CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke Onderbouwing AHOED Prinsenstraat Hasselt compleet

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen AHOED en aanverwante voorzieningen Hasselt28.018 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

\

Ruimtelijke onderbouwing

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED)

November 2023

Status: Definitief

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING HASSELT, PRINSENSTRAAT ONG. (AHOED)

Plannaam: Plantype: Datum: Status:

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing November 2023 Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING .............................................................................................................................................4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED .................................................................................................................4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ....................................................................................................................5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING .................................................................................................6 LEESWIJZER ..............................................................................................................................................6

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 2.1 2.2

HASSELT ..................................................................................................................................................8 HET PROJECTGEBIED EN DE OMGEVING ...........................................................................................................8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

ALGEMEEN .............................................................................................................................................10 AHOED-VOORZIENING .............................................................................................................................10 VERKEER EN PARKEREN .............................................................................................................................11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .......................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID ............................................................................................................................................14 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................16 GEMEENTELIJK BELEID...............................................................................................................................23

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID ..................................................................................................................................................26 BODEM..................................................................................................................................................26 LUCHTKWALITEIT .....................................................................................................................................27 EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................28 MILIEUZONERING ....................................................................................................................................30 ECOLOGIE...............................................................................................................................................32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ............................................................................................................34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ............................................................................................................35

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN....................................................................... 36 6.1 6.2 6.3

VIGEREND BELEID.....................................................................................................................................36 WATERTOETS ..........................................................................................................................................37 WATERPARAGRAAF ..................................................................................................................................37

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................. 41 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG .......................................................................... 42 8.1 8.2 8.3

HET RIJK ................................................................................................................................................42 PROVINCIE OVERIJSSEL .............................................................................................................................42 WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA .................................................................................................42

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ........................................................ 43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

LADDERONDERBOUWING...................................................................................................................44 VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................................................45 STIKSTOFONDERZOEK........................................................................................................................46 ECOLOGISCH VOORTOETS ..................................................................................................................47 QUICKSCAN ECOLOGIE ......................................................................................................................48 VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING .......................................................................................................49 WATERTOETSRESULTAAT ...................................................................................................................50

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een gebied (hierna: projectgebied) langs de Prinsenstraat (ter hoogte van de openbare basisschool De Toermalijn) in Hasselt. Het voornemen ziet toe op de realisatie van een maatschappelijke voorziening waarbij apothekers en huisartsen onder een dak (AHOED) worden gevestigd. Het voornemen resulteert in een concentratie van maatschappelijke voorzieningen in de vorm van apothekers en huisartsen. Hiertoe zullen bestaande huisartsen die in de huidige situatie een huisartsenpraktijk aan huis hebben, zich concentreren in één gebouw. Naast de hiervoor genoemde ontwikkelingen, worden tevens parkeerplaatsen gerealiseerd. Het gaat hierbij om enerzijds het compenseren van parkeerplaatsen die met de realisatie van de AHOED-voorziening komen te vervallen, anderzijds dienen de parkeerplaatsen de parkeerbehoefte behorende bij de voorgenomen ontwikkelingen te faciliteren. Geconstateerd is dat de voorgenomen ontwikkelingen niet in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan, waardoor van het bestemmingsplan dient te worden afgeweken. Het voornemen kan middels een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure, conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), mogelijk worden gemaakt.

Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Prinsenstraat, in het zuiden van de kern Hasselt. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in de kern Hasselt (rode ster) en ten opzichte van de direct omgeving weergegeven (rode belijning).

