CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. TOE BP Zevenhont Zuid, Genemuiden vastgesteld

Raadsvergadering 8 december 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Zevenhont Zuid24.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een plan mag geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in de betrokken regio zal leiden. Indien deze uitgangspunten worden betrokken bij deze bedrijfsuitbreiding wordt ten eerste geconstateerd dat het aantal leegstaande bedrijfspanden in Genemuiden en Hasselt relatief gezien zeer laag is. De bedrijfspanden die leegstaan, zijn in vergelijking met de benodigde omvang aan bedrijfsbebouwing als kleinschalig aan te merken. Zoals reeds vermeld heeft VEBE momenteel vijftien locaties in gebruik. Negen daarvan zijn in Genemuiden gelegen. De andere locaties liggen in Zwolle, Dedemsvaart, Hasselt en Harderwijk. In de volgende tabel zijn de locaties opgenomen die vrijkomen ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. In alle gevallen gaat het om locaties die momenteel gehuurd worden.

2 O.a. ABRvS 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:743, r.o. 11.2.7; ABRvS 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715, r.o. 7.7 en ABRvS 4 mei 2016,

ECLI:NL:RVS:2016:1193, r.o. 9.2

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Adressen

M2

Lingenstraat 1 Zwolle

13.000

Fahrenheitstraat 1 Dedemsvaart

9.000

Industrieweg 15 Harderwijk

6.900

Kokosstraat 16 Genemuiden

5.795

Rollepaal 9-11 Dedemsvaart

4.300

Schering 17 Genemuiden

3.000

Inslag 7 Genemuiden

1.170

Biezenstraat 1 Genemuiden

1.600

Nijverheidsstraat 17 Genemuiden

1.700 46.465

Geconstateerd wordt dat de hiervoor genoemde locaties zijn voorzien van een bedrijfsbestemming met ruime bouw- en gebruiksmogelijkheden. Dit brengt de mogelijkheid voor andere (lokale) ondernemers met zich mee om door te groeien. Dit is gelet op het feit dat de tijden zijn gekeerd en de economische situatie aanmerkelijk is verbeterd, van groot belang. Verwacht wordt dat de betreffende panden niet danwel slechts kortdurend leeg zullen staan. De overige bij VEBE in gebruik zijnde locaties blijven bij het bedrijf in gebruik. De uitbreiding heeft geen gevolgen voor deze locaties. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot onacceptabele leegstand in Genemuiden, Dedemsvaart, Zwolle of Harderwijk. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Nadien zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening meermaals geactualiseerd en (gedeeltelijk) herzien. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •

• •

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' is geconstateerd dat de volgende artikelen van belang zijn; 2.1.2, 2.1.3, 2,1.5, 2.3.2 en 2.6.4. Hierna worden de betreffende artikelen nader beschreven en getoetst. Artikel 2.1.2

Principe van concentratie

1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Er is sprake van een sterk lokaal geworteld bedrijf in de zin van de Omgevingsvisie- en verordening. VEBE (en CG) vindt immers haar oorsprong - en heeft haar hoofdkantoren - in de gemeente Zwartewaterland en biedt een grote toegevoegde waarde aan de sociaaleconomische structuur en de voorzieningen. De uitbreiding Zevenhont Zuid wordt mogelijk gemaakt om te voorzien in de lokale vraag c.q. behoefte van het bedrijf. Als gevolg van de ontwikkeling worden meerdere bedrijfsonderdelen op één locatie geconcentreerd. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met het ‘Principe van concentratie’. Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; b. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals beschreven in hoofdstuk 3 en paragraaf 4.1 zijn er in de gemeente Zwartewaterland geen meer geschikte alternatieve locaties beschikbaar waar de benodigde hectares bedrijventerrein kunnen worden uitgegeven. Daarnaast bieden de bestaande percelen op bedrijventerreinen niet de mogelijkheid om een dergelijke metrage via herstructurering te realiseren. Tot slot worden alle bedrijfspercelen in de huidige situatie volledig benut en is meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied niet mogelijk. Specifiek gekeken naar bedrijventerrein Zevenhont geldt dat de behoefte naar bedrijfsgronden de huidige ruimte op het bestaande terrein overstijgt. Om deze reden wordt Zevenhont Oost ook ontwikkeld (voor andere bedrijven in Genemuiden).

De voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein heeft van de realistische mogelijkheden de voorkeur, waarmee wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Overigens wordt opgemerkt dat de uitbreiding vanuit ruimtelijk en functioneel oogpunt goed inpasbaar is op de betreffende locatie.

