CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - Regels en Toelichting BP met bijlagen

Raadsvergadering 10 oktober 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Uitbreiding begraafplaats De Santvoirt Hasselt23.425 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt

Bestemmingsplan uitbreiding begraafplaats De Sandtvo irt Hasselt vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Bijlagen bij de toelichting

65

Bijlage 1

Quickscan behoefte

66

Bijlage 2

Geotechnisch onderzoek

77

Bijlage 3

Bodemonderzoek

101

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

174

Bijlage 5

Stikstofberekening

235

Bijlage 6

Quickscan natuurwaarden

260

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

291

Regels

328

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

329 329 332

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Maatschappelijk - Begraafplaats Waarde - Archeologie

333 333 335

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

336 336 337 338 339 340

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

341 341 342

Bijlagen bij de regels

345

Bijlage 1

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

346

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan

348

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Bestemmingsplan uitbreiding begraafplaats De Sandtvo irt Hasselt vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

\

Bestemmingsplan

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt

Juli 2024

Vastgesteld

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

BESTEMMINGSPLAN UITBREIDING BEGRAAFPLAATS DE SANDTVOIRT HASSELT

Plannaam: IMRO-code: Plantype: Datum: Status:

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt NL.IMRO.1896.BP0065-VS02 Bestemmingsplan Juli 2024 Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................. 5 1.1. 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING .............................................................................................................................................5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED .....................................................................................................................5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ...........................................................................................................5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ....................................................................................................................6 LEESWIJZER ..............................................................................................................................................7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE EN ONTWIKKELINGEN ............................................. 8 2.1 2.2

HASSELT ..................................................................................................................................................8 HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ...............................................................................................................8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .................................................................... 10 3.1 3.2

ALGEMEEN .............................................................................................................................................10 INRICHTING ............................................................................................................................................10

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .......................................................................... 15 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID ............................................................................................................................................15 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................18 GEMEENTELIJK BELEID...............................................................................................................................26

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

GELUID ..................................................................................................................................................30 BODEM..................................................................................................................................................30 LUCHTKWALITEIT .....................................................................................................................................32 EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................33 MILIEUZONERING ....................................................................................................................................34 ECOLOGIE...............................................................................................................................................37 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ............................................................................................................39

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN....................................................................... 43 6.1 6.2 6.3

VIGEREND BELEID.....................................................................................................................................43 WATERTOETS ..........................................................................................................................................44 WATERPARAGRAAF ..................................................................................................................................44

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................. 48 7.1 7.2 7.3

INLEIDING...............................................................................................................................................48 OPZET VAN DE REGELS ..............................................................................................................................48 VERANTWOORDING VAN DE REGELS.............................................................................................................49

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................. 51 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ...................................... 52 9.1 9.2 9.3 9.4

HET RIJK ................................................................................................................................................52 PROVINCIE OVERIJSSEL .............................................................................................................................52 WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA .................................................................................................52 INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN .........................................................................................................................52

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .............................................................................. 53 BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6:

QUICKSCAN BEHOEFTE EN CAPACITEIT ..................................................................................................54 GEOTECHNISCH ONDERZOEK ..............................................................................................................55 VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................................................56 AKOESTISCH ONDERZOEK ...................................................................................................................57 STIKSTOFBEREKENING .......................................................................................................................58 QUICKSCAN NATUURWAARDEN...........................................................................................................59

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan BIJLAGE 7:

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK.............................................................................................................60

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 1 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

