Bijlage 1 - Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020 geconsolideerde versie 2024
Tekst van het document
het niet alles in het werk stellen om een boedelscheiding tot stand te brengen; b. het verkopen van de woning beneden de WOZ-waarde; c. het te snel interen van vermogen; d. onder bedeling bij echtscheiding; e. te late of geen aanvaarding van een voorliggende voorziening; f. het door eigen schuld verliezen van het recht op een uitkering; g. het feitelijk niet kunnen beschikken over een voorliggende voorziening omdat een bestuurlijke boete daarmee is verrekend zonder rekening te houden met de beslagvrije voet vanwege recidive; h. bij nadere overeenkomst afstand doen van door de rechter toegekende alimentatie; i. het niet hebben van een op grond van de Zorgverzekeringswet verplichte basisverzekering; j. het door eigen gedrag niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
41
Artikel 8.2.10 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Als een inwoner zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet als bedoeld in artikel 9, zesde lid van die wet, wordt een maatregel opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand. 2. Als een inwoner zich zeer ernstig misdraagt tegenover de gemeente, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of IOAZ, wordt een maatregel opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand. 3. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verdubbeld, indien de inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging. 4. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 8.2.2. 5. Onder zeer ernstige misdragingen als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt onder andere verstaan: a. extreem verbaal geweld; b. discriminatie; c. ernstige intimidatie (uitoefenen van psychische druk); d. zaakgericht fysiek geweld (vernielingen); e. mensgericht fysiek geweld; f. overige/combinatie van agressievormen. Artikel 8.2.11 Niet nakomen van andere verplichtingen [PW, Awb] 1.
Als een inwoner een door de gemeente opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de wet niet of onvoldoende nakomt, wordt een maatregel opgelegd. De maatregel wordt vastgesteld op: a. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; b. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; c. 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; d. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand. 2. Als een inwoner een door de gemeente opgelegde budgetteringsplicht als bedoeld in artikel 57, onderdeel a van de wet niet of onvoldoende nakomt, wordt een maatregel opgelegd van 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand. 3. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 4. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid, de inwoner zich nog tweemaal schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging, dan wordt door de gemeente aan de inwoner een maatregel opgelegd van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 8.2.2.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
42
Artikel 8.2.12 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. Artikel 8.2.13 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft gewijzigd in € 0,- (nihil). Een verlaging op grond van artikel 8.2.5 kan maximaal 3 maanden worden verlaagd.
Paragraaf 8.3 Terugvorderen uitkering Artikel 8.3.1 Terugvordering en incasso [PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] 1. De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner. 2. Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat inwoners een inkomen blijven houden dat past bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan of hoger dan de beslagvrije voet. 3. De gemeente stelt beleidsregels vast voor de verdere uitvoering van Terugvordering en Verhaal.
Paragraaf 8.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening Artikel 8.4.1 Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 1. De gemeente kan een besluit om een voorziening toe te kennen, herzien of intrekken als: a. de inwoner of de werkgever onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het verstrekken van de juiste of volledige gegevens zou tot een ander besluit hebben geleid; b. de voorziening niet langer effectief, passend of nodig is; c. de inwoner of de werkgever niet langer voldoet aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; d. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner of de werkgever onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. de voorziening niet naar behoren wordt gebruikt; g. het om een pgb gaat en het pgb niet binnen zes maanden na uitbetaling is gebruikt om een voorziening te betalen waarvoor het pgb is toegekend. 2. Gaat het om een voorziening die aan de werkgever is verstrekt, dan kan de gemeente een toekenningsbesluit herzien of intrekken in de gevallen die in het eerste lid zijn genoemd.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
43
3. De gemeente kan een besluit om Wmo-hulp toe te kennen intrekken als de inwoner langer dan 13 weken verblijft in een Wlz-instelling of een instelling in het kader van de Zorgverzekeringswet. Artikel 8.4.2 Terugvordering voorziening [Wmo, Burgerlijk Wetboek, Gemeentewet] 1. Als de gemeente een besluit om een voorziening toe te kennen heeft herzien of ingetrokken omdat de inwoner of de werkgever onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, dan kan de gemeente de geldswaarde van de voorziening die ten onrechte is verstrekt, vorderen van de inwoner of de werkgever. Gaat het om een Wmo-voorziening, dan kan de gemeente de geldswaarde alleen terugvorderen als de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. 2. Als de gemeente een besluit om een voorziening toe te kennen heeft ingetrokken, dan kan deze voorziening van de inwoner of de werkgever worden teruggevorderd als het om een product gaat dat in eigendom of in bruikleen is verstrekt. Artikel 8.4.3 Opschorten pgb [Jeugdwet, Wmo] De gemeente kan gemotiveerd aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen voor een periode van maximaal dertien weken totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a.
