CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020 geconsolideerde versie 2024

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel 2e Wijziging van de Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 202025.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De werkgever mag niet gelijktijdig recht hebben op andere subsidies in de loonkosten.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

18

Artikel 3.3.13 Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij het werk aanbieden, als de werknemer door een arbeidsbeperking het werk niet goed kan uitvoeren. De ondersteuning wordt gegeven door een interne werkbegeleider of een jobcoach. Een werkbegeleider wordt ingezet als de behoefte aan begeleiding groter is dan de normale begeleiding die de werkgever moet bieden en deze begeleiding kan worden geboden door een medewerker. Een jobcoach wordt ingezet als er bij de werknemer of werkgever behoefte is aan methodische ondersteuning die specifieke kennis vraagt en die gericht is op het kunnen uitvoeren van werk dat bij de werknemer past. Daaronder valt ook de begeleiding naar ander werk of naar een opleiding. 2. De gemeente kan ook andere voorzieningen aanbieden die een werknemer met een arbeidsbeperking nodig heeft om het werk goed te kunnen doen. Het gaat om de voorzieningen die genoemd zijn in de artikelen 3.4.15 tot en met 3.4.18. 3. Persoonlijke ondersteuning en andere voorzieningen bij het werk kunnen pas worden aangeboden, als de werkgever de inwoner een arbeidsovereenkomst aanbiedt van minstens 6 maanden, met een minimale omvang van 12 uur per week. Artikel 3.3.14 Jobcoach [PW, IOAW, IOAZ] 1.

De gemeente kan een jobcoach aanbieden die werkzaam is bij de gemeente of wordt ingehuurd door de gemeente. De gemeente kan de werkgever ook subsidie geven voor het zelf organiseren van een jobcoach. De gemeente beslist of een jobcoach wordt ingezet vanuit de gemeente of dat de werkgever de jobcoaching zelf organiseert. 2. Een jobcoach moet voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. De jobcoach: a. beschikt minimaal over Hbo-werk- en denkniveau; b. heeft een opleiding tot jobcoach afgerond; c. is geregistreerd in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches en/of is werkzaam bij een organisatie die een Blik op werk of Oval Keurmerk heeft of een jobcoach-erkenning heeft van het UWV; d. heeft werkervaring als jobcoach; e. heeft specifieke kennis over werknemers met een arbeidsbeperking, de regionale arbeidsmarkt (ontwikkelingen) en de regionale sociale kaart; f. houdt zijn kennis en vaardigheden bij en investeert in na- en bijscholing. 3. De gemeente kan een uitzondering maken op de kwaliteitseisen uit het tweede lid, als de werknemer al een jobcoach heeft. Uitgangspunt is wel dat de jobcoach alsnog binnen een jaar aan de eisen voldoet. 4. De omvang van de in te zetten jobcoaching is afhankelijk van de noodzaak, en wordt onderverdeeld in verschillende begeleidingsgregimes: a.

Lichte inzet: jaar 1, 6%, jaar 2, 3% en jaar 3 en daaropvolgende jaren 3% van het aantal overeengekomen werkuren; b. Gemiddelde inzet: jaar 1, 10%, jaar 2, 5%, jaar 3 en daaropvolgende jaren 3% van het aantal overeengekomen werkuren; c. Intensieve inzet: jaar 1, 15%, jaar 2, 7,5%, jaar 3 en daaropvolgende jaren 6% van het aantal overeengekomen werkuren. 5. De gemeente kan de werkgever subsidie geven voor het zelf organiseren van jobcoaching, als: a. de jobcoaching bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma waarin de werknemer systematisch begeleid wordt om zijn werk goed te kunnen doen, en dit is vastgelegd in een coachingsplan; b. de omvang en kwaliteit van de jobcoaching aansluiten bij wat de werknemer nodig heeft; c. er voldoende zekerheid is dat jobcoaching plaatsvindt zolang dat nodig is; d. de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