Begraafplaats Sandtvoirt te Hasselt is bijna volledig in gebruik. Gemeente Zwartewaterland heeft daarom behoefte om de begraafcapaciteit te vergroten. Het college van burgemeester en wethouders heeft in 2016 hiertoe reeds een formeel besluit genomen om de bestaande begraafplaats uit te breiden. De uitbreidingslocatie is gelegen op gronden van het naastgelegen volkstuincomplex, dat aan de oostzijde van de huidige begraafplaats ligt. De uitbreiding ter grootte van circa 1 hectare is noodzakelijk om plaats te kunnen blijven bieden aan de stoffelijke resten van de inwoners van Hasselt. Naast vorenstaande is het tevens wenselijk om op de begraafplaats een gebouw te realiseren, die gebruikt zal worden door het beheerdersgebouw (opslaglocatie). Dit gebouw staat deels op gronden met de bestemming ‘Water’. Opgemerkt wordt dat voor dit gebouw reeds een vergunning is verleend. In dit bestemmingsplan wordt het planologisch passend bestemd. Omdat de voorgenomen ontwikkelingen niet in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het bestemmingsplan zorgt voor een passend juridischplanologisch kader. Hierbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt ten oosten van de kern Hasselt, aan de Doctor H.A.W. van der Vechtlaan. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Hasselt, sectie F, perceel 656. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Hasselt en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1896.BP0065-VS02) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Buitengebied Zwartewaterland”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 10 oktober 2013. Het gehele perceel is grotendeels bestemd met de bestemming ‘Recreatie – Volkstuin’. Tevens gelden ter plaatse van het beheerdersgebouw de bestemmingen ‘Water’ en ‘Maatschappelijk – Begraafplaats’. Tot slot is het gehele perceel voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zwartewaterland’ opgenomen. Het rode gebied geeft de gronden aan die onderdeel uitmaken van het plangebied.

Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied Zwartewaterland” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Gronden met de bestemming ‘Recreatie – Volkstuin’ zijn bestemd voor volkstuinen, gebouwen ten behoeve van de volkstuinen en gebouwen voor gemeenschappelijke voorzieningen. Daarnaast zijn ondergeschikt wegen en paden, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen en water toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan Gronden met de bestemming ‘Water’ zijn met name bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden. Gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk – Begraafplaats’ zijn met name bestemd voor begraafplaatsen, parkeervoorzieningen, groen en water. Gronden met een archeologische dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende waarden, mede bestemd voor het behoud van de archeologische monumenten en waarden die daar aanwezig kunnen zijn. 1.4.3

Strijdigheid

Een begraafplaats past niet binnen de functieomschrijving van de geldende bestemming. Dit geldt tevens voor het gebouw voor het beheerdersgebouw. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Zwartewaterland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 6 wordt in gegaan op het aspect water. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE EN ONTWIKKELINGEN

Hasselt

Het stadje Hasselt ligt aan het Zwarte Water, nabij de monding van de Overijsselse Vecht. Het Zwarte Water had vroeger een open verbinding met de Zuiderzee. De eerste inwoners vestigden zich op de hoger gelegen zandruggen aan de rivierzijde. De oudste gedeelten van Hasselt zijn nog duidelijk herkenbaar, vanwege hun hogere ligging. Door de ligging aan een knooppunt van land- en waterwegen (o.a. de Dedemsvaart) werd Hasselt een belangrijk handelscentrum. Opgravingen hebben uitgewezen dat in een deel van Hasselt al rond 1000 voor Christus mensen aanwezig waren. Met het toenemen van de mobiliteit over de weg, het groter worden van schepen en het toenemende verbruik van steenkolen en later olie en gas verloor de Dedemsvaart en daarmee Hasselt haar economische betekenis. Het kanaal in Hasselt is nog wel aanwezig maar is inmiddels grotendeels gedempt. Het veenpakket in het noordoosten van Overijssel is verdwenen en voor de afvoer van overtollig water zijn andere oplossingen gevonden. Het succes van het kanaal werd tevens zijn ondergang. Langs het kanaal ontstond in het verleden bewoning en er kwam industrie en dat vereiste in de loop der jaren goede verbindingen over de weg. Die kwamen er, maar wel ten koste van het kanaal. Vanaf de jaren 60 van de 19e eeuw heeft zich in Hasselt een industrie ontwikkeld die haar speerpunten heeft in de (woning)bouw, wegenbouw en vloerbekleding.

Ook zijn in deze plaats enkele bedrijven gevestigd die een logistieke functie hebben of daaraan gerelateerd zijn. Door haar rijke verleden en de aanwezigheid van vele oude gebouwen die daaraan herinneren is er in Hasselt met het toenemen van de welvaart vanaf de jaren 70 een nieuwe bedrijfstak ontstaan: het toerisme. In afbeelding 2.1 zijn historische kaarten van Hasselt opgenomen, waarop de ontwikkeling goed zichtbaar is.

