroorzaakt door tempoverschillen tussen de begrote realisatie en afronding van rioolprojecten en de werkelijke realisatie en afronding van projecten. De lagere kapitaallasten in 2025 zijn dan ook een tijdelijk voordeel. Op het moment dat de projecten wel worden afgesloten komen de volledige kapitaallasten van deze investeringen wel in één keer tot uitdrukking in de kosten van de riolering in het desbetreffende jaar. Die kosten kunnen op dat moment weer uit de voorziening worden gedekt zonder dat daarvoor schoksgewijs hele grote tariefsverhogingen hoeven te worden doorgevoerd. Kostendekkendheid rioolheffing 2025 Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

Begroting

Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten 2.746

Inkomsten taakveld, exclusief heffingen

-3

Overhead inclusief (omslag)rente

338

BTW

355

Opbrengst heffingen Totaal

Jaarrekening

Uitgaven

2.492

225

338

-

Inkomsten

-3 415

40

-3.536 3.537

Verschil

-3.536

-3.907 3.245

-3.907

371 292

371

Resultaat

662

663

Bijdrage aan de voorziening (exploitatieresultaat) Dekking (rekeninghoudend met bijdrage aan voorziening)

-662

-662

100%

100%

* bedragen in € x 1.000

Jaarverantwoording 2025

82

Risico’s bij inzet van heffingen als sturingsinstrument

De gemeente gebruikt lokale heffingen, zoals afvalstoffen- en rioolheffingen, om het gedrag van inwoners en bedrijven te beïnvloeden, bijvoorbeeld om afval te verminderen en waterbewust te gebruiken. Dit brengt risico’s met zich mee, zoals onvoorspelbare opbrengsten, financiële onzekerheid, mogelijk ontwijkgedrag en sociale ongelijkheid. Om deze risico’s te beperken, stellen we kostendekkende tarieven vast, gebruiken we voorzieningen om schommelingen op te vangen, volgen we de volumes nauwkeurig, informeren we bewoners en handhaven we tegen ongewenst gedrag. Zo blijft het beleid effectief en financieel stabiel.

Ontwikkelingen gemeentelijke belastingen en heffingen In 2025 werd een opbrengst van € 15.730.842 aan gemeentelijke belastingen en heffingen gerealiseerd. Gerealiseerde opbrengst gemeentelijke heffingen en belastingen 2025 (bedragen x € 1.000)

Leges burgerzaken Leges Omgevingsvergunningen Markten Havengelden Grafrechten Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB Hondenbelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Precariobelasting Totaal opbrengst gemeentelijke heffingen 2025

Jaarverantwoording 2025

Rekening Begroting 2024 2025 478 468 881 908 24 38 329 275 434 507 2.009 2.140 3.510 3.524 6.028 6.540 59 60 19 14 92 91 32 18 13.895

14.581

Rekening 2025 495 1.593 33 322 538 2.150 3.855 6.538 57 22 96 29

Kostendekkendheid Begroting Rekening 2025 2025 63% 66% 92% 146% 49% 39% 88% 105% 96% 110% Bestemmingsheffingen

Algemene dekkingsmiddelen

15.731

83

Paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen Inleiding In deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geven we informatie over:  ons beleid met betrekking tot de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen en de risico’s  een overzicht van de risico’s  een berekening van de weerstandscapaciteit  de verplicht op te nemen kengetallen (de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit)  een beoordeling van de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Met de informatie in deze paragraaf geven wij uitvoering aan artikel 11 lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Ons beleid

De weerstandscapaciteit is in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. De beschikbare weerstandscapaciteit berekenen wij op basis van:  De omvang van de algemene reserve (vrij aanwendbaar gedeelte);  De omvang van stille reserves (indien aanwezig);  De ruimte in de structurele begroting;  De eventueel ongebruikte belastingcapaciteit. Het uitgangspunt voor ons weerstandsvermogen is: ‘Wij streven naar weerstandsvermogen dat minimaal gelijk is aan de omvang van de risico's. Daarvoor willen we inzicht in de risico’s en de mogelijkheden om de risico’s te beheersen. Ook willen we een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s’. Onze doelstelling is:  het handhaven van een gezonde financiële positie;  het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s. Een risico definiëren wij als: een kans op een gebeurtenis dat een nadelig effect kan hebben op de organisatie, de doelen die zijn gesteld en / of de financiële positie. Er zijn drie categorieën van risico’s:  Mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde activiteiten.

Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten bij open einde-regelingen.  Voorzienbare tekorten op reguliere budgetten. De tekorten zijn min of meer duidelijk.  Zeker waar de tekorten een structureel karakter hebben, heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie.  (Ongewenste) schommelingen van budgetten, waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van jaarlasten. Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Als de noodzakelijke onderhoudslasten structureel in de begroting zijn geraamd is er geen sprake van een risico dat relevant is voor het weerstandsvermogen. Voor de berekening van de benodigde omvang van het weerstandsvermogen is alleen de eerste categorie van belang. We houden daarbij rekening met andere mogelijkheden om de gevolgen van risico’s op te vangen. We denken dan aan het aanpassingsvermogen van de organisatie, extra inkomsten en de kans dat risico’s zich gelijktijdig voordoen.

