b. Bijlage 2 - Rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten 30 oktober 2020 -Rapport Roemer
Tekst van het document
›
≡
58 | Geen tweederangsburgers
Naar analogie van de huurcommissie geeft het Aanjaagteam in overweging een arbeids commissie in het leven te roepen die bindende uitspraken doet op basis van zelfstandig onderzoek naar aangebrachte casuïstiek, met mogelijkheid van beroep bij de normale rechter. De arbeidscommissie wordt bemenst door deskundigen en beperkt zich tot de toepassing van geldend recht inclusief geldende cao-afspraken. De arbeidscommissie moet de mogelijkheid hebben onderzoek te kunnen doen naar feiten en omstandigheden alvorens tot een beslissing te komen. De arbeidscommissie krijgt een zelfstandige onderzoeksbevoegdheid, zodat verder onderzoek naar specifieke gevallen geïnitieerd kan worden. De arbeidscommissie is niet een door sociale partners samengestelde commissie. De Arbeidscommissie zal in de werkwijze rekening moeten en kunnen houden met de specifieke problematiek van arbeidsmigranten en moet een laagdrempelige toegang hebben, bestaan uit juristen en de rechterlijke macht ontlasten. Sociale partners erkennen de problemen met de toegang tot de rechter en hebben aan gegeven zelf ook voorstellen te willen doen om de toegang te verbeteren. Het Aanjaagteam adviseert die voorstellen te betrekken bij de uitwerking van de arbeidscommissies.
E
‹
Maak gericht beleid rondom arbeidsmigratie op lokaal niveau Het Aanjaagteam vindt het belangrijk dat er gewaarborgd wordt dat provincies en gemeenten beleid ontwikkelen ten aanzien van de arbeidsmigrantenvraagstukken. Dat kan door het ontwikkelen van beleid rondom arbeidsmigranten als afspraak op te nemen in het Interbestuurlijk Programma (IBP)48. Daarbij zouden provincies een aanjagende rol moeten krijgen. In de Jaarrapportage Arbeidsmigranten zou het kabinet moeten rapporteren hoeveel decentrale overheden actief beleid voeren rondom arbeidsmigratie.
48 Het Interbestuurlijk Programma (IBP) is een reeks van afspraken tussen gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk om samen meer te bereiken op grote maatschappelijke opgaven.
›
≡
59 | Geen tweederangsburgers
8
Financiële aspecten van het advies
Meerdere aanbevelingen van het Aanjaagteam hebben financiële consequenties. Hieronder wordt geïnventariseerd voor welke aanbevelingen dit het geval is49. Daarnaast wordt aangegeven of het gaat om een stijging van arbeidskosten waar werkgevers en uitzend bureaus of inleners mee te maken zullen krijgen, of dat sprake is van een kostenstijging voor de overheid. Bijvoorbeeld vanwege uitvoerings- of toezichtkosten door extra voorziene taken bij zelfstandige bestuursorganen en/of capaciteitsuitbreiding bij toezichthoudende inspectiediensten. Waar mogelijk wordt ook aangegeven of het kosten betreffen voor Rijk, provincie en/of gemeenten.
Betere beheersing van de uitzendsector Aanbeveling 2.1, A, B en C
‹
De invoering van een verplicht certificeringsstelsel, gebruik g-rekening en de waarborgsom in de uitzendsector brengt administratieve en toezichtkosten met zich mee die neerslaan bij de uitzenders. Overigens zullen uitzenders die al SNA-gecertificeerd zijn hier weinig last van hebben. Vooral de uitzenders die niet gecertificeerd zijn, zullen deze extra kosten krijgen. Aanbeveling 2.1, D
Bij de inschrijving van uitzendbedrijven in de KvK zullen extra taken worden uitgevoerd. Ook bij uitschrijving wordt er een controle uitgevoerd. Deze extra taken leiden bij implementatie tot een stijging van de uitvoeringskosten bij de KvK ten gevolge van en uitbreiding van capaciteit, alsook het kunnen koppelen van informatie door middel van IT-systemen. De omvang van deze kostenstijging is in belangrijke mate afhankelijk van de nadere uitwerking van deze voorstellen. Via de tariefstructuur van de KvK zullen deze kosten neerslaan bij de (uitzend)bedrijven. Aanbeveling 2.2, A en B
Het in de jaarverslagen van ondernemingen opnemen van ‘due diligence’ betekent dat bedrijven met een extra verplichting te maken krijgen die tot administratieve lasten verhoging leidt. De voorgestelde gegarandeerde minimumloondoorbetaling van twee maanden leidt alleen tot een stijging van de arbeidskosten voor bedrijven die geen of minder werk blijken te hebben dan tevoren met de arbeidsmigrant is afgesproken.
