CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Toelichting Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne (14-03-2022) vastgesteld

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne21.045 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Glinthuisweg 17 en 17a Genne

Maart 2022

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

BESTEMMINGSPLAN GLINTHUISWEG 17 EN 17A GENNE

Plan:

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne

Plantype:

Bestemmingsplan

Status:

Vastgesteld

IMRO-nummer: NL.IMRO.1896.BP0070-VS01

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 9 3.1 3.2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 14

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 34 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 34 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 35 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 37 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 38 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 40 GEUR ...................................................................................................................................................... 42 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 43 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 45 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................................

46 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 47

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 49 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 49 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 50

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 52 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 52 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 52 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 54

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 56 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 57 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 57 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 57 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 57

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 59 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

ADVIES KWALITATIEVE INSPANNING ....................................................................................................... 59 AANPASSING ADVIES GLINTHUISWEG 17 ................................................................................................ 60 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 61 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 62 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 63 VERKENNEND ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ............................................................................................ 64 UITGANGSPUNTENNOTITIE WATERSCHAP ............................................................................................... 65 NOTA INSPRAAK GLINTHUISWEG 17-17A ............................................................................................... 66

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het bedrijfsperceel aan de Glinthuisweg 17 en het agrarisch bedrijfsperceel aan de Glinthuisweg 17a. Beide percelen liggen in het buurtschap Genne. Het voornemen is om ter plaatse van beide (agrarische) bedrijfspercelen de overbodige bedrijfsbebouwing te slopen, overtollige verharding te saneren en de bedrijfswoningen te herbestemmen naar reguliere woningen. Daarnaast is het de wens zowel aan de Glinthuisweg 17 als aan de Glinthuisweg 17a twee vrijstaande woningen te realiseren. In totaal worden er binnen het plangebied dus vier woningen toegevoegd. De gemeente Zwartewaterland is in principe bereid om medewerking te verlenen aan de gewenste ontwikkeling, onder voorwaarde dat voldoende aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing van het geheel. Omdat de hiervoor geschetste ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Glinthuisweg 17 en 17a te Genne. Kadastraal is het plangebied bekend als Hasselt, sectie F, nummers 324, 325, 481, 482 en 554. De ligging van het plangebied in het buurtschap Genne (rode cirkel) en de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (rode kaders) is weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het “Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1896.BP0070-VS01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland”. Hierna wordt op dit bestemmingsplan en de geldende bestemmingen ingegaan. 1.4.1

Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland

Het “Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland” is op 10 oktober 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’. Daarnaast zijn binnen de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’ grotendeels een bouwvlak aanwezig. Tot slot zijn de gronden voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. In afbeelding 1.2 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan “Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland”. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede verbeelding “Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

Bestemming ‘Bedrijf’ De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor gebouwen ten behoeve van bedrijven tot en met milieucategorie 2 als bedoeld in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, met uitzondering van zelfstandige kantoren. Gebouwen dienen binnen het bouwvak te worden gebouwd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Bestemming ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarisch bedrijfsvoering. De bouwwerken dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met uitzondering van bestaande gebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, zoals schuilstallen en veldschuren. Per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor; • •

het behoud van de archeologische monumenten die ter plaatse aanwezig zijn; het behoud van de archeologische monumenten, waarvan de aanwezigheid redelijkerwijs vermoed wordt.

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet anders worden gebouwd ten behoeve van deze bestemmingen dan overeenkomstig de volgende regels, indien door de bouw de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter zal kunnen worden verstoord, tenzij de oppervlakte van de verstoring kleiner is dan 100 m2. 1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bouw- en gebruiksregels. Het gebruik van de bestaande woningen als reguliere woningen is niet toegestaan. Daarnaast voorzien de huidige bouw- en gebruiksregels niet in de mogelijkheid om binnen het plangebied vier extra woningen te realiseren. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Zwartewaterland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, de inspraak en de zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied bestaat uit twee locaties, te weten het bedrijfsperceel Glinthuisweg 17 en het agrarisch bedrijfsperceel Glinthuisweg 17a. Beide locaties liggen in het buurtschap Genne. Het buurtschap is gelegen aan de Overijsselse Vecht, tussen de kernen Zwolle en Hasselt. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Glinthuisweg. Aan de westzijde is voormalige basisschool OBS Genne aanwezig, met daarachter een bedrijfsperceel. Verder wordt het plangebied hoofdzakelijk omgeven door agrarische cultuurgronden. Binnen het plangebied zijn twee bedrijfswoningen, met bijbehorende bebouwing, tuinen, erfverharding en (agrarische) bedrijfsgebouwen aanwezig. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied met een luchtfoto weergegeven. Met het rode contour is indicatief het plangebied aangegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Ruimtelijke ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Het voornemen is om ter plaatse van beide (agrarische) bedrijfspercelen de overbodige bedrijfsbebouwing te slopen, overtollige verharding te saneren en de aanwezige bedrijfswoningen te herbestemmen naar reguliere woningen. Daarnaast is het de wens om zowel aan de Glinthuisweg 17 als aan de Glinthuisweg 17a twee vrijstaande woningen te realiseren. In totaal worden hiermee vier woningen toegevoegd. 3.1.2

