d. Bijlage 4 -Omgevingsvisie Zwartewaterland concept-definitief
Tekst van het document
Wateroverlast
Opvang van regenwater in kernen door minder verharding en lokale waterberging. Deze waterberging moet zoveel multifunctioneel worden ingezet. Droogte kan schadelijk zijn voor natuur en landbouw. Kwaliteit en functie van het buitengebied moet behouden blijven. Het behoud en versterking van natuurgebieden
Droogte
Natuur
Natura 2000gebieden en Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit
Energie en grondstoffen
Emissie broeikasgassen Energieverbruik
De sectoren industrie, afval en water zijn de grootste CO2uitstoters in de gemeente Dezelfde sectoren zijn de grootste verbruikers van energie.
Opwekking duurzame energie Grondwaterstanden
Inzicht krijgen in potentie voor opwekking van zonne- en windenergie en mogelijkheden voor alternatieve vormen. Grondwaterpeil afstemmen op functie van het gebied.
Watersysteem
De zone rondom de dijkring moet beschermd worden en voor aanpassingen in dit gebied moet ontheffing worden aangevraagd bij het waterschap. Mogelijke aantasting van landschappelijke kwaliteit
Bodem, water en ondergrond
Historisch kapitaal
6.1
Landschappelijke waarden
Mogelijke aantasting geschikt leefgebied
Beschrijving van de opgaven De energietransitie brengt nieuwe opgaven met zich mee. Er moet ruimte gevonden worden voor de opwekking van duurzame energie. Het buitengebied wordt al snel aangewezen, maar hoe verhoudt dit zich tot de landschappelijke waarden? Daarnaast moeten aanpassingen plaatsvinden in de kernen in het kader van klimaatadaptatie. Dit geeft druk op de beschikbare ruimte. Deze opgave heeft raakvlakken met de opgave voor de ambitie ‘ons buitengebied is klaar voor de toekomst’. De ambitie ‘nieuwe energie en klimaatadaptatie krijgen de ruimte’ richt zich op de landschappelijke inpassing van duurzame energieopwekking terwijl de ambitie ‘ons buitengebied is klaar voor de toekomst’ gericht is op het behoud van economische, sociale en culturele functies in het buitengebied.
Blad 27 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
6.2
Beoordeling
6.2.1
Klimaatadaptatie Hittestress Zoals in paragraaf 5.2.1 is genoemd vormen de kernen van Hasselt, Genemuiden en Zwartsluis de knelpunten met betrekking tot hittestress. Om gezondheidsrisico’s te voorkomen is het van belang de groen- en waterstructuren in de kernen uit te breiden. In de omgevingsvisie wordt dit gewaarborgd door in de planvorming van nieuwe ontwikkelingen, herontwikkelingslocaties en ontwikkelingen op bedrijventerrein eisen te stellen aan groen en/of water. Dit kan door middel van een Programma Groen waarin de ontwikkeling van groen gemonitord en gestimuleerd wordt en/of door het opnemen van een groennorm in het omgevingsplan. Daarnaast werkt de gemeente al aan een Aanpak Klimaatadaptatie. Maatregelen om hittestress te voorkomen kunnen hierin worden opgenomen. Het stellen van eisen aan nieuwe ontwikkelingen herontwikkelingslocaties en ontwikkelingen op bedrijventerreinen met betrekking tot groen en water draagt bij aan het voorkomen van gezondheidsrisico’s. Deze planologische eisen kunnen verder uitgewerkt worden in een Programma Groen, Aanpak Klimaatadaptatie en/of opgenomen worden in het omgevingsplan als groennorm.
Voldoende
Opnemen in een programma en/of vastleggen in omgevingsplan
Wateroverlast Het stellen van planologische eisen aan (nieuwe) ontwikkelingen met betrekking tot groen en/of water helpt ook om wateroverlast tegen te gaan. De groen- en waterstructuren dragen bij aan het infiltreren van hemelwater in de grond en heeft op sommige plaatsen een waterbergende functie. Dit is voornamelijk van belang op plaatsen waar relatief veel verharding is, zoals op de bedrijventerreinen en de centra van de drie grote kernen. Op deze plaatsen kan (in de toekomst) wateroverlast ontstaan door hevige regenval als gevolg van klimaatverandering. Op onderstaand figuur is bijvoorbeeld te zien dat voornamelijk op het bedrijventerrein Zevenhont in Genemuiden wateroverlast door hevige regenval kan ontstaan. Planologische eisen met betrekking tot bijvoorbeeld greppels, bovengrondse waterbuffers, groene daken, regenwatervijvers en regenwatergebruiksinstallaties, kunnen dit risico verkleinen.
Blad 28 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Figuur 6.1 Mogelijke wateroverlast in Genemuiden na hevige regenval (bron: Klimaateffectatlas)
Naast overlast door regenwater neemt ook de kans op overstromingen toe door klimaatverandering. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat bij een overstroming van de IJssel door een dijkdoorbraak een deel van Zwartsluis en Hasselt onder water kan komen te liggen. Voor Genemuiden geldt dat de gehele kern dit risico loopt. Ook grote delen van het buitengebied kan in dat geval onder water komen te staan. In de omgevingsvisie is beleid voor Genemuiden met betrekking tot het overstromingsrisico opgenomen. Beleid voor de overige gebieden (Zwartsluis, Hasselt en het buitengebied) ontbreekt echter, maar kan verder uitgewerkt worden in de Aanpak Klimaatadaptatie. Door het stellen van planologische eisen aan (nieuwe) ontwikkelingen met betrekking tot groen en/of water worden de risico’s van wateroverlast beperkt. Bijvoorbeeld door een minimaal percentage groen per wijk. Daarnaast is in de omgevingsvisie beleid opgenomen om de overstromingskans in Genemuiden te beperken, voor andere gebieden in de gemeente ontbreekt dit. Dit kan verder uitgewerkt worden in de Aanpak Klimaatadaptatie.
Voldoende
Vastleggen in omgevingsplan en/of opnemen in een programma
Droogte Klimaatverandering kan langere periodes van droogte veroorzaken. Ook komen deze periodes vaker voor. Droogte kan leiden tot schade aan de landbouw door een vermindering van gewasopbrengst, verdroging van natuurgebieden, ophopingen in het riool, een verhoogd risico op brand en een verhoogd risico op oxidatie in de bodem, met paalrot van funderingen als gevolg. Voornamelijk het buitengebied ondervindt negatieve gevolgen van droogte. Het is daarom van belang om maatregelen te treffen waar tijdens droogte op terug gevallen kan worden, zoals lokale waterberging. In de omgevingsvisie wordt droogte wel benoemd als een van de vier aandachtspunten voor het thema klimaat. Het thema wordt vervolgens niet verder uitgewerkt.
Blad 29 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
De verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid van (zoet) water in tijden van droogte ligt bij het waterschap Drents-Overijsselse Delta en Rijkswaterstaat. Echter dan de gemeente lokaal maatregelen treffen die de zoetwatervoorziening bevorderen, zoals het verbeteren van infiltratie en waterberging. Maatregelen om droogte te voorkomen kunnen verder uitgewerkt worden in de Aanpak Klimaatadaptatie. Droogte wordt in de omgevingsvisie wel als aandachtspunt benoemd, maar wordt vervolgens niet nader toegelicht. Dit kan verder uitgewerkt worden in de Aanpak Klimaatadaptatie.