Zicht krijgen op arbeidsmigranten Aanbeveling 3.1, A
De invoering van een actieve zorgplicht voor werkgevers met betrekking tot de registratie van arbeidsmigranten bij zowel indiensttreding als bij de beëindiging van het dienstverband leidt tot een extra taak. De arbeidsmigrant moet immers actief worden begeleid – wat extra tijd kost – en er moet zijn vastgelegd dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd, hetgeen ook tot een extra administratieve verplichting leidt.
49 Bij veel aanbevelingen is geen sprake van financiële consequenties voor werkgevers en/of overheidsuitgaven. In deze paragraaf worden die dan ook niet genoemd.
›
≡
60 | Geen tweederangsburgers
Aanbeveling 3.1, B en C
Het BRP/RNI dient aangepast te worden zodat verblijfs- en contactgegevens vastgelegd kunnen worden. Dit vereist een systeemwijziging bij de RvIG en aangepaste werkwijzen bij gemeenten. De kosten hiervan kunnen pas bepaald worden nadat een impactanalyse is uitgevoerd. Aanbeveling 3.1, E en F
De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) krijgt extra uitvoeringstaken toebedeeld. Het gaat daarbij om gegevensuitwisseling met de Belastingdienst (BD) en UWV, alsmede met gemeenten en werkgevers. Het zal hierbij gaan om eenmalige kosten in verband met systeemaanpassingen en het structureel inregelen van nieuwe werkprocessen waar uitvoering aan gegeven moet worden. Ook de BD en UWV zullen kosten hebben voor systeemaanpassingen en structurele gegevensuitwisseling. De omvang van deze kosten stijging is in belangrijke mate afhankelijk van de nadere uitwerking van deze voorstellen. Aanbeveling 3.2, A
De RNI-loketten krijgen naast de huidige registratietaak ook een informatietaak die met uitvoeringskosten gepaard zal gaan. De mate waarin dit tot kostenstijging zal leiden is sterk afhankelijk van de wijze waarop hier in een nadere uitwerking invulling aan wordt gegeven.
‹
Meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten Aanbeveling 4.1, A
De oprichting vanuit het Rijk van een landelijk ‘Expertteam arbeidsmigranten’ dat bijstand geeft aan gemeenten door kennis en kunde te delen over (on)mogelijkheden in relatie tot de inzet van instrumenten in ruimtelijke ordening en huisvestingsbeleid, is een nieuwe taak voor de rijksoverheid. De invulling van deze aanbeveling moet nog nader worden uitgewerkt maar zal zeker leiden tot capaciteitsuitbreiding. Aanbeveling 4.1, B en C
De invoering van een nieuwe verhuurdersvergunning zal gepaard gaan met eenmalige invoeringskosten voor gemeenten, inclusief bijbehorende ICT-ondersteuning. Daarnaast zullen er structurele kosten zijn voor de uitvoering van het vergunningsproces en de handhaving daarop. De kosten zijn afhankelijk van de keuzes die daarover worden gemaakt in de verdere uitwerking. Aanbeveling 4.1, D
Een intensievere toetsing door (het geïntegreerde) SNF/AKF-keurmerk kost extra tijd en gaat daarmee gepaard met kosten. SNF was al voornemens om tot een intensievere toetsing te komen. AKF heeft al een jaarlijkse toetsing. De verwachting is dat de extra kosten beperkt zullen zijn tot de extra capaciteitsinzet en in een stijging van de tarieven van SNF en AKF. Aanbeveling 4.3, A, B, C en D
Het aanscherpen van de kwaliteitseisen in het Bouwbesluit met betrekking tot de minimale woonoppervlakte, in combinatie met de eisen die aan de SNF/AKF-normering zullen worden gesteld, zullen ertoe leiden dat nieuwe locaties duurder worden (want betere huisvestingskwaliteit) en dat bestaande locaties binnen een redelijke termijn aangepast moeten worden. De extra kosten hiervan zullen vooral voelbaar zijn bij partijen die nu van de huisvesting een verdienmodel hebben gemaakt. Huisvesters en uitzenders die al aan de kwaliteitseisen voldoen, zullen minder extra kosten krijgen.