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld a. er sprake is sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen; en b. voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Van belang bij het uitbreiden van een bedrijf is dat de uitbreidingslocatie op een adequate wijze wordt ingepast. Dit geldt voor voorliggende locatie des temeer vanwege de ligging in een bijzonder landschap (Nationaal Landschap IJsseldelta (NLIJ) en rand polder Mastenbroek) (zie ook toetsing aan artikel 2.6.4). Royal HaskoningDHV heeft in samenwerking met Odin landschapsontwerpers, betrokken bij Zevenhont Zuid, een overkoepelende landschapsvisie en inpassing voor Zevenhont Oost + Zuid (incl. zonneweide) opgesteld. Bij de uitwerking van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aanwezige bijzondere landschap. Zo worden ter plaatse van Zevenhont-Oost onder meer de kenmerken van de Mastenbroekerpolder gerespecteerd door inpassing van de westzijde van de locatie met transparant bomenscherm en het aanplanten van een stevige houtwal als overgang naar het kreekgebied en Cellemuiden. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie, opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting.

Wat betreft de toetsing aan het bepaalde onder 2 en 3 wordt verwezen naar de volgende subparagrafen, waarbij wordt opgemerkt dat afgeweken wordt van het geldende ontwikkelingsperspectief. Op basis van het bepaalde onder 4 is dit mogelijk. In dit geval is sprake van een sterk lokaal geworteld bedrijf van een industrie die van groot belang is voor de werkgelegenheid in de gemeente Zwartewaterland, zodanig dat het aangemerkt is als Topwerklocatie. Tot slot is reeds hiervoor beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.5.

Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Allereerst wordt opgemerkt dat voorliggend plan niet voorziet in de uitgifte van reguliere bedrijfskavels, maar uitsluitend de behoefte bedient van VEBE. Hiermee is sprake van een solitaire behoefte die niet op te vangen is in Hasselt en Genemuiden, ook niet op Zevenhont Oost temeer de betreffende uitbreiding voorziet in bedrijfskavels voor kleinere bedrijvigheid. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.3.2 van de omgevingsverordening.

Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen (Nationaal Landschap) Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt gedeeltelijk in het ‘Nationaal Landschap IJsseldelta’. Royal HaskoningDHV heeft in samenwerking met Odin landschapsontwerpers, betrokken bij Zevenhont Zuid, een overkoepelende landschapsvisie en inpassing voor Zevenhont Oost + Zuid (incl. zonneweide) opgesteld. Bij de uitwerking van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aanwezige bijzondere landschap. Zo worden ter plaatse van Zevenhont-Oost onder meer de kenmerken van de Mastenbroekerpolder gerespecteerd door inpassing van de westzijde van de locatie met een transparant bomenscherm en het aanplanten van een stevige houtwal als overgang naar het kreekgebied en Cellemuiden. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie, opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met artikel 2.6.4 van de omgevingsverordening. Overigens wordt opgemerkt dat de provincie Overijssel voornemens is om naar aanleiding van de voorgenomen uitbreidingen van bedrijventerrein Zevenhont de begrenzing/het werkingsgebied van het Nationaal Landschap aan te passen. De bereidheid tot deze aanpassing is gestoeld op een aantal argumenten. De korte termijnvraag is urgent en aannemelijk gemaakt en andere locaties zijn in het vooronderzoek afgevallen. Het betreft een lokaal geworteld bedrijf en daarmee voldoet de uitbreiding aan het provinciale principe van concentratie. Verder heeft het Tapijtcluster het predicaat Topwerklocatie. De expertgroep roemde het Tapijtcluster vanwege de aanwezigheid van het gehele cluster op één werklocatie en de synergievoordelen door alle productie bij elkaar te hebben.