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling van Hasselt, kaarten uit 1850, 1920, 1970 en 2015 (Bron: www.topotijdreis.nl)

2.2

Het plangebied en de omgeving

Het plangebied ligt aan de oostrand van de kern Hasselt. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit woonwijken en maatschappelijke voorzieningen (in de kern Hasselt) en agrarische gronden (aan de noord- en oostzijde, in het buitengebied) en volkstuinen (aan de zuidzijde). Het plangebied zelf is momenteel in gebruik als volkstuinencomplex en deels braakliggend. Het grootste gedeelte van het plangebied bestaat dan ook uit tuinen en enkele kassen/gebouwen ten behoeve van deze tuinen. Tevens is een deel van het terrein in gebruik als opslag en is een deel braakliggend. Over het terrein loopt een halverhard (puin)pad, welke een verbinding vormt tussen de Doctor H.A.W. van der Vechtlaan en de zuidelijk gelegen volkstuinen. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de huidige, bestaande begraafplaats, aan de noordzijde door de Doctor H.A.W. van de Vechtlaan, aan de oostzijde door een woonperceel en agrarische gronden en aan de zuidzijde door een watergang met daarachter volkstuinen. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld van het plangebied opgenomen. Op de luchtfoto is een gebouw zichtbaar. Opgemerkt wordt dat dit een tijdelijk beheerdersgebouw is. Deze zal worden gesloopt en vervangen door het nieuwe gebouw, waarvoor de vergunning verleend is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

Afbeelding 2.2: Luchtfoto plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.3: Straatbeeld van het plangebied (Bron: Google streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Algemeen

Zoals aangegeven betreft de ontwikkeling de uitbreiding van de bestaande begraafplaats Sandtvoirt en de bouw van een beheerdersgebouw. De gemeente Zwartewaterland heeft als uitgangspunt geformuleerd dat de begraafcapaciteit gebaseerd is op de behoefte van de kern Hasselt en dat bij lijkbezorging niet uitgeweken hoeft te worden naar één van de andere kernen in de gemeente Zwartewaterland. Het besluit om de begraafplaats uit te breiden dateert uit 2016. Daarom is de begraafcapaciteit geactualiseerd. Door KYBYS.ING is een quickscan naar de behoefte en de capaciteit uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 1, hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Bij de capaciteitsbepaling van een begraafplaats wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen de beschikbare capaciteit en de totale capaciteit, exclusief eventuele uitbreidingsmogelijkheden. De beschikbare capaciteit is het aantal graven dat beschikbaar is voor direct gebruik. Dit zijn de graven die beschikbaar zijn voor uitgifte. Op basis van de beschikbare capaciteit kan worden bepaald tot wanneer er, zonder aanvullende maatregelen, op de begraafplaats kan worden begraven. De totale capaciteit is het totaal aantal graven op een begraafplaats, zowel leeg als in gebruik.

Dit gegeven is van belang wanneer er binnen de gemeente een beleid wordt toegepast waarbij het gewenst is dat graven na verloop van tijd weer opnieuw worden uitgegeven. Op basis van de verkregen gegevens van gemeente Zwartewaterland is het gemiddeld aantal grafuitgiften bepaald over de afgelopen vijf jaar (beschikbare gegevens van 2012-2016). Voor de gemeentelijke begraafplaats te Hasselt zijn de bevindingen weergegeven in de navolgende tabel.

Gemiddeld genomen vinden er jaarlijks 13 begravingen plaats op de gemeentelijke begraafplaats Hasselt, op basis van de aangeleverde gegevens betreffen dit nieuwe graven. Daarnaast zijn er jaarlijks gemiddeld 5 bijzettingen. Op basis van de berekeningen ontstaat er in de periode 2021-2022 een capaciteitsprobleem op de bestaande begraafplaats.