de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het pgb; of c. de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.
Paragraaf 8.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? Artikel 8.5.1 Uitgangspunten [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] Om de doelen van de wetten te bereiken, is het belangrijk, dat inwoners hun verplichtingen nakomen en dat de gemeente inwoners daarbij helpt. De gemeente doet dat door: a. professionele dienstverlening en een passende administratieve organisatie; b. begrijpelijke informatie aan de inwoner te geven over rechten en plichten; c. procedures zo in te richten, dat de kans op fraude wordt beperkt; d. inwoners met een bijstandsuitkering op een passende manier te begeleiden op weg naar betaald of onbetaald werk; e. samen te werken met andere organisaties, zoals UWV, maatschappelijke organisaties en andere gemeenten; f. inwoners die hun verplichtingen niet nakomen op een passende manier te sanctioneren. Artikel 8.5.2 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op Hulp-op-maat en of hij de Hulp-op-maat heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet;
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
44
b. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; c. signalen en tips van organisaties of particulieren; d. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen, de rechtmatigheid en om te kijken of de voorziening op de juiste manier en voor het juiste doel wordt gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. Artikel 8.5.3 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. Artikel 8.5.4 Beleidsplan en beleidsverslag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1.
De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe de gemeente fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente doet om fraude te voorkomen; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. De gemeente stelt na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd. Artikel 8.5.5 Privacy [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om protocollen voor de inzet van huisbezoeken en buurtonderzoeken. 2. De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. De gemeente maakt de protocollen openbaar. 3. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
Artikel 8.5.6 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente wijst een of meer medewerkers aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
45
Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Dat wordt inspraak genoemd. Ook is geregeld dat er een adviesraad Sociaal Domein is en is de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners die hulp nodig hebben. Kernwaarden en uitgangspunten: • De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. • De gemeente betrekt inwoners zo vroeg mogelijk bij het maken van beleid. • De gemeente gaat zorgvuldig, eerlijk en open om met de inwoner. Artikel 9.1 Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] 1. De gemeente geeft inwoners inspraak bij de uitvoering van de volgende wetten: a. Jeugdwet; b. Wmo; c. Participatiewet; d. IOAW en IOAZ; e. Wet sociale Werkvoorziening; f. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 2. De regels van de Inspraakverordening gemeente Zwartewaterland zijn van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b.
de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop leveranciers hun taken uitvoeren. 3. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 4. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld via sociale media, een burgerpanel of een jeugdadviesraad; of c. door samen met inwoners een plan te ontwerpen (co-creatie). 5. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft en zorgt ervoor, dat inwoners zo snel en goed mogelijk inspraak kunnen hebben. De gemeente bepaalt na overleg met de Adviesraad Sociaal Domein welke vorm de inspraak heeft. Artikel 9.2 Adviesraad Sociaal Domein [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] 1. Het doel van de Adviesraad Sociaal Domein is om inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid. Het gaat om de wetten die in artikel 9.1, eerste lid, zijn genoemd. 2. De adviesraad zet zich ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein is die een afspiegeling vormt van de verschillende groepen inwoners van de gemeente Zwartewaterland voor wie deze verordening iets regelt.