19

6. De gemeente kan een maximumtarief per uur vaststellen voor het subsidiëren van jobcoaching. Dat tarief moet voldoende zijn voor de werkgever om de jobcoaching zelf te organiseren. De gemeente zorgt ervoor dat voor werkgevers duidelijk is welk tarief dat is. Artikel 3.3.15 Interne werkbegeleiding [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan de werkgever een subsidie geven voor de extra kosten die verbonden zijn aan de begeleiding van een werknemer met een arbeidsbeperking door een medewerker. 2. De gemeente kan de werkgever een training aanbieden om medewerkers in staat te stellen om werknemers met een arbeidsbeperking goed te begeleiden bij hun werk. Artikel 3.3.16 Persoonlijke ondersteuning bij beperking in de motoriek [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan voor de inwoner met een beperking in de motoriek, persoonlijke ondersteuning bij het werk aanbieden die deze beperking aanvult of opheft, zodat de inwoner zijn werk goed kan doen. De gemeente kan de ondersteuning zelf aanbieden of daarvoor een subsidie geven aan de werkgever. Artikel 3.3.17 Meeneembare voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan de inwoner met een arbeidsbeperking een meeneembare (verplaatsbare) voorziening aanbieden die nodig is om het werk goed te kunnen doen. 2. De meeneembare voorziening wordt aan de inwoner uitgeleend. In bijzondere gevallen kan de gemeente de voorziening aan de werknemer in eigendom geven.

Artikel 3.3.18 Werkplekaanpassingen [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan in overleg met de werkgever de werkplek van een inwoner met een arbeidsbeperking aanpassen als dit nodig is om het werk goed te kunnen doen. Artikel 3.3.19 Vervoersvoorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een vervoersvoorziening aanbieden aan een inwoner die door zijn beperking niet zelfstandig naar de werkplek, proefplaatsing of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan door de gemeente zelf worden georganiseerd of in de vorm van een vergoeding voor de kosten worden verstrekt. 2. Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding sluit de gemeente aan bij het gebruikelijke tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. De goedkoopste passende voorziening wordt vergoed. 3. De gemeente brengt een reiskostenvergoeding van de werkgever in mindering op de vervoersvoorziening. Artikel 3.3.20 Uitstroompremie [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een inwoner die een aaneengesloten periode van 12 maanden een uitkering heeft gehad, betaald werk krijgt voor minimaal 6 maanden en die daardoor geen recht meer heeft op een uitkering. Het college maakt geen gebruik van haar bevoegdheid om een uitstroompremie toe te kennen.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

20

Artikel 3.3.21 Extra voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om inwoners te helpen aan het werk te gaan of te blijven of om de kans op werk te vergroten. 2. De gemeente kan de kosten vergoeden die de inwoner moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. Artikel 3.3.22 Vernieuwende projecten [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan afwijken van de bepalingen uit dit hoofdstuk, als dat nodig is om met een experiment te onderzoeken of inwoners sneller of voor een langere periode aan het werk gaan of beter de stap naar werk kunnen zetten. 2. De duur van zo’n afwijking van de verordening is ten hoogste 3 jaar. Deze periode kan worden verlengd, als de verordening vanwege een succesvol experiment wordt gewijzigd. De duur kan dan worden verlengd tot aan het moment waarop de aangepaste verordening in werking treedt.

Paragraaf 3.4 Tegenprestatie Artikel 3.4.1 Doel van de tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving. De gemeente legt inwoners met een grote kans op werk pas een tegenprestatie op in bijzondere situaties. 2. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner en daarnaast actief deelneemt aan de samenleving. Artikel 3.4.2 Inhoud van de tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] De werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden opgedragen: a. passen bij een plan van aanpak en/of bij de persoonlijke ontwikkeling van de inwoner; b. zijn geen werkzaamheden die als betaald werk worden gedaan binnen de organisatie waarvoor de inwoner de tegenprestatie uitvoert; c. leiden niet tot verdringing van werknemers bij dezelfde organisatie; d. zijn activiteiten die het algemeen belang dienen. Artikel 3.4.3 Duur en omvang tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht duurt minimaal 3 maanden per jaar en minimaal 16 uur per week, tenzij er naar het oordeel van de gemeente redenen zijn om een ander aantal uur vast te stellen. Artikel 3.4.4 Voorwaarden tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1.

Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met de volgende factoren: a. de mogelijkheden en de persoonlijke situatie van de inwoner; b. de persoonlijke wensen van de inwoner;

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

21

c. de positie van de inwoner op de arbeidsmarkt, zoals de duur van de werkloosheid; d. of de inwoner vrijwilligerswerk doet of activiteiten die maatschappelijk zinvol zijn, en e. of de inwoner al deelneemt aan voorzieningen van de gemeente gericht op werk. 2. De gemeente legt in ieder geval geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie. 3. De gemeente legt geen tegenprestatie op als er geen geschikt werk of een geschikte tegenprestatie beschikbaar is voor de inwoner. In dat geval beoordeelt de gemeente binnen 1 jaar opnieuw of er geschikt werk beschikbaar is dat kan worden opgedragen aan de inwoner.

Paragraaf 3.5 Meedoen aan de samenleving Artikel 3.5.1 Een ingevulde dag hebben (dagbesteding) [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, hulp-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden uit deze verordening (zie de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening). 2. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere begeleide groepsactiviteiten voor een of meer dagdelen per week. 3. Indien nodig kan vervoer onderdeel uitmaken van de Hulp-op-maat. Artikel 3.5.2 Hulp bij deelname aan de samenleving [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben om sociaal veilig de dag door te komen, hulp-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden uit deze verordening. (zie de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening). 2. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het ondersteunen bij het doen van de administratie en bewindvoering. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over.

Maar denk ook aan psychische/emotionele problematiek en coaching in het leren van keuzes maken en het bespreken van situaties. Artikel 3.5.3 Verplaatsen in en om de woning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat kunnen krijgen. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. Artikel 3.5.4 Verplaatsen dichtbij huis [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. 2. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen aan het leven van alledag. Die hulp kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanbieden van:

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

22

a. Taxi op maat; b. een scootmobiel, of c. het gebruikmaken van een aangepast vervoermiddel. 3. Het moet gaan om het zich verplaatsen in de woonomgeving.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

23

Hoofdstuk 4. Gezonde & veilige leefomgeving met een kansrijke ontwikkeling Kinderen en jongeren in Nederland kunnen zo gezond & veilig mogelijk opgroeien en een kansrijke ontwikkeling krijgen. De basisvoorzieningen en het onderwijs bieden deze mogelijkheid. In de eerste plaats doen we een beroep op de verantwoordelijkheid van jeugdigen, hun ouders en hun netwerk als gaat om gezondheid en een kansrijke ontwikkeling. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te beperken. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdigen en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Kernwaarden en uitgangspunten: • De jeugdige kan gezond en veilig opgroeien. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders gaan voor.

• De gemeente stemt de hulp af op de jeugdige en zijn ouders en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp. • Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat. • De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. [Jeugdwet] Artikel 4.1 Uitgangspunten bij het bieden van hulp 1. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en hun sociale netwerk. 2. De gemeente betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet. Hierbij houdt de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouders. 3. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente. 4. Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met hulp die vrij toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp door een medewerker van de Centrale Toegang/gemeente of door het algemeen maatschappelijk werk of een andere welzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp, dan wordt hulp-op-maat ingezet. Artikel 4.2 Overige voorzieningen 1.

De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken zijn de volgende vormen van overige voorzieningen beschikbaar: a. Collectieve preventie (inclusief advies en voorlichting); b. Lichte (opvoed) ondersteuning waaronder (school)maatschappelijk werk c. Cliëntondersteuning; d. Vraagverheldering e. Casuscoördinator vanuit de centrale toegang van de gemeente Zwartewaterland; f. Jeugdgezondheidszorg g. Ontwikkeling en stimulering peuterspeelzaalwerk (inclusief voor-en vroegschoolse educatie);

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

24

h. Jongerenwerk inclusief buurtsportcoach; i. Vertrouwenspersoon; j. Hulpverlening vanuit Veilig thuis. k. Ondersteuning vanuit leerplicht/RMC Deze hulp is vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft hiervoor geen verwijzing of een besluit van de gemeente nodig. 2. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk biedt de gemeente jeugdhulp op vrijwillige basis. Artikel 4.3 Individuele voorzieningen (Hulp-op-maat) De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar : a. Intensieve opvoedondersteuning b. Begeleiding individueel; c. Begeleiding groep; d. Persoonlijke verzorging; e. Medisch kinderdagverblijf f. Specialistische diagnostiek en behandeling; g. Kortdurend verblijf; h. Spoedzorg met en zonder verblijf; i. Dag- en 24-uurs verblijf j. Pleegzorg; k. Forensische zorg; l. Gesloten jeugdzorg (na machtiging rechter). Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig. We noemen deze hulp: Hulp-op-maat.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

25

Hoofdstuk 5. Veilige en gezonde leefomgeving Inwoners met een beperking en/of met psychische en/of psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om deze inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor problemen bij het normale gebruik van hun woning, bij hun normale dagelijkse activiteiten en bij het voeren van een huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente op grond van de Wmo aan deze inwoners kan geven, zoals hulp-op-maat (maatwerkvoorziening). Kernwaarden en uitgangspunten: • Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in hun eigen omgeving. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. • De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. • De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. [Wmo] Artikel 5.1 Uitgangspunten 1.