3.2

Inrichting

3.2.1

Algemeen

Voor de inrichting van de begraafplaats is een schets opgesteld. Daarnaast zijn er ook schetsen en uitgangspunten opgesteld voor de bouw van het beheerdersgebouw. Hierna wordt afzonderlijk op beide onderdelen ingegaan. Begraafplaats Wat betreft de inrichting is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande begraafplaats. Tussen de verschillende velden en langs de paden wordt gebiedseigen groen aangebracht. Daarnaast wordt de gehele uitbreiding omzoomd door een groene singel. Tussen de uitbreiding en de bestaande begraafplaats wordt een watergang aangebracht. Via twee aan te leggen bruggen wordt de uitbreiding verbonden met de bestaande begraafplaats. De uitbreiding krijgt de beschikking over een eigen ontsluiting. Deze ontsluiting is

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan gelegen in het noordoosten, naast de oostelijk gelegen woonkavel. Tevens wordt er aan de zijde van de H.A.W. van der Vechtlaan een eigen parkeerterrein ingericht. Binnen het plangebied wordt een gebouw voor beheer en onderhoud gebouwd. Het betreft een beheerdersgebouw, dat zal worden gebruikt ten behoeve van een magazijn en opslag van materialen. Het gebouw wordt gebouwd op het noordelijke deel, nabij de Doctor H.A.W. van der Vechtlaan. In afbeelding 3.1 is een eerste schets van de gewenste uitbreiding opgenomen.

Afbeelding 3.1: Inrichtingsschets van de gewenste uitbreiding (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

Het beheerdersgebouw Naast de uitbreiding van de begraafplaats is de gemeente Zwartewaterland tevens voornemens om ter plaatse van de uitbreiding een beheerdersgebouw te bouwen. Het gaat om een gebouw die dienst zal doen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan als opslaglocatie voor materialen die gebruikt worden door de buitendienst (onder andere strooizout, onderhoudsmateriaal etc.). Tevens zal er een klein kantoor worden gevestigd in dit gebouw. De gemeente acht het van belang dat dit gebouw een passende ruimtelijke uitstraling krijgt. Het gaat om een landelijke uitstraling, waarbij de gevel richting de begraafplaats een architectonisch hoogwaardige uitstraling dient te krijgen. Het gebouw krijgt een donkere, onopvallende kleur, zodat het past bij de sobere uitstraling van een begraafplaats. Het gebouw krijgt een goothoogte van maximaal 3,5 meter en een bouwhoogte van 6 meter. Tot slot zal het gebouw landschappelijk ingepast worden. De oppervlakte van het gebouw bedraagt circa 140 m2. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het beoogde gebouw opgenomen.

Afbeelding 3.2: Weergave beoogd beheerdersgebouw (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

3.2.2

Verkeer en parkeren

3.2.2.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. 3.2.2.2 Situatie plangebied In dit geval gaat het om de uitbreiding van een begraafplaats en de bouw van een beheerdersgebouw. Voor wat betreft de functie ‘begraafplaats’ gelden geen verschillen in verkeersgeneratie en parkeerbehoefte per stedelijkheidsgraad en ligging. Er gelden dus enkel vaste normen voor parkeren en verkeersgeneratie. Voor het beheerdersgebouw is dit wel van belang. In dit geval wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •

stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk (Bron: CBS Statline); stedelijke zone: rest bebouwde kom;

Een beheerdersgebouw staat niet specifiek genoemd in de CROW publicatie. Het gaat in dit geval om een gebouw die met name gebruikt wordt ten behoeve van opslagactiviteiten. Qua functie valt dit dan het best te vergelijken met de functie ‘Bedrijf, arbeidsextensief/bezeoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf). Hierna wordt afzonderlijk op beide aspecten ingegaan. Parkeren Begraafplaats Voor een begraafplaats geldt een parkeernorm van gemiddeld 31,6 parkeerplaatsen per (deels) gelijktijdige plechtigheid). De kans dat er twee plechtigheden gelijktijdig plaatsvinden is klein, aangezien er gemiddeld 13 begravingen per jaar plaatsvinden op de desbetreffende begraafplaats. Echter moet wel in de parkeerbehoefte worden voorzien, mocht dit voorkomen. Op het eigen terrein is voldoende ruimte om de benodigde 32 parkeerplaatsen te realiseren. In de regels van het bestemmingsplan is juridisch geborgd dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Naast het aantal parkeerplaatsen dient tevens voor een percentage van 2,75% van de parkeerplaatsen een laadpunt voor elektrische auto’s aanwezig te zijn. Dit betekent dat er in dit geval afgerond 1 laadpaal aanwezig dient te zijn.