›
≡
61 | Geen tweederangsburgers
Gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten Aanbeveling 5.1, A
Voor arbeidsmigranten die niet-ingezetene in ons land zijn, wordt een verlengde zorgfaciliteit van maximaal 30 dagen voorgesteld nadat de verzekeringsplicht is vervallen (vanwege verlies van arbeid). Dit om te voorkomen dat arbeidsmigranten onverzekerd zijn. Voor de financiering hiervan wordt aangesloten bij de bestaande financieringssystematiek voor andere groepen. Er is naar verwachting sprake van een beperkt financieel beslag – van globaal één miljoen euro per jaar – terwijl het niet-verzekerd zijn tot grote risico’s voor de arbeidsmigrant kan leiden.
Betere handhaving en toezicht Aanbeveling 6.1, A
Het samenwerkingsplatform dat is opgezet in COVID-19-context (zie ook het eerste advies van het Aanjaagteam) zou structureel uitkomst moeten bieden voor verstevigde samen werking en coördinatie tussen inspectiediensten. Deze aanbeveling betekent dat de huidige tijdelijke financiering van het huidige samenwerkingsplatform wordt omgezet in een structurele financiering. Dit komt neer op een uitgavenverhoging van circa € 1,5 miljoen per jaar.
‹
Aanbeveling 6.1, C en D
Een verdere uitbreiding van de capaciteit van de Inspectie SZW ten behoeve van het intensiveren van het toezicht op de gecertificeerde stelsel in de uitzendbranche leidt tot kostenstijging. Om een geloofwaardig en sluitend systeem veilig te stellen en ook voldoende inzet te kunnen bieden op meldingen van misstanden, wordt voorgesteld om de toezichtcapaciteit gericht op de uitzendbranche te verhogen met 90 fte’s hetgeen tot een structurele uitgavenverhoging leidt van grofweg € 10 miljoen op jaarbasis. Hierdoor kan ook de aanpak van grensoverschrijdende misstanden met uitzendbureaus worden geïntensiveerd.
Institutionele inbedding van arbeidsmigratie Aanbeveling 7.1, B
Het openstellen door gemeenten van voorzieningen op het gebied van inburgering en integratie voor EU-arbeidsmigranten zal extra kosten voor gemeenten met zich meebrengen. Op dit moment is het moeilijk in te schatten welk deel van de arbeidsmigranten hier vrijwillig gebruik van zal gaan maken: het is onbekend hoeveel arbeidsmigranten jaarlijks voor het eerst naar Nederland komen en welk deel vrijwillig zal opteren voor cursussen op het gebied van inburgering en integratie. Het is nodig hiervan een onderbouwde inschatting te maken ten behoeve van de raming van de kosten. Aanbeveling 7.2, D
De toegang tot het recht kan worden verbeterd door het instellen van een arbeidscommissie (naar analogie van de huurcommissie) die bindende uitspraken doet op basis van zelf standig onderzoek. Dit is een nieuwe taak die gefinancierd zal moeten worden vanuit de rijksoverheid, ook met het oog op de onafhankelijkheid van de arbeidscommissie. De nadere uitwerking van deze aanbeveling is bepalend voor het kunnen vaststellen van de omvang van deze verwachte extra uitgaven.
