CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

d. Besluit omgevingsvergunning uitgebreide procedure Z2021-00009638

Raadsvergadering 8 december 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Zevenhont Zuid15.567 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de aspecten genoemd in artikel 2.14 eerste lid onder a van de Wabo betrokken;

-

met de aspecten genoemd in artikel 2.14 eerste lid onder b van de Wabo rekening gehouden;

-

de aspecten genoemd in artikel 2.14 eerste lid onder c van de Wabo in acht genomen.

In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe, waarbij wij ons beperken tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

Toetsing milieueffectrapportage en de RIE Bij vergunningverlening moet worden voorkomen dat er strijd ontstaat met de bepalingen uit de Europese MER- en de Richtlijn Industriële Emissies (RIE, de voormalige IPPC-richtlijn). De RIE omvat een integratie van de IPPC-richtlijn met de Richtlijn grote stookinstallaties, de Afvalverbrandingsrichtlijn, de Oplosmiddelenrichtlijn en drie Richtlijnen voor de titaandioxide-industrie.

Besluit milieueffectrapportage De aangevraagde activiteiten vallen niet onder onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat er geen milieueffectrapportage opgesteld dient te worden en ook geen m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd.

Richtlijn Industriële Emissies (RIE) De RIE is gericht op de integratie van preventie en beperking van verontreiniging door industriële activiteiten en op het bereiken van een zo hoog mogelijk niveau van bescherming van het milieu. De activiteiten worden niet benoemd in de bijlage 1 van de Rie. Deze richtlijn is niet van toepassing op de inrichting.

Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen. De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt. Binnen de inrichting vinden activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit en moet worden voldaan aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling (voor zover deze activiteiten betrekking hebben op de genoemde (deel)activiteiten): 

Paragraaf 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening;

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

  

Paragraaf 3.2.1 In werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie; Paragraaf 3.4.3 Opslaan en overslaan van (inerte) goederen; Paragraaf 3.4.9 Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank;

Voor het overige is per hoofdstuk dan wel afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan BBT. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf. De voorschriften voor het onderdeel milieu, die in deze vergunning zijn opgenomen betreffen aspecten en activiteiten die niet zijn geregeld in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling.

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast. Vanaf januari 2013 moet bij het bepalen van BBT rekening worden gehouden met BBT-conclusies en bij ministeriele regeling aangewezen informatiedocumenten over BBT. BBT-conclusies is een document met de conclusies over BBT, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, vijfde en zevende lid van de Richtlijn industriële emissies (RIE). Het vijfde lid verwijst naar BBTconclusies vastgesteld na 6 januari 2011 onder het regime van de Rie. Het zevende lid verwijst naar de bestaande BREFs. Het hoofdstuk uit deze BREF’s waarin de BBT-maatregelen staan (BAT hoofdstuk) zijn opgenomen, geldt als BBT-conclusies, totdat nieuwe BBT-conclusies zijn vastgesteld. Op 15 februari 2017 zijn nieuwe BBT-conclusies vastgesteld en op 21 februari 2017 zijn ze gepubliceerd en in werking getreden.

BBT-conclusies worden door de Europese commissie vastgesteld en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (een uitvoeringsbesluit van de Europese commissie dat gericht is tot de lidstaten). Zij worden daarom niet meer apart worden aangewezen in de Regeling omgevingsrecht.

Concrete bepaling best beschikbare technieken Bij het beoordelen van de aanvraag hebben wij rekening gehouden met de volgende in de bijlage bij de Regeling omgevingsrecht (Mor) aangewezen informatiedocumenten over best beschikbare technieken (BBT): 

Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB);

PGS 15: Opslag van gevaarlijke stoffen;

PGS 30: Vloeibare brandstoffen in bovengrondse tank- en afleverinstallaties.

Conclusies BBT De inrichting voldoet - met inachtneming van de aan dit besluit gehechte voorschriften - aan BBT. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

AFVALSTOFFEN Afvalpreventie Gezien de aard en omvang van de ontstane afvalstoffen concluderen wij dat preventie niet relevant is. Wij hebben daarom in deze vergunning geen aandacht besteed aan de preventie van afvalstoffen.

Afvalscheiding In deel B3 van het LAP is het beleid uitgewerkt voor afvalscheiding, waarbij paragraaf B 3.5 specifiek ingaat op afvalscheiding door bedrijven. Voor bedrijfsafval is het niet goed mogelijk een limitatieve opsomming te maken van afvalstoffen die door alle bedrijven gescheiden moet worden gehouden. Bedrijven verschillen van aard en omvang veel van elkaar en er bestaat een groot aantal bedrijfsspecifieke afvalstoffen. Uitgangspunt is dat bedrijven verplicht zijn alle afvalstoffen te scheiden, gescheiden te houden en gescheiden af te geven, tenzij dat redelijkerwijs niet van hen kan worden gevergd. Daarnaast zijn in bijlage 11 van de Activiteitenregeling verschillende categorieën van gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen vastgelegd welke niet met elkaar, met andere afvalstoffen of met nietafvalstoffen mogen worden gemengd. Deze categorieën moeten dus gescheiden gehouden worden. Dit hebben wij in de voorschriften vastgelegd.

