Bijlage 3 - Eindrapport Integraal Huisvestingsplan Zwartewaterland 14 september 2020
Tekst van het document
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN
O N D E R W I J S Z WA R T E WAT E R L A N D
RUIMTE VOOR ONTWIKKELING
EINDRAPPORT | 14 SEPTEMBER 2020
HEMM
e
e
n
v o
u
d
b
e
v l o
g
e
n
h
e i d
v a
k
m a n
s c h
a p
VOORWOORD
“Goed onderwijs is onmisbaar voor een harmonieuze ontwikkeling van huidige en toekomstige leerlingen. De mate waarin goed
Vandaag de dag is er een breed gedragen behoefte aan huisvesting die functioneel, flexibel, gezond, energieneutraal en exploitabel is.
onderwijs kan worden gegeven, hangt mede af van de kwaliteit van
Dit plaatst ons als gemeente en de schoolbesturen de komende
de schoolgebouwen. Hiermee zijn schoolgebouwen een belangrijke voorziening voor de leefbaarheid binnen onze gemeente.
decennia voor een flinke opgave, die we alleen kunnen realiseren als we er gezamenlijk de schouders onder zetten.
We beschikken over een gevarieerd bestand aan schoolgebouwen.
We zien het als een kansrijke uitdaging om via dit Integraal
Een deel van de gebouwen is de afgelopen decennia vernieuwd. Andere schoolpanden dateren nog uit een tijd waarin andere
Huisvestingsplan ‘Ruimte voor Ontwikkeling’ kwalitatieve en
opvattingen golden over de invulling van onderwijs en de kwaliteit
toekomstige inwoners van Zwartewaterland!”
betaalbare onderwijshuisvesting te realiseren voor de huidige en
van huisvesting. Waar deze gebouwen de afgelopen decennia met het nodige onderhoud zijn geconserveerd, komt de houdbaarheids-
Wethouder Maarten Slingerland
datum van deze panden in toenemende mate onder druk te staan.
Gemeente Zwartewaterland 28 augustus 2020
3
INHOUD
1
INTRODUCTIE
4
KWA L I T E I T S K A D E R
7
FA SERIN G S P LA N
2
U I TG A N G S S I T U AT I E
5
BELEIDSAMBITIE
8
FINANCIËN
3
KARAKTERISERING
6
PERSPECTIEVEN
4
9
OBJECTKAARTEN
1 INTRODUCTIE
5
VERANTWOORDING
Integraal Huisvestingsplan
Scheiding van taken rondom huisvesting
Alle lokale afspraken, ambities en plannen rondom de onderwijshuisvesting
Gemeente en schoolbesturen hebben beide hun eigen specifieke taken op het gebied van onderwijshuisvesting:
worden opgenomen in dit voorliggende Integraal Huisvestingsplan Onderwijs ‘Ruimte voor Ontwikkeling’. Het plan is toegespitst op het
• Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud, de
primair onderwijs. In Zwartewaterland is jaren geleden de keuze gemaakt om de huisvestingstaken en -budgetten voor het voortgezet onderwijs te privatiseren.
aanpassing en de exploitatie van schoolgebouwen. • De gemeente Zwartewaterland is verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw en uitbreiding.
Status plan Het Integraal Huisvestingsplan heeft de status van een ‘overeenkomst’ en
Verordening Onderwijshuisvesting
heeft weliswaar geen formele juridische rechtskracht, maar is ook niet
In de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs staan de formele
vrijblijvend. Gemeente en schoolbesturen hebben beide een inspanningsverplichting om daadwerkelijk tot realisering van de in dit plan
regels opgenomen die gelden voor de toetsing van aanvragen en processen rondom voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De gemeente
opgenomen afspraken te komen.
Zwartewaterland hanteert deze verordening als ‘formeel vangnet’ voor alle situaties die niet via het voorliggende plan worden opgelost.
6
VOORGENOMEN WETSWIJZIGING
Wetswijziging in voorbereiding
Het voornemen is om gemeenten formeel primair verantwoordelijk te
Er wordt al jaren gesproken over voorgenomen wetswijzigingen ten
maken voor renovatie. De vraag is op welke wijze de rijksoverheid de gemeenten hiervoor gaat compenseren via het Gemeentefonds.
aanzien van onderwijshuisvesting. Minister Slob van Onderwijs heeft de wetswijzigingsvoorstellen van de VNG, PO-raad en VO-raad overgenomen.
Vooruitlopend op deze mogelijk wetswijziging en financiële
De verwachting is dat het wetsvoorstel in het najaar van 2021 naar de
compensatie, wordt met het oog op de kwaliteit van onderwijshuisvesting in dit plan alvast lokaal beleid geformuleerd voor
Tweede Kamer wordt gestuurd. Met dit IHP, speelt de gemeente Zwartewaterland al in op de voorgenomen wetswijzigingen:
renovatie.
• Gemeenten worden verplicht om samen met schoolbesturen een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) op te stellen. De insteek van
• Het investeringsverbod voor schoolbesturen in het primair onderwijs
wordt versoepeld. Zo kunnen schoolbesturen bij renovatie of
het IHP is dat er voor gemeenten en schoolbesturen meer duidelijkheid
nieuwbouw mee-investeren in investeringen die de kwaliteit van het gebouw ten goede komen of de exploitatiekosten kunnen verminderen.
komt over wie waarvoor verantwoordelijk is. Zij moeten in overleg met elkaar afspraken maken over wat zij belangrijk vinden en daaraan
Door aan de voorkant rekening te houden met de exploitatielasten na
prioritering toekennen. Schoolbesturen stellen aan de hand daarvan
oplevering, wordt een levenscyclusbenadering van het gebouw
een meerjarig onderhoudsplan voor hun schoolgebouwen op.
mogelijk.
• Met de wetswijziging wil minister Slob het ook eenvoudiger maken verschillende geldstromen voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud met elkaar te combineren waardoor bijvoorbeeld verduurzaming van gebouwen beter mogelijk wordt. Renovatie wordt als voorziening in de
wet opgenomen als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen.
7
T O T S TA N D K O M I N G
Gezamenlijk traject
Gezamenlijke inspanning
De inhoud van dit huisvestingsplan is het resultaat van een gezamenlijk
De factor ‘huisvesting’ is een belangrijke randvoorwaarde voor het bieden
traject dat de afgelopen maanden is ingestoken door de gemeente
van kwalitatief onderwijs, maar vormt tegelijkertijd ‘slechts’ één van de
Zwartewaterland en de schoolbesturen binnen het primair onderwijs,
onderdelen om kwalitatief onderwijs waar te maken. Voor een belangrijk
onder begeleiding van HEMM. Schoolbesturen zijn zowel via individuele gesprekken als via plenaire sessies betrokken. College en gemeenteraad
deel ligt de verantwoordelijkheid voor het bieden van kwalitatief onderwijs bij de schoolbesturen zelf. Denk bijvoorbeeld aan zaken als
zijn via een informatieve bijeenkomst op de hoogte gesteld over het doel
onderwijsconcept, personeel en lesprogramma’s. Duidelijk is dat het een
en proces. Het is aan schoolbesturen zelf om hun eigen achterban (zoals directies, docenten en medezeggenschapsraad) te informeren over dit
niet zonder het ander kan.
plan.
Eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk belang Ondanks de gescheiden verantwoordelijkheden, hebben gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke belang met het bieden van kwalitatief
Benutten informatie
De afgelopen jaren hebben gemeente en schoolbesturen al het nodige aan
goede onderwijshuisvesting. Enerzijds kan hierdoor worden bijgedragen
documenten voor onderwijshuisvesting ontwikkeld. Denk hierbij aan het Integraal Huisvestingsplan 2016-2020, de leerlingenprognoses, diverse
aan de ontplooiing en onderwijskansen van de leerlingen. Anderzijds draagt een up-to-date scholenbestand bij aan een aantrekkelijk leefklimaat in de
gebouwelijke analyses van WoonScan en het inhoudelijk visierapport
gemeente Zwartewaterland.
‘Toekomstvisie onderwijs’ van de schoolbesturen Stichting Op Kop en VPCO Hasselt. Waar van toepassing is deze informatie in dit plan benut.
8
PROCESARCHITECTUUR
Aanvraagprocedure vervalt
Dynamisch document
Met de vaststelling van dit Integraal Huisvestingsplan kan de jaarlijkse
Niemand beschikt over een glazen bol, waardoor er altijd redenen en
aanvraagprocedure komen te vervallen. De fasering zoals die genoemd
ontwikkelingen kunnen zijn om in de toekomst af te wijken van dit plan.
staat in dit plan is immers leidend voor de te honoreren voorzieningen.