Jaarverantwoording 2025

84

Beoordeling weerstandsvermogen

Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen vergelijken we de beschikbare weerstandscapaciteit met de omvang van het bedrag dat nodig is om de risico’s af te dekken. De weerstandscapaciteit zijn “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken” (Besluit Begroting en Verantwoording, artikel 11.1). De weerstandscapaciteit bestaat uit: - De algemene reserve - De reserve grondexploitatie - Het rekeningresultaat - Stille reserves - De post onvoorzien - De onbenutte belastingcapaciteit De aard van de risico’s is: - Politiek - Economisch - Milieu - Juridisch - Financieel

Beschikbare weerstandscapaciteit De omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2025 is € 40,1 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit om eenmalige gevolgen van risico’s op te vangen is:

Beschrijving

Bedrag per 31 december 2025

Toelichting

De algemene reserve

Deze reserve is gevormd uit exploitatie€ 31.586.000 overschotten en heeft geen specifieke bestemming.

Reserve grondexploitatie

De omvang van deze reserve wordt jaarlijks € 5.212.000 vastgesteld op basis van het actuele risicoprofiel van de grondexploitaties.

Rekeningresultaat (niet bestemde deel)

Het exploitatieresultaat na toevoegingen en € 2.691.000 onttrekkingen aan reserves en na aftrek van resultaatbestemmingen.

De stille reserves (activa die tegen een lagere waarde of nul zijn gewaardeerd en direct verkoopbaar zijn)

De waarde van gemeentelijke gebouwen die niet meer nodig zijn voor de € 1.260.000 bedrijfsuitoefening (€ 250.000) en de waarde van pachtgronden (€ 1.010.000).

Totaal

€ 40.749.000

De beschikbare weerstandscapaciteit om structurele gevolgen van risico’s op te vangen is: Beschrijving

De ongebruikte belastingcapaciteit

Jaarverantwoording 2025

Bedrag per 31 december 2025

Toelichting

Het positieve verschil in opbrengst tussen de gemeentelijke OZB-tarieven en de OZB€ 1.183.000 tarieven bij toepassing van artikel 12 van de Gemeentewet.

85

Het budget voor onvoorzien in de begroting Totaal

Het is verplicht voor onvoorziene uitgaven een (vrij te bepalen) bedrag op te nemen in € 56.000 de begroting. In de meerjarenbegroting is een bedrag opgenomen van € 56.000. € 1.239.000

Benodigde weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

Wij hebben de mogelijke risico’s, inclusief hun oorzaken en gevolgen in beeld gebracht. We hebben 13 risico’s met een financieel gevolg. De risico’s hebben we ingedeeld. Daarbij zijn we uitgegaan van de mogelijke omvang van een risico en de kans dat een risico zich voordoet. In de figuur ziet u de verdeling van de risico’s. Impact Enorm

> 1 miljoen

1

Substantieel > 250.000 en < 1 miljoen Matig

> 100.000 en < 250.000

gering

> 50.000 en < 100.000

Minimaal

> 0 en < 50.000

Kans

2 1

1

1

2

1

1

1

1

1

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Aannemelijk

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

1

2

3

4

5

De totale omvang van de risico’s bedraagt bruto € 9 miljoen. Dit is vergelijkbaar met de vorige risicoinventarisatie (in de begroting 2026). Voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we rekening met de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het financieel gevolg van een gebeurtenis (= kans * financieel gevolg). Niet alle risico's zullen zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voor doen. Het resultaat is, dat met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 5,65 miljoen, het voor 90% zeker is dat de risico's zijn afgedekt.

Toelichting risico’s

Op de 13 risico’s geven we een toelichting. (De kleuren verwijzen naar de figuur hiervoor). Risico

Toelichting

Algemene uitkering

De gevolgen van de overgang naar een nieuwe financieringssystematiek met ingang van 2026 is nog niet volledig duidelijk. En over de financiering van de uitvoering van de Hervormingsagenda is nog veel onzekerheid.

Jaarverantwoording 2025

Bruto Financiële Kans Netto Financieel impact financieel Maximum € 1.500.000 5 4 € 1.050.000

86

Dividenduitkeringen

Rentelasten Personeel

Energielasten Jeugdzorg

Participatiewet

Wmo

Jaarverantwoording 2025

De uitkering van dividenden is afhankelijk van de financiële resultaten van ondernemingen. Stijging van de rentepercentages op leningen. Er is krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor is het lastig om voldoende en gekwalificeerd personeel te vinden. Daardoor hebben we meer inhuurkosten en is de kans hoog dat wij voor goed en gekwalificeerd personeel meer moeten betalen. De energieprijzen zijn onstabiel.

€ 330.000

4

2

€ 99.000

€ 250.000

3

3

€ 125.000

€ 500.000

4

4

€ 350.000

€ 500.000

4

4

€ 350.000

De Jeugdwet is een € 1.500.000 openeinderegeling. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als meer zorg nodig is, stijgen de kosten. Wij werken aan maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen. Wij ontvangen van het Rijk een € 100.000 gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie, en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is niet geoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden en moet een tekort zelf opvangen. De Wet maatschappelijke € 300.000 ondersteuning is een openeinderegeling. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te