Sloop

In afbeelding 3.1 is weergegeven welke bebouwing in het kader van voorgenomen ontwikkeling gesloopt zal worden. Naast het slopen van de in afbeelding 3.1 aangegeven bebouwing wordt alle overtollige erfverharding gesaneerd. Het vorenstaande zorgt voor een aanzienlijke kwaliteitsimpuls. De voormalige agrarische schuur achter de (bedrijfs)woning Glinthuisweg 17a blijft behouden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, opslag en werkruimte.

Afbeelding 3.1

Te slopen bebouwing (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 3.1.3

Beoogde situatie en erfinrichting

3.1.3.1 Algemeen Zoals in de inleiding reeds aangegeven is de gemeente Zwartewaterland in principe bereid om medewerking te verlenen aan de gewenste ontwikkeling, onder voorwaarde dat voldoende aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing van de nieuwe woonerven. Door Het Oversticht is geadviseerd welke kwalitatieve inspanningen mogelijk zijn om de nieuwe woonerven op een passende wijze in de omgeving in te passen. Voor beide percelen is een erfinrichtingsplan opgesteld. Het volledige advies van Het Oversticht is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Nadien is het advies aangepast in verband met de wens voor het realiseren van bijgebouwen bij de twee compensatiewoningen aan de Glinthuisweg 17 (zie bijlage 2). In afbeelding 3.2 en 3.3 zijn de erfinrichtingsplannen weergegeven. Hierna volgt per locatie een toelichting hierop. 3.1.3.2 Glinthuisweg 17 In afbeelding 3.2 is het oorspronkelijke erfinrichtingsplan opgenomen van de beoogde situatie aan de Glinthuisweg 17. In afbeelding 3.3 is het gewijzigde erfinrichtingsplan opgenomen. Deze wordt aansluitend toegelicht.

Afbeelding 3.2

Oorspronkelijk erfinrichting Glinthuisweg 17 (Bron: Het Oversticht)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

Afbeelding 3.3

Gewijzigde erfinrichting Glinthuisweg 17 (Bron: Het Oversticht)

In het voorgestelde plan is zichtbaar dat het ensemble met name aan de noordzijde minder compact is dan in de schets op hoofdlijnen is gesteld. De percelen hebben een andere verdeling dan in het advies. Het voorstel als geheel bestaat uit meerdere typen volumes en de volumes hebben een eigentijdse uitstraling, zoals gesteld in het advies. Opzet zuidelijke kavel De koper vraagt voor de zuidelijke kavel een bijgebouw aan. Omdat deze kavel in het voorstel meer om de boerderij getrokken is en het bijgebouw achter de boerderij wordt gepositioneerd, blijft het cluster aan deze zijde compact. Het wordt zelfs meer compact. De woning komt tussen de eik en de boerderij. Het bijgebouw in het verlengde van de boerderij op het achtererf. De woning en het bijgebouw zijn op zichzelf neutraal van karakter en daarmee passend in het ensemble, maar zouden bijvoorbeeld kunnen variëren in dakvorm en/of nuances in de materialisering en/of kleurstelling zoals in het advies is gesteld. Het Oversticht adviseert aanvullend niet te veel hagen aan te planten zodat het erf ‘uiteen’ gaat vallen in de verschillende erfdelen. De zuidelijke haag langs de erftoegang is ruimtelijk niet noodzakelijk. De aanplant van enkele fruitbomen in het erfdeel aan de zuidzijde en een fruitboom op het erf van de boerderij zorgt ervoor dat de erfdelen in groenopzet meer een geheel gaan vormen (zie voorstel aanplant).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Opzet noordelijke kavel De clustering aan de noordzijde is minder sterk. Dit komt door de positie van de losse woning, meer aan de weg en de draaiing hiervan. In het advies van 2018 is voor de Glinthuisweg 17a aan de overzijde ook nadrukkelijk niet voor een lintbebouwing gekozen. Zo blijven er twee erven, verschillende van karakter. In deze opzet is het noordelijke erfdeel niet passend bij de ruimtelijke randvoorwaarden uit het advies. De woning met bijgebouw (in deze opzet een aanbouw) maakt op deze wijze te weinig onderdeel uit van het erfensemble. De voorgestelde platte aanbouw versterkt de clustering niet en doet eerder afbreuk aan het landelijke karakter. Platte daken komen vrijwel niet veel voor in het buitengebied. De welstandsnota geeft als uitgangspunt voor bebouwing op erven een dakvorm aan. De platte aanbouw zal vanuit welstand naar verwachting negatief worden beoordeeld. Een tussenlid is wel mogelijk wanneer dit ondergeschikt is aan de volumes. Ten tijde van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt het voornemen getoetst aan de welstandseisen. Het Oversticht heeft een voorstel gedaan in onderstaande schetsen om de compactheid van het erf te versterken (bijgebouw en woning zijn niet exact op schaal).