Gemeente en schoolbesturen blijven daarom structureel met elkaar in gesprek over de inhoud van dit plan en de aansluiting op de praktijk:
Besluitvorming per project Voorafgaand aan ieder afzonderlijk project wordt een haalbaarheidsstudie
• Jaarlijks overleg: In de maand oktober wordt jaarlijks een gezamenlijk
uitgevoerd, waarin een project op alle onderdelen wordt uitgewerkt. Denk hierbij aan een locatiestudie, programma van eisen, benodigde
overleg georganiseerd tussen gemeente en schoolbesturen om dit plan te actualiseren, bijvoorbeeld voor wat betreft verschuivingen in
maatregelen voor de verkeersinfrastructuur en een uitgebreide
leerlingenaantallen, indexering of ruimtelijke ontwikkelingen. Dit
kostencalculatie. Ieder project afzonderlijk wordt wederom ter besluitvorming voorgelegd aan het college van B&W en de gemeenteraad.
overleg kan tevens worden benut om de voortgang van lopende projecten te delen en partijen te informeren wat er in het aankomende
jaar gaat gebeuren op het gebied van onderwijshuisvesting.
Basis voor meerjarenbegroting De inhoud van dit huisvestingsplan vormt de basis voor maatregelen in
• Nieuwe wetgeving: Op het moment dat van rijkswege wetgeving wordt
onderwijshuisvesting. De financiële consequenties van dit plan worden
geïntroduceerd die van toepassing is voor onderwijshuisvesting, wordt
vertaald in de meerjarenbegrotingen van de gemeente en de
bekeken welke consequenties dit heeft voor de inhoud van dit plan.
schoolbesturen, zodat het plan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is.
9
2 U I TG A N G S S I T U AT I E
SITUERING SCHOOLGEBOUWEN De gemeente Zwartewaterland telt momenteel 16 basisscholen verspreid over Genemuiden (7), Hasselt (5), Zwartsluis (2) en het buitengebied (2). De scholen vallen onder zeven verschillende schoolbesturen. Het totaal aantal leerlingen op deze scholen bedraagt momenteel 2.399. Een basisschool in Zwartewaterland telt gemiddeld 150 leerlingen. Kenmerkend voor Zwartewaterland is de grote verscheidenheid aan denominaties. Sommige scholen zijn specifiek gerelateerd aan een specifieke kerk of kerkelijke stromen, waardoor er soms ook verschil bestaat in identiteit van scholen die onder hetzelfde bestuur vallen.
SITUATIE ZWARTEWATERLAND OKTOBER 2019 NAAM BESTUUR
aantal scholen
aantal leerlingen
gemiddelde omvang
Vereniging Basisonderwijs op Gereformeerde Grondslag in Genemuiden
2
460
230
Accrete
2
425
213
Hervormde Scholengemeenschap voor Protestants Christelijk Onderwijs in Genemuiden
3
422
141
Stichting Op Kop
3
437
146
VPCO Hasselt
4
517
129
Florion
1
101
101
Vereniging School met de Bijbel te Kamperzeedijk
1
65
65
Totaal
16
2.414
150
11
LEERLINGONTWIKKELING Aantal leerlingen
De afgelopen jaren is het aantal basisschoolleerlingen in de gemeente Zwartewaterland afgenomen. Volgens de actuele leerlingprognoses (Postmus Advies, 2019) zet deze leerlingendaling
zich de komende jaren door. Macro gezien is vanaf 2019 tot en met 2037 volgens de prognoses sprake van een daling met 360 leerlingen (-15%). Over de periode vanaf 2010 bezien gaat het om een leerlingendaling van 662 (- 24%). De verwachte leerlingendaling vlakt volgens de prognoses vanaf medio 2027 af. Overigens is het goed te realiseren dat prognoses in de praktijk niet
altijd uitkomen. Feitelijke leerlingenaantallen hangen in belangrijke mate af van factoren als geboortecijfers, nieuwbouw en migratie. Monitoring van de leerlingenaantallen is gewenst. Schoolbesturen zelf verwachten dat het grootste deel van de leerlingendaling heeft plaatsgevonden en dat deze vanaf nu afvlakt.
12
SCHOOLGROOT TE Aantal leerlingen
• In de grafiek hiernaast zijn de huidige gemiddelde schoolgroottes per kern in Zwartewaterland opgenomen. Deze zijn vergeleken met het landelijke gemiddelde, de gemeentelijke opheffingsnorm die voor Zwartewaterland geldt (80 leerlingen) en de wettelijke opheffingsnorm (23 leerlingen). • Van de drie kernen is de gemiddelde schoolgrootte het grootst in Zwartsluis (200) en het kleinst in Hasselt (145).
• Geen van de scholen in Zwartewaterland zit onder de wettelijke opheffingsnorm van 23 leerlingen. CBS De Driemaster - Mastenbroek nadert de norm het dichtst met 29
leerlingen. • De scholen in Mastenbroek (29 leerlingen) en Kamperzeedijk (65 leerlingen) komen qua leerlingenaantallen uit onder de gemeentelijke opheffingsnorm van 80 leerlingen. Door de
gemiddelde schoolgrootte van andere scholen die onder de betreffende schoolbesturen vallen, kunnen deze scholen toch blijven voortbestaan.
13
SCHOOLGROOT TE Aantal scholen
• Het merendeel van de scholen (70%) in de gemeente Zwartewaterland is middelgroot en kent een leerlingenaantal van tussen de 100 en 220 leerlingen. • Zwartewaterland heeft momenteel twee basisscholen met
een leerlingenaantal boven het landelijk gemiddelde van 220. Deze scholen zijn beide gesitueerd in Genemuiden.
14
LEEFTIJD GEBOUWEN Aantal gebouwen
• De leeftijd van de schoolgebouwen is gebaseerd op het
originele bouwjaar van het oudste deel van het gebouw. Op diverse scholen hebben daarna uitbreidingen plaatsgevonden om te voorzien in de capaciteits- en/of onderwijskundige
behoefte. • De afgelopen jaren heeft er geen vervangende nieuwbouw van schoolgebouwen plaatsgevonden. De laatste nieuwbouw dateert uit 2005. • Ruim tweederde deel van de gebouwen (11 gebouwen) is momenteel ouder dan 40 jaar. Theoretisch gezien is dit de leeftijd waarop doorgaans vernieuwing via renovatie of vervangende nieuwbouw van het schoolgebouw gewenst is. • De komende 12 jaar (2032) komen daar nog eens drie gebouwen bouw en zijn alleen OBS De Toermalijn en GBS Eben Haëzer nog geen veertig jaar oud. • Vijf schoolgebouwen zijn in de periode tussen 2000 en 2012 door de gemeente grootschalig gerenoveerd. Vanuit de theoretische afschrijvingstermijn zijn deze schoolgebouwen
destijds weer voor 25 jaar geschikt gemaakt. Dit betekent dat ook deze vijf schoolgebouwen binnen de planperiode 20202041 weer behoefte kunnen krijgen aan vernieuwing van de huisvesting.
15
N O R M AT I E F R U I M T E S A L D O • Het normatieve ruimtesaldo is het verschil tussen de omvang van een gebouw en de normatieve ruimtebehoefte zoals die wordt berekend op grond van de huisvestingsverordening. De vergoeding die schoolbesturen van het Rijk ontvangen is gebaseerd op deze normatieve behoefte. Hiervan moeten schoolgebouwen onderhouden en geëxploiteerd worden. Voor de m2’s boven deze norm-
behoefte worden scholbesturen niet gecompenseerd door het Rijk. • Het normatieve ruimtesaldo van de scholen gezamenlijk loopt op van circa 2.600 m² normatieve leegstand volgens de oktobertelling 2019 naar circa 4.400 m² in 2037. • Het grootste normatieve ruimteoverschot zit momenteel in Genemuiden (1.200 m²), gevolgd door de buitengebieden (700 m²), Hasselt (600 m²) en Zwartsluis (100 m²).
• Kanttekeningen bij het normatieve ruimtesaldo: o De normeringen zijn aan de krappe kant, zeker bij een minder efficiënt ontworpen (gangen)school. Hoewel scholen geen vergoeding krijgen voor boven normatieve m2’s, zijn de extra m2’s bij veel scholen wel gewenst. Hiermee kunnen bijvoorbeeld nieuwe onderwijsconcepten of extra zorg worden gefaciliteerd. o Normatieve leegstand kan van pas komen bij de ontwikkeling van scholen tot kindcentra, waarbij voorschoolse voorzieningen zoals peuter- en kinderopvang een plek krijgen in de school. o Gemiddeld gezien is sprake van een normatief overschot van m² BVO
circa 160 m² per school. Macro gezien zijn dit geen schokkende aantallen. Dat neemt niet weg dat de leegstand op individueel schoolniveau een knelpunt kan zijn of worden.