AFVALWATER Toetsingskader Binnen de inrichting is er sprake van lozingen waarvoor afdeling 2.1 over de zorgplichtbepaling en afdeling 2.2 over lozingen van het Activiteitenbesluit rechtsreeks gelden. Het betreft het lozen van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. Het hemelwater wordt geloosd op de nabijgelegen sloot. Daarnaast is sprake van het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering en het lozen van spuiwater afkomstig van de stoomketel. Deze lozing moeten voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit en hierover mogen geen voorschriften worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Daarnaast ontstaan de volgende afvalwaterstromen:  

Afvalwater afkomstig van het testen van de sprinklerinstallatie; Latexhoudend afvalwater afkomstig van het reinigen van machines ten behoeve van het Backen;

Ammoniakhoudend afvalwater afkomstig van de gaswasser;

Verfhoudend afvalwater dat vrijkomt bij het testverven.

Deze afvalwaterstromen worden niet geloosd, maar opgevangen in vloeistofdichte voorzieningen. Van daaruit worden de afvalwaterstromen per tankwagen afgevoerd naar een erkend verwerker. Om verontreiniging van te lozen (hemel)water te voorkomen zijn de putdeksels van de hemelwaterriolering afgesloten met rubber ringen en is de riolering voorzien van afsluiters. Hiermee wordt voorkomen dat bij calamiteiten verontreinigd afvalwater wordt geloosd middels het (hemelwater)riool. Deze maatregel hebben wij in de voorschriften vastgelegd. Voor deze (indirecte) lozingen is de “Instructieregeling lozingsvoorschriften milieubeheer” van toepassing.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

In het kader van deze regeling moeten voorschriften opgenomen worden die gericht zijn op de bescherming van het openbaar riool, een zuiveringtechnisch werk of de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringtechnisch werk behorende apparatuur. Verder moeten voorschriften opgenomen worden, die bepalen dat het afvalwater van dien aard moet zijn dat de kwaliteit van het rioolslib er niet door wordt aangetast zodat de verwerking van dit slib niet wordt belemmerd. Daarnaast dienen voorschriften te worden opgenomen die bepalen dat het afvalwater van dien aard moet zijn dat de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden beperkt. De genoemde voorschriften zijn in deze vergunning opgenomen. Voor het bedrijf is tevens de zorgplicht op de lozing van toepassing aangezien er 2x20m3/jaar wordt geloosd.

Beoordeling en conclusie De in de aanvraag vermelde maatregelen ter voorkoming en beperking van lozing van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, zullen naar verwachting leiden tot een acceptabel lozingsniveau, dat in overeenstemming is met genoemde doelstellingen. Wij achten deze situatie vergunbaar. Aan deze vergunning zijn voorschriften opgenomen. Daarnaast is de zorgplicht, als genoemd onder artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit van toepassing, waarin is opgenomen dat de lozing op een vuilwaterriool aan de volgende voorwaarden moet voldoen: -

de temperatuur is niet hoger dan 30 °C;

-

de pH is niet lager dan 6,5 of hoger dan 10;

-

de sulfaatconcentratie is niet hoger dan 300 mg/l;

-

geen brand- of explosiegevaar kan veroorzaken of;

-

niet door een beerput, rottingsput of septictank is geleid.

BODEM In de inrichting vinden enkele activiteiten plaats die tot bodemverontreiniging zouden kunnen leiden. Het betreft onder meer activiteiten waarbij hydrauliekolie kan vrijkomen, de opslag van oliën, vetten en gevaarlijke en/of bodembedreigende stoffen in tanks en/of emballage.

Het kader voor de bescherming van de bodem Het (nationale) preventieve bodembeschermingsbeleid is vastgelegd in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Het uitgangspunt van de NRB is dat door een combinatie van voorzieningen en maatregelen (cvm) een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Alleen in bepaalde bestaande situaties kan conform de NRB onder voorwaarden volstaan worden met een aanvaardbaar bodemrisico. Op basis van de NRB worden de (voorgenomen) activiteiten beoordeeld en wordt bepaald welke combinatie van voorzieningen en maatregelen noodzakelijk is om tot een verwaarloosbaar bodemrisico te komen. Daarbij richt de NRB zich op de normale bedrijfsvoering en voorzienbare incidenten. Bodembescherming in situaties van calamiteiten wordt in het kader van de NRB niet behandeld. Een eventuele calamiteitenopvang die onlosmakelijk deel uitmaakt van de installatie, bijvoorbeeld in de vorm van een tank of opvangbassin, is wel een activiteit waar de NRB in voorziet. Tankputten en calamiteiten vijvers voor de opslag van verontreinigd bluswater worden in de NRB niet behandeld. Ter bescherming van de bodem zijn voor deze activiteiten in de vergunningvoorschriften opgenomen, die volgens de systematiek van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming tot een verwaarloosbaar bodemrisico leiden.