Afbeelding 3.4

Voorstel 1 aanpassing erfinrichting Glinthuisweg 17 (Bron: Het Oversticht)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

Afbeelding 3.5

Voorstel 2 aanpassing erfinrichting Glinthuisweg 17 (Bron: Het Oversticht)

De huidige in- en uitritten blijven behouden. Waarbij de bestaande boerderij nog een extra eigen in- en uitrit krijgt langs de haag, gekoppeld aan de bestaande zuidoostelijke toegang. 3.1.3.3 Glinthuisweg 17a In afbeelding 3.6 is het erfinrichtingsplan opgenomen van de beoogde situatie aan de Glinthuisweg 17a. Deze wordt aansluitend toegelicht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

Afbeelding 3.6

Erfinrichting Glinthuisweg 17a (Bron: Het Oversticht)

Beoogd wordt om ten noordwesten van de bestaande woningen twee schuurwoningen te realiseren. De voorste woning komt in lijn met de bestaande woning. De tweede woning wordt gerealiseerd op het achterterrein. Voor beide toe te voegen woonerven wordt een eigen in- en uitrit gerealiseerd op de Glinthuisweg. Op het erf Glinthuisweg 17a wordt naast de grote hoeveelheid agrarische gebouwen ook een kleinschalig schuurtje gesloopt. Het is gewenst om hier een nieuw kleinschalig schuurtje voor te realiseren voor het stallen van fietsen. Zoals aangegeven in paragraaf 3.1.2 blijft de voormalige agrarische schuur achter de (bedrijfs)woning Glinthuisweg 17a behouden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, opslag en werkruimte.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Uitgangspunten

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: • • •

Functie: wonen, koop, vrijstaand Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Zwartewaterland (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: buitengebied

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld • • 3.2.2

Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8 Verkeersgeneratie (per woning): minimaal 7,8 en maximaal 8,6 Beoordeling

Het parkeren ten behoeve van de bestaande en nieuwe woningen zal geheel plaatsvinden op eigen terrein. Gelet op de omvang van de verschillende woonpercelen is hier ruim voldoende ruimte voor 2 tot 3 parkeerplaatsen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van vier vrijstaande woningen. De nieuwe woningen leiden tot een extra verkeersgeneratie van gemiddeld (4*8,2=) 32,8 verkeerbewegingen per weekdag etmaal. Ter plaatse van het plangebied worden (planologisch gezien) een bedrijfsperceel en een agrarisch bedrijfsperceel opgeheven. Hiermee komen de daarbij behorende verkeersbewegingen (waaronder zwaar verkeer en landbouwverkeer) te vervallen. Per saldo zal het aantal verkeersbewegingen dan ook niet of nauwelijks toenemen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van het toevoegen van vier woningen. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld

Afbeelding 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van een woningbouwontwikkeling in het buitengebied. Hierdoor zijn met name artikel 2.1.3, 2.1.5, 2.1.6 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Daarnaast ligt het plangebied in een gebied dat op basis van de Omgevingverordening is aangemerkt als overstroombaar gebied. Daarom wordt ook getoetst aan artikel 2.14.4. Zuinig in zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3): Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Met de gewenste ontwikkeling wordt er geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving gelegd. Er wordt in totaal circa 2.460 m2 aan voormalige (agrarisch) bedrijfsbebouwing gesloopt. De twee bestaande bedrijfswoningen krijgen een reguliere woonfunctie en ter compensatie van de sloopopgave worden vier woningen gerealiseerd. Per saldo is er sprake van een afname van het bebouwde oppervlak. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de omgevingsverordening Overijssel. Principe van ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.5; lid 1,2,3 en 5): 1.

