CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke Onderbouwing AHOED Prinsenstraat Hasselt compleet

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen AHOED en aanverwante voorzieningen Hasselt28.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In dit geval is door Sigma milieu een bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 5.2.2

Situatie projectgebied

Grond Bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrond (0.55-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Grondwater Peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Situatie projectgebied

In paragraaf 5.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden). Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie projectgebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met daarop middels de blauwe ster de locatie van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 5.1

Uitsnede risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Opgemerkt wordt dat in afbeelding 5.1 ten zuidwesten, op een afstand van circa 330 meter van het projectgebied, een risicovol object is weergegeven. Dit betreft een tankstation waar tevens LPG kan worden getankt. De risicocontouren zijn afkomstig van een LPG-Vulpunt, -reservoir en -afleveringinstallatie. Tevens is

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing ter plaatse sprake van een bovengrondse propaantank. In de onderstaande tabel zijn de plaatsgebonden- en groepsrisicocontouren van de betreffende objecten weergegeven: Risicovol object LPG-vulpunt LPG-reservoir LPG-afleverinstallatie Propaantank

GR-contour 150 meter 150 meter -

PR 10-6 contour 25 meter 120 meter 15 meter 15 meter

Op basis van de vorenstaande contouren en het gegeven dat het projectgebied op circa 330 meter van deze risicobronnen ligt, wordt geconcludeerd dat een nadere verantwoording niet noodzakelijk is. Tot slot wordt opgemerkt dat de groene objecten zichtbaar in afbeelding 5.1, kwetsbare objecten betreffen. Deze behoeven geen nadere aandacht, omdat het voornemen niet ziet op het toevoegen van een risicovol object. 5.4.3

Conclusie

Eén en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. Bij ‘gemengde gebieden’ moet gedacht worden aan: • • • •

stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.

De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het projectgebied ligt in de kern Hasselt. Rondom het projectgebied komen diverse maatschappelijke functies, alsmede woonfunctie voor. Gelet op het vorenstaande, is ter plaatse sprake van een zekere menging van functies. Daarom wordt voor dit plan uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie projectgebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Ten aanzien van de AHOED-voorziening wordt opgemerkt dat een dergelijk voorziening op basis van de VNGuitgave het beste kan worden vergeleken met de functie ‘Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven’. Dit betreft een milieucategorie 1 activiteit. Hiervoor geldt geen richtafstand in het ‘gemengd gebied’. De AHOEDvoorziening resulteert daarmee niet in een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Binnen het projectgebied zijn geen nieuwe milieugevoelige objecten voorzien. Van enige vorm van hinder van de in de omgeving aanwezige functies is dan ook geen sprake. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

5.6

Ecologie

5.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.6.2

Gebiedsbescherming

5.6.2.1 Natura 2000-gebieden In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’ ligt op een afstand van circa 335 meter. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen.

Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen heeft BJZ.nu een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd voor de toekomstige gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Hierna wordt de belangrijkste conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. Op basis van de AERIUS-berekeningen blijkt dat voor de aanlegfase/gebruiksfase sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee sprake van een stikstofdepositie met mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten zijn daarom niet uit te sluiten. Een ecologische voortoets moet uitwijzen of de voorgenomen ontwikkeling een significant negatief effect heeft op de Natura 2000-gebieden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Gelet op de resultaten uit het hiervoor beschreven stikstofonderzoek, is door Ecofect een ecologische voortoets uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Op basis van de ecologische voortoets wordt geconcludeerd dat de berekende stikstofdeposities als niet significant worden beschouwd. Hierdoor wordt geconcludeerd dat in dit kader geen sprake is van een Wnbvergunningplichtige ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling is voor wat betreft het onderdeel stikstof uitvoerbaar. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN ligt op ruim 270 meter afstand van het projectgebied. Gezien de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.6.3

Soortenbescherming

5.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.6.3.2 Situatie projectgebied In voorliggend geval is door Natuurbank Overijssel een quickscan flora & fauna uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport in opgenomen in bijlage 5 van deze ruimtelijke onderbouwing. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. De inrichting en het gevoerde beheer maken het projectgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het projectgebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het projectgebied, maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het projectgebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren, beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het projectgebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het projectgebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijk consequenties 5.6.4

