CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Tag West fase 2 compleet

Raadsvergadering 7 april 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Tag West fase 220.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uit de quickscan natuurtoets (bijlage 6) blijkt dat de kernkwaliteiten van het NNN niet worden aangetast. Er hoeft geen verdere toetsing plaats te vinden.

Figuur 4.2 Ligging Natuurnetwerk Nederland (bron: provincie Overijssel) Op circa 1 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000­gebied. Gezien de afstand is er geen sprake van directe gevolgen van het plan op Natura 2000­gebied. Het gevolg van toename van stikstofdepositie op Natura 2000­gebied is niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom is met Aerius Calculator 2020 een berekening uitgevoerd voor de aanleg­ en gebruiksfase.

38/112

Op basis van een verschilberekening is er in zowel in de aanleg­ als gebruiksfase geen sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000­gebieden. In de gebruiksfase is er geen sprake van een toename stikstofdepositie. Een significant negatief effect op Natura 2000 is derhalve uitgesloten. Op basis van de Logtsebaan­uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:71) is een vergunning in kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. De berekening van Aerius is in bijlage 5 toegevoegd. Soortenbescherming In 2017 is een quickscan natuurtoets uitgevoerd (zie bijlage 6). Hieruit blijkt dat nader onderzoek is vereist naar het voorkomen van de grote modderkruiper en rugstreeppad. Andere beschermde flora en fauna komen niet voor in het plangebied. Het nader onderzoek naar de grote modderkruiper en de rugstreeppad is tevens in 2017 uitgevoerd, zie bijlage 7. Hieruit blijkt dat door het realiseren van een woonwijk op deze locatie geen essentieel leefgebied van beide soorten wordt vernietigd en dat schade aan individuen niet aan de orde is. Uit de actualisatie van de quickscan natuurtoets die in 2020 is uitgevoerd (zie bijlage 8) blijkt dat er aanvullend onderzoek nodig is naar de beschermde soorten bunzing, egel, hermelijn en wezel. Dit onderzoek is uitgevoerd in het voorjaar van 2021 (zie bijlage 9).

Egel Uit het nader onderzoek blijkt dat er geen functioneel leefgebied van de egel verdwijnt. Er hoeven geen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Kleine marterachtigen Uit het nader onderzoek blijkt dat de geplande herinrichting en woningbouw in het plangebied een negatief effect hebben op het functioneel leefgebied en waarschijnlijk ook op vaste verblijfplaatsen van de wezel. Er moeten mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden. Ten behoeve van de ontwikkeling is daarom een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming bij de provincie aangevraagd. Deze aanvraag is ter onderbouwing vergezeld van een activiteitenplan. Hierin zijn de maatregelen beschreven die zowel voorafgaand als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden plaatsvinden. Na afronding van de werkzaamheden dient de vegetatie in de groene delen van de nieuwe woonwijk zich verder te ontwikkelen, waarmee meer geschikt leefgebied voor de wezel ontstaat. Tot slot worden ook maatregelen genoemd om aan de zorgplicht te voldoen. De povincie Overijssel heeft op 20 oktober 2021 besloten ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, zie bijlage 10.

Steenmarter Door de geplande ruimtelijk ontwikkeling wordt een relatief klein deel van het leefgebied van de steenmarter tijdelijk ongeschikt. Er hoeven geen specifieke mitigerende en/of compenserende maatregelen voor de steenmarter getroffen te worden. Overige soorten Tijdens de eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets in 2017 is vastgesteld dat er geen negatieve effecten op strikt beschermde soorten van overige soortgroepen verwacht worden. Er moet wel rekening gehouden worden met broedvogels en indien sloten worden gedempt moet ook rekening gehouden worden met amfibieën en vissen.

39/112

Verstorende werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Bezette nesten buiten deze periode zijn ook beschermd. Deze conclusie wordt opnieuw bevestigd in het nader onderzoek uit 2021. Conclusie De ontwikkeling leidt zowel in de aanleg­ als gebruiksfase niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000­gebieden. Voor het aspect soortenbescherming is een ontheffing aangevraagd bij de provincie voor het leefgebied van de wezel, waarbij mitigerende en/of compenserende maatregelen worden voorgesteld in een activiteitenplan. Deze ontheffing is verkregen. Het aspect ecologie vormt derhalve geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.8

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: y bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; y vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.

Onderzoek en conclusie Op basis van een quickscan met betrekking tot de meest actuele situatie conform de professionele risicokaart wordt geconcludeerd dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van risicovolle bedrijven of vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Op basis van informatie van de Veiligheidsregio IJsselland ligt op 750 meter ten oosten van het plangebied zwembad Bestevaer. Hier zijn gevaarlijke stoffen opgeslagen. Bij een incident bij het zwembad kan een giftige wolk ontstaan. Deze wolk trekt over het plangebied. De aanwezigen in het plangebied krijgen dan het advies om naar binnen te gaan, ramen en deuren te sluiten en de (mechanische) ventilatie af te sluiten. Zo kunnen ze veilig binnen schuilen. De veiligheidsregio adviseert daarnaast om: a. de woningen in het plangebied te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de bewoners bij een incident waarbij een giftige (rook)wolk vrijkomt veilig binnen schuilen. b. bij de inrichting van het plangebied rekening te houden met de maatvoering van de waterwagens van de brandweer. De brandweer gebruikt bij incidenten steeds vaker waterwagens in plaats van brandkranen voor de bluswatervoorziening. Deze waterwagens zijn groter dan de reguliere voertuigen van de brandweer.

