Bijlage 1 - Toelichting-BP Genemuiden, Binnenveld
Tekst van het document
Globaal wordt de uitbreidingslocatie begrensd door enkele karakteristieke (landschaps)elementen: het (open)water van de Nieuwe Wetering aan de westzijde, een sportcomplex (tennisbaan, voetbalvelden en zwembad) aan de noordwestelijke zijde, aan de zuidzijde de volkstuinen van Genemuiden met ten zuiden daarvan de Randweg, de Krommesteeg aan de oostzijde, een maatschappelijke bestemming te weten het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld woon-zorgcomplex van Adullam aan de noordoostzijde en tenslotte een woonwijk aan de noordzijde van het plangebied. Adullam Muiderheim, Krommesteeg 2 te Genemuiden Deze laatste betreft een zorginstelling, bestemd als ‘Maatschappelijk – Zorginstelling’. Dit betreft het woonzorg-initiatief ‘Adullam’, locatie Krommesteeg 2 te Genemuiden. Deze functie ‘woonzorginstelling’ (woonzorgappartementen voor zowel de ouderen als de jongeren) is niet opgenomen in de basiszoneringslijst. Een functie als deze is het meest vergelijkbaar met een ‘verpleeghuis’. Gelet op de aard en omvang van Adullam is deze te vergelijken met een ‘verpleeghuis’. Een verpleeghuis wordt aangemerkt als een milieucategorie 2 inrichting, waarvoor een richtafstand van 30 meter wordt geadviseerd. Tussen het bouwvlak van de maatschappelijke bestemming en het bestemmingsvlak van de woningen in het plangebied (zowel de reguliere woningen alsmede de zorgwoningen in het woonzorg-initiatief in het plangebied) zit een afstand van meer dan 30 meter. Uit het oogpunt van milieuzonering vormt deze maatschappelijke bestemming daarom geen belemmering voor het planvoornemen in het onderhavige plangebied.
Sportfuncties gelegen aan de Sportlaan 2b en/of Prins Clausstraat 2b te Genemuiden Wat betreft de sportvelden aan de westzijde van het plangebied (ook wel lokaal bekend als de Wetering), hier zijn diverse voetbalvelden (sportclub Genemuiden) gelegen, alsmede een tennisbaan (tennisclub Eerste Wittien) en een zwembad (overdekte zwembad Bestevaer), een en ander met bijbehorende parkeervoorzieningen. Opgemerkt wordt dat de tennisclub en het zwembad grenzen aan het plangebied, de voetbalvelden liggen op grotere afstand van het plangebied met circa 75 meter. • •
Een tennisclub wordt aangemerkt als ‘Sportveldcomplex met verlichting’, betreffende maximaal millieucategorie 3.1, dit met een bijhorende richtafstand van minimaal 50 meter voor geluid. Een overdekt zwembad wordt aangemerkt als ‘Zwembad, overdekt’, betreffende maximaal milieucategorie 3.1, dit met een bijhorende minimale richtafstand van 50 meter voor geluid.