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: Plattekaart.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ‘Woonwijken Zwartewaterland’ en ‘Paraplubestemmingsplan Wonen’. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk op 11 januari 2011 en 14 november 2021 vastgesteld. Ter duiding van het planologisch regime is hoofdzakelijk het bestemmingsplan ‘Woonwijken Zwartewaterland’ van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeeldingen van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied Zwartewaterland” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Bestemming ‘Groen’ Gronden voorzien van de bestemming ‘Groen’ zijn bestemd voor onder andere groenvoorzieningen, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair en speelvoorzieningen. Bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ Gronden voorzien van de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ zijn onder andere bestemd voor wegen, straten, paden, voet- en rijwielpaden, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen. Gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – industrie’ Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen vanwege de industrieterreinen “Zwarte Water” en “Meppeler Diep”, omdat op deze industrieterreinen geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn toegestaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 1.3.3

Strijdigheid

Het voornemen past niet binnen de functieomschrijving van de geldende bestemmingen. Hiervoor ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden. De gemeente Zwartewaterland wil de ontwikkeling daarom mogelijk maken een omgevingsvergunning conform de uitgebreide procedure. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat de herontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; 3. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 8; 4. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; 5. een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; 6. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 7. Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.7; voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 5.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de ontwikkeling van Hasselt en wordt een beschrijving van de huidige situatie in het projectgebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Zwartewaterland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Hasselt

Het stadje Hasselt ligt aan het Zwarte Water, nabij de monding van de Overijsselse Vecht. Het Zwarte Water had vroeger een open verbinding met de Zuiderzee. De eerste inwoners vestigden zich op de hoger gelegen zandruggen aan de rivierzijde. De oudste gedeelten van Hasselt zijn nog duidelijk herkenbaar, vanwege hun hogere ligging. Door de ligging aan een knooppunt van land- en waterwegen (o.a. de Dedemsvaart) werd Hasselt een belangrijk handelscentrum. Opgravingen hebben uitgewezen dat in een deel van Hasselt al rond 1000 voor Christus mensen aanwezig waren. Met het toenemen van de mobiliteit over de weg, het groter worden van schepen en het toenemende verbruik van steenkolen en later olie en gas verloor de Dedemsvaart en daarmee Hasselt haar economische betekenis. Het kanaal in Hasselt is nog wel aanwezig maar is inmiddels grotendeels gedempt. Het veenpakket in het noordoosten van Overijssel is verdwenen en voor de afvoer van overtollig water zijn andere oplossingen gevonden. Het succes van het kanaal werd tevens zijn ondergang. Langs het kanaal ontstond in het verleden bewoning en er kwam industrie en dat vereiste in de loop der jaren goede verbindingen over de weg. Die kwamen er, maar wel ten koste van het kanaal. Vanaf de jaren 60 van de 19e eeuw heeft zich in Hasselt een industrie ontwikkeld die haar speerpunten heeft in de (woning)bouw, wegenbouw en vloerbekleding.

Ook zijn in deze plaats enkele bedrijven gevestigd die een logistieke functie hebben of daaraan gerelateerd zijn. Door haar rijke verleden en de aanwezigheid van vele oude gebouwen die daaraan herinneren is er in Hasselt met het toenemen van de welvaart vanaf de jaren 70 een nieuwe bedrijfstak ontstaan: het toerisme. In afbeelding 2.1 zijn historische kaarten van Hasselt opgenomen, waarop de ontwikkeling goed zichtbaar is.

Afbeelding 2.1

2.2

Historische ontwikkeling van Hasselt, kaarten uit 1850, 1920, 1970 en 2015 (Bron: www.topotijdreis.nl)

Het projectgebied en de omgeving

Het projectgebied bevindt zich aan de Prinsenstraat in de kern Hasselt. Het projectgebied wordt aan de noordzijde gedeeltelijke begrensd door een aftakking van de Prinsenstraat en deels door de openbare basisschool De Toermalijn. De oostzijde van het projectgebied bevindt zich een gebouw met een maatschappelijke functie. Aan de zuidzijde en de westzijde vormen respectievelijk de Prinsenstraat en een groenvoorziening de begrenzing. De ruimtelijke structuur in en om het projectgebied wordt bepaald door de aanwezige infrastructuur. Functioneel gezien ligt het projectgebied in een gebied waar sprake is van een zekere clustering van maatschappelijke functies zoals een basisschool, een begraafplaats en een activiteitengebouw. Het projectgebied zelf is in de huidige situatie ingericht als parkeervoorziening, een skatepark en openbare groenvoorzieningen. Een aftakking van de Prinsenstraat doorkruist het projectgebied. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen waarop het projectgebied is weergegeven (rode omlijning).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Algemeen

Zoals in de aanleiding is beschreven omvat het voornemen in dit geval de realisatie van een AHOEDvoorziening met bijbehorende parkeergelegenheid. In afbeelding 3.1 is de gewenste ontwikkeling globaal weergegeven. Aanvullend wordt het voornemen nader uiteengezet.