16
3 KARAKTERISERING
U I T G A N G S S I T U AT I E O N D E R W I J S H U I S V E S T I N G
Goed onderhoudsniveau De onderhoudsstaat van de schoolgebouwen in de gemeente Zwartewaterland is overwegend goed te noemen. Zowel de gemeente als de schoolbesturen hebben hierin hun verantwoordelijkheid genomen. Veroudering portefeuille De meeste schoolgebouwen in de gemeente Zwartewaterland zijn inmiddels op leeftijd. De gemiddelde leeftijd bedraagt bijna 50 jaar. Verouderde huisvesting voldoet in toenemende mate niet meer aan de hedendaagse wensen op het gebied van bijvoorbeeld functionaliteit, uitstraling, techniek, verduurzaming en binnenklimaat.
Keuzevrijheid en nabijheid Nagenoeg alle inwoners van de gemeente Zwartewaterland kunnen binnen afzienbare afstand van hun woonadres beschikken over een basisschool. In de drie grote kernen Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis zijn meerdere denominaties aanwezig, waardoor sprake is van keuzevrijheid. Wisselende volumes Met name in de kern Hasselt en de buitengebieden is een aantal scholen gesitueerd met een relatief bescheiden leerlingenaantal. Een dergelijke structuur is doorgaans kwetsbaarder in exploitatie dan daar waar sprake is van grotere volumes, zeker als een eventuele stelselwijziging in de toekomst wordt doorgezet. Daarnaast is het qua bedrijfsvoering lastiger voor kleine scholen om als kindcentrum te functioneren.
Ontwikkeling tot kindcentra Een aantal scholen in de gemeente Zwartewaterland heeft zich inmiddels ontwikkeld tot kindcentrum, met aanbod op het gebied van peuterspeelzaal, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang, Dit geldt echter nog lang niet voor alle scholen. Dit kan een bewuste keuze zijn van de betreffende besturen, mede ingegeven door de behoefte bij ouders. Maar in de regel zien we scholen wel in toenemende mate opschuiven richting kindcentrum. Monofunctionele structuur De huisvesting van scholen kent een monofunctionele structuur, waarbij geen sprake is van meerdere scholen onder één dak. Groei en krimp van leerlingen kunnen hierdoor doorgaans minder makkelijk kunnen worden opgevangen, samenwerken en kennisdeling tussen scholen en andere voorzieningen is lastiger is te organiseren, er moeten relatief veel locaties in de lucht worden gehouden en niet overal is een gezonde basis voor de vorming van kindcentra aanwezig. Verbreding naar andere functies op het gebied van welzijn, cultuur en zorg is nog maar mondjesmaat aanwezig. Ontbreken eindbeelden Momenteel is niet duidelijk hoe lang een schoolgebouw nog ongeveer mee moet tot bijvoorbeeld het moment van de volgende renovatie, vervanging of afstoting.
Het ontbreken van deze strategische eindbeelden maakt het voor partijen lastig om besluiten te nemen over investeringen in het gebouw en het implementeren van onderwijskundige concepten.
18
Ten dele ontbrekend beleid De spelregels rondom onderwijshuisvesting zijn opgenomen in de ‘Verordening Voorzieningen Onderwijshuisvesting’. Voor een aantal onderwerpen is helaas (nog) geen landelijk beleid aanwezig en is op lokaal niveau beleidsvorming noodzakelijk. Denk hierbij aan de vorming van kindcentra, het renoveren van schoolgebouwen en de eigen bijdrage van schoolbesturen bij vernieuwingen in huisvesting. Daar waar een wetswijziging in voorbereiding is, wordt hiernaar in dit plan naar verwezen en waar mogelijk op voorgesorteerd in de beleidsambitie. Goede verstandhouding Gemeente en schoolbesturen gaan rondom het onderwerp onderwijshuisvesting op een open en constructieve wijze met elkaar in gesprek, waarbij rekening wordt gehouden met elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden. Vertrouwen in elkaar ligt aan de basis voor een gedragen Integraal Huisvestingsplan Onderwijs.
Via dit Integraal Huisvestingsplan wordt beoogd beleid en maatregelen te ontwikkelen ten aanzien van bovenstaande punten, met het doel om sterke punten te behouden en te anticiperen op de onderwerpen die om aandacht vragen.
18
4 KWALITEITSKADER
KWALITE ITSC RITER IA Om een ‘gevoel’ te ontwikkelen bij de kwaliteit van schoolgebouwen, worden alle schoolgebouwen ingeschaald op negen waarderingscriteria. De toekenning van de scores aan de schoolgebouwen gebeurt in samenspraak tussen gemeente, schoolbesturen en HEMM. De score op kwaliteit betreft geen wetenschap, maar geeft wel een beeld van de gebouwkwaliteit en de goede en minder goede panden. OMVANG
BOUWTECHNIEK
INSTALLATIES
Een schoolgebouw krijgt per criterium de score: Gebouw voldoet volledig Gebouw heeft aandachtspunten Gebouw heeft knelpunten Een ‘aandachtspunt’ is niet-belemmerend voor de onderwijsfunctie, maar wordt wel als hinderlijk ervaren in het onderwijsproces of de
FUNCTIONALITEIT
bedrijfsvoering. Denk hierbij aan niet-optimale ventilatie, decentrale BELEVING
FUNCTIONALITEIT
BINNENKLIMAAT
situering, beperkte isolatie of een gebouw dat functioneel niet volledig aansluit op de onderwijskundige wensen. Een ‘knelpunt’ is daadwerkelijk belemmerend voor de onderwijsfunctie en moet als zodanig worden verholpen. Een knelpunt wordt indien mogelijk op grond van wetgeving aangetoond. Denk bijvoorbeeld aan een ruimte die door de brandweer of GGD als ongeschikt wordt gekwalificeerd vanwege veiligheid of binnenklimaat.
VERDUURZAMING
SITUERING
KINDFUNCTIES
20
OMVANG
BOUWTECHNIEK
INSTALLATIES
In dit plan worden de volgende scores toegekend:
In dit plan worden de volgende scores toegekend:
Huisvestingsplan wordt de normatieve behoefte van scholen
Uitstekende of goede onderhoudsconditie
Uitstekende of goede installatieconditie
gehanteerd als toetsingskader voor de omvang van scholen.
Voldoende of redelijke onderhoudsconditie
Voldoende of redelijke installatieconditie
Matige of slechte onderhoudsconditie
Matige of slechte installatieconditie
Schoolgebouwen zijn te groot, te klein of passend. In dit Integraal
De volgende scores worden toegekend:
Passend (geen overschot of tekort) Tijdelijk tekort of overschot (tussen 4 en 15 jaar) Structureel tekort of overschot (langer dan 15 jaar) De feitelijke ervaring van scholen over de omvang kan afwijken van de normatieve toetsing, bijvoorbeeld door het ervaren van een inefficiënt gebouw, een tekort aan leslokalen, een grotere
ruimtebehoefte dan de norm of inwoning door partners als de kinderopvang. Een normatief overschot in de praktijk niet altijd een probleem te zijn. Op het moment dat leegstand in de praktijk
geen problemen oplevert voor het schoolbestuur, wordt dit in de objectkaart van de specifieke scholen expliciet vermeld. Indien schoolbesturen in de praktijk tegen een evident en structureel ruimtetekort aanlopen, kan hierover een gesprek met de gemeente worden aangegaan om gezamenlijk te zoeken naar een oplossing. Voorkomen moet worden dat op elke school kleine uitbreidingen worden gerealiseerd.
