a. Toelichting Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne (14-03-2022) vastgesteld
Tekst van het document
Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende (bedrijfs)woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011), de Waterwet (2009) en het Barro (2018). 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. In de provinciale Omgevingsverordening (2.14.4) heeft de provincie Overijssel aangegeven dat voor gebieden met het risico op overstroming een onderbouwing in het bestemmingsplan moet worden opgenomen in de vorm van een overstromingsrisicoparagraaf. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen minder snel en ondiep onderlopende gebieden en snel diep onderlopende gebieden. 6.1.4
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Water Raakt!, Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050, Beleid Beheer en Onderhoud Stedelijk water 2013-2018 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De genoemde beleidsdocumenten kunnen worden ingezien op het hoofdkantoor van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de internetsite: www.wdodelta.nl. Op gemeentelijk niveau is het in overleg met het waterschap opgestelde gemeentelijk Waterplan en het (verbreed) gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van belang.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 6.1.4
Gemeentelijk beleid
6.1.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) Het beheer van het riool is 1 van de kerntaken van de gemeente. Het beleid voor rioleringszorg in Zwartewaterland staat in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), zoals vastgesteld op 20 november 2015. Duurzaamheid en de scheiding van hemel- en afvalwater staan in Zwartewaterland centraal. Bovendien is er aandacht voor sociale- milieu-, omgevings- en economische aspecten. In het GRP staat op welke wijze de gemeente binnen de planperiode haar riolerings- en watertaken invult, welke werkzaamheden zij hiervoor doet en gaat doen, wat het kost en op welke wijze deze kosten gedekt worden. 6.1.4.2 Waterplan Zwartewaterland Gelet op de ligging van de gemeente te midden van veel water is een goede waterhuishouding van dit gebied van essentieel belang. Diverse woonwijken hebben te maken met relatief hoge grondwaterstanden en relatief hoge oppervlaktewaterstanden. Dit vergt een goede afstemming. In het waterplan zijn met de waterpartners in dit gebied afspraken gemaakt ten aanzien van het beleid en de uitvoering van maatregelen. Het beleid en maatregelen zijn geformuleerd rondom de peilers waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. Ook is een samenhangend beeld geschetst van de wensen en de noodzakelijke ingrepen die hiervoor nodig zijn.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Watertoets
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
6.2.2.1 Algemeen Het Waterschap DOD is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van www.dewatertoets.nl. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets. Dit betekent dat het Waterschap DOD in overleg wil bespreken hoe voor dit plan rekening kan worden gehouden met de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Het waterschap heeft in een uitgangspuntennotitie uitgewerkt met welke wateraspecten rekening moet worden gehouden. Daarnaast is de normale procedure gewijzigd in de korte procedure. De uitgangspuntennotitie is opgenomen in bijlage 7 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied. Hierbij wordt rekening gehouden met de uitgangspuntennotitie van het waterschap. Riolering en afvalwater Het afvalwater afkomstig van de bestaande en nieuwe woningen wordt afgevoerd via het gemeentelijke riool. Hemelwater
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Het hemelwater wordt afgekoppeld en ter plaatse van het plangebied geïnfiltreerd dan wel afgevoerd richting de nabijgelegen erfsloten. Aangezien het verhardvloeroppervlak binnen het plangebied als gevolg van het voornemen af zal nemen, zijn er geen compenserende maatregelen noodzakelijk. Watersysteem Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergangen moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het bouwen buiten de beschermingszone. Voorliggend bestemmingsplan waarborgt, door middel van een bouwvlak, dat de te realiseren bebouwing niet binnen de beschermingszone kunnen worden gebouwd. Wat betreft de in- en uitritten ten behoeve van de nieuwe woningen, wordt opgemerkt dat aan de zijde van de beschermingszone gebruik wordt gemaakt van de reeds aanwezige in- en uitritten. Mogelijk dat hier nog wel aanpassingen aan worden verricht.