Afbeelding 3.1

3.2

Situatietekening gewenste ontwikkeling (Bron: Van Den Berg Architecten, bewerkt)

AHOED-voorziening

In het oosten van het projectgebied omvat het voornemen het realiseren van een AHOED-voorziening. Dit betreft een maatschappelijk gebouw waar apothekers en huisartsen onder één dak zich kunnen vestigen. De huisartsen in Hasselt die in de huidige situatie een praktijk aan huis hebben, kunnen zich zodoende concentreren op één locatie. Deze clustering van diensten maakt het mogelijk dat huisartsen zich verder kunnen specialiseren en elkaar kunnen aanvullen. Het voornemen zorgt dan ook voor een kwalitatief betere zorgaanbieding voor de kern Hasselt. Het te realiseren gebouw krijgt een oppervlak van circa 1.000 m², waarbij bijna 700 m² in gebruik wordt genomen ten behoeve van ruimtes voor huisartspraktijken en de overige ruimte wordt gebruikt ten behoeve van een apotheek. In totaal biedt het te realiseren gebouw ruimte voor 12 behandelkamers. Het te realiseren gebouw krijgt één bouwlaag. In beginsel wordt de bebouwing plat afgedekt. Echter door een architectonische verbijzondering, krijgt het gebouw gevels die in hoogte variëren. In afbeelding 3.2 is een impressie van de verschillende aanzichten afgebeeld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.2

Verschillende aanzichten (Bron: van den Berg Architecten)

Ten westen van de AHOED-voorziening wordt een parkeerterrein met 32 parkeerplaatsen aangelegd. Ten behoeve van het parkeerterrein wordt het ter plaatse aanwezige skatepark gesloopt.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. 3.3.2

Situatie projectgebied

In dit geval wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •

stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk (Bron: CBS Statline); stedelijke zone: rest bebouwde kom.

Qua functie in het CROW kan de voorgenomen AHOED-locatie het best worden vergeleken met een gezondheidscentrum.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing In de onderstaande parkeer- en verkeerberekeningen wordt tot slot uitsluitend uitgegaan van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van de behandelkamers in de AHOED-voorziening. De apotheekruimte is niet separaat meegenomen. Reden hiervoor is dat wordt gerekend met 12 behandelkamers, terwijl deze in de feitelijke situatie nooit allemaal tegelijkertijd bezet zijn. Daarnaast is het reëel om aan te nemen dat er ook vaak sprake is van combinatiebezoek. Inhoudende dat bezoekers van een huisarts, het bezoek na doorverwijzing kunnen combineren met een bezoek aan de apotheek. Parkeren Voor de functie ‘gezondheidscentrum’ geldt op basis van de genoemde uitgangspunten een parkeerbehoefte van 2,45 parkeerplaatsen per behandelkamer. Dit maakt op basis van 12 behandelkamers (2,45 * 12) een parkeerbehoefte van afgerond 30 parkeerplaatsen. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komen ter plaatse van de te realiseren AHOED-voorziening 33 parkeerplaatsen te vervallen. In ruil hiervoor worden aan de westzijde van het projectgebied 32 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op basis van het vorenstaande neemt het aantal parkeerplaatsen binnen het projectgebied met één parkeerplaats af. Daarnaast neemt de parkeerdruk toe met 30 parkeerplaatsen. Rondom het projectgebied bevindt zich echter een ruime hoeveelheid aan parkeerplaatsen.