De andere ondernemers geven ook aan dat het behoud van het gehele cluster mede afhangt van het centraliseren van deze bedrijven op één werklocatie. De provincie heeft als voorwaarde gesteld dat een landschapsvisie wordt opgesteld, waarin in voldoende mate rekening gehouden wordt met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, maar ook voorzien wordt in een goede overgang van het stedelijke gebied van Genemuiden naar dit deel van het Nationaal Landschap. Ook is als voorwaarde gesteld dat het bedrijf zich maximaal zal inzetten om alles wat gebouwd en aangelegd wordt circulair, energieneutraal en klimaatadaptief vorm te geven. Aan deze voorwaarden wordt, zoals hiervoor en in hoofdstuk 3 beschreven, voldaan. Voor het overige zijn er in het kader van de “generieke beleidskeuzes” geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. 4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Op basis van de kaarten behorend bij de Omgevingsvisie valt de uitbreidingslocatie binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. Hierna is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen, het plangebied is aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Hierna is een omschrijving van het perspectief ter plaatse opgenomen. “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap” Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Ten aanzien van het uitbreiden van het bedrijventerrein wordt opgemerkt dat de ontwikkelingsperspectieven een hoofdkoers geven op provinciaal niveau. Dit vraagt maatwerk op lokaal niveau. De begrenzing van de gebieden moet worden gezien als signaleringsgrens. Bij doorvertaling naar gemeentelijk niveau betekent dit dat er nog variaties en detailleringen kunnen voorkomen.

Gemeenteraden mogen daarom gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer: • •

er sprake is van sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen, en; voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken.

Zoals uit paragraaf 4.2.4.1 is gebleken, is er in redelijkheid geen ruimte beschikbaar voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein van dergelijke omvang elders in de gemeente Zwartewaterland. Daarnaast heeft de provincie Overijssel het Tapijtcluster (Genemuiden/Hasselt) als topwerklocatie aangemerkt, juist vanwege sociaaleconomische en maatschappelijke belangen. De provincie biedt daarom ook ruimte aan het (door)ontwikkelen van bedrijven in de tapijtindustrie. Het vorenstaande maakt het zoeken naar bedrijfslocaties buiten de gemeente in beginsel dan ook onwenselijk. De ontwikkeling van een bedrijventerrein aansluitend op het bestaande bedrijventerrein Zevenhont is vanuit ruimtelijke oogpunt de meest logische keuze. Met de uitbreiding wordt de behoefte van VEBE ondervangen en krijgt het bedrijf voldoende toekomstperspectief. Tot slot wordt opgemerkt dat het realiseren van het voornemen gepaard gaat met het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de visie, opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Gezien het vorenstaande is het gerechtvaardigd om af te wijken van de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. De “Natuurlijke laag“ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied (rode omlijning) is op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” overwegend aangeduid met de gebiedstype “Laagveengebieden (in cultuur gebracht)” en beperkt als “Rivierengebied – rivier en uiterwaarden”.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld

Afbeelding 4.3

Uitsnede natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Laagveengebieden” De laagveengebieden zijn grote gebieden, waar onder invloed van stagnerend water en grondwater uitgestrekte veenmoerassen zijn ontstaan. Het is een samengesteld landschap van rietland op een pakket veenlagen (kraggen) en vaarten, afgewisseld met bos. Het landschap is ontstaan door turfwinning, rietteelt en extensieve veehouderij. Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenrestanten, dan dragen deze bij aan verhoging van het waterpeil om bodemdaling en verdwijnen van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend laagveen. “Rivierengebied” De rivier is een lineaire, continue structuur die als ruimtelijke eenheid fungeert. De oeverwallen langs met name de IJssel zijn de hogere gronden langs de rivier; ze bestaan uit zand en leemhoudend materiaal, dat door de rivier ooit is afgezet. Van nature zijn deze gronden de drager van rijke en hele afwisselende loofbossen (hardhoutooibos) met een weelderige struikenlaag. Het zandige materiaal van de oeverwallen verwaaide in de omgeving van de oeverwal hier en daar tot ‘rivierduinen’ en langs de Vecht tot duinen. De oeverwallen werden als eerste bewoond en bewerkt. Fungeerden als uitvalsbasis bij het in cultuur brengen van de omgeving. Vanwege de hoge natuurlijke dynamiek is het winterbed lang het domein van natuurlijke processen gebleven.

De ambitie is de oeverwallen weer als ruimtelijk herkenbare structuren langs de rivieren te ontwikkelen. Het is voornamelijk een cultuurlandschap, de natuurlijke kwaliteiten kunnen hier met name in de keuze van de beplanting sterker ontwikkeld worden. Op een aantal plekken kan de natuurlijke overgang van de hoge oeverwal naar de dynamische uiterwaarden hersteld worden. In het winterbed kunnen alle - nu vaak losse en op zich zelf staande - water- en natuur projecten samenhangende, ruimtelijke continue structuren worden. De beleefbaarheid en zichtbaarheid van het water, de natuurlijke dynamiek in relatie tot de cultuurhistorie zijn daarbij een belangrijk uitgangspunt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Het plangebied wordt op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast in het landschap en de omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met het bestaande landschap, flora en fauna (zie paragraaf 5.7).. Daarnaast wordt de Roebollige Kreek meer beleefbaar gemaakt door de aanleg van het fietspad. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie (rode omlijning) is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” overwegend aangeduid met de gebiedstype “Laagveenontginningen” en beperkt als “Rivierenlandschap”.