2.

3. 5.

In de toelichting op een bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteiten conform de geldende gebiedskenmerken; In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd; In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welde wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (artikel 2.1.6 lid 1): Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening In paragraaf 3.1 is reeds ingegaan op de erfinrichting. In paragraaf 4.3 wordt getoetst aan de KGO-beleid van de gemeente Zwartewaterland. Hier is aangetoond dat de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in verhouding staan met de geboden ontwikkelingsruimte. Er wordt voldaan aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel. Nieuwe woningbouwlocaties (artikel 2.2.2): 1.

2. 3.

4.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 5.

6.

Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.

De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: • •

•

•

•

Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Zoals uit artikel 2.2.2. blijkt mogen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan in aangetoond door middel van actueel woningbouwonderzoek. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van vier nieuwe woningen op basis van ‘Beleidsregel KGO Gemeente Zwartewaterland’. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Voor een nadere toetsing wordt verwezen naar de gemeentelijke woonvisie, opgenomen in paragraaf 4.3.4. Overstroombaar gebied (artikel 2.14.4): 1.

2.

Bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden als bedoeld in lid 1, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: • de risico’s bij overstroming; • de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.14.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In hoofdstuk 6 worden de wateraspecten, alsmede de risico’s voor overstromingen behandeld. Hieruit blijkt dat, met in acht neming van een aantal maatregelen, gevolgen aangaande overstromingsrisico’s tot het aanvaardbare kunnen worden gereduceerd. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het gestelde in artikel 2.14.2 van de Omgevingsverordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Eén en ander wordt ook weergegeven in afbeelding 4.2.

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ In het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mix landschap’ is ruimte voor een verscheidenheid aan functies. De voorgenomen transformatie van het aanwezig bedrijfsperceel en agrarische bedrijfsperceel naar een woonlocatie met in totaal zes woningen past hierbinnen. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) worden de gebiedskenmerken voor de ‘Stedelijke laag’ buiten beschouwing gelaten. Dit omdat ter plaatse van het plangebied geen gebiedskenmerken van de ‘Stedelijke laag’ aanwezig zijn. 1.

De ‘Natuurlijke laag‘

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype “Oeverwallen”. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.3

De natuurlijke laag: ‘Oeverwallen’ (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oeverwallen’ De rivier is een lineaire, continue structuur die als ruimtelijke eenheid fungeert. De oeverwallen langs met name de IJssel zijn de hogere gronden langs de rivier; ze bestaan uit zand en leemhoudend materiaal, dat door

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld de rivier ooit is afgezet. Van nature zijn deze gronden de drager van rijke en hele afwisselende loofbossen (hardhoutooibos) met een weelderige struikenlaag. Het zandige materiaal van de oeverwallen verwaaide in de omgeving van de oeverwal hier en daar tot ‘rivierduinen’. De oeverwallen werden als eerste bewoond en bewerkt. Fungeerden als uitvalsbasis bij het in cultuur brengen van de omgeving. Vanwege de hoge natuurlijke dynamiek is het winterbed lang het domein van natuurlijke processen gebleven. Door de voedselrijkdom van de gronden en de regelmatige overstromingen zijn deze gronden al eeuwenlang als wei-en hooiland in gebruik. Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ De oorspronkelijke gebiedskenmerken van de ‘Natuurlijke laag’ zijn ter plaatse van het plangebied nauwelijks nog waarneembaar. Dit heeft met name te maken met het feit dat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de (agrarische)bedrijfsvoering. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt met de landschappelijke inpassing aangesloten bij de nog aanwezige kenmerken, zodat er sprake is van een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Geconcludeerd wordt dat voldoende rekening is gehouden met de gebiedskenmerken behorend tot de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype “Oeverwallen”. In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.4

De laag van het agrarische cultuurlandschap: ‘Oeverwallen’ (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oeverwallen’ In dit gebiedstype is het de ambitie om de contrasten tussen het dynamische natuurlijke winterbed, de kleinschalige oeverwallen met dorpen, boomgaarden en beplantingen en lage grote open komgronden met verspreide erven op duintjes te vergroten en meer beleefbaar te maken. Rivierverruimende maatregelen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld worden ingezet om de identiteit van de rivier als ruimtelijke eenheid te versterken en het onderscheid tussen drukke en rustige zones te accentueren. Eventuele nieuwe bebouwing bouwt voort op de bestaande structuur van gehuchten, landgoederen, linten en erven. Op de oeverwallen wordt er specifiek gestreefd naar een mix van functies. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’ Door de landschappelijke inpassing van het geheel wordt een aanzienlijke kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving gegeven. Voor de wijze van landschappelijk inpassen wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Geconcludeerd wordt dat het voornemen een aanzienlijk impuls van de ruimtelijke kwaliteit met zich mee brengt. 3.