6.2.2
Onvoldoende
Opnemen in een programma
Natuur Natura 2000-gebieden het Natuurnetwerk Nederland Klimaatverandering is voor natuurgebieden een risico, met name met betrekking tot verdroging. Op landelijk en provinciaal niveau worden richtlijnen voor (regionaal) waterbeheer opgesteld om droogte tegen te gaan. Het beheer van de natuurgebieden ligt bij de provincie. Het beheer van natuurgebieden ligt bij de provincie. De gemeente heeft de mogelijkheid om bij te dragen aan het beheer van deze gebieden door bijvoorbeeld lokale waterberging en infiltratie te verbeteren.
Neutraal
Geen aanscherping nodig
Biodiversiteit Het versterken van de groen- en waterstructuren in de kernen leidt in combinatie met ecologisch beheer (zoals gefaseerd maaien van gras en het realiseren van kruid-, struik- en boomlagen) tot een versterking van de biodiversiteit. Echter zijn de maatregelen voor de biodiversiteit in het buitengebied nog onderbelicht. Wel wordt benoemd dat de groene waterrijke structuren in de kernen in verbinding moeten staan met het buitengebied. Zo ontstaat een groen netwerk wat positieve effecten heeft op de biodiversiteit. Maatregelen die deze effecten stimuleren kunnen opgenomen worden in een Programma Groen. De omgevingsvisie is gericht op het versterken van biodiversiteit in de kernen door een groen netwerk te ontwikkelen. In de omgevingsvisie kunnen concretere maatregelen opgenomen worden om de biodiversiteit in het buitengebied te versterken.
6.2.3
Voldoende
Opnemen in een programma
Energie en grondstoffen Emissie van broeikasgassen In de omgevingsvisie benoemt de gemeente Zwartewaterland de doelstellingen om in 2050 CO 2neutraal te zijn. Voor 2030 moet er al een CO2-vermindering van 49% bereikt zijn. Deze doelstellingen zijn verwerkt in een gemeentelijk Programma Energietransitie. In dit programma zijn tussentijdse doelstellingen en concrete acties benoemd, zoals het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte en de transitie naar zero emissie busvervoer. De uitwerking van de omgevingsvisie is in het Programma Energietransitie gewaarborgd. Hiermee wordt een zeer
Blad 30 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
positieve bijdrage geleverd aan de doelstellingen om de emissie van broeikasgassen terug te brengen. In de omgevingsvisie worden doelstellingen benoemd met betrekking tot het terugbrengen van broeikasgassen. De uitwerking van deze doelstellingen is gewaarborgd in het Programma Energietransitie. Dit leidt tot een zeer positieve bijdrage aan het reduceren van broeikasgassen.
Ruim voldoende
Geen aanscherping nodig
Energieverbruik In de omgevingsvisie wordt nadrukkelijk ingezet op het verminderen van de emissie van broeikasgassen en het uitbreiden van de opwekking van duurzame energie. De inzet op energiebesparing komt in de omgevingsvisie niet naar voren, maar dit is wel opgenomen in het Programma Energietransitie. Tot 2040 moet een energiebesparing van 32% behaald worden ten opzichte van 2016. Hiervoor zijn in het programma concrete acties benoemd, zoals het ontwikkelen van een langlopende lokale energiebesparingsaanpak, inclusief een realistisch financieringsplan. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat de industriesector de grootste energieverbruiker in de gemeente is. Hier valt dan ook winst te behalen met het oog op energieverbruik. In het Programma Energietransitie wordt voornamelijk ingezet op het faciliteren van bedrijven die willen verduurzamen, bijvoorbeeld door middel van een centraal loket. Daarnaast wordt actief ingezet op het vergroten van de bewustwording van bedrijven. Ondanks dat energiebesparing niet nadrukkelijk in de omgevingsvisie benoemd wordt, is dit aspect wel uitgewerkt in het Programma Energietransitie.
Ruim voldoende
Geen aanscherping nodig
De opwekking van duurzame energie In de omgevingsvisie worden duidelijke doelstellingen genoemd voor de opwekking van duurzame energie. Zo moet er tot 2030 ruimte gevonden worden voor 50 hectare aan zonnevelden en vijf windturbines. Vervolgens moet hier in de periode tussen 2030 en 2050 nog eens 30 hectare aan zonnevelden bijkomen (in totaal dus 80 hectare zonnevelden) en circa vier windturbines. Daarnaast wordt ook zon op dak gestimuleerd: tot 2030 160.000 panelen op gebouwen en vervolgens in de periode tussen 2030 en 2050 nog eens 251.000 panelen op gebouwen. De grootste opgave bij deze doelstellingen is het inpassen van de zonneparken en windturbines in de ruimte. Daarnaast moet zonneparken en windturbines ook aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet met voldoende capaciteit. In het Programma Energietransitie zijn kansrijke gebieden aangewezen voor zowel zonneparken als windturbines. De ruimte voor deze grootschalige energieopwekking wordt in het buitengebied gezocht, waar de landschappelijke inpassing een belangrijk aandachtspunt is. Er kunnen zoekgebieden worden benoemd waarbij ook gekeken wordt naar de kwetsbaarheid van het landschap.
In het Programma Energietransitie kunnen de doelstellingen en kansrijke projecten verder uitgewerkt worden, waarbij ook naar de invulling van de opgave wordt gekeken vanuit andere ambities, zoals de ambitie: ‘Ons buitengebied is klaar voor de toekomst’. De energieopgave brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Er kunnen zoekgebieden worden opgesteld waarbij de kwetsbaarheid van het landschap in acht wordt
Blad 31 van 61
Onvoldoende
Opnemen in een programma
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
genomen. Deze zoekgebieden kunnen worden opgenomen in het Programma Energietransitie. Daarnaast kunnen randvoorwaarden in deze zoekgebieden (bijvoorbeeld de maximaal toegestane hoogte van windmolens) opgenomen worden in het omgevingsplan.
6.2.4
en/of vastleggen in het omgevingsplan
Bodem, water en ondergrond Grondwaterstanden Door klimaatverandering worden in de toekomst vaker en langere periodes van droogte verwacht. Droogte heeft een grote impact op de grondwaterstanden. Tijdens droge periodes kan een tekort aan water ontstaan waardoor bijvoorbeeld de landbouw onvoldoende water heeft om akkers te besproeien en drinkwaterbedrijven niet genoeg water kunnen winnen dat geschikt is voor drinkwater. Daarnaast kunnen natuurgebieden verdrogen als de grondwaterstand (langdurig) te laag is. Een groot deel van het buitengebied van Zwartewaterland is veenweidegebied. Als gevolg van een verlaging van de grondwaterstand vindt op deze veenweidegronden bodemdaling en -verdichting plaats. Dit brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van natuur en water en veroorzaakt uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast kan bodemdaling leiden tot paalrot van funderingen door oxidatie in de bodem.
Figuur 6.2 Gemiddeld laagste grondwaterstand: huidige situatie (bron: klimaateffectatlas)
In de omgevingsvisie is het aspect droogte als thema opgenomen, maar vervolgens niet nader toegelicht. De gemeente kan in samenwerking met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de provincie Overijssel maatregelen treffen die de grondwaterstand bevorderen. Bijvoorbeeld door
Blad 32 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
het opstellen van richtlijnen voor wateronttrekkende activiteiten of het verbeteren van de infiltratie van hemelwater in de bodem. In de omgevingsvisie is het aspect droogte onderbelicht waardoor kaders voor verdere uitwerking ontbreken. In de omgevingsvisie zijn geen doelstellingen of maatregelen met betrekking tot droogte opgenomen. De omgevingsvisie biedt daarmee in onvoldoende mate kaders voor verdere uitwerking.