›
≡
62 | Geen tweederangsburgers
9
Conclusie
De hoofdgedachte van de aanbevelingen in dit advies is dat we een nieuwe set van normen en waarden nodig hebben als het gaat om de omgang met arbeidsmigranten. We moeten arbeidsmigranten gaan behandelen zoals we zelf ook behandeld zouden willen worden wanneer we een baan zouden accepteren in een ander land. Dat betekent dat we arbeids migranten moeten gaan zien als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers aan onze samenleving. Lokale en nationale overheden moeten bewust beleid gaan maken rondom arbeidsmigranten en de regelgeving rondom arbeidsomstandigheden en huisvesting aanscherpen. Er moet effectieve handhaving komen op elk aspect van arbeidsmigratie, inclusief controle achteraf. We moeten de zelfredzaamheid van arbeidsmigranten gaan stimuleren en beter zicht krijgen op arbeidsmigratie.
‹
Werkgevers en overheden worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en zullen in actie moeten komen. Maar onze aanbevelingen zijn bewust ontworpen om werkgevers die zich al netjes gedragen – uitzendbureaus die al gecertificeerd zijn, bedrijven die al gebruikmaken van gecertificeerde huisvesting voor hun medewerkers – zo min mogelijk lasten te laten ervaren en de ruimte te geven om te ondernemen. De werkgevers die hun zaken niet op orde hebben, zullen flink worden geraakt door onze voorstellen. Dat geldt zowel voor uitzendbureaus die met arbeidsmigranten werken, als voor bedrijven die anderszins werkgever van arbeidsmigranten zijn. Bij invoering van deze aanbevelingen rest hen twee opties: hun bedrijfsmodel aanpassen en zich aansluiten bij de groep werkgevers die netjes met arbeidsmigranten omgaat, of het bedrijf stopzetten. Dat is de consequentie van de keuze om arbeidsmigranten in Nederland beter te beschermen. De problematiek is groot en urgent. Daarom is het noodzakelijk om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met de aanbevelingen. Sommige punten kunnen worden opgepakt zonder dat daar een traject van wet- of regelgeving aan vooraf gaat. Dat geldt voor een groot gedeelte van de aanbevelingen rondom wonen.
Zo kunnen de RNI-loketten relatief eenvoudig ook een voorlichtingsfunctie gaan vervullen, kunnen de Rijksoverheid en provincies nu al regionale deals voor huisvesting sluiten en kunnen gemeenten zelf versneld ruimte gaan zoeken voor huisvesting van arbeidsmigranten. Cao-partijen kunnen met elkaar in gesprek gaan over afspraken om arbeidsmigranten beter te beschermen, zoals een minimum inhuuruurprijs en een verbod op de opbouw van schulden bij een werkgever. Ook moedigt het Aanjaagteam bedrijven aan om transparanter te worden in jaarverslagen; dat kan meteen worden ingevoerd. Andere aanbevelingen vereisen wetgevingsprocessen die langer kunnen duren. Het advies aan het kabinet, met het oog op de aankomende Tweede Kamerverkiezingen, is daarom om de voorbereidingen voor die wetswijzigingen vast in gang te zetten, zodat een nieuw kabinet direct een goede start kan maken en de problematiek zo snel mogelijk wordt aangepakt. De aanbevelingen voor de uitzendsector zullen vrijwel allemaal een wetgevingstraject moeten doorlopen – denk aan de verplichte certificering voor uitzendbureaus en alles wat daarmee samenhangt – maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de invoering van een verhuurdersvergunning. Hoe eerder dergelijke processen in gang worden gezet, hoe eerder we tot oplossingen kunnen komen waar arbeidsmigranten iets aan hebben.