21
FUNCTIONALITEIT
BINNENKLIMAAT
Bij beleving gaat het om de wijze waarop het gebouw wordt ervaren door leerlingen, ouders, medewerkers en
Bij functionaliteit gaat het om de mate waarin een gebouw geschikt is voor de gebruikers ervan. Hierbij gaat om het om
Bij het binnenklimaat van een schoolgebouw spelen diverse
omwonenden. Bij beleving gaat het om componenten als
aspecten als toegankelijkheid, flexibiliteit, aanwezigheid van
luchtkwaliteit, thermisch comfort, isolatie, ventilatie, warmte
herkenbaarheid, uitstraling richting de buurt, kleurstelling,
looplijnen, ruimtelijkheid, veiligheid en geborgenheid. Beleving
verschillende ruimten voor individueel werken en groepen, personeelskamer, centrale gemeenschapsruimte en voldoende
en koeling. Uit onderzoek blijkt dat 70% van de klaslokalen van Nederlandse basisscholen zomers te warm is en 40% in de
is per definitie een subjectief gegeven, omdat hierover
buitenruimte. Ook het onderwijskundig concept van een school
winter te koud. Ongeveer 43% van de scholen heeft te maken
verschillende meningen zullen bestaan. Toch valt hier
stelt eisen aan de functionaliteit van het gebouw. Dit betekent niet dat bij iedere conceptwijziging een complete aanpassing
met muffe lucht in lokalen, vaak het gevolg van ‘te goed’
van het gebouw mogelijk is. Momenten van renovatie en
en teveel CO² in een lokaal is dat leerlingen en docenten zich
vervangende nieuwbouw zijn bij uitstek de momenten om de functionaliteit van een gebouw opnieuw vorm te geven,
moeilijker kunnen concentreren en het lastiger wordt lesstof
Voldoende of redelijke beleving
rekening houdend met veranderende wensen richting de
gevolgen voor de kwaliteit van onderwijs. Oplossingen liggen
Matige of slechte beleving
toekomst. Flexibiliteit is in deze een belangrijk aandachtspunt.
niet alleen in het treffen van gebouwelijke maatregelen aangaande isoleren en ventileren, maar ook in het gedrag van
In dit Integraal Huisvestingsplan worden de volgende scores
gebruikers, zoals het openzetten van ramen en het reguleren
toegekend aan het criterium functionaliteit: Uitstekende of goede functionaliteit
van de verwarming.
BELEVING
doorgaans wel een lijn in te ontdekken. In dit plan worden de volgende scores toegekend aan beleving: Uitstekende of goede beleving
aspecten een rol zoals lichtinval, akoestiek, luchtverversing,
isoleren en te slecht ventileren. Gevolg van te weinig zuurstof
eigen te maken. Slechte luchtkwaliteit heeft dus direct
Voldoende of redelijke functionaliteit
In dit Integraal Huisvestingsplan worden de volgende scores
Matige of slechte functionaliteit
toegekend aan het criterium binnenklimaat: Uitstekend of goed binnenklimaat Voldoende of redelijk binnenklimaat
22
Matig of slecht binnenklimaat
VERDUURZAMING
SITUERING
KINDFUNCTIES
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Zwartewaterland
Bij de situering van een school gaat het met name om:
Er zijn vele definities van het begrip ‘kindcentra’ in omloop. In
staat uitgewerkt in het hoofdstuk ‘Beleidsambitie. Met het
• Centrale ligging ten opzichte van de herkomst van de
de kern gaat het in een kindcentrum om een integratie van
bekrachtigen van het Klimaatakkoord is geen sprake meer van
leerlingen (‘voedingsgebied’)
onderwijs en opvang (peuteropvang, kinderdagopvang,
vrijblijvendheid op het gebied van verduurzaming. Ook
• Goede en veilige bereikbaarheid
buitenschoolse opvang), waarbij iedereen die in een
schoolgebouwen moeten de komende decennia verduurzaamd
• Gunstige ligging ten opzichte van sportaccommodaties
kindcentrum werkt dezelfde visie heeft op de wijze waarop
worden, in het licht van de CO²-reductie. Het meest vergaand zijn ‘volledig energieneutrale gebouwen’ waarbij gebouwen energetisch self-supporting zijn. Voor wat betreft
kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar leren en spelen, zowel In dit Integraal Huisvestingsplan worden de volgende scores toegekend aan het criterium situering:
binnen als buiten schooltijd. Overige kenmerken kunnen zijn: een breed aanbod, doorgaande leerlijnen, dagopeningstijden,
duurzaamheid van schoolgebouwen gaat het specifiek om
Uitstekende of goede situering
centrale organisatie en één aanspreekpunt voor ouders.
isolatie (vloer, wand, dak), reductie energievraag, energieopwekking (warmtepomp, zonnepanelen) en
Voldoende of redelijke situering Matige of slechte situering
Zowel de gemeente als schoolbesturen in Zwartewaterland
warmteterugwinning.
onderschrijven het belang van kindcentra, met name vanwege
In dit Integraal Huisvestingsplan worden de volgende scores
de doorlopende leerlijn, de maatschappelijke wens en de efficiënte huisvesting van deze functies.
toegekend aan het criterium duurzaamheid: Volledig duurzaam gebouw
In dit Integraal Huisvestingsplan worden de volgende scores
Partieel duurzaam gebouw
toegekend aan het criterium kindfuncties:
Niet duurzaam gebouw
Kindfuncties in het gebouw Kindfuncties in nabijheid
Kindfuncties niet aanwezig in gebouw of nabijheid
23
5 BELEIDSAMBITIE
INHOUDELIJKE AMBITIE Tijdens een gezamenlijke visiebijeenkomst met vertegenwoordigers van de gemeente Zwartewaterland (portefeuillehouder onderwijs en beleidsmedewerker onderwijs), de schoolbesturen voor het primair onderwijs en Stichting Kinderopvang Zwartewaterland (SKZ) is gediscussieerd over de toekomstvisie van het onderwijs en welke randvoorwaarden dit stelt aan de huisvesting. Samen met een door Stichting Op Kop en VPCO Hasselt opgestelde notitie, heeft deze visiebijeenkomst input geleverd voor onderstaande algemene gezamenlijke ambitie. Afzonderlijke schoolbesturen kunnen op onderdelen een eigen visie hebben. Sleutelwoorden voor adequate huisvesting van scholen die past bij de gezamenlijke ambitie zijn: functionaliteit, flexibiliteit, duurzaamheid, betaalbaarheid, multifunctionaliteit, uitdagendheid en nieuwsgierigheid. Kwalitatief en thuisnabij onderwijs Kwalitatief goed onderwijs staat voorop in de gezamenlijke ambitie van gemeente en schoolbesturen. Scholen worden steeds nadrukkelijker door de Onderwijsinspectie beoordeeld op onderwijsprestaties. Maar ook ouders stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van onderwijs. Ieder kind in Zwartewaterland heeft recht op goed onderwijs, het liefst zo thuisnabij mogelijk. De kwaliteit van onderwijshuisvesting is een belangrijke randvoorwaarde om de onderwijskwaliteit te kunnen leveren.
Passend onderwijs Nu meer kinderen met een extra zorgvraag op reguliere scholen instromen, moet het onderwijs, maar ook de huisvesting hierop zijn ingericht. Denk bijvoorbeeld aan aanwezigheid van voldoende ruimten voor individuele begeleiding, onderwijs-ondersteuners en behandelaars. Gepersonaliseerd leren Het onderwijs richt zich steeds meer op de onderwijs- en zorgvraag van de individuele leerling. Actief en zelfgestuurd leren worden belangrijk. Onderzoekend en ontdekkend leren ook. De ‘21st Century Skills’ hebben eveneens invloed op het onderwijs van de toekomst: samenwerken, probleemoplossend denken, kritisch en creatief denken. Dit alles rechtvaardigt een (her)ijking van de visie op onderwijshuisvesting.
Kindcentra Samenwerking tussen peuteropvang, kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en het basisonderwijs is niet meer weg te denken uit de samenleving. Om optimale afstemming te realiseren, worden steeds vaker kindcentra gerealiseerd. Het doel hierbij is vaak om één pedagogische en educatieve omgeving te realiseren voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien doordat sprake is van een doorlopende leerlijn. Binnen een kindcentrum werken betrokkenen samen op inhoud, organisatie en communicatie. Dit is mogelijk met behoud van onderwijskundige identiteit en denominatie. Waar gewenst en mogelijk worden in Zwartewaterland kindcentra gerealiseerd. Gezonde volumes Mede gezien de verwachte leerlingdaling, wordt bij het aanpakken van huisvesting gekeken naar mogelijke fysieke clustering van scholen en aanvullende voorzieningen. Hierdoor kunnen levensvatbare volumes worden gecreëerd waarbij onderlinge groei en krimp eenvoudig kunnen worden opgevangen, ruimten kunnen worden gedeeld en aanvullende kindvoorzieningen rendabel kunnen worden aangeboden.