De opslag van gevaarlijke stoffen moet plaatsvinden conform de richtlijn PGS 15. Verder dienen onder de opslag van oliën en vetten en onder machineonderdelen waaruit olie kan vrijkomen, lekbakken te zijn geplaatst. Met deze maatregelen wordt in combinatie met daarop toegesneden gedragsvoorschriften een verwaarloosbaar bodemrisico gerealiseerd.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

Nulsituatieonderzoek Het preventieve bodembeschermingsbeleid gaat ervan uit dat (zelfs) een verwaarloosbaar bodemrisico nooit volledig uitsluit dat een verontreiniging of aantasting van de bodem optreedt. Om die reden is altijd een nulsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk. Het nulsituatieonderzoek richt zich op de afzonderlijke activiteiten en de daar gebruikte stoffen. Nulsituatieonderzoek bestaat uit het vastleggen van de nulsituatie bodemkwaliteit voorafgaand aan de start van de betreffende activiteit(en). Na het beëindigen van de betreffende activiteit(en) dient een vergelijkbaar eindonderzoek te worden uitgevoerd. Het nulsituatieonderzoek moet ten minste duidelijkheid verstrekken over:  de bodemkwaliteit ter plaatse van de bodembedreigende activiteiten die binnen de inrichting worden uitgevoerd. Hierbij is ook van belang dat op de stoffen wordt geanalyseerd die worden gebruikt;  de locatie van bemonsteringspunten rekening houdend met de mobiliteit van de gebruikte stoffen en de lokale grondwaterstroming;  de wijze waarop de betreffende stoffen moeten worden gedetecteerd, bemonsterd en geanalyseerd;  de bodemkwaliteit ter plaatse van bemonsteringslocaties.

De in het nulsituatieonderzoek vastgelegde bodemkwaliteit geldt als uitgangspunt bij de beoordeling of ten gevolge van de betreffende activiteiten verontreiniging of aantasting van de bodem heeft plaatsgevonden en of bodemherstel nodig is. Voor het bodemonderzoek noodzakelijke werkzaamheden als vermeld in de Regeling bodemkwaliteit moeten zijn uitgevoerd door een erkende instantie als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Bij de aanvraag is een nulsituatieonderzoek gevoegd. Het bodemonderzoek geeft ons geen aanleiding tot het stellen van nadere maatregelen of eisen.

Eindsituatieonderzoek en herstelplicht bij geconstateerde verontreiniging Na beëindiging van de activiteiten of een deel daarvan moet een eindsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem worden verricht. Indien blijkt dat sprake is van een bodembelasting als gevolg van de activiteiten, zal de bodemkwaliteit hersteld moeten worden. Dit volgt uit afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit.

ENERGIE Uit de aanvraag blijkt dat sprake is van een relevant jaarlijks energiegebruik. In aansluiting op de criteria voor inrichtingen die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vallen, worden inrichtingen met een jaarlijks verbruik van minimaal 25.000 m3 aan aardgasequivalenten of een jaarlijks elektriciteitsverbruik van minimaal 50.000 kWh elektriciteit namelijk als energierelevant bestempeld. Dit betekent dat moet worden getoetst of de inrichting stand der techniek toepast om tot een verantwoord en zuinig energiegebruik te komen. In juli 2015 is de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie (verder: de Tijdelijke regeling) in werking getreden. Deze regeling is gebaseerd op de Europese richtlijn energie-efficiëntie (EED). De Europese richtlijn heeft als doel 20 procent besparing op het energiegebruik in 2020 (ten opzichte van 2010). Een van de verplichtingen uit de Europese richtlijn energie-efficiënte is het vierjaarlijks uitvoeren van een energie-audit.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

De verplichting tot het uitvoeren van de energie-audit is geïmplementeerd in de Nederlandse regelgeving in de Tijdelijke regeling. De Tijdelijke regeling is een rechtstreeks voor de inrichting werkende regeling. Dit betekent dat de verplichting voor vergunninghouder om een energie-audit uit te voeren rechtstreeks voortvloeit uit deze regeling. De auditplicht geldt voor ondernemingen met meer dan 250 medewerkers of een jaaromzet groter dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen. De tijdelijke regeling zal op termijn vervallen, waarna de EED naar verwachting wordt geïmplementeerd in de Omgevingswet. Aangezien te verwachten is dat deze vergunning dan nog vigerend is, wordt in de voorschriften zowel naar de tijdelijke regeling verwezen als naar de nationale implementatie van de EED. Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel behoort de vergunninghouder tot deze categorie van bedrijven. De vergunninghouder is verplicht een energie-audit uit te voeren ingevolge de Tijdelijke regeling. Onderdeel van de aanvraag is de notitie “review duurzaamheid VEBE”, van 23 mei 2019, opgesteld door BlueTerra. De notitie geeft een inventarisatie weer van BBT die nu beschikbaar zijn en eventueel toepasbaar op de locatie. Met name de ovens worden uitgelicht.