Deze parkeerplaatsen zijn toe te rekenen aan de maatschappelijke functies rondom het projectgebied. Het gaat hierbij om een openbare basisschool, een sporthal, een kerkgebouw en een begraafplaats. Gelet op de functies, zal sprake zijn van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Eén en ander wordt hierna nader toegelicht. De huisartsen binnen de AHOED-voorziening hebben parkeerplaatsen nodig tijdens spreekuren. De apothekers hebben parkeerplaatsen nodig voor hun klanten. Het parkeergedrag ten behoeve van de AHOEDvoorziening kent een hoge turn-over. Mensen staan voor korte tijd (max 30min) op een parkeerplaats. De mensen die medicijnen afhalen staan waarschijnlijk voor kortere duur. Gelet op de functies rondom het projectgebied, wordt het volgende parkeergedrag verwacht: • • • • • •

Schooltijden 08:00/17:00 18:00/22:30 Hele dag Uitzondering Hele dag

Kinderen worden naar school gebracht (school) Parkeren personeel (school) Parkeren Sporthal gebruikers, personeel (sporthal) Kerk gebouwtje, weinig parkeeracties Begrafenis AHOED, afwisselende parkeeracties

Uit deze redenatie blijkt dat de toevoeging van de AHOED geen tot weinig parkeeroverlast brengt. Dit komt doordat de parkeertijden van de verschillende functies verspreid over de dag zijn. Hierdoor is sprake van dubbelgebruik van de bestaande en aan te leggen parkeerplaatsen. Er is daarmee geen sprake van een onevenredige toename van de parkeerdruk. Verkeersgeneratie Voor de functie ‘Gezondheidscentrum’ geldt op basis van de genoemde uitgangspunten een verkeersgeneratie van 20,05 verkeersbewegingen per behandelkamer per weekdagetmaal. Dit maakt 12 * 20,05 = afgerond 241 verkeersbewegingen. Ten behoeve van onder ander de voorgenomen ontwikkeling heeft de gemeente Zwartewaterland een verkeersbesluit genomen. In dit verkeersbesluit is besloten om de verkeersituatie conform afbeelding 3.3 te wijzigen. Het verkeersbesluit moet voorkomen dat door sluipverkeer de verkeersdruk rondom het projectgebied onevenredig toeneemt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.3

Uitsnede kaart uit verkeersbesluit (Bron: gemeente Zwartewaterland)

Door het genomen verkeersbesluit wordt het gemotoriseerde verkeer van en naar het projectgebied hoofdzakelijk in noordelijke richting geleid. De hiervoor berekende hoeveelheid verkeersbewegingen kan door de bestaande infrastructuur worden afgewikkeld. 3.3.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover relevant, de rijks-, provinciale- en gemeentelijke beleidsnota's. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor het projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de van belang zijnde onderdelen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing In voorliggend geval is sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. In dit kader is daarom door Bureau Stedelijke Planning een ladderonderbouwing opgesteld. De volledige ladderonderbouwing is in bijlage 1 opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen. Op basis van de ladderonderbouwing wordt geconcludeerd dat er zowel kwalitatief als kwantitatief behoefte is aan de te realiseren AHOED-voorziening. De voorgenomen ontwikkeling resulteert eveneens niet in een onaanvaardbare leegstand in Hasselt. Op basis van het vorenstaande vormt de Ladder voor duurzame verstedelijking niet voor een belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

De in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling is in overeenstemming met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • •

•

4.2.2

Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Of - Generieke beleidskeuzes (normstellend) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vormgegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen. Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. Waar - Ontwikkelingsperspectieven (richtinggevend) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.

In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Hoe - Gebiedskenmerken (normstellend, richtinggevend of inspirerend) Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel beschrijft de Catalogus Gebiedskenmerken welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn in de omgevingsverordening geregeld.

De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' is geconstateerd dat de volgende artikelen van belang zijn; 2.1.2, 2.1.3. Doordat het projectgebied tevens ligt binnen een overstroombaar gebied is tevens artikel 2.14.4 van toepassing. Hierna worden de betreffende artikelen nader beschreven en getoetst.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing Artikel 2.1.2 1.