25
Bezuinigingen De druk op de financiering van het onderwijs is als gevolg van de economische crisis en de daarmee samenhangende bezuinigingen toegenomen, ondanks eenmalige toevoegingen van de Rijksoverheid aan de onderwijsbudgetten. Met minder middelen moeten schoolbesturen (en ook gemeenten) het onderwijs in stand houden. Dit doet een appél op de schoolbesturen en gemeenten om huisvesting op een financieel verantwoorde wijze te organiseren. Gescheiden verantwoordelijkheid, gezamenlijk belang Grofweg zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor onderhoud, aanpassingen en exploitatie en de gemeente voor nieuwbouw en uitbreidingen. Renovatie van schoolgebouwen is voor de wetgever vooralsnog een vraagstuk van lokaal overleg, hoewel hier op rijksniveau plannen zijn om dit wettelijk te regelen. Het verlengen van de levensduur is in het belang van zowel gemeenten als schoolbesturen, waardoor een gezamenlijke inzet en bijdrage aan de orde kan zijn.
KWALITE ITSAMB ITIE De gemeente en de schoolbesturen in de gemeente Zwartewaterland spannen zich gezamenlijk in om (1) alle negen kwaliteitscriteria voor de scholen ‘op groen’ te krijgen en (2) te voorkomen dat gebouwen ‘in het rood komen’. Tegelijkertijd is bij deze ambitie omwille van een aantal redenen een gezonde dosis realisme noodzakelijk: •
Groeimodel: Vanwege financiële en organisatorische restricties kan de ‘vergroeningstransitie’ van schoolgebouwen niet van vandaag op morgen gerealiseerd worden.
•
Bewuste keuze: Soms kan het een bewuste keuze zijn niet voor het optimum te gaan, bijvoorbeeld als een gebouw in de nabije toekomst op de nominatie van afstoten staat of omdat de continuïteit van een onderwijsvoorziening onzeker is.
OMVANG
BOUWTECHIEK
INSTALLATIES
•
Continu proces: Veroudering van gebouwen is een continu proces, mede in relatie tot steeds vernieuwende wensen en eisen. ‘Het groen van vandaag is het oranje van overmorgen’.
UITSTRALING
FUNCTIONALITEIT
BINNENKLIMAAT
•
Weerbarstigheid: Sommige criteria zijn in de praktijk weerbarstig om te verbeteren. Een schoolgebouw dat perfect functioneert maar niet op de ideale plek ligt, kan niet zonder meer vervangen worden. Kinderopvang die apart van een school is gesitueerd kan niet worden gedwongen om in te wonen bij een school. Tenslotte zijn niet alle bestaande gebouwen technisch volledig op het niveau van nieuwbouw te krijgen, bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming.
DUURZAAMHEID
SITUERING
KINDCENTRUM
26
INZICHT BIEDT UITZICHT
Ingrediënten voor een strategisch perspectief
Voorkomen van postzegeloplossingen ‘Bezint eer ge begint’. Oplossingen voor knelpunten binnen onderwijshuisvesting zijn doorgaans waardevoller als deze eerst vanuit een strategisch, integraal meerjarenperspectief worden benaderd, alvorens tot maatregelen over te gaan. Op deze wijze wordt de kans geminimaliseerd dat wordt geïnvesteerd in dure ‘postzegeloplossingen’ die beperkte
•
Financiële gegevens zoals boekwaarde, kapitaallasten, onderhoudslasten, exploitatielasten.
•
Exploitatiegegevens: hoe ziet de gebouwexploitatie eruit op korte, middellange
•
en lange termijn (kosten en baten). Vastgoedinformatie over het object zoals eigendom, bezetting, omvang, energiegebruik en mate van verduurzaming.
kwaliteitswinst opleveren.
•
Inzicht biedt uitzicht
Waardering kwaliteit schoolgebouw, in ieder geval op de negen criteria zoals in dit plan geformuleerd. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt welke ingrepen de afgelopen jaren door het schoolbestuur zijn gedaan om het gebouw op peil te
Om postzegeloplossingen en desinvesteringen binnen het scholenbestand
houden.
in de gemeente Zwartewaterland te voorkomen, worden investeringen in
•
aanpassing, verduurzaming, uitbreiding, upgrading, renovatie en
Onderwijskwaliteit: Hoe waardeert de inspectie de kwaliteit van de school? Hoe wordt de vorming van kindcentrum ingevuld?
nieuwbouw van scholen altijd voorafgegaan aan inzicht in het totale pallet
•
aan informatie over vraag en aanbod van vastgoed, zoals in het kader hiernaast genoemd.
Demografische gegevens zoals leerlingenprognoses, voedingsgebieden, afstand
van woongebied tot school, scholen in de nabijheid, gemeentelijke nieuwbouwplannen. •
Mogelijke combinaties met het oplossen van knelpunten binnen dezelfde school, knelpunten bij andere scholen of knelpunten bij andere maatschappelijke partijen op het gebied van opvang, welzijn, zorg, cultuur of sport.
•
27
Aanbod omliggende gemeenten: Welke scholen zijn in de nabijheid aanwezig in omliggende gemeenten?
KINDCENTRA
Kindcentrum in Zwartewaterland
Nieuwbouw
Zowel gemeente als schoolbesturen in Zwartewaterland onderschrijven het belang van het integreren van kindvoorzieningen op basisscholen,
•
In geval van nieuwbouw van een school inclusief kindfuncties, wordt per specifiek project bekeken hoe het eigendom en de financiering van
bijvoorbeeld vanwege de doorlopende leerlijn, maatschappelijke behoefte
deze ruimten geregeld kunnen worden. Gesplitste eigendomsposities
en efficiënte huisvesting.
zijn doorgaans ongewenst, zodat wellicht overwogen kan worden om met langlopende huurcontracten te werken.
Wel voorkeur, geen dogma
•
Het heeft de voorkeur kindfuncties als peuteropvang en kinderdagopvang te integreren in de schoolgebouwen. Maar het betreft geen recht of plicht:
Bij het renoveren van scholen worden afspraken gemaakt met de aanbieder van kindvoorzieningen over de wenselijkheid en financiering van de renovatie van hun deel.
gebouwen in de nabijheid kunnen deze functie soms ook prima vervullen. Sommige kinderopvangorganisaties kiezen er bewust voor om apart van
Meerwaarde
een school gesitueerd te blijven. Het kan eveneens voorkomen dat
Voorafgaand aan een investering van gemeentezijde in een kindcentrum,
kinderen niet buiten de boot gaan vallen op het moment dat er binnen
tonen betrokken schoolbestuur (of besturen) en de kindpartner(s) aan wat
bepaalde scholen geen kindfuncties worden aangeboden.
de reikwijdte is van het kindcentrum, op welke wijze zij invulling gaan geven aan het kindcentrum en wat de inhoudelijke, organisatorische,
Eigen verantwoordelijkheid
maatschappelijke en financiële meerwaarde is van de samenwerking van
De mate waarin en de wijze waarop kindcentra worden gevormd in de gemeente Zwartewaterland is aan de schoolbesturen en
partijen binnen het kindcentrum.
kinderopvangorganisaties zelf. Voor zover leegstand in schoolgebouwen niet nodig is voor de scholen zelf, kan deze worden verhuurd aan kinderopvang. Dit wordt overigens in de praktijk ook al gedaan.
28
THEORETISCHE LEVENSCYCLUS Hiernaast is een weergave opgenomen van de theoretische levensduur van een schoolgebouw. Niet wettelijk bepaald, maar wel een cyclus die in de
vastgoedpraktijk als ‘gangbaar’ wordt beschouwd. Deze cyclus geeft aan dat een nieuw schoolgebouw veertig jaren meekan -met goed onderhoudalvorens er een behoefte is aan een integrale levensduurverlengde ingreep. Bij deze renovatie na veertig jaren wordt het gebouw op tal van aspecten verbeterd, waarbij in de regel sprake is van een mix van maatregelen op het gebied van techniek, verduurzaming, binnenklimaat, uitstraling en functionaliteit. Hoewel de kwaliteit van het gebouw hierdoor wordt
Kwaliteit gebouw 100%
80%
verbeterd, wordt het kwaliteitsniveau van nieuwbouw niet meer gehaald.
Door middel van de renovatie is het gebouw vervolgens weer minimaal 25 jaren geschikt voor goed onderwijs, waarna na (in totaal) 65 jaar de afweging wordt gemaakt om het gebouw nogmaals te renoveren of te
50%
vervangen. Uiteraard alleen als er daadwerkelijk sprake is van een
RENOVEREN
levensvatbare situatie. 30%
Deze theoretische cyclus ligt ten grondslag aan de benadering van RENOVEREN OF NIEUWBOUW
huisvestingsmaatregelen in dit Integraal Huisvestingsplan. Hiermee beogen we een structureel kwalitatieve huisvestingskwaliteit van scholen te waarborgen. Bij iedere investering geldt dat sprake moet zijn van een
levensvatbare situatie die op een betaalbare wijze bijdraagt aan kwaliteit. In die zin is geen sprake van een ‘recht’ op vernieuwing, maar van een feitelijk
40 jaar
geconstateerde noodzaak die van alle kanten kan rekenen op instemming.
