CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Bijlage - Bestemmingsplan Tag West fase 1

Raadsvergadering 7 april 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Tag West fase 1 – 10 woningen;21.666 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAG WEST FASE 1 Bestemmingsplan 08 februari 2022

1/2

Tag West fase 1 Zwartewaterland

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1896.BP0077-VS01

20-05-2021 02-09-2021 15-11-2021 08-02-2022

concept voorontwerp ontwerp ter vaststelling

projectnummer:

20201619 opdrachtleider:

drs. W. Kraaijeveld

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

2

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Planvorm

7

1.3

Ligging plangebied

7

1.4

Geldend bestemmingsplan

8

1.5

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Beoogde ontwikkeling

12

2.3

Aanpassing regeling

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

14

3.4

Gemeentelijk beleid

14

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

17

4.1

Inleiding

17

4.2

Milieueffectrapportage

17

4.3

Wegverkeerslawaai

17

4.4

Verkeer en parkeren

18

4.5

Water

18

4.6

Bodem

19

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

20

4.8

Externe veiligheid

21

4.9

Bedrijven en milieuhinder

21

4.10

Ecologie

22

4.11

Luchtkwaliteit

22

4.12

Kabels en leidingen

23

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

25

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

27

6.1

Economische uitvoerbaarheid

27

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

27

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

4

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 2

Memo stikstofberekeningen

Bijlage 3

Nota inspraak- en overlegreacties

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

39

Artikel 1

Begrippen

39

Hoofdstuk 2

Algemene regels

41

Artikel 2

Anti-dubbeltelregel

41

Artikel 3

Overige regels

42

Hoofdstuk 3

Overgangs- en slotregels

43

Artikel 4

Overgangsrecht

43

Artikel 5

Slotregel

44

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

TOELICHTING

6

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2012 is het bestemmingsplan 'Tag West' vastgesteld. Dit plan voorziet in de realisatie van de 1e fase van de nieuwe woonwijk Tag West. Het stedenbouwkundig plan voor fase 1 en 2 van Tag West gaat uit van realisatie van maximaal 470 woningen. Echter, omdat de behoefte in 2012 aan 470 woningen niet zeker was, is met dit bestemmingsplan alleen de de realisatie van 230 woningen direct mogelijk gemaakt. Dit betreft dus fase 1 van de wijk Tag West. Deze fase wordt momenteel afgerond. Gedurende de aanleg en de verkoop van de gebouwde woningen, is gebleken dat er behoefte is om 10 extra woningen in Tag West fase 1 te realiseren. Dit is echter strijdig met het geldende bestemmingsplan. Om de realisatie van de woningen mogelijk te maken is de voorliggende herziening opgesteld.

1.2

Planvorm

Het voorliggende bestemmingsplan betreft een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan 'Tag West'. Op het woningaantal wordt het bestemmingsplan met deze partiële herziening aangepast, voor het overige blijft het onderliggende bestemmingsplan (regels en verbeelding) van kracht.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied betreft de noordzijde van de woonwijk Tag West aan de westzijde van de kern Genemuiden. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Koppel en aan de oostzijde door de watergang die Tag West scheidt van Tag Oost (de Tagsloot). De zuidzijde wordt deels begrensd door de Tagweg en aan de westzijde grenst het plangebied aan de Greentedijk. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

8

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron:Arcgis luchtfoto 2020)

1.4

Geldend bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op fase 1 van het geldende bestemmingsplan 'Tag West' van de gemeente Zwartewaterland. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor 'Woongebied'. Daarnaast zijn de groen-, verkeer- en waterstructuur op basis van het stedenbouwkundig plan vastgelegd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

9

Figuur 1.2:

1.5

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Tag West' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijzigingen die deze herziening mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hoofdstuk 4 behandelt sectorale aspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische vormgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

10

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

11

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Tag West ligt aan de westrand van Genemuiden. De naam Tag is afgeleid van ‘het Hag’, het bos aan de westzijde van de Kamperzeedijk. Het plangebied ligt achter ’t Hag. Tag is opgedeeld in een deelgebied Tag Oost en Tag West. Het plangebied betreft fase 1 van Tag West. De eerste fase van Tag West fase 1 is inmiddels nagenoeg gerealiseerd. Aan de zuidrand liggen nog enkele braakliggende gronden (zie figuur 2.1). Binnen fase 1 zijn grondgebonden woningen gerealiseerd die zowel bestaan uit vrijstaande, twee-onder-éénkapwoningen en rijwoningen.