Conclusie

Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

5.7

Archeologie & Cultuurhistorie

5.7.1

Archeologie

5.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie projectgebied De locatie is getoetst aan de Archeologische Waarderingskaart Zwartewaterland. Het volledige projectgebied valt binnen het 10%-gebied. In een 10% gebied zijn de verwachtingen onbekend en geldt er geen onderzoeksplicht in het kader van archeologie. 5.7.2

Cultuurhistorie

5.8.7.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.7.2 Situatie projectgebied Binnen het projectgebied zijn geen monumenten, karakteristieke bouwwerken of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 5.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen nader archeologisch onderzoek benodigd is en het aspect cultuurhistorische geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

5.8

Besluit milieueffectrapportage

5.8.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.8.2

Situatie projectgebied

5.8.2.1 Passende beoordeling In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling dat voorziet in de realisatie van een AHOED-voorziening met bijbehorende voorzieningen. Gelet op de resultaten uit het stikstofonderzoek alsmede de ecologische voortoets (zie ook paragraaf 5.6.2) wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van de aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.8.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit deze aanmeldnotitie is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling, opgenomen in bijlage 6 van deze ruimtelijke onderbouwing. 5.8.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig. Er zijn eveneens geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de verlening van de omgevingsvergunning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Waterschap Drents Overijsselse Delta (DOD)

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in de Watervisie “Meer dan water”. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is de watervisie uitgewerkt. Het Waterbeheerprogramma geeft voor de periode 2022 tot en met 2027 aan wat de maatregelen zijn om het watersysteem, de waterketen en de waterkeringen op orde te brengen. Ook zijn de maatschappelijke doelen voor duurzaamheid, circulaire bedrijfsvoering, klimaatadaptatie, educatie en voorlichting uitgewerkt. 6.1.5

Gemeente beleid

6.1.5.1 Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) Het beheer van het riool is één van de kerntaken van de gemeente. Het beleid voor rioleringszorg in Zwartewaterland staat in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), zoals vastgesteld op 20 november 2015.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Duurzaamheid en de scheiding van hemel- en afvalwater staan in Zwartewaterland centraal. Bovendien is er aandacht voor sociale- milieu-, omgevings- en economische aspecten. In het GRP staat op welke wijze de gemeente binnen de planperiode haar riolerings- en watertaken invult, welke werkzaamheden zij hiervoor doet en gaat doen, wat het kost en op welke wijze deze kosten gedekt worden. 6.1.5.2 Waterplan Zwartewaterland Gelet op de ligging van de gemeente te midden van veel water is een goede waterhuishouding van dit gebied van essentieel belang. Diverse woonwijken hebben te maken met relatief hoge grondwaterstanden en relatief hoge oppervlaktewaterstanden. Dit vergt een goede afstemming. In het waterplan zijn met de waterpartners in dit gebied afspraken gemaakt ten aanzien van het beleid en de uitvoering van maatregelen. Het beleid en maatregelen zijn geformuleerd rondom de pijlers waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. Ook is een samenhangend beeld geschetst van de wensen en de noodzakelijke ingrepen die hiervoor nodig zijn.

6.2

Watertoets

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De digitale watertoets heeft geleid dat de zogenaamde 'normale procedure' van de watertoets van toepassing is. In dit kader is in december (2022) contact geweest met het waterschap. Het waterschap heeft hierin advies uitgebracht ten aanzien van de invulling van de waterparagraaf. Hier is in deze paragraaf rekening mee gehouden. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 7 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Hierna wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in het projectgebied.

6.3

Waterparagraaf

6.3.1

Algemeen

Het waterschap adviseert om de uitgangspunten te verwerken in deze paragraaf. Hierna wordt op de verschillende uitgangspunten ingegaan:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Watersysteem Binnen het projectgebied ligt een beschermingszone van een A-watergang en een B-watergang. De functie van deze watergangen moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. In dit plan wordt hiermee rekening gehouden door langs deze watergangen de zone voor beheer en onderhoud te waarborgen. Er is tevens geen sprake van maatregelen aan deze watergang. Er wordt geen deel gedempt en er worden geen bouwwerken of grondwerken uitgevoerd nabij deze watergang. Tot slot wordt opgemerkt dat er met dit plan niet wordt voorzien in lozing van vervuild water op deze watergangen. Beheer en onderhoud De manier van onderhoud van de watergang veranderd door de nieuwe situatie niet ten opzichte van de oude situatie. Er blijft, conform de huidige situatie, voldoende ruimte om de watergang te beheren en onderhouden. Waterveiligheid •