5

5

€ 1.350.000

4

3

€ 50.000

4

4

€ 210.000

87

Kapitaalgoederen

Gewaarborgde geldleningen woningbouw

Informatiesystemen

Jaarverantwoording 2025

bieden. Als meer zorg nodig is, stijgen de kosten. Wij werken aan maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen. Openbaar groen: boomziekten € 250.000 (eikenprocessierups, japanse duizendknoop, reuzenbereklauw), droge en natte perioden. Wegen: schade als gevolg van een strenge winter en/of stormschade. Via de regelingen Waarborgfonds € 234.000 Sociale Woningbouw (WSW) en Nationale Hypotheek Garantie (NHG) staat de gemeente voor substantiële bedragen garant. WSW en NHG hebben met het Rijk en de gemeenten (de ‘achtervangers’) de afspraak dat WSW, indien nodig, kan beschikken over renteloze leningen. De gemeente is achtervang voor 50% van de gewaarborgde geldleningen. Uitgaan van een lening van 5% van de totale waarborgsom, een rentepercentage voor aan te trekken geldleningen van 2,5% en een looptijd van de lening van 10 jaar. De berekening is dan: (€ 19.325.000) *5%* 2,5% *10 jaar. We werken met waardevolle en € 3.000.000 privacygevoelige informatie, die steeds meer tijd- en plaats onafhankelijk beschikbaar moet zijn. Daarvoor gebruiken we allerlei systemen. Door maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen is het belangrijk de risico’s op uitval en van de veiligheid van informatie onder ogen te zien. We zorgen voor bewustwording van de risico’s en nemen beheersmaatregelen. Desondanks blijft het risico dat onze systemen uitvallen.

Door cybercrime of een technische storing. Als vervanging of herstel van systemen nodig is buiten de reguliere vervangingsperiode zijn extra investeringen nodig. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we

3

3

€ 125.000

3

1

€ 23.400

5

3

€ 1.500.000

88

dit risico voor 50% meegenomen. Gegevensbescherming Niet aantoonbaar voldoen aan € 100.000 borging en uitvoering van (AVG) maatregelen uit AVG. De Autoriteit Perssonsgegevens kan boets opleggen. In het ergste geval kan er een boete opgelegd worden door de Autoriteit Persoonsgegevens van max 20 miljoen euro. Grondexploitatie Er zijn 4 verschillende scenario’s € 388.000 (GREX) doorgerekend om te zien welk risico er is en hoeveel geld er eventueel extra nodig is. Met een risico-inschatting is bepaald welk scenario wordt gebruikt voor de berekening van het weerstandsvermogen. TOTAAL € 8.952.000

2

2

€ 30.000

5

5

€ 388.000

€ 5.650.400

In deze opsomming van risico’s en in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen is geen rekening gehouden met de risico’s door: - Netcongestie (waardoor bedrijven en woningen niet aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnetwerk); - Stikstofbeleid (waardoor de voortgang van bouwprojecten en het uitvoeren van werken in de openbare ruimte wordt belemmerd); - De actualisatie van het toekomstscenario voor de zwembaden, die gevolgen kan hebben voor de structurele bijdrage; - Het aantrekken van leningen. De omvang van de rentekosten wordt bepaald door de omvang van de leningenportefeuille en het rentepercentage. Omdat nog onvoldoende zicht is op het doorgaan van voorgenomen investeringen is nog niet duidelijk wat de werkelijke liquiditeitsbehoefte is. Het rentepercentage van nieuwe leningen is momenteel ruim 3%. Onze huidige leningenportefeuille heeft een gemiddelde rentepercentage < 1%. De omvang van deze risico’s zijn nog moeilijk te bepalen. Bij ontwikkelingen waarin deze risico’s van belang zijn, worden de financiële gevolgen zoveel als mogelijk meegenomen.

Conclusie

Het benodigde weerstandsvermogen voor de opvang van de risico’s is € 5,65 miljoen. Per 31 december 2025 is de verwachte omvang van het weerstandsvermogen: € 40,1 miljoen. In de berekening van de risico's is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. En omdat niet alle risico's zich tegelijk voordoen is de uitkomst van die berekening vermenigvuldigd met 90%. Daarmee hebben we het totale risicobedrag naar beneden bijgesteld. De raad heeft de ratio voor het weerstandsvermogen vastgesteld op 1,0. Met deze ratio is de gewenste weerstandscapaciteit € 5,65 miljoen. De werkelijke ratio per 31 december 2025 is: Beschikbare Ratio weerstandsvermogen weerstandscapaciteit = Benodigde weerstandscapaciteit

Jaarverantwoording 2025

=

€ 40,1 miljoen € 5,65 miljoen

= 7,1

89

De ruimte tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (€ 40,1 miljoen) en de gewenste weerstandscapaciteit (€ 5,65 miljoen) is per 31 december 2025 € 34,45 miljoen. Met raadsbesluiten zijn ten laste van de algemene reserve kredieten beschikbaar gesteld voor het gemeentehuis en de zwembaden. Het totaalbedrag hiervan is € 7,07 miljoen. De ruimte in de weerstandscapaciteit wordt na verwerking van die besluiten € 27,38 miljoen. De weerstandsratio wordt dan 4,85. Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement en de Universiteit Twente is een waarderingstabel opgesteld, die aangeeft hoe de ratio beoordeeld kan worden. Daaruit blijkt dat een ratio van meer dan 2,0 als uitstekend wordt gezien. Zie onderstaande tabel: Ratio

Betekenis

>2

Uitstekend

1,4 – 2

Ruim voldoende

1 – 1,4

Voldoende

0,8 – 1

Matig

0,6 – 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Continuïteit

Op basis van:  de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie  de huidige weerstandsratio van 7,1  de verwachte ratio van 4,85  en het beeld van onze jaarrekening én meerjarenbegroting zijn wij van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet.