De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de normale dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. 2. De inwoner kan voor hulp-op-maat (maatwerkvoorziening) in het kader van de Wmo in aanmerking komen als voldaan is aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 en van dit hoofdstuk. 3. Voor hulp op maat op basis van de Wmo moet de inwoner onder de doelgroep van de Wmo vallen. Dit betekent dat de inwoner een lichamelijke beperking, een verstandelijke beperking, een zintuigelijke beperking, een langdurige psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem heeft, én: a. hierdoor niet goed voor zichzelf kan zorgen, en/of b. hierdoor hulp nodig heeft bij het voeren van een huishouden, en/of c. niet voldoende kan meedoen in de maatschappij. Ook als de inwoner opvang nodig heeft kan de inwoner daarvoor hulp-op-maat op grond van de Wmo krijgen. 4. De gemeente kan niet altijd hulp-op-maat geven. De gemeente geeft geen hulp, als a. de hulp niet langdurig nodig is; b. de inwoner zijn beperkingen zelf kan oplossen of verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren, bijvoorbeeld bij de huishoudelijke taken; c. de inwoner gebruik kan maken van een andere wettelijke regeling of een andere voorziening, van eigen kracht of van zijn sociale netwerk; d.

de inwoner de voorziening zelf al heeft gerealiseerd of aangeschaft nadat hij zich bij de gemeente heeft gemeld voor hulp, maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft verleend of als achteraf nog kan worden vastgesteld dat de voorziening noodzakelijk was; e. de aanvraag ziet op een voorziening die aan de inwoner al eerder is verstrekt op grond van een wettelijke regeling. Het moet dan gaan om een voorziening waarvan de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Dit geldt niet als: - de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; - de inwoner (gedeeltelijk) tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; - de eerder verstrekte voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag van de inwoner; f. de voorziening een therapeutisch doel heeft;

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

26

g. de inwoner onvoldoende meewerkt, zodat de gemeente niet kan vaststellen of de voorziening noodzakelijk is; h. de voorziening niet grotendeels op de inwoner is gericht.

Paragraaf 5.2 Zelfstandig en veilig wonen Artikel 5.2.1 Geschikte woning 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat (woonvoorziening) kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2 en 5.1 en in dit artikel. 2. Een woonvoorziening kan bestaan uit een verhuiskostenvergoeding. Dit is in principe een vast geldbedrag om de inwoner tegemoet te komen in de kosten van verhuizing en inrichting. 3. Een verhuiskostenvergoeding heeft voorrang op andere woonvoorzieningen, behalve als een verhuiskostenvergoeding voor de inwoner niet de goedkoopste voorziening is die nodig is. 4. Er zijn uitzonderingen waarbij de gemeente geen hulp-op-maat verstrekt in de vorm van een woonvoorziening. Deze situaties zijn beschreven in de beleidsregels. Artikel 5.2.2 Een schone en leefbare woning 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. 2. De hulp op maat houdt in dat de inwoner de voorziening ´Hulp bij het huishouden (HH)´ aangeboden krijgt. 3.

Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp-opmaat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. Artikel 5.2.3 Beschermd wonen en begeleid wonen De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen (24/7 uur begeleiding aanwezig) en begeleid wonen (niet 24/7 begeleiding aanwezig)als hij deze woonvorm nodig heeft als gevolg van psychische of psychosociale problemen. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2, 5.1 en 6.3.3 van deze verordening. Beschermd wonen en begeleid wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Beschermd wonen kan hierbij nodig zijn om: - de zelfstandigheid van de inwoner te vergroten en hem beter mee te laten doen in de samenleving. - het psychosociale functioneren van een inwoner te verbeteren - een psychiatrisch ziektebeeld te stabiliseren - maatschappelijke overlast te voorkomen, of - de inwoner geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving te laten zijn.