29
65 jaar
Leeftijd gebouw
RENOVEREN Verouderende gebouwen Gebouwen verouderen in de loop van de
Renoveren als lokaal beleid Om in dit plan in te spelen op de
Opstellen wensenlijst met volgorde van urgentie
tijd. Niet alleen door slijtage als gevolg van gebruik en weersinvloeden,
behoefte aan renovatie, wordt renovatie in dit plan opgenomen als
Uitgangspunt bij renovatie is dat een schoolbestuur na
maar ook in relatie tot veranderende eisen en wensen op het gebied
potentiële maatregel voor schoolgebouwen.
renovatie de komende 25 jaar geen beroep meer kan
van onderwijs en vastgoed. Denk hierbij aan de intrede van
doen op vernieuwingsinvesteringen vanuit de gemeente.
gepersonaliseerd leren, passend onderwijs en de verduurzaming van
Voorwaarden voor renovatie Gebouwen van minimaal 40 jaar oud
Geadviseerd wordt daarom om bij renovatie een
schoolgebouwen.
komen in aanmerking voor renovatie, op voorwaarde dat de noodzaak
‘wensenlijst’ op te stellen met een volgorde van urgentie
tot renovatie aanwezig is en sprake is van een levensvatbare situatie
van maatregelen, in urgentie variërend van noodzakelijkheid tot wenselijkheid. Op deze wijze kan
lacune waarbij groot onderhoud (door schoolbestuur) niet toereikend
van de betreffende onderwijsvoorziening voor een periode van minimaal 25 jaar. Via renovatie wordt een verlenging van de
is en vervangende nieuwbouw (door gemeente) nog niet noodzakelijk
levensduur beoogd met 25 jaar, waarbij meerdere onderdelen kunnen
een gebouw (denk aan installaties, constructie) in ieder
is. Renovatie betreft een integrale en levensduurverlengende moderniseringsslag waarmee het gebouw weer voor een periode van
worden aangepakt. Denk hierbij aan techniek, functionaliteit, binnenklimaat, verduurzaming en uitstraling. De wijze waarop
geval worden aangepakt en is onderwijs gewaarborgd.
minimaal 25 jaren eigentijds wordt gemaakt op het gebied van onder
renovatie wordt ingevuld is altijd een kwestie van maatwerk, omdat de
Hernieuwde renovatie Gemeente en schoolbestuur
andere functionaliteit, binnenklimaat en duurzaamheid.
uitgangssituatie van een gebouw en de wensen van een schoolbestuur kunnen verschillen. De intensiteit en onderdelen van de renovatie zijn
kunnen er samen bewust voor kiezen om voor gebouwen die ouder zijn dan 65 jaar en in het verleden als eens zijn
Lacune in de wetgeving De verantwoordelijkheid voor groot
in belangrijke mate afhankelijk van de kwaliteit van het bestaande
gerenoveerd tot hernieuwde renovatie en niet tot
onderhoud ligt bij de schoolbesturen en voor vervangende nieuwbouw bij de gemeente. Renovatie van schoolgebouwen is als voorziening nog
gebouw en de kwaliteitswinst die technisch en functioneel gezien te behalen valt. Renovatie is daarmee dus altijd maatwerk.
vervangende nieuwbouw over te gaan. Bij een tweede renovatie van een gebouw, waarmee vervangende
Levensduurverlenging Renoveren voorziet in het opvullen van de
niet belegd in de huisvestingsverordening. Landelijke wetgeving voor
worden gewaarborgd dat de zogeheten ‘vitale delen’ van
nieuwbouw wordt voorkomen, wordt uitgegaan van een
renovatie is momenteel wel in voorbereiding, maar de bekostiging lijkt
Vergelijking met vervangende nieuwbouw Waar sprake is van
hogere financiële bijdrage van de gemeente dan bij een
de feitelijke implementatie van deze nieuwe wetgeving vooralsnog
renovatie, wordt altijd een vergelijking gemaakt met het alternatief
eerste renovatie. Hiermee kan een eigen bijdrage van het
nog in de weg te staan. Daarnaast is renovatie in de wetsvoorstellen
van vervangende nieuwbouw. Doorgaans zit er een verschil in de
schoolbestuur voor een tweede renovatie in principe
sec neergezet als alternatief voor vervangende nieuwbouw (waarbij
achterwege blijven.
formeel alleen aanspraak kan worden gemaakt indien de technische
afschrijvingstermijnen van beide, waarbij het respectievelijk gaat om afschrijving in 25 jaar (renovatie) en 40 jaar (nieuwbouw). Te behalen
staat van een schoolgebouw dermate slecht is) en niet als zelfstandige
kwaliteitswinst en kosten zijn in dit kader belangrijke afwegingskaders.
voorziening om tot tussentijdse levensduurverlenging van een gebouw te komen en hiermee ook andere knelpunten weg te nemen.
30
UPGRADEN
Renoveren ongewenst Het kan voorkomen dat een gebouw verouderd is, maar een
omvattende renovatie niet gewenst is: •
De potentie van het gebouw is zodanig slecht dat een renovatie niet voldoende kwaliteitswinst oplevert, terwijl nieuwbouw in
combinatie met een andere school zich pas op termijn aandient. •
Er bestaat onzekerheid over de levensvatbaarheid van de
•
onderwijsvoorziening op lange termijn. Schoolbesturen hebben in het verleden voor eigen rekening en
risico het gebouw al gerenoveerd op veel onderdelen. Upgraden als alternatief
In alle bovenstaande gevallen hoeft een gebouw niet omvattend te worden gerenoveerd, maar kunnen gemeente en schoolbesturen wel overgaan tot het ‘upgraden’ van één of enkele aspecten van het gebouw zoals functionaliteit, binnenklimaat en verduurzaming. Hiermee worden de grootste knelpunten verholpen zonder dat sprake is van een volledige gebouwrenovatie. Zoals ook bij renovatie het geval is, moet het hier uitdrukkelijk gaan om
levensduurverlenging van een gebouw en niet om onderhoud, wat een eigen verantwoordelijkheid van het schoolbestuur is.
31
31
T E R I L L U S T R AT I E : LEVENSCYCLUS GEBOUW
Op de vorige pagina’s is uiteengezet dat er verschillende mogelijkheden zijn als het gaat om gebouwen die aan het einde van hun levensduur zijn,
variërend van upgraden of renoveren tot vervangende nieuwbouw.
NIEUWBOUW (40 jaar)
RENOVATIE (25 jaar)
NIEUWBOUW (40 jaar)
RENOVATIE (25 jaar)
NIEUWBOUW (40 jaar)
RENOVATIE (25 jaar)
VERVANGENDE NIEUWBOUW (40 jaar)
RENOVATIE (25 jaar)
Belangrijke randvoorwaarde bij iedere beslissing rondom het vernieuwen van een gebouw, is dat een maatregel tot vernieuwing altijd maatwerk is en nooit wordt genomen zonder dat sprake is van zicht op het eerstvolgende eindbeeld van de school zelf en van
UPGRADEN (10 jaar)
VERVANGENDE NIEUWBOUW (40 jaar)
RENOVATIE (25 jaar)
80
120
andere scholen in de kern.
Hiernaast is een theoretische niet-limitatieve weergave opgenomen van een aantal levenscycli van een schoolgebouw. De getallen die hierbij genoemd staan, hebben betrekking op de termijn waarin een
AFSTOTEN
investering wordt afgeschreven.
0
20
40
aantal jaren
32
32 32
60
100
VERDUURZAMEN Gedeelde verantwoordelijkheid • De wettelijk vereiste CO2-reductie vanuit het klimaatakkoord bedraagt 49% in 2030 en 95% in 2050. Dit is een gemeentebrede taakstelling. Onderwijshuisvesting is één van de aspecten die hier deel van uitmaakt. • Wanneer bij onderwijshuisvesting sprake is van vervangende nieuwbouw, moeten gebouwen voldoen aan de eisen van het dan geldende Bouwbesluit. Mogelijk komt daar in de toekomst de verantwoordelijkheid voor renovatie bij voor gemeenten. Wetgeving hierover is in voorbereiding. • Voor bestaande schoolgebouwen zijn schoolbesturen in principe zelf verantwoordelijk voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen zoals isoleren, energieopwekking en warmte-koude-opslag. Gemeentelijk duurzaamheidsbeleid • De lokale duurzaamheidsambitie van de gemeente Zwartewaterland is klimaatneutraal in 2040. • De ‘natuurlijke momenten’ van renovatie en vervangende nieuwbouw zijn bij uitstek geschikt om schoolgebouwen te verduurzamen. De vraag is of via deze vernieuwing genoeg wordt bijgedragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen of dat extra acties nodig zijn. Verduurzaming bestaande gebouwen Onlangs hebben alle schoolbesturen een brief ontvangen van de rijksoverheid, waarin deze wijst op de verschillende informatiekanalen, producten en leningsmogelijkheden die er zijn voor schoolbesturen op het gebied van verduurzaming.