In voorliggend geval wordt niet aan de grootse richtafstand (50 meter ten aanzien van het tennisveldcomplex alsmede het zwembad) voor de woningen/appartementen voldaan, deze zijn op kortere afstand gelegen. Daarom is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Alcedo, welke is opgenomen in bijlage 9 bij deze toelichting. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting vanwege de tennisvereniging en het zwembad en het toetsen hiervan aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit en in het kader van een goede ruimtelijk ordening aan de richtwaarden volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering. Voor een uitgebreide weergave van het onderzoek wordt verwezen naar de bijlage, hierna wordt slechts ingegaan op de conclusies. Uit het onderzoek blijkt dat de optredende geluidsniveaus voldoen aan de richtwaarden voor ‘gemengd gebied’ en de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. Hiermee is bij de nieuwe woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege de tennisvereniging en het zwembad. De nieuwe woningen vormen geen belemmering voor de bedrijfsvoering van de tennisvereniging en het zwembad. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voor wat betreft de sportbestemming ten westen van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Overige functies rondom het plangebied De woningen ten noorden van het plangebied worden niet als belemmerend aangemerkt voor het planvoornemen, dit geldt eveneens voor de agrarische cultuurgronden in de omgeving, het open water aan de westzijde en de volkstuinen aan de zuidzijde van het plangebied. Deze gronden of functies zijn niet millieugevoelig en/of ondervinden geen hinder van voorliggend planvoornemen. 5.5.3
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
Veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit, behalve als ze geen ‘inrichting’ zijn. Veel van de voorschriften van het Activiteitenbesluit zijn verder uitgewerkt in de Activiteitenregeling. In het Activiteitenbesluit staan regels per soort milieubelastende activiteit (bijvoorbeeld metaalbewerking) en per soort milieubelasting (bijvoorbeeld geluid). Soms is het mogelijk om met 'maatwerkvoorschriften' af te wijken van de regels van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit kent verschillende regels voor verschillende typen inrichting. Het Activiteitenbesluit maakt een onderscheid tussen inrichting type A, B en C. Een bedrijf dat onder het Activiteitenbesluit valt moet soms een melding doen als het begint of verandert. 5.6.2
Situatie plangebied
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen grondgebonden- of intensieve veehouderijen. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen het dichtstbijzijnde agrarisch bouwvlak ten zuiden van het plangebied en het plangebied zélf meer dan 400 meter. Gelet op de afstand wordt aangenomen dat sprake is vaneen aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen in ‘Binnenveld’. Daarnaast wordt opgemerkt dat omliggende veehouderijen als gevolg van de ontwikkeling, gezien de ruime onderlinge afstand, niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. 5.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.
5.7
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1
Gebiedsbescherming
5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwartewater en Vecht’ is gelegen op circa 1,4 kilometer afstand. Daarnaast zijn op grotere afstand een drietal andere Natura 2000-gebieden gelegen. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen.
Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitatypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd. Hierna wordt de belangrijkste conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar bijlage 5 deze toelichting. Om inzicht te geven in de stikstofdepositie van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn de onderstaande bronnen in de AERIUS-Calculator ingevoerd: • • •
Aanlegfase: verkeersgeneratie met betrekking tot het sloop- en bouwverkeer. Aanlegfase: te benutten werktuigen binnen het plangebied. Gebruiksfase: verkeersgeneratie met betrekking tot de woningen.
Uit de rekenresultaten van de aanleg- alsook de gebruiksfase blijkt dat er sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. De depositie ten gevolge van het plan betreft respectievelijk 0,08 en 0,02 mol/ha/jr. Omdat met deze resultaten geen significant negatief effect kan worden uitgesloten is de referentiesituatie in kaart gebracht en vergeleken met de zowel de aanlegfase alsook de gebruiksfase (middels intern salderen). Uit de rekenresultaten van de salderingsberekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename in zowel de aanleg- alsook de gebruiksfase ten opzichte van de referentiesituatie. Voor beide situaties is er sprake van een afname. In de aanlegfase bedraagt deze afname 0,09 mol/ha/jr en in de gebruiksfase bedraagt deze 0,13 mol/ha/jr. Gelet op de bovenstaande resultaten wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het onderhavig plan. 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De locatie is niet gelegen binnen concreet begrensde NNN.
Het dichtstbijzijnde gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN is gelegen op circa 1,4 kilometer afstand, samenvallend met de begrenzing van Natura 2000gebied ‘Uiterwaarden Zwartewater en Vecht’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld Gezien de afstand van het plangebied tot aan het gebied en het feit dat van areaalvermindering geen sprake is, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Een ontheffing in het kader van het NNN is niet noodzakelijk. 5.7.1.3 Houtopstanden Vooralsnog voorziet het plan niet in de kap van bomen die onderdeel uitmaken van een houtopstand. 5.7.2
Soortenbescherming
5.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. BJZ.nu heeft in voorliggend geval een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze toelichting. •
Er worden geen nesten van vogels met jaarronde nestbescherming verwacht binnen het plangebied. Van de in het plangebied verwachte soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, vernielen en/of beschadigen van vogelnesten dienen daarom buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustusfebruari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd en/of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.