Afbeelding 4.4

Uitsnede laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Laagveenontginningen” De laagveenontginningen is een open, laag en nat landschap, ontstaan door occupatie vanuit de bewoonde hogere randen. Deels door vervening, deels door alleen ontwatering. Kenmerkende zonering van intensief gebruik langs de bewoonde randen en extensief gebruik naar het achterland. Boerderijen zijn gesitueerd langs vaarten en wegen. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides met weidevogels geven dit landschap grote belevingswaarde. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap) vormt vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/ werkmilieus. Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. “Rivierengebied” Rivierenlandschap met wegdorpen op de oeverwallen, (handels)steden aan de rivier. Het betreft een dynamisch landschap; samenhang tussen rivier, uiterwaarden, dijken, wielen, oeverwallen, komgronden en natuurlijk reliëf/ rivierduinen. Veel functies: water, verdediging, vervoer, handel, schoonheid, natuur. De ambitie is de contrasten tussen het dynamische natuurlijke winterbed, de kleinschalige oeverwallen met dorpen, boomgaarden en beplantingen en lage grote open komgronden met verspreide erven op duintjes te vergroten en meer beleefbaar te maken.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Zoals beschreven in paragraaf 3.2 hebben Royal HaskoningDHV en Odin landschapsontwerpers bij het inrichten van Zevenhont Oost en Zuid rekening gehouden met het aanwezige landschap. De landschappelijke lijnen hebben de inpassing van de uitbreiding bepaald en de beplantingstypologie sluit aan bij de omgevingskenmerken. Daarnaast wordt de Roebollige Kreek meer beleefbaar gemaakt door de aanleg van het fietspad. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie welke is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Wat betreft de huidige functie van het plangebied als weidevogelleefgebied wordt verwezen naar paragraaf 5.7.1.3. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de laag van het agrarische cultuurlandschap. De ‘Laag van de beleving’ Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum van de ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. De Laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis.

Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijker pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De ambitie is gericht op sterke ruimtelijke identiteiten als motor voor gebiedsontwikkeling. Het gaat er om beleving, betekenis en kwaliteit van de omgeving te versterken en de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap te vergroten. Het plangebied (rode omlijning) heeft op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ de aanduidingen 'donkerte' en ‘IJssellinie inundatieveld’. Ten aanzien van de laatste aanduiding is in de omgevingsvisie geen gebiedsbeschrijving opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld

Afbeelding 4.5

Uitsnede laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving” Ten aanzien van het aspect donkerte is het van belang om op te merken dat de volledige kern Genemuiden als zodanig is aangemerkt. In de omgeving van het plangebied is reeds sprake van verlichting door andere op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven.

Daarnaast is het gebruik van verlichting inherent bij woon- en werkgebieden. Wel zal onnodige verlichting (lichtvervuiling) zoveel mogelijk worden voorkomen. Wat betreft de ligging in een inundatieveld wordt verwezen naar het aspect cultuurhistorie (subparagraaf 5.8.2.). Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid

4.3.1.1 Algemeen De ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 april 2012. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de structuurvisiekaart opgenomen.

Afbeelding 4.6

Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

4.3.1.2 Economisch beleid Het ondernemerschap is sterk aanwezig in de gemeente Zwartewaterland. Dat wordt zichtbaar door de vele BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld grote ondernemingen - veelal familiebedrijven - in de gemeente. Zo is de gemeente een wereldspeler in de tapijtindustrie, zijn er in Zwartsluis en Hasselt toonaangevende scheepswerven, is de bouwsector sterk vertegenwoordigd en wordt er, vooral in Zwartsluis, voor de levensmiddelenindustrie geproduceerd. Er zijn relatief veel familiebedrijven. De bedrijven kunnen beschikken over toegenegen en trouwe arbeidskrachten, die voor een groot deel uit de eigen gemeente afkomstig zijn. Het bedrijfsleven wordt gezien als een belangrijke bondgenoot bij het streven naar het vitaal houden van de gemeente. Er zijn in Zwartewaterland veel arbeidsplaatsen. Het bedrijfsleven is vernieuwend en sociaal. De werkloosheid is relatief laag. Er is sprake van een inkomende pendel. Veel Zwartewaterlandse (familie)bedrijven toonden zich de afgelopen periode crisisbestendiger dan beursgenoteerde ondernemingen. Werknemers voelen zich betrokken bij hun bedrijf en werken vaak lang bij dezelfde werkgever. Deze betrokkenheid is wederkerig. Zwartewaterlandse werkgevers zijn zuinig op hun personeel. Zij spannen zich in voor medewerkers die arbeidsongeschikt raken. Zij hebben oog voor inwoners die zich minder goed op de arbeidsmarkt kunnen redden. Voor uitbreiding van het bedrijfsleven is eveneens voldoende ruimte.