Figuur 2.1 Impressie zuidzijde Tag West fase 1 (bron: google streetview, september 2020) Tag West ligt tussen het stedelijke gebied en het open landschap in. De landschappelijke structuur van het buitengebied is als onderlegger gebruikt. Geïnspireerd op de met bomen omringde carrévormige boerderijen in het agrarisch landschap zijn kamervormige accenten opgenomen in de structuur. De 'groene' kamers dragen bij aan de differentiatie van het gebied. De bebouwing krijgt een landelijke, dorpse uitstraling. Bebouwingskarakteristieken als kappen, compacte bouwvolumes en gebruik van aardse kleuren draagt bij aan de overgang naar het landelijk gebied. Het gebied zal worden ontsloten door een centraal gelegen ontsluitingsweg.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

12

2.2

Beoogde ontwikkeling

Het woningaantal voor Tag West fase 1 is in 2012 vastgesteld op maximaal 230 woningen. Gebleken is dat er extra behoefte en ruimte is voor extra woningen. Voorliggende herziening maakt de realisatie van 10 extra woningen mogelijk. De woningen worden in het zuidoostzijde van het plangebied gerealiseerd. Dit bestaat uit 10 extra rijwoningen. De woningen worden in dezelfde bestemmingsvlakken als het bestemmingsplan 'Tag West' geplaatst, waardoor de stedenbouwkundige opzet en structuur van de wijk niet wijzigt ten gevolge van de extra woningen. Hiermee is sprake van een zorgvuldige inpassing in de omgeving.

2.3

Aanpassing regeling

De regeling uit het bestemmingsplan 'Tag West' blijft in principe geheel van toepassing, met uitzondering van het in de planregels opgenomen maximum woningaantal. Voorliggende herziening heeft daarom uitsluitend betrekking op de aanpassing van de regels binnen de bestemming Woongebied. Artikel 7.2.1 onder b van het bestemmingsplan Tag West fase 1 luidt: "er worden ten hoogste 230 woningen gebouwd". Dit wijzigt naar "er worden ten hoogste 240 woningen gebouwd". Met deze wijziging is de realisatie van de 10 extra woningen binnen de bestaande stedenbouwkundige opzet planologisch geborgd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

13

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

Met deze herziening worden maximaal 10 extra woningen mogelijk gemaakt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. In dit hoofdstuk is die planologische afwijking getoetst aan het beleid dat in de periode na vaststelling van deze plannen is gewijzigd.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing De beoogde ontwikkeling heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI en het Barro.

3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening, Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Toetsing

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

14

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Voorliggende herziening heeft betrekking op 10 woningen. De ontwikkeling wordt daarom niet gezien als stedelijke ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is in 2009 opgesteld en in 2020 geactualiseerd. In de omgevingsvisie zijn drie leidende thema's opgenomen:  duurzaamheid;  ruimtelijke kwaliteit;  sociale kwaliteit. Duurzaamheid wordt volgens de Omgevingsvisie gerealiseerd door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. Ruimtelijke kwaliteit wordt volgens de Omgevingsvisie mogelijk gemaakt door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Bij het sturen op ruimtelijke kwaliteit in de Omgevingsvisie is een sleutelrol weggelegd voor de gebiedskenmerken. Dit zijn de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit ervan. In de gekozen benadering zijn de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap, de stedelijke laag en de lust- en leisure laag bepalend voor de kenmerken van een gebied. Deze lagen staan niet los van elkaar. Vaak liggen de lagen over elkaar heen en hebben plekken te maken met kenmerken van verschillende gebieden. Sociale kwaliteit wordt volgens de Omgevingsvisie gerealiseerd door bewoners en gebruikers te betrekken bij de ontwikkeling van ons provinciaal beleid en de uitvoering van projecten.

Ook wordt ruimte geboden aan initiatieven van 'onderop' en wordt ook aangesloten bij initiatieven die er al zijn. Toetsing Gelet op de grootte van de ontwikkeling, heeft dit geen raakvlakken met het provinciaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie gemeente Zwartewaterland In 2013 is de Structuurvisie van de gemeente Zwartewaterland vastgesteld. Hierin staat het beleid van de gemeente Zwartewaterland beschreven voor de lange termijn. Toetsing Het plangebied is aangemerkt als 'Wonen toekomstig'. In deze structuurvisie is Tag reeds als uitleggebied aangewezen. De ontwikkeling is daarom in lijn met het gemeentelijk beleid.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

15

Figuur 3.1: Uitsnede structuurvisiekaart gemeente Zwartewaterland

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

16

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

17

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Milieueffectrapportage

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Onderzoek en conclusie De realisatie van 10 woningen betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. De functie is reeds aanwezig en passend binnen de omgeving. Daarnaast zijn er geen significante milieueffecten en gevolge van de ontwikkeling.

4.3

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) aangewezen als geluidgevoelige objecten. Onderzoek en conclusie In Bijlage 1 is het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai toegevoegd. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woningen de geluidbelasting ten gevolge van de 'interne weg' de richtwaarde van 53 dB overschrijdt. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. De geluidbelasting is gelijk aan de geluidbelasting op de gevels van de reeds gebouwde woningen in Tag West. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat, aanvullende maatregelen zijn niet vereist. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

18

4.4

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Onderzoek en conclusie Voor rijwoningen geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. De benodigde parkeerplaatsen worden voorzien op eigen terrein. Bij rijwoningen worden deze volledig in parkeerkoffers gerealiseerd. De verkeersgeneratie ten gevolge van de 10 woningen bedraagt op grond van een indicatieve berekening op basis van de kencijfers uit publicatie 381 van de CROW maximaal 78 mvt/etmaal. De realisatie van 10 extra woningen ter plaatse zorgt niet voor knelpunten in de verkeersafwikkeling ter plaatse. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Water

Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europees:  Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW);  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW).  Waterwet Provinciaal:  Omgevingsvisie;  Omgevingsverordening;  Stappenplan Overstromingsrisicoparagraaf.