•
Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
•
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
•
Door het uitvoeren van voorgenomen activiteiten gaat mogelijk voortplantingsbiotoop van de poelkikker achteruit of geheel verloren. Er dient nader onderzoek naar de aanwezigheid van voortplantingsbiotoop van de poelkikker uitgevoerd te worden om vast te stellen of deze aanwezig is in het plangebied.
Uit de resultaten volgen de volgende voorwaarden/aanbevelingen: •
5.7.3
Er dient nader onderzoek naar de aanwezigheid van voortplantingsbiotoop van de poelkikker uitgevoerd te worden om vast te stellen of deze aanwezig is in het plangebied. Conclusie
Het benodigde nadere onderzoek wordt gedurende deze vastgestelde/protocol-onderzoeksperiode uitgevoerd en zal bij vaststelling worden bijgevoegd. Ter borging hiervan is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beoordeling De locatie is getoetst aan de Archeologische Waarderingskaart Zwartewaterland. Deze biedt informatie over historische landschapsstructuren, bouwkundige monumenten en archeologische vindplaatsen. De gegevens op de kaart zijn afkomstig van de rijksdienst voor monumentenzorg (RDMZ), rijksdienst voor het oudheidkundig bodemonderzoek (ROB), stichting Het Oversticht en de provincie Overijssel. Uit raadpleging van de Archeologische Waarderingskaart volgt dat op de planlocatie geen archeologische waarde te verwachten is en geldt er geen onderzoeksplicht in het kader van archeologie. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied zijn geen monumenten, karakteristieke bouwwerken of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.9
Niet-gesprongen explosieven
5.9.1
Beoordeling
De gronden ter plaatse van het plangebied zijn (blijkens ontvangen informatie van de gemeente Zwartewaterland) in het verleden betrokken in een vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven. Het is gebleven bij een vooronderzoek, waardoor verwacht mag worden dat er geen niet gesprongen explosieven te verwachten zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld 5.9.2
Conclusie
Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
5.10
Besluit milieueffectrapportage
5.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • • •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
5.11.2 Situatie plangebied 5.11.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het plangebied bevindt zich op circa 1,4 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied. Van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied zal, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling dan ook geen sprake zijn. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in verband met deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk. 5.11.2.2 Wettelijk kader stikstof Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is, zoals genoemd in paragraaf 5.7, gelegen op circa 1,4 kilometer afstand van het plangebied. Om na te gaan of uitvoering van het bestemmingsplan mogelijk tot significant negatieve effecten kan leiden op instandhoudingsdoelstellingen is met het rekenprogramma AERIUS Calculator de stikstofdepositie op dit Natura 2000-gebied in beeld gebracht. Voor de resultaten wordt verwezen naar subparagraaf 5.7.1.1 en bijlage 5 bij deze toelichting. Hier wordt gesteld dat van significant negatieve effecten op de betreffende Natura 2000- gebieden geen sprake is en er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd is. 5.11.2.3 Drempelwaarden Besluit m.e.r.
Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’ Aangezien hier sprake van is, dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Gezien de drempelwaarden (een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen) kan worden geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Het plangebied betreft wel een aaneengesloten gebied, echter met meerdere woonvelden (eigen bestemmingen) en voorziet slechts in 243 woningen. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gehanteerd. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moeten worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.
Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu-en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat voorliggend bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Dit wordt bevestigd in het m.e.r.-beoordelingsbesluit zoals genomen door het college van de gemeente Zwartewaterland. 5.11.3 Conclusie Het Besluit m.e.r. vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het planvoornemen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Waterparagraaf
6.1.1
Europees- en rijksbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027 . Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. 6.1.2
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving, zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD)
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de taken vastgelegd in het Waterbeheerplan 2022-2027. Het bevat de uitwerking van de ambities in onze Watervisie “Meer dan water” en geeft voor de periode 2022 tot en met 2027 aan wat de maatregelen zijn om het watersysteem, de waterketen en de waterkeringen op orde te brengen. Ook zijn de maatschappelijke doelen voor duurzaamheid, circulaire bedrijfsvoering, klimaatadaptatie, educatie en voorlichting uitgewerkt.
6.2
Watertoets
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen er zijn gemaakt ten aanzien van water. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt besluitvorming ten aanzien van water transparant. De waterparagraaf is een vertaling van het gevoerd overleg en het resultaat van de watertoetsprocedure. Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen in de digitale watertoets van het waterschap heeft ertoe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is, de uitkomsten van de watertoets zijn opgenomen in bijlage 8. De watertoets geeft als resultaat: • •
Het volgen van een normale procedure; Advies overstroombaar gebied.
Waterhuishoudkundig plan Naar aanleiding van de gevoerde normale procedure met het Waterschap Drents Overijsselse Delta is een waterhuishoudkundig plan opgesteld, welke is opgenomen in bijlage 10 bij deze toelichting. Binnenveld ligt in een waterrijk gebied onder NAP. Een goed afwateringssysteem is dus essentieel om problemen nu en in de toekomst te voorkomen. In het plan voor Binnenveld is rekening gehouden met voldoende ruimte voor groen en water. In het Waterhuishoudkundig plan wordt in detail uitgewerkt hoe wordt omgaan met het vasthouden en afvoeren van water. De opgave wordt groter in de toekomst. De gemeente Zwartewaterland ziet de ontwikkeling op hen afkomen, daarom sorteert men nu voor door ruim in de normen voor water, groen en klimaat te zitten. Daarnaast kan nu al rekening houden worden met het komende beleid, door: • •
•
•
Niet af te wentelen op toekomstige generaties; voldoen aan de (ruime) eisen voor wat betreft toekomstige regenbuien. Zo min mogelijk af te wentelen op andere gebieden; Binnen Binnenveld is ruimte om water op te vangen. Bij piekbuien of in extreme situaties kan het water naar het Varkensgat. Hoe en wat exact is uitgewerkt in het waterhuishoudkundig plan. Niet af te wentelen van privaat naar publiek; uitgangspunt is zoveel mogelijk opvangen en vasthouden op eigen terrein. Dit wordt geborgd in de verdere uitwerking van Binnenveld, bijvoorbeeld in het kavelpaspoort, verkoopovereenkomsten en uitgiftedocumenten. Ter borging van deze waterschapsbelangen is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen.
Afvalwater Afvalwater afkomstig van de nieuwe woningen (gestapelde woningen en de grondgebonden woningen) wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Het plan wordt immers toekomstbestendig aangelegd, om middels de aanleg van voldoende ‘groen’ en ‘water’ in te spelen op de veranderende klimaatadaptische omstandigheden, om zo het gevoel van hittestress tegen te gaan of te worden verrast door de toename aan neerslag(overlast). Dit wordt bereikt door een stedenbouwkundige inrichting met veel groen, hierbij is expliciet ook gekozen voor gestapelde bouw in het planvoornemen, zodat de verharding en bebouwing minder grondbeslag kent. Overstromingsrisicoparagraaf In de omgevingsverordening heeft de provincie Overijssel aangegeven dat voor gebieden met het risico op overstroming een onderbouwing in het bestemmingsplan moet worden opgenomen in de vorm van een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld overstromingsrisicoparagraaf. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen minder snel en ondiep onderlopende gebieden en snel diep onderlopende gebieden. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die gelegen zijn binnen de dijkring kunnen alleen voorzien in het realiseren van grootschalige ontwikkelingen als er in het bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op de lange termijn voldoende is gewaarborgd. De overstromingsrisicoparagraaf moet inzicht bieden in: • •
de risico's bij een overstroming; de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen dan wel te beperken.