40/112

c. de toekomstige bewoners voor te lichten over de risico’s die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen. Bovengenoemde ruimtelijk relevante maatregelen zijn mogelijk op basis van dit bestemmingsplan en worden in de uitwerking van de plannen betrokken. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.9

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: y ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon­ en leefmilieu kan worden gegarandeerd; y rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie­indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.

Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek en conclusie Het plangebied wordt aan de oostkant begrensd door de bestaande woonwijken van de kern Genemuiden, aan de zuidkant door agrarische gronden en aan de westkant door het naastgelegen hoveniersbedrijf en riethandel. Deze bedrijven worden echter door een waterkering van het plangebied afgescheiden. Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling voorziet enkel in de realisatie van nieuwe woningen. Het plangebied kan daarmee worden getypeerd als een 'rustige woonwijk'. Ten westen van het plangebied ligt aan de Greenteweg een riethandel. Conform de VNG publicatie Bedrijven­ en milieuzonering (2009) behoort de riethandel tot milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. Op basis van het vigerende bestemmingsplan wordt echter meer ruimte geboden waardoor het bedrijf in de toekomst zou kunnen groeien. Voor bedrijven in categorie 3.1 geldt een richtafstand van 50 meter. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning binnen de ontwikkeling van Tag West fase 2 is 50 meter waarmee aan de richtafstand wordt voldaan.

41/112

Ten zuiden van het plangebied ligt aan de Matenweg 1 een rundveebedrijf, behorende tot milieucategorie 3.2. Voor het rundveebedrijf geldt op basis van het aspect geur een richtafstand van 100 meter. Het rundveebedrijf valt daarnaast onder de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op basis van de Wgv geldt een wettelijke afstand van eveneens 100 meter. Het plangebied is op circa 140 meter afstand van het rundveebedrijf gelegen, waarmee zowel aan de richtafstand als aan de wettelijke afstand wordt voldaan. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een goed woon­ en leefklimaat. Het aspect bedrijven­ en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings­ praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar­ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24­uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

Fijn stof (PM10)

Fijn stof (PM2,5)

Tabel 4.5: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: y een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; y een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 240 nieuwe woningen. Omdat er sprake is van meerdere erftoegangswegen behoort de ontwikkeling niet tot de vaste categorie (< 1.500 woningen) waarvan vooraf bekend is dat ze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. Op basis van de

42/112

verkeerstoename is de bijdrage berekend met behulp van de beschikbare NIBM tool (versie 31­8­2020). Daaruit blijkt dat het effect van de beoogde ontwikkeling 'mogelijk in betekende mate' bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen (zie figuur 4.3).

Figuur 4.3 Uitkomsten NIBM­tool Via de monitoringstool, die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort, is bekeken hoe hoog de huidige concentraties luchtverontreinigende stoffen in en om het plangebied zijn (zie figuur 4.4). Langs de Kamperzeedijk ten zuidoosten van het plangebied blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in 2020 ruimschoots onder de grenswaarden liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen langs deze weg zijn; 11.9 µg/m3 voor NO2, 15.3 µg/m3 voor PM10 en 8.8 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24­uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen.

Figuur 4.4 Toetspunten langs de Kamperzeedijk nabij het plangebied (rode contour). (Bron: NSL­monitoringstool.)

43/112

In onderstaande tabel is getoetst of in 2020 aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. Hierbij is uitgegaan van de hoogste achtergrondconcentratie ter plaatse van de maatgevende weg (de Kamperzeedijk) en de bijdrage vanuit de NIMB­tool. Hoogste achtergrond Stofcategorie Maximale 3 planbijdrage (µg/m ) concentratie (µg/m3) volgens (Kamperzeedijk) NIBM rekentool

Maximaal optredende concentratie (µg/m3)

Grenswaarde Wm (µg/m3)

NO2

1,45

11,9

13,35

40

PM10

0,28

15,3

15,58

40

Hieruit blijkt dat wanneer de maximale planbijdrage bij de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden opgeteld er ruimschoots aan de grenswaarden van de Wet milieubeheer wordt voldaan ter plaatse van de maatgevende weg Kamperzeedijk. Gezien direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.11 Archeologie & cultuurhistorie Toetsingskader Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