Onderwijshuisvestingsambitie nieuwbouw • Hoewel het geen wettelijke plicht is, hebben gemeente en schoolbesturen in Zwartewaterland gezamenlijk de lokale ambitie om vervangende nieuwbouw te realiseren op het niveau van ENG (Energie Neutrale Gebouwen). • Hiervan bekostigt de gemeente Zwartewaterland vanuit het IHP tot het niveau van het Bouwbesluit, wat is gericht op Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). • Via een inspanningsverplichting van gemeente en schoolbesturen wordt beoogd de ‘kloof’ van BENG naar ENG te overbruggen via bijvoorbeeld eigen bijdrage van schoolbesturen, fondsen en subsidies en gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Onderwijshuisvestingsambitie renovatie • Hoewel het (veelal) geen wettelijke plicht is, hebben gemeente en schoolbesturen in Zwartewaterland gezamenlijk de lokale ambitie om renovatie te realiseren op het niveau van BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). • Hiervan bekostigt de gemeente Zwartewaterland vanuit het IHP een maximale bijdrage voor renovatie, die zo mogelijk wordt aangevuld met een eigen bijdrage van schoolbesturen, fondsen en subsidies en gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Realistische benadering Het belang van verduurzaming wordt door zowel gemeente als schoolbesturen onderschreven. Tegelijkertijd is het zaak om met een gezonde blik blijven kijken naar verduurzaming. Aandachtspunten:
33
•
•
•
•
•
Groeimodel: Het kost tijd om een volledige portefeuille te laten voldoen aan nieuwe eisen die bij de realisering van de betreffende gebouwen niet golden. Inclusiviteit: Kijk bij maatregelen niet alleen naar de korte termijn investeringen en opbrengsten, maar ook naar de indirecte exploitatiekosten. Wanneer moet ik de installaties vervangen? Wat kost het onderhoud? Wat zijn de extra energiekosten? Voortschrijdend inzicht: De innovaties rondom verduurzaming gaan razendsnel. Wat vandaag ‘hot’ is, kan morgen zijn verouderd. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke komst van waterstof, die de energievoorziening volledig op de kop gaat zetten. Het kan reden zijn om niet ‘te ver’ voorop te lopen met verduurzaming, maar qua infrastructuur wel alvast rekening te houden met dit soort ontwikkelingen. Afstemmen op levensduur: Om als schoolbestuur te weten of je maatregelen wel of niet moeten nemen, is het van belang om te weten wanneer welke scholen de komende decennia in stand worden gehouden, worden afgestoten, gerenoveerd of nieuwgebouwd. Het gasloos maken van een schoolgebouw doe je bijvoorbeeld normaal gesproken niet als je weet dat je over 15 jaar het gebouw vervangt. Kortom: stem je maatregelen af op het restant levensduur en de afschrijvingstermijnen.
Verrekening: de vraag is in hoeverre bepaalde vormen van verduurzaming nog interessant zijn op het moment dat de eventuele ‘saldering’ van opbrengst en gebruik van energie in de (nabije) toekomst wordt aangepast. Mede in relatie tot de maanden dat een school in de zomer niet gebruikt wordt.
L E E G S TA N D
Leegstand kost in principe geld
Schoolbesturen ontvangen geen vergoeding van de rijksoverheid voor het exploiteren van vierkante meters die boven de normatieve behoefte (gebaseerd op aanwezige leerlingen) uitkomen. Het onderhouden, verwarmen en schoonmaken kost
wel geld. Per saldo betekent dit dat leegstand nadelig is voor de exploitatie. Voor de gemeente Zwartewaterland geldt een soortgelijk verhaal voor de dekking van de kapitaallasten via de middelen onderwijshuisvesting in de Uitkering Gemeentefonds. Gewenste leegstand Enige leegstand is meestal wel gewenst op scholen. De normeringen uit de verordening zijn aan de krappe kant in relatie tot de behoefte. Daarnaast zijn oudere gebouwen soms minder efficiënt ontwerpen en bevatten veel inefficiënte vierkante
meters. Voorbeeld hiervan is een traditionele gangenschool, waarbij een gang slechts aan één zijde lokalen heeft en de gang
Daarnaast vindt in toenemende mate inwoning plaats van peuteropvang, kinderdagopvang en/of BSO. Behalve dat een school zich hiermee kan verbreden tot kindcentrum, komen op deze wijze ook huurinkomsten binnen.
Structurele leegstand ongewenst Als voor leegstand geen invulling wordt gevonden door de school zelf of via kindfuncties, is veelal sprake van structurele leegstand. Niet alleen vanuit financieel perspectief, maar ook qua uitstraling en ‘reuring’ is structurele leegstand ongewenst.
Schoolbesturen blijven als juridisch eigenaar primair zelf verantwoordelijk voor (het wegwerken van) de leegstand. Om deze leegstand te verhelpen kan worden gedacht aan: • Medegebruik - bekijken of er vraag is naar ruimten vanuit andere scholen of kinderopvangorganisaties.
niet breed genoeg is om bijvoorbeeld werkplekken of een leerplein te realiseren. Veel scholen ‘accepteren’ daarom een bepaalde leegstand van één tot twee lokalen, omdat deze ingezet kunnen worden als bijvoorbeeld ICT-lokaal, spreekkamer, handenarbeidlokaal of technieklokaal.
Verhuur - op zoek gaan naar huurders, waarbij specifieke voorwaarden gelden voor commerciële verhuur.
•
Strategische visie schoolbestuur - om leegstand terug te
dringen kan vanuit het schoolbestuur een strategische visie worden ontwikkeld om bijvoorbeeld scholen samen te laten gaan, de kwaliteit van bepaalde scholen of teams te versterken, waar mogelijk te sturen op de aanmelding van
leerlingen op scholen of het bestuurskantoor te huisvesten. Inspanning gemeente De gemeente Zwartewaterland is niet verantwoordelijk voor de leegstand van schoolgebouwen, maar acht structurele leegstand wel ongewenst. Om structurele leegstand tegen te
Inspanning schoolbesturen
•
•
Buiten gebruik stellen - onderzoeken of gebouwdelen buiten gebruik gesteld kunnen worden, waarmee exploitatielasten voor deze ruimten worden geminimaliseerd.
34
gaan, kan van gemeentezijde worden gedacht aan: •
Aandragen huurders - de gemeente subsidieert diverse partijen en komt als lokale overheid met veel partijen in aanraking.
•
Renovatie of vervangende nieuwbouw - deze ingrepen bieden bij uitstek de kans om ‘passende’ oplossingen te realiseren en de overmaat aan vierkante meters te reduceren.
MEDEGEBRUIK
Binnen multifunctionele gebouwen
Tussen solitaire schoolgebouwen
Eén van de krachtige aspecten van een multifunctioneel gebouw is dat groei en krimp van scholen (en overige inwoners) onderling op relatief
•
Medegebruik bij een ander schoolgebouw is altijd een kwestie van overleg tussen de betrokken schoolbesturen en de gemeente.
eenvoudige wijze kunnen worden opgevangen. In die zin is sprake van
•
Medegebruik van één of meerdere lokalen in een andere gebouw
‘communicerende vaten’ tussen de inwoners onderling. Daarnaast kan een gezamenlijk gebouw bijdragen aan de samenwerking tussen partners
geniet meestal niet de voorkeur van scholen, vanwege het opsplitsen van leerlingen en docenten.
onderling. Vooralsnog zijn in de gemeente Zwartewaterland nog geen
•
gebouwen met meerdere scholen aanwezig.
Aan de andere kant is het zaak mogelijkheden tot medegebruik serieus te bekijken, omdat het gaat om door de gemeenschap gefinancierde ruimten die door de schoolbesturen geëxploiteerd moeten worden. Bovendien is elke uitbreiding kostbaar.