Waterschapsbeleid In het waterbeheerplan 2016 - 2021 is de koers beschreven hoe het waterschap de komende periode gaat zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft het plan vormgegeven in dialoog en samenwerking met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, die naast Drents Overijsselse Delta deel uitmaken van het stroomgebied Rijn-Oost. Ook provincies en gemeenten zijn hierbij betrokken geweest.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

19

De opdracht van de waterschappen in Rijn-Oost is te zorgen voor voldoende water, schoon water en voor veilig wonen en werken (taakvelden: watersysteem, waterketen en veiligheid). De taken worden uitgevoerd voor én samen met de maatschappij. Dit gebeurt vanuit een brede kijk en tegen aanvaardbare kosten. Hierbij wordt rekening gehouden met agrarische, economische, ecologische en recreatieve belangen. Het werk van het waterschap draagt ertoe bij dat iedereen op een veilige, gezonde, prettige en duurzame manier met water kan leven. Het waterschap wil daarbij professioneel, betrouwbaar en deskundig werken en zo de positie als lokale en regionale waterautoriteit waarmaken. Met de aanwezige middelen en mogelijkheden werkt het waterschap aan een duurzame ontwikkeling van het stedelijk en landelijk gebied. Gemeentelijk beleid De gemeente Zwartewaterland is (mede) verantwoordelijk voor afval-, grond-, hemel- en oppervlaktewater en heeft hiervoor verschillende beleidsplannen opgesteld die hieronder worden toegelicht. Het Waterplan Zwartewaterland (2008) bevat de visie en doelstellingen ten aanzien van waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterveiligheid en recreatie) medegebruik. In samenspraak met bewoners, bedrijfsleven en waterbeheerders zijn lokale kansen en knelpunten gesignaleerd en vertaald naar concrete maatregelen met de benodigde financiële middelen.

Het waterplan vormt daarmee een instrument om de gezamenlijke koers voor de toekomst vast te leggen en vormt tevens de basis voor het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Riolering is erg belangrijk voor de volksgezondheid, de leefbaarheid en ter bescherming van de natuur. Het heeft een belangrijke plaats in de waterketen en het watersysteem. Het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) bevat daarom niet alleen het beleid omtrent afvalwater, maar gaat over hemelwater en grondwater. Nieuwe aansluitingen op de riolering moeten worden aangevraagd bij de gemeente. De gemeente streeft ernaar om schoon hemelwater te scheiden van vervuild afvalwater. Bij nieuwbouwprojecten geldt dan ook de voorkeursstrategie: lokaal benutten, infiltreren in de bodem, lozen naar oppervlaktewater. Slechts in het uiterste geval mag dit geloosd worden naar de riolering. Onderzoek en conclusie De locatie waarop de 10 extra woningen gerealiseerd worden bestaat uit een grasveld. Door de ontwikkeling van de woningen wordt dit gebied verhard. In het kader van het bestemmingsplan Tag West, is reeds compenserend water gerealiseerd ten noorden van de wijk. Voor de beoogde ontwikkeling is dus geen watercompensatie meer benodigd. Daarnaast vinden er geen werkzaamheden plaats nabij waterkeringen of watergangen van het Hoogheemraadschap. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

20

Onderzoek en conclusie De gronden waar de woningen worden gerealiseerd hebben reeds de bestemming Woongebied. In het kader van het bestemmingsplan 'Tag West' is reeds aangetoond dat de kwaliteit van de bodem voldoende is voor de realisatie van woningen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. Onderzoek en conclusie Archeologie Het aspect archologie is in het kader van het bestemmingsplan 'Tag West' reeds beoordeeld. Ter plaatse zijn archeologische waarden aanwezig. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen monumenten of cultuurhistorische structuren.

De structuur van het plan is gebaseerd op de landschappelijke onderlegger en kenmerken van het omringende landschap zoals de aanwezigheid van met bomen omzoomde boerderijen en met riet begroeide kolken ter plaatse van voormalige dijkdoorbraken. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de groene randen zoals de dijk en de sloot langs de huidige Tagweg. Dit is ook de zone waar bergingswater naar toe geleid wordt. De dijkzone en de sloot worden verbonden door twee bestaande sloten die tevens als wadi’s benut worden. De hoofdontsluiting ligt als autonoom lint in het hart van het plangebied en verbindt de aangrenzende wijken met de zuidelijke ontsluiting naar de provinciale weg. De verkaveling is geordend in rechthoekige stelsels. De stelsels voegen zich in de landschappelijke onderlegger. Dit leidt tot verbijzonderingen aan de randen ter plaatse van de sloot en de dijk. In de hoofdstructuur zijn verbijzonderingen opgenomen in de vorm van bebouwde kamers met een groene rand en een centrale parkkamer. De kamers, de waterpartijen en de autonoom slingerende centrale ontsluiting leiden tot een gedifferentieerd plan met onderscheidende woonmilieus. Het stedenbouwkundig plan is uitgebreid beschreven in ‘TagWest, Genemuiden, Stedenbouwkundig plan'.