Onvoldoende
Aanscherping mogelijk
Watersysteem Droogte brengt naast de negatieve effecten voor de grondwaterstand ook risico’s mee voor het watersysteem. Zo kunnen veendijken barsten of scheuren door uitdroging, wat risico’s voor hoogwaterveiligheid met zich mee brengt, en door lage waterstanden kunnen minder schepen varen. De verantwoordelijkheid voor het beperken van deze risico’s ligt voornamelijk bij het waterschap Drents Overijsselse Delta en Rijkswaterstaat. De rol van de gemeente Zwartewaterland is beperkt waardoor de impact van de omgevingsvisie op dit aspect is beoordeeld met neutraal. Droogte als gevolg van klimaatverandering brengt risico’s met zich mee voor het watersysteem, zoals de hoogwaterveiligheid. De rol van de gemeente in het beperken van de risico’s is beperkt.
6.2.5
Neutraal
Geen aanscherping nodig
Historisch kapitaal Landschappelijke waarden De opwekking van duurzame energie kan een negatieve impact hebben op het historisch kapitaal. Om de energiedoelstelling te behalen vraagt niet alleen de opwekking van duurzame energie in de kernen, er zal ook energie opgewekt moeten worden in het buitengebied. In de kernen brengt dit risico’s met zich mee voor het beschermd stadsgezicht van Hasselt. In het buitengebied ontstaan risico’s voor de landschappelijk waarden van het gebied. In de omgevingsvisie wordt benoemd dat het beschermd stadsgezicht van Hasselt niet negatief beïnvloed mag worden door het plaatsen van zonnepanelen op daken. Deze landschappelijke beperkingen kunnen opgenomen worden in het omgevingsplan. De risico’s voor het buitengebied worden in de omgevingsvisie echter niet benoemd. Zoals ook in paragraaf 6.2.3 is genoemd kunnen zoekgebieden voor de opwekking van duurzame energie worden opgesteld. Bij het vormen van deze zoekgebieden is het van belang dat de kwetsbaarheid van het landschap in acht wordt genomen. De energieopgave brengt risico’s voor de landschappelijke waarden met zich mee. In het omgevingsplan kunnen richtlijnen opgenomen worden waarmee het beschermd stadsgezicht van Hasselt behouden blijft. Daarnaast kunnen zoekgebieden aangewezen worden waar, met het oog op het landschap, duurzame energieopwekking geschikt is.
Blad 33 van 61
Onvoldoende
Vastleggen in het omgevingsplan
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
6.3
Conclusie De beoordeling in de voorgaande paragrafen is verwerkt in onderstaande overzichtstabel. De tabel geeft inzicht in de mate waarin de omgevingsvisie aanknopingspunten biedt voor de uitwerking van het betreffende aspect. De aspecten ‘opwekking duurzame energie’ en ‘landschappelijke waarden’ zijn onvoldoende uitgewerkt in de omgevingsvisie waardoor risico’s voor de leefomgeving (blijven) bestaan. Deze risico’s sluiten niet aan bij de ambitie ‘nieuwe energie en klimaatadaptatie krijgen de ruimte’. Ruim onvoldoende
Onvoldoende
Neutraal
Voldoende
Ruim voldoende Hittestress Wateroverlast Droogte Natura 2000-gebieden en het NNN Biodiversiteit Emissie broeikasgassen Energieverbruik Opwekking duurzame energie Grondwaterstanden Watersysteem Landschappelijke waarden
Blad 34 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
7
Beoordeling ambitie ‘een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving’ De ambitie ‘een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving’ is beoordeeld op vijf thema’s. Hieronder zijn de relevante aspecten een aandachtspunten uit de leefomgevingsfoto weergegeven. Thema Wonen
Gezonde omgeving
Natuur
Economie en werkgelegenheid Bereikbaarheid
7.1
Relevante aspecten Sociaaleconomische leefbaarheid Woningvoorraad
Sport en bewegen
Aandachtspunten Behoud leefbaarheid in kernen
Inzetten op de verschillende woonmilieus en een goede mix van doelgroepen (jongeren, ouderen, beschermd) in de wijken. Het aanpassen van de woningvoorraad op de wensen van deze doelgroepen. Mogelijke aantasting van de ruimte voor sporten en bewegen
Aanwezigheid groen rondom industrieterreinen Natura 2000gebieden en Natuurnetwerk Nederland Werkgelegenheid
Ondanks de druk op de ruimte dienen de industrieterreinen groener te worden
Doorstroming wegennet Multimodale bereikbaarheid Kwaliteit ov-, fietsen wandelverbindingen
De toename van het verkeer als gevolg van woningbouw leidt tot mogelijke knelpunten in het wegennet Meer directere verbindingen met stations voor stimulering van duurzame mobiliteit Kansen voor het stimuleren van alternatieve verkeersbewegingen (autoluw)
De stikstofgevoelige natuur in de gemeente kan conflicten opleveren met toekomstige ontwikkelingen.
Aansluiting van vraag en aanbod op bedrijventerreinen
Beschrijving van de opgave De belangrijkste opgave voor de ambitie ‘een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving’ bestaat uit het fysiek inpassen van nieuwe woningen. Het vergroten van het woningaanbod geeft druk op de ruimte. Wordt de ruimte gezocht in bestaande bebouwde gebieden door middel van verdichting en herstructurering, of wordt het bebouwde gebied uitgebreid door nieuwe woningen te ontwikkelen op nieuwbouwlocaties? Deze afweging moet ook gemaakt worden voor bedrijventerreinen: bestaat er genoeg ruimte op de bestaande bedrijventerreinen om te verdichten of moeten nieuwe bedrijventerreinen ontwikkeld worden om een toekomstbestendige werkomgeving te creëren?
Blad 35 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
7.2
Beoordeling
7.2.1
Wonen Sociaal economische leefbaarheid Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat de leefbaarheid in de gemeente Zwartewaterland over het algemeen ruim voldoende tot goed scoort ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. Het onderdeel ‘woningen’ van deze beoordeling scoort in de kernen Zwartsluis en Hasselt lager dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat de mate waarop de eigenschappen van de woningen aansluiten bij de vraag van de bewoners verbeterd kan worden. De woningbouwopgave biedt in deze kernen dan ook kansen om het woningaanbod beter aan te passen aan de vraag, wat de sociaal economische leefbaarheid ten goede komt. In de omgevingsvisie is per kern de inzet op het gebied van woningen beschreven. Doordat in de visie onderscheid gemaakt wordt tussen de kernen komt duidelijk naar voren dat elke kern te maken heeft met een andere vraag. Deze gebiedsspecifieke aanpak leidt tot kansen om de eigenschappen van woningen beter aan te laten sluiten bij de vraag in de betreffende kern. In de omgevingsvisie is een gebiedsgerichte aanpak per kern beschreven. Deze aanpak biedt kansen om het aanbod van woningen aan te laten sluiten op de vraag (die per kern verschilt).
Ruim voldoende
Geen aanscherping nodig
Woningvoorraad Uit de leefomgevingsfoto blijkt (op basis van het Woningbehoefte onderzoek Zwartewaterland 2017) dat in de gemeente op korte termijn een vraag is naar bijvoorbeeld tweekappers. Op de lange termijn leidt de voortgaande vergrijzing tot een omslag in de vraag. Medio 2040 is er, ten opzichte van de huidige voorraad, vooral een potentieel tekort aan appartementen met lift. In de omgevingsvisie is het belang van een uitbreiding van het woningaanbod opgenomen. Daarnaast wordt beschreven dat de woonwijken zich kenmerken door laagbouw en een ruime opzet (weinig huizen per hectare). Dit biedt mogelijk ruimte voor verdichting van het bestaand bebouwd gebied. De omgevingsvisie specificeert per gebied of kern waar ruimte gezocht wordt voor de woningbouwopgave. Gezien het grote aantal jonge gezinnen en de druk op de sociale huursector zijn in Hasselt enkele mogelijke nieuwbouwlocaties aangewezen. In Zwartsluis wordt juist ingezet op verdichting in plaats van uitbreiding. In de omgevingsvisie wordt deze keuze nog onvoldoende onderbouwd, waardoor niet duidelijk is welke kaders gebruikt zijn voor de afweging. Uit de omgevingsvisie wordt bijvoorbeeld niet duidelijk waarom in Genemuiden gekozen is voor uitbreiding in plaats van inbreiding.