Er zal echter eerder sprake zijn van een vermindering/versmalling van de verharding dan een vermeerdering/verbreding daarvan. Waterveiligheid Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland. Op basis van de Omgevingsverordening Overijssel, blijkt dat het plangebied zich bevindt in een overstroombaar gebied. Voor het plangebied is het van belang dat nagedacht wordt over voorzieningen die de risico’s kunnen beperken. Bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor nieuwe ontwikkelingen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen: • • • • • •
aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied; voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg, zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijv. materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); opstellen van evacuatie plan; belangrijke functies dan wel belangrijke apparatuur (bijv. generator e.d.) verhoogd of op eerste verdieping situeren.
Voorliggende ontwikkeling ziet toe op het realiseren van nieuwe bebouwing in een gebied waar sprake is van overstromingsrisico’s. In samenspraak met het waterschap wordt gezocht naar maatregelen die kunnen worden getroffen. Er wordt gedacht aan het deels ophogen van lager gelegen delen in het plangebied, danwel de locaties waar nieuwe bebouwing is beoogd. In het kader van deze ophogingen zal elders moeten worden gecompenseerd is de vorm van het verlagen (ruimte bieden voor water) van gronden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. •
Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
•
Nadere eisen: Deze regel geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij vergunningverlening nadere eisen te stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden, heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten.
•
Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan.
•
Specifieke gebruiksregels (indien van toepassing): In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd.
•
Afwijken van de gebruiksregels (indien van toepassing): Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van functies die in eerste aanleg strijdig zijn met de bestemmingsomschrijving of de specifieke gebruiksregels.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van een bouwplan en op die wijze meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd.
•
Algemene bouwregels (Artikel 8) Dit artikel omvat bouwregels ten aanzien van het bouwen in relatie tot aangrenzende terreinen en ten aanzien van het ondergronds bouwen.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om ter plaatse van gronden met de bestemming ‘Wonen’ wijzigingen aan te brengen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Agrarisch (Artikel 3) De voor ‘Agrarisch’ aan gewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Het bouwen van gebouwen en/of bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan. Ook het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is niet toegestaan. Tuin (Artikel 4) De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn wel toegestaan.
Hiervoor zijn bouwregels opgenomen. Wonen (Artikel 5) De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor eengezinshuizen (al dan niet in combinatie met ruimte voor beroep aan huis) en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan. De bouwregels voor bijbehorende bouwwerken binnen en buiten het bouwvlak verschillen van elkaar. Middels aanduidingen is de maximale goot- en bouwhoogte aangeven en is het maximum aantal woningen per bouwvlak bepaald. Voor elke woning binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen. De inhoud van de bestaande woningen mag maximaal 600 m3 bedragen, dan wel de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt. Voor de nieuwe woningen ter plaatse van het perceel Glinthuisweg 17 is middels een aanduiding op de verbeelding bepaald dat de inhoud van deze woningen maximaal 750 m 3 mag bedragen. Voor een aantal van de nieuwe woningen is bepaald dat er geen bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak zijn toegestaan. Dit is gedaan in verband met de gedachte dat hier schuurwoningen komen waarbij opslag en dergelijk inpandig in het hoofdgebouw gerealiseerd zullen worden. Verder zijn er bouwregels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak.
Waarde - Archeologie (Artikel 5) De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b.
het behoud van de archeologische monumenten die ter plaatse aanwezig zijn; het behoud van de archeologische monumenten, waarvan de aanwezigheid redelijkerwijs vermoed wordt.
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd ten behoeve van deze bestemmingen dan overeenkomstig de volgende regels, indien door de bouw
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter zal kunnen worden verstoord, tenzij de oppervlakte van de verstoring kleiner is dan 100 m²: a.
b.
de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de archeologische monumentenzorg een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke kosten gedekt door de leges voor het in behandeling nemen van dit bestemmingsplan. Om het risico op planschade af te dekken is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Het kostenverhaal voor de gemeente is hierdoor volledig verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en er sprake is van een ontwikkeling dat in overeenstemming is met het provinciaal beleid, wordt vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk geacht. 9.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta (DOD)
De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een normale procedure. Verwezen wordt naar de watertoetsprocedure opgenomen in subparagraaf 6.2.2. Voorliggend bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg naar het waterschap gestuurd.