De beoogde herziening schikt zich in het stedenbouwkundig plan en houdt derhalve voldoende rekening met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

21

4.8

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Onderzoek en conclusie Op basis van een quickscan met betrekking tot de meest actuele situatie conform de professionele risicokaart wordt geconcludeerd dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van risicovolle bedrijven of vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Op basis van informatie van de Veiligheidsregio IJsselland ligt op 750 meter ten oosten van het plangebied zwembad Bestevaer. Hier zijn gevaarlijke stoffen opgeslagen. Bij een incident bij het zwembad kan een giftige wolk ontstaan. Deze wolk trekt over het plangebied. De aanwezigen in hetplangebied krijgen dan het advies om naar binnen te gaan, ramen en deuren te sluiten en de(mechanische) ventilatie af te sluiten. Zo kunnen ze veilig binnen schuilen. De veiligheidsregio adviseert daarnaast om: a. de woningen in het plangebied te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de bewoners bij een incident waarbij een giftige (rook)wolk vrijkomt veilig binnen schuilen. b.

bij de inrichting van het plangebied rekening te houden met de maatvoering van de waterwagens van de brandweer. De brandweer gebruikt bij incidenten steeds vaker waterwagens in plaats van brandkranen voor de bluswatervoorziening. Deze waterwagens zijn groter dan de reguliere voertuigen van de brandweer. c. de toekomstige bewoners voor te lichten over de risico’s die zij lopen en wat zij bij een incident zelf kunnen doen. Bovengenoemde ruimtelijk relevante maatregelen zijn mogelijk op basis van dit bestemmingsplan en worden in de uitwerking van de plannen betrokken. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.9

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Onderzoek en conclusie Het plangebied wordt aan de oostkant begrensd door de bestaande woonwijken van de kern Genemuiden, aan de zuidkant door de toekomstige woonwijk Tag West fase 2 en aan de westkant door het naastgelegen hoveniersbedrijf en riethandel. Deze bedrijven worden echter door een waterkering van het plangebied afgescheiden. Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling voorziet enkel in de realisatie van 10 extra woningen binnen de reeds voorziene woonbestemming. Het plangebied kan daarmee worden getypeerd als een 'rustige woonwijk'. Ten westen van het plangebied ligt aan de Greenteweg een riethandel. Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) behoort de riethandel tot milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. Op basis van het vigerende bestemmingsplan wordt echter meer ruimte geboden waardoor het bedrijf in de toekomst zou kunnen groeien. Voor bedrijven in categorie 3.1 geldt een richtafstand van 50 meter.

De afstand tot de dichtstbijzijnde woning binnen de ontwikkeling van Tag West fase 1 is 80 meter waarmee aan de richtafstand wordt voldaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

22

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Ecologie

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. Toetsing en conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een natuurgebied met beschermde status. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied (Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht) ligt op 1 kilometer afstand. Om aan te tonen of sprake is van stikstofdepositie, zijn stikstofberekeningen uitgevoerd. Deze zijn toegevoegd in Bijlage 2. Hieruit volgt dat op basis van een verschilberekenin in de gebruiksfase geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In de gebruiksfase is er geen sprake van een toename stikstofdepositie.

In de aanlegfase is sprake van depositie van maximaal 0,02 mol/ha/jr. Dit blijft onder de drempelwaarde van 0,05 mol/hr/jr. Een significant negatief effect op Natura 2000 is derhalve uitgesloten. Een vergunning in het kader van de wet natuurbescherming is niet nodig. Soortenbescherming Het plangebied ter plaatse van de beoogde 10 woningen bestaat uit gras wat regelmatig gemaaid wordt. Ter plaatse worden geen beschermde dier- of plantensoorten verwacht. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

23

4.11

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek en conclusie De realisatie van tien woningen valt onder het Besluit niet in betekenende mate en hoeft daarom niet aan de grenswaarden te worden getoetst.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Langs de Kamperzeedijk ten zuidoosten van het plangebied blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in 2020 ruimschoots onder de grenswaarden liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen langs deze weg zijn; 11.9 µg/m3 voor NO2, 15.3 µg/m3 voor PM10 en 8.8 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Naarmate van de weg af wordt gegaan, nemen de concentraties luchtverontreinigende stoffen af. Ook ter plaatse van het plangebied kan daarom gesteld worden dat wordt voldaan aan deze waarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