Uitbreiding van de woningvoorraad door middel van nieuwbouw biedt mogelijk risico’s voor landschappelijke waarden, ecologische waarden en/of de agrarische sector. Inbreiding biedt daarentegen mogelijk risico’s voor klimaatadaptatie en bereikbaarheid, maar biedt juist kansen om de openbare ruimte te herstructureren in het kader van klimaatadaptatie en groen.
Blad 36 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
In de omgevingsvisie mist kan aangescherpt worden welke afwegingen gemaakt zijn bij het aanwijzen van woningbouwlocaties. Deze onderbouwing verduidelijkt de kaders voor de woningbouwopgave. Is er op de ene plek gekozen voor inbreiding omdat landschappelijke waarden behouden moeten blijven? Op een andere plek kan juist gekozen zijn voor uitbreiding om een toename van hittestress of wateroverlast in de bestaande kernen te voorkomen. Dergelijke kaders bieden aanknopingspunten voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.
7.2.2
Onvoldoende
Aanscherping mogelijk
Gezonde omgeving Sport en bewegen Door het woningaanbod te vergroten moeten meer mensen in de gemeenten gehuisvest worden. Hiermee neemt de vraag naar ruimte toe waar men kan sporten en bewegen. Bij verdichting van het woningaanbod mogen groen- en waterstructeren niet verloren gaan omdat deze van belang zijn voor een beweegvriendelijke leefomgeving. Wel biedt inbreiding juist kansen om de beweegvriendelijkheid te verbeteren. Daarnaast leidt een toename van het aantal inwoning tot een groeiende vraag naar sportaccomodaties en/of –verenigingen. Er dienen voldoende voorzieningen gerealiseerd te worden en de ontwikkeling van de vraag kan gemonitord worden. In de omgevingsvisie wordt dan ook specifiek ingezet op het betrekken van minima, ouderen, mensen met een beperking en mogelijk andere doelgroepen. Zoals ook in paragraaf 5.2.3 is opgemerkt kunnen de richtlijnen voor nieuwe voorzieningen uitgewerkt worden door middel van een programma. Dit kan een Programma Wonen zijn waarbij ook op voorzieningen in de openbare ruimte wordt gericht. De woningbouwopgave biedt kansen en risico’s voor het verbeteren van de beweegvriendelijke leefomgeving. In de omgevingsvisie wordt nadrukkelijk ingezet op het stimuleren van sport en beweging. Richtlijnen voor nieuwe voorzieningen kunnen opgenomen worden in een programma.
Voldoende
Opnemen in een programma
Groen rondom industriegebieden In de omgevingsvisie wordt de voorkeur gegeven voor inbreiding op bedrijventerreinen. Pas als dat geen mogelijkheden (meer) biedt worden nieuwe locaties gezocht. Deze inbreiding biedt kansen en risico’s met betrekking tot groen. Een verdichting van de terreinen biedt risico’s voor klimaatadaptatie (hittestress en wateroverlast). Echter biedt een herstructurering juist kansen om de ruimte beter in te richten en meer groen te realiseren. Dit maakt de bedrijventerreinen klimaatadaptief en is gunstig voor de aantrekkelijkheid van de leefomgeving. Het vergroenen van bedrijventerreinen is echter niet in de omgevingsvisie opgenomen, zoals reeds in paragraaf 5.2.3 is toegelicht. Wel zijn er in het groenbeheerplan al enkele mogelijkheden benoemd voor de vergroening op bedrijventerreinen. De omgevingsvisie kan aangescherpt worden met deze maatregelen, waarbij ingegaan kan worden of de maatregelen actief worden ingezet of bij herinrichtingen worden meegenomen. Daarbij kan een groennorm (voor bedrijventerreinen) opgesteld worden om meer richting te geven aan de vergroening. Een dergelijke norm kan vastgelegd worden in het omgevingsplan.
Blad 37 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Het vergroenen van bedrijventerreinen wordt nog onvoldoende gewaarborgd in de omgevingsvisie terwijl hier juist grote winst te behalen valt met betrekking tot klimaatadaptatie. Naast de genoemde opties in het groenbeheerplan voor de vergroening van bedrijventerreinen kan een groennorm worden vastgelegd in het omgevingsplan.
7.2.3
Ruim onvoldoende
Aanscherping mogelijk en vastleggen in het omgevingsplan
Natuur Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland De opgave om het aanbod aan woon- en werklocaties te vergroten door middel van inbreiding of uitbreiding leidt in beide gevallen tot een toename van de stikstofemissie. Deze stikstoftoename vormt een risico voor de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat binnen de gemeentegrenzen, maar ook vlak daarbuiten, stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden voorkomen. In een aantal habitattypen is sprake van een overspannen situatie. Volgens de huidige wetgeving mag er in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase van een ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie plaatsvinden in deze overbelaste gebieden. Stikstofdepositie kan voorkomen worden door stikstofbeperkende maatregelen, zoals het stimuleren van schone vervoersmiddelen en het gebruik van schone werktuigen in de bouw. Stikstof kan zonder beperkende maatregelen een beperking vormen voor de opgave om het aanbod van woon- en werklocaties te vergroten. Dergelijke stikstofbeperkende maatregelen kunnen worden opgenomen in een Programma Groen om negatieve effecten op natuur te beperken. Een andere mogelijkheid is het opnemen van dergelijke maatregelen in een onderdeel ‘emissie van broeikasgassen’ (zie paragraaf 6.2.3) in het Programma Energietransitie.
Een programma biedt de mogelijkheid om emissie van stikstof te monitoren. In de omgevingsvisie zijn geen maatregelen opgenomen met het oog op het voorkomen van stikstofdepositie in Natura 2000gebieden. Samen met het reduceren van emissie van broeikasgassen kan dit worden opgenomen in het Programma Energietransitie. Het zou ook in een Programma Groen uitgewerkt kunnen worden.
7.2.4
Onvoldoende
Opnemen in een programma
Economie en werkgelegenheid Werkgelegenheid Uit de leefomgevingsfoto blijkt (op basis van de Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen West Overijssel 2019-2022) dat in de gemeente Zwartewaterland een marktbehoefte is van circa 18 hectare extra bedrijventerrein tot 2030. Een uitbreiding van het aanbod van bedrijventerreinen zal dan ook positieve effecten voor de economie en werkgelegenheid hebben omdat bedrijven zich op de nieuwe bedrijventerreinen zullen vestigen. De bedrijventerreinen in de gemeente hebben namelijk een gunstige liggen langs het water, nabij de A28 en langs provinciale wegen richting Meppel en Zwolle.
Blad 38 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
In de omgevingsvisie wordt niet alleen het economische belang van bedrijventerreinen onderstreept, ook wordt aandacht besteed aan de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt, een inclusieve samenleving en het belang van landschappelijke en ecologische waarden. In de omgevingsvisie wordt duidelijk prioriteit gegeven aan herschikking of herstructurering op bestaande bedrijventerreinen. Pas als dat geen oplossing biedt wordt gekeken naar de mogelijkheden voor nieuwe bedrijventerreinen. Voor het thema bedrijventerreinen is in de omgevingsvisie duidelijk verder gekeken dan het economisch belang. In de omgevingsvisie wordt ook aandacht besteed aan de verbinding van onderwijs en arbeidsmarkt, een inclusieve samenleving en landschappelijke en ecologische waarden.