44/112

Onderzoek en conclusie Archeologie Op basis van het archeologisch beleid van de gemeente Zwartewaterland blijkt dat er geen archeologische vondsten in het plangebied te verwachten zijn. Cultuurhistorie Genemuiden is circa 500 jaar na Chr. op een zandduin ontstaan als nederzetting aan de loop van het Zwartewater ‘de mond van Gene’. De aanwezigheid van het water heeft lange tijd een belangrijke betekenis gehad voor het ontstaan en de groei van het toenmalige ‘Gelmuda’ zowel voor de ruimtelijke ontwikkeling als voor de economie. De bebouwing lag als lint langs de Kamperzeedijk aan de haven. Achter deze lintbebouwing zijn parallelle linten aangelegd. Gelmuda ontwikkelde zich tot vissersdorp en ontving in 1275 stadsrechten. Voor buitendijkse uitbreidingen zijn nieuwe dijken aangelegd voor de bescherming tegen wassend water. De aanwezigheid van dijken is een belangrijk kenmerk in de ruimtelijke structuur van de stadsontwikkeling en wordt benut als recreatieve route. De aanwezigheid van water is bepalend voor de karakteristiek van het polderlandschap dat de stad omringt. Het agrarische polderlandschap heeft een open karakter met geclusterde begroeiing rond boerderijen. Sommige boerderijen staan op een terp. Langs de dijken liggen ter plaatse van oude dijkdoorbraken kleine plassen met rietvegetatie. Deze ‘kolken’, ontstaan door uitschuring hebben een eigen karakteristiek.

Veelal is de dijk ter plaatse om de kolk geleid. De dijk slingert ter plaatse om de wiel heen. De structuur van het plan is gebaseerd op de landschappelijke onderlegger en kenmerken van het omringende landschap zoals de aanwezigheid van met bomen omzoomde boerderijen en met riet begroeide kolken ter plaatse van voormalige dijkdoorbraken. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de groene randen zoals de dijk en de sloot langs de huidige Tagweg. Dit is ook de zone waar bergingswater naar toe geleid wordt. De dijkzone en de sloot worden verbonden door twee bestaande sloten die tevens als wadi’s benut worden.De centrale erftoegangsweg ligt als autonoom lint in het hart van het plangebied en verbindt de aangrenzende wijken met de zuidelijke ontsluiting naar de provinciale weg. De centrale erftoegangsweg heeft een ontwerpsnelheid van 30 km per uur en kan gezien worden als dorpsweg met erfontsluitingen en woonstraten. De verkaveling is geordend in rechthoekige stelsels. De stelsels voegen zich in de landschappelijke onderlegger. Dit leidt tot verbijzonderingen aan de randen ter plaatse van de sloot en de dijk. In de hoofdstructuur zijn verbijzonderingen opgenomen in de vorm van bebouwde kamers met een groene rand en een centrale parkkamer. De kamers, de waterpartijen en de autonoom slingerende centrale ertoegangsweg leiden tot een gedifferentieerd plan met onderscheidende woonmilieus.

Het stedenbouwkundig plan is uitgebreid beschreven in ‘Tag­West, Genemuiden, Stedenbouwkundig plan'. Het plan houdt voldoende rekening met de landschappelijke en cultuuhistorische waarden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

45/112

4.12 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden.

Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

46/112

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevatten de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie­ en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Planvorm Het bestemmingsplan Tag West fase 2 maakt de bouw van maximaal 240 woningen mogelijk. De juridische planvorm is afgestemd op het kunnen realiseren van de nieuwe ontwikkeling. Verbeelding en regels Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn verder afwijkings­ en wijzigingsregels opgenomen. Bestemmingsvlak Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is met in achtneming van de in de regels gestelde regels.

Aanduidingen Op de verbeelding is door middel van aanduidingen van verschillende delen onderscheid gemaakt in regels voor de maximum goot­ en bouwhoogte. Opbouw planregels De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs­ en slotregels.

47/112

5.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.3

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn bestemd voor Groen. Dit geldt voor de twee 'kamers' in het gebied en de dijk. Binnen deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Artikel 4 Groen ­ Park Eén van de 'kamers' in het gebied is bestemd als Groen ­ Park. Binnen deze kamer zal geen woningbouw plaatsvinden. Artikel 5 Verkeer ­ Verblijfsgebied De hoofdontsluiting voor het gemotoriseerde verkeer is bestemd voor Verkeer. Voet­ en fietspaden kunnen binnen de bestemming Woongebied worden gerealiseerd. Artikel 6 Water De watergang langs de dijk en de waterlopen langs de oostzijde hebben de bestemming Water. Artikel 7 Woongebied De overige gronden binnen de wijk zijn bestemd met Woongebied. Binnen Woongebied zijn onder andere woningen, tuinen en erven, wegen, straten en voet­ en rijwielpaden toegestaan. In de wijk zijn grondgebonden woningen toegestaan. In de bouwregels staan onder meer regels over het maximum aantal woningen, het type woning en de bouwvolumes. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen hoofdgebouwen gerealiseerd moeten worden. Ook zijn voor de twee kamers in het plangebied aparte specifieke bouwaanduidingen opgenomen waarin bouwregels voor deze twee gebieden staan. Ten behoeve van een goede hemelwaterafvoer is een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Tot slot bevatten de regels enkele flexibliteitsbepalingen. Een voorbeeld hiervan is het mogen uitwisselen van het ter plaatse toegestane woningtype. Voor ten hoogste 15% van het totaal aantal woningen is het onder specifieke voorwaarden toegestaan om het woningtype uit te wisselen.