24

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

25

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

Deze partiële herziening is als volgt vormgegeven: Artikel 1 Begrippen Dit artikel betreft de van toepassing zijnde begrippen. Artikel 2 Anti-dubbeltelregel Dit artikel betreft een standaardbepaling. Artikel 3 Overige regels Lid 3.1 betreft de van toepassing verklaring van het onderliggende bestemmingsplan. 3.2 Herziening van de regels van Artikel 7 Woongebied Artikel 7.2.1 van het bestemmingsplan 'Tag West' wordt aangepast naar maximaal 240 woningen. In het bestemmingsplan worden 10 woningen extra mogelijk gemaakt. Artikel 4 Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). Artikel 5 Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

26

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

27

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Als er sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, moeten deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De kosten die worden gemaakt voor het opstellen van voorliggende herziening worden gefinancierd uit de gemeentelijke middelen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg Aangezien het gaat om slechts beperkte aanvullingen en aanpassingen van het geldende bestemmingsplan, en er gelet op de woningbouwopgave een krappe planning is, wordt direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Dit is ook besproken met de gebruikelijke overlegpartners. Inspraak en overleg ex artikel 3.1.1 Bro Van 1 september tot 28 oktober 2021 heeft het voorontwerp bestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen de daartoe gestelde termijn zijn geen inspraakreacties ontvangen. Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente Zwartewaterland. De ingekomen overlegreacties zijn in een nota inspraak en vooroverleg samengevat en voorzien van beantwoording. Deze nota is opgenomen in bijlage 3. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen. Gedurende deze periode heeft eenieder de gelegenheid gekregen een zienswijze in te dienen op dit bestemmingsplan. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

28

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

30

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

31

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

32

Rho adviseurs voor leefruimte

20201619

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Tagweg te Genemuiden (2105/009/CK-01, versie A)

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder)

in opdracht van Rho Adviseurs B.V. T.a.v. mevrouw I. Penning Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM betreffende locatie Tagweg Genemuiden documentkenmerk 2105/009/CK-01 versie A vestiging Nuenen datum 27 juli 2021

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ing. S. Vissers

ir. M. van der Donk

Projectleider geluid & bouwfysica

Senior projectleider geluid & bouwfysica

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Uitgangspunten

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Gegevens wegverkeer

2

2.3

Modellering

3

3

Wet- en regelgeving

4

3.1

Berekeningsmethode

4

3.2

Randvoorwaarden Wgh

4

3.2.1 Inleiding

4

3.2.2 Geluidzones

4

3.2.3 Artikel 110g

4

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied

5

3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)

5

3.2.6 Normen geluidbelasting

6

3.3

Geluidbeleid gemeente Zwartewaterland

6

4

Rekenresultaten en toetsing

7

4.1

Geluidbelasting wegverkeerslawaai

7

4.2

Bronmaatregelen

8

4.3

Overdrachtsmaatregelen

8

4.4

Goed woon- en leefklimaat

9

4.5

Cumulatieve geluidbelasting

9

4.6

Geluidwering gevels (GA;k)

10

5

Samenvatting en conclusie

11

Bijlagen Bijlage 1:

Situatietekening van het plan

Bijlage 2:

Verkeersgegevens wegverkeer

Bijlage 3:

Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 4:

Grafische weergave akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 5:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer

Bijlage 6:

Geluidbelasting op indicatieve bebouwing bij toepassing van tuinmuren

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

1 Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs B.V. heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van 10 woningen aan de Tagweg te Genemuiden. Binnen het bestemmingsplan ‘Tag-West’ zijn maximaal 230 woningen toegestaan, hieraan worden 10 woningen toegevoegd. De ontwikkeling past derhalve niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” beoordeeld in het kader van een goed woon- en leefklimaat, waarbij aansluiting is gezocht bij de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. De aspecten spoorweglawaai, luchtverkeerslawaai en industrielawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd. Vanwege enkele opmerkingen van de Omgevingsdienst IJsselland komt de eerder voor deze locatie opgestelde rapportage “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Tagweg te Genemuiden” (documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie 0 d.d. 1 juli 2021) in zijn geheel te vervallen.

pagina 1 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

2 Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Genemuiden, gemeente Zwartewaterland. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen. Onderhavig plan omvat de gearceerde woningen. Het plan is gelegen aan de nieuwe ‘interne weg’ met een snelheidsregime van 30 km/uur. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze weg geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig is. Echter voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van de interne weg met een snelheidsregime van 30 km/uur inzichtelijk gemaakt.

2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde weg zijn door Rho Adviseurs aangeleverd middels een Geomileu model. Dit Geomilieu model is opgesteld ten behoeve van het rapport “Zwartewaterland Tag West Fase 2 Onderzoek wegverkeerslawaai” (documentkenmerk: 20181643.002 d.d. 4-12-2020) van Rho Adviseurs. De etmaalintensiteiten hebben betrekking op het jaar 2030. Deze etmaalintensiteiten zijn met 1% opgehoogd (autonome groei) tot het maatgevende jaar 2031. Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximumsnelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabel 2.1. De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak. Tabel 2.1: gegevens wegverkeer interne weg interne weg maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: referentiewegdek jaar: 2030

etmaalintensiteit: 4331 mvt.