•
Wanneer de gelegenheid van medegebruik zich voordoet, is het zaak de specifieke context in kaart te brengen: - Duur van het huisvestingstekort
- Aantal groepen met huisvestingstekort - Afstand tot de moederschool - Verkeersaders en verkeersveiligheid
- Herkomst leerlingen - Geschiktheid gebouw voor medegebruik
35
LOKAAL ONDERNEMERSCHAP
De komende decennia moeten veel scholen worden vernieuwd op het gebied van functionaliteit, bouwtechniek, installatietechniek, ventilatie en verduurzaming. Een flinke uitdaging, waarbij het zaak is
om ten dele innovatieve oplossingen te vinden die kwaliteit leveren en structureel verantwoord te exploiteren zijn. Gezien het ondernemerschap onder de bevolking van Zwartewaterland, is het een mooie kans hierbij als lokale overheid, schoolbesturen en bedrijfsleven de handen in elkaar te slaan en te kijken op welke wijze het lokale ondernemerschap kan worden ingezet om de opgave binnen onderwijshuisvesting waar te maken,
met inachtneming van de inkoop- en aanbestedingsregels. Landelijk zijn al diverse projecten geïnitieerd waarbij consortia van landelijke en regionale partijen samenwerken in projecten.
36
BUSINESSPLAN
Opstellen businessplan door schoolbesturen
Uitvoering na vaststellen businessplan
Schoolbesturen stellen als onderbouwing van een aanvraag voor alle projecten voor upgrading, renovatie en nieuwbouw een businessplan op.
Het bouwheerschap komt bij nieuwbouw en/of renovatie van schoolgebouwen vanuit de regels in de Wet op het Primair Onderwijs bij
Hierin gaat in ieder geval aandacht uit naar:
het onderwijsveld te liggen. Bij bijzondere situatie en/of op verzoek kan de gemeente bouwheer zijn.
•
Gebouwelijke maatregelen
•
Omvang (onderwijs)capaciteit
Schoolbesturen zijn als bouwheer verantwoordelijk voor de aanbesteding
• •
Gespecificeerde kostenspecificatie Bijdrage gemeente
van de werkzaamheden voor upgrading, renovatie of nieuwbouw. Indien tijdens de aanbestedingsprocedure blijkt dat de inschrijvingen leiden tot
•
Bijdrage schoolbestuur
een budgetoverschrijding en het schoolbestuur hierdoor een extra bijdrage
•
Overige dekking (subsidies, fondsen, huur kinderopvang)
van de gemeente wenst, gaan schoolbestuur en gemeente hierover in
•
Verwachte inverdieneffecten op duurzaamheid
gesprek. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de oorzaak van de
•
Bouwheerschap
overschrijding. Is er bijvoorbeeld meer uitgevraagd dan nodig of liggen de
•
Eventuele samenwerking met consortia Financieringsvormen (bijvoorbeeld (voor)financiering van de investering
actuele marktprijzen boven de geraamde bedragen? Mogelijk moet de uitvraag worden bijgesteld of moet extra budget worden aangevraagd.
die schoolbesturen doen)
Eventueel kan bij de bestekstukken van de aanbesteding ook een ‘nice-to-
Combinaties met andere functies
have’ lijst worden gebruikt, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hetgeen dat minimaal gerealiseerd moet worden en optionele zaken die mede op
•
•
De gemeente Zwartewaterland toetst het businessplan op inhoud,
basis van de bedragen die inschrijvende partijen hiervoor rekenen wel of
organisatie en financiën. Het van beide kanten overeengekomen
niet meegenomen worden in de gunning.
businessplan vormt de basis voor de beschikking van gemeentezijde.
37
37
G E FA SEERD E U I T V O E R IN G Wens tot fasering Voor de financiële planning van gemeente en
Leeftijd is echter niet het enige criterium dat wordt bekeken. Het vernieuwen
schoolbesturen, de inrichting van onderwijskundige concepten en om te weten
van schoolgebouwen is hiermee geen ‘automatisch recht’. Zonder uitputtend te
of bepaalde investeringen in het gebouw en de inrichting wel of niet gedaan
zijn, worden in ieder geval de volgende elementen betrokken bij de fasering, die
moeten worden, is het van belang te weten welke schoolgebouwen in welk
uiteindelijk het resultaat is van overeenstemming tussen gemeente en
tijdspad aangepakt worden.
schoolbesturen in het OOGO:
Fasering in zes fasen In dit Integraal Huisvestingsplan worden zes fasen
gehanteerd. De mogelijkheden voor het uitvoeren van maatregelen in een fase is afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen.
Fase 1
•
Kwaliteit schoolgebouw: er moet daadwerkelijk noodzaak zijn vanuit de
•
kwaliteit van het schoolgebouw (in kaart brengen via de 9 kwaliteitscriteria). Levensvatbaarheid: de ontwikkeling van leerlingenaantallen, de beoordeling
2021-2022
Fase 2
van de onderwijsinspectie en de strategische visie van het schoolbestuur op
2023-2025
Fasering in samenspraak Het werken met een faseringsplan impliceert ‘geven en nemen’. Het zal in de praktijk financieel en organisatorisch niet haalbaar (en
Fase 3 2026-2029
instandhouding van de voorziening. •
ook niet wenselijk) zijn voor gemeente en schoolbesturen om alle maatregelen gelijktijdig uit te voeren. De fasering is een resultante van onderlinge afstemming tussen gemeente en schoolbesturen. Geen keurslijf Jaarlijks wordt in gezamenlijk overleg tussen gemeente en schoolbesturen bezien of er aanleiding is de fasering aan te passen aan de hand van actuele ontwikkelingen. De fasering is hiermee geen keurslijf, maar een
Synergie-effecten: combinaties tussen scholen en/of andere maatschappelijke instellingen in de kern kunnen reden zijn om een school naar voren te halen
Fase 4 2030-2033
•
in de fasering. Herontwikkeling: als de locatie van een pand zich leent voor
Fase 5
stedenbouwkundige ontwikkelingen, kan een school naar voren worden
2034-2037
gehaald in de fasering. Uitbreidingen en boekwaarde: in het verleden heeft een (of meerdere)
Fase 6
•
uitbreiding en/of aanpassing plaatsgevonden, waarmee zowel de kwaliteit als
2038-2041
organische planning.
de boekwaarde zijn gestegen. •
Financiële en personele aspecten: zowel qua financiële last als qua personele
Grondslag voor fasering De leeftijd van een gebouw vormt de primaire basis
inzet kan fasering van projecten van de zijde van gemeente en/of een
voor het tijdstip waarop een gebouw voor vernieuwing in aanmerking komt (zie volgende hoofdstuk voor de theoretische afwegingsmomenten).
schoolbestuur gewenst zijn. Voorbereidingstijd: sommige projecten nemen veel tijd in beslag in de
•
voorbereidingsfase, bijvoorbeeld in de planontwikkeling, het verwerven van een locatie of het wijzigen van een bestemmingsplan.
38
38
6 PERSPECTIEVEN
AFWEGINGSMOMENTEN Hiernaast zijn de theoretische afwegingsmomenten van de schoolgebouwen opgenomen, gebaseerd op de theoretische aanname uit het vorige hoofdstuk dat 40 jaar na nieuwbouw en 25 jaar na renovatie een vernieuwing van de huisvesting nodig is.
Deze afwegingsmomenten bieden overigens geen ‘formeel recht’ op vernieuwing, maar vormen een onderdeel van de toetsing of en op welke wijze- een schoolgebouw al dan niet gemoderniseerd moet worden. In de basis vormt de leeftijd van een gebouw hiermee wel een uitgangspunt voor de fasering van maatregelen. Op de met een (*) aangemerkte scholen hebben na het stichtingsjaar ook uitbreidingen plaatsgevonden, waardoor delen van deze gebouwen van recentere aard zijn. Op de met een (**) aangemerkte scholen zijn ook aanpassingen gedaan in het kader van onderwijskundige vernieuwingen. Het overzicht laat zien dat de afgelopen jaren zes schoolgebouwen niet zijn vernieuwd, ondanks dat de leeftijdsgrens van 40 jaren is overschreden. In dit plan worden voorstellen gedaan om deze ‘achterstand’ planmatig weg te werken, waarna partijen in staat zijn om de cyclus weer te volgen.
In overleg tussen gemeente en alle schoolbesturen kan worden gekozen voor een ‘stijging of daling’ op de lijst, als hiervoor goede argumenten aanwezig zijn. Zie hoofdstuk 7 ‘faseringsplan’.
40
VOLGORDE SCHOOL
PLAATS
BOUWJAAR