Kengetallen Door de commissie DEPLA is een aantal kengetallen ontwikkeld, die de raad kunnen helpen in het verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën. Hieronder noemen wij de kengetallen en de definitie daarvan. 

netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Definitie: De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen het niveau van de schuldenlast van

de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. In het verlengde hiervan kennen we ook de zogenoemde “Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen”. Bij deze specifieke quote wordt er gekeken naar het effect van door de gemeente verstrekte leningen op de schuldenlast van de gemeente. 

solvabiliteitsratio

Definitie: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt in het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van het balanstotaal. 

kengetal grondexploitatie

Definitie: De boekwaarde van de voorraden grond zijn van belang, want deze waarden moeten

meerjarig worden terugverdiend bij de verkoop. De ratio wordt berekend door de boekwaarde van de gronden in exploitatie te delen door de totale baten van de programmabegroting of jaarrekening. 

structurele exploitatieruimte

Definitie: Om een flexibele begroting te kunnen bewerkstelligen is het zinvol de structurele baten

hoger te laten zijn dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 

belastingcapaciteit

Jaarverantwoording 2025

90

Definitie: De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Dit kengetal wordt berekend door de lokale lasten (OZB/afval/riool) voor een gemiddeld huishouden in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde. Het Coelo publiceert jaarlijks deze gegevens. Daarbij wordt een ranglijst aangehouden van gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland. De ranglijst voor eigenaar-bewoner meerpersoonshuishouden geeft de volgende informatie: Zwartewaterland Plaats op de ranglijst Woonlasten Landelijk gemiddelde Gemiddelde provincie Overijssel

2025

2024

64

61

€ 933

€ 884

€ 1.053

€ 994

€ 979

€ 934

In onderstaande tabel staan de kengetallen per 31 december 2024, de verwachte kengetallen per 31 december 2025 en de werkelijke kengetallen per 31 december 2025. De ratio's voor netto schuldquote, solvabiliteit, netto investeringsquote en onbenutte belastingcapaciteit zijn stabiel en in de buurt van het landelijke gemiddelde. Naar onze indruk zijn dit indicatoren die er op wijzen dat onze gemeente financieel gezond is. Kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Realisatie Begroting Realisatie 2024

2025

2025

49%

47%

38%

44% 44%

43% 45%

34% 47%

19% -0,3%

4% -0,1%

9% 2,9%

89%

89%

88%

Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a. Netto schuldquote

Minst risicovol < 90%

Neutraal 90 - 130%

Meest risicovol > 130%

1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio

< 90% > 50%

90 - 130% 20 - 50%

> 130% < 20%

3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte

< 20% > 0%

20 - 35% 0

> 35% < 0%

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Jaarverantwoording 2025

91

Jaarverantwoording 2025

92

Paragraaf kapitaalgoederen Inleiding Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen komt in de verschillende begrotingsprogramma’s terug. In deze paragraaf wordt het gevoerde beleid voor het beheer en onderhoud als een dwarsdoorsnede vanuit de programma’s aangegeven. Daarmee is tegelijkertijd het beleidskader voor dit onderwerp aangegeven. De kapitaalgoederen verdelen we in deze paragraaf onder in de categorieën: wegen, openbare verlichting, kunstwerken, riolering, water, groen (inclusief sportparken), speelterreinen, begraafplaatsen en gemeentelijke gebouwen. Jaarlijks wordt het Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma is een instrument dat ons goed in staat stelt om het beheer en onderhoud te prioriteren en de beschikbare middelen zo integraal en effectief mogelijk in te zetten. Bij het beheer van de kapitaalgoederen wordt onderscheid gemaakt tussen ‘onderhoud’ en ‘vervangen’. Onderhoud is nodig om de theoretische levensduur van kapitaalgoederen te halen. Het vervangen is het vernieuwen van een kapitaalgoed.

Uitgangspunten voor investeringen en afschrijvingen investeringen kapitaalgoederen

De gemeente volgt duidelijke regels voor het beheer van materiële vaste activa, zoals wegen, gebouwen en speelterreinen. Onderhoudskosten worden direct geboekt, terwijl investeringen die leiden tot vervanging, renovatie of uitbreiding en een langere levensduur hebben, worden opgenomen als vaste activa. Deze activa worden gewaardeerd tegen aanschafprijs minus afschrijvingen, die lineair plaatsvinden over vastgestelde gebruiksduur per categorie. De financiële lasten, bestaande uit afschrijvingen en rente, worden zo verdeeld dat ze aansluiten bij het lange termijn gebruik van de kapitaalgoederen. Hierdoor zorgen we voor een evenwichtige en transparante verdeling van kosten in lijn met het gemeentelijk beleid en wettelijke voorschriften. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn te vinden bij de balans onder de Inleiding.

Areaalgegevens (kerncijfers) Het beheer en onderhoud van onze gemeente omvat het areaal zoals in het onderstaande overzicht is opgenomen: Kapitaalgoed

Wegen

Riolering

Kilometer weg, waarvan:

Hoeveelheid 270

Eenheid km

Binnen de bebouwde kom

151

km

Buiten de bebouwde kom

118

km

Oppervlakte wegen / verhardingen (m2), waarvan: * Asfalt * Beton * Elementenverharding * Overig

m2

1.695.184

m2 m2 m2 m2

543.734 170.106 950.272 31.072

Kilometer vrij liggend fietspad

42

km

Bruggen en steigers

93

stuks

Tunnel

1

stuks

Lichtmasten

4.961

stuks

Laagspanningsleiding (m1)