jaar: 2031

etmaalintensiteit: 2188 mvt. per rijrichting dag

avond

nacht

gemiddeld per uur (%)

6,54

3,76

0,81

lichte mvt. (%)

93,46

93,46

93,46

middelzware mvt. (%)

5,08

5,08

5,08

zware mvt. (%)

1,46

1,46

1,46

pagina 2 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

2.3 Modellering De exacte locatie en afmetingen van de beoogde woningen is nog niet bekend, derhalve zijn twee bouwblokken gemodelleerd ter grootte van de bouwvlakken. Hierbij is voor de gebouwhoogte ‘worst-case’ uitgegaan van 12 meter. Als maatgevende toetshoogte voor de nieuwe woningen is gerekend met de in tabel 2.2 weergegeven hoogten. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Tabel 2.2: toetshoogten bouwlaag

toetshoogte (m)

begane grond

1,5

1e verdieping

4,5

2e verdieping

7,5

3e verdieping

10,5

Voor de berekening is gebruik gemaakt van het door Rho Adviseur aangeleverde model ‘Wegverkeerslawaai 25-11-2020 – Tagweg West – Toetsing bouwvlakken’. Dit model is steekproefsgewijs gecontroleerd en aangevuld. In dit model is als rekenparameter bodemfactor 1,00 (akoestisch zacht) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. Een gedeelte van de bodemgebieden zijn als akoestisch hard ingevoerd (bodemfactor 0,00). Deze bodemgebieden betreffen wegen of terreinverhardingen. De bewoonde gebieden zijn ingevoerd met een bodemfactor van 0,30. Voor het lokale maaiveld is 0,5 meter +NAP aangehouden. De hoogteverschillen in het maaiveld zijn conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast. Tevens zijn er geen akoestisch relevante kruispunten of rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig.

pagina 3 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

3 Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn weergegeven in bijlage 3. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 4.

3.2 Randvoorwaarden Wgh 3.2.1 Inleiding De maat voor de geluidbelasting van een weg wordt uitgedrukt in de L den-waarde. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar, zoals omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).

3.2.2 Geluidzones Volgens de Wgh hebben wegen een zone die zich aan weerszijden van de weg uitstrekt vanaf de as van de weg (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: •

ligging binnen een woonerf;

•

een maximumsnelheid van 30 km/uur.

In tabel 3.1 is de breedte van de geluidzones weergegeven. Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs wegen soort gebied stedelijk

buitenstedelijk

aantal rijstroken

breedte geluidzone (m)

1 of 2

200

3 of meer

350

1 of 2

250

3 of 4

400

5 of meer

600

3.2.3 Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidbelasting op de gevel van pagina 4 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

woningen of op andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:

a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 56 dB is;

b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 57 dB is;

c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;

d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wgh. De voornoemde aftrek van 5 dB voor overige wegen is tevens gehanteerd voor de 30 km/uur weg interne weg. Uit technische overwegingen zijn er geen argumenten waarom de aftrek bij 30 km/uur lager zou zijn dan bij 50 km/uur. De meest logische werkwijze is derhalve om aan te sluiten bij de aftrek zoals die voor 50 km/uur wegen bestaat.

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied Binnen de Wgh is de toetsing van de geluidbelasting afhankelijk gesteld van de ligging van het bouwplan. Volgens artikel 1 van de Wgh wordt onderscheiden: •

Stedelijk gebied:

het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wgh, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

•

Buitenstedelijk gebied:

het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012) Binnen het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is middels artikel 3.5 de mogelijkheid geboden om voor wegen met een snelheidsregime van 70 km/uur of meer rekening te houden met de toekomstige effecten van Europees bronbeleid. Artikel 3.5 schrijft hierover het volgende: •

bij de berekening van het equivalent geluidniveau vanwege een weg wordt, voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht;

•

in afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de pagina 5 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a.

Zeer Open Asfalt Beton;

b.

tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn;

c.

uitgeborsteld beton;

d.

geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;

e.

oppervlakbewerking.

3.2.6 Normen geluidbelasting Artikel 82 tot en met 85 van de Wgh geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde “Nieuwe situaties” (er dient een ruimtelijke procedure te worden gevolgd). De zogenaamde voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB dan legt de Wgh geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In navolgende tabellen 3.2 en 3.3 worden de normen uit de Wgh weergegeven. Tabel 3.2: normen geluidbelasting in stedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied voorkeursgrenswaarde

48 dB

maximale ontheffingswaarde

63 dB

maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw

68 dB

Tabel 3.3: normen geluidbelasting in buitenstedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een buitenstedelijk gebied voorkeursgrenswaarde

48 dB

maximale ontheffingswaarde

53 dB

maximale ontheffingswaarde; agrarische bedrijfswoning

58 dB

maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom

58 dB

maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs

63 dB

een autoweg of autosnelweg

De locatie in onderhavig onderzoek is niet gelegen binnen de onderzoekszone van een zoneplichtige weg. Derhalve is een maximale ontheffingswaarde niet van toepassing.