7.2.5
Ruim voldoende
Geen aanscherping nodig
Bereikbaarheid Doorstroming wegennet Zowel inbreiding als uitbreiding van het woningaanbod leidt tot een toename van verkeer. Dit kan negatieve effecten hebben op de doorstroom op het wegennet, met name op de plekken waar op dit moment al knelpunten bestaan of waar knelpunten dreigen te ontstaan. Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat er in de huidige situatie hoge verkeersintensiteiten waar te nemen zijn op de N331, N759 en N377 (zie onderstaand figuur). Deze hoge intensiteiten leiden niet alleen tot knelpunten in de doorstroming van het verkeer, het brengt ook risico’s met betrekking tot de verkeersveiligheid met zich mee.
Blad 39 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Figuur 7.1 Verkeersintensiteiten op het wegennet (bron: Geo Overijssel)
De verantwoordelijkheid voor de knelpunten op provinciale wegen ligt grotendeels bij de provincie Overijssel. De omgevingsvisie is dan ook vooral gericht op de maatregelen die de gemeente kan nemen om de verkeersveiligheid te verbeteren. In de omgevingsvisie wordt echter niets gezegd over de verwachte verkeerstoename als gevolg van de woningbouwopgave en met deze verkeerstoename om wordt gegaan. Wel worden binnen de gemeente Zwartewaterland voorstellen gedaan om een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan (GVVP) te ontwikkelen, inclusief uitvoeringsagenda. In dit GVVP moet, naast de verkeersveiligheid, ook aandacht zijn voor de ontsluiting van woningbouwontwikkelingen, zodat grote knelpunten in de doorstroming voorkomen kunnen worden. In de omgevingsvisie blijft de verwachte verkeerstoename door woningbouw onderbelicht. De ontsluiting van deze woningbouwontwikkelingen dient dan ook verder uitgewerkt te worden in het GVVP.
Onvoldoende
Opnemen in een programma (GVVP)
Multimodale bereikbaarheid Er zijn geen treinstation in de gemeente, maar wel verschillende busverbindingen. Vanuit Hasselt en Zwartsluis is eer een directe busverbinding met Zwolle. Daarnaast kan vanuit Hasselt en Zwartsluis Kampen bereikt worden met een directe busverbinding. Een directe verbinding met station Meppel ontbreekt. In onderstaand figuur is de OV-dekkingsgraad weergegeven en geeft aan welk deel van de bewoners en gebruikers in de gemeente zich binnen het invloedsgebied van een OV halte bevinden. De OV-dekkingsgraad in de gemeente Zwartewaterland is ruim 45%. De bereikbaarheid van bedrijventerreinen is een aandachtspunt. Zo op de bedrijventerreinen in Genemuiden en Hasselt nauwelijks bushaltes aanwezig. Ook de OV-bereikbaarheid van de woonwijken in het noordwesten van Genemuiden kan verbeterd worden.
Blad 40 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Figuur 7.2 OV-dekkingsgraad in de gemeente Zwartewaterland (bron: Antea Group)
In de omgevingsvisie wordt het belang van het openbaar vervoer, met name voor scholieren, benoemd. Echter worden maatregelen om de OV-bereikbaarheid te verbeteren niet benoemd, terwijl uit de OV-dekkingsgraad blijkt dat er aandachtspunten in de gemeente aanwezig zijn. Daarnaast biedt het verbeteren van de multimodale bereikbaarheid een (gedeeltelijke) oplossing van de parkeerdruk in de centra. Met het opstellen van een nieuw GVVP is het dan ook aan te raden om de bereikbaarheid met het openbaar vervoer hierin mee te nemen. De aandachtsgebieden voor OV-bereikbaarheid zijn niet opgenomen in de omgevingsvisie. Bij het opstellen van een nieuw GVVP dient dan ook aandacht te zijn voor het verbeteren van de OV-bereikbaarheid.
Onvoldoende
Opnemen in een programma (GVVP)
Kwaliteit OV-, fiets- en wandelverbindingen Zoals ook in paragraaf 5.2.6 is beschreven worden in de omgevingsvisie concrete aandachtspunten benoemd voor het regionale fietsnetwerk. Het verbeteren van deze verbindingen leidt ertoe dat mensen gestimuleerd worden om met de fiets te gaan in plaats van de auto. Dit leidt tot een afname van de verkeersintensiteiten, wat een positief effect heeft op de leefomgeving. Daarnaast komt een afname van de verkeersintensiteiten de bereikbaarheid van de kernen ten goede. Het verbeteren van fietsverbindingen stimuleert mensen om met de fiets te gaan in plaats van de auto. Dit verlaagt de verkeersintensiteiten en verbetert daarmee de bereikbaarheid van de kernen.
Blad 41 van 61
Ruim voldoende
Geen aanscherping nodig
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
7.3
Conclusie De beoordeling in de voorgaande paragrafen is verwerkt in onderstaande overzichtstabel. De tabel geeft inzicht in de mate waarin de omgevingsvisie aanknopingspunten biedt voor de uitwerking van het betreffende aspect. De aspecten ‘aanwezigheid groen rondom industrieterreinen’, ‘doorstroming wegennet’ en ‘multimodale bereikbaarheid’ zijn onvoldoende uitgewerkt in de omgevingsvisie waardoor risico’s voor de leefomgeving (blijven) bestaan. Deze risico’s sluiten niet aan bij de ambitie ‘toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving’. Ruim onvoldoende
Onvoldoende
Neutraal
Voldoende
Ruim voldoende Sociaal-economische leefbaarheid Woningvoorraad Sport en bewegen Aanwezigheid groen rondom industrieterreinen Natura 2000-gebieden en het NNN Werkgelegenheid Doorstroming wegennet Multimodale bereikbaarheid Ov-, fiets- en wandelverbindingen
Blad 42 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
8
Beoordeling ambitie ‘beleef de mix van cultuur en ondernemen in Zwartewaterland’ De ambitie ‘beleef de mix van cultuur en ondernemen in Zwartewaterland’ is beoordeeld op vijf thema’s. Hieronder zijn de relevante aspecten een aandachtspunten uit de leefomgevingsfoto weergegeven. Thema Milieu
Relevante aspecten Geluid
Veiligheid
Verkeersveiligheid
Historisch kapitaal
Beschermde cultuurhistorische waarden
Economie en werkgelegenheid
Werkgelegenheid
Bereikbaarheid
8.1
Kenmerken van de economie Doorstroming wegennet Multimodale bereikbaarheid Kwaliteit ov-, fietsen wandelverbindingen
Aandachtspunten Geluidbelasting wordt voornamelijk veroorzaakt door de Nwegen en de industrie. Mogelijke toename van geluid door evenementen De aandachtspunten voor de verkeersveiligheid liggen rondom de overgang tussen lokaal naar regionaal verkeer, kortom, de knooppuntverbindingen. Beschermen van het cultureel erfgoed is nodig om het bijzondere cultuurhistorische karakter ervan te behouden, met deze beschermde status moet rekening gehouden worden bij ingrepen in de fysieke leefomgeving Mogelijke toename van werkgelegenheid in centra Kansen voor detailhandel, toerisme en recreatie in centra Risico op ‘dichtslibbing’ van het wegennet in de centra Meer directere verbindingen met stations voor stimulering van duurzame mobiliteit Kansen voor het stimuleren van alternatieve verkeersbewegingen (autoluw)
Opgave De opgave voor de ambitie ‘beleef de mix van cultuur en ondernemen in Zwartewaterland’ bestaat voornamelijk uit de uitdaging om verschillende functies in de centra te combineren. Zo moet er ruimte zijn voor detailhandel, economie en bereikbaarheid, maar moet dit samengaan met de beschermde cultuurhistorische waarden, de verkeersveiligheid en een gezond geluidsniveau.