Artikel 5.2.4 Maatschappelijke opvang De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner en ook eventuele kinderen van deze inwoner hulpop-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang, als de inwoner de thuissituatie heeft verlaten vanwege veiligheidsredenen door huiselijk geweld of als gevolg van feitelijk of residentieel dakloos zijn en deze opvang nodig is omdat de inwoner zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

27

problemen De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening.

Paragraaf 5.3 Mantelzorg Artikel 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, Hulp-op-maat kunnen krijgen als het voor een korte periode niet meer lukt om de mantelzorg vol te houden en de mantelzorg niet overgenomen kan worden door andere vrijwilligers. De Hulp-op-maat houdt in dat de mantelzorg tijdelijk wordt overgenomen door een professional. Artikel 5.3.2 Mantelzorgcompliment 1. De gemeente bepaalt bij nadere regels waaruit de jaarlijks blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

28

Hoofdstuk 6. De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage van de inwoner kan vragen. Kernwaarden en uitgangspunten: • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. • De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. Artikel 6.1 Hulp in natura [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 3.

De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft. 4. De leverancier informeert de inwoner over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product. Artikel 6.2 Hulp in geld [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, dan moet het geld wel worden terugbetaald. 2. De gemeente zorgt ervoor dat zij de betaling aan de inwoner doet binnen zes weken nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling. 3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een leverancier. 4. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan.

Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 5. De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd, als bij de overboeking voldoende duidelijk wordt gemaakt waarom de betaling wordt gedaan.

Paragraaf 6.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

29

Artikel 6.3.1 Voorwaarden 1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen. De inwoner moet gemotiveerd aangeven waarom hij een pgb wil ontvangen in plaats van hulp-op-maat in natura. Hierbij moet de inwoner alle informatie aan de gemeente geven die nodig is. Hieronder valt bijvoorbeeld het doorgeven wie namens de inwoner zijn belangen behartigt of op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd. De inwoner doet dit in een pgb-budgetplan. 2. De inwoner levert bij de aanvraag voor hulp-op-maat meerdere offertes van leveranciers aan. In deze offerte(s) moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn. Het tarief dat in de offerte staat mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of product. De offerte bevat tenminste de volgende onderdelen: de activiteiten of het product, het tarief, de tijd en indien van toepassing de frequentie van de zorg, en tenslotte de effecten die de inwoner wil bereiken. De offerte maakt onderdeel uit van het pgbbudgetplan. 3. De pgb beheerder is niet de hulpverlener. Artikel 6.3.2 Hoogte en tarief pgb 1. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte of het pgb-budgetplan dat de inwoner aanlevert. Er geldt wel een maximumbedrag.

Dat is het bedrag dat de gemeente zou betalen aan een gecontracteerde leverancier voor de hulp die nodig is (hulp in naturatarief). Dit maximumbedrag is besproken met de inwoner en is vastgelegd in het onderzoeksverslag. Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. 2. De hoogte van een pgb wordt als volgt vastgesteld voor: [Wmo] a. Een zaak (woningaanpassing, De kostprijs van de voorziening woonvoorziening, hulpmiddel, die de cliënt zou hebben vervoersvoorziening) ontvangen als deze in natura zou zijn verstrekt en rekening houdend met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. Aan te tonen middels offerte en/of factuur. b. Hulp bij het huishouden 70% van ZIN tarief* c. Individuele begeleiding sociaal netwerk € 23,23 per uur d. Individuele begeleiding professioneel 70% van ZIN tarief* e. Begeleiding groep 70% van ZIN tarief* f. Respijtzorg / kortdurend verblijf (etmaal) 70% van ZIN tarief* g. Vervoer dagbesteding 100% van ZIN tarief* h. Vervoer dagbesteding rolstoel 100% van ZIN tarief* i. Beschermd wonen 100% van ZIN tarief* (maximaal) k. Intensieve ambulante begeleiding 70% van ZIN tarief* l. Tijdelijke opvang (etmaal) € 50,-- ZIN en PGB *) van gecontracteerde aanbieders 3.