9.2
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 14 oktober 2020 tot en met 25 november 2020 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende de ter inzage periode heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Er zijn een aantal inspraakreactie ontvangen. Deze zijn samengevat en vervolgens van een gemeentelijk standpunt voorzien in de ‘Nota beantwoording inspraak’, zoals opgenomen in bijlage 8 van de toelichting.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 26 januari 2022 voor zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode is door één belanghebbende een brief met zienswijzen ingediend. In de brief is gereageerd op de in bijlage 8 van deze toelichting opgenomen inspraaknota (reclamant 1). Indiener had in de inspraakreactie aangegeven dat binnen het plangebied, aan de randen van hun perceel, het nodige groen aanwezig is. Hierbij is indiener huiverig hoe straks om wordt gegaan met overhangende begroeiing. Indiener ziet graag dat de bestaande begroeiing die nu op de erfgrens staat wordt verwijderd en er geen nieuwe beplanting binnen een meter van de erfgrens komt te staan. In de inspraakreactie van de gemeente is reeds aangegeven dat dit los staat van de bestemmingsplanprocedure. In het bestemmingsplan zijn geen bepalingen opgenomen aangaande het aanwezig zijn of aanplanten van groen in of nabij de perceelsgrenzen. Een eigenaar van een perceel grond mag zijn eigendom naar eigen inzicht inrichten en gebruiken binnen de grenzen van de regels van ruimtelijke ordening. Deze vrijheid wordt ook beperkt door de rechten en belangen van eigenaren van naburige percelen. Dit geldt ook ten aanzien van de bomen en planten die een eigenaar op zijn perceel heeft staan. Deze beplanting mag niet over het erf van de buren heen groeien.
De eigenaar van een naburig perceel hoeft de aanwezigheid van overhangende takken in het algemeen niet te accepteren. Hij kan vorderen dat de overhangende beplanting wordt gesnoeid. Ook mag hij zelf snoeien na het stellen van een termijn aan de buurman. Dit is geregeld in artikel 5:44 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Artikel 5:44 BW geeft in alle gevallen waarin beplanting over het erf van een ander hangt een recht op verwijdering. Dit geldt niet alleen voor overhangende takken, maar ook voor elk ander gedeelte van een boom dat over de erfgrens heen hangt. Dit kan dus ook een stuk van de stam zijn. Het wetsartikel geldt ook voor een heg. Het maakt in beginsel niet uit of de benadeelde al dan niet hinder ondervindt van de overhangende beplanting. Voldoende is dat een deel van de beplanting boven de grond van de benadeelde hangt. In het BW gaat het om rechten en plichten tussen buurpercelen onderling, waarbij de gemeente in principe geen partij is, dus ook niet ten aanzien van toezicht en handhaving. Verder is naar aanleiding van de ingediende zienswijzen een toevoeging gedaan in paragraaf 5.5.3.3 van deze toelichting waarbij ook het agrarisch bedrijfsperceel aan de Klinkerweg 2 bij de beoordeling is betrokken. De grondgebonden veehouderij aan de Klinkerweg 2 vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Tevens wordt het betreffende bedrijf niet in de ontwikkelmogelijkheden belemmerd.
9.4
Ambtshalve wijziging
Gebleken is dat ter plaatse van het meest zuidelijke bouwvlak op de analoge verbeelding de aanduiding ‘maximum volume (m3)’ (750 m3) is opgenomen. Echter is deze abusievelijk niet opgenomen op de digitale verbeelding, zoals is weergegeven op www.ruimtelijkeplannen.nl. Het bestemmingsplan wordt hierop gecorrigeerd, door ook op de digitale verbeelding de betreffende aanduiding op te nemen. Het bestemmingsplan is hierom gewijzigd vastgesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Advies kwalitatieve inspanning
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 2
Aanpassing advies Glinthuisweg 17
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 3
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 6
Verkennend archeologisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 7
Uitgangspuntennotitie Waterschap
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld
Bijlage 8
Nota inspraak Glinthuisweg 17-17a
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66