Beheerdersgebouw Voor de functie ‘bedrijf, arbeidsextensief/bezeoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’ geldt op basis van de genoemde uitgangspunten een parkeerbehoefte van 1,05 parkeerplaatsen per 100 m2. Dit maakt op basis van 140 m2 (1,05*1,4) een parkeerbehoefte van 1,47, afgerond twee parkeerplaatsen. Hier zal bij het gebouw ruimte voor worden gereserveerd,

Verkeersgeneratie Begraafplaats Voor een begraafplaats geldt dat een plechtigheid circa 44,4 verkeersbewegingen met zich meebrengt. Zoals uit paragraaf 3.1 blijkt, vind een plechtigheid in Hasselt circa 13 maal per jaar plaats. De Doctor H.A.W. van der Vechtlaan betreft een ontsluitingsweg van Hasselt, die van voldoende omvang is om de verkeersgeneratie in beide richtingen af te wikkelen. Daarnaast is deze weg voorzien van fietsstroken, zodat het verkeer op een veilige wijze kan worden afgewikkeld. Beheerdersgebouw Voor de functie ‘bedrijf, arbeidsextensief/bezeoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) geldt op basis van de genoemde uitgangspunten een verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dit maakt 1,4*4,8 = 6,72, afgerond zeven verkeersbewegingen. Deze verkeersbewegingen zijn zodanig beperkt dat ze nauwelijks merkbaar zijn. Deze verkeersgeneratie kan eenvoudig via de H.A.W. van de Vechtlaan afgewikkeld worden in beide richtingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan 3.2.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover relevant, de rijks-, provinciale- en gemeentelijke beleidsnota's. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor het plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Wet op de lijkbezorging

De wet op de lijkbezorging regelt de lijkbezorging in ruime zin, zoals de locatie en beheer van een bijzondere begraafplaats. De wet geeft aan dat een bijzondere begraafplaats kan worden aangelegd en in stand kan worden gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon. De wet regelt voorts dat de gemeenteraad bevoegd gezag is in het aanwijzen van de locatie van de begraafplaats. De wet schrijft voor dat een register wordt bijgehouden met de begraven lijken en een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn. Het 'Besluit op de lijkbezorging' (3 mei 1991) regelt onder meer de wijze van begraven en de inrichting van het graf. Zo regelt dit besluit dat bij het begraven geen gebruik mag worden gemaakt van kunststof of metalen omhulsel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan Voor de inrichting van een graf wordt aangegeven dat er zich minimaal 65 centimeter grond boven op de kist of het omhulsel moet bevinden. De afstand tussen de kisten bedraagt minimaal 30 centimeter. Tevens zal de kist of het omhulsel zich 30 centimeter boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand moeten begeven. 4.1.3

Inspectierichtlijn Lijkbezorging

De 'Inspectierichtlijn Lijkbezorging, Handreiking voor inrichting, technisch beheer en onderhoud van begraafplaatsen, crematoria en opbaargelegenheden' van het ministerie VROM geeft aanvullende richtlijnen ten aanzien van de locatie en inrichting van begraafplaatsen. Het betreft een richtlijn en geen wettelijk voorschrift. Volgens de richtlijn is het zaak via het spoor van de ruimtelijke ordening er voor te zorgen dat begraafplaatsen en naastgelegen bestemmingen in harmonie zijn, dat wil zeggen elkaar zo min mogelijk negatief beïnvloeden. 4.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.5

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Voor het overige wordt rekening gehouden met de ‘Wet op de lijkbezorging’ en ‘Besluit op de lijkbezorging’. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Hierbij moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden: a) er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b) indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Wat is een stedelijke ontwikkeling De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: • Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Er is geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving.