6.585

m

Aansluitingen Kilometer vrijverval gemengde riolering in de kernen

11.400

stuks

117

km

Jaarverantwoording 2025

93

Kilometer vrijverval gescheiden riolering in de kernen Kilometer huisaansluitingen in de kernen

53

km

80

km

Drukriool in het buitengebied

148

km

Rioolgemalen

73

stuks

Pompunits voor drukriolering

408

stuks

9.000

stuks

400

stuks

21

km

Kilometer drainage

13

km

Kilometer infiltratie / drainageriool

2

km

Havens

5

stuks

Kilometer watergang

130

km

Kilometer Oeverbescherming

14

km

Sluizen

2

stuks

Openbaar groen

183

hectare

Begraafplaatsen

7

stuks

Bomen

8.925

stuks

Spelen

542

stuks

Basisscholen

15

stuks

Gebouwen

43

stuks

Nevenvestigingen

2

stuks

Voortgezet onderwijs

1

stuks

Kolken en bijbehorende aansluitingen Bijzondere voorzieningen zoals bergbezinkbassins, overstorten en stuwputten Kilometer persleiding

Water

Groen

Gebouwen

Wegen

Beleidskader

Het wegenbeheer vindt plaats op basis van tweejaarlijkse monitoring van de kwaliteit van de wegen. We hanteren voor het onderhoudsniveau aan de wegen het kwaliteitsniveau C (CROW). Voet- en fietspaden worden op het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau B. Dit is ook vastgelegd in het beheerplan wegen 2021-2026. Naast de wegen in de kernen en hoofdstructuur hebben we ook specifiek aandacht voor wegen in het landelijk gebied en op industrieterreinen. In 2026 wordt het wegen beheerplan geactualiseerd en wordt het kader voor beheer en onderhoud van wegen voor de komende jaren vastgesteld.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

In de Programmabegroting 2026 - 2029 is € 1.480.000 beschikbaar om het regulier onderhoudsprogramma wegen uit te voeren. Daarnaast is voor incidenteel onderhoud aan wegen € 200.000 beschikbaar. Het incidentele onderhoud wordt door de buitendienst uitgevoerd. Per jaar wordt voor areaaluitbreiding voor het totaal van kapitaalgoederen een bedrag van € 48.000 geraamd. Afhankelijk van de werkelijke ontwikkeling die we zien in de budgetten wordt dit bedrag nader verdeeld naar, hoofdzakelijk, onderhoudsbudget voor wegen en/of groen.

Jaarverantwoording 2025

94

Op basis van de vervangingsopgave van het totale areaal is jaarlijks € 1.875.000 krediet beschikbaar om de (vervangings)investeringen uit te voeren. De kapitaallasten van deze jaarlijkse investering zijn structureel geraamd in de Programmabegroting 2026-2029 Het jaarlijkse onderhoudsprogramma en vervangingsinvesteringen voor wegen leggen we vast in het Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten. Iedere twee jaar wordt er een inspectierapport over de onderhoudsstaat van de gemeentelijke wegen vastgesteld. Deze gegevens worden gebruikt om een planning te maken van de benodigde werkzaamheden. Hierbij is de ambitie voor het kwaliteitsniveau van de wegen opnieuw vastgesteld op niveau C volgens de CROW-normen. Voor voet- en fietspaden is het niveau vastgesteld op B volgens de CROW-normen. De afgelopen jaren hebben we een kwaliteitsslag voor voet- en fietspaden (naar onderhoudsniveau B) gemaakt. Op basis van de weginspectie, die uitgevoerd is in 2024, zien we een stijging van de onderhoudskwaliteit waardoor we beter voldoen aan de vastgestelde onderhoudsniveaus. Daarmee neemt het risico op aansprakelijkheid en kapitaalsvernietiging verder af.

Openbare verlichting

Beleidskader

In 2024 is het beleidsplan "zo verlichten wij Overijssel" vastgesteld. In 2025 is het geactualiseerde beheerplan openbare verlichting voor de periode 2026-2030 vastgesteld.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

In de periode 2026-2030 is per jaar in totaal voor de vervangingsopgave van lichtmasten, armaturen en kasten een investeringsbedrag van € 235.000 per jaar beschikbaar. De vervangingsopgave in het geactualiseerde beheerplan bedraagt € 138.000 per jaar. Dit krediet is opgenomen in de meerjarenbegroting 2026-2029 en de kapitaallasten van deze investering zijn structureel in de begroting geraamd en gedekt. Voor het reguliere onderhoud aan openbare verlichting is op grond van het actuele beheerplan een onderhoudsbudget van ca. € 100.000 beschikbaar. In de afgelopen jaren is gebleken dat dit budget toereikend is om het regulier onderhoud uit te voeren. In 2025 is het beheerplan openbare verlichting geactualiseerd. Daarnaast zijn de werkzaamheden met betrekking tot de vervanging van verouderde lichtmasten grotendeels afgerond. In de periode van 2023 – 2025 zijn in alle kernen in totaal ruim 1000 lichtmasten (20% van het areaal) vervangen. Het contract liep tot eind 2025. Voor de komende jaren zal de resterende vervanging van verouderde lichtmasten opnieuw moeten worden aanbesteed. Het ombouwen of vervangen van armaturen door led-armaturen gaat gestaag door. Momenteel zijn meer dan 90% van de lichtbronnen voorzien van led. In de komende 5 jaar is het doel om de 100% te halen.

Het gaat hierbij voornamelijk om klassieke verlichting in de centra, gevelarmaturen en verlichting in jongere woonwijken waar nog geen led was toegepast.