Overstromingsrisico

Algemeen De provincie Overijssel schrijft voor dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in overstroombaar gebied een overstromingsrisicoparagraaf moet worden opgenomen in de toelichting bij bestemmingsplannen. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal gesproken niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan) als gevolg van een extreme gebeurtenis. Het gaat zowel om buitendijkse gebieden die bij hoogwater overstromen (bijvoorbeeld uiterwaarden) als om de beschermde gebieden achter de dijk (binnendijkse gebieden) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Inzet is het voorkomen van slachtoffers en van economische schade. Het projectgebied ligt binnen dijkring 9 ‘Vollenhove’. Vanwege deze ligging dient er een nadere motivering plaats te vinden. Risico-inventarisatie De ernst van een overstroming wordt bepaald door: • de maximale waterdiepte tijdens een overstroming (is af te leiden uit de risicokaart); • de kans op een overstroming; • de beschikbare tijd voor evacuatie / noodmaatregelen (hoe lang duurt het tot het water er is?). Op de risicokaart komt het volgende kaartbeeld naar voren bij overstromingen van een middelgrote kans heeft (1/100 jaar). Dit zijn de overstromingen vanuit het primaire systeem (bijvoorbeeld de IJssel of de Vecht) waar de dijken een strenge norm hebben.

Voor de betreffende locatie wordt een waterdiepte van 0,0 tot maximaal 1,5 m gevonden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient het projectgebied te worden opgehoogd. Het maaiveld ter plaatse van den AHOED-voorziening ligt lager dan de omgeving. Door deze ophoging is de kans op overstroming al grotendeels verdwenen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt er echter alsnog ingegaan op eventuele noodmaatregelen en evacuatiemogelijkheden. Evacuatie en (nood)maatregelen Bij de ontwikkeling van het projectgebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. De volgende maatregelen zullen worden genomen; • • •

aanvullend ophogen (zie voorgaand) van het projectgebied; voldoende hoog aanbrengen vloerpeil ter plaatse van de bebouwing; evacuatiemogelijkheden in meerdere richtingen vanaf het projectgebied;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing •

aansluiting van het projectgebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft.

Wateroverlast Het plan wordt zo ontworpen dat kortstondige hevige buien zonder problemen kunnen worden opgevangen in de openbare ruimte of op particulier terrein. Rondom het gebouw is hier voldoende ruimte voor. Compensatie is niet aan de orde, gezien het plan qua toename van bebouwing kleinschalig is. In dit geval al er nauwelijks sprake zijn van de afvoer van vervuild hemelwater. Het schoon hemelwater kan vanaf het dak van het te bouwen gebouw af worden geïnfiltreerd of gevoerd naar het oppervlaktewater. Er wordt met het gebouw rekening gehouden met duurzaam bouwen. Tot slot worden er ten aanzien van waterkwaliteit geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater met zich meebrengen. Met de bouw van het gebouw worden duurzame materialen zoals hout en steen toegepast. Riolering Er is in dit geval geen sprake van een onevenredige uitbreiding van de rioolcapaciteit. Het afvalwater afkomstig van het te realiseren gebouw, kan eenvoudig afgewikkeld worden op het bestaande riool. Dit wordt overigens gescheiden van het hemelwater afgevoerd. Watercompensatie Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt het verhard oppervlak binnen het projectgebied beperkt toe. Het gaat om circa 200 tot 300 m². Gelet op deze geringe toename van verharding, zijn geen extra watercompenserende maatregelen benodigd.

Hemelwater Hemelwater wordt ter plaatse van het projectgebied geïnfiltreerd in de bodem. Daarnaast is er de mogelijkheid om hemelwater eveneens te loodsen op oppervlaktewater aan de zuidzijde van het projectgebied. Daarnaast is in afbeelding 6.1 weergegeven wat de overstromingsrisico’s zijn bij piekbuien. Zichtbaar is dat het projectgebied een risicovolgebied is. Echter, door het projectgebied op te hogen, wordt dit risico verminderd danwel weggenomen. Naar verwachting zal het hemelwater na ophoging van het projectgebied (ter plaatse van de AHOEDvoorziening) nog kunnen stromen naar het te realiseren parkeerterrein. Zodoende wordt voorkomen dat de genoemde ophoging resulteert in onevenredige gevolgen voor omliggende functies.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 6.1

Waterdiepte bij hevige bui (Bron: Deltares / Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR))

Externe werking ruimtelijk plan Bij de externe werking gaat het erom dat het grond- en oppervlaktewatersysteem wordt beschermd en gehandhaafd om nadelige gevolgen op de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. In dit geval wordt dit bereikt door de grondwaterstanden binnen het in te richten projectgebied tijdens en na het bouwrijp maken niet structureel te verlagen. Daarnaast wordt er bij de bouw rekening gehouden met de bodemgesteldheid en de relatief hoge grondwaterstanden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met verlening van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Zwartewaterland. Hierin is tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 8

VOOROVERLEG

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

8.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

8.2

Provincie Overijssel

Het plan wordt in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel voorgelegd.