Daarbij wordt aangegeven dat de huidige technieken nog steeds BAT zijn en dat elektrificatie ten opzichte van directe gas verhitting niet rendabel is. In hoofdstuk 3 worden de mogelijkheden via een kosten-batenanalyse weergegeven. Verder wordt er getoetst aan de erkende maatregelen lijsten “bedrijfshallen” en “Metalelektro” en wordt er nagedacht over hergebruik van materialen. Hoofdstuk 4 van de notitie geeft een beeld van de toekomst weer en inzet van alternatieve energiedragers en Zon-PV. Hoofdstuk 6 geeft een aantal aanbevelingen weer.

Conclusie Het bedrijf geeft met deze notitie een inzicht in de mogelijkheden die toegepast kunnen worden op de nieuwe locatie. De notitie geeft echter geen inzicht in de keuzes die door Vebe gemaakt zijn/worden voor wat betreft welke installaties en maatregelen op de nieuwe locatie getroffen gaan worden. Gezien het verwachte energieverbruik van het bedrijf dient het bedrijf voordat activiteiten worden gestart invulling te geven aan de energiebesparende maatregelen welke er worden getroffen. Tevens dient een uitwerking met onderbouwing gegeven te worden van het toepassen van de projecten welke in par. 3.2.8 worden genoemd voor de uitwerking van het ontwerp. Hiervoor hebben wij voorschriften aan deze vergunning verbonden. Tevens hebben wij in de voorschriften bepaald dat 4-jaarlijks een (actualisatie) van een energieonderzoek moet plaatsvinden. Hiertoe kan, onder voorwaarden, ook de ten behoeve van de EED uitgevoerde energieaudit gebruikt worden.

EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid beschrijft de grootte van het overlijdensrisico voor omwonenden als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen.

Besluit externe veiligheid inrichtingen Sinds 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht. Hiermee zijn de risiconormen voor externe veiligheid voor bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Ook geldt er sinds 2004 de Regeling externe veiligheid (Revi). Deze regeling strekt tot uitvoering van het Bevi. De inrichting valt niet onder de reikwijdte van het Bevi.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

Op- en overslag van gevaarlijke stoffen (PGS-richtlijnen) Ten behoeve van de op- en overslag van gevaarlijke stoffen zijn richtlijnen opgesteld in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Deze PGS-richtlijnen zijn vermeld als Nederlandse informatiedocumenten over BBT in de bijlage van de Mor. Voor de beoordeling van de aanvraag van de inrichting zijn de volgende PGS-richtlijnen relevant:  PGS 15: Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, september 2016;  PGS 30: Vloeibare brandstoffen in bovengrondse tank- en afleverinstallaties. Uit de aanvraag blijkt dat de opslag van gevaarlijke stoffen voldoet aan de PGS 15 en 30 en daarmee voldoet aan BBT. De relevante onderdelen van deze richtlijn zijn bij voorschrift aan dit besluit verbonden.

Opslag van stoffen Binnen de inrichting vindt opslag en verwerking van krijt plaats. Het gaat hier om een stof die als niet bodembedreigend en niet gevaarlijk wordt geclassificeerd. Opslag van krijt wordt gezien als een opslag van inerte goederen en valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.

Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen.

GELUID EN TRILLINGEN In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting tenminste de voor de inrichting in aanmerking komende BBT worden toegepast, mits deze economisch en technisch haalbaar zijn in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoord en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs te verkrijgen zijn. Daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, evenals de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld. Voor de aangevraagde vergunning is door Cauberg Huygen een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de ‘Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999’, zijnde de rekenmethode ex artikel 110d Wgh juncto hoofdstuk 2 van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 (Stcrt. 2012, 11810). Het bedrijf is gelegen op het bedrijventerrein Zevenhont. Binnen een afstand van 400 meter zijn geen woningen gelegen.