Als de gemeente geen afspraken heeft gemaakt met een leverancier over het inkopen van de hulp in natura die de inwoner nodig heeft, dan geldt de kostprijs van de in betreffende situatie voordeligste adequate en tijdig beschikbare hulp-op-maat (maatwerkvoorziening) in natura. 4. Als de inwoner meerdere offertes heeft gekregen voor hulp die hij nodig heeft, kan de inwoner een keuze maken uit die offertes. Voorwaarde is wel, dat de offertes binnen het maximum bedrag vallen waarmee het effect kan worden bereikt dat nodig is.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

30

5. Uitzonderingen op bovenstaande regels zijn: a. Voor hulp-op-maat door iemand uit het sociale netwerk van de inwoner geldt een maximumbedrag van € 23,23 per uur. 6. De tarieven PGB jeugdhulp worden jaarlijks gepubliceerd op de website van de gemeente. Artikel 6.3.3 Verantwoording en uitbetaling pgb 1. De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. 2. Als een inwoner hulp op maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die geleverd is. Zie hiervoor de beleidsregels. 3. Het is de inwoner met een indicatie begeleid wonen niet toegestaan om met de aanbieder een vast maandloon overeen te komen dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door de SVB aan de aanbieder plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van de inwoner tot overlegging aan SVB van een door de inwoner geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette zorg. Artikel 6.4 Wat is de bijdrage in de kosten? [Wmo] 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3. De bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a WMO 2015 voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, is gelijk aan de kostprijs en aan een maximum gebonden, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Er geldt één bijdrage, ongeacht het aantal maatwerkvoorzieningen (artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015). 4. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende hulp-op maat: a. Respijtzorg. b. Tijdelijke opvang. c. Rolstoelen. d. Mijn taxi op Maat. e. Verhuiskostenvergoeding 5. In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende bij verordening aangewezen algemene voorzieningen: a. Buurtkamer Plus b. Cliëntondersteuning c. Maatschappelijk werk d. Mantelzorgondersteuning e. Ouderenadvieswerk f. Tilliftpool g. Rolstoelpools 6. De kostprijs van: a. Hulp-op-maat of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b.

maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening [bruikleen OF huur OF eigendom]; c. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

31

7. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor hulp-op-maat of pgb door CAK vastgesteld en geïnd; 8. Voor beschermd wonen, verstrekt in de vorm van zorg in natura, wordt een eigen bijdrage berekend door het CAK op basis van inkomen, vermogen, leeftijd en samenstelling van het huishouden. 9. De bijdrage voor hulp-op-maat of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 6.5 Bijdrage in de kosten van een algemene voorziening 1. De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 2. Op de bijdrage als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is een korting van toepassing van 10% voor cliënten met een inkomen van ten hoogste 110% van het wettelijk minimumloon. 3. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, zulks jaarlijks bepaald door het college.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

32

Hoofdstuk 7. Ik kan mezelf goed redden Inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer vragen hulp om een financieel gezond huishouden te krijgen. Jezelf goed kunnen redden is een randvoorwaarde die bijdraagt aan het ervaren van een positieve gezondheid. De gemeente biedt ondersteuning waar nodig aan kwetsbare inwoners en betrekt hierbij ook de andere leefgebieden om de algehele gezondheid weer als positief te ervaren. Kernwaarden en uitgangspunten: • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor • Algemene voorzieningen gaan voor op Hulp-op-maat • De gemeente zet in op preventie • De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen • De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar • De gemeente werkt zo integraal en integer mogelijk

Paragraaf 7.1 Armoedebeleid [PW, Wgs, Gemeentewet] In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken en uitvoeren van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan. Artikel 7.1.1 Wat wil de gemeente? 1. De gemeente wil dat inwoners met een laag belastbaar inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie). 2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. 3. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisatie. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. 4. De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. 5. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen voldoende ondersteund worden en dat betaald werk krijgen niet leidt tot een armoedeval. 6.

De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. 7. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.

Paragraaf 7.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand (hulp-op-maat) is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

33

Artikel 7.2.1 Vangnet 1. De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer: a. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn. 3. De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een lening. Artikel 7.3 Studietoeslag is vervallen.

Paragraaf 7.4 Inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. Artikel 7.4.1 Doelgroep De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die in een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de maand waarin het verzoek om individuele inkomenstoeslag plaats vindt een inkomen heeft gehad van ten hoogste 110% van de toepasselijke bijstandsnorm en die geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. Artikel 7.4.2 Hoogte van de toeslag

c.