Daarbij zou prioriteit moeten worden gegeven aan de regulering van de uitzendbranche en de verbetering van de registratie van arbeidsmigranten. De inschatting van het Aanjaagteam is dat er grote winst kan worden geboekt met de invoering van verplichte certificering voor uitzendbureaus, en aan het invoeren van een koppeling tussen de loonaangifteketen en de
›
≡
63 | Geen tweederangsburgers
BRP. Vervolgens moeten stappen worden gezet op het gebied van huisvesting, onder andere door voor gemeenten een verhuurdersvergunning mogelijk te maken en door landelijk en op provinciaal niveau afspraken te maken over de verdeling van huisvesting van arbeidsmigranten. Maar uiteindelijk vormen de aanbevelingen in dit advies één sluitend systeem om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten te verminderen en misstanden tegen te gaan. Alleen als de aanbevelingen in samenhang worden uitgewerkt en geïmplementeerd, slagen we erin om de problematiek rondom arbeidsmigranten voor eens en voor altijd op te lossen.
‹
Omdat veel arbeidsmigranten in uitzendconstructies werken, zijn onze aanbevelingen gericht op het beter beschermen van arbeidsmigranten met een uitzendcontract. Daarnaast zijn veel aanbevelingen ook van toepassing op arbeidsmigranten die zonder tussenkomst van een uitzendbureau in dienst zijn van een bedrijf. Het gaat daarbij onder andere om (maar niet uitputtend): - Het bestuursverbod kan ook worden toegepast op bestuurders van andere werkgevers dan uitzendbureaus (2.1 F); - Due diligence in jaarverslagen (2.2 A); - Gegarandeerd minimumloon voor de eerste twee maanden (2.2 B); - Geen schulden opbouwen (2.2. C); - Actieve zorgplicht voor werkgevers ten aanzien van registratie (3.1 A); - Onderworpen aan het toezicht op registratie van arbeidsmigranten (3.1 F en 6.3.A); - Alleen gebruik kunnen maken van huisvesting op basis van het (geïntegreerde) SNF/AKF keurmerk en onderworpen aan de handhaving daarop alsmede de verhuurdersvergunning (hoofdstuk 4); - Scheiden van wonen en werken en werken met een passend zelfstandig huurcontract (4.4 A en B). Hierdoor kan er geen onderscheid ontstaan tussen arbeidsmigranten die al of niet via een uitzendbureau werken: alle arbeidsmigranten behoren dezelfde bescherming te krijgen. De verwachting is dat we met de adviezen een grote groep arbeidsmigranten zullen helpen waardoor hun omstandigheden structureel zullen verbeteren.
Situaties die kunnen uitgroeien tot vergaand misbruik van arbeidsmigranten, uitbuiting en zelfs mensenhandel zullen eerder worden weggenomen, zonder dat we de verwachting hebben dit volledig te kunnen voorkomen. Het valt niet uit te sluiten dat arbeidsmigranten, onder druk van werkgevers en opdrachtgevers die kosten willen drukken, naar andere constructies worden gedwongen. Dat kan gaan om detachering via buitenlandse werkgevers, (schijn)zelfstandigheid of simpelweg zwartwerken – alles is mogelijk in de zoektocht naar het laagste putje in de arbeidsmarkt. Het is belangrijk om dergelijke waterbedeffecten goed in de gaten te houden terwijl verdere regulering van de uitzendbranche wordt ingevoerd, zodat er zo nodig snel kan worden ingegrepen om te voorkomen dat het probleem zich verplaatst. Tot slot: dit advies richt zich uitdrukkelijk op de zaken die nog niet goed gaan in Nederland als het op arbeidsmigranten aankomt. Juist daarom is het extra belangrijk om aandacht te hebben voor de werkgevers, inleners, uitzendbureaus en huisvesters die aantonen dat een nette omgang met arbeidsmigranten samen kan gaan met een rendabele bedrijfsvoering. Zij laten zien dat fatsoenlijk werk, een fijne werkgever en een prettig onderkomen een vanzelfsprekendheid kan zijn voor arbeidsmigranten in Nederland.