De ‘Laag van de beleving’

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van de beleving” aangeduid met het gebiedstype “Donkerte”. In afbeelding 4.5 is dat weergegeven. Aan het gebiedstype “IJssellinie inundatieveld” zijn in de Omgevingsvisie geen uitgangspunten gekoppeld.

Afbeelding 4.5

De Laag van de beleving ‘IJssellinie inundatieveld’ en ‘Donkerte’ (Bron: Provincie Overijssel)

‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ’s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. ‘Bakens in de tijd – IJsselline inundatieveld’ Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. Geologische monumenten (bv pingo’s), archeologische monumenten en vindplaatsen, schansen, verdedigingslinies, kapelletjes, religieuze monumenten, historische wegen tot landschappelijke ensembles zoals De Kolonie. Bakens zijn niet alleen (water)torens en andere hoge, kenmerkende bouwsels, ook patronen als de (ruil)verkavelingsstructuur vormen een baken in de tijd. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijdsdiepte’ tot intense indrukken leidt. Creëer verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Voeg bakens van deze tijd toe.

Behoud monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Maak de bakens meer zichtbaar en ontwikkel recreatieve routes langs deze bakens met uitleg over de ontstaansgeschiedenis. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van de beleving’ Met de voorgenomen ontwikkeling, zal geen sprake zijn van een onevenredige toename van kunstlicht. Daarnaast wordt gesteld dat door opheffen van de twee (agrarische) bedrijfspercelen het kunstlicht ter plaatse zal verminderen. Wat betreft het IJssellinie inundatieveld kan worden gesteld dat er in het plangebied geen bijzondere geologische danwel bouwkundige monumenten aanwezig zijn. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.8, waar nader wordt ingegaan op het aspect archeologie. Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013

4.3.1.1 Algemeen De ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ is vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2013. Met het vaststellen van Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013 spreekt het gemeentebestuur zich uit over het beoogde beleid voor de komende jaren. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger. In dit geval is, vanwege de ligging in het buitengebied, met name het onderdeel ‘Landschap, landbouw en natuur’ uit de ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ van belang. Op dit onderdeel wordt hierna nader ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Glinthuisweg 17 en 17a Genne Vastgesteld 4.3.1.2 Landschap, landbouw en natuur De ontstaansgeschiedenis van de IJsseldelta en van het rivieren- en laagveenontginningslandschap in het oostelijk deel van de gemeente door mens en natuur is bepalend (geweest) voor de karakteristieken van het gebied. De grote openheid en de oude verkavelingsstructuren zijn gebaat bij zo min mogelijk nieuwe verdichting en verstening in het buitengebied. Het reliëf van huisterpen, kreekruggen en dijken moet optimaal herkenbaar worden/blijven en vraagt om zoveel mogelijk geconcentreerde aansluiting bij die structuren. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom altijd zoveel mogelijk bijdragen aan behoud of versterking van deze kernkwaliteiten. Dit betekent dat het nieuwe ruimtegebruik zorgvuldig vorm dient te krijgen. Kleinschalige niet- agrarische bedrijvigheid en recreatie worden als neven- en opvolgfuncties verwelkomd als ondersteuning van de hoofdfuncties, landbouw, landschap, natuur en cultuurhistorie. Zij krijgen echter alleen ontwikkelingsruimte als dit de ruimtelijke kwaliteit versterkt. Daarbij zal het KGO-instrumentarium (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) worden toegepast.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ Het voornemen ziet toe op het herontwikkelingen van een bedrijfsperceel en een agrarisch bedrijfsperceel naar een woningbouwlocatie voor in totaal zes woningen (2 bestaand en 4 nieuw). Er is sprake van een forse ruimtelijke kwaliteitswinst door het slopen van een fors oppervlak aan landschapsontsierende bebouwing en het zorgvuldig landsschappelijk inpassen van de nieuwe woonerven. Het vorenstaande wordt mogelijk gemaakt door gebruik te maken van het gemeentelijke KGO-instrumentarium. In paragraaf 4.3.3 wordt getoetst aan het gemeentelijke KGO-beleid. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11396668/2