Principe van concentratie

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Ten aanzien van de AHOED-voorziening wordt opgemerkt dat de behoefte reeds in paragraaf 4.1.2 is onderbouwd. Kortheidshalve wordt naar deze paragraaf verwezen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming met het ‘Principe van concentratie’. Artikel 2.1.3 1.

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a.

b.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voor de toetsing aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.1.2 en bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. Hier is de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling namelijk reeds aangetoond. Artikel 2.14.4 1.

2.

Overstroombaar gebied

Bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden als bedoeld in lid 1, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: • de risico’s bij overstroming; • de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.14.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In paragraaf 6.3 worden de wateraspecten, alsmede de risico’s voor overstromingen behandeld. Hieruit blijkt dat, met in acht neming van een aantal maatregelen, gevolgen aangaande overstromingsrisico’s tot het aanvaardbare kunnen worden gereduceerd. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het gestelde in artikel 2.14.2 van de Omgevingsverordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 4.2.4.2 Waar – Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hierna is een omschrijving van het perspectief ter plaatse opgenomen. “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.

Met de voorgenomen ontwikkeling is sprake van inbreiding en herstructurering. Hierbij wordt rekening gehouden met ruimte voor groen en met voldoende waterberging (klimaatbestendig). Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze (oorspronkelijke) waarden niet meer voorkomen in het projectgebied en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen zijn. De “stedelijke laag“ De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: • •

Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk

Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Stedelijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Woonwijken 1955 - nu’. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag” opgenomen. Het projectgebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.3

Uitsnede stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Woonwijken 1955 - nu” Deze woonwijken zijn uitbreidingswijken op basis van een gezamenlijk plan en grotere bouwstromen. Functies zoals wonen, werken, voorzieningencentra zijn uiteengelegd en wijken kennen eenheidsbuurten. Hier en daar zijn, voornamelijk aan de randen, gebieden die hiervan afwijken. In deze wijken bevinden zich duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Daarbij is vooral aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk. Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen of beplantingsstructuren) opgenomen. De bouwperiode is te zien aan de stedenbouwkundige structuur en architectuur. Er ligt een rangorde in kwaliteit(sbeleid) en stigmatisering op de loer, de kwaliteit van de woningen voldoet vaak niet aan de kwaliteitseisen en er is een gebrek aan onderhoud van de openbare ruimte. Herstructurering is hier een belangrijke opgave. Toetsing van het initiatief aan de 'stedelijke laag' Het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling is zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Voorliggende ontwikkeling sluit goed aan bij deze bestaande bebouwingsstructuur. Op deze wijze gaat de nieuwe bebouwing goed op in het huidige straatbeeld. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de kenmerken en uitgangspunten van de ‘Stedelijke laag’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing De ‘Laag van de beleving’ Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum van de ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. De Laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijker pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De ambitie is gericht op sterke ruimtelijke identiteiten als motor voor gebiedsontwikkeling. Het gaat er om beleving, betekenis en kwaliteit van de omgeving te versterken en de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap te vergroten. Het projectgebied (rode omlijning) heeft op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ de aanduidingen 'donkerte' en ‘IJssellinie inundatieveld’. Ten aanzien van de laatste aanduiding is in de omgevingsvisie geen gebiedsbeschrijving opgenomen.

Afbeelding 4.4

Uitsnede laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen.

Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving” Ten aanzien van het aspect donkerte is het van belang om op te merken dat de volledige kern Hasselt als zodanig is aangemerkt. In de omgeving van het projectgebied is reeds sprake van verlichting door andere

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing functies is de omgeving van het projectgebied. Daarnaast is het gebruik van verlichting inherent bij woon- en werkgebieden. Wel zal onnodige verlichting (lichtvervuiling) zoveel mogelijk worden voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012

4.3.1.1 Algemeen De ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 april 2012. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger. In afbeelding 4.5 is een uitsnede van de structuurvisiekaart opgenomen. Het projectgebied is met de rode ster weergegeven.