48/112

Artikel 8 Waterstaat ­ Waterkering Voor de dijk die het plangebied omringt is de dubbelbestemming Waterstaat ­ Waterkering opgenomen ten behoeve van de bescherming van de waterkering. Binnen deze dubbelbestemming zijn enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.

5.4

Algemene regels

In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel bevat drie algemene bepalingen. De eerste bepaling heeft betrekking op de bestaande maten. Bepaald is dat bestaande maten, die meer of minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden. Herbouw is uitsluitend mogelijk indien deze op dezelfde plaats plaatsvindt. Op de genoemde afwijkingen is daarnaast het overgangsrecht niet van toepassing. De tweede bepaling borgt dat door ontwikkelingen op een perceel niet de bouwmogelijkheden op het naastgelegen perceel worden beperkt. De laatste bepaling betreft nadere regels voor ondergronds bouwen. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In het eerste en tweede lid is een aantal vormen van gebruik benoemd, die strijdig zijn met dit bestemmingsplan. Er is onderscheid gemaakt in onbebouwde gronden en bouwwerken. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het overschrijden van bouwgrenzen.

Aan de toepassing van de afwijking dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Artikel 12 Overige regels In de overige regels is vastgelegd dat altijd de meest recente wetgeving van toepassing is, indien daarnaar verwezen wordt. Ook is in dit artikel de parkeergelegenheid geborgd. Artikel 13 Anti­dubbeltelregel In dit artikel is bepaald dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.

5.5

Overgangs­ en slotregels

In het afsluitende onderdeel van de regels komen de overgangs­ en slotregels aan de orde. Artikel 14 Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro).

49/112

Artikel 15 Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan.

50/112

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De realisering van de bouwlocatie is een particulier initiatief van de Ontwikkelingscombinatie Genemuiden (OCG). De aanleg en de exploitatie ervan, zullen voor de gemeente Zwartewaterland geen negatieve financiële gevolgen hebben. De kosten van de plannen, gericht op de realisering van woningen, komen geheel voor rekening van de OCG. Dat alles is vastgelegd in een anterieure overeenkomst die de gemeente en de OCG hebben gesloten.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg ex artikel 3.1.1 Bro Van 25 maart tot en met 5 april 2021 heeft het voorontwerp bestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen de daartoe gestelde termijn zijn geen inspraakreacties ontvangen. Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente Zwartewaterland. De ingekomen overlegreacties zijn in een nota inspraak en vooroverleg samengevat en voorzien van beantwoording. Deze nota is opgenomen in bijlage 11. Ter inzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan heeft (conform artikel 3.8 Wro) zes weken ter inzage van 2 september 2021 tot en met 13 oktober 2021. Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er is 1 zienswijze ingediend. Deze is beantwoord in een nota beantwoording zienswijzen, zie bijlage 12.. De zienswijze heeft niet tot aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan geleid. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld. Tegen het besluit is beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

51/112

52/112

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.­beoordeling

Realisatie woonwijk Tag West fase 2 Tag West, Genemuiden Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

44001614.20181643.002

04-03-2021

projectleider:

opdrachtgever:

drs. W. Kraaijeveld

Heutink

auteur(s):

drs. ing. R. aan de Wiel ing. P. Springvloed

Weena 505

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoud

1.

Inleiding

3

2.

Plaats en kenmerken van het project

5

3.

Kenmerken van de milieueffecten

12

4.

Conclusie

18

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2.

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

3 3 4

Plaats van het project Kenmerken van het project

5 8

Verkeer en parkeren Geluid Geur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

12 13 13 13 14 15 16 17 17 17

44001614.20181643.002

3

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Aan de zuidwestzijde van de kern van Genemuiden ligt de uitbreidingswijk Tag West. Ten behoeve hiervan is in 2012 het bestemmingsplan ‘Tag West’ vastgesteld. De ontwikkeling van het noordelijk deel is hierin rechtstreeks bestemd, voor het zuidelijk deel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Het noordelijk deel is reeds in ontwikkeling. Het initiatief ligt nu voor om het zuidelijk deel (fase 2) van Tag West te realiseren. Het betreft de bouw van 240 woningen en de inrichting van de nodige verkeer-, groen- en waterstructuren. De realisatie van het noordelijke deel van Tag West is in volle gang. Besloten is om voor de tweede fase van Tag West de planologische procedure op te starten. Er is gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen, in plaats van gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid. Het bestemmingsplan Tag West fase 2 maakt het zuidelijke deel van Tag West juridisch-planologisch mogelijk. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D van de bijlage opgenomen dat aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 240 woningen en blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

4

1.3.

Inleiding

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit het conceptbestemmingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

5

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied betreft het zuidelijke deel van de woonwijk Tag West. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Tagweg en aan de zuid- en westzijde door de naastgelegen dijk (figuur 2.1). Ten noorden van het plangebied wordt de eerste fase van de woonwijk Tag West gerealiseerd. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit agrarische gronden met enkele kavelsloten.