In de rapportage zijn de resultaten van berekeningen opgenomen waarbij voor de geluidsbronnen de geluidsvermogensniveaus zijn gemeten. De geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit zijn niet van toepassing op een type C inrichting. De geluidsvoorschriften moeten daarom in de vergunning worden opgenomen. Uit de toetsing blijkt dat voldaan wordt aan de gehanteerde richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de gehanteerde grenswaarden voor het maximale geluidniveau. De richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de grenswaarden voor het maximale geluidniveau hebben wij als voorschrift aan deze beschikking verbonden.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

GEUR Het Nederlandse geurbeleid is opgenomen in artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit en in de Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen). Centraal staat een afwegingsproces dat gericht is op het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau dan wel het vaststellen van maatregelen om dit aanvaardbaar hinderniveau te bereiken. Het aanvaardbaar hinderniveau gaat uit van het bereiken van een hoog beschermingsniveau zoals dat wordt bedoeld in artikel 5.4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en wordt per situatie in een maatwerkvoorschrift vastgesteld door het bevoegd gezag. Het geurbeleid is in de handreiking nader uitgewerkt in de zogenoemde "Hindersystematiek". De hindersystematiek bestaat uit een stappenplan waarmee een vergunningaanvraag op het aspect geur kan worden beoordeeld. Toepassen van dit stappenplan leidt tot een specifieke afweging voor een individuele situatie. Dit stappenplan verwijst ook naar een aantal mogelijke onderzoeksmethoden. Het stappenplan is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen). De onderzoeksmethoden zijn opgenomen in de NTA 9065 Meten en rekenen geur. Voor alle activiteiten geldt dat de eisen ten aanzien van geuremissies in beginsel geregeld zijn in het Activiteitenbesluit.

Alleen in uitzonderingsgevallen moet geur worden beoordeeld in de omgevingsvergunning. Het algemeen uitgangspunt van het geurbeleid is het zoveel mogelijk beperken van geurhinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de BBT de kern van het geurbeleid. Onderdeel van het geurbeleid is dat de regionale en lokale overheden de uiteindelijke lokale afweging moeten maken zodat zij rekening kunnen houden met alle relevante belangen om tot een duurzame kwaliteit van de leefomgeving te komen. Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten: •

de bestaande toetsingskaders, waaronder nationaal en lokaal geurbeleid;

•

de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;

•

de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting;

•

de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder;

•

de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en

•

de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.

Conclusie In het geuronderzoek dat bij de aanvraag is gevoegd zijn de relevante geurbronnen beschreven, geurbestrijdingsmaatregelen beschreven, de emissies geraamd en er is met een verspreidingsberekening gekwantificeerd wat de bijdrage van de inrichting is aan de geurbelasting van de omgeving. Uit het geuronderzoek volgt dat de geurbelasting vanwege de geuremissies van de nieuwe geurbronnen voldoet aan de streefwaarden uit de Beleidsregel geur bedrijven (nietveehouderijen) Overijssel 2018 en dat de geurbelasting als gevolg van de totale geuremissie van de inrichting (som nieuwe en bestaande bronnen) voldoet aan de richtwaarden uit de Beleidsregel geur. De geursituatie vormt daarmee geen belemmering voor het verlenen van de vergunning.

LUCHT Het algemeen luchtbeleid is gericht op het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van emissies naar de lucht door het toepassen van de (BBT) en het voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van bijlage 2 van de Wet milieubeheer.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

Luchtemissies voor inrichtingen worden in beginsel gereguleerd door de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Zo bevat Afdeling 2.3 van het Activiteitenbesluit regels voor stoffen met een minimalisatieverplichting, emissiegrenswaarden, geur en monitoring. Voorts bevat het Activiteitenbesluit in Afdeling 2.11 en de hoofdstukken 3 en 5 (lucht)regels voor specifieke activiteiten, zoals stookinstallaties. Deze eisen zijn rechtsreeks geldend en daarom niet in deze vergunning opgenomen. In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren. De inrichting emitteert een aantal stoffen waarvoor deze grenswaarden gelden, te weten stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10). Op grond van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan de vergunning alleen worden verleend, als aannemelijk gemaakt kan worden dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: 

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit;

de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM);

het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen.

De hoofdactiviteit van VeBe is de productie van tapijt. Bij de activiteiten van VeBe vinden voor luchtkwaliteit relevante emissies plaats van stikstofoxiden (NOx) en fijn stof (PM10 en PM2,5). In het onderzoek luchtkwaliteit dat bij de aanvraag is gevoegd zijn bronnen van NOx en fijn stof beschreven, de emissies geraamd en er is met een verspreidingsberekening gekwantificeerd wat de bijdrage van de inrichting is aan de lokale concentraties. Vervolgens is getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit titel 5.2 van de Wm. Zeer Zorgwekkende Stoffen Sommige stoffen zijn dermate (milieu)gevaarlijk dat hun emissies bij voorkeur nul zouden moeten zijn. Deze stoffen worden aangeduid als zeer zorgwekkende stoffen (verder ZZS) en zijn als ZZS ingedeeld in bijlage 12a van de Activiteitenregeling. De eisen ten aanzien van de emissies van ZZS zijn vastgelegd in artikel 2.4 van het Activiteitenbesluit. Voor de emissies van dergelijke stoffen geldt dat het streven op nulemissie moet zijn gericht, dit wordt aangeduid als de minimalisatieverplichting. De minimalisatieverplichting houdt in dat er een continu streven moet bestaan naar het zoveel mogelijk voorkomen van emissie dan wel, indien dat niet mogelijk is, het tot een minimum beperken daarvan. De aangevraagde activiteiten leiden niet tot emissie van ZZS naar de lucht.