Deze bedrijven moeten ons klankbord en kompas zijn, terwijl we deze aanbevelingen verder uitwerken en implementeren.
›
≡
64 | Geen tweederangsburgers
Bijlage 1 – Overzicht werkbezoeken en gesprekken
In dit overzicht staan de werkbezoeken en gesprekken vermeld die het Aanjaagteam de afgelopen maanden met maatschappelijke organisaties heeft gevoerd50.
Mei 2020 22 mei
Werkbezoek Otto Workforce
Venray
26 mei
Startbijeenkomst Aanjaagteam: met gemeente Westland, Glastuinbouw Nederland, Ter Laak Orchids (Wateringen), Uitzendbureau EG-Personeelsdiensten
Westland
28 mei
Startbijeenkomst Aanjaagteam: met wethouders van diverse gemeenten uit Noord-Brabant, toezichthouders, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en huisvesters en huisvestingsorganisaties
Tilburg
4 juni
Startbijeenkomst Aanjaagteam: met burgemeester van Venray (Luc Winants), ondernemers, huisvesters en werkbezoek aan agrarisch bedrijf ‘Peter van Osch g roenteproducties’ (Leunen)
Venray
10 juni
Gesprek Stichting Normering Flexwonen (SNF)
Rotterdam
17 juni
Gesprek met Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie ((FNLI) en GroentenfruitHuis
Den Haag
18 juni
Startbijeenkomst Aanjaagteam: met burgemeester Tiel (Hans Beenakker), bestuurders van 8 gemeenten in de regio ‘rivierenland’, FNV, GGD Gelderland-Zuid, Uitzendbureau VDU, Willem van Hall Beheer BV (migrantenhuisvesting) en gedeputeerde provincie Gelderland
Tiel
18 juni
Overleg met vleesindustrie, werkgeversorganisatie Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV)
Kesteren
18 juni
Werkbezoek aan Slachterij Westfort
IJsselstijn
30 juni
Gesprek met arbeidsmigranten bij welzijnsorganisatie LEV Groep in samenwerking met Stichting Fairwork
Helmond
Juni 2020
‹
50 Dit zijn niet alle gesprekken en/of werkbezoeken. De verschillende leden van het Aanjaagteam hebben vanuit hun eigen positie en/of thematische verantwoordelijkheid ook tal van contacten onderhouden.
›
≡
65 | Geen tweederangsburgers
Juli 2020 9 juli
Gesprek met ABU
Den Haag
13 juli
Bezoek woonlocatie arbeidsmigranten (met FNV)
Dronten
13 juli
Werkbezoek Metaalflex (detacheringsbedrijf)
Hapert
13 juli
Gesprek Rijksvastgoedbedrijf Lelystad
Lelystad
14 juli
Gesprek met bestuurder FNV (Vleesindustrie)
Den Haag
14 juli
Gesprek met NBBU
Den Haag
14 juli
Bezoek woonlocatie Arbeidsmigranten (met FNV)
Ter Aar
15 juli
Werkbezoek Gemeente Den Haag Wethouder Martijn Balster (Wonen, Wijken en Welzijn)
Den Haag
15 juli
Werkbezoek Politie Den Haag
Den Haag
26 augustus
Werkbezoek VNO-NCW, Brabant/Zeeland (o.a. vertegenwoordigers van Jumbo, Bol.com, VION, BANBouw bouwbedrijf)
Waalwijk
27 augustus
Gesprek met Nationaal Rapporteur mensenhandel (Herman Bolhaar)
Den Haag
27 augustus
Bijeenkomst commissie ABU International (met vertegenwoordigers van uitzendbedrijven)
Den Haag
Augustus 2020
‹
September 2020 2 september
Bezoek Stichting Normering Arbeid (uitzendbureaus)
Heerlen
2 september
Bezoek Provincie Limburg
Maastricht
16 september
Gesprek met Raad van State (afdeling Advisering)
Den Haag
17 september
Gesprek LTO Nederland
Den Haag
28 september
Gesprek Gemeente Lansingerland
Lansingerland
30 september
Overleg met Ambassadeurs (Polen, Roemenië, Bulgarije en Spanje)
Den Haag
2 oktober
Vervolgoverleg Nationaal Rapporteur (Herman Bolhaar)
Online
2 oktober
Gesprek met hoogleraren arbeidsrecht, arbeidsmigratie, mensenhandel en arbeidsmarkt
Online
7 oktober
Overleg met gedeputeerde Provincie Limburg (Ger Koopmans)
Venlo
8 oktober
Werkbezoek gemeente Westland (aanbieding onderzoeksrapport)
Naaldwijk
8 oktober
Draagvlakbijeenkomst Van Nellefabriek
Rotterdam
8 oktober
Overleg SER
Online
13 oktober
Draagvlakbijeenkomst Evoluon
Eindhoven
14 oktober
Bijeenkomst Landelijk Congres Flexwonen (BZK, Provincie Overijssel, Expertisecentrum Flexwonen en Platform 31