Figuur 2.1: Begrenzing plangebied (rode contour) Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Tag West’ heeft het plangebied geen dubbelbestemming voor archeologie. Uit de toelichting blijkt dat er op grond van de gemeentelijke archeologische waardenkaart (zie figuur 2.2) geen archeologische vondsten in het gebied worden verwacht.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

6

Plaats en kenmerken van het project

Figuur 2.2: Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Zwartewaterland Volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Tag West’ zijn er in het plangebied en de directe omgeving geen monumenten gelegen. Ook maakt het plangebied geen onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied (figuur 2.3). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’ op circa 1 km ten oosten van het plangebied. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 2.4). Ook ligt het plangebied niet binnen een waterwin- en/of grondwaterbeschermingsgebied (zie figuur 2.5).

Figuur 2.3: Plangebied (rode contour) t.o.v. Natura 2000-gebieden. (Bron: Provincie Overijssel)

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

7

Figuur 2.4: Plangebied (rode contour) t.o.v. Natuurnetwerk Nederland. (Bron: Provincie Overijssel)

Figuur 2.5: Plangebied (zwarte contour) t.o.v. waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. (Bron: Provincie Overijssel)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

8

2.2.

Plaats en kenmerken van het project

Kenmerken van het project

Voor het gehele gebied Tag West is een stedenbouwkundig plan met bijbehorend beeldkwaliteitsplan opgesteld (figuur 2.5). Het hele stedenbouwkundig plan voorziet in de realisatie van 470 woningen. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 240 woningen in het zuidelijk deel van Tag West. Tag West is gesitueerd tussen de bestaande kern Genemuiden en het aangrenzende open landschap in. Voor het ontwerp van Tag West is de landschappelijke structuur van het buitengebied als onderlegger gebruikt. Geïnspireerd op de met bomen omringde carrévormige boerderijen in het agrarisch landschap zijn kamervormige accenten opgenomen in de structuur. De 'groene' kamers dragen bij aan de differentiatie van het gebied. De bebouwing krijgt een landelijke, dorpse uitstraling. Bebouwingskarakteristieken als kappen, compacte bouwvolumes en gebruik van aardse kleuren draagt bij aan de overgang naar het landelijk gebied. Verder voorziet het stedenbouwkundig plan in het behoud van bestaande watergangen, waterstructuur, het overwegend zichtbaar afwateren en voorzuiveren van hemelwater van daken, de oriëntatie van woningen en tuinen op de zon, de differentiatie van eenheden woonmilieus, sociale cohesie, biodiversiteit en contact met water en landschap.

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

9

Figuur 2.5: Stedenbouwkundig plan woonwijk Tag West. (Bron: Beeldkwaliteitsplan Tag West)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

10

Plaats en kenmerken van het project

Ontsluiting De woningen in het plangebied worden ontsloten door een nieuw te realiseren ontsluitingsstructuur. De nieuwe ontsluitingsweg sluit aan de zuidoostzijde van het plangebied middels een nieuwe rotonde aan op de huidige Tagweg. Hiermee wordt de ontsluitingsweg die door het woongebied loopt ontlast en krijgt deze een rustig, dorps karakter. Vanaf de nieuwe rotonde bereikt gemotoriseerd verkeer in noordelijke richting via de Tagweg bestemmingen in de kern Genemuiden. De Tagweg is een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 30 km/u geldt. In zuidelijke richting leidt de Tagweg naar de N760 (tussen Genemuiden en IJsselmuiden). Vervolgens kan via de Randweg de N759 (tussen Genemuiden en Hasselt) worden bereikt. De nieuwe ontsluitingsweg wordt ingericht als erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/u. Er worden verkeersplateaus toegepast op belangrijke aansluitingen en er liggen erfontsluitingen aan de weg. De 'shared space' inrichting in de woonstraten waarbij gemotoriseerd verkeer en fiets verkeer gebruik maakt van de zelfde weg voldoet volledig aan de principes van 'Duurzaam Veilig' en draagt bij aan een duurzaam dorps/landelijk milieu. Met de aansluitingen op Tag Oost is Tag West direct verbonden met het hoofdfietsnet. Het plan voorziet in aanvullende recreatieve verbindingen met het pad op de kruin van de dijk.

De dichtstbijzijnde bushalte (Genemuiden, 't TAG) bevindt zich op circa 600 meter loopafstand van het plangebied. Hier halteert bus 74 in de richtingen Zwolle en Kampen. Verkeer De beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van het verkeer. Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. In de toekomstige situatie zorgen de beoogde woningen voor een verkeersgeneratie van 1.512 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling hierdoor 1.679 mvt/etmaal. In de periode van 23-11-2017 t/m 26-11-2017 zijn door de gemeente Zwartewaterland op de Tagweg verkeerstellingen uitgevoerd. Tabel 2.1 toont de gemeten verkeersintensiteit (werk- en weekdaggemiddelde) en een prognose voor het jaar 2030, uitgaande van een verkeersgroei van 1,0% per jaar. Hier is de berekende verkeersgeneratie van de ontwikkeling bij opgeteld. Tabel Jaar 2.1: Verkeersintensiteiten Tagweg Werkdag etmaal 2017 4.268 motorvoertuigen 2030* 4.906 motorvoertuigen 2030 + beoogde ontwikkeling 6.585 motorvoertuigen * uitgaande van 1,0 % autonome groei per jaar Parkeren Het parkeren in het openbaar gebied vindt plaats in parkeerkamers met tweezijdig haaks parkeren, eenzijdig haaks parkeren langs de weg en eenzijdig langsparkeren.