Daartoe beschikt de gemeente, zowel bij Hasselt als bij Genemuiden en Zwartsluis, over de nodige gronden. Er zijn ook voldoende mogelijkheden voor watergerelateerde bedrijvigheid. De gemeente wil zich, samen met maatschappelijke partners, inspannen om dit goed te vermarkten. Het lokale bedrijfsleven wordt gezien als een belangrijke bondgenoot. Actieve samenwerking wordt gezocht. Samen met ondernemers worden de mogelijkheden om de lokale economie vitaal te houden benut. In overleg met ondernemerskringen worden mogelijkheden om het ondernemersklimaat te versterken onderzocht. De uitbreidingsbehoefte van aanwezige bedrijven wordt zo goed mogelijk gefaciliteerd. Nieuwe bedrijven zijn welkom. De gemeente biedt ruimte voor de combinatie van wonen en werken. Een goede bereikbaarheid en infrastructuur zijn van groot belang. Dat geldt eveneens voor de doorstroming van het verkeer op de provinciale wegen en het openbaar vervoer. Verbetering van de bereikbaarheid is nodig. Regionale samenwerking draagt bij aan de versterking van de economische structuur. Hiervan moet maximaal worden geprofiteerd. De gemeente investeert daarom in de strategische samenwerking met de provincie en binnen de regio Zwolle. De gemeente zet in op: • • • • • • • • •

een sterke economie; een goed ondernemersklimaat; behoud en versterking van de werkgelegenheid, ook voor moeilijk bemiddelbare werkzoekenden; een goede infrastructuur en bereikbaarheid; het benutten van kansen op het gebied van vervoer over water en het bieden van havenfaciliteiten langs de vaarweg IJsselmeer – Meppel; het vermarkten van de mogelijkheden voor watergerelateerde bedrijvigheid; het faciliteren van de ontwikkelbehoefte van de bedrijven; het benutten van de mogelijkheden voor toerisme en recreatie; promotie; strategische samenwerking met de provincie en binnen de economische regio Zwolle.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid VEBE (en CG) betreft een lokaal geworteld bedrijf dat gelieerd is aan Zwartewaterland en verwacht de komende jaren nog een gestage groei door te maken. Aangegeven is dat de unieke bedrijvigheidstructuur in Zwartewaterland met veel maakindustrie en hiervan afhankelijke sectoren typerend en bepalend zijn voor de sociaal – economische structuur van de gemeente. De gemeente vindt het daarom cruciaal dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor dergelijke bedrijven. De gemeente erkent daarbij dat aanleg van nieuwe bedrijventerreinen complex is, vanwege de landschappelijke en ecologische waarden, en stelt dat bij nieuwe bedrijventerreinen de SER-ladder doorlopen moet worden. Eerst moet worden bekeken in hoeverre er ruimte beschikbaar is (of door herstructurering kan worden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld gemaakt) op de bestaande bedrijventerreinen. Ook moet worden onderzocht of bestaande ruimte intensiever kan worden benut. Hier wordt in paragraaf 4.1 op ingegaan, zo wordt beschreven dat er in Genemuiden geen bedrijfspercelen geschikt of geschikt te maken zijn middels herstructurering om te voorzien in de behoefte van VEBE. Ook intensiever ruimtegebruik is niet aan de orde, immers is de beoogde omvang benodigd om te kunnen centraliseren. Gelet op het vorenstaande betreft het realiseren van een nieuw bedrijfsperceel binnen het plangebied de enige realistische optie. Het bedrijf krijgt door de nieuwe bedrijfslocatie een duurzaam toekomstperspectief, maar draagt ook bij aan het verbeteren van de milieusituatie en het vergroten van de verkeersveiligheid (minder ‘interne’ logistiek, minder verkeersbewegingen op bedrijventerreinen). Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de gemeentelijke structuurvisie. 4.3.2