Zwolle
23 oktober
Gesprek met de Raad van Spaanse burgers in Nederland (CRE)
Online
23 oktober
Overleg politie Den Haag / Pandenbrigade Den Haag
Online
26 oktober
Bijdrage Webinar ‘Arbeidsuitbuiting’ (VNG)
Online
Oktober 2020
›
≡
66 | Geen tweederangsburgers
Bijlage 2 – Samenstelling Aanjaagteam en Begeleidingsgroep
Samenstelling Aanjaagteam In het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten hebben de volgende organisaties geparticipeerd (in alfabetische volgorde): - Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid; - Openbaar Ministerie / Functioneel Parket; - Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat51; - Ministerie van Justitie en Veiligheid; - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; - Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; - Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; - Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.
‹
Samenstelling Begeleidingsgroep Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten heeft gedurende de periode waarin zij door het kabinet was ingesteld op reguliere basis overleg gevoerd met de ‘Begeleidings groep’. Zowel het eerste advies – dat op 11 juni 2020 aan hen is gepresenteerd – als het voorliggende advies, is in de voorbereidende fasen regelmatig besproken en becommen tarieerd door de leden van de Begeleidingsgroep. Hierin waren de volgende organisaties vertegenwoordigd: Werkgeversorganisaties
-
VNO-NCW MKB-Nederland; LTO Nederland; ABU; NBBU.
Werknemersorganisaties
- FNV; - CNV. Publieke organisaties
- VNG; - IPO.
51 Ministerie van IenW was vertegenwoordigd bij de totstandkoming van het Eerste Adviesrapport.
›
≡
67 | Geen tweederangsburgers
Bijlage 3 – Kamerbrief over de actuele situatie rondom EU-arbeidsmigranten en het coronavirus Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 mei 2020 Deze brief gaat in op de actuele situatie rondom EU-arbeidsmigranten en het coronavirus. Met deze Kamerbrief wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Smeulders c.s.52 die de regering verzoekt te bezien welke maatregelen of inzet van toezichthouders, zoals de Inspectie SZW, nodig zijn om kwetsbaarheid van arbeidsmigranten te voorkomen of te beperken. Gelijktijdig met deze brief, stuur ik uw Kamer de kabinetsreactie op de initiatiefnota van de SP en ChristenUnie genaamd ‘Actieplan Arbeidsmigratie’. Situatie arbeidsmigranten en het coronavirus
‹
De coronacrisis maakt de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting en de afhankelijkheidsrelatie van de werkgever, alleen maar pregnanter. Het blijkt bijvoorbeeld moeilijk om de RIVM-richtlijnen te volgen in situaties waarbij veel arbeidsmigranten dichtbij elkaar wonen en ook in situaties waarbij arbeidsmigranten ziek zijn geworden is het moeilijk om de RIVM-richtlijnen in de woning op te volgen. Daarnaast verliezen arbeidsmigranten soms hun baan, waardoor zij gelijktijdig hun salaris, huisvesting en ziektekostenverzekering dreigen te verliezen. Ik begrijp de zorgen van arbeidsmigranten en ook van werkgevers in deze onzekere en snel veranderende tijden goed. Veel arbeidsmigranten werken in vitale sectoren zoals de landen tuinbouw of in de logistiek. Doordat zij veelal dicht op elkaar leven, werken en reizen, lopen zij risico op besmetting met het coronavirus. Het is van groot belang dat werkgevers voorzorgsmaatregelen treffen. Het kabinet zet in op voorlichting over de voorzorgsmaat regelen en RIVM-richtlijnen in verschillende talen, die onder andere op arbeidsmigranten is gericht. Het is van groot belang dat werkgevers, huisvesters, gemeenten en de arbeids migranten zelf, er alles aan doen om de kans op besmetting met het coronavirus zo klein mogelijk te maken.