Ontwikkelingsspecifiek Gezien de aard van de functie en het gegeven dat een gedeelte van de planontwikkeling voorziet in de realisatie van een begraafplaats met een groen karakter en het toevoegen van groene functies alsook natuuren landschapswaarden is er geen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' - en hoeft de Ladder voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan Duurzame Verstedelijking niet doorlopen te worden voor deze functie. Dit volgt onder meer uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, waarbij is uitgesproken dat de aanleg van een (natuur)begraafplaats niet aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (Afdeling d.d.1 augustus 2018/ECLI:NL:RBNHO:2016:9707). De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:448). In deze uitspraak heeft de afdeling geoordeeld dat uit de nota van toelichting van de ladder blijkt dat de regeling is gericht op het tegengaan van leegstand. De aanleg van een (natuur)begraafplaats, waarbij zoals in dit geval geen sprake is van (grootschalige) bebouwing waarbij het risico op leegstand kan worden vergroot, kan daarom niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. De te bouwen bebouwing is immers bedoeld voor beheer en onderhoud van de begraafplaats. Daarbij komt de wens voor het uitbreiden van de begraafplaats voort uit de lokale vraag naar ruimte voor het kunnen begraven van overledenen. Zoals reeds in paragraaf 3.1 aangegeven, ontstaat er in 2021-2022 een capaciteitsprobleem als men enkel de huidige begraafplaats kan gebruiken. Op basis daarvan zijn de plannen ontstaan om de begraafplaats uit te breiden.

Gezien de aard van de functie is een rustige, door groen omgeven locatie aan de rand van de kern gezocht, direct aansluitend op de bestaande begraafplaats. Voor wat betreft het beheerdersgebouw geldt dat de Raad van State in een uitspraak van 23 april 2014 geoordeeld heeft dat een plan dat voorzag in een bedrijfsgebouw met een maximale oppervlakte van 400 m2, op een bedrijfsperceel met een oppervlakte van circa 2.360 m 2, vanwege de kleinschalige bedrijfsbebouwing en de beperkte omvang en de beperkte gebruiksmogelijkheden, niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro (Ladder voor duurzame verstedelijking) (zie AbRvS 23 april 2014, nr. 201306183/1/R3). In dit geval gaat het om een gebouw van slechts 140 m2 die met name wordt gebruikt ten behoeve van opslag. Er is hiermee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. 4.1.6

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • •

•

Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen, waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan

Of - Generieke beleidskeuzes (normstellend) Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

Waar - Ontwikkelingsperspectieven (richtinggevend) Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

Hoe - Gebiedskenmerken (normstellend, richtinggevend of inspirerend) Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel beschrijft de Catalogus Gebiedskenmerken welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.

Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt op beide artikelen nader ingegaan.

Artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving, wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft het realiseren van een uitbreiding van een begraafplaats en een beheerdersgebouw. Er bestaat een concrete behoefte om deze begraafplaats uit te breiden, zie hiervoor ook paragraaf 3.1. De uitbreiding is gesitueerd op een logische plaats, aansluitend op de bestaande begraafplaats. Ook het beheerdersgebouw komt voort uit een concrete behoefte om de opslagcapaciteit te vergroten. Het gebouw wordt op de begraafplaats gebouwd en daarbij zorgvuldig ingepast. Deze locatie is zorgvuldig gekozen. Er wordt dan ook geconcludeerd dat initiatief in overeenstemming is met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1.

2.

3.

5.

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De uitbreiding van de begraafplaats wordt volledig landschappelijk ingepast. Een begraafplaats wordt over het algemeen parkachtig ingericht. Ten opzichte van de huidige situatie is dit een verbetering, aangezien het terrein nu in gebruik is als volkstuinencomplex, waarbij geen sprake is van een adequate inpassing. Ook het beheerdersgebouw wordt landschappelijk ingepast. Dit gebeurt op zodanige wijze (zowel qua landschap als

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan kleurgebruik/situering) dat het passend is bij de uitstraling van de begraafplaats. Gesteld wordt dan ook dat er sprake is van een forse kwaliteitsimpuls van de ruimtelijke kwaliteit. 4.2.4.2 Waar – Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: • • •

zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan Toetsing van het initiatief aan de ‘Ontwikkelingsperspectieven’ Een begraafplaats wordt gezien als een passende functie in het mixlandschap, waar een mix van functies wordt nagestreefd. Daarnaast wordt het aan te leggen water aangesloten op het bestaande water, zodat er sprake blijft van een beleefbaar watersysteem. Van een belemmering van omliggende (agrarische) functies is geen sprake. Voor een nadere onderbouwing hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 5 waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. Hier wordt gesteld dat de ontwikkeling zowel vanuit ruimtelijk als functioneel oogpunt aanvaardbaar is. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In dit geval wordt de stedelijke laag buiten beschouwing gelaten, aangezien deze laag geen relevantie kent voor dit project. 1.