8.3

Waterschap Drents Overijsselse Delta

In het kader van voorliggend plan is er een digitale watertoets uitgevoerd via de website www.dewatertoets.nl. Hieruit is gebleken dat de normale procedure van toepassing is. Het waterschap heeft uitgangspunten gedeeld. In de waterparagraaf behorende bij deze ruimtelijke onderbouwing is hier rekening mee gehouden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 1

Ladderonderbouwing

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

QUICKSCAN LADDERONDERBOUWING AHOED HASSELT 29 JULI 2022

QUICKSCAN LADDERONDERBOUWING AHOED HASSELT 29 JULI 2022

Status: concept-eindrapportage Datum: 29 juli 2022 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Hoge Gouwe 93 2801 LD Gouda 0182 - 689416 www.stedplan.nl BSP@sweco.nl Team Gebiedsontwikkeling en strategie Pim Steenbergen MSc Voor meer informatie: Pim Steenbergen, pim.steenbergen@sweco.nl Review: Guido van der Molen In opdracht van: BJZ.nu

De in dit document verstrekte informatie mag uitsluitend worden gebruikt in het kader van de opdracht waarvoor deze is opgesteld. Elk ander gebruik behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van Bureau Stedelijke Planning BV©. Projectnummer: 52100478 Referentie: 52100478_BJZ.nu AHOED Hasselt

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

6

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

7

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING .................................................................. 9 1.1 PROJECT 1.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

2

GEMEENTELIJKE BELEIDSKADERS ......................................................................... 11

3

VRAAGONTWIKKELING ........................................................................................ 12 3.1 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN 3.2 BEVOLKINGSONTWIKKELING 3.3 VRAAGONTWIKKELING

4

AANBODONTWIKKELING ..................................................................................... 15

5

LADDERRUIMTE AHOED HASSELT ......................................................................... 17 5.1 VRAAG – AANBOD CONFRONTATIE 5.2 RUIMTELIJK ECONOMISCHE EFFECTEN

6

INLEIDING

INLEIDING

In Hasselt hebben de lokale huisartsen en apotheek het voornemen om hun activiteiten te clusteren in een Apotheek en Huisartsen Onder Een Dak (AHOED). Door de clustering van de activiteiten kan er betere zorg worden geleverd. De beoogde ontwikkeling is een transformatie van een aantal parkeerplaatsen en groen nabij het gebouw ‘Linksaf’. Ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan voor de locatie is een ladderonderbouwing van de AHOED nodig. BJZ.nu heeft Bureau Stedelijke Planning gevraagd om deze voor de gezondheidszorgfuncties op te stellen. Aangezien de locatie is gesitueerd binnen het bestaand stedelijk gebied is enkel een onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan deze functies noodzakelijk.

De Ladder voor Duurzame Verstedelijking Het Rijk vereist een zorgvuldige afweging van het ruimtegebruik. Overheden dienen op grond van het Besluit ruimtelijke ordening nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren aan de hand van de zogenoemde Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hierbij moet worden opgemerkt dat per 1 juli 2017 de wet over de Ladder gewijzigd is. De kernbepaling van de nieuwe Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt als volgt: ‘De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.’ Bij een Ladderonderbouwing vindt een analyse plaats van de vraag en het aanbod in een onderzoeksgebied en beoordeelt zo of er sprake is van een behoefte.

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE BEHOEFTE

HUISARTS Kengetal

0,55 huisarts per 1.000 inwoners

Vraag

2022: 4 huisartsen in de woonkern Hasselt 2032: 5 huisartsen in de woonkern Hasselt

Aanbod

In de woonkern Hasselt zijn 3 huisartsen.