1. De inkomenstoeslag bedraagt voor 2024: a. € 460,- voor een alleenstaande; b. € 595,- voor een alleenstaande ouder; € 666,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. De bedragen genoemd worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage waarmee de alimentatiebedragen stijgen. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. 3. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat: a. Wanneer één van de partners niet behoort tot de kring van rechthebbenden, als bedoeld in artikel 11 van de Participatiewet of is uitgesloten van het recht op bijstand op grond van artikel 13, eerste lid, van de Participatiewet ontvangt de andere partner, bij voldoen van de voorwaarden, 50% van de toeslag voor gehuwden of samenwonenden. b. Wanneer één van de partners niet aan de voorwaarden van artikel 36 van de Participatiewet voldoet, dan hebben beide partners geen recht op de toeslag. Artikel 7.5 Participatieregeling [Gemeentewet] Opschrift is gewijzigd met ingang van 1 januari 2023 van Kindpakket in “Participatieregeling voor culturele, maatschappelijke en sportieve voorzieningen en activiteiten”.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

34

Artikel 7.5.1 Doelgroep Artikel is vervallen met ingang van 1 januari 2023. Artikel 7.5.1a. Participatieregeling voor culturele, maatschappelijke en sportieve activiteiten gericht op het bevorderen van volwaardige maatschappelijke participatie 1. De participatieregeling heeft als doel inwoners van jong tot oud die behoren tot de categorie minima te bevorderen deel te nemen aan culturele, maatschappelijke en sportieve activiteiten gericht op het bevorderen van volwaardige maatschappelijke participatie door het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van voornoemde activiteiten. 2. Tot de categorie minima als bedoeld in het eerste lid behoort de persoon met al dan niet een ten laste komend kind waarvan het aannemelijk is dat ten aanzien van hem en het kind de kosten van deelname aan culturele, maatschappelijke en sportieve activiteiten in verband met maatschappelijke participatie de aanwezige draagkracht te boven gaan. 3. Een inwoner als bedoeld in het eerste lid is een persoon die is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) gemeente Zwartewaterland en zijn feitelijke woonplaats in de gemeente Zwartewaterland heeft in de zin van artikel 10 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en behoort tot de kring van rechthebbenden als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Participatiewet. 4.

De tegemoetkoming kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en daardoor een te hoge tegemoetkoming heeft ontvangen of weigert te voldoen aan gestelde verplichtingen. 5. Het college stelt ter uitvoering van deze participatieregeling nadere regels. Die regels bepalen in ieder geval een tegemoetkoming in de kosten van het behalen van een zwemdiploma. Artikel 7.5.2 Inhoud Kindpakket Artikel is vervallen met ingang van 1 januari 2023. 7.6 Zorgkosten Artikel 7.6 is vervallen met ingang van 1 januari 2023 Artikel 7.6.1. is vervallen met ingang van 1 januari 2023 Artikel 7.6.2. is vervallen met ingang van 1 januari 2023 Artikel 7.6.3 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen [Wmo] De gemeente kan aan inwoners met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, en die een inkomen hebben lager dan 120% van het wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming vertrekken ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie.

Paragraaf 7.7 Schulddienstverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. Artikel 7.7.1 Samenwerking en toegang 1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

35

2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft. Artikel 7.7.2 Schuldhulpverlening en budgetbeheer 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt. 2. De hulp die de gemeente geeft, past bij het financiële probleem van de inwoner. Eén van de mogelijkheden die de gemeente kan aanbieden is hulp bij het regelen van de inkomsten en uitgaven (budgetbeheer). Budgetbeheer is erop gericht dat de inwoner orde krijgt in de financiële huishouding en daardoor zijn uitgaven kan betalen. Artikel 7.7.3 Besluit 1. De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven. 2. De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan wordt genomen binnen een termijn van 8 weken na de dag waarop het eerste gesprek heeft plaatsgevonden. 3. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen een brief waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

36

Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. Kernwaarden en uitgangspunten: • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. • De inwoner geeft de informatie die nodig is. • De gemeente zet in op preventie en handhaving.

Paragraaf 8.1 Hoe gaan we met elkaar om? [Gemeentewet, Awb] Artikel 8.1.1 De rol van de gemeente 1. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek op het gemeentehuis of bij de inwoner thuis. c. De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie. d. Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. e. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. f. De gemeente respecteert de privacy van de inwoner. g. De gemeente maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. 2.