Verwezen wordt naar paragraaf 5.4.2 voor deze overstromingsrisicoparagraaf. Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/maatregelen: • • • • •
Voldoende sheltercapaciteit in de buurt; Voldoende hoog aanbrengen vloerpeilen, eventueel verhoogde drempels; Aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; Zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden. Zodanig inrichten van de gebouwen dat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); Opstellen van een evacuatieplan.
Waterkwaliteit Indien de oppervlakken van de daken en wegen schoon zijn, kunnen deze op een HWA-riool worden aangesloten welke uitkomen in een te realiseren waterberging. Vervuild hemelwater en afvalwater wordt afgevoerd via het vuilwaterriool, welke aangesloten wordt op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel. Beheer en onderhoud De watergangen in en rondom het plangebied worden varend dan wel rijdend (watergangen) onderhouden door de gemeente Zwartewaterland. Het plaatsen van bomen binnen de zones van deze watergangen dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. Dit bestemmingsplan is opgesteld met gebruik van de Crisis- en herstelwet (Chw), waardoor het mogelijk is om onder meer met open normen te werken.
De gemeente Zwartewaterland heeft (gebaseerd op artikel 3.2 lid 1 sub e van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet van 1 juli 2019) immers de bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte, zoals bedoeld in artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Opgemerkt wordt dat voor de besluitvorming over voorliggend bestemmingsplan tevens een vormvrije milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgesteld. In deze rapportage zijn de milieueffecten van het voornemen onderzocht, zodat deze een volwaardige plek in de besluitvorming hebben. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels en bestemming. Omgevingsvergunningenstelsel
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. • Algemene aanduidingsregels (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om het woningbouwaantal in het plangebied te maximaliseren. • Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • Overige regels (Artikel 12) In dit artikel worden de overige regels beschreven. Deze regels stellen aanvullende gebruiksregels voor woningen. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. “Gemengd" (Artikel 3) Verantwoording De gestapelde bouw in het westen van het plangebied heeft deze bestemming gekregen, in het kader van flexibiliteit en toekomstbestendigheid. Deze gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor wonen in gestapelde woningen (seniorenappartementen). Indien in de toekomst behoefte is aan transformatie van deze appartementen naar woon-zorgvoorzieningen, met al dan niet zelfstandige huisvesting en/of verzorging van zorgbehoevenden of bijzondere woonvormen met bijbehorende voorzieningen op het gebied van zorg en verpleging, dan is dat binnen deze bestemming mogelijk, en hoeft daar geen aparte bestemmingsplanprocedure voor te worden doorlopen. Beschrijving Waarvoor deze gronden zijn bestemd is in voorgaande paragraaf reeds beschreven. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het beeldkwaliteitplan is verankerd in de bouwregels. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' mag het aantal bouwlagen niet meer dan het aangegeven aantal bedragen. Er zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, maar de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: •
op het erf of perceel al een gebouw staat, waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; • gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; • gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied. De bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. “Groen” (Artikel 4) Verantwoording Aan ondermeer de landschappelijk inpassing en overig groen is de bestemming ‘Groen’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor groenvoorzieningen, (fiets- en wandel)paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waterstaatkundige voorzieningen en wegen uitsluitend bestemd voor hulp- en nooddiensten. Binnen deze bestemming zijn gebouwen en overkappingen niet toegestaan. “Maatschappelijk" (Artikel 3) Verantwoording Het woonzorg-initiatief, middels gestapelde bouw in het noorden van het plangebied, heeft deze bestemming gekregen, in het kader van flexibiliteit en toekomstbestendigheid. Beschrijving Waarvoor deze gronden zijn bestemd is in voorgaande paragraaf reeds beschreven. De gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, dienstwoningen zijn niet toegestaan. Het beeldkwaliteitplan is verankerd in de bouwregels.
Ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan is aangegeven. Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: •
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld • • • •
maximaal 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor (het denkbeeldig verlengde van) het hoofdgebouw; maximaal 2 m voor overige erf- en terreinafscheidingen; maximaal 7 m voor palen en masten; maximaal 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
“Verkeer-verblijfsgebied” (Artikel 6) Verantwoording Aan de nieuwe openbare infrastructuur is de bestemming ‘Verkeer-verblijfsgebied’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor gebiedsontsluitingswegen en fiets-, bromfiets- en wandelpaden met een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Ondergeschikt zijn diverse functies toegestaan, waaronder parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst, infrastructurele voorzieningen, waaronder rotonden, groenvoorzieningen, waaronder begrepen oevers en bermen, water, waterhuishoudkundige en waterstaatkundige voorzieningen. “Woongebied” (Artikel 7) Verantwoording De woningen binnen het plangebied hebben deze bestemming gekregen, in het kader van flexibiliteit en toekomstbestendigheid is gekozen voor een ruime bestemmingsregeling. De gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroep aan huis, als ook tuinen, erven en groenvoorzieningen, dit met bijbehorende bouwwerken. Beschrijving Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak gelden de volgende regels. Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het beeldkwaliteitplan is verankerd in de bouwregels.
De vrijstaande hoofdgebouwen dienen minimaal 3 meter uit de zijdelingse bouwperceelgrens te worden gebouwd, dit geldt niet voor de andere woningbouwtypes aan de aangebouwde zijde. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' mag de goothoogte in meters niet meer dan de aangegeven goothoogte bedragen en ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' mag het aantal bouwlagen niet meer het de aangegeven aantal bedragen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is de gemeente Zwartewaterland zelf de initiatiefnemer. Voor dit bestemmingsplan en bouwproject is een grondcomplex ingesteld met bijbehorende grondexploitatie. Hierin is de verantwoording van de kosten en opbrengsten opgenomen. De exploitatie is sluitend. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan is in het kader van het vooroverleg naar de provincie toegezonden. De provincie kan instemmen met de plannen. 9.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Het plan is in het kader van het vooroverleg naar het waterschap toegezonden. Tevens is gedurende de ontwerpfase van dit bestemmingsplan een waterhuishoudkundig plan opgesteld, deze is nu bij vaststelling ter bijgevoegd, nu deze akkoord is bevonden door het Waterschap. Ter borging van deze waterschapsbelangen is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. 9.1.4
Veiligheidsregio IJsselland
Het plan is in het kader van het vooroverleg naar de veiligheidsregio toegezonden. De veiligheidsregio heeft aangegeven geen op- en aanmerkingen op het plan te hebben.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of en hoe inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Gelet op de aard en omvang wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, wel zijn er een aantal inloop- en participatieavonden gehouden (zie verslaglegging hiervoor op de gemeentelijke website, zoekterm: binnenveld. Hierbij wordt opgemerkt dat er door de gemeente in de afgelopen jaren veel aandacht aan de plannen voor ‘Binnenveld’ is gegeven. In algemeenheid wordt er positief gereageerd op de plannen. Gesteld wordt dat de belanghebbenden in voldoende mate zijn betrokken bij de planvorming en het proces daartoe. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegd, waar binnen zienswijzen konden worden ingediend. Tot slot is er gedurende de periode van het ontwerp-bestemmingsplan (in de periode april-juni 2023) wederom een inloopavond voor betrokkenen georganiseerd.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform de wettelijke vereisten in 2023 voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. In deze periode zijn er zienswijzen ingediend door enkelen. Hiertoe is een zienswijzennota opgesteld, welke een bijlage bij het raadsvoorstel/raadsbesluit vormt, waarin verslag is gedaan van de zienswijzen en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 1
Stedenbouwkundige plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 2
Akoestische onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 3
Hogere waarde-formulier
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 4
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 5
Stikstof onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 6
Quickscan ecologie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 7
Verslag zienswijzen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 8
Watertoets
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek industrielawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
“Bestemmingsplan Genemuiden, Binnenveld” Status: Vastgesteld
Bijlage 10
Notitie waterhuishoudkundig plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69