Behoefte

Kwantitatief: 2 additionele huisartsen tot 2032. De huidige 3 huisartsen hebben de wens uitgesproken om te verhuizen. Kwalitatief: Het gezondheidscentrum voldoet beter aan de huisvestingseisen van de huidige 3 huisartsen. Ook is er in de toekomst de ruimte om meer huisartsen te huisvesten. Verder heeft het meerdere voordelen voor de patiënt en de huisartsen zelf. De patiënten kunnen alle zorg vinden onder een dak en makkelijker doorverwezen worden naar een specialist. De artsen kunnen zich specialiseren en kennis, kosten en ondernemerschap delen. Daarnaast is een gezondheidscentrum een meer toekomstbestendige manier van huisvesten dan de huisartsen praktijk aan huis. Zeker met het oog op overdracht van de praktijk en de toekomstige behoefte aan additionele huisartsen in Hasselt.

TABEL 1 VRAAG, AANBOD EN BEHOEFTE AAN HUISARTSEN Bron: CBS (2022), Stipo (2012), Nivel (2019)

APOTHEEK Kengetal

0,12 apotheken per 1.000 inwoners

Vraag

2022: 1 apotheken in de woonkern Hasselt 2032: 1 apotheken in de woonkern Hasselt

Aanbod

De woonkern Hasselt heeft 1 apotheek

Behoefte

Kwantitatief: 1 apotheek. De bestaande apotheek heeft de wens om te verhuizen uitgesproken. Kwalitatief: De apotheek heeft voordelen van de clustering in het gezondheidscentrum met de huisartsen. Patiënten kunnen meteen na hun bezoek aan de huisarts de voorgeschreven medicijnen ophalen. Op de huidige locatie is er beperkte parkeerruimte voor de deur wat de bereikbaarheid verslechterd. De nieuwe locatie heeft meer parkeerruimte.

TABEL 2 VRAAG, AANBOD EN BEHOEFTE AAN APOTHEKEN Bron: CBS (2022), Stipo (2012), Nivel (2019)

7

8

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

RUIIMTELIJK ECONOMISCHE EFFECTEN

•

•

•

De achterblijvende panden creëren naar verwachting geen onaanvaardbare leegstand. Twee praktijken zijn aan huis en kunnen bij de woningen worden gevoegd. De andere twee panden liggen in het winkelgebied van de binnenstad. In de binnenstad is weinig leegstand is. De verplaatsing van de praktijken zorgt daarmee niet voor onaanvaardbare ruimtelijke effecten (= leegstand). De bereikbaarheid van de huisartsen blijft gelijk. Het wordt gemakkelijker om te parkeren nabij het gezondheidscentrum dan dat het nu is bij de zorgaanbieders in het centrum. Op de beoogde locatie bevindt zich nu het gebouw ‘Linksaf’, parkeerplekken en een skatepark. De parkeerplekken en skatepark komen terug op de locatie. Het gebouw ‘Linksaf’ is niet in gebruik en is aangewezen door de gemeente voor herontwikkeling. Met dit plan krijgt dit gebied een nieuw leven.

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

9

1 LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

1.1 PROJECT In Hasselt zijn er momenteel drie huisartspraktijken (Nieuwstraat 14, Van Haersoltelaan 4 en Hoogstraat 47) en een apotheek. Twee van de praktijken zijn huisartsen aan huis1. Onderstaande kaart geeft de huidige spreiding van huisartsen en de apotheek in Hasselt weer.

FIGUUR 1 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE LOCATIES

In de toekomst willen de huisartsen zich graag gezamenlijk op een locatie huisvesten. Dit heeft meerdere voordelen. Een gezamenlijke locatie is meer toekomstbestendig, daarbij kan de zorg efficiënter worden geleverd door specialisatie en de nabijheid andere zorgverleners (o.a. de apotheek). Behalve ruimte voor de huisartsen en de apotheek komen er ook praktijkruimten voor andere zorgleveranciers, zoals een fysiotherapeut of GGZ-medewerker. Ook is op de nieuwe locatie ruimte om het huisartsen aantal uit te breiden of extra huisartsen in dienst te nemen of een extra praktijk toe te voegen. In totaal zijn er plannen voor 695 m2 voor huisartsen, 230 m2 apotheek en 235 m2 voor overige gezondheidszorg functies. In totaal is dit een oppervlakte van 1.160 m2.

1

Van Haersoltelaan 4 en Hoogstraat 47.