Conclusie Verwacht wordt dat de bijdrage van VeBe aan de concentraties PM10 en NO2 NIBM zijn in de zin van de Wet milieubeheer. Bovendien wordt voldaan aan de grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. Hiermee wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen van titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor het verlenen van de vergunning.

CONCLUSIE Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het oprichten van een inrichting zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. In deze beschikking zijn de voor deze activiteiten relevante voorschriften opgenomen.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

BEGRIPPENLIJST

ADR De op 30 september 1957 te Geneve tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het international vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

AFVALWATER Alle water waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of moet ontdoen.

BEDRIJFSAFVALWATER Afvalwater (inclusief verontreinigd hemelwater), niet zijnde huishoudelijk afvalwater.

BEDRIJFSRIOLERING Voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

BEVOEGD GEZAG Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit.

BODEMBEDREIGENDE ACTIVITEIT Bedrijfsmatige activiteit als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A 3 van de NRB.

BODEMBESCHERMENDE VOORZIENING Een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem.

EMBALLAGE Glazen flessen tot 5 l, kunststof flessen en vaten tot 60 l, metalen bussen tot 25 l, stalen vaten en kunststof drums tot 300 l, papieren en kunststof zakken en laadketels.

EURAL Regeling Europese afvalstoffenlijst.

GASFLES Een verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

GEVAARLIJKE STOFFEN Stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan, dan wel stoffen, materialen en voorwerpen aangeduid in de International Maritime Dangerous Goods Code.

HUISHOUDELIJKE AFVALWATER Afvalwater dat vergelijkbaar is met afvalwater afkomstig van particuliere huishoudens.

LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT) Het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de afzonderlijke geluidsbijdragen tijdens de verschillende bedrijfstoestanden van de inrichting, alsmede het karakter van het geluid (impulsachtig, tonaal, muziek) en variaties van het immissieniveau als gevolg van verschillende weersomstandigheden (meteocorrectie), vastgesteld overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999" . LEKBAK Een voorziening waarvan de bodembeschermende werking door de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen is gewaarborgd, en die zich rondom of onder een bodembedreigende activiteit bevindt en in staat is de bij normale bedrijfsvoering gemorste of wegspattende vloeistoffen op te vangen.

NEN Een door het Nederlandse Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm. In deze beschikking wordt onder de genoemde norm verstaan de versie zoals deze ten tijde van het verlenen van deze vergunning, inclusief eventuele correctiebladen, van kracht is.

NEN-EN Een door het Comitée Européen de Normalisation opgestelde en door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) als Nederlandse norm aanvaarde en uitgegeven norm. In deze beschikking wordt onder de genoemde norm verstaan de versie zoals deze ten tijde van het verlenen van deze vergunning, inclusief eventuele correctiebladen, van kracht is.

NRB Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten.

OPENBAAR RIOOL Gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

PGS 15 Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15, Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen,

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

RIOLERING Bedrijfsriolering of voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.

VERWAARLOOSBAAR BODEMRISICO Een situatie als bedoeld in de NRB waarin door een goede afstemming van bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen de kans op een verandering van de bodemkwaliteit, ten gevolge van een immissie van een stof, verwaarloosbaar is gemaakt.

VLOEISTOFKERENDE VLOER OF VOORZIENING Een vloer of voorziening die niet volledig vloeistofdicht is maar voldoende dicht om bij calamiteiten te voorkomen dat de vloeistoffen direct aan de niet met vloeistofbelaste zijde van die voorziening of de bodem kunnen komen.

Bijlage figuur 1, beoordelingspunten

23

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

Nota van zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Het ontwerpbesluit heeft van 5 januari 2022 tot en met 16 februari 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn hebben wij zienswijzen ontvangen van VEBE. Onderstaand is een verkorte weergave van de zienswijzen weergegeven. Vervolgens is per zienswijze onze reactie daarop aangegeven en hebben wij aangegeven of de zienswijze ons aanleiding heeft gegeven de (ontwerp)beschikking te wijzigen. De zienswijze heeft betrekking op de volgende punten: Zienswijze 1. Volgens het dictum van het ontwerpbesluit maakt de gehele aanvraag inclusief bijlagen onderdeel uit van de (ontwerp)beschikking. Een dergelijke werkwijze is onnodig belemmerend voor de bedrijfsvoering van VEBE. Gelet hierop verzoekt VEBE slechts een beperkt aantal onderdelen van de aanvraag onderdeel te laten uitmaken van de beschikking. Onze reactie Als bevoegd gezag hebben wij (als vergunningverlener) de vrijheid om in de vergunning delen van de aanvraag op te nemen of daarnaar te verwijzen. Wij zijn van mening dat hiermee het bedrijf niet onnodig in haar handelingsvrijheid wordt beperkt. Daarbij is niet nader gemotiveerd in welk opzicht deze werkwijze onnodig belemmerend zou zijn voor de bedrijfsvoering.