3.3 Geluidbeleid gemeente Zwartewaterland De gemeente Zwartewaterland heeft geen eigen geluidbeleid met betrekking tot het verlenen van hogere waarden vastgesteld.

pagina 6 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

4 Rekenresultaten en toetsing 4.1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai In de navolgende tabel 4.1 zijn de berekeningsresultaten van de toetspunten samengevat weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. In de grafische weergave van de rekenresultaten zijn de locaties waar de geluidbelasting (op minimaal één toetshoogte) meer dan 53 dB excl. aftrek bedraagt geel gemarkeerd. Tabel 4.1: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de interne weg toetspunt

toetshoogte

geluidbelasting

voorkeurs-

maximale ontheffings-

(m)

excl. aftrek artikel 110g

grenswaarde1

waarde

Wgh

(dB)

(dB)

53

n.v.t.

(dB)

t01 en t02

1,5 en 4,5

61

7,5

60

10,5

59

1,5 en 4,5

58

7,5 en 10,5

57

1,5

54

4,5 t/m 10,5

55

alle

≤53

1,5

62

4,5

61

7,5

60

10,5

59

1,5 en 4,5

61

7,5

60

10,5

59

1,5 t/m 7,5

54

10,5

≤53

alle

≤53

t03

t04

t05 t/m t10

t11

t12

t13

t14 t/m t20

Opmerking bij tabel 4.1: 1)

Voor 30 km/uur wegen is een voorkeursgrenswaarde conform de Wgh niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijk ordening wordt de bijbehorende waarde van 53 dB exclusief aftrek artikel 110g Wgh als richtwaarde beschouwd.

Voor de interne weg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde van 53 dB (excl. aftrek) met maximaal 9 dB overschrijdt ter plaatse van de zuidgevels en de oostgevels van een gedeelte van de woningen binnen beide bouwvlakken. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde.

pagina 7 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

Overeenkomstig het verzoek zijn bron- en overdrachtsmaatregelen onderzocht om de geluidbelasting terug te brengen tot de richtwaarde.

4.2 Bronmaatregelen Bij maatregelen aan de geluidbron wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker van het geluid kan worden gereduceerd. Er zijn twee oorzaken van geluidproductie bij voertuigen, namelijk de mechanische geluiden van de automobielen en het geluid dat de banden op het wegdek maken. Mogelijke maatregelen zijn stillere voertuigen, verlaging van de maximumsnelheid of een geluidreducerend wegdek. •

stillere voertuigen: een vermindering van mechanische geluiden kan alleen plaatsvinden door de ontwikkeling van nieuwe technieken en is zodoende niet realistisch;

•

verlaging van de maximumsnelheid: een verdere verlaging van het snelheidsregime is in onderhavige situatie niet mogelijk;

•

verkeerstechnische maatregelen: de interne weg in onderhavig onderzoek betreft een wijkverzamelweg waar de kans aanwezig is dat het snelheidsregime van 30 km/uur regelmatig overschreden wordt. Maatregelen om de snelheid te remmen dienen echter gezocht te worden in wegversmallingen en bochten. Drempels en plateaus in de nabijheid van de woningen dienen vermeden te worden;

•

geluidreducerend wegdek: een vermindering van het geluid dat de banden op het wegdek veroorzaken is te realiseren door het toepassen van een geluidreducerend wegdek. Het toepassen van stiller wegdek ter plaatse van een weg met een snelheidsregime van 30 km/uur is echter niet doelmatig.

4.3 Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger kan worden belemmerd. Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de richtwaarde voor de gehele woningen ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Om doelmatig te zijn voor de volledige woningen (ook de verdiepingen) dient het scherm namelijk dicht bij de bron of dicht bij de ontvanger te worden geplaatst. Tevens dient het scherm relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn voor de 1e en 2e verdieping. Het aanleggen van een geluidscherm ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Wel kan met een geluidscherm (van beperkte hoogte) bij de woningen op de begane grond een geluidluwe gevel worden gerealiseerd (zie paragraaf 4.4). Een andere mogelijke overdrachtsmaatregel is normaal gesproken het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger. In de onderhavige situatie is sprake van een afstand van circa 8 meter tot de wegas van de interne weg. Aangezien een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert, is het vergroten van deze afstand niet erg doeltreffend als maatregel.

pagina 8 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

4.4 Goed woon- en leefklimaat Aangezien geen sprake is van een gemeentelijk geluidbeleid en geen sprake is van een procedure hogere waarde worden er formeel geen aanvullende voorwaarden met betrekking tot de aanwezigheid van een geluidluwe gevel gesteld. Echter in het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt aanbevolen om ter plaatse van de woningen waar de richtwaarde wordt overschreden alsnog een geluidluwe zijde te creëren. Bij toepassing van vrijstaande woningen zal sprake zijn van een geluidluwe noordgevel. Aan deze geluidluwe gevel dient een verblijfsruimte te worden gesitueerd en in de geluidluwe gevel dient een te openen raam te worden aangebracht. Echter bij toepassing van twee-onder-één-kap c.q. rijwoningen zal voor de meest zuidelijk gelegen woning en eventueel de tussen woning(en) geen sprake zijn van een geluidluwe noordgevel. Afhankelijk van de afstand tot de weg is mogelijk wel sprake van een geluidluwe westgevel. Dit dient in een later stadium inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer (voor een gedeelte van de woningen) blijkt dat de westgevels niet geluidluw zijn dan is het mogelijk om door middel van tuinmuren de westgevels af te schermen op de begane grond. Deze tuinmuren dienen een hoogte van 1,8 meter te hebben, met een massa van minimaal 10 kg/m² en dienen kier- en naaddicht te worden uitgevoerd.