Het kabinet roept werkgevers op om hun verantwoordelijkheid te nemen en goed voor arbeidsmigranten te zorgen. Gelukkig zijn er ook goede en mooie voorbeelden. Uitzendbureaus die arbeidsmigranten die geen werk en huisvesting meer hebben begeleiden naar nieuw werk en een nieuwe woning, of tuinders die arbeidsmigranten op hun werkvloer goed beschermen en proactief in verschillende talen voorlichten over de voorzorgsmaatregelen. Daarnaast zien we dat uitzendbureaus creatieve oplossingen verzinnen voor het gezamenlijke vervoer, zoals door het inzetten van elektrische fietsen, en arbeidsmigranten verspreiden over meer huisvestingslocaties om de 1.5 meter afstand altijd te kunnen hanteren. Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten
De kwetsbare positie van arbeidsmigranten zorgt voor een verhoogd risico op besmetting met het coronavirus, wat zowel schadelijk is voor de gezondheid van arbeidsmigranten zelf, als voor de continuïteit van vitale processen zoals in de voedselketen. De problematiek waarover het kabinet signalen binnen krijgt, is te onderscheiden in problemen op het gebied van werk, huisvesting, vervoer, zorg en grenzen. Door de diverse aspecten van de problemen die worden gesignaleerd, als mede de urgentie van de problematiek, is er
52 Kamerstukken II 2019/20, 35430 nr.11
›
≡
68 | Geen tweederangsburgers
besloten om een ‘Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten’ in te richten. Onder leiding van Emile Roemer zal een interdepartementaal team aan de slag gaan om op regionaal niveau tot oplossingen en mogelijke maatregelen te komen die arbeidsmigranten zullen beschermen tegen het coronavirus en daaraan gerelateerde problematiek. Het doel van het aanjaagteam is drieledig. Het aanjaagteam zal de bescherming van arbeidsmigranten agenderen bij werkgevers, gemeenten en provincies, en partijen op regionaal niveau samenbrengen. Tegelijkertijd zal er gezamenlijk met deze partijen en interdepartementaal worden gezocht naar maatregelen voor de bescherming van arbeidsmigranten op de korte en (middel)lange termijn. Het kan zijn dat dit vraagt om lokale oplossingen, maar ook dat er moet worden gekeken naar landelijk beleid. Daarnaast zal het aanjaagteam monitoren of er sprake is van tekorten of overschotten aan arbeidsmigranten in deelsectoren en zo nodig stimuleren tot arbeidsbemiddeling. Het aanjaagteam zal, in combinatie met de lopende maatregelen uit de integrale aanpak van misstanden bij arbeidsmigranten, zich inzetten om ervoor te zorgen dat ook in deze crisistijd arbeidsmigranten eerlijk, gezond en veilig in Nederland kunnen werken.
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees
‹
›
≡
‹