Overigens hebben wij niet alle onderdelen van de aanvraag deel laten uitmaken van de beschikking, maar hebben wij daarin een weloverwogen keuze gemaakt. Er is op deze wijze sprake van een handhaafbaar besluit. Deze zienswijze geeft ons derhalve geen aanleiding het besluit ten opzichte van het ontwerp aan te passen. Zienswijze 2. Volgens het dictum van het ontwerpbesluit van de Omgevingsdienst IJsselland maken de onderzoeken geluid, geur en luchtkwaliteit alsmede het bodemrisicorapport onderdeel uit van de (ontwerp)beschikking. Een dergelijke werkwijze is onnodig belemmerend voor de bedrijfsvoering van VEBE. Verzocht wordt de rapporten geen deel uit te laten maken van de beschikking. Daartoe wordt verwezen naar de argumentatie onder zienswijze 1. Onze reactie: Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie op zienswijze 1 onder. Zienswijze 3. Voorschrift 3.3.1 Vanwege het ontbreken van een definitie van bedrijfsafvalwater is onduidelijk of het lozen van huishoudelijk afvalwater op de vuilwaterriolering, zoals aangevraagd in de vergunning, alsnog wordt geweigerd. Onze reactie De zienswijze is terecht. Wij hebben de definities van bedrijfsafvalwater en huishoudelijk afvalwater toegevoegd aan de begrippenlijst.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

Zienswijze 4. Voorschrift 3.1.4 Voorschrift is slechts aanvaardbaar, indien deze uitsluitend betrekking heeft op de putdeksels aan de zijde van het gebouw waar verlading plaatsvindt. Onze reactie De zienswijze is gedeeltelijk terecht. Uit de aanvraag blijkt dat putdeksels in de omgeving van de losplaats voor latex zijn voorzien van rubberen afsluiters om te voorkomen dat eventueel gemorst product of bij calamiteiten geen sprake kan zijn van vervuiling in het hemelwater- of vuilwaterriool. Daarom hebben wij het betreffende voorschrift zodanig aangepast dat duidelijk is dat te allen tijde moet worden voorkomen dat product bij calamiteiten (waaronder morsen) in de genoemde riolering kan komen. Zienswijze 5. Paragraaf Stoffen en preparaten (ABM), voorschrift 3.1.5 t/m 3.1.13. Volgens de aanvraag zijn er geen lozingen van stoffen in het afvalwater, behoudens spuiwater en huishoudelijk afvalwater. Deze hele paragraaf is derhalve overbodig. Onze reactie Voor indirecte lozingen is de “Instructieregeling lozingsvoorschriften milieubeheer” van toepassing. In het kader van deze regeling moeten voorschriften opgenomen worden die gericht zijn op de bescherming van het openbaar riool, een zuiveringtechnisch werk of de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringtechnisch werk behorende apparatuur.

Verder moeten voorschriften opgenomen worden, die bepalen dat het afvalwater van dien aard moet zijn dat de kwaliteit van het rioolslib er niet door wordt aangetast zodat de verwerking van dit slib niet wordt belemmerd. Daarnaast dienen voorschriften te worden opgenomen die bepalen dat het afvalwater van dien aard moet zijn dat de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden beperkt. In de aanvraag is aangegeven dat bedrijfsafvalwater per as wordt afgevoerd en niet op de riolering wordt geloosd. Er vinden echter wel lozingen van afvalwater plaats. Dit betreft afvalwater van huishoudelijke aard en spuiwater. Binnen de inrichting worden diverse stoffen gebruikt die in het afvalwater terecht zouden kunnen komen. De betreffende voorschriften zijn aan de vergunning verbonden om de kwaliteit van het te lozen afvalwater te borgen. Deze zienswijze geeft ons geen aanleiding om het besluit aan te passen. Zienswijze 6. Voorschrift 3.1.16 bevat een ongeldige verwijzing. Onze reactie De zienswijze is terecht. De verwijzing in het betreffende voorschrift hebben wij aangepast. Zienswijze 7. Voorschrift 5.1.1 is veel te ruim geformuleerd. Het is niet duidelijk wat moet worden verstaan onder productinstallaties. Het onderzoeksrapport van BlueTerra bevat reeds de conclusie dat bepaalde technieken niet energiezuiniger kunnen.