De Adviesraad Sociaal Domein bestaat uit personen die een doelgroep vormen of een voorziening ontvangen op grond van één van de wetten die in artikel 9.1 zijn genoemd, of uit personen die hen vertegenwoordigen.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
46
3. De leden van de adviesraad sociaal domein hebben geen zakelijke binding met de gemeente voor zover deze van invloed kan zijn op hun onafhankelijke positie. 4. De Adviesraad Sociaal Domein bestaat uit ten minste 7 maar hooguit 11 personen. 5. De leden van de Adviesraad Sociaal Domein worden benoemd voor een periode 4 jaar. Deze periode kan eenmaal worden verlengd met maximaal 4 jaar. 6. De gemeente benoemt een onafhankelijk voorzitter voor een periode van 4 jaar. De voorzitter wordt op persoonlijke titel benoemd. 7. De voorzitter, secretaris en leden worden benoemd door de gemeente op voordracht van de Adviesraad Sociaal Domein. 8. Indien een lid naar de mening van de gemeente of de Adviesraad Sociaal Domein niet functioneert wordt deze door de gemeente ontslagen. 9. De Adviesraad Sociaal Domein vergadert maandelijks of zoveel meer of minder als de voorzitter of een meerderheid van de leden noodzakelijk vinden. 10. De gemeente stelt vergaderfaciliteiten beschikbaar voor de Adviesraad Sociaal Domein. 11. De gemeente evalueert elk jaar ten minste één keer met de Adviesraad Sociaal Domein hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert. De Adviesraad Sociaal Domein stuurt na afloop van dit overleg een verslag aan de gemeenteraad. Artikel 9.2.1 Taken en bevoegdheden Adviesraad Sociaal Domein [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] 1.
De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente over onderwerpen die betrekking hebben op (wijzigingen over) de hoofdlijnen van het beleid Sociaal Domein. 2. De gemeente zorgt ervoor, dat: a. het moment waarop inspraak kan worden gegeven de Adviesraad Sociaal Domein voldoende mogelijkheden geeft om invloed te hebben op plannen van de gemeente met betrekking tot het beleid; en b. de Adviesraad Sociaal Domein deskundig wordt ondersteund door een medewerker van de gemeente, om de Adviesraad Sociaal Domein te helpen zijn werk goed te doen. 3. De Adviesraad Sociaal Domein zorgt ervoor dat adviezen op tijd worden gegeven, zodat de gemeente deze adviezen kan betrekken bij voorgenomen besluiten. Hierbij wordt de volgende termijn gehanteerd: a. Twee weken voor zaken van beperkte omvang of waarbij de Adviesraad in het voortraject betrokken is geweest. b. Vier weken voor advies voor zaken van grotere omvang dan wel waarbij de Adviesraad niet bij betrokken is geweest. 4. De Adviesraad Sociaal Domein kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. 5. De gemeente neemt adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein over of wijst de adviezen gemotiveerd af.
Gaat het om besluiten van de gemeenteraad, dan worden het advies van de Adviesraad Sociaal Domein en de reactie van de gemeente (burgemeester en wethouders) aan de gemeenteraad gestuurd, zodat deze informatie bij de besluitvorming kan worden betrokken. 6. De Adviesraad Sociaal Domein kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan. 7. Ieder lid van de Adviesraad Sociaal Domein kan onderwerpen op de agenda van een vergadering zetten. 8. De Adviesraad Sociaal Domein en de gemeente kunnen zelf regels maken over de manier waarop de adviesraad zijn werk doet. 9. De leden van de Adviesraad Sociaal Domein ontvangen jaarlijks een vergoeding voor de werkzaamheden. De totale maximale vergoeding voor de Adviesraad wordt jaarlijks op basis van een ingediende begroting door de gemeente vastgesteld.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
47
Artikel 9.3 Inspraak bij leveranciers [Jeugdwet, Wmo] 1. Leveranciers die jeugdhulp of Wmo-hulp geven, zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. Voor Wmo-hulp bepaalt de gemeente over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. Voor jeugdhulp is dit geregeld in de Jeugdwet. 2. De gemeente controleert of de leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
48
Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Kernwaarden en uitgangspunten: • De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. • De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. • De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven. Artikel 10.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet] 1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt niet als het voor de gemeente overduidelijk is dat een mondelinge toelichting geen enkele zin heeft. 3.