Kunstwerken

Beleidskader

Het beheer van civiele kunstwerken vindt plaats op basis van vijfjaarlijkse visuele inspecties door een gespecialiseerd inspectiebureau en een jaarlijkse schouw door beheerders/toezichthouders van de gemeente. We hanteren voor het onderhoudsniveau aan kunstwerken het kwaliteitsniveau B (CROW). Het jaarlijkse onderhoudsprogramma voor civiele kunstwerken leggen we vast in het Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten. In 2026 wordt het beheerplan kunstwerken vernieuwd voor de periode van 2027-2036.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2025 is het beheerplan kunstwerken 2021-2026 als kader gehanteerd. De investeringen die op basis van dit beheerplan worden verwacht zijn respectievelijk: Jaarverantwoording 2025

95

2026 € 20.000 2027 € 273.000 2028 € 308.000 De kapitaallasten van deze vervangingsinvesteringen zijn structureel geraamd in de meerjarenbegroting. De uitvoeringsplanning nemen we op in het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten. Bij de actualisatie van het beheerplan in 2026 zal blijken of bijstelling van de vervangingsinvesteringen in de komende jaren noodzakelijk is. Civieltechnische Kunstwerken worden beheerd en onderhouden op basis van het beheerplan uit 2022. In dit plan beschrijven we hoe we de civiele kunstwerken beheren en onderhouden. Dit doen we volgens het vastgestelde ambitieniveau B volgens de CROW-normen. Jaarlijks stellen we het uitvoeringsprogramma Werken & Projecten op waarin ook werkzaamheden met betrekking tot civiele kunstwerken beschreven staan.

Riolering

Beleidskader

Het beheer en onderhoud van de riolering voeren we uit conform het door de raad vastgestelde Gemeentelijk rioleringsplan Zwartewaterland 2022-2026 (GRP) met bijbehorende lange termijn uitvoeringsplanning. In 2026 wordt het nieuwe Water en Rioleringsplan (WRP), de opvolger van het GRP voor de periode 2027-2031 opgesteld. In dit WRP wordt ook de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie betrokken. De uitvoeringsplanning nemen we op in het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

In totaliteit bedragen de kosten voor de beheer - en onderhoudsopgaven van de riolering vanaf 2026 ca. € 3,8 miljoen per jaar. Omdat riolering c.q. het GRP tegen kostendekkende tarieven wordt uitgevoerd worden de inkomsten uit rioolheffing vanaf 2026 eveneens geraamd op ca € 3,8 miljoen. Voor uitgebreide toelichting wordt verder verwezen naar de paragraaf lokale heffingen in deze Programmabegroting. Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en andere met het rioolsysteem samenhangende budgetten is voor de vervangingsopgave op basis van het GRP 2022-2026 € 1.875.000 investeringskrediet in de begroting opgenomen. De kapitaallasten van deze vervangingsinvesteringen zijn structureel geraamd in de begroting. De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de planning in het GRP. Vanwege diverse omstandigheden zijn planningen verschoven. Voorbeelden van verschuivingen zijn de renovatie van de riolering in wijk Nieuwe Sluis in Zwartsluis en relining van het riool in de Langestraat-Achterweg in Genemuiden. Dit komt door andere maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen waarbij integraal werken noodzakelijk en/of wenselijk is, zoals de energietransitie. In 2025 is een start gemaakt met een nieuw WRP ter vervanging van het oude GRP. In het nieuwe WRP worden de watertaken breder bekeken, en wordt klimaatadaptatie ook meegenomen.

In 2026 wordt het WRP verder uitgewerkt en zal het ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden worden.

Water

Beleidskader

Landelijk is de doelstelling om voor 2050 waterrobuust en klimaatadaptief te zijn. Daarmee geven we uitvoering aan het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

Jaarverantwoording 2025

96

Dit doen we op de volgende wijze:  Binnen de regio werken we samen met gemeenten, waterschap en provincie aan de thema's Water en Klimaatadaptatie. Hiervoor is begin 2022 een regionaal bestuursakkoord Water & klimaat vastgesteld met uitvoeringsprogramma (RIVUS-samenwerkingsverband). Wij geven hier nu uitvoering aan.  Het college een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie vastgesteld. Hier geven we nu uitvoering aan. De concrete opgave voor wateroverlast is belegd in het gemeentelijke rioleringsplan (GRP). Vanuit beleid en organisatie ligt een opgave om klimaatadaptatie te implementeren. Als derde wordt sterk ingezet op communicatie, stimuleren en voorlichting. Medio 2025 is er een kwartiermaker water begonnen om de uiteenlopende wateropgaven te adresseren en integraal onder te brengen bij de relevante disciplines. Dit betekent onder andere een verankering van afwegingskader voor nieuwe ontwikkelingen die rekening houdt met het bodem- en watersysteem en implementatie van de groene maatlat voor bebouwde omgeving. In 2025 is een start gemaakt met een nieuw WRP ter vervanging van het oude GRP. In het nieuwe WRP worden de watertaken breder bekeken, en wordt klimaatadaptatie ook meegenomen. In 2026 wordt het WRP verder uitgewerkt en zal het ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden worden.

Binnen de regio werken we in het regionale RIVUS-samenwerkingsverband samen met gemeenten, waterschap en provincie aan de thema's Water en Klimaatadaptatie. Hiervoor is begin 2022 een regionaal bestuursakkoord Water & klimaat vastgesteld met uitvoeringsprogramma (RIVUSsamenwerkingsverband). Wij geven hier nu uitvoering aan. Er wordt ook gewerkt aan het nieuwe uitvoeringsprogramma 2027 – 2032.