Bij hoekwoningen, twee-kappers of vrijstaande woningen vindt parkeren (deels) op eigen kavel plaats. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut.

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

11

Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

2.3.

Cumulatie met andere projecten

Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

12

Kenmerken van de milieueffecten

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het concept bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeer en ontsluiting De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 1.512 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling hierdoor 1.679 mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeerstoename van 168 motorvoertuigen op de ontsluitingswegen. De ontsluitingswegen in het gebied, de nieuw te realiseren wijkontsluitingsweg en de nieuw te realiseren rotonde zullen voldoende capaciteit bieden om deze verkeerstoename goed te verwerken. Hierbij zal de Tagweg het grootste deel van het verkeer verwerken. De weg is gecategoriseerd en ingericht als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Volgens het principe Duurzaam Veilig geldt voor een verkeersveilige afwikkeling van het verkeer een maximale intensiteit tussen de 6.000 en 15.000 motorvoertuigen per etmaal op wegen binnen deze categorie (afhankelijk van de kruispuntvormen). Door de aanwezigheid van rotondes ligt de capaciteit van de Tagweg naar verwachting boven de 10.000 motorvoertuigen per etmaal. De toekomstige verkeersintensiteit zal de maximale intensiteit hiermee niet overschrijden.

Het verkeer wordt vervolgens verspreid afgewikkeld via de gebiedsontsluitingswegen, bestaande uit voornamelijk de Kamperdijk, de N760 en de Randweg. De toename aan verkeer kan op deze wegen merkbaar zijn, maar zal naar verwachting niet tot knelpunten leiden. De bestaande infrastructuur in de omgeving zal het extra verkeer hierdoor zonder problemen kunnen afwikkelen. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen hiermee worden uitgesloten. Parkeren Binnen het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met parkeervoorzieningen. Het parkeren in het openbaar gebied vindt plaats in parkeerkamers met tweezijdig haaks parkeren, eenzijdig haaks parkeren langs de weg en eenzijdig langsparkeren. Bij hoekwoningen, twee-kappers of vrijstaande woningen vindt parkeren (deels) op eigen kavel plaats. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

3.2.

13

Geluid

Ten behoeve van de ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd (Rho Adviseurs, projectnummer 20181643.002, 4 december 2020) om na te gaan of kan worden voldaan aan een (blijvend) goed woonen leefklimaat. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden als gevolg van wegverkeer op de Tagweg (zuid). Als gevolg van wegverkeer op de Tagweg (noord) en de nieuwe interne weg worden de richtwaarden van 48 dB overschreden. De maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB wordt in beide gevallen niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren, zijn onderzocht aan de hand van de overschrijding van de geluidbelasting. Het toepassen van bron- en overdrachtsmaatregelen om de geluidbelasting te reduceren, zijn niet doeltreffend of redelijkerwijs niet mogelijk vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, financiële of praktische aard. Indien karakteristieke geluidwering van de gevels voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, zal een aanvaardbaar geluidniveau in woningen worden bereikt. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.3.

Geur

Ten zuiden van het plangebied ligt aan de Matenweg 1 een grondgebonden rundveebedrijf. Conform de VNG publicatie Bedrijven- en milieuzonering (2009) behoort het rundveebedrijf tot milieucategorie 3.2. Voor het rundveebedrijf geldt op basis van het aspect geur een richtafstand van 100 meter. Het rundveebedrijf valt daarnaast onder de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op basis van de Wgv geldt een wettelijke afstand van eveneens 100 meter. Het plangebied is op circa 110 meter afstand van het rundveebedrijf gelegen, waarmee zowel aan de richtafstand als aan de wettelijke afstand wordt voldaan. Significant negatieve effecten kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.4.

Luchtkwaliteit

De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 1.679 mvt/etmaal (zie paragraaf 3.1 Verkeer en parkeren). De maximale bijdragen als gevolg van deze verkeersgeneratie zijn berekend met behulp van de NIBM-tool, waaruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling 'mogelijk in betekende mate' bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen (tabel 3.1). Tabel 3.1: Resultaten NIBM-tool

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

14

Kenmerken van de milieueffecten

Naar aanleiding van de uitkomst van de NIBM-tool is middels de NIBM-tool de planbijdrage in 2020 berekend. Hierbij is uitgegaan van de hoogste achtergrondconcentratie ter plaatse van de maatgevende weg. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Kamperzeedijk ten zuidoosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in 2020 ruimschoots onder de grenswaarden liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen langs deze weg zijn; 11.9 µg/m3 voor NO2, 15.3 µg/m3 voor PM10 en 8.8 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Uit de berekening blijkt dat wanneer de maximale planbijdrage bij de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden opgeteld er ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan ter plaatse van de maatgevende weg Kamperzeedijk (tabel 3.2). Stofcategorie Maximale planbijdrage 2020 (µg/m3) volgens NIBM rekentool NO2 1,45 PM10 0,28

Hoogste achtergrond concentratie (µg/m3) 2020 (Kamperzeedijk)

11,9 15,3

Maximaal optredende concentratie 2020 (µg/m3)

13,35 15,58

Grenswaarde Wm (µg/m3)

40 40

Tabel 3.3: Berekening NIBM-tool voor het jaar 2020.