De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. De gemeente volgt daarbij de wettelijke procedures. 4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 5. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt. Artikel 10.2 Klachten over de gemeente [Awb, Gemeentewet] 1. De inwoner kan bij de gemeente een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c. de manier waarop de gemeente voorzieningen heeft uitgevoerd. 2. De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt. Artikel 10.3 Klachten over andere personen of organisaties [Awb, Gemeentewet] 1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een hulpverlener die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. 2. De gemeente controleert of de klachtenregeling van hulpverleners die zijn ingehuurd wordt nageleefd. 3.
Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde hulpverlener is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
49
4. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of instanties die de gemeente heeft ingehuurd, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld. Artikel 10.4 Ombudsfunctie en vertrouwenspersoon [Gemeentewet, Jeugdwet] 1. De gemeente zorgt ervoor, dat de inwoner die aan de gemeente een hulpvraag heeft gesteld, een ombudsman/vrouw kan spreken. De inwoner kan bij deze ombudsman/vrouw terecht voor knelpunten die de inwoner ervaart in het contact met de gemeente binnen het sociaal domein. 2. De ombudsman/vrouw heeft als taak: a. het bieden van een luisterend oor aan inwoners; b. informeren van inwoners over rechten, plichten en procedures binnen het sociaal domein; c. bemiddelen tussen inwoner en de gemeente; d. advies uitbrengen over geschillen tussen inwoner en gemeente; e. adviseren van de gemeente over procedures, gedragingen, beleid en regelgeving. 3. De ombudsman/vrouw vormt een aanvulling op andere mogelijkheden voor inwoners waarop zij informatie, advies en ondersteuning kunnen krijgen. Een inwoner die beroep doet op de ombudsman/vrouw kan ook gebruik blijven maken van andere voorzieningen die er zijn voor het oplossen van knelpunten, zoals de gemeentelijke klachten- of bezwaarregeling. 4. De ombudsman/vrouw is onafhankelijk en wordt benoemd door de gemeenteraad.
De ombudsman/vrouw maakt jaarlijks een verslag van de werkzaamheden en stuurt dit aan de gemeente. 5. Naast de Ombudsman/vrouw kan de inwoner ook beroep doen op een vertrouwenspersoon als het gaat om jeugdhulp. De vertrouwenspersoon kan de inwoner (jeugdige, ouder of pleegouder) op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Artikel 10.5 Bezwaar [Gemeentewet, Awb] 1. Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan binnen zes weken bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Zwartewaterland. De inwoner kan zijn bezwaar ook voorleggen aan de ombudsman/vrouw, voordat de inwoner officieel bezwaar maakt bij de gemeente. 3. Nadat de gemeente een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken.
De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
50
Hoofdstuk 11. Kwaliteit, Inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden en uitgangspunten: • Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de persoonlijke situatie van de inwoner. • De gemeente handelt als professioneel opdrachtgever • De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. [Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet] Artikel 11.1 Kwaliteit 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. 2. Leveranciers zorgen ervoor, dat de voorzieningen die zij aanbieden aan de gemeente en aan inwoners van goede kwaliteit zijn. De diensten en producten die zij aanbieden: a. passen bij de persoonlijke situatie van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard (keurmerken).
De leverancier let erop, dat hun medewerkers zich daaraan houden; d. respecteren de rechten van de inwoner; e. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; f. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. 3. De gemeente controleert of deze kwaliteitseisen door leveranciers worden nageleefd. Artikel 11.2 Inkoop en aanbesteding 1. De gemeente zorgt er voor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 11.1, het tweede lid. 2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een reële vaste prijs vast te stellen, die geldt voor inschrijving op een aanbesteding en een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier; of b. een reële prijs vast te stellen die als ondergrens geldt voor een inschrijving en een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier. 3. De gemeente houdt bij het vaststellen van tarieven rekening met: a. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskracht; b. een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; d. reis- en opleidingskosten; e.