Groen

Beleidskader

Wij onderhouden het openbaar groen op kwaliteitsniveau B en zetten in om de belevingswaarde van het openbaar groen te vergroten. Wij zetten in op het vergroten van de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid van het openbaar groen. Het groenbeleid is vastgesteld in het groenbeleidsplan "groen leeft en verbindt" 2019-2029. Het groenbeheerplan 2020-2024 geeft praktisch uitwerking van het groenbeleidsplan in concrete beheer- en onderhoudsmaatregelen. Gezien de datum van het groenbeheersplan vindt in 2026 actualisatie van het groenbeheerplan plaats. Daarnaast heeft uw raad in juli 2025 het vervangingsplan groenvakken vastgesteld. Op basis van dit plan beogen we de opgelopen kwaliteitsachterstand in de groenvakken in te lopen, zodat op termijn weer wordt aangesloten bij kwaliteitsniveau B voor de groenvakken. Voor de bomen en het bosplantsoen werken we toe naar structureel, periodiek, onderhoud. Hierbij geven wij uitvoering aan het bomenbeheerplan en het 1000-bomenplan. De jaarlijkse uitvoering van deze plannen worden verwerkt in het Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

Voor het totale groenonderhoud, waarvan een belangrijk deel is uitbesteed aan ROVA, is op jaarbasis ruim € 1,1 miljoen budget beschikbaar. Daarnaast is in de begroting voor de uitvoering van het 1000-bomenplan in 2025 en 2026 voor de eerste fase per jaar € 150.000 investeringskrediet beschikbaar. Afspraak is dat voor het vervolg er ook een evaluatie van het verloop van de 1e fase van het 1000 bomenplan wordt gemaakt. Ten behoeve van het vervangingsplan groenvakken is in de meerjarenbegroting in de periode 2027 t/m 2030 een investering van in totaal € 1,4 miljoen (€ 350.000 per jaar) opgenomen.

Jaarverantwoording 2025

97

Tenslotte is er voor de vervangingsopgave van bomen die aan het einde van de levensduur komen op basis van het totale bomenareaal per jaar een investeringskrediet van € 170.000 beschikbaar. De kapitaallasten van de genoemde investeringen zijn structureel in de meerjarenbegroting geraamd. Wij onderhouden het openbaar groen op kwaliteitsniveau B en zetten in om de belevingswaarde van het openbaar groen te vergroten. Uw raad heeft in juli 2025 het vervangingsplan groenvakken vastgesteld. Op basis van dit plan beogen we de opgelopen kwaliteitsachterstand in de groenvakken in te lopen, zodat op termijn weer wordt aangesloten bij kwaliteitsniveau B voor de groenvakken. Een belangrijk deel van het totale groenonderhoud is uitbesteed aan ROVA. Wij hebben ook dit jaar ingezet op het vergroten van de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid van het openbaar groen. Om dit ook in de toekomst goed uit te kunnen voeren hebben we een start gemaakt met het actualiseren van het beheerplan groen. Dit beheerplan wordt begin 2026 vastgesteld. Voor de bomen en het bosplantsoen werken we toe naar structureel, periodiek, onderhoud. Hierbij hebben wij uitvoering gegeven aan het bomenbeheerplan en het 1000-bomenplan. In 2025 zijn er circa 150 bomen geplant.

Speelterreinen

Beleidskader

In 2019 is het beheerplan spelen vastgesteld. Wij onderhouden de speelterreinen op kwaliteitsniveau B. We ondersteunen initiatiefgroepen die zich willen inzetten voor de speellocaties in hun eigen buurt. Dit varieert van wensen ten aanzien van een speellocatie in de eigen straat tot en met het volledig opknappen van een speelveld. Hiervoor nemen we het in 2020 vastgestelde Buitenruimteplan als uitgangspunt. De insteek is om zoveel mogelijk gebruik te maken van de mogelijkheden die de betrokken inwoners hebben qua inzet van menskracht, materiaal, materieel en onderhoud van de speeltoestellen. Het beheer en onderhoud van de speellocaties blijft uiteindelijk een verantwoordelijkheid van de gemeente. Eind 2025 wordt het beheerplan bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) geactualiseerd. Eventuele consequenties van die actualisatie zijn op het moment van schrijven van deze paragraaf nog niet bekend en vastgesteld door college- en/of gemeenteraad.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

Op basis van het beheerplan spelen is per jaar € 188.000 krediet beschikbaar voor de vervangingsopgave van speelplaatsen. De kapitaallasten van deze investeringen zijn structureel in de begroting geraamd. Voor het regulier onderhoud is ca. € 55.000 budget per jaar beschikbaar op basis van het beheerplan spelen. In 2026 is het beheerplan Spelen 2026-2030 vastgesteld. Met dit plan gaan we verder met het uitvoeren van de ambities uit het Buitenruimteplan uit 2020. Deze ambities zijn het inrichten van een hoofd- en nevenstructuur in de sport- en speelvoorzieningen, het betrekken van inwoners bij de inrichting van de voorzieningen en het moderniseren en vernieuwen van het areaal. Ook afgelopen jaar hebben we op meerdere plekken met hulp van inwoners voorzieningen opnieuw ingericht. Voorbeelden hiervan zijn de centrale speel- en sportplek in Genemuiden (Tagbos) of de speeltuin aan Het Pijlkruid.