Aangezien direct langs de Kamperzeedijk aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.5.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Verder zijn er, overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen gelegen. Verder worden binnen of in de nabije omgeving van het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het water, het spoor of door buisleidingen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten. Risico’s op rampen door klimaatverandering Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen. In het ontwerp is echter rekening gehouden met watercompenserende maatregelen in de vorm van bergingsvoorzieningen. Gevallen hemelwater ter plaatse wordt via goten bovengronds afgevoerd naar deze bergingsvoorzieningen. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe. Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen binnen dijkring 10, Mastenbroek. Deze dijkring wordt omsloten door de IJssel aan de westzijde, tussen Zwolle en IJsselmuiden, door het Zwarte Meer aan de noordzijde tussen IJsselmuiden en Genemuiden en door het Zwarte Water aan de oostzijde tussen Genemuiden en Zwolle.

Voor de keringen van dijkring 10 is de overschrijdingskans genormeerd op 1/2.000e per jaar. In het project Veiligheid Nederland in Kaart wordt de actuele kans op een overstroming per jaar groter dan 1% geschat.

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

15

Op basis van de provinciale risicokaart wordt de maximale waterdiepte tijdens een overstroming tussen de 0,8 en 2,0 meter geschat. De kans op een overstroming van het plangebied is gering en overstromingsdiepte beperkt. Met de veiligheidsregio is afgesproken om bij de risicocommunicatie voor dit gebied burgers te informeren over wat te doen bij een mogelijke overstroming. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.6.

Bodem en water

Bodem In het kader van het bestemmingsplan voor de gehele wijk Tag West is de kwaliteit van de bodem reeds onderzocht. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling van Tag West Fase 2 is een actualiserend verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd (RB Geo BV, 14 oktober 2019, rapport 9819p237) en een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het voormalige gronddepot aan de Tagweg (RB Go BV, 2 december 2020, rapport 9819p475). Beide onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan. Uit de verschillende onderzoeken blijkt dat er sprake is van licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie. Het is bekend dat er sprake is van een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden voor barium. Tevens worden in veenhoudende bodems vaker verhoogde gehalten aan zink en naftaleen gemeten. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze parameters ook een natuurlijke oorsprong kennen. Er is geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. In het noordoosten van het onderzoeksterrein, ten noorden van de tijdelijke Tagweg, zijn asbesthoudende materialen aangetroffen. In deze hoek van het terrein bestaat de bovengrond uit meer dan 50% puin waardoor het technisch gezien geen bodem betreft.

Er dient een nader onderzoek asbest in puin conform NEN5897 uitgevoerd te worden om het gehalte aan asbest in de aanwezige puinlaag vast te stellen en de omvang van de asbesthoudende puinlaag. Dit onderzoek moet nog plaatsvinden. Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie geschikt is voor de gebruiksfunctie wonen en er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de afgifte van een omgevingsvergunning. Ten behoeve van de verwijdering en afvoer van de asbesthoudende puinlaag dient nog een nader onderzoek asbest in puin conform NEN5897 te worden uitgevoerd. Er zijn geen negatieve effecten voor de volksgezondheid en het milieu te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Water De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van het zuidelijk deel van de woonwijk Tag West, bestaande uit 240 nieuwe woningen (fase 2). Ten noorden van het plangebied wordt de eerste fase van de woonwijk gerealiseerd. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van de woonwijk Tag West is voor de gehele woonwijk (noordelijk én zuidelijk deel) een watertoets uitgevoerd en afgestemd met het waterschap. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Het schone (hemel)water wordt afgevoerd richting het oppervlaktewater, eventueel in combinatie met zuivering van wegwater door middel van wadi’s of bermpassages.

Het vuile huishoudelijke afvalwater wordt via een DWA-riolering afgevoerd richting de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Met betrekking tot het oppervlaktewatersysteem wordt aangesloten bij het peil van Tag-Oost, waardoor een robuust watersysteem ontstaat zonder veel kunstwerken (stuwen en gemalen). Met betrekking tot