het jaarlijks aanpassen van de (reële) kostprijs in verband met stijging van de kosten; f. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. 4. De gemeente zorgt ervoor dat met de tarieven diensten kunnen worden ingekocht die voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor die diensten, waaronder de eisen aan de deskundigheid die aan hulpverleners worden gesteld. De gemeente zorgt er ook voor, dat Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
51
de tarieven niet zo laag zijn, dat de hulpverlening tijdens de looptijd van het contract gevaar loopt.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
52
Hoofdstuk 12. Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? • Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking én die gewoon verkrijgbaar is én niet veel duurder is dan vergelijkbare producten én waarover een ‘gezonde’ persoon in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken, en het financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimum niveau. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat.
Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. Voorliggende voorziening: Een algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen. Langdurige noodzaak: De gemeente beoordeelt individueel of ondersteuning langdurig noodzakelijk is. Hulp-op-maat is in ieder geval noodzakelijk wanneer de ondersteuning langer dan zes maanden nodig is. Arbeidsbeperking: door een aandoening van psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard of door psychosociale of multiproblematiek belemmerd worden bij het verkrijgen en/of behouden van werk. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag.
Beperking: de vermindering van mogelijkheden waardoor een belemmering ontstaat in het sociaalmaatschappelijk functioneren
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
53
Beschut werk: werk in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden, als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. CAK: Centraal Administratie Kantoor Cliëntondersteuning: hulp aan een inwoner door een onafhankelijke professional in de vorm van informatie, advies en algemene ondersteuning. De hulp aan de inwoner is gericht op het benutten van diensten die door gemeenten en andere organisaties worden geleverd op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (artikel 1.1.1 van de Wmo). Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Computer: een elektronisch apparaat voor gegevensverwerking, zoals een desktop, laptop of een tablet (geen smartphone). Diploma: een HAVO-, VWO-, of MBO2-diploma.
Doelgroepregister: register waarin mensen staan die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak. De banenafspraak is een afspraak tussen het kabinet en werkgevers om te zorgen voor extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Effect: het resultaat of het doel. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
54
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. De gemeente heeft in beleidsregels uitgelegd wat er precies bedoeld wordt met gebruikelijke hulp. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwartewaterland. Geldig identiteitsbewijs: een document waarmee de inwoner zich kan identificeren. Dit kan per voorziening verschillen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, of schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs. Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. Zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand.
• Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jeugdige of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 9 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Interne werkbegeleiding: de dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer die door een collega wordt geboden omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren en die uitgaat boven de normale begeleiding van een werknemer op een werkplek. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Zwartewaterland volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan wordt onder inwoner verstaan: de ingezetene als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo. Gaat het om schuldhulpverlening, dan wordt onder inwoner verstaan: degene die in de basisregistratie personen van de gemeente Zwartewaterland is ingeschreven.
Voor de toepassing van hoofdstuk 3 wordt onder inwoner verstaan: de persoon die hulp kan krijgen van de gemeente om werk te vinden of te houden, of om de kans op werk te vergroten, als
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
55
bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Pw. Voor de toepassing van de hoofdstukken 8 en 10 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente Zwartewaterland heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer in de gemeente Zwartewaterland heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jobcoaching: de methodische ondersteuning die door een erkende deskundige wordt geboden aan inwoners met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en/of behouden van werk. Jongere: de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kindpakket: (Vervalt met ingang van 1 januari 2023 doordat de participatieregeling voor jong tot oud dan in werking treedt). Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet.
Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Loonkostensubsidie wettelijke doelgroep: bedoeld voor personen met een arbeidsbeperking die in hun werk niet het wettelijk minimumloon (WML) kunnen verdienen. De loonkostensubsidie is het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het WML en bedraagt maximaal 70% van het WML. Mantelzorg: de hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (artikel 1.1.1 Wmo). Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie de inwoner regelmatig contact houdt. De mantelzorger en de cliënt hoeven niet per se in één huis te wonen.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
56
Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. NIBUD-prijzengids: een handboek dat wordt uitgegeven door het NIBUD. In deze gids staan gangbare, actuele prijzen van producten en diensten. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10 lid 1 en lid 3 Pw en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da Pw. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Persoonlijk plan/plan van aanpak: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt aangegeven. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-budgetplan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen.