10

LOCATIE- EN PROJECTBESCHRIJVING

Op de planlocatie bevinden zich nu een skatepark, parkeerplaatsen en het gebouw ‘Linksaf’. Dit gebouw is in eigendom van de gemeente en heeft een ‘clubhuis’ functie, maar staat momenteel leeg. De locatie is door de gemeente aangewezen voor herontwikkeling. De parkeerplaatsen en het skatepark worden verplaatst.

1.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

Het onderzoeksgebied omvat de kern en het buitengebied van Hasselt. Een gezondheidszorgcentrum heeft een wijkoverstijgende functie. Zeker in minder stedelijk gebieden zijn de bewoners toegewezen op de voorzieningen die worden aangeboden in de woonkern. Zij zullen niet snel voor eerstelijnszorg uitwijken naar andere woonkernen.

FIGUUR 2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

GEMEENTELIJKE BELEIDSKADERS

11

2 GEMEENTELIJKE BELEIDSKADERS

In dit hoofdstuk analyseren wij lokale beleidsstukken op relevante informatie voor het project. BELEID

BELANGRIJKSTE PUNTEN

Accommodatieplan ‘Krachtig Accomoderen’,

De huidige bebouwing op de planlocatie, ‘Gebouw

gemeente Zwartewaterland (2017)

linksaf’, valt niet onder de kern maatschappelijk vastgoedportefeuille van de gemeente Zwartwaterland. Dit gebouw staat op de nominatie voor verkoop of herontwikkeling.

De gemeente wil een andere rol aannemen in het beheer van maatschappelijk vastgoed. De gemeente wil niet zo zeer de eigenaar zijn, maar om adequate (betaalbare) ruimten aan bieden aan marktpartijen zoals kerken en zorginstellingen. Omgevingsvisie, Gemeente Zwartewaterland

Het plangebied ligt binnen het woongebied van

(2020) (pas bij ingang omgevingswet)

Hasselt. De gemeente streeft naar een hoog voorzieningenniveau, zowel commercieel als

publiek. Horeca en winkels worden zoveel mogelijk in het centrum gevestigd, er wordt niet specifiek ingegaan in zorgvoorzieningen. Wel moeten deze toegankelijk zijn voor alle doelgroepen. De nieuwe locatie is goed bereikbaar met voldoende parkeerplekken. Iets wat in het historische centrum nu minder het geval is. Structuurvisie Zwartewaterland, gemeente

Het plangebied is binnen de structuurvisie

Zwartewaterland (2012)

aangewezen als gebied voor voorzieningen. Verder stuurt de visie op het combineren van functies in multifunctionele centra. Het is belangrijk dat het

voorzieningenniveau op peil blijft. TABEL 3 BELEIDSANALYSE

12

VRAAGONTWIKKELING

3 VRAAGONTWIKKELING

De vraag naar huisartsen is berekend op basis van een dichthedenanalyse met kencijfers. Daarin is gekeken naar de huidige situatie en de bevolkingsontwikkeling van Hasselt.

3.1 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Verschuiving van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg Huisartsen hebben in de afgelopen jaren steeds meer taken overgenomen van het ziekenhuis. Ook is er door veranderingen in de ggz, jeugd- en ouderzorg meer druk gekomen op de huisarts. Een huisarts kan tegenwoordig niet meer zonder ondersteunend personeel zoals praktijkondersteuners en -managers.

Patiënt is zorgconsument De patiënt is steeds beter voorbereid en geïnformeerd. Digitaal is er steeds meer te regelen, zoals het inplannen van een afspraak of het verkrijgen van een herhaalmedicatie. De huisarts krijgt een meer dirigerende rol, waarbij de zorgvraag efficiënter kan worden aangepakt door het doorverwijzen naar specialisten, fysio of psycholoog.

Mismatch praktijkhouders Het algemene beeld is dat de ‘stoppende’ generatie overwegend man is, een praktijk aan huis heeft en full time werkte. De nieuwe generatie is overwegend vrouw, wil parttime werken en zijn meer geïnteresseerd in een ‘eigen’ praktijk. Landelijke gebieden hebben problemen om de vacatures te vullen, jonge huisartsen (en hun partners) willen zich hier vaak niet vestigen.

Digitalisering en innovatie Productinnovaties en eHealth geven patiënten meer inzicht in hun gezondheid. Hierdoor is minder contact met de huisarts nodig. Sinds corona zijn ook digitale consults gebruikelijker geworden.