8.2
Beoordeling
8.2.1
Milieu Geluid Toename van activiteiten in het centrum, zoals een toename van het aantal evenementen en een toename verkeer, leidt tot een grotere geluidbelasting. Dit heeft een negatief effect op het woonen leefklimaat in de centra doordat geluidsoverlast uiteindelijk kan leiden tot gezondheidsklachten.
Blad 43 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
In de omgevingsvisie is aandacht voor het combineren van verschillende functies in het centrum en de gevolgen voor de geluidbelasting. Er wordt dan ook een aanzet gedaan voor een horecavisie en visie op detailhandel waarin richtlijnen worden opgenomen om het gezonde leefklimaat in het centrum te waarborgen. Wel kan in de omgevingsvisie worden aangescherpt wat een acceptabele mate van hinder is. In een gezonde woonomgeving wordt geluidhinder beperkt. In de omgevingsvisie missen kaders voor de mate van hinder die ervaren kan worden en wat gezien wordt als overlast. Richtlijnen voor horeca en detailhandel in de centra om deze overlast te beperken kunnen vervolgens verder uitgewerkt worden in een horecavisie en visie op detailhandel.
8.2.2
Voldoende
Aanscherping mogelijk
Veiligheid Verkeersveiligheid Een toename van functies in het centrum leidt tot een toename van verkeer. Wanneer veel verschillende vervoersmiddelen gebruik moeten maken van dezelfde rijbaan ontstaan risico’s voor de verkeersveiligheid. Een oplossing is het scheiden van verkeersstromen, maar dit vraagt ruimte. Een alternatief is het autoluw maken van het centrum. Dit verbetert niet alleen de verkeersveiligheid, maar biedt ook kansen voor klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving die aanzet tot beweging door fietsen of wandelen. Wel moet de omgeving de alternatieve vervoerswijzen stimuleren, bijvoorbeeld door een goede OV-bereikbaarheid en voldoende stallingen voor fietsen. De knelpunten met betrekking tot de verkeersveiligheid in de gemeente Zwartewaterland zijn de kernen Hasselt en Zwartsluis. Hier zijn een aantal 30 km/u-wegen die er uit zien als 50 km/u-wegen. In de omgevingsvisie wordt de herinrichting van deze wegen genoemd als middel om de verkeersveiligheid te verbeteren. Daarnaast wordt een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan ontwikkeld. Hierin kan ingegaan worden op de verkeersveiligheid in het centrum en het stimuleren van de juiste vervoersmiddelen. Een toename van activiteiten in het centrum levert meer verkeer op, en daarmee risico’s voor verkeersveiligheid.
In het nieuwe GVVP kan een strategie uitgewerkt worden om de juiste vervoersmiddelen in het centrum te stimuleren. Hierbij liggen koppelkansen met klimaatadaptatie en een beweegvriendelijke leefomgeving.
8.2.3
Voldoende
Opnemen in een programma (GVVP)
Historisch kapitaal Beschermde cultuurhistorische waarden Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat alle kernen over Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten beschikken. Ook zijn enkele monumenten in het buitengebied te vinden, zoals waterwerken en oude boerderijen. Daarnaast heeft Hasselt een beschermd stadsgezicht (zie figuur 8.1). Deze cultuurhistorische waarden hebben een belangrijke functie voor toerisme en recreatie en dragen daarmee bij aan de levendigheid van de centra. Het beschermen van cultureel erfgoed
Blad 44 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
draagt niet alleen bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, maar heeft ook een economische functie door de effecten op bijvoorbeeld de horeca.
Figuur 8.1 Rijksmonumenten en beschermde dorpsgezichten in de gemeente Zwartewaterland (bron: Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed)
Zoals ook in paragraaf 5.2.5 is toegelicht wordt in de omgevingsvisie aandacht besteed aan zowel materieel als immaterieel erfgoed. Echter wordt nog onvoldoende antwoord gegeven op de vraag hoe deze waarden behouden blijven. Wordt bijvoorbeeld herstructurering of verduurzaming van deze monumenten, waarbij de cultuurhistorische waarden behouden blijven, gestimuleerd? Dit kan de beleving van het cultureel erfgoed verbeteren. Deze richtlijnen voor cultuurhistorische waarden kunnen opgenomen worden in het omgevingsplan. In de omgevingsvisie wordt het belang van zowel materieel en immaterieel erfgoed voor cultuur, beleving en economie erkent. Wel kunnen scherpere richtlijnen opgenomen voor het behoud van het erfgoed. Dit kan opgenomen worden in het omgevingsplan.
8.2.4
Voldoende
Vastleggen in omgevingsplan
Economie en werkgelegenheid Werkgelegenheid Het stimuleren van activiteiten in het centrum en het aantrekken van toeristen leidt mogelijk tot een toename van de werkgelegenheid, met name in sectoren zoals de horeca en detailhandel. De detailhandel in de kernen van Zwartewaterland staat echter onder druk door concurrentie met het nabijgelegen Zwolle en de concurrentie met online winkelen.
Blad 45 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
In de gemeente Zwartewaterland wordt dan ook ingezet op het vitaal houden van de centra en het beperken van concurrentie met bestaande detailhandel. Er wordt ingezet op branding, de samenstelling van functies en een aantrekkelijke inrichting. De richtlijnen voor het vitaal houden van de centra kunnen verder uitgewerkt worden, bijvoorbeeld het omgevingsplan. Het stimuleren van activiteiten in de centra kan extra werkgelegenheid met zich meebrengen, met name in de sectoren horeca en detailhandel. De inrichting en samenstelling van functies spelen een belangrijke rol bij het vitaal houden van centra. Hiervoor kunnen richtlijnen uitgewerkt worden in het omgevingsplan.
Voldoende
Vastleggen in omgevingsplan
Kenmerken van de economie Uit de leefomgevingsfoto wordt duidelijk dat de detailhandel in de centra van de drie kernen van elkaar verschilt. Genemuiden kent een rijk aanbod grotere supermarkten in combinatie met kleinere winkels. In Zwartsluis is het aanbod voldoende voor dagelijkse boodschappen, verder zijn hier ook speciaal zaken te vinden. In Hasselt staat het winkelbestand onder druk vanwege de concurrentie in het nabijgelegen Zwolle. In alle kernen is de omvang van toerisme en recreatie beperkt. De aanpak waarvoor in de omgevingsvisie wordt gekozen, is het stimuleren van vitale centra door middel van branding, samenstelling van functies en een aantrekkelijke inrichting. Zoals ook onder het bovenstaande kopje ‘werkgelegenheid’ is aanbevolen kunnen hiervoor per kern richtlijnen opgenomen worden in het omgevingsplan. Voor elke kern kunnen afzonderlijke richtlijnen voor branding, functiesamenstelling en inrichting opgenomen worden in het omgevingsplan.
8.2.5
Voldoende
Vastleggen in omgevingsplan
Bereikbaarheid Doorstroming wegennet Het creëren van een vitaal centrum door het stimuleren van cultuur, evenementen, detailhandel en horeca leidt tot meer verkeersbewegingen. Dit brengt risico’s voor de doorstroming van het verkeer in en rondom het centrum met zich mee. Deze risico’s zijn niet terug te zien in de omgevingsvisie. Wel is er aandacht voor de parkeermogelijkheden in het centrum. Deze worden zo veel mogelijk verplaatst naar locaties buiten het centrum. Nabij deze parkeergelegenheden kunnen echter knelpunten in de doorstroming van het verkeer ontstaan. Aan de hand van het nieuw op te stellen GVVP kan onderzocht worden welke locaties het meest geschikt zijn voor deze parkeergelegenheden en hoe eventuele knelpunten in de doorstroming voorkomen kunnen worden. Het stimuleren van een vitaal centrum leidt tot meer verkeersbewegingen en daarmee tot risico’s voor de doorstroming. Door middel van het nieuw op te stellen GVVP kan een strategie ontwikkeld worden die deze verkeersknelpunten voorkomt.