Stadsrandvisie Genemuiden

4.3.2.1 De Visie Op 12 januari 2012 is de Stadsrandvisie Genemuiden door de raad vastgesteld. Ook hier vormden de bedrijventerreinenvisie uit 2010 ( én dus de structuurvisie ‘Zicht op Zwartewaterland’ 2005-2020) als basis/uitgangspunt. In de stadsrandvisie is al aandacht voor de uitbreiding van Zevenhont en worden een aantal inrichtingsprincipes weergegeven. De stadsrandvisie is geen blauwdruk, maar moet gezien worden als een inspirerend streefbeeld met een flexibel uitvoeringskader. De geschetste maatregelen, tijdlijnen en financieringsopties per project zijn een leidraad die richting geeft, maar niet dwingt. In de uitvoering moet er ruimte zijn om onvoorziene ontwikkelingen op te vangen en nieuwe kansen onmiddellijk te grijpen. In een open planproces moeten betrokken partijen de vrijheid krijgen om, binnen de gezamenlijke ambities, projecten naar eigen inzicht in te vullen. Deze visie beoogt daar ruimte voor te bieden. De Stadsrandvisie een heldere schets over de economische en sociale kaders en het profiel van Genemuiden: "Minstens zo belangrijk voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn de economische en sociale kaders. Genemuiden is met ruim 10. 000 inwoners veruit de grootste kern van de gemeente Zwartewaterland. Genemuiden heeft een relatief jonge bevolking en een grote natuurlijke aanwas.

De stad kent een hechte geloofsgemeenschap met sterke sociale verbanden en een bloeiend verenigingsleven. Gezinnen zijn kinderrijk en jongeren willen graag in hun stad blijven wonen. Daarom is er van krimp voorlopig nog geen sprake en blijft er behoefte aan nieuwe woningen. Ook in economisch opzicht is Genemuiden een bloeiende stad. Met ruim 125 ha bedrijventerrein (groter dan het woongebied), een eigen industriehaven en ruim 5.000 arbeidsplaatsen is Genemuiden een belangrijk werkgelegenheidscentrum. De tapijtindustrie is de drijvende kracht. Maar ook andere bedrijven bieden werkgelegenheid, zoals aannemings-, installatie en schildersbedrijven, weg- en waterbouwbedrijven, machinefabrieken en expeditiebedrijven, ateliers voor woningstoffering, groothandels in vloerbedekking, een leverancier van vorkheftrucks, accountantskantoren en bankinstellingen. In het buitengebied is de riethandel naast de landbouw een belangrijke bedrijfstak. Genemuiden is een echte werkstad, de ondernemingslust zit de bewoners in het bloed. Dat zal in de toekomst niet veranderen en daar moet ook ruimte voor blijven.

De Stadsrandvisie wil die ruimte bieden." In de Stadsrandvisie wordt ook als ambitie genoemd ‘om een fietsverbinding te creëren tussen de dijk van Cellemuiden en de stad Genemuiden, voor zowel utilitair verkeer (bijvoorbeeld woon-werkverkeer tussen Hasselt en Genemuiden) als recreatief verkeer (fietsrondje Genemuiden). Dit is nu een ontbrekende schakel in het fietspadennetwerk.’ Eén van de aangedragen varianten is een fietsverbinding langs de Roebollige Kreek. 4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Stadsrandvisie Genemuiden Voor het gebied Zevenhont Zuid is in de Stadsrandvisie geen concrete uitwerking gegeven, omdat op dat moment geen concrete ontwikkeling voor lag. In de Nota van Uitgangspunten voor Zevenhont Oost en Zuid is de voorwaarde opgenomen dat bij de verdere uitwerking een landschapsvisie en inpassingsplan wordt opgesteld, waarbij rekening dient te worden gehouden met kenmerken en gewenste ontwikkelingen van het polderlandschap zoals omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Het vorenstaande is door Royal HaskoningDHV in samenwerking met Odin landschapsontwerpers vertaald in een landschappelijke analyse en inpassingsvisie. In de visie wordt het Mastenbroekerpolder (Nationaal Landschap) gerespecteerd en wordt ter plaatse van Zevenhont Zuid een stevig landschappelijk raamwerk om de bedrijfskavel aangelegd. Zo wordt aan de westzijde een transparant bomenscherm aangelegd en aan de zuidzijde de combinatie gezocht tussen inpassing van de bedrijfskavel en omzooming van de beoogde zonneweide. Er worden streekeigen soorten toegepast die voor een deel te linken zijn aan de tapijtindustrie. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de volledige visie welke is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Met de robuuste landschappelijke inpassing wordt de impact op het landschap verzacht. Daarnaast wordt het plan in samenhang met de inpassing van Zevenhont Oost bezien, zodat er sprake is van een logisch en samenhangend geheel. Geconcludeerd wordt dat de uitbreiding van het bedrijventerrein op een adequate wijze wordt ingepast in het aanwezige landschap, waarbij wordt opgemerkt dat in het plan rekening is gehouden met de aanleg van een fietspad langs de Roebollige Kreek. 4.3.3

Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland

4.3.3.1 Algemeen Op 1 december 2016 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland - Slim bekeken’ vastgesteld. In deze welstandsnota worden negen deelgebieden onderscheiden, waarvan de ruimtelijke kwaliteit in grote mate overeenkomt. Dit ruimtelijk kwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het welstandsbeleid. Het plangebied gaat onderdeel uitmaken van het deelgebied ‘Industrieterreinen’. 4.3.3.2 Deelgebied ‘Industrieterreinen’ Voor dit deelgebied geldt het welstandsniveau ‘2’. Dit betreft een regulier welstandsniveau. Hier geldt niveau 2, omdat er sprake is van een gestructureerde stedenbouwkundige opzet met gangbare architectonische basiskwaliteiten. De inhoudelijke richting van de welstandstoets zal zijn gericht op het respecteren en interpreteren c.q. veranderen van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Dit om de mogelijkheid open te laten om de aanwezige architectonische kwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld in het kader van revitalisering van industrieterreinen. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland Voorliggend bestemmingsplan gaat vergezeld van een beeldkwaliteitsplan, om recht te doen aan deze bijzondere zichtlocatie. Dit beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het bestemmingsplan als aanvulling op de geldende welstandsnota.

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen zal het ontwerp worden getoetst aan de criteria gesteld in het beeldkwaliteitsplan. 4.3.4

Beleidsregel hoger bouwen met hogere kwaliteit

4.3.4.1 Algemeen In 2016 is door de gemeenteraad de ‘Leidraad Hoger Bouwen met hogere kwaliteit’ vastgesteld welke moet worden toegepast wanneer er, in afwijking van het bestemmingsplan, hoger dan de in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogte wordt gebouwd. In 2016 is door de gemeenteraad de ‘Leidraad Hoger Bouwen met hogere kwaliteit’ vastgesteld welke moet worden toegepast wanneer er, in afwijking van het bestemmingsplan, hoger dan de in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogte wordt gebouwd. Ten behoeve van de uitbreidingen Zevenhont-Oost en Zevenhont-Zuid is in de Nota van Uitgangspunten bepaald niet hoger te bouwen dan 16 meter, doch deze leidraad voor wat betreft vorm, kleur, materiaal en landschappelijke inpassing toe te passen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld 4.3.4.2 Richtlijnen bij beoordeling Het doel van de richtlijnen is: een zo onopvallend mogelijk volume realiseren. Vorm • • • Kleur • •

De hoofdvorm van het bouwwerk dient uit eenvoudige rechthoekige volumes te bestaan. Bij voorkeur één volume. Details worden geminimaliseerd en weggewerkt in het hoofdvolume. Installatietechniek wordt opgenomen in het volume en is niet apart zichtbaar. De kleurstelling van het bouwwerk is éénkleurig wit of lichtgrijs, voor zover het zich boven de 16 meter grens bevindt. RAL kleuren 7035, 7047, 9018, 9016 en 9003 gelden als kader.

Materiaal • • •

Gevelmateriaal is vlak en onderhoudsarm of onderhoudsvrij. Gevelmateriaal is bestand tegen veroudering. Gevelmateriaal heeft een neutraal oppervlak: geen bijzondere zichtbare, patronen, reflecties of bevestigingstechnieken.

Landschappelijke inpassing • • • •

Per situatie nader onderzoeken. Beplantingsstrook van tenminste 5 meter breed. Toepassen van ter plaatse landschapseigen bomen en struikgewas. Lagere gebouwdelen ter plaatse van de groenstroken donkergroen uitvoeren.