De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat niet geaccepteerd wordt. De gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: - zijn rechten en plichten; - wat er van hem wordt verwacht; - welk gedrag niet geaccepteerd wordt; - wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet geaccepteerd wordt; en - waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. c. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij: - de ernst van het gedrag; - de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en - de persoonlijke situatie van de inwoner. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

37

duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet). Artikel 8.1.2 De rol van de inwoner 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. de inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen (eigen kracht). b. als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c. de inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang kan zijn voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

Paragraaf 8.2 Afspraken en verplichtingen Artikel 8.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. 2. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; en c. de persoonlijke situatie van de inwoner. 3. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen: a. telefonisch; b. in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis; c. schriftelijk; d. via e-mail. Artikel 8.2.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente verlaagt de uitkering niet als het gedrag van de inwoner meer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden of als het gedrag hem niet te verwijten is. Artikel 8.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De gemeente verlaagt de uitkering vanaf de kalendermaand na de maand waarin de gemeente het besluit tot verlaging aan de inwoner per brief bekend heeft gemaakt. Het is zeer goed mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald.

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

38

2. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen 12 maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen. Artikel 8.2.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner. 2. Als de inwoner maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kan de gemeente de bijzondere bijstand verlagen met een percentage van de bijzondere bijstand. Gaat het om eenmalige bijzondere bijstand, dan kan de gemeente die bijstand weigeren als de bijstand nodig is vanwege verwijtbaar gedrag van de inwoner. Artikel 8.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen [PW, Awb] 1. De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. 2. Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de wet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de wet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.

Paragraaf 8.2.6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Artikel 8.2.6.1 Gedrag Participatiewet [PW, Awb] Gedrag van een inwoner waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, en 55 en 56a van de wet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1e. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet; 2e. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 en 56a van de wet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid van de wet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid van de wet; 3e. het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen, in verband met arbeidsinschakeling; 4e.

het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet; 5e. het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c van de wet; 6e. geen uitvoering geven aan de door de gemeente opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij drie uitzendbureaus; Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

39

c. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de wet. Artikel 8.2.6.2 Gedragingen IOAW en IOAZ [IOAW, IOAZ, Awb] Gedrag van een inwoner waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 IOAW of de artikelen 37 en 38 IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1e. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2e. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e IOAW of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3e.

het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 38, eerste lid IOAW of artikel 38, eerste lid IOAZ; 4e. het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAZ; 5e. geen uitvoering geven aan de door de gemeente opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij drie uitzendbureaus. c. derde categorie: 1e. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2e. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3e.

gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren als bedoeld in Artikel 20, eerste lid, onder a of b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, tweede lid, onder a of b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Artikel 8.2.7 Hoogte en duur van de maatregel 1. De maatregel, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8.2.6.1 en 8.2.6.2, wordt vastgesteld op: a. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 2. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een

Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland 2020, geconsolideerde versie 2024

40

maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 3. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid, inwoner zich nog tweemaal schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt door de gemeente aan de inwoner een maatregel opgelegd van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 8.2.2. Artikel 8.2.8 Stoppen verlaging (inkeerregeling) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente kan de verlaging stoppen (niet uitvoeren) als uit houding en gedrag van de inwoner overduidelijk blijkt dat hij alsnog de arbeidsverplichtingen nakomt. De inwoner moet de gemeente zelf verzoeken om de verlaging te stoppen. Hij kan het verzoek per brief of email indienen nadat het besluit om de uitkering te verlagen is genomen. Artikel 8.2.9 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Awb] 1.

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. De verlaging wordt afgestemd op het benadelingsbedrag tenzij dit niet kan worden vastgesteld. 2. De maatregel wordt vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand indien het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld. 3. De maatregel wordt vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand indien sprake is van een benadelingsbedrag. 4. Indien het bedrag van de maatregel op grond van het derde lid hoger zou zijn dan het benadelingsbedrag, is het bedrag van de maatregel, in afwijking van het derde lid, gelijk aan het benadelingsbedrag doch niet lager dan 20% van de bijstandsnorm. 5. De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid en derde lid wordt met één maand verlengd, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 6. Onder tekortschietend besef voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in het eerste lid wordt onder andere verstaan: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13847687/1