En dat financiële haalbaarheid in het geding is. De genoemde datum is te vroeg. Verzoek is het voorschrift aan te passen en af te stemmen op het voorstel van VEBE. Onze reactie De zienswijze is gedeeltelijk terecht. Wij hebben het voorschrift gewijzigd. De term productinstallaties hebben wij vervangen door installaties en systemen. Zo is duidelijk dat het energieonderzoek betrekking moet hebben op alle installaties en systemen binnen de inrichting.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

In onze overwegingen hebben wij aangegeven waarom wij een aanvullend onderzoek noodzakelijk achten. Wij hebben overwogen dat het onderzoeksrapport van BlueTerra inzicht geeft in de mogelijkheden die toegepast kúnnen worden op de nieuwe locatie. Wij hebben ook aangegeven dat de notitie geen inzicht geeft in de keuzes die door Vebe gemaakt zijn of worden voor wat betreft welke installaties en maatregelen op de nieuwe locatie getroffen gaan worden.

De in het voorschrift opgenomen datum hebben wij aangepast. De genoemde datum hebben wij uit het voorschrift verwijdert. In de laatste zin van het voorschrift hebben wij verduidelijkt dat installaties en/of systemen niet eerder mogen worden geplaatst en/of in gebruik worden genomen dan nadat bovengenoemd onderzoek ter goedkeuring aan het bevoegd gezag is overgelegd en goedgekeurd. Omdat in voorschrift 5.1.2 een koppeling is gemaakt met de uitvoering van een vervolgonderzoek, hebben wij ook dat voorschrift aangepast. Het vervolgonderzoek moet vierjaarlijks, te beginnen 4 jaar na goedkeuring door het bevoegd gezag van het in voorschrift 5.1.1 bedoelde onderzoek, worden ingediend. Zienswijze 8. Voorschrift 6.1 is niet rechtszeker. De beoordelingshoogte en de rekenmethode zijn niet opgenomen. Onze reactie De zienswijze is terecht. Wij hebben de geluidvoorschriften op deze punten aangepast. Zienswijze 9. Er is onterecht vanuit gegaan dat sprake is van een geluidgezoneerd industrieterrein. Daarnaast wordt verzocht om de geluidvoorschriften aan te passen. Met een verwijzing naar de uitspraak van de ABRvS van 11 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9308, r.o. 2.4 e.v. wordt verzocht om de geluidgrenswaarden gelijk te stellen aan de gehanteerde richtwaarden, omdat daarmee de omgeving in voldoende mate wordt beschermd, ondanks dat de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus lager zijn.

Onze reactie De zienswijze is terecht. Wij zijn er in de beschikking inderdaad ten onrechte vanuit gegaan dat sprake is van een geluidgezoneerd industrieterrein. Daarvan is in onderhavige situatie geen sprake. Wij hebben onze overwegingen en geluidvoorschriften hierop aangepast. Voor zover de zienswijze ziet op het gelijkstellen van de geluidgrenswaarden aan de richtwaarden zien wij aanleiding om de (ontwerp)beschikking te wijzigen. Voorschrift 6.1.1 hebben wij op dit punt gewijzigd. Zienswijze 10. In dit voorschrift zijn grenswaarden van het maximaal geluidniveau opgenomen, zoals berekend in het akoestisch onderzoek behorende bij de aanvraag. Omwille van een flexibele vergunning, waarbij toch voldoende waarborg is ter beperking dan wel voorkoming van geluidhinder, verzoekt de aanvrager om ter plaatse van woningen van derden de grenswaarden van 70 dB(A) in de dagperiode voor de maximale geluidniveaus aan de vergunning te verbinden. Verwezen wordt onder andere naar ABRvS 200609274/1 d.d. 15 augustus 2007 en ABRvS 200608909/1 d.d. 18 juli 2007. Onze reactie De zienswijze is terecht. Voorschrift 6.1.2 hebben wij op dit punt gewijzigd.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit Naast de wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, hebben wij enkel wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerpbesluit. Dit betreft: 

Enkele tekstuele wijzigingen die de leesbaarheid van het document bevorderen;

Hernummering van de voorschriften onder 4.1 bodem

Formulering van de motivatie om vertrouwelijke stukken niet openbaar te maken in verband met het inwerking treden van de Wet open overheid op 1 mei 2022 (hiervoor de Wet openbaarheid van bestuur);

Per abuis is in het (onderdeel milieu van het) ontwerpbesluit een overweging opgenomen voor de inrichting een aanvraag voor een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming is aangevraagd en daarom de Wnb niet aanhaakt. Onderdeel van het besluit is echter een door de provincie Overijssel afgegeven (ontwerp) vvgb. De Wet natuurbescherming haakt voor wat betreft gebiedsbescherming (stikstof) wel aan. De tekst hebben wij aangepast;

In figuur 1, beoordelingspunten is per abuis een verkeerde huisnummeraanduiding weergegeven voor het adres Cellemuiden 23 te Genemuiden. Dit hebben wij aangepast.

Conclusie: de inhoud van de ingebrachte zienswijzen zijn voor ons college geen reden om de gevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12098305/3