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

16

Kenmerken van de milieueffecten

het grondwater geldt een ontwateringsnorm van 80 centimeter (afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld). Bij verandering van het peil van het oppervlaktewater zullen de grondwaterstanden meebewegen. Uitgegaan wordt van een drooglegging van minimaal 1,0 meter. Het gehele plangebied wordt opgehoogd tot minimaal 0,40 meter +NAP. Om wateroverlast bij zeer extreme situaties te voorkomen wordt de drempelhoogte van de bebouwing 30 centimeter boven straatpeil aangelegd. Met betrekking tot de primaire waterkering langs de westrand van het plangebied geldt vanuit de huidige teen van de dijk een zone van 7 meter die vrij moet blijven van particulier eigendom. Aansluitend aan deze zone is een strook van 3 meter aanwezig voor een kwelsloot/afwateringssloot. Verder geldt vanuit de binnenteen van de waterkering een bebouwingsvrije zone van 20 meter. De verschillende zones zijn in het stedenbouwkundig plan in acht genomen. In het geval van ophoging, dan wel afgraving van het plangebied en de peilverlaging in de buitenbeschermingszone (gronden tot 100 meter uit de binnenteen) van de waterkering wordt een grondmechanisch onderzoek verricht om de invloed van deze ingrepen op de waterkering te toetsen. Significant negatieve effecten op de waterkering als gevolg van de beoogde kunnen daarmee worden uitgesloten.

Conform de legger van Waterschap Drents Overijsselse Delta is langs de west- en zuidrand van het plangebied een secundaire watergang gelegen. Deze watergang kent een beschermingszone van 5 meter aan beide zijden van de watergang. Voor eventuele werkzaamheden binnen deze beschermingszone wordt op basis van de Keur van waterschap Drents Overijsselse Delta een watervergunning aangevraagd. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten. Verder worden ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.7.

Ecologie

Gebiedsbescherming Ten behoeve van de ontwikkeling is een quickscan natuurtoets uitgevoerd (Staring Advies, 10 november 2020, rapportnummer 2199) en een stikstofonderzoek (Rho Adviseurs, 4 december 2020, Memo Tag West). Deze onderzoeken zijn opgenomen als bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit de quickscan blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op 8,9 kilometer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie in de aanlegfase en de gebruiksfase berekend. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied kunnen daarmee worden uitgesloten.

Soortenbescherming Ten behoeve van de ontwikkeling is een quickscan natuurtoets uitgevoerd (Staring Advies, 2017, rapportnummer 1750), een aanvullend onderzoek (Staring Advies,12 juli 2017, rapportnummer 1774) en

44001614.20181643.002

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

17

een actualiserende quickscan uitgevoerd (Staring Advies, 10 november 2020, rapportnummer 2199). Deze onderzoeken zijn opgenomen als bijlagen bij het bestemmingsplan. Om te beoordelen wat de gevolgen zijn voor populaties van beschermde planten- en diersoorten is in 2017 een quickscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat nader onderzoek vereist was naar de aanwezigheid van de grote modderkruiper en de rugstreeppad. Andere beschermde flora en fauna komen niet voor in het plangebied. Uit het nader onderzoek naar de grote modderkruiper en de rugstreeppad blijkt dat door het realiseren van een woonwijk op deze locatie geen essentieel leefgebied van beide soorten wordt vernietigd en dat schade aan individuen niet aan de orde is. Uit de actualiserende quickscan die in 2020 is uitgevoerd blijkt dat het plangebied ook geschikt is als leefgebied voor diverse zoogdieren als bunzing, egel, hermelijn en wezel. Aanvullend onderzoek naar deze soorten wordt in het voorjaar van 2021 uitgevoerd. Indien deze soorten worden aangetroffen is een ontheffing of vergunning in het kader van de natuurwetgeving nodig. Significant negatieve effecten kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.8.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 zijn in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. Archeologie Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 geldt voor het plangebied geen dubbelbestemming archeologie en zijn geen archeologische verwachtingswaardes aanwezig. Archeologische waarden worden zodoende niet aangetast en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

3.9.

Aanlegwerkzaamheden

De aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het Bouwbesluit 2012. Hiermee wordt rekening gehouden met de omliggende woningen. Verder worden afvalstoffen vervoerd naar een erkende verwerker. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.10. Mitigerende maatregelen -

Voor eventuele werkzaamheden binnen de beschermingszone wordt op basis van de Keur van waterschap Drents Overijsselse Delta een watervergunning aangevraagd. Uit de ecologisch quickscan (2020) blijkt dat nader onderzoek vereist is naar het voorkomen van bunzing, egel, hermelijn en wezel. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het voorjaar van 2021. Indien deze soorten worden aangetroffen is een ontheffing of vergunning in het kader van de natuurwetgeving nodig.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

18

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Wanneer de mitigerende maatregelen in acht worden genomen, is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44001614.20181643.002

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

Zwartewaterland Tag West Fase 2 Onderzoek wegverkeerslawaai

Zwartewaterland Tag West Fase 2

Onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

20181643.002

04-12-2020

projectleider:

opdrachtgever:

drs. W. Kraaijeveld

Gemeente Zwartewaterland

auteur(s):

M. Lamkadmi

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

3

1.1. 1.2.

Aanleiding Leeswijzer

3 4

Toetsingskader

5

2.1. 2.2. 2.3.

5 6 6

Normstelling wegverkeerslawaai Nieuwe situaties 30 km/uur wegen

Berekeningsuitgangspunten

7

3.1. 3.2. 3.3.

7 7 9

Rekenmethodiek en invoergegevens Verkeersgegevens Ruimtelijke gegevens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11348813/1