Uitzonderingsregel Plannen die een buitengewone oplossing aandragen, waarbij sprake kan zijn van hoge kwaliteit, maar die niet passen in het bovenstaande, worden altijd besproken met de welstandscommissie voordat een beslissing wordt genomen. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsregel hoger bouwen met hogere kwaliteit Ten behoeve van de uitbreiding Zevenhont-Zuid wordt ervoor gekozen niet hoger te bouwen dan 16 meter. De genoemde criteria zijn dan ook niet van toepassing op voorliggend plan. Bij het ontwerpen van de nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met vorm, kleur, materiaal en landschappelijke inpassing, zodat een en ander op adequate wijze wordt ingepast in de omgeving en het landschap. 4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten en ambities, zoals verwoord in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage. De zonneweide is reeds vergund en wordt daarom niet nader onderbouwd in voorliggend hoofdstuk. Opgemerkt wordt de zonneweide wel is beschouwd in het kader van de plan MER.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is het aspect railverkeerslawaai niet van belang, aangezien er geen geluidsgevoelig object of spoorweg mogelijk wordt gemaakt. Voor wat betreft het aspect industrielawaai wordt opgemerkt dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van een gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Daarnaast voorziet het plan in aanleggen van nieuw weginfrastructuur, waardoor de geluidsbelasting van toekomstig verkeer op bestaande woningen in beeld gebracht moet worden. Hierna wordt op de aspecten industrie- en wegverkeerslawaai nader ingegaan. Industrielawaai Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd in het kader van de MER (bijlage 1). Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van Zevenhont, en dus ook Zevenhont Zuid, op het gebied van geluid inpasbaar is en niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.11 en de uitgevoerde MER. Wegverkeerslawaai Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze toelichting. Binnen het plangebied worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt.

Maar het bestemmingsplan voorziet wel in de aanleg van nieuwe verkeerswegen alsmede de aanpassing van een bestaande weg vanwege de aanleg van een rotonde. De regels uit de Wet geluidhinder zijn slechts van toepassing in geval geluidgevoelige bestemmingen gelegen zijn in de geluidzones van nieuwe en bestaande wegen. De breedte van de geluidzones bedraagt 200 meter en 250 meter voor respectievelijk de nieuwe wegen en de bestaande N759.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Binnen deze geluidzones zijn geen nieuwe en bestaande geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Gelet hierop is toetsing aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. Vanwege het feit dat bestaande geluidgevoelige bestemmingen op meer dan 300 meter uit de randen van de nieuwe en bestaande wegen binnen het plangebied zijn gelegen, speelt geluid van verkeerswegen op bestaande woningen derhalve geen rol van betekenis bij de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2

Situatie plangebied

Verkennend bodemonderzoek Sigma Bouw & Milieu heeft ter plaatse van de uitbreidingslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij tevens PFAS-analyses zijn uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze toelichting. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 6 bevat onder andere een verhoogd gehalte barium en zink ten opzichte van de interventiewaarde, het grondwater ter plaatse van peilbuis 20 bevat onder andere een verhoogd gehalte koper ten opzichte van de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5), aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater wordt in deze gevallen aanbevolen. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen ten opzichte van de achtergrondwaarde respectievelijk de streefwaarde. De overige licht verhoogd gemeten chemische verontreinigingen in de grond en het grondwater overschrijden de tussenwaarde/bodemindexwaarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Aanvullend bodemonderzoek (herbemonstering) Hierna zijn de conclusies uit het aanvullend onderzoek opgenomen.

Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 7 bij deze toelichting. Het in eerste instantie, in het kader van het verkennend milieukundig bodemonderzoek, matig verhoogd gemeten gehalte koper in het grondwater ter plaatse van peilbuis 20 is na herbemonstering en heranalyse niet opnieuw in een vergelijkbaar gehalte bevestigd. De tijdens het verkennend bodemonderzoek sterk en matig verhoogd gemeten gehalten barium en zink (zware metalen) respectievelijk koper (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 6 en 20 zijn naar verwachting veroorzaakt door een onvoldoende hersteld evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de eerste bemonstering, het zogenaamde plaatsingseffect. De na herbemonstering gemeten gehalten barium, zink en koper in het grondwater ter plaatse peilbuis 6 respectievelijk peilbuis 20 geven naar mening van het onderzoeksbureau geen aanleiding tot het instellen van nader onderzoek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld 5.2.3

Conclusie

Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en (zeer) fijn stof (PM2,5 en PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM2,5 /PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in het kader van de MER (bijlage 1). Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van Zevenhont, en dus ook Zevenhont Zuid, op het gebied van luchtkwaliteit inpasbaar is en niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekende mate. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.11 en de uitgevoerde MER.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12098326/2