De “Natuurlijke laag”

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Oeverwallen”.

Afbeelding 4.3: De “Natuurlijke laag”: Hoogveengebied (in cultuur gebracht) (Bron: Provincie Overijssel)

“Oeverwallen’’ De rivier is een lineaire, continue structuur die als ruimtelijke eenheid fungeert. De oeverwallen langs met name de IJssel zijn de hogere gronden langs de rivier; ze bestaan uit zand en leemhoudend materiaal, dat door de rivier ooit is afgezet. Van nature zijn deze gronden de drager van rijke en hele afwisselende loofbossen (hardhoutooibos) met een weelderige struikenlaag. Het zandige materiaal van de oeverwallen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan verwaaide in de omgeving van de oeverwal hier en daar tot ‘rivierduinen’. De oeverwallen werden als eerste bewoond en bewerkt. Fungeerden als uitvalsbasis bij het in cultuur brengen van de omgeving. Vanwege de hoge natuurlijke dynamiek is het winterbed lang het domein van natuurlijke processen gebleven. Door de voedselrijkdom van de gronden en de regelmatige overstromingen zijn deze gronden al eeuwenlang als weien hooiland in gebruik. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” De oorspronkelijke gebiedskenmerken van de ‘Natuurlijke laag’ zijn ter plaatse van het plangebied nauwelijks nog waarneembaar. Dit heeft met name te maken met het feit dat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de volkstuinen. Met de ontwikkeling naar begraafplaats wordt met de landschappelijke inpassing aangesloten bij de nog aanwezige kenmerken, zodat er sprake is van een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Geconcludeerd wordt dat voldoende rekening is gehouden met de gebiedskenmerken behorend tot de ‘Natuurlijke laag’.

2.

De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype “Oeverwallen”.

Afbeelding 4.4: De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”: Veenkoloniaal landschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Oeverwallen” In dit gebiedstype is het de ambitie om de contrasten tussen het dynamische natuurlijke winterbed, de kleinschalige oeverwallen met dorpen, boomgaarden en beplantingen en lage grote open komgronden met verspreide erven op duintjes te vergroten en meer beleefbaar te maken. Rivierverruimende maatregelen worden ingezet om de identiteit van de rivier als ruimtelijke eenheid te versterken en het onderscheid tussen drukke en rustige zones te accentueren. Eventuele nieuwe bebouwing bouwt voort op de bestaande BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Uitbreiding begraafplaats De Sandtvoirt Hasselt Bestemmingsplan structuur van gehuchten, landgoederen, linten en erven. Op de oeverwallen wordt er specifiek gestreefd naar een mix van functies. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Zoals ook bij de toetsing aan de ‘Natuurlijke laag’ is beschreven, is de opzet van het nieuwe deel van de begraafplaats gebaseerd op de bestaande landschapsstructuur en de reeds bestaande begraafplaats. Ook het beheerdersgebouw wordt goed ingepast. De begraafplaats is passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur van de omgeving. Het geheel wordt adequaat landschappelijk ingepast. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar subparagraaf 3.2. 3.

De “Laag van de beleving’’

Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum van de ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. De Laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijker pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De ambitie is gericht op sterke ruimtelijke identiteiten als motor voor gebiedsontwikkeling. Het gaat er om beleving, betekenis en kwaliteit van de omgeving te versterken en de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap te vergroten. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Laag van de beleving’ aangeduid met ‘Donkerte’ en ‘IJssellinie inundatieveld’. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 4.5: De “Laag van de beleving”: Donkerte (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14583032/1