Afbeelding 4.5

Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 4.3.1.2 Maatschappelijke voorzieningen De leefbaarheid van kernen en buurtschappen is een belangrijke toetssteen bij het maken van keuzen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt ingezet dat Genemuiden en Hasselt het huidige voorzieningenniveau behouden en dat in Zwartsluis de elementaire voorzieningen aanwezig blijven. Daarnaast dient op het niveau van onderwijs en zorgvoorzieningen creatief gezocht te worden naar een verbreding. Het doel is het verkrijgen van meerwaarde door combinaties van functies: multifunctionele centra. Een combinatie van commerciële en maatschappelijke functies is hierbij wenselijk. Het is van belang dat de leefbaarheid van de kernen in stand blijft. Dat betekent dat op het gebied van zorg, onderwijs en welzijn voorzieningen moeten blijven. Veer een deel is de gemeente daarvoor afhankelijk van rijksbeleid of beleid van externe instanties. Het gemeentebestuur zal er krachtig op blijven inzetten dat deze voorzieningen voor de gemeente Zwartewaterland blijven bestaan. Ook zijn er voorzieningen die hetzij vanuit de gemeente, hetzij als particulier initiatief in stand moeten en kunnen worden gebleven. Een zorgvuldiger beheer van de openbare ruimte is onontbeerlijk. Hierbij wordt een extra accent gelegd op wijkgericht werken en het bevorderen van de zelfwerkzaamheid van burgers.

De gemeente wil betrokkenheid van bewoners en burgerparticipatie stimuleren en heeft de wens sociale verbanden en organisatie van voorzieningen en diensten te behouden en te verbeteren. De kleine kernen in de gemeente zijn afhankelijk van voorzieningen in de grote kernen. Voor een aantal voorzieningen in het onderwijs, sport en cultuur – bijvoorbeeld middelbare school, muziekschool, theater – is met aangewezen op omliggende gemeenten. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012’ Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een maatschappelijke voorziening voor de kern Hasselt beoogd. De AHOED-voorziening dient te zorgen voor een concentratie van huisartsen die in de huidige situatie hun diensten vanuit huis verlenen. Tevens wordt een apotheek in de bebouwing gerealiseerd. Door de clustering van deze functies kan er kwalitatief betere zorg worden verleend. Een huisarts die voorheen alles alleen deed, kan in de gewenste situatie zich specialiseren in een deel van het vakgebied en in andere specifieke gevallen ook doorverwijzen naar een andere huisarts dat in hetzelfde pand werkzaam is. Ook zijn de lijntjes tussen huisarts en apotheker een stuk korter. Al met al draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een kwaliteitsverbetering van een maatschappelijke voorziening voor de kern Hasselt.

Al met al wordt geconcludeerd dat de in voorliggende ruimtelijke onderbouwing beschreven ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke structuurvisie. 4.3.2

Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland

4.3.2.1 Algemeen Op 1 december 2016 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland - Slim bekeken’ vastgesteld. In deze welstandsnota worden negen deelgebieden onderscheiden, waarvan de ruimtelijke kwaliteit in grote mate overeenkomt. Dit ruimtelijk kwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het welstandsbeleid. Het projectgebied gaat onderdeel uitmaken van het deelgebied ‘Naoorlogse woonwijken’. 4.3.2.2 Deelgebied ‘Naoorlogse woonwijken’ Het projectgebied valt binnen het deelgebied ‘Naoorlogse woonwijken’. Voor dit deelgebied geldt het welstandsniveau ‘2’. Dit betreft een regulier welstandsniveau. De inhoudelijke toets zal zijn gericht op het respecteren en interpreteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Voorts zal het beleid er op zijn gericht om storende elementen in het straatbeeld zoveel mogelijk tegen te gaan. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland Het bouwplan zal door de welstandscommissie van de gemeente Zwartewaterland worden getoetst.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing 4.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten en ambities, zoals verwoord in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Hasselt, Prinsenstraat ong. (AHOED) Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie projectgebied

In voorliggend geval is sprake van een functie dat niet wordt aangemerkt als een gevoelige functie in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). De aspecten wegverkeers,- railverkeers- en industrielawaai zijn daarom niet van belang. 5.1.3

Conclusie

De wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13953703/1