Blad 46 van 61
Onvoldoende
Opnemen in een programma (GVVP)
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Multimodale bereikbaarheid De bereikbaarheid van de centra kan gewaarborgd worden door voldoende keuze in vervoerswijzen te bieden. Dit betekent een goede bereikbaarheid met de auto (en voldoende parkeergelegenheden), een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer, maar ook een goede fiets- en wandelinfrastructuur. Hierbij liggen koppelkansen met duurzaamheid, bijvoorbeeld door het openbaar vervoer, fietsen en wandelen te stimuleren in plaats van de auto. Het fietsen en wandelen heeft tegelijkertijd ook positieve effecten op de beweegvriendelijkheid en gezondheid van de leefomgeving. Tot slot liggen er kansen om de bereikbaarheid van voorzieningen van minder mobiele inwoners te verbeteren. In het nieuw op te stellen GVVP kunnen deze kansen benut worden. Door de bereikbaarheid van de centra met verschillende vervoersmiddelen te verbeteren, ontstaan positieve effecten op bijvoorbeeld duurzaamheid en gezondheid. Deze koppelkansen kunnen in het GVVP verder uitgewerkt worden.
Voldoende
Opnemen in een programma (GVVP)
Kwaliteit ov-, fiets- en wandelverbindingen Zoals reeds in paragraaf 5.2.6 en 7.2.5 is toegelicht worden in de omgevingsvisie een aantal concrete fietsverbindingen genoemd die verbeterd kunnen worden. Dit komt de bereikbaarheid van de centra ten goede. In de omgevingsvisie worden echter geen OV-verbindingen genoemd die verbeterd kunnen worden. Dit zou de multimodale bereikbaarheid van de centra ten goede komen. In de omgevingsvisie worden een aantal concrete fietsverbindingen genoemd die verbeterd kunnen worden. De mogelijkheden voor het eventueel verbeteren van OVverbindingen blijft onderbelicht. Dit kan opgenomen worden in het GVVP.
8.3
Voldoende
Opnemen in een programma (GVVP)
Conclusie De beoordeling in de voorgaande paragrafen is verwerkt in onderstaande overzichtstabel. De tabel geeft inzicht in de mate waarin de omgevingsvisie aanknopingspunten biedt voor de uitwerking van het betreffende aspect. Het aspect ‘doorstroming wegennet’ is onvoldoende uitgewerkt in de omgevingsvisie waardoor risico’s voor de leefomgeving (blijven) bestaan. Deze risico’s sluiten niet aan bij de ambitie ‘beleef de mix van cultuur en ondernemen in Zwartewaterland’. Ruim onvoldoende
Onvoldoende
Neutraal
Voldoende
Ruim voldoende Geluid Verkeersveiligheid Cultuurhistorie Werkgelegenheid
Blad 47 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Kenmerken economie Doorstroming wegennet Multimodale bereikbaarheid Ov-, fiets- en wandelverbindingen
Blad 48 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
9
Beoordeling ambitie ‘ons buitengebied is klaar voor de toekomst’ De ambitie ‘Ons buitengebied is klaar voor de toekomst’ is beoordeeld op vijf thema’s. Hieronder zijn de relevante aspecten een aandachtspunten uit de leefomgevingsfoto weergegeven. Thema Natuur
Relevante aspecten Natura 2000gebieden en Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit
Aandachtspunten Met de ontwikkelingen voor de invulling van het buitengebied is het van belang dat herstel, behoud en versterking van de natuur en Natura 2000-gebieden in acht wordt genomen
Energie en grondstoffen Bodem, water en ondergrond
Opwekking van duurzame energie Bodemopbouw
Het buitengebied is een belangrijk zoekgebied voor de opwekking van duurzame energie Verduurzaming van de agro- en foodketen. Daarnaast heeft een deel van het buitengebied te maken met bodemdaling. De waterkwaliteit is van belang voor verschillende functies in het buitengebied, zoals landbouw en recreatie. Grondwaterpeil afstemmen op functie van het gebied.
Waterkwaliteit Grondwaterstanden Watersysteem
Historisch kapitaal
Economie en werkgelegenheid
Archeologische waarden Landschappelijke waarden Agrarische sector
Kenmerken van de economie
9.1
Mogelijke aantasting van geschikt leefgebied
Door de druk op de ruimte in het buitengebied dient voldoende ruimte behouden te blijven voor water in het kader van natuur en klimaatadaptatie. Nieuwe functies in het buitengebied dienen rekening te houden met archeologisch waardevolle gebieden Risico op aantasting van de landschappelijke waarden De concurrerende vraag naar ruimte tussen de agrarische sector en de opwekking van duurzame energie en/of natuurontwikkeling Kansen voor toerisme en recreatie in het buitengebied
Opgave De opgave voor de ambitie ‘ons buitengebied is klaar voor de toekomst’ bestaat uit het verenigen van verschillende functies in het buitengebied. Enerzijds moeten de sociaal, economische en culturele waarden van het buitengebied behouden blijven, zoals het agrarisch gebruik. Anderzijds vragen nieuwe ontwikkelingen ruimte, zoals de opwekking van duurzame energie en versterken van de natuur. Hoe kunnen de verschillende functies samengaan zonder dat het buitengebied overbelast wordt? Deze opgaven heeft raakvlakken met de opgave voor de ambitie ‘nieuwe energie en klimaatadaptatie krijgen de ruimte’. De ambitie ‘ons buitengebied is klaar voor de toekomst’ richt zich op het behoud van economische, sociale en culturele functies in het buitengebied, terwijl de ambitie ‘nieuwe energie en klimaatadaptatie krijgen de ruimte’ zich meer richt op de landschappelijke inpassing van energiebronnen.
Blad 49 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
9.2
Beoordeling
9.2.1
Natuur Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland In de gemeente Zwartewaterland, en net buiten de gemeentegrenzen, zijn veel natuurgebieden te vinden. Dit betreffen zowel Natura 2000-gebieden als het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 9.4). Deze natuurgebieden hebben ecologische waarde, maar zijn ook belangrijk voor toerisme en recreatie. Met ontwikkelingen in het buitengebied is het van belang dat herstel, behoud en versterking van deze natuurgebieden in acht wordt genomen. Negatieve effecten op natuurgebieden kunnen optreden door bijvoorbeeld verdroging, overtollige betreding en stikstofdepositie.
Figuur 9.1 Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland in en nabij de gemeente Zwartewaterland (bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provincie Overijssel)
De gemeente Zwartewaterland wil de natuur (toeristisch) beleefbaar maken en investeren in de doorontwikkeling van fiets- en wandelvoorzieningen. Dit heeft een positief effect op de toeristische sector, het stimuleren van beweging en het creëren van een gezonde omgeving. Wel brengt het risico’s met zich mee voor de kwaliteit van de natuurgebieden, door toename van verstoring. Deze risico’s die toeristische/recreatieve activiteiten met zich meebrengen blijven in de omgevingsvisie onderbelicht. In een programma (bijvoorbeeld een Programma Groen) kunnen voorwaarden voor ontwikkelingen in natuurgebieden uitgewerkt worden, waarbij rekening gehouden wordt met de kwaliteit van deze gebieden. Daarbij kunnen ook richtlijnen opgesteld worden voor het verminderen van de druk op de natuurgebieden door de agrarische sector (bijvoorbeeld door uitstoot van ammoniak, wat nadelige gevolgen voor natuur kan hebben).