Jaarverantwoording 2025

98

Begraafplaatsen

Beleidskader

Wij onderhouden het openbaar groen op kwaliteitsniveau B en zetten in om de belevingswaarde van het openbaar groen en de begraafplaatsen te vergroten. In 2026 wordt onderzoek gedaan naar uitbreiding van de begraafplaatsen in Mastenbroek en Genemuiden.

Financiële consequenties beleidsdoel / vertaling in begroting

Om de kosten van begraven c.q. de begraafplaatsen te dekken worden gedekt uit begraafrechten/leges. Voor de geraamde kosten en baten voor 2026 wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen in deze Programmabegroting. In 2025 zijn de begraafplaatsen onderhouden conform het vastgestelde onderhoudsniveau. Voor begraafplaats Mastenbroek is gestart met een participatietraject, waarbij alle betrokken partijen zijn geïnformeerd over de grondwaterproblematiek. Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld, dat in 2026 verder wordt uitgewerkt. De eerste fase van de uitbreiding van begraafplaats De Sandtvoirt is gerealiseerd door het ophogen van het terrein. De inrichting van deze uitbreiding, inclusief groenvoorziening en verharding, wordt begin 2026 afgerond. De definitieve afronding van de uitbreiding is afhankelijk van de voortgang van het beheerdersgebouw. In 2025 is een analyse uitgevoerd naar de huidige capaciteit en de toekomstverwachting op het gebied van begraven binnen onze gemeente. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt als basis voor een vervolgonderzoek in 2026 naar mogelijke uitbreidingsmogelijkheden. De kosten van begraven en begraafplaatsen worden in principe volledig gedekt uit begraafrechten/leges. In 2025 is geconcludeerd dat deze situatie niet houdbaar is. Daarom werken we een voorstel uit voor een werkbare verdeling van kosten.

Gemeentelijke gebouwen Het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is een aantal jaren geleden opgesteld, maar behoeft actualisatie om aan te sluiten bij de meest recente inzichten en ontwikkelingen. In het huidige MJOP zijn reeds duurzaamheidsmaatregelen opgenomen; deze worden echter als nog niet volledig beschouwd. Om hieraan invulling te geven, zal een integraal Duurzaamheidsplan worden opgesteld, gericht op de realisatie van een gasloze vastgoedportefeuille in 2050. Daarnaast is het accommodatiebeleid van 2019 toe aan actualisatie. Hierbij worden het MJOP en de daarin opgenomen en nog te ontwikkelen duurzaamheidsmaatregelen integraal betrokken. De hiervoor benodigde onderhoudsbudgetten, maar ook de benodigde investeringskredieten voor vervangingsinvesteringen in installaties en gebouwinrichting, inclusief de verduurzamingsmaatregelen zijn op basis van die MJOP's in de meerjarenbegroting opgenomen.

Jaarverantwoording 2025

99

Paragraaf financiering Inleiding De paragraaf Financiering geeft inzicht in het financiële beleid en de uitvoering daarvan. Deze paragraaf bevat informatie over de financieringsfunctie, waaronder het renterisicobeheer, liquiditeitenbeheer, schatkistbankieren, de borgstellingen en de leningenportefeuille. Deze onderdelen worden conform de eisen van het BBV in samenhang gepresenteerd.

Doelstellingen van de financieringsfunctie

De financieringsfunctie van de gemeente richt zich op:     

Het borgen van duurzame toegang tot financiële middelen tegen zo gunstig mogelijke condities. Het beheersen van financiële risico’s, waaronder rente- en kredietrisico. Het minimaliseren van de kosten van leningen en het optimaliseren van renteopbrengsten. Het waarborgen van voldoende liquiditeit om aan alle verplichtingen te voldoen. Het voldoen aan de wettelijke kaders, waaronder de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Kasgeldlimiet De toegestane omvang van het kasgeldlimiet voor onze gemeente is gesteld op 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De kasgeldlimiet voor 2025 bedroeg € 7.6 miljoen. We voldoen aan de gestelde eisen voor dit krediet. Berekening kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Variabelen

2025

2024

Begrotingstotaal (primair)

79.348

75.451

Percentage

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet

6.745

6.413

Rente Het renterisicobeheer is gericht op het beperken van de risico’s die voortkomen uit schommelingen in de rente op de korte en lange termijn. Dit omvat: 1. Het bewaken van de renterisiconorm, waarbij jaarlijks maximaal een bepaald deel van de vaste schuld herfinancierd mag worden. 2. Het afstemmen van de looptijden van leningen en investeringen. 3. Het voorkomen van overmatige afhankelijkheid van kortlopende financiering.

Renteontwikkeling

In 2025 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) opnieuw meerdere renteverlagingen doorgevoerd. In maart 2025 werd de depositorente verlaagd naar 2,50%. Later in het jaar volgden verdere verlagingen, waardoor de depositorente vanaf 11 juni 2025 uitkwam op 2,00%. Gedurende de zomer en het najaar (juli en september 2025) hield de ECB de rente meerdere keren onveranderd op 2,00%, waarmee een tijdelijke rentepauze werd ingelast. De renteverlagingen in 2025 sloten aan bij de strategie van de ECB om de inflatie richting de middellangetermijndoelstelling van 2% te brengen. De inflatieverwachting voor 2025 werd in de loop van het jaar bijgesteld naar 2,1% voor de eurozone.

Jaarverantwoording 2025

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17066204/1