3.2 BEVOLKINGSONTWIKKELING In 2021 woonde er 7.385 mensen binnen het onderzoeksgebied. Het overgrote gedeelte woont in de kern Hasselt. Ten opzichte van 2016 is het inwoneraantal toegenomen met 380 inwoners. 8000 7500 7000 6500 6000 5500 5000 2016

2017

2018

Kern Hasselt FIGUUR 3 BEVOLKINGSONTWIKKELING HASSELT Bron: CBS

2019

2020

Inclusief buitengebied Hasselt

2021

VRAAGONTWIKKELING

13

Landelijk is vergrijzing een belangrijke trend in de vraag naar zorgaanbieders. Een oudere bevolking leidt gemiddeld tot meer vraag in de zorg. In het onderzoeksgebied zien wij vergrijzing licht toe treden, maar relatief minder sterk dan in andere gebieden van Nederland. Het aantal 65+ers in de het onderzoeksgebied als percentage van de totale bevolking is toegenomen van 17% naar 19%. 100% 90%

17%

18%

19%

19%

19%

19%

28%

27%

27%

27%

26%

26%

23%

23%

24%

24%

24%

24%

12%

13%

12%

12%

13%

12%

19%

19%

19%

19%

19%

19%

2016

2017

2018

2019

2020

2021

80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

0 tot 15 jaar

15 tot 25 jaar

25 tot 45 jaar

45 tot 65 jaar

65 jaar of ouder

FIGUUR 4 BEVOLKINGSONTWIKKELING NAAR LEEFTIJDSGROEPEN Bron: CBS

Er bestaat geen bevolkingsprognose op het niveau van de kern Hasselt. Wel is er een bevolkingsprognose beschikbaar voor de gemeente Zwartewaterland. In deze prognose zien wij dat dat de totale bevolking in de gemeente tot 2050 nagenoeg gelijk blijft. In 2022 zijn er 23.000 inwoners, in 2030 22.900 en in 2050 zijn er 23.100 inwoners. Wel treedt er vergrijzing op. Dit verhoogt de vraag naar zorg in de toekomst. 25000

20000

15000

10000

5000

0 2022

2025

2030

0 tot 20 jaar

2035 20 tot 65 jaar

FIGUUR 5 BEVOLKINGSPROGNOSE GEMEENTE ZWARTEWATERLAND Bron: CBS

2040 65 jaar of ouder

2045

2050

14

VRAAGONTWIKKELING

De bevolkingsprognose van het CBS is gebaseerd op veronderstelling over de toekomstige trends rond geboorte, sterfte, migratie en overgangen tussen huishoudensposities (scheidingen etc.). Hierin wordt dus niet gekeken naar woningbouwplannen. In Hasselt is er plancapaciteit van zo’n 560 woningen, waarvan 460 harde plancapaciteit. Het grootste gedeelte van deze plancapaciteit wordt gerealiseerd in het project ‘Hasselt om de Weede’. Dit project omvat een nieuwe woonwijk met landelijk wonen. Er zijn hier vrijwel alleen maar eengezinswoningen gepland. De gemiddelde huishoudensgrootte in de gemeente Zwartewaterland is 2,65. Gezien de bouwplannen is het aan te nemen dat deze huishoudensgrootte representatief is voor de nieuwbouw. Dit betekent het inwoneraantal toe neemt met 1.220 inwoners, bij een toevoeging van 460 nieuwe woningen. Dit wijst erop dat het inwoneraantal van de kern Hasselt wel toe neemt, terwijl het inwoneraantal van de gemeente stabiel blijft.

3.3 VRAAGONTWIKKELING KWANITATIEF

In Nederland zijn er 0,55 huisartsen per 1.000 inwoners.2 Voor apotheken geldt een dichtheid van 0,12 apotheken per 1.000 inwoners. PARAMETER

HUISARTSEN

APOTHEKEN

Inwoners huidig

7.385

7.385

Dichtheid (per 1.000 inwoners)

0,55

0,12

Vraag

4,06

0,89

Inwoners toekomstig

8.605

8.605

Vraag toekomstig

4,75

1,03

DICHTHEID Bron: Nivel, CBS

Op basis van de huidige bevolking is er behoefte in Hasselt aan 4 huisartsen en 1 apotheek. In de toekomst stijgt deze vraag naar 4,75 oftewel 5 huisartsen en 1 apotheek. KWALITATIEF

•

2

Het inwoneraantal van Hasselt gaat groeien. De meeste huizen die worden bijgebouwd zijn gezinswoningen. De additionele vraag vanuit vergrijzing zal daarmee in Hasselt mee vallen.

Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg - Nivel (2019), CBS (2022)

VRAAGONTWIKKELING

•

•

•

• •

•

3

Twee van de drie huisartsen hebben nu een praktijk aan huis. Een van deze twee huisartsen, huisarts aan de Hoogstraat 47, heeft zijn praktijkruimte aan het huis van zijn voorganger.. Dit geeft een onwenselijke situatie. Huisartspraktijken aan huis bemoeilijken het vinden van een opvolger aangezien zij of op zoek moeten naar een nieuwe praktijkruimte of de praktijkruimte aan huis moeten gebruiken. Wat als gevolg heeft dat de oud-huisarts moet verhuizen of de oud-huisarts in enige mate betrokken blijft bij de praktijk. De rol van de huisarts verandert, kijkend naar de trends en ontwikkelingen. Dit heeft als gevolg dat gezondheidscentra steeds meer geschikt zijn voor huisartsen t.o.v. de klassieke huisvesting aan huis. Uit cijfers blijkt dat in gezondheidscentra minder patiënten worden doorverwezen naar de tweedelijns gezondheidszorg.3 Voor patiënten heeft een gezondheidszorgcentrum het voordeel dat alle zorgaanbieders bij elkaar zijn. Na het bezoek aan de huisarts kan de patiënt meteen door naar de apotheek voor medicatie of een afspraak maken bij de fysiotherapeut. Alles is handig onder een dak te vinden. Ook voor zorgverleners heeft een gezondheidscentrum meerdere voordelen:4 − Zo kunnen zij makkelijker contact met elkaar hebben bij ingewikkelde zorgvragen. − Het is commercieel gunstig, zij kunnen klanten naar elkaar doorsturen en de kosten voor ondersteunend personeel delen.

− De werk-privé balans is beter dan bij een praktijk aan huis. − Een gezondheidscentrum gemakkelijker om een huisarts in te huren / een huisarts te zijn zonder eigen praktijk. Dit maakt het aantrekkelijker voor jonge huisartsen of huisartsen die niet de ambitie hebben om praktijkhouder te zijn. − Een arts kan zich meer toeleggen op specialismen.

NIVEL (2010), Zorgaanbod, organisatie en strategie van gezondheidscentra in Nederland https://www.medischondernemen.nl/artikel/succesvol-realiseren-van-eengezondheidscentrum#:~:text=Voordelen,te%20hebben%20bij%20ingewikkelde%20zorgvragen. 4

15

16

AANBODONTWIKKELING

4 AANBODONTWIKKELING

Het huidige aanbod in de kern Hasselt bestaat uit 3 huisartspraktijken en 1 apotheek. Dit betekent dat het volledige aanbod onderdeel uit maakt van de samenvoeging in de AHOED praktijk. ZORGAANBIEDER

LOCATIE

Huisarts op Hoogstraat 47

De huisarts op Hoogstraat 47 maakt gebruik van de praktijkruimte van zijn voorganger. Deze praktijkruimte is gevestigd aan huis van de gepensioneerde huisarts in de oude binnenstad van Hasselt.

Huisarts op Nieuwstraat 14

Huisarts Nieuwstraat 14 heeft korte tijd geleden de praktijk van haar voorganger overgenomen. Deze huisarts is gevestigd in een pand in de oude binnenstad.

Huisarts op Van Haersoltelaan 4

De huisarts aan de Van Haersoltelaan 4 heeft een praktijk aan huis in een woonwijk in Hasselt.

Apotheek

De apotheek bevindt zich in de binnenstad van Hasselt.

TABEL 4 HUIDIG AANBOD

Behalve de voorgenomen verhuizing zijn er binnen de kern geen plannen bekend van nieuwe huisartsen, apotheken of gezondheidscentra. Er is dus geen extra toekomstig (plan)aanbod, buiten de huidige zorgaanbieders om. Het huidige pandoppervlakte van de huisartsen en apotheek is 1.280 m2 verspreid over 4 locaties. De toekomstige locatie heeft een kleiner oppervlakte.

LADDERRUIMTE AHOED HASSELT

5 LADDERRUIMTE AHOED HASSELT

5.1 VRAAG – AANBOD CONFRONTATIE In dit hoofdstuk confronteren wij de vraag en het aanbod om te komen tot de behoefte. Dit doen wij zowel kwantitatief als kwalitatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13953703/1