Blad 50 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Het stimuleren van toeristische/recreatieve activiteiten geeft risico’s voor de ecologische waarden. Deze risico’s zijn in de omgevingsvisie onderbelicht. In een Programma Groen kunnen randvoorwaarden voor ontwikkelingen in en nabij natuurgebieden uitgewerkt worden.
Voldoende
Opnemen in een programma
Biodiversiteit Uit de leefomgevingsfoto blijkt dat de soortendiversiteit in de gemeente Zwartewaterland met name hoog is in de Natura 2000-gebieden. Daarnaast is een groot deel van het open landschap in de gemeente in het provinciaal beleid aangemerkt als weidevogelgebied. De biodiversiteit in deze gebieden valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie Overijssel. Wel moet de gemeente rekening houden met mogelijke effecten op weidevogelgebieden. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat er een nieuwe visie voor het buitengebied gewenst is. Deze visie is gericht op de mogelijkheden om agrarische functies in het buitengebied te behouden. Hierbij dient ook oog te zijn voor het stimuleren van biodiversiteit op agrarische gronden. Voorbeelden van maatregelen zijn bloemrijke akkerranden en oevers, of een maaibeleid dat rekening houd met natuurwaarden. Hiermee in samenhang met waarden zoals landschap, natuur, cultuurhistorie en archeologie, de identiteit en beleving van het buitengebied bevorderen. Het stimuleren van de biodiversiteit buiten de natuurgebieden komt nog onvoldoende in de omgevingsvisie naar voren. Dit kan verder uitgewerkt worden in de Buitengebiedvisie (Programma Buitengebied?) waar in de omgevingsvisie naar verwezen wordt, maar dit kan ook landen in een Programma Groen.
9.2.2
Onvoldoende
Opnemen in een programma
Energie en grondstoffen Duurzame energieopwekking De gemeente Zwartewaterland heeft een duidelijke energieopgave geformuleerd: tot 2030 moet er ruimte gevonden worden voor 50 hectare aan zonnevelden en vijf windturbines. Vervolgens moet er in de periode tussen 2030 en 2050 nog eens ruimte gevonden worden voor 30 hectare aan zonnevelden (in totaal 80 hectare zonnevelden) en circa vier windturbines. Het buitengebied wordt vaak aangewezen als potentieel gebied waar op grote schaal energie opgewekt kan worden. Een groot deel van het buitengebied is in gebruik door de agrarische sector. Hier liggen dan ook koppelkansen voor duurzame energieopwekking, bijvoorbeeld door middel van zonnepanelen op grote daken of kleine windmolens op het erf. Dergelijke koppelkansen zijn voordelig voor de agrarische ondernemer. Door voldoende mogelijkheden te bieden voor energieopwekking, kan een significante bijdrage geleverd worden aan de energiedoelstelling. Naast deze mogelijkheden voor agrarische ondernemers kunnen zoekgebieden worden opgesteld. Dit zijn gebieden waar bij voorkeur energie opgewekt wordt vanwege bijvoorbeeld de aanwezige netcapaciteit of de inpasbaarheid in het landschap. De zoekgebieden kunnen uitgewerkt worden in het omgevingsplan of de randvoorwaarden kunnen beschreven worden in het Programma Energietransitie (zie ook paragraaf 6.2.3).
Blad 51 van 61
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Door voldoende mogelijkheden te bieden voor duurzame energieopwekking op erven van boeren kunnen koppelkansen met de agrarische sector benut worden. Deze mogelijkheden kunnen uitgewerkt worden in het omgevingsplan. Daarnaast kunnen zoekgebieden voor duurzame energie opgesteld worden. Hier liggen koppelkansen met natuurontwikkeling. Dergelijke zoekgebieden kunnen opgenomen worden in het Programma Energietransitie of uitgewerkt worden in het omgevingsplan.
9.2.3
Onvoldoende
Opnemen in een programma en/of vastleggen in het omgevingsplan
Bodem, water en ondergrond Bodemopbouw Een groot deel van het buitengebied van Zwartewaterland is veenweidegebied. Het maakt deel uit van het veenweidegebied van Noordwest Overijssel. Daartoe behoren ook delen van Staphorst, Steenwijkerland, Kampen en Zwolle. Op deze veenweidegronden vindt bodemdaling en verdichting plaats door dalende grondwaterstanden. Dit brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van natuur en water en veroorzaakt uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast kan bodemdaling leiden tot paalrot van funderingen door oxidatie in de bodem. Het beperken van de risico’s van de bodemdaling in het veenweidegebied wordt regionaal benaderd. In het landelijk Interbestuurlijk Programma (IBP) is het veenweidegebied van Noordwest Overijssel opgenomen als een van de gebieden die extra ondersteund wordt bij een gebiedsgerichte integrale aanpak. De gemeente Zwartewaterland werkt dan ook samen met andere gemeenten, het waterschap Drents Overijsselse Delta en de provincie Overijssel. Maatregelen die getroffen kunnen worden hebben betrekking op voldoende waterberging en het realiseren van gescheiden rioolsystemen waarmee afvalwater en hemelwater apart worden gescheiden. In de gemeente Zwartewaterland is wordt al een gescheiden rioolsysteem aangelegd of staat dit op de planning.
De bodemdaling in het veenweidegebied zorgt voor risico’s voor de kwaliteit van natuur en water, leidt tot emissie van broeikasgassen en geeft een risico op paalrot. Het beperken van de risico’s vraagt om een regionale aanpak.
Neutraal
Geen aanscherping nodig
Waterkwaliteit De waterkwaliteit in het buitengebied is van belang voor bijvoorbeeld de landbouw of recreatieve functies (zwemwater). De waterkwaliteit wordt gewaarborgd door middel van de Kader Richtlijn Water (KRW). Niet al het oppervlaktewater in de gemeente Zwartewaterland voldoet aan deze richtlijn. De verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de waterkwaliteit ligt bij het waterschap Drents Overijsselse Delta, Rijkswaterstaat en de provincie Overijssel. De waterkwaliteit is van belang voor verschillende functies in het buitengebied, zoals landbouw en recreatie. De verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de waterkwaliteit ligt niet bij de gemeente.
Blad 52 van 61
Neutraal
Geen aanscherping nodig
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland projectnummer 0436271.100 29 september 2020 gemeente Zwartewaterland
Grondwaterstanden Verschillende functies vragen een andere grondwaterstand. Zo hebben natuurgebieden over het algemeen baat bij een hogere grondwaterstand om verdroging te voorkomen. Daarentegen wordt in landbouwgebieden gedraineerd om het waterpeil beter te laten passen bij wat een bepaald gewas of dier nodig heeft. Op landelijk en provinciaal niveau worden richtlijnen voor (regionaal) waterbeheer opgesteld. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om richtlijnen voor wateronttrekkende activiteiten opstellen, maar deze verantwoordelijkheid ligt voornamelijk bij de provincie Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta. De gemeente kan in samenwerking met de provincie Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta richtlijnen opstellen voor wateronttrekkende activiteiten.
Neutraal
Geen aanscherping nodig
Watersysteem Zoals in paragraaf 6.2.4 is toegelicht zijn er risico’s voor het buitengebied te benoemen, zoals de hoogwaterveiligheid (door verdroging van veendijken) of de scheepvaart (door lage waterstanden in waterwegen). De rol van de gemeente om deze risico’s te voorkomen is beperkt. Er bestaan risico’s in het buitengebied met betrekking tot het watersysteem. Echter ligt is de rol van de gemeente op dit aspect beperkt.