In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent. Pw: Participatiewet Samenwonen: een gemeenschappelijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Sociaal ontwikkelbedrijf: Sociaal ontwikkelbedrijf is de naam die steeds vaker wordt gebruikt voor SW-bedrijven of sociale werkbedrijven. Mensen met een beperking en/of met een grote afstand tot de arbeidsmarkt of een grote begeleidingsbehoefte, kunnen zich ontwikkelen binnen en buiten het sociaal ontwikkelbedrijf. Er wordt begeleiding, training en scholing geboden. Ontwikkeling van mensen staat centraal, maar ook het bieden van een veilige haven. Want als het niet lukt in het bedrijfsleven, kunnen mensen altijd terugkeren naar het Sociaal Ontwikkelbedrijf SVB: Sociale verzekeringsbank. Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
57
Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten: de tegemoetkoming die UWV verstrekt aan inwoners met een WIA-, WAO-, Wajong- of WAZuitkering die 35% of meer arbeidsongeschikt zijn, recht hebben op hulp om werk te vinden of te behouden, of recht op hulp om te studeren (artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten). Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering in de persoonlijke situatie van de inwoner; dit is de toepasselijke bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Verwijtbaar werkloos: werk niet behouden of accepteren, zoals omschreven in artikel 20 lid 1 van de IOAW of van de IOAZ. Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb of geldbedrag.
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Werkgever: degene die de inwoner op grond van een arbeidsovereenkomst in een bepaalde periode in de eigen organisatie mag laten werken. Hieronder valt ook degene die van plan is een arbeidsovereenkomst te sluiten met een inwoner die onder de doelgroep voor loonkostensubsidie valt (art. 10d van de wet). Evenals de persoon of organisatie die de inwoner een werkervaringsplaats aanbiedt of de opleidingslocatie die een meeneembare voorziening of een vervoersvoorziening voor de inwoner heeft aangevraagd. Werknemer: de inwoner die op grond van een arbeidsovereenkomst bij een werkgever werkt. Hieronder valt ook de inwoner die onder de doelgroep voor loonkostensubsidie valt en die van plan is met de werkgever een arbeidsovereenkomst te sluiten. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand, zoals dit is omschreven in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Als het om een werknemer jonger dan 21 jaar gaat, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, zoals het is omschreven in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet.
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
58
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Wlz-instelling: een zorginstelling die op grond van de Wet langdurige zorg gefinancierd wordt, zoals een verpleeg- of verzorgingshuis. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
59
Hoofdstuk 13. Oud en nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening gaat gelden. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden en uitgangspunten: • De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. • De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. [Gemeentewet] Artikel 13.1 Onderzoek naar de werking van de verordening 1. De gemeente onderzoekt met een zekere regelmaat of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt de gemeente systematisch informatie over alles wat van belang is om tot een goede evaluatie te komen. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 2. De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is. Artikel 13.2 Uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld.
Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet. Artikel 13.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.
Artikel 13.4 Intrekken oude verordeningen • De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2019; • Verordening individuele studietoeslag gemeente Zwartewaterland; • Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Zwartewaterland; • Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015; • Handhavingsverordening Participatiewet gemeente Zwartewaterland; • Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Zwartewaterland; • Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Zwartewaterland; • Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Zwartewaterland; • Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Zwartewaterland; • Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland 2019;
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
60
• Verordening jeugdhulp gemeente Zwartewaterland 2018. Artikel 13.5 Overgangsrecht 1. Een maandelijkse voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening of uitkering heeft genomen waarbij het toekenningsbesluit wordt ingetrokken. 2. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór de ingangsdatum geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 12.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe. Artikel 13.6 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 november 2019. De griffier, De voorzitter,
ing. H.W. Schotanus - Schutte
ing. E.J. Bilder
Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024
61