In bijlage 6 is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt op de indicatieve bebouwing zoals weergegeven op de situatietekening bij toepassing van voornoemde tuinmuren ter plaatse van de zuidelijke erfgrens. Uit de rekenresultaten blijkt dat het in deze situatie mogelijk is om ter plaatse van alle woningen ten minste één geluidluwe gevel te creëren. Afhankelijk van de toekomstige afstand tot de weg geldt dat het zelfs mogelijk is om de geluidbelasting op de begane grond ter plaatse van alle gevels terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde c.q. een geluidbelasting van 53 dB (excl. aftrek). Het toepassen van een geluidscherm c.q. tuinmuur om bij de woningen ter minste één geluidluwe zijde te creëren is derhalve wel doeltreffend.

4.5 Cumulatieve geluidbelasting Ten behoeve van een procedure hogere waarde dient conform artikel 110f Wgh de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald, indien sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of sprake is van een relevante blootstelling door verschillende geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. Conform de Wgh dienen voor de cumulatie de zoneplichtige wegen en spoorwegen en de geluidbelasting ten gevolge van industrie en/of luchtvaart meegenomen te worden. De cumulatieve geluidbelasting dient bepaald te worden conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (bijlage I, hoofdstuk 2 ‘Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting’). De correctie conform artikel 110g Wgh met betrekking tot wegverkeer wordt hierbij niet toegepast. Dit betekent dat in onderhavige situatie de cumulatieve geluidbelasting niet bepaald hoeft te worden.

pagina 9 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

4.6 Geluidwering gevels (GA;k) Volgens het bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de gevel GA;k voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde besluit hogere waarde opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB te bedragen. Een gevel van een nieuwbouwwoning dient bovendien minimaal een GA;k van 20 dB te hebben. Ondanks dat voor onderhavig plan geen hogere waarde aangevraagd kan worden, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat voor de woningen waar de richtwaarde wordt overschreden alsnog geadviseerd een aanvullend onderzoek uit te voeren ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Een dergelijk onderzoek kan tevens worden geëist door de gemeente. Geadviseerd wordt aan te sluiten bij voornoemde eis waarbij voor de hogere waarde de geluidbelasting op de gevel kan worden aangehouden.

pagina 10 van 10

documentkenmerk: 2105/009/CK-01, versie A

5 Samenvatting en conclusie In opdracht van Rho Adviseurs B.V. heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van 10 woningen aan de Tagweg te Genemuiden. Binnen het bestemmingsplan ‘Tag-West’ zijn maximaal 230 woningen toegestaan, hieraan worden 10 woningen toegevoegd. De ontwikkeling past derhalve niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Het plan is gelegen aan de nieuwe ‘interne weg’. Voor deze weg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde van 53 dB (excl. aftrek) met maximaal 9 dB overschrijdt ter plaatse van de zuidgevels en de oostgevels van een gedeelte van de woningen binnen beide bouwvlakken. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Overeenkomstig het verzoek zijn bron- en overdrachtsmaatregelen onderzocht om de geluidbelasting terug te brengen tot de richtwaarde van 53 dB (excl. aftrek). Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger en het toepassen van een stiller wegdek is in onderhavige situatie niet doeltreffend.

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de richtwaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Om doelmatig te zijn voor de volledige woningen (ook de verdiepingen) dient het scherm namelijk dicht bij de bron of dicht bij de ontvangen te worden geplaatst. Tevens dient het scherm relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn voor de 1e en 2e verdieping. Wel kan met een geluidscherm (van beperkte hoogte) bij de woningen op de begane grond een geluidluwe gevel worden gerealiseerd (zie navolgende alinea’s). Aangezien geen sprake is van een gemeentelijk geluidbeleid en geen sprake is van een procedure hogere waarde worden er formeel geen aanvullende voorwaarden met betrekking tot de aanwezigheid van een geluidluwe gevel gesteld. Echter in het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt aanbevolen om ter plaatse van de woningen waar de richtwaarde wordt overschreden alsnog een geluidluwe zijde te creëren. Bij toepassing van vrijstaande woningen zal sprake zijn van een geluidluwe noordgevel. Aan deze geluidluwe gevel dient een verblijfsruimte te worden gesitueerd en in de geluidluwe gevel dient een te openen raam te worden aangebracht. Echter bij toepassing van twee-onder